<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0129</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Kwijting 2024: algemene begroting van de EU – Rekenkamer</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0052/2026 - Rapporteur: Pasquale Tridico)</STRING></HIDDEN><TXTLST><DECISION><TI><NR>1.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 29 april 2026 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2024, afdeling V – Rekenkamer (2025/2149(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2024<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2024/207, 22.2.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/budget/2024/207/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de geconsolideerde jaarrekening van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2024 (COM(2025)0359 – C10‑0149/2025)<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2025/4944, 13.10.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/4944/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer aan de kwijtingsautoriteit over de in 2024 uitgevoerde interne controles,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de uitvoering van de begroting betreffende het begrotingsjaar 2024, vergezeld van de antwoorden van de instellingen<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2025/5409, 8.10.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/5409/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer voor het begrotingsjaar 2024 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2025/5407, 13.10.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/5407/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 314, lid 10, en de artikelen 317, 318 en 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD> PB L 193, 30.7.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1046/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name de artikelen 59, 118, 260, 261 en 262,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name de artikelen 59, 118, 266, 267 en 268,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 102 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A10-0052/2026),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>verleent de secretaris-generaal van de Rekenkamer kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Rekenkamer voor het begrotingsjaar 2024;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor bekendmaking ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L-serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><RESOL><TI><NR>2.</NR> <STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 29 april 2026 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2024, afdeling V – Rekenkamer (2025/2149(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2024, afdeling V – Rekenkamer,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 102 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A10-0052/2026),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de kwijtingsautoriteit in het kader van de kwijtingsprocedure wenst te benadrukken dat het bijzonder belangrijk is de democratische legitimiteit van instellingen van de Unie verder te versterken door de transparantie en de verantwoordingsplicht te verbeteren en door het concept van resultaatgericht begroten en een goed personeelsbeheer toe te passen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de Europese Rekenkamer (hierna “de Rekenkamer” genoemd) de externe auditor van de Unie is, die door middel van onafhankelijke, professionele en impactvolle controlewerkzaamheden de zuinigheid, doeltreffendheid, doelmatigheid, wettigheid en regelmatigheid van EU-maatregelen moet beoordelen om de verantwoordingsplicht, de transparantie en het financieel beheer te verbeteren en zo het vertrouwen van de burgers te vergroten en doeltreffend te reageren op de huidige en toekomstige uitdagingen waarmee de Unie wordt geconfronteerd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat, onverminderd de artikelen 287 en 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), de rekeningen van de ontvangsten en uitgaven van de Rekenkamer sinds de afsluiting van begrotingsjaar 1987 jaarlijks worden gecontroleerd door een onafhankelijke externe accountant en dat de verslagen van de externe accountant sinds het verslag over het begrotingsjaar 1992 in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> worden bekendgemaakt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat de verantwoordingsplicht inzake het beheer ten aanzien van de begrotingsautoriteiten wordt geboden via het jaarlijks activiteitenverslag van de secretaris-generaal van de Rekenkamer, dat in overeenstemming met artikel 74, lid 9, van het Financieel Reglement tot doel heeft informatie te verstrekken over het beheer van de middelen, met inbegrip van systemen, en over de doelmatigheid en de doeltreffendheid van de interne controlesystemen van de Rekenkamer;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de Rekenkamer, door haar taken op transparante en onafhankelijke wijze uit te voeren, bijdraagt tot democratisch toezicht, openbaar debat en goed financieel beheer van de Unie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat de Rekenkamer een standpunt heeft ingenomen dat de beste oplossing, ter beoordeling van het bestuur van de Unie, haar verantwoordingsplicht en transparantie en de kwaliteit en betrouwbaarheid van de informatie en gegevens die over de uitvoering van het beleid van de Unie worden gerapporteerd, zou zijn dat de Rekenkamer wordt belast met de controle van alle instellingen, organen en instanties van de Unie die zijn opgericht bij of krachtens de Verdragen en alle intergouvernementele structuren die van essentieel belang zijn voor de werking van de Unie; overwegende dat het Parlement de Rekenkamer nadrukkelijk steunt en initiatieven verwelkomt die de Rekenkamer beter in staat stellen haar mandaat uit te voeren;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>merkt op dat de begroting van de Rekenkamer onder rubriek 7, “Europees openbaar bestuur”, van het MFK valt, die in 2024 in totaal 13,3 miljard EUR bedroeg (goed voor 6,9 % van de totale begroting van de Unie); merkt op dat de begroting van de Rekenkamer van ongeveer 0,2 miljard EUR goed is voor ongeveer 1,5 % van de totale administratieve uitgaven van de Unie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>neemt er kennis van dat Rekenkamer in haar jaarverslag betreffende het begrotingsjaar 2024 (het “verslag van de Rekenkamer”) onder de rubriek “Europees openbaar bestuur” een steekproef van zeventig verrichtingen heeft onderzocht, hetzelfde aantal als in 2023; wijst erop dat de Rekenkamer voorts opmerkt dat onder de administratieve uitgaven de uitgaven voor personele middelen vallen, met inbegrip van uitgaven voor pensioenen, die in 2024 goed waren voor ongeveer 69 % van de totale administratieve uitgaven, alsook uitgaven voor gebouwen, uitrusting, energieverbruik, communicatie en informatietechnologie (IT), en dat uit haar werkzaamheden door de jaren heen blijkt dat deze uitgaven over het algemeen een laag risico vormen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>merkt op dat 16 (23 %) van de zeventig verrichtingen fouten bevatten, maar dat de Rekenkamer op basis van de drie gekwantificeerde fouten inschat dat het foutenpercentage onder de materialiteitsdrempel ligt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>merkt op dat de financiële overzichten van de Rekenkamer door een onafhankelijke externe accountant worden gecontroleerd, teneinde ervoor te zorgen dat dezelfde beginselen van transparantie, verantwoordingsplicht en onafhankelijkheid die de Rekenkamer bij haar eigen controle-activiteiten in acht neemt, ook op haarzelf worden toegepast;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>is ingenomen met Speciaal verslag 24/2024 van de Rekenkamer en de daarin vervatte bevindingen en aanbevelingen met betrekking tot het arbeidskader van het ambtenarenapparaat van de EU; herinnert eraan dat het een diepgaander onderzoek naar de administratieve uitgaven belangrijk acht en herhaalt zijn oproep aan de Rekenkamer om in haar werkzaamheden uitgebreide gegevens over alle instellingen op te nemen teneinde een deugdelijke basis te bieden voor een consistente kwijtingsprocedure; verzoekt de Rekenkamer de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van alle initiatieven op dit gebied;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>neemt kennis van de aankondiging van de Rekenkamer van 1 oktober 2025 over de invoering van een herziene controleaanpak voor gemeenschappelijke ondernemingen vanaf het begrotingsjaar 2025; merkt op dat deze wijziging onder meer werd ingegeven door beperkingen op het gebied van personeelscapaciteit en door de stopzetting van de controles van gemeenschappelijke ondernemingen in het kader van Horizon Europa door de dienst Interne Audit van de Commissie, die voorheen gemeenschappelijke ondernemingen controleerde, waardoor de beschikbaarheid van aanvullende controlezekerheid werd beperkt; merkt voorts op dat de nieuwe aanpak voorziet in een adequate steekproefomvang, de consolidatie van de controlewerkzaamheden voor alle gemeenschappelijke ondernemingen en de afgifte van twee afzonderlijke betrouwbaarheidsverklaringen, ondersteund door aanvullende thematische en speciale verslagen; verzoekt de Rekenkamer ervoor te zorgen dat de herziene methodologie tijdig wordt geïmplementeerd en dat deze blijft voldoen aan de hoogste normen op het gebied van controlekwaliteit, betrouwbaarheid en zekerheid ter bescherming van de financiële belangen van de Unie;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Begrotings- en financieel beheer</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>stelt vast dat de begroting (C1-kredieten) van de Rekenkamer voor 2024 in totaal 185 655 890 EUR bedroeg, hetgeen een stijging van 6,05 % is ten opzichte van 2023 (175 059 922 EUR); merkt op dat de stijging voornamelijk het gevolg was van salarisaanpassingen; merkt op dat in 2024 89,50 % van de kredieten (tegenover 88,50 % in 2023) bestemd was voor haar leden en personeel, terwijl 10,50 % bestemd was voor gebouwen, uitrusting en diverse uitgaven (tegenover 11,60 % in 2023);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>merkt op dat de uitvoeringspercentages voor vastleggingen en betalingen voor 2024 hoog bleven, en bijna hetzelfde waren als in 2023, terwijl de bestedingsgraad voor kredieten 97,30 % bedroeg en de betalingen goed waren voor 94,81 % van de totale vastleggingen in 2024; neemt kennis van een stijging van de geannuleerde kredieten aan het einde van het jaar van ongeveer 3,4 miljoen EUR in 2023 tot 4,4 miljoen EUR in 2024; prijst de Rekenkamer voor het feit dat zij de gemiddelde betalingstermijn voor facturen in 2024 onder de elf dagen heeft gehouden; moedigt de Rekenkamer aan strikte kostendiscipline te blijven betrachten, voorrang te blijven geven aan operationele doelmatigheid en annuleringen aan het eind van het jaar verder te verminderen, om zo de doelmatigheid en het rendement van haar kredieten te vergroten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>merkt op dat de Rekenkamer in de loop van het jaar regelmatig begrotingsherzieningen heeft uitgevoerd, die in 2024 hebben geresulteerd in 29 begrotingsoverschrijvingen voor een totaalbedrag van ongeveer 4,5 miljoen EUR, een daling ten opzichte van ongeveer 5,7 miljoen EUR in 2023; merkt op dat deze overschrijvingen nodig waren ter versterking van begrotingsonderdelen die onder meer betrekking hadden op IT‑projecten (+20,28 %), inrichting van de dienstruimten (+560,18 %) en technische uitrusting en installaties (73,53 %); merkt op dat volgens de antwoorden van de Rekenkamer op de vragenlijst van de Commissie begrotingscontrole voor de kwijting van de begroting 2024 (de “vragenlijst”) ook herschikkingen nodig waren vanwege een hoger dan begroot inflatieniveau en de daaruit voortvloeiende prijsindexeringen die van invloed waren op nieuwe en bestaande contracten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>merkt op dat de Rekenkamer volgens de vragenlijst de gevolgen van de illegale Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne heeft ondervonden via door inflatie veroorzaakte stijgingen van de kosten van goederen, diensten en logistiek in 2024; is ingenomen met de maatregelen van de Rekenkamer om dergelijke gevolgen tegen te gaan door vóór het in de handel brengen meer gedetailleerde analyses uit te voeren om een realistische planning en doeltreffende aanbestedingen te waarborgen; stelt voorts met tevredenheid vast dat de kosten van de Rekenkamer voor energieverbruik (begrotingspost nr. 2024) aanzienlijk zijn gedaald, van 1 556 671 EUR in 2023 tot 887 827 EUR in 2024, voornamelijk als gevolg van een verlaging van de vaste elektriciteitsprijs, in overeenstemming met het interinstitutionele contract met de betrokken aanbieder; erkent dat alle instellingen van de Unie hun begrotingsbeheer moeten verbeteren, onder meer door bij het sluiten van contracten met dienstverleners rekening te houden met prijsvolatiliteit, met name in de energiesector;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>merkt op dat vastleggingen voor een totaalbedrag van ongeveer 9,9 miljoen EUR voor begrotingstitel 1 en ongeveer 8,4 miljoen EUR voor begrotingstitel 2 automatisch zijn overgedragen van 2024 naar 2025 ter dekking van kosten voor onder meer dienstreizen, opleiding en vertaling; merkt op dat een bedrag van 602 000 EUR bij besluit is overgedragen, en dat dat bedrag verband houdt met een door de begrotingsautoriteiten goedgekeurde begrotingsoverschrijving ter vervanging van de liften in het K1-gebouw van de Rekenkamer;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>merkt op dat de begrote kredieten (C1) voor dienstreizen van de leden en het personeel van de Rekenkamer 2 860 000 EUR bedroegen in 2024 (tegenover 2 722 000 EUR in 2023); merkt op dat van deze kredieten een bedrag van 2 469 344 EUR was vastgelegd, waarvan 2 184 344 EUR werd betaald (d.w.z. een uitvoeringspercentage van 88,46 %) in 2024;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>stelt met tevredenheid vast dat volgens de vragenlijst, met betrekking tot de begrotingspost van de Rekenkamer voor publicaties, de begrote kredieten zijn gedaald van 810 000 EUR in 2014 tot 300 000 EUR in 2024 als gevolg van een toename van de interne productie van verslagen en de virtuele promotie van publicaties; merkt op dat de ramingen van de Rekenkamer voor deze begrotingspost in de volgende begrotingsjaren verder zijn gedaald; neemt voorts kennis van de tendens van de Rekenkamer om het budget voor vertolking en de diensten van deskundigen (raadplegingen, studies enz.) te verlagen en van het plan om haar vaste telefonie buiten gebruik te stellen om verdere besparingen te bewerkstelligen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>is, zoals blijkt uit het antwoord van de Rekenkamer op de verschillende punten die de kwijtingsautoriteit in het kader van de kwijtingsprocedure 2023 aan de orde heeft gesteld (hierna het “follow-upverslag” genoemd), ingenomen met de lopende werkzaamheden van de Rekenkamer om haar gids voor dienstreizen te herzien teneinde op proactieve wijze (d.w.z. op het moment van de voorbereiding van de dienstreis) onder meer kwesties als kostenefficiëntie en manieren om de milieueffecten tot een minimum te beperken, aan te pakken; verzoekt de Rekenkamer de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van de vooruitgang die op dit gebied wordt geboekt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>stelt met tevredenheid vast dat de externe accountant heeft aangegeven dat de toegewezen middelen voor het vermelde doel zijn gebruikt en dat de door de ordonnateurs toegepaste controleprocedures de noodzakelijke waarborgen boden dat de financiële verrichtingen in overeenstemming waren met de toepasselijke voorschriften en regelgeving;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>beklemtoont dat de Rekenkamer de externe auditor van de Unie en de hoeksteen van onafhankelijke financiële verantwoordingsplicht ten aanzien van de Uniebegroting is; benadrukt dat de Rekenkamer, in een context van ongekende toename van de uitgaven van de Unie, van het volume aan opgenomen leningen en van de complexiteit van nieuwe financieringsinstrumenten, moet worden voorzien van middelen die in verhouding staan tot de omvang en complexiteit van haar controlemandaat; steunt de aanhoudende kostendiscipline van de Rekenkamer; verzoekt de begrotingsautoriteiten om bij de vaststelling van toekomstige begrotingen te waarborgen dat de Rekenkamer over voldoende middelen beschikt om de snel groeiende financiële architectuur van de Unie te controleren;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Intern beheer, prestaties en interne controle</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>merkt op dat de Rekenkamer in totaal 3 176 dagen in de lidstaten en buiten de Unie heeft doorgebracht, tegenover 4 897 dagen in 2023 en 1 244 dagen bij instellingen, organen en instanties van de Unie en andere internationale organisaties en particuliere auditkantoren, tegenover 1 370 in 2023;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>merkt op dat de Rekenkamer in 2024 in totaal 2 jaarverslagen, 3 specifieke jaarverslagen, 28 speciale verslagen, 4 analyses en 3 adviezen heeft gepresenteerd, hetgeen neerkomt op 40 items (een daling ten opzichte van de 45 items in 2023); is ingenomen met de aandacht die de Rekenkamer in 2024 door middel van speciale verslagen en analyses heeft besteed aan dringende uitdagingen waarmee de Unie wordt geconfronteerd op belangrijke gebieden zoals financieringsinstrumenten in het cohesiebeleid, transparantie van aan ngo’s toegekende financiering van de Unie, organen van de Unie die fraude bestrijden, gasleveringszekerheid, investeringen in artificiële intelligentie (AI), klimaatadaptatie, absorptie van de herstel- en veerkrachtfaciliteit (de “RRF”), de weg naar emissievrije auto’s, steun voor vluchtelingen in Turkije en het industriebeleid van de Unie inzake waterstof; is voorts ingenomen met de geplande verslagen van de Rekenkamer over de RRF op gebieden als transparantie en traceerbaarheid, alsook over de architectuur en strategie van de Unie op het gebied van fraudebestrijding en de steun van de Unie aan Oekraïne, Moldavië en Georgië; wijst op een verbetering met betrekking tot de tevredenheid van belanghebbenden over het werk van de Rekenkamer, met een in 2024 uitgevoerde enquête waaruit bleek dat 89 % van de respondenten (tegenover 85 % in 2023) de verslagen van de Rekenkamer nuttig achtte en dat 82 % (tegenover 78 %) van mening was dat het werk van de Rekenkamer impact had;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>verzoekt de Rekenkamer meer gedetailleerde en systematische beoordelingen te verrichten over de overloopeffecten van door de Unie gefinancierde programma’s op de lidstaten, zowel die met hoge als die met lage absorptiepercentages van middelen van de Unie; wijst erop dat een uitvoerige analyse van de economische, sociale, administratieve en territoriale impact van die overloopeffecten, met inbegrip van grensoverschrijdende en verdelingseffecten, de evaluatie van de langetermijneffecten, de toegevoegde waarde en de duurzaamheid van de Unie-uitgaven ten goede zou komen en beter onderbouwde beleidsvorming zou ondersteunen op Unie- en nationaal niveau;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>merkt op dat de Rekenkamer beschikt over een reeks kernprestatie-indicatoren (KPI’s) om de vooruitgang te meten die is geboekt bij de verwezenlijking van haar strategische doelstellingen, in overeenstemming met de strategie 2021-2025 van de Rekenkamer; neemt kennis van de strategische doelstellingen van de Rekenkamer voor 2024: verbetering van de regelingen inzake verantwoordingsplicht, transparantie en controle, doelgerichtheid op gebieden en onderwerpen waar controles de meeste waarde kunnen toevoegen en het bieden van sterke controlezekerheid in een uitdagende en veranderende omgeving; verzoekt de Rekenkamer haar KPI’s, de mate van geboekte vooruitgang en de streefdoelen in de toekomst beknopt te presenteren (in een tabel); verzoekt de Rekenkamer om KPI’s te blijven ontwikkelen op basis van de prestaties en resultaten van Europees beleid teneinde het effect van het door de Commissie gevoerde beleid duidelijk te meten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>verzoekt de Rekenkamer haar bevindingen te consolideren in een vergelijkende prestatieanalyse en een methode voor een “prestatiekompas” te ontwikkelen ten behoeve van Unieprogramma’s; is van oordeel dat een dergelijk instrument niet alleen recht doet aan de verscheidenheid aan beleid, maar de kwijtingsautoriteit, beleidsmakers en het publiek ook duidelijke richtsnoeren zou kunnen aanreiken om te bepalen welke programma’s middelen doeltreffend gebruiken en welke in aanmerking komen voor beëindiging of grondige herstructurering;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>stelt het op prijs dat de Rekenkamer de uitvoering van haar aanbevelingen op basis van de follow-upcontroles door haar auditors meet; merkt op dat de Rekenkamer in 2024 de aanbevelingen die zij in haar verslagen van 2020 aan de Commissie en andere instellingen had gedaan, heeft geanalyseerd; merkt op dat 93 % van de 19 aanbevelingen in het jaarverslag 2020 van de Rekenkamer en 88 % van de 186 aanbevelingen in de speciale verslagen 2020 van de Rekenkamer volledig, in enkele of in de meeste opzichten waren uitgevoerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>merkt op dat, volgens het follow-upverslag de Commissie ermee heeft ingestemd de Rekenkamer een handmatige extractie van gegevens uit het Arachne-instrument te verstrekken; betreurt niettemin het feit dat de toegang van de Rekenkamer tot FENIX, het rapportage-instrument over de RRF, een open kwestie blijft, waarbij de Commissie de Rekenkamer gedeeltelijke toegang verleent tot slechts enkele van de FENIX-modules en de informatie die deze bevatten niet tijdig wordt geactualiseerd; is ingenomen met de gemelde toename van het aantal gebruikers van de Rekenkamer dat toegang heeft tot FENIX; steunt niettemin het verzoek van de Rekenkamer aan de Commissie om de Rekenkamer zo spoedig mogelijk volledige toegang te verlenen; herinnert eraan dat het directoraat-generaal Economische en Financiële Zaken van de Commissie heeft getracht de Rekenkamer binnen twee weken na de goedkeuring van een betalingsverzoek toegang te verlenen tot FENIX-dossiers; is echter verontrust over het feit dat deze termijn in de praktijk in veel gevallen niet wordt gehaald en dat er in sommige gevallen vertragingen tot twee en een halve maand zijn opgetreden, waardoor de bevindingen van de Rekenkamer aanzienlijk worden vertraagd of de doeltreffendheid en tijdigheid van de controlewerkzaamheden van de Rekenkamer worden ondermijnd, met name met betrekking tot uitgaven met een hoog risico, zoals de RRF; herinnert de Commissie in dit verband aan haar verplichting uit hoofde van artikel 263 van het Financieel Reglement om de Rekenkamer volledige toegang te verlenen tot alle relevante systemen en databanken (onder meer Arachne, FENIX en Ares); verzoekt de Commissie daarom deze situatie onverwijld te verhelpen, onder meer door een interinstitutionele regeling te sluiten die de volledige, systematische en realtimetoegang van de Rekenkamer tot alle relevante databanken, waaronder Arachne en FENIX, waarborgt; verzoekt de Rekenkamer verslag uit te brengen aan de kwijtingsautoriteit over concrete verbeteringen die zijn bereikt;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Personele middelen, gelijkheid en welzijn van het personeel</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>stelt vast dat de Rekenkamer eind 2024 beschikte over 961 personeelsleden (een daling ten opzichte van 969 in 2023), waaronder tijdelijke functionarissen (192 in 2024, een daling ten opzichte van 204 in 2023), arbeidscontractanten (84 in 2024, een daling ten opzichte van 86 in 2023) en gedetacheerde nationale deskundigen (26 in 2024, hetzelfde aantal als in 2023); wijst erop dat het belangrijk is werknemers vaste contracten te bieden teneinde vaardigheden te behouden, en om continuïteit en een productieve en stabiele werkomgeving te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>merkt op dat in 2024, 54 % van het personeel van de Rekenkamer vrouw was (tegenover 53 % in 2023) en 46 % man; betreurt het feit dat vrouwen slechts 30 % van het hoger management van de Rekenkamer uitmaken, hetzelfde percentage als in 2023; betreurt voorts dat het percentage vrouwen in middenkaderfuncties in 2023 is gedaald van 40 % naar 37,30 %; wijst erop dat gendergelijkheid een op het Verdrag gebaseerd beginsel is dat door alle instellingen moet worden geëerbiedigd en verzoekt de Rekenkamer haar inspanningen ter bevordering van genderevenwicht in middenkaderfuncties en hogere leidinggevende functies voort te zetten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>merkt op dat de Rekenkamer volgens de vragenlijst 64 stagiairs in dienst had, van wie er 59 in 2024 een maandelijkse toelage ontvingen; is ingenomen met het nieuwe programma van de Rekenkamer, getiteld “TraineEca Career Development”, dat tot doel heeft de meest verdienstelijke stagiairs arbeidskansen te bieden; neemt voorts kennis van het plan van de Rekenkamer om speciale stages op het gebied van AI aan te bieden aan pas afgestudeerden en promovendi op dat gebied; benadrukt nogmaals dat stages gepaard moeten gaan met een vergoeding die voldoet aan de resolutie van het Parlement van 15 juni 2023 betreffende hoogwaardige stages in de EU (2020/2005(INL)), die een oproep inhoudt om alle stages in de Unie betaald te maken; beklemtoont dat onbetaalde stages een vorm van uitbuiting van jonge werknemers zijn en een belemmering voor gelijke kansen vormen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>merkt op dat volgens de vragenlijst het aanwerven van ambtenaren in 2024 een uitdaging bleef voor de Rekenkamer, omdat Luxemburg als werklocatie niet aantrekkelijk genoeg is of jonge werknemers weinig interesse hebben in banen op het gebied van audit en controle; stelt met tevredenheid vast dat de Rekenkamer deze kwestie heeft aangepakt door regelmatige selectieprocedures te organiseren die gericht zijn op de stagiairs van de Rekenkamer, door interne vergelijkende onderzoeken te organiseren om het meest verdienstelijke talent te behouden en door meer outreachactiviteiten te organiseren; moedigt de Rekenkamer aan deze inspanningen voor te zetten, teneinde de continuïteit van haar activiteiten te waarborgen; erkent in dit verband dat een clausule inzake vergelijkende onderzoeken nodig is om ook vergelijkende onderzoeken van EPSO uitsluitend voor Luxemburg te kunnen organiseren; prijst de Rekenkamer voor het feit dat zij zich heeft aangesloten bij een interinstitutioneel akkoord op grond waarvan personeel dat is aangeworven door in Luxemburg gevestigde instellingen van de Unie vanaf 2025 een huisvestingstoelage ontvangt ter compensatie van de hoge kosten van levensonderhoud in Luxemburg;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>is zich ervan bewust dat de Rekenkamer geen rol speelt bij de selectie van de leden overeenkomstig artikel 286, lid 2, VWEU; herinnert er niettemin aan dat er binnen de Rekenkamer nog steeds sprake is van een significante onevenwichtige genderbalans, aangezien slechts 10 van de in totaal 27 leden vrouw zijn; betreurt het feit dat verscheidene lidstaten nog nooit een vrouw voor de Rekenkamer hebben voorgedragen; herhaalt zijn oproep aan de lidstaten om bij het voordragen van kandidaten rekening te houden met de noodzaak van genderevenwicht, met het oog op een evenwichtigere en representatievere samenstelling van de Rekenkamer, en er tegelijkertijd voor te zorgen dat voordrachten gebaseerd blijven op verdienste-, kwalificatie- en onafhankelijkheidscriteria;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>blijft zijn teleurstelling uitspreken over de praktijk van de Raad om leden van de Rekenkamer te benoemen ondanks dat zij door het Parlement zijn afgewezen; herhaalt zijn verzoek om een herziening van de benoemingsprocedure, waardoor het Parlement een bindende rol zou krijgen bij de beoordeling van de geschiktheid van kandidaten voor de Rekenkamer;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>waardeert de uitgebreide telewerkregeling die de Rekenkamer heeft aangeboden teneinde de aanwervingsproblemen te beperken, met maximaal tien dagen per maand, waarvan vijf dagen kunnen worden besteed aan telewerken van buiten de standplaats, met een maximum van dertig dagen per jaar; merkt op dat de Rekenkamer volgens de vragenlijst haar regels in verband met hybride werken in 2024 heeft herzien om onder meer rekening te houden met de ontvangen feedback; verzoekt de Rekenkamer regelmatig controles uit te voeren om ervoor te zorgen dat deze regels worden nageleefd; stelt met tevredenheid vast dat de Rekenkamer volgens de vragenlijst op verschillende manieren actie onderneemt om het lichamelijk en geestelijk welzijn van haar personeel te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>neemt kennis van een stijging van zowel de vacaturegraad als het personeelsverloop, van 6,60 % in 2023 naar 7,90 % in 2024 voor het laatste, en van 2,27 % naar 2,49 % voor het eerste, waarbij het personeelsverloop overeenkomt met het aantal vertrekkende personeelsleden als percentage van het totale personeelsbestand;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>merkt op dat verschillende nationaliteiten, met name uit Noordse lidstaten, ondervertegenwoordigd zijn onder het personeel van de Rekenkamer; merkt op dat het risico bestaat dat de situatie verder zal verslechteren als gevolg van de vergrijzing van het personeel en het gebrek aan aanwerving van kandidaten uit die lidstaten; herinnert aan de herhaalde inspanningen van de Rekenkamer om dit gebrek aan evenwicht aan te pakken door meer ruchtbaarheid te geven aan de aankondigingen van vergelijkende onderzoeken en vacatures van de Rekenkamer in aanzienlijk ondervertegenwoordigde lidstaten, samen te werken met leden van de Rekenkamer om haar aankondigingen te verspreiden en potentiële kandidaten te bereiken door in bepaalde lidstaten carrièrebeurzen bij te wonen; merkt bovendien op dat de Rekenkamer volgens het follow-upverslag ook een actieplan met tien maatregelen heeft ontwikkeld voor de komende vijf jaar teneinde de huidige trend van ondervertegenwoordiging van bepaalde lidstaten om te buigen; verzoekt de Rekenkamer de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van de voortgang en de resultaten van de uitvoering van dat actieplan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>herinnert eraan dat eind 2023 alle 29 extra posten (tijdelijke functionarissen) waren ingevuld die nodig waren voor de controle van de financiering van de RRF ter waarde van 723,8 miljard EUR; begrijpt echter dat de materialiteit, complexiteit en grote bedragen van en snelle uitbetalingen uit de RRF nog steeds uitdagingen met zich meebrengen en dat de huidige middelen niet toereikend zijn om systematisch te waarborgen dat de RRF-uitgaven in overeenstemming zijn met de Unie- en nationale regels en om te reageren op de toegenomen activiteiten van de Unie; prijst desondanks de inspanningen van de Rekenkamer om haar taken met betrekking tot de RRF uit te voeren, ondanks de ontoereikendheid van de beschikbare middelen; steunt in dit verband het verzoek van de Rekenkamer om de 29 tijdelijke functionarissen die zijn aangeworven voor RRF-gerelateerde controles om te zetten in vaste posten; benadrukt dat het belangrijk is ervoor te zorgen dat de Rekenkamer te allen tijde over voldoende personeel beschikt en structureel is toegerust om zowel haar mandaat als de extra verantwoordelijkheden die voortvloeien uit toekomstige op prestaties gebaseerde financieringsinstrumenten, waaronder het meerjarig financieel kader, te vervullen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>stelt met tevredenheid vast dat de Rekenkamer ook in 2024 het streefdoel inzake beroepsopleiding van vijf dagen per jaar voor auditors (taalcursussen niet meegerekend), overeenkomstig de aanbevelingen van de International Federation of Accountants, en twee dagen voor andere personeelsleden (respectievelijk 5,8 en 3,9) heeft overtroffen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>merkt op dat in 2024 het gemiddelde ziekteverzuim per personeelslid op 9,9 dagen lag, bijna hetzelfde als in 2023; merkt voorts op dat in 2024 drie personeelsleden (vier in 2023) afwezig waren als gevolg van langdurige ziekte, hetgeen wordt gedefinieerd als langer dan 200 dagen per jaar;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>stelt vast dat er in 2024 13 gevallen van burn-out zijn gemeld, tegenover zeven gevallen in 2023; neemt met bezorgdheid kennis van de aanzienlijke toename van het gemelde aantal gevallen van burn-out in 2024; verzoekt de Rekenkamer een grondige analyse uit te voeren van de redenen voor deze aanzienlijke toename, onder meer met betrekking tot de verdeling van de werklast, organisatorische factoren en structurele risico’s, en de empirisch onderbouwde bevindingen te integreren in haar praktijken op het gebied van de planning en het beheer van personele middelen, teneinde burn-out doeltreffend te voorkomen en de werkomgeving te verbeteren; is ingenomen met het feit dat de Rekenkamer verschillende stappen heeft ondernomen om het risico op burn-out te verminderen, zoals de invoering van een volledig welzijnsprogramma, het bieden van opleiding inzake weerbaarheid, het publiceren en uitvoeren van richtsnoeren inzake de terugkeer naar het werk na langdurig ziekteverlof, het blijven bieden van eerste hulp bij geestelijke gezondheidsproblemen en het verlenen van financiële steun aan personeel in de vorm van het dekken van de kosten van tien sessies met een psycholoog naar keuze; merkt met name op dat de Rekenkamer in 2024 vier verplichte opleidingssessies voor managers heeft georganiseerd, waarbij de nadruk lag op het welzijn en de prestaties van het personeel, het evenwicht tussen werk en privéleven en het voorkomen van burn-out;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>prijst de bewustmakingsactiviteiten, enquêtes en opleidingssessies die de Rekenkamer in 2024 heeft aangeboden aan haar personeel, leden, of beide, het beleid van de Rekenkamer ter bestrijding van intimidatie en haar beleid inzake een respectvolle werkplek; stelt met bezorgdheid vast dat er in 2024 één administratief onderzoek was naar beschuldigingen van seksuele en psychologische intimidatie, dat werd gevolgd door disciplinaire maatregelen op basis van de conclusie dat er sprake was van ongepast gedrag van de onderzochte persoon;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>merkt op dat de Rekenkamer volgens de vragenlijst in 2024 veel maatregelen heeft genomen, in overeenstemming met haar actieplan inzake diversiteit en inclusie 2021-2025, op verschillende gebieden zoals aanwerving, opleiding, loopbaanontwikkeling, arbeidsomstandigheden en bewustmaking van het personeel; merkt op dat de Rekenkamer diversiteit en inclusie integreert in haar processen voor prestatiebeheer, evaluatie, certificering en promotie, alsook in haar opleidingsprogramma’s, waarbij 13 managers in 2024 een vrijwillige beoordeling inzake diversiteit en inclusie hebben uitgevoerd; is ingenomen met de gespecialiseerde opleidingscursus getiteld “Women managers rise up: skilling for success”, die de Rekenkamer organiseerde om vrouwen aan te moedigen leidinggevende functies te bekleden; is voorts ingenomen met de nieuwe positieve actieprogramma’s van de Rekenkamer voor stagiairs en arbeidscontractanten die gericht zijn op personen met een handicap, met twee stages per jaar voor personen met een erkende handicap; stelt met tevredenheid vast dat de Rekenkamer in 2024 de vierde bewustmakingsweek van de Rekenkamer rond handicaps heeft georganiseerd, waar een nieuwe routekaart inzake handicaps werd gelanceerd, waarin de nadruk werd gelegd op de inspanningen van de Rekenkamer voor een inclusievere werkplek; stelt met tevredenheid vast dat de Rekenkamer ook tussentijdse evaluaties van haar actieplan inzake diversiteit en inclusie publiceert teneinde transparantie en betrokkenheid in de hele organisatie te waarborgen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Ethisch kader en transparantie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>benadrukt de cruciale rol van de Rekenkamer als onafhankelijke externe auditor van de Unie en hoedster van haar financiën, waardoor de Rekenkamer de hoogste normen op het gebied van integriteit, professionaliteit en verantwoordingsplicht moet hanteren, evenals het beginsel van loyale samenwerking tussen de instellingen van de Unie, en als modelinstelling moet fungeren om vertrouwen en geloofwaardigheid te wekken; herinnert eraan dat de leden van de Rekenkamer overeenkomstig artikel 285 VWEU volledig onafhankelijk moeten zijn, de hoogste ethische beginselen in acht moeten nemen en blijk moeten geven van integriteit, objectiviteit, professioneel gedrag, waardigheid, inzet en loyaliteit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>neemt met bezorgdheid kennis van de weigering van de Rekenkamer om de immuniteit van haar voormalige president op te heffen en over het besluit van de Rekenkamer om het verzoek van het Europees Openbaar Ministerie (EOM) om een aantal personeelsleden van de Rekenkamer toe te staan te getuigen in een lopend strafrechtelijk onderzoek, af te wijzen; merkt op basis van het follow-upverslag op dat de Rekenkamer deze immuniteit niet heeft opgeheven omdat het EOM de Rekenkamer onvoldoende informatie heeft verstrekt om haar in staat te stellen te begrijpen van welke handelingen de betrokken personen worden beschuldigd en in hoeverre dergelijke handelingen crimineel gedrag kunnen vormen, en dat de Rekenkamer zich ter ondersteuning van dat standpunt heeft gebaseerd op jurisprudentie als onderdeel van het toepasselijke rechtskader; merkt op dat het EOM op 10 februari 2025 op grond van artikel 263, lid 4, VWEU bij het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU) beroep heeft ingesteld (zaaknummer T-99/25) tegen het besluit van de Rekenkamer om het verzoek van het EOM om een aantal personeelsleden van de Rekenkamer toe te staan te getuigen in een lopend strafrechtelijk onderzoek, af te wijzen; merkt voorts op dat in het bovengenoemde beroep geen bezwaar werd gemaakt tegen het niet opheffen van de immuniteit van de betrokken personen; wijst erop dat uit de plicht tot loyale samenwerking van de instellingen van de Unie voortvloeit dat de toestemming om personeelsleden als getuige te horen in strafrechtelijke onderzoeken alleen bij hoge uitzondering mag worden geweigerd; verzoekt de Rekenkamer met klem de criteria te verduidelijken die worden toegepast bij beslissingen over verzoeken van het EOM en ervoor te zorgen dat deze niet kunnen worden opgevat als een belemmering voor gerechtelijke onderzoeken; roept de Rekenkamer op om in het kader van haar samenwerking met het EOM en andere organen van de Unie die verantwoordelijk zijn voor de bestrijding van fraude en wangedrag een hoog niveau van transparantie en verantwoordingsplicht te waarborgen, en te voorkomen dat immuniteit wordt gebruikt om legitieme gerechtelijke procedures te belemmeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>merkt op dat er in 2024 geen klokkenluiderszaken liepen in de Rekenkamer; merkt voorts op dat de Rekenkamer in 2023 een begin heeft gemaakt met de actualisering van de regels van de Rekenkamer voor het uitvoeren van administratieve onderzoeken en tuchtprocedures, en dat dit proces begin 2024 is afgerond;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>stelt met tevredenheid vast dat de Rekenkamer beschikt over een robuust ethisch kader met ethische richtsnoeren die van toepassing zijn op zowel de leden als het personeel van de Rekenkamer en een gedragscode voor de leden van de Rekenkamer; merkt op dat de Rekenkamer ook een ethische commissie heeft die regelmatig bijeenkomt om relevante ethische kwesties te evalueren, met inbegrip van de externe activiteiten van de leden, en dat deze bestaat uit twee leden van de Rekenkamer en één extern lid; maakt uit het jaarverslag van de ethische commissie voor 2024 op dat de ethische commissie 6 vergaderingen heeft gehouden en 17 verklaringen heeft ontvangen van huidige leden van de Rekenkamer (over externe activiteiten) en voormalige leden van de Rekenkamer (over hun beoogde beroepswerkzaamheden nadat zij hun ambt hadden neergelegd), en dat al deze leden in 2024 een positief advies hebben gekregen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>merkt op dat de belangenverklaringen van de leden van de Rekenkamer jaarlijks en telkens wanneer er sprake is van een belangrijke wijziging worden ingevuld en op de websites van de Rekenkamer worden gepubliceerd; stelt met tevredenheid vast dat details over de dienstreizen van de leden van de Rekenkamer, met inbegrip van de kosten, ook online worden gepubliceerd; prijst de Rekenkamer voor het feit dat zij in 2024 de laatste hand heeft gelegd aan de actualisering van haar regels inzake het nemen van administratieve en disciplinaire maatregelen; merkt op dat er volgens de vragenlijst in 2024 geen gevallen van belangenconflicten zijn vastgesteld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>stelt met tevredenheid vast dat de Rekenkamer volgens de vragenlijst jaarlijks een opleidingsdag over ethiek organiseert; merkt voorts op dat de Rekenkamer alle personeelsleden, met inbegrip van nieuwkomers en managers, cursussen over ethiek heeft aangeboden, waaronder drie workshops over ethiek in 2024; merkt op dat dergelijke cursussen dat jaar 681 deelnemers hebben aangetrokken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>merkt op dat noch het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF), noch de Ombudsman in 2024 onderzoeken heeft ingesteld waarbij de Rekenkamer betrokken was;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>herhaalt zijn in eerdere kwijtingsresoluties geuite kritiek op het besluit van de Rekenkamer van 2022 met betrekking tot reizen, dienstreizen en het gebruik van chauffeurs en auto’s door haar leden, hetgeen in strijd is met het algemene beginsel dat het wagenpark in geen geval mag worden gebruikt buiten de strikte uitoefening van de taken van de leden van de Rekenkamer; herhaalt voorts zijn oproep aan alle instellingen van de Unie om overeenstemming te bereiken over één horizontaal toe te passen systeem voor het gebruik van dienstauto’s, dat verwarring zou verminderen en de transparantie en doelmatigheid bij het gebruik van publiek geld zou vergroten; is ingenomen met het feit dat de Rekenkamer in 2024 samen met het HvJ-EU de Commissie heeft verzocht deel te nemen aan een interinstitutionele dialoog teneinde overeenstemming te bereiken over gemeenschappelijke regels voor het gebruik van dienstauto’s; merkt in dit verband op dat volgens de vragenlijst een ad-hocwerkgroep is opgericht, die meerdere keren is bijeengekomen en verschillende aanbevelingen heeft gedaan; verzoekt de Rekenkamer de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van de vooruitgang die op dit gebied wordt geboekt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>herinnert eraan dat de dienst Interne Audit van de Rekenkamer (IAS) een controle heeft uitgevoerd van het ethisch kader dat van toepassing is op het personeel en de leden van de Rekenkamer; merkt op dat de IAS, volgens het eindverslag (02/2023) dat de Rekenkamer op 9 juli 2024 aan de Voorzitter van het Parlement heeft toegezonden en volgens de vragenlijst, 16 aanbevelingen heeft gedaan, dat 15 daarvan reeds zijn overgenomen, waarvan er één met betrekking tot belangenconflicten van het personeel nog loopt; verzoekt de Rekenkamer met klem onverwijld gehoor te geven aan de nog niet opgevolgde aanbeveling en vraagt haar de kwijtingsautoriteit naar behoren op de hoogte te houden van de vooruitgang op dit gebied;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>merkt op dat er volgens het verslag van de Rekenkamer in 2024 geen gevallen van corruptie of fraude bij de interne verrichtingen van de Rekenkamer zijn vastgesteld; waardeert het dat de Rekenkamer preventieve opleidingen over anticorruptiebeleid en -procedures heeft georganiseerd, waarvan er in 2024 in totaal 10 sessies hebben plaatsgevonden, waaraan 257 mensen hebben deelgenomen; waardeert het feit dat de Rekenkamer volgens het follow-upverslag in 2024 één geconsolideerd document heeft uitgebracht over de aanpak van fraudegerelateerde kwesties in het kader van haar controleactiviteiten, waarin de auditors van de Rekenkamer uitgebreide en gedetailleerde richtsnoeren krijgen aangereikt, waardoor de wijze waarop de controlekamers van de Rekenkamer gevallen van vermoedelijke fraude, corruptie of andere illegale activiteiten die de financiële belangen van de Unie schaden, aanpakken die tijdens externe controlewerkzaamheden aan het licht zijn gekomen, wordt geharmoniseerd en een bijdrage wordt geleverd aan het waarborgen van de consistentie; merkt op dat het frauderisico in verband met de interne verrichtingen van de Rekenkamer wordt beheerd via het internecontrolekader van de Rekenkamer, dat bedoeld is om onregelmatigheden waarbij leden of personeel van de Rekenkamer betrokken zijn en die de financiële belangen van de Unie kunnen schaden, te voorkomen, op te sporen, te corrigeren en er follow-up aan te geven; neemt voorts kennis van het standpunt van de Rekenkamer dat het ontwerpen van een op zichzelf staande fraudebestrijdingsstrategie voor interne verrichtingen onevenredige administratieve lasten met zich mee zou brengen, gezien de uitgebreide controles die reeds van kracht zijn, maar blijft de Rekenkamer verzoeken een fraudebestrijdingsstrategie vast te stellen die alle soorten verrichtingen bestrijkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>neemt kennis van het standpunt van de Rekenkamer, zoals verwoord in het follow-upverslag, dat haar rol als onafhankelijke externe controle-instelling haar buiten het typische bereik plaatst van entiteiten die willen interageren met en lobbyen bij besluitvormingsorganen van de Unie; is van mening dat dit argument niet volledig van toepassing is omdat de Rekenkamer speciale verslagen uitbrengt waarin zij onderzoekt of de doelstellingen van het beleid en de programma’s van de Unie zijn verwezenlijkt, waardoor de werkzaamheden van de Rekenkamer een politieke of adviserende dimensie krijgen, ook al is de Rekenkamer geen besluitvormingsorgaan; wijst er bovendien op dat er andere niet-besluitvormende en adviesorganen van de Unie zijn die zich formeel hebben aangesloten bij het transparantieregister van de Unie; herhaalt zijn verzoek aan de Rekenkamer om zich onverwijld aan te sluiten bij het transparantieregister, zoals andere niet-besluitvormende organen van de Unie hebben gedaan, teneinde het vertrouwen van het publiek te versterken en tegelijkertijd haar onafhankelijkheid als de externe auditor van de Unie te behouden;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Digitalisering, cyberbeveiliging en gegevensbescherming</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>merkt op dat volgens de vragenlijst de totale vastgelegde begroting van de Rekenkamer voor IT (hardware, software, IT-diensten en telecommunicatie) met 12,10 % is gedaald van ongeveer 10,8 miljoen EUR in 2023 tot ongeveer 9,5 miljoen EUR in 2024; neemt kennis van de modernisering van de website en het intranet van de Rekenkamer, de migratie naar een veiligere oplossing voor toegang op afstand en de invoering van een nieuw systeem voor het beheer van vertalingen, een van de belangrijkste IT-projecten die de Rekenkamer in 2024 heeft gefinancierd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>staat volledig achter de inspanningen van de Rekenkamer om door middel van digitalisering een ecosysteem voor controlekennis te ontwikkelen; merkt in dit verband op dat de Rekenkamer volgens de vragenlijst in 2024 verschillende initiatieven heeft genomen om haar digitale capaciteiten en operationele doelmatigheid te verbeteren, waaronder de integratie van controle-informatiesystemen, de vergroting van de interoperabiliteit tussen systemen en toepassingen, de invoering van de assistent voor het lezen van documenten (DORA) ter ondersteuning van kennisbeheer bij controleactiviteiten, de lancering van de BibliotECA Discovery Collections Service en de vaststelling van een nieuw beleid inzake digitale archivering; benadrukt dat het koppelen van digitalisering aan een groter aantal bezoeken ter plaatse moet leiden tot doelmatigere en nauwkeurigere controleresultaten; moedigt verdere investeringen aan in door AI ondersteunde controle-instrumenten en de interoperabiliteit van systemen om de nauwkeurigheid van controles te vergroten, de administratieve lasten te verminderen en het rendement te maximaliseren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>waardeert de publicatie van de initiële strategie en routekaart voor de uitrol van artificiële intelligentie van de Rekenkamer voor 2024-2025; stelt met tevredenheid vast dat de Rekenkamer volgens de vragenlijst gestage vooruitgang heeft geboekt bij de uitvoering van die strategie, waarbij de nadruk onder meer ligt op het testen en voorbereiden van de uitrol van instrumenten zoals Microsoft Copilot en GPT@EC, het vergroten van het bewustzijn van het personeel met gerichte AI-training, het testen van AI-toepassingen in controlewerkzaamheden en het delen van voorlopige bevindingen; is voorts ingenomen met de versterking van de AI-governance van de Rekenkamer, waarbij de Rekenkamer in 2024 het AI-adviescomité heeft opgericht en een AI-correspondent heeft aangesteld; stelt met tevredenheid vast dat het AI-adviescomité, dat tot taak heeft de Rekenkamer te ondersteunen en te adviseren bij het nakomen van haar verplichtingen die voortvloeien uit het rechts- en ethische kader voor het gebruik van AI, is samengesteld uit medewerkers met een verscheidenheid aan expertise om een alomvattende aanpak en een goed begrip van de impact van AI te waarborgen; verzoekt de Rekenkamer om als onderdeel van haar strategie voor AI duidelijke indicatoren te ontwikkelen om de toegevoegde waarde, de risico’s en de beperkingen van door AI ondersteunde controle-instrumenten te beoordelen en regelmatig verslag uit te brengen aan het Parlement over de impact ervan op de kwaliteit van de controle, transparantie en verantwoordingsplicht; benadrukt dat AI moet worden gebruikt in overeenstemming met strikte beginselen inzake ethisch gebruik, transparantie, gegevensbescherming, menselijk toezicht en bescherming tegen algoritmische vooringenomenheid of misbruik;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>merkt op dat de Rekenkamer volgens de vragenlijst vooruitgang heeft geboekt bij de uitvoering van haar cyberbeveiligingsplan en in 2024 verschillende belangrijke mijlpalen heeft bereikt, waaronder de invoering van een authenticatiesysteem zonder wachtwoord via Windows Hello for Business, de toepassing van zero-trustbeginselen om de toegangsbeveiliging voor cloud- en op EU Login gebaseerde systemen te versterken, en de uitrol van een instrument voor het beheer van bevoorrechte toegang om het beheer van IT-systemen beter te beschermen; merkt voorts op dat de Rekenkamer ook haar paraatheid op het gebied van cyberbeveiliging heeft verbeterd door deel te nemen aan de gezamenlijke oefening inzake bewustmaking en paraatheid op het gebied van cyberbeveiliging (JASPER), die gezamenlijk wordt georganiseerd door de cyberbeveiligingsdienst voor de instellingen, organen en instanties van de Unie (CERT-EU) en het Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging (Enisa), en het bewustzijn van het personeel heeft vergroot door middel van phishingsimulatieoefeningen om risico’s op het gebied van sociale engineering te beperken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>stelt met bezorgdheid vast dat de Rekenkamer als onderdeel van een gecoördineerde actie om de Europese verkiezingen in 2024 te destabiliseren, te maken kreeg met een cyberaanval, die werd opgeëist door een pro-Russische groep, die haar openbare website heeft platgelegd; is ingenomen met de toezegging van de Rekenkamer om cyberbeveiligingsrisico’s ten minste om de twee jaar opnieuw te beoordelen; moedigt de voortzetting aan van de regelmatige opleiding van personeel op het gebied van cyberdreigingen om de institutionele veerkracht te vergroten; verzoekt de Rekenkamer de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van het resultaat van eventuele risicobeoordelingen op het gebied van cyberbeveiliging die de Rekenkamer uitvoert in het kader van de uitvoering van Verordening (EU, Euratom) 2023/2841<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU, Euratom) 2023/2841 van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2023 tot vaststelling van maatregelen voor een hoog gezamenlijk niveau van cyberbeveiliging in de instellingen, organen en instanties van de Unie (PB L, 2023/2841, 18.12.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/2841/oj).</FIELD></FOOTNOTE>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>is ingenomen met de voor 2025 geplande initiatieven die tot doel hebben de digitale transformatie en cyberbeveiliging verder te versterken, zoals de uitrol van Microsoft Copilot, de invoering van lokale generatieve AI-modellen en de installatie van biometrische authenticatie op laptops; neemt ook kennis van het plan van de Rekenkamer om haar IT-infrastructuur te moderniseren met nieuwe servers, nieuwe capaciteiten te installeren ter ondersteuning van hybride vergaderingen en haar samenwerking met het interinstitutioneel comité voor digitale transformatie op het gebied van opkomende technologieën zoals AI te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>56.</NO.P>verwacht dat het herziene beleid inzake elektronische handtekeningen, dat in 2025 door de Rekenkamer is ingevoerd, het gebruik van geavanceerde elektronische handtekeningen verder zal vergemakkelijken en de afhankelijkheid van papieren procedures zal verminderen, met name voor externe contractuele documentatie; kijkt uit naar de verdere digitalisering van de goedkeurings- en handtekeningprocessen; erkent de positieve kwalitatieve impact van digitalisering op controleworkflows, samenwerking en transparantie, die bijdraagt tot flexibelere en betrouwbaardere controleresultaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>57.</NO.P>is ingenomen met de voortdurende inspanningen van de Rekenkamer om de vaardigheden van het personeel te versterken door middel van haar opleidingsprogramma voor gegevens en technologie over het gebruik van gegevens- en technologiecontroles, dat is ontwikkeld in samenwerking met het DATA-team van de Rekenkamer; merkt op dat dit initiatief de digitale transformatie van de instelling ondersteunt door een innovatiecultuur te bevorderen en te voorzien in een gestructureerd leertraject van basis- naar geavanceerde niveaus op het gebied van datawetenschap, AI en IT-controle; erkent het brede scala aan cursussen dat in 2024 is aangeboden, met inbegrip van modules over machinaal leren, cyberbeveiliging, het rechtskader voor het gebruik van AI en visualisering van gegevens, alsook praktische IT-opleidingen over Microsoft Office en controlespecifieke instrumenten, die de technische deskundigheid en operationele doelmatigheid van auditors verbeteren;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Gebouwen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>58.</NO.P>merkt op dat volgens het verslag van de Rekenkamer over het begrotings- en financieel beheer voor 2024 de vastgelegde kredieten voor de gebouwen van de Rekenkamer en daarmee samenhangende kosten voor het lopende jaar ongeveer 5,7 miljoen EUR bedroegen (hetzelfde als in 2023), met een uitvoeringspercentage van 51,30 % in 2024, een daling ten opzichte van 62,26 % in 2023;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>59.</NO.P>stelt met tevredenheid vast dat de Rekenkamer in 2024 een nieuwe studie over routeaanwijzingen in gebouwen is gestart als follow-up van de resultaten van de toegankelijkheidscontrole van alle gebouwen van de Rekenkamer die in 2023 is uitgevoerd; merkt voorts op dat de Rekenkamer volgens de vragenlijst in 2024 haar inspanningen heeft voortgezet om haar gebouwen te verbeteren door bij het moderniseren of renoveren van liften en gemeenschappelijke ruimten rekening te houden met toegankelijkheidseisen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>60.</NO.P>neemt kennis van de volgende in 2024 gestarte of afgeronde vastgoedprojecten van de Rekenkamer: de transformatie van de voormalige datacentrumruimte, de eerste fase van de modernisering van het audiovisuele systeem in de conferentiezaal K2, de installatie van twee kitchenettes en de werkzaamheden aan het dak van het K2-gebouw;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Milieu en duurzaamheid</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>61.</NO.P>is ingenomen met de voortdurende inspanningen van de Rekenkamer om een duurzame instelling te zijn; merkt op dat de Rekenkamer in 2024 haar vierde duurzaamheidsverslag heeft uitgebracht, waarin de economische, sociale en milieueffecten van de verrichtingen van de Rekenkamer worden gemeten; stelt met tevredenheid vast dat 91 % van de in 2024 gepubliceerde speciale verslagen en analyses van de Rekenkamer betrekking had op onderwerpen die relevant zijn voor de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties; is ingenomen met het feit dat 40 % van de aanbestedingscontracten van de Rekenkamer groene criteria en criteria voor de circulaire economie bevatte en dat 98 % van de aankopen van goederen en diensten door de Rekenkamer in 2024 afkomstig was van lokale leveranciers;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>62.</NO.P>merkt op dat de Rekenkamer is gecertificeerd in het kader van het milieubeheer- en milieuauditsysteem (EMAS) en sinds 2014 een milieubeleid voert dat in 2025 is geactualiseerd; merkt op dat de Rekenkamer haar koolstofvoetafdruk meet aan de hand van de meest recente versie van de “Bilan Carbon”-methode, die zowel operationele (activiteiten van de Rekenkamer) als organisatorische (de drie gebouwen in Luxemburg) toepassingsgebieden bestrijkt; merkt op dat de totale broeikasgasemissies van de Rekenkamer in 2024 neerkwamen op 9 108 ton CO<STRING SUBSCRIPT="on">2</STRING>, d.w.z. een daling van 15 % ten opzichte van de emissies in 2014, maar een stijging van 1,60 % ten opzichte van 2023; merkt op dat de aankopen van goederen en diensten en personenvervoer het meest hebben bijgedragen aan de totale emissies van de Rekenkamer in 2024, namelijk respectievelijk 31 % en 29 %;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>63.</NO.P>neemt met tevredenheid kennis van de milieuverklaring van de Rekenkamer waarin de resultaten voor 2024 worden gepresenteerd, met inbegrip van de reeds ondernomen en geplande acties, die tot doel hebben de milieueffecten van de activiteiten van de Rekenkamer te verminderen en haar jaarlijkse milieuprestatiedoelstellingen te verwezenlijken of te overtreffen; merkt op dat de Rekenkamer haar milieuprestaties meet aan de hand van een reeks indicatoren en benchmarks voor topprestaties; merkt op dat de Rekenkamer een reeks algemene en specifieke doelstellingen heeft in het kader van haar milieuprogramma voor 2023-2025, waarvan de meeste in 2024 zijn bereikt, met name met betrekking tot de vermindering van het energieverbruik van de Rekenkamer (elektriciteit: -24 %; verwarming: -21,80 %), emissies in de lucht (-30 %) en waterverbruik (-45 %) en het verhogen van het aantal aanbestedingsprocedures waarin milieucriteria zijn opgenomen (meer dan 30 %); wijst niettemin op een ombuiging van de trend met betrekking tot het aantal afgedrukte bladzijden (+ 9,1 %) en de vermindering van de jaarlijkse afvalproductie (+ 27,50 %); prijst de maatregelen van de Rekenkamer om de negatieve gevolgen ervan voor de biodiversiteit te compenseren; merkt op dat de Rekenkamer in haar gebouwen verschillende bijenkolonies herbergt die honing produceren die wordt geoogst door vrijwilligers van het personeel, deelneemt aan initiatieven om bomen te planten in Luxemburg en heeft deelgenomen aan andere milieugerelateerde activiteiten in het kader van de deelname van de Rekenkamer aan de interinstitutionele EMAS-dagen van de EU in 2024; is ingenomen met het feit dat het aantal personeelsleden dat de deelfietsen van de stad gebruikt, is gestegen van 172 in 2023 tot 201 in 2024; is ingenomen met de steun van de Rekenkamer voor het gebruik van mobiliteit voor woon-werkverkeer, zoals fietsen, door de kosten van abonnementen op het fietsdeelsysteem van de stad Luxemburg te dekken, of openbaar vervoer, door seizoenabonnementen voor grensoverschrijdend personeel gedeeltelijk terug te betalen, waarbij het aantal personeelsleden dat gebruikmaakt van dit soort terugbetalingsregelingen is gestegen van 28 in 2023 tot 30 in 2024;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>64.</NO.P>herinnert eraan dat de Rekenkamer in 2023 een overeenkomst met de Luxemburgse autoriteiten heeft ondertekend om een mobiliteitsplan op te stellen; merkt op dat het mobiliteitsplan volgens de vragenlijst in april 2025 te laat is ingediend en dat de resultaten van de analyse van het plan in aanmerking zullen worden genomen bij de ontwikkeling van het EMAS-programma voor 2026-2028;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Interinstitutionele samenwerking</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>65.</NO.P>erkent dat interinstitutionele samenwerking de doelmatigheid vergroot door het gebruik van gedeelde instrumenten en diensten, waardoor besparingen worden gegenereerd die de interne herschikking van personeel mogelijk maken, die zorgen voor betere prijzen als gevolg van schaalvoordelen en die toegang bieden tot gespecialiseerde expertise binnen andere organen van de Unie; merkt op dat de Rekenkamer in 2024 haar samenwerking heeft voortgezet of uitgebreid door middel van bestaande en nieuwe overeenkomsten inzake dienstverleningsniveau (SLA’s), onder meer op het gebied van pensioenbeheer, HR-transformatie en de afgifte van het laissez-passer van de Unie, en door deelname aan interinstitutionele comités en partnerschappen zoals gedeelde financiële systemen en cyberbeveiliging en digitale transformatie; merkt voorts op dat deze samenwerking de uitwisseling en ontwikkeling van IT-oplossingen heeft vergemakkelijkt, hetgeen heeft geleid tot aanzienlijke begrotingsbesparingen in 2024 op gebieden als IT, dienstreizenbeheer en HR, waarbij de Rekenkamer gebruikmaakt van door de Commissie ontwikkelde instrumenten voor HR, opleiding en e-translation voor een bedrag van ongeveer 500 000 EUR en door de Raad gehoste SAP-boekhouddiensten voor een bedrag van ongeveer 170 000 EUR; is ingenomen met het feit dat de Rekenkamer gebruik blijft maken van de opleidings- en certificeringsdiensten van de Europese Bestuursschool;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>66.</NO.P>wijst er nogmaals op dat doeltreffende samenwerking tussen de Rekenkamer en de Commissie beperkt zal blijven tenzij de Commissie de methode van de Rekenkamer voor de beoordeling van foutenpercentages overneemt, die gebaseerd is op een onafhankelijke en alomvattende evaluatie van alle inbreuken op de regels, in tegenstelling tot de nadruk die de Commissie legt op herstelbare fouten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>67.</NO.P>is verheugd dat de Rekenkamer nauw samenwerkt met zowel OLAF als het EOM, onder meer bij het organiseren van workshops en bewustmakingscampagnes en door kennis en ervaring uit te wisselen; is ingenomen met de toezegging van de Rekenkamer om alle empirisch onderbouwde prima-facievermoedens te blijven doorgeven aan OLAF, het EOM of beide; merkt op dat de Rekenkamer in 2024 19 gevallen van vermoedelijke fraude heeft doorgestuurd naar OLAF en zeven van die gevallen naar het EOM;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>68.</NO.P>is ervan overtuigd dat een centraal, geïntegreerd IT-systeem voor datamining en risicoscore een waardevolle bron van gegevens zou zijn, waarmee de Rekenkamer, OLAF en het EOM hun audits en controles zouden kunnen verbeteren; wijst erop dat onbeperkte toegang tot dat systeem en de gegevens ervan zonder ongerechtvaardigde beperkingen moet worden verleend en dat een dergelijke toegang onmiddellijk de verkenning en het gebruik van verdere digitale instrumenten en opkomende technologieën in het kader van de controles van de Rekenkamer mogelijk zou maken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>69.</NO.P>benadrukt dat de Rekenkamer een belangrijke rol vervult in de fraudebestrijdingsarchitectuur van de Unie; merkt op dat in de controles en speciale verslagen van de Rekenkamer systematisch tekortkomingen, onregelmatigheden en risico’s worden vastgesteld, waardoor corrigerende en herstelmaatregelen door de Commissie, de lidstaten en andere actoren in de fraudebestrijdingsarchitectuur in gang worden gezet; merkt op dat de Rekenkamer door deze toezichthoudende functie niet alleen de transparantie en de verantwoordingsplicht vergroot maar ook de algemene afschrikwekkende werking en opsporingscapaciteit van het EU-systeem versterkt, zodat ervoor wordt gezorgd dat overheidsmiddelen goed worden beheerd en worden beschermd tegen fraude en misbruik;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>70.</NO.P>is ingenomen met het feit dat de Rekenkamer openstaat voor de instelling van een jaarlijkse interinstitutionele dialoog tussen de Rekenkamer, het Parlement, de Raad en de Commissie, zoals het Parlement in zijn kwijtingsresoluties heeft gevraagd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>71.</NO.P>betreurt nogmaals dat de toegang van de Rekenkamer tot documenten en informatie van de Europese Investeringsbank (EIB) weliswaar is verbeterd, maar dat zij niet de bevoegdheid heeft om de verrichtingen te controleren die met de eigen middelen van de EIB worden gefinancierd; dringt erop aan dat de Rekenkamer deze bevoegdheid krijgt, gezien de taak van de EIB om de doelstellingen van de Unie te verwezenlijken en gezien de steeds groter wordende rol van de EIB in het economische en politieke landschap van de Unie, die meer omvat dan het gebruik van de begroting van de Unie om haar verrichtingen te garanderen; wijst erop dat de Rekenkamer in Speciaal verslag 05/2023 getiteld “Het financiële landschap van de EU – Een lappendeken die verdere vereenvoudiging en verantwoording behoeft” heeft verklaard dat er openbare controlemandaten voor alle soorten financiering voor Uniebeleid moeten worden ingesteld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>72.</NO.P>is ingenomen met het feit dat er volgens de vragenlijst sprake was van nauwe samenwerking tussen de Rekenkamer en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming (EDPS), voornamelijk via de functionaris voor gegevensbescherming van de Rekenkamer; merkt op dat deze samenwerking betrekking heeft op de interpretatie van specifieke bepalingen van Verordening (EU) 2018/1725, activiteiten voor het delen van kennis en andere interinstitutionele uitwisselingen en bijdragen op het gebied van AI; waardeert de deelname van de Rekenkamer aan de door de EDPS en Enisa georganiseerde oefening “Personal data Breach awareness in cybersecurity incident handling”, die tot doel had het personeel bewuster te maken van het beheer van inbreuken in verband met persoonsgegevens;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Communicatie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>73.</NO.P>neemt kennis van het feit dat in 2024 de begroting voor de communicatie- en promotieactiviteiten van de Rekenkamer 225 000 EUR bedroeg (hetzelfde bedrag als in 2023), met een bestedingsgraad van 92,32 % (tegenover 81,13 % in 2023); merkt op dat het grootste deel van de begroting werd besteed aan mediamonitoringdiensten (80 000 EUR) en persactiviteiten (18 133,91 EUR), gevolgd door uitgaven voor betrekkingen met belanghebbenden, die voornamelijk bestonden uit de kosten van een platform voor beleidsinlichtingen (62 100 EUR), communicatieactiviteiten (32 543,37 EUR), sociale media (8 604,66 EUR) en publicaties (6 346,47 EUR);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>74.</NO.P>steunt de groeiende mediastrategie van de Rekenkamer, die in 2024 heeft geresulteerd in een recordaantal (meer dan 24 000) online gepubliceerde persartikelen over de controleverslagen van de Rekenkamer, over andere publicaties van de Rekenkamer of over de Rekenkamer in het algemeen, waarmee de stijging van het aantal berichten waarvan de afgelopen jaren sprake was, werd doorgezet (2023: 22 000; 2022: 20 000; 2021: 18 000); stelt met tevredenheid vast dat volgens het verslag van de Rekenkamer het aantal bezoekers van de in 2023 gelanceerde website van de Rekenkamer is toegenomen, met 780 000 bezoeken in 2024 (2023: 700 000), 1 295 025 unieke paginaweergaves en 56 440 downloads; is verheugd dat de vier socialemedia-accounts van de Rekenkamer (X, LinkedIn, Facebook, Instagram) eind 2024 meer dan 61 500 volgers hadden. In 2023 waren dit er 55 000 en in 2022 49 500; prijst de Rekenkamer voor de lancering van haar eerste maandelijkse LinkedIn-nieuwsbrief (ECA Insights) in november 2024, die hoogtepunten bevat van recente verslagen en vooruitblikken op komende controles en die aan het eind van dat jaar meer dan 8 500 abonnees had;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>75.</NO.P>is ingenomen met het feit dat de Rekenkamer beschikt over een digitaal toegankelijke website (niveau A++), die tweemaal per jaar door een externe consultant wordt gecontroleerd om te beoordelen of de website voldoet aan de relevante toegankelijkheidsnormen en om belemmeringen voor de toegankelijkheid voor gebruikers met een handicap in kaart te brengen; waardeert het dat de uitvoering van toegankelijkheid over het algemeen als zeer goed wordt beoordeeld, en merkt op dat naar aanleiding van de controle enkele aanbevelingen zijn voorgesteld om de website te blijven verbeteren en de toegankelijkheidsscore te behouden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>76.</NO.P>merkt op dat de Rekenkamer in 2024 44 persberichten in 24 EU-talen heeft uitgebracht, alsmede verschillende informatieve nota’s, informatiedocumenten voor de media en gebruiksklare audioverklaringen in bepaalde talen; merkt daarnaast op dat de Rekenkamer in dat jaar 20 onlinepersbriefings en 14 landspecifieke persbriefings met betrekking tot het jaarverslag heeft gehouden; benadrukt dat in totaal 876 journalisten belangstelling hadden voor de briefings van de Rekenkamer, waarvan de meesten grote nationale mediakanalen in de lidstaten vertegenwoordigden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>77.</NO.P>is ingenomen met Speciaal verslag 11/2025 van de Rekenkamer getiteld “Transparantie van aan ngo’s toegekende EU-financiering – Ondanks vooruitgang nog steeds geen betrouwbaar overzicht”; neemt met bezorgdheid kennis van de daarin vastgestelde problemen, waaronder tekortkomingen op het gebied van transparantie, classificatie en toezicht; benadrukt dat de Rekenkamer haar monitoring en verslaglegging over deze kwesties moet voortzetten en versterken om ervoor te zorgen dat financiële regels, transparantievereisten en de fundamentele waarden van de Unie volledig worden nageleefd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>78.</NO.P>moedigt de Rekenkamer in dit verband aan een speciaal verslag op te stellen over financiering van de Unie die wordt toegekend aan ngo’s die actief zijn in de context van Gaza en aan organisaties die betrokken zijn bij de ontwikkeling van schoolboeken voor Palestijnse scholen; beklemtoont dat een dergelijke controle van cruciaal belang is om te voorkomen dat middelen van de Unie, direct of indirect, terechtkomen bij terroristische organisaties of daarmee gelieerde entiteiten, of worden gebruikt om aan te zetten tot haat, radicalisering of geweld, en om te waarborgen dat de financiële regels van de Unie, de transparantienormen en de kernwaarden van de Unie ten volle worden nageleefd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>79.</NO.P>is ingenomen met het feit dat de Rekenkamer, teneinde de betrokkenheid van het publiek te vergroten, sinds 2024 burgers de mogelijkheid biedt om bij te dragen aan haar werkprogramma door controlesuggesties te doen via de website van de Rekenkamer;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>80.</NO.P>waardeert het dat de Rekenkamer de waarschijnlijke impact en het nut van haar werk beoordeelt, zoals waargenomen door de lezers van haar verslagen bij het Parlement, de Raad, de Commissie, EU-agentschappen, permanente vertegenwoordigingen, agentschappen en hoge controle-instanties van de lidstaten, ngo’s, academici, de media en andere partijen; merkt in dat verband op dat de Rekenkamer sinds 2018 haar lezers in geanonimiseerde elektronische enquêtes vraagt kwalitatieve feedback te geven over een geselecteerd aantal verslagen en algemene suggesties voor haar werkzaamheden te doen; benadrukt dat in 2024, 89 % van de respondenten de verslagen van de Rekenkamer nuttig vond voor hun werk en 82 % van mening was dat die verslagen impact hadden; stelt met tevredenheid vast dat de Rekenkamer in 2024 de resultaten van haar werkzaamheden 578 keer heeft gepresenteerd aan verschillende belanghebbenden (bijvoorbeeld het Parlement, de Raad en de nationale parlementen), tegenover 456 in 2023 en 437 in 2022.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>