<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0127</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Kwijting 2024: algemene begroting van de EU – Europese Raad en Raad</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0051/2026 - Rapporteur: Pasquale Tridico)</STRING></HIDDEN><TXTLST><DECISION><TI><NR>1.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 29 april 2026 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2024, afdeling II – Europese Raad en Raad (2025/2147(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2024<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2024/207, 22.2.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/budget/2024/207/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de geconsolideerde jaarrekening van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2024 (COM(2025)0359 – C10‑0147/2025)<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2025/4944, 13.10.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/4944/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Raad aan de kwijtingsautoriteit over de in 2024 uitgevoerde interne controles,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2024, tezamen met de antwoorden van de instellingen<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2025/5409, 8.10.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/5409/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer voor het begrotingsjaar 2024 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2025/5407, 13.10.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/5407/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, opgesteld overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 314, lid 10, en de artikelen 317, 318 en 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD> PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1046/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name de artikelen 59, 118, 260, 261 en 262,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name de artikelen 59, 118, 266, 267 en 268,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 102 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A10-0051/2026),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>stelt zijn besluit tot verlening van kwijting aan de secretaris-generaal van de Raad voor de uitvoering van de begroting van de Europese Raad en de Raad voor het begrotingsjaar 2024 uit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de Europese Raad, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><RESOL><TI><NR>2.</NR> <STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 29 april 2026 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2024, afdeling II – Europese Raad en Raad (2025/2147(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2024, afdeling II – Europese Raad en Raad,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 102 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A10-0051/2026),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de democratische legitimiteit van de instellingen van de Unie in de eerste plaats voortvloeit uit de strikte eerbiediging van de Verdragen, waarin het institutionele evenwicht en de duidelijke verdeling van bevoegdheden zijn vastgelegd; overwegende dat transparantie, verantwoordingsplicht en goed financieel beheer essentiële verplichtingen zijn voor alle instellingen, organen en instanties van de Unie wanneer zij geld van de belastingbetaler uitgeven; overwegende dat de kwijtingsautoriteit in het kader van de kwijtingsprocedure wenst te benadrukken dat het bijzonder belangrijk is de democratische legitimiteit van de instellingen van de Unie verder te versterken door de transparantie en de verantwoordingsplicht te verbeteren en door het concept van resultaatgericht begroten en een goed personeelsbeheer toe te passen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat overeenkomstig artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) het Europees Parlement als enige verantwoordelijk is voor het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Unie, en overwegende dat de begroting van de Europese Raad en van de Raad (de “Raad”) deel uitmaakt van de begroting van de Unie en bijgevolg onder de in de Verdragen en het Financieel Reglement opgenomen wettelijke verplichtingen valt inzake transparantie, verantwoordingsplicht en goed financieel beheer, ongeacht het intergouvernementele karakter ervan;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de Europese Raad overeenkomstig artikel 15, lid 1, VEU geen wetgevingstaken mag uitvoeren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat overeenkomstig artikel 317 VWEU de Commissie de begroting van de Unie uitvoert onder haar eigen verantwoordelijkheid en volgens het beginsel van goed financieel beheer, en overwegende dat overeenkomstig het toepasselijke kader de Commissie de overige instellingen van de Unie de bevoegdheden toekent die nodig zijn voor de uitvoering van hun afdelingen van de begroting;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat overeenkomstig artikel 235, lid 4, en artikel 240, lid 2, VWEU de Raad wordt bijgestaan door het secretariaat-generaal van de Raad (hierna het “secretariaat”), en overwegende dat de secretaris-generaal van de Raad geheel verantwoordelijk is voor het goede beheer van de op afdeling II van de begroting van de Unie opgevoerde kredieten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat het Parlement in de loop van meer dan twintig jaar de gevestigde en gerespecteerde praktijk heeft gehanteerd om kwijting te verlenen aan alle instellingen, organen en instanties van de Unie, en overwegende dat de Commissie het ermee eens is dat het aan alle instellingen, organen en instanties van de Unie verlenen van kwijting voor hun administratieve uitgaven wordt voortgezet;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat de Commissie overeenkomstig artikel 59, lid 1, van het Financieel Reglement de overige instellingen van de Unie de bevoegdheden toekent die nodig zijn voor de uitvoering van hun afdelingen van de begroting;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat sinds de kwijting voor de begroting 2009 het gebrek aan medewerking van de Raad tijdens de kwijtingsprocedure het Parlement heeft belet zijn democratische controlerende rol uit te oefenen en het Parlement herhaaldelijk heeft genoodzaakt om het verlenen van kwijting aan de secretaris-generaal van de Raad te weigeren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat de Europese Raad en de Raad, als instellingen van de Unie en ontvangers van middelen uit de algemene begroting van de Unie, transparant moeten zijn, een democratische verantwoordingsplicht moeten hebben tegenover de burgers van de Unie en onderworpen moeten zijn aan een democratische controle op de uitgave van overheidsmiddelen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat in artikel 15, lid 3, VWEU is bepaald dat de instellingen van de Unie in hun reglement van orde moeten waarborgen dat hun procedures transparant zijn, maar dat de Europese Ombudsman (de “Ombudsman”) in verscheidene onderzoeken en besluiten kritiek heeft geuit op het gebrek aan transparantie bij de Raad, wat erop wijst dat de Raad het kritieke verband tussen democratie en transparante besluitvorming niet volledig heeft begrepen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat in de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU) het recht van belastingbetalers en van het publiek wordt bevestigd om op de hoogte te worden gehouden van het gebruik van overheidsinkomsten, en dat het Gerecht in zijn arrest van 25 januari 2023 in zaak T-163/21<FOOTNOTE><FIELD> Arrest van het Gerecht van 25 januari 2023, De Capitani/Raad, T‑163/21, CLI:EU:T:2023:15.</FIELD></FOOTNOTE>, De Capitani/Raad, met betrekking tot transparantie binnen het wetgevingsproces van de Unie heeft verklaard dat de documenten die de Raad in zijn werkgroepen opstelt, niet van technische maar van wetgevende aard zijn en bijgevolg onderworpen zijn aan verzoeken om toegang tot documenten;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>merkt op dat de begroting van de Raad onder rubriek 7, “Europees openbaar bestuur”, van het MFK valt, die in 2023 in totaal 13,3 miljard EUR bedroeg (goed voor 6,9 % van de totale begroting van de Unie); merkt op dat de begroting van de Raad van ongeveer 0,7 miljard EUR goed is voor 5,26 % van de totale administratieve uitgaven van de Unie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>neemt er kennis van dat de Europese Rekenkamer (de “Rekenkamer”) in haar jaarverslag over het begrotingsjaar 2024 (het “verslag van de Rekenkamer”) onder de rubriek “Europees openbaar bestuur” steekproefsgewijs zeventig verrichtingen heeft onderzocht, hetzelfde aantal als in 2023 en wijst erop dat de Rekenkamer voorts opmerkt dat onder de administratieve uitgaven de uitgaven voor personele middelen vallen, met inbegrip van uitgaven voor pensioenen, die in 2024 goed waren voor ongeveer 69 % van de totale administratieve uitgaven, alsook uitgaven voor gebouwen, uitrusting, energieverbruik, communicatie en informatietechnologie (IT), en dat uit haar werkzaamheden door de jaren heen blijkt dat dergelijke uitgaven over het algemeen een laag risico vormen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>merkt op dat 16 van de 70 verrichtingen (23 %) fouten vertoonden, maar dat de Rekenkamer op basis van de drie door haar gekwantificeerde fouten schat dat het foutenpercentage onder de materialiteitsdrempel ligt; wijst erop dat in het verslag van de Rekenkamer geen specifieke kwesties met betrekking tot de Raad zijn opgemerkt;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Stand van zaken van de kwijtingsprocedure</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>betreurt ten zeerste dat het Parlement sinds 2009 en opnieuw voor het begrotingsjaar 2023 kwijting aan de Raad heeft moeten weigeren omdat de Raad blijft weigeren met het Parlement samen te werken aan de kwijtingsprocedure, ondanks de herhaalde inspanningen van het Parlement om een constructieve samenwerking in te stellen, waardoor het Parlement geen gefundeerd besluit kan nemen op basis van een ernstige en grondige controle van de uitvoering van de begroting van de Raad;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>merkt op dat de betrokken diensten van het Parlement op 22 september 2025, namens de rapporteur voor de kwijtingsprocedure, een vragenlijst aan het secretariaat hebben toegezonden met 103 vragen die voor het Parlement belangrijk zijn om een grondige controle van de uitvoering van de begroting van de Raad en van het beheer van de Raad mogelijk te maken; merkt voorts op dat soortgelijke vragenlijsten zijn toegezonden aan alle andere instellingen, die het Parlement gedetailleerde antwoorden op alle vragen hebben gegeven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>betreurt dat het secretariaat het Parlement op 3 oktober 2025 opnieuw heeft meegedeeld dat het de vragenlijst van het Parlement niet zou beantwoorden en dat de Raad niet zou deelnemen aan de hoorzitting van 6 november 2025 in het kader van de kwijtingsprocedure waaraan alle andere uitgenodigde instellingen wel hebben deelgenomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>wijst andermaal op het prerogatief van het Parlement om kwijting te verlenen overeenkomstig artikel 319 VWEU en de toepasselijke bepalingen in het Financieel Reglement en het Reglement van het Parlement, in overeenstemming met de tot nu toe gehanteerde interpretatie en praktijk, namelijk de bevoegdheid om kwijting te verlenen teneinde transparantie te bieden en de democratische verantwoordingsplicht ten aanzien van de Europese belastingbetaler te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>benadrukt dat in artikel 59, lid 1, van het Financieel Reglement is bepaald dat de Commissie de overige instellingen van de Unie de bevoegdheden toekent die nodig zijn voor de uitvoering van hun afdelingen van de begroting, en vindt het bijgevolg onbegrijpelijk dat de Raad het passend acht dat de Commissie kwijting wordt verleend voor de uitvoering van de begroting van de Raad;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>wijst op de gevestigde en erkende praktijk die het Parlement gedurende meer dan twintig jaar heeft gehanteerd om kwijting te verlenen aan alle instellingen, organen en instanties van de Unie, waaronder aan de Raad; herinnert eraan dat de Commissie heeft verklaard dat zij niet in staat is toezicht te houden op de uitvoering van de begroting van de andere instellingen van de Unie; wijst erop dat de Commissie meermaals te kennen heeft gegeven dat de praktijk waarbij aan elke instelling van de Unie kwijting wordt verleend voor hun administratieve uitgaven en de uitvoering van de Uniebegroting, onveranderd rechtstreeks door het Parlement moet worden voortgezet om de naleving van het beginsel van goed financieel beheer te waarborgen; herinnert eraan dat alle andere instellingen, organen en instanties in de kwijtingsprocedure volledig met het Parlement samenwerken, en acht de weigering van de Raad om dit te doen ongerechtvaardigd en onverenigbaar met het beginsel van institutionele loyaliteit uit hoofde van de Verdragen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>benadrukt dat de huidige situatie inhoudt dat het Parlement alleen de verslagen van de Rekenkamer en de Ombudsman en de openbaar beschikbare informatie op de website van de Raad kan controleren, waardoor het voor het Parlement onmogelijk is een gefundeerd besluit te nemen over het verlenen van kwijting; onderstreept dat het gebrek aan medewerking van de Raad het prerogatief van het Parlement ondermijnt om zijn toezichthoudende rol doeltreffend uit te oefenen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>betreurt het al meer dan tien jaar voortdurende gebrek aan politieke wil van de Raad om met het Parlement samen te werken in het kader van de jaarlijkse kwijtingsprocedure, waardoor een structurele blinde vlek is ontstaan in het checks-and-balances-systeem van de Unie, en het feit dat dit blijvende negatieve gevolgen heeft gehad voor beide instellingen en dat het beheer van en de democratische controle op de begroting van de Unie en het vertrouwen van de burgers in de Unie als transparante entiteit erdoor in diskrediet zijn gebracht; benadrukt dat een dergelijke aanhoudende institutionele belemmering het in de Verdragen vastgelegde beginsel van loyale samenwerking ondermijnt; is van mening dat aanhoudende niet-samenwerking de legitimiteit van het kader voor begrotingsbeheer van de Unie verder dreigt uit te hollen; benadrukt dat de Raad zich aan dezelfde normen op het vlak van de verantwoordingsplicht moet houden als de andere instellingen van de Unie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>herhaalt dat de aanhoudende weigering van de Raad om mee te werken in het kader van de kwijtingsprocedure een onaanvaardbare schending is van de democratische verantwoordingsplicht; dringt aan op de invoering van concrete en doeltreffende maatregelen om ervoor te zorgen dat elke instelling van de Unie die niet aan de transparantieverplichtingen voldoet, volledig ter verantwoording wordt geroepen, door praktische maatregelen te onderzoeken overeenkomstig artikel 59, lid 1, van het Financieel Reglement en het beginsel van goed financieel beheer, die samenwerking stimuleren, met inbegrip van betere conditionaliteit in administratieve regelingen en rapportagevereisten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>herinnert eraan dat de jurisprudentie van het HvJ-EU het recht van de belastingbetalers en het publiek ondersteunt om op de hoogte te worden gehouden van het gebruik van overheidsinkomsten; eist daarom volledige eerbiediging van het prerogatief van het Parlement en zijn rol als hoeder van het beginsel van democratische verantwoordingsplicht; verzoekt de Raad om naar behoren follow-up te geven aan de door het Parlement aangenomen aanbevelingen in het kader van de kwijtingsprocedure en staat erop dat ten volle toepassing wordt gegeven aan artikel 14, lid 1, VEU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>stelt vast dat de vertegenwoordiger van het voorzitterschap van de Raad op 6 mei 2025 tijdens zijn toespraak in de plenaire vergadering van het Parlement heeft aangegeven dat de Raad bereid is tot betekenisvolle en pragmatische samenwerking tussen de twee instellingen met betrekking tot de kwijting voor de uitvoering van de afdeling van de Uniebegroting betreffende de Europese Raad en de Raad en dringt erop aan dit voornemen om te zetten in concrete en onmiddellijke acties; verzoekt de Raad dan ook de onderhandelingen met het Parlement op het hoogste niveau zo spoedig mogelijk te hervatten, met deelname van de secretarissen-generaal en de voorzitters van beide instellingen, om de impasse te doorbreken en een oplossing te vinden waarbij de institutionele bevoegdheden van het Parlement en de Raad in de kwijtingsprocedure worden gerespecteerd en de transparantie en een gedegen democratische controle op de uitvoering van de begroting worden gewaarborgd; herhaalt zijn verzoek aan de juridische diensten van de Commissie en de Raad om een advies te verstrekken inzake mogelijke op de Verdragen gebaseerde oplossingen om verantwoording door de Raad in de kwijtingsprocedure af te dwingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>benadrukt dat de huidige situatie weliswaar moet worden verholpen middels een betere interinstitutionele samenwerking in het kader van de Verdragen, maar dat met een herziening van de Verdragen de kwijtingsprocedure duidelijker en transparanter zou kunnen worden gemaakt door het Parlement de expliciete bevoegdheid te geven om alle instellingen, organen en instanties van de Unie afzonderlijk kwijting te verlenen; benadrukt echter dat in afwachting van een dergelijke herziening de huidige situatie moet worden verbeterd door middel van nauwere interinstitutionele samenwerking; dringt er in dit verband bij de Raad op aan actief met het Parlement samen te werken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>merkt op dat het Parlement, ondanks de langdurige onwil van de Raad om mee te werken aan de kwijtingsprocedure, in dit verslag niettemin de nadruk legt op een aantal politieke prioriteiten en enkele opmerkingen maakt over het begrotings- en financieel beheer van de Raad alsook andere opmerkingen die relevant zijn voor de kwijtingsprocedure, met eerbiediging van de nationale soevereiniteit, de Verdragen en het beginsel van goed financieel beheer;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>merkt op dat, gezien het gebrek aan medewerking van de Raad met het Parlement, de opmerkingen in de volgende delen in de eerste plaats berusten op geaggregeerde informatie die op de website van de Raad is gepubliceerd en die slechts in beperkte mate gedetailleerd is;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Politieke prioriteiten</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>herinnert eraan dat de EU in 2024 is overeengekomen om Oekraïne voorspelbare financiële steun te verlenen via de faciliteit voor Oekraïne voor de periode 2024-2027; benadrukt dat de Raad en zijn secretariaat in dit verband een grotere verantwoordelijkheid hebben om te zorgen voor transparantie, integriteit en goed financieel beheer bij alle administratieve uitgaven van de Raad in verband met besluitvorming, vergaderingen en logistieke regelingen in verband met Oekraïne, met inbegrip van duidelijke verslaglegging over de daarmee verband houdende kosten en het daarmee verband houdende contractbeheer;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>betreurt dat de Raad in de voordracht- en benoemingsprocedures voor een groot aantal instellingen, organen en instanties van de Unie zijn prerogatief uitoefent zonder daarbij rekening te houden met de meningen van betrokken partijen of met de aanbevelingen van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>neemt met bezorgdheid kennis van de praktijk van de Raad met betrekking tot voordrachten door individuele lidstaten voor de meeste posten, waardoor de mate waarin de beroepskwalificaties van kandidaten worden gecontroleerd, kan worden beperkt; dringt daarom aan op een herziening van het prerogatief van de Raad om de participatie van de betrokken instellingen, organen en instanties te waarborgen en te versterken en om de legitimiteit van de benoemden te vergroten; stelt voor dat een mogelijkheid om ervoor te zorgen dat kandidaten over de nodige kwalificaties beschikken, zou kunnen bestaan in het uitvoeren van een gemeenschappelijke screening door een externe jury, zoals voor de voordrachten van rechters en advocaten-generaal bij het HvJ-EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>herinnert eraan dat de Raad, overeenkomstig artikel 286, lid 2, VWEU, de leden van de Rekenkamer benoemt na raadpleging van het Parlement; herinnert eraan dat het Parlement op basis van deze voorwaarde advies uitbrengt inzake de kandidaten; betreurt dat de Raad de aanbevelingen van het Parlement, in zijn adviserende rol, met betrekking tot de benoeming van leden van de Rekenkamer herhaaldelijk heeft genegeerd; herinnert eraan dat het advies van het Parlement weliswaar voor de Raad niet-bindend is, maar dat kandidaten die een ongunstig advies hebben gekregen, hun kandidatuur hebben ingetrokken en zo het besluit van het Parlement hebben aanvaard, waardoor zij de rol van het Parlement erkennen als democratische toezichthoudende autoriteit in verband met de bescherming van de begroting van de Unie; verzoekt de Raad de rol van het Parlement te erkennen door mee te werken in het kader van de kwijtingsprocedure;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>wijst erop dat het aanhoudende gebrek aan genderevenwicht onder de leden van de Raad de gelijkheidsdoelstellingen van de Unie ondermijnt; herhaalt zijn verzoek aan de Raad om deze kwestie aan te pakken door de benoemingsprocedure te herzien en concrete maatregelen te nemen, zoals de eis dat de lidstaten ten minste twee kandidaten van verschillend geslacht voordragen, en aldus te zorgen voor een evenwichtigere en representatievere samenstelling van de Rekenkamer, met inachtneming van de beginselen van verdienste, excellentie en gelijke kansen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>herhaalt zijn oproep om een Raad van ministers van Defensie op te richten, als institutioneel forum voor politieke en strategische coördinatie; is van mening dat een permanente en specifieke Raadsformatie voor defensie zou weerspiegelen dat de Unie meer verantwoordelijkheid moet nemen voor haar eigen veiligheid en defensie, als aanvulling op de oprichting van een Commissie veiligheid en defensie in het Parlement en de aanwijzing van een commissaris voor Defensie en Ruimtevaart in de Commissie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>betreurt dat de Raad tot dusver de resolutie van het Parlement van 17 december 2020 over de noodzaak van een specifieke Raadsformatie voor gendergelijkheid heeft genegeerd, en blijft van mening dat een specifiek institutioneel forum zou zorgen voor een sterkere integratie van gendergelijkheid in het beleid en de strategieën van de Unie, alsook voor essentiële coördinatie en vooruitgang in de belangrijkste dossiers met betrekking tot gendergelijkheid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>herinnert eraan dat de rechters en advocaten-generaal van het Hof van Justitie in onderlinge overeenstemming worden benoemd door de regeringen van de lidstaten, na raadpleging van een comité dat advies moet uitbrengen over de geschiktheid van de kandidaten voor de uitoefening van de vereiste taken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>merkt op dat de Europese Ombudsman in haar besluit van 9 september 2024 over het strategisch initiatief inzake sponsoring van het voorzitterschap van de Raad, de Raad heeft aangemoedigd om de balans op te maken van de wijze waarop de door de Raad vastgestelde niet-bindende regels voor het gebruik van sponsoring door zijn voorzitterschap (“de richtsnoeren”) zijn uitgevoerd en om andere mogelijke maatregelen te onderzoeken die kunnen bijdragen tot het beperken van de risico’s in verband met het gebruik van sponsoring, waaronder het risico op belangenconflicten en reputatierisico’s; maakt met bezorgdheid uit het jaarverslag van de Europese Ombudsman voor 2024 op dat de Raad nog steeds niet volledig tegemoet is gekomen aan de bezorgdheid van het publiek over het gebruik van sponsoring door bedrijven, aangezien er sprake is van een terugkerend gebrek aan transparantie over de identiteit van sponsors, de aard van hun steun en wat zij in ruil krijgen en sponsors het logo van het voorzitterschap nog steeds voor commerciële doeleinden konden gebruiken; verzoekt de Raad de richtsnoeren bindend te maken; verzoekt de Raad nogmaals om de voorzitterschappen van de Raad een begroting toe te kennen teneinde te zorgen voor adequate en uniforme normen inzake efficiëntie en doeltreffendheid van de werkzaamheden van de Raad in het algemeen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>verzoekt de roulerende voorzitterschappen van de Raad niet langer gebruik te maken van commerciële sponsoring om een deel van hun uitgaven te dekken, aangezien dit tot belangenconflicten kan leiden, in overeenstemming met de conclusies van de workshop van de Commissie begrotingscontrole van het Parlement van 27 juni 2023;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>neemt kennis van de toenemende betrokkenheid van de Europese Raad bij wetgevingsdossiers, en merkt op dat een dergelijke rol toezicht en nauwere samenwerking met de begrotingsautoriteit in het kader van de kwijtingsprocedure vereist; verzoekt de Raad ervoor te zorgen dat zijn acties worden uitgevoerd op transparante wijze en met aflegging van verantwoording, overeenkomstig de normen die van toepassing zijn op andere instellingen van de Unie, om het vertrouwen van de burgers te behouden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>betreurt ten zeerste dat de Hongaarse regering in 2024 misbruik heeft gemaakt van haar rol in het kader van het roulerend voorzitterschap van de Raad door deel te nemen aan internationale bijeenkomsten op hoog niveau die de kernwaarden van de Unie en de overeengekomen gemeenschappelijke standpunten hebben ondermijnd; verzoekt de Raad elk gedrag van een lidstaat die het voorzitterschap bekleedt dat niet in overeenstemming is met de waarden van de Unie, krachtig te veroordelen en alle nodige maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat toekomstige voorzitterschappen hun taken uitoefenen in volledige overeenstemming met de beginselen van de Unie, om de integriteit en geloofwaardigheid van de Unie te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>benadrukt dat, hoewel stemming bij unanimiteit een kernbeginsel van de Verdragen blijft, de toepassing ervan onder bepaalde omstandigheden en op cruciale beleidsterreinen de timing en doeltreffendheid van de Unie kan beïnvloeden, onder meer door het besluitvormingsproces van de Unie te verlammen en haar daardoor kwetsbaar te maken voor chantage door lidstaten, met name die welke de rechtsstaat niet eerbiedigen; spreekt in dit verband nogmaals zijn teleurstelling uit over de obstructieve houding van de Hongaarse regering binnen de Europese Raad; merkt op dat aanhoudende politieke impasses het vertrouwen in en de doeltreffendheid van de Europese Raad blijven ondermijnen; dringt aan op gerichte verdragshervormingen of, als alternatief, praktische verbeteringen binnen het bestaande Verdragskader, om de transparantie, verantwoordingsplicht en efficiëntie van de werkzaamheden van de Europese Raad te versterken; herhaalt in dit verband zijn oproep aan de Raad van Ministers om voor besluiten op de gebieden van strategisch belang voor de Unie over te stappen van besluitvorming met eenparigheid van stemmen naar besluitvorming met gekwalificeerde meerderheid; merkt voorts op dat de unanimiteitsvereiste een aanzienlijke belemmering is geweest om doeltreffend te reageren op het optreden van Rusland, met name wat betreft het opleggen van sancties die om de drie maanden moeten worden verlengd, waardoor het vermogen van de Unie om doortastend en transparant op te treden dreigt te worden verzwakt en het vertrouwen van de burgers en de geloofwaardigheid van de Unie als geopolitieke speler worden ondermijnd; verzoekt de Raad op kritieke gebieden over te stappen op besluitvorming met gekwalificeerde meerderheid van stemmen om de Unie in staat te stellen doeltreffend op te treden bij mondiale uitdagingen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Begrotings- en financieel beheer</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>herinnert eraan dat de Europese Raad overeenkomstig artikel 15 van het Verdrag betreffende de Europese Unie een centrale strategische rol speelt bij het geven van de nodige impulsen voor de ontwikkeling van de Unie en bij het bepalen van haar algemene politieke beleidslijnen en prioriteiten, maar dat hij geen wetgevingsfunctie uitoefent; benadrukt de unieke toegevoegde waarde van de Europese Raad als forum voor politieke coördinatie op hoog niveau tussen de lidstaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>spreekt nogmaals zijn teleurstelling uit over het feit dat de begroting van de Europese Raad en de Raad niet is opgesplitst in twee duidelijk gescheiden begrotingen, zoals het Parlement in eerdere kwijtingsresoluties heeft aanbevolen teneinde de transparantie en de verantwoordingsplicht te verbeteren, vooral met betrekking tot de Europese Raad aangezien het momenteel onmogelijk is betrouwbare informatie te verkrijgen over de kosten ervan; dringt erop aan dat deze scheiding afzonderlijke begrotingslijnen omvat voor uitgaven in verband met vergaderingen en reis-, communicatie- en representatiekosten, zodat de kwijtingsautoriteit een onderscheid kan maken tussen de activiteiten van de Europese Raad en die van de Raad en een beoordeling kan maken van trends over een langere periode;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>stelt vast dat de begroting voor 2024 van de Raad 676 881 123 EUR bedroeg, een stijging van 4,47 % ten opzichte van 2023; merkt op dat deze stijging voornamelijk verband houdt met de herziening van de parameters voor salarisaanpassing als gevolg van de inflatie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>merkt op dat het uitvoeringspercentage van de vastleggingskredieten van het lopende jaar bij de Raad 96,40 % bedroeg in 2024 (tegenover 97,01 % in 2023) en dat het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten van het lopende jaar 87,95 % bedroeg in 2024 (tegenover 86,39 % in 2023); merkt op dat eind 2024 ongeveer 24 miljoen EUR aan kredieten werd geannuleerd, waarvan ongeveer 62 % afkomstig was van begrotingslijnen in verband met personeelsuitgaven; merkt op dat het uitvoeringspercentage van het totale van 2023 naar 2024 overgedragen bedrag, d.w.z. 85 520 696 EUR, 91 % bedroeg;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>merkt op dat de van 2024 naar 2025 overgedragen kredieten in totaal 78,6 miljoen EUR bedroegen (een daling ten opzichte van het bedrag van ongeveer 85,5 miljoen EUR van het voorgaande jaar), voornamelijk voor computersystemen, kosten voor tolkdiensten in 2024 waarvoor op het moment van afsluiting nog geen overeenstemming was bereikt met de diensten van de Commissie over de facturen, gebouwen, voorlichting en openbare evenementen, technisch materiaal, veiligheid en beveiliging, vergaderingen en conferenties, voornamelijk met betrekking tot nog niet ontvangen facturen voor de organisatie van vergaderingen van de Europese Raad, de Raad en topontmoetingen in 2024, meubilair en andere personeelsuitgaven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>merkt op dat de Raad in 2024 42 begrotingsoverschrijvingen overeenkomstig artikel 29 van het Financieel Reglement heeft verricht ter versterking van diverse begrotingsonderdelen, waaronder “Inrichtings- en installatiewerkzaamheden”, “Beveiligingswerkzaamheden”, “Aanschaf van hardware en software” en “Aanschaf en vervanging van technisch materieel en technische installaties”; merkt op dat drie van deze overschrijvingen, waarvoor de begrotingsautoriteit overeenkomstig artikel 29, lid 2, van het Financieel Reglement in kennis moest worden gesteld, in totaal ongeveer 12,8 miljoen EUR bedroegen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>merkt op dat de gemiddelde termijn voor de betaling van facturen tussen 2023 en 2025 is gestegen van 13 naar 15 dagen, ruim onder de maximumtermijn van dertig dagen, waardoor achterstallige rente wordt vermeden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>merkt op dat de kosten van dienstreizen, die zowel de kosten van dienstreizen van het secretariaat als de kosten van dienstreizen van personeelsleden in verband met de Europese Raad omvatten, met 18,50 % zijn gedaald van ongeveer 5,2 miljoen EUR in 2023 tot ongeveer 4,3 miljoen EUR in 2024, terwijl de reiskosten van delegaties voor voorzitterschappen en nationale delegaties met 2,61 % zijn gedaald van ongeveer 15,3 miljoen EUR in 2023 tot ongeveer 14,9 miljoen EUR in 2024;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>verzoekt de Raad een jaarlijkse uitsplitsing te publiceren van de reis- en representatiekosten van hoge ambtenaren, met inbegrip van de voorzitter van de Europese Raad, de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en het secretariaat, in een gebruiksvriendelijk formaat dat toegankelijk is voor het publiek;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>uit zijn bezorgdheid over de ontoereikende controlemechanismen voor het gebruik door de Raad van adviesdiensten en externe contractanten; pleit voor de volledige openbaarmaking van alle contracten met een waarde van meer dan 50 000 EUR, met vermelding van het toepassingsgebied, de te leveren prestaties en de entiteiten waaraan de contracten zijn gegund, om mogelijk misbruik van overheidsmiddelen te voorkomen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Intern beheer, prestaties en interne controle</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>uit zijn bezorgdheid over de beperkte transparantie met betrekking tot het gebruik door de Raad van adviesdiensten en externe contractanten; dringt aan op de proactieve publicatie van alle contracten met een hoge waarde en raamcontracten, met inbegrip van contractwijzigingen, te leveren prestaties en prestatie-indicatoren; dringt aan op risicogebaseerde transparantie, met bijzondere aandacht voor contracten in verband met IT-, communicatie- en reputatiediensten, en dringt aan op jaarlijkse verslaglegging over de afhankelijkheid van externe contractanten ten opzichte van interne capaciteit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>merkt op dat de activiteiten van het secretariaat werden gestuurd door de in 2022 vastgestelde meerjarendoelstellingen en een reeks specifieke doelstellingen die zorgen voor een continu besluitvormingsproces in de Raad en die jaarlijks worden geëvalueerd; neemt kennis van de prioriteiten van het secretariaat in 2024, waaronder het optimaliseren van de werkomgeving, het bevorderen van een klantgerichte cultuur, het leiden van de groene transformatie, het benutten van de voordelen van de digitale transformatie en het vergroten van de algehele organisatorische efficiëntie; waardeert het dat het secretariaat steun heeft verleend aan de organisatie van zes vergaderingen van de Europese Raad, twee informele bijeenkomsten van staatshoofden en regeringsleiders en één Eurotop in 2024;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>verwelkomt het gebruik van gegevens in de besluitvorming, met name op basis van het maandelijkse financiële dashboard met kernprestatie-indicatoren bij de diensten van het secretariaat en het dashboard van managers met belangrijke inzichten uit HR-gegevens om het dagelijks beheer en de dagelijkse besluitvorming op het gebied van HR te vergemakkelijken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>merkt op dat het secretariaat in 2024 heeft bijgedragen aan de organisatie van 4 164 vergaderingen van de Raad (tegenover 4 429 vergaderingen in 2023) en 152 vergaderingen/bezoeken/missies van de voorzitter van de Europese Raad (tegenover 124 in 2023);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>verwelkomt de uitvoering en werking van de interne controle van het secretariaat, die gebaseerd is op internationaal aanvaarde normen en bedoeld is om de doeltreffendheid, efficiëntie en zuinigheid van de activiteiten, de betrouwbaarheid van de verslaglegging, de bescherming van activa en informatie, de preventie en opsporing van onregelmatigheden en een adequaat risicobeheer te waarborgen; merkt op dat de scheiding van functies in financiële processen werd gehandhaafd, dat risicoregisters periodiek werden gemonitord en dat geautomatiseerde controles en financiële opleiding voor personeelsleden in 2024 hebben bijgedragen tot een gedegen controleomgeving;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>merkt op dat de Raad zijn jaarverslag over de in 2024 uitgevoerde interne controles heeft toegezonden aan de kwijtingsautoriteit, overeenkomstig artikel 118 van het Financieel Reglement; merkt op dat eind 2024 82 % van de in de jaren 2022-2024 gedane aanbevelingen was uitgevoerd, 17 % nog openstond en voor 1 % het risico door het management was aanvaard of de aanbevelingen niet langer van toepassing waren; merkt op dat in 2024 vier interne controles zijn afgerond; merkt op dat de interne auditor voor twee van deze controles (één betreffende steun aan de Europese Vredesfaciliteit en de andere betreffende de boekhoudprocessen met betrekking tot de immateriële activa van het secretariaat) verschillende aanbevelingen met hoge prioriteit heeft gedaan die door de gecontroleerde diensten zijn aanvaard; verzoekt de Raad de kwijtingsautoriteit een openbare samenvatting van de aanbevelingen met hoge prioriteit en een duidelijk tijdschema voor de uitvoering te verstrekken, met name wanneer de controles betrekking hebben op steun aan de Europese Vredesfaciliteit en het beheer van immateriële activa, gezien de toegenomen publieke belangstelling en reputatiegevoeligheid van dergelijke uitgaven;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Personele middelen, gelijkheid en welzijn van het personeel</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>merkt op dat het secretariaat eind 2024 in totaal 3 124 personeelsleden in dienst had (tegenover 3 115 in 2023); neemt kennis van de uitsplitsing van het personeel naar functie, en merkt op dat het secretariaat in 2024 in totaal 2 720 vaste personeelsleden, 401 tijdelijke personeelsleden, 222 arbeidscontractanten en 26 gedetacheerde nationale deskundigen in dienst had; merkt op dat de verdeling van vaste en tijdelijke personeelsleden over functiecategorieën stabiel is gebleven met 1 497 administrateurs (AD), 1 146 assistenten (AST) en 232 secretariaatsmedewerkers (SC) in 2024, tegenover respectievelijk 1 474 AD, 1 159 AST en 295 SC in 2023; merkt op dat de bezettingsgraad van de personeelsformatie eind 2024 op 97,4 % lag (tegenover 97,10 % in 2023);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>betreurt het gebrek aan openbaar beschikbare informatie over de geografische en genderspreiding van de personeelsleden van het secretariaat; verzoekt de Raad het Parlement informatie te verstrekken over het genderevenwicht, de geografische spreiding en de handicaps van zijn personeelsleden en over het interne beleid ter zake; spoort de Raad ertoe aan het geografisch evenwicht onder zijn personeelsleden te bevorderen door een bredere pool van kandidaten uit ondervertegenwoordigde lidstaten aan te bieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>is ingenomen met de inspanningen van het secretariaat in 2024 om personeelsleden aan te trekken, te behouden en te motiveren; merkt op dat het secretariaat heeft deelgenomen aan carrièredagen, carrièrebeurzen, personeelsevenementen voor permanente vertegenwoordigingen en informatiesessies voor vertegenwoordigers van de lidstaten, intensievere uitwisselingen met personeelsleden van andere instellingen via interinstitutionele jobshadowing met de actieve deelname van 23 personeelsleden van het secretariaat, heeft bijgedragen aan de modernisering van de activiteiten van EPSO en 518 selectieprocedures en 127 interviews, alsook interne vergelijkende onderzoeken voor alle soorten rollen, heeft georganiseerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>stelt met tevredenheid vast dat het secretariaat een reeks opleidingssessies en bewustmakingscampagnes aanbiedt over specifieke onderwerpen, zoals financiën, veiligheidsmaatregelen en etiquette; neemt met name kennis van verbeterde maatstaven met betrekking tot de bewustmakingscampagne van het secretariaat op het gebied van ethiek, terwijl de betrokkenheid van het personeel bij ethische kwesties in 2024 aanzienlijk is vergroot;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>neemt kennis van een reeks maatregelen die de Raad in 2024 heeft genomen ten behoeve van de gezondheid en het welzijn van zijn personeel; merkt in dit verband op dat het secretariaat ondersteuning heeft geboden, onder meer door middel van bedrijfspsychologen en klinisch psychologen en opleidingen voor het behoud van de geestelijke gezondheid en stressbestrijding; is ingenomen met de betrokkenheid van het secretariaat bij de organisatie van de interinstitutionele gezondheids- en veiligheidsweek in oktober 2024 en de publicatie op zijn intranet van alle diensten en activiteiten die bij het secretariaat worden aangeboden ter ondersteuning van welzijn en gezondheid; merkt op dat het secretariaat een dashboard heeft ontwikkeld met indicatoren met betrekking tot psychosociale risico’s, dat tot doel heeft de preventiemaatregelen doelgerichter te maken, en een multidisciplinair team heeft opgezet dat werkt aan de ontwikkeling van een systeem voor het beheer van gezondheid en veiligheid voor het secretariaat om eventuele risico’s op de werkplek beter te beheersen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>stelt met tevredenheid vast dat het secretariaat verschillende groepen of netwerken heeft, zoals de besloten groep en het netwerk inzake diversiteit en inclusie van het secretariaat, het Olympia-netwerk (voor vrouwelijke administrateurs), het lhbti-netwerk en het gehandicaptennetwerk;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>neemt met tevredenheid kennis van de maatregelen van het secretariaat voor personen met een handicap in het kader van zijn activiteiten; merkt op dat het secretariaat een vereenvoudigde procedure heeft ingevoerd voor de behandeling van verzoeken om redelijke aanpassingen van stagiairs, personeelsleden en kandidaten met een handicap; merkt voorts op dat er in 2024 vervolgopleidingen voor bodes zijn georganiseerd over het verwelkomen en begeleiden van bezoekers met verschillende handicaps; merkt op dat het secretariaat in 2024, 115 stagiairs heeft verwelkomd, waarvan er vijf werden verwelkomd als onderdeel van het programma voor positieve actie van het secretariaat voor stagiairs met een handicap; herinnert eraan dat stages gepaard moeten gaan met een vergoeding die voldoet aan de resolutie van het Parlement van 14 juni 2023 betreffende hoogwaardige stages in de EU (2020/2005(INL)), die een oproep inhoudt om alle stages in de Unie betaald te maken; benadrukt dat onbetaalde stages een vorm van uitbuiting van jonge werknemers en een belemmering voor gelijke kansen vormen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>merkt op dat het secretariaat nieuwe regels inzake arbeidstijd, telewerken en verlof heeft ingevoerd, samen met de lancering van een nieuwe IT-module (Sysper-TIM) voor het beheer van de arbeidstijd; neemt met tevredenheid kennis van de organisatie van opleidingssessies en communicatieactiviteiten, zoals instructievideo’s, veelgestelde vragen, webinars enz. over de nieuwe regels en de nieuwe module;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Ethisch kader en transparantie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>herhaalt dat ethisch gedrag bijdraagt tot goed financieel beheer en het vertrouwen van het publiek vergroot, en dat er, zoals in Speciaal verslag nr. 13/2019 van de Rekenkamer wordt benadrukt, ruimte is voor verbetering van de ethische kaders van de instellingen van de Unie; herinnert met name aan de aanbeveling van de Rekenkamer betreffende de verbetering van het ethisch kader van de Raad; uit zijn bezorgdheid over het gebrek aan een gemeenschappelijk ethisch kader van de Unie voor de werkzaamheden van de vertegenwoordigers van de lidstaten in de Raad, zoals door de Rekenkamer is vastgesteld; benadrukt dat geen enkele instelling van de Unie mag worden vrijgesteld van duidelijke, bindende en afdwingbare ethische regels wanneer zij deelneemt aan besluitvorming van de Unie die overheidsuitgaven met zich meebrengt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>56.</NO.P>betreurt dat twee belangrijke onderdelen van het ethisch kader van de Raad, de code inzake ethiek en gedrag voor het personeel van het secretariaat en de gedragscode voor de voorzitter van de Europese Raad, zonder verdere richtsnoeren of publicatiedatum beschikbaar zijn op de website van de Raad; uit kritiek op het feit dat de gedragscode voor de voorzitter van de Europese Raad, ondanks meerdere verzoeken van het Parlement, niet op één lijn is gebracht met de codes van het Parlement en de Commissie, met name wat betreft activiteiten na de ambtsperiode;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>57.</NO.P>merkt op dat het secretariaat een jaarverslag publiceert met informatie over de beroepsactiviteiten van voormalige hoge ambtenaren van het secretariaat na beëindiging van de dienst overeenkomstig artikel 16, derde en vierde alinea, van het statuut van de ambtenaren van de Unie; merkt op dat volgens het verslag over 2024 een voormalige hoge ambtenaar meer dan twaalf maanden na zijn vertrek uit het secretariaat heeft verklaard voornemens te zijn beroepsactiviteiten uit te oefenen; merkt op dat de paritaire commissie is geraadpleegd alvorens in deze zaak een besluit te nemen; betreurt het gebrek aan informatie op de website van de Raad over de vraag of het genomen besluit voor of tegen het verlenen van toestemming voor de gevraagde activiteit was; herhaalt zijn verzoek aan de Raad om duidelijke, evenredige en afdwingbare arbeidsbeperkingen na afloop van het mandaat van hoge ambtenaren vast te stellen, voortbouwend op het bestaande rechtskader, en te zorgen voor passende transparantie, in voorkomend geval met inbegrip van openbaarmaking van banden met de particuliere sector, met volledige inachtneming van de grondrechten en het evenredigheidsbeginsel;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>58.</NO.P>betreurt het feit dat de deelname door de permanente vertegenwoordigers van de lidstaten aan het verplichte transparantieregister, dat is ingesteld bij het Interinstitutioneel Akkoord van 20 mei 2021 tussen het Parlement, de Raad en de Commissie, volledig vrijwillig is, aangezien de toepassing van het conditionaliteitsbeginsel wordt overgelaten aan de permanente vertegenwoordiging van elke lidstaat; merkt op dat slechts een beperkt aantal lidstaten en de instellingen van de Unie zich houden aan de beste praktijk om in hun regelgevingskader een verplichte brede definitie van lobbyist toe te passen en dringt erop aan dat alle permanente vertegenwoordigingen vóór, tijdens en na het voorzitterschap van de Raad van hun lidstaat actief bijdragen aan het verplichte transparantieregister; herinnert aan het standpunt van het Parlement dat vertegenwoordigers van de lidstaten die via de bedrijven die zij bezitten rechtstreeks begunstigden zijn van Uniesubsidies, niet zouden mogen kunnen deelnemen aan de besprekingen en stemmingen over beleid en begrotingskwesties in verband met die subsidies; betreurt dat de Raad het verplichte transparantieregister niet volledig gebruikt, noch voorstellen aanvaardt om deze situatie te verbeteren; herhaalt zijn verzoek aan de Raad om zich te onthouden van contacten met niet-geregistreerde lobbyisten en ervoor te zorgen dat zijn hoge ambtenaren, met inbegrip van permanente vertegenwoordigers en delegatiehoofden, hun bijeenkomsten met belangengroepen en lobbyisten openbaar maken in een gestandaardiseerd transparantieregister, vergelijkbaar met de verplichtingen die worden opgelegd aan leden van het Parlement en de Commissie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>59.</NO.P>betreurt dat het besluitvormingsproces in de Raad nog steeds verre van volledig transparant is, wat een weerslag heeft op het vertrouwen van burgers in de Unie als een transparante organisatie en dus schadelijk is voor de reputatie van de Unie als geheel; herinnert aan en steunt de aanbevelingen van de Ombudsman met betrekking tot de transparantie van het wetgevingsproces in de Raad, die zijn gedaan in het kader van strategisch onderzoek OI/2/2017/TE; dringt er bij de Raad op aan alle nodige maatregelen te nemen om de aanbevelingen van de Ombudsman en de relevante uitspraken van het HvJ-EU onverwijld uit te voeren; herinnert eraan dat het HvJ-EU in zijn arrest in zaak T-163/21, De Capitani/Raad, heeft benadrukt dat de Raad meer wetgevingstransparantie aan de dag moet leggen om de toegang tot wetgevingsdocumenten te waarborgen, hetgeen eenvoudigweg strookt met de plicht van de Raad tot publieke toetsing en de verantwoordingsplicht van de medewetgevers als grondslag van elke democratische legitimiteit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>60.</NO.P>merkt op dat de Europese Ombudsman in 2023 een nieuw onderzoek op eigen initiatief heeft geopend en in 2024 heeft afgerond, met betrekking tot de wijze waarop de Raad verzoeken om toegang van het publiek tot wetgevingsdocumenten behandelt; neemt kennis van de conclusies van dat onderzoek, waarin werd vastgesteld dat de Raad de bescherming van lopende besluitvormingsprocessen heeft gebruikt als reden om de toegang tot documenten te weigeren met argumenten die “vaag, abstract en ongefundeerd” waren; herinnert eraan dat het HvJ-EU argumenten heeft afgewezen die onder meer betrekking hadden op de noodzaak om druk van buitenaf of verkeerde interpretaties door het publiek te voorkomen of op de noodzaak om juridisch advies te beschermen; is derhalve bezorgd over het feit dat de Raad niet in overeenstemming met de jurisprudentie van de Unie handelt; verzoekt de Raad deze tekortkomingen te verhelpen door wetgevingsdocumenten onmiddellijk openbaar te maken, zelfs als dit tot externe druk zou leiden, aangezien dit een factor is in elk democratisch wetgevingsproces, en de toegang tot wetgevingsdocumenten alleen in werkelijk uitzonderlijke omstandigheden te weigeren; verzoekt de Raad onverwijld uitvoering te geven aan de conclusies van de Ombudsman en de desbetreffende rechtspraak door ervoor te zorgen dat weigeringen in het kader van “bescherming van lopende besluitvorming” strikt per geval worden gerechtvaardigd, op concrete wijze worden gemotiveerd en worden onderworpen aan een grondige interne herziening; dringt erop aan dat belangrijke wetgevingsdocumenten (met inbegrip van documenten van werkgroepen en onderhandelingsstandpunten) als standaard proactief worden gepubliceerd, met jaarlijkse openbare verslaglegging over de gebruikte weigeringsgronden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>61.</NO.P>merkt op dat het team voor toegang tot documenten heeft gemeld dat het in 2024 een hoog aantal verzoeken om toegang van het publiek tot documenten heeft ontvangen en beantwoord, namelijk 2 872 initiële verzoeken om toegang tot documenten (een daling ten opzichte van 3 732), waarvoor 10 096 documenten moesten worden geanalyseerd (een daling ten opzichte van 13 912 documenten in 2023), en dertig confirmatieve verzoeken (een daling ten opzichte van veertig in 2023); wijst erop dat de werkdruk op dit gebied afnam in verband met de stopzetting van de wetgevingswerkzaamheden van de Unie vanwege de Europese verkiezingen in 2024;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>62.</NO.P>merkt op dat van de initiële verzoeken om toegang volledige toegang werd verleend tot 7 323 documenten (72,5 %) en gedeeltelijke toegang tot 1 181 documenten (11,70 %), terwijl de toegang tot 1 592 documenten (15,80 %) werd geweigerd; merkt op dat voor de confirmatieve verzoeken volledige toegang werd verleend tot 36 documenten en gedeeltelijke toegang tot 45 documenten, terwijl de toegang tot 45 documenten werd geweigerd; merkt op dat initiële verzoeken gemiddeld in 17 werkdagen en confirmatieve verzoeken in 31 werkdagen werden behandeld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>63.</NO.P>merkt op dat in het kader van de uitvoering van Besluit 23/2021 van de secretaris-generaal betreffende psychologische en seksuele intimidatie op het werk in 2024 verschillende maatregelen zijn genomen, zoals verplichte opleidingssessies over de bestrijding van intimidatie en ongepast gedrag voor nieuwkomers, nieuwe managers en stagiairs; merkt op dat het secretariaat een groep vertrouwenspersonen voor het tegengaan van intimidatie heeft die in 2024 13 verzoeken om vertrouwelijke begeleiding in verband met mogelijke intimidatie of ongepast gedrag hebben behandeld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>64.</NO.P>is ingenomen met het feit dat volgens de openbaar beschikbare jaarverslagen in 2024 geen gevallen van fraude of onregelmatigheden onder de aandacht van de bevoegde gedelegeerde ordonnateurs zijn gebracht, en dat dergelijke gevallen evenmin onder de bevoegdheid van de instantie (artikel 145 van het Financieel Reglement) of OLAF vielen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Digitalisering, cyberbeveiliging en gegevensbescherming</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>65.</NO.P>merkt op dat het secretariaat in 2024 zijn doelstelling van digitale transformatie is blijven nastreven, in overeenstemming met zijn prioriteiten van de digitale strategie voor 2022-2025; merkt op dat van de 103 IT-gerelateerde projecten in het jaarlijkse werkplan voor 2024 11 % aan het einde van het jaar was afgerond, terwijl 3 % werd geannuleerd of samengevoegd, en dat de meeste projecten (62 %) nog steeds lopen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>66.</NO.P>stelt met tevredenheid vast dat 98 % van de facturen in 2024 elektronisch werd ingediend (tegenover 97 % in 2023) en dat 49 % van de contracten en kooporders van het secretariaat werd ondertekend met behulp van elektronische handtekeningen; merkt voorts op dat alle nieuwe aanbestedingsprocedures van meer dan 143 000 EUR werden beheerd met het beheersinstrument voor overheidsopdrachten van de Commissie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>67.</NO.P>neemt kennis van de belangrijkste prioriteiten van het secretariaat met betrekking tot interinstitutionele synergieën en de afstemming van procedures op het gebied van HR-bedrijfsprocessen met behulp van één dienstenportaal (HR-IT); merkt op dat het secretariaat in 2024 een memorandum van overeenstemming met de Commissie heeft ondertekend voor het meerjarige HR-transformatieprogramma, waarbij het secretariaat zich in juli 2024 heeft aangesloten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>68.</NO.P>verwelkomt de verdere vooruitgang die het secretariaat in 2024 heeft geboekt op het gebied van IT en digitalisering, zoals de lancering van een nieuw instrument voor het beheer van medische en vaccinatieafspraken, een nieuw platform voor het beheer van stageaanvragen, de eerste fase van het POMME-project ter verbetering van de workflowapplicatie met betrekking tot de planning van vergaderingen en vertolking, een platform (PreSY) voor een uitgebreid overzicht van monitoringactiviteiten in de drie gebouwen van de Raad, een platform (e-Resto catering) voor cateringgerelateerde activiteiten en verzoeken en Collab Conseil, een instrument dat is ontworpen om alle logistieke documenten op te slaan die nodig zijn voor de voorbereidingen van de ministerraad;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>69.</NO.P>merkt op dat het secretariaat verschillende op artificiële intelligentie gebaseerde instrumenten heeft getest om vragen over het Statuut te beantwoorden, leermateriaal te ontwikkelen (gestructureerde inhoud, casestudy’s, quizzen of video’s op basis van een specifieke prompt) of managers te helpen bij het beoordelen van cv’s; wijst erop dat bij het gebruik van artificiële intelligentie strikte beginselen moeten worden gewaarborgd inzake ethisch gebruik, transparantie, gegevensbescherming, menselijk toezicht en bescherming tegen algoritmische vooringenomenheid of misbruik;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>70.</NO.P>merkt op dat de EDPS in 2024 een controle heeft uitgevoerd van de verwerking van medische gegevens, met name bewaring, binnen belangrijke Europese instellingen, waaronder het secretariaat; verzoekt het secretariaat uitvoering te geven aan de aanbevelingen van de EDPS met betrekking tot het waarborgen van een passend beleid inzake gegevensbewaring;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>71.</NO.P>neemt kennis van de activiteiten van het secretariaat, via zijn structuur voor digitale diensten, waarvan het de bedoeling is dat ze voldoen aan de nieuwe cyberbeveiligingsverordening die begin 2024 in werking is getreden; merkt in dit verband op dat het secretariaat in 2024 interne procedures heeft ontwikkeld voor het melden van cyberbeveiligingsincidenten, input heeft geleverd voor alle richtsnoeren van de cyberbeveiligingsdienst voor de instellingen, organen en instanties van de Unie (CERT-EU) en een dienst voor het beheer van de naleving van de cyberbeveiliging heeft ingevoerd, en dat in dat jaar elf nalevingsverslagen zijn afgerond; is ingenomen met de inspanningen van het secretariaat om de eerste cyberbeveiligingsevaluatie van alle digitale netwerken en informatiesystemen van het secretariaat af te ronden; prijst de Raad voor zijn betrokkenheid bij de voorbereiding van de Europese maand van de cyberbeveiliging 2024, die gericht is op social engineering;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Gebouwen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>72.</NO.P>neemt kennis van het feit dat in 2024 belangrijke projecten zijn uitgevoerd, zoals de renovatie van de vergaderzalen van de Raad, met inbegrip van nieuw meubilair, kantoorgangen en de accreditatiebalie van Justus Lipsius;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>73.</NO.P>merkt op dat het secretariaat is begonnen met voorbereidende activiteiten voor de renovatie van zijn gebouwen, waaronder Justus Lipsius en het belangrijkste administratieve gebouw; is op de hoogte van de uitgesproken noodzaak om deze gebouwen volledig op te knappen om ervoor te zorgen dat de activiteiten efficiënt kunnen worden uitgevoerd en het regelgevingskader van de Unie met betrekking tot milieuprestaties volledig kan worden nageleefd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>74.</NO.P>merkt op dat begrotingsonderdeel 2011 voor “Water, gas, elektriciteit en verwarming” met 33 % is verhoogd door middel van een begrotingsoverschrijving in 2024; merkt op dat het secretariaat zijn energieverbruik bleef verminderen, onder meer door het beperken van de verwarming van gebouwen en door het vervangen van de ketels in het Justus Lipsiusgebouw;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>75.</NO.P>merkt op dat in 2024 belangrijke projecten zijn uitgevoerd, zoals de renovatie van sommige vergaderzalen in de gebouwen LEX en Justus Lipsius, de voortgezette renovatie van kantoorgangen in het Justus Lipsiusgebouw, de verbetering van de faciliteiten en infrastructuur voor fietsen in de gebouwen van de SGR en de modernisering van de receptiebalies van Justus Lipsius;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>76.</NO.P>betreurt dat de Raad nog steeds geen vereenvoudigde accreditatieprocedure heeft ingevoerd om de toegang van de personeelsleden van de andere instellingen van de Unie tot de gebouwen van de Raad te vergemakkelijken; verzoekt de Raad onverwijld een dergelijke procedure in te voeren, in de geest van interinstitutionele samenwerking;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Milieu en duurzaamheid</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>77.</NO.P>merkt op dat na een externe controle in 2024 de certificering van het secretariaat in het kader van het milieubeheer- en milieuauditsysteem (EMAS) is behouden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>78.</NO.P>merkt op dat het secretariaat in 2024 energiebesparingen heeft gerealiseerd door de energieprestaties van zijn technische infrastructuur, zoals de verlichtingssystemen in de gebouwen die het gebruikt, te verbeteren; neemt kennis van een daling van het energieverbruik van het secretariaat met 24,40 % tussen 2018 en 2024 en een daling van het waterverbruik met 17 % tussen 2023 en 2024; is ingenomen met de initiatieven van het secretariaat om het papierverbruik verder terug te dringen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>79.</NO.P>is ingenomen met de duurzame praktijken van het secretariaat die in sommige van zijn activiteiten zijn geïntegreerd; merkt onder meer op dat verschillende aanbestedingsprocedures en raamovereenkomsten criteria bevatten voor de vermindering van afval en de recycling van apparatuur, dat het Green Office wordt geraadpleegd over aanbestedingsprojecten met een hoge waarde bij het secretariaat en dat zijn restaurants in 2024 de “Good Food”-certificering hebben gekregen; verwelkomt het feit dat het secretariaat de gids voor dienstreizen van personeelsleden in 2024 heeft herzien en dat de herziene gids in 2025 in werking is getreden en nieuwe stimulansen omvat om de koolstofvoetafdruk van reizen van personeelsleden te verkleinen; stelt met tevredenheid vast dat het aantal personeelsleden dat met duurzame vervoermiddelen, zoals het openbaar vervoer of de fiets, naar het werk is gekomen, is gestegen van 67 % in 2023 tot 78 % in 2024;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>80.</NO.P>verwelkomt het feit dat het secretariaat een milieustrategie heeft ontwikkeld waarin een traject voor de periode 2025-2030 wordt uitgestippeld om de milieuprestaties van het secretariaat te verbeteren, en communicatieacties heeft uitgevoerd om personeelsleden, EP-leden en bezoekers bewuster te maken van de milieugerelateerde maatregelen die kunnen worden ondernomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>81.</NO.P>merkt op dat het secretariaat duurzamere vervoersmiddelen heeft gekocht, namelijk één elektrische personenauto en drie hybride minibusjes; merkt voorts op dat de infrastructuur en faciliteiten voor fietsen aan de voorkant van het Justus Lipsiusgebouw zijn verbeterd;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Interinstitutionele samenwerking</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>82.</NO.P>benadrukt dat artikel 319 VWEU moet worden herzien en dat daarin uitdrukkelijk moet worden bepaald dat het Parlement, naast het verlenen van kwijting aan de Commissie, ook kwijting verleent aan de andere instellingen, organen en instanties van de Unie voor de uitvoering van hun afdelingen van de begroting of van hun begrotingen, om te zorgen voor juridische duidelijkheid, consistentie en gelijke behandeling van alle instellingen van de Unie; verzoekt de Raad tijdig een einde te maken aan het interinstitutionele conflict en de besprekingen met het Parlement te hervatten om tot een gemeenschappelijk akkoord te komen met het oog op de soepele en Verdragsconforme hervatting van de kwijtingsprocedure;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>83.</NO.P>verzoekt de Raad de onderhandelingen op het hoogste niveau te hervatten om de langdurige impasse met betrekking tot de kwijtingsprocedure op te lossen; verzoekt de Commissie en de Juridische Dienst van de Raad een juridisch advies te verstrekken inzake mogelijke op de Verdragen gebaseerde oplossingen om verantwoording door de Raad door middel van de kwijtingsprocedure af te dwingen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Communicatie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>84.</NO.P>merkt op dat de totale begroting voor communicatie in 2024, rekening houdend met de in de loop van het jaar uitgevoerde overschrijvingen, 12 518 610 EUR bedroeg, d.w.z. 5,45 % hoger dan de begroting voor 2023;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>85.</NO.P>merkt op dat het secretariaat in 2024 communicatiediensten heeft verleend aan de voorzitter van de Europese Raad, de voorzitter van de Eurogroep, de roulerende voorzitterschappen (België en Hongarije), de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de lidstaten en het secretariaat; merkt op dat het secretariaat in 2024 tijdens de wisseling van ambtshouders heeft gezorgd voor continue ondersteuning op het gebied van mediabetrekkingen, sociale media en aanwezigheid op het internet, audiovisuele verslaggeving en streaming van belangrijke internationale bijeenkomsten heeft georganiseerd en hoogwaardige operationele ondersteuning heeft geboden, waaronder live-uitzendingen van evenementen, persdiensten en branding voor institutionele topontmoetingen en vergaderingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>86.</NO.P>merkt op dat volgens een online-enquête in het laatste kwartaal van 2024 68,30 % van de gebruikers (ten opzichte van 67 % in 2023) tevreden was over hun algemene ervaring met de website van de Raad, die in 2024 meer dan 26 miljoen keer werd bezocht (+ 7 % ten opzichte van 2023) en 71 400 abonnees had, tegenover 57 900 in 2023;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>87.</NO.P>merkt op dat het directoraat-generaal Communicatie (DG COMM) in 2024 uitgebreide activiteiten heeft ontplooid om contact te onderhouden met de pers en de media, waaronder 76 persbriefings, 771 persberichten, 84 persconferenties en uitgebreide steun voor media-accreditatie en berichtgeving; merkt voorts op dat het perscentrum en de website van de Raad veelvuldig werden gebruikt, waarbij de persrubriek van de website van de Raad meer dan 6,4 miljoen bezoekers trok en de pagina’s over vergaderingen bijna 2 miljoen bezoekers, wat blijk geeft van een aanhoudende belangstelling van het publiek en de media voor de besluitvorming van de Raad;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>88.</NO.P>merkt op dat de digitale teams van het secretariaat in 2024, in nauwe samenwerking met de voorzitterschappen, de websites van het Belgische en het Hongaarse voorzitterschap onder de loep hebben genomen en hebben verbeterd, waarbij in totaal ongeveer 407 000 bezoeken en 1,2 miljoen opgevraagde pagina’s werden geregistreerd, en de belangrijkste website van de Raad verder hebben verbeterd met 19 reeksen op de gebruikers gerichte verbeteringen; neemt voorts kennis van de invoering van machinevertalingsfuncties en verbeteringen van de toegankelijkheid, naast uitgebreid gebruikersonderzoek om de duidelijkheid en doorzoekbaarheid van online-inhoud in alle officiële talen van de Unie te verbeteren, waardoor het digitale bereik van de Raad en zijn betrokkenheid bij belanghebbenden en burgers worden versterkt.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>