<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0132</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Kwijting 2024: algemene begroting van de EU – Comité van de Regio’s</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0056/2026 - Rapporteur: Pasquale Tridico)</STRING></HIDDEN><TXTLST><DECISION><TI><NR>1.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 29 april 2026 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2024, afdeling VII – Comité van de Regio’s (2025/2152(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2024<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2024/207, 22.2.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/budget/2024/207/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de geconsolideerde jaarrekening van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2024 (COM(2025)0359 – C10‑0152/2025)<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2025/4944, 13.10.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/4944/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van het Comité van de Regio’s aan de kwijtingsautoriteit over de in 2024 uitgevoerde interne controles,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2024, vergezeld van de antwoorden van de instellingen<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2025/5409, 8.10.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/5409/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2025/5407, 13.10.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/5407/oj.</FIELD></FOOTNOTE> voor het begrotingsjaar 2024 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, opgesteld overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 314, lid 10, en de artikelen 317, 318 en 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD> PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1046/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name de artikelen 59, 118, 260, 261 en 262,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name de artikelen 59, 118, 266, 267 en 268,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 102 van zijn Reglement en bijlage V bij dat Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A10-0056/2026),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>verleent de secretaris-generaal van het Comité van de Regio’s kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Comité van de Regio’s voor het begrotingsjaar 2024;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan het Comité van de Regio’s, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor bekendmaking ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L-serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><RESOL><TI><NR>2.</NR> <STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 29 april 2026 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2024, afdeling VII – Comité van de Regio’s (2025/2152(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2024, afdeling VII – Comité van de Regio’s,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 102 van zijn Reglement en bijlage V bij dat Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A10-0056/2026),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>	overwegende dat de kwijtingsautoriteit in het kader van de kwijtingsprocedure benadrukt dat het bijzonder belangrijk is de democratische legitimiteit van de instellingen van de Unie verder te versterken en dat zij daarom niet alleen de wettigheid en regelmatigheid van de uitgaven beoordeelt, maar de uitgaven van de Unie ook evalueert vanuit het oogpunt van het verbeteren van transparantie en verantwoordingsplicht en de toepassing van het concept van resultaatgericht begroten en een goed personeelsbeheer, zodat zij meetbare resultaten voor burgers opleveren, met name op lokaal en regionaal niveau;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat het Comité van de Regio’s (het “Comité”) een politieke vergadering is van 329 leden (en 329 plaatsvervangers), gekozen in de regio’s, steden, dorpen en gemeenten van de 27 lidstaten van de Unie, die een cruciale institutionele rol speelt in het cohesiebeleid van de Unie door regionale en lokale autoriteiten te vertegenwoordigen, fungeert als adviesorgaan voor de instellingen van de Unie en tot taak heeft om vanuit het standpunt van de lokale en regionale overheden bij te dragen tot de beleidsvorming en de besluitvorming van de Unie en er tegelijkertijd toe bij te dragen dat de Unie doeltreffender wordt en dichter bij de burgers komt te staan;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat raadpleging van het Comité door de Commissie of de Raad in bepaalde gevallen verplicht is en dat het Comité ook op eigen initiatief adviezen kan uitbrengen en op een groot aantal gebieden kan worden geraadpleegd, zoals vastgelegd in de Verdragen, hetgeen de mogelijkheid biedt om te worden geraadpleegd door het Parlement;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat de werkzaamheden van het Comité worden bepaald op basis van zijn algemene politieke strategie zoals uiteengezet in zijn resolutie van 2 juli 2020 over de prioriteiten van het Comité van de Regio’s voor 2020-2025<FOOTNOTE><FIELD> Resolutie van het Europees Comité van de Regio’s – De prioriteiten van het Europees Comité van de Regio’s voor 2020-2025 – Europa dichter bij de mensen via de dorpen, steden en regio’s (PB C 324 van 1.10.2020, blz. 8).</FIELD></FOOTNOTE>, en dat het Comité voor de periode 2020-2025 drie politieke prioriteiten met drie bijbehorende communicatiecampagnes heeft vastgesteld: Europa dichter bij de burger brengen, bouwen aan veerkrachtige regionale en lokale gemeenschappen en bevordering van cohesie als fundamentele waarde van de EU;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>	overwegende dat de lokale en regionale overheden goed zijn voor een derde van de overheidsuitgaven, de helft van de overheidsinvesteringen en een kwart van de belastinginkomsten en in veel lidstaten bevoegdheden hebben op belangrijke gebieden als onderwijs, economische ontwikkeling en cohesie, milieu, sociale bescherming, gezondheidszorg en diensten van algemeen belang, en dat coördinatie tussen het lokale, regionale, nationale en Unieniveau dus de legitimiteit van de wetgeving versterkt, het draagvlak vergroot en doeltreffender is om voordelen voor burgers op te leveren, en bijdraagt tot de monitoring en uitvoering van Unie-uitgaven met een territoriaal effect, waarbij ervoor wordt gezorgd dat niemand aan zijn lot wordt overgelaten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat het Comité als politieke doelstelling heeft zijn betrokkenheid bij de gehele politieke en wetgevingscyclus van de Unie te vergroten en de band met de burgers van de Unie concreter te maken via de leden van het Comité, die in hun gemeenschappen en in hun nationale verenigingen van lokale en regionale overheden als krachtige multiplicatoren fungeren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat het Comité negen belangrijke prioritaire gebieden heeft aangewezen om zijn optreden in 2024 strategischer en doeltreffender te maken: uitbreiding van de Unie en steun aan Oekraïne; democratie en betere regelgeving; veerkracht; “Green Deal Going Local”; concurrentievermogen, industrie, kmo’s, verlichting van de regelgevingsdruk en belastingregeling voor ondernemingen; optimalisering van de uitvoering van en de communicatie over het cohesiebeleid van de Unie; de drievoudige planetaire crises aanpakken; werkgelegenheid, gelijkheid en sociaal beleid; en bevordering van Uniesteun voor regionale innovatie-ecosystemen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat Verordening (EU) 2021/1060 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2021/1060 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds Plus, het Cohesiefonds, het Fonds voor een rechtvaardige transitie en het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en de financiële regels voor die fondsen en voor het Fonds voor asiel, migratie en integratie, het Fonds voor interne veiligheid en het Instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visumbeleid (PB L 231 van 30.6.2021, blz. 159, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/1060/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, die betrekking heeft op het cohesiebeleid van de Unie en de financiering daarvan in de periode 2021-2027 en die in juli 2021 in werking is getreden, verwijzingen bevat naar het beginsel van partnerschap en bestuur op verschillende niveaus, met een ondersteunende rol voor het Comité en het Parlement, waarbij de regio’s van de Unie en hun lokale en regionale overheden als partners worden betrokken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat in het kader van de meer dan 400 nationale en regionale programma’s voor de uitvoering van het cohesiebeleid van de Unie in de programmeringsperiode 2021-2027 ongeveer 380 miljard EUR uit verschillende fondsen beschikbaar wordt gesteld voor de aanpak van de economische, sociale en milieu-uitdagingen waarmee de regio’s, steden, dorpen en gemeenten van de Unie worden geconfronteerd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat op 19 februari 2021 Verordening (EU) 2021/241 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2021/241 van het Europees Parlement en de Raad van 12 februari 2021 tot instelling van de herstel- en veerkrachtfaciliteit (PB L 57 van 18.2.2021, blz. 17, ELI:  http://data.europa.eu/eli/reg/2021/241/oj).</FIELD></FOOTNOTE> tot instelling van de herstel- en veerkrachtfaciliteit van de Unie in werking is getreden, die de rechtsgrondslag vormt om tussen 2021 en 2026 middelen en leningen ten belope van maximaal 672,5 miljard EUR (in prijzen van 2018) onder de lidstaten te verdelen en tevens tot doel heeft de economische, sociale en territoriale cohesie te ondersteunen en ongelijkheden tussen de regio’s van de Unie aan te pakken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat het Comité, als instelling van de Unie in de zin van het Financieel Reglement, zijn eigen jaarrekening moet vaststellen, die wordt opgesteld overeenkomstig de door de rekenplichtige van de Commissie vastgestelde boekhoudregels (boekhoudregels van de Europese Unie) en wordt gebaseerd op de internationale standaarden voor overheidsboekhouding, en die uiteindelijk in de jaarrekening van de Unie wordt geconsolideerd;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>merkt op dat de begroting van het Comité onder rubriek 7 “Europees openbaar bestuur” (“rubriek 7”) van het meerjarig financieel kader (“MFK”) valt, die in 2024 in totaal 13,3 miljard EUR bedroeg, oftewel 6,9 % van de begrotingsuitgaven van de Unie; merkt op dat de begroting van het Comité in 2024 goed was voor 0,92 % van de kredieten van rubriek 7 van het MFK;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>neemt er kennis van dat de Europese Rekenkamer (de “Rekenkamer”) in haar jaarverslag over het begrotingsjaar 2024 (het “verslag van de Rekenkamer”) een steekproef van 70 verrichtingen onder de rubriek “Europees openbaar bestuur” heeft onderzocht, hetzelfde aantal als in 2023; stelt vast dat de Rekenkamer verklaart dat de administratieve uitgaven betrekking hebben op uitgaven voor personele middelen, met inbegrip van pensioenen, die in 2024 goed waren voor zo’n 69 % van het totaal, en uitgaven voor gebouwen, uitrusting, energieverbruik, communicatie en informatietechnologie (IT) en dat uit haar werkzaamheden door de jaren heen blijkt dat deze uitgaven over het algemeen een laag risico vormen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>merkt op dat 16 van de 70 verrichtingen (23 %) fouten bevatten, maar dat de Rekenkamer op basis van de drie door haar gekwantificeerde fouten schat dat het foutenpercentage onder de materialiteitsdrempel ligt; wijst erop dat in het verslag van de Rekenkamer geen specifieke kwesties met betrekking tot het Comité worden genoemd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>merkt op dat het cohesiebeleid aanzienlijk bijdraagt tot het vertrouwen van burgers in de Unie doordat het concrete en zichtbare resultaten oplevert via regionale en lokale projecten, waardoor de legitimiteit van het optreden van de Unie ter plaatse wordt versterkt; beklemtoont dat het Comité in dit verband een centrale rol vervult om de burgers van de Unie en de besluitvorming van de Unie nader tot elkaar te brengen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Begrotings- en financieel beheer</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>maakt uit het jaarlijks activiteitenverslag van het Comité voor 2024 (het “jaarverslag”) op dat in 2024 de definitieve goedgekeurde begroting van het Comité 123 178 345 EUR bedroeg, met inbegrip van gewijzigde begroting nr. 5/2024 (in verband met salarissen), hetgeen neerkomt op een stijging van 6 502 953 EUR (d.w.z. + 5,60 %) ten opzichte van 2023; stelt tevreden vast dat het uitvoeringspercentage van de begroting van het Comité met betrekking tot de vastleggingskredieten voor het lopende jaar 99,9 % bedroeg in 2024 (hetzelfde als in 2023), en dat het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten voor het lopende jaar is gestegen van 91,20 % in 2023 naar 91,90 % in 2024; is voorts ingenomen met een stijging van het uitvoeringspercentage van C8-kredieten (overgedragen van 2023 naar 2024) van 85 % in 2023 naar 92,20 % in 2024, terwijl de van 2023 naar 2024 overgedragen kredieten 12 578 853 EUR bedroegen, tegenover 10 540 464 EUR in het voorgaande jaar; prijst het Comité voor zijn consistent hoge uitvoeringspercentage van de begroting in de loop der jaren, dat het resultaat is van de optimalisering van de begrotingsplanning en ‑uitvoering in het licht van aanhoudende druk op de begroting; erkent in dit verband de structurele onderfinanciering van het Comité, met name in het licht van zijn rol als innovatieve koploper en proeftuin voor praktijken die het bestuur van de Unie in ruimere zin ten goede kunnen komen, en erkent dat het Comité extra middelen nodig heeft om zijn doelstellingen doeltreffend te verwezenlijken, met inachtneming van de begrotingsdiscipline;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>beklemtoont dat de hoge uitvoeringspercentages van de begroting en de lage foutenpercentages van het Comité aantonen dat met een gedecentraliseerde uitvoering, dicht bij regionale en lokale overheden, niet alleen goed financieel beheer maar ook tastbare resultaten voor burgers kunnen worden gewaarborgd, en erkent dat er extra middelen nodig zijn; verzoekt de Commissie om het Comité van de Regio’s binnen zijn institutionele mandaat volledig te betrekken bij het toezicht op en de beoordeling van de Unie-uitgaven, ook bij besluiten die betrekking hebben op de Uniebegroting voor de periode na 2027, om de verantwoordingsplicht, transparantie en resultaten van cohesieprojecten die gericht zijn op het verkleinen van economische, sociale en territoriale ongelijkheden verder te verbeteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>merkt op dat het uitvoeringspercentage van C1-kredieten van begrotingspost 1 0 0 0 “Kantooruitgaven van leden” is gedaald van 76,20 % in 2023 naar slechts 13,90 % in 2024; neemt kennis van de uitleg van het Comité dat de vergoedingen voor kantooruitgaven voor 2024 begin 2025 met C8-kredieten zijn uitgevoerd; merkt op dat het Comité het lage uitvoeringspercentage in 2023 van C8-kredieten van begrotingspost 2 0 0 7 “Inrichting van dienstruimten” heeft aangepakt door te vermijden dat grote bouwprojecten aan het eind van het jaar worden opgestart en door tussentijdse betalingen voor langetermijnprojecten te verrichten om te late facturen te voorkomen; merkt echter op dat het uitvoeringspercentage van C1-kredieten van die post is gedaald van 99,20 % in 2023 naar 51,90 % in 2024 als gevolg van het tijdschema voor renovatie van een aantal liften van het Comité;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>maakt uit het jaarverslag op dat het Comité in de loop van 2024 in totaal 42 overschrijvingen heeft uitgevoerd voor een totaalbedrag van 2,7 miljoen EUR, waarvan 37 interne overschrijvingen voor een totaalbedrag van 1,1 miljoen EUR en vijf externe overschrijvingen voor een totaalbedrag van 1,6 miljoen EUR, waarvan ongeveer 1 miljoen EUR is overgeschreven naar begrotingsonderdelen ter dekking of versterking van posten zoals erfpachtcanons, de organisatie van een intern vergelijkend onderzoek, IT-uitgaven en de inrichting van dienstruimten voor een mediaruimte ten behoeve van zowel het Comité als het Europees Economisch en Sociaal Comité (“EESC”);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>merkt in de context van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne op dat het Comité in 2024 nog steeds werd getroffen door stijgende kosten voor energie, vervoer en accommodatie en door indexeringsmechanismen in verband met het inflatiepercentage, hetgeen direct of indirect gevolgen heeft gehad voor onder meer uitgaven voor grondstoffen, externe contractanten, energie, reizen, huur, leasing en onderhoud van gebouwen; merkt op dat in de periode van 2022 tot 2025 de cumulatieve kostenstijging in verband met indexering + 21,50 % bedroeg voor huur en erfpacht en + 15 % voor onderhouds- en beveiligingscontracten, en dat in de periode van 2022 tot 2024 de gemiddelde kosten voor een lid dat van en naar Brussel reist zijn gestegen van 1 200 EUR naar 1 620 EUR; neemt in dit verband kennis van een toename van het aantal begrotingsoverdrachten van het Comité van 31 in 2023 tot 42 in 2024, deels om door de hoge inflatie en indexering getroffen contracten te dekken; prijst de gemeenschappelijke acties van het Comité en het EESC om te zorgen voor betere interinstitutionele samenwerking door middel van digitalisering en gezamenlijke inspanningen op het gebied van aanbesteding; is ingenomen met de hernieuwde energiebesparingsmaatregelen van het Comité in 2024, die van cruciaal belang zijn om de gevolgen van de stijgende energiekosten te beperken; erkent echter dat alle instellingen van de Unie hun begrotingsbeheer moeten verbeteren door bij het sluiten van contracten met dienstverleners ook rekening te houden met prijsvolatiliteit, met name in de energiesector;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>verzoekt de administratie van het Comité actief kostenbesparende maatregelen in kaart te brengen en uit te voeren, onder andere door meer gebruik te maken van hybride vergadertechnologieën, het gebruik van gebouwen te optimaliseren, administratieve activiteiten te consolideren en onnodige logistieke kosten terug te dringen; verzoekt om regelmatige voortgangsverslagen over de uitgevoerde maatregelen en de bereikte besparingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>neemt kennis van een stijging van betalingen voor de leden van het Comité uit begrotingspost 1 0 0 4, van 7 955 968 EUR in 2023 naar 8 036 613 EUR in 2024, hetgeen neerkomt op een stijging van 1 % (een daling ten opzichte van + 20 % het voorgaande jaar); merkt op dat in 2024 in totaal 8 231 betalingen zijn verricht voor reiskosten, 4 188 betalingen voor reisvergoedingen, 7 303 betalingen voor vergadervergoedingen voor fysieke deelname en 164 betalingen voor deelname op afstand; maakt uit de follow-up door het Comité van de opmerkingen in de resolutie van het Parlement over de kwijting 2023 (“het vervolgverslag”) op dat het Comité in 2024 een herziene reeks regels inzake reisvergoedingen en de betaling van vergoedingen aan leden van het Comité heeft vastgesteld met verschillende maatregelen om onnodige kosten en koolstofemissies te verminderen, zoals het Parlement in eerdere kwijtingsresoluties had aanbevolen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>merkt op dat de begroting voor dienstreizen (kredieten voor het lopende jaar) met 13,60 % is gestegen van 420 833 EUR in 2023 naar 478 050 EUR in 2024 en dat het uitvoeringspercentage van die begroting in 2024 ongeveer 80 % bedroeg (vergelijkbaar met 2023); merkt op dat deze stijging het gevolg was van een toename van het aantal dienstreizen van 574 in 2023 tot 810 in 2024, waarvan er 268 verband hielden met de organisatie door het Comité van een top in Bergen ter gelegenheid van het dertigjarig bestaan van het Comité in 2024;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>stelt vast dat de kredieten voor vertolkingsdiensten in het lopende jaar met ongeveer 10 % zijn gedaald, van 4,167 miljoen EUR in 2023 tot 3,737 miljoen EUR in 2024, en dat het uitvoeringspercentage 64,80 % bedroeg in 2024, een daling ten opzichte van 67,30 % in 2023;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>merkt op dat in de huidige regels van het Comité de forfaitaire vergoeding voor vergaderingen op afstand is vastgesteld op 50 % van de reguliere vergoeding voor vergaderingen, waarbij de laatste 367 EUR bedraagt en de eerste 186,50 EUR na indexering; merkt op dat het totale bedrag dat is betaald voor vergoedingen voor vergaderingen op afstand laag bleef in vergelijking met voorgaande jaren, nadat in 2023 een aanzienlijke terugkeer naar fysieke vergaderingen werd opgetekend; wijst niettemin op een lichte stijging van het betaalde bedrag van 32 632 EUR in 2023 naar 38 104 EUR in 2024; maakt uit de antwoorden van het Comité op de vragenlijst van de Commissie begrotingscontrole van het Parlement voor de kwijting 2024 (de “vragenlijst”) op dat alleen vergaderingen van niet-statutaire organen van het Comité online of in hybride vorm kunnen plaatsvinden, terwijl deelname op afstand wordt gemonitord via het Interactio-platform en de extractie van .csv-bestanden daaruit; verzoekt het Comité de transparantie en evenredigheid van het systeem van vergoeding voor deelname op afstand te versterken om het vertrouwen van het publiek te vergroten, en benadrukt dat financiële vergoedingen voor deelname op afstand strikt gerechtvaardigd moeten zijn; is van mening dat deelname op afstand weliswaar een belangrijk instrument is voor een moderne instelling, omdat daardoor de vergaderkosten worden beperkt en bredere participatie mogelijk wordt, en dat de toekenning van een verlaagde vergoeding voor organen van het Comité die op afstand deelnemen aan vergaderingen, alleen bedoeld voor bepaalde soorten evenementen, een evenredige en eerlijke maatregel kan zijn om rekening te houden met de verantwoordelijkheden en voorbereidingseisen van de leden; merkt echter op dat er sprake moet zijn van transparantie en evenredigheid als het gaat om de hoogte van dergelijke vergoedingen voor deelname op afstand, met name wanneer er verschillen zijn tussen de organen van de Unie; is van mening dat de huidige hoogte van de vergoeding voor deelname aan vergaderingen op afstand verder moet worden gerechtvaardigd wat kostenefficiëntie, evenredigheid en maatschappelijk draagvlak betreft; pleit waar passend voor een breder en systematischer gebruik van online en hybride vergadervormen om reisgerelateerde uitgaven terug te dringen, kostenefficiëntie te verbeteren, milieueffecten te beperken en het vertrouwen van het publiek in het verstandig gebruik van Uniemiddelen te vergroten, en verzoekt om na te gaan of de regels van het Comité gelijk kunnen worden getrokken met die van het EESC, of duidelijk en transparant te motiveren waarom wordt vastgehouden aan een verschillend systeem;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>stelt op basis van de vragenlijst en het vervolgverslag met tevredenheid vast dat de gemiddelde betalingstermijn is gedaald van 21,88 dagen in 2023 naar 18,46 dagen in 2024, ondanks een verdere toename van het aantal verwerkte facturen; prijst het Comité voor het bereiken van een hoog percentage (83 %) elektronisch ontvangen facturen in 2024;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Intern beheer, prestaties en interne controle</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>erkent dat het Comité een fundamentele rol speelt door bij te dragen aan de beleidsontwikkeling en besluitvormingsprocessen van de Unie door de belangen van de lokale en regionale overheden in de Unie te vertegenwoordigen en zo Europa dichter bij de burgers te brengen en de democratische legitimiteit van de wetgeving van de Unie te vergroten; maakt uit het jaarverslag op dat de verslaglegging over de prestaties van het Comité in het kader van zijn jaarlijkse operationele plan in 2024 was gebaseerd op 26 doelstellingen, waarvan aan de hand van 87 kwantitatieve indicatoren is beoordeeld in hoeverre ze zijn gerealiseerd; verzoekt het Comité de resultaat- en effectgerichte indicatoren verder aan te scherpen om de gevolgen en toegevoegde waarde van zijn werkzaamheden voor het beleid van de Unie beter in kaart te brengen; overwegende dat de streefdoelen van de meeste van deze indicatoren (circa 74 %) zijn gehaald met een niveau van ten minste 90 %, dat zes ervan gedeeltelijk zijn gehaald met een niveau van minder dan 90 % en dat er zes niet zijn gehaald; maakt uit de vragenlijst op dat het Comité een alomvattende plannings- en rapportagecyclus heeft ingevoerd, met inbegrip van de oprichting van een centraal risicoregister en een risicobeoordeling voor alle doelstellingen in het jaarlijkse operationele plan in 2024; moedigt het Comité aan te blijven werken aan de verbetering van zijn prestaties en zijn doeltreffendheid; is ingenomen met de inspanningen van het Comité om hervormingsgerichte en innovatieve oplossingen in te voeren, de administratie te stroomlijnen en overlappende rollen met andere organen te voorkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>beklemtoont de relevantie en strategische waarde van prestatie-indicatoren en verzoekt het Comité zijn indicatorenkader verder te consolideren door ervoor te zorgen dat er verslag wordt uitgebracht over de resultaten en effecten, en niet alleen over de administratieve werkzaamheden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>wijst erop dat het Comité zijn opdracht vervult door middel van adviezen waarin het reageert op wetgevingsvoorstellen van de Commissie (adviesaanvragen), initiatiefadviezen waarin het de instellingen van de Unie oproept om actie te ondernemen, en resoluties waarin het zijn standpunt over specifieke thema’s uiteenzet; merkt op dat het Comité in 2024 in totaal 53 adviezen (hetzelfde aantal als in 2023) en vier resoluties (zes in 2023) heeft aangenomen; neemt kennis van de politieke successen die het Comité in 2024 heeft bereikt en van de rol die het heeft gespeeld bij het verwerken van lokale en regionale perspectieven in de beleidsvorming van de Unie, waardoor de betrokkenheid van burgers wordt vergroot;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>neemt met tevredenheid kennis van het jaarlijks impactverslag 2024 van het Comité (het “impactverslag”) over de politieke verwezenlijkingen van het Comité in 2024 met betrekking tot zijn drie politieke prioriteiten voor 2020-2025, waardoor de rol van het Comité bij de vormgeving van Uniebeleid op regionaal en lokaal niveau wordt versterkt; merkt op dat de inbreng van het Comité in de vorm van verklaringen en aanbevelingen uit adviezen van invloed is geweest op belangrijke beleidsterreinen van de Unie, zoals klimaatverandering, natuur, energie en groene economie (bijvoorbeeld via het verslag “Green Deal 2.0”, dat van invloed was op de conclusies van de Raad, en via het advies van het Comité over Verordening (EU) 2024/1991 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2024/1991 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2024 inzake natuurherstel en tot wijziging van Verordening (EU) 2022/869 (PB L, 2024/1991, 29.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1991/oj).</FIELD></FOOTNOTE>), vervoer (bijvoorbeeld via het advies van het Comité over het pakket vergroening van het goederenvervoer, dat van invloed was op de desbetreffende ontwerpverslagen van het Parlement) en gezondheid (bijvoorbeeld via het advies van het Comité over Verordening (EU) 2025/327 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2025/327 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2025 betreffende de Europese ruimte voor gezondheidsgegevens en tot wijziging van Richtlijn 2011/24/EU en Verordening (EU) 2024/2847 (PB L, 2025/327, 5.3.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2025/327/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, dat van invloed was op de definitieve compromistekst); merkt met tevredenheid op dat voorstellen van het Comité van invloed waren op de besluiten van de Commissie om een proefproject van 23 miljoen EUR op te zetten voor de medefinanciering van regio’s en steden voor de re-integratie van langdurig werklozen op de arbeidsmarkt en om voor het eerst een ambitieus Europees plan voor betaalbare huisvesting te introduceren waarin energie, armoede en duurzame huisvesting aan bod komen en wordt bevestigd dat toegang tot huisvesting een grondrecht is; merkt voorts op dat de verklaring die tijdens de Europese Top van regio’s en steden in maart 2024 in Bergen is aangenomen input heeft geleverd voor de strategische agenda van de Europese Raad en de politieke beleidslijnen van de Commissie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>erkent de belangrijke rol die het Comité speelt bij het vergroten van de democratische legitimiteit van de wetgeving van de Unie door te zorgen voor een actieve coördinatie van regionale en lokale overheden, en steunt het Comité dan ook in zijn streven om gerichte, evenredige en empirisch onderbouwde territoriale effectbeoordelingen uit te voeren wanneer die een duidelijke toegevoegde waarde hebben voor het wetgevingsproces; stelt met tevredenheid vast dat het Comité een volwaardig mechanisme voor raadpleging van belanghebbenden heeft opgezet om standpunten te verzamelen alvorens adviezen uit te brengen, dankzij de betrokkenheid van verschillende lokale en regionale netwerken, allianties en hubs; waardeert het dat ook rekening wordt gehouden met de stem van partners van buiten de Unie, bijvoorbeeld via de Europese Alliantie van steden en regio’s voor de wederopbouw van Oekraïne en de Euromediterrane Vergadering van lokale en regionale overheden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>stelt vast dat het Comité breder betrokken is bij de gehele politieke en wetgevingscyclus van de Unie dankzij zijn kaders voor samenwerking met de Commissie, het Parlement en de Europese Investeringsbank; beklemtoont dat het belangrijk is leden van het Comité en het EESC uit te nodigen voor parlementaire vergaderingen over aangelegenheden die onder hun bevoegdheid vallen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>merkt op dat het Comité in 2024 vijf raadplegingen van regionale hubs en twee raadplegingen van de deskundigengroep Subsidiariteit heeft gehouden en ook twee beoordelingen en twee Fit for Future-adviezen heeft afgerond; verzoekt het Comité de instellingen van de Unie en andere begunstigden van het beleid van de Unie nuttige en relevante input te blijven leveren, zoals gegevens uit de praktijk en analyses;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>stelt met waardering vast dat het Comité in 2024 is doorgegaan met de uitvoering van maatregelen om zijn intern beheer te verbeteren en zijn administratie te moderniseren, zijn processen te stroomlijnen en de kosteneffectiviteit te verbeteren; juicht toe dat er beter gebruik wordt gemaakt van digitale instrumenten, en vooral dat er inspanningen worden geleverd met het oog op vereenvoudiging, administratieve efficiëntie en beperking van onnodige interne procedures; maakt uit de vragenlijst en het jaarverslag op dat in 2024 vooruitgang is geboekt op het gebied van digitalisering en optimalisering van de workflow (zoals machinevertaling voor routinetaken en de uitbreiding van Microsoft 365-tools en SharePoint), kostenbesparingen in operaties en faciliteiten (zoals vertolking op afstand, energiebesparingsmaatregelen en een hybride werkregeling), verbetering van de efficiëntie (bijvoorbeeld door heronderhandelingen over contracten), vereenvoudiging van regels en procedures waarbij 63 van de 73 projecten zijn voltooid en een vermindering van het aantal procedures met 20 %, alsook verschillende andere acties in het kader van het plan “Going for IMPact!” voor de modernisering van de administratie van het Comité;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>benadrukt dat inspanningen op het gebied van modernisering gepaard moeten gaan met een systematische beoordeling van de tastbare voordelen die zijn behaald, zoals meetbare winst wat efficiëntie, kostenbesparingen en verwerkingstijden betreft; verzoekt het Comité daarom een methode te ontwikkelen om deze verbeteringen te kwantificeren en daar regelmatig verslag over uit te brengen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>maakt uit de vragenlijst en het jaarverslag op dat het Comité acties en maatregelen heeft ingevoerd voor een vereenvoudigde maar sterke internecontroleomgeving; merkt op dat de zelfbeoordeling van de interne controle in 2024 gericht was op financieel beheer en de meest relevante internecontroleaspecten voor degenen die de begroting van het Comité uitvoeren; stelt tevreden vast dat het Comité de screening van meer dan 500 gevoelige posten heeft afgerond, gevolgd door risicobeperkende maatregelen, controlemechanismen en de vaststelling van mobiliteitsregels in 2024; merkt op dat het meerjarig actieplan van het Comité voor de herziening en vereenvoudiging van zijn internecontroleomgeving is voortgezet via “projectconvergentie”, met een reeks processen die gericht zijn op monitoring van en verslaglegging over de prestaties en impact van het Comité in real time; wijst erop dat de laatste twee van deze processen met betrekking tot het jaarlijks activiteitenverslag en de bedrijfscontinuïteit van het Comité in 2024 volledig zijn uitgevoerd; merkt met betrekking tot het nieuwe internecontrolekader van het Comité op dat ook andere mijlpalen zijn bereikt, waaronder de totstandbrenging van bruikbare instrumenten voor een snelle uitvoering in geval van een crisis, op verschillende gebieden zoals IT, communicatie, financiële circuits en gegevensbescherming;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>merkt op dat het Comité in 2024 een gedeeltelijk gedigitaliseerde en vereenvoudigde procedure voor financiële workflows en de benoeming van financiële actoren heeft ingevoerd; merkt op dat in 2024 bij 5,60 % van de vooraf geverifieerde verrichtingen correcties werden geweigerd of een negatief advies werd uitgebracht en dat de controles achteraf gericht waren op financiële transacties (volgens de nieuwe methode) en geen grote problemen aan het licht brachten; merkt voorts op dat het aantal verslagen over financiële uitzonderingen is gedaald ten opzichte van 2023, dat er twee verslagen over administratieve uitzonderingen zijn geregistreerd wegens niet-naleving van interne procedures en dat er geen rechtszaken liepen in verband met aanbestedingsbesluiten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>merkt op dat in 2024 drie nieuwe controles zijn gestart: over de prestaties van de logistieke diensten die aan de leden van het Comité worden verleend, over de optimalisering van de toewijzing van personele middelen in het directoraat Vertaling en over de toereikendheid van het aanbestedings- en contractbeheer; maakt uit de vragenlijst op dat vooruitgang is geboekt met betrekking tot lopende controles van het beheer van vacatures, de bescherming van persoonsgegevens en de prestaties van de IT-organisatie in gezamenlijke diensten; verzoekt het Comité de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van de voortgang met betrekking tot deze kwesties;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Personele middelen, gelijkheid en welzijn van het personeel</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>merkt op dat het Comité eind 2024 in totaal 561 personeelsleden telde (gedetacheerde nationale deskundigen, interimpersoneel, personeelsleden intra muros en stagiairs uitgezonderd), tegenover 559 personeelsleden in 2023; stelt vast dat het Comité eind 2024 in totaal 73 arbeidscontractanten in dienst had, tegenover 74 arbeidscontractanten in 2023, en 102 tijdelijke functionarissen, tegenover 96 tijdelijke functionarissen in 2023, waarvan 22 arbeidscontractanten een contract voor onbepaalde tijd hadden, 51 arbeidscontractanten een contract voor bepaalde tijd hadden, 49 tijdelijke functionarissen een vaste functie bekleedden met een contract voor bepaalde tijd, 50 tijdelijke functionarissen een contract voor onbepaalde tijd hadden en 3 tijdelijke functionarissen een tijdelijke functie bekleedden; merkt bovendien op dat het Comité 39 externe dienstverleners in dienst had die intra muros werkten; benadrukt dat het belangrijk is om waar passend vaste contracten aan te bieden om vaardigheden, continuïteit en een productieve en stabiele werkomgeving in stand te houden, zonder afbreuk te doen aan flexibiliteit en een op verdienste gebaseerd aanwervingsbeleid dat in overeenstemming is met de operationele behoeften; waarschuwt voor een buitensporige afhankelijkheid van externe dienstverleners; stelt vast dat in 2024 de bezettingsgraad van de posten in de personeelsformatie 96,40 % bedroeg (een daling ten opzichte van 98 % in 2023) en dat het personeelsverloop 7,30 % bedroeg (een stijging ten opzichte van 6,60 % in 2023);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>merkt op dat het Comité in 2024 in het kader van de Cicero-regeling 51 stagiairs in dienst heeft genomen, waarbij de stagiairs van het Comité een maandelijkse toelage ontvangen en dezelfde arbeidsvoorwaarden genieten als het personeel, met inbegrip van de mogelijkheid om te telewerken; benadrukt nogmaals dat stages gepaard moeten gaan met een vergoeding die voldoet aan de resolutie van het Europees Parlement van 14 juni 2023 met aanbevelingen aan de Commissie betreffende hoogwaardige stages in de EU (2020/2005(INL)), die een oproep inhoudt om alle stages in de EU betaald te maken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>betreurt dat het Comité in leidinggevende functies nog geen genderpariteit heeft bereikt, maar erkent de aanzienlijke vooruitgang die het Comité heeft geboekt in het kader van zijn vijfjarige strategie voor diversiteit en inclusie voor de periode 2022-2026 en het bijbehorende actieplan; is ingenomen met de verkiezing in 2025 van een vrouwelijke voorzitter van het Comité, wat een bevestiging vormt van de inzet van de instelling voor de bevordering van gendergelijkheid op het hoogste politieke niveau, en moedigt het Comité aan zich te blijven inspannen om de vertegenwoordiging van vrouwen in leidinggevende functies te vergroten, maar benadrukt dat verdienste en beroepskwalificaties de belangrijkste criteria voor benoeming blijven; merkt op dat eind 2024 bij het Comité 57,2 % vrouwen en 42,8 % mannen in dienst waren, bijna dezelfde verhouding als in 2023; stelt vast dat het aandeel vrouwen in hogere managementfuncties is gedaald van 44,4 % in 2023 tot 33,3 % in 2024 (en in 2025 weer is gestegen tot 44,4 %) en dat het aandeel vrouwen in het middenkader is gedaald van 32,50 % in 2023 tot 29,7 % in 2024; maakt uit de vragenlijst op dat er maatregelen zijn genomen om een grotere participatie van vrouwen in leidinggevende functies aan te moedigen, onder meer door middel van gerichte training- en coachingmogelijkheden voor vrouwelijke personeelsleden die een leidinggevende functie ambiëren en de bevordering van flexibelere werkregelingen; herhaalt dat het bereiken van genderevenwicht in managementfuncties op lange termijn een kerndoelstelling van de instellingen is en verwacht van het Comité dat het een concreet, tijdgebonden actieplan vaststelt met meetbare streefdoelen, tussentijdse mijlpalen en jaarlijkse verslaglegging; verzoekt het Comité erop toe te zien dat de vorderingen in de richting van pariteit worden gemonitord en bekend worden gemaakt aan het publiek;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>prijst het Comité voor zijn maatregelen om ook het genderevenwicht onder zijn leden te bevorderen, met name door de Raad brieven te sturen over vacatures en door genderevenwicht te bepleiten bij de permanente vertegenwoordigingen en nationale verenigingen van lokale en regionale overheden die betrokken zijn bij de benoemingsprocedure; maakt uit het vervolgverslag op dat het percentage vrouwelijke leden ondertussen is gestegen van 23,40 % in 2020 tot 28,7 % in 2025; waardeert het dat het nieuwe reglement van orde van het Comité, dat in augustus 2024 in werking is getreden, expliciete doelstellingen bevat om het genderevenwicht te verbeteren, met name in de samenstelling van het bureau van het Comité; spoort het Comité ertoe aan genderevenwicht te blijven bevorderen, en tegelijkertijd te garanderen dat benoemingen gebaseerd zijn op verdienste, beroepservaring en kwalificaties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>prijst het Comité voor de organisatie van een intern vergelijkend onderzoek in 2024 om tegemoet te komen aan de huidige en toekomstige aanwervingsbehoeften, de bedrijfscontinuïteit te waarborgen en ervaren personeel te behouden, en zo de kloof te dichten die is ontstaan door het ontbreken van reservelijsten van het Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO); maakt uit de vragenlijst op dat 72 kandidaten op de reservelijst van het Comité zijn geplaatst, van wie er op 1 september 2025 al 46 waren aangeworven in verschillende rangen, zowel AST als AD; verwacht als gevolg daarvan vanaf 2025 een daling van het aantal tijdelijke functionarissen en arbeidscontractanten in dienst van het Comité;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>neemt ter kennis dat het Comité, naar aanleiding van een in 2022 gestart proefproject over een hybride werkregeling en een enquête naar de tevredenheid van het personeel, op 1 januari 2024 een besluit heeft genomen dat sinds 1 februari 2024 van toepassing is en voorziet in een hybride werkregeling en een gepersonaliseerd weekrooster voor elk personeelslid, alsook in de mogelijkheid om maximaal 60 % van de werktijd thuis te werken (behalve voor personeelscategorieën die onverenigbaar zijn met telewerken) en maximaal 15 dagen per jaar buiten de standplaats te werken; erkent dat deze maatregelen tot doel hebben het evenwicht tussen werk en privéleven te verbeteren en tegelijkertijd de operationele efficiëntie en de tevredenheid van het personeel te handhaven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>stelt met tevredenheid vast dat 89 % van de deelnemers aan de personeelsenquête van 2025 heeft aangegeven tevreden te zijn met de flexibele werkregelingen van het Comité; wijst erop dat deze mogelijk ook van invloed zijn op het aantal ziekteverlofdagen dat door het personeel van het Comité wordt opgenomen; maakt uit het vervolgverslag op dat de dalende trend van het totale aantal ziekteverlofdagen aanhoudt, met 7 303 dagen in 2024 tegenover 7 544 dagen in 2023, waarbij: het aantal personeelsleden dat geen ziekteverlof heeft opgenomen, is gedaald van 211 (36 % van alle personeelsleden) in 2023 tot 196 (34 %) in 2024; het aantal personeelsleden dat minder dan zeven dagen ziekteverlof heeft opgenomen, is toegenomen van 201 (35 % van alle personeelsleden) in 2023 tot 211 (36 %) in 2024; en het aantal personeelsleden dat voor een periode tussen 7,5 en 21 dagen ziekteverlof heeft opgenomen, is toegenomen van 92 (16 % van alle personeelsleden) in 2023 tot 96 (16 %) in 2024;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>maakt uit de vragenlijst op dat het aantal gevallen van burn-out is gedaald van 18 in 2023 tot 6 in 2024; prijst het Comité voor zijn proactieve aanpak om burn-out te voorkomen, door personeel met langdurig ziekteverlof nauwlettend te volgen door middel van op maat gesneden maatregelen die regelmatig contact met het respectieve personeel en input van medische deskundigen omvatten; merkt voorts op dat het Comité door een gepersonaliseerde follow-up van langdurig ziekteverlof er met succes in is geslaagd om in 2024 drie personeelsleden te laten re-integreren na een langdurige afwezigheid als gevolg van een burn-out; is ingenomen met de preventieve maatregelen die het Comité in 2024 heeft genomen om de gezondheid en het welzijn op het werk te verbeteren, bijvoorbeeld door het personeel ter plaatse georganiseerde sessies met paramedische specialisten (fysiotherapeuten, osteopaten, via een kaderovereenkomst aangeworven opleiders) aan te bieden en bewustmakingsconferenties over gezondheid te organiseren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>merkt op dat het Comité in 2024 is blijven werken aan het onder de aandacht brengen van de beschikbare maatregelen om intimidatie op het werk te voorkomen en te bestrijden, in overeenstemming met zijn besluit van 26 april 2021 betreffende bescherming van de waardigheid op het werk, beheer van conflicten en bestrijding van intimidatie, met name door middel van specifieke richtsnoeren, interne communicatie (tweewekelijkse HR-nieuwsbrief) en de organisatie van verschillende informatiesessies voor personeel en managers, met inbegrip van verplichte opleiding over ethiek en integriteit; merkt op dat het Comité in 2024 vier nieuwe gevallen van vermeende intimidatie heeft geregistreerd, waarbij één zaak betrekking had op seksuele intimidatie en één zaak bij de Belgische politie aanhangig is gemaakt door middel van een formele klacht; merkt op dat de vastgestelde procedures (voorlopige beoordeling, administratief onderzoek, voorzorgsmaatregelen enz.) zijn toegepast en verzoekt het Comité de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van de uitkomst van deze zaken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>prijst het Comité voor zijn inspanningen om voor personen met een handicap toegang tot of gebruik van alle digitale producten van het Comité te garanderen door de richtlijnen voor toegankelijkheid van webcontent toe te passen; merkt in dit verband op dat het HReForms-platform van het Comité in 2024 een upgrade heeft gekregen met toegankelijkheid als kernvereiste, onder meer door verbeterde functies toe te voegen voor kleurcontrast, toetsenbordnavigatie en alternatieve tekst; stelt tevreden vast dat het Comité aanpassingen voor kandidaten met een handicap betaalt, waardoor eerlijke selectieprocedures worden gewaarborgd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>stelt vast dat in 2024 onder het personeel van het Comité alle nationaliteiten van de Unie vertegenwoordigd waren (en één personeelslid de Oekraïense nationaliteit had), en dat sommige nationaliteiten oververtegenwoordigd waren; is ingenomen met de inspanningen van het Comité om de geografische verdeling onder zijn personeel in 2024 in evenwicht te brengen door middel van gerichte outreachinitiatieven om kandidaten uit ondervertegenwoordigde landen aan te trekken; merkt op dat dergelijke initiatieven onder meer bestonden uit het toegenomen gebruik van digitale platforms en sociale media om de zichtbaarheid van vacatures te vergroten, directe samenwerking met de permanente vertegenwoordigingen van de lidstaten, presentaties voor specifieke doelgroepen om deelname aan de selectieprocedures van het Comité aan te moedigen en analyse van trends in sollicitaties; merkt op dat deze maatregelen in 2024 al tot een positief resultaat hebben geleid, zoals een toename van het aantal ontvangen sollicitaties, ook uit ondervertegenwoordigde landen; is bovendien ingenomen met de samenwerking van het Comité met EPSO en andere instellingen van de Unie om de kandidatenpool te diversifiëren, beste praktijken uit te wisselen en inspanningen te coördineren om lacunes in de vertegenwoordiging in het bestuursapparaat van de Unie aan te pakken; verzoekt het Comité maatregelen te blijven nemen die gericht zijn op een evenwichtigere geografische spreiding, ook op managementniveau, en de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van de trends in de sollicitaties die het Comité ontvangt in de ene periode ten opzichte van andere periodes;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>is ingenomen met de sterke en gestructureerde sociale dialoog in verband met organisatorische veranderingsprocessen die in de loop van 2024 hebben plaatsgevonden; spoort het Comité aan personeelsvertegenwoordigers systematisch te blijven betrekken bij hervormingen in verband met onder meer digitalisering, interne reorganisatie en nieuwe werkmethoden en hun betrokkenheid verder te versterken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Ethisch kader en transparantie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>is ingenomen met de werkzaamheden die het Comité in 2023 heeft verricht om ethische regels en praktijken te consolideren in één ethisch rechtskader (Besluit nr. 157/2023), dat onder meer betrekking heeft op tuchtprocedures, waardigheid op het werk, conflictbeheersing, bestrijding van intimidatie, nevenactiviteiten en klokkenluiders; merkt op dat 2024 het eerste jaar was waarin dit nieuwe kader werd toegepast; merkt op dat het Comité in 2024 regelmatig verplichte cursussen over ethiek en integriteit, klokkenluiden en preventie van belangenconflicten heeft aangeboden aan verschillende personeelscategorieën, van nieuwkomers en managers tot het personeel in het algemeen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>merkt op dat het Comité in 2024 geen gevallen heeft gemeld aan en niet het voorwerp is geweest van een onderzoek door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF), het Europees Openbaar Ministerie (EOM) of de Europese Ombudsman;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>herinnert eraan dat het Comité Regeling nr. 6/2023 van 4 juli 2023 heeft aangenomen tot vaststelling van op ambtsdragende leden en rapporteurs gerichte transparantiemaatregelen; wijst erop dat deze maatregelen betrekking hebben op de uitnodiging aan ambtsdragende leden en rapporteurs om alleen belangenvertegenwoordigers te ontmoeten die in het transparantieregister zijn ingeschreven en om alle vergaderingen met belangenvertegenwoordigers die zij in hun hoedanigheid van lid van het Comité houden openbaar te maken; merkt op dat één lid van het Comité in 2024 melding heeft gemaakt van een ontmoeting met een belangenvertegenwoordiger; prijst het Comité in dit verband voor zijn formele aansluiting bij het transparantieregister van de EU op 1 januari 2024;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>maakt uit de vragenlijst op dat het Comité in 2024 beginselen en mechanismen heeft toegepast om de transparantie op verschillende gebieden te bevorderen, zoals begrotings- en financieel beheer, verslaglegging, samenwerking op het gebied van controle, HR, overheidsopdrachten, toegang van het publiek tot documenten en archiefbeheer;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>is ingenomen met de hernieuwde inspanningen van het Comité in 2024 op het gebied van opsporing en preventie van belangenconflicten; merkt op dat het Comité in zijn Besluit nr. 157/2023 het begrip “belangenconflicten” heeft gedefinieerd en een mechanisme heeft ingevoerd om dergelijke conflicten op te sporen en te voorkomen, waarbij personeelsleden moeten aangeven of zij zich al dan niet in een belangenconflict bevinden (potentieel of mogelijk) door op verschillende belangrijke momenten van hun loopbaan of beroepsactiviteiten een formulier in te vullen; maakt met tevredenheid uit de vragenlijst op dat de jaarlijkse informatie over de beroepsactiviteiten van voormalige hoge ambtenaren op transparante wijze op de website van het Comité wordt gepubliceerd en dat zij zich gedurende de eerste twaalf maanden nadat zij hun functie bij het Comité hebben neergelegd niet mogen inlaten met lobbyactiviteiten of belangenbehartiging bij het Comité;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>maakt uit de vragenlijst op dat in 2024 binnen het Comité geen belangenconflicten zijn vastgesteld; merkt niettemin op dat een lid van het Comité bezorgdheid heeft geuit over een mogelijk belangenconflict als gevolg van het ontvangen van een betaling voor het opstellen van een studie voor technische ondersteuning voor een lid van het Parlement of een fractie in het Parlement; is ingenomen met de bevestiging die tijdens de kwijtingsprocedure is ontvangen dat het desbetreffende lid van het Comité de opdracht in kwestie uiteindelijk niet heeft aanvaard;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>stelt vast dat er in 2024 bij het Comité geen gevallen van klokkenluiden zijn gemeld; merkt op dat het Comité in 2024 geen nieuwe maatregelen met betrekking tot klokkenluiden heeft vastgesteld, zich is blijven baseren op de maatregelen die sinds 2015 van kracht zijn en deze is blijven bevorderen door middel van cursussen en bewustmaking op het gebied van ethiek; is voorstander van regelmatige verplichte cursussen ethiek, zowel voor het personeel als voor het management;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>merkt op dat het Comité beschikt over een reeks fraudebestrijdingsmaatregelen en ‑acties die van toepassing zijn op zijn leden en zijn personeel en die door verschillende diensten zijn uitgevoerd; betreurt dat er in 2024 geen fraudebestrijdingsstrategie bestond; maakt niettemin uit de vragenlijst op dat het Comité in 2025 een geconsolideerd fraudebestrijdingskader heeft vastgesteld dat een tussenstap vormt in de ontwikkeling van een alomvattende fraudebestrijdingsstrategie en dat de hiervoor gebruikte methode door OLAF zal worden verstrekt; dringt er bij het Comité op aan prioriteit te geven aan de volledige ontwikkeling en uitvoering van deze strategie, met inbegrip van risicobeoordeling, preventie, opsporing en follow-upmaatregelen; verzoekt het Comité de kwijtingsautoriteit hierover op de hoogte te houden;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Digitalisering, cyberbeveiliging en gegevensbescherming</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>merkt op dat de gecombineerde IT-begroting van het Comité en het EESC 13,70 miljoen EUR bedroeg in 2024, ten opzichte van 12,70 miljoen EUR in 2023, d.w.z. een daling van ongeveer 7,90 %, en dat 760 000 EUR van die begroting (of ongeveer 6 %) in 2024 werd betaald voor cyberbeveiliging;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>maakt uit de vragenlijst op dat het directoraat Innovatie en Informatietechnologie in 2024 een nieuwe meerjarige digitale strategie voor 2024-2026 heeft uitgevoerd waarin prioriteit wordt gegeven aan het beheer van digitale bestanden, elektronische workflows, e-handtekeningen en cloudgebaseerde oplossingen en waarin de nadruk ligt op vier vlaggenschipprogramma’s – M365 Digital Workplace, ARES, EdiT en Cybersecurity – om samenwerking, automatisering en institutionele veerkracht te verbeteren; benadrukt de vooruitgang van het M365-programma, met inbegrip van de planning van de migratie naar SharePoint Online, de uitrol van Windows 11- en M365-apps en de ontwikkeling van een AI-strategie met een routekaart voor het proefproject M365 Copilot in 2025; merkt op dat het Comité is begonnen met de uitrol van het HAN-documentbeheersysteem en vooruitgang heeft geboekt met de invoering van de EdiT XML-editor voor het opstellen van wetgeving; is ingenomen met de verschuiving naar cyberbeveiliging als een gedeelde verantwoordelijkheid, met nieuwe opleidingsinitiatieven en een meerjarenplan dat is afgestemd op de normen van de Unie; neemt kennis van verbeteringen op het gebied van documentenbeheer, infrastructuur en beveiligde communicatie-instrumenten, waaronder SECABC-e-mail, SACHA‑gegevensoverdracht en eindpuntbeheersystemen; stelt met tevredenheid vast dat het Comité vooruitgang blijft boeken op het gebied van digitale innovatie, ook wat betreft de overstap naar een volledig papierloze en cyberbeveiligde werkomgeving; prijst het werkplan 2025-2027 “Huis van de Regio’s” om prioriteit tot te kennen aan digitale transformatie om een moderne, flexibele en digitaal gestuurde instelling tot stand te brengen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>merkt op dat het Comité geleidelijk een proefproject op het gebied van artificiële intelligentie heeft ingevoerd, genaamd “Panoramic AI”, aan de hand waarvan een centrale hub wordt gecreëerd die sinds 2024 de toegang tot complexe inhoud stroomlijnt; merkt voorts op dat het Comité actief gebruik heeft gemaakt van de AI-instrumenten van de Commissie voor vertaling, samenvattingen enz. en als proefgebruiker heeft deelgenomen aan het testen van de AI-proefoplossing GPT@JRC; maakt uit de vragenlijst op dat in de in 2023 vastgestelde AI-richtsnoeren van het Comité een referentieniveau is vastgesteld voor de wijze waarop het personeel met AI kan experimenteren, voor de uitvoering van Verordening (EU) 2024/1689 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2024/1689 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 tot vaststelling van geharmoniseerde regels betreffende artificiële intelligentie en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 300/2008, (EU) nr. 167/2013, (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1139 en (EU) 2019/2144, en de Richtlijnen 2014/90/EU, (EU) 2016/797 en (EU) 2020/1828 (verordening artificiële intelligentie) (PB L, 2024/1689, 12.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, die in augustus 2024 in werking is getreden, en voor de ontwikkeling van bedrijfsalternatieven die in overeenstemming zijn met gegevensbeschermings- en ethische normen; is in dit verband ingenomen met de in 2024 georganiseerde informatiesessies voor het personeel om de AI-richtsnoeren toe te lichten, de publicatie van de nota over AI-geletterdheid voor het personeel en de organisatie van workshops om het bewustzijn over AI te vergroten, en pleit ervoor deze praktijk voort te zetten en daarbij ook regelmatig cursussen te organiseren over een veilig, ethisch en efficiënt gebruik van AI en over cyberbeveiliging; erkent de toegevoegde waarde van AI-instrumenten die de persoonlijke productiviteit stimuleren, zoals M365 Copilot, en van de integratie van AI-capaciteiten in instrumenten ter ondersteuning van IT-diensten; wijst erop dat bij het gebruik van artificiële intelligentie strikte beginselen inzake ethisch gebruik, transparantie, gegevensbescherming, menselijk toezicht en bescherming tegen algoritmische vooringenomenheid of misbruik moeten worden gewaarborgd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>maakt uit de vragenlijst op dat het Comité, na een procedurele fout bij de wijziging van zijn functionaris voor gegevensbescherming zonder voorafgaande toestemming van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming (EDPS), heeft erkend dat het een fout had gemaakt en corrigerende maatregelen heeft genomen; erkent dat de overheveling van de functie van functionaris voor gegevensbescherming naar de Juridische Dienst gebaseerd was op een aanbeveling van een interne auditor; merkt op dat het Comité de voormalige functionaris voor gegevensbescherming opnieuw heeft aangesteld en de EDPS formeel om toestemming voor de nieuwe benoeming heeft verzocht om volledige naleving te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>maakt uit de vragenlijst op dat het Comité in 2024 niet is getroffen door cyberaanvallen die gelukt zijn, aangezien alle pogingen tot bedreigingen doeltreffend zijn beheerst met de bestaande opsporings- en preventiemaatregelen; merkt op dat het Comité verschillende maatregelen heeft genomen om zijn kader voor cyberbeveiliging en gegevensbescherming te versterken door in 2024 de meest recente ontwikkelingen en beste praktijken op deze gebieden bij te houden; merkt op dat dit acties omvatte als de deelname van relevante personeelsleden aan de door het Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging (Enisa) en de EDPS georganiseerde oefening “Personal Data Breach Awareness in Cybersecurity Incident Handling”, deelname aan de Europese maand van de cyberbeveiliging 2024 en bewustmakingssessies en introductieopleidingen met fysieke aanwezigheid voor het personeel, met name voor nieuwkomers; moedigt de voortzetting van deze praktijk aan, aangevuld met de organisatie van regelmatige opleidingen over cyberbeveiliging; is bovendien ingenomen met de invoering van tweefactorauthenticatie om de toegangsbeveiliging te verbeteren, de migratie van het contentmanagementsysteem van de website van het Comité naar een nieuw platform (Drupal) dat een grotere weerbaarheid en meer aanpassingsvermogen waarborgt, en de verdere nauwe samenwerking met CERT-EU voor realtime monitoring van dreigingen en bescherming tegen DDoS-aanvallen; merkt op dat het directoraat Innovatie en Informatietechnologie een programma voor digitale transformatie en transformatie op het gebied van cyberbeveiliging heeft opgezet in overeenstemming met Unie- en internationale normen, waaronder Verordening (EU, Euratom) 2023/2841 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU, Euratom) 2023/2841 van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2023 tot vaststelling van maatregelen voor een hoog gezamenlijk niveau van cyberbeveiliging in de instellingen, organen en instanties van de Unie (PB L, 2023/2841, 18.12.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/2841/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, het NIST-cyberbeveiligingskader en het Open Worldwide Application Security Project (OWASP), met als doel in heel het Comité de weerbaarheid, het risicobeheer, de gegevensbescherming en andere aspecten van governance te versterken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Gebouwen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>merkt op dat de begroting van het Comité voor gebouwen en daarmee samenhangende kosten (kredieten voor het lopende jaar) in 2024 in totaal 18,963 miljoen EUR bedroeg (tegenover 18,594 miljoen EUR in 2023), met een uitvoeringspercentage van de betalingen van 92 % (tegenover 93,70 % in 2023); stelt tevreden vast dat het Comité 108 000 EUR heeft bespaard op schoonmaakdiensten in perioden waarin minder mensen in de gebouwen van het Comité aanwezig waren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>neemt via het jaarverslag kennis van de conclusie van het Comité dat een van zijn in 2017 vastgestelde belangrijkste prioriteiten, namelijk “geografische concentratie van de gebouwen”, is verwezenlijkt; neemt kennis van het standpunt van het Comité dat de succesvolle uitvoering van de nieuwe hybride werkregeling de basis legt voor verdere kostenbesparingen door beperking van de kantoorruimte; merkt in dit verband op dat het Comité eind 2024 het SPaCES-project heeft geïntroduceerd om zowel de werkmethoden als de werkruimten binnen het Comité te veranderen, onder meer door de inrichting van de gebouwen te wijzigen, waarbij de eerste stap van dit project de verhuizing van personeel in het B100-gebouw is; merkt op dat de huur van dat gebouw op basis van een gezamenlijk besluit van het Comité en het EESC in augustus 2026 zal aflopen; verzoekt het Comité de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van de geboekte voortgang op dit punt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>merkt op dat de renovatiewerkzaamheden van het VMA-gebouw in 2024 zijn voortgezet; maakt uit het vervolgverslag op dat investeringen in slimme technologieën die in het VMA-gebouw worden geïnstalleerd, zullen zorgen voor toekomstbestendige flexibele kantoorruimte en een optimaal gebruikerscomfort op verschillende niveaus, hetgeen zal bijdragen tot een verdere vermindering van het energieverbruik met ongeveer 13 000 EUR per jaar (op basis van de gemiddelde elektriciteits- en gasprijzen in 2023);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>56.</NO.P>is ingenomen met de toezegging van het Comité en het EESC om het beginsel “universeel ontwerp” structureel toe te passen op hun infrastructuur, zodat de toegankelijkheid van hun gebouwen vanaf het ontwerp wordt gewaarborgd; merkt op dat de Comités verschillende maatregelen hebben genomen om ervoor te zorgen dat hun gebouwen, met inbegrip van de liften, toegankelijk zijn voor mensen met verschillende soorten handicaps (rolstoelgebruikers, blinden en personen met een visuele beperking, doven, ouderen met spier- of vasculaire problemen);</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Milieu en duurzaamheid</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>57.</NO.P>merkt op dat het Comité in 2024 verschillende groene praktijken is blijven toepassen, zoals investeringen in innovatieve energie-efficiënte verlichtingssystemen, energiemeters, sensoren die in kritieke faciliteiten zijn geïnstalleerd om CO<STRING SUBSCRIPT="on">2</STRING>-niveaus te monitoren, de regulering van de temperatuur in gebouwen (airconditioning, verwarming) afhankelijk van de periode van het jaar en de aankoop van 100 % groene elektriciteit; merkt op dat het Comité milieucriteria toepast in alle aanbestedingsprocedures en gebruikmaakt van duurzaamheidsclausules voor aanbestedingen van meer dan 25 000 EUR, alsook op maat gesneden clausules voor aanbestedingen met een groot milieueffect of van meer dan 60 000 EUR; stelt tevreden vast dat het Comité milieuaspecten in zijn risicobeheersysteem en kernbedrijfsprocessen integreert en contactpunten voor het milieubeheer- en milieuauditsysteem (EMAS) heeft aangewezen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>58.</NO.P>waardeert de inzet van het Comité om een duurzaam mobiliteitsbeleid voor zijn personeel te bevorderen; merkt in dit verband op dat het Comité in 2024 een forfaitaire fietstoelage van 100 EUR heeft ingevoerd voor werknemers die de fiets als belangrijkste vervoermiddel voor woon-werkverkeer gebruiken, zijn fietsstallingscapaciteit heeft uitgebreid en ontbijten en quizzen met mobiliteit als thema heeft georganiseerd; maakt uit de vragenlijst op dat het personeel sinds 2024 kan verzoeken om vergoeding van 50 % van de abonnementskosten voor treinreizen in tweede klas (voor een maximale afstand van 60 km);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>59.</NO.P>maakt met tevredenheid uit de vragenlijst op dat het energieverbruik van het Comité dankzij zijn energiebesparingsmaatregelen in 2024 naar schatting met 3 tot 4 % is gedaald ten opzichte van 2022; merkt op dat het Comité de EMAS-doelstellingen voor 2024 op alle gebieden (elektriciteit, gas, water, afval, afvalsortering, papier voor kantoorgebruik, CO<STRING SUBSCRIPT="on">2</STRING>-emissies) heeft overtroffen, met 2019 als referentiejaar; merkt op dat het verbruik van water en papier ten opzichte van 2023 licht is gestegen met respectievelijk 14 % en 1 %, terwijl de koolstofemissies van de administratieve activiteiten van het Comité met 4,3 % zijn gedaald en het gebruik van elektriciteit en gas met respectievelijk 5 % en 1 %, en dat de afvalproductie in 2024 ook met 12 % is gedaald;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Interinstitutionele samenwerking </STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>60.</NO.P>is ingenomen met de verlenging in 2024 van de samenwerkingsovereenkomsten van het Comité met het Parlement en de Commissie, waarmee de basis wordt gelegd voor een grotere institutionele betrokkenheid van het Comité in alle stadia van het wetgevingsproces van de Unie met betrekking tot verschillende beleidsterreinen (zoals regionale ontwikkeling, klimaatbeleid en sociale cohesie) die meer omvatten dan de beleidsterreinen waarop van oudsher wordt samengewerkt; merkt op dat deze overeenkomsten ook sterkere bepalingen bevatten over samenwerking op het gebied van territoriale effectbeoordelingen; maakt met tevredenheid uit de vragenlijst op dat de Conferentie van voorzitters van het Comité op 13 oktober 2024 een ontmoeting heeft gehad met de ondervoorzitter van het Parlement die verantwoordelijk is voor de betrekkingen met het Comité om te spreken over het versterken van de samenwerking, onder meer door het aanmoedigen van de praktijk van gezamenlijke vergaderingen, met name op commissie- en rapporteurniveau, de betrokkenheid van het Comité bij trialoogbesprekingen en de logistieke samenwerking tijdens de werkzaamheden in het SPAAK-gebouw van het Parlement; neemt ter kennis dat leden van het Comité in 2024 tevens een ontmoeting hebben gehad met de Raad en de permanente vertegenwoordigingen en hebben deelgenomen aan door het voorzitterschap van de Raad georganiseerde evenementen, zodat de standpunten van het Comité in Uniewetgeving tot uiting komen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>61.</NO.P>is ingenomen met de budgettaire en administratieve besparingen die zijn gerealiseerd door middel van interinstitutionele samenwerking, en met name de nauwe samenwerking op administratief niveau met het EESC, waarmee het Comité gebouwen en gezamenlijke diensten deelt op het gebied van vertaling, infrastructuur, medische diensten, catering, logistiek en IT, alsook een gezamenlijk register voor gegevensbescherming, met 470 personeelsleden en meer dan 68 miljoen EUR (140 miljoen EUR indien salarisgerelateerde kosten worden meegerekend) die in 2024 door beide instellingen zijn samengevoegd; stelt tevreden vast dat deze besparingen zijn geheroriënteerd naar de politieke activiteiten van het Comité, waardoor het beter in staat wordt gesteld om zijn mandaat te vervullen; erkent dat de samenwerking tussen de twee instellingen aanzienlijke efficiëntiewinsten en begrotingsbesparingen oplevert ten belope van naar schatting tientallen miljoenen euro’s per jaar vergeleken met een scenario waarin elk comité deze diensten apart zou organiseren; herhaalt zijn oproep om deze samenwerking zoveel mogelijk uit te breiden, in die mate dat voor de gezamenlijke diensten één enkele administratie wordt opgezet en waarbij de diensten en eenheid die verantwoordelijk zijn voor hun onafhankelijke kernmandaten gescheiden blijven; moedigt het Comité en het EESC aan verdere inspanningen te leveren om hun samenwerking en synergieën verder uit te breiden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>62.</NO.P>is ingenomen met het streven van het Comité naar synergieën door diensten van andere instellingen aan te kopen via overeenkomsten inzake dienstverleningsniveau en door deel te nemen aan interinstitutionele coördinatieorganen en interinstitutionele aanbestedingsprocedures; merkt op dat het Comité aanzienlijke synergieën op het gebied van evenementen en communicatie tot stand heeft gebracht door in 2024 samen met de Commissie de Europese Week van Regio’s en Steden en met het Parlement, de Raad en de Commissie onder meer de jaarlijkse conferentie voor publieksvoorlichters genaamd “EuroPCom” te organiseren; is ingenomen met de samenvoeging in 2024 van het Europees netwerk van lokale en regionale raadsleden van het Comité en het netwerk “Geef vorm aan Europa in de lokale politiek!” van de Commissie tot één gezamenlijk beheerd EU-netwerk van lokale raadsleden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>63.</NO.P>merkt op dat het Comité (tegen een jaarlijkse vergoeding) samenwerkt met de Commissie bij de behandeling van HR-aangelegenheden en het gebruik van verschillende IT-platforms voor financieel beheer en HR, en dat de Commissie in 2024 het IT-systeem Lordimas van het Comité heeft toegevoegd als een belangrijk IT-instrument om de digitale transformatie van steden te meten; stelt voorts vast dat het Comité zijn zittingen van de voltallige vergadering in de gebouwen van het Parlement en de Commissie houdt vanwege het gebrek aan capaciteit in zijn eigen vergaderzalen, en vertolkingsdiensten betrekt van deze twee instellingen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Communicatie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>64.</NO.P>stelt vast dat de communicatieactiviteiten van het Comité gericht zijn op betrekkingen met de pers, de organisatie van evenementen en digitale inhoud en sociale media, en dat de totale begroting (kredieten voor het lopende jaar) daarvoor in 2024 circa 2,3 miljoen EUR bedroeg, d.w.z. ongeveer 500 000 EUR minder dan in 2023; maakt uit het vervolgverslag op dat de onderfinanciering van communicatieactiviteiten het Comité afhankelijk maakt van overdrachten aan het einde van het jaar en C8-kredieten, hetgeen het lage uitvoeringspercentage (48,20 %) van C1-kredieten en het hoge uitvoeringspercentage (98,90 %) van C8-kredieten in 2024 met betrekking tot begrotingspost 2 6 “Expertise en [...] verspreiding” verklaart;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>65.</NO.P>neemt met tevredenheid kennis van de resultaten die het Comité heeft geboekt bij het bevorderen van het beleid en de programma’s van de Unie op lokaal en regionaal niveau en bij het vergroten van het bereik van zijn advieswerkzaamheden en van zijn zichtbaarheid en impact; merkt op dat het Comité in 2024 in totaal 33 lokale EU-dialogen, 53 sessies van de EURegionsWeek en 47 evenementen heeft georganiseerd, geleid of ondersteund; wijst met name op de tiende Europese Top van regio’s en steden om de agenda voor de toekomst van de Unie vorm te geven, met meer dan 7 000 deelnemers; de Europese Week van Regio’s en Steden om de middelen voor cohesie in het volgende MFK aan de orde te stellen, met meer dan 2 500 deelnemers; de elfde subsidiariteitsconferentie om betere regelgeving en subsidiariteit in het kader van het volgende MFK aan de orde te stellen; het programma voor jonge gekozen politici (YEP) van 2024, met meer dan 150 deelnemers uit alle lidstaten en acht kandidaat-lidstaten; en de 15e editie van de Europese conferentie over publieksvoorlichting (EuroPCom) om AI en nieuwe trends op het gebied van overheidscommunicatie te bespreken, met 3 200 deelnemers en kijkers uit 55 landen; merkt op dat het Comité zijn werkzaamheden en standpunten ook 74 keer onder de aandacht heeft gebracht tijdens vergaderingen of evenementen waarbij andere instellingen van de Unie betrokken waren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>66.</NO.P>prijst het Comité voor zijn maatregelen om de toegankelijkheid en historische instandhouding van zijn informatie te verbeteren door: al zijn documenten en publicaties op één gecentraliseerde locatie beschikbaar stellen via de widgets van het Bureau voor publicaties van de Europese Unie die in 2024 op de externe website van het Comité zijn geplaatst; in 2024 het AI-gestuurde platform “Panoramic AI” in te voeren, dat verbeterde gebruiksvriendelijke toegang bood tot institutionele inhoud (relevante documenten, presentaties, discussies); het volledige archief van externe persberichten en nieuws van het Comité over te hevelen naar de redactie van het directoraat-generaal Communicatienetwerken, Inhoud en Technologie; de historische archieven van het Comité voor het eerst over te dragen aan het historisch archief van de Unie in Florence;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>67.</NO.P>verneemt uit het impactverslag en het jaarverslag de bijdrage van het Comité aan de communicatiecampagne van het Parlement voor de Europese verkiezingen van 2024, door het inschakelen van een netwerk van 750 YEP’s, het promoten van materiaal van het Parlement, het maken van video’s met leden van het Comité waarin wordt opgeroepen om te gaan stemmen, het toevoegen van een specifieke pagina hierover aan de website van het Comité en het produceren van andere visuele inhoud die op sociale media werd gepromoot en bijna 5 miljoen accounts heeft bereikt; is ingenomen met deze inspanningen om een breed en divers publiek uit de hele Unie te bereiken en om de Europese verkiezingen van 2024 onder de aandacht te brengen; beklemtoont dat dergelijke interinstitutionele samenwerking op het gebied van het beleid van de Unie, en met name op het gebied van de werkzaamheden van het Parlement, van essentieel belang is om burgers in alle regio’s van de Unie te bereiken, de democratische participatie te verhogen en de democratische legitimiteit van de Unie te vergroten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>68.</NO.P>maakt uit het jaarverslag op dat het Comité succesvol is wat mediabereik betreft, zoals blijkt uit de algemene maatstaven voor 2024, bijvoorbeeld: 28 % meer bezoekers van de website, 11,60 % meer volgers en 16 % meer organische interactie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>69.</NO.P>merkt op dat het Comité in 2024 niet aan de Week van de Roma heeft deelgenomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>70.</NO.P>benadrukt dat de communicatiestrategie van het Comité er over het algemeen op gericht is zijn institutionele zichtbaarheid en politieke status als vertegenwoordigend orgaan van de regio’s, steden en gemeenten van de Unie te versterken en de rol van zijn leden als schakel tussen het beleid van de Unie en de burgers op lokaal en regionaal niveau onder de aandacht te brengen.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>