<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0123</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Betere connectiviteit, bescherming van cultureel erfgoed en het stimuleren van lokale excellentie in het Europese toerisme – bestemmingsbeheer en groei van het regionale toerisme</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0078/2026 - Rapporteur: Daniel Attard)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 28 april 2026 over het verbeteren van de connectiviteit, het behoud van cultureel erfgoed en het stimuleren van lokale excellentie in het Europees toerisme: bestemmingsbeheer en groei van het regionale toerisme (2025/2120(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name de artikelen 174, 195 en 349,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2024/1028 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 betreffende het verzamelen en delen van gegevens met betrekking tot diensten voor kortetermijnverhuur van accommodatie en tot wijziging van Verordening (EU) 2018/1724<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2024/1028, 29.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1028/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn (EU) 2024/2831 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2024 betreffende de verbetering van de arbeidsvoorwaarden bij platformwerk<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2024/2831, 11.11.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2024/2831/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn (EU) 2019/904 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de vermindering van de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu<FOOTNOTE><FIELD> PB L 155 van 12.6.2019, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2019/904/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Besluit (EU) 2023/936 van het Europees Parlement en de Raad van 10 mei 2023 over een Europees Jaar van de Vaardigheden<FOOTNOTE><FIELD> PB L 125 van 11.5.2023, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2023/936/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Aanbeveling (EU) 2025/1021 van de Commissie van 22 mei 2025 over vervoersarmoede: zorgen voor betaalbare, toegankelijke en eerlijke mobiliteit<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2025/1021, 26.5.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reco/2025/1021/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 5 maart 2025, getiteld “De vaardigheidsunie” (COM(2025)0090),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 26 februari 2025 getiteld “De Clean Industrial Deal: Een gezamenlijke routekaart voor concurrentievermogen en decarbonisatie” (COM(2025)0085),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 29 januari 2025 getiteld “Het EU-kompas voor concurrentievermogen” (COM(2025)0030),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 20 juli 2023 getiteld “Naar een gemeenschappelijke Europese gegevensruimte voor toerisme: gegevensdeling en innovatie in het toeristische ecosysteem bevorderen” (C(2023)4787),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 17 mei 2021 over een nieuwe aanpak voor een duurzame blauwe economie in de EU – De blauwe economie van de EU transformeren voor een duurzame toekomst (COM(2021)0240),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 4 maart 2021 getiteld “Het actieplan voor de Europese pijler van sociale rechten” (COM(2021)0102),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 1 juli 2020, getiteld “Europese vaardighedenagenda voor duurzaam concurrentievermogen, sociale rechtvaardigheid en veerkracht” (COM(2020)0274),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 27 mei 2020 getiteld “Het moment van Europa: herstel en voorbereiding voor de volgende generatie” (COM(2020)0456) en het begeleidende werkdocument van de diensten van de Commissie “Identifying Europe’s recovery needs” (SWD(2020)0098),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 20 mei 2020 getiteld “EU-biodiversiteitsstrategie voor 2030 — De natuur terug in ons leven brengen” (COM(2020)0380),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 13 mei 2020 getiteld “Toerisme en vervoer in en na 2020” (COM(2020)0550) en de goedkeuring van het pakket inzake toerisme en vervoer,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 11 december 2019 getiteld “De Europese Green Deal” (COM(2019)0640),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 22 mei 2018 getiteld “Een nieuwe Europese agenda voor cultuur” (COM(2018)0267),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 24 oktober 2017 getiteld “Een nieuw en sterker strategisch partnerschap met de ultraperifere gebieden van de EU” (COM(2017)0623),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 2 juni 2016 getiteld “Een Europese agenda voor de deeleconomie” (COM(2016)0356), en de resolutie hierover van het Europees Parlement van 15 juni 2017<FOOTNOTE><FIELD> PB C 331 van 18.9.2018, blz. 125.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 20 februari 2014 “Een Europese strategie voor meer groei en werkgelegenheid in kust- en maritiem toerisme” (COM(2014)0086), en het werkdocument van de diensten van de Commissie van 30 maart 2017 over nautisch toerisme (SWD(2017)0126),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 30 juni 2010 getiteld “Europa, toeristische topbestemming in de wereld – een nieuw beleidskader voor het toerisme in Europa” (COM(2010)0352) en de resolutie hierover van het Parlement van 27 september 2011<FOOTNOTE><FIELD> PB C 56 E van 26.2.2013, blz. 41.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 30 juni 2021, getiteld “Een langetermijnvisie voor de plattelandsgebieden van de EU — Naar sterkere, verbonden, veerkrachtige en welvarende plattelandsgebieden in 2040” (COM(2021)0345),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie van 4 februari 2022 getiteld “Transitietraject voor toerisme” en haar voortgangsverslagen voor 2023 en 2024,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie van 21 september 2022 getiteld “Unbalanced tourism growth at destination level – root causes, impacts, existing solutions and good practices: final report”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie van 11 juni 2020 getiteld “Verslag over de blauwe economie 2020”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 7 juni 2022 over EU-eilanden en cohesiebeleid: huidige situatie en toekomstige uitdagingen<FOOTNOTE><FIELD> PB C 493 van 27.12.2022, blz. 48.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 14 december 2022 over de uitvoering van de nieuwe Europese agenda voor cultuur en de EU-strategie voor internationale culturele betrekkingen<FOOTNOTE><FIELD> PB C 177 van 17.5.2023, blz. 78.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 25 maart 2021 over de ontwikkeling van een EU-strategie voor duurzaam toerisme<FOOTNOTE><FIELD> PB C 494 van 8.12.2021, blz. 106.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 19 juni 2020 over toerisme en vervoer in en na 2020<FOOTNOTE><FIELD> PB C 362 van 8.9.2021, blz. 55.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 24 oktober 2019 over de negatieve gevolgen van het faillissement van Thomas Cook voor het toerisme in de EU<FOOTNOTE><FIELD> PB C 202 van 28.5.2021, blz. 73.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 14 november 2018 over het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027 – Standpunt van het Parlement met betrekking tot een akkoord<FOOTNOTE><FIELD> PB C 363 van 28.10.2020, blz. 179.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 29 oktober 2015 over nieuwe uitdagingen en concepten voor de bevordering van toerisme in Europa<FOOTNOTE><FIELD> PB C 355 van 20.10.2017, blz. 71.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 8 september 2015 “Naar een geïntegreerde aanpak van cultureel erfgoed voor Europa”<FOOTNOTE><FIELD> PB C 316 van 22.9.2017, blz. 88.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resoluties van 25 oktober 2011 over mobiliteit en inclusie van mensen met een handicap en de Europese strategie voor mensen met een handicap 2010-2020<FOOTNOTE><FIELD> PB C 131 E van 8.5.2013, blz. 9.</FIELD></FOOTNOTE> en van 18 juni 2020 over de Europese strategie inzake handicaps post-2020<FOOTNOTE><FIELD> PB C 362 van 8.9.2021, blz. 8.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van de Raad van 1 december 2022 over een Europese agenda voor toerisme 2030,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van de Raad van 27 mei 2021 getiteld “Toerisme in Europa voor het volgend decennium: duurzaam, veerkrachtig, digitaal, mondiaal en sociaal”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van het Europees Comité van de Regio’s van 10 december 2025 getiteld “Duurzaam en veerkrachtig toerisme in de Europese Unie: strategie voor een evenwichtig en adaptief beheer”<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2026/761, 24.2.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/761/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het initiatiefadvies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 27 februari 2025 getiteld “Toerisme in de EU: duurzaamheid als motor voor het concurrentievermogen op lange termijn”<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2025/2014, 30.4.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/2014/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het EU-toerismedashboard,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het statistisch kader voor het meten van de duurzaamheid van toerisme,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Europese pijler van sociale rechten<FOOTNOTE><FIELD> PB C 428 van 13.12.2017, blz. 10.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Verklaring van Palma van 31 oktober 2023 getiteld “The path towards the social sustainability of tourism in the EU”, die is ondertekend door de ministers van Toerisme van de EU-lidstaten,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Europese verklaring over fietsen van 3 april 2024<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2024/2377, 3.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/2377/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het VN-verslag over toerisme van 18 september 2018 getiteld “‘Overtourism’? – Understanding and Managing Urban Tourism Growth beyond Perceptions”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Unesco-richtsnoeren inzake werelderfgoed, waaronder die van 2022 met als titel “Managing Tourism at World Heritage Sites: a Practical Manual for World Heritage Site Managers” en bijbehorende richtsnoeren inzake beheer van het gedrag van bezoekers,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mondiale gedragscode voor toerisme<FOOTNOTE><FIELD> UN Tourism, “Global Code of Ethics for Responsible Tourism – Roadmap for Responsible and Sustainable Tourism Development”, 1 oktober 1999.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van Enrico Letta van 17 april 2024 getiteld “Much more than a market” (Veel meer dan een markt),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het rapport van Mario Draghi van 9 september 2024 getiteld “The future of European competitiveness” (De toekomst van het Europese concurrentievermogen),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de in opdracht van zijn Commissie vervoer en toerisme uitgevoerde studie van 15 oktober 2018 getiteld “Overtourism: impact and possible policy responses”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 55 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie vervoer en toerisme (A10-0078/2026),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat toerisme rechtstreeks goed is voor ongeveer 5 % van het bbp van de EU en een belangrijke sociaal-economische sector vormt in termen van toegevoegde waarde, werkgelegenheid en regionale cohesie, met sterke multiplicatoreffecten in diverse sectoren; overwegende dat, als ook indirecte en overloopeffecten in aanmerking worden genomen, de totale bijdrage van de sector oploopt tot ongeveer 10 % van het bbp van de EU; overwegende dat toerisme in sommige landen en regio’s goed is voor een nog hoger aandeel in de werkgelegenheid en het bbp, waarbij het regionale ontwikkeling ondersteunt en ongelijkheden vermindert; overwegende dat 90 % van de toeristische sector in de EU bestaat uit kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s), met inbegrip van familiebedrijven die bijzonder kwetsbaar zijn voor crises; overwegende dat de toeristische sector van de EU ongeveer 2,3 miljoen kmo’s omvat en werk biedt aan ongeveer 12,3 miljoen mensen; overwegende dat Europa ondanks de heersende economische en geopolitieke tegenwind nog steeds wereldleider op het gebied van toerisme is en de meest populaire toeristische bestemming ter wereld<FOOTNOTE><FIELD> European Travel Commission, “European travel maintains momentum in early 2025 despite rising global uncertainty”, 7 mei 2025.</FIELD></FOOTNOTE> en dat de sector naar verwachting 10,5 % zal bijdragen aan het bbp van de EU, na een sterke dynamiek begin 2025<FOOTNOTE><FIELD> World Travel and Tourism Council, “Travel and Tourism to Create 4.5MN New Jobs across the EU by 2035”, 9 april 2025.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de economische waarde van toerisme steeds meer onder druk komt te staan door sociale, culturele en milieukosten, waaronder druk op de woningmarkt, hogere kosten van levensonderhoud voor bewoners, versnippering van woonruimten, niet-duurzaam gebruik van hulpbronnen en toenemende druk op essentiële infrastructuur; overwegende dat decennia van volumegerichte groei, in combinatie met lacunes in de regelgeving en het bestuur, onevenwichtig toerisme in de hand hebben gewerkt; overwegende dat deze dynamiek vraagt om beter bestuur en om slim, duurzaam en aan de locatie aangepast beheer van de vraag; overwegende dat toerisme op zich geen probleem is en dat om toerismefobie te voorkomen een holistische strategie moet worden vastgesteld die economische groei paart aan sociaal welzijn, milieubescherming, bescherming van cultureel erfgoed en territoriale veerkracht op lange termijn;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat het toeristische ecosysteem tal van sectoren omvat, waaronder vervoer, reisbureaus en touroperators, ondersteunende diensten, accommodatie en catering, scheppende kunsten en amusement, en sport- en ontspanningsactiviteiten, en dat het van cruciaal belang is de coherente ontwikkeling en veerkracht hiervan mogelijk te maken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat de stijgende huurkosten van woningen in de hele EU de onzekerheid op het gebied van huisvesting en de sociale uitsluiting verergeren; overwegende dat de situatie met name acuut is in toerisme-intensieve gebieden, waar de schaarste aan betaalbare huisvesting het moeilijk maakt om seizoensarbeiders, permanente werknemers in de toeristische sector en essentiële professionals uit de publieke sector aan te trekken en te behouden; overwegende dat de betaalbaarheid van huisvesting, het functioneren van lokale gemeenschappen, het concurrentievermogen van kmo’s in het toeristische ecosysteem en het gelijke speelveld binnen de eengemaakte markt in toenemende mate worden beïnvloed door kortetermijnverhuur; overwegende dat oplossingen voor kortetermijnverhuur moeten worden afgestemd op elke specifieke situatie, waarbij in de eerste plaats actie moet worden ondernomen op lokaal niveau;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat het concept “duurzaam toerisme” van cruciaal belang is om het concurrentievermogen van de sector te stimuleren, het cultureel en natuurlijk erfgoed van Europa te beschermen, met inbegrip van geografische aanduidingen, en een evenwicht te vinden tussen de behoeften van bezoekers en die van lokale gemeenschappen; overwegende dat duurzaamheid berust op drie onderling afhankelijke pijlers – de economische, de sociale en de ecologische – die niet los van elkaar kunnen worden gezien;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat het concept “duurzaam toerisme” van cruciaal belang is om het concurrentievermogen van de sector te stimuleren, het cultureel en natuurlijk erfgoed van Europa te beschermen, met inbegrip van geografische aanduidingen, en een evenwicht te vinden tussen de behoeften van bezoekers en die van lokale gemeenschappen; overwegende dat de seizoensgebondenheid van toerisme blijft bijdragen tot economische instabiliteit, tekorten aan arbeidskrachten en druk op lokale gemeenschappen; overwegende dat de ontwikkeling van sociaal duurzaam toerisme lokale gemeenschappen moet versterken in plaats van hen onder onnodige druk te zetten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat de EU zich volledig inzet voor de Agenda 2030 van de VN voor duurzame ontwikkeling en voor de daarin opgenomen 17 duurzameontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s), die in september 2015 door de VN zijn aangenomen; overwegende dat Eurostat de vooruitgang van de EU in de richting van de verwezenlijking van de SDG’s monitort aan de hand van een reeks van 102 indicatoren; overwegende dat toerisme een rechtstreekse bijdrage kan leveren aan de verwezenlijking van diverse SDG’s;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat de klimaatverandering steeds meer gevolgen heeft voor het toerisme, zodat het belangrijk is toeristische activiteiten, plannen, producten en voorzieningen eraan aan te passen; overwegende dat de duurzaamheid en de veerkracht in de toeristische sector nog steeds erg verschillen tussen landen, regio’s en plaatsen en dat het volgen van duurzame praktijken door de lidstaten, lokale actoren en belanghebbenden in de particuliere sector nog steeds vooral afhankelijk is van vrijwillige betrokkenheid;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat toerisme een rol heeft gespeeld bij het vormgeven van de territoriale dynamiek in veel regio’s van de EU; overwegende dat regionale benaderingen van de organisatie en ontwikkeling van deze activiteit hebben geleid tot verschillende configuraties die van invloed zijn op de groei- en welzijnstrajecten van regio’s; overwegende dat afgelegen, ultraperifere, plattelands-, perifere, dunbevolkte en insulaire regio’s en bepaalde kustgebieden unieke en uiteenlopende kenmerken hebben, waaronder kwetsbaarheid van het milieu, geografisch isolement, afzondering en afhankelijkheid van externe hulpbronnen, waardoor een beleidsaanpak vereist is die afgestemd is op de specifieke omstandigheden van deze gebieden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat vervoersconnectiviteit essentieel is voor reizen en toerisme, aangezien ze mensen verbindt met plaatsen, culturen en ervaringen; overwegende dat de huidige reis- en toerismepatronen echter aanzienlijke uitdagingen met zich meebrengen, aangezien 80 % van de reizigers slechts 10 % van de mondiale bestemmingen bezoekt<FOOTNOTE><FIELD> Greenwood G., “How connectivity is shaping the future of global tourism”, World Travel Market Global Hub, 14 januari 2025, https://hub.wtm.com/blog/connectivity-shaping-future-global-tourism/.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat het bevorderen van plattelandstoerisme en binnenlands toerisme door middel van op maat gesneden strategieën de buitensporige druk op overbevolkte kustbestemmingen in verschillende lidstaten kan verlichten; overwegende dat veel perifere, plattelands-, afgelegen, ultraperifere en insulaire regio’s onvoldoende worden aangedaan vanwege hun geografisch isolement, beperkte infrastructuur en beperkte vervoersdiensten tijdens daluren en de hoge kosten en reistijd die nodig zijn om ze te bereiken; overwegende dat de permanente geografische en connectiviteitsbeperkingen van de ultraperifere regio’s van de EU hebben geleid tot een structurele afhankelijkheid van lucht- en zeevervoer en tot blootstelling aan marktconcentratie, die alle rechtstreeks van invloed zijn op de ontwikkeling van duurzaam toerisme; overwegende dat efficiënte goederenlogistiek een belangrijke factor is voor toeristische diensten in perifere bestemmingen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat vervoer het grootste aandeel heeft in de koolstofvoetafdruk van de toeristische sector; overwegende dat duurzaam toerisme niet kan worden gerealiseerd zonder duurzame mobiliteit, met inbegrip van multimodale diversificatie, waarbij terdege rekening moet worden gehouden met de fysieke en geografische beperkingen van Europa, die van invloed zijn op de beschikbaarheid en keuze van passende en duurzame vervoersopties; overwegende dat, hoewel het spoor op dit moment slechts ongeveer 10 % van de verplaatsingen uitmaakt, en dus ver achterblijft bij wegvervoer (64 %) en vliegreizen (17 %), recent onderzoek aantoont dat 82 % van de Europeanen openstaat voor groenere reiskeuzes<FOOTNOTE><FIELD> Europese Commissie: Directoraat-generaal Communicatie, “Flash Eurobarometer 499:Houding van de Europeanen ten opzichte van toerisme”, 6 december 2021.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat veerboten essentiële vervoersdiensten van algemeen belang kunnen leveren die zorgen voor betaalbare en regelmatige verbindingen het hele jaar door, met name op eilanden en in afgelegen gebieden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat de opkomst van gespecialiseerde vormen van toerisme (gastronomisch, wijn-, bier-, nautisch, cultureel, religieus, erfgoed-, medisch, wellness-, sport-, fiets-, duik-, agri-, senioren-, eco-, regeneratief enz. toerisme) afgelegen, plattelands- en ultraperifere regio’s nieuwe mogelijkheden biedt om hun unieke landschappen, watergezichten en erfgoed onder de aandacht te brengen door middel van plaats- en themagebonden ontwikkelingsstrategieën; overwegende dat de groei van gespecialiseerd toerisme steun vereist door middel van investeringen in de nodige infrastructuur; overwegende dat deze veranderende toeristische trends de duurzaamheid van de sector kunnen versterken door reizen uit te breiden tot buiten de piekseizoenen, bezoekersstromen te spreiden en het natuurlijk en cultureel erfgoed beter te beschermen, en extra inkomsten kunnen genereren in afgelegen, dunbevolkte en insulaire regio’s;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat ongeveer 25 % van de Europeanen een handicap of beperkte mobiliteit heeft; overwegende dat volgens Eurostat het aandeel van de EU-bevolking van personen van 60 jaar en ouder, dat momenteel 21 % bedraagt, tegen 2030 naar verwachting zal stijgen tot 30 %; overwegende dat gerichte actie door middel van investeringen in toegankelijke en leeftijdsvriendelijke toeristische diensten een belangrijke kans biedt om het concurrentievermogen een impuls te geven, de kwaliteit te verbeteren en permanente vraag gedurende het hele jaar te ondersteunen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat slim toerisme gericht is op een versterking van het bestemmingsbeheer, het vergroten van de tevredenheid van bezoekers en het leveren van blijvende waarde aan lokale gemeenschappen<FOOTNOTE><FIELD> EU guide on data for tourism destinations. Smart Tourism Destinations, July 2022.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat slim toerisme afhangt van de beschikbaarheid, de analyse en het doeltreffende gebruik van gegevens; overwegende dat het gegevensecosysteem van de EU nog steeds versnipperd is; overwegende dat het initiatief voor een Europese dataruimte voor toerisme als doel heeft deze versnippering en de eruit voortvloeiende marktconcentratie tegen te gaan door een beveiligd, onderling verbonden platform voor het delen van gegevens op te zetten om de duurzaamheid en veerkracht van de sector te ondersteunen, in overeenstemming met het transitietraject voor toerisme;</P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat de EU, ondanks het kennisportaal van het EU toerismedashboard en het EU toerismeplatform, nog steeds niet beschikt over een doeltreffend en voldoende ambitieus geharmoniseerd kader voor de beoordeling van de gevolgen van toerisme, met inbegrip van de koolstofvoetafdruk, alsook van de algemene duurzaamheid en veerkracht in de verschillende lidstaten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>P.</NO.P>overwegende dat op het bbp gebaseerde, geaggregeerde prestatie-indicatoren de werkelijke sociale, territoriale en milieueffecten van toerisme niet volledig weergeven; overwegende dat toerisme niet alleen moet worden geëvalueerd aan de hand van de toename van het volume, maar ook aan de hand van duurzaamheidsindicatoren zoals sociale cohesie, territoriale duurzaamheid op lange termijn en milieu-integriteit, waarbij de territoriale draagkracht en de bescherming van de biodiversiteit richtinggevend zijn voor bestemmingsbeperkingen, maximale bezoekersaantallen en infrastructuurplanning, teneinde succes te definiëren op basis van op waarden gebaseerde ontwikkelingsmodellen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Q.</NO.P>overwegende dat beperkte gegevensuitwisseling en verkokering van de activiteiten in de belangrijkste vervoersectoren de capaciteit voor multimodaal vervoer ondermijnen en naadloos multimodaal reizen in de hele EU in de weg staan<FOOTNOTE><FIELD> Europees Bureau van Consumentenverenigingen, “Mind the gap – Making the multimodal journey the easy journey”, 22 maart 2023.</FIELD></FOOTNOTE>, waarbij wie dergelijke reizen wil boeken nog steeds op grote belemmeringen stuit;</P></CONS><CONS><P><NO.P>R.</NO.P>overwegende dat de toeristische sector arbeidsintensief is en ongeveer 5 % van de totale werkgelegenheid in de EU genereert, maar voor aanzienlijke uitdagingen staat, waaronder een percentage van 21 % aan tijdelijke banen; overwegende dat de sector een belangrijke bron van banenschepping is, met name voor jongeren, vrouwen en migrerende werknemers die moeilijkheden ondervinden om de arbeidsmarkt te betreden; overwegende dat toerisme afhankelijk is van geschoolde en toegewijde arbeidskrachten die een hoogwaardige dienstverlening en authentieke bezoekerservaringen waarborgen; overwegende dat het verbeteren van de kwaliteit van banen door middel van eerlijke beloning, stabiele werkgelegenheid en betere arbeidsomstandigheden de aanwerving en het behoud van personeel kan verbeteren, de overgang van de sector naar duurzame ontwikkeling met een hoge toegevoegde waarde kan ondersteunen en tegelijkertijd tekorten aan arbeidskrachten en sociale duurzaamheid kan aanpakken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>S.</NO.P>overwegende dat regionale economieën die afhankelijk zijn van toerisme meer blootgesteld zijn aan vraagschokken en arbeidsvolatiliteit, waardoor economische diversificatie en herindustrialisering van essentieel belang zijn voor stabiliteit en ontwikkeling op lange termijn; overwegende dat een te grote afhankelijkheid van seizoensgebonden toerisme ertoe kan leiden dat regio’s verstrikt raken in een ontwikkelingsmodel dat de productiviteitsgroei, innovatie en de opkomst van sectoren met een hogere toegevoegde waarde beperkt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>T.</NO.P>overwegende dat maar liefst 92 % van de kmo’s in de toeristische sector moeite heeft om geschoold personeel aan te werven<FOOTNOTE><FIELD> Europese Commissie: directoraat-generaal Mobiliteit en Vervoer, “Jobs and skills in tourism”.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat het tekort aan vakkrachten in de sector – een probleem dat teruggaat tot vóór de COVID-19-pandemie en dat aanhoudt ondanks de hoge werkloosheidscijfers in de hele EU – vereist dat snel wordt ingezet op om- en bijscholing om in het toerisme toekomstgerichte vaardigheden op te bouwen, alsmede groene, digitale, management-, sociale en culturele vaardigheden te ontwikkelen die de veerkracht vergroten<FOOTNOTE><FIELD> HOTREC Hospitality Europe, “Labour shortages in the hospitality sector: forward-thinking and practices sharing”, september 2022.</FIELD></FOOTNOTE>, die essentieel zijn voor het concurrentievermogen van de sector<FOOTNOTE><FIELD> Silva, S. et al., “The Value of Skills for a Sustainable Tourism and Hospitality Industry”, Tourism Hospitality, Nr. 6(1), 23 januari 2025.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat gerichte maatregelen, waaronder volgehouden publieke en particuliere investeringen, samen met EU-financieringsinstrumenten die toegankelijk zijn voor kmo’s, nodig zijn om de vaardigheden te verbeteren en ervoor te zorgen dat de toeristische sector een aantrekkelijke en concurrerende werkgever blijft;</P></CONS><CONS><P><NO.P>U.</NO.P>overwegende dat vrouwen meer dan de helft van de werknemers in de toeristische sector in de EU uitmaken, maar dat zij nog steeds aanzienlijk ondervertegenwoordigd zijn in leidinggevende en besluitvormingsfuncties en oververtegenwoordigd zijn in laagbetaalde, informele of onzekere banen, waardoor zij vaak geen adequate werkzekerheid en sociale bescherming genieten; overwegende dat dergelijke ongelijkheden de economische empowerment van vrouwen ondermijnen en het concurrentievermogen van de toeristische sector belemmeren, hetgeen duidelijk maakt dat de komende EU-strategie voor duurzaam toerisme een sterke gendergelijkheidsdimensie moet omvatten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>V.</NO.P>overwegende dat toerisme zelfs in het digitale tijdperk leeft van menselijk contact; overwegende dat zachte vaardigheden van vitaal belang zijn voor inclusief toerisme, maar dat zij desalniettemin ondergewaardeerd, onderontwikkeld en onderbetaald blijven, wat rechtstreeks van invloed is op de kwaliteit van de ervaring van bezoekers en op het welzijn van lokale gemeenschappen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>W.</NO.P>overwegende dat cultuur, erfgoed en identiteit de pijlers vormen van het duurzame en verantwoordelijke toeristische product van de EU, en dat vrijwilligers en lokale gemeenschappen een cruciale rol spelen bij het behouden en bevorderen van het levend erfgoed van elke lidstaat, met inbegrip van duurzame culturele tradities en lokale talen; overwegende dat de bescherming, het behoud en de bevordering van cultureel erfgoed interculturele betrekkingen, verzoening en culturele co-existentie kunnen bevorderen; overwegende dat de bescherming van cultureel erfgoed een proactief beheer van bezoekersstromen, bescherming van kwetsbare locaties en betrokkenheid van lokale gemeenschappen bij de besluitvormingsprocessen vereist;</P></CONS><CONS><P><NO.P>X.</NO.P>overwegende dat digitale innovatie, met inbegrip van interactieve karteringsinstrumenten, immersieve technologieën, augmented reality, gemeenschapsgebaseerde digitale platforms en “phygital”-ervaringen, de toegang tot lokaal erfgoed kunnen verbeteren, kmo’s kunnen ondersteunen en bezoekers een grotere betrokkenheid kunnen bieden bij authentieke culturele ecosystemen, met inbegrip van brouwerijtradities en lokaal vakmanschap;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Y.</NO.P>overwegende dat agrotoerisme en “van boer tot bord”- en “van akker tot bord”-initiatieven echte waardeketens creëren in plaats van eenvoudige toeleveringsketens, waardoor bezoekers een ongeëvenaarde authentieke ervaring wordt geboden en tegelijkertijd plattelandseconomieën worden versterkt, lokale producenten worden ondersteund en zorgzaamheid voor het milieu wordt bevorderd; overwegende dat dergelijke initiatieven steeds meer worden erkend als pijler voor de ontwikkeling van hoogwaardig en duurzaam toerisme in de hele EU;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Z.</NO.P>overwegende dat de Europese bedrijfstak van tentoonstellingen en zakelijke evenementen, die wordt erkend als wereldleider, een belangrijk segment van de toeristische sector en een belangrijke economische motor is, die werkgelegenheid, regionale ontwikkeling, investeringen in infrastructuur en sectoroverschrijdende groei ondersteunt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AA.</NO.P>overwegende dat de EU-milieukeur, een van verschillende duurzaamheidslabels, momenteel alleen wordt gehanteerd voor toeristische accommodatie en niet voor de hele waardeketen op toeristische bestemmingen, en dat het gebruik ervan door toeristische accommodaties weliswaar toeneemt, maar dat het algemene effect ervan op de markt beperkt blijft; overwegende dat certificering gepaard moet gaan met afdwingbare verplichtingen, transparantie in toeleveringsketens en monitoring van milieueffecten, om greenwashing te voorkomen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AB.</NO.P>overwegende dat, ondanks de vaststelling van de richtlijn kunststoffen voor eenmalig gebruik<FOOTNOTE><FIELD> Richtlijn (EU) 2019/904 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de vermindering van de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu (PB L 155 van 12.6.2019, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2019/904/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, een aanzienlijk deel van het plastic afval van de toeristische en de horecasector nog steeds buiten het toepassingsgebied van de richtlijn valt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AC.</NO.P>overwegende dat de toeristische sector van de EU de overstap moet maken naar een circulaire-economiemodel, met een grotere hulpbronnenefficiëntie op gebieden als afval-, water-, voedsel-, mobiliteits- en energiebeheer; overwegende dat deze transitie de invoering vereist van verantwoorde productie- en consumptiepraktijken, met inbegrip van het gebruik van lokale producten door de horecasector, een vermindering van de afvalstromen, hergebruik van hulpbronnen en bescherming van lokale ecosystemen; overwegende dat gegevensgestuurde plannings-, monitoring- en beheersinstrumenten van essentieel belang zijn om deze verschuiving te ondersteunen en de duurzaamheid en veerkracht van toeristische bestemmingen op lange termijn te verbeteren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AD.</NO.P>overwegende dat door de erkenning van toerisme als een van de 14 strategische industriële ecosystemen van Europa<FOOTNOTE><FIELD> Mededeling van de Commissie van 5 mei 2021 getiteld “Actualisering van de nieuwe industriestrategie van 2020: een sterkere eengemaakte markt tot stand brengen voor het herstel van Europa” (COM(2021)0350).</FIELD></FOOTNOTE> de aandacht wordt gevestigd op de noodzaak om de aannames over de inherente veerkracht van de sector<FOOTNOTE><FIELD> Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, “Building strong and resilient tourism destinations”, OECD Tourism Papers, 2025/03, OECD Publishing, Parijs, 2025, blz. 6.</FIELD></FOOTNOTE> achter zich te laten, teneinde tot een holistische Europese strategie te komen die gebaseerd is op sterke coördinatie van het beleid, die het transversale karakter van de sector weerspiegelt, alsook op gerichte en doeltreffende financiering;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AE.</NO.P>overwegende dat de Commissie de komende publicatie heeft aangekondigd van de allereerste EU strategie voor duurzaam toerisme, die een belangrijke kans biedt om een samenhangend en toekomstgericht duurzaam kader voor de sector tot stand te brengen; overwegende dat met dit initiatief moet worden gestreefd naar toekomstige groei die in overeenstemming is met de ruimere klimaat- en sociale doelstellingen van de EU, zonder onevenredige administratieve of financiële lasten te creëren voor kmo’s; overwegende dat Europees toerisme als sterk merk een strategische troef is die het concurrentievoordeel van Europa kan versterken door een duurzaam, hoogwaardig en belevenisrijk aanbod te bevorderen en tegelijkertijd spreiding en een beter beheer van de seizoensgebondenheid te ondersteunen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AF.</NO.P>overwegende dat het van essentieel belang is opnieuw te bevestigen dat toerisme een belangrijke en strategische economische sector is die de Europese identiteit bevordert, en dat toerisme niet mag worden beschouwd als een marginaal onderdeel van de economie; overwegende dat de horizontale aard van toerisme een sterke politieke en administratieve coördinatie vereist; overwegende dat een specifiek directoraat-generaal voor duurzaam toerisme dat over passende middelen beschikt een geïntegreerde institutionele benadering kan waarborgen, het beheer van bestaande financieringsprogramma’s kan verbeteren en de huidige gefragmenteerde Europese governance in de sector kan aanpakken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AG.</NO.P>overwegende dat gerichte EU-financiering, met inbegrip van proefprojecten en voorbereidende acties alsmede steun in het kader van programma’s zoals het programma voor de interne markt, Creatief Europa, Interreg, het programma Digitaal Europa en Horizon Europa, essentieel is om lokale overheden, kmo’s en culturele actoren in staat te stellen innovatieve modellen op het gebied van cultureel toerisme te testen, digitale instrumenten te ontwikkelen, thematische netwerken te versterken en succesvolle initiatieven in alle regio’s op te schalen; overwegende dat het Parlement consequent aandringt op de opname van een specifiek begrotingsonderdeel voor toerisme in de algemene begroting van de EU; overwegende dat de komende onderhandelingen over het meerjarig financieel kader (MFK) 2028-2034 een passende gelegenheid bieden om te zorgen voor een specifieke, stabiele langetermijnfinanciering voor toerisme; overwegende dat nieuwe wetgevingsvoorstellen met betrekking tot het MFK 2028-2034 een sleutelrol zullen spelen bij de ondersteuning van de schone transitie, de digitale transformatie, de ontwikkeling van vaardigheden, duurzaamheid en het algemene concurrentievermogen van het toeristische ecosysteem in alle regio’s van de EU;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Van isolement naar kansen: betere connectiviteit als hefboom voor de groei van duurzaam regionaal toerisme</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>bevestigt dat connectiviteit een voorwaarde is voor het vrije verkeer als verankerd in de Verdragen; onderstreept dat sterke connectiviteit van essentieel belang is om het toerisme evenwichtig te maken en de voordelen ervan uit te breiden naar gebieden waar weinig toeristen komen, de druk op overbezochte trekpleisters te verlichten en de heropleving van lokale economieën te ondersteunen; verzoekt de Commissie en de lidstaten toegankelijke, betaalbare en betrouwbare connectiviteit te erkennen als een essentiële dienst die ten grondslag ligt aan het vrije verkeer, aangezien er geen vrij verkeer is als er geen verkeersmiddelen zijn; pleit voor de vaststelling van duidelijke, meetbare en regelmatig bijgewerkte benchmarks om de toegankelijkheid, betaalbaarheid en kwaliteit van duurzame reisopties te beoordelen, met inbegrip van vooruitgang in de richting van onbelemmerde, inclusieve mobiliteit voor personen met een handicap en met beperkte mobiliteit, en voor afgelegen, ultraperifere, plattelands-, perifere, dunbevolkte en insulaire regio’s, met bijzondere aandacht voor kleine eilanden; onderstreept dat dergelijke benchmarks van essentieel belang zijn om connectiviteit het hele jaar door te waarborgen, lokale gemeenschappen en kmo’s te ondersteunen en de veerkracht op lange termijn van regio’s die afhankelijk zijn van toerisme te beschermen; benadrukt voorts dat de benchmarks belangrijk zijn om de Commissie en de lidstaten te ondersteunen bij het prioriteren van investeringen in infrastructuur die relevant is voor het toerisme, met als doel de territoriale cohesie te versterken, toeristenstromen te spreiden en de druk op overvolle trekpleisters te verlichten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>vestigt de aandacht op het feit dat grote luchtvaartmaatschappijen en digitale platforms een onevenredig grote invloed hebben door het sturen van markttrends, het beïnvloeden van de keuze van consumenten en het blootstellen van bestemmingen en horecabedrijven aan significante structurele risico’s; verzoekt de Commissie een studie uit te voeren naar de mate waarin de toeristische sector afhankelijk is van dominante spelers met een sterke marktpositie in de sectoren vervoer en toerisme, met inbegrip van de horeca, met een beoordeling van de bedreigingen voor de connectiviteit, eerlijke prijzen, eerlijke voorwaarden voor alle zakelijke gebruikers, de arbeidsomstandigheden, een ononderbroken dienstverlening en de veerkracht van bestemmingen op lange termijn, met bijzondere aandacht voor de structurele risico’s in plattelands-, afgelegen en eilandgebieden; verzoekt de Commissie voorts om in het kader van deze studie maatregelen te beoordelen om marktconcentratie en onredelijke gepersonaliseerde prijsstelling aan te pakken, de transparantie, eerlijke concurrentie en consumentenbescherming te versterken en het concurrentievermogen van kmo’s en lokale marktdeelnemers te vergroten, onder meer door middel van passende wettelijke, bestuursrechtelijke en financiële maatregelen, indien van toepassing;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>beschouwt efficiënte vervoersverbindingen als de basis van een duurzame, concurrerende en veerkrachtige toeristische sector in de EU, die de druk verlicht op trekpleisters die hun volle capaciteit hebben bereikt of deze overschrijden, en tegelijkertijd minder bekende, opkomende bestemmingen toegankelijk maakt en bezoekersstromen daarheen verlegt en economische voordelen eerlijker verdeelt; dringt erop aan de connectiviteit en toegankelijkheid te verbeteren, met name in afgelegen EU-regio’s en regio’s waar weinig toeristen komen, onder andere eilanden, om inclusieve groei door middel van duurzaam reizen te bevorderen, spreiding van de toeristenstromen over de seizoenen aan te moedigen en regionale ontwikkeling te ondersteunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>merkt tegelijkertijd op dat veel opkomende bestemmingen – van ultraperifere gebieden tot rurale kerngebieden, berggemeenschappen en insulaire regio’s – te kampen hebben met unieke connectiviteitsuitdagingen, en benadrukt dat in de EU-strategie voor duurzaam toerisme steunmechanismen op maat moeten worden vastgesteld waarin rekening wordt gehouden met de specifieke profielen en kwetsbaarheden van deze bestemmingen, met name om de lucht-, zee- en landverbindingen waarop hun connectiviteit gebaseerd is, te versterken; dringt erop aan dat elke uitbreiding van de connectiviteit gepaard gaat met hoogwaardige infrastructuur en betrouwbare diensten, zodat bestemmingen nieuwe of gediversifieerde toeristenstromen kunnen beheren zonder de toegankelijkheid of betaalbaarheid voor inwoners te ondermijnen, met name in de bovengenoemde kwetsbare regio’s;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>pleit ervoor het potentieel te onderzoeken voor een bredere uitrol van openbaredienstverplichtingen, met inbegrip van multimodale configuraties en grensoverschrijdende nachttreinen, die zowel ten goede moeten komen aan de inwoners als aan bezoekers, met name in afgelegen en ultraperifere gebieden, kustgebieden en eilanden, aangezien zij een belangrijke rol spelen bij het versterken van de territoriale en sociale samenhang;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>wijst op de centrale rol die de voltooide kern-, uitgebreide kern- en uitgebreide trans-Europees vervoersnetwerken (TEN-T), aangevuld met een reeks opties voor duurzame vervoersdiensten, spelen bij het realiseren van een evenwichtigere territoriale verdeling van het toerisme binnen de EU, onder andere door het bevorderen van de toeristische vraag buiten het seizoen; benadrukt dat het prioriteren van grensoverschrijdende projecten in het kader van de Connecting Europe Facility (CEF) van cruciaal belang is geweest om vooruitgang te boeken op het gebied van TEN-T, en dringt aan op een robuuste CEF-begroting in het volgende MFK ter ondersteuning van een duurzaam, toegankelijk en onderling verbonden Europees vervoerssysteem, dat in alle regio’s van de EU in dezelfde mate van vitaal belang is voor het toerisme;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>is ingenomen met de mogelijkheden die de wetgevingsvoorstellen voor het MFK 2028-2034 bieden om de EU-steun voor duurzaam, concurrerend en veerkrachtig toerisme te versterken; wijst met name op de bepalingen van de voorgestelde verordening inzake plannen voor nationaal en regionaal partnerschap<FOOTNOTE><FIELD> Voorstel van de Commissie van 16 juli 2025 voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van het Europees Fonds voor economische, sociale en territoriale cohesie, landbouw en platteland, visserij en maritieme zaken, welvaart en veiligheid voor de periode 2028-2034 en tot wijziging van Verordening (EU) 2023/955 en Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 (COM(2025)0565).</FIELD></FOOTNOTE>, waarin diensten inzake duurzaam toerisme worden erkend als specifieke doelstelling en waarin mogelijkheden worden geboden voor investeringen in de digitale transformatie, benaderingen inzake circulaire economie, duurzame mobiliteit, verbetering van vaardigheden en bijscholing van arbeidskrachten, diversificatie van het toerisme, aanpassing aan de klimaatverandering en bestemmingsbeheer; erkent dat de voorgestelde verordening tot oprichting van het Europees Fonds voor concurrentievermogen<FOOTNOTE><FIELD> COM(2025)0555).</FIELD></FOOTNOTE> vooruitzichten biedt voor de ondersteuning van duurzaam toerisme, via de maatregelen op het gebied van schone transitie, decarbonisatie van de industrie en bevordering van het concurrentievermogen van kmo’s; merkt echter op dat het nieuwe MFK-voorstel opnieuw geen EU-programma en geen op zichzelf staande begrotingslijn voor duurzaam toerisme omvat, en merkt op dat er onduidelijkheid blijft bestaan over de beschikbaarheid van EU-financiering voor de ontwikkeling van secundaire en capillaire vervoersnetwerken, die nodig zijn om de duurzame ontwikkeling van de toeristische sector te ondersteunen, de toeristenstromen te diversifiëren en de toegankelijkheid van afgelegen, perifere, ultraperifere en insulaire regio’s te ondersteunen; benadrukt dat het volgende MFK er niet toe mag leiden dat een aanzienlijk aantal regio’s wordt gemarginaliseerd of dat projecten die geïntegreerd zijn in het mondiale netwerk minder financiering krijgen, teneinde territoriale verschillen te voorkomen en de sociale en territoriale cohesie van de EU te handhaven; is bezorgd over het feit dat de ultraperifere gebieden aankijken tegen verminderde medefinanciering, ondanks hun grote afstand tot het continent en de daaruit voortvloeiende behoefte aan veilige connectiviteit en duurzame investeringen; herhaalt bovendien dat de eilanden en ultraperifere gebieden van de EU, die te maken hebben met een grotere concurrentiedruk van niet-EU-regio’s, van vitaal belang zijn voor de regionale toeristische economie van de EU en voldoende CEF- en andere financiering moeten ontvangen om de connectiviteitsinfrastructuur te verbeteren, bezoekers aan te trekken en ervoor te zorgen dat hun groei steeds duurzamer wordt en dat zij concurrerend blijven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>bevestigt dat specifieke EU-financiering voor duurzaam toerisme een aanzienlijk rendement kan opleveren door de veerkracht van de sector te versterken, de groene en de digitale transitie ervan te bevorderen in overeenstemming met de beleidsprioriteiten van de EU en te zorgen voor duurzame, evenwichtige en inclusieve groei, alsmede langdurig concurrentievermogen voor alle Europese bestemmingen, waaronder een sterkere territoriale en sociale samenhang in perifere, ultraperifere en insulaire regio’s; benadrukt dat de opname van een dergelijke begrotingslijn van essentieel belang is om de doeltreffende uitvoering van de komende EU-strategie voor duurzaam toerisme te waarborgen; dringt er intussen op aan dat de gids over EU-financiering voor toerisme wordt geactualiseerd en herzien met het oog op het volgende MFK;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>dringt erop aan dat, naast het volgende MFK, ook in de EU-strategie voor duurzaam toerisme prioriteit wordt gegeven aan en duidelijke financieringsmechanismen worden vastgesteld ter ondersteuning van de transitie naar modellen inzake duurzaam toerisme in regio’s die worden getroffen door seizoensgebondenheid, de klimaatverandering, demografische druk, permanente of intense bezoekersdruk, verminderde aantrekkelijkheid, hoge sectorale specialisatie en aantasting van activa, en in kleine en middelgrote en opkomende bestemmingen met een hoog potentieel voor het ontvangen van gasten; benadrukt dat met dergelijke financiering proefprojecten, capaciteitsopbouw en structurele transformatie moeten worden ondersteund, waarbij prioriteit moet worden gegeven aan duurzame infrastructuur, schone connectiviteit, territoriale diversificatie en opleidingsprogramma’s die lokaal talent versterken en werknemers helpen zich aan te passen aan nieuwe behoeften op het gebied van vaardigheden en aan nieuwe marktbehoeften;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten alles in het werk te stellen om mobiliteit in het kader van duurzaam toerisme te integreren in het vervoersbeleid van de EU, met investeringen in laatstekilometerverbindingen, met inbegrip van openbaar vervoer, actieve mobiliteit en duurzame en betaalbare stedelijke mobiliteitsoplossingen, ten behoeve van zowel bezoekers als inwoners; verzoekt de Commissie gerichte steun te verlenen voor het gebruik van emissiearme of emissievrije voertuigen in het toerisme, bijvoorbeeld via stimulansen voor het leasen van elektrische voertuigen en oplaadinfrastructuur, met name in insulaire, plattelands-, berg- en ultraperifere gebieden, om duurzame mobiliteit een impuls te geven en de milieuvoetafdruk van bezoekers te verkleinen; verzoekt de Commissie de promotie van het bestaande EU-platform voor toerisme op te voeren en de uitwisseling van succesvolle modellen voor bezoekersbeheer en beste praktijken tussen bestemmingen te vergemakkelijken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>herinnert eraan dat het tempo van deze transitie afhankelijk is van adequate laadinfrastructuur op het niveau van de bestemming, met inbegrip van snellaadoplossingen waarmee kan worden voorzien in de behoeften van het bedrijfs-, operationele en personenvervoer, en benadrukt dat gerichte financiële steun van de EU, geschraagd door duidelijke benchmarks, van essentieel belang is om emissievrije energiebronnen in het hele toeristische ecosysteem op te schalen en ervoor te zorgen dat het koolstofvrij maken van mobiliteit helpt bij het verwezenlijken van de klimaatdoelstellingen en van een duurzaam bestemmingsbeheer; benadrukt voorts dat moet worden gezorgd voor adequate logistieke infrastructuur en intermodale verbindingen ter ondersteuning van toeristische toeleveringsketens en lokale economische ecosystemen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>dringt aan op meer financiële steun van de EU om openbaarvervoersdiensten te versterken, zodat deze meer multimodaal, toegankelijker, betrouwbaarder en flexibeler kunnen worden en beter kunnen worden afgestemd op de territoriale omstandigheden, met name in insulaire en afgelegen gebieden; benadrukt dat dergelijke diensten adequate toegang voor bewoners moeten waarborgen en tegelijk de connectiviteit van gemeenschappen, de sociale inclusie en de toegankelijkheid van toeristische bestemmingen moeten verbeteren; stelt voor dat de Commissie, wanneer de bestaande maatregelen ontoereikend blijken om hardnekkige structurele nadelen aan te pakken, andere instrumenten voorstelt om de structurele nadelen te compenseren waarmee burgers en bedrijven in perifere, insulaire en ultraperifere gebieden worden geconfronteerd, en om billijke toegang te waarborgen en de levensvatbaarheid en cohesie van deze regio’s op lange termijn te garanderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>erkent fietstoerisme als een strategische Europese sector, hetgeen tot uitdrukking komt in de Europese verklaring over fietsen, en wijst erop dat de EU in deze sector wereldleider is; benadrukt het feit dat initiatieven zoals EuroVelo, het Europees netwerk van langeafstandsfietsroutes, belangrijk zijn voor het bevorderen van trajectgericht toerisme; dringt aan op stimulansen en investeringen om deze initiatieven te versterken en de aanzienlijke economische voordelen ervan in alle regio’s, met inbegrip van plattelands-, perifere en grensoverschrijdende gebieden, te vergroten; benadrukt dat dergelijke initiatieven duurzame mobiliteitsopties bevorderen, lokale gemeenschappen en kmo’s versterken en de sociale en geografische inclusie versterken; verzoekt de Commissie en de lidstaten de ontwikkeling en uitbreiding van Europese langeafstandsroutes voor fietstoerisme, de modernisering van fietsinfrastructuur en de verbetering van de verkeersveiligheid voor fietsers te blijven ondersteunen, onder meer door middel van specifieke financieringsinstrumenten en nauwe samenwerking met regionale en lokale overheden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>wijst op de cruciale rol van zeeverbindingen in insulaire, kust- en perifere gebieden, waar zij een essentiële dienst vormen voor zowel inwoners als toeristen; benadrukt het belangrijke karakter van openbaredienstverplichtingen, moderne vloten en slimme dienstregelingen waarbij een evenwicht wordt gevonden tussen de lokale mobiliteitsbehoeften en de toeristenstromen en die helpen de seizoensgebonden druk te verlagen; verzoekt de EU duurzame vervoersopties te blijven ondersteunen, zoals veerboten die koolstofneutrale brandstoffen en batterijen gebruiken en elektrische en hybride veerboten met technologieën voor walstroomvoorziening, aangevuld met maatregelen om hybride elektrische vliegtuigen te bevorderen, met prioriteit voor eilanden en ultraperifere en perifere gebieden, mits de technologische en economische levensvatbaarheid is aangetoond, en ondersteund door evenredige maatregelen voor exploitanten en gebieden die sterk afhankelijk zijn van lucht- en zeeverbindingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>dringt er bij de Commissie op aan een follow-up te geven aan het onderzoek naar de voor- en nadelen van een mogelijke wederzijdse erkenning van vaarbewijzen voor exploitanten van pleziervaartuigen door een wetgevingsvoorstel in te dienen om de mobiliteit van de ongeveer 48 miljoen Europese schippers te vergemakkelijken en de duurzame ontwikkeling van het nautisch toerisme en de blauwe economie te ondersteunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>benadrukt dat binnenvaarttoerisme en activiteiten aan de waterkant, zoals fietsen, lopen, gastronomie en het bezoeken van culturele attracties, bezoekers in staat stellen lokaal erfgoed en landschappen op een milieuvriendelijke manier te ontdekken; dringt bijgevolg aan op meer investeringen in Europese rivieren en kanalen om de biodiversiteit te beschermen en de veerkracht van het watersysteem te versterken, gezien het aanzienlijke potentieel ervan voor duurzaam toerisme en voor een evenwichtigere spreiding van de toeristenstromen over de regio’s;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>erkent dat het spoor een hoeksteen van duurzaam toerisme is en een haalbaar alternatief vormt voor meer verontreinigende vervoerswijzen; dringt aan op meer investeringen in de hele spoorweginfrastructuur van de EU, met name in grensoverschrijdende trajecten en trajecten die van vitaal belang zijn voor de internationale connectiviteit, naast meer steun voor secundaire en capillaire netwerken, om de toegankelijkheid van afgelegen en perifere regio’s te waarborgen; herinnert eraan dat spoorwegen op eilanden kunnen worden ontwikkeld als een duurzame vervoerswijze en als een manier om multimodale connectiviteit te waarborgen, en dat er zowel grensoverschrijdende projecten als spoorweginitiatieven in eilandregio’s mee kunnen worden ondersteund;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>herhaalt dat van intermodaliteit een strategische prioriteit moet worden gemaakt, waarbij rechtstreekse verbindingen tussen luchthavens, treinstations en havens moeten worden bevorderd, en erkent dat spoorverbindingen en intermodale terminals ook belangrijk zijn voor het leveren van goederen en diensten die eveneens toeristische bestemmingen ondersteunen; dringt daarnaast aan op een vereenvoudigde verkoop van treintickets om de reisflexibiliteit en de aantrekkelijkheid van de spoorwegsector te verbeteren, in combinatie met een snelle uitrol van een naadloos geïntegreerd ticketverkoopsysteem voor spoor-, lucht- en zeevervoersdiensten, duidelijkere passagiersinformatie en eenvoudigere grensoverschrijdende boekingsmethoden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>is ingenomen met de visie voor een netwerk van hogesnelheidstreinen om efficiënte treinverbindingen tussen Europese steden te bevorderen als alternatief voor korteafstandsvluchten, en tegelijkertijd het toerisme uit te breiden naar perifere regio’s buiten de traditionele trekpleisters; merkt echter op dat diverse technische belemmeringen nog moeten worden aangepakt, bijvoorbeeld in verband met de verschillen tussen bepaalde nationale/regionale spoorwijdten en de Europese standaardspoorwijdte; beschouwt voorts nachttreinen als een belangrijke troef om het toerisme te diversifiëren, de ontwikkeling mogelijk te maken van bestemmingen waar weinig toeristen komen en duurzamere vormen van toerisme te bevorderen, zoals plattelands-, cultureel en ecotoerisme;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>herinnert eraan dat spoorwegtoerisme met historische en erfgoedtreinen steeds belangrijker wordt als innovatief middel om duurzaam reizen te bevorderen en culturele ervaringen op lokaal en regionaal niveau te verrijken, en tegelijkertijd het cultureel en natuurlijk erfgoed te beschermen; onderstreept dat het herstel van afgedankte of onderbenutte traditionele spoorlijnen en rollend materieel en de herbestemming hiervan voor het toerisme kunnen bijdragen tot de regeneratie van toeristische bestemmingen, het behoud van natuurlijke landschappen en lokale omgevingen, en het creëren van nieuwe toeristische mogelijkheden die de ervaringen van bezoekers verbeteren, terwijl de bescherming en duurzame ontwikkeling van lokale en regionale gebieden wordt ondersteund; dringt erop aan EU-financiering beschikbaar te stellen voor het herstel, de transformatie en de modernisering van rollend materieel en vervoersinfrastructuur, met inbegrip van spoorwegen, wegen en fietspaden, die toeristische bestemmingen bedienen, teneinde historische, culturele en duurzame routes te ondersteunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>erkent dat zowel vervoer als toerisme een aanzienlijke impact hebben op de energiebehoeften van toeristische bestemmingen in de EU; dringt erop aan toerisme en alle vervoerswijzen – spoor, weg, zee en lucht – op te nemen in het toekomstige beleid en de toekomstige acties van de EU op het gebied van energie, om bestemmingen te ondersteunen bij hun duurzame transitie en tegemoet te komen aan hun specifieke behoeften op het gebied van infrastructuur; verzoekt de Commissie meer steun te verlenen voor de energie-infrastructuur van de toeristische sector en verzoekt de lidstaten de energiebehoeften van de sector op te nemen in hun nationale energie- en klimaatplannen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>is verheugd over het investeringsplan voor duurzaam vervoer en verwacht dat dit investeringen zal aanmoedigen in duurzame brandstoffen voor de luchtvaart en de scheepvaart, met inbegrip van de bestaande vloot van pleziervaartuigen, sectoren waar de transitie moeilijk te verwezenlijken is; dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan ervoor te zorgen dat het traject naar een nettonuluitstoot, met name de omschakeling naar duurzame brandstoffen, niet gepaard gaat met verborgen kosten, buitensporige administratie, oneerlijke toeslagen voor luchtvaartmaatschappijen die de ticketprijzen voor toeristen, inwoners en kmo’s de hoogte in jagen en onevenredige operationele of infrastructuurkosten voor de ultraperifere gebieden, eilanden en afgelegen gebieden; waarschuwt voor de invoering van nieuwe fiscale maatregelen, zoals een brandstofbelasting, die de connectiviteit, de betaalbaarheid en het concurrentievermogen van de toeristische sector in gevaar kunnen brengen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>wijst erop dat milieubelastingen op het toerisme (ecobelastingen) tastbare resultaten kunnen opleveren voor lokale gemeenschappen via de financiering van projecten voor inwoners en voor het milieu; merkt op dat een aantal steden en regio’s dergelijke ecobelastingen al heeft ingevoerd, met positieve resultaten, die moeten worden geanalyseerd, waarna deze belastingen eventueel kunnen worden gebruikt als voorbeelden van beste praktijken; verzoekt de Commissie deze voorbeelden op te nemen in haar komende strategie voor duurzaam toerisme, om de lidstaten en regio’s aanvullende richtsnoeren te bieden om investeringen in duurzaam toerisme te ondersteunen en zo bij te dragen tot een evenwichtige territoriale ontwikkeling en tot gedeelde welvaart;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>erkent dat de cruiseschepenindustrie een belangrijke Europese sector is die de scheepsbouw- en de herstelindustrie ondersteunt, waarin de EU wereldleider blijft, maar erkent dat op sommige bestemmingen uitdagingen bestaan op het gebied van duurzaamheid; dringt aan op stimuleringsregelingen en investeringen om de beschikbaarheid van duurzame walstroomvoorziening uit te breiden en overnachtingen of langere verblijven in havens te bevorderen, met name in grote cruisehavens; moedigt een permanente dialoog met de sector aan om ervoor te zorgen dat havenaanlopen en langere verblijven bijdragen tot lokale waardecreatie, duurzame mobiliteit en minder congestie; benadrukt dat duurzaam beheer van cruiseactiviteiten en cruiseverkeer moet worden aangemoedigd om ervoor te zorgen dat de economische voordelen in evenwicht zijn met de milieu-integriteit van bestemmingen en leiden tot een groter maatschappelijk welzijn van lokale gemeenschappen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>is in dit verband van mening dat in het kader van een beter bestemmingsbeheer rekening moet worden gehouden met alle binnenkomsten van schepen in havens; beklemtoont voorts dat de geplande aankomsten op evenwichtige en proportionele wijze moeten worden gespreid door middel van systemen voor de toewijzing van aanlegplaatsen, teneinde de druk op bestemmingen tijdens piekdagen te verminderen en lokale economische voordelen te maximaliseren en tegelijkertijd de milieueffecten op bestemmingen tot een minimum te beperken; benadrukt voorts dat een methode moet worden ontwikkeld om de capaciteit te berekenen van bestemmingen die passagiers van cruiseschepen ontvangen; benadrukt in dit verband de essentiële rol die organisaties voor bestemmingsbeheer spelen, samen met lokale overheden en belanghebbenden, bij het beheren van bezoekersstromen en het garanderen dat het cruisetoerisme bijdraagt tot duurzame lokale ontwikkeling; beveelt de Commissie aan voorbeelden van goede praktijken te verzamelen die als model kunnen dienen voor andere sectoren in de hele EU, voortbouwend op initiatieven zoals haar verslag van 2023 over goede praktijken voor duurzaam cruisetoerisme, teneinde de duurzaamheid en het concurrentievermogen van het toerisme te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>benadrukt dat er behoefte is aan sterke, afdwingbare passagiersrechten voor alle vervoerswijzen, met inbegrip van complexe multimodale reizen, om het concurrentievoordeel van Europa in het mondiale toerisme te behouden en tegelijk innovatie, concurrentievermogen en investeringen in de vervoerssector te ondersteunen; neemt kennis van de toenemende verwachtingen van reizigers op het gebied van betrouwbaarheid, transparantie en bescherming in geval van verstoringen en vertragingen, vooral bij reizen met meer vervoerswijzen of exploitanten; onderstreept in dit verband dat een EU-strategie moet worden ontwikkeld voor het efficiënte vervoer van toeristen, waarbij de wachttijden worden verkort en het aantal dubbele procedures en administratieve belemmeringen wordt verminderd, terwijl vooruitgang wordt geboekt met de interoperabiliteit van tickets en reisdocumenten, en grenscontroles efficiënter worden gemaakt; wijst erop dat het uiterst belangrijk is dat reizigers met een handicap en met beperkte mobiliteit beschikken over degelijke passagiersrechten, in de eerste plaats om te zorgen voor meer inclusiviteit en sociale billijkheid, maar ook om de reputatie van Europa als aanbieder van toegankelijke, hoogwaardige toeristische en vervoersdiensten te versterken, en zo het concurrentievermogen van het Europese toerisme verder te verbeteren;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Europese bestemmingen in staat stellen lokale excellentie te bevorderen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>waarschuwt dat onevenwichtig toerisme bestemmingen onder druk dreigt te zetten, lokale gemeenschappen en inwoners schade dreigt te berokkenen en de ecologische en culturele aantrekkingskracht van Europa dreigt uit te hollen; benadrukt dat, wanneer het goed wordt gepland, toerisme daarentegen een enorme waarde en een enorm potentieel inhoudt om inclusieve voordelen te genereren, de sociale cohesie te versterken, cultureel erfgoed te beschermen en hoogwaardige werkgelegenheid te creëren; herhaalt dat toerisme, als integrerend onderdeel van de industriestrategie van de EU, doeltreffende governance vereist, ook op het niveau van bestemmingen, alsmede gecoördineerde beleidsmaatregelen om de vraag strategisch te verdelen tussen gevestigde en opkomende bestemmingen; verzoekt de Commissie en de lidstaten daarom actie te ondernemen, bijvoorbeeld door het bevorderen van de vraag buiten het seizoen; verzoekt de lidstaten de diversificatie en bevordering van minder bezochte bestemmingen en activiteiten te stimuleren, en benadrukt dat deze inspanningen moeten worden ondersteund door datagestuurde plannings- en bewustmakingsinitiatieven om de status van Europa als mondiale topbestemming te behouden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>is ervan overtuigd dat de veerkracht van de sector bij het aangaan van diverse uitdagingen een duidelijke strategie, welomschreven doelstellingen en participatieve, empirisch onderbouwde beleidsvorming en wetgeving vereist; is in dit verband ingenomen met het initiatief van de Commissie om de eerste EU-strategie voor duurzaam toerisme te ontwikkelen en erkent het potentieel hiervan om de lidstaten, regio’s en belanghebbenden in de sector een alomvattend kader te bieden voor het vormgeven van een duurzamer, innovatiever, evenwichtiger en inclusiever model van toerisme; is van mening dat in de strategie de rol van toerisme moet worden geherdefinieerd zodat niet alleen rekening wordt gehouden met de onmiddellijke economische impact ervan, maar ook de bijdrage ervan aan gedeelde welvaart, sociale cohesie en evenwichtige regionale ontwikkeling wordt erkend; dringt, parallel aan deze strategie, aan op een uitvoeringsplan waarin de behoeften en de verschillende niveaus van connectiviteit van elke toeristische regio en bestemming worden beoordeeld, waarbij prioriteit wordt gegeven aan toeristische infrastructuur in kwetsbare bestemmingen; benadrukt dat dit plan moet worden ondersteund door een passend financieringsprogramma, een duidelijk tijdschema en een degelijk evaluatieproces, om een coherente en rechtvaardige transitie voor Europa te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>benadrukt dat Europa, om te slagen in een steeds concurrerender mondiaal reislandschap, sterkere coördinatie en investeringen op EU-niveau nodig heeft om zijn internationale zichtbaarheid te vergroten; dringt erop aan om binnen de EU-strategie voor duurzaam toerisme een samenhangend “Bestemming Europa”-kader te ontwikkelen dat een aanvulling vormt op nationale en regionale strategieën, de mondiale aantrekkingskracht van Europa versterkt en zorgt voor een consistente, hoogwaardige indruk van het continent, waarbij lokale excellentie hoog in het vaandel wordt gedragen en de transitie van Europa naar een wereldwijde modelbestemming uiterlijk in 2030 wordt ondersteund;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>dringt erop aan om binnen de Commissie een specifiek directoraat-generaal voor duurzaam toerisme op te richten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>benadrukt dat het transversale karakter van de sector naar behoren moet worden weerspiegeld in al het relevante EU-beleid, door de wetgeving inzake vervoer, milieu, regionale en plattelandsontwikkeling, digitalisering, concurrentievermogen, werkgelegenheid, onderwijs en toegang tot betaalbare huisvesting op elkaar af te stemmen, en gebruik te maken van expertise op al deze gebieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>wijst op het belang van gestructureerde modellen voor meerlagig bestuur waarbij lokale en regionale overheden, organisaties voor bestemmingsbeheer en particuliere belanghebbenden systematisch worden betrokken, zodat coherente en inclusieve toerismestrategieën worden gewaarborgd; benadrukt dat organisaties voor bestemmingsbeheer een strategisch voordeel bieden wanneer zij hun lokale aanwezigheid benutten om hun outreach uit te breiden en partnerschappen op te bouwen met alle relevante belanghebbenden in het toeristische ecosysteem, met inbegrip van kmo’s; benadrukt dat veel kleine en landelijke bestemmingen niet over de administratieve en analytische capaciteit beschikken om strategieën voor duurzaam toerisme te ontwikkelen en uit te voeren, en dat zij baat zouden kunnen hebben bij gerichte EU-steun om hun capaciteiten op het gebied van bestemmingsbeheer te versterken; verzoekt de lidstaten voorts de rol van organisaties voor bestemmingsmanagement te versterken door middel van financiële steun, technische capaciteit, coördinatie van hun activiteiten en bijscholing van de werknemers die nodig zijn om het bestemmingsbeheer doeltreffend te sturen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>wijst erop dat gestructureerde modellen voor meerlagig bestuur in de toeristische sector moeten worden versterkt door ontwikkeling en regelmatige actualisering van plannen voor bestemmingsbeheer, wat gecoördineerd wordt door organisaties voor bestemmingsbeheer in samenwerking met regionale en lokale overheden, belanghebbenden in de toeristische sector en bewoners, met als doel een coherente en inclusieve benadering te waarborgen en organisaties voor bestemmingsbeheer in staat te stellen een divers toeristisch aanbod op lokaal niveau te coördineren en hiervoor reclame te maken; benadrukt dat plannen voor bestemmingsbeheer gebaseerd moeten zijn op duidelijke duurzaamheidsindicatoren en, in voorkomend geval, op capaciteitsbeoordelingen, zodat op feiten gebaseerde planning en het concurrentievermogen op de lange termijn gewaarborgd kunnen worden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>stelt vast dat een breder regionaal perspectief op toerisme de coherentie van vervoers- en toerismeplanning ten goede kan komen, versnippering van beleid kan verminderen en meer gelijkheid, integratie en samenwerking tussen gebieden met verschillende niveaus van toerisme-intensiteit kan bevorderen; benadrukt de belangrijke rol van lokale en regionale overheden bij het vormgeven van strategieën voor duurzaam toerisme, het ontwikkelen van thematische culturele routes, het bevorderen van de lokale identiteit, het beschermen van cultureel en immaterieel erfgoed en het ondersteunen van vanuit de gemeenschap geleide toeristische initiatieven; benadrukt tegelijkertijd dat het belangrijk is toerisme te integreren in strategieën voor regionale herindustrialisering en slimme specialisatie, zodat toerisme een gediversifieerde productieve basis ondersteunt en aanvult in plaats van deze te vervangen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>wijst op de bijzondere kwetsbaarheid van toeristische bestemmingen, waar de vervreemding van bewoners, overbelaste infrastructuur, toenemende gevolgen voor het milieu en bedreigingen voor de lokale cultuur en het lokale erfgoed steeds acuter worden; moedigt ertoe aan om minder bezochte regio’s zichtbaarder te maken en regionale toeristische knooppunten te ontwikkelen op basis van erfgoed, gastronomie, natuur en lokale culturele activiteiten, teneinde lokale excellentie te vergroten en een duurzaam groeimodel te bevorderen dat verder gaat dan het verzadigde zon-en-strandaanbod; dringt er voorts bij de Commissie en de lidstaten op aan initiatieven te financieren die erop gericht zijn historische dorpen nieuw leven in te blazen en traditionele lokale producten te bevorderen, waar ook de ontwikkeling van groene routes en andere natuurpaden bij hoort, alsook een keurmerk in te voeren voor omgevingen die bijzonder geschikt zijn voor plattelands- en natuurtoerisme, vergelijkbaar met het “blauwe vlag”-systeem voor stranden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>merkt op dat emissiearme en emissievrije korte reizen de regionale cohesie versterken doordat zij de waarde lokaal houden en het door kmo’s gedragen, lokaal verankerde toerisme in landinwaarts gelegen gebieden en landbouwgebieden bevorderen; onderstreept dat buurttoerisme bijdraagt aan het verlichten van de druk op overvolle bestemmingen en het in stand houden van economische activiteit gedurende het hele jaar, arbeidsstabiliteit en demografische veerkracht in dunbevolkte gebieden; benadrukt dat korte toeristische ketens die bezoekers in contact brengen met microproducenten, zoals microbrouwerijen, kleine wijnproducenten, ambachtslieden en culturele verenigingen, moeten worden versterkt; pleit in dit verband voor de oprichting en erkenning op EU-niveau van thematische lokale netwerken om lokaal en regionaal erfgoed te promoten en cultureel en regeneratief toerisme te versterken; vestigt de aandacht op de rol van interactieve digitale instrumenten en thematische digitale platforms, thematische interactieve kaarten en evenementenkalenders om de zichtbaarheid te bevorderen en lokale excellentie onder de aandacht te brengen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>wijst erop dat de cohesie- en ontwikkelingsfondsen een positieve rol spelen bij investeringen in toerisme, cultuur en agrovoeding; merkt op dat regio’s die deze fondsen benutten, moeten worden ondersteund bij het vaststellen van toeristische concepten waarbij planning en uitvoering samengaan; dringt aan op meer EU-steun voor agrotoerisme en “van boer tot bord”- en “van akker tot bord”-initiatieven die echte waardeketens en authentieke toeristische ervaringen creëren; onderstreept dat deze modellen plattelandseconomieën versterken, lokale producenten ondersteunen, het toeristisch aanbod diversifiëren en bijdragen aan duurzaam toerisme van hoge kwaliteit in de hele EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>erkent dat sport, actief toerisme en outdoortoerisme het potentieel hebben bij te dragen aan regionale ontwikkeling, een gezonde levensstijl te bevorderen en seizoengebondenheid te verminderen, en dringt aan op een meer systematische integratie van sportinfrastructuur in toeristische kaders; benadrukt tegelijkertijd dat gezondheids-, kuur- en medisch toerisme kansen bieden, met name in vergrijzende samenlevingen, en pleit voor de ontwikkeling van kwaliteitsnormen en grensoverschrijdende samenwerking in dit groeiende segment; benadrukt in dit verband dat inclusief en toegankelijk toerisme beter voor het voetlicht moet worden gebracht, dat het aanbod en de zichtbaarheid van toegankelijke diensten moeten worden verbeterd en dat vormen van toerisme moeten worden ontwikkeld die zowel de bewoners als de bezoekers ten goede komen, met name ouderen en personen met een handicap;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>herhaalt dat de horecasector een centrale pijler vormt van het Europese toeristische ecosysteem en culturele weefsel, en nauw verbonden is met lokale kmo’s, culturele instellingen en regionale arbeidsmarkten; benadrukt dat Europese restaurants, cafés en bars — voornamelijk micro-ondernemingen en familiebedrijven — een cruciale rol spelen bij het scheppen van werkgelegenheid op alle kwalificatieniveaus en het behoud van de lokale identiteit en het lokale cultureel erfgoed; dringt aan op beleid dat horecabedrijven ondersteunt bij het aanbieden van hoogwaardige ervaringen aan gasten, het bevorderen van een bruisend cultureel leven, het verhogen van de kwaliteit van banen in de sector en het creëren van duurzame langetermijnwaarde voor Europese bestemmingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>is verheugd over de verordening betreffende kortetermijnverhuur van accommodatie<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2024/1028 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 betreffende het verzamelen en delen van gegevens met betrekking tot diensten voor kortetermijnverhuur van accommodatie en tot wijziging van Verordening (EU) 2018/1724 (PB L, 2024/1028, 29.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1028/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, die met ingang van 20 mei 2026 van toepassing wordt in alle lidstaten, en beschouwt deze als een positieve stap in de richting van een doeltreffender bestemmingsbeheer; spreekt evenwel zijn bezorgdheid uit over de niet-gereguleerde groei van kortetermijnverhuur en de gevolgen daarvan voor de woningmarkt, met name de betaalbaarheid van woonruimte voor lokale bewoners en essentiële werknemers, voor de sociale cohesie — onder andere omdat bewoners en gemeenschappen verdreven worden uit hun sociale omgeving en het lokale bestuur — en voor stedelijke en essentiële diensten, die rechtstreeks van invloed zijn op het leven van de lokale bevolking; herinnert eraan dat in het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie in gevoegde zaken C-724/18 en C-727/18<FOOTNOTE><FIELD> Arrest van het Hof van Justitie (grote kamer) van 22 september 2020, Cali Apartments SCI en HX/Procureur général près la cour d’appel de Paris, Ville de Paris, gevoegde zaken C-724/18 en C/727/18, ECLI:EU:C:2020:743.</FIELD></FOOTNOTE> wordt gesteld dat de regulering van kortetermijnverhuur op nationaal, regionaal of lokaal niveau kan worden gerechtvaardigd door een legitiem algemeen belang, mits de vastgestelde maatregelen noodzakelijk, passend en evenredig zijn; verzoekt de Commissie dan ook om snel met wetgevingsvoorstellen te komen tot vaststelling van een samenhangend, op gegevens gebaseerd en duurzaam EU-kader voor kortetermijnverhuur, waarbij dienstverleningsnormen en duidelijke categorieën voor verhuurders worden vastgesteld en de lidstaten, met inbegrip van regionale en lokale overheden, in staat worden gesteld om evenredige en empirisch onderbouwde maatregelen toe te passen, zoals een maximumaantal overnachtingen, vergunningsregelingen, compensatie en zonering, en herinnert eraan dat het huisvestingsbeleid in de eerste plaats onder de bevoegdheid van de lidstaten valt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>herhaalt dat toerisme moet worden beschouwd als een strategische kans die berust op de duurzame co-existentie van bezoekers en bewoners; is van mening dat kortetermijnverhuur, waarbij sprake is van persoonlijk contact tussen verhuurder en gast, zoals oorspronkelijk het uitgangspunt was, de lokale betrokkenheid bij het toerisme kan stimuleren en meer authentieke ervaringen mogelijk kan maken; wijst erop dat het toestaan van gebruik van woningen voor toeristische doeleinden gezinnen extra inkomsten kan opleveren en kan helpen bij de financiering van energie-efficiënte renovaties; onderstreept evenwel dat datgene wat begon als een model van de deeleconomie zich steeds meer heeft ontwikkeld tot een gecommercialiseerde sector, die momenteel grotendeels wordt gedomineerd door commerciële verhuurders die meerdere vormen van accommodatie beheren, maar niet aan dezelfde verplichtingen zijn gebonden als traditionele aanbieders van accommodatie; verlangt dat duidelijk onderscheid wordt gemaakt tussen commerciële en niet-commerciële kortetermijnverhuur; benadrukt dat alle regelgevingsmaatregelen evenredig moeten blijven, afgestemd moeten zijn op de lokale context en rekening moeten houden met lokale toeristische economieën en gemeenschappen, en de lidstaten, regio’s en lokale overheden tegelijkertijd de flexibiliteit moeten bieden om maatregelen te ontwikkelen en uit te voeren die zijn afgestemd op hun specifieke lokale omstandigheden en woningmarkten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>benadrukt, gezien het feit dat platforms een centrale rol spelen op de markt voor kortetermijnverhuur, dat solide handhavingsmechanismen nodig zijn om ervoor te zorgen dat alleen kortetermijnverhuur die aan de regels voldoet op digitale platforms wordt vermeld, en dat door de autoriteiten geconstateerde illegale kortetermijnverhuur onmiddellijk moet worden verwijderd; onderstreept voorts dat duidelijke zorgvuldigheidsvereisten voor platforms van essentieel belang zijn, met inbegrip van de verificatie van registratienummers, en dat deze vereisten gepaard moeten gaan met versterkte controlemechanismen om frauduleuze of ongeldige registraties te voorkomen, en met doeltreffende kennisgevings-, actie- en verwijderingsmechanismen waarmee gezorgd kan worden voor snelle verwijdering van ongeldige advertenties voor kortetermijnverhuur; benadrukt dat een nieuw wetgevingskader ook moet voorzien in solide mechanismen ter ondersteuning van de handhaving en naleving van nationale of lokale regels met als doel beheersing van het aanbod van kortetermijnverhuur, met inbegrip van doeltreffende handhaving van het maximumaantal overnachtingen of andere maatregelen zoals vereisten inzake geluidsbeperking;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>wijst er in dit verband op dat de huisvestingscrisis wordt verergerd in toeristische bestemmingen met bepaalde structurele en geografische beperkingen, zoals eilanden, ultraperifere gebieden en bepaalde kustgebieden, door druk op de markt in verband met toerisme in combinatie met onvoldoende betaalbare en openbare huisvesting; dringt erop aan dat maatregelen in het kader van het cohesiebeleid worden afgestemd op deze specifieke omstandigheden, overeenkomstig de artikelen 174 en 349 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>wijst op de huidige beperkingen van de EU-milieukeur; onderkent dat duurzaamheidskeurmerken in de Europese toeristische sector een uniforme benadering vereisen, zodat één enkel transparant kader kan worden ontwikkeld dat aanzet tot duurzame ontwikkeling, peer learning en capaciteitsopbouw, dat het vertrouwen van de consument bevordert, dat het concurrentievermogen, de efficiëntie en de wereldwijde zichtbaarheid van Europese toeristische bedrijven en bestemmingen vergroot en dat Europa tot voorbeeld maakt voor duurzaam toerisme overal ter wereld; benadrukt dat harmonisatie niet inhoudt dat één enkel certificaat wordt gebruikt, maar veeleer een gemeenschappelijke methode voor het evalueren en vaststellen van duidelijke normen of criteria; onderstreept dat geaccrediteerde, onafhankelijke certificering door derden belangrijk is om te garanderen dat duurzaamheidsclaims worden onderbouwd, in overeenstemming met het regelgevingskader van de EU, met inbegrip van de richtlijn inzake versterking van de positie van de consument<FOOTNOTE><FIELD> Richtlijn (EU) 2024/825 van het Europees Parlement en de Raad van 28 februari 2024 tot wijziging van de Richtlijnen 2005/29/EG en 2011/83/EU wat betreft het versterken van de positie van de consument voor de groene transitie door middel van betere informatie en door middel van bescherming tegen oneerlijke praktijken (PB L, 2024/825, 6.3.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2024/825/oj).</FIELD></FOOTNOTE>; dringt er met klem op aan dat aanvullende segmenten van de toeristische waardeketen ook onder het duurzaamheidskader komen te vallen, waaronder cruisemaatschappijen, reisorganisatoren, diensten in verband met het organiseren van bijeenkomsten, motivatiereizen, conferenties en tentoonstellingen (MICE), attracties, eet- en drinkgelegenheden, bestemmingen en gemeenschapsgericht toerisme waarbij lokale bewoners worden betrokken, ter ondersteuning van een duurzame transitie die berust op grondige effectbeoordelingen en raadplegingen van belanghebbenden; benadrukt tegelijkertijd dat een EU-brede duurzaamheidskeur vrijwillig, evenredig, kosteneffectief en voor kmo’s eenvoudig toe te passen moet blijven en hand in hand moet gaan met scholing en financiële stimulansen om onnodige administratieve lasten voor kleine toeristische bedrijven te voorkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten de transitie van het toerisme naar een circulair economisch model te ondersteunen door maatregelen te bevorderen die de efficiëntie van het water-, energie- en afvalbeheer verbeteren, overconsumptie tegengaan, de aantasting van habitats voorkomen, de biodiversiteit beschermen en de ecologische voetafdruk van toeristische activiteiten op bestemmingen tot een minimum beperken, op basis van datagestuurde besluitvorming; verzoekt de Commissie tegelijkertijd om uitbreiding van haar ondersteuning van innovatie met het oog op vermindering van voedselverspilling, en hiermee rekening te houden in de desbetreffende programma’s; pleit voorts voor de bevordering van korte toeleveringsketens in de horeca door het voor micro-, kleine en middelgrote ondernemingen, zoals kleine landbouwbedrijven en ambachtslieden, gemakkelijker te maken om toegang tot de markt te krijgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>onderkent dat de toeristische sector aanzienlijke stappen onderneemt om zijn ecologische voetafdruk te verkleinen, onder meer door het geleidelijk afschaffen van flessen water voor eenmalig gebruik, het verbeteren van energie-efficiënte verlichtings- en waterbesparingssystemen, het verlengen van de levensduur van meubilair door reparatie en hergebruik, alsook door het terugdringen van voedselverspilling, op basis van een solide wetgevingskader dat recent aangenomen EU-regelgeving bevat, zoals de richtlijn kunststoffen voor eenmalig gebruik en de verordening betreffende verpakkingen en verpakkingsafval<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2025/40 van het Europees Parlement en de Raad van 19 december 2024 betreffende verpakkingen en verpakkingsafval, tot wijziging van Verordening (EU) 2019/1020 en Richtlijn (EU) 2019/904, en tot intrekking van Richtlijn 94/62/EG (PB L, 2025/40, 22.1.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2025/40/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, en waarvan de uitvoering nog gaande is; verzoekt de Commissie een studie uit te voeren om de lacunes in de richtlijn kunststoffen voor eenmalig gebruik met betrekking tot toerisme en horeca in kaart te brengen en te beoordelen, en maatregelen voor te stellen om die lacunes aan te pakken, onder meer door de sector steun bij en stimulansen voor de uitvoering te bieden, zodat het geleidelijk afschaffen van kunststoffen voor eenmalig gebruik in de toeristische en horecasector van de EU waar mogelijk versneld kan worden, op basis van een realistisch tijdschema en ondersteund door een effectbeoordeling, wetenschappelijke gegevens en raadpleging van belanghebbenden, en er daarbij op toe te zien dat kleine exploitanten niet voor onevenredige kosten worden geplaatst;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten om over te stappen van reactief naar proactief beheer van de ontwikkeling van het toerisme, op basis van meer gegevensuitwisseling, en om gegevens te verzamelen, te analyseren en te gebruiken met het oog op bestemmingsbeheer en duurzaamheidsrapportage; benadrukt dat deze transitie zou helpen om duurzaam, hoogwaardig toerisme te waarborgen; benadrukt dat gecoördineerde gegevensuitwisseling op alle niveaus realtimemonitoring en slimme prognoses mogelijk maakt, waardoor bestemmingen in staat worden gesteld stromen bezoekers van culturele en natuurattracties te hanteren, overmatige drukte te voorkomen, hulpbronnen te beheren, inspanningen ter vermindering van de seizoengebondenheid van toerisme te ondersteunen en flexibel te reageren op veranderingen; benadrukt dat de snelle ontwikkeling van generatieve AI grote en technologisch geavanceerde spelers op de toeristische markt dreigt te belonen, waardoor bestaande vormen van ongelijkheid sterker worden en veel bestemmingen en kmo’s worden uitgesloten wanneer de steun en capaciteitsopbouw geen gelijke tred houden; verzoekt de Commissie in dit verband te voorzien in gerichte financiering en richtsnoeren voor financiële instrumenten voor kmo’s, en daarmee de toepassing van gegevens, digitalisering en AI in de toeristische sector te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>dringt aan op een systemische benadering van toerisme, waarbij gefragmenteerde markt- of productgebaseerde logica wordt vervangen door geïntegreerde bestuursmodellen; steunt de invoering van alomvattende maatstaven die onder meer betrekking hebben op het scheppen van hoogwaardige banen, arbeidsomstandigheden, welzijn van de lokale gemeenschap, hulpbronnenefficiëntie, aantasting van het milieu en koolstofemissies, op basis van wereldwijd aanvaardbare berekeningsmethoden, teneinde transparante beleidsvorming te bevorderen, verantwoorde investeringen te sturen en de vergelijkbaarheid van gegevens tussen bestemmingen mogelijk te maken; is ingenomen met de ontwikkeling van een wereldwijd erkende en geharmoniseerde reeks indicatoren voor duurzaam toerisme op het niveau van de bestemming, en merkt op dat de methodologie wordt getest door het EU-kenniscentrum ter ondersteuning van gegevensbeheer op slimme bestemmingen (D3HUB), met input van veertig Europese organisaties voor bestemmingsbeheer en het Europees systeem van toerisme-indicatoren (ETIS); dringt erop aan dat een aanpak op EU-niveau bij het ontwikkelen van indicatoren voor duurzaam toerisme volledig verenigbaar moet zijn met bestaande kaders, zoals het statistisch kader voor het meten van de duurzaamheid van toerisme of het methodologisch kader voor satellietrekeningen inzake toerisme, teneinde doeltreffende standaardisering en benchmarking mogelijk te maken en vereenvoudigde rapportageprocessen te waarborgen waarmee de administratieve eisen voor toeristische bedrijven worden teruggedrongen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>wijst erop dat gegevensgericht, meerlagig bestuur essentieel is voor de totstandbrenging van duurzaamheid en de doeltreffende aanpak van onvoorspelbare crises, zoals pandemieën en andere gezondheidsgerelateerde crises, geopolitieke schokken, extreme klimaat- en natuurcrises, door de mens veroorzaakte of technologische ontwrichtingen en economische neergang, alsook toenemende structurele crises zoals demografische achteruitgang, ontvolking en tekort aan woonruimte; benadrukt dat vracht en logistiek moeten worden meegewogen in crisisparaatheidsinstrumenten in het licht van de cruciale betekenis ervan voor de continuïteit van toeristische diensten en toeleveringsketens; merkt met bezorgdheid op dat de terughoudendheid van belanghebbenden om gegevens te delen — die voortkomt uit bedenkingen op het gebied van technologie, datasoevereiniteit, vertrouwen, juridische risico’s en kosten — de uitrol van de gemeenschappelijke Europese dataruimte voor toerisme vertraagt; wijst erop dat het EU-toerismedashboard en D3HUB goede voorbeelden zijn van de wijze waarop het samenbrengen van inzichten op EU-niveau lokale actie kan sturen en toeristische toeleveringsketens kan ondersteunen in onzekere tijden; herhaalt dat deze mechanismen organisaties voor bestemmingsbeheer en kmo’s vereenvoudigde toegang bieden tot interoperabele gegevens ter ondersteuning van empirisch onderbouwde besluitvorming, waardoor de veerkracht van hun volledige waardeketens wordt versterkt en gewaarborgd; wijst voorts op de rol die D3HUB speelt bij het ondersteunen van toeristische bestemmingen die strategisch gebruik willen maken van gegevens; benadrukt dat dit initiatief van essentieel belang is om datagestuurd bestuur te versterken en de sector voor te bereiden op de digitale transitie, en verzoekt de Commissie de continuïteit ervan na 2026 te waarborgen overeenkomstig de strategische doelstellingen van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten een gecentraliseerd platform op basis van verifieerbare gegevens te ontwikkelen om belangrijke gebeurtenissen in de hele EU in kaart te brengen die lokale verstoringen kunnen veroorzaken, met name in kwetsbare regio’s, en een speciaal, op toerisme gericht Europees mechanisme voor crisisbeheersing in te stellen ter versterking van de paraatheid, preventie en veerkracht in het licht van toekomstige crises; verzoekt de Commissie voorts het mechanisme te integreren met geavanceerde instrumenten voor crisisparaatheid en snelle-responsmaatregelen, met inbegrip van systemen voor vroegtijdige waarschuwing, noodplanning, strategische vervoersinfrastructuur en -corridors, en gerichte steun door middel van flexibele procedures, zodat toerisme veerkrachtiger en veiliger wordt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>merkt op dat technologie en milieubewustzijn zorgen voor een verschuiving van passieve sightseeing naar doelgerichte, persoonlijke en verantwoorde ervaringen; benadrukt dat aanbevelingssystemen voor reisplanning kunnen bijdragen tot de ontwikkeling van vanuit de lokale gemeenschap geleid “onthaast” toerisme, zoals fietsen en wandelen, dat ten goede komt aan lokale kmo’s, gemeenschappen, lokale producenten, waaronder door geografische aanduidingen erkende producenten, alsook culturen en producten; benadrukt echter dat de sector, om dit potentieel te benutten, niet alleen grote ondernemingen maar ook lokale groepen en burgers moet integreren in de toeristische waardeketen, bijvoorbeeld door te zorgen voor ondersteuning door deskundigen bij het gebruik van digitale tools, raden in te stellen van meerdere belanghebbenden die een adviserende functie hebben met betrekking tot vergunningen, draagkracht, limieten en planning, en zijn aanbod te diversifiëren om de afhankelijkheid van markten en seizoenen te verminderen; verzoekt de lidstaten educatieve initiatieven op scholen en bredere bewustmakingscampagnes te bevorderen om het bewustzijn op het gebied van duurzaam toerisme te vergroten;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De toekomst van toerisme vormgeven met vaardigheden en culturele betrokkenheid</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>wijst erop dat geschoolde en gewaardeerde arbeidskrachten van goede kwaliteit de ruggengraat vormen van de Europese toeristische economie; merkt op dat structurele uitdagingen, zoals lage lonen in bepaalde toeristische sectoren, informele werkgelegenheid, deeltijdwerk en zwartwerk, seizoengebondenheid, beperkte opleidingsmogelijkheden en soms slechte arbeidsomstandigheden nog steeds bijdragen aan tekorten aan arbeidskrachten en vaardigheden in de toeristische sector, hetgeen nog wordt verergerd door aanhoudende genderongelijkheid, aangezien de meerderheid van de arbeidskrachten in de toeristische sector vrouw is en laagbetaalde, arbeidsintensieve en tijdelijke beroepen domineren; onderstreept dat bepaalde lidstaten vooruitgang hebben geboekt bij het verbeteren van de arbeidsomstandigheden, de werktijdregelingen en de beloning, onder meer door middel van geactualiseerde collectieve overeenkomsten na de COVID-19-pandemie; dringt niettemin aan op verdere vooruitgang in de richting van een arbeidsmarkt in de toeristische sector die gebaseerd is op hoogwaardige banen, eerlijke lonen, betrouwbare sociale bescherming en werkgelegenheid gedurende het hele jaar, ook buiten het seizoen; vestigt tegelijkertijd de aandacht op de waarde van betaalde opleidingen onder werktijd en wijst erop hoe belangrijk het is deze mogelijkheden uit te breiden tot seizoenarbeiders tijdens het laagseizoen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>benadrukt dat er steeds meer vraag is naar flexibele en crisisbestendige arbeidskrachten die over digitale en groene vaardigheden beschikken om innovatieve oplossingen toe te passen waarmee economische groei en milieubeheer met elkaar in evenwicht worden gebracht; benadrukt dat de digitale en de groene transitie kansen bieden om betere, veiligere en veerkrachtigere werkgelegenheid te creëren in alle toeristische waardeketens, en dringt erop aan dat deze kansen ten volle worden benut, onder meer door samen te werken met regionale en lokale overheden bij het opzetten van gespecialiseerde opleidingsprogramma’s voor professionals in de toeristische sector;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>dringt aan op een gecoördineerde EU-brede agenda om werknemers in de toeristische sector bij en om te scholen, in overeenstemming met het pact voor vaardigheden, teneinde tekorten aan arbeidskrachten aan te pakken, de arbeidsomstandigheden te verbeteren, mobiliteitsbelemmeringen weg te nemen, in te spelen op de veranderende vraag naar vaardigheden en de aantrekkelijkheid en het concurrentievermogen van de sector op lange termijn te versterken, waarmee gewaarborgd wordt dat Europese bestemmingen van blijvende waarde zijn en de Europese levensstijl wordt bevorderd; stelt voor om in nauwe samenwerking met de sociale partners een vaardighedenkaart voor toerisme in te voeren die in alle lidstaten en toeristische sectoren wordt erkend en waarin geaccrediteerde opleidingen, vaardigheden, kwalificaties en beroepservaring worden gedocumenteerd; stelt voor dat opleidingen worden verzorgd en medegefinancierd via EU-programma’s, waaronder het Europees Sociaal Fonds Plus, Erasmus+, het programma voor de interne markt en het programma Digitaal Europa;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>benadrukt dat bij- en omscholing hand in hand moeten gaan met waardering van elke functie — van menselijke contacten, die onmisbaar zijn voor het verlenen van hoogwaardige en op de cultuur afgestemde diensten, tot fysiek veeleisende functies die aan de basis liggen van veel toeristische diensten — om ervoor te zorgen dat geen van deze aspecten verloren gaat nu de sector overschakelt op meer digitale modellen; stelt vast dat zowel zachte vaardigheden als fysiek werk in economisch en beleidsmatig opzicht nog altijd onvoldoende waardering krijgen omdat voor deze vaardigheden en deze vorm van werk dikwijls geen formele erkenning, opleiding of beloning bestaan die vergelijkbaar zijn met de erkenning van en opleiding of beloning voor technische of leidinggevende functies; verlangt dat deze vaardigheden en functies naar behoren worden erkend, gewaardeerd en beloond, wat immers van essentieel belang is om de kwaliteit van banen te verbeteren, gendergelijkheid te bevorderen en ervoor te zorgen dat de menselijke dimensie van toerisme binnen het Europese toerismemodel volledig wordt erkend en gewaardeerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>56.</NO.P>moedigt aan tot nauwere samenwerking tussen toeristische bedrijven, onderwijsinstellingen en overheidsinstanties om hoogwaardige opleidingsprogramma’s en leerlingplaatsen te bevorderen, alsook om te kunnen beantwoorden aan de toekomstige vraag naar vaardigheden; benadrukt dat gerichte initiatieven belangrijk zijn, zoals op de sector afgestemde onderwijsprogramma’s, duidelijke loopbaantrajecten en mentorprogramma’s, die een carrière in de horeca aantrekkelijker maken voor jongeren en het mogelijk maken om meer gekwalificeerd personeel in deze sector aan te trekken; onderstreept dat deze initiatieven moeten resulteren in hoogwaardige werkgelegenheid, waar ook langlopende contracten, echte perspectieven op loopbaanontwikkeling en hogere lonen bij horen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>57.</NO.P>benadrukt dat cultuur nauw verweven is met onze manier van leven en essentieel is voor de aantrekkingskracht van het toerisme in Europa en voor onze nationale en Europese identiteit; herinnert eraan dat dit culturele weefsel, naast vele andere elementen, ook duurzame tradities, archeologisch erfgoed en lokale talen omvat die een weerspiegeling zijn van werkelijk respect voor regionale en nationale identiteiten en de continuïteit van lokale gemeenschappen wanneer zij behouden blijven; is ingenomen met de inspanningen van bepaalde lidstaten om culturele werken en objecten naar hun plaats van herkomst terug te brengen; benadrukt dat het nieuwe strategisch kader “cultuurkompas voor Europa” een belangrijk instrument is om de culturele dimensie van het EU-beleid te versterken; verzoekt de Commissie, gezien het gevarieerde en rijke toeristische aanbod van de EU, om EU-stimulansen zoals DiscoverEU, Culturele Hoofdsteden van Europa en het Europees erfgoedlabel een prominente rol te geven bij de bevordering van “Bestemming Europa” in het kader van de nieuwe strategie voor duurzaam toerisme;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>58.</NO.P>stelt met waardering vast dat professionals in de culturele sector, lokale organisaties en vrijwilligers een cruciale rol spelen als hoeders van het cultureel erfgoed van Europa, waarbij hun werk varieert van onderhoud en instandhouding van culturele sites tot maatschappelijke betrokkenheid via publieksvoorlichting en rondleidingen; benadrukt dat zij een belangrijke rol spelen wanneer het erom gaat Europa nog unieker en aantrekkelijker te maken als mondiale toeristische bestemming; merkt op dat de waarde van hun bijdrage aan het beschermen en doorgeven van het Europees cultureel erfgoed dikwijls niet tot uitdrukking komt in de onzekere arbeidsomstandigheden en ontoereikende beloning, waarbij deze situatie verder kan worden verergerd door de toenemende concurrentiedruk van platformdiensten die de prijzen van culturele reizen en gidsdiensten onderbieden door middel van fooipraktijken en bemiddelingskosten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>59.</NO.P>erkent in dit verband de opmerkelijke toewijding van vrijwilligers, die een aanzienlijke hoeveelheid vrije tijd, waaronder hun jaarlijkse vakantie, besteden aan het ondersteunen van cultuurbehoud in Europa; verzoekt de Commissie om in samenwerking met de lidstaten richtsnoeren voor te stellen om mensen te stimuleren en in staat te stellen deel te nemen aan cultureel vrijwilligerswerk, onder meer door middel van ondersteunende maatregelen die deelname gemakkelijker maken en de erkenning van culturele vrijwilligers in de hele EU bevorderen; wijst erop dat het bevorderen van cultureel vrijwilligerswerk de doelstellingen van het Europees Jaar van de Vaardigheden versterkt en de huidige EU-programma’s zoals Erasmus+ verrijkt door het bevorderen van intergenerationeel leren, de uitwisseling van vaardigheden en meer culturele betrokkenheid; benadrukt dat professionalisering het langetermijndoel is en dringt aan op een regeling voor mensen die van hun passie hun beroep willen maken, die voorziet in opleiding, certificering en een eerlijke beloning en medegefinancierd wordt door Erasmus+, Creatief Europa en ESF+, zodat de mensen die onze identiteit in stand houden, in staat worden gesteld een door hen gekozen loopbaan te ontwikkelen waarmee zij in hun levensonderhoud kunnen voorzien; onderstreept dat de regeling vrijwillig moet blijven, en dat cultureel verlof nooit gekoppeld mag zijn aan beroepsverplichtingen; moedigt de lidstaten aan vrijwilligerswerk te bevorderen op een manier die het culturele leven verrijkt en de werkgelegenheid in de culturele sector aanvult in plaats van vervangt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>60.</NO.P>beklemtoont dat het belangrijk is dat er in het kader van het volgende MFK EU-financiering beschikbaar wordt gesteld voor immaterieel erfgoed om rechtstreekse steun te kunnen verlenen aan initiatieven die culturele tradities beschermen en zichtbaar maken — van maritieme en nautische tradities zoals zeilen tot lokale talen en lokaal vakmanschap, waaronder geografische aanduidingen — teneinde de intergenerationele overdracht ervan te waarborgen en de betrokkenheid van de gemeenschap bij duurzaam, verantwoord toerisme te versterken; beklemtoont dat personen die investeren in erfgoed en vaardigheden eerlijke erkenning moeten krijgen en benadrukt dat rekening moet worden gehouden met inheemse en door gemeenschappen geleide toeristische initiatieven die voorouderlijke kennis beschermen, de biodiversiteit behouden en authentieke, cultureel respectvolle ervaringen bevorderen, en die voor de lokale bevolking een aanvullende bron van inkomsten kunnen zijn; verzoekt voorts om EU-financiering ter ondersteuning van producentenverenigingen die streven naar een geografische aanduiding overeenkomstig Verordening (EU) 2023/2411<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2023/2411 van het Europees Parlement en de Raad van 18 oktober 2023 betreffende de bescherming van geografische aanduidingen voor ambachtelijke en industriële producten en tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2017/1001 en (EU) 2019/1753 (PB L, 2023/2411, 27.10.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/2411/oj).</FIELD></FOOTNOTE> als cruciaal instrument ter versterking van regionaal ambachtelijk erfgoed;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>61.</NO.P>benadrukt dat gefinancierde projecten kennisoverdracht tussen gebieden en sectoren moeten bevorderen en het strategisch potentieel van het toerisme moeten benutten met het oog op bescherming van het immateriële erfgoed en vergroting van de sociale en economische voordelen ervan voor de lokale gemeenschappen, waarbij wordt gezorgd voor een gelijkmatiger territoriale spreiding en eerlijker verdeling van waarde over de gehele toeristische waardeketen; wijst er voorts op dat bij de financiering prioriteit moet worden gegeven aan projecten die de territoriale cohesie bevorderen, met name in regio’s waar immaterieel erfgoed het meeste gevaar loopt en waar cultureel toerisme de lokale ontwikkeling kan bevorderen en kan helpen bij behoud van de bevolking; onderstreept voorts dat de toeristische sector dankzij publiek-private partnerschappen beter in staat is cultureel erfgoed te beschermen, te promoten en te versterken, en pleit voor nauwere samenwerking tussen overheden, het bedrijfsleven en het maatschappelijk middenveld om zo duurzaam mogelijke resultaten te behalen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>62.</NO.P>verzoekt om jaarlijks verslag uit te brengen aan het Parlement over de vooruitgang op het gebied van duurzaam toerisme, voortbouwend op de operationele uitrol van het EU-toerismedashboard en meetbare indicatoren voor milieu, connectiviteit, infrastructurele gereedheid, kwaliteit van de werkgelegenheid en welzijn van lokale gemeenschappen, zodat met deze gegevens financieringsbesluiten en toekomstige hervormingen onderbouwd kunnen worden;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>63.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de regeringen en parlementen van de lidstaten.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>