<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0131</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Kwijting 2024: algemene begroting EU – Europees Economisch en Sociaal Comité</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0059/2026 - Rapporteur: Pasquale Tridico)</STRING></HIDDEN><TXTLST><DECISION><TI><NR>1.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 29 april 2026 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2024, afdeling VI – Europees Economisch en Sociaal Comité (2025/2151(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2024<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2024/207, 22.2.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/budget/2024/207/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de geconsolideerde jaarrekening van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2024 (COM(2025)0359 – C10‑0150/2025)<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2025/4944, 13.10.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/4944/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van het Europees Economisch en Sociaal Comité aan de kwijtingsautoriteit over de in 2024 uitgevoerde interne controles,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2024, vergezeld van de antwoorden van de instellingen<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2025/5409, 8.10.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/5409/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2025/5407, 13.10.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/5407/oj.</FIELD></FOOTNOTE> voor het begrotingsjaar 2024 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, opgesteld overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 314, lid 10, en de artikelen 317, 318 en 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD> PB L 193, 30.7.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1046/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name de artikelen 59, 118, 260, 261 en 262,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2024/2509 van 26.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name de artikelen 59, 118, 266, 267 en 268,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 102 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A10-0059/2026),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>verleent de secretaris-generaal van het Europees Economisch en Sociaal Comité kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Economisch en Sociaal Comité voor het begrotingsjaar 2024;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan het Europees Economisch en Sociaal Comité, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor bekendmaking ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L-serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><RESOL><TI><NR>2.</NR> <STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 29 april 2026 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2024, afdeling VI – Europees Economisch en Sociaal Comité (2025/2151(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2024, afdeling VI – Europees Economisch en Sociaal Comité,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 102 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A10-0059/2026),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de kwijtingsautoriteit in het kader van de kwijtingsprocedure de nadruk wil leggen op het bijzondere belang van het verder versterken van de democratische legitimiteit van de instellingen van de Unie door de transparantie en de verantwoordingsplicht te vergroten, en door het concept van resultaatgericht begroten en een goed personeelsbeheer toe te passen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat het Europees Economisch en Sociaal Comité (het “Comité”) een adviesorgaan van de Unie is dat een forum biedt voor raadpleging, dialoog en consensus tussen vertegenwoordigers van de verschillende economische, sociale en civiele geledingen van het maatschappelijk middenveld van de lidstaten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat het Comité bijdraagt aan het besluitvormingsproces van de Unie en, door te zorgen voor verbanden tussen het beleid van de Unie en de economische, sociale en maatschappelijke omstandigheden, zijn taken op het gebied van beter wetgeven, participerende democratie en de bevordering van Europese waarden vervult;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat de raadpleging van het Comité door de Commissie of de Raad in bepaalde gevallen verplicht is, maar dat het Comité ook op eigen initiatief adviezen kan uitbrengen over een groot aantal onderwerpen zoals vastgelegd in de Verdragen, zodat het door het Parlement kan worden geraadpleegd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de commissie Financiële en Begrotingsaangelegenheden (CAF) van het Comité het toezichthoudend orgaan van het Comité is voor alle begrotingsprocedures en met name voor de opstelling van de begrotingsramingen, de uitvoering van de begroting, het jaarlijks activiteitenverslag, de kwijting en de follow-up naar aanleiding van het jaarverslag van de Rekenkamer;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat het Comité de afgelopen jaren consequent initiatieven heeft ontplooid om gekwalificeerd personeel aan te trekken en te behouden, zijn organisatiestructuur en werkmethoden te optimaliseren en een respectvolle werkomgeving te bevorderen, in de context van een beperkte begroting;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat het Comité in 2024 een nieuwe secretaris-generaal heeft benoemd die tot taak heeft het Comité efficiënter, doeltreffender en relevanter te maken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat het Comité in 2024 een transformatieproces is gestart met als doel een effectgerichte organisatie te zijn die haar leden in staat stelt de stem van het maatschappelijk middenveld te versterken en te beschermen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat het Europees Economisch en Sociaal Comité overeenkomstig de artikelen 300 en 304 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie een adviesorgaan is dat in de eerste plaats tot taak heeft adviezen uit te brengen;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>merkt op dat de begroting van het Comité onder MFK-rubriek 7 “Europees openbaar bestuur” valt, die in 2024 in totaal 13,3 miljard EUR bedroeg, oftewel 6,9 % van de begrotingsuitgaven van de Unie; merkt op dat de begroting van het Comité in 2024 goed was voor 1,50 % van de kredieten van MFK-rubriek 7, tegenover 1,29 % in 2023;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>neemt er kennis van dat de Europese Rekenkamer (de “Rekenkamer”) in haar jaarverslag over het begrotingsjaar 2024 (het “verslag van de Rekenkamer”) onder de rubriek “Europees openbaar bestuur” steekproefsgewijs zeventig verrichtingen heeft onderzocht, hetzelfde aantal als in 2023; overwegende dat de Rekenkamer voorts opmerkt dat onder de administratieve uitgaven de uitgaven voor personele middelen vallen, met inbegrip van uitgaven voor pensioenen, die in 2024 goed waren voor ongeveer 69 % van de totale administratieve uitgaven, alsook uitgaven voor gebouwen, uitrusting, energieverbruik, communicatie en informatietechnologie (IT), en dat uit haar werkzaamheden door de jaren heen blijkt dat dergelijke uitgaven over het algemeen een laag risico vormen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>merkt op dat 16 van de 70 verrichtingen (23 %) fouten vertoonden, maar dat de Rekenkamer op basis van de drie door haar gekwantificeerde fouten schat dat het foutenpercentage onder de materialiteitsdrempel ligt; wijst erop dat in het verslag van de Rekenkamer geen specifieke kwesties met betrekking tot het Comité zijn opgemerkt;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Begrotings- en financieel beheer</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>stelt vast dat de definitieve begroting voor 2024 van het Comité 164 945 524 EUR bedroeg, een totale stijging met 3,90 % ten opzichte van 2023; maakt uit de antwoorden van het Comité op de vragenlijst van de Commissie begrotingscontrole voor de kwijting van de begroting 2024 (de “vragenlijst”) op dat twee begrotingslijnen van het Comité, namelijk 1200 (bezoldiging en vergoedingen van het personeel) en 1004 (reis- en verblijfsvergoedingen van de leden), het grootste deel van de begroting van het Comité uitmaken, namelijk 65,80 % in 2024, tegenover 65,58 % in 2023;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>constateert bij het Comité een verschuiving van een uitgavengerichte aanpak naar het beheer en de prioritering van middelen, zoals blijkt uit het door het bureau van het Comité goedgekeurde strategisch financieel pakket en de invoering van prioritering als vaste praktijk; merkt op dat deze maatregelen tot doel hebben de financiële governance te verbeteren en begrotingsbesluiten af te stemmen op strategische doelstellingen; neemt kennis van de inspanningen om de administratieve rompslomp te verminderen en de processen te stroomlijnen met het oog op kosteneffectiviteit; verzoekt het Comité deze aanpak verder te bestendigen door prestatie-indicatoren en prognoseplanning op te nemen in zijn jaarlijkse financiële cyclus;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>prijst het Comité voor zijn hoge niveau van begrotingsuitvoering van de vastleggingskredieten voor het lopende jaar, dat is gestegen van 98,70 % in 2023 tot 99,21 % in 2024, dankzij het succesvolle toezicht op zijn begrotingsuitvoering, maar ook vanwege een hoge inflatie die van invloed is op de salarissen van het personeel en de kosten van gebouwen; neemt in dit verband kennis van de herschikkingsinspanningen van het Comité door middel van begrotingsoverschrijvingen voor een totaalbedrag van 2 487 139 EUR (ofwel 1,51 % van zijn begroting voor 2024) over verschillende begrotingslijnen, waarbij de belangrijkste stijgingen verband houden met de exploitatie en het onderhoud van softwaresystemen (+ 519 682 EUR) en gebouwen (+ 421 880 EUR); stelt voorts met tevredenheid vast dat het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten van het lopende jaar is gestegen van 88,12 % in 2022 en 90,67 % in 2023 tot 92,85 % in 2024 en dat de gemiddelde betalingstermijn is gedaald van 20,14 dagen in 2023 tot 16,06 dagen in 2024, hetgeen de beste prestatie van het Comité is sinds 2021; pleit voor de voortzetting van efficiënte monitoring, kostenbeheersing en strategische herverdeling om kosteneffectiviteit en transparantie te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>merkt op dat de overdracht van kredieten van 2023 naar 2024 in totaal 13 827 713 EUR bedroeg, ofwel 8,38 % van de begroting van het Comité voor 2024, hetgeen neerkomt op een daling ten opzichte van het voorgaande jaar, toen het ging om een bedrag van 15 466 316 EUR (d.w.z. 9,74 % van de begroting van het Comité voor 2023); merkt voorts op dat het uitvoeringspercentage van de van 2023 naar 2024 overgedragen kredieten 84,74 % bedroeg in 2024, hetgeen lager is dan 86,76 % in 2023;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>merkt op dat de Raad op 21 juni 2024 een nieuw besluit heeft vastgesteld betreffende de toekenning van dagvergoedingen en de vergoeding van reiskosten aan leden van het Comité en hun plaatsvervangers, waarbij de dagvergoeding voor begunstigden die fysieke vergaderingen bijwonen, is vastgesteld op 367 EUR (ten opzichte van 290 EUR) en de dagvergoeding voor begunstigden die vergaderingen elektronisch op afstand bijwonen, is vastgesteld op 149 EUR (ten opzichte van 145 EUR); maakt uit de vragenlijst op dat het Comité in 2024 een vergoeding van 259 669 EUR heeft betaald voor deelname op afstand (294 930 EUR in 2023), hetgeen overeenkomt met 1 744 vergaderdagen (2 006 vergaderdagen in 2023), terwijl het totale bedrag van de forfaitaire vergoedingen voor fysieke deelname aan vergaderingen 6 579 196 EUR bedroeg in 2024 (tegenover 5 902 963 EUR in 2023); verzoekt het Comité de transparantie en evenredigheid van het systeem van vergoeding voor deelname op afstand te versterken om het vertrouwen van het publiek te vergroten, en benadrukt dat financiële vergoedingen voor deelname op afstand strikt gerechtvaardigd moeten zijn; merkt voorts op dat het Comité over een systeem beschikt om de daadwerkelijke deelname op afstand aan vergaderingen langs elektronische weg te bevestigen; is van mening dat (de vergoeding van) deelname op afstand een belangrijk en waardevol instrument is voor moderne instellingen omdat het de vergaderkosten doet dalen en een bredere deelname mogelijk maakt; is ingenomen met de aanpak van het Comité om vergoedingen voor deelname op afstand op een eerlijke en evenredige manier toe te wijzen, rekening houdend met de verantwoordelijkheden en voorbereidingseisen van de leden; herinnert eraan dat de leden van het Comité geen salaris ontvangen voor hun mandaat;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>merkt op dat de eigen diensten van het Comité tien onderhandelingsprocedures met een waarde tussen 15 000 en 60 000 EUR hebben uitgevoerd en één procedure met één inschrijving voor een waarde in dezelfde categorie, voornamelijk voor studies; merkt op dat het Comité ook zes aanbestedingsprocedures (voor raamovereenkomsten) heeft uitgeschreven met de gezamenlijke diensten die met het Europees Comité van de Regio’s (het “CvdR”) worden gedeeld, onder meer op het gebied van catering, logistiek en onderhoud;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>maakt uit de vragenlijst op dat de gevolgen van de Russische aanvalsoorlog de begroting van het Comité in 2024 onder druk bleven zetten als gevolg van de inflatie en de volatiliteit van de energiemarkt, die tot hogere exploitatiekosten hebben geleid; stelt vast dat de kosten in verband met de huur van het Comité in de periode 2021-2024 naar schatting met 16,53 % zijn gestegen en de kosten in verband met contracten voor onderhouds- en beveiligingsdiensten met 15 %; maakt bovendien uit de vragenlijst op dat de leasebetaling van het Comité in 2024 met 4,7 % is gestegen, hetgeen meer is dan het door de Commissie vastgestelde plafond van 2 % voor niet-salarisgerelateerde uitgaven; merkt voorts op dat de energiekosten voor het Comité zijn gedaald van 1 923 391 EUR in 2023 tot 711 608 EUR in 2024; prijst het Comité in dit verband voor zijn inspanningen om zijn activiteiten kosteneffectiever te maken, onder meer door intensievere inspanningen op het gebied van energiebesparing; is van mening dat alle instellingen, organen en instanties van de Unie hun begrotingsbeheer moeten verbeteren door bij het sluiten van contracten met dienstverleners ook rekening te houden met de prijsvolatiliteit, met name in de energiesector;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>verzoekt de administratie van het Comité actief kostenbesparende maatregelen in kaart te brengen en uit te voeren, onder andere door meer gebruik te maken van hybride vergadertechnologieën, het gebruik van gebouwen te optimaliseren, parlementaire activiteiten te consolideren en onnodige logistieke kosten te verminderen; verzoekt om regelmatige voortgangsverslagen over de uitgevoerde maatregelen en de bereikte besparingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>maakt uit de vragenlijst op dat het personeel van het Comité 415 dienstreizen heeft gemaakt (300 in 2023) voor een totaalbedrag van 448 655 EUR in 2024, hetgeen neerkomt op een stijging met 25 % ten opzichte van 2023, als gevolg van een stijging van het aantal dienstreizen en de werkelijke kosten van vluchten en hotelaccommodatie; neemt kennis van de raming van het Comité dat het in 2024 ongeveer 40 000 EUR op de kosten van dienstreizen heeft bespaard bij toepassing van een notioneel inflatiepercentage van 21 % voor de periode 2020-2023 op het bedrag dat het Comité in 2019, vóór COVID-19, voor dienstreizen heeft betaald (namelijk 402 097 EUR); waardeert het beleid van het Comité om de jaarlijkse uitgaven voor dienstreizen tot een strikt minimum te beperken; stelt vast dat de voorzitter van het Comité in 2024 in totaal 88 dagen dienstreizen heeft gemaakt (tegenover 69 dagen in 2023) voor een totaalbedrag van ongeveer 113 000 EUR (tegenover ongeveer 72 000 EUR in 2023) en dat die dienstreizen noodzakelijk waren om de voorzitter van het Comité te laten deelnemen aan internationale fora, initiatieven op Unieniveau en andere evenementen waarvoor de actieve deelname van het Comité vereist was;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>maakt uit de vragenlijst op dat het gezamenlijke directoraat Innovatie en Informatietechnologie (DIIT) van het Comité en het CvdR ongeveer 4 % van zijn IT-begroting toewijst aan cyberbeveiliging (tegenover 3 % in 2023), hetgeen nog steeds ver verwijderd is van het streefcijfer van 10 % waarin de desbetreffende wetgeving voorziet; herhaalt zijn oproep aan de medewetgevers en de Commissie om hiermee rekening te houden in het kader van de jaarlijkse begrotingsprocedure; erkent dat het Comité voor beide comités een verbetering van de cyberbeveiliging moet doorvoeren voor een totaalbedrag van ongeveer 1,2 miljoen EUR, hetgeen de uitgaven voor cyberbeveiliging op 10 % van de totale IT-begroting van het Comité zou brengen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Intern beheer, prestaties en interne controle</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>erkent dat het Comité een fundamentele rol speelt door bij te dragen aan de beleidsontwikkeling en de besluitvormingsprocessen van de Unie door de stem van alle geledingen van het maatschappelijk middenveld in de Unie te vertegenwoordigen en zo de Unie dichter bij de burgers te brengen en de democratische legitimiteit van de wetgeving van de Unie te vergroten; herinnert eraan dat het Comité in het kader van zijn jaarlijkse werkprogramma beschikt over een systeem voor prestatiemonitoring met indicatoren op verschillende gebieden, zoals IT, HR, vertaling en communicatie, gestructureerd rond vijf kernwaarden en vijf belangrijke strategische doelstellingen, in het kader van de strategie van het secretariaat-generaal voor 2021-2025; is echter van mening dat de meerwaarde van zijn activiteiten voor de burgers van de Unie nog steeds veel te weinig belicht wordt;  maakt met tevredenheid uit de follow-up door het Comité van de opmerkingen in de kwijtingsresolutie van het Parlement voor 2023 (het “follow-upverslag”) en de vragenlijst op dat het Comité na een controle een gestructureerd proces is gestart om zijn prestatiemonitoring te verbeteren door zijn prestatiekader af te stemmen op strategische doelstellingen door middel van kernprestatie-indicatoren en impactindicatoren die moeten worden afgestemd op de toekomstige strategische doelstellingen van het Comité; is ingenomen met de inspanningen van het Comité om impactmeting in zijn besluitvorming te integreren en dringt aan op duidelijke, kwantificeerbare kernprestatie-indicatoren en regelmatige verslaglegging om meetbare resultaten en verantwoordingsplicht te waarborgen; verzoekt het Comité zijn kader voor effectbeoordelingen verder te versterken door beter voor het voetlicht te brengen hoe zijn adviezen en initiatieven zich vertalen in concrete beleidsresultaten en tastbare voordelen voor de burgers, terwijl het hoger management van het Comité een sleutelrol zal spelen bij het gebruik van die indicatoren; verwacht op de hoogte te worden gehouden van de resultaten van de uitvoering van dit nieuwe kader door middel van toekomstige verslagen van het Comité aan de kwijtingsautoriteit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>stelt vast dat het Comité zijn taak uitvoert door middel van adviezen over wetgevingsvoorstellen van de Commissie (verwijzingen), initiatiefadviezen waarin de instellingen van de Unie worden opgeroepen actie te ondernemen, en verkennende adviezen, die input leveren voor de werkzaamheden van de Commissie ten behoeve van haar geplande initiatieven, en dat de standpunten van het Comité kunnen worden verwoord in resoluties of kunnen worden opgenomen in evaluatie- en informatieverslagen; prijst het Comité voor zijn prestaties in 2024 in het kader van het bijstaan van het Parlement, de Raad en de Commissie in de wetgevingscyclus; merkt in dit verband op dat het Comité in 2024 142 adviezen en verslagen heeft aangenomen, een daling ten opzichte van 2023 (213), en 148 hoorzittingen en 26 conferenties heeft georganiseerd, ten opzichte van respectievelijk 146 en 24 in 2023; erkent dat het begin van een nieuwe zittingsperiode in 2024 heeft geleid tot een vermindering van het aantal adviesaanvragen en bijgevolg van het aantal adviezen dat het Comité dat jaar heeft goedgekeurd; merkt op dat leden van het Comité in 2024 hebben deelgenomen aan 518 bijeenkomsten op hoog niveau, toppen en conferenties, tegenover 429 in 2023; is er voorstander van om prioriteit te geven aan initiatieven die de economische groei, het concurrentievermogen en de strategische autonomie van de Unie ondersteunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>spoort het Comité aan zich te blijven inspannen om zijn werkzaamheden toe te spitsen op terreinen waar het duidelijke, meetbare en beleidsrelevante bijdragen kan leveren, en prestatie- en impactgerichte indicatoren verder te ontwikkelen die niet louter uitgaan van activiteiten, maar juist de resultaten en relevantie voor burgers weerspiegelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>is ingenomen met de toezegging van het Comité in het follow-upverslag om adviezen op te stellen over arbeidsrechten, sociale inclusie en mensenrechtenschendingen, en om de reikwijdte van zijn evaluaties met betrekking tot wetgeving en programma’s van de Unie uit te breiden, mits er voldoende middelen beschikbaar zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>waardeert de maatregelen die het Comité in 2024 heeft genomen om de zichtbaarheid en impact van zijn werkzaamheden in de politieke en wetgevingscyclus te verbeteren; is ingenomen met de officiële lancering, na een proefproject, van een nieuwe vorm van adviezen die zijn opgesteld naar aanleiding van verplichte adviesaanvragen door het Parlement, de Raad of de Commissie; merkt op dat de nieuwe vorm de gebruiksvriendelijkheid en bruikbaarheid voor de wetgever vergroot en tegelijkertijd de prioritering van de werkzaamheden van het Comité verbetert; merkt voorts op dat het Comité, dankzij een versterkte follow-up van geselecteerde adviezen door middel van een checklist en richtsnoeren, verwacht dat deze relevant zullen blijven na de goedkeuring ervan en zullen worden meegenomen in meerlagige wetgevingsprocessen; is voorts verheugd dat de adviezen van het Comité sinds april 2024 deel uitmaken van de EU-wetgevingstracker (EULT), waardoor zij nu als referenties in wetgevingsdossiers worden opgenomen; stelt met tevredenheid vast dat het Comité ook een intern plan heeft aangenomen om beter te anticiperen op de prioriteiten van de Unie, de interinstitutionele coördinatie te verbeteren, de verspreiding en follow-up te versterken en de impact systematischer te meten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>waardeert de maatregelen die het Comité in 2024 heeft genomen om de toegankelijkheid, duidelijkheid en bruikbaarheid van zijn adviezen voor de instellingen van de Unie te verbeteren; onderstreept dat dergelijke maatregelen bedoeld zijn om de wetgevers beter in staat te stellen weloverwogen besluiten te nemen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>stelt met tevredenheid vast dat het Comité verschillende vlaggenschipinitiatieven heeft bevorderd die de participatie, inclusie en beleidsimpact in de hele Unie hebben versterkt; merkt op dat het Comité vanaf september 2024 het voortouw heeft genomen bij de toepassing van de EU-jeugdtest in zijn adviesproces, waarbij een netwerk van 73 jongerenorganisaties betrokken was en ongeveer veertig adviezen door jongeren werden getest; is ingenomen met en staat achter de initiatieven van het Comité om de deelname van jongeren aan het beleidsvormingsproces te bevorderen; merkt op dat het Comité zijn samenwerking heeft uitgebreid en het initiatief heeft genomen voor een inclusieve dialoog met kandidaat-lidstaten ter voorbereiding op toekomstige uitbreidingen, via het initiatief inzake leden uit kandidaat-lidstaten, waardoor 146 vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld rechtstreeks konden bijdragen aan de adviezen van het Comité door deel te nemen aan studiegroepen, afdelingsvergaderingen en zittingen (gehouden in oktober 2024); prijst het Comité voor het bevorderen van zijn Europese Blue Deal, waarmee het waterweerbaarheid op de agenda van de Unie heeft helpen te plaatsen; benadrukt dat het Comité het Europees stakeholdersplatform voor de circulaire economie is blijven leiden en in 2024 de EU-prijzen voor de biologische sector mede heeft georganiseerd, waardoor de banden met actoren uit het maatschappelijk middenveld op het gebied van biologische landbouw zijn versterkt; spoort het Comité ertoe aan ook over andere Uniewetgeving op het gebied van collectieve goederen adviezen uit te brengen en daar meetbare resultaten in op te nemen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>verzoekt het Comité meer werk te maken van de ontwikkeling van een alomvattende strategie voor digitale transformatie, waarin ook artificiële intelligentie (AI) aan bod komt, rekening houdend met de noodzaak om menselijk toezicht op het gebruik van AI te waarborgen; wijst erop dat de strategie ook oog moet hebben voor automatisering, interoperabiliteit en gegevensbeheer, en gepaard moet gaan met een robuust kader dat een veilig, ethisch, verantwoord en transparant gebruik van opkomende technologieën waarborgt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>neemt met belangstelling kennis van de inspanningen van het Comité om zijn effectgerelateerde werkzaamheden strategischer te prioriteren en impactbeheer centraal te stellen in de besluitvorming; neemt in dit verband ter kennis dat er in 2024 en 2025 drie strategische seminars met politieke leiders op hoog niveau zijn georganiseerd, waarbij prognoseoefeningen als uitgangspunt dienden om onder meer criteria uit te werken om initiatieven al dan niet prioriteit te geven en te zorgen voor thematische afstemming op de langetermijnbehoeften van het maatschappelijk middenveld; merkt op dat deze prioritering zal worden geïntegreerd in de kernactiviteiten van het Comité, aangezien deze jaarlijks zal worden uitgevoerd en om de tweeënhalf jaar zal worden aangevuld met een evaluatie van alle organen, activiteiten en belangrijke evenementen van het Comité;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>merkt met betrekking tot de nalevingsoefening van 2024 op dat er sprake is van een hoge mate van naleving, met een gemiddeld nalevingspercentage van 85 % (87 % in 2023); betreurt dat de doeltreffendheid van het internecontrolesysteem is gedaald van 78 % in 2023 tot 66 % in 2024; wijst in dit verband op een kloof tussen formele naleving en praktische doeltreffendheid bij dagelijkse activiteiten; verzoekt het Comité de structurele oorzaken van de verminderde doeltreffendheid van interne controles aan te pakken, met name door onder meer de cultuur van risicobewustzijn te versterken, de interne communicatiekanalen te verbeteren en de modernisering van document- en informatiebeheersystemen te versnellen; merkt voorts op dat het Comité in 2024 een herzien besluit heeft vastgesteld voor de vereenvoudiging van 23 soorten verificaties, dat vanaf januari 2025 van toepassing is; is ingenomen met het feit dat de controles achteraf die met betrekking tot deze verificaties reeds zijn uitgevoerd, hebben bevestigd dat de vereenvoudiging geen extra risico’s met zich meebracht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>maakt uit het jaarlijkse activiteitenverslag van het Comité voor 2024 (het “verslag van het Comité”) op dat er in 2024 vijf nieuwe controles zijn uitgevoerd met betrekking tot de reisduur- en afstandsvergoeding, risicobeheer, adviesaanvragen, kernactiviteiten en prestatie-indicatoren en reiskosten, die hebben geleid tot in totaal 14 aanbevelingen; wijst met name op de bevindingen van de interne auditor met betrekking tot reisduur- en afstandsvergoedingen, zoals een gebrek aan een duidelijke definitie van “gewone verblijfplaats” en het ontbreken van vereisten voor bewijsstukken; merkt voorts op dat 13 van de aanbevelingen eind januari 2025 nog openstonden; merkt voorts op dat zeven aanbevelingen van eerdere controles nog openstaan, met name inzake ethiek en integriteit, betalingstermijnen, toestemming voor vergaderingen, afgevaardigden van de adviescommissie Industriële Reconversie en de strategische cyclus; is in dit verband ingenomen met het feit dat het Comité nieuwe regels heeft vastgesteld inzake toestemming voor vergaderingen en vergoedingen; verzoekt het Comité ervoor te zorgen dat alle openstaande auditaanbevelingen, vooral met betrekking tot vergoedingen, ethiek en integriteit, snel worden afgesloten, en de kwijtingsautoriteit op de hoogte te blijven houden van de vooruitgang die wordt geboekt bij de uitvoering van alle lopende aanbevelingen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Personele middelen, gelijkheid en welzijn van het personeel</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>merkt op dat het Comité eind 2024 713 personeelsleden in dienst had, tegenover 707 in 2023; stelt voorts vast dat in 2024 48 arbeidscontractanten en 144 tijdelijke functionarissen (waarvan er 42 in 2024 werden aangeworven) in dienst van het Comité waren (tegenover 49 arbeidscontractanten en 130 tijdelijke functionarissen in 2023); wijst op het belang van vaste contracten teneinde vaardigheden, continuïteit en een productieve en stabiele werkomgeving in stand te houden, en waarschuwt voor een buitensporige afhankelijkheid van externe dienstverleners; merkt bovendien op dat het Comité tien dienstverleners en 14 externe personeelsleden in dienst had die intra muros werkten, personeel op het gebied van catering, onderhoud, beveiliging en veiligheid buiten beschouwing gelaten; neemt er kennis van dat in 2024 de bezettingsgraad 96 % bedroeg (tegenover 95,50 % in 2023) en het personeelsverloop 5,60 % (tegenover 7 % in 2023);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>prijst het Comité omdat het in 2024 voor het derde opeenvolgende jaar een netto-importeur van talent uit andere instellingen was, als gevolg van de uitvoering van zijn actieplan voor aanwerving en behoud van personeel, terwijl 42 % van de aanwervingen in 2024 verband hield met interinstitutionele overplaatsingen; maakt voorts uit het follow-upverslag op dat het aantal door het Comité ontvangen sollicitaties voor vaste posten met 11,60 % is gestegen en dat voor tijdelijke posten en posten voor arbeidscontractanten met 41 %; is ingenomen met het feit dat het Comité een intern vergelijkend onderzoek heeft uitgeschreven, dat openstaat voor tijdelijk personeel en arbeidscontractanten en waarvan de reservelijst eind 2025 wordt verwacht; benadrukt dat interne vergelijkende onderzoeken belangrijk zijn om talent en expertise te behouden en de personele middelen van het Comité in het algemeen te stabiliseren; neemt met tevredenheid kennis van de deelname van het Comité aan carrière-evenementen en -beurzen (met inbegrip van virtuele) en de open dagen; merkt op dat het Comité in 2024 een virtuele carrièrebeurs voor specifieke functieprofielen en carrièremogelijkheden heeft georganiseerd, die 270 deelnemers heeft aangetrokken, terwijl 19 van hen ook hebben gesolliciteerd naar de eerste vacature die ten tijde van het evenement openstond;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>is ingenomen met de lopende inspanningen van het Comité om zijn kader voor personeelsbeheer te verbeteren teneinde een aantrekkelijke werkgever en een volledig inclusieve werkplek te worden waar elke persoon wordt gewaardeerd en zijn potentieel ten volle kan ontwikkelen; merkt op dat het Comité de resultaten van de personeelsenquête van 2023 heeft geanalyseerd, verschillende punten van zorg heeft vastgesteld en uiteindelijk gerichte follow-upmaatregelen heeft geïnitieerd die in de loop van 2024 zijn genomen; neemt onder meer kennis van de uitvoering van het nieuwe besluit inzake arbeidsomstandigheden (hybride werk, overuren, buitengewoon verlof), de herziening van de beoordelings- en promotieregels, de vaststelling van een nieuw beleid inzake mobiliteit en het beheer van gevoelige posten, de uitvoering van de nieuwe strategie en het actieplan inzake diversiteit en inclusie die eind 2023 zijn vastgesteld, de herziening van het in 2025 vast te stellen beleid inzake verzuimbeheer en de (lopende) werkzaamheden met betrekking tot de nieuwe vaardighedenstrategie van het Comité; is ingenomen met de verdere verbetering van de score voor de betrokkenheid van het personeel, zoals blijkt uit de meest recente enquête van het Comité, die is gestegen van 70,5 % in 2023 tot 75 % in 2025;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>merkt op dat er in 2024 bij het Comité personeel in dienst was uit alle landen van de Unie, waarbij sommige nationaliteiten oververtegenwoordigd waren; merkt met tevredenheid op dat 62,70 % van het personeel vrouw was en 37,30 % man; maakt uit het follow-upverslag op dat vrouwen 52 % van de leidinggevende functies bekleden, waardoor het Comité in dit opzicht een koploper is; herhaalt verheugd te zijn dat er in januari 2024 een vrouw tot secretaris-generaal is benoemd, wat een positieve stap is op weg naar genderevenwicht; erkent de vooruitgang die onlangs is geboekt bij het inbedden van gendergelijkheid en diversiteit in de strategische prioriteiten om een inclusieve en respectvolle cultuur op de werkplek te bevorderen; is ingenomen met de uitvoering van een strategie en een actieplan voor diversiteit en inclusie en gerichte programma’s voor mentorschap en de ontwikkeling van leiderschap voor vrouwen en ondervertegenwoordigde groepen; betreurt echter dat het percentage vrouwen in hogere leidinggevende functies in 2024 nog steeds laag was, waarbij momenteel slechts twee van de zeven hogere managementfuncties door vrouwen worden bekleed, hetzelfde percentage als in 2023; erkent dat het lage personeelsverloop dat inherent is aan de omvang van het Comité een van de redenen is voor het lage percentage vrouwen in deze functies; is ingenomen met de toezegging van het Comité om het tot aanstelling bevoegd gezag bewuster te maken van deze kwestie, om genderevenwichtige benoemingen te bevorderen en om via het vrouwenforum en het managementforum gerichte acties te ondernemen ter ondersteuning van de ontwikkeling van leiderschap en loopbaanontwikkeling voor vrouwen in het middenkader;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>herinnert aan het initiatief van het Comité om een nieuwe aanpak in te voeren voor strategische personeelsplanning en personeelstoewijzing, waarbij gebruik wordt gemaakt van gegevensverzameling over de bij het personeel aanwezige vaardigheden en actief luisteren in de hele organisatie, en waarbij de politieke organen van het Comité zich zullen buigen over de strategische prioriteiten; maakt uit het follow-upverslag op dat dit nieuwe type planning van start zal gaan door middel van een proefproject in een beperkt aantal diensten die op basis van strategische prioriteiten worden geselecteerd; verzoekt het Comité de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van de voortgang en de verdere ontwikkelingen; wijst op het belang van strategische personeelsplanning om de toewijzing van middelen te optimaliseren en ervoor te zorgen dat die middelen worden afgestemd op prioriteiten op hoog niveau;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>is ingenomen met de inspanningen van het Comité om een gezonde werkomgeving voor zijn personeel te creëren; prijst met name de aandacht die het Comité besteedt aan de geestelijke en lichamelijke gezondheid van het personeel, en de inspanningen die zijn geleverd om gezondheidsgerelateerde kwesties onder de aandacht te brengen; neemt kennis van de maatregelen van het Comité op het gebied van het beheer van ziekteverlof, zoals deeltijdwerk op medische gronden en langer werken op afstand, om ervoor te zorgen dat personeel dat langdurig afwezig is wegens ziekte tijdig weer aan het werk gaat; stelt vast dat het totale aantal geregistreerde ziekteverlofdagen met 7,50 % is gedaald van 10 552 dagen in 2023 tot 9 763 in 2024, en dat het verzuimpercentage is gedaald van 4,08 % in 2023 tot 3,75 % in 2024 (het laagste percentage sinds 2021); betreurt dat het Comité opnieuw geen gegevens kan verstrekken over gevallen van burn-out; merkt op dat een van de argumenten van het Comité is dat het personeel niet verplicht is om vooraf medische gegevens te delen, dat burn-out geen erkende medische diagnose is en dat de redenen voor burn-out mogelijk geen verband houden met het werk, en dat er sprake is van medisch geheim; merkt op dat het Comité geanonimiseerde statistische gegevens verzamelt over ziekteverlof in verband met geestelijke gezondheid, maar dat op basis van de beschikbare gegevens geen onderscheid kan worden gemaakt tussen werkgerelateerde burn-out en andere kwesties die geen verband houden met werk; benadrukt niettemin dat burn-out ook zonder medische gegevens kan worden gemeten, aangezien er instrumenten voor de beoordeling van werkgerelateerde burn-out bestaan die kunnen worden gebruikt en het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk (EU-OSHA) anonieme vragenlijsten ondersteunt om werkgerelateerde stress- en burn-outfactoren afzonderlijk van niet-werkgerelateerde geestelijke gezondheidsproblemen te meten; dringt er bij het Comité op aan ook de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming (EDPS) te raadplegen over het verzamelen van burn-outgegevens met behulp van medische of niet-medische hulpmiddelen, en de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van de follow-up;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>maakt uit de vragenlijst op dat het Comité en het CvdR in 2024 het SPaCES-project hebben gelanceerd om hun werkruimten te moderniseren en te optimaliseren door middel van een volledig participatief en transparant proces waarbij vertegenwoordigers van het personeel en de sociale partners worden betrokken; benadrukt dat het project een transformatie op lange termijn inhoudt die gericht is op het verbeteren van de efficiëntie, samenwerking en flexibiliteit tussen beide instellingen, in overeenstemming met hybride werken; merkt op dat het SPaCES-project wordt uitgevoerd door middel van een volledig participatieve aanpak, waarbij de betrokkenheid en vertegenwoordiging van het personeel in elke fase wordt gewaarborgd; merkt op dat de eerste fase — ondersteund door een externe contractant en afgerond in de zomer van 2025 — workshops met het management en alle diensten van beide Comités omvat, alsook een gedetailleerde activiteitsgestuurde werkanalyse om de toekomstige behoeften aan werkruimte vast te stellen; is ingenomen met het feit dat er een specifieke governancestructuur, een projectteam en een netwerk van contactpunten zijn opgericht om het proces te sturen, transparantie te waarborgen en alle relevante belangen te vertegenwoordigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>merkt op dat het Comité 52 stagiairs voor een lange stage (vijf maanden) en twee stagiairs voor een korte stage in dienst heeft genomen, die in 2024 allemaal een maandelijkse toelage ontvingen, in overeenstemming met de resolutie van het Parlement van 14 juni 2023 over hoogwaardige stages in de EU (2020/2005(INL)), waarin wordt opgeroepen om alle stages in Europa te betalen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>is ingenomen met de sterke en gestructureerde sociale dialoog in verband met organisatorische veranderingsprocessen in heel 2024; spoort het Comité aan personeelsvertegenwoordigers systematisch te blijven betrekken bij hervormingen in verband met onder meer digitalisering, interne reorganisaties en nieuwe werkmethoden en hun betrokkenheid verder uit te bouwen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Ethisch kader en transparantie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>herinnert eraan dat het Comité en de interne auditor in het kader van een versterkt ethisch kader overeenstemming hebben bereikt over een actieplan voor de controle van de ethiek en integriteit van het Comité, met tien aanbevelingen, waarvan er acht in maart 2025 waren afgesloten; maakt uit het follow-upverslag op dat het Comité de twee resterende openstaande aanbevelingen heeft opgevolgd door de gids met betrekking tot de verplichtingen van ambtenaren van het Comité, waarvan de inhoud ook op het intranet van het Comité zal worden weergegeven, te herzien en te actualiseren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>merkt op dat het Comité in 2024 is doorgegaan met het opleiden van personeel en het vergroten van het bewustzijn over ethische onderwerpen; stelt met tevredenheid vast dat het Comité opleidingen over ethiek en integriteit aanbiedt die verplicht zijn voor alle personeelsleden, en dat in 2024 negen van dergelijke opleidingen werden bijgewoond door 54 deelnemers; merkt voorts op dat 40 van de 47 leidinggevenden in de loop van 2024 sessies hebben bijgewoond over respect op het werk en de rol van leidinggevenden en dat 25 personeelsleden opleidingen hebben bijgewoond die werden aangeboden door het Bureau voor onderzoek en disciplinaire zaken van de Commissie over mogelijke verleiding met disciplinaire gevolgen; is ingenomen met het feit dat uit enquêtes blijkt dat het personeel van het Comité zich in hoge mate bewust is van onder meer zijn sterke waarden en ethische normen, procedures voor het melden van wanpraktijken en het netwerk van vertrouwenspersonen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>maakt uit de vragenlijst op dat er in 2024 twee gevallen van vermeende intimidatie zijn gemeld, die in 2025 zijn onderzocht en afgesloten, terwijl er in één geval geen intimidatie werd vastgesteld en in het andere geval formele verontschuldigingen werden aanvaard voor ongepast gedrag van de betrokkene; merkt voorts op dat er een besluit is genomen over een andere zaak, die vóór 2024 is ingediend, over intimidatie in verband met een tuchtprocedure; merkt voorts op dat er in 2024 geen melding is gemaakt van seksuele intimidatie; wijst nogmaals op de noodzaak van een nultolerantiebeleid ten aanzien van intimidatie om het welzijn van het personeel te beschermen, en herinnert eraan dat deze verplichting voor elke werkgever geldt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>neemt uit het follow-upverslag kennis van de ontwikkelingen in de rechtszaak die door de Belgische autoriteiten is aangespannen tegen een voormalig lid van het Comité dat wordt beschuldigd van wangedrag in verband met een klacht over intimidatie binnen het Comité, die in 2023 door het Comité werd geopend en afgesloten; stelt vast dat deze zaak is opgeschort omdat de bevoegde Belgische rechtbank het Hof van Justitie van de Europese Unie om opheldering heeft verzocht over de interpretatie van artikel 10 van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie; verzoekt het Comité de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van verdere ontwikkelingen in dit verband;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>merkt met tevredenheid op dat het Comité een voortrekkersrol speelt op het gebied van transparantie, aangezien het, naast de oorspronkelijke ondertekenaars, het eerste orgaan is dat zich heeft aangesloten bij het transparantieregister van de Unie; is ingenomen met de transparantiemaatregelen die het Comité heeft genomen, waaronder de aanbeveling aan de leden van het Comité om alleen geregistreerde belanghebbenden te ontmoeten, de verplichting voor zijn leden om hun vergaderingen online te publiceren en de mogelijkheid voor de rapporteurs van het Comité om, onder meer via een in 2025 gestart proefproject, een “wetgevingsvoetafdruk” aan hun adviezen te hechten; merkt op dat de adviezen van het Comité nu zichtbaar zijn als mijlpalen in wetgevingsdossiers in de EULT; neemt voorts op basis van de vragenlijst met voldoening kennis van de acties van het Comité op het gebied van transparantie met betrekking tot zijn belangrijkste administratieve activiteiten op gebieden als financiën, aanbestedingen, personeelszaken en toegang tot documenten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>merkt op dat het Comité over een solide kader beschikt om belangenconflicten en gevallen van draaideurconstructies te voorkomen; merkt met betrekking tot zijn personeel op dat het Comité ervoor zorgt dat in alle aanwervings- en selectieprocedures rekening wordt gehouden met belangenconflicten; merkt op dat het personeel verplicht is elke situatie die aanleiding kan geven tot een belangenconflict proactief te melden; merkt met betrekking tot de leden van het Comité op dat zij in geval van wijziging van de door hen verstrekte informatie uiterlijk twee maanden na de wijziging in kwestie een nieuwe verklaring moeten indienen; merkt met betrekking tot zijn leden op dat de ethische commissie van het Comité één verzoek om richtsnoeren met betrekking tot een mogelijk belangenconflict heeft behandeld; merkt met betrekking tot het personeel van het Comité op dat er in 2024 geen gevallen van belangenconflicten of klokkenluiden zijn gemeld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>neemt met bezorgdheid kennis van een vermoedelijk geval van fraude waarbij een externe dienstverlener betrokken was, dat door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) is afgewezen en vervolgens in 2024 naar het Europees Openbaar Ministerie (EOM) is doorverwezen voor mogelijk strafbare feiten; maakt met tevredenheid uit de vragenlijst op dat het Comité in dit geval volledig samenwerkt met het EOM; merkt voorts op dat die dienstverlener de overeengekomen schadevergoeding aan het Comité heeft betaald; is in dit verband ingenomen met de maatregelen die het Comité heeft genomen om dergelijke gevallen in de toekomst beter te voorkomen door strengere nalevingscontroles uit te voeren tijdens aanbestedingen en de uitvoering van contracten en door de richtsnoeren en opleiding op dit gebied te versterken; merkt op dat één OLAF-zaak uit 2023 is terugverwezen naar het Comité voor een intern vereenvoudigd administratief onderzoek dat in 2024 van start is gegaan en in juli 2025 heeft geleid tot een eindverslag aan het tot aanstelling bevoegde gezag; verzoekt het Comité de kwijtingsautoriteit mee te delen of er in dit geval een definitief besluit is genomen; merkt voorts op dat een in 2023 door de Ombudsman geopend onderzoek in 2024 werd afgesloten met de bevinding dat er geen sprake was van wanbeheer aan de kant van het Comité;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>maakt met tevredenheid uit de vragenlijst op dat het Comité naar aanleiding van eerdere verzoeken van het Parlement een fraudebestrijdingsstrategie heeft opgesteld, met inbegrip van een bijbehorend actieplan dat concrete maatregelen omvat die moeten worden uitgevoerd met betrekking tot opleidingsbeleid, bewustmakingscampagnes en herziene samenwerkingsovereenkomsten met OLAF en het EOM, en dat is onderworpen aan een overleg- en vaststellingsproces tussen de diensten; verzoekt het Comité de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van de follow-up daarvan; is ingenomen met het feit dat het Comité twee door OLAF-personeel gegeven opleidingssessies over fraudebewustzijn en -preventie bij overheidsopdrachten heeft georganiseerd, die werden bijgewoond door 21 deelnemers, en één bewustmakingssessie die samen met het EOM werd georganiseerd om het personeel van het Comité vertrouwd te maken met het mandaat van het EOM en richtsnoeren te verstrekken over de wijze waarop potentiële gevallen aan het EOM kunnen worden gemeld; verzoekt het Comité zijn procedures voor risicobeoordeling, preventie, opsporing en follow-up bij de uitvoering van de fraudebestrijdingsstrategie te versterken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Digitalisering, cyberbeveiliging en gegevensbescherming</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>merkt op dat de gecombineerde IT-begroting van het Comité en het CvdR in 2024 13 700 000 EUR bedroeg, tegenover 12 700 000 EUR in 2023, d.w.z. een stijging met 7,87 %, waarbij in 2024 760 000 EUR uit deze begroting (ongeveer 6 %) werd uitgegeven aan cyberbeveiliging; maakt uit de vragenlijst op dat de financiering van IT-projecten met 109 000 EUR is gestegen ten opzichte van 2023, hetgeen neerkomt op een stijging met 4 %, en dat voornamelijk het M365 Workplace-programma en het programma voor de transformatie van cyberbeveiliging werden ondersteund; merkt voorts op dat de uitgaven voor uitrusting met 117 000 EUR zijn gestegen (d.w.z. een stijging met 20 %), voornamelijk als gevolg van prijsaanpassingen en strategische investeringen in telefonie-infrastructuur; erkent de bezorgdheid van het Comité dat het structureel ondergefinancierd is op het gebied van digitalisering en cyberbeveiliging en waarschuwt ervoor dat constant ontoereikende investeringen in cyberbeveiliging een structureel risico vormen voor de integriteit van de instellingen, organen en instanties van de Unie; verzoekt het Comité een gestructureerde routekaart vast te stellen om geleidelijk de benchmark van 10 % voor uitgaven op het vlak van cyberbeveiliging te halen, met inbegrip van jaarlijkse mijlpalen, risicogebaseerde prioritering en regelmatige verslaglegging aan de kwijtingsautoriteit; wijst op de noodzaak van nauwere samenwerking met de cyberbeveiligingsdienst voor de instellingen, organen en instanties van de Unie (CERT-EU) en met de instellingen, organen en instanties van de Unie om een coherente en veerkrachtige cyberbeveiligingsstrategie te waarborgen; betreurt in dit verband dat de begrotingsautoriteit in de begroting van de Unie voor 2026 niet het bedrag van 1 176 000 EUR heeft opgenomen dat het Comité (en het CvdR) nodig hebben om een belangrijke verbetering van de cyberbeveiliging uit te voeren, waardoor de in Verordening (EU, Euratom) 2023/2841<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU, Euratom) 2023/2841 van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2023 tot vaststelling van maatregelen voor een hoog gezamenlijk niveau van cyberbeveiliging in de instellingen, organen en instanties van de Unie (PB L, 2023/2841, 18.12.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/2841/oj).</FIELD></FOOTNOTE> bedoelde doelstelling om ongeveer 10 % van zijn totale IT-uitgaven aan cyberbeveiliging te besteden, niet haalbaar is; dringt aan op toereikende middelen om het Comité en het CvdR in staat te stellen aanzienlijke verbeteringen in de cyberbeveiliging door te voeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>wijst op belangrijke verbeteringen met betrekking tot digitalisering en IT-governance in 2024, zoals een uitbreiding van de wifi-dekking, de uitrol van Microsoft 365- en AI-proefprojecten, cloudmigratie en bewustmaking via onder meer de cyberbeveiligingsdagen; is ingenomen met de door het DIIT gelanceerde meerjarige digitale strategie (DS 2024-2026), die is opgebouwd rond vier vlaggenschipprogramma’s: M365 (programma voor de digitale werkplek), ARES (het documentbeheerssysteem van de Commissie), EdiT (een tussen de instellingen van de Unie gedeeld instrument voor het opstellen van wetgevingsdocumenten) en cyberbeveiliging; maakt uit het verslag van het Comité en de vragenlijst op dat de digitale strategie 2024-2026 van het Comité een herzien model voor digitale governance invoert dat gericht is op het verbeteren van de institutionele samenwerking, het stroomlijnen van workflows, het automatiseren van processen, het verbeteren van de opstelling van wetgeving en het versterken van de veerkracht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>maakt uit de vragenlijst op dat het HAN-systeem (HERMES-ARES-NOMCOM) is ingevoerd voor veilig documentenbeheer en naleving van de regels inzake gegevensbescherming, en dat de EdiT XML-editor is aangenomen voor het opstellen van wetgeving; is ingenomen met de vooruitgang die is geboekt op het gebied van het beheer van bestanden, met een volledige uitrol die tegen 2026 wordt verwacht; erkent de verbeteringen in de IT-infrastructuur, met inbegrip van automatisering, cloudmigratie en de invoering van een nieuw HR-beheersinstrument (HRT ter vervanging van Sysper) in 2024;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>merkt op dat het Comité eTranslation, het platform voor neurale machinevertaling van de Commissie, gebruikt om automatisch vertalingen te genereren, als extra hulpmiddel voor het werk van vertalers; merkt op dat het Comité tegelijkertijd met succes een proefproject heeft uitgevoerd inzake op AI gebaseerde transcriptie van spraak naar tekst met behulp van software die in 2024 door de Wereldorganisatie voor de intellectuele eigendom (WIPO) is ontwikkeld; merkt voorts op dat het Directoraat Vertaling in juni 2024 een eenjarig proefproject is gestart om het gebruik van DeepL als alternatief vertaalinstrument te beoordelen, dat werd geacht geen toegevoegde waarde te bieden ten opzichte van de reeds ingezette systemen voor de vertaling van documenten van het Comité;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>maakt uit de vragenlijst op dat het Comité nauw blijft samenwerken met CERT-EU en gebruikmaakt van verschillende instrumenten en voortdurende monitoring om kwetsbaarheden van systemen op te sporen en aan te pakken; merkt voorts op dat het DIIT is begonnen met de uitvoering van de “Essentials 8”, het NIST-cyberbeveiligingskader en OWASP als referentiemodellen om het risicobeheer te versterken, de governance te verbeteren en beveiliging te integreren in alle identificatie-, beschermings-, detectie-, respons- en herstelprocessen; erkent dat er wordt gewerkt aan volledige afstemming op de operationele en regelgevingsvereisten; maakt uit het follow-upverslag op dat cyberbeveiliging door het Comité is omgevormd tot een gedeelde verantwoordelijkheid van alle personeelsleden, ondersteund door een meerjarenplan, permanente opleiding en bewustmakingscampagnes;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>stelt met tevredenheid vast dat de communicatiekanalen van het Comité ook toegankelijk zijn voor personen met een handicap; merkt op dat het Comité richtsnoeren voor toegankelijkheid van webcontent toepast en dat voor de meeste toepassingen volledige toegankelijkheid wordt toegepast; merkt in dit verband op dat de website van het Comité regelmatig wordt gecontroleerd door toegankelijkheidsspecialisten, die aanbevelingen doen die vervolgens worden uitgevoerd, en dat de volgende controle in 2026 zal plaatsvinden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>prijst de inspanningen van het Comité in 2024 om ervoor te zorgen dat het personeel de digitale vaardigheden verwerft die nodig zijn voor een steeds meer gedigitaliseerde werkomgeving en voor de uitvoering van gerichte voorlichtingscampagnes, door een uitgebreid opleidings- en coachingprogramma aan te bieden en een geactualiseerde IT-kennisbasis met een door AI aangedreven interface ter ondersteuning van personeelsontwikkeling te onderhouden; is voorstander van opleidingen op het gebied van cyberbeveiliging en veilig, ethisch en efficiënt gebruik van AI;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>maakt uit het follow-upverslag op dat de EDPS in 2024 geen onderzoeken heeft ingesteld naar de toepassing van de gegevensbeschermingsregels in het Comité; merkt echter op dat een onderzoek naar het beheer van een externe controle, dat in 2023 van start is gegaan, nog steeds loopt; verzoekt het Comité de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden over de follow-up van deze kwestie;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Gebouwen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>maakt uit het follow-upverslag op dat het Comité werkt aan een gebouwenstrategie voor de lange termijn, gezien de komende renovatie van het SPAAK-gebouw en het feit dat het B-100-gebouw in augustus 2026 ontruimd zal zijn; merkt voorts op dat de resultaten van de lopende technische en milieucontroles van de gebouwen van het Comité in die strategie zullen worden opgenomen; verzoekt het Comité de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden over deze kwesties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>waardeert het dat het Comité in 2024 de modernisering en verbetering van de toegankelijkheid van alle zes liften aan de westkant van het JDE-gebouw heeft voltooid, waaronder een lift die specifiek is ontworpen voor personen met beperkte mobiliteit; is ingenomen met de aanzienlijke verbeteringen die zijn ingevoerd voor rolstoelgebruikers, blinden en persoon met een visuele beperking, doven en personen met beperkte mobiliteit of andere fysieke beperkingen, waaronder verbeterde auditieve en visuele signalen, aangepaste bedieningselementen, langere deurtijden, spiegels en veiligheidsvoorzieningen, en leuningen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>maakt uit het verslag van het Comité op dat in 2024 in samenwerking met het CvdR een nieuwe gedeelde communicatieruimte is gecreëerd in het JDE-gebouw; benadrukt dat de faciliteit, die zich in de voormalige bibliotheekruimte bevindt, een geavanceerde opnamestudio, een “stand-up”-gespreksruimte en een speciale conferentieruimte omvat;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Milieu en duurzaamheid</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>maakt uit de vragenlijst op dat het Comité in 2024 een bedrag van 198 894 EUR heeft uitgetrokken voor de vergroening van zijn activiteiten, waarvan 55 % bestemd was voor adviesdiensten en deskundige diensten op het gebied van energiebeheer en -efficiëntie en 45 % voor infrastructuurverbeteringen zoals ledverlichting, fietsenstallingen en energiemeters; is ingenomen met het feit dat deze investeringen, samen met voortgezette initiatieven inzake innovatieve gebouwinstallaties, 100 % groene elektriciteit, slimme energiebesparende technologieën en digitalisering, hebben bijgedragen tot een vermindering van het energieverbruik en de emissies;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>maakt uit de vragenlijst op dat het verbruik van elektriciteit (- 19 %), gas (- 13 %) en water (- 12 %) en de afvalvolumes (- 12 %) zijn gedaald en dat het papierverbruik (+ 1 %) in 2024 is toegenomen ten opzichte van 2023; is ingenomen met een verdere daling van de koolstofemissies per vte met 4,30 % (emissies als gevolg van reizen van leden van het Comité niet meegerekend) in diezelfde periode; neemt kennis van de maatregelen van het Comité om duurzamere reismogelijkheden onder zijn personeel en leden te bevorderen en van de lopende herziening van de gids voor dienstreizen van het personeel, waarin de milieuvoetafdruk als essentieel onderdeel zal worden opgenomen; is voorts ingenomen met de aandacht van het Comité voor afvalbeheer en recycling om een cultuur van afvalvermindering en hulpbronnenefficiëntie te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>stelt met tevredenheid vast dat alle aanbestedingen van het Comité van meer dan 60 000 EUR en die van meer dan 25 000 EUR die samen met het CvdR worden beheerd, duurzaamheidsclausules bevatten die in overeenstemming zijn met de normen van de energie-unie, de Europese Green Deal en de beginselen van de circulaire economie; merkt op dat de nieuwe raamovereenkomst van het Comité voor cateringdiensten in augustus 2024 in werking is getreden en vereisten bevat voor ecologische en lokaal geproduceerde producten, voedseldonaties en seizoensgebonden fruit en groenten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>56.</NO.P>maakt met tevredenheid uit de vragenlijst op dat het Comité zich blijft inspannen om duurzame mobiliteit onder zijn personeel te bevorderen; merkt met name op dat het Comité financiële bijdragen aanbiedt voor reispassen voor het openbaar vervoer, voor personeel dat een fiets gebruikt om te pendelen, en vanaf 2024 bijdragen voor Flex-abonnementen van de NMBS om rekening te houden met overwegingen in verband met hybride werkregelingen; neemt kennis van het plan van het Comité om samen met het CvdR deel te nemen aan een aanbesteding (die in 2026 opnieuw zal worden uitgeschreven) onder leiding van de Commissie voor de aankoop en het onderhoud van elektrische fietsen; is ingenomen met de voortgezette samenwerking met het Brussels Hoofdstedelijk Gewest op het gebied van mobiliteitsplanning en de deelname van het Comité aan interinstitutionele initiatieven, die bijdragen tot een cultuur van duurzaam woon-werkverkeer;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Interinstitutionele samenwerking</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>57.</NO.P>prijst de nauwe samenwerking die het Comité op administratief niveau met het CvdR tot stand heeft gebracht, aangezien de twee comités gebouwen en gezamenlijke diensten delen op het gebied van vertaling, infrastructuur, logistiek, veiligheid, aanbestedingen, financieel beheer en IT, met behoud van volledige institutionele autonomie; merkt op dat de twee comités, teneinde de samenwerking op andere gebieden uit te breiden en gezien de budgettaire beperkingen, in 2024 gezamenlijk twee belangrijke projecten hebben gelanceerd, namelijk het SPaCES-project voor de transformatie van de kantooromgeving en een strategische hervorming van het Directoraat Vertaling door middel van een structurele reorganisatie, een beter gebruik van taaltechnologieën en een geleidelijke vermindering van de menselijke vertaalcapaciteit met het oog op meer efficiëntie en kosteneffectiviteit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>58.</NO.P>is ingenomen met de positieve resultaten die in het eerste jaar van de uitvoering van de overeenkomst tussen het Comité en het CvdR op audiovisueel gebied zijn bereikt, zoals besparingen van ongeveer 140 000 EUR ten opzichte van een onafhankelijk uitgevoerd project en een verhoogde productiecapaciteit, waarbij in juni 2025 al 85 video’s waren geproduceerd, tegenover ongeveer negentig voor het hele jaar 2024;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>59.</NO.P>prijst het Comité voor de aanzienlijke besparingen die zijn gerealiseerd dankzij de uitvoering van zijn samenwerkingsovereenkomst met het CvdR, dat gezamenlijke diensten heeft opgericht die zich voornamelijk bezighouden met taken op het gebied van IT, logistiek en overheidsopdrachten; neemt op basis van de vragenlijst met tevredenheid kennis van de bedragen die het Comité in 2024 naar schatting heeft bespaard op het gebied van IT (ongeveer 16 miljoen EUR), infrastructuur (ongeveer 8 miljoen EUR), drukkerijdiensten (ongeveer 125 000 EUR) en beveiligingsdiensten (ongeveer 800 000 EUR); merkt voorts op dat indien het Comité en het CvdR afzonderlijke vertaal- en aanbestedingsdiensten zouden hebben, de totale personeelskosten met ten minste 30 % zouden stijgen; herhaalt zijn oproep om deze samenwerking zo veel mogelijk uit te breiden tot het niveau van de oprichting van één enkele administratie voor de gezamenlijke diensten, en de diensten en eenheid die verantwoordelijk zijn voor hun onafhankelijke kerntaken gescheiden te houden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>60.</NO.P>neemt met tevredenheid kennis van de aanzienlijke budgettaire en administratieve besparingen die het Comité heeft gerealiseerd door middel van dienstverleningsovereenkomsten, met name met de Commissie voor het gebruik van belangrijke IT-instrumenten op het gebied van financiën en personeelsbeheer; is voorts ingenomen met de deelname van het Comité aan interinstitutionele aanbestedingsprocedures onder leiding van andere instellingen zoals het Parlement en de Commissie op gebieden als dienstreizen, verzekeringen, reizen, IT, vertaling en audiovisuele apparatuur; maakt uit de vragenlijst op dat de totale kosten van het Comité voor de uitbesteding van specifieke diensten aan de Commissie zijn gestegen van 793 000 EUR in 2023 tot 893 000 EUR in 2024;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>61.</NO.P>neemt kennis van een aantal ontwikkelingen en gegevens met betrekking tot de samenwerking tussen het Comité en het Parlement in 2024: de goedkeuring van een nieuwe samenwerkingsovereenkomst, de ondertekening van een memorandum van overeenstemming inzake samenwerking ter voorbereiding van de Europese verkiezingen, de deelname van 55 leden aan 38 evenementen van het Comité, de deelname van het Comité aan 32 evenementen van het Parlement en de deelname aan diverse bilaterale en fractievergaderingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>62.</NO.P>neemt kennis van een aantal ontwikkelingen en gegevens met betrekking tot de samenwerking tussen het Comité en de Commissie in 2024: deelname van commissarissen aan tien zittingen van het Comité en andere door het Comité georganiseerde evenementen, meer dan dertig gezamenlijke communicatieprojecten gericht op het maatschappelijk middenveld, twintig specifieke gezamenlijke activiteiten, bijdragen van het Comité aan 17 deskundigengroepen van de Commissie, zes verkennende adviezen en drie evaluatieverslagen die het Comité op verzoek van de Commissie heeft uitgebracht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>63.</NO.P>neemt kennis van een aantal ontwikkelingen en gegevens met betrekking tot de samenwerking tussen het Comité en de Raad/Europese Raad in 2024: drie bijeenkomsten op hoog niveau met de voorzitters van de Europese Raad en 21 verkennende adviezen van het Comité op verzoek van het Belgische en het Hongaarse voorzitterschap;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>64.</NO.P>merkt op dat er ook in 2024 begrotingsbesparingen en efficiëntiewinst werden gerealiseerd dankzij actieve samenwerking tussen het Comité en instellingen van de Unie, onder meer door de plenaire vergaderingen van het Comité te organiseren in de gebouwen van de Commissie en het Parlement, waar de locaties en bijbehorende diensten gratis of tegen tarieven onder de externe marktprijzen worden verleend;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>65.</NO.P>merkt op dat het Comité een centrale rol speelt bij het aanhalen van de banden met en tussen de nationale economische en sociale raden van de lidstaten; neemt in dit verband kennis van de oprichting van een nieuwe thematische werkgroep bestaande uit 13 nationale economische en sociale raden, de publicatie van 32 nieuwsartikelen en 26 samenvattingen van door de nationale economische en sociale raden goedgekeurde verslagen, de organisatie van de jaarlijkse vergadering van voorzitters en secretarissen-generaal van de nationale economische en sociale raden in Brussel en een gezamenlijk georganiseerd seminar met honderd deelnemers van Europese sociale partners, maatschappelijke organisaties, vertegenwoordigers van instellingen van de Unie en academici in 2024; pleit voor aanhoudende samenwerking op gebieden van gemeenschappelijke belang en voor de uitwisseling van goede werkwijzen, en wijst erop dat het maatschappelijk middenveld van essentieel belang is om de huidige uitdagingen van de Unie te kunnen aangaan;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Communicatie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>66.</NO.P>maakt uit de vragenlijst op dat de totale begroting van het Comité voor communicatie, publicaties en aankoop van documentatie in 2024 ongeveer 2,5 miljoen EUR bedroeg (ongeveer evenveel als in 2023), hetgeen neerkomt op 1,4 % van de totale begroting van het Comité na overschrijvingen voor 2024; is ingenomen met het feit dat het Comité zijn middelen in 2024 heeft toegespitst op een beperkt aantal communicatieprioriteiten in verband met de wetgevingsprioriteiten van de instellingen van de Unie, zoals betaalbaarheid van energie, AI, geestelijke gezondheid, strategische autonomie, economische hervormingen, gendergelijkheid, jeugd en uitbreiding, in overeenstemming met de effectgerichte communicatie van het Comité;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>67.</NO.P>maakt uit de vragenlijst en het verslag van het Comité op dat het Comité in 2024 in het kader van de campagne voor de Europese verkiezingen een uitgebreid communicatieplan heeft uitgevoerd door middel van lokale outreachevenementen en de Week van het maatschappelijk middenveld; waardeert in dit verband dat 104 leden van het Comité 122 outreachevenementen hebben bijgewoond waarbij, naast de outreach op sociale media, ongeveer 350 000 burgers rechtstreeks betrokken waren; prijst voorts de gerapporteerde prestaties van het Comité met betrekking tot de organisatie van de Week van het maatschappelijk middenveld, namelijk 800 deelnemers, meer dan 8 000 interacties, meer dan 1 miljoen views en ongeveer 96 000 views op video’s, hetgeen wijst op een sterke aanwezigheid op sociale media;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>68.</NO.P>is ingenomen met de inspanningen van het Comité om de zichtbaarheid van zijn werkzaamheden te vergroten; is echter van mening dat er verdere inspanningen nodig zijn om ervoor te zorgen dat in communicatieactiviteiten de rol van het Comité en zijn concrete bijdragen aan de aanwezigheid van de Unie ter plaatse duidelijk worden uitgelegd, op een manier die begrijpelijk en zinvol is voor de burgers; prijst de lancering van het NaviGate-platform in mei 2024; merkt op dat dit platform, dat met weblinks de EULT aanvult, de zichtbaarheid van het werk van het Comité aanzienlijk heeft vergroot en de gebruikerservaring voor leden, personeel, bezoekers van andere instellingen en het publiek heeft verbeterd, met 4 600 unieke bezoekers in 2024;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>69.</NO.P>maakt uit het verslag van het Comité op dat zijn aanwezigheid op sociale media is blijven toenemen, waarbij het aantal volgers op de vier belangrijkste accounts van het Comité in totaal met meer dan 18 % is toegenomen ten opzichte van 2023; benadrukt dat de betrokkenheid aanzienlijk is toegenomen, met een stijging van 45 % en meer dan 416 000 interacties op verschillende platforms; merkt voorts op dat het Comité eind 2024 op X 62 868 volgers had, op LinkedIn 79 647 volgers, op Facebook 49 494 volgers en op Instagram 29 987 volgers, hetgeen wijst op een sterke platformspecifieke groei ten opzichte van 2023; merkt op dat de grootste stijging van het aantal volgers in 2024 werd opgetekend op het Instagram-account (+ 72 %); merkt op dat het Comité, in overeenstemming met de gemeenschappelijke aanpak van de instellingen van de Unie, in 2024 zijn eerste Bluesky-account heeft geopend om zijn officiële aanwezigheid veilig te stellen, en dat de activiteiten in januari 2025 van start zijn gegaan.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>