<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0128</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Kwijting 2024: algemene begroting van de EU – Hof van Justitie van de Europese Unie</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0055/2026 - Rapporteur: Pasquale Tridico)</STRING></HIDDEN><TXTLST><DECISION><TI><NR>1.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 29 april 2026 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2024, afdeling IV – Hof van Justitie van de Europese Unie (2025/2148(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2024<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2024/207, 22.2.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/budget/2024/207/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de geconsolideerde jaarrekening van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2024 (COM(2025)0359 – C10‑0148/2025)<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2025/4944, 13.10.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/4944/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van het Hof van Justitie van de Europese Unie aan de kwijtingsautoriteit over de in 2024 uitgevoerde interne controles,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2024, vergezeld van de antwoorden van de instellingen<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2025/5409, 8.10.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/5409/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2025/5407, 13.10.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/5407/oj.</FIELD></FOOTNOTE> voor het begrotingsjaar 2024 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, opgesteld overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 314, lid 10, en de artikelen 317, 318 en 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD> PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1046/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name de artikelen 59, 118, 260, 261 en 262,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name de artikelen 59, 118, 266, 267 en 268,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 102 van zijn Reglement en bijlage V bij dat Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie juridische zaken,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A10-0055/2026),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>verleent de griffier van het Hof van Justitie kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Hof van Justitie van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2024;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor bekendmaking ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L-serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><RESOL><TI><NR>2.</NR> <STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 29 april 2026 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2024, afdeling IV – Hof van Justitie van de Europese Unie (2025/2148(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2024, afdeling IV – Hof van Justitie van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 102 van zijn Reglement en bijlage V bij dat Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie juridische zaken,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A10-0055/2026),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de kwijtingsautoriteit in het kader van de kwijtingsprocedure wenst te benadrukken dat het bijzonder belangrijk is de democratische legitimiteit van de instellingen van de Unie verder te versterken door de transparantie en de verantwoordingsplicht te verbeteren en door het concept van resultaatgericht begroten en een goed personeelsbeheer toe te passen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU) de rechterlijke instelling van de Unie is die tot taak heeft de eerbiediging van het recht van de Unie te verzekeren door toe te zien op de eenvormige uitlegging en toepassing van de Verdragen en te zorgen voor de rechtmatigheid van de handelingen die zijn vastgesteld door de instellingen, organen, en instanties van de Unie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat het HvJ-EU bijdraagt aan de instandhouding van de waarden van de Unie en door middel van zijn rechtspraak werkt aan de opbouw van Europa, en daarbij door middel van rechtszekerheid, consistentie van de jurisprudentie en eerbiediging van de grenzen van de rechterlijke interpretatie invulling geeft aan zijn verantwoordingsplicht richting de burger;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat het HvJ-EU bestaat uit twee rechterlijke instanties: het Hof van Justitie en het Gerecht;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat het Parlement en de Raad Protocol nr. 3 betreffende het statuut van het HvJ-EU (het “Statuut”)<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU, Euratom) 2024/2019 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 tot wijziging van Protocol nr. 3 betreffende het Statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie (PB L, 2024/2019, 12.8.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2019/oj).</FIELD></FOOTNOTE> in 2024 hebben gewijzigd, waarbij het Gerecht de bevoegdheid heeft gekregen om prejudiciële zaken te behandelen op specifieke terreinen;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>merkt op dat de begroting van het HvJ-EU onder rubriek 7, “Europees openbaar bestuur”, van het MFK valt, die in 2023 in totaal 13,3 miljard EUR bedroeg (goed voor 6,9 % van de totale begroting van de Unie); merkt op dat de begroting van het HvJ-EU van ongeveer 0,5 miljard EUR ongeveer 3,76 % van de totale administratieve uitgaven van de Unie vertegenwoordigde, wat een daling inhoudt ten opzichte van 2023, toen dit 3,9 % was; benadrukt dat in zaken die verband houden met onderzoek naar de Uniebegroting de beginselen van een eerlijke rechtsbedeling en de grondrechten door alle bevoegde autoriteiten volledig moeten worden geëerbiedigd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>neemt er kennis van dat de Europese Rekenkamer (de “Rekenkamer”) in haar jaarverslag over het begrotingsjaar 2024 (het “verslag van de Rekenkamer”) een steekproef van 70 verrichtingen onder de rubriek “Europees openbaar bestuur” heeft onderzocht, hetzelfde aantal als in 2023; stelt vast dat de Rekenkamer verklaart dat de administratieve uitgaven betrekking hebben op uitgaven voor personele middelen, met inbegrip van pensioenen, die in 2024 goed waren voor zo’n 69 % van het totaal, en uitgaven voor gebouwen, uitrusting, energieverbruik, communicatie en informatietechnologie (IT) en dat uit de werkzaamheden door de jaren heen blijkt dat deze uitgaven over het algemeen een laag risico vormen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>merkt op dat 16 van de 70 verrichtingen (23 %) fouten bevatten, maar dat de Rekenkamer op basis van de drie door haar gekwantificeerde fouten schat dat het foutenpercentage onder de materialiteitsdrempel ligt; wijst erop dat in het verslag van de Rekenkamer geen specifieke kwesties met betrekking tot het HvJ-EU worden genoemd;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on">Begrotings- en financieel beheer</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>stelt vast dat de begroting voor het HvJ-EU 503 837 531 EUR bedroeg in 2024, een stijging van 3,66 % ten opzichte van 2023; merkt op dat deze stijging voornamelijk verband hield met de voor 2024 verwachte salarisaanpassingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>merkt op dat de personeelsuitgaven goed zijn voor bijna 80 % van de begroting van het HvJ-EU en dat de salarisaanpassingen in 2024 groter waren dan voorzien in de oorspronkelijke prognoses; benadrukt dat deze aanpassingen weliswaar door de begroting geabsorbeerd werden zonder dat extra verhogingen nodig waren, maar dat het terugkerende karakter ervan vragen doet rijzen over de houdbaarheid van de begroting op middellange termijn in het licht van de huidige beperkingen van het MFK; dringt aan op een betere meerjarige personeels- en uitgavenplanning, zonder dat daardoor de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht wordt ondermijnd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>merkt op uit de antwoorden van het HvJ-EU op de vragenlijst voor de kwijting voor 2024 dat het totale voorlopige uitvoeringspercentage van de begroting aan het einde van 2024 97,72 % bedroeg, net als in 2023, en dat het definitieve uitvoeringspercentage voor 2024 eind 2025 beschikbaar zal zijn; merkt op dat de begrotingsautoriteit overeenkomstig artikel 29 van het Financieel Reglement in kennis is gesteld van drie overschrijvingen ter versterking van de begrotingsonderdelen “Aankoop en onderhoud van materieel en software en werkzaamheden daaraan”, “Kinderdagverblijf” en “Gebouwen” uit andere begrotingsonderdelen, met name het begrotingsonderdeel “Salarissen, toelagen en vergoedingen” van het personeel;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>is het ermee eens dat het vermogen van het HvJ-EU om het hoofd te bieden aan een steeds grotere werkdruk enerzijds wordt beperkt door de begrotingsrichtsnoeren van de Commissie, op grond waarvan niet‑salarisgerelateerde uitgaven niet meer dan 2 % mogen stijgen en die het indienen van verzoeken om nieuwe posten ontmoedigen, en anderzijds door het onvermogen van EPSO om de instellingen van de Unie te voorzien van een toereikende pool van personen die geslaagd zijn voor een vergelijkend onderzoek, waaruit personeel kan worden aangeworven; merkt bovendien op dat de inflatie ten gevolge van de illegale Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne de begroting van het HvJ-EU nog steeds onder druk zet, onder meer vanwege de stijgende kosten van dienstreizen en de steeds hogere prijzen van goederen of diensten waarvoor contracten moeten worden afgesloten; waardeert de inspanningen die het HvJ-EU levert om de effecten van de inflatie zo veel mogelijk te beperken, zoals het verminderen van het aantal dienstreizen, het beperken van de energie-uitgaven en vooral het nadenken over prioritering van projecten bij de opstelling van de begrotingsramingen; is van mening dat alle instellingen van de Unie hun begrotingsbeheer moeten verbeteren door bij het sluiten van contracten met dienstverleners ook rekening te houden met de prijsvolatiliteit, met name in de energiesector; verzoekt het HvJ-EU te blijven werken aan het verbeteren van de kostenefficiëntie en te blijven streven naar een proactieve begrotingsplanning, om - met de beschikbare middelen - een goede rechtsbedeling te blijven waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>stelt vast dat de gemiddelde betalingstermijn in 2023 23,1 dagen was en in 2024 23,7 dagen, wat een lichte stijging is, en dat het aandeel elektronisch ontvangen facturen in 2023 op 81 % lag en in 2024 op 88 %, wat eveneens een stijging is; leidt uit de follow-up van het HvJ-EU naar aanleiding van de opmerkingen van het Parlement in zijn resolutie over de kwijting voor 2023 (het “follow-upverslag”) af dat facturen voor externe vertalingen worden betaald na revisie van de desbetreffende vertalingen, die noodzakelijk is om de vereiste hoge kwaliteit van de vertalingen te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>stelt met tevredenheid vast dat de begroting voor dienstreizen van leden en personeelsleden van het HvJ-EU voor het tweede jaar op rij is gedaald, van 638 000 EUR in 2023 tot 616 000 EUR in 2024, hetgeen neerkomt op een daling van ongeveer 3,44 %;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on">Intern beheer, prestaties en interne controle</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>concludeert met tevredenheid uit de antwoorden van het HvJ-EU op de vragenlijst voor de kwijting 2024 dat het HvJ-EU inspanningen verricht om de justitiële hervorming, waarbij de bevoegdheid om prejudiciële beslissingen te nemen op bepaalde beleidsterreinen wordt overgeheveld van het Hof van Justitie naar het Gerecht, af te ronden en ervoor te zorgen dat het nieuwe regelgevingskader vanaf 1 oktober 2024 wordt uitgevoerd; neemt in dit verband kennis van de reorganisatie van de structuur van het Gerecht, de wijziging van het reglement voor de procesvoering van het HvJ-EU, de goedkeuring van een nieuwe reeks praktijkregels van het Gerecht voor de uitvoering van het reglement voor de procesvoering, de goedkeuring van een nieuw besluit inzake de neerlegging en betekening van processtukken via e-Curia, de ontwikkeling van nieuwe software (“onestopshop”) voor een snelle analyse en behandeling van zaken, meer efficiëntie en een betere kwaliteit van gerechtelijke uitkomsten, en de harmonisatie van de praktijken van de griffies van het Hof van Justitie en het Gerecht in 2024; merkt met waardering op dat in de eerste drie maanden na de inwerkingtreding van de hervorming al negentien prejudiciële beslissingen zijn overgedragen aan het Gerecht, waarmee de eerste resultaten zijn geboekt op weg naar een evenwichtigere verdeling van de werkdruk tussen de twee rechterlijke instanties; merkt op dat de enige extra kosten in verband met de uitvoering van de justitiële hervorming IT-gerelateerde kosten waren voor de ontwikkeling van de onestopshop, die ongeveer 805 000 EUR bedroegen, en dat de hervorming op personeelsgebied budgettair neutraal bleef doordat posten en taken binnen de instelling werden herschikt; verzoekt het HvJ-EU verslag uit te brengen over de concrete effecten van de justitiële hervorming op de efficiëntie, de duur van procedures en de verdeling van de werklast tussen het Hof van Justitie en het Gerecht, en in dat kader onder meer in te gaan op de effecten van digitale instrumenten op de duur van procedures en de verdeling van de werklast; verzoekt het HvJ-EU om voor de volgende kwijtingsprocedure een uitgebreide ex-postevaluatie van de hervorming voor te leggen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>merkt op dat het Hof van Justitie in 2024 uitspraak heeft gedaan in twaalf zaken betreffende het beginsel van voorrang van het Unierecht, waarvan tien prejudiciële zaken en twee inbreukzaken; herhaalt dat het beginsel van voorrang van het Unierecht, dat de uniforme uitlegging en toepassing van het Unierecht in alle lidstaten waarborgt en de rechtsstaat als kernwaarde van de Unie vrijwaart, van fundamenteel belang is; stelt nogmaals met klem dat het beginsel van voorrang van het Unierecht de hoeksteen van de rechtsorde van de Unie is, en onderstreept de centrale rol van het HvJ-EU bij de handhaving van de rechtsstaat in de hele Unie; merkt op dat in artikel 4, lid 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie het volgende is bepaald: “De Unie eerbiedigt de gelijkheid van de lidstaten voor de Verdragen, alsmede hun nationale identiteit die besloten ligt in hun politieke en constitutionele basisstructuren, waaronder die voor regionaal en lokaal zelfbestuur.”;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>merkt op uit de antwoorden van het HvJ-EU op de vragenlijst voor de kwijting voor 2024 dat in het jaar 2024 920 nieuwe zaken bij het Hof van Justitie werden ingediend (tegenover 821 in 2023), waarvan 62,30 % prejudiciële verwijzingen waren en 277 beroepen tegen beslissingen van het Gerecht; merkt op dat er bij het Gerecht sprake was van een aanzienlijke daling van het aantal nieuwe zaken, van 1 271 in 2023 tot 786 in 2024, waarvan 35,88 % beroepen tot nietigverklaring van handelingen van instellingen van de Unie betrof, 34,10 % betrekking had op intellectuele eigendom en 9,67 % betrekking had op geschillen tussen instellingen van de Unie en hun personeel;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>is het met het HvJ-EU eens dat de Commissie, als hoedster van de Verdragen, moet toezien op de naleving van de uitspraken van het HvJ-EU door de lidstaten; herhaalt zijn oproep aan het HvJ-EU om, met strikte inachtneming van de grenzen van zijn bevoegdheden, een mechanisme in te stellen om goede en slechte praktijken in de lidstaten in kaart te brengen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>stelt vast dat het aantal zaken dat door het Gerecht werd afgesloten is gestegen van 904 in 2023 tot 922 in 2024 en dat het aantal zaken dat door het Hof van Justitie werd afgesloten is gestegen van 783 in 2023 tot 863 in 2024, en dat deze laatste stijging werd veroorzaakt door de driejaarlijkse gedeeltelijke vervanging van rechters en advocaten-generaal van het Hof van Justitie in 2024; merkt voorts op dat het aantal zaken dat bij het Hof van Justitie aanhangig was is gestegen van 1 149 in 2023 tot 1 206 in 2024, en dat het aantal zaken dat bij het Gerecht aanhangig was is gedaald van 1 438 in 2023 tot 1 302 in 2024 (waarbij een reeks van 404 in wezen identieke zaken als één zaak zijn geteld), en dat dit ten dele het gevolg was van het feit dat enkele grote groepen zaken konden worden afgehandeld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>is verheugd over het feit dat de gemiddelde tijd die nodig is om zaken via een spoedprocedure af te handelen bij het Hof van Justitie, is teruggebracht van 4,3 maanden in 2023 tot 3,3 maanden in 2024;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>stelt vast dat de gemiddelde duur van de procedures die door het Hof van Justitie in 2024 werden afgesloten 17,7 maanden was en dat dit in 2023 nog 16,1 maanden was, en dat deze toename van ongeveer zes weken te wijten was aan de complexiteit en omvang van een aantal dossiers (zoals de in 2020 ingestelde beroepen tegen het zogenaamde “mobiliteitspakket” van de Unie, die in 2024 werden afgesloten); stelt vast dat de gemiddelde duur van de door het Gerecht bij arrest of beschikking afgesloten zaken is gestegen van 18,2 maanden in 2023 tot 18,5 maanden in 2024; benadrukt dat een vlotte afhandeling van gerechtelijke procedures een kernprestatiedoelstelling moet blijven, omdat een buitensporig lange duur de rechtszekerheid voor burgers, nationale rechtbanken en marktdeelnemers aantast;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>verzoekt het HvJ-EU om in samenwerking met de nationale rechtbanken praktische hulpmiddelen te bestuderen (zoals richtsnoeren, modellen voor prejudiciële verwijzingen, online opleidingssessies) om ervoor te zorgen dat prejudiciële vragen duidelijk en doelgericht worden geformuleerd, met als doel het risico op onnodige of buitensporig lange procedures te verminderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>is ingenomen met het feit dat de e-Curia-applicatie steeds vaker wordt gebruikt en dat het aantal door nationale rechtbanken geopende accounts is gestegen van 451 in 2023 tot 566 in 2024 en dat het percentage via e-Curia ingediende processtukken bij het Hof van Justitie 91 % bedroeg en bij het Gerecht 96 %;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>is ingenomen met de door het HvJ-EU ontwikkelde prestatiegerichte aanpak, waardoor het HvJ-EU beslissingen kan nemen op basis van de mate waarin zijn doelstellingen zijn verwezenlijkt, gemeten aan de hand van een reeks werkdruk- en operationele indicatoren (bijvoorbeeld kostenefficiëntie, percentage voltooide projecten, gebruikerstevredenheid en optimalisatie van middelen) die op elke dienst zijn afgestemd; stelt vast dat de door het HvJ-EU gebruikte kernprestatie-indicatoren een breed scala aan specifieke gebieden bestrijken ter ondersteuning van de vijf beheersdoelstellingen die betrekking hebben op de goede werking van de twee rechterlijke instanties, digitalisering en opkomende technologieën, openheid en transparantie, meertaligheid en personeelsbeheer; benadrukt dat het HvJ-EU ervoor moet zorgen dat deze indicatoren transparant en resultaatgericht zijn en regelmatig worden geëvalueerd, opdat bijgedragen wordt aan een doeltreffend beheer en verantwoordingsplicht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>is ingenomen met de in 2024 herziene aanpak met betrekking tot het rendement op investeringen in innovatie-initiatieven, waarbij rekening wordt gehouden met de kostenevaluatie aan de hand van parameters zoals implementatie- en personeelsinspanningen, jaarlijks onderhoud, kosten van aannemers en andere soorten kosten, alsook met de evaluatie van de baten aan de hand van parameters zoals verwachte winsten, strategische voordelen en het aantal betrokken gebruikers; merkt op dat het HvJ-EU in 2024 ook zijn systeem voor het volgen van projectbeheer en projectfinanciën aan een grondige herziening heeft onderworpen, waarbij het beoogt in 2025 volledige verslaglegging en controle te kunnen waarborgen met betrekking tot zijn tijdsgevoelige consultancydiensten op het vlak van digitalisering; verzoekt het HvJ-EU de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van deze kwestie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>neemt kennis van het interneauditverslag van het HvJ-EU voor 2024 (het “interne verslag”) en constateert dat de belangrijkste controle-activiteiten die de interne controle-afdeling van het HvJ-EU in 2024 heeft uitgevoerd, betrekking hadden op een controle van het project van het HvJ-EU ter verbetering van zijn infrastructuurbeveiligingsregelingen en projecten voor de inventarisatie van onroerend, alsook op drie studies: een studie over veranderingen in de behoeften van het HvJ-EU op het gebied van menselijk kapitaal in het tijdperk van generatieve AI; een studie over de competenties van organisaties en hun werknemers in een veranderende omgeving; en een studie over het welzijn van werknemers en opkomende technologieën; constateert met waardering uit het interne verslag dat de betrokken diensten maatregelen hebben genomen om de controle-aanbevelingen uit te voeren, vaak nog voordat de controles waren afgerond; merkt voorts op dat met betrekking tot het programma voor 2024 in 2025 nog gewerkt werd aan een controle van IT-licenties en aan het laatste deel van de controle van het beheer van de aankoop van meubilair en apparatuur; constateert dat de gerapporteerde stand van zaken met betrekking tot de laatste controle de laatste twee verslagperioden ongewijzigd is gebleven; verzoekt het HvJ-EU om in de toekomst een update te geven over de monitoring van de maatregelen die naar aanleiding van de aanbevelingen van de interne controle zijn genomen, in tabelvorm, met de stand van zaken van de uitvoering voor elke maatregel en aanbeveling;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on">Personele middelen, gelijkheid en welzijn van het personeel</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>merkt op dat het totale aantal ambtenaren aan het einde van het jaar is gestegen van 1 340 (58 %) in 2023 tot 1 354 (60 %) in 2024, het aantal tijdelijke functionarissen is gedaald van 765 (33 %) in 2023 tot 740 (33 %) in 2024, en het aantal arbeidscontractanten is gedaald van 198 (9 %) in 2023 tot 173 (7 %) in 2024; merkt op dat de bezettingsgraad licht is gedaald van 97,11 % in 2023 tot 96,70 % in 2024 en dat het jaarlijkse personeelsverloop is gedaald van 6,54 % in 2023 tot 6,32 % in 2024, waarbij 41 % van de vertrekken verband hield met pensionering;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>stelt vast dat het Hof van Justitie bestaat uit 27 rechters en 11 advocaten-generaal en dat het Gerecht bestaat uit 54 rechters; stelt voorts vast dat negen nieuwe rechters bij het Hof van Justitie en twee nieuwe rechters bij het Gerecht hun ambt hebben aanvaard in het kader van een gedeeltelijke vervanging in 2024; betreurt dat de gendersamenstelling van het Hof van Justitie en het Gerecht nog steeds zeer onevenwichtig is; spreekt zijn waardering uit voor de brief van de president van het Gerecht aan de voorzitter van de Conferentie van vertegenwoordigers van de lidstaten uit 2024, waarin de lidstaten worden opgeroepen om bij het voordragen van kandidaten voor de vervanging van rechters en advocaten-generaal rekening te houden met het belang van genderevenwicht; herhaalt zijn verzoek aan de lidstaten om bij het voordragen van kandidaten ter vervanging van rechters rekening te houden met de noodzaak van genderevenwicht, zonder uit het oog te verliezen dat nominaties nog steeds gebaseerd moeten zijn op verdienste, kwalificaties en onafhankelijke criteria;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>merkt op dat het personeel van het HvJ-EU in 2024 voor 60,70 % uit vrouwen en 39,30 % uit mannen bestond; merkt op dat vrouwen het best vertegenwoordigd waren in de rangen van assistenten (69,14 %), maar helaas het minst in hogere managementfuncties (35,71 %); merkt voorts een toename op van het aantal vrouwen in middenkaderfuncties, van 43,33 % in 2023 tot 51,61 % in 2024; merkt met voldoening uit het beheersverslag van de gedelegeerde ordonnateur voor 2024 op dat er een stijgende trend is in de vertegenwoordiging van vrouwen in leidinggevende functies in het algemeen, van 37,50 % in 2018 tot 48,70 % in 2024; benadrukt dat de aanhoudende ondervertegenwoordiging van vrouwen in hogere managementfuncties nog steeds een punt van zorg is en spoort het HvJ-EU aan zijn gerichte maatregelen voor loopbaanontwikkeling en leiderschapstrajecten voor vrouwen verder te versterken, waarbij echter de beginselen van verdienste en transparantie onverminderd geëerbiedigd moeten worden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>is ingenomen met de opstelling van een actieplan inzake het Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld (het “Verdrag van Istanbul), waarin acties op elkaar worden afgestemd, aanbevelingen worden gedaan en voorlichtings- en opleidingsacties voor al het personeel worden georganiseerd om gevallen van intimidatie te voorkomen; neemt kennis van de verder nog aangekondigde maatregelen, waaronder de voortzetting van de samenwerking met nationale organisaties die actief zijn op het gebied van de preventie van geweld tegen vrouwen, aanvullende bewustmakingsinitiatieven en trainingen waarin met name de nadruk wordt gelegd op de gevolgen van microagressie en gendergerelateerde vooroordelen; betreurt in dit kader dat er geen verplichte opleidingen zijn georganiseerd voor leden van het HvJ-EU, zoals werd aangekondigd in de antwoorden van het HvJ-EU op de vragenlijst voor de kwijting 2024; dringt er daarom op aan dat bepaald wordt dat alle personen, zowel personeelsleden als leden van het HvJ-EU, verplicht moeten deelnemen aan trainingen op het gebied van het voorkomen van geweld tegen vrouwen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>neemt met waardering kennis van de diverse inspanningen die het HvJ-EU met betrekking tot zijn personeelsleden heeft verricht en de maatregelen die het heeft genomen ter bevordering van gelijkheid, inclusie, wederzijds respect en diversiteit (D&amp;I), waaronder in de aanwervingsfase; wijst met name op de lancering in 2024 van een nieuwe training over D&amp;I, gericht op het voorkomen van microagressie, en, vanaf 2025, twee nieuwe opleidingen over het stellen van gezonde grenzen om de prestaties te verbeteren en over een omgeving zonder intimidatie, georganiseerd naar aanleiding van aanbevelingen van de interdepartementale werkgroep van het HvJ-EU voor de uitvoering van het Verdrag van Istanbul; neemt met waardering kennis van de gepersonaliseerde ondersteuningsmaatregelen (met betrekking tot taken, werktijden en werkplekken) die het HvJ-EU sinds 2022 treft voor personeelsleden met een handicap, de deelname van de instelling aan de in 2024 georganiseerde bewustmakingsweek rond handicaps en de ontwikkeling vanaf 2025 van een proefprogramma voor stagiairs met een handicap; verzoekt het HvJ-EU de kwijtingsautoriteit op de hoogte te stellen van het resultaat van dit laatste programma;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>is ingenomen met het feit dat alle nationaliteiten van de Unie vertegenwoordigd zijn onder het personeel van het HvJ-EU; merkt echter op dat bepaalde nationaliteiten sterker vertegenwoordigd zijn dan andere en dat sommige nationaliteiten zeer sterk oververtegenwoordigd zijn; steunt het HvJ-EU bij het opvoeren van zijn inspanningen om vacatures zo breed mogelijk bekend te maken via interinstitutionele websites, socialemedianetwerken en EPSO; merkt uit het follow-upverslag op dat het HvJ-EU zich ertoe verbindt de gegevens hierover te analyseren om gerichte acties te kunnen uitvoeren om het geografisch evenwicht onder zijn personeel, met inbegrip van stagiairs, te verbeteren; is ingenomen met de inspanningen van het HvJ-EU om nationale overheden en permanente vertegenwoordigingen van ondervertegenwoordigde lidstaten meer bewust te maken van de stageprogramma’s;  merkt met voldoening op dat het HvJ-EU in 2024 aanvragen heeft ontvangen van drie nieuwe lidstaten die voor het eerst deelnemen aan het langetermijnopleidingsprogramma voor nationale rechtsbeoefenaars in het kader van het Europees netwerk voor justitiële opleiding (ENJO);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>prijst de maatregelen van het HvJ-EU op het gebied van (juridische) meertaligheid in 2024, zoals de voltooiing en lancering van een website over meertaligheid, de medeorganisatie van de eerste editie van een zomercursus samen met andere instellingen van de Unie, de nauwe samenwerking met de lidstaten om een pool van externe deskundigen op te zetten om de toename van het vertaalvolume op te vangen en alle talencombinaties te dekken, bewustmakingsacties voor de freelancemarkt en een voortdurende verbetering van de procedures en vaardigheden met betrekking tot het gebruik van digitale hulpmiddelen (waaronder AI-gerelateerde) voor vertalingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>spreekt zijn waardering uit voor de maatregelen van het HvJ-EU om de uitdagingen op het gebied van personeelsaanwerving aan te pakken en Luxemburg onder jonge afgestudeerden te promoten als een aantrekkelijke werkplek; neemt met waardering kennis van de bijdrage van het HvJ-EU aan de invoering en uitvoering van een huisvestingstoelage die met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2025 wordt betaald aan personeelsleden in lagere rangen, de voorbereiding van vergelijkende onderzoeken van EPSO die specifiek gericht zijn op personeelsleden die in Luxemburg werkzaam zullen zijn, alsook informatiebijeenkomsten en zomercursussen; pleit voor intensievere samenwerking met EPSO en andere instellingen om de pool van gekwalificeerde kandidaten uit te breiden en ervoor te zorgen dat de algemene vergelijkende onderzoeken voor functies op gespecialiseerde gebieden worden versterkt; merkt uit het follow-upverslag op dat het HvJ-EU namens de interinstitutionele groep op hoog niveau een project/enquête heeft uitgevoerd om na te gaan of het haalbaar zou zijn huurcontracten voor tijdelijke huisvesting (d.w.z. voor een periode van maximaal één jaar) af te sluiten tegen marktprijs (of minder), die rechtstreeks door de personeelsleden zouden worden betaald; stelt vast dat de enquête succesvol was en dat de werkgroep bijgevolg een overeenkomst inzake dienstverleningsniveau heeft voorgelegd aan de deelnemende instellingen om het HvJ-EU te machtigen om een onderhandelingsprocedure inzake onroerend goed te voeren met entiteiten die geschikte projecten hebben ingediend; verzoekt het HvJ-EU de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van de follow-up op dit gebied;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>merkt op dat het HvJ-EU 201 stagiairs heeft aangeworven in het kader van het algemene (betaalde) stageprogramma; merkt voorts op dat 34 % van de aanvankelijk geselecteerde kandidaten het aanbod van het HvJ-EU heeft afgewezen nadat zij zich realiseerden dat de kosten van levensonderhoud in Luxemburg hoog zijn; geeft nogmaals aan van mening te zijn dat stages moeten worden vergoed in overeenstemming met de resolutie van het Europees Parlement van 14 juni 2023 betreffende hoogwaardige stages in de EU (2020/2005(INL)), waarin het Parlement ertoe oproept alle stages in Europa betaald te maken; stelt met tevredenheid vast dat momenteel alle stagiairs bij het HvJ-EU tijdens hun verblijf een beurs ontvangen, die in de meeste gevallen afkomstig is van het HvJ-EU en in een aantal specifieke gevallen van andere bronnen; stelt vast dat het HvJ-EU slechts een beperkt aantal stagiairs (zeven in 2024) accepteert die uit andere bronnen worden gefinancierd, en slechts voor korte perioden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>merkt op dat er in 2024 17 gevallen van burn-out zijn gedocumenteerd (waarvan acht gevallen in 2024 voor het eerst werden gemeld en negen gevallen in 2023) en dat de betrokken medewerkers professionele ondersteuning en begeleiding hebben gekregen; stelt met waardering vast dat het HvJ-EU ook in 2024 een voortrekkersrol speelde op het gebied van initiatieven ter bevordering van het fysieke en mentale welzijn van het personeel en ter bestrijding van burn-out en psychosociale risico’s, onder meer in de vorm van consultaties met een maatschappelijk werker of een psycholoog, lezingen over mindfulness en digitale balans, gespecialiseerde workshops en bewustmakingsactiviteiten over gezondheidskwesties, EHBO-trainingen en de aanwerving van twee deeltijdpsychologen; erkent het succes van het gebruik van flexibele werkregelingen, waaronder de telewerkregeling van het HvJ-EU, met als doel een betere balans tussen werk en privéleven voor het personeel te realiseren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>merkt op dat in 2023 een administratief onderzoek werd gestart naar een vermeend geval van seksuele intimidatie met betrekking tot een personeelslid, en dat deze zaak in 2024 werd afgesloten met een sanctie; merkt op dat er in 2024 geen nieuwe administratieve onderzoeken naar intimidatie werden geopend;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on">Ethisch kader, transparantie en toegang tot de rechter voor burgers</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>stelt vast dat, zoals gevraagd in eerdere kwijtingsaanbevelingen, de nieuwe gedragscode voor ambtenaren en andere personeelsleden van het HvJ-EU, waarin de waarden en de inzet van het HvJ-EU voor hoge ethische normen tot uiting komen, in maart 2024 is aangenomen, en stelt vast dat de gedragscode bepalingen bevat inzake belangenconflicten, loyaliteitsplicht, geheimhoudingsplicht en zwijgplicht, externe activiteiten, beroepsactiviteiten na beëindiging van de dienst en publicaties en bepalingen tegen intimidatie, en ook van toepassing is op gedetacheerde nationale deskundigen en rechters in opleiding in het kader van het ENJO; stelt met tevredenheid vast dat het HvJ-EU maatregelen heeft genomen om de gedragscode zo breed mogelijk te presenteren en toe te lichten en het personeel volledig inzicht te geven in de nieuwe regels en het bredere rechtskader waarvan zij deel uitmaken, en dat trainingen over de gedragscode en de rechten en plichten van het personeel verplicht zijn voor nieuwkomers en ten zeerste worden aanbevolen voor al het personeel van het HvJ-EU, en dat in totaal 561 personen (d.w.z. 24,75 % van het totale aantal ambtenaren en functionarissen van het HvJ-EU) in 2024 aan dergelijke trainingen hebben deelgenomen; stelt voorts vast dat soortgelijke trainingen ook werden aangeboden aan nieuwe leden van het HvJ-EU in 2024; neemt met waardering kennis van het netwerk van “vertrouwenspersonen” van het HvJ-EU, die personeelsleden bijstaan als zij slachtoffer zijn van intimidatie, alsook van het talentmanagementprogramma dat wordt aangeboden aan veelbelovende administrateurs en dat onder meer betrekking heeft op ethisch leiderschap; spoort het HvJ-EU aan geleidelijk meer opleidingen over de gedragscode aan te bieden aan alle personeelsleden, zonder uitzondering, om ervoor te zorgen dat de ethische normen in de hele instelling bekend zijn en worden nageleefd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>merkt op dat, volgend op de aanneming van de gedragscode voor leden en voormalige leden van het HvJ-EU, de belangenverklaringen van leden van het HvJ-EU online worden gepubliceerd om mogelijke belangenconflicten bij de behandeling van zaken te voorkomen; neemt met voldoening kennis van het follow-upverslag waarin wordt vermeld dat het HvJ-EU in 2024 het akkoord tot instelling van een interinstitutioneel orgaan voor ethische normen heeft ondertekend, dat onder meer tot taak heeft gemeenschappelijke minimumnormen op te stellen voor het gedrag van de leden van de ondertekenende instellingen; beseft dat de rol van het HvJ-EU in het kader van dit akkoord beperkt blijft tot die van waarnemer, om de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>neemt kennis van de krachtige beleidsmaatregelen inzake opsporing en preventie van belangenconflicten binnen de instelling en draaideurconstructies, en stelt vast dat in de nieuwe gedragscode specifieke strengere regels voor managers en referendarissen zijn opgenomen; merkt op dat er in 2024 drie verklaringen van mogelijke belangenconflicten van personeelsleden zijn onderzocht, maar dat in geen van die gevallen corrigerende maatregelen nodig werden geacht; merkt voorts op dat 57 personeelsleden in 2024 hebben aangegeven dat zij wilden blijven werken na hun vertrek bij het HvJ-EU, maar dat bij geen van hen besloten werd tot een afkoelingsperiode; stelt echter vast dat de afkoelingsperiode met betrekking tot een voormalig hooggeplaatst personeelslid die in 2023 begon, doorliep in 2024; merkt op dat er in 2024 bij het HvJ-EU geen klokkenluiderszaken waren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>merkt uit het follow-upverslag op dat het wrakingsbeleid ten aanzien van rechters in gevallen van daadwerkelijke of schijnbare belangenconflicten reeds verplicht is en dat het HvJ-EU gebruikmaakt van een beproefd mechanisme ter voorkoming van belangenconflicten dat betrekking heeft op het proces van selectie van de leden van het HvJ-EU en volledig effect sorteert wanneer zij hun taken op zich nemen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>stelt vast dat alle leden van het HvJ-EU in 2024 verblijf hielden te Luxemburg, in overeenstemming met artikel 14 van het Statuut;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>stelt vast dat externe activiteiten van leden van het Hof van Justitie en leden van het Gerecht sinds 2018 op de website van het HvJ-EU worden gepubliceerd en dat dergelijke activiteiten alleen zijn toegestaan als ze verenigbaar zijn met de voorschriften van de gedragscode van de leden van het HvJ-EU en met de op hen rustende verplichting om beschikbaar te zijn voor gerechtelijke activiteiten; is ingenomen met de toezegging van het HvJ-EU in het follow-upverslag om na te denken over mogelijkheden om de kwaliteit en leesbaarheid van de informatie die gepubliceerd wordt over externe activiteiten te verbeteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>herinnert aan de aanbeveling die het Parlement in 2023 aan alle instellingen van de Unie heeft gedaan om tot een akkoord te komen over één enkel systeem voor het gebruik van dienstvoertuigen dat door alle instellingen moet worden toegepast; stelt in deze context vast en merkt uit het follow-upverslag op dat het HvJ-EU, de Rekenkamer, het Parlement en de Commissie in 2024 een interinstitutionele werkgroep hebben opgericht die tot taak heeft informatie uit te wisselen over de praktijken binnen deze instellingen op het gebied van dienstvoertuigen en na te denken over mogelijkheden om de regels te harmoniseren, met inachtneming van de autonomie en de specifieke kenmerken van elke instelling; herinnert aan het standpunt van het Parlement dat er in geen geval buiten de strikte uitvoering van de taken van de leden van het HvJ-EU om gebruik mag worden gemaakt van het wagenpark; merkt voorts uit het follow-upverslag op dat de werkgroep een benchmarking heeft uitgevoerd met betrekking tot deze kwestie en nu bezig is andere onderwerpen in verband met het beheer van het wagenpark te onderzoeken; dringt er bij de werkgroep op aan snel actie te ondernemen in deze kwestie en de kwijtingsautoriteit zo spoedig mogelijk te informeren over de resultaten van haar werkzaamheden en haar conclusies;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>merkt op dat het HvJ-EU in 2024 geen gevallen van fraude, corruptie of misbruik van middelen van de Unie heeft gemeld; stelt vast dat de fraudebestrijdingsstrategie van het HvJ-EU integraal deel uitmaakt van zijn geïntegreerde kader voor interne controle en risicobeheer, en dat bijzondere aandacht wordt besteed aan de risico’s van incorrecte bekendmaking van informatie; merkt op dat het interne regelgevingskader van het HvJ-EU een besluit bevat betreffende onderzoeken naar fraude, corruptie of illegale activiteiten die de belangen van de Unie schaden, alsook een besluit en richtsnoeren inzake klokkenluiden, met daarin bepalingen inzake informatie en bescherming voor klokkenluiders;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>is ingenomen met het streven van het HvJ-EU om de transparantie, de toegang tot de rechter en de openbaarheid te verbeteren en zo het vertrouwen van het publiek in de instellingen van de Unie te versterken, waarbij een evenwicht wordt gezocht met andere fundamentele belangen, zoals het belang van onbeïnvloedbaarheid van de rechtspraak, vertrouwelijkheid van procedures en de bescherming van persoonsgegevens; benadrukt dat meer transparantie ook moet leiden tot meer vertrouwen van het publiek in de jurisprudentie van het HvJ-EU; spoort het HvJ-EU aan inspanningen te blijven leveren om de duidelijkheid, toegankelijkheid en voorspelbaarheid van zijn jurisprudentie te verbeteren, met name bij zaken die grote constitutionele of maatschappelijke gevolgen kunnen hebben; merkt op dat het HvJ-EU in 2024 is doorgegaan met het streamen van hoorzittingen van het Hof van Justitie en het Gerecht via de Curia-website, waarmee de toegang van burgers tot de gerechtelijke activiteiten van het HvJ-EU wordt vergemakkelijkt; is in dit verband tevreden over het feit dat er in 2024 een justitiële hervorming is doorgevoerd waardoor de transparantie in verband met prejudiciële procedures is verbeterd, namelijk doordat schriftelijke opmerkingen binnen een redelijke termijn na de afsluiting van de zaak op de website van het HvJ-EU worden gepubliceerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>leest met tevredenheid in het follow-upverslag dat het HvJ-EU, op basis van een proefproject dat in 2022 van start was gegaan en waarvan de uitkomst positief was en na actualisering van zijn reglement voor de procesvoering in 2024, heeft besloten ook belangrijke zaken die door een kamer van vijf rechters worden behandeld te streamen en daarnaast heeft besloten tot near-live-streaming van pleidooien en live-uitzendingen van uitspraken en conclusies van advocaten-generaal; stelt voorts vast dat video-opnames van zittingen voor de uitspraak van arresten en conclusies sinds 1 september 2024 permanent op de website van het HvJ-EU beschikbaar zijn en dat video-opnames van pleidooien gedurende een maand na de zitting toegankelijk zijn; merkt met waardering op dat het Gerecht soortgelijke maatregelen heeft genomen om het publiek een betere toegang tot zijn procedures te bieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>neemt er nota van dat het HvJ-EU in 2024 twintig verzoeken om toegang van het publiek tot administratieve documenten heeft geregistreerd en in vijftien gevallen toegang tot administratieve documenten heeft verleend; stelt vast dat de Europese Ombudsman geen zaken met betrekking tot het HvJ-EU heeft behandeld;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on">Digitalisering, cyberbeveiliging en gegevensbescherming</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>stelt vast dat in 2024 de begrotingsuitgaven voor IT-projecten 9 % lager waren en voor cyberbeveiligingsprojecten 69 % lager waren dan in 2023, en dat in 2024 de begrotingsuitgaven voor IT-apparatuur 16 % hoger waren en voor cyberbeveiligingsdiensten, licenties en apparatuur 2 % hoger waren dan in 2023; constateert dat de aanzienlijke daling van de uitgaven voor IT-projecten te danken is aan het feit dat in 2024 een aantal cyberbeveiligingsprojecten de operationele fase is ingegaan en de daarmee samenhangende uitgaven dus opgenomen werden in de operationele begroting;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>spreekt zijn waardering uit voor de vooruitgang die het HvJ-EU in 2024 heeft geboekt in verband met diverse digitale projecten, zoals de uitrol van het verbeterde SIGA-programma voor geïntegreerd gegevens- en dossierbeheer, het toegenomen en verbeterde gebruik van de HAN/Ares-applicatie (het elektronische documentregistratie- en beheerssysteem van het HvJ-EU), de implementatie van EU Sign (een systeem voor digitale handtekeningen) en de modernisering van de Curia-website en het zoekinstrument InfoCuria; erkent het belang van een intensiever gebruik van de e-Curia-toepassing voor het elektronisch neerleggen en betekenen van processtukken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>stelt vast dat het HvJ-EU zijn processen verder heeft geautomatiseerd en sinds 2024 gebruikmaakt van software voor automatische uitvoering van repetitieve taken, zoals het transcriberen van zittingen en het betalen van facturen; verwacht dat de toepassing van procesautomatiseringsinstrumenten zal bijdragen tot een optimaal gebruik van middelen binnen het HvJ-EU; wijst op het belang van interinstitutionele samenwerking ten behoeve van het HvJ-EU als het gaat om efficiëntieverbeteringen door het gebruik van grote IT-systemen voor document- en dossierbeheer (HAN/Ares), HR (Sysper en personeelszaken), financieel dossierbeheer (SAP) en andere (op AI gebaseerde) systemen van de Commissie, bijvoorbeeld voor vertaaldiensten (eTranslation);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>neemt met belangstelling kennis van het feit dat er in 2024 een proefproject van start is gegaan waarbij alle diensten van het HvJ-EU toegang krijgen tot AI-assistenten; wijst erop dat het belangrijk is dat bij het gebruik van AI-instrumenten ethische beginselen in acht worden genomen, en met name de in 2024 door het HvJ-EU vastgestelde AI-richtsnoeren, om ervoor te zorgen dat de naleving van het beginsel van onafhankelijkheid van gerechtelijke procedures onderworpen is aan menselijk toezicht; benadrukt dat het gebruik van AI-instrumenten in een gerechtelijke omgeving nooit in de plaats mag komen van menselijke juridische redenering of de rechterlijke beoordelingsvrijheid, en de persoonlijke verantwoordelijkheid van rechters niet mag ondermijnen; wijst in dit verband op de toezichthoudende rol van de raad van bestuur voor AI van het HvJ-EU; spreekt zijn waardering uit voor het uitgebreide opleidingsprogramma dat het HvJ-EU in 2024 heeft opgezet, te beginnen met een “AI-bewustmakingsmaand” met opleidingssessies, rondetafelgesprekken onder leiding van AI-deskundigen, webinars en bootcamps, waarmee een eerste belangrijke stap werd gezet om het personeel bewust te maken van de AI-strategie en -richtsnoeren van het HvJ-EU en van AI in het algemeen; stelt vast dat medewerkers ook cursussen volgden over veranderingsmanagement, kennisoverdracht, mentorschap en mentale flexibiliteit om de aanpassing aan opkomende technologieën soepeler te laten verlopen; verzoekt het HvJ-EU om dergelijke opleidings- en bewustmakingsprogramma’s te blijven organiseren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>merkt uit het follow-upverslag op dat het HvJ-EU na de inwerkingtreding van de nieuwe cyberbeveiligingsverordening begin 2024 een actieplan inzake cyberbeveiliging heeft opgesteld en is begonnen met de uitvoering van daarmee verband houdende IT-infrastructuurprojecten; constateert dat het HvJ-EU ten minste drie keer per jaar uitwijktests uitvoert voor lokale systemen, telecommunicatiediensten en automatische overschakeling van internetproviders;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>merkt op dat de operationele vermogens op het gebied van cyberbeveiliging in 2024 verder zijn versterkt om te voldoen aan Verordening (EU, Euratom) 2023/2841 en om beter bestand te zijn tegen het toenemende aantal cyberaanvallen; constateert dat er in 2024 geen grote cyberaanvallen hebben plaatsgevonden; merkt met bezorgdheid op dat er gemiddeld 142 beveiligingsincidenten per maand werden geregistreerd en geanalyseerd en dat bij enkele daarvan menselijk ingrijpen noodzakelijk was; benadrukt dat cyberbeveiliging een strategische investering is die van essentieel belang is om de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, de gegevensintegriteit en de continuïteit van de gerechtelijke activiteit te waarborgen, en wijst derhalve op de noodzaak van blijvende en voorspelbare investeringen in cyberbeveiligingscapaciteiten, opleiding van personeel en interinstitutionele samenwerking;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>stelt vast dat het onderzoek van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming (EDPS) naar het gebruik van door Amazon Web Services en Microsoft op basis van Cloud II-contracten geleverde clouddiensten door de instellingen, organen en instanties van de Unie in 2025 werd afgerond; stelt voorts vast dat het HvJ-EU na dit onderzoek geen aanbevelingen heeft ontvangen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>stelt vast dat het HvJ-EU in het kader van zijn omvattende initiatief om de toegankelijkheid voor en inclusie van kwetsbare personen te verbeteren nog altijd bij elke wijziging en verdere stap in de ontwikkeling van zijn IT-systemen toepassing geeft aan de “toegankelijkheid door ontwerp”-benadering; neemt er kennis van dat het HvJ-EU sinds een audit van de Curia-website in 2023 bezig is met de invoering van technologieën die erop gericht zijn de toegankelijkheid van de site voor een breed scala aan gebruikers, zoals personen met een visuele beperking of met een gehoor- of leerstoornis, te verbeteren; verzoekt het HvJ-EU de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van deze kwestie;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on">Gebouwen</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>merkt uit het follow-upverslag op dat er in het kader van twee proefprojecten over het meest efficiënte gebruik van de gebouwen van het HvJ-EU in 2024 diverse workshops zijn gehouden, die hebben geresulteerd in de ontwikkeling van twee indelingen, afgestemd op de behoeften van de diensten; constateert dat de follow-up van deze projecten is opgeschort omdat eerst in kaart moet worden gebracht welke mogelijke gevolgen de integratie van AI heeft voor de werkmethoden van het EU en welke gevolgen wijzigingen op dat vlak hebben voor het gebruik van ruimtes en kantoren in het HvJ-EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>merkt op dat het HvJ-EU in 2024 verder uitvoering heeft gegeven aan zijn omvattende initiatief om de toegankelijkheid voor en inclusie van personen met een handicap te verbeteren; merkt in het bijzonder op dat het HvJ-EU een langetermijnactieplan heeft opgesteld om ervoor te zorgen dat zijn gebouwen uiterlijk op 1 januari 2032 voldoen aan de wettelijke toegankelijkheidsnormen die zijn vastgelegd in de Luxemburgse wetgeving; spreekt zijn waardering uit voor het feit dat het HvJ-EU een overzicht heeft opgesteld van de werkzaamheden die in verschillende delen van zijn infrastructuur moeten worden verricht en daarnaast een architect opdracht heeft gegeven tot het uitvoeren van een haalbaarheidsstudie, op basis waarvan zal worden bepaald welke maatregelen er moeten worden genomen; verzoekt het HvJ-EU de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van deze kwestie;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on">Milieu en duurzaamheid</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>spreekt zijn waardering uit voor het feit dat het HvJ-EU ook in 2024 inspanningen heeft geleverd om zijn milieuvoetafdruk te verkleinen en op dit gebied ook daadwerkelijk vooruitgang heeft geboekt, zoals blijkt uit zijn prestaties ten opzichte van de referentiewaarde van 2015 van het milieubeheer- en milieuauditsysteem (EMAS), waaruit blijkt dat er met betrekking tot vele soorten verbruik/emissies sprake was van verlagingen per voltijdequivalent (vte) (verwarming: - 37,5 %; elektriciteit: -29,3 %; papier: -64,2 %; kantoor- en kantineafval: -40,4 %; uitstoot van broeikasgassen: -26,7 %); stelt vast dat deze percentages een verdere verbetering betekenen ten opzichte van 2023; wijst erop dat deze resultaten in combinatie met de effecten van de situatie op de energiemarkten ertoe hebben geleid dat de energie-uitgaven 18 % lager waren dan geraamd; spreekt zijn waardering uit voor het feit dat duurzaamheid op krachtige wijze is geïntegreerd in het risicobeheer- en controlekader van het HvJ-EU, zoals vereist door het systeem voor EMAS-certificering;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>is ingenomen met het feit dat er in 2024 flinke investeringen zijn gedaan om de energie-efficiëntie van de gebouwen van het HvJ-EU te verbeteren, waaronder bijna 1,5 miljoen EUR voor de installatie van ledverlichting en meer dan 0,4 miljoen EUR voor de isolatie van gebouwen; merkt met tevredenheid op dat alle aangekochte elektriciteit afkomstig was van hernieuwbare bronnen en dat de gebouwen verwarmd worden via een stadsverwarmingssysteem op biomassa; is verheugd dat het HvJ-EU van plan is om zijn groene energievoorziening toekomstbestendig te maken door deel te nemen aan stroomafnameovereenkomsten (PPA’s);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>56.</NO.P>spreekt zijn waardering uit voor de rigoureuze aanpak van het HvJ-EU op het gebied van duurzame aanbestedingen, waarbij aanbestedingen worden gecategoriseerd op basis van de impact (“light green”, “medium green”, “top green”) van de milieuclausules daarin, systematisch gebruik wordt gemaakt van instrumenten zoals de verplichte zelfbeoordeling wat betreft “groene prestaties” en de interinstitutionele SPP-helpdesk wordt geraadpleegd; stelt vast dat in 2024 acht grote aanbestedingen van meer dan 60 000 EUR “groene aankopen” waren, waarvan er zes belangrijke milieuclausules bevatten; is met name ingenomen met het feit dat is overgestapt op het nieuwe cateringcontract, dat de ISO 14001-certificering heeft en op grond waarvan duurzame voedselpraktijken moeten worden gehanteerd, en met het feit dat de doelstelling om “light green” aanbestedingen tot ruim onder het streefcijfer van 50 % te houden, is bereikt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>57.</NO.P>spreekt zijn waardering uit voor de omvattende en doeltreffende strategie van het HvJ-EU inzake duurzame mobiliteit voor personeel en leden; neemt in dit verband kennis van het feit dat de subsidies voor het gebruik van het openbaar vervoer voor grensoverschrijdend woon-werkverkeer en het Vel’Oh!-fietsprogramma zijn voortgezet en dat er daarnaast aanzienlijke verbeteringen zijn doorgevoerd met betrekking tot infrastructuur, zoals de installatie in 2024 van talrijke oplaadpunten voor elektrische en hybride voertuigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>58.</NO.P>stelt vast dat er op ruime schaal is overgestapt op duurzame werkmethoden en dat leden van het HvJ-EU veel vaker gebruikmaken van videoconferenties om niet te hoeven reizen, wat blijkt uit het feit dat er in 2024 131 van dergelijke conferenties waren, terwijl dat er in 2019 nog maar drie waren; is voorts ingenomen met de stappen die zijn gezet op het gebied van digitalisering van processen, en wijst erop dat deze digitalisering in combinatie met het verwijderen van 80 % van de persoonlijke printers ertoe heeft geleid dat het papierverbruik van het HvJ-EU drastisch is afgenomen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on">Interinstitutionele samenwerking</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>59.</NO.P>neemt kennis van de samenwerking van het HvJ-EU met andere instellingen, met name door middel van gedeelde toepassingen en hostingdiensten op basis van overeenkomsten inzake dienstverleningsniveau (SLA’s) met de Commissie, alsook door middel van deelname aan interinstitutionele aanbestedingsprocedures, waardoor het HvJ-EU de kosten en middelen heeft kunnen optimaliseren; wijst op het belang van de interinstitutionele samenwerking tussen het HvJ-EU en de cyberbeveiligingsdienst voor de instellingen, organen en instanties van de Unie (CERT-EU) en het Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging (Enisa), zoals de deelname van het HvJ-EU aan technische adviesgroepen betreffende instrumenten, methodologieën en bewustmaking en de deelname van het HvJ-EU aan het generatieve AI-initiatief van CERT-EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>60.</NO.P>merkt op dat het HvJ-EU diverse SLA’s heeft gesloten voor het onderhoud van IT-infrastructuur, het gebruik van HR-instrumenten, betaling van bepaalde individuele rechten en het gebruik van het documentbeheerssysteem HAN/Ares; is ingenomen met het feit dat de jaarlijkse financieringsovereenkomst met de vertaaldiensten van andere instellingen van de Unie is verlengd; merkt op dat het HvJ-EU in 2024 twee memoranda van overeenstemming (MoU) heeft ondertekend met de Commissie en het Parlement: een MoU over de verdeling van de financiële lasten in verband met het gebruik van een instrument voor testen op afstand voor interinstitutionele accreditatietests en een MoU over de verdeling van de kosten voor gezamenlijke outreachactiviteiten van de tolkendiensten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>61.</NO.P>waardeert het dat het HvJ-EU zijn volle medewerking verleent aan het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF), de Rekenkamer, de EDPS en de Europese Ombudsman; neemt kennis van het partnerschap van het HvJ-EU met het ENJO, dat het HvJ-EU ondersteunt bij zijn inspanningen om een gemeenschappelijke justitiële cultuur in de hele EU te bevorderen, een consistente en uniforme toepassing van het Unierecht in alle lidstaten te waarborgen en het wederzijds vertrouwen tussen de nationale gerechtelijke instanties en het HvJ-EU te vergroten; waardeert in dit verband het feit dat het HvJ-EU thematische groepen opzet en jaarlijkse bijeenkomsten organiseert met correspondenten van nationale rechtbanken, evenals webinars en bezoeken van vertegenwoordigers van het HvJ-EU aan nationale rechtbanken en vice versa; neemt met name kennis van de jaarlijkse bijeenkomst van correspondenten van het ENJO die in 2024 in Brussel plaatsvond, het bezoek van een delegatie van het Gerecht aan Warschau en de jaarlijkse bijeenkomst van rechters, met een speciale conferentie bij het HvJ-EU ter gelegenheid van het feit dat er twintig jaren waren verstreken sinds de uitbreiding van 2004; merkt voorts uit het follow-upverslag op dat in 2024 meer rechters seminars hebben bijgewoond en dat nationale rechtsbeoefenaars uit drie nieuwe lidstaten zich voor het eerst hebben ingeschreven voor de langetermijnopleidingsprogramma’s van het HvJ-EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>62.</NO.P>is ingenomen met het feit dat het HvJ-EU en het Parlement hebben besloten jaarlijkse bijeenkomsten te houden om van gedachten te wisselen over onderwerpen van gemeenschappelijk belang, zoals bestuur, mogelijkheden voor verbetering van het rechtsstelsel of de opvattingen van de burgers over de rechtsstaat; stelt vast dat de eerste bijeenkomst in maart 2024 heeft plaatsgevonden;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on">Communicatie</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>63.</NO.P>stelt vast dat het HvJ-EU regelmatig bezoekers ontvangt en dat het totale aantal geregistreerde bezoekers in 2024 op 16 319 lag; stelt vast dat ongeveer 2 500 daarvan het HvJ-EU op de open dag hebben bezocht; merkt voorts op dat het HvJ-EU naast reguliere bezoeken ook virtuele bezoeken organiseert; stelt vast dat het in 2024 bij 7 % van de bezoekers van het HvJ-EU ging om een virtueel bezoek, en dat van die groep 43 % student was;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>64.</NO.P>stelt vast dat het HvJ-EU in 2024 meer inspanningen heeft verricht om de burgers van de Unie te bereiken en daartoe meer gebruik heeft gemaakt van sociale media; stelt vast dat eind 2024 het aantal abonnees op het LinkedIn-account van het HvJ-EU met 26 % was gestegen en het aantal volgers van de twee accounts van het HvJ-EU op X (voorheen Twitter) met 2,5 %, en dat het aantal views op het YouTube-kanaal van het HvJ-EU met 137 % was gestegen en het aantal YouTube-abonnees met meer dan 329 % was toegenomen ten opzichte van het jaar daarvoor; merkt op dat de exponentiële stijging van het aantal views en abonnees deels te danken was aan een promotiecampagne van het HvJ-EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>65.</NO.P>stelt vast dat het HvJ-EU in 2024 is gestart met een onderzoek naar manieren om zijn aanwezigheid op sociale media te vergroten, en dat dit heeft geresulteerd in het besluit om in 2025 accounts aan te maken op Instagram, Bluesky, Threads en WhatsApp;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>66.</NO.P>neemt met waardering kennis van andere belangrijke maatregelen en plannen van het HvJ-EU om de transparantie en toegankelijkheid te verbeteren en tegemoet te komen aan de behoeften van rechtsbeoefenaars, de media en het grote publiek (waaronder jongere generaties), zoals de modernisering van de website van het HvJ-EU, waarbij een nieuwe (enkele) zoekmachine werd ingevoerd, de lancering van een nieuw meertalig web-tv-platform met content over de werkzaamheden en uitspraken van het HvJ-EU, het plaatsen van video’s op sociale media, vereenvoudiging van het taalgebruik in de persberichten van het HvJ-EU en een nieuwe opzet van de jaarverslagen van het HvJ-EU waarbij duidelijkere overzichten van de jurisprudentie en statistieken worden verstrekt.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>