<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0133</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Kwijting 2024: algemene begroting van de EU – Europese Ombudsman</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0054/2026 - Rapporteur: Pasquale Tridico)</STRING></HIDDEN><TXTLST><DECISION><TI><NR>1.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 29 april 2026 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2024, afdeling VIII – Europese Ombudsman (2025/2153(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2024<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2024/207, 22.2.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/budget/2024/207/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de geconsolideerde jaarrekening van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2024 (COM(2025)0359 – C10‑0153/2025)<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2025/4944, 13.10.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/4944/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarlijks activiteitenverslag van de Europese Ombudsman over het jaar 2024 en het bijbehorende verslag over het begrotings- en financieel beheer in het begrotingsjaar 2024,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de uitvoering van de begroting betreffende het begrotingsjaar 2024, vergezeld van de antwoorden van de instellingen<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2025/5409, 8.10.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/5409/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2025/5407, 13.10.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/5407/oj.</FIELD></FOOTNOTE> voor het begrotingsjaar 2024 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, opgesteld overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 314, lid 10, en de artikelen 317, 318 en 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD> PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1046/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name de artikelen 59, 118, 260, 261 en 262,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name de artikelen 59, 118, 266, 267 en 268,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 102 van zijn Reglement en bijlage V bij dat Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A10-0054/2026),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>verleent de Europese Ombudsman kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Ombudsman voor het begrotingsjaar 2024;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de Europese Ombudsman, de Europese Raad, de Raad, de Commissie, de Rekenkamer, het Hof van Justitie van de Europese Unie, de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming en de Europese Dienst voor extern optreden, en te zorgen voor bekendmaking ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L-serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><RESOL><TI><NR>2.</NR> <STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 29 april 2026 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2024, afdeling VIII – Europese Ombudsman (2025/2153(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2024, afdeling VIII – Europese Ombudsman,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 102 van zijn Reglement en bijlage V bij dat Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole(A10-0054/2026),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de kwijtingsautoriteit in het kader van de kwijtingsprocedure wenst te benadrukken dat het bijzonder belangrijk is de democratische legitimiteit van de instellingen van de Unie verder te versterken door de transparantie en de verantwoordingsplicht te verbeteren, door het concept van resultaatgericht begroten en een goed personeelsbeheer toe te passen, en door degelijk, efficiënt en resultaatgericht financieel beheer te waarborgen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat artikel 228 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie voorziet in de verkiezing van een Europese Ombudsman door het Europees Parlement, die de bevoegdheid krijgt om kennis te nemen van klachten van burgers van de Unie of van natuurlijke of rechtspersonen met verblijfplaats of statutaire zetel in een lidstaat over gevallen van wanbeheer bij het optreden van de instellingen, organen of instanties van de Unie, met uitzondering van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU) bij de uitoefening van zijn gerechtelijke taak, en om die klachten te onderzoeken en ter zake verslag uit te brengen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat Verordening (EU, Euratom) 2021/1163 van het Europees Parlement van 24 juni 2021<FOOTNOTE><FIELD> PB L 253 van 16.7.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/1163/oj.</FIELD></FOOTNOTE> het statuut en de algemene voorwaarden voor de uitoefening van het ambt van de Europese Ombudsman (statuut van de Europese Ombudsman) bevat;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat de nieuwe Ombudsman, na haar verkiezing door het Parlement op 17 december 2024, op 27 februari 2025 werd beëdigd, waarmee de continuïteit en de effectieve uitvoering van het mandaat van de Ombudsman, te weten het bevorderen van transparantie, goed bestuur en de rechten van de burgers binnen de instellingen van de Unie, zijn gewaarborgd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>	overwegende dat het handhaven van de strengste normen van institutionele onafhankelijkheid en het vermijden van elke schijn van favoritisme bij benoemingen op hoog niveau essentieel zijn om de burgers vertrouwen te laten houden in de rol van de Ombudsman als waakhond van de Unie voor goed bestuur;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat de Europese Ombudsman als orgaan (de “Ombudsman”) na de aanneming van Verordening (EU, Euratom) 2021/1163 op 21 juni 2023 zijn herziene uitvoeringsbepalingen<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2023/161, 10.10.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2023/161/oj.</FIELD></FOOTNOTE> heeft goedgekeurd;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>merkt op dat de begroting van de Ombudsman onder MFK-rubriek 7 “Europees openbaar bestuur” valt, en in 2024 in totaal 13,3 miljard EUR bedroeg, oftewel 6,9 % van de begrotingsuitgaven van de Unie; merkt op dat de begroting van de Ombudsman goed was voor 0,10 % van de kredieten van rubriek 7 van het MFK;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>neemt er kennis van dat de Europese Rekenkamer (de “Rekenkamer”) in haar jaarverslag over het begrotingsjaar 2024 (het “verslag van de Rekenkamer”) onder de rubriek “Europees openbaar bestuur” steekproefsgewijs zeventig verrichtingen heeft onderzocht, hetzelfde aantal als in 2023; stelt vast dat de Rekenkamer verklaart dat de administratieve uitgaven betrekking hadden op uitgaven voor personele middelen, met inbegrip van pensioenen, die in 2024 goed waren voor zo’n 69 % van het totaal, en uitgaven voor gebouwen, uitrusting, energieverbruik, communicatie en informatietechnologie (IT) en dat uit de werkzaamheden door de jaren heen blijkt dat deze uitgaven over het algemeen een laag risico vormen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>merkt op dat 16 van de 70 verrichtingen (23 %) fouten vertoonden, maar dat de Rekenkamer op basis van de drie door haar gekwantificeerde fouten schat dat het foutenpercentage onder de materialiteitsdrempel ligt; wijst erop dat in het verslag van de Rekenkamer geen specifieke kwesties met betrekking tot de Ombudsman zijn opgemerkt;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Begrotings- en financieel beheer</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>merkt op dat de begroting van de Ombudsman in 2024 13 843 160 EUR bedroeg, een stijging met 630 713 EUR (oftewel 4,77 %) ten opzichte van 2023; maakt uit de antwoorden van de Ombudsman op de vragenlijst van de Commissie begrotingscontrole voor de kwijting van de begroting voor 2024 (de “vragenlijst”) op dat deze stijging voornamelijk het gevolg is van salarisaanpassingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>merkt op dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2024 hebben geresulteerd in een uitvoeringspercentage van de begroting van 97,55 %, een stijging met 2,16 % ten opzichte van 2023; merkt op dat dit percentage kredieten omvat die zijn overgedragen van 2024 naar 2025; stelt vast dat het uitvoeringspercentage van betalingskredieten 97,08 % bedroeg, hetgeen een daling van 0,50 % inhoudt ten opzichte van 2023; neemt kennis van een stijging van 29,60 % van de overgedragen kredieten (C8‑kredieten), namelijk van 304 550 EUR in 2023 tot 394 667 EUR in 2024; merkt een verbetering op in het uitvoeringspercentage van de automatische overdrachten van kredieten van het voorgaande jaar, dat in 2024 76,59 % bedroeg, ten opzichte van 73,27 % in 2023; stelt evenwel vast dat het uitvoeringspercentage nog steeds laag is vergeleken met 2022 (toen het op 92,59 % lag) en dringt er nogmaals bij de Ombudsman op aan meer inspanningen te leveren om dit percentage omhoog te brengen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>merkt op dat de Ombudsman in de loop van 2024 vier begrotingsoverschrijvingen heeft verricht overeenkomstig artikel 29 van het Financieel Reglement, die in totaal 280 500 EUR oftewel 2,02 % van de kredieten van dat begrotingsjaar vertegenwoordigen, ten opzichte van 1,8 % in 2023; stelt vast dat deze overschrijvingen nodig waren voor de versterking van verschillende begrotingslijnen, bijvoorbeeld voor schoonmaak, onderhoud en energieverbruik (+ 41 %), dienstreiskosten (+ 38,60 %) en informatica (+ 24,80 %); merkt op dat de uitgaven van de Ombudsman voor vertalingen in 2024 aanzienlijk zijn gedaald, na de succesvolle integratie van artificiële intelligentie (AI) in de vertaalprocessen voor de website van de Ombudsman; stelt vast dat de hierdoor gerealiseerde besparingen zijn gebruikt om andere gebieden te versterken via begrotingsoverdrachten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>neemt met voldoening kennis van het jaarlijks activiteitenverslag van de Ombudsman voor 2024 (het “jaarverslag”) waarin wordt vermeld dat alle betalingen in 2024 binnen de wettelijke termijn van dertig dagen zijn verricht; merkt voorts op dat de gemiddelde betalingstermijn voor facturen 13,20 dagen bedroeg, wat een verbetering is ten opzichte van 2023 (13,50 dagen); merkt met betrekking tot de migratie van de Ombudsman naar een nieuw financieel en boekhoudkundig systeem (SUMMA) op dat de Ombudsman is gevraagd 200 000 EUR te betalen voor de toegangsrechten tot dit systeem, hetzelfde bedrag dat andere, veel grotere instellingen, organen of instanties van de Unie moeten betalen; merkt op dat dit bedrag het dubbele is van de begroting van de Ombudsman voor dit soort diensten; verzoekt de Commissie een oplossing te vinden waarbij de Ombudsman toegang krijgt tot SUMMA voor een prijs die in verhouding staat tot de omvang van de werkzaamheden van de Ombudsman; dringt aan op de invoering van een transparant, objectief en evenredig model voor het bepalen van de hoogte van de toegangskosten voor financiële systemen die door verschillende instellingen worden gebruikt, waarbij het bedrag dat door de betrokken instelling of instantie of het betrokken orgaan moet worden betaald in verhouding staat tot zijn of haar omvang, begroting en aantal gebruikers, om ervoor te zorgen dat kleinere instellingen/instanties/organen niet onevenredig zwaar worden belast en kunnen voldoen aan hun verplichtingen inzake financieel beheer, zonder dat de middelen voor de uitvoering van hun kerntaken worden aangetast;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>stelt vast dat de gevolgen van de illegale Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne ook in 2024 op de begroting van de Ombudsman drukten; merkt op dat de Ombudsman het meest te lijden had onder de stijging van de energiekosten; stelt in dit verband vast dat het forfaitaire bedrag dat de Ombudsman aan het Parlement betaalt voor huurkosten moest worden herberekend, om het in overeenstemming te brengen met de werkelijke kosten; merkt op dat de werkelijke energie-uitgaven van de Ombudsman in 2024 daardoor met 75 % zijn gestegen, van 168 900 EUR in 2023 tot 295 400 EUR in 2024; merkt uit de vragenlijst op dat de Ombudsman van mening is dat het cumulatieve effect van de inflatoire druk en de beperking van de niet-salarisgerelateerde uitgaven tot maximaal 2 % ten opzichte van het voorgaande jaar van invloed zijn op de houdbaarheid van de begroting van de Ombudsman op de lange termijn; benadrukt dat de kostenefficiëntie, de voorspelbaarheid en de duurzaamheid van de werkzaamheden van de Ombudsman ondermijnd dreigen te worden als niet op passende wijze iets aan deze druk wordt gedaan; is van mening dat alle instellingen, organen en instanties van de Unie hun begrotingsbeheer moeten verbeteren door bij het sluiten van contracten met dienstverleners ook rekening te houden met de prijsvolatiliteit, met name in de energiesector; benadrukt dat er gestreefd moet worden naar een goede begrotingsdiscipline op basis van realistische kostenbeoordelingen, zodat er geen belastinggelden worden verspild, maar tegelijkertijd de continuïteit van de werkzaamheden gewaarborgd wordt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>merkt op dat de begroting voor dienstreizen in 2024 120 000 EUR bedroeg (hetzelfde bedrag als in het begrotingsjaar 2023); stelt echter vast dat in 2024 het begrotingsartikel voor dienstreizen met +38,60 % werd verhoogd door middel van interne overschrijving(en); neemt kennis van de uitleg van de Ombudsman dat deze verhoging noodzakelijk was vanwege de inflatie en de stijging van verblijfskosten, de stijging van het aantal noodzakelijke dienstreizen van de Ombudsman en begrotingsramingen die gebaseerd waren op die van voorgaande jaren, toen er minder werd gereisd vanwege de COVID‑19-pandemie; stelt vast dat de begroting voor dienstreizen van de Ombudsman in 2023 35 000 EUR bedroeg, hetzelfde bedrag als in de jaren daarvoor (2022 en 2023); stelt vast dat de daadwerkelijk gemaakte kosten voor dienstreizen van de Ombudsman, na versterking van die begroting via interne overschrijving(en), in 2024 in totaal 41 326 EUR bedroegen<FOOTNOTE><FIELD> https://www.ombudsman.europa.eu/en/doc/declarations-and-transparency/en/196382 en https://www.ombudsman.europa.eu/en/doc/declarations-and-transparency/en/198831.</FIELD></FOOTNOTE>; dringt aan op een realistischer eerste begrotingsprognose voor dienstreizen, om de afhankelijkheid van grote overdrachten halverwege het jaar tot een minimum te beperken en een stabiele financiële planning te garanderen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Intern beheer, prestaties en interne controle</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>stelt vast dat de Ombudsman negen kernprestatie-indicatoren (KPI’s), die bestaan uit 17 onderdelen, heeft gekoppeld aan de doelstellingen op hoog niveau van zijn strategie “Naar 2024” zoals beschreven in het jaarlijks beheersplan van de Ombudsman voor 2024; stelt vast dat 13 van die KPI-onderdelen in 2024 zijn gehaald of overschreden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>constateert dat de Ombudsman in 2024 2 264 nieuwe klachten heeft behandeld (2 392 in 2023), 411 onderzoeken heeft ingesteld (392 in 2023), waaronder 49 onderzoeken van openbaar belang (56 in 2023), 421 onderzoeken heeft afgesloten (372 in 2023) en een groot aantal klachten over de toegang van het publiek heeft behandeld, dat is gestegen van 167 in 2023 tot het recordaantal van 212 in 2024 (waarvan er 160 werden opgevolgd met een onderzoeken en 193 werden afgesloten);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>spreekt zijn waardering uit voor het feit dat de Ombudsman erin is geslaagd de tijd die nodig is voor de afhandeling van dossiers op verschillende niveaus van de procedure te verkorten, zoals de gemiddelde tijd voor het behandelen van een klacht (van 39 dagen in 2023 tot 36 dagen in 2024) en voor het behandelen van een klacht binnen het mandaat (van 91 dagen in 2023 tot 86 dagen in 2024); stelt echter vast dat gemiddelde tijd die nodig is voor de afronding van zaken die verband houden met de toegang van het publiek tot documenten aanzienlijk is gestegen, namelijk van 42 dagen in 2023 tot 85 werkdagen in 2024; stelt vast dat de Ombudsman zijn doelstelling (100 %) voor het afhandelingspercentage (d.w.z. het aantal afgesloten zaken afgezet tegen het aantal in het jaar geregistreerde nieuwe zaken) heeft overschreden; betreurt echter dat de gemiddelde tijd (168 dagen) voor de behandeling van een onderzoek in 2024 nog steeds hoog was (een stijging ten opzichte van 2023, toen dit 165 dagen was), hetgeen ruim boven de doelstelling van 150 dagen ligt; beveelt de Ombudsman aan de kernprestatie-indicatoren voor de afhandelingsduur van zaken verder uit te werken en de uiteenlopende complexiteit van zaken beter tot uitdrukking te laten komen, zodat de beoordeling van de prestaties realistischer, constructiever en efficiëntiegerichter wordt; onderkent dat de behandeling van complexe zaken langer kan duren, met name zaken waarbij diverse instellingen, organen of instanties betrokken zijn; wijst er echter op dat buitensporige vertragingen bij het afhandelen van zaken die verband houden met de toegang tot documenten een ondermijning vormen van de rechten van de burgers en tevens het vertrouwen van het publiek in het EU-bestuur in zijn algemeenheid aantasten; dringt aan op een plan om iets te doen aan dergelijke vertragingen en stelt voor om de besparingen die zijn gerealiseerd dankzij AI-vertalingen te benutten voor het versterken van onderzoeksteams, met name met betrekking tot klachten over toegang van het publiek tot documenten; merkt met voldoening op uit het verslag van de Ombudsman aan het Parlement over de follow-up van de kwijting voor het begrotingsjaar 2023 (het “follow-upverslag”) dat een van de belangrijkste strategische doelstellingen van de nieuw gekozen Ombudsman is om de samenwerking en de dialoog met de instellingen, organen en instanties van de Unie te versterken, met als uiteindelijk doel de tijd die nodig is voor de behandeling van onderzoeken te verkorten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>merkt met betrekking tot de bevindingen op dat de Ombudsman in 2024 in 14 gevallen een voorstel voor een oplossing heeft gedaan en in drie gevallen aanbevelingen heeft gedaan met betrekking tot de toegang van het publiek tot documenten; merkt op dat de instellingen, organen en instanties van de Unie vaker positief hebben gereageerd op voorstellen van de Ombudsman ter verbetering van hun bestuurspraktijken, en dat het aantal gevallen waarin de voorstellen van de Ombudsman werd geaccepteerd in 2024 82 % bedroeg (ten opzichte van 81 % in 2023), waarbij dat percentage ook zaken omvatte die in 2023 werden afgesloten; verzoekt de Ombudsman een gericht actieplan te ontwikkelen om in kaart te brengen wat bij de niet-geaccepteerde voorstellen de redenen waren waarom die voorstellen niet werden overgenomen, en om hiervoor oplossingen te bedenken, en verzoekt de Ombudsman zich te blijven inspannen om ervoor te zorgen dat de bevindingen, aanbevelingen en suggesties zoveel mogelijk worden opgevolgd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>spreekt zijn waardering uit voor het feit dat de Ombudsman ook in 2024 weer inspanningen heeft geleverd om de burgers voor te lichten over het bestaan van de Ombudsman en diens bevoegdheden; constateert met tevredenheid dat het aandeel klachten binnen het mandaat is gestegen van 33 % in 2022 en 37 % in 2023 tot 39 % in 2024; merkt voorts uit het follow-upverslag op dat het een van de nieuwe strategische doelstellingen van de Ombudsman is om gerichte communicatieactiviteiten te lanceren om ervoor te zorgen dat burgers die de Ombudsman nodig hebben op de hoogte zijn van het feit dat zij zich tot de Ombudsman kunnen wenden en gebruik kunnen maken van zijn diensten; stelt in dit verband vast dat om die reden wordt verwacht dat het aantal klachten zal toenemen, met als gevolg dat de werkmethoden moeten worden herzien en aangepast en meer gebruik zal moeten worden gemaakt van digitale instrumenten, met name AI, om de klachtenbehandeling verder te stroomlijnen; verzoekt de Ombudsman in kaart te brengen welke gevolgen de verwachte toename van het aantal klachten zou kunnen hebben voor de begroting en de personele middelen, en de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van de vorderingen op dit gebied;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>spreekt zijn waardering uit voor de inspanningen die de Ombudsman heeft geleverd en de positieve effecten die de Ombudsman heeft teweeggebracht op het gebied van ethiek, transparantie en verantwoordingsplicht in 2024, met name naar aanleiding van onderzoeken met betrekking tot diverse instellingen, organen en instanties van de Unie; merkt op dat het overgrote deel van die onderzoeken (65 %) in 2025 betrekking had op de Commissie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>wijst met name op de onderzoeken van de Ombudsman: (i) naar de wijze waarop de Raad en de Commissie verzoeken van het publiek om toegang tot wetgevingsdocumenten behandelen (waarbij met name gekeken werd naar de toepassing van uitzonderingen op het recht op toegang tot documenten), waarbij de Ombudsman vaststelde dat de twee instellingen in veel gevallen de uitzonderingen waarin het Unierecht inzake de toegang tot documenten voorziet, te ruim hadden toegepast en daarbij een redenering volgden die door het HvJ-EU reeds was verworpen; ii) naar de weigering van de Commissie om toegang te verlenen tot documenten betreffende de herziening van de Unieregels inzake voedselinformatie voor consumenten, en de weigering om toegang te verlenen tot de bijdragen van belanghebbenden en lidstaten betreffende de EU-verordening natuurherstel; en iii) naar het verzuim van de Commissie om documenten aan te leveren over het overleg dat met lidstaten gevoerd was of documenten over intern overleg dat gevoerd was in het kader van de voorbereiding van bijeenkomsten op hoog niveau met het oog op de totstandbrenging van het memorandum van overeenstemming tussen de EU en Tunesië;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>is ingenomen met de onderzoeken die de Ombudsman in 2024 heeft uitgevoerd op het gebied van ethiek; wijst in dit kader met name op een onderzoek naar draaideurconstructies met betrekking tot twee voormalige personeelsleden van het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol), een onderzoek naar aanleiding van een inbreukprocedure vanwege een vermeend belangenconflict bij de commissaris voor Landbouw, en een onderzoek naar de manier waarop de Commissie waarborgt dat er geen belangenconflicten spelen bij de deskundigen die haar assisteren bij de beoordeling van voorstellen voor projecten waarvoor financiering uit het Europees Defensiefonds wordt aangevraagd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>merkt uit het follow-upverslag op dat de Ombudsman in het kader van de behandeling van klachten op het gebied van de toegang van het publiek tot documenten aandacht is blijven besteden aan problemen op het gebied van transparantie en controleerbaarheid in verband met de herstel- en veerkrachtfaciliteit, en dan vooral in verband met de onderhandelingen over de nationale herstel- en veerkrachtplannen; stelt met bezorgdheid vast dat er onder meer problemen speelden in de vorm van aanzienlijke vertragingen bij de beantwoording door de Commissie van verzoeken om toegang tot informatie en problemen met betrekking tot de mate waarin toegang tot documenten werd verleend, met als reëel gevaar dat het vertrouwen van de burgers in het EU-bestuur wordt aangetast; spreekt zijn waardering uit voor het feit dat de Commissie, nadat de Ombudsman naar aanleiding van een klacht die betrekking had op het Nederlandse herstel- en veerkrachtplan een oplossing had voorgesteld, alsnog toegang heeft verleend tot 172 documenten; spreekt echter met klem zijn afkeuring uit over het feit dat de Commissie 21 maanden de tijd heeft genomen om te reageren op het confirmatief verzoek van de klager (een journalist) (in juli 2024), waardoor de documenten voor de klager niet langer relevant waren toen hij er eindelijk de beschikking over kreeg; is het ermee eens dat er in zaken van groot algemeen belang, zoals de herstel- en veerkrachtfaciliteit, geen sprake mag zijn van aanzienlijke vertragingen bij het verlenen van toegang tot documenten, en is van mening dat dergelijke vertragingen ertoe leiden dat transparantie een wassen neus wordt en democratische controle niet meer mogelijk is; is het met de Ombudsman eens dat de Commissie, als zij toepassing wil geven aan uitzonderingen op de toegang van het publiek tot documenten overeenkomstig Verordening (EG) 1049/2001<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2001/1049/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, zorgvuldig moet nagaan of er sprake is van een hoger openbaar belang; verzoekt de Ombudsman de relevante commissies van het Parlement formeel in te lichten zodra de Commissie meer dan zes maanden vertraging oploopt in verband met herstel- en veerkrachtdocumenten, zodat tijdige politieke controle mogelijk is; verzoekt de Ombudsman de systematische aanpak van ongeoorloofde vertragingen in verband met de toegang tot documenten als prioriteit te handhaven, en onder meer hardnekkige administratieve knelpunten in kaart te brengen, evenals goede praktijken binnen de instellingen, organen en instanties; is het met de Ombudsman eens dat het belangrijk is dat consistent getoetst wordt of er sprake is van een hoger openbaar belang, met name bij dossiers met een grote impact, zodat informatie toegankelijk wordt binnen een termijn die publieke controle mogelijk maakt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>wijst erop dat de toegang tot documenten, met name wetgevingsdocumenten, volgens de Ombudsman slechts mag worden beperkt in uitzonderlijke situaties waarin dit absoluut noodzakelijk is; wijst er tevens op dat besluiten om de toegang van het publiek tot documenten te weigeren, op duidelijk en strikt omlijnde wettelijke uitzonderingen moeten stoelen en vergezeld moeten gaan van een toelichting waarin de redenen voor deze weigering worden uiteengezet, zodat burgers kunnen begrijpen waarom de toegang geweigerd wordt en de gelegenheid hebben om hiertegen een rechtsmiddel in te stellen; is van mening dat een proactievere aanpak daadwerkelijke transparantie in de hand zou werken en dure en omslachtige juridische geschillen tussen burgers en instellingen kan helpen voorkomen<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2024/4014, 17.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/4014/oj.</FIELD></FOOTNOTE>; spoort de Ombudsman aan om de instellingen, organen en instanties van de Unie ertoe te bewegen documenten proactief bekend te maken, en dan met name wetgevingsdocumenten en documenten die te maken hebben met beleidsvorming, zodat er al in de ontwerpfase sprake is van meer transparantie, de administratieve lasten in verband met herhaalde verzoeken om toegang tot documenten kunnen worden teruggedrongen, en het risico op rechtszaken in dit kader wordt verkleind;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>herinnert eraan dat de interne auditor een evaluatie heeft uitgevoerd van het risicobeheerkader van de Ombudsman, waarbij een actieplan met negen punten is overeengekomen dat tegen eind 2024 moest worden uitgevoerd; merkt uit de vragenlijst en het follow-upverslag op dat alle punten zijn uitgevoerd, waaronder de goedkeuring van een nieuwe risicobeoordelingsmethodologie; verzoekt de Ombudsman de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van de resultaten van de evaluatie door de interne auditor van de uitvoering van genoemd actieplan; verzoekt de Ombudsman de kwijtingsautoriteit ook op de hoogte te houden van de follow-up van de aanbevelingen in de interneauditverslagen 20/04 (over IT-beveiliging), 21/03 (over het kader voor gegevensbescherming) en 22/03 (over het ethisch kader);</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Personele middelen, gelijkheid en welzijn van het personeel</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>stelt vast dat het totale aantal personeelsleden van de Ombudsman met 4,90 % is gedaald, namelijk van 82 in 2023 tot 78 in 2024; stelt voorts vast dat in 2024 46 ambtenaren in dienst waren bij de Ombudsman, tegenover veertig in 2023, en negen arbeidscontractanten, evenveel als in 2023; merkt op dat het aandeel personeelsleden dat zich met de kernactiviteiten van de Ombudsman (klachten en onderzoeken) bezighoudt, licht gedaald is, van 42,68 % in 2023 tot 42,30 % in 2024; merkt voorts op dat de personeelsbezettingsgraad is gestegen van 95 % in 2023 naar 97 % in 2024 en dat het verloop is gestegen van 5,20 % in 2023 naar 6,40 % in 2024; herinnert eraan dat het belangrijk is om vaste contracten aan te bieden, om vaardigheden te behouden en continuïteit en een productieve werkomgeving te waarborgen; benadrukt dat het institutionele geheugen en de efficiëntie van de Ombudsman kunnen afnemen doordat steeds minder personeelsleden werkzaam zijn in operationele kerngebieden en veel gebruik wordt gemaakt van tijdelijke contracten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>wijst erop dat de post van secretaris-generaal van de Ombudsman al sinds 1 september 2022, dus meer dan twee jaar, vacant is; merkt op dat de Ombudsman, nadat het Parlement er diverse keren op had aangedrongen dat deze post weer bezet zou worden, een interinstitutionele procedure voor aanwerving van een nieuwe secretaris-generaal is gestart en op 30 juni 2025 een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling (nr. OMB/2/2025) heeft gepubliceerd, waarop door 14 in aanmerking komende gegadigden werd gereageerd; stelt voorts vast dat de selectieprocedure in 2025 werd afgerond en dat er een nieuwe secretaris-generaal is gekozen, die op 1 januari 2026 in functie treedt; stelt vast dat de jury in dit geval uit drie personen bestond, waaronder de Ombudsman zelf en twee onafhankelijke externe leden, die betrokken waren bij de beoordeling van de geschiktheid van de kandidaten en het voeren van sollicitatiegesprekken; stelt vast dat de Ombudsman van mening is dat de benoeming van deze twee leden en de betrokkenheid van hooggeplaatste personeelsleden aanzienlijke waarborgen vormden in het hele proces, en dat daarmee de integriteit en rechtmatigheid van het selectieproces gewaarborgd was; is van mening, zonder afbreuk te doen aan het feit dat de geselecteerde kandidaat beschikt over 30 jaar werkervaring als Europees ambtenaar, waarvan 10 jaar ervaring in een managementfunctie, dat het gegeven dat deze persoon eerder als kabinetschef van de huidige Ombudsman heeft gefungeerd, de indruk van een belangenconflict zou kunnen wekken, zelfs als de aanwervingsprocedure volledig in overeenstemming met het geldende kader is verlopen; verzoekt de Ombudsman om met het oog op toekomstige procedures te blijven nadenken over manieren om te zorgen voor sterkere waarborgen in selectieprocedures en benoemingsbesluiten tegen vermeende belangenconflicten of bevoordeling, zodat billijkheid en transparantie volledig gegarandeerd zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>merkt op dat, na de hoorzitting van de Ombudsman in de vergadering van de Commissie begrotingscontrole van het Parlement van 6 november 2025, leden van de Commissie begrotingscontrole van het Parlement op 18 november 2025 een reeks schriftelijke vervolgvragen hebben ingediend over de selectie van de nieuwe secretaris-generaal (OMB/2/2025), waarop de Ombudsman op 21 november 2025 heeft geantwoord; is het niet met de Ombudsman eens dat de Meroni-jurisprudentie (C-9/56 en C-10/56) van toepassing is, omdat deze geen betrekking heeft op de delegatie van bevoegdheden op het gebied van personeelszaken (zoals de selectie van een personeelslid), maar veeleer op de delegatie van discretionaire bevoegdheden aan externe/particuliere organen; benadrukt voorts dat het Parlement niet van de Ombudsman verlangt dat zij haar rechten en plichten als tot aanstelling bevoegd gezag delegeert, maar plaatst tegelijkertijd vraagtekens bij haar aanwezigheid in de jury, omdat het Unierecht niet voorschrijft dat het tot aanstelling bevoegde gezag lid moet zijn van de jury; benadrukt dat het tot aanstelling bevoegde gezag door het nemen van een definitief besluit – wat tot zijn taken behoort – tevens bevestigt dat de gehele selectieprocedure rechtmatig is verlopen en dus ook dat de kandidaat aan alle toelatings- en geschiktheidscriteria voldoet; is echter van mening dat deze rol mogelijk minder duidelijk afgebakend is als het tot aanstelling bevoegde gezag in bepaalde fasen van de selectieprocedure ook het voorzitterschap van de jury heeft bekleed, zoals in casu het geval was; begrijpt echter dat de betrokkenheid van de Ombudsman als ambtsdrager bij de laatste fasen van bepaalde selectieprocedures wenselijk kan zijn; neemt nota van de toelichting van de Ombudsman dat wettelijke beperkingen inzake vertrouwelijkheid, die bedoeld zijn om de onafhankelijkheid en integriteit van het selectieproces te waarborgen, de mate beperken waarin documenten met betrekking tot de beoordeling van de geschiktheid van kandidaten kunnen worden gedeeld met de kwijtingsautoriteit; herinnert er echter aan dat het Parlement het recht heeft om de voor het verlenen van kwijting benodigde informatie te krijgen en benadrukt dat het verstrekken van dergelijke informatie niet hetzelfde is als openbaarmaking ervan; benadrukt dat het Parlement beschikt over adequate waarborgen om veilig met gevoelig materiaal om te gaan; dringt er in het licht van het bovenstaande bij de Ombudsman op aan het verzoek van het Parlement opnieuw in overweging te nemen en de kwijtingsautoriteit alle documenten te verstrekken met betrekking tot de controles van de geschiktheid, de beoordeling van de sollicitaties, de daadwerkelijke sollicitatiegesprekken van de kandidaten op de shortlist met de jury en het bilaterale gesprek met de Ombudsman in verband met de procedure voor de selectie van de secretaris-generaal van de Ombudsman (OMB/2/2025); spoort de Ombudsman aan om te overwegen een interne evaluatie achteraf uit te voeren van benoemingsprocedures die onder een vergrootglas liggen, om daaruit lering te trekken en eventuele verbeterpunten in kaart te brengen, en de kwijtingsautoriteit op de hoogte te stellen van de resultaten daarvan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>benadrukt dat de Ombudsman tot taak heeft goed bestuur te bevorderen, onder meer door ervoor te zorgen dat het ethisch kader van alle instellingen, organen en instanties van de Unie solide is en geschikt is om transparantie en controleerbaarheid te garanderen; vindt het zeer belangrijk dat de Ombudsman voldoet aan de hoogste normen inzake onafhankelijkheid, onpartijdigheid en integriteit en dat elke schijn van favoritisme of belangenconflicten wordt vermeden, aangezien zelfs de schijn daarvan de geloofwaardigheid en de taken van de Ombudsman kan ondermijnen en het vertrouwen van de burgers van de Unie in dit orgaan kan aantasten; herinnert eraan dat, aangezien de Ombudsman door de Unie is belast met het bevorderen van ethische normen en goed bestuur, van de Ombudsman wordt verwacht dat hij bijzonder strenge normen hanteert ten aanzien van zijn eigen bestuur en de benoeming van leidinggevenden, en daarmee een voorbeeldrol heeft voor andere instellingen, organen en instanties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>merkt op dat de Ombudsman weliswaar klein van omvang is, maar dat zijn personeel in 2024, net als in 2023, uit 19 verschillende nationaliteiten bestond; stelt echter vast dat bepaalde nationaliteiten oververtegenwoordigd zijn (waarvan één meer dan 30 % van het personeel van de Ombudsman uitmaakt); benadrukt dat deze hoge concentratie van personen van dezelfde nationaliteit gezien de relatief kleine omvang van het orgaan van invloed kan zijn op de wijze waarop tegen de diversiteit binnen dit orgaan wordt aangekeken; verzoekt de Ombudsman aanwervings- en outreachmaatregelen te nemen die specifiek gericht zijn op ondervertegenwoordigde lidstaten, om ervoor te zorgen dat dit orgaan de diversiteit van de Unie blijft weerspiegelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>merkt met betrekking tot het genderevenwicht op dat de Ombudsman in alle personeelscategorieën meer vrouwen dan mannen in dienst heeft, met name op managementniveau, waar alle functies door vrouwen worden bekleed; merkt op dat het totale personeelsbestand voor 68 % uit vrouwen en voor 32 % uit mannen bestaat, tegenover 67 % vrouwen en 33 % mannen in 2023; verzoekt de Ombudsman te streven naar een evenwichtiger vertegenwoordiging van mannen en vrouwen onder zijn personeel; verzoekt de Ombudsman een strategie te ontwikkelen om verandering te brengen in de bestaande situatie waarbij mannen volledig ontbreken in leidinggevende functies; is van mening dat het voor het behoud van een evenwichtige en inclusieve werkomgeving binnen alle hiërarchische niveaus essentieel is om ervoor zorgen dat de Ombudsman een betere afspiegeling is van de heterogene samenstelling van de burgers van de Unie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>constateert dat de Ombudsman zich inspant om het lichamelijke en geestelijke welzijn van zijn personeelsleden op het werk te beschermen en aandacht besteedt aan het versterken van de teamgeest; merkt in dit verband op dat de Ombudsman in 2024 opleidingen heeft georganiseerd, waarvan sommige verplicht waren, over conflictoplossing, het geven en ontvangen van feedback, handicap en inclusie, en eerste hulp; neemt er kennis van dat de Ombudsman in 2024 beleid inzake ouderschapsverlof heeft aangenomen, dat in combinatie met het in 2021 aangenomen beleid inzake arbeidstijd en hybride werken flexibele werkregelingen biedt die door het personeel worden gebruikt en gewaardeerd; merkt op dat de medische dienst van het Parlement de Ombudsman in 2004 niet heeft gewezen op langdurige ziektegevallen die het gevolg waren van een burn-out;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>maakt met tevredenheid uit de vragenlijst op dat er in 2024 geen gevallen van intimidatie zijn gemeld; spreekt zijn waardering uit voor de inspanningen van de Ombudsman, met name in de vorm van voorlichtingsactiviteiten en trainingen, om een werkomgeving te realiseren zonder seksuele en psychologische intimidatie; stelt voorts vast dat de Ombudsman een enquête heeft gehouden over de kennis van het personeel op het gebied van ethische kwesties, waaruit bleek dat de bekendheid van het personeel met het beleid en de richtsnoeren van de Ombudsman op het gebied van de voorkoming van psychologische en seksuele intimidatie groot is;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>stelt vast dat er in 2024 18 personen een betaalde stage hadden bij de Ombudsman (hetzelfde aantal als in 2023), en dat één stagiair geselecteerd was in het kader van het prijzenswaardige stageprogramma van de Ombudsman voor personen met een handicap; geeft nogmaals aan van mening te zijn dat stages moeten worden vergoed in overeenstemming met de resolutie van het Europees Parlement van 14 juni 2023 betreffende hoogwaardige stages in de EU (2020/2005(INL)), waarin het Parlement ertoe oproept alle stages in de Unie betaald te maken; beklemtoont dat betaalde stages van cruciaal belang zijn voor het waarborgen van gelijke kansen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Ethisch kader en transparantie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>spreekt zijn waardering uit voor de permanente inspanningen van de Ombudsman om zijn ethisch kader te versterken en onder de aandacht te brengen; stelt vast dat de Ombudsman trainingen over ethische kwesties heeft georganiseerd voor de nieuw aangestelde vertrouwenspersonen van de Ombudsman en de leden van het bemiddelingscomité, alsook verplichte opleidingen op maat over conflictoplossing voor alle medewerkers; merkt op dat de Ombudsman in 2024 zijn beleid inzake ethiek en goed gedrag heeft verbeterd en dit in 2025 heeft aangenomen, en dat in dat kader de goedkeurings- en autorisatieworkflows zijn verduidelijkt en lacunes met betrekking tot de uitvoering van de regels inzake ethisch gedrag zijn aangepakt; spreekt zijn waardering uit voor het feit dat er een IT-oplossing in gebruik is genomen waarmee onderzoeksfunctionarissen kunnen bevestigen dat er bij hen geen belangenconflicten spelen in verband met de onderzoeken waarmee zij belast zijn; stelt voorts vast dat van alle medewerkers van de Ombudsman, met inbegrip van leidinggevenden, wordt verlangd dat zij jaarlijks hun verklaring over de beroepsactiviteiten van hun echtgenoten/partners en hun eigen verklaring inzake belangenconflicten actualiseren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>stelt met betrekking tot de interne controle (verslag 22/03) van het ethisch kader van de Ombudsman vast dat vijf van de zes aanbevelingen zijn uitgevoerd en dat de uitvoering van één aanbeveling eind 2024 nog liep; stelt in dit kader vast dat de Ombudsman een tuchtraad heeft ingesteld en een fraudebestrijdingsbeleid heeft vastgesteld dat ook van toepassing is op gedetacheerde nationale deskundigen, stagiairs en externe contractanten, waarmee het ethisch kader van de Ombudsman verder is versterkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>stelt met tevredenheid vast dat er in 2024 geen gevallen van belangenconflicten of klokkenluiden zijn gemeld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>neemt akte van het feit dat de Ombudsman zich volgens de antwoorden op de vragenlijst niet formeel heeft aangesloten bij het transparantieregister van de Unie (dat is ingesteld bij het Interinstitutioneel Akkoord van 20 mei 2021 tussen het Parlement, de Raad en de Commissie over een verplicht transparantieregister) zodat de Ombudsman ook eventuele klachten in verband met het secretariaat van dat transparantieregister kan onderzoeken; stelt echter vast dat de Ombudsman er bij zijn activiteiten wel voor zorgt dat de beginselen van het transparantieregister worden nageleefd, en tevens controleert of sprekers of gesprekspartners bij door de Ombudsman georganiseerde evenementen of bijeenkomsten in het transparantieregister zijn opgenomen; is ingenomen met de hoge mate van transparantie die de Ombudsman heeft bereikt door op zijn website informatie te publiceren over onderzoeken, dienstreizen (en daarmee samenhangende uitgaven), vergaderingen en evenementen waaraan de Ombudsman deelneemt, alsmede de beoordeling van verzoeken van senior managers of leden van het kabinet van de Ombudsman om toestemming voor de uitoefening van een beroepsactiviteit na hun vertrek bij de Ombudsman;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Gebouwen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>stelt vast dat de definitieve begroting (na overdrachten) van de Ombudsman voor gebouwen en daarmee samenhangende kosten met ongeveer 13,60 % is gestegen, van 1 373 000 EUR in 2023 naar 1 560 709 EUR in 2024; stelt vast dat de kredieten voor huur met ongeveer 7 % zijn gestegen, van 866 100 EUR in 2023 tot 926 620 EUR in 2024; stelt vast dat het uitvoeringspercentage van de betalingen in beide jaren op bijna 100 % lag;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>constateert uit de vragenlijst dat er geen wijzigingen zijn wat betreft de toestand van de individuele kantoren van de Ombudsman, zoals eerder onder de aandacht van de kwijtingsautoriteit gebracht; merkt met voldoening op dat het Havel-gebouw in Straatsburg volledig toegankelijk is voor personen met beperkte mobiliteit of andere handicaps; steunt de Ombudsman in zijn inspanningen om de toegankelijkheid van de gehuurde gebouwen in Brussel te verbeteren;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Digitalisering, cyberbeveiliging en gegevensbescherming</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>spreekt zijn waardering uit voor het feit dat de Ombudsman in 2024 een belangrijk project met betrekking tot de digitalisering van zijn historische archieven heeft afgerond en deze archieven heeft overgedragen aan het historisch archief van de Unie in Florence; stelt met tevredenheid vast dat de archieven van de Ombudsman nu bewaard blijven en toegankelijk zijn voor toekomstige generaties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>is tevreden over het positieve effect van het gebruik van automatische vertalingen door de Ombudsman, waardoor de toegankelijkheid van de website van de Ombudsman is verbeterd, de toewijzing van zaken gestroomlijnder verloopt en klachten sneller worden behandeld, en de vertaalkosten ruim 65 % zijn gedaald (van 2022 tot 2024) en ook de administratieve lasten zijn afgenomen; spoort de Ombudsman aan om AI-instrumenten en gebruikscasussen te blijven testen en evalueren, en bij de ontwikkeling en inzet daarvan een voorzichtige aanpak te hanteren; verzoekt de Ombudsman om in dit kader ook aandacht te besteden aan de budgettaire gevolgen op de middellange termijn in verband met onderhoud, schaalbaarheid, training van personeel en mogelijke afhankelijkheid van digitale instrumenten en dienstverleners, en ervoor te zorgen dat als gebruik wordt gemaakt van dergelijke instrumenten, dit op een veilige manier gebeurt en onder passend menselijk toezicht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>merkt met tevredenheid uit de vragenlijst op dat de Ombudsman interne richtsnoeren heeft opgesteld voor het gebruik van generatieve AI-instrumenten van derden, met heldere instructies voor een veilige en doeltreffende integratie van AI-instrumenten in de workflows van de Ombudsman; kijkt uit naar de geplande uitbreiding van het gebruik van AI op andere gebieden dan vertalingen, bijvoorbeeld voor de integratie van de “ombudsprudentie” in een large language model van de Commissie en het benutten van bestaande jurisprudentie als input voor toekomstige onderzoeken; spoort de Ombudsman aan om AI-instrumenten te blijven testen en dergelijk instrumenten in te zetten op gebieden waar ze aantoonbaar leiden tot meer efficiëntie en een betere toegankelijkheid; wijst er echter op dat duidelijke governanceregelingen, menselijk toezicht, transparantie voor gebruikers en solide waarborgen op het gebied van gegevensbescherming daarbij noodzakelijk zijn, evenals gedocumenteerde risicobeoordelingen en kwaliteitscontrole van geautomatiseerde output, met name als AI van invloed kan zijn op de behandeling van zaken, de toewijzing van middelen of externe communicatie; verzoekt de Ombudsman te garanderen dat alle door AI gegenereerde juridische inzichten worden geverifieerd door menselijke onderzoeksfunctionarissen, en dat menselijke uitlegging altijd voorrang krijgt boven op AI gebaseerde oplossingen; verlangt voorts dat verslag wordt uitgebracht over de technische maatregelen die worden genomen om algoritmische vooringenomenheid uit te bannen en ervoor te zorgen dat de beoordelingen van de Ombudsman te allen tijde objectief zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>maakt met tevredenheid uit de vragenlijst op dat in 2024 één medewerker een intensieve opleiding van twee maanden in datawetenschap en artificiële intelligentie heeft gevolgd om de expertise van de Ombudsman op dit gebied te versterken en dat deze medewerker nu de Ombudsman vertegenwoordigt in het AI Correspondents Network dat door de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming (EDPS) is opgericht na de inwerkingtreding van Verordening (EU) 2024/1689 (de “verordening artificiële intelligentie”)<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2024/1689 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 tot vaststelling van geharmoniseerde regels betreffende artificiële intelligentie en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 300/2008, (EU) nr. 167/2013, (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1139 en (EU) 2019/2144, en de Richtlijnen 2014/90/EU, (EU) 2016/797 en (EU) 2020/1828 (verordening artificiële intelligentie) (PB L, 2024/1689, 2.7.2024, ELI: https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj).</FIELD></FOOTNOTE>; stelt voorts vast dat de Ombudsman heeft toegezegd een opleiding te ontwikkelen over veilig en ethisch gebruik van AI-instrumenten voor al zijn personeel; stelt voorts vast dat de Ombudsman in 2024 maandelijks een gerichte verplichte training heeft georganiseerd om de kennis en vaardigheden van het personeel op het gebied van beste praktijken inzake cyberbeveiliging te verbeteren; merkt met voldoening op dat de Ombudsman al zijn personeel verplicht om regelmatig opleidingen op het gebied van cyberbeveiliging te volgen; spoort de Ombudsman aan om verder te werken aan de ontwikkeling van zijn digitaliseringsstrategie en er daarbij op toe te zien dat de inzet van AI-instrumenten volledig in overeenstemming is met de beginselen van ethisch gebruik, transparantie, gegevensbescherming, menselijk toezicht en bescherming tegen algoritmische vooringenomenheid of misbruik;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>wijst erop dat aanbestedingen een belangrijk instrument zijn om beleidsdoelstellingen, zoals milieudoelstellingen en een sociale agenda, te helpen realiseren; verzoekt de Ombudsman om op ruimere schaal strategische criteria inzake maatschappelijke verantwoordelijkheid en ecologische duurzaamheid te incorporeren in zijn aanbestedingsprocedures;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>stelt met betrekking tot IT vast dat de Ombudsman gebruikmaakt van de infrastructuur en het cyberbeveiligingskader van het Parlement en nauw samenwerkt met de Commissie op het gebied van de integratie en het onderhoud van de bedrijfstools van de Unie (Sysper, ABAC, MiPS en ARES) en het gebruik van IT-kadercontracten; spreekt zijn waardering uit voor deze aanpak, die door de Ombudsman al geruime tijd wordt gevolgd en die succesvol is, waarbij gebruik wordt gemaakt van geïntegreerde systemen en middelen van deze twee instellingen, waarmee het gebruik van de begroting wordt geoptimaliseerd en de coördinatie wordt versterkt, onder meer op het gebied van digitalisering; stelt vast dat de Ombudsman voor zijn kernactiviteiten directe controle behoudt over de ontwikkeling en het onderhoud van instrumenten binnen de beveiligde omgeving van het Parlement, waardoor flexibiliteit, gegevensbescherming en verbeterde cyberbeveiliging worden gewaarborgd; stelt vast dat er bij de Ombudsman in 2024 geen cyberaanvallen hebben plaatsgevonden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>merkt uit de vragenlijst op dat de EDPS in december 2024, naar aanleiding van een klacht van een betrokkene, een zaak tegen de Ombudsman heeft geopend op grond van artikel 57, lid 1, punt e), van Verordening (EU) 2018/1725<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1725/oj).</FIELD></FOOTNOTE>; neemt er kennis van dat de EDPS, nadat de Ombudsman op verzoek van de EDPS enkele kwesties had toegelicht, de zaak in 2025 heeft gesloten met de conclusie dat de betrokkene voldoende informatie had ontvangen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Milieu en duurzaamheid</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>merkt uit het jaarverslag en de vragenlijst op dat de Ombudsman zijn milieuvoetafdruk verder heeft verkleind door middel van het digitaliseren van processen, het verwijderen van individuele printers, het niet vervangen van centrale verwerkingseenheden wanneer deze het einde van hun levensduur hebben bereikt en een bijna volledige overstap naar digitale publicaties; is ingenomen met de inspanningen van de Ombudsman om evenementen duurzamer te maken, zoals het gebruik van QR-codes en lokaal ingekochte catering, en maatregelen ter voorkoming van voedselverspilling; merkt met voldoening op dat de twee gebouwen waarin de Ombudsman kantoren heeft, volledig gebruikmaken van hernieuwbare elektriciteit die wordt geleverd in het kader van contracten van het Parlement, en dat de zonnepanelen die door het Parlement op zijn gebouwen in Straatsburg zijn geplaatst, waaronder het Havel-gebouw, sinds 2024 stroom opwekken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>wijst erop dat de Ombudsman, aangezien hij zijn gebouwen van het Parlement huurt, de vruchten plukt van het milieubeheer van het Parlement in het kader van EMAS, onder meer van maatregelen zoals een temperatuurinstelling van 19 °C in de winter, afvalscheiding, inzameling van bioafval (sinds 2024) en de vervanging van wegwerpkeukengerei door duurzaam tafelgerei; is ingenomen met het feit dat de Ombudsman de beginselen inzake groene overheidsopdrachten toepast, zowel via zijn eigen contracten als via samenwerkingsovereenkomsten met andere instellingen van de Unie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>is tevreden over het feit dat de Ombudsman blijft werken aan duurzame mobiliteit, onder meer door middel van een vaste vergoeding voor duurzaam vervoer, die in 2024 door 67 % van de voor deze regeling in aanmerking komende personeelsleden van de Ombudsman (tot rang AST8/AD8) werd ontvangen, het organiseren van jaarlijkse workshops fietsonderhoud en regelmatige deelname van personeelsleden aan interinstitutionele fiets- en wandelchallenges; stelt vast dat het aantal parkeerplaatsen voor auto’s niet is toegenomen en dat de fietsinfrastructuur steeds verder wordt verbeterd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>neemt met tevredenheid kennis van de inspanningen van de Ombudsman om de uitstoot in verband met reizen te verminderen, zoals het systematisch promoten van videoconferenties en digitale oplossingen als alternatief voor dienstreizen, en het stimuleren van het personeel om de trein te nemen in plaats van het vliegtuig; moedigt de Ombudsman aan om duurzaamheidsoverwegingen te blijven integreren in zijn risicobeheer en bewustmakingsactiviteiten, in overeenstemming met zijn operationele doelstelling voor 2024 om groene en sociale verantwoordelijkheid te bevorderen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Interinstitutionele samenwerking</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>is ingenomen met de financiële en administratieve besparingen die dankzij interinstitutionele samenwerking zijn gerealiseerd, met name de grote reeks overeenkomsten inzake dienstverleningsniveau van de Ombudsman met het Parlement en de Commissie op verschillende gebieden en de deelname van de Ombudsman aan interinstitutionele aanbestedingsprocedures; is ingenomen met het feit dat de samenwerking tussen het Parlement en de Ombudsman op het gebied van cyberbeveiliging in oktober 2024 is geformaliseerd door middel van een herzien interinstitutioneel akkoord, dat het Parlement een kader biedt om de Ombudsman degelijke steun op het gebied van cyberbeveiliging te blijven bieden; onderstreept dat deze vorm van samenwerking cruciaal is om overlappende structuren te voorkomen en ervoor te zorgen dat middelen van de Unie efficiënt worden benut; spoort de Ombudsman aan ervoor te zorgen dat alle personeelsleden regelmatig de mogelijkheid krijgen om trainingen op het gebied van cyberveiligheid te volgen waarbij wordt ingegaan op de laatste ontwikkelingen op dit gebied, zodat alle personeelsleden zich bewust zijn van de steeds veranderende cyberdreigingen en de weerbaarheid van de Ombudsman op peil blijft;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>spreekt zijn waardering uit voor het feit dat de Ombudsman alle medewerking verleent aan het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en de Rekenkamer, en dat in dit kader in 2024 bijeenkomsten en gedachtewisselingen werden georganiseerd waaraan werd deelgenomen door de Ombudsman, de leden van de Rekenkamer en de directeur-generaal van OLAF; stelt vast dat de Ombudsman ook heeft gesproken op een conferentie van de Rekenkamer over transparantie in verband met terugvordering van middelen van de Unie; merkt voorts op dat de Ombudsman in 2024 de bevindingen van belangrijke onderzoeken heeft gepresenteerd aan de bevoegde commissies van het Parlement en op constructieve wijze is blijven samenwerken met de nationale en regionale ombudsmannen via de vraagprocedure, in het kader waarvan leden van het Europees netwerk van ombudsmannen (ENO), als zij behoefte hebben aan uitleg over het Unierecht, de Ombudsman een vraag kunnen voorleggen, waarna de Ombudsman informeert bij deskundigen binnen de instellingen; stelt in dit kader vast dat de Ombudsman in 2024 een ENO-webinar heeft georganiseerd waarbij diverse onderwerpen aan de orde kwamen, waaronder de uitvoering van de klokkenluidersrichtlijn van de Unie en kwesties in verband met het vrije verkeer;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>maakt uit de vragenlijst op dat de Ombudsman en de EDPS voornamelijk ad hoc en informeel samenwerken, zodat indien nodig snel en efficiënt kan worden samengewerkt; merkt voorts met voldoening op dat de Ombudsman en de EDPS een memorandum van overeenstemming hebben vastgesteld, waarin hun respectieve bevoegdheden op het gebied van klachtenbehandeling worden geregeld, zodat overlappingen worden voorkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>is ingenomen met het feit dat de Ombudsman ook in 2024 bij belangrijke onderzoeken nauw heeft samengewerkt met de relevante commissies van het Parlement (Commissie verzoekschriften, Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, Subcommissie mensenrechten), waarbij de werkzaamheden van de Ombudsman in commissievergaderingen werden gepresenteerd of informatie naar de commissievoorzitters werd gestuurd; benadrukt dat de strategische initiatieven en onderzoeken van de Ombudsman van cruciaal belang zijn om de transparantie en verantwoordingsplicht van het bestuur van de Unie te verbeteren;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Communicatie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>merkt uit de vragenlijst op dat de totale begroting voor communicatie- en promotieactiviteiten (publicaties, evenementorganisatie, digitale communicatie enz.) met ongeveer 38 % is gedaald, van 155 200 EUR in 2023 naar 96 515 EUR in 2024; benadrukt dat begrotingstoewijzingen strategisch en resultaatgericht moeten zijn, maar dat de Ombudsman zich ook moet blijven richten op het informeren van de burgers over zijn mandaat en voldoende capaciteiten moet blijven behouden op het gebied van communicatie, met name ten behoeve van de burgers die zich tot de Ombudsman wenden om kwesties op Unieniveau aan te kaarten; verzoekt de Ombudsman na te denken over mogelijkheden om besparingen te herverdelen, om ervoor te zorgen dat de Ombudsman de nodige zichtbaarheid en het nodige bereik behoudt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>waardeert de inspanningen van de Ombudsman om transparante informatie te verstrekken en gegevens (zoals statistieken over het aantal behandelde zaken) op een informatieve en gebruiksvriendelijke manier op de website van de Ombudsman te publiceren; is ingenomen met het feit dat op de website een tijdslijn wordt gepubliceerd voor alle onderzoeken naar klachten, waarbij informatie wordt vermeld over belangrijke stappen in het onderzoek die reeds hebben plaatsgevonden en tevens vermeld wordt welke stappen er nog zullen volgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>merkt uit de vragenlijst en het jaarverslag op dat de Ombudsman in 2024 op het gebied van voorlichting nieuwe activiteiten heeft ontplooid, namelijk het openen van een account op Threads en een account op Bluesky, waarmee hij zijn aanwezigheid op sociale media heeft gediversifieerd; stelt vast dat de Ombudsman belangrijke thematische gebieden onder de aandacht is blijven brengen door middel van speciale campagnes op sociale media en “web stories”, en dat in 2024 speciale aandacht is besteed aan ethische normen binnen de instellingen van de Unie; maakt met tevredenheid uit het follow-upverslag op dat de belangrijkste strategische doelstelling van de nieuw gekozen Ombudsman de empowerment van burgers is, en dat er gerichte communicatieactiviteiten zullen worden georganiseerd om ervoor te zorgen dat burgers die de Ombudsman nodig hebben hun rechten kennen en ook daadwerkelijk gebruikmaken van de diensten van de Ombudsman;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>is ingenomen met de nieuwsbrief van de Ombudsman (EO Express) die op gezette tijden verschijnt en die abonnees op de hoogte houdt en via verschillende platforms wordt gepromoot; wijst erop dat de Ombudsman heeft deelgenomen aan een breed scala aan evenementen die door de Unie en internationale organen zijn georganiseerd en regelmatig interviews aan de media heeft gegeven om uitleg te geven over de bevoegdheden van de Ombudsman, welke soorten klachten deze kan behandelen en wanneer burgers zich tot de Ombudsman kunnen wenden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>merkt met voldoening uit de vragenlijst op dat de website van de Ombudsman zo is opgezet dat deze voldoet aan de toegankelijkheidsnormen en -richtlijnen van de Unie en gebruikers een inclusieve en drempelvrije onlineomgeving biedt die is uitgerust met verschillende toegankelijkheidsfuncties; merkt op dat bij een controle van de toegankelijkheid en gebruiksvriendelijkheid van de website van de Ombudsman in 2025 een nalevingspercentage van bijna 90 % werd vastgesteld; spoort de Ombudsman aan om regelmatig controles op dit gebied te blijven uitvoeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>56.</NO.P>is ingenomen met het feit dat de media-aandacht een stabiel beeld laat zien, en dat er in 2024 ongeveer 5 000 artikelen waren waarin naar de werkzaamheden van de Ombudsman werd verwezen; stelt vast dat de Ombudsman de betrokkenheid van het publiek voornamelijk afmeet aan de groei op sociale media en de hoeveelheid websiteverkeer, en dat het aantal volgers gedurende het jaar gestaag is toegenomen; constateert dat het Instagram-, het LinkedIn- en het X-account van de Ombudsman in totaal 9 186 volgers erbij hebben gekregen, waarmee de doelstellingen voor activiteiten op sociale media in 2024, evenals het aantal unieke bezoekers van de website, ruimschoots zijn gehaald; benadrukt dat het belangrijk is dat de Ombudsman externe communicatie hoog op de agenda blijft zetten, om het publiek beter bewust te maken van de bevoegdheden van de Ombudsman en de diensten die deze aan de burgers van de Unie kan verlenen.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>