<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0130</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Kwijting 2024: algemene begroting van de EU – Europese Dienst voor extern optreden</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0053/2026 - Rapporteur: Pasquale Tridico)</STRING></HIDDEN><TXTLST><DECISION><TI><NR>1.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 29 april 2026 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2024, afdeling X – Europese Dienst voor extern optreden (2025/2150(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2024<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2024/207, 22.2.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/budget/2024/207/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de geconsolideerde jaarrekening van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2024 (COM(2025)0359 – C10‑0150/2025)<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2025/4944, 13.10.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/4944/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Europese Dienst voor extern optreden aan de kwijtingsautoriteit over de in 2024 uitgevoerde interne controles,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2024, vergezeld van de antwoorden van de instellingen<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2025/5409, 8.10.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/5409/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2025/5407, 13.10.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/5407/oj.</FIELD></FOOTNOTE> van de Rekenkamer voor het begrotingsjaar 2024 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, opgesteld overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 314, lid 10, en de artikelen 317, 318 en 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD> PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1046/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name de artikelen 59, 118 en 260 t/m 263,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name de artikelen 59, 118 en 266 t/m 269,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Besluit 2010/427/EU van de Raad van 26 juli 2010 tot vaststelling van de organisatie en werking van de Europese Dienst voor extern optreden<FOOTNOTE><FIELD> PB L 201 van 3.8.2010, blz. 30, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2010/427/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 8,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 102 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie buitenlandse zaken,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A10-0053/2026),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>verleent de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Dienst voor extern optreden voor het begrotingsjaar 2024;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de Europese Dienst voor extern optreden, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, alsmede aan de Europese Ombudsman en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming, en te zorgen voor bekendmaking ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L-serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><RESOL><TI><NR>2.</NR> <STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 29 april 2026 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2024, afdeling X – Europese Dienst voor extern optreden (2025/2150(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2024, afdeling X – Europese Dienst voor extern optreden,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 102 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie buitenlandse zaken,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A10-0053/2026),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de kwijtingsautoriteit in het kader van de kwijtingsprocedure wenst te benadrukken dat het bijzonder belangrijk is de democratische legitimiteit van de instellingen van de Unie verder te versterken door de transparantie en de verantwoordingsplicht te verbeteren en door het concept van resultaatgericht begroten en een goed personeelsbeheer toe te passen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de Europese Dienst voor extern optreden (de “EDEO”) verantwoordelijk is voor het beheer van de administratieve uitgaven van zijn hoofdkantoor in Brussel en voor het netwerk van de 145 delegaties en bureaus van de Unie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de verantwoordelijkheid van de EDEO via een reeks overeenkomsten inzake dienstverleningsniveau (SLA’s) is uitgebreid tot het administratieve beheer van het personeel van de Commissie bij de delegaties van de Unie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat de bevoegdheden die bij het Statuut aan het tot aanstelling bevoegde gezag zijn toegekend, wat betreft het personeel van de EDEO worden uitgeoefend door de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (“vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger”);</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de uitvoering van de begroting wordt geregeld door het Financieel Reglement en door de interne voorschriften voor de uitvoering van de begroting van de EDEO (de “interne voorschriften”);</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat overeenkomstig de interne voorschriften de secretaris-generaal van de EDEO optreedt als gedelegeerd ordonnateur van de EDEO en de directeur-generaal voor middelenbeheer de rol van gesubdelegeerd hoofdordonnateur vervult;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat de delegaties van de Unie tot taak hebben om door het opbouwen van netwerken en partnerschappen de Unie en haar burgers in de wereld te vertegenwoordigen en de waarden van de Unie te bevorderen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat het bijzondere karakter van de EDEO gelegen blijft in zijn aard en oorsprong, aangezien de dienst werd gevormd door de samenvoeging van het personeel van de voormalige diensten voor externe betrekkingen van de Raad en van de Commissie en door diplomaten uit de lidstaten in deze structuur op te nemen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat de doeltreffendheid en kostenefficiëntie van het externe optreden van de Europese Unie afhankelijk zijn van de nauwe coördinatie met de diplomatieke vestigingen en netwerken van de lidstaten, in het bijzonder in derde landen waar zowel de EDEO als de lidstaten permanent vertegenwoordigd zijn, teneinde elkaar overlappende structuren en uitgaven te voorkomen;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>merkt op dat de begroting van de EDEO onder rubriek 7 van het MFK valt (“Europees openbaar bestuur”), die in 2024 in totaal 13,3 miljard EUR bedroeg (goed voor 6,9 % van de totale begroting van de Unie); merkt op dat de begroting van ongeveer 1 239 miljard EUR die door de EDEO wordt beheerd, ongeveer 9,54 % van de totale administratieve uitgaven van de Unie in 2024 vertegenwoordigt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>neemt er kennis van dat de Europese Rekenkamer (de “Rekenkamer”) in haar jaarverslag over het begrotingsjaar 2024 (het “verslag van de Rekenkamer”) onder de rubriek “Europees openbaar bestuur” steekproefsgewijs zeventig verrichtingen heeft onderzocht, en dat dit er ongeveer evenveel zijn als in 2023; merkt voorts op dat de administratieve uitgaven uitgaven voor personele middelen omvatten, met inbegrip van uitgaven voor pensioenen, die in 2024 goed waren voor ongeveer 69 % van de totale administratieve uitgaven, en uitgaven voor gebouwen, uitrusting, energie, communicatie en informatietechnologie, en dat haar werkzaamheden gedurende vele jaren erop wijzen dat deze uitgaven over het algemeen een laag risico inhouden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>merkt op dat 16 van de zeventig verrichtingen (23 %) fouten vertoonden, maar dat de Rekenkamer op basis van de drie door haar gekwantificeerde fouten schat dat het foutenpercentage onder de materialiteitsdrempel ligt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>maakt uit het verslag van de Rekenkamer op dat de Rekenkamer 15 door de EDEO verrichte betalingen heeft onderzocht en daarbij twee kwantificeerbare fouten heeft geconstateerd, waarvan één fout betrekking had op een wezenlijke contractwijziging zonder geldige aanbestedingsprocedure en zonder maatregelen voor publiciteit achteraf, terwijl de andere fout betrekking had op een betaling in verband met het gebruik van een onjuiste wisselkoers bij het boeken van een huurbetaling; is ingenomen met de maatregelen die de EDEO heeft genomen om deze problemen aan te pakken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Begrotings- en financieel beheer</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>stelt vast dat de definitieve begroting 2024 van de EDEO 880 165 703 EUR bedroeg, een stijging van 7,09 % ten opzichte van 2023; stelt vast dat de EDEO ook beschikte over een bedrag van 359,1 miljoen EUR (inclusief bestemmingsontvangsten en overgedragen bedragen) van de Commissie ter dekking van de administratieve kosten van personeelsleden van de Commissie die in delegaties van de Unie werkzaam zijn; merkt voorts op dat de EDEO aanvullende bijdragen in de vorm van een vast bedrag heeft ontvangen om de gemeenschappelijke kosten van personeel van het Europees Ontwikkelingsfonds in delegaties van de Unie en colocaties te dekken, alsook andere bedragen die in het kader van colocatie- en andere overeenkomsten zijn ontvangen; merkt op dat het totale door de EDEO beheerde begrotingsbedrag in 2024 dus 1 239,3 miljoen EUR bedroeg (vastleggingskredieten), hetgeen neerkomt op een stijging met 4,43 % ten opzichte van het voorgaande jaar;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>merkt op dat in 2024 het begrotingsuitvoeringspercentage voor vastleggingskredieten van het lopende jaar (na overschrijvingen) 100 % bedroeg, met een uitvoeringspercentage voor betalingen van 88,4 % (tegenover 91,9 % in 2023); merkt op dat de gemiddelde betalingstermijn 13,43 dagen bedroeg, maar dat 10,69 % van het totale aantal betalingen in 2024 (overeenkomend met een totaalbedrag van 57 357 324,68 EUR) te laat werd uitgevoerd, hetgeen in 2024 leidde tot een bedrag van 37 862,61 EUR aan vertragingsrente; verzoekt de EDEO zijn inspanningen voort te zetten om het aantal elektronische betalingen en de digitalisering van werkstromen te verbeteren, met name wat betreft elektronische facturen in de delegaties van de Unie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>merkt op dat de EDEO de begrotingsautoriteit in kennis heeft gesteld van twee begrotingsoverschrijvingen overeenkomstig artikel 29, lid 1, van het Financieel Reglement en tien autonome overschrijvingen overeenkomstig artikel 29, lid 4, heeft verricht voor een totale waarde van 53,6 miljoen EUR; merkt op dat het hoofddoel van de overschrijvingen was om begrotingslijn 3 0 0 3 betreffende gebouwen en daarmee samenhangende kosten in de delegaties van de Unie met 33,78 miljoen EUR te verhogen, begrotingslijn 2 0 0 2 betreffende inrichtings-, aanpassings- en beveiligingswerkzaamheden met 1,7 miljoen EUR en begrotingslijn 1 2 0 5 betreffende gedetacheerde nationale militaire deskundigen met 1,37 miljoen EUR; merkt op dat na de overschrijvingen de definitieve begroting voor het hoofdkantoor van de EDEO 349,2 miljoen EUR bedroeg en de definitieve begroting voor de delegaties van de Unie 530,9 miljoen EUR;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>merkt op dat de EDEO bij de uitvoering van zijn begroting in 2024 met verschillende uitdagingen werd geconfronteerd vanwege de ernstige gevolgen van de illegale Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne, inflatoire druk, ongunstige wisselkoersen en het plafond van 2 % voor niet-salarisgerelateerde uitgaven, hetgeen leidde tot een tekort van 33 miljoen EUR voor de delegaties van de Unie, hetgeen hun operationele capaciteit aanzienlijk heeft beperkt; merkt met voldoening op dat de EDEO deze uitdagingen heeft aangepakt door middel van een combinatie van strategische besparingen en herschikkingen/begrotingsoverschrijvingen; merkt op dat de bezuinigingen vooral betrekking hadden op de begrotingen voor dienstreizen en vertegenwoordigingen, infrastructuur en veiligheid; vindt het zorgwekkend dat de begrotingsbeperkingen gevolgen kunnen hebben voor de zorgplicht van de EDEO jegens zijn personeel, met name wat betreft het onderhoud van de infrastructuur en de veiligheidsnormen in de delegaties; is ingenomen met het pakket corrigerende maatregelen, maar pleit nogmaals voor een begroting die past bij de behoeften en doelstellingen van de EDEO; verzoekt de EDEO jaarlijkse doelstellingen vast te stellen om late betalingen en rente wegens vertraagde overmaking te verminderen en de end-to-end e-facturerings- en e-aanbestedingswerkstromen in alle delegaties te standaardiseren; erkent dat alle instellingen van de Unie hun begrotingsbeheer moeten verbeteren door bij het sluiten van contracten met dienstverleners ook rekening te houden met prijsvolatiliteit, met name in de energiesector;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>maakt uit de hoorzitting met de vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger tijdens de vergadering van de Commissie begrotingscontrole (CONT) van het Parlement op 17 november 2025 (de “hoorzitting”) op dat de EDEO de afgelopen jaren te kampen heeft gehad met aanzienlijke begrotingsbeperkingen, terwijl de instelling een steeds uitgebreider mandaat heeft gekregen en de kosten en behoeften voor het netwerk van de 145 delegaties zijn toegenomen; betreurt dat de onderfinanciering van de EDEO niet structureel wordt aangepakt; schaart zich achter het standpunt van de EDEO dat er een discrepantie bestaat tussen taken en middelen, hetgeen een aanzienlijke uitdaging vormt voor het vermogen van de EDEO om zijn doelstellingen volledig te verwezenlijken en de agenda van het buitenlands en veiligheidsbeleid van de Unie doeltreffend te ondersteunen, en daardoor de uitvoering van het buitenlands beleid van de Unie in een klimaat van snelle geopolitieke veranderingen alsook de geloofwaardigheid van de Unie als mondiale speler ondermijnt; verzoekt de EDEO voorrang te geven aan acties die een duidelijke toegevoegde waarde hebben voor de Unie en haar burgers, en tegelijkertijd activiteiten en projecten te vermijden die de doeltreffendheid en het welzijn van het personeel dreigen te ondermijnen; verzoekt de EDEO iets te doen aan het personeelstekort in de delegaties van de Unie, vooral op posten die te maken hebben met complexe veiligheids- of geopolitieke uitdagingen, en de transparantie en verantwoordingsplicht bij aanwervingsprocedures te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>verzoekt de Rekenkamer een uitgebreide doelmatigheidscontrole van de EDEO uit te voeren om de efficiëntie van zijn activiteiten te evalueren in vergelijking met de diplomatieke diensten van de OESO-landen; verzoekt om in deze controle aan te geven op welke gebieden de EDEO een unieke, onvervangbare toegevoegde waarde biedt en op welke gebieden zijn activiteiten overlap vertonen met die van de lidstaten; verzoekt de EDEO tegelijkertijd een kosten-batenanalyse van zijn wereldwijde netwerk uit te voeren en prioriteit te geven aan middelen voor delegaties in landen die een duidelijke bijdrage leveren aan de onmiddellijke belangen van de EU, zoals economische welvaart, energiezekerheid, grensbescherming en het voorkomen van irreguliere migratiestromen; dringt aan op de vaststelling van duidelijke, meetbare prestatie-indicatoren om te laten zien dat de burgers van de Unie waar voor hun geld krijgen, en eist dat de EDEO stopt met alle activiteiten of dienstreizen die bij deze beoordelingen als ondoeltreffend of overbodig worden aangemerkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>merkt voorts op dat investeringen in onroerend goed en IT-projecten zijn uitgesteld en dat het aantal stagiairs in 2024 is verminderd; neemt kennis van het standpunt van de EDEO dat deze inperkingen uiteindelijk van invloed kunnen zijn op de mondiale aanwezigheid van de Unie; waarschuwt ervoor dat het voortdurende uitstel van investeringen en de personeelsinkrimpingen de zorgplicht van de EDEO dreigen te ondermijnen, met name ten aanzien van de veiligheid en geestelijke gezondheid van het personeel en de beveiliging in risicoposten; verzoekt de EDEO te komen met een investeringspijplijn voor kritieke IT-, cyberbeveiligings- en zorgplichtinfrastructuur, met inbegrip van een kosten-batenanalyse en de verwachte operationele impact, teneinde uitstel op uitstel, hetgeen ten koste gaat van de efficiëntie en de veiligheid van het personeel, te voorkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>merkt op dat het financiële plafond van de Europese Vredesfaciliteit, die onder het gezag van de vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger wordt beheerd, is verhoogd van 12 miljard EUR in 2023 tot 17 miljard EUR in 2024, en dat de extra 5 miljard EUR bestemd is voor militaire steun aan Oekraïne; wijst erop dat de aanzienlijke toename van middelen voor de Europese Vredesfaciliteit om meer transparantie en parlementaire controle vraagt; dringt aan op regelmatige, gestructureerde verslaglegging aan de kwijtingsautoriteit over risicobeheer, monitoringregelingen en naleving van de waarden van de Unie en het internationaal humanitair recht; verzoekt de EDEO samen te werken met het directoraat-generaal Uitbreiding en Oostelijk Nabuurschap van de Commissie (DG Uitbreiding en Oostelijk Nabuurschap) om te zorgen voor een doeltreffend toezicht op en monitoring van de projecten die door de Europese Vredesfaciliteit worden gefinancierd; erkent dat de Europese Vredesfaciliteit, zeker gezien de huidige geopolitieke wedloop, een noodzakelijk instrument is voor vredeshandhaving, dat voor stabiliteit en een uniforme Europese defensiesamenwerking moet zorgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>maakt uit de antwoorden van de EDEO op de CONT-vragenlijst voor de kwijting 2024 (de “vragenlijst”) op dat de EDEO in 2024, zowel op het hoofdkantoor als in de delegaties van de Unie, in 2024 in totaal 71 aanbestedingsprocedures heeft gestart voor contracten met een hoge waarde, d.w.z. boven de drempel van 143 000 EUR voor leveringen en diensten zoals vastgesteld bij Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD> Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van Richtlijn 2004/18/EG (PB L 94 van 28.3.2014, blz. 65, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2014/24/oj).</FIELD></FOOTNOTE>; merkt op dat 63 van deze procedures succesvol waren en 63 contracten werden ondertekend, terwijl acht procedures mislukten; merkt op dat met de inwerkingtreding van het nieuwe Financieel Reglement op 29 september 2024 het beheer van aanbestedingsprocedures voor delegaties van de Unie in derde landen is vereenvoudigd door de invoering van een afzonderlijke reeks maxima voor contracten met een zeer lage, lage en gemiddelde waarde, waarmee een langdurig probleem wordt aangepakt dat verband houdt met de beperkte capaciteit van lokale exploitanten om aan de complexe eisen van de aanbestedingsregels van de Unie te voldoen; verwacht dat met deze vereenvoudigingen beter tegemoet zal worden gekomen aan de behoeften van zowel de gastlanden als de delegaties van de Unie met betrekking tot aanbestedingsprocedures, zonder dat er afbreuk wordt gedaan aan de naleving van de hoogste normen op het gebied van transparantie, mededinging en waarborgen inzake fraudebestrijding; verzoekt de EDEO het effect van deze veranderingen op foutenpercentages en integriteitsrisico’s te beoordelen en daarover verslag uit te brengen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>merkt op dat er in 2024 een speciale taskforce is opgericht om de aanbestedingsprocedures van de EDEO zowel op het hoofdkantoor als in de delegaties te verbeteren; is zich ervan bewust dat de dienst Interne Audit in 2024 een adviserende opdracht heeft verricht met als doel een onafhankelijke beoordeling uit te voeren van het aanbestedingsproces, waarvan de resultaten momenteel worden besproken met de verantwoordelijke diensten; verzoekt de EDEO de conclusies van deze beoordeling openbaar te maken, evenals de lijst van maatregelen die zijn genomen om de vastgestelde uitdagingen aan te pakken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>merkt op dat eind 2024 het aantal colocaties met lidstaten en andere partners van de Unie in delegaties van de Unie 137 bedroeg: één minder dan in 2023; merkt op dat van het totale aantal colocaties in 2023 er 45 werden gesloten met lidstaten en partnerlanden, 92 met andere partners van de Unie, terwijl colocatie 9 % van de totale kantoorruimte in de delegaties van de Unie vertegenwoordigde en betrekking had op meer dan de helft van de delegaties van de Unie (tachtig), hetgeen kan worden gezien als een voorbeeld van een succesvolle optimalisering van het gebouwenbeheer van de EDEO, maar ook als een indicator van de toegenomen belangstelling van partners voor het delen van gebouwen in derde landen en het belang van colocatie in diplomatieke aangelegenheden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>maakt uit de vragenlijst op dat de begroting voor dienstreizen in 2024 21 582 843 EUR bedroeg, hetgeen neerkomt op een stijging van ongeveer 2,33 % ten opzichte van 21 091 935 EUR (geactualiseerd cijfer) in 2023; merkt op dat de EDEO niet beschikt over een afzonderlijke begrotingslijn voor dienstreizen en reizen van de vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger en dat de kosten voor dienstreizen en reizen van de vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger worden gedeeld tussen de EDEO en de Commissie, afhankelijk van het doel van de dienstreis; merkt niettemin op dat uit het vervolgverslag van de EDEO over de opmerkingen van het Parlement in de kwijtingsresolutie voor 2023 (het “vervolgverslag”) blijkt dat het interne beheerssysteem van de EDEO de dienstreizen van de vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger en de reizen van haar begeleidende collega’s apart vermeldt in een speciale toewijzing op de belangrijkste begrotingslijn voor dienstreizen; maakt voorts uit de vragenlijst op dat in 2024 noch de vertrekkende vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger, noch de nieuw benoemde vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger dienstreizen op kosten van de EDEO heeft ondernomen; begrijpt uit het vervolgverslag dat de concurrerende verplichtingen van de vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger en een zeer strak schema, vaak bepaald door de geopolitieke situatie, het voor haar soms onmogelijk maken om met reguliere vluchten of andere vervoermiddelen te reizen om haar professionele verplichtingen na te komen; benadrukt niettemin dat de functionarissen van de instellingen van de Unie het goede voorbeelden moeten geven aan het publiek en de burgers, met name wanneer zij middelen van de Unie gebruiken bij de uitvoering van hun taken; benadrukt dat de vluchtopties moeten worden gekozen op basis van goed financieel beheer, op voorwaarde dat dergelijke alternatieven beschikbaar zijn en dat de agenda en de vergaderlocatie deze alternatieven toelaten; benadrukt dat transparantie en goed financieel beheer bij het gebruik van de publieke middelen van de Unie een kernbeginsel moeten blijven voor alle instellingen van de Unie;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Intern beheer, prestaties en interne controle</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>merkt op dat de EDEO ook in 2024 te maken had met toenemende politieke en financiële uitdagingen, alsook met uitdagingen op het gebied van de mensenrechten en de rechtsstaat in een steeds instabielere geopolitieke omgeving die wordt gekenmerkt door intensievere hybride dreigingen voor democratische systemen; merkt op dat de illegale aanvalsoorlog van Rusland tegen Oekraïne en de geopolitieke gevolgen daarvan ook in 2024 een belangrijk onderwerp bleven; onderstreep in dit verband het belang en de noodzaak dat de EDEO een centrale en versterkte sleutelrol speelt bij het opbouwen van de strategische autonomie, veerkracht en veiligheid van de Unie, die ook moeten worden gewaarborgd door middel van systematische en daadkrachtige bestrijding van buitenlandse informatiemanipulatie en inmenging (FIMI) en desinformatiecampagnes; merkt op dat de EDEO in 2024 zijn tweede verslag over FIMI-dreigingen heeft gepubliceerd, waarin 750 incidenten worden beschreven en de operatie False Façade (een witwasprogramma van informatie van pro-Kremlin-entiteiten) aan het licht wordt gebracht, en op die manier heeft bijgedragen aan de openbare toeschrijving en het strategisch bewustzijn van door vijandige staten gesponsorde inmenging; merkt op dat de EDEO het systeem voor snelle waarschuwingen heeft gebruikt als centraal coördinatiemechanisme voor FIMI in het kader van de bescherming van de integriteit van de Europese verkiezingen; neemt kennis van de lancering van een toolkit voor het opsporen van op identiteit gebaseerde FIMI, de organisatie van de jaarlijkse FIMI-conferentie op hoog niveau, de ontwikkeling van het handboek van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB) over FIMI om het vermogen van GVDB-missies om FIMI-aanvallen op te sporen en erop te reageren te versterken, en de bijdrage aan het versterken van de veerkracht van de media tijdens het evenement Connecting Media Communities in Kosovo, dat werd bijgewoond door 130 journalisten en factcheckers; prijst de EDEO ten zeerste voor zijn EUvsDisinfo-campagne, waarin de FIMI-inspanningen van Rusland in 2024 zijn geanalyseerd en aan het licht zijn gebracht; merkt met bezorgdheid op dat het aantal gevallen van pro-Kremlin-desinformatie meer dan 18 000 bedroeg, hetgeen de omvang, hardnekkigheid en strategische aard bevestigt van de dreiging die met name van Rusland, maar ook van andere vijandige actoren uitgaat; merkt op dat sommige delegaties van de Unie beschikken over een functionaris voor strategische communicatie die belast is met het analyseren en aanpakken van FIMI, maar dat het verzamelen van inlichtingen onder de verantwoordelijkheid van de lidstaten blijft vallen; wijst daarom op het belang van versterkte coördinatie, gestructureerde informatie-uitwisseling en nauwere samenwerking met de lidstaten en betrouwbare partners; prijst de EDEO voor het opzetten van het FIMI-centrum voor informatie-uitwisseling en -analyse om de samenwerking en het gedeelde situationele bewustzijn te verbeteren; erkent dat deze inspanningen, ondersteund door een versterkte begroting voor strategische communicatiecapaciteit van 6,12 miljoen EUR in 2024, hebben gezorgd voor een robuustere, beter gecoördineerde en alomvattende reactie van de Unie op FIMI-dreigingen; moedigt de verdere ontwikkeling en uitbreiding van het netwerk van “FIMI-verdedigers” aan door middel van initiatieven voor capaciteitsopbouw; benadrukt dat aanhoudende en voorspelbare financiering van essentieel belang is om de continuïteit en doeltreffendheid bij de bestrijding van hybride dreigingen en FIMI te waarborgen; acht het daarom noodzakelijk dat er inspanningen worden geleverd om doeltreffend op te treden tegen anti-EU-desinformatiecampagnes en -narratieven die door autoritaire en illiberale regimes strategisch worden ingezet om het externe optreden van de Unie in derde landen te ondermijnen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>benadrukt dat het netwerk van EU-delegaties moet worden gemoderniseerd, met name door het Inlichtingen- en situatiecentrum van de Europese Unie (EU-Intcen) en het crisisresponscentrum van de EDEO te versterken; benadrukt dat er voor het verbeteren van de analysecapaciteit en crisisparaatheid voldoende personeel, moderne IT-beveiliging en voldoende administratieve middelen nodig zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>herinnert aan de oproepen van het strategisch kompas en het Parlement om het vermogen van de Unie op het gebied van inlichtingen en situationeel bewustzijn te versterken; benadrukt dat de toenemende behoeften van de Unie op het gebied van analyse en crisisbeheersing een versterking vereisen van de middelen die worden toegewezen aan het EU-Intcen en het crisisresponscentrum van de EDEO, zodat zij afdoende zijn toegerust om hun mandaten in een steeds complexere en veeleisendere geopolitieke omgeving te vervullen; benadrukt de centrale rol van het EU-Intcen bij het uitvoeren van geïntegreerde, alle bronnen bestrijkende analytische beoordelingen ter ondersteuning van de besluitvorming in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) en het GVDB en wijst op het potentieel van het netwerk van delegaties van de Unie om, onverminderd de bevoegdheden van de lidstaten, een essentiële bijdrage te leveren aan het situationeel bewustzijn door middel van de integratie van relevante informatie die reeds ter plekke beschikbaar is; is van mening dat de vaststelling van een duidelijkere en meer zichtbare begrotingstoewijzing voor het EU-Intcen de transparantie, de democratische controle en de verantwoordingsplicht in het kader van de kwijtingsprocedure zou kunnen bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>is verheugd over de instelling van het Europees schild voor de democratie en de oprichting van een Centrum voor democratische veerkracht als belangrijke stappen ter versterking van het vermogen van de EU om FIMI tegen te gaan; is verheugd over het voornemen om het voorgestelde Europees schild voor de democratie uit te breiden tot de toetredingslanden, hetgeen hun vermogen om te reageren op dreigingen zoals FIMI en desinformatiecampagnes versterkt; verzoekt de Commissie en de EDEO de samenwerking met kwetsbare uitbreidingslanden op het gebied van informatieweerbaarheid, cyberbeveiliging en hybride dreigingen op te voeren; verzoekt de EDEO en de delegaties van de Unie in derde landen hun respectieve capaciteiten voor het bestrijden en tegengaan van desinformatie en propaganda tegen het GBVB van de Unie verder te versterken, onder meer door te investeren in communicatiecampagnes ter bestrijding van buitenlandse invloeden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>benadrukt dat de afdeling strategische communicatie en prognose van de EDEO van voldoende middelen moet worden voorzien om door autoritaire regimes, met name het Kremlin, verspreide desinformatie tegen te gaan; herinnert eraan dat zowel in Moldavië als in Oekraïne aan Rusland gelieerde actoren religie, en ook de orthodoxe kerk onder het Patriarchaat van Moskou, hebben gebruikt om de democratische veerkracht te ondermijnen; wijst op het belang van versterking van de op geloof gebaseerde diplomatie binnen het externe optreden van de Unie en dringt aan op een speciaal EDEO-begrotingsonderdeel om de dialoog te ondersteunen, interreligieuze verdraagzaamheid te bevorderen en het misbruik van religie voor geopolitieke doeleinden tegen te gaan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>herinnert de Commissie aan de oproep van het Parlement om EDEO-personeel voldoende toe te rusten om in gesprek te gaan over godsdienstvrijheid, en hiervan een belangrijk speerpunt in zijn externe optreden<FOOTNOTE><FIELD> Resolutie, P10_TA(2025)0086, paragraaf 83.</FIELD></FOOTNOTE> te maken; roept de EDEO op om voortvarend met deze oproep aan de slag te gaan en zijn middelen op het vereiste niveau te brengen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>verzoekt de vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger de GVDB-missies en -operaties van de Unie te versterken met voldoende personeel, middelen en flexibele mandaten om doeltreffend te kunnen reageren op veiligheidsuitdagingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>onderstreept het belang van handhaving van de waarnemingsmissie van de Europese Unie in Georgië om toezicht te houden op de situatie in de bezette gebieden en te zorgen voor vroegtijdige waarschuwing en verslaglegging;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>verzoekt de EDEO de politieke contacten met de machthebbers van Georgische Droom tot het strikt noodzakelijke te beperken, en tegelijkertijd de samenwerking met het Georgische maatschappelijk middenveld, onafhankelijke media en academische instellingen voort te zetten en uit te breiden; acht het van groot belang om bij de Georgische bevolking en de politieke krachten in Georgië die zich inzetten voor democratische beginselen, te blijven pleiten voor de Europese normen, de democratische waarden en de Europese weg;;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>benadrukt dat de Unie in 2024, met krachtige steun van de EDEO, haar uitgebreide politieke, militaire, financiële, diplomatieke, humanitaire en economische steun aan Oekraïne heeft voortgezet als reactie op de Russische aanvalsoorlog; benadrukt dat een belangrijke mijlpaal de ondertekening was van de gezamenlijke toezeggingen op het gebied van veiligheid tussen de EU en Oekraïne in juni 2024, waarbij toetreding tot de Unie werd aangemerkt als de ultieme veiligheidsgarantie om de weerbaarheid, afschrikkingskracht en langetermijnstabiliteit van Oekraïne te versterken; merkt op dat de EDEO nauw heeft samengewerkt met de lidstaten, de G7, de NAVO en internationale partners om de eenheid te bewaren, beperkende maatregelen tegen Rusland te handhaven, het omzeilen van sancties te voorkomen en initiatieven op het gebied van verantwoordingsplicht te ondersteunen, en tegelijkertijd op internationaal niveau uitgebreide inspanningen heeft geleverd voor een rechtvaardige en duurzame vrede in overeenstemming met het Handvest van de Verenigde Naties en het internationaal recht, waaronder de follow-up van de vredestop in Zwitserland, steun voor de Oekraïense vredesformule, deelname aan het internationaal Krim-platform, steun voor de oprichting van een speciaal tribunaal voor het misdrijf agressie, en de toetreding van de Unie in juni 2024 tot de Internationale Coalitie voor de terugkeer van Oekraïense kinderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>stelt nogmaals dat het in het licht van de aanhoudende aanvalsoorlog van Rusland tegen Oekraïne voor de Unie een strategische prioriteit moet blijven en ook een morele plicht is om Oekraïne politieke, militaire, financiële en humanitaire steun te blijven verlenen; wijst er echter op dat de steun van de Unie aan Oekraïne, die een ongekende omvang heeft, gepaard moet gaan met uiterst strenge controles en met maatregelen om de traceerbaarheid te garanderen en fraude te voorkomen, zodat het politieke draagvlak en het draagvlak onder de belastingbetalers voor deze steunverlening op de lange termijn behouden blijft; verzoekt de EDEO om in nauwe samenwerking met OLAF, het EOM en de Rekenkamer te zorgen voor volledige toegang tot actuele informatie over het gebruik van alle EU-middelen die ter ondersteuning van Oekraïne zijn uitgegeven, en jaarlijks verslag aan de kwijtingsautoriteit uit te brengen over geconstateerde onregelmatigheden, terugvorderingen en corrigerende maatregelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>herinnert eraan dat het van cruciaal belang is om onze steun voor mensenrechten, democratie en ontwikkeling in derde landen verder op te voeren via het financieel kader van het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking – Europa in de wereld; benadrukt dat het handhaven van specifieke financiering voor mensenrechten en democratie, evenals een op mensenrechten gebaseerde aanpak en het mainstreamen van mensenrechten in onze steun aan en partnerschappen met derde landen, kan dienen om de positie van de Unie wereldwijd te versterken en de waarden van de Unie te ondersteunen; benadrukt dat de middelen voor de digitale diplomatie van de Unie verder moeten worden verhoogd gezien de huidige context van snelle technologische vooruitgang en geopolitieke wedloop, met name om digitaal autoritarisme, buitenlandse inmenging en misbruik van opkomende technologieën tegen te gaan; verzoekt de EDEO systematisch risicobeoordelingen uit te voeren met betrekking tot beperkingen van de civiele ruimte in partnerlanden en derde landen, om ervoor te zorgen dat de financiering van de Unie terechtkomt bij de betrokken belanghebbenden; dringt erop aan dat de groene transitie worden ondersteund door voldoende financiële en personele middelen in de EDEO en de delegaties van de Unie, en consequent worden geïntegreerd in politieke dialogen, partnerschappen en externe uitgaven, ook in derde landen, en dat daarbij wordt gezorgd voor samenhang met het concurrentievermogen, de energiezekerheid en de economische veerkracht van partnerlanden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>benadrukt dat de EDEO zijn administratieve en analytische capaciteit moet versterken met betrekking tot regio’s die van toenemend strategisch belang zijn, zoals het Noordpoolgebied; dringt erop aan dat het personeel beter wordt getraind, dat de coördinatie tussen de diensten wordt verbeterd en dat er voldoende middelen worden vrijgemaakt voor risicobeoordeling, situationeel bewustzijn en samenwerking met betrokken partners; benadrukt dat deze capaciteitsopbouw volledig in overeenstemming moet zijn met een goed financieel beheer en met de bestaande budgettaire beperkingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>neemt met voldoening kennis van het vervolgverslag over de centrale rol en acties van de EDEO bij het bevorderen van vrede en stabiliteit in het Midden-Oosten, onder meer door op te roepen tot onbelemmerde toegang tot en duurzame distributie van humanitaire hulp op grote schaal, in overeenstemming met de internationale humanitaire beginselen; benadrukt dat humanitaire hulp op een veilige, doeltreffende en gedepolitiseerde manier moet worden verleend en niet mag worden omgeleid of misbruikt door terroristische of gewapende groeperingen; merkt op dat de Unie sinds het begin van de crisis in Gaza alle beschikbare humanitaire instrumenten heeft ingezet om het leed van de Palestijnen in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever te verlichten, en sinds oktober 2023 450 miljoen EUR aan humanitaire hulp heeft verstrekt, met inbegrip van een eerste hulppakket van 120 miljoen EUR voor 2025, en dat in het specifieke geval van steun van de Unie in Palestina de bestaande mechanismen volgens de Commissie “solide zijn en goed functioneren”, zoals opnieuw is bevestigd in het kader van de financiële evaluatie van de bijstand van de Unie in Palestina in november 2023; merkt voorts op dat de Commissie in april 2025 haar goedkeuring heeft gehecht aan een alomvattend meerjarenprogramma voor Palestina ter waarde van maximaal 1,6 miljard EUR voor de periode 2025-2027 ter ondersteuning van economisch herstel, veerkracht en bestuur op de Westelijke Jordaanoever, in Oost-Jeruzalem en in Gaza, waarvan maximaal 620 miljoen EUR in de vorm van rechtstreekse financiële steun aan de Palestijnse Autoriteit; wijst erop dat de Commissie in mei 2024 een financiëlesteunpakket van 1 miljard EUR heeft aangekondigd om Libanon te helpen het hoofd te bieden aan binnenlandse en regionale uitdagingen; is in dit verband ingenomen met het standpunt dat de vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger tijdens de hoorzitting heeft ingenomen, namelijk dat als fundamenteel rechtsbeginsel geldt dat degene die schade veroorzaakt, daarvoor ook moet betalen; merkt op dat een allesomvattende beoordeling van de schade voorbarig blijft zolang er geen toegang tot Gaza is; acht het echter van belang dat er robuuste monitoring- en verantwoordingsmechanismen worden ingevoerd en onder meer ook wordt voorzien in betrouwbare, onafhankelijke en verifieerbare informatie, om zodra er toegang is tot Gaza in kaart te brengen hoe groot de schade is en wat de behoeften zijn; verzoekt de EDEO alle beschikbare instrumenten te blijven inzetten, waaronder humanitaire, diplomatieke, financiële en, in voorkomend geval, beperkende maatregelen, om de op regels gebaseerde internationale orde te handhaven en duurzame vrede en veiligheid in de regio te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>herinnert aan zijn standpunt over de begroting van de Unie voor 2026 en wijst erop dat het belangrijk is politieke, economische en sociale hervormingen in de zuidelijke buurlanden te ondersteunen, onder meer door tegemoet te komen aan de toenemende humanitaire behoeften, en er tegelijkertijd voor te waken dat middelen van de Unie worden toegewezen aan overheidsinstellingen, personen of verenigingen die banden hebben met wat voor soort terroristische bewegingen dan ook en die zich openlijk uitspreken tegen de fundamentele waarden van de Unie, zoals islamistische, antisemitische, antichristelijke en anti-moslimbewegingen; herinnert eraan dat de EDEO verantwoordelijk is voor het bieden van politieke sturing en het houden van strategisch toezicht op het externe optreden van de Unie, terwijl de Commissie de volledige verantwoordelijkheid behoudt voor het beheer, de aanbesteding en de uitbetaling van begrotingsmiddelen van de Unie die aan uitvoerende partners en internationale organisaties worden verstrekt; herinnert er aan dat 19 van de 13 000 medewerkers van de UNRWA in Gaza ervan zijn beschuldigd betrokken te zijn geweest bij de verachtelijke terroristische aanslagen van Hamas van 7 oktober 2023 op Israël; neemt kennis van het antwoord van de Verenigde Naties op deze beschuldigingen, waaronder de onderzoeken die zijn ingesteld door het Bureau voor Intern Toezicht van de VN (OIOS), waarna het dienstverband van negen medewerkers in het belang van de organisatie formeel is beëindigd, en wijst op de aanbevelingen uit het rapport-Colonna; merkt op dat de Commissie samen met de UNRWA heeft gewerkt aan het verbeteren van de neutraliteitsprocedures en controlesystemen binnen de organisatie, in overeenstemming met de bevindingen van de onderzoeken van het OIOS, en aan de monitoring van de toepassing van het door de UNRWA gepresenteerde actieplan; neemt kennis van het oordeel van de Commissie dat de UNRWA zich blijft inzetten voor de uitvoering van de overeengekomen aanbevelingen en voor de naleving van alle met de EU overeengekomen voorwaarden voor voortzetting van de financiering in 2024; spoort de Commissie in dit verband aan om zich te blijven inzetten en de vinger aan de pols te blijven houden om ervoor te zorgen dat financiering gepaard gaat met solide waarborgen inzake neutraliteit, transparantie en verantwoordingsplicht; merkt op dat de Unie de Palestijnse schoolboeken niet financiert en dat deze boeken evenmin onder de verantwoordelijkheid van de UNRWA vallen, ook al controleert de UNRWA alle uitgegeven schoolboeken om eventuele problematische inhoud aan te pakken; herinnert eraan dat de Palestijnse Autoriteit al het onderwijsmateriaal en alle inhoud die niet voldoen aan de Unesco-normen moet verwijderen, wat met name geldt voor inhoud waarin antisemitisme wordt aangemoedigd, waarin wordt aangezet tot geweld en waaraan Palestijnse kinderen niet zouden moeten worden blootgesteld; herinnert eraan dat er geen middelen van de Unie direct of indirect beschikbaar mogen worden gesteld voor dergelijk onderwijsmateriaal; benadrukt dat de Unie financiële steun op het gebied van onderwijs moet verlenen aan de Palestijnse Autoriteit op voorwaarde dat de inhoud van schoolboeken wordt afgestemd op de Unesco-normen, in overeenstemming met de bevindingen uit het in opdracht van de Commissie opgestelde rapport van het Georg Eckert-instituut, waarin een complex beeld wordt geschetst van de schoolboeken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>spreekt zijn diepe bezorgdheid uit over het verslag over vermeende interne documenten van Hamas uit de periode 2018-2022, die oorspronkelijk door de Israëlische strijdkrachten in de Gazastrook zijn gevonden en later zijn vrijgegeven en verspreid via NGO Monitor, en die zouden wijzen op pogingen van Hamas tot infiltratie en monitoring via zogenaamde “garantiegevers” van internationale ngo’s, ook bij door de Unie gefinancierde humanitaire projecten in de Gazastrook; herinnert eraan dat de toetsingsmechanismen, grotendeels naar aanleiding van de verzoeken van het Parlement, sinds 2023 verder zijn versterkt en ook specifieke controles, risicoanalyses en aanvullende externe monitoring omvatten; wijst erop dat elke bewering over misbruik van belastinggeld van de Unie zorgvuldig moet worden geverifieerd, en dringt er bij de Commissie op aan alle beschuldigingen van ongepaste infiltratie en beïnvloeding binnen door de Unie gefinancierde humanitaire projecten in risicogebieden te onderzoeken en EU-financiering op te schorten of terug te vorderen wanneer blijkt dat inbreuken daadwerkelijk hebben plaatsgevonden; onderstreept dat elke beschuldiging van misbruik van EU-middelen die indirect bij terroristische organisaties terechtkomen, de integriteit van de bijstand van de Unie ondermijnt; waarschuwt ervoor dat in gewapende conflicten desinformatie en informatieoorlog voor strategische doeleinden gangbare praktijken zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>herinnert eraan dat miljoenen mensen wereldwijd te maken hebben met discriminatie, vervolging of geweld op grond van hun geloof of overtuiging; spoort de Commissie en de EDEO aan om, binnen hun respectieve bevoegdheden, te blijven zorgen voor een evenwichtige beleidsaandacht, coördinatie en transparantie bij de aanpak van alle vormen van religieuze haat en intolerantie, met inbegrip van haat tegen christenen, haat tegen moslims en antisemitisme, en geregeld aan het Parlement verslag te blijven uitbrengen over de daartoe genomen maatregelen en de daarvoor ingezette middelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>maakt uit het vervolgverslag op dat de EDEO zich voortdurend inspant om de dialoog over de politieke, economische en sociale situatie, de rechtsstaat en de strijd tegen corruptie te ondersteunen en de democratie en de mensenrechten in verschillende landen te versterken; is ingenomen met het feit dat de EDEO en de delegaties van de Unie contact blijven onderhouden met vertegenwoordigers van nationale overheden en instellingen, maatschappelijke organisaties, belanghebbenden die gespecialiseerd zijn in democratisch bestuur, mensenrechten en media, de sociale partners en internationale en regionale organisaties; merkt op dat de ondersteuning van mensen- en vrouwenrechtenverdedigers, ook van inheemse verdedigers, een van de belangrijkste prioriteiten van de EDEO is, in overeenstemming met het actieplan inzake mensenrechten en democratie 2020-2027 van de Unie, en door middel van een reeks activiteiten, zoals politieke dialogen, politieke verslaglegging, publieksdiplomatie, multilaterale fora en jaarverslagen over de uitvoering van de mensenrechten, wordt bevorderd; verzoekt de EDEO en de delegaties van de Unie om hun inspanningen op het gebied van bijstand en logistieke en technologische ondersteuning aan en betrokkenheid bij mensenrechtenverdedigers verder op te voeren, in overeenstemming met de EU-richtsnoeren over mensenrechtenverdedigers, en daarbij bijzondere aandacht te besteden aan vrouwen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>maakt uit de vragenlijst op dat de in 2023 opgerichte dienst voor corporate governance een belangrijke rol speelt bij de verbetering van het beheer van de EDEO door ondersteuning te bieden bij de opstelling van de jaarlijkse beheersplannen en activiteitenverslagen van de EDEO, door de risicobeheerprocessen te versterken, door systemische bedrijfskwesties in de delegaties van de Unie aan te pakken en door het concept van “één delegatie” uit te voeren, dat tot doel heeft de versnippering van het beheer en de verslaglegging te verminderen en terugkerende kwesties en beste praktijken zowel op het hoofdkantoor als in de delegaties van de Unie te documenteren; verzoekt de EDEO de door de Rekenkamer gesignaleerde tekortkomingen in de interne controles en het documentenbeheer snel aan te pakken, teneinde de integriteit van het informatiebeheer te verbeteren en een consistente verslaglegging in alle delegaties van de Unie te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>neemt met voldoening kennis van de inspanningen die de EDEO zich volgens het vervolgverslag en de vragenlijst heeft getroost om tot een feministische diplomatie te komen, ondanks het feit dat de lidstaten de belangrijkste rol spelen bij het vaststellen van de richtsnoeren voor het externe optreden van de Unie; is met name ingenomen met de maatregelen die zijn genomen om de uitvoering van de verbintenissen van de Unie in het kader van het genderactieplan (GAP) III te versnellen; merkt op dat de ambassadeur voor gender en diversiteit van de Unie zich heeft ingezet om een genderperspectief te integreren in mensenrechtendialogen en belangrijke multilaterale verklaringen en resoluties; merkt voorts op dat genderresponsief leiderschap een belangrijk element is gebleven in de institutionalisering van gendermainstreaming; is in dit verband ingenomen met de oprichting van contactpunten voor genderkwesties in november 2024; merkt op dat GAP III in 2027 afloopt, en dringt er derhalve bij de EDEO op aan een ambitieuzer genderactieplan IV uit te werken met het oog op een sterkere koppeling tussen vrouwenrechten en empowerment en het buitenlands en veiligheidsbeleid van de Unie, dat met ingang van 2028 kan worden uitgevoerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>benadrukt dat de Unie meer middelen moet uittrekken voor de versterking van een speciale begrotingslijn in het kader van het buitenlands beleid van de Unie die specifiek gericht is op gendergelijkheid en de agenda voor vrouwen, vrede en veiligheid (VVV), om te zorgen voor consistente financiering voor initiatieven op het gebied van genderresponsief leiderschap, de bescherming van vrouwenrechten en de bestrijding van seksueel en gendergerelateerd geweld in conflict- en post-conflictsituaties; benadrukt dat die financiering essentieel is voor het ondersteunen van lokale maatschappelijke organisaties, het bieden van op overlevenden gerichte steun en het integreren van genderperspectieven in de diplomatieke en veiligheidsinspanningen van de Unie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>beschouwt verkiezingswaarnemingsmissies als een praktisch en doeltreffend instrument voor buitenlands beleid dat een essentieel onderdeel vormt van de beleidsmaatregelen en strategieën van de Unie ter ondersteuning van de mensenrechten; maakt uit het vervolgverslag op dat de EDEO geen plannen heeft om de waarnemingsactiviteiten uit te breiden naar kandidaat-lidstaten en buurlanden, omdat deze landen voldoende worden bestreken door waarnemingsmissies onder leiding van het Bureau voor Democratische Instellingen en Mensenrechten van de OVSE, dat een vergelijkbare methodologie hanteert als de Unie en vaak gebruikmaakt van dezelfde pool van deskundigen; herhaalt niettemin zijn verzoek aan de Unie om te zorgen voor voldoende middelen, waaronder deskundigheid op het gebied van integriteit van informatie online en inmengingsrisico’s in verkiezingswaarnemingsmethoden, voor de verkiezingswaarnemingsmissies van de Unie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>neemt met voldoening kennis van het vervolgverslag over de inspanningen die de Unie in 2024 heeft geleverd om kinderen in door conflicten getroffen regio’s te beschermen via haar delegaties; is ingenomen met de actualisering van de richtsnoeren van de Unie over kinderen en gewapende conflicten in 2024, die een kader bieden om de bescherming te versterken en ernstige schendingen tegen kinderen in oorlogstijd te voorkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>herinnert eraan dat het Parlement in 2021 een proefproject heeft voorgesteld met het oog op de oprichting van de Europese diplomatieke academie, met als doel een kritische massa te creëren van Europese diplomaten die zijn opgeleid op het gebied van de buitenlandse betrekkingen en veiligheid van de Unie, en een Europese diplomatieke cultuur te ontwikkelen die erop is gericht de rol van de Unie als effectieve speler op het gebied van buitenlands beleid te versterken; merkt op dat aan de eerste fase van dat proefproject, die het academische jaar 2022-2023 bestreek, 42 jonge diplomaten deelnamen, terwijl er in de tweede fase, die het academische jaar 2023-2024 bestreek, vijftig deelnemers waren; merkt op dat de tweede fase bestond uit twee identieke cursussen van vier maanden, gevolgd door een opleidingsopdracht van één maand op het hoofdkantoor van de EDEO in Brussel; merkt op dat de cursussen en het opleidingsprogramma werden uitgevoerd door een academisch consortium gevormd door het Europacollege in België (Brugge) en Polen (Natolin); maakt uit de vragenlijst op dat het Europacollege, in overeenstemming met de dienstverleningsovereenkomst EEAS/2022/OP/0168-2023, een eindverslag heeft opgesteld met de beoordeling van de tweede fase van het proefproject; verzoekt de EDEO dit verslag aan de kwijtingsautoriteit te verstrekken; maakt uit het verslag van de EDEO over de jaarrekeningen voor de jaren 2022, 2023 en 2024 met betrekking tot de uitvoering van de begroting voor de proeffasen van de Europese diplomatieke academie op dat de EDEO in 2022 831 000 EUR, in 2023 120 000 EUR en in 2024 862 000 EUR heeft betaald; verzoekt de EDEO om het Parlement in het kader van de kwijtingsprocedure kopieën te verstrekken van alle documentatie met betrekking tot de uitgevoerde aanbestedingsprocedures, ondertekende contracten en verrichte betalingen in verband met de eerste en tweede fase van het proefproject voor de Europese diplomatieke academie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>merkt voorts op dat de Raad op 21 mei 2024, voortbouwend op de ervaring en structuur die in de proeffasen zijn ontwikkeld, een besluit heeft genomen om een volwaardige Europese diplomatieke academie op te richten voor vier academische jaren, te beginnen vanaf het academisch jaar 2024-2025, waarbij de cursus- en opleidingsactiviteiten zijn toegewezen aan het Europacollege, terwijl de Europese diplomatieke academie zal functioneren onder de verantwoordelijkheid van de vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger, die advies zal krijgen van een stuurgroep bestaande uit een door elke lidstaat aangewezen vertegenwoordiger, alsmede vertegenwoordigers van het Parlement, de Raad en de Commissie; maakt uit dat besluit op dat er een bedrag van 1,72 miljoen EUR is uitgetrokken voor de periode van 1 juli 2024 tot en met 30 juni 2025, terwijl het beheer van de uitgaven in verband met de Europese diplomatieke academie onder toezicht staat van de Commissie via de Dienst Instrumenten buitenlands beleid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>merkt op dat de EDEO, na de oprichting van de dienst voor corporate governance in 2023, zijn intern controlekader in 2024 heeft geactualiseerd in verband met de rol van de Chief Governance Officer en om een monitoringmechanisme voor interne controles in te voeren; maakt uit de vragenlijst op dat het intern controlekader van de EDEO is afgestemd op dat van de Commissie; merkt op dat de EDEO, naast de standaard jaarlijkse beoordeling van zijn interne controlesysteem, in 2024 een enquête heeft gehouden onder 167 respondenten/medewerkers, die allen verantwoordelijkheden als gesubdelegeerd ordonnateur hebben, en dat de resultaten van die enquête worden besproken op het niveau van het hoger management in het internecontrolecomité van de EDEO; merkt op dat uit die enquête 183 aandachtspunten naar voren zijn gekomen, met name met betrekking tot uitdagingen waarmee de delegaties van de Unie worden geconfronteerd, zoals bewustwording van interne controles en risicobeheer, het aanwerven en behouden van gekwalificeerd personeel en IT-diensten; is ingenomen met het feit dat de EDEO een actieplan heeft opgesteld om bestaande problemen te verhelpen en potentiële risico’s proactief aan te pakken; verzoekt de EDEO de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van deze zaken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>spoort de EDEO aan om de interne controles en systemen voor documentbeheer te verbeteren en de door de Rekenkamer geconstateerde tekortkomingen aan te pakken, met name die welke betrekking hebben op informatiebeheer en verslaglegging door delegaties van de Unie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>merkt op dat de EDEO twee vormen van voorafgaande controles toepast op financiële transacties (vastleggingen, betalingen en invorderingsopdrachten); merkt op dat één vorm van voorafgaande controle gedecentraliseerd is, d.w.z. onafhankelijk van de verantwoordelijke gesubdelegeerde ordonnateur wordt uitgevoerd, voor betalingen in verband met facturen waarvan het bedrag (per 2024) lager is dan 15 000 EUR; merkt op dat voor alle andere financiële transacties de voorafgaande controle intern wordt uitgevoerd door de operationele afdelingen of door de delegaties van de Unie; merkt op dat er voor aanbestedingsprocedures ook twee vormen van voorafgaande controles bestaan: één vorm voor contracten waarvan de waarde gelijk is aan of hoger is dan de drempels van Richtlijn 2014/24/EU, die onafhankelijk van de gesubdelegeerde ordonnateur van de afdeling die verantwoordelijk is voor het aanbestedingsdossier wordt uitgevoerd, en een andere vorm die intern wordt uitgevoerd door de verantwoordelijke afdeling voor contracten met een (zeer) lage en gemiddelde waarde;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>merkt op dat voor financiële fouten het geconstateerde foutenpercentage overeenkomt met fouten die zijn geconstateerd bij controles achteraf (nadat de betaling/terugvordering heeft plaatsgevonden), hetgeen resulteert in een restfout die ook fouten weerspiegelt waarvan wordt aangenomen dat ze van invloed zijn op de niet-gecontroleerde uitgaven en inkomsten; merkt op dat in 2024 het restfoutenpercentage voor de uitgaven van de EDEO 0,03 % bedroeg en voor de ontvangsten 0,05 %; merkt met betrekking tot fouten bij aanbestedingen op dat de EDEO zijn methodologie voor controles achteraf in 2024 heeft geactualiseerd en daarmee heeft afgestemd op de aanpak van de Commissie met betrekking tot de berekening van fouten bij aanbestedingen, waarbij het begrip restfout wordt geschrapt, aangezien de financiële gevolgen van fouten bij aanbestedingen niet op dezelfde manier kunnen worden gekwantificeerd als financiële fouten; merkt op dat op basis van deze nieuwe methodologie de waarde van de geconstateerde fouten bij aanbestedingen in 2024 49 774 108 EUR bedroeg (een stijging ten opzichte van 23 392 948 EUR in 2023) of 4,32 % van de gecontroleerde populatie in 2024 (een stijging ten opzichte van 2,07 % in 2023);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>stelt met tevredenheid vast dat de EDEO in 2024 tastbare vooruitgang heeft geboekt bij de uitvoering van openstaande aanbevelingen van verschillende instanties, zoals de afdeling interne controle van de EDEO, de dienst Interne Audit (IAS) van de Commissie en de Rekenkamer; prijst de rol die het Comité follow-up audit van de EDEO heeft gespeeld bij het waarborgen van de onafhankelijkheid van de afdeling interne controle en het toezicht op de kwaliteit van de internecontrolewerkzaamheden en bij de voortgang die er is geboekt met betrekking tot de follow-up van interne- en externecontroleaanbevelingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>merkt met betrekking tot de door de afdeling interne controle uitgevoerde controles op dat het aantal openstaande aanbevelingen is teruggebracht van vier kritische en 49 zeer belangrijke aanbevelingen tot drie kritische en 32 zeer belangrijke aanbevelingen en dat drie actieplannen zijn geëvalueerd, waarvan er één als bevredigend is beoordeeld; merkt op dat de resterende kritische aanbevelingen verband houden met de audit over het beheer van het gebouw van de EU-delegatie in Washington, die door juridische kwesties is vertraagd, en dat 13 van de 32 resterende zeer belangrijke aanbevelingen verband houden met de controle over de informatiestromen tussen de EDEO, DG HR en het PMO; constateert voorts dat de afdeling interne controle een adviesonderzoek naar de aanbestedingsprocedures op het hoofdkantoor heeft gestart, een strategische risicobeoordeling heeft geïnitieerd, een benchmarking met andere instellingen van de Unie heeft uitgevoerd, zijn taakomschrijving heeft geactualiseerd, waarmee het meerjarig controleplan 2022-2024 is voltooid, en de nodige stappen heeft ondernomen om zijn nieuwe strategisch controleplan voor de periode vanaf 2025 voor te bereiden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>merkt op dat de IAS twee controles heeft afgerond met betrekking tot de toewijzing van personele middelen en de fraudebestrijdingsstrategie van de EDEO, waarvoor momenteel actieplannen worden uitgevoerd, en dat er eind 2024 een nieuwe controle is gestart van controles achteraf, waarvan de operationele werkzaamheden tot in 2025 zijn voortgezet; verzoekt de EDEO de kwijtingsautoriteit op de hoogte te brengen van de voortgang die is geboekt met de uitvoering van de nog openstaande aanbevelingen van de IAS in het kader van de follow-up van de in 2022 gestarte controle van het aanbestedingsproces en de contractmonitoring bij de EDEO;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>maakt uit het jaarlijkse activiteitenverslag van de EDEO (het “EDEO-verslag 2024”) voor 2024 op dat de activiteiten van elke delegatie van de Unie periodiek (om de vier à vijf jaar) worden geëvalueerd door middel van inspectiebezoeken en strategische bedrijfsoefeningen; merkt op dat er in 2024 26 delegaties van de Unie zijn geïnspecteerd, hetgeen heeft geleid tot de formulering van duizend aanbevelingen en adviezen aan de geïnspecteerde delegaties van de Unie en de diensten van het hoofdkantoor, waaronder zes kritische aanbevelingen en ongeveer honderd zeer belangrijke aanbevelingen; maakt tot zijn bezorgdheid uit de vragenlijst op dat twee delegaties van de Unie kritische aanbevelingen hebben ontvangen met betrekking tot het interne beheer; is ingenomen met het feit dat de EDEO in beide gevallen een strikte follow-up heeft uitgevoerd en, hoewel één inspectie vanwege de complexiteit ervan nog loopt, de delegatie actief ondersteunt bij het oplossen van de openstaande kwesties en het uitvoeren van de vereiste corrigerende maatregelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>merkt op dat de EDEO grotendeels op schema ligt om de door de Rekenkamer gestelde deadline voor de uitvoering van de aanbevelingen uit Speciaal verslag 02/2024 van de Rekenkamer over “De coördinerende rol van de Europese Dienst voor extern optreden” voor eind 2025 te halen; stelt vast dat alle nieuw benoemde delegatiehoofden in 2024 en 2025 een opdrachtbrief hebben ontvangen en dat verbeterde feedbackmechanismen en het proces van het jaarlijkse beheersplan de coördinatie tussen het hoofdkantoor en de delegaties van de Unie hebben versterkt; is ingenomen met de voortdurende uitvoering van de strategie voor informatiebeheer van de EDEO, met inbegrip van de volledige uitrol van het samenwerkingsplatform HIVE, dat door meer dan 16 500 medewerkers wordt gebruikt; neemt kennis van de voortdurende samenwerking met de Commissie, de Raad en de lidstaten om de interoperabiliteit te verbeteren en de besprekingen over een gestandaardiseerde rubricering voort te zetten; neemt voorts kennis van de voltooiing van de beoordeling van de werkdruk bij de delegaties van de Unie in september 2024, die de basis vormde voor het daaropvolgende politieke akkoord over de modernisering van het netwerk van delegaties van de Unie in mei 2025; merkt op dat de EDEO in de door de Rekenkamer uitgevoerde controles de status van “geassocieerde dienst” heeft gekregen, terwijl vier controles (Speciale verslagen 17/2024, 18/2024, 06/2024 en 04/2025) in 2024 zijn afgerond en twee controles (Speciale verslagen 17/2025 en 20/2025) in 2024 zijn gestart en in 2025 zijn afgerond; neemt in dit verband met voldoening kennis van de goede samenwerking van de EDEO met de bij deze controles betrokken directoraten-generaal van de Commissie;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Personele middelen, gelijkheid en welzijn van het personeel</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>merkt op dat de EDEO, exclusief lokaal personeel, in totaal 2 902 personeelsleden in dienst had, onder wie 1 268 ambtenaren, 442 tijdelijke functionarissen, 619 arbeidscontractanten en 573 gedetacheerde nationale deskundigen (GND’s), tegenover 2 812 personeelsleden, onder wie 1 245 ambtenaren, 450 tijdelijke functionarissen, 603 arbeidscontractanten en 514 GND’s, in 2023; herinnert aan het belang van vaste contracten om vaardigheden, continuïteit en een productieve werkomgeving in stand te houden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>maakt uit het EDEO-verslag 2024 op dat van de in totaal 5 355 personen die bij de EDEO werkzaam waren, 47 % aan het eind van 2024 werkzaam was op het hoofdkantoor van de EDEO en 53 % bij de delegaties van de Unie, van wie 1 622 als plaatselijke functionarissen bij de delegaties van de Unie; merkt op dat tijdens de hoorzitting door leden bezorgdheid is geuit over het vermeende ontslag van lokaal personeel in bepaalde delegaties van de Unie zonder dat het lokale arbeidsrecht naar behoren is nageleefd; merkt op dat de leden van CONT na die hoorzitting aanvullende schriftelijke vragen hebben ingediend; maakt uit de antwoorden van de EDEO op die vragen (de “tweede vragenlijst”) op dat de projectgroep van de commissarissen voor extern optreden op 14 mei 2025 een project voor de modernisering van het netwerk van delegaties van de Unie heeft goedgekeurd; merkt op dat de uitvoering van dit project onder meer inhoudt dat de financiële, contractuele en controlefuncties voor de zes delegaties van de Unie in de Westelijke Balkan worden gecentraliseerd in het hoofdkantoor van DG Uitbreiding en Oostelijk Nabuurschap, en dat het aantal personeelsleden dat zich bezighoudt met financiën en contracten in die delegaties van de Unie wordt verminderd, op basis van beoordelingen die in overleg met juridische adviseurs zijn uitgevoerd; merkt op dat de EDEO met betrekking tot de ontslagregeling beweert dat alle rechten uit hoofde van het lokale recht en de interne regels van de Unie zijn nageleefd, waarbij de financiële regelingen voor ontslag om economische redenen de gunstigste zijn van alle regelingen die door het lokale recht en de Unie worden voorgeschreven, en dit ondanks de bezorgdheid die door de plaatselijke functionarissen in de betrokken delegaties van de Unie is geuit; merkt voorts op dat de EDEO samen met de Commissie nauw samenwerkt met lokale advocatenkantoren die advies geven over lokale wettelijke vereisten, zodat het ontslagproces volledig in overeenstemming met de toepasselijke lokale arbeidswetgeving verloopt; verzoekt de EDEO om bij het opstellen van het ontslagplan voor lokaal personeel uitvoerig overleg te plegen met de vertegenwoordiger van het lokaal personeel; maakt tot zijn bezorgdheid uit de antwoorden op de vragenlijst op dat wanneer een delegatie van de Unie naar een ander land wordt verplaatst, bijvoorbeeld in geval van een evacuatie (zoals de verhuizing van het bijkantoor in Sudan naar Egypte), plaatselijke functionarissen die in het land van herkomst werkzaam zijn, worden ontslagen, zonder dat er voor hun veiligheid wordt gezorgd; verzoekt de EDEO om haalbare oplossingen te vinden voor de veiligheid en beveiliging van lokale medewerkers die loyaal in de delegaties van de Unie hebben gewerkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>uit zijn diepe bezorgdheid over berichten dat er onvoldoende sociaal overleg wordt gevoerd en dat beschermde personeelsvertegenwoordigers tot de plaatselijke functionarissen behoren die in bepaalde delegaties van de Unie door ontslagen zijn getroffen; herinnert eraan dat de eerbiediging van de plaatselijke arbeidswetgeving, verplichtingen in het kader van sociaal overleg en de bescherming van personeelsvertegenwoordigers essentiële elementen zijn van goed bestuur en de geloofwaardigheid van de Unie als werkgever;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>wijst erop dat elke herstructurering, overplaatsing of ontslag met gevolgen voor lokaal personeel moet worden voorafgegaan door zinvol overleg met personeelsvertegenwoordigers en gepaard moet gaan met concrete maatregelen om de rechten, veiligheid en waardigheid van plaatselijke functionarissen te waarborgen, in het bijzonder in gevallen van crises of evacuaties; verzoekt de EDEO een beoordeling uit te voeren van de kosteneffectiviteit van personeelsinkrimpingen in vergelijking met alternatieve organisatorische oplossingen en hierover verslag uit te brengen aan de kwijtingsautoriteit, en zich daarbij ook te richten op de financiële, operationele en reputatiegevolgen op lange termijn van ontslagen van lokaal personeel;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>verzoekt de EDEO de veiligheid van de delegaties van de Unie verder te verbeteren, onder meer door middel van cyberbeveiliging, fysieke beveiliging en de opbouw van capaciteiten voor evacuaties in crisissituaties, en systematisch verslag uit te brengen over de vooruitgang en de resterende kwetsbaarheden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>56.</NO.P>merkt op dat 46,60 % van alle EDEO-personeelsleden in 2024 vrouw was (tegenover 46,80 % in 2023); merkt met betrekking tot de vertegenwoordiging van vrouwen en de functies die zij in 2024 bij de EDEO bekleedden op dat 40 % administrateurs waren, 63,78 % assistenten, 73,25 % secretariaatsmedewerkers, 56,70 % arbeidscontractanten en 26,87 % gedetacheerde nationale deskundigen; neemt met voldoening kennis van het EDEO-verslag 2024, waarin de inspanningen van de instelling om een grotere vertegenwoordiging van vrouwen in leidinggevende functies te bereiken, worden vermeld; merkt in dit verband een stijgende trend op wat betreft hogere leidinggevende functies, met 37,30 % vrouwen in 2024 (tegenover 31 % in 2023), maar een lichte daling wat betreft middenkaderfuncties, met 38,70 % vrouwen in 2024 (tegenover 40,40 % in 2023); is ingenomen met de stijging van 35,50 % in 2023 tot 36,10 % in 2024 wat betreft de vertegenwoordiging van vrouwen in functies als delegatiehoofd; is verheugd over de geleidelijke toename van het aantal vrouwen in leidinggevende functies binnen de EDEO, maar merkt op dat vrouwen nog steeds ondervertegenwoordigd zijn op het AD-niveau en oververtegenwoordigd op het AST-niveau, en dat het genderevenwicht in middenkaderfuncties en hogere leidinggevende functies, zowel op het hoofdkantoor als in de delegaties van de Unie, nog niet volledig is bereikt; wijst erop dat er weliswaar moet worden gezorgd voor gelijke kansen voor het personeel binnen de organen van de instelling, maar dat excellentie en professionalisme binnen de EDEO behouden moeten blijven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>57.</NO.P>neemt kennis van het vervolgverslag over de inspanningen van de EDEO om meer sollicitaties te ontvangen van het ondervertegenwoordigde geslacht; is in dit verband ingenomen met de organisatie in 2024 van vier opleidingsactiviteiten voor managers over genderresponsief leiderschap, die door 80 % van de senior managers van de EDEO zijn gevolgd, en een volledig vier maanden durend programma van 29 uur over genderresponsief leiderschap voor 13 managers, waaronder vier van delegaties van de Unie; merkt voorts op dat de EDEO een nieuw netwerk van contactpunten voor genderkwesties heeft opgezet en een taskforce voor het Verdrag van Istanbul heeft ingesteld, die in 2024 een tussentijds verslag met een actieplan heeft gepresenteerd; neemt kennis van het werk van de ambassadeur van de Unie voor gender en diversiteit om een genderperspectief te integreren in mensenrechtendialogen en belangrijke multilaterale verklaringen en resoluties; verzoekt de EDEO om verslag te blijven uitbrengen over de laatste ontwikkelingen van het GAP voor 2021-2025 en over de maatregelen die zijn genomen om de deelname van vrouwen aan alle diplomatieke en politieke dialogen verder te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>58.</NO.P>neemt kennis van de inspanningen van de EDEO om tot een divers en representatief personeelsbestand te komen; betreurt echter het aanhoudende gebrek aan geografisch evenwicht en regionale diversiteit in de EDEO, onder meer in leidinggevende functies en in belangrijke functies op het hoofdkantoor; merkt op dat eind 2024 drie lidstaten (één lidstaat in 2025) nog steeds geen ambassadeur van de Unie hadden, terwijl ambassadeurs uit vijf lidstaten 56 % van alle ambassadeursposten van de Unie bekleedden, tegenover 54 % in 2023; wijst erop dat een diplomatieke dienst van de Unie de diversiteit van de Unie moet weerspiegelen om de legitimiteit, plaatselijke kennis en doeltreffendheid te versterken; verzoekt de EDEO om, in samenwerking met het Bureau voor personeelsselectie van de Europese Gemeenschappen (EPSO) en de voor het selectiebeleid verantwoordelijke diensten van de Commissie, zich specifieker te richten op ondervertegenwoordigde lidstaten (onder meer via informatie- en aanwervingsevenementen in “focuslanden”), de pijplijn te verbreden door middel van stages, programma’s voor jonge professionals en gestructureerde detacheringen, en de eerlijkheid bij de interne selectie te verbeteren door middel van diverse selectiepanels, transparante criteria en mentorschap/sponsoring voor ondervertegenwoordigde groepen; herinnert eraan dat aanwerving gebaseerd moet blijven op verdienste en in overeenstemming moet zijn met het recht van de Unie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>59.</NO.P>merkt op dat de bezettingsgraad van de personeelsformatie van de EDEO eind 2024 95,3 % bedroeg (tegenover 96,7 % in 2023); merkt bovendien op dat het personeelsverloop bij de EDEO in 2024 12,07 % bedroeg (10,15 % in 2023); merkt op dat deze stijging een weerspiegeling is van de specifieke structuur van de EDEO als diplomatieke dienst, die wordt gekenmerkt door regelmatige roulatie van personeel uit de diplomatieke korpsen van de lidstaten en andere instellingen van de Unie, alsook door de toepassing van een stabiel personeelsbeleid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>60.</NO.P>merkt op dat er wordt gewerkt aan een actualisering van het besluit inzake gedetacheerde nationale deskundigen uit 2014, waarbij de herziene tekst in 2025 moet worden gepubliceerd; merkt op dat de EDEO zijn stageprogramma’s heeft voortgezet door in 2024 62 Blue Book-stagiairs op het hoofdkantoor en 566 stagiairs in 106 delegaties van de Unie te ontvangen; merkt op dat 531 stagiairs uit de laatste categorie door de EDEO of door andere instellingen werden betaald, terwijl voor 35 studenten, die geen stagebeurs ontvingen, de stage een verplicht onderdeel vormde van hun studieprogramma; merkt voorts op dat de EDEO ook de zevende ronde van het programma voor jonge deskundigen in delegaties voor 2023-2025 heeft voortgezet, waarbij 67 jonge deskundigen bij delegaties van de Unie zijn aangesteld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>61.</NO.P>merkt op dat de EDEO in 2024 is doorgegaan met het versterken van een veilige, respectvolle en ethische werkomgeving; is ingenomen met de verbeterde toegankelijkheid van de verplichte e-learning over respect en waardigheid op het werk en het herkennen en aanpakken van intimidatie, die in 2024 door 1 900 personeelsleden is gevolgd; juicht het toe dat 57 % van de managers in 2024 een soortgelijke verplichte opleiding heeft gevolgd; prijst de EDEO voor het feit dat er in 2024 voor personeel in crisisgebieden en voor regionaal veiligheidspersoneel opleidingen werden aangeboden over veerkracht en traumabeheer; is voorts ingenomen met de goedkeuring van een besluit tot uitbreiding van de bescherming tegen psychologische en seksuele intimidatie tot lokaal personeel in delegaties van de Unie, dat nu toegang heeft tot de formele procedures van de EDEO in geval van beschuldigingen van intimidatie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>62.</NO.P>neemt met voldoening kennis van de maatregelen die de EDEO in 2024 heeft genomen in het kader van zijn agenda voor diversiteit en inclusie voor 2023-2025, met name de gerichte maatregelen voor groepen op het gebied van gender, etniciteit, handicap, leeftijd en lhbtiq+-groepen; merkt in dit verband op dat de EDEO diversiteits- en inclusiethema’s in opleidingen heeft opgenomen, lhbtiq+-personeel informatie heeft verstrekt over de juridische en culturele situatie in de landen van detachering en zijn inspanningen op het gebied van diversiteit bij de aanwerving heeft versterkt; prijst voorts de EDEO voor het actualiseren van zijn routekaart voor actie op het gebied van handicaps, het uitvoeren van een enquête over handicaps, het opstellen van factsheets over toegankelijkheid voor delegaties van de Unie, het uitvoeren van een toegankelijkheidsbeoordeling van zijn website en het verstrekken van financiële steun voor niet-medische kosten aan 26 personeelsleden met kinderen met een handicap; verzoekt de EDEO door te gaan met het geven van regelmatige opleidingen aan leidinggevend en niet-leidinggevend personeel op het gebied van diversiteit, rechtvaardigheid, inclusie en saamhorigheid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>63.</NO.P>maakt uit de vragenlijst op dat de EDEO in 2024 16 verzoeken om bijstand heeft ontvangen in verband met beschuldigingen van psychologische intimidatie, waaronder verschillende betrekking hadden op dezelfde medewerker, hetgeen heeft geleid tot het instellen van vier administratieve onderzoeken, en dat één vermeend geval waarbij een medewerker van de Commissie betrokken was, is doorverwezen naar de bevoegde autoriteit van de Commissie; merkt op dat er ook vier formele procedures zijn ingeleid voor plaatselijke functionarissen in de delegatie van de Unie, maar dat er geen prima-faciebewijs is gevonden dat de opening van een administratief onderzoek rechtvaardigt; merkt op dat zes zaken in de loop van het jaar zijn afgerond en dat waar nodig disciplinaire of corrigerende maatregelen zijn genomen, waaronder disciplinaire sancties in twee gevallen en een niet-disciplinaire waarschuwing in een ander geval;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>64.</NO.P>maakt uit de vragenlijst op dat volgens de definitie van de medische dienst van de Commissie langdurig ziekteverlof betekent dat iemand meer dan twintig dagen achter elkaar afwezig is; merkt op dat in 2023 323 personeelsleden langdurig ziekteverlof hadden met een gemiddelde duur van 83 dagen, terwijl dit aantal in 2024 is gestegen tot 338 personeelsleden, met een kortere gemiddelde duur van 77 dagen; merkt voorts op dat, hoewel het exacte aantal gevallen van burn-out onbekend is, een aanzienlijk deel van het ziekteverlof in 2024 verband hield met mentale problemen, zoals depressie en burn-out; is ingenomen met het initiatief van de Commissie om een strategie voor geestelijke gezondheid te ontwikkelen teneinde een gestructureerd en duurzaam kader te bieden voor het aanpakken van uitdagingen op het gebied van geestelijke gezondheid op de werkplek, met inbegrip van de preventie van burn-out en terugkeer naar het werk; moedigt de EDEO aan om ook een formeel mechanisme voor de beoordeling van de werkdruk in te voeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>65.</NO.P>neemt met waardering kennis van het EDEO-verslag 2024 waarin wordt vermeld dat de routekaart voor actie op het gebied van handicaps in 2024 is geactualiseerd en dat er in 2025 een nieuw besluit is aangenomen om de bepalingen van de EDEO, zoals redelijke aanpassingen voor collega’s met een handicap, uit te breiden tot lokaal personeel in delegaties van de Unie;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Ethisch kader en transparantie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>66.</NO.P>neemt met bezorgdheid kennis van het onderzoek dat het Europees Openbaar Ministerie (EOM) in 2025 heeft ingesteld naar mogelijke fraude bij aanbestedingen, corruptie, belangenconflicten en schending van het beroepsgeheim, waarbij sterke vermoedens bestaan van schendingen van de mededingingsregels in verband met de gunning door de EDEO aan het Europacollege, in de periode 2021-2022, van een aanbestedingsprocedure voor een negen maanden durend opleidingsprogramma in verband met de uitvoering van een proefproject voor de oprichting van de Europese diplomatieke academie; benadrukt dat de oprichting van de Europese diplomatieke academie een strategische stap is in de richting van versterking van de diplomatieke capaciteit van de Unie en de ontwikkeling van een werkelijk Europese diplomatieke cultuur; merkt op dat het onderzoek zich richt op de vraag of het Europacollege en/of zijn vertegenwoordigers vooraf op de hoogte waren van de selectiecriteria van de aanbestedingsprocedure en voldoende reden hadden om aan te nemen dat zij de uitvoering van het project zouden krijgen toegewezen, voordat de EDEO de aankondiging van de opdracht officieel had gepubliceerd; merkt voorts op dat de Belgische politie na invallen bij de EDEO en het Europacollege in december 2025 verschillende verdachten heeft aangehouden en vervolgens weer heeft vrijgelaten, namelijk een voormalig vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger, destijds rector van het Europacollege en directeur van de Europese diplomatieke academie, alsmede de toenmalige directeur-generaal van het directoraat-generaal Midden-Oosten, Noord-Afrika en de Golf van de Commissie, en een voormalig secretaris-generaal van de EDEO; stelt met bezorgdheid vast dat de rector van het Europacollege en directeur van de Europese diplomatieke academie ontslag heeft genomen in verband met het lopende onderzoek naar onregelmatigheden bij aanbestedingen en bij de Europese diplomatieke academie; merkt op dat een dergelijk voorval, waarbij er met een openbare aanbesteding is gesjoemeld ten gunste van een instelling voor hoger onderwijs, het vertrouwen in de instellingen van de Unie dreigt te ondermijnen, aangezien beschuldigingen van onregelmatigheden bij openbare aanbestedingen twijfel kunnen zaaien over de transparantie, eerlijkheid en gelijke behandeling van kandidaten; ziet niettemin in dat de feiten in verband met de EOM-onderzoeken onder strikte geheimhoudingsregels vallen en niet openbaar kunnen worden gemaakt in het kader van de kwijtingsprocedure, en benadrukt dat er geen conclusies mogen worden getrokken voordat de gerechtelijke procedure is afgerond; is ingenomen met het feit dat de EDEO zich ertoe heeft verbonden de betreffende documenten beschikbaar te stellen zodra de gerechtelijke onderzoeken zijn afgesloten; verzoekt dat elk vermoeden van fraude naar behoren wordt onderzocht en dat de EDEO daarbij zijn volledige medewerking verleent; eist dat de EDEO, zonder dat er vooruit wordt gelopen op de onderzoeken die gaande zijn, systemische lessen trekt uit deze zaak, zodat er serieuze garanties worden gegeven dat zoiets zich in de toekomst niet meer zal voordoen; verzoekt dat de kwijtingsautoriteit overeenkomstig op de hoogte wordt gehouden van de verdere ontwikkelingen; merkt op dat het Europacollege krachtens de subsidieovereenkomst waarbij de Europese diplomatieke academie aan het Europacollege wordt toevertrouwd, verplicht is samen met zijn eindverslag een verslag inzake de verificatie van uitgaven in te dienen, dat is opgesteld door een externe auditor en binnenkort voor het jaar 2024 moet worden ingediend, zodat er voor volledige transparantie over de bestede 1,8 miljoen EUR in de periode 2022-2024 wordt gezorgd; neemt er kennis van dat de EDEO eind december 2025 met het herzieningsproces van Besluit (GBVB) 2024/1472 van de Raad<FOOTNOTE><FIELD> Besluit (GBVB) 2024/1472 van 21 mei 2024 betreffende een diplomatieke academie van de Europese Unie (PB L, 2024/1472, 22.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2024/1472/oj).</FIELD></FOOTNOTE> tot oprichting van de Europese diplomatieke academie is gestart door een onafhankelijke externe evaluatie te laten uitvoeren van de Europese diplomatieke academie en van de prestaties van het Europacollege bij de uitvoering van de onderwijs- en opleidingsactiviteiten van de Europese diplomatieke academie; verzoekt de EDEO zowel het uitgavenverificatieverslag als de externe evaluatie met de kwijtingsautoriteit te delen en zo de verantwoordingsplicht en transparantie te waarborgen; verzoekt de EDEO het Parlement gedetailleerde informatie te verstrekken over de uitvoering van de aanbevelingen met betrekking tot aanbestedingen van de dienst Interne Audit; verzoekt de EDEO de bevindingen en aanbevelingen te publiceren van de taskforce die in 2024 is opgericht om de aanbestedingsprocedures te versterken, zodat de uitvoering ervan door het publiek kan worden gecontroleerd en andere instellingen van de Unie kunnen profiteren van de ervaringen van de EDEO bij het verbeteren van zijn aanbestedingsprocedures; neemt bovendien kennis van het besluit dat de stuurgroep van de Europese diplomatieke academie op zijn vergadering van 18 december 2025 heeft genomen om het Europacollege te verzoeken te zorgen voor een transparante en openbare aanwervingsprocedure, op basis van de publicatie van een kennisgeving van vacature, voor de benoeming van een nieuwe directeur van de Europese diplomatieke academie; is verheugd dat de stuurgroep voorts heeft verzocht de functie van directeur van de Europese diplomatieke academie te scheiden van die van rector van het Europacollege; onderstreept de noodzaak van waakzaam en doeltreffend parlementair toezicht om de integriteit van aanbestedingen, ethische normen en de bescherming van de financiële belangen en reputatie van de Unie te waarborgen; wijst er nogmaals op dat transparantie en goed financieel beheer bij het gebruik van openbare middelen van de EU een kernbeginsel moeten blijven voor alle EU-instellingen en -organen, met inbegrip van de EDEO, en dat dit beginsel een hoeksteen is voor het behoud van het vertrouwen van de burgers in het externe optreden van de Unie; is van mening dat het EOM-onderzoek niet mag worden gebruikt om de rol van de Europese diplomatieke academie te ondermijnen, maar dat de toegevoegde waarde daarvan ten volle moet worden erkend, met name gezien de aanhoudend positieve feedback van deelnemers en lidstaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>67.</NO.P>maakt uit het verslag van de EDEO op dat het eerste volledige jaar van uitvoering van de fraudebestrijdingsstrategie van 2023 heeft geleid tot een robuustere en coherentere fraudebestrijdingsarchitectuur, waardoor de algehele integriteit en transparantie van de instelling zijn versterkt; merkt op dat deze strategie is uitgevoerd door middel van verbeterde opleidingen inzake fraudebewustzijn en preventiemaatregelen die beter zijn afgestemd op de specifieke verantwoordelijkheden van verschillende personeelsgroepen op het hoofdkantoor en in de delegaties, de verspreiding van interne richtsnoeren en de versterking van beveiligde meldingskanalen; merkt op dat het personeel van de EDEO toegang heeft tot een door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) ontwikkeld leertraject over fraudebestrijding, als onderdeel van de uitvoering van de maatregel van de Commissie in het kader van de fraudebestrijdingsstrategie om samen met de EDEO een gezamenlijk opleidingsplan op het gebied van ethiek en fraudebestrijding te ontwikkelen; is ingenomen met de voortdurende bevordering van de 16 “beginselen van professioneel gedrag” tijdens verplichte cursussen over “ethiek en integriteit” en “beleid ter bestrijding van intimidatie”;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>68.</NO.P>maakt uit de vragenlijst op dat de EDEO in 2024 twee klokkenluiderszaken heeft geregistreerd; merkt op dat beide zaken door OLAF zijn onderzocht en zonder aanbevelingen zijn afgesloten, hetzij na onderzoek, hetzij in de selectiefase; neemt met voldoening kennis van het EDEO-verslag 2024, waarin wordt vermeld dat de EDEO is begonnen met de ontwikkeling van een eigen klokkenluidersbeleid; verzoekt dat het Parlement op de hoogte wordt gehouden van de voortgang op dit gebied; dringt erop aan dat het kader voor klokkenluiders van de EDEO voorziet in vertrouwelijke melding, bescherming tegen represailles voor alle personeelscategorieën, met inbegrip van plaatselijke functionarissen, en jaarlijkse geanonimiseerde rapportage over zaken en resultaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>69.</NO.P>maakt uit de vragenlijst op dat de EDEO in 2024 drie verklaringen van belangenconflicten heeft geregistreerd; constateert dat er met betrekking tot aanbestedingsprocedures in twee gevallen een potentieel risico op belangenconflict is vastgesteld en dat dit is ingeperkt door de betrokken personeelsleden te ontheffen van bepaalde taken in verband met aanbestedingen; merkt voorts op dat in het derde geval, dat betrekking had op de vergoeding van onkosten, geen belangenconflict werd vastgesteld, aangezien het personeelslid geen discretionaire bevoegdheid had bij de berekening van de vergoeding; merkt op dat de EDEO 16 kennisgevingen van activiteiten na uitdiensttreding heeft ontvangen, waaronder vijf met betrekking tot het overstappen naar de particuliere sector, en twee gevallen van draaideurconstructies heeft verboden, zonder dat er een afkoelingsperiode voor voormalige personeelsleden werd opgelegd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>70.</NO.P>merkt op dat er in 2024 elf verdachte gevallen aan OLAF zijn voorgelegd, waarvan er zeven in de selectiefase zijn afgewezen en één zonder aanbevelingen is afgesloten; merkt voorts op dat drie zaken — betreffende mogelijk wangedrag of onregelmatigheden in het kader van aanbestedingsprocedures, contractuitvoering en personeelszaken — nog worden onderzocht; merkt voorts op dat van de 13 OLAF-onderzoeken die in 2023 zijn geopend met betrekking tot de EDEO, tien zaken nog lopen, waarvan één verband houdt met een voorbehoud van de delegatie van de Unie in Sierra Leone met betrekking tot een vermoeden van fraude in verband met de administratieve begroting van die delegatie van de Unie; verzoekt de EDEO zich volledig te blijven inzetten voor nauwe samenwerking met OLAF bij lopende zaken en voor de follow-up van alle nog openstaande aanbevelingen van OLAF;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>71.</NO.P>merkt op dat de EDEO in 2024 19 verzoeken van de Europese Ombudsman heeft behandeld, waarvan tien betrekking hadden op administratieve aangelegenheden (waaronder vertraagde antwoorden), vijf op toegang tot documenten en vier op personeelskwesties, naast verschillende informele verzoeken om informatie die voornamelijk verband hielden met dienstreizen, operaties en toegang tot documenten; stelt met tevredenheid vast dat de Europese Ombudsman in geen van de in 2024 geopende en afgeronde onderzoeken gevallen van wanbeheer heeft geconstateerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>72.</NO.P>betreurt het dat de EDEO heeft verzuimd de uitvoering van samenwerkingsovereenkomsten met derde landen, waaronder de naleving van de voorwaarden daaruit en de mensenrechtenbepalingen, naar behoren te evalueren; wijst erop dat dit verzuim vooral in het oog springt bij de Overeenkomst inzake politieke dialoog en samenwerking (PDCA) met Cuba, die, tien jaar na ondertekening, op alle fronten heeft gefaald, van de eerbiediging van de mensenrechten, gezien de opsluiting van meer dan duizend politieke gevangenen eind 2025, tot de schadelijke invloed van Havana op de Europese veiligheid, zoals bij de nauwe politieke en militaire samenwerking met de regimes in Moskou en Minsk, wat met name blijkt uit het feit dat de Cubanen zijn uitgegroeid tot de grootste groep huurlingen die de Russische strijdkrachten steunen bij hun aanvalsoorlog tegen Oekraïne, en uit hun betrokkenheid bij sabotageacties op het grondgebied van de EU, zoals onlangs in Litouwen is gebleken; merkt op dat, ondanks flagrante schendingen van tal van bepalingen van de Overeenkomst, noch de clausule inzake schorsing, noch de clausule inzake beëindiging in werking is gesteld, terwijl de Unie nog altijd financiële middelen overmaakt naar Cuba, waar het communistische regime de hele economie controleert, misbruik maakt van deze middelen en politieke legitimiteit ontleent aan de aanhoudende samenwerking in het kader van de PDCA; is van mening dat dergelijke regimes niet mogen blijven profiteren van de geprivilegieerde samenwerking met de Europese Unie en dat het geld van de belastingbetalers van de Unie niet ten goede mag komen aan dergelijke regimes; dringt er derhalve op aan dat de overeenkomst wordt beëindigd door artikel 86 daarvan te activeren; verzoekt de Rekenkamer dringend een onderzoek in te stellen naar alle steun die de Unie sinds 2016 aan Cuba heeft verleend;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>73.</NO.P>merkt op dat de vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger in haar hoedanigheid van vicevoorzitter van de Commissie gebonden is aan de regels van het transparantieregister; wijst erop dat de EDEO weliswaar geen instelling is in de zin van artikel 13 van het Verdrag betreffende de Europese Unie en in het Unierecht geen rechtstreekse rol vervult, maar dat de dienst in het Unierecht wel een belangrijke rol vervult wat betreft besluiten over sancties en onderhandelingen over internationale handelsovereenkomsten, waarvan het regelgevingseffect aanzienlijk is; verzoekt de EDEO interne transparantiemaatregelen vast te stellen die in overeenstemming zijn met de normen van het transparantieregister, wat onder meer betekent dat vergaderingen op hoog niveau van betrokken hoger leidinggevend personeel proactief worden gepubliceerd, mits dit de veiligheidsgevoelige diplomatie van de EDEO niet in gevaar brengt; neemt met voldoening kennis van het vervolgverslag waarin staat dat de vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger een bredere discussie op gang heeft gebracht over de aanpak van deze kwestie in de externe dimensie, met aanbevelingen die uiterlijk eind 2025 worden verwacht; verzoekt de EDEO het Parlement op de hoogte te houden van de voortgang in deze kwestie;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Digitalisering, cyberbeveiliging en gegevensbescherming</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>74.</NO.P>maakt uit de vragenlijst op dat de IT-gerelateerde uitgaven, met inbegrip van projecten, apparatuur en cyberbeveiliging, met 6,1 % zijn gedaald van 26,04 miljoen EUR in 2023 tot 24,45 miljoen EUR in 2024; constateert dat de IT-uitgaven voor het hoofdkantoor in 2024 met 37,2 % zijn gestegen, voornamelijk als gevolg van grote investeringen ter ondersteuning van de migratie van de toepassingen van de EDEO, terwijl de uitgaven in de delegaties van de Unie aanzienlijk zijn gedaald na aanzienlijke investeringen in de vernieuwing van hardware en connectiviteit in de delegaties van de Unie in 2023;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>75.</NO.P>herinnert eraan dat de EDEO in 2023 is begonnen met het hosten en beheren van zijn eigen AI-omgeving, waardoor het mogelijk werd om proofs of concept uit te voeren, zoals briefings, notulen van vergaderingen en een AI-assistent; juicht het toe dat in 2024 goedkeuring is gehecht aan de strategie van de EDEO voor artificiële intelligentie, die een mensgerichte benadering van AI bevordert in overeenstemming met Verordening (EU) 2024/1689 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2024/1689 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 tot vaststelling van geharmoniseerde regels betreffende artificiële intelligentie en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 300/2008, (EU) nr. 167/2013, (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1139 en (EU) 2019/2144, en de Richtlijnen 2014/90/EU, (EU) 2016/797 en (EU) 2020/1828 (verordening artificiële intelligentie) (PB L, 2024/1689, 12.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, waardoor ethische en betrouwbare systemen en de richtsnoeren voor het gebruik van generatieve AI van derden worden gewaarborgd; is ingenomen met het feit dat de EDEO het samenwerkings- en documentgerichte platform (HIVE) heeft uitgebreid naar externe gebruikers, bijvoorbeeld uit de lidstaten, en het beheersysteem (HR HUB) voor plaatselijke functionarissen in de delegaties van de Unie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>76.</NO.P>wijst erop dat de inzet van AI-instrumenten in het externe optreden gepaard moet gaan met strikte waarborgen op het gebied van gegevensbescherming, grondrechten, transparantie en menselijk toezicht, ook in de delegaties van de Unie en bij de samenwerking met partners in derde landen; dringt aan op regelmatige verslaglegging aan het Parlement over de uitvoering van de strategie van de EDEO voor artificiële intelligentie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>77.</NO.P>prijst de EDEO voor de maatregelen die er zijn getroffen om de paraatheid op het gebied van cyberbeveiliging te verbeteren door middel van regelmatige veiligheidsbriefings voor een breed scala aan medewerkers en gelieerde instanties, in combinatie met op verzoek van verschillende gebruikersgroepen georganiseerde opleidingssessies, onder meer voor regionaal veiligheidspersoneel en veiligheidscoördinatoren van de delegaties van de Unie, en phishingoefeningen; verzoekt de EDEO om al zijn medewerkers geregeld verplichte opleidingen aan te bieden op het gebied van cyberbeveiliging; maakt tot zijn tevredenheid uit de vragenlijst op dat de EDEO over instrumenten beschikt, zoals zijn centrum voor beveiligingsoperaties, om cyberdreigingen te monitoren en beveiligingskwetsbaarheden in realtime vast te stellen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>78.</NO.P>prijst de EDEO voor de digitale instrumenten en systemen die er worden gebruikt in de strijd tegen FIMI, zoals het FIMI-centrum voor informatie-uitwisseling en -analyse of het systeem voor snelle waarschuwingen; neemt voorts kennis van de lancering van een e-learningcursus over het tegengaan van desinformatie, die toegankelijk is voor alle instellingen van de Unie, en van de voltooiing van een GVDB-handboek over desinformatie, dat bedoeld is om het personeel ter plaatse bij militaire en civiele missies van de Unie te ondersteunen; is ingenomen met de voortdurende ontwikkeling van het bewustmakingsinitiatief EUvsDisinfo en wijst op het belang van verdere samenwerking met de EU-lidstaten teneinde hybride dreigingen ter plekke efficiënter aan te pakken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>79.</NO.P>maakt uit de vragenlijst en het EDEO-verslag 2024 op dat de EDEO ongeveer 27 000 waarschuwingen heeft opgespoord, waarvan er 348 nader onderzoek vereisten; constateert dat in 57 van deze gevallen werd bevestigd dat het om cyberaanvallen ging, en dat vijf daarvan een aanzienlijke impact hadden op de activiteiten van de EDEO; merkt met voldoening op dat de EDEO de tactieken, technieken en procedures van de aanvallers heeft vastgesteld en deze analyse heeft gebruikt om zijn tegenmaatregelen te versterken; vraagt om opheldering over de mate waarin deze aanvallen de activiteiten van de instelling hebben beïnvloed;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Gebouwen en veiligheid</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>80.</NO.P>merkt op dat de EDEO in 2024 over een wereldwijd netwerk beschikte van 328 gebouwen van delegaties van de Unie die werden gebruikt als kantoren en woningen voor delegatiehoofden, en over een uit drie gebouwen bestaand hoofdkantoor in Brussel; merkt op dat de EDEO eind 2024 drie gebouwen in Brussel met een totale oppervlakte van 87 506 m² in gebruik had en gebruikmaakte van 175 kantoorgebouwen voor delegaties van de Unie in derde landen, met een totale oppervlakte van 287 000 m²; merkt voorts op dat de Unie eigenaar was van 23 % van deze gebouwen van delegaties van de Unie, terwijl de overige 77 % werd gehuurd; maakt tot zijn bezorgdheid uit de vragenlijst op dat een tekort aan middelen de uitvoering van het gebouwenbeleid van de EDEO beperkt, terwijl de EDEO juist meer infrastructuurdeskundigen nodig zou hebben om zijn capaciteit om vastgoedprojecten uit te voeren te vergroten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>81.</NO.P>merkt tot zijn tevredenheid op dat de EDEO opnieuw heeft bevestigd zich te zullen inzetten voor het behoud van het netwerk van 145 delegaties van de Unie en de versterking van het beginsel van één delegatie; constateert dat de lopende modernisering tot doel heeft de efficiëntie te verbeteren en het netwerk af te stemmen op de prioriteiten van de Unie, rekening houdend met de budgettaire beperkingen; benadrukt dat er moet worden doorgegaan met strenge bezuinigingsmaatregelen, besprekingen met de Commissie over kostendeling en gerichte versterking van belangrijke delegaties van de Unie totdat de financiële omstandigheden verbeteren; verzoekt de EDEO een systeem in te voeren voor het beoordelen van de werkdruk en het vaststellen van de personeelsbehoeften bij de delegaties, waarbij rekening wordt gehouden met het risiconiveau en de uitbreiding van het mandaat, teneinde burn-outs te voorkomen en het personeelsbehoud te verbeteren; spreekt zijn bezorgdheid uit over het plan om een nieuw onderscheid in categorieën en middelen tussen de delegaties in te voeren; betreurt dat het verkleinen van de omvang van sommige delegaties van de Unie en het schrappen van personeel in het kader van een verschuiving van de oorspronkelijke focus op ontwikkelingshulp en economische samenwerking naar bepaalde strategische belangen, de operationele activiteiten en de aanwezigheid van de EU in derde landen dreigen te ondermijnen en het vermogen van de EDEO om zijn mandaat uit te voeren en de waarden van de Unie te verdedigen dreigen te belemmeren, met name wat betreft de betrekkingen van de EU met het Globale Zuiden en het zuidelijk nabuurschap; verzoekt de EDEO zijn centrale rol en strategische prioriteit in het Middellandse Zeegebied te handhaven op basis van een uitgebreide beoordeling van de geopolitieke uitdagingen van de Unie, en zich tevens te blijven inzetten voor de samenwerking met de oostelijke buurlanden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>82.</NO.P>herhaalt dat bezuinigingen kunnen leiden tot grootschalige sluitingen van ambassades van de Unie en tot uitstel van beveiligingsvoorzieningen in een aantal delegaties van de Unie, hetgeen afbreuk zou doen aan het vermogen van de EDEO om zijn mandaat uit te voeren, de waarden van de Unie uit te dragen en de zorgplicht voor alle personeelsleden bij de delegaties van de Unie naar behoren te waarborgen; verzoekt de lidstaten met klem de EDEO en de Commissie van voldoende financiering te voorzien om te waarborgen dat de Unie haar netwerk van delegaties in stand houdt, als teken van haar wereldwijde betrokkenheid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>83.</NO.P>verzoekt de EDEO de praktische coördinatiemechanismen met de diplomatieke missies van de lidstaten in derde landen te versterken, onder meer door middel van gedeelde diensten, gezamenlijke logistieke regelingen en betere informatie-uitwisseling, teneinde de efficiëntie te maximaliseren en een optimaal gebruik van de middelen van de Unie en de lidstaten te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>84.</NO.P>maakt uit de vragenlijst op dat de EDEO in 2024 zijn beleid inzake samenwerkingsruimte en nieuwe werkwijzen heeft voortgezet, onder meer door middel van een Uniebrede branding voor zijn hoofdkantoor en delegaties; wijst erop dat in het kader van deze aanpak individuele kantoren plaatsmaken voor multifunctionele ruimten, zodat er efficiënter gebruik wordt gemaakt van de beschikbare kantoorruimte, teamwerk wordt ondersteund en de milieueffecten worden verminderd; merkt voorts op dat er bij deze projecten overleg wordt gevoerd met personeelsvertegenwoordigers via het personeelscomité van de EDEO en dat er een speciale personeelsenquête is gehouden voor het Belmont-gebouw;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>85.</NO.P>maakt uit het EDEO-verslag 2024 op dat de EDEO zijn belangrijkste vastgoedprioriteiten voor 2024 met succes heeft gerealiseerd, waaronder de voltooiing van de renovatie van het NEO-gebouw, de verhuizing van de afdelingen crisisbeheersing en inlichtingen naar een veiligere en energiezuinigere locatie en de goede voortgang die er is geboekt met de renovatie van het Schuman-gebouw;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>86.</NO.P>maakt uit de vragenlijst op dat de EDEO vanwege de verslechtering van de veiligheidssituatie in de wereld in 2024 zijn veiligheidsstructuren heeft moeten versterken; juicht het toe dat de begroting voor 2025 met 10 miljoen EUR is verhoogd om de veiligheidsinfrastructuur in de delegaties van de Unie te versterken; neemt kennis van de doelstelling van de EDEO om het aantal delegaties van de Unie dat niet aan de veiligheidsnormen voldoet, met ongeveer 15 % te verminderen door middel van nieuwe installaties en de vervanging van verouderde systemen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>87.</NO.P>maakt uit het EDEO-verslag 2024 op dat eind 2024 het aantal colocatieovereenkomsten was gestegen tot 137 (45 met lidstaten en partnerlanden en 92 met andere partners van de Unie); constateert dat colocaties snel in aantal zijn toegenomen, dat dit aantal in de afgelopen zes jaar is verdubbeld en sinds 2011 meer dan verzesvoudigd is; benadrukt dat colocatie nu 8 % van de kantoorruimte van de delegaties van de Unie uitmaakt en tachtig delegaties van de Unie betreft en dat daarbij duurzaamheidsbeginselen consequent worden toegepast in alle gedeelde werkomgevingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>88.</NO.P>juicht het toe dat de EDEO zich ervoor inzet dat zijn gebouwen toegankelijk zijn voor personen met een handicap of beperkte mobiliteit; maakt uit de vragenlijst op dat er in 2024 geregeld bijeenkomsten zijn gehouden met de afdeling vastgoed, de afdeling beveiliging en andere diensten van de Commissie om beste praktijken uit te wisselen op het gebied van onder meer toegankelijkheid en evacuatie van gebouwen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Milieu en duurzaamheid</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>89.</NO.P>wijst op de initiatieven van de EDEO op het gebied van energie-efficiëntie en hernieuwbare energie in 2024, waaronder de vervanging van verlichting door ledlampen en renovaties in het kader van “nieuwe werkwijzen” in het Schuman-gebouw, isolatie van waterleidingen en verwarmingsbuizen, optimalisatie van HVAC-systemen en gestandaardiseerde temperatuurinstellingen; neemt kennis van de geleidelijke invoering van centrale afvalsorteerstations in het Schuman-gebouw en de volledige uitrol ervan in de Belmont- en NEO-gebouwen, naast de lopende energiebesparende maatregelen; neemt er nota van dat er 100 % hernieuwbare elektriciteit (1 569 miljoen EUR) is ingekocht en dat er ter plaatse 22 286 kWh zonne-energie is opgewekt, en dat daarbij voor het decarbonisatietraject van het Schuman-gebouw tot 2050 kortetermijnmaatregelen op het gebied van beheer en isolatie worden gecombineerd met verbeteringen op lange termijn, zoals fotovoltaïsche installaties en de vervanging van gasverwarming door warmtepompen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>90.</NO.P>neemt kennis van de eerste uitgebreide beoordeling door de EDEO van zijn koolstofvoetafdruk voor 2024 in het kader van de registratie bij het milieubeheer- en milieuauditsysteem (EMAS); merkt op dat die beoordeling betrekking had op de gebouwen van het hoofdkantoor en centraal beheerde activiteiten van groep 3, en dat er geen marktgebaseerde emissies van groep 2 waren dankzij de inkoop van 100 % hernieuwbare elektriciteit en een vermindering van de koolstofintensiteit van 4,6 tCO₂e/vte in 2019 tot 3,4 tCO₂e/vte in 2024 (– 28 %), waarbij de voetafdruk voor ongeveer 20 % uit emissies van groep 1 en voor 80 % uit emissies van groep 3 bestond;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>91.</NO.P>is verheugd over de toegenomen inzet die de EDEO toont op het gebied van duurzame mobiliteit, waaronder de goedkeuring van het nieuwe beleid inzake woon-werkverkeer voor het hoofdkantoor eind 2024, waardoor de vergoeding voor openbaar vervoer vanaf januari 2025 wordt verhoogd tot 90 %; is zich ervan bewust dat er maatregelen zijn genomen om de milieueffecten te verminderen, waardoor er in 2024 voor 64 % van de vliegreizen voor economyclass werd gekozen (hetgeen hoger is dan de EMAS-doelstelling van 60 % voor 2030), er voor korte reizen voorrang werd gegeven aan het spoor, zodat het woon-werkverkeer per auto naar verwachting zal dalen van 17 % in 2024 tot 13 % in 2027, en initiatieven om het fietsen en lopen aan te moedigen, werden bevorderd door middel van verbeterde voorzieningen en bewustmakingscampagnes;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>92.</NO.P>waardeert het dat duurzaamheidsoverwegingen in de aanbestedingen zijn verankerd door middel van clausules inzake groene overheidsopdrachten in aanbestedingsmodellen; merkt op dat in 2024 38 % van de contracten met een hoge waarde van het hoofdkantoor en 87 % van de aanbestedingsmodellen clausules inzake groene overheidsopdrachten bevatten; merkt met voldoening op dat de delegaties van de Unie groene criteria hebben toegepast bij de aankoop van voertuigen, IT-apparatuur en schoonmaakdiensten, en dat voor 2025 verdere inspanningen zijn gepland, waaronder een speciaal informatiecentrum inzake groene overheidsopdrachten voor de delegaties van de Unie op het HIVE-platform; merkt op dat er in 2024 16 aanbestedingen met een hoge waarde zijn afgesloten met milieuprestatie-indicatoren en dat zes contracten zijn ondertekend in verband met groene overheidsopdrachten;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Interinstitutionele samenwerking</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>93.</NO.P>maakt uit de vragenlijst op dat de EDEO nauw is blijven samenwerken met OLAF en de betrokken directoraten-generaal van de Commissie bij de uitvoering van de fraudebestrijdingsstrategie van de Commissie, met name door de ontwikkeling van gezamenlijke opleidingen en een gezamenlijk opleidingsprogramma op het gebied van fraudebestrijding, alsook door gerichte maatregelen om specifieke frauderisico’s in de delegaties van de Unie aan te pakken; merkt met voldoening op dat de EDEO zijn operationele kader heeft versterkt door in juni 2024 werkafspraken met het EOM te ondertekenen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>94.</NO.P>herinnert eraan dat het Parlement, de Raad en de EDEO in 2023 technische besprekingen hebben gevoerd over de vervanging van het institutionele akkoord van 2002 tussen het Parlement en de Raad op het gebied van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid; maakt tot zijn bezorgdheid uit het vervolgverslag op dat er in 2024 op dit vlak geen ontwikkelingen zijn geweest vanwege de Europese verkiezingen en het proces van de voordracht van de nieuwe Commissie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>95.</NO.P>herinnert eraan dat het externe optreden van de Unie en de EDEO overeenkomstig de Verdragen bedoeld zijn om het diplomatieke optreden van de lidstaten te ondersteunen, te coördineren en aan te vullen; onderstreept het belang van nauwe samenwerking voor het voorkomen van inefficiëntie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>96.</NO.P>is ingenomen met het feit dat de communicatieactiviteiten van de EDEO met andere instellingen worden gecoördineerd en geharmoniseerd via het netwerk van communicatiedirecteuren van de EU, interinstitutionele platforms met het Parlement en de Commissie en de subgroep Relex inzake de bescherming van cultureel erfgoed en internationale culturele betrekkingen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Communicatie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>97.</NO.P>maakt uit de vragenlijst op dat de EDEO 1 745 000 EUR — aangevuld met 107 968,67 EUR aan C5-kredieten — heeft toegewezen voor voorlichting en evenementen, met een uitvoeringspercentage van 99,70 % in 2024; benadrukt dat met deze financiering de aanschaf van digitale diensten, communicatie- en grafische producten en de organisatie van openbare evenementen zoals de Dag van Europa zijn ondersteund; merkt voorts op dat de begroting ook werd gebruikt voor de productie en verspreiding van online-inhoud, het beheer van socialemedia-accounts van de dienst en ondersteuning van delegaties van de Unie bij het versterken van hun digitale aanwezigheid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>98.</NO.P>maakt uit de vragenlijst en het EDEO-verslag 2024 op dat de EDEO zijn strategische communicatie, publieksvoorlichting en culturele diplomatie aanzienlijk heeft uitgebreid, door wereldwijde digitale campagnes, grote publieke evenementen en versterkte activiteiten op het gebied van internationale culturele betrekkingen te combineren; constateert dat digitale campagnes een breed publiek hebben bereikt en de kernprioriteiten van de Unie, waaronder mensenrechten, klimaatactie en steun aan Oekraïne, hebben bevorderd, terwijl innovatieve formats hebben bijgedragen tot het betrekken van jongere doelgroepen; merkt op dat publieke evenementen zoals de open dag tijdens de Dag van Europa en het bezoekersprogramma van de EDEO hebben bijgedragen tot een beter begrip van het beleid van de Unie; benadrukt dat de EDEO culturele initiatieven heeft bevorderd, waaronder de dialoog over samenwerking van musea met Afrika, workshops over culturele diversiteit en een conferentie over cultureel erfgoed die samen met het roulerende voorzitterschap van de Raad is georganiseerd, en dat de dienst ook betrokken was bij de voorbereiding van vlaggenschipprojecten, zoals de deelname van de Unie aan Expo Osaka;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>99.</NO.P>roept ertoe op de communicatie met onderdanen van derde landen over het beleid van de Unie te blijven verbeteren en de coördinatie te intensiveren om de zichtbaarheid van door de Unie gefinancierde projecten te vergroten, met name in kandidaat-lidstaten, teneinde pogingen van kwaadwillende actoren om de inspanningen van de Unie te ondermijnen, tegen te gaan; verzoekt de Commissie bovendien nogmaals bij de steun en investeringen van de Unie in derde landen te zorgen voor een brede zichtbaarheid en bewustmaking van de burgers middels borden en vlaggen van de Europese Unie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>100.</NO.P>maakt uit de vragenlijst en het EDEO-verslag 2024 op dat de EDEO in 2024 zijn strategische inzet voor de data- en digitale soevereiniteit van de Unie heeft versterkt door te zorgen voor strikte, aan de AVG conforme praktijken op het gebied van sociale media, de beveiliging en toegangscontroles te versterken en de afhankelijkheid van externe aanbieders te verminderen; benadrukt dat de diversificatie van platforms – waaronder de uitbreiding naar Bluesky en Threads – in combinatie met het gebruik van door de Unie gehoste beheersinstrumenten, systematische opleiding van het personeel en regelmatige risico- en desinformatiebeoordelingen, bijdraagt tot het vergroten van de veerkracht en het waarborgen van de communicatiesoevereiniteit van de Unie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>101.</NO.P>merkt op dat de EDEO met zijn EUvsDisinfo-campagne meer dan 38 miljoen gebruikers heeft bereikt en meer dan 18 000 gevallen heeft gedocumenteerd, hetgeen laat zien wat de omvang van de pro-Kremlin-desinformatie in 2024 was en wat voor systemisch karakter die had.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>