<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0126</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Kwijting 2024: algemene begroting van de EU – Europees Parlement</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0081/2026 - Rapporteur: Gerben-Jan Gerbrandy)</STRING></HIDDEN><TXTLST><DECISION><TI><NR>1.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 29 april 2026 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2024, afdeling I – Europees Parlement (2025/2146(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2024<FOOTNOTE><FIELD> PB L 2024/207 22.2.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/budget/2024/207/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de geconsolideerde jaarrekening van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2024 (COM(2025)0359 – C10‑0146/2025)<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2025/4944, 13.10.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/4944/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag over het begrotings‑ en financieel beheer voor het begrotingsjaar 2024, afdeling I – Europees Parlement<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2025/2817, 6.6.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/2817/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de intern controleur voor het begrotingsjaar 2024,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2024, vergezeld van de antwoorden van de instellingen<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2025/5409, 8.10.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/5409/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2025/5407, 13.10.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/5407/oj.</FIELD></FOOTNOTE> voor het begrotingsjaar 2024 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, opgesteld overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 314, lid 10, en artikel 318 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD> PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1046/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name de artikelen 260, 261 en 262,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name de artikelen 266, 267 en 268,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het besluit van het Bureau van 10 december 2018 over de interne voorschriften voor de uitvoering van de begroting van het Europees Parlement, en met name artikel 34,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 102 en artikel 106, lid 3, van zijn Reglement en bijlage V bij het Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie vrouwenrechten en gendergelijkheid,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A10‑0081/2026),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>verleent zijn Voorzitter kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Parlement voor het begrotingsjaar 2024;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor bekendmaking ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L‑serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><RESOL><TI><NR>2.</NR> <STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 29 april 2026 met opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2024, afdeling I – Europees Parlement (2025/2146(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2024, afdeling I – Europees Parlement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 102 en artikel 106, lid 3, van zijn Reglement en bijlage V bij het Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie vrouwenrechten en gendergelijkheid,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A10‑0081/2026),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de rekenplichtige van het Europees Parlement (het “Parlement”) in de certificering van de definitieve rekeningen heeft verklaard redelijke zekerheid te hebben dat deze, in alle materiële opzichten, een getrouw beeld geven van de vermogenspositie, de resultaten van de verrichtingen en de kasstromen van het Parlement;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat er overeenkomstig de gebruikelijke procedure 55 vragen aan de administratie van het Parlement zijn gestuurd, en dat de schriftelijke antwoorden door de Commissie begrotingscontrole van het Parlement op 8 december 2025 zijn ontvangen en in het openbaar zijn besproken in aanwezigheid van de secretaris-generaal, de ondervoorzitters van het Parlement die bevoegd zijn voor de begroting, de intern controleur en de directeur van de Autoriteit voor Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat er altijd ruimte voor verbetering is en dat toezicht noodzakelijk is om ervoor te zorgen dat het politieke leiderschap, de leden en de administratie van het Parlement transparantie en integriteit betrachten en zo verantwoording afleggen aan de burgers van de Unie, en bijdraagt tot een betere kwaliteit, doelmatigheid en doeltreffendheid van het beheer van de overheidsfinanciën, met inbegrip van begrotingsdiscipline, ter waarborging van de geloofwaardigheid van het Parlement bij de uitoefening van zijn kwijtingsfunctie ten aanzien van andere instellingen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat rechtszekerheid een van de leidende beginselen is voor de uitvoering van administratieve besluiten; overwegende dat een alsmaar toenemend aantal regels en verplichtingen kan leiden tot verwarring en ambiguïteit, terwijl de leden en hun medewerkers behoefte hebben aan rechtszekerheid, wat de administratie ertoe verplicht duidelijk, volledig en juridisch deugdelijk te communiceren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de leden financiële en logistieke steun van de administratie krijgen om hun mandaat ten volle uit te voeren; overwegende dat de betrekkingen tussen de leden, hun medewerkers en de administratie gebaseerd zijn op wederzijds vertrouwen, dat een leidend beginsel moet zijn bij het verstrekken van financiële steun aan de leden; overwegende dat de administratie hiermee rekening moet houden bij de grondigheid van haar controles en evaluaties vooraf en achteraf; overwegende dat duidelijke, evenredige, gerichte, gestandaardiseerde en vereenvoudigde procedures uiteraard de beste en doeltreffendste manier zijn om financiële rechten te controleren en te evalueren, om uiteindelijk het hoogste niveau van transparantie en verantwoording te bieden en de democratische legitimiteit, en daarmee het vertrouwen van de burgers in de Unie, te vergroten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat vertrouwen in de integriteit van het Parlement en de rechtsstaat van het allergrootste belang is voor het functioneren van de Europese democratie, met volledige inachtneming van de rechten van de burgers;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat de leden worden beschermd door het feit dat zij niet aansprakelijk zijn voor de stemmen die zij uitbrengen en de meningen die zij uiten bij de uitoefening van hun ambt, en beschermd zijn tegen vervolging en inperking van hun persoonlijke vrijheid wanneer ze hun ambt uitoefenen in het Parlement;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat gendergelijkheid en de uitbanning van ongelijkheden kernwaarden van de Unie zijn, die verankerd zijn in artikel 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU); overwegende dat de Unie zich ertoe heeft verbonden gendergelijkheid bij elk optreden te bevorderen, zoals verankerd in artikel 8 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), waarmee bijgevolg de beginselen van gendermainstreaming en ‑budgettering worden vastgelegd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat het Bureau overeenkomstig artikel 249 een genderactieplan moet vaststellen om het genderperspectief in alle activiteiten van het Parlement te integreren;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Begrotings‑ en financieel beheer van het Parlement</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>stelt vast dat de definitieve kredieten van het Parlement voor 2024 in totaal 2 383 miljoen EUR bedroegen, d.w.z. 20,2 % van rubriek 7 van het meerjarig financieel kader<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 van de Raad van 17 december 2020 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021‑2027 (PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 11, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2020/2093/oj).</FIELD></FOOTNOTE> voor de totale administratieve uitgaven van de instellingen van de Unie in 2024, en een stijging met 6,05 % vertoonden ten opzichte van de begroting van 2023 (2 247 miljoen EUR);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>stelt vast dat de totale per 31 december 2024 in de rekeningen opgenomen ontvangsten 281 517 001 EUR bedroegen (ten opzichte van 255 205 473 EUR in 2023); stelt vast dat de beschikbare bestemmingsontvangsten in 2024 40 277 555 EUR bedroegen (ten opzichte van 50 186 995 EUR in 2023);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>stelt vast dat de volgende zes hoofdstukken 85,7 % van de totale vastleggingen uitmaakten: hoofdstuk 1 0 “Leden van de instelling”, hoofdstuk 1 2 “Ambtenaren en tijdelijke functionarissen”, hoofdstuk 1 4 “Ander personeel en prestaties van derden”, hoofdstuk 2 0 “Gebouwen en daarmee samenhangende kosten”, hoofdstuk 2 1 “Informatica, materieel en roerend goed” en hoofdstuk 4 2 “Assistentie aan de leden”;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>neemt kennis van de cijfers op basis waarvan de rekeningen van het Parlement voor het begrotingsjaar 2024 zijn afgesloten en die zijn aangegeven in de jaarrekening van het Europees Parlement voor het begrotingsjaar 2024, het verslag over het financieel en begrotingsbeheer voor afdeling I: Europees Parlement, en het verslag over de door het Europees Parlement gegunde opdrachten en concessies;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>neemt er kennis van dat de Begrotingscommissie van het Parlement in het begrotingsjaar 2024 overeenkomstig de artikelen 31 en 49 van het Financieel Reglement haar goedkeuring heeft gehecht aan twaalf overschrijvingen (“C-overschrijvingen”) voor een bedrag van 82 768 000 EUR, of 3,47 % van de definitieve kredieten; neemt er kennis van dat de Voorzitter overeenkomstig artikel 29 van het Financieel Reglement toestemming heeft verleend voor negen overschrijvingen (“P-overschrijvingen”) voor een bedrag van 11 479 000 EUR, of 0,4 % van de begroting 2024;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>is ingenomen met de inzet van de secretaris-generaal voor vereenvoudiging, goed bestuur en versterking van de controlefunctie van het Parlement; stelt met voldoening vast dat vereenvoudiging niet alleen als een te bereiken doel wordt beschouwd, maar ook als een leidend beginsel dat stelselmatig en op alle werkterreinen van het Parlement moet worden toegepast om de (administratieve) procedures doeltreffender en toegankelijker te maken; is ingenomen met het feit dat de nadruk blijft liggen op de kerntaken van het Parlement, namelijk zijn wetgevings‑, begrotings‑ en controleactiviteiten, en verwelkomt met name de oprichting van vier thematische directoraten-generaal, waaronder het directoraat-generaal Begrotingszaken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Oordelen van de Europese Rekenkamer over de betrouwbaarheid van de rekeningen voor het begrotingsjaar 2024 en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>herinnert eraan dat de Europese Rekenkamer (de “Rekenkamer”) een specifieke beoordeling verricht van de administratieve en andere uitgaven als één beleidsgroep voor alle instellingen van de Unie; wijst erop dat de administratieve uitgaven ook de uitgaven voor personele middelen, met inbegrip van pensioenen, omvatten, die in 2024 goed waren voor zo’n 69 % van de totale administratieve uitgaven, alsook de uitgaven voor gebouwen, apparatuur, energie, communicatie en informatietechnologie; wijst erop dat uit de werkzaamheden van de Rekenkamer door de jaren heen is gebleken dat deze uitgaven over het algemeen een laag risico inhouden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>merkt op dat rubriek 7 “Europees openbaar bestuur” van het meerjarig financieel kader in 2024 goed was voor 3 miljard EUR, of 6,9 % van de begroting van de Unie, waarvan het Parlement 2,4 miljard EUR, of 18,1 %, voor zijn rekening nam; benadrukt dat de Rekenkamer constateerde dat de uitgaven in de rubriek “Europees openbaar bestuur” geen materieel foutenpercentage vertoonden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>stelt vast dat de Rekenkamer in haar jaarverslag over de uitvoering van de begroting met betrekking tot het begrotingsjaar 2024 specifiek onderzoek heeft gedaan naar de toezicht‑ en controlesystemen van het Parlement, en met name de toepassing van de normen op het gebied van interne audit, het risicobeheer en de werking van de in het Financieel Reglement omschreven essentiële controles, met inbegrip van de controles vooraf en achteraf van de betalingen, alsook een statistisch representatieve steekproef van zeventig verrichtingen die betrekking had op alle soorten uitgaven binnen deze rubriek van het meerjarig financieel kader en de informatie over de naleving van de regels die is verstrekt in de jaarlijkse activiteitenverslagen van alle instellingen en organen van de Unie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>neemt kennis van de opmerkingen van de Rekenkamer over de interne regels van het Parlement; merkt op dat de administratie van het Parlement zich aan het Financieel Reglement en de daarin vastgelegde regels inzake openbare aanbestedingen moet houden; stelt echter vast dat het Bureau voor de fracties de regeling inzake het gebruik van kredieten van begrotingspost 400 heeft goedgekeurd, die een aantal specifieke bepalingen voor bepaalde aanbestedingsprocedures bevat; herinnert eraan dat de fracties de hun toegewezen middelen in overeenstemming met de beginselen van indirect beheer van middelen beheren door artikel 62, lid 1, punt c), van het Financieel Reglement naar analogie toe te passen; meent dat deze regels in de plaats komen van de in artikel 158, lid 7, van het Financieel Reglement bedoelde “bijdrageovereenkomsten”; benadrukt dat voor elke fractie één externe accountant, geselecteerd uit een door de administratie van het Parlement opgestelde lijst van accountantskantoren, hun respectieve jaarrekeningen certificeert om te waarborgen dat de fracties zich aan de regels houden, wat ervoor zorgt dat de controles neutraal zijn; wijst erop dat de Rekenkamer in haar jaarverslag ook de activiteiten van de fracties onderzoekt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>merkt op dat er slechts drie accountants waren opgenomen in de lijst van accountantskantoren die waren geselecteerd om de rekeningen van de fracties te controleren, en betreurt dat de keuze beperkt was; verzoekt het directoraat-generaal Financiën (DG FINS) ernaar te streven meer externe accountantskantoren in de lijst op te nemen door actief alle gekwalificeerde Europese accountants uit te nodigen, met inbegrip van accountants die buiten België zijn gevestigd, en voldoende opties te bieden om de fracties meer keuzemogelijkheden te geven bij het selecteren van een accountant die voldoet aan de normen van de International Auditing and Assurance Standards Board (IAASB); is voorts van mening dat de door de fracties toegewezen budgetten voor de controles moeten worden verhoogd om voor een grondigere controle van het goede financiële beheer te zorgen en een breder scala aan auditdeskundigheid aan te trekken; neemt kennis van de reeds aan externe accountants verstrekte sturing en richtsnoeren en spoort DG FINS ertoe aan de kwaliteit van de externe controles ter certificering van de rekeningen van de fracties te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>merkt op dat de fracties volgens artikel 1.4 van de regeling inzake het gebruik van kredieten van begrotingspost 400 verantwoording dienen af te leggen aan de instelling voor het gebruik van de kredieten binnen de grenzen van de bevoegdheden die het Bureau hun heeft toegekend; merkt op dat zij erop moeten toezien dat deze regeling bij de aanwending van de kredieten in acht wordt genomen; is ingenomen met de inspanningen van de administratie van het Parlement om de fracties bij te staan teneinde hun kennis en capaciteit op het gebied van financieel beheer te sturen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>herinnert eraan dat middelen uit de begroting van de Unie kunnen worden toegekend aan Europese politieke partijen met het oog op hun bijdrage tot de vorming van een Europees politiek bewustzijn en tot de uiting van de wil van de burgers van de Unie; merkt op dat de Rekenkamer één verrichting heeft gecontroleerd, waarbij zij de uitgaven niet-subsidiabel achtte, en heeft vastgesteld dat de administratie van het Parlement dezelfde mening was toegedaan en stappen had ondernomen om de desbetreffende uitgaven terug te vorderen; is ingenomen met het optreden van de administratie van het Parlement in dit verband, en met name met haar toezegging om een horizontale aanpak te volgen die een gelijke behandeling van alle politieke partijen garandeert;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Jaarverslag van de intern controleur</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>neemt er nota van dat de intern controleur tijdens de vergadering van 8 december 2025 tussen de bevoegde commissie en de intern controleur zijn jaarverslag heeft gepresenteerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>is ingenomen met en steunt de maatregelen die de intern controleur naar aanleiding van de betrouwbaarheidsopdrachten van de dienst Interne Audit (IAS) heeft afgesproken met de verantwoordelijke directoraten-generaal; merkt op dat de follow-up van deze aanbevelingen systematisch wordt gecontroleerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>merkt op dat na het follow-upproces voor 2024 24 van de 57 maatregelen als uitgevoerd werden beschouwd en dus door de IAS werden gevalideerd; merkt op dat het restrisicoprofiel van 33 achterstallige maatregelen betrekking had op 24 maatregelen met een aanzienlijk risico, voornamelijk in verband met cyberbeveiliging en identiteits‑ en toegangsbeheer; neemt nota van de nauwere samenwerking met het directoraat-generaal Informatietechnologie en Cyberbeveiliging (DG ITEC) om toezicht te houden op de uitvoering en het restrisico;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>neemt er nota van dat, in overeenstemming met artikel 118, lid 9, van het Financieel Reglement, de verslagen en de bevindingen van de intern controleur evenals het verslag van de betrokken instelling van de Unie voor het publiek toegankelijk zijn, met inachtneming van de regels inzake gegevensbescherming en vertrouwelijkheid, zodra de intern controleur de maatregelen heeft gevalideerd; merkt op dat de verslagen in de praktijk worden gepubliceerd wanneer alle aanbevelingen zijn uitgevoerd; neemt er nota van dat de leden van de Commissie begrotingscontrole van het Parlement het recht hebben te verzoeken om vertrouwelijke toegang tot het interneauditverslag met het oog op de kwijtingsprocedure, en is ingenomen met het feit dat de intern controleur aan de Commissie begrotingscontrole van het Parlement verslag uitbrengt over de jaarlijks uitgevoerde controlewerkzaamheden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>is ingenomen met het voortgezette programma voor kwaliteitsborging en ‑verbetering van de IAS, dat hoofdzakelijk tot doel heeft de invoering voor te bereiden van de nieuwe internationale normen op het gebied van interne audit die in januari 2025 van kracht moesten worden; is met name ingenomen met de goedkeuring van het bijgewerkte audithandvest door het Bureau en de voorbereiding van een strategie 2025‑2029 voor de interneauditfunctie, waarin de noodzaak van positieve verandering en een op ethiek gebaseerde aanpak sterk tot uiting komt; beschouwt het feit dat 70 % van het personeel van de IAS is geslaagd voor het certificeringsexamen om intern controleur te worden, als een verdere indicator van kwaliteitsverbetering;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Politieke prioriteiten</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>herinnert eraan dat de voormalige Fractie Identiteit &amp; Democratie (ID-Fractie) overeenkomstig de artikelen 1.3.2, 2.7.1 en 2.7.2 van de regeling inzake het gebruik van kredieten van begrotingspost 400 op 8 oktober 2024 haar financieel eindverslag over de periode van 1 januari tot en met 15 juli 2024 heeft ingediend; herinnert eraan dat de administratie van het Parlement het volledige financiële archief van de ID-Fractie in zowel elektronische als papieren vorm heeft ontvangen en een op risico’s gebaseerde verificatie achteraf van de rekeningen van 2024 heeft uitgevoerd, waarbij de nadruk lag op consistentiecontroles en steekproeven van contracten en donaties met een hoog risico; herinnert aan de bevinding van de administratie van het Parlement dat de fractie tijdens de zittingsperiode 2019‑2024 ten minste 4 333 635,78 EUR aan kredieten van begrotingspost 400 ten onrechte heeft uitgegeven, waardoor het Parlement aan een aanzienlijk risico op financiële en reputatieschade is blootgesteld; merkt op dat er tekortkomingen in de aanbestedingsprocedures zijn vastgesteld die een aanzienlijk risico op reputatieschade met zich meebrengen voor het Parlement;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>neemt er nota van dat het Europees Openbaar Ministerie (EOM) in juli 2025 aangekondigde dat het een onderzoek had geopend naar vermeend oneigenlijk gebruik van middelen van de Unie door de ID-Fractie tussen 2019 en 2024;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>benadrukt dat de administratie van het Parlement het dossier heeft doorgestuurd en volledig meewerkt aan het onderzoek van het EOM; merkt op dat het Bureau de uitkomst van het onderzoek van het EOM afwacht alvorens eventueel tot terugvordering over te gaan; verzoekt het Bureau de Commissie begrotingscontrole van het Parlement vóór de aanvang van de volgende kwijtingscyclus schriftelijk op de hoogte te stellen van de stand van zaken; verzoekt de administratie van het Parlement alle nodige maatregelen te nemen, parallel aan het strafrechtelijk onderzoek van het EOM, en voorlopige beschermende administratieve maatregelen te nemen (met inbegrip van preventieve verrekeningen en/of reserves, indien juridisch haalbaar) om de financiële belangen van de Unie en de reputatie van het Parlement te beschermen; meent voorts dat het EOM, overeenkomstig artikel 3, lid 3, van de werkregeling tussen het Europees Parlement en het Europees Openbaar Ministerie, het Parlement in kennis zal stellen van lopende of afgesloten onderzoeken waarbij het Parlement in staat blijkt binnen de toepasselijke termijnen voorzorgsmaatregelen te nemen om de financiële belangen van de Unie te beschermen, met inbegrip van tucht‑ of terugvorderingsprocedures; merkt op dat strafrechtelijke procedures niet automatisch mogen worden gebruikt als algemene rechtvaardiging voor mogelijk niet-handelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>verzoekt het Bureau ervoor te zorgen dat de externe accountants de opdrachtbrief volledig naleven en te waarborgen dat de externe accountants bij toekomstige controles adequaat toezicht houden op de fracties, door externe accountants meer uren te geven om hun toezichthoudende rol te vervullen; verzoekt DG FINS te zorgen voor voldoende personeel binnen DG FINS dat verantwoordelijk is voor begrotingspost 400, om duidelijkere richtsnoeren over de juiste interpretatie van de regeling inzake het gebruik van kredieten van begrotingspost 400 te kunnen verstrekken teneinde discrepanties tussen de overwegingen van externe accountants en DG FINS te voorkomen, met volledige inachtneming van de onafhankelijkheid van de accountants, met name wat aanbestedingen betreft, en de fracties meer opleiding en ondersteuning op het gebied van aanbestedingen te bieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>vraagt de secretaris-generaal na te denken over het bestaande systeem voor externe controle voor begrotingspost 400;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>is verheugd dat het Parlement wordt gebruikt als platform voor de bewustmaking van gendergerelateerd en huiselijk geweld; wijst op het belang van de missies van de Unie en het Parlement die bijdragen aan gendergelijkheid, waaronder missies om steun, bescherming en essentiële diensten te bieden aan vrouwen en meisjes die het slachtoffer zijn van seksueel geweld in (post)conflictsituaties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>herinnert aan het advies van de Commissie begrotingscontrole van het Parlement aan het Bureau inzake de Fractie Identiteit en Democratie – ontbinding en financieel eindverslag 2024, zoals goedgekeurd op 4 september 2025, waarin ertoe wordt opgeroepen na te gaan of het mogelijk is onverwijld de vereiste procedures in te leiden om het bedrag aan niet-subsidiabele uitgaven zo spoedig mogelijk terug te vorderen, om de potentiële aansprakelijkheid van de verantwoordelijke (voormalige) leden en hiërarchie voor opzettelijke of door grove nalatigheid verleende goedkeuring van onregelmatige uitgaven te beoordelen; beveelt het Bureau aan de externe accountant die de rekeningen van de ID-Fractie heeft gecertificeerd, tijdelijk — zolang het onderzoek loopt — te schrappen van de lijst van goedgekeurde externe accountantskantoren die ter beschikking van de fracties zijn gesteld, de geschorste accountant onmiddellijk te vervangen en ervoor te zorgen dat de fracties over voldoende alternatieve opties beschikken; wacht op de analyse door de administratie van het Parlement van de rekeningen van 2024 van de Fractie Patriotten voor Europa (PfE-Fractie);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>stelt vast dat de fracties aanzienlijke autonomie hebben over hun IT-diensten, die worden gebruikt om informatie over hun activiteiten op te slaan; merkt op dat dergelijke gegevens in een geopolitiek turbulente wereld door Europese providers op Europese servers moeten worden opgeslagen om externe afhankelijkheden en risico’s te voorkomen; is daarom ingenomen met de recente aankondiging dat er een beveiligde, soevereine cloudinfrastructuur tot stand zal worden gebracht om deze afhankelijkheid weg te nemen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>benadrukt dat het belangrijk is dat de instelling haar integriteit bewaart en ongepaste inmenging van buitenaf voorkomt; veroordeelt alle ongepaste pogingen om de wetgevingsactiviteiten van het Parlement te beïnvloeden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>merkt op dat de Commissie de beschuldigingen heeft erkend dat verschillende entiteiten middelen van de Unie hebben gebruikt voor lobbyactiviteiten gericht op het Parlement, maar heeft verklaard dat dergelijke activiteiten binnen het toepassingsgebied van de geldende verordening vallen; erkent echter dat dit niettemin reputatierisico’s met zich kan hebben meegebracht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>herinnert eraan dat beschuldigingen van Russische beïnvloeding in het Parlement ernstige risico’s vormden voor de democratische integriteit, erop wijzend dat sommige leden Rusland openlijk steunden, ook in hun nevenactiviteiten, wat de noodzaak van strengere waarborgen onderstreept; merkt op dat het Parlement alerter reageert op buitenlandse inmenging, maar dat er robuustere maatregelen moeten worden genomen om een doeltreffende bescherming tegen ongepaste beïnvloeding van buitenaf te waarborgen; wijst in dit verband op de essentiële verantwoordelijkheid van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) om alle nodige diepgaande onderzoeken uit te voeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>merkt op dat 2024, waaronder de aanloop naar de Europese verkiezingen, werd gekenmerkt door een verhoogd risico op buitenlandse inmenging en beïnvloeding van democratische instellingen en gekozen vertegenwoordigers; herinnert eraan dat publieke aantijgingen en onderzoeken met betrekking tot pogingen om politieke standpunten en stemgedrag te beïnvloeden de noodzaak van robuuste preventie- en opsporingsmechanismen binnen het Parlement onderstrepen; verzoekt het Parlement derhalve te zorgen voor interne waarborgen, transparantievereisten en samenwerking met de relevante organen van de Unie, teneinde de integriteit van het Parlement en de begroting van de Unie te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>herinnert eraan dat artikel 4 van de Gedragscode voor de leden van het Europees Parlement met betrekking tot integriteit en transparantie voorschrijft dat de leden hun de financiële belangen nauwkeurig opgeven; dringt erop aan dat in verklaringen over betaalde of onbetaalde nevenactiviteiten voldoende details worden verstrekt, teneinde twijfels weg te nemen over de kwaliteit van de controles op belangenconflicten, die van essentieel belang zijn voor een doeltreffende preventie, opsporing en aanpak ervan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>neemt nota van de met het oog op transparantie verplichte publicatie van vergaderingen en opgaven van particuliere belangen, met name opgaven van materiële en financiële steun; merkt echter op dat het huidige kader herhaaldelijk te kampen heeft met problemen op het gebied van volledigheid en duidelijkheid, wat de algehele doeltreffendheid ervan kan verminderen; is van mening dat betere richtsnoeren voor de leden en evenredige en consistente follow-up door de administratie wanneer verklaringen onjuist of inconsistent lijken, bijzondere aandacht verdienen, met name in het licht van bezorgdheid over buitenlandse inmenging;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over beschuldigingen dat lidstaten spionage hebben bedreven en dat het Parlement een doelwit was; neemt er nota van dat de Commissie een interne werkgroep heeft opgericht om deze beweringen te onderzoeken; dringt aan op nauwe samenwerking tussen het Parlement en de Commissie en vraagt de Commissie de bevindingen van de werkgroep met het Parlement te delen, mits dit geen lopende of potentiële gerechtelijke procedures in gevaar brengt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>verzoekt het Parlement de beschermingsmaatregelen aan te scherpen, waaronder het beheer en de beveiliging van apparaten, kanalen voor snelle melding van incidenten voor leden en personeel, en regelmatige briefings over dreigingen in samenwerking met CERT-EU en relevante organen van de Unie, waarbij de grondrechten en de gegevensbescherming volledig worden geëerbiedigd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>wijst op het potentieel van artificiële intelligentie (AI) om te zorgen voor accurate en transparante informatie binnen de Unie en haar instellingen, organen en instanties, en merkt op dat goed ontworpen en beheerde AI-systemen kunnen helpen om misinformatie en desinformatie op te sporen en aan banden te leggen, verantwoordingsplicht te bevorderen en hoge transparantienormen te handhaven teneinde het vertrouwen van het publiek te behouden en het democratisch bestuur te versterken; is bezorgd over de dominantie van AI-tools van bedrijven uit derde landen en over overwegingen inzake gegevensbescherming en vertrouwelijkheid bij het gebruik van AI-tools van derden; dringt aan op volledige transparantie over het gebruik van AI-systemen bij de besluiten en procedures van het Parlement, met inbegrip van de publicatie van gedetailleerde informatie over algoritmen en effectbeoordelingen; verzoekt de administratie van het Parlement zowel de leden als het personeel van het Parlement een reeks AI-instrumenten ter beschikking te stellen, die zijn afgestemd op de behoeften van elke categorie en die tegemoetkomen aan de zakelijke behoeften van de leden en de vertrouwelijkheid, integriteit en beschikbaarheid van de verwerkte gegevens waarborgen door gebruik te maken van on-premise-infrastructuur om gegevenslekken te voorkomen, en die geen informatie aan derden bekendmaken, in overeenstemming met het huidige beleid inzake het gebruik van AI;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>wijst op het toenemende gebruik van AI en tools op basis van grote taalmodellen in het personeelsbeleid en erkent het potentieel daarvan voor efficiëntiewinst, hetgeen nader moet worden onderzocht; benadrukt tegelijkertijd de noodzaak van duidelijk bestuur, menselijk toezicht, transparantie en robuuste waarborgen voor gegevensbescherming; verzoekt de administratie de kwijtingsautoriteit in kennis te stellen van het toepassingsgebied, de risicobeoordeling en de ethische waarborgen van dergelijke instrumenten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>merkt op dat geheime stemmingen volgens het Reglement over het algemeen worden gebruikt voor verkiezingen en voor stemmingen die individuele personen betreffen; merkt voorts op dat de stemming ook geheim is wanneer leden of een fractie of fracties die ten minste de hoge drempel bereiken daarom verzoeken; neemt er in dit verband nota van dat de Commissie constitutionele zaken van het Parlement belast is met de taak het gebruik van deze laatste optie te beoordelen, en wacht de conclusies en voorstellen van de commissie af; is van mening dat hoofdelijke stemmingen een belangrijk instrument zijn om transparantie en verantwoording jegens de burgers van de Unie te waarborgen; verzoekt het Parlement maatregelen voor te stellen om misbruik van de procedure van geheime stemming te voorkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>is ingenomen met de geboekte vooruitgang op het gebied van gendermainstreaming en ‑budgettering en met de goedkeuring van het genderactieplan 2025; dringt erop aan dat dit actieplan openbaar wordt gemaakt, snel wordt uitgevoerd aan de hand van de routekaart, en grondig wordt geëvalueerd, met regelmatige verslagen over de geboekte vooruitgang; is ingenomen met het werk van het netwerk voor gendermainstreaming in het Parlement;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Directoraat-generaal Presidium</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>herinnert eraan dat het directoraat-generaal Presidium (DG PRES) expertise verstrekt en de wetgevende en parlementaire werkzaamheden van de Voorzitter, de plenaire vergadering en de bestuursorganen en leden van het Parlement in elke fase van het parlementaire en wetgevingsproces faciliteert; herinnert eraan dat DG PRES ook verantwoordelijk is voor de interinstitutionele betrekkingen, voor protocollaire ondersteuning bij officiële bezoeken en evenementen die door de Voorzitter worden gesponsord, voor het beheer van gerubriceerde informatie van de Unie en voor het beheer van officiële en aangetekende post; stelt vast dat het DG op 31 december 2024 406 personeelsleden telde, waarvan 320 ambtenaren, 29 tijdelijke functionarissen, 55 arbeidscontractanten, één gedetacheerde nationale deskundige en één uitzendkracht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>merkt op dat de definitieve kredieten van DG PRES in 2024 in totaal 2 970 957 EUR bedroegen, d.w.z. 0,2 % van de begroting van het Parlement; wijst erop dat van dat bedrag in totaal 2 930 107 EUR was vastgelegd; is ingenomen met het hoge gebruik van de kredieten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>merkt op dat de werkzaamheden van DG PRES werden beïnvloed door het einde van de negende en het begin van de tiende zittingsperiode, wat aan het einde van de negende zittingsperiode problemen opleverde voor de planning en afronding van de plenaire vergadering, gezien het zeer grote aantal dossiers in het kader van de gewone wetgevingsprocedure waarover in de laatste maanden van de zittingsperiode overeenstemming werd bereikt en de samenstelling van het nieuwe Parlement aan het begin van de tiende zittingsperiode met de verkiezing van de Voorzitter en het Bureau;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>looft DG PRES voor zijn werkzaamheden met betrekking tot de toepassing en follow-up van de nieuwe regels inzake integriteit en transparantie, waaronder een eerste algemene beoordeling van de technische uitvoering van de hervorming, bewustmakingsactiviteiten en de verstrekking van technische deskundigheid en diensten op het gebied van transparantie, integriteit en verantwoordingsplicht; is voorts ingenomen met de rol van het raadgevend comité voor het gedrag van de leden bij het toezicht op de naleving door de leden van de gedragscode en de uitvoeringsmaatregelen ervan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>dringt aan op voortzetting van de interinstitutionele samenwerking en dialoog over integriteit en transparantie, tussen de instellingen van de Unie; herinnert eraan dat het Parlement gebonden blijft aan het akkoord tot instelling van een Interinstitutioneel Orgaan voor ethische normen voor de leden van de instellingen en adviesorganen genoemd in artikel 13 van het Verdrag betreffende de Europese Unie; herinnert eraan dat het Parlement dus verplicht is onverwijld aan de bepalingen ervan te voldoen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>is ingenomen met het feit dat DG PRES zijn doeltreffende samenwerking met de Raad en de Commissie met betrekking tot alle elementen betreffende het interinstitutioneel secretariaat van het transparantieregister heeft voortgezet, teneinde de werking van het register te blijven verbeteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>wijst erop dat de behandeling door de Commissie van parlementaire vragen met verzoek om schriftelijk antwoord de afgelopen jaren voortdurend vertraging heeft opgelopen; betreurt dat het proces steeds bureaucratischer en trager is geworden, waardoor de in artikel 144 van het Reglement van het Parlement vastgestelde termijnen systematisch niet in acht worden genomen; merkt bezorgd op dat de Commissie in 2024 slechts een beperkt deel van de schriftelijke vragen binnen de in het Reglement vastgestelde termijnen heeft beantwoord, waarbij het percentage voor vragen met voorrang bijzonder laag was, en dat zij in veel gevallen na het verstrijken van de termijn heeft geantwoord; wijst erop dat de langste antwoordtermijn 475 dagen bedroeg; herinnert eraan dat tijdige antwoorden een essentieel aspect zijn van parlementaire controle en democratische verantwoordingsplicht; is ingenomen met de inspanningen die DG PRES de afgelopen jaren heeft geleverd om de gestelde termijnen te halen; verzoekt DG PRES te werken aan de volledige naleving van de door het Parlement vastgestelde termijnen en, ook op politiek niveau, te streven naar meer bindende regelingen met de Commissie wat betreft het beantwoorden van schriftelijke vragen binnen de termijnen, en aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de geboekte vooruitgang, teneinde van het systeem van parlementaire vragen met verzoek om schriftelijk antwoord weer een doeltreffend toezichtsinstrument te maken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>merkt op dat interne verwerking, met inbegrip van redactionele, vertaal- en ontvankelijkheidscontroles, bijdraagt aan de totale tijd voor doorzending van schriftelijke vragen; verzoekt de administratie deze procedures te blijven stroomlijnen, met volledige inachtneming van de vereisten inzake taalkundige kwaliteit en gegevensbescherming, teneinde de controlewerkzaamheden van de leden doeltreffender te ondersteunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>verzoekt DG PRES actief samen te werken met de parlementen van andere lidstaten en derde landen om voorstellen te ontwikkelen voor doeltreffende controlemechanismen en manieren om de kwaliteit van en het aantal aanwezigen bij de plenaire debatten in het Parlement te verbeteren; verzoekt DG PRES lering te trekken uit de structuur van de hoorzittingen in het Amerikaanse Congres;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>is ingenomen met het feit dat het Parlement onlangs de wetgevingsprocedure heeft ingeleid om de EU-kieswet te wijzigen met het oog op de invoering van een nieuwe mogelijkheid voor leden om aan het einde van de zwangerschap en het begin van het moederschap tijdelijk bij volmacht te stemmen; is ingenomen met het feit dat het Parlement zich met zijn stemming in de plenaire vergadering van 13 november 2025 heeft verbonden tot gendergelijkheid, inclusiviteit en evenwicht tussen werk en privéleven, ook al valt breder ouderschapsverlof niet onder de handeling;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>merkt op dat actuele aanwezigheidsgegevens op commissieniveau momenteel niet beschikbaar zijn; verzoekt de diensten van het Parlement deze aanwezigheidscijfers op commissieniveau jaarlijks per commissie te publiceren;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Directoraat-generaal Communicatie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>merkt op dat het directoraat-generaal Communicatie (DG COMM) tot taak heeft ervoor te zorgen dat de burgers het belang van het Parlement begrijpen, zodat zij beter betrokken kunnen raken bij het Europese democratische proces; wijst erop dat de belangrijkste taken van DG COMM bestaan in het samenwerken met de media, het informeren over, toelichten van en zichtbaarder maken van de werkzaamheden van het Parlement, het vergroten van de bekendheid van het Parlement bij burgers in alle lidstaten, belanghebbenden en opiniemakers via de liaisonbureaus van het Europees Parlement (EPLO’s) in de lidstaten, het bevorderen van de interactie met burgers door middel van betere bezoekersprojecten, evenementen en voorlichtingscampagnes en zijn aanwezigheid op sociale media, en het verstrekken van expertise aan de leden en fracties over onderwerpen als strategische analyse van de media en monitoring van de publieke opinie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>merkt op dat de definitieve kredieten van DG COMM in 2024 in totaal 137 463 777 EUR bedroegen, d.w.z. 5,8 % van de begroting van het Parlement; wijst erop dat van dat bedrag in totaal 137 467 355 EUR was vastgelegd; is ingenomen met het hoge gebruik van de kredieten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>erkent dat communicatie over de Europese verkiezingen in 2024 een van de belangrijkste activiteiten van DG COMM was: zo werd de geslaagde communicatiecampagne “Go-to-vote” gevoerd, werden er partnerschappen opgezet met meer dan 300 maatschappelijke organisaties en werden ruim 18 000 journalisten gebrieft; merkt op dat alle strategische projecten van DG COMM in 2024, met een voltooiingspercentage van 94 %, gericht waren op de Europese verkiezingen, terwijl de resterende 6 % betrekking had op de implementatie van de nieuwe websitestructuur;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>merkt op dat DG COMM de berichtgeving over de Europese verkiezingen heeft gefaciliteerd, met een recordaantal berichten (+ 18 % ten opzichte van de vorige verkiezingen), wat volgens DG COMM bijzonder opmerkenswaardig was in de laatste fase van de verkiezingscyclus: zo kwam de verkiezingsavond (op 9 juni 2024) aan bod op 149 televisiekanalen in 51 landen en vond het grootste deel van de berichtgeving online plaats;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>wijst op de rol van de EPLO’s bij het onderhouden van contacten tussen het Parlement en het publiek en belanghebbenden in de lidstaten in het algemeen en bij de communicatie over de Europese verkiezingen; merkt op dat alle EPLO’s zijn uitgerust met audiovisuele diensten die door de leden, de fracties en derden in de lidstaten kunnen worden gebruikt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>verzoekt om adequaat toezicht op de uitgaven van de EPLO’s en de Europa Experience-centra;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>56.</NO.P>benadrukt de cruciale rol van het EPLO in Washington bij het bevorderen van de trans-Atlantische betrekkingen en het versterken van de banden tussen het Amerikaanse Congres en het Europees Parlement; wijst erop dat, gezien de nieuwe Amerikaanse regering en de nieuwe mondiale uitdagingen, de rol van het EPLO in Washington nog belangrijker wordt; dringt aan op een toereikend budget en voldoende personeel om de activiteiten van het EPLO in Washington te ondersteunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>57.</NO.P>neemt er nota van dat er in 2024 in totaal 14 Europa Experience-centra open waren, die in totaal 957 209 bezoekers trokken, maar dat de bezoekersaantallen sterk uiteenliepen: zo trokken Straatsburg (381 687) en Berlijn (122 672) de hoogste aantallen bezoekers en Kopenhagen (18 182) en Dublin (8 312) de laagste, waarbij moet worden opgemerkt dat het centrum in Dublin echter pas in oktober 2024 werd geopend; neemt nota van de opmerking dat de EPLO’s in de lidstaten de Europa Experience-centra gebruiken als EU-hub voor democratische betrokkenheid, die mogelijkheden bieden om een breder publiek aan te trekken voor de boodschappen van het Parlement;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>58.</NO.P>onderstreept dat het belangrijk is om de tot dusver uit de Europa Experience-centra getrokken lessen grondig te evalueren, met name wat betreft het zoeken naar geschikte gebouwen en de wijze waarop doelgroepen doeltreffend kunnen worden bereikt, het identificeren van beste praktijken en het aanpassen van de toekomstige ontwikkeling van de Europa Experience-centra aan de lokale behoeften en de aangetoonde impact; benadrukt dat deze herbeoordeling als leidraad moet dienen voor toekomstige aanpassingen of heroverwegingen bij verdere uitbreiding, zodat alle toekomstige investeringen efficiënter bijdragen aan het beoogde doel, namelijk dat het Parlement dichter bij de burgers komt te staan en dat de burgers beter begrijpen hoe het democratische proces van de Unie werkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>59.</NO.P>herinnert eraan dat het Bureau op 11 september 2023 nieuwe regels voor de betaling van subsidies voor gesponsorde bezoekersgroepen heeft goedgekeurd en dat deze op 1 januari 2024 in werking zijn getreden; neemt er nota van dat in 2024 300 000 gesponsorde en niet-gesponsorde bezoekers door leden in Brussel en Straatsburg zijn uitgenodigd; stelt vast dat de subsidies voor die bezoekersgroepen in 2024 17 % van de uitgaven van DG COMM uitmaakten; neemt kennis van de extra inspanningen die de fracties hebben geleverd om hun leden te ondersteunen bij de contacten met burgers, waaronder jongeren, teneinde te zorgen voor adequate voorlichting over het werk van de leden in Straatsburg en Brussel, met financiering uit middelen van begrotingspost 400;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>60.</NO.P>stelt vast dat de Unie continu verwikkeld is in een strijd om haar waarden te beschermen en de integriteit van het democratische proces te handhaven; is zich ervan bewust dat buitenlandse actoren steeds vaker proberen de werkzaamheden van het Parlement te beïnvloeden en benadrukt dat waakzaamheid geboden is om desinformatie van buiten de EU tegen te gaan; herinnert in dit verband aan de resoluties van het Europees Parlement van 1 juni 2023 over buitenlandse inmenging in alle democratische processen in de Europese Unie, met inbegrip van desinformatie (2022/2075(INI)) en van 23 januari 2025 over de desinformatie en geschiedvervalsing door Rusland om de aanvalsoorlog tegen Oekraïne te rechtvaardigen (2024/2988(RSP)); is ingenomen met de maatregelen die het Parlement heeft genomen om desinformatie te voorkomen en erop te reageren; stelt vast dat er zich nog geen ernstige incidenten hebben voorgedaan, maar wijst er desondanks op dat het belangrijk is proactief maatregelen te nemen om de integriteit van het publieke debat en de stemmingen van het Parlement te waarborgen; benadrukt dat initiatieven zoals factcheckbijeenkomsten en -toppen een toegevoegde waarde hebben, aangezien ze van essentieel belang zijn om transparantie te bevorderen, belanghebbenden van instrumenten te voorzien om misinformatie tegen te gaan en de samenwerking tussen factcheckorganisaties binnen en buiten de Unie te versterken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Directoraat-generaal Personeelszaken</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>61.</NO.P>herinnert eraan dat het directoraat-generaal Personeelszaken (DG PERS) verantwoordelijk is voor het passende en efficiënte beheer van de personele middelen binnen het Parlement en ervoor zorgt dat de leden worden ondersteund door hooggekwalificeerd personeel, zodat zij hun mandaat naar behoren kunnen vervullen; stelt vast dat het DG op 31 december 2024 499 personeelsleden telde, waarvan 290 ambtenaren, 82 tijdelijke functionarissen, 120 arbeidscontractanten, 2 gedetacheerde nationale deskundigen en 5 uitzendkrachten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>62.</NO.P>stelt vast dat de definitieve kredieten van DG PERS in 2024 in totaal 1 225 341 375 EUR bedroegen (1 163 329 780 EUR in 2023), d.w.z. 51,4 % van de begroting van het Parlement; benadrukt dat van dat bedrag in totaal 1 160 835 147 EUR was vastgelegd; is ingenomen met het hoge gebruik van de kredieten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>63.</NO.P>is verheugd dat DG PERS in 2024 vergelijkende onderzoeken en selectieprocedures is blijven organiseren, waarbij het een toenemend aantal kandidaten heeft verwerkt, en dat het ook vier vergelijkende onderzoeken voor specifieke nationaliteiten heeft georganiseerd; is verheugd over de inspanningen van DG PERS om vergelijkende onderzoeken te organiseren, ervoor te zorgen dat deze tijdig werden afgerond en daarbij de nodige kwaliteitsnormen te handhaven; is ingenomen met het feit dat ruim 441 kandidaten met succes op de reservelijsten zijn geplaatst; betreurt echter dat het Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO) systematische problemen heeft ondervonden bij de organisatie van vergelijkende onderzoeken en dat er geen beschikbare reserve van kandidaten is die specifiek aan de behoeften van het Parlement beantwoordt; betreurt het dat de gemiddelde duur tussen de publicatie van de aankondiging van het vergelijkend onderzoek en het eindgesprek voor elk vergelijkend onderzoek meer dan een jaar bedraagt; erkent dat DG PERS en andere directoraten-generaal algemene moeilijkheden ondervonden bij het aantrekken en vasthouden van talent, hetgeen gevolgen heeft voor de prestaties van het personeelsbestand van het Parlement; dringt aan op efficiëntere, gerichtere en kortere selectieprocedures die de aantrekkelijkheid van het Parlement als werkgever zouden vergroten en de directoraten-generaal in staat zouden stellen snel de gespecialiseerde profielen aan te werven die zij nodig hebben om hun werkzaamheden te ondersteunen; benadrukt dat selectieprocedures moeten worden uitgevoerd met volledige inachtneming van de beginselen van gelijke behandeling en geografisch evenwicht, waarbij een eerlijke vertegenwoordiging van alle lidstaten wordt gewaarborgd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>64.</NO.P>is verheugd dat het Parlement vergelijkende onderzoeken voor specifieke nationaliteiten heeft georganiseerd om het geografische evenwicht onder zijn personeelsleden te verbeteren door een ruimere reserve van kandidaten uit ondervertegenwoordigde lidstaten samen te stellen; merkt echter op dat uit een analyse van personeelsgegevens van het Parlement, uitgesplitst naar nationaliteit en functiegroep, blijkt dat sprake is van een aanhoudend gebrek aan evenwicht in loopbaanontwikkeling, waarbij personeel uit bepaalde lidstaten weliswaar in de administratie goed vertegenwoordigd is, maar in hogere functiegroepen en besluitvormingsfuncties ondervertegenwoordigd blijft; betreurt het gebrek aan geografisch evenwicht binnen het hoger en middenkader van het Parlement; aanwerving moet altijd gebaseerd zijn op verdienste en moet altijd in overeenstemming zijn met fundamentele beginselen zoals gelijkheid, non-discriminatie en evenredigheid; benadrukt dat verbetering nodig is en verzoekt de secretaris-generaal om, in samenwerking met DG PERS, concrete, meetbare en aan een tijdschema gebonden maatregelen voor te stellen om deze onevenwichtigheden aan te pakken en regelmatig verslag uit te brengen aan de Commissie begrotingscontrole van het Parlement en de kwijtingsautoriteit over de vooruitgang die is geboekt bij het corrigeren van de geografische onevenwichtigheid binnen het personeel van het Parlement; verzoekt de secretaris-generaal en DG PERS om in de periodieke verslaglegging aan de Commissie begrotingscontrole van het Parlement niet alleen het totale aantal personeelsleden te vermelden, maar ook gegevens op te nemen over met name loopbaanontwikkeling en bevorderingen per nationaliteit en functiegroep, de benoeming in leidinggevende en hogere functies, deelname aan talentmanagement- en leiderschapsprogramma’s, en het gebruik van tijdelijke aanstellingen en taken als onderdeel van loopbaanontwikkelingstrajecten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>65.</NO.P>neemt nota van een belangrijke verwezenlijking van DG PERS, namelijk de doeltreffende aanwerving van het ongekende aantal van 1 339 geaccrediteerde parlementaire medewerkers (APA’s) vóór de constituerende vergadering van juli, waardoor het totale aantal APA’s dat aan het einde van het jaar een geldig contract had, is gestegen tot 2 024, en neemt er nota van dat ongeveer 800 APA’s zijn vertrokken; beschouwt APA’s als een grote troef voor de instelling en prijst DG PERS voor zijn inspanningen om een doeltreffende en doelmatige aanwerving door de leden te ondersteunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>66.</NO.P>erkent dat de werkzaamheden van APA’s integraal deel uitmaken van de werkzaamheden van de leden en derhalve van het Parlement; merkt op dat hun status na de vaststelling van het APA-statuut in 2009 in de loop der jaren door de regels is beschermd; neemt kennis van de inspanningen van het Parlement om een kader te creëren voor het verlenen van steun aan APA’s; dringt erop aan dat de geldende regels naar behoren worden nageleefd; merkt op dat APA’s sindsdien deelnemen aan officiële dienstreizen naar de drie werklocaties van het Parlement; is verheugd dat de regels voor de vergoeding van dienstreizen van APA’s tussen de drie werklocaties zijn afgestemd op die welke van toepassing zijn op ambtenaren, waardoor een gelijke behandeling van APA’s wordt gewaarborgd; verzoekt het Bureau en de administratie van het Parlement om het APA-comité formeel te raadplegen over herzieningen en hervormingen die rechtstreeks van invloed zijn op de rechten van APA’s; verzoekt de administratie van het Parlement na te gaan of het haalbaar is om in de contracten van APA’s een opzegtermijn in te voeren in het geval van onverwacht vertrek van een lid; herhaalt zijn oproep aan de Conferentie van voorzitters en het Bureau om de uitvoeringsbepalingen inzake de werkzaamheden van delegaties en werkbezoeken buiten de Unie te herzien; benadrukt dat bij een dergelijke herziening de mogelijkheid moet worden overwogen dat geaccrediteerde parlementaire medewerkers leden onder bepaalde voorwaarden vergezellen in officiële parlementaire delegaties en tijdens werkbezoeken; benadrukt dat deze wijziging begrotingsneutraal zou zijn omdat er geen extra financiering voor nodig is;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>67.</NO.P>benadrukt dat kwesties op het gebied van gezondheid en veiligheid op het werk, waaronder psychosociale risico’s (stress, burn-out, intimidatie), een prioriteit zijn; verzoekt het Bureau psychosociale risico’s formeel te erkennen als beroepsrisico’s en een preventieplan met meetbare streefdoelen vast te stellen voor het hele Parlement; pleit voor de invoering van risicobeoordelingen in verband met werken op afstand, dienstreizen en krappe deadlines, alsook voor vertrouwelijke meldingskanalen, opleiding voor managers en een regelmatige sociale dialoog; dringt aan op de handhaving van het recht om offline te zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>68.</NO.P>herinnert eraan dat APA’s niet kunnen deelnemen aan interne vergelijkende onderzoeken van het Parlement; verzoekt het Bureau om te onderzoeken of het mogelijk is APA’s, onder nog vast te stellen voorwaarden, toe te staan om deel te nemen aan interne vergelijkende onderzoeken, net zoals het personeel van het Parlement; wijst erop dat een grotere betrokkenheid van APA’s bij de interne structuren van het Parlement zou kunnen leiden tot een meer inclusief, divers en geografisch evenwichtig personeelsbestand; benadrukt het belang van kennisbehoud en -overdracht binnen het Europees Parlement met betrekking tot de interne werkmethoden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>69.</NO.P>neemt met grote bezorgdheid kennis van de berichten over een datalek in verband met People, de aanwervingsapplicatie van het Parlement, dat voornamelijk betrekking had op niet-vaste personeelsleden van het Parlement, waaronder APA’s; betreurt het dat het datalek betrekking had op identiteitskaartgegevens, geboorteakten, diploma’s, arbeidsverleden, medische dossiers, rechten op uitkeringen, verzekeringen en documenten ter staving van werkervaring die in sommige gevallen tot wel tien jaar teruggingen; is ingenomen met de vergoedingsregeling die de secretaris-generaal, in overeenstemming met de zorgplicht van het Parlement, heeft ingevoerd om de kosten voor het vervangen van de identiteitskaarten en/of paspoorten van de getroffen gebruikers van de People-applicatie te vergoeden, waarbij tot nog toe 51 874 EUR is betaald; betreurt het dat de kosten van de reis naar het land van herkomst voor deze administratieve procedures, niet werden vergoed; verzoekt de administratie ervoor te zorgen dat de steunmaatregelen doeltreffend en billijk zijn, met inbegrip van duidelijke éénloketbegeleiding, ondersteuning bij identiteitsbescherming en vergoeding, zodat de betrokkenen niet opgezadeld worden met onvermijdelijke administratieve kosten in verband met procedures voor het vervangen van documenten; merkt op dat de administratie haar analyse van de redenen voor het lek aan de kwijtingsautoriteit heeft verstrekt; verzoekt de administratie het getroffen personeel, met inbegrip van voormalige medewerkers, een duidelijke analyse te verstrekken van de oorzaken voor het lek en de maatregelen die zijn genomen om het betreffende systeem te herstellen; is zich er ten volle van bewust dat het Parlement in de toekomst het doelwit zal blijven van cyberaanvallen en dat uiterste waakzaamheid van essentieel belang is; is ingenomen met de maatregelen die de administratie heeft genomen om de maturiteit en het beheer van haar IT-omgeving op het gebied van cyberbeveiliging verder te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>70.</NO.P>neemt er nota van dat DG PERS een nieuw IT-systeem, APA-People, heeft geïmplementeerd, waardoor het wervingsproces is verbeterd doordat het contractbeheer is gecentraliseerd en EP-leden toegang hebben, en dat de procedure voor medische controles bij aanwerving volledig gedigitaliseerd is; verzoekt DG PERS er in samenwerking met DG ITEC voor te zorgen dat de cyberbeveiliging van dit systeem aan de normen voldoet, zodat er geen persoonsgegevens meer kunnen uitlekken; is van mening dat de cyberbeveiliging van IT-systemen die de persoonsgegevens van alle personeelsleden bevatten, van het grootste belang is en verzoekt DG PERS daartoe nauw samen te werken met DG ITEC;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>71.</NO.P>neemt er nota van dat DG PERS in 2024 de tenuitvoerlegging van routekaarten inzake gender en diversiteit heeft ondersteund en opleidingen over diversiteit en inclusie voor alle personeelsleden heeft ontwikkeld; is ingenomen met het feit dat de afdeling Gelijkheid, Inclusie en Diversiteit van DG PERS in 2024 haar interne procedure voor redelijke aanpassingen heeft gestroomlijnd, waarmee gelijkheid, inclusie en diversiteit worden bevorderd, en ook advies aan de afdeling Opleiding en Ontwikkeling heeft verstrekt over redelijke aanpassingen bij opleidingscursussen; is ingenomen met het feit dat de eenheid ook 20 opleidingscursussen en bewustmakingsevenementen voor 2 334 deelnemers heeft georganiseerd, waaronder een nieuwe cursus over diversiteit en inclusie voor alle personeelsleden, en evenementen over gendergelijkheid, handicaps en lhbtqi+-inclusie heeft georganiseerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>72.</NO.P>is verheugd over de vaststelling van een gemeenschappelijk interinstitutioneel besluit betreffende een huisvestingstoelage voor personeelsleden met een lagere rang die in Luxemburg wonen; is van mening dat dit een noodzakelijk instrument is om personeelsleden met een lagere rang te helpen om de onevenredig hoge huisvestingskosten te betalen, alsook een noodzakelijk instrument om de aantrekkelijkheid van de Luxemburgse vestiging van het Parlement te vergroten; merkt op dat de oplossing tijdelijk is en dringt er bij het Parlement op aan de voorspelbaarheid op lange termijn voor het betrokken personeel te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>73.</NO.P>herinnert eraan dat op 22 oktober 2024 de brede campagne “United against harassment” van het Parlement van start is gegaan, die bijdraagt tot een veilige werkomgeving; is verheugd dat naast de voorlichtingscampagne ook de opleiding “Respect en waardigheid op het werk – conflicten en intimidatie op de werkplek voorkomen” voor de leden verplicht was en in het eerste jaar van de zittingsperiode door de leden is gevolgd; benadrukt dat de doeltreffendheid van deze maatregelen moet worden geëvalueerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>74.</NO.P>vindt het een goede zaak dat personeelsleden buiten de werklocatie mogen telewerken; merkt op dat de personeelsleden van het Parlement vijf dagen per jaar gebruik kunnen maken van deze vorm van telewerken; merkt op dat andere instellingen van de Unie gemiddeld 15 dagen per jaar toekennen; vraagt dat de nieuwe manieren van werken proactief worden gemonitord en geëvalueerd; herinnert aan het belang van een echte dialoog met de personeelsvertegenwoordigers over cruciale kwesties in verband met de nieuwe manieren van werken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>75.</NO.P>wijst erop dat hoogwaardige kinderopvangvoorzieningen voor de leden en het personeel van cruciaal belang zijn voor een doeltreffende uitvoering van het beleid inzake het evenwicht tussen werk en privéleven; vestigt de aandacht op het feit dat de kwaliteit van de diensten die door de kinderopvangvoorziening Wayenberg in Brussel worden verstrekt voor kinderen in de voorschoolse leeftijd erop achteruit is gegaan wegens de veelvuldige wijziging van dienstverlener sinds 2020; dringt er in dit verband op aan na te gaan of het nodig is hoge kwaliteitsnormen vast te stellen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>76.</NO.P>herinnert aan de aanbeveling van het Parlement aan de Commissie in zijn resolutie van 18 april 2018 over het integriteitsbeleid van de Commissie, met name de benoeming van de secretaris-generaal van de Europese Commissie (2018/2624(RSP)) “om haar administratieve procedure voor de benoeming van hogere ambtenaren te herzien, met als doel volledig te waarborgen dat de beste kandidaten worden geselecteerd in een kader van maximale transparantie en gelijke kansen”; is van mening dat het Parlement, wat benoemingsprocedures betreft, altijd moet voldoen aan de hoogste normen op het gebied van transparantie, verantwoordingsplicht en goed bestuur;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>77.</NO.P>verzoekt het Parlement optimaal gebruik te maken van zijn personele middelen, onder meer door middel van passende maatregelen op het gebied van permanente bijscholing, gericht op het verbeteren van de doeltreffendheid en efficiëntie van de interne diensten; dringt erop aan regelmatig EHBO-cursussen op beginners- en meer gevorderd niveau aan te bieden en EHBO-cursussen te organiseren als vrijwillig onderdeel van het introductieprogramma voor nieuwe medewerkers; verzoekt het bestuur na te gaan of er extra defibrillatoren kunnen worden geplaatst om de gezondheid en veiligheid van de parlementsleden en het personeel te verbeteren, en om opleidingen te organiseren;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Directoraat-generaal Infrastructuur en Logistiek</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>78.</NO.P>herinnert eraan dat het directoraat-generaal Infrastructuur en Logistiek (DG INLO) verantwoordelijk is voor de gebouwen van het Parlement, werkzaamheden, faciliteitenbeheer en logistiek; neemt er nota van dat DG INLO ook voor catering en vervoer zorgt en de kantoren en vergaderruimten van het Parlement beheert en inricht; herinnert eraan dat DG INLO met name het gebouwenbestand van het Parlement van ongeveer 1,3 miljoen m<STRING SUPERSCRIPT="on">2</STRING> in Brussel, Luxemburg en Straatsburg, de liaisonbureaus en de Europa Experience-faciliteiten in de lidstaten beheerde; stelt vast dat DG INLO op 31 december 2024 635 personeelsleden telde, waarvan 311 ambtenaren, 20 tijdelijke functionarissen en 326 arbeidscontractanten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>79.</NO.P>merkt op dat de definitieve kredieten van DG INLO in 2024 in totaal 258 638 966 EUR bedroegen, d.w.z. 10,9 % van de begroting van het Parlement; wijst erop dat van dat bedrag in totaal 256 935 431 EUR was vastgelegd; neemt kennis van het hoge gebruik van de kredieten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>80.</NO.P>herinnert aan de steun die een grote meerderheid van het Parlement heeft uitgesproken voor één enkele zetel; herinnert eraan dat het Parlement overeenkomstig het VEU zijn zetel heeft in Straatsburg, waar de twaalf perioden van maandelijkse plenaire vergaderingen worden gehouden, en dat voor elke wijziging van de Verdragen de eenparigheid van stemmen van de lidstaten vereist is; merkt op dat binnen het huidige Verdragskader door optimalisering van de bedrijfsvoering besparingen kunnen worden gerealiseerd; dringt aan op de vaststelling van concrete mijlpalen en een actieplan om de geïdentificeerde kostenverlagingen te verwezenlijken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>81.</NO.P>spoort de administratie aan de kwaliteit, de prijzen en het scala aan cateringdiensten die binnen het Parlement worden aangeboden, te blijven beoordelen om ervoor te zorgen dat aanbestedingscriteria een goed evenwicht bieden tussen prijs- en kwaliteitsoverwegingen; verzoekt DG INLO na te gaan hoe de concurrentie tussen aanbieders van cateringdiensten kan worden versterkt om de dienstverleningsnormen, de keuzemogelijkheden en de kosteneffectiviteit te verbeteren, met name in het kader van officiële evenementen en diensten voor bezoekers; verzoekt de administratie van het Parlement aan de Commissie begrotingscontrole van het Parlement verslag uit te brengen over het resultaat;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>82.</NO.P>is ingenomen met het feit dat de administratie in 2024 de gebouwenstrategie van het Parlement voor de periode na 2019 heeft uitgevoerd en de belangrijkste doelstellingen ervan heeft verwezenlijkt; merkt met tevredenheid op dat DG INLO zich, na jaren van uitbreiding als gevolg van de toename van de institutionele bevoegdheden van het Parlement, thans richt op de consolidatie van het gebouwenbestand van het Parlement en de renovatie van bestaande gebouwen; is ingenomen met de toezegging van DG INLO om de rol van het Parlement in de steden Straatsburg, Brussel en Luxemburg verder te ontwikkelen, projecten van gemeenschappelijk belang te bevorderen en de locaties te verbinden met de omliggende gebieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>83.</NO.P>verzoekt de administratie van het Parlement een actieve gebouwenstrategie te blijven nastreven, waarbij rekening wordt gehouden met infrastructurele en logistieke behoeften, en waarbij wordt gekeken naar kostenbesparende maatregelen, zoals het gebruik van hybride vergadertechnologieën en de bundeling van parlementaire activiteiten; verzoekt het Parlement ervoor te zorgen dat bij gebouwenbeheer en renovatieprojecten ook rekening wordt gehouden met zijn doelstellingen inzake de mainstreaming van biodiversiteit, met inbegrip van een raming van de daarmee gepaard gaande kosten; merkt op dat grote bouwprojecten complexe onderhandelingen en aanzienlijke juridische toetsing meebrengen; verzoekt de administratie van het Parlement te zorgen voor gestructureerde verslaglegging achteraf aan de kwijtingsautoriteit over dergelijke projecten, met inbegrip van onderhandelingsprocessen, risicobeperkende maatregelen en juridische beoordelingen, teneinde de transparantie en het institutioneel leerproces te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>84.</NO.P>neemt met bezorgdheid kennis van het aanhoudende tekort aan vergader- en seminarruimten in het Parlement, waardoor het steeds moeilijker wordt om ruimten te reserveren en er lang van tevoren moet worden gepland; betreurt het dat deze situatie een efficiënte organisatie van de parlementaire werkzaamheden in de weg staat en de flexibiliteit voor de leden en het personeel beperkt; neemt kennis van de komende renovatie van het SPAAK-gebouw, die in overeenstemming is met de eisen inzake energieprestaties van de Unie; verzoekt de administratie van het Parlement maatregelen te nemen om de gevolgen van de renovatie te beperken en ervoor te zorgen dat er voldoende faciliteiten beschikbaar zijn om in de operationele behoeften van het Parlement te voorzien;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>85.</NO.P>neemt kennis van de bouwprojecten in 2024, in het bijzonder de voltooiing van de westelijke vleugel van het ADENAUER II-gebouw in Luxemburg, waarmee alle personeelsleden en diensten van het Parlement onder één dak zijn samengebracht; merkt op dat het nieuwe paviljoen voor veiligheid en bezoekersonthaal in het WEISS-gebouw in Straatsburg op tijd klaar was voor het begin van de nieuwe zittingsperiode in juli 2024; neemt kennis van de aankoop van het TRÈVES II-gebouw in Brussel, waarmee het gebouwenbestand van het Parlement in de Europese wijk van de stad verder wordt geconsolideerd; verzoekt om een bijgewerkt tijdschema voor de onderlinge verbinding van TRÈVES I en TRÈVES II met de belangrijkste centrale gebouwen in Brussel; verzoekt om een oplossing te vinden voor een aantal structurele problemen die nog steeds spelen in het TRÈVES I-gebouw, zoals het instabiele verwarmingssysteem, het gebrek aan airconditioning en toiletten voor personen met beperkte mobiliteit, de slechte geluidsisolatie, evenals het probleem met de riolering; pleit voor een frequentere reiniging van verwarmingsroosters in het SPINELLI-gebouw om de ophoping van stof en schimmel in kantoren te voorkomen en de gezondheid van het personeel op het werk te verbeteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>86.</NO.P>herinnert eraan dat het Bureau tijdens zijn vergadering van 12 juni 2023 de stappen voor de renovatie van het SPAAK-gebouw heeft besproken; neemt er nota van dat het Bureau zijn voorkeur heeft uitgesproken voor een uitgebreide milieurenovatie en het project op 11 december 2023 heeft goedgekeurd; stelt vast dat DG INLO vooruitgang heeft geboekt met de voorbereidende projecten in verband met de renovatie van het SPAAK-gebouw door studies te laten verrichten in verband met de nieuwe centrale technische ruimte van het directoraat-generaal Logistiek en Vertolking voor Conferenties (DG LINC), de reorganisatie van de drukkerij, de verhuizing van de kabinetten en de media- en persruimte;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>87.</NO.P>stelt vast dat er 4 miljoen EUR is opgenomen in de ramingen voor 2026 voor onderzoek en de voorbereidende werkzaamheden van de contractant in verband met de renovatie van het SPAAK-gebouw, terwijl de totale kosten worden geraamd op 36 miljoen EUR; merkt derhalve op dat 32 miljoen EUR aan kosten in verband met de renovatie van het SPAAK-gebouw niet is opgenomen in de ramingen voor 2026; wijst erop dat de secretaris-generaal voornemens is deze kosten te dekken door middel van een collectieve overschrijving of door een lening aan te gaan; verzoekt de secretaris-generaal de Commissie begrotingscontrole van het Parlement zo spoedig mogelijk gedetailleerde informatie te verstrekken over een mogelijke lening om deze kosten te dekken; merkt op dat de directe kosten van het SPAAK-project 14,12 miljoen EUR bedroegen in december 2024; is van mening dat de ontwikkeling van de kosten in verband met de renovatie van het SPAAK-gebouw nauwlettend en zorgvuldig moet worden gemonitord;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>88.</NO.P>merkt op dat DG INLO werkt aan een concept voor de optimalisering van kantoorruimte, met als doel de huidige kantoren zodanig te gebruiken dat het volledige potentieel van de personeelsleden van het Parlement wordt benut en dat de sociale interactie binnen het Parlement behouden blijft; merkt op dat voor dit concept de gebouwen MARTENS, TRÈVES II en ARENDT in Brussel als inspiratiebron worden gebruikt, waarbij de nadruk ligt op een “op activiteiten gebaseerde werkplek” met sociale ruimten voor vergaderingen, informele bijeenkomsten en uitwisselingen; merkt op dat er ook een algemeen concept voor het KOHL-gebouw is bestudeerd, rekening houdend met de structurele beperkingen van het gebouw en de budgettaire beperkingen; verzoekt DG INLO bij de ontwikkeling van dit concept het gebruikersperspectief centraal te stellen en het prioritair uit te voeren in gebouwen waar optimalisering het meest nodig is, en dit altijd in overleg met de personeelsvertegenwoordigers;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>89.</NO.P>wijst erop dat in 2024 een groot deel van de zitplaatsen die beschikbaar waren in het wagenpark ten behoeve van het pendelen tussen Brussel en Straatsburg voor de plenaire vergaderingen onbezet was; verzoekt de administratie van het Parlement na te gaan of de gebruikersgroep kan worden verbreed door efficiënter gebruik te maken van de dienstvloot, en er tegelijkertijd voor te zorgen dat de zitplaatsen van de leden veilig worden gesteld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>90.</NO.P>moedigt de sportschool aan meer cursussen aan te bieden die het lichamelijk en geestelijk welzijn ondersteunen, om een groter aantal personeelsleden te bereiken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Directoraat-generaal Financiën</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>91.</NO.P>herinnert eraan dat DG FINS het administratieve orgaan is dat verantwoordelijk is voor de begrotings- en financiële aangelegenheden van het Parlement; stelt vast dat DG FINS op 31 december 2024 262 personeelsleden telde, waarvan 134 ambtenaren, 51 tijdelijke functionarissen en 77 arbeidscontractanten, en dat er geen uitzendkrachten waren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>92.</NO.P>merkt op dat de definitieve kredieten van DG FINS in 2024 442 954 175 EUR bedroegen, d.w.z. 18,6 % van de begroting van het Parlement; wijst erop dat van dat bedrag in totaal 441 848 935 EUR (99,75 %) was vastgelegd; is ingenomen met het hoge gebruik van de kredieten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>93.</NO.P>verzoekt DG FINS actief aan de slag te gaan met de aanbevelingen van de OESO inzake beste praktijken voor parlementen op het gebied van budgettering (2022-2023) en de uitvoering van resultaatgericht begroten te versterken; herinnert eraan dat veel lidstaten reeds resultaatgericht begroten hebben ingevoerd en aanzienlijke besparingen hebben laten zien;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>94.</NO.P>merkt op dat de huidige begrotingsdruk financiële voorzichtigheid en efficiëntie vereist, ook binnen de administratieve begroting van het Parlement, om waar nodig blijk te geven van institutionele verantwoordelijkheid en zonder zijn rol in het institutionele kader van de Unie en zijn kerntaken in gevaar te brengen; verzoekt de administratie van het Parlement op zoek te gaan naar innovatieve begrotingsinstrumenten, waaronder resultaatgericht begroten, om de transparantie, verantwoordingsplicht en efficiëntie van het begrotingsproces te vergroten en ervoor te zorgen dat overheidsmiddelen op verantwoorde wijze worden besteed; merkt op dat dergelijke oplossingen geen afbreuk mogen doen aan de reeds geplande of gedane financiële toezeggingen en op geen enkele wijze invloed mogen hebben op de kwaliteit van de dienstverlening aan de leden en het personeel, noch op de financiële verplichtingen als gevolg van de geldende regels;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>95.</NO.P>merkt op dat 2024 een bijzonder jaar was voor DG FINS, aangezien in juni 2024 de Europese verkiezingen werden gehouden; merkt op dat de ondersteunende activiteiten ten behoeve van de leden in 2024 aanzienlijk zijn toegenomen, aangezien de rechten en plichten van zowel de vertrekkende als de nieuw verkozen leden werden beheerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>96.</NO.P>adviseert dat DG FINS een op risico gebaseerde aanpak hanteert voor de controle en audit van de uitgaven van de leden, en processen opstelt in overeenstemming met de beginselen van goed bestuur, met name transparantie, verantwoordingsplicht, reactievermogen en billijkheid; erkent dat een minimale mate van controle (op basis van steekproeven) essentieel is om ervoor te zorgen dat de regels worden nageleefd; is ingenomen met het feit dat de administratie in geval van een hoger risico op onregelmatige uitgaven door een lid gebruik kan maken van haar recht om de betreffende middelen te controleren; benadrukt dat dit soort controles weliswaar worden toegejuicht, maar dat de doeltreffendheid ervan afhangt van de tijdige follow-up na het vaststellen van onregelmatige uitgaven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>97.</NO.P>erkent dat DG FINS het moeilijk heeft om personeel aan te trekken, wat het gevolg is van een gebrek aan kandidaten op de EPSO-lijsten op financieel en IT-gebied en van de problemen bij het aantrekken van personeelsleden naar Luxemburg, waar 45 % van de posten van DG FINS is gevestigd; merkt op dat het moeilijk is om personeelsleden naar Luxemburg aan te trekken omdat de lonen op de lokale arbeidsmarkt gelijk zijn aan of hoger zijn dan die bij het Parlement en de kosten van levensonderhoud hoog zijn, met name wat huisvesting betreft;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>98.</NO.P>neemt kennis van het initiatief “digitale en kapitaaltransformatie 2024” van DG FINS, waarvan de eerste twee programma’s (“digitale transformatie voor betere financiële diensten voor de leden” en “digitale transformatie voor betere diensten voor de administratie van het Parlement”) tot doel hebben de digitale transformatie van de door DG FINS aangeboden diensten te bevorderen, ongeacht of die aan de leden of aan de financiële actoren van de instelling worden verleend; stelt vast dat het derde strategische programma (“kapitaaltransformatie voor een productievere en hechtere werkplek”) tot doel heeft een productievere en hechtere werkomgeving te creëren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>99.</NO.P>is ingenomen met het werk dat DG FINS na de Europese verkiezingen van 2024 heeft verricht, met het vertrek van vertrekkende leden, het onthaal van nieuwe leden en de daarmee verband houdende administratieve procedures; herinnert aan het succesvolle “welcome village”, waar de informatie van verschillende diensten werd samengebracht om de leden de mogelijkheid te bieden zich op één plek te informeren en er de nodige verklaringen af te leggen bij de start van hun mandaat; prijst DG FINS voor de opstelling van 705 individuele dossiers, met simulaties van de status van hun sociale en financiële rechten, en voor de opstelling van de vier mededelingen van de quaestoren om de leden aan het einde van de zittingsperiode te informeren over hun rechten en plichten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>100.</NO.P>neemt nota van de door de directeur-generaal van DG FINS ondertekende betrouwbaarheidsverklaring; neemt kennis van de opmerking in de betrouwbaarheidsverklaring over het resterende risico op fouten of onregelmatigheden bij de vergoeding van bepaalde reiskosten van de leden, voornamelijk met betrekking tot de verzoeken om vergoeding voor reizen per auto en de betaling van de afstands- en reisduurvergoeding; neemt kennis van de door DG FINS voorgestelde risicobeperkende maatregelen en vraagt dat die snel worden uitgevoerd; verzoekt om een verslag aan de kwijtingsautoriteit over de financiële gevolgen en de doeltreffendheid van de genomen maatregelen, waarin de kosten worden weergegeven van de controle van verschillende empirisch onderbouwde opties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>101.</NO.P>stelt met bezorgdheid vast dat de vergoeding van reiskosten voor leden vaak meer dan drie maanden in beslag neemt; verzoekt de administratie en DG FINS de vergoedingsprocedures aanzienlijk te versnellen, onder meer door verdere digitalisering, vereenvoudigde verificatieprocessen en duidelijkere interne termijnen, met volledige inachtneming van de vereisten inzake financiële controle;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>102.</NO.P>is verheugd dat DG FINS intensiever werk is gaan maken van de “EP Finance Academy by DG FINS”, waarbij twaalf online videotutorials werden aangeboden, bovenop het bestaande aanbod van fysieke en hybride opleidingscursussen; onderstreept het belang van opleiding over financiële aangelegenheden voor personeelsleden overal in het Parlement, is ingenomen met de opleidingssessies over aanbestedingen voor personeelsleden van de fracties, en verzoekt DG FINS de fracties meer steun te verlenen bij openbare aanbestedingsprocedures, met name in het licht van de bevindingen van de Rekenkamer; stelt DG FINS voor om de werkwijzen van de verschillende fracties op het gebied van openbare aanbestedingen onderling af te stemmen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>103.</NO.P>benadrukt dat het de leden vrij staat hun gebruik van de middelen in het kader van de vergoeding voor algemene uitgaven te documenteren; wijst erop dat zij dat, zelf of met hulp van een externe controleur, vrijwillig kunnen doen, in detail of per soort kosten en ervoor kunnen kiezen om deze informatie overeenkomstig artikel 11, lid 2, van het Reglement van het Europees Parlement geheel of gedeeltelijk op hun ledenpagina op de website van het Parlement te laten publiceren; is ingenomen met het feit dat een vereenvoudigde lijst van soorten kosten is opgenomen in de bepalingen ter uitvoering van het statuut van de leden en dat er ook een amendement is aangenomen ter verduidelijking van de mogelijkheid voor de leden om de vergoeding voor algemene uitgaven aan te wenden als andere vergoedingen volledig zijn gebruikt; merkt op dat alle leden in kennis zijn gesteld van de specifieke kenmerken van deze vergoeding; beschouwt maximale transparantie als een goede praktijk;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>104.</NO.P>merkt op dat de vergoeding voor algemene uitgaven in 2024 4 950 EUR per maand bedroeg en ongeveer 40 miljoen EUR per jaar vertegenwoordigt; herinnert eraan dat er in 2022 en 2024 geen indexering van de vergoeding heeft plaatsgevonden; stelt vast dat het Parlement de huidige regels inzake de vergoeding voor algemene uitgaven naleeft; wijst er nogmaals op dat onnodige administratieve lasten voor de leden moeten worden vermeden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>105.</NO.P>merkt op dat de huidige bepalingen ter uitvoering van het statuut van de leden transparantievereisten bevatten voor het financieel beheer van de vergoeding voor algemene uitgaven; stelt vast dat het Bureau dit besluit tijdens zijn vergadering van 17 oktober 2022 heeft goedgekeurd;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Directoraat-generaal Informatietechnologie en Cyberbeveiliging</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>106.</NO.P>herinnert eraan dat DG ITEC het Parlement voorziet van diensten en apparatuur op het gebied van informatie- en communicatietechnologie (ICT), videoconferenties en multimediadiensten, alsmede diensten op het gebied van publicaties en drukwerk; stelt vast dat DG ITEC op 31 december 2024 579 personeelsleden telde, waarvan 369 ambtenaren, 70 tijdelijke functionarissen en 140 arbeidscontractanten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>107.</NO.P>roept het Parlement op om een alomvattende strategie voor digitale transformatie vast te stellen, waarin technische oplossingen voor documentbeheer en communicatie zijn opgenomen om de transparantie te garanderen, de efficiëntie te verbeteren, de veiligheid te waarborgen en toe te werken naar een papierloze administratie; pleit voor de ontwikkeling van gebruiksvriendelijke digitale platformen om e-participatie te versterken, burgers van de Unie de mogelijkheid te bieden feedback te verstrekken over voorgestelde wetgeving en in real time toegang te krijgen tot de werkzaamheden van het Parlement;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>108.</NO.P>merkt op dat de definitieve kredieten van DG ITEC in 2024 179 396 522 EUR bedroegen, d.w.z. 7,5 % van de begroting van het Parlement; wijst erop dat van dat bedrag in totaal 179 349 479 EUR was vastgelegd; is ingenomen met het hoge gebruik van de kredieten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>109.</NO.P>neemt nota van de voortdurende inspanningen van DG ITEC om cyberbeveiliging te bieden, gezien de steeds toenemende dreigingen en risico’s waar het Parlement mee te maken heeft; neemt kennis van de inwerkingtreding van Verordening (EU, Euratom) 2023/2841 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU, Euratom) 2023/2841 van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2023 tot vaststelling van maatregelen voor een hoog gezamenlijk niveau van cyberbeveiliging in de instellingen, organen en instanties van de Unie (PB L, 2023/2841, 18.12.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/2841/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, waarmee de taak van CERT-EU als cyberbeveiligingsdienst voor entiteiten van de Unie is geformaliseerd; merkt op dat bij Verordening (EU, Euratom) 2023/2841 ook een interinstitutionele raad voor cyberbeveiliging (IICB) is opgericht, die verantwoordelijk is voor het toezicht op en de ondersteuning van de uitvoering van die verordening in alle entiteiten van de Unie; merkt op dat het Parlement sinds 2024 voorzitter van deze raad is;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>110.</NO.P>neemt er nota van dat DG ITEC, naar aanleiding van het besluit van het Bureau van februari 2021 over de noodzaak om het datacentrum van het Parlement te huisvesten volgens de hoogst beschikbare industriële norm (Tier IV), de opdracht in 2022 heeft gegund, zodat het datacentrum in 2023 kon worden opgezet en uitgerold; benadrukt dat deze grote investering toekomstbestendige infrastructuur voor de komende jaren waarborgt en van cruciaal belang is voor de instandhouding van een robuuste hybride werkomgeving in het Parlement;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>111.</NO.P>onderstreept dat cyberbeveiliging niet louter als een streefdoel moet worden gezien, maar als een integrale, permanente prioriteit in alle fasen van de activiteiten; benadrukt dat cyberbeveiliging een alomvattende strategie vereist waarin alle aspecten van digitale governance binnen het Parlement worden opgenomen; dringt aan op een herziening van de IT-governancestructuren van het Parlement en pleit voor een robuustere en beter aanpasbare aanpak van cyberbeveiliging waarbij rekening wordt gehouden met de volledige levenscyclus van informatiesystemen, aangezien steeds meer toepassingen, momenteel meer dan 20, rechtstreeks via het internet toegankelijk zijn; benadrukt dat deze situatie meer toezicht vereist om kwetsbaarheden tot een minimum te beperken en institutionele gegevens te beschermen tegen externe dreigingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>112.</NO.P>dringt aan op voortdurende investeringen in cyberbeveiligingsinfrastructuur, en permanente opleiding en middelen voor de personeelsleden om een cultuur van veiligheidsbewustzijn te versterken die de weerbaarheid van het Parlement tegen potentiële digitale bedreigingen versterkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>113.</NO.P>neemt er nota van dat de nadruk ligt op bewustmaking over cyberbeveiliging onder alle leden en personeelsleden; is ingenomen met het opleidingsaanbod van DG ITEC en DG PERS; neemt nota van het hoge aantal deelnemers aan de opleidingen over cyberbeveiliging, namelijk 33 deelnemers aan opleidingen en ten minste 1 800 deelnemers aan bewustmakingsactiviteiten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>114.</NO.P>stelt vast dat het huidige systeem voor personeelsbeheer (HRM Portal) nog steeds onvoldoende is geïntegreerd met andere systemen van het Parlement; merkt op dat APA’s voor eenvoudige procedures zoals verlofaanvragen nog steeds documenten moeten downloaden, printen en scannen en handmatig moeten doorsturen, terwijl het verlofsaldo op een afzonderlijk platform moet worden gecontroleerd; benadrukt dat deze gefragmenteerde processen leiden tot onnodige administratieve lasten en inefficiënties in de workflow; verzoekt de administratie deze procedures te moderniseren en te stroomlijnen en te zorgen voor volledige interoperabiliteit tussen de hrm-tools en de andere systemen van het Parlement;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>115.</NO.P>wijst erop dat de leden nu ook ondersteuning kunnen krijgen na de werkuren en op dagen waarop de kantoren gesloten zijn; neemt er kennis van dat er nieuwe gespecialiseerde IT-ondersteuningsdiensten voor persoonlijke MacOS- en iOS-apparaten van de leden zijn ingevoerd om tegemoet te komen aan de veranderende behoeften en werkwijzen van de leden, op basis van gebruikersonderzoeken en rechtstreekse verzoeken van de bestuursorganen; benadrukt dat technische bijstand voor sociale media wordt bevorderd, samen met een volledig aanbod van diensten die verband houden met de technische aspecten van audiovisuele creatie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>116.</NO.P>is verheugd dat er een nieuw governancekader voor AI is vastgesteld, met een raad voor AI-governance die toezicht houdt op de AI-strategie en de AI-routekaart van het Parlement en voor de naleving van de regelgeving en ethisch toezicht zorgt, een inter-DG-stuurgroep inzake AI die verantwoordelijk is voor het opstellen van AI-strategieën, het ontwikkelen van belangrijke capaciteiten en het waarborgen van de veiligheid en duurzaamheid op lange termijn, en een kenniscentrum AI binnen DG ITEC, dat AI-initiatieven in het hele Parlement begeleidt, bevordert en monitort; merkt op dat dit governancekader zal zorgen voor transparantie en naleving van Verordening (EU) 2024/1689 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2024/1689 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 tot vaststelling van geharmoniseerde regels betreffende artificiële intelligentie en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 300/2008, (EU) nr. 167/2013, (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1139 en (EU) 2019/2144, en de Richtlijnen 2014/90/EU, (EU) 2016/797 en (EU) 2020/1828 (verordening artificiële intelligentie) (PB L, 2024/1689, 12.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, die op 1 augustus 2024 in werking is getreden en waarvan de bepalingen vanaf 2025 van toepassing worden; merkt op dat de personeelsleden van het Parlement openbaar beschikbare generatieve AI-tools van derden mogen gebruiken mits zij zich houden aan de richtsnoeren voor het gebruik van openbaar beschikbare AI-tools voor personeelsleden van het Parlement, die op 16 april 2024 door de secretaris-generaal zijn goedgekeurd, met dien verstande dat die tools uitsluitend ter ondersteuning van hun beroepsbezigheden worden gebruikt; verzoekt de administratie om meer inspanningen te leveren om personeel op te leiden in het doelmatige en veilige gebruik van nieuwe technologieën zoals AI;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Horizontale kwesties met gevolgen voor de begroting van het Parlement voor het begrotingsjaar 2024 </STRING></STRING></ACTINIT><ACTINIT><STRING BOLD="on">Transparantie en ethiek</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>117.</NO.P>neemt er nota van dat in 2024 zes meldingen van klokkenluiderszaken zijn ontvangen op grond van de interne regels ter uitvoering van artikel 22 quater van het statuut van de ambtenaren, waarvan vijf via officiële kanalen en één van een andere instelling van de Unie; neemt er kennis van dat één zaak naar het EOM is verwezen, twee zaken tot administratieve onderzoeken hebben geleid en één zaak naar het Raadgevend Comité voor de gedragscode van de leden is doorgestuurd, en dat het externe verslag ook tot een onderzoek heeft geleid; uit zijn bezorgdheid over het feit dat het Hof van Justitie in 2024 in zaak T-793/22 heeft geoordeeld dat het Parlement niet alle nodige maatregelen had genomen om ervoor te zorgen dat een klokkenluider op evenwichtige en doeltreffende wijze wordt beschermd tegen elke vorm van represaille; merkt op dat de Rekenkamer ook heeft vastgesteld dat het Parlement de vertrouwelijkheid van klokkenluiders onvoldoende heeft beschermd; dringt er bij het Parlement op aan zijn interne regels volledig in overeenstemming te brengen met Richtlijn (EU) 2019/1937;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>118.</NO.P>is verheugd dat opleidingen over ethiek nog steeds een prioriteit waren en dat in slechts 13 “Let’s talk ethics”-sessies 178 personeelsleden een opleiding hebben kunnen volgen, cursussen op maat 109 deelnemers hebben bereikt en de verplichte introductie voor APA’s een voltooiingspercentage van 72 % heeft laten zien; is ingenomen met het feit dat de nieuwe cursus voor leidinggevenden over ethisch leiderschap en preventie van intimidatie in 33 sessies is gevolgd door 320 leidinggevenden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>119.</NO.P>dringt erop aan dat de maatregelen inzake transparantie, verantwoordingsplicht en ethisch bestuur worden versterkt; is van mening dat het Parlement moet zorgen voor een cultuur van integriteit door ethische normen in de dagelijkse activiteiten te integreren, teneinde het vertrouwen van de burgers niet te schaden en zijn legitimiteit op het gebied van toezicht te versterken; wenst dat de samenwerking en dialoog inzake integriteit, transparantie en gedragsregels binnen de instellingen van de Unie wordt voortgezet en geïntensiveerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>120.</NO.P>erkent dat de technische uitvoering van de gedragscode voor de leden van het Europees Parlement met betrekking tot integriteit en transparantie positief werd beoordeeld, zoals gemeld aan het Bureau; verzoekt om bijkomende inspanningen te leveren om de transparantie in alle sectoren en diensten van het Parlement te versterken, met bijzondere nadruk op wetgeving; verzoekt de administratie van het Parlement in dit verband om de invoering van transparantievereisten niet te beperken tot het bestuursniveau;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>121.</NO.P>herinnert eraan dat het leden volgens de regels verboden is om betaalde lobbyactiviteiten te verrichten die rechtstreeks verband houden met het besluitvormingsproces van de Unie; benadrukt dat het bekleden van bezoldigde functies in organisaties die onder het toepassingsgebied van het transparantieregister vallen, terwijl er tegelijkertijd parlementaire functies worden uitgeoefend op hetzelfde beleidsterrein of daarmee samenhangende contacten worden onderhouden met de Commissie of de Raad, onverenigbaar is met deze regels; dringt erop aan dat dergelijke situaties naar behoren worden onderzocht en dat er, wanneer er inbreuken worden vastgesteld, evenredige sancties worden toegepast;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>122.</NO.P>is ingenomen met het toegenomen gebruik van het transparantieregister als informatie- en referentiebron voor belangenvertegenwoordigingsactiviteiten op het niveau van de Unie; is ingenomen met de ontwikkeling van IT-oplossingen om het transparantieregister te verbeteren, maar merkt op dat het secretariaat nog steeds ondergefinancierd en onderbemand is; merkt op dat de kwaliteit van de inschrijvingen in het transparantieregister is verbeterd en herinnert eraan dat het nodig is de gegevenskwaliteit van nieuwe aanvragers steeds grondiger te controleren; is verheugd dat het Parlement robuuste normen heeft ingevoerd inzake transparantie en de toegang tot de instellingen voor entiteiten die zijn opgenomen in het transparantieregister; dringt erop aan het transparantieregister en het systeem voor financiële transparantie aan elkaar te koppelen om kruiscontroles van in het transparantieregister opgenomen entiteiten mogelijk te maken en na te gaan of de ingediende gegevens adequaat zijn; herhaalt in dat verband dat de financiën van alle entiteiten uitgebreid moeten worden gescreend voordat zij in het transparantieregister worden opgenomen, en dringt er in dit opzicht op aan dat het register wordt voorzien van voldoende middelen voor de werking ervan en voor de doeltreffende handhaving van de interne regels; verzoekt de administratie van het Parlement voorts te zorgen voor interinstitutionele mediatransparantie en alle mediakanalen openbaar te maken die middelen van de Unie ontvangen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>123.</NO.P>verzoekt de Rekenkamer specifiek onderzoek te doen naar mediafinanciering;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on">Digitalisering, cyberbeveiliging en AI</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>124.</NO.P>verzoekt het Parlement zijn inspanningen verder op te voeren en concrete kritieke uitdagingen zoals cyberbeveiliging en AI aan te pakken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>125.</NO.P>herinnert eraan dat het AI-governancekader in maart 2024 door het Bureau is vastgesteld; onderstreept dat er dringend een alomvattende AI-strategie en een routekaart moeten worden vastgesteld, met inbegrip van een voorstel voor een actieplan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>126.</NO.P>neemt er nota van dat er vooruitgang wordt geboekt met het interne platform van het Parlement voor generatieve AI; herhaalt dat dit platform een essentieel element is voor de conforme en veilige uitvoering van AI-projecten, met name voor de ondersteuning van de leden bij hun activiteiten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>127.</NO.P>verzoekt de administratie van het Parlement ervoor te zorgen dat AI-projecten volledig conform de governancevereisten worden uitgevoerd en dat op dergelijke wijze toegang wordt verleend dat gevoelige gegevens worden beschermd en openbaar beschikbare informatie kan worden gebruikt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>128.</NO.P>verzoekt de administratie van het Parlement de transparantie en toegankelijkheid van de parlementaire werkzaamheden te versterken door met behulp van AI-oplossingen te zorgen voor de systematische beschikbaarheid van digitale, doorzoekbare en herbruikbare transcripties van alle debatten van de commissies, met inbegrip van uitwisselingen met commissarissen, deskundigen en belanghebbenden; benadrukt dat dergelijke transcripties tijdig beschikbaar moeten worden gesteld; onderstreept dat een betere toegang tot debatten van de commissies de democratische controle, het institutioneel geheugen en het inzicht van de burgers in de wetgevingswerkzaamheden van het Parlement zou vergroten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>129.</NO.P>neemt kennis van de aanzienlijke verbeteringen die zijn aangebracht op de website van de plenaire vergadering, waaronder een betere toegankelijkheid van de verificatie-instrumenten voor hoofdelijke stemmingen, die hebben bijgedragen aan meer transparantie en nauwkeurigheid van de parlementaire stemuitslagen; dringt niettemin aan op verdere verbeteringen van de bruikbaarheid en presentatie van informatie in verband met stemmingen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on">Vrijwillige pensioenregeling</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>130.</NO.P>neemt nota van de onderfinanciering van de vrijwillige pensioenregeling, door een tekort van 105 miljoen EUR eind 2024 en beperkte activa van 23,17 miljoen EUR, die naar verwachting eind 2026 zullen zijn uitgeput; merkt op dat de verplichtingen voortvloeien uit wettelijke betalingsverplichtingen voor meer dan 900 leden tot ten minste 2074;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>131.</NO.P>merkt op dat het Bureau op zijn vergadering van 12 juni 2023 heeft besloten om de situatie aan te pakken en een combinatie van maatregelen te nemen om de voorwaarden voor de vrijwillige pensioenregeling te wijzigen; wijst erop dat deze maatregelen onder meer bestonden uit een verlaging van de nominale waarde van het pensioen met 50 %, niet alleen voor toekomstige begunstigden met pensioenrechten die momenteel worden opgebouwd, maar ook voor huidige begunstigden met pensioenrechten die al zijn opgebouwd, een bevriezing van de jaarlijkse indexering van de pensioenbedragen en een verhoging van de pensioenleeftijd van 65 naar 67 jaar voor begunstigden die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet hebben bereikt; benadrukt dat dit volgens de ramingen van de actuarissen, met actuariële aanname op 1 juli 2023, tot gevolg heeft dat de pensioenverplichting van het vrijwillige pensioen vanaf 1 juli 2023 daalt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>132.</NO.P>merkt op dat het Bureau ook een “hardheidsclausule” heeft ingevoerd die de begunstigden in staat stelt om bij de quaestoren een verzoek om verhoging van hun pensioen in te dienen als de verlaging aanzienlijk is; neemt er nota van dat het Bureau de begunstigden daarnaast de mogelijkheid biedt om vrijwillig en definitief uit de vrijwillige pensioenregeling te stappen en daarvoor een eenmalig, forfaitair bedrag te ontvangen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>133.</NO.P>stelt vast dat het besluit van het Bureau van 12 juni 2023<FOOTNOTE><FIELD> Besluit van het Bureau van het Europees Parlement van 12 juni 2023 tot wijziging van de bepalingen ter uitvoering van het statuut van de leden van het Europees Parlement (PB C 227 van 29.6.2023, blz. 5).</FIELD></FOOTNOTE> door 405 begunstigden van de vrijwillige pensioenregeling is aangevochten voor het Gerecht; herinnert aan de opmerkingen die de secretaris-generaal tijdens de hoorzitting van 8 december heeft gemaakt in afwachting van de uitspraak van het Gerecht en de mogelijke maatregelen; neemt er nota van dat het Gerecht op 17 december 2025 heeft beslist de beroepen van de voormalige leden te verwerpen; verzoekt de administratie en het Bureau de kwestie te behandelen en de nodige maatregelen te nemen om uitvoering te geven aan het arrest van het Gerecht;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on">Jaarverslag over gegunde opdrachten</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>134.</NO.P>wijst er nogmaals op dat in het Financieel Reglement wordt bepaald welke informatie inzake de gunning van opdrachten door het Parlement moet worden verstrekt aan de begrotingsautoriteit en aan het publiek; merkt op dat, krachtens het Financieel Reglement, gegunde opdrachten die een waarde vertegenwoordigen van meer dan 15 000 EUR – de drempelwaarde waarboven een openbare aanbestedingsprocedure verplicht wordt – openbaar moeten worden gemaakt; merkt op dat van de 192 opdrachten die in 2024 zijn gegund, 95 gebaseerd waren op een openbare procedure, met een waarde van 814,2 miljoen EUR, en één op een niet-openbare procedure, met een totale waarde van 208 000 EUR; stelt vast dat er 81 opdrachten, ter waarde van 173 miljoen EUR, zijn gegund via onderhandelingsprocedures;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>135.</NO.P>is ingenomen met de openbaarmaking door het Parlement van opdrachten van meer dan 15 000 EUR; verzoekt het Parlement de transparantie van zijn aanbestedingsprocedures te vergroten, onder meer door gestructureerde, machineleesbare gegevens te publiceren waar dat juridisch en technisch haalbaar is en door, via het beheer van overeenkomsten, duidelijke zorgvuldigheidsverwachtingen en handhavingsmechanismen in zijn toeleveringsketens op te nemen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>136.</NO.P>merkt op dat het totale aantal gegunde opdrachten en de totale waarde daarvan in 2024 zijn gedaald ten opzichte van 2023 (respectievelijk 192 en 242); merkt op dat het aantal openbare procedures en procedures van gunning via onderhandelingen en hun waarden bijgevolg lager zijn dan in 2023;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on">Fracties (begrotingspost 400)</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>137.</NO.P>merkt op dat 2024 om twee redenen een uitdagend jaar was voor de presentatie van de uitgaven die onder begrotingspost 400 vielen: ten eerste omdat het een Europees verkiezingsjaar was, waarbij de uitgaven waren verdeeld over de eerste helft van 2024 (de negende zittingsperiode) en de tweede helft van 2024 (de tiende zittingsperiode), en ten tweede omdat de gecontroleerde definitieve rekeningen voor de eerste helft van 2024 van een van de fracties (ID-Fractie) ernstige onregelmatigheden vertoonden; merkt op dat de vicevoorzitters tijdens de hoorzitting van 8 december ook hebben laten weten dat er aanvullende informatie is gevraagd over de rekeningen voor de tweede helft van 2024, waarop het Bureau nog wachtte alvorens een besluit te nemen over het verstrekken van de informatie aan de kwijtingsautoriteit; neemt kennis van de brief van 20 januari 2026 van de secretaris-generaal van het Parlement aan de voorzitter van de Commissie begrotingscontrole van het Parlement waarin de auditverslagen voor de tweede helft van 2024 voor zeven van de acht fracties worden ingediend; neemt kennis van de goedkeurende accountantsverklaring voor elk verslag; merkt op dat het verslag van de PfE-Fractie voor de tweede helft van 2024 nog steeds ontbreekt vanwege de lopende uitwisselingen tussen die fractie en de bevoegde diensten van het Parlement; verzoekt zowel de PfE-Fractie als de bevoegde diensten van het Parlement de openstaande kwesties snel op te lossen en de kwijtingsautoriteit in kennis te stellen van de uitkomst;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>138.</NO.P>neemt er nota van dat de PfE-Fractie er in de media van wordt beschuldigd in de tweede helft van 2024 ten minste 171 644 EUR aan middelen oneigenlijk te hebben gebruikt; merkt op dat de administratie van het Parlement de PfE-Fractie om opheldering heeft verzocht; merkt op dat de kwijtingsautoriteit nog niet op de hoogte is gesteld, maar dat zij verwacht onverwijld op de hoogte te worden gebracht van alle verdere ontwikkelingen en van het resultaat van de administratieve follow-up in deze kwestie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>139.</NO.P>neemt er nota van dat in het Duitse nieuwsmagazine “Stern” wordt beweerd dat een lid van de Fractie Europa van Soevereine Naties (ESN) een congres heeft georganiseerd waarbij personeelsleden en familieleden aanwezig waren, met mogelijke kosten die onder post 400 ten laste komen van de begroting van het Parlement, en dat tijdens dit evenement naar verluidt donaties zijn ingezameld voor een rechts vrouwennetwerk waarmee naaste familieleden en personeelsleden van leden van de ESN-Fractie banden hebben; herinnert eraan dat uitgaven onder begrotingspost 400 strikt beperkt moeten blijven tot parlementaire activiteiten van de fracties en volledig in overeenstemming moeten zijn met de toepasselijke regels; dringt er bij DG FINS op aan de zaak te onderzoeken en de kwijtingsautoriteit onverwijld in kennis te stellen indien een geval van niet-naleving wordt vastgesteld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>140.</NO.P>herinnert aan de exclusieve financiële verantwoordelijkheid die aan de fracties is toevertrouwd en aan hun toezegging om goed financieel beheer, doeltreffende controles en volledige verantwoordingsplicht voor overheidsmiddelen te waarborgen; dringt aan op adequate toezichtsmechanismen binnen DG FINS door meer middelen beschikbaar te stellen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>141.</NO.P>benadrukt dat het beschermen van de democratische integriteit en het creëren van een eerlijke omgeving voor Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen doorslaggevend is voor het doeltreffend functioneren en de geloofwaardigheid van de Unie; merkt op dat de Autoriteit voor Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen (“de Autoriteit”) een onafhankelijk orgaan van de Unie is dat sinds zijn oprichting op 1 september 2016 op dit gebied werkzaam is en sinds 1 januari 2017 volledig operationeel is; merkt op dat de wetgever van de Unie de Autoriteit heeft belast met de registratie van, het toezicht op en, zo nodig, het opleggen van sancties aan Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>142.</NO.P>stelt met tevredenheid vast dat de Autoriteit proactief contact heeft gezocht met en aan bewustmaking heeft gedaan binnen een netwerk van organen en instellingen die relevant zijn voor de gezamenlijke bescherming van de Europese democratie; wijst er met name op dat de Autoriteit heeft samengewerkt met het Parlement, dat verantwoordelijk is voor het secretariaat van het Comité van onafhankelijke vooraanstaande personen, om de doelmatigheid van de procedures te maximaliseren; stelt vast dat de samenwerking op operationeel gebied ook is versterkt met een aantal andere stakeholders van de Unie, waaronder de Europese Dienst voor extern optreden en het Europees Comité voor gegevensbescherming; stelt vast dat de Autoriteit haar samenwerking met Europol heeft versterkt door een memorandum van overeenstemming te ondertekenen over de uitwisseling van strategische informatie betreffende digitale wederrechtelijke inmenging in de democratie van de Unie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>143.</NO.P>neemt er nota van dat de Autoriteit in 2024 verschillende preventieve nalevingsaanbevelingen heeft gedaan aan Europese politieke partijen en stichtingen om nalevingsrisico’s aan te pakken voordat die zich voordoen, met name om hun interne processen op het gebied van donaties, bijdragen en de activiteiten die zij voornemens zijn te organiseren, te verbeteren; is ingenomen met het feit dat de Autoriteit in 11 gevallen ook op verzoek richtsnoeren heeft verstrekt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>144.</NO.P>neemt er nota van dat de Autoriteit de Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen in acht gevallen de mogelijkheid heeft geboden om corrigerende maatregelen te treffen in verband met controles op de financiële naleving met betrekking tot verboden donaties en gevallen van financiering van andere entiteiten in het kader van gezamenlijke activiteiten; is ingenomen met het feit dat de Autoriteit erop blijft toezien dat corrigerende maatregelen met een langdurig effect zorgen voor een duurzame naleving op de betrokken gebieden; merkt op dat de Autoriteit in de loop van 2024 één sanctiebesluit heeft genomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>145.</NO.P>is ingenomen met het feit dat de Autoriteit op haar website ook uitgebreide richtsnoeren is blijven publiceren over de meest voorkomende risicogebieden en potentieel problematische structuren in het bestuur van Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen; is ingenomen met het feit dat de Autoriteit ook haar bevindingen en richtsnoeren van algemeen belang aan alle Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen heeft meegedeeld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>146.</NO.P>is ingenomen met de bekendmaking van Verordening (EU, Euratom) 2025/2445 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU, Euratom)  2025/2445 van het Europees Parlement en de Raad van 26 november 2025 betreffende het statuut en de financiering van Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen (PB L, 2025/2445, 8.12.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2025/2445/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, waarbij nieuwe vereisten voor Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen worden ingevoerd om de democratische integriteit en veerkracht te versterken; onderstreept met name dat Europese politieke partijen er voortaan ook op moeten toezien dat de bij hen aangesloten partijen en Europese politieke stichtingen van de bij hen aangesloten organisaties zich houden aan de in artikel 2 van het VEU vastgelegde waarden waarop de Unie is gegrondvest; merkt voorts op dat de waarborgen tegen buitenlandse inmenging zijn versterkt en dat het herziene sanctiesysteem vereist dat sancties voor kwantificeerbare inbreuken – zoals inbreuken op de regels inzake donaties of het verbod op het verstrekken van financiering aan nationale partijen – worden opgelegd zonder dat de mogelijkheid wordt geboden om corrigerende maatregelen te nemen; neemt in dit verband met voldoening kennis van de uitgebreide preventieve richtsnoeren die de Autoriteit met haar actieplan voor de naleving van de regelgeving (“R-CAP”) verschaft om een soepele en doeltreffende uitvoering te vergemakkelijken; moedigt het besluit aan om ook binnen aangesloten organisaties subsidiabiliteitscontroles in te voeren om ervoor te zorgen dat ook de aangesloten organisaties volledig in overeenstemming zijn met de waarden van artikel 2 VEU en om de democratische integriteit bij de financiering van Europese politieke partijen door het Parlement te handhaven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>147.</NO.P>merkt op dat de Autoriteit alleen op verzoek van het Parlement, de Raad of de Commissie kan overgaan tot een controle van de naleving van de waarden waarop de Unie is gegrondvest;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>148.</NO.P>benadrukt dat het, gezien het verruimde toepassingsgebied van de procedure voor de controle op de naleving van de waarden, die voortaan ook van toepassing is op aangesloten partijen en aangesloten organisaties, en andere nieuwe elementen in Verordening (EU, Euratom) 2025/2445, waaronder de welkome aanpassingen ter bescherming van de Europese democratie tegen buitenlandse inmenging, van essentieel belang is om de personele middelen van de Autoriteit op passende wijze uit te breiden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>149.</NO.P>neemt er nota van dat de in 2024 in begrotingspost 402 opgenomen kredieten als volgt zijn gebruikt<FOOTNOTE><FIELD> Alle bedragen in EUR.</FIELD></FOOTNOTE>:</P></ACTION><ACTION><P><TABLE><TGROUP COLS="7"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="18.62*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="14.06*"/><COLSPEC COLNAME="C3" COLNUM="3" COLWIDTH="12.49*"/><COLSPEC COLNAME="C4" COLNUM="4" COLWIDTH="14.64*"/><COLSPEC COLNAME="C5" COLNUM="5" COLWIDTH="13.47*"/><COLSPEC COLNAME="C6" COLNUM="6" COLWIDTH="14.08*"/><COLSPEC COLNAME="C7" COLNUM="7" COLWIDTH="12.64*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P>Partij (2024)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P>Afkorting</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C3" VALIGN="MIDDLE"><P>Eigen middelen</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C4" VALIGN="MIDDLE"><P>Definitieve bijdrage van het EP<FOOTNOTE><FIELD> Samengesteld uit het tweede deel van de definitieve financiering van 2023 en het eerste deel van de definitieve financiering van 2024 overeenkomstig het besluit van het Bureau van 9 maart 2026.</FIELD></FOOTNOTE></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C5" VALIGN="MIDDLE"><P>Totale ontvangsten</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C6" VALIGN="MIDDLE"><P>Bijdrage van het EP als % van de subsidiabele uitgaven (max. 90 %)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C7" VALIGN="MIDDLE"><P>Specifieke reserve na afsluiting 2024<FOOTNOTE><FIELD> GAAP-rekeningen voor 2024, bijgesteld op basis van de impact van de herclassificaties bij de afsluiting 2024.</FIELD></FOOTNOTE></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P>Europese Volkspartij</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P>PPE</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C3" VALIGN="MIDDLE"><P>2 124 050</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C4" VALIGN="MIDDLE"><P>11 655 962</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C5" VALIGN="MIDDLE"><P>13 780 012</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C6" VALIGN="MIDDLE"><P>90 %</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C7" VALIGN="MIDDLE"><P>261 623</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P>Partij van de Europese Sociaaldemocraten</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P>PSE</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C3" VALIGN="MIDDLE"><P>1 579 596</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C4" VALIGN="MIDDLE"><P>8 399 744</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C5" VALIGN="MIDDLE"><P>9 979 340</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C6" VALIGN="MIDDLE"><P>90 %</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C7" VALIGN="MIDDLE"><P>987 745</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P>Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P>ALDE</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C3" VALIGN="MIDDLE"><P>766 992</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C4" VALIGN="MIDDLE"><P>5 726 982</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C5" VALIGN="MIDDLE"><P>6 493 974</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C6" VALIGN="MIDDLE"><P>90 %</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C7" VALIGN="MIDDLE"><P>414 768</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P>Europese Groene Partij</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P>VERT</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C3" VALIGN="MIDDLE"><P>713 874</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C4" VALIGN="MIDDLE"><P>6 020 217</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C5" VALIGN="MIDDLE"><P>6 734 091</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C6" VALIGN="MIDDLE"><P>90 %</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C7" VALIGN="MIDDLE"><P>993 646</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P>Partij van de Europese Conservatieven en Hervormers</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P>ECR-partij</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C3" VALIGN="MIDDLE"><P>780 974</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C4" VALIGN="MIDDLE"><P>3 430 937</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C5" VALIGN="MIDDLE"><P>4 211 911</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C6" VALIGN="MIDDLE"><P>90 %</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C7" VALIGN="MIDDLE"><P>-273 939</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P>Partij voor Identiteit en Democratie<FOOTNOTE><FIELD> “Patriots.eu” met ingang van juli 2024.</FIELD></FOOTNOTE></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P>ID-partij</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C3" VALIGN="MIDDLE"><P>219 813</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C4" VALIGN="MIDDLE"><P>1 323 019</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C5" VALIGN="MIDDLE"><P>1 542 832</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C6" VALIGN="MIDDLE"><P>90 %</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C7" VALIGN="MIDDLE"><P>22 063</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P>Partij van Europees Links</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P>EL</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C3" VALIGN="MIDDLE"><P>211 643</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C4" VALIGN="MIDDLE"><P>2 095 650</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C5" VALIGN="MIDDLE"><P>2 307 293</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C6" VALIGN="MIDDLE"><P>90 %</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C7" VALIGN="MIDDLE"><P>-42 833</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P>Europese Democratische Partij</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P>EDP</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C3" VALIGN="MIDDLE"><P>204 400</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C4" VALIGN="MIDDLE"><P>1 650 075</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C5" VALIGN="MIDDLE"><P>1 854 475</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C6" VALIGN="MIDDLE"><P>90 %</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C7" VALIGN="MIDDLE"><P>154 132</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P>Europese Vrije Alliantie</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P>EVA</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C3" VALIGN="MIDDLE"><P>232 056</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C4" VALIGN="MIDDLE"><P>1 056 844</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C5" VALIGN="MIDDLE"><P>1 288 899</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C6" VALIGN="MIDDLE"><P>90 %</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C7" VALIGN="MIDDLE"><P>-7 391</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P>Europese Christelijke Politieke Beweging<FOOTNOTE><FIELD> “Europese Christelijke Politieke Partij” met ingang van maart 2025.</FIELD></FOOTNOTE></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P>ECPM</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C3" VALIGN="MIDDLE"><P>100 896</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C4" VALIGN="MIDDLE"><P>985 861</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C5" VALIGN="MIDDLE"><P>1 086 757</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C6" VALIGN="MIDDLE"><P>90 %</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C7" VALIGN="MIDDLE"><P>-59 624</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">TOTAAL</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C3" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">6 934 294</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C4" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">42 345 292</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C5" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">49 279 586</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C6" VALIGN="MIDDLE"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C7" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">2 450 191</STRING></P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P></ACTION><ACTION><P><NO.P>150.</NO.P>neemt er nota van dat de in 2024 in begrotingspost 403 opgenomen kredieten als volgt zijn gebruikt<FOOTNOTE><FIELD> Alle bedragen in EUR.</FIELD></FOOTNOTE>:</P></ACTION><ACTION><P><TABLE><TGROUP COLS="8"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="14.34*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="13.9*"/><COLSPEC COLNAME="C3" COLNUM="3" COLWIDTH="10.88*"/><COLSPEC COLNAME="C4" COLNUM="4" COLWIDTH="12.52*"/><COLSPEC COLNAME="C5" COLNUM="5" COLWIDTH="13.78*"/><COLSPEC COLNAME="C6" COLNUM="6" COLWIDTH="13.78*"/><COLSPEC COLNAME="C7" COLNUM="7" COLWIDTH="10.16*"/><COLSPEC COLNAME="C8" COLNUM="8" COLWIDTH="10.64*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P>Stichting (2024)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P>Afkorting</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C3" VALIGN="MIDDLE"><P>Gelieerd aan partij</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C4" VALIGN="MIDDLE"><P>Eigen middelen</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C5" VALIGN="MIDDLE"><P>Definitieve subsidie van het EP</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C6" VALIGN="MIDDLE"><P>Totaal ontvangsten</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C7" VALIGN="MIDDLE"><P>Subsidie van het EP als % van de subsidia-bele kosten (max. 95 %)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C8" VALIGN="MIDDLE"><P>Specifie-ke reserve na afsluiting 2024<FOOTNOTE><FIELD> GAAP-rekeningen voor 2024, bijgesteld op basis van de impact van de herclassificaties van de afsluiting 2024.</FIELD></FOOTNOTE></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P>Wilfried Martens Centrum voor Europese Studies</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P>WMCES</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C3" VALIGN="MIDDLE"><P>PPE</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C4" VALIGN="MIDDLE"><P>808 035</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C5" VALIGN="MIDDLE"><P>6 378 510</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C6" VALIGN="MIDDLE"><P>7 186 545</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C7" VALIGN="MIDDLE"><P>95 %</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C8" VALIGN="MIDDLE"><P>1 320 717</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P>Stichting voor Europese Progressieve Studies</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P>FEPS</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C3" VALIGN="MIDDLE"><P>PSE</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C4" VALIGN="MIDDLE"><P>663 502</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C5" VALIGN="MIDDLE"><P>5 204 666</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C6" VALIGN="MIDDLE"><P>5 868 168</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C7" VALIGN="MIDDLE"><P>93 %</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C8" VALIGN="MIDDLE"><P>251 466</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P>Europees Liberaal Forum</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P>ELF</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C3" VALIGN="MIDDLE"><P>ALDE</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C4" VALIGN="MIDDLE"><P>373 621</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C5" VALIGN="MIDDLE"><P>2 722 333</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C6" VALIGN="MIDDLE"><P>3 095 954</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C7" VALIGN="MIDDLE"><P>89 %</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C8" VALIGN="MIDDLE"><P>638 880</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P>Groene Europese Stichting</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P>GEF</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C3" VALIGN="MIDDLE"><P>VERT</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C4" VALIGN="MIDDLE"><P>170 098</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C5" VALIGN="MIDDLE"><P>2 317 344</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C6" VALIGN="MIDDLE"><P>2 487 442</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C7" VALIGN="MIDDLE"><P>95 %</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C8" VALIGN="MIDDLE"><P>40 821</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P>New Direction – Stichting voor Europese Hervorming<FOOTNOTE><FIELD> “New Direction – De Stichting voor Europese Hervorming” met ingang van juli 2025.</FIELD></FOOTNOTE></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P>ND</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C3" VALIGN="MIDDLE"><P>ECR-partij</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C4" VALIGN="MIDDLE"><P>200 408</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C5" VALIGN="MIDDLE"><P>1 894 279</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C6" VALIGN="MIDDLE"><P>2 094 686</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C7" VALIGN="MIDDLE"><P>95 %</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C8" VALIGN="MIDDLE"><P>134 704</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P>Stichting Association pour l’Identité et Démocratie<FOOTNOTE><FIELD> “Stichting Patriotten voor Europa” met ingang van oktober 2024.</FIELD></FOOTNOTE></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P>ID-stichting</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C3" VALIGN="MIDDLE"><P>ID-partij</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C4" VALIGN="MIDDLE"><P>114 557</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C5" VALIGN="MIDDLE"><P>531 757</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C6" VALIGN="MIDDLE"><P>646 313</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C7" VALIGN="MIDDLE"><P>95 %</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C8" VALIGN="MIDDLE"><P>-62 575</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P>Transform Europe</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P>TE</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C3" VALIGN="MIDDLE"><P>EL</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C4" VALIGN="MIDDLE"><P>82 852</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C5" VALIGN="MIDDLE"><P>1 234 833</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C6" VALIGN="MIDDLE"><P>1 317 685</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C7" VALIGN="MIDDLE"><P>95 %</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C8" VALIGN="MIDDLE"><P>69 496</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P>Instituut van Europese Democraten</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P>IED</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C3" VALIGN="MIDDLE"><P>EDP</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C4" VALIGN="MIDDLE"><P>39 000</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C5" VALIGN="MIDDLE"><P>530 090</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C6" VALIGN="MIDDLE"><P>569 090</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C7" VALIGN="MIDDLE"><P>87 %</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C8" VALIGN="MIDDLE"><P>-113 763</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P>Coppieters Foundation</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P>Coppieters</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C3" VALIGN="MIDDLE"><P>EVA</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C4" VALIGN="MIDDLE"><P>102 481</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C5" VALIGN="MIDDLE"><P>536 397</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C6" VALIGN="MIDDLE"><P>638 878</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C7" VALIGN="MIDDLE"><P>95 %</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C8" VALIGN="MIDDLE"><P>288 315</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P>Sallux</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P>SALLUX</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C3" VALIGN="MIDDLE"><P>ECPM</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C4" VALIGN="MIDDLE"><P>28 952</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C5" VALIGN="MIDDLE"><P>420 000</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C6" VALIGN="MIDDLE"><P>448 952</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C7" VALIGN="MIDDLE"><P>93 %</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C8" VALIGN="MIDDLE"><P>8 781</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">TOTAAL</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C3" VALIGN="MIDDLE"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C4" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">2 583 505</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C5" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">21 770 208</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C6" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">24 353 713</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C7" VALIGN="MIDDLE"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C8" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">2 576 842</STRING></P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>