<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0145</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering voor ontslagen werknemers: aanvraag EGF/2025/008 BE/Liberty - België</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0084/2026 - Rapporteur: Matthias Ecke)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 29 april 2026 over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering voor ontslagen werknemers naar aanleiding van een aanvraag van België – EGF/2025/008 BE/Liberty (COM(2026)0004 – C10-0062/2026 – 2026/0066(BUD))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2026)0004 – C10‑0062/2026),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/691 van het Europees Parlement en de Raad van 28 april 2021 betreffende het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering voor ontslagen werknemers (EFG) en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1309/2013<FOOTNOTE><FIELD> PB L 153 van 3.5.2021, blz. 48, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/691/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (de “EFG-verordening”),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 van de Raad van 17 december 2020 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021‑2027 (de “MFK-verordening”)<FOOTNOTE><FIELD> PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 11, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2020/2093/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, zoals gewijzigd bij Verordening (EU, Euratom) 2024/765<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU, Euratom) 2024/765 van de Raad van 29 februari 2024 tot wijziging van Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021‑2027 (PB L, 2024/765, 29.2.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/765/oj<STRING ITALIC="on">).</STRING></FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 8,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 16 december 2020 tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie betreffende begrotingsdiscipline, samenwerking in begrotingszaken en goed financieel beheer, alsmede betreffende nieuwe eigen middelen, met inbegrip van een routekaart voor de invoering van nieuwe eigen middelen<FOOTNOTE><FIELD> PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 28, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_interinstit/2020/1222/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name punt 9,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Europese pijler van sociale rechten,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de brief van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A10-0084/2026),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de Unie wetgevings- en begrotingsinstrumenten in het leven heeft geroepen om extra steun te geven aan werknemers die de gevolgen van grote structurele gebeurtenissen en verschuivingen in de wereldhandelsstromen ondervinden en hen te helpen bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt; overwegende dat deze steun wordt verleend in de vorm van financiële steun aan werknemers;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de steun gericht moet zijn op de snelle re-integratie van werknemers en ervoor moet zorgen dat opleiding, omscholing en beroepsopleiding werknemers beter toerusten met vaardigheden die zijn afgestemd op de behoeften van de arbeidsmarkt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat België aanvraag EGF/2025/008 BE/Liberty heeft ingediend voor een financiële bijdrage uit het EFG naar aanleiding van 507 ontslagen<FOOTNOTE><FIELD> In de zin van artikel 3 van de EFG‑verordening.</FIELD></FOOTNOTE> bij Liberty Galaţi Belgian Branch (Liberty) in de economische sector die is ingedeeld in NACE Rev. 2-afdeling 24 (“Vervaardiging van metalen in primaire vorm”) in de provincie Luik (BE33), Wallonië, binnen een referentieperiode die liep van 24 april 2025 tot en met 24 augustus 2025;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat de aanvraag is ingediend op grond van de criteria voor steunverlening van artikel 4, lid 2, punt a), van de EFG-verordening, een bepaling die de vereiste inhoudt dat binnen een referentieperiode van vier maanden in een onderneming in een lidstaat de werkzaamheden van ten minste 200 ontslagen werknemers of zelfstandigen zijn beëindigd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat Liberty op 22 april 2025 failliet werd verklaard door de ondernemingsrechtbank van Luik; overwegende dat het aantal faillissementen in België sinds 2022 toeneemt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat het Waals Gewest en Le Forem de nationale voorfinanciering en medefinanciering van de maatregelen verstrekken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat is voldaan aan de voorschriften van de Unie- en de nationale wetgeving betreffende collectieve ontslagen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat financiële bijdragen uit het EFG in de eerste plaats gericht moeten zijn op actieve arbeidsmarktbeleidsmaatregelen en op gepersonaliseerde dienstverlening die tot doel hebben de begunstigden snel te re-integreren op de arbeidsmarkt en hen daarbij vaardigheidstrainingen aan te bieden die hun toegang tot de arbeidsmarkt vergemakkelijken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat het EFG een jaarlijks maximumbedrag van 30 miljoen EUR (in prijzen van 2018) niet mag overschrijden<FOOTNOTE><FIELD> Artikel 8 van de MFK-verordening.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>is het met de Commissie eens dat is voldaan aan de voorwaarden die zijn vastgelegd in de EFG-verordening, en met name in artikel 4, lid 2, punt a), en dat België recht heeft op een financiële bijdrage van 2 033 869 EUR uit hoofde van die verordening, wat overeenkomt met 85 % van de totale kosten van 2 392 788 EUR, bestaande uit uitgaven ten bedrage van 2 358 922 EUR voor gepersonaliseerde steunmaatregelen en 33 866 EUR voor activiteiten op het vlak van voorbereiding, beheer, voorlichting en publiciteit, en controle en rapportage;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>merkt op dat de Belgische autoriteiten op 13 november 2025 de aanvraag hebben ingediend en dat de Commissie, nadat zij van België aanvullende gegevens had ontvangen, haar beoordeling heeft afgerond en het Parlement hiervan op 2 maart 2026 in kennis heeft gesteld; benadrukt dat de tijd tussen een EFG-aanvraag en het financieringsbesluit moet worden verkort, met inachtneming van de begrotingsrechten van het Parlement;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>merkt op dat de aanvraag betrekking heeft op 507 beoogde begunstigden die door het bedrijf Liberty werden ontslagen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>merkt op dat Liberty al jaren met financiële moeilijkheden te kampen had voordat het faillissement werd uitgesproken, vanwege de ongunstige omstandigheden op de staalmarkt, verstoringen in de toeleveringsketen als gevolg van COVID-19 en de hoge energieprijzen ten gevolge van de Russische agressieoorlog tegen Oekraïne, in combinatie met de afhankelijkheid van de Unie van ingevoerde fossiele brandstoffen en de ontoereikende inzet van goedkopere energiebronnen; merkt op dat de verzinkingslijnen van Liberty Steel Liège sinds december 2021 onbenut gebleven zijn vanwege het gebrek aan grondstoffen, wat de aanzet heeft gegeven tot een herstructureringsoperatie die in 2023 heeft geleid tot de juridische overdracht aan Liberty Galaţi; betreurt het dat de productie ondanks de overname niet is hervat en de periode zonder productie uiteindelijk in een faillissement is uitgemond;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>merkt op dat de moeilijkheden waarmee Liberty Steel te kampen had, ook verband hielden met bedrijfsspecifieke factoren nadat het bedrijf door GFG Alliance van Arcelor Mittal was overgenomen; benadrukt zijn ernstige bezorgdheid over de financiële duurzaamheid van het bedrijfsmodel en het niet nakomen van de investeringstoezeggingen, hetgeen heeft bijgedragen tot de verslechtering van de economische situatie van de fabriek en de resulterende ontslagen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>merkt op dat het Waalse Gewest een proces van de-industrialisering en economische transformatie heeft doorgemaakt<FOOTNOTE><FIELD> Nationale Bank van België.Economische evaluatie 2024.</FIELD></FOOTNOTE>; merkt op dat het faillissement van Liberty een grote sociale schok voor Wallonië betekent en dat dit een regio is waarvan de arbeidsmarkt reeds is verzwakt door andere herstructureringen; benadrukt dat de staalsector voor België een belangrijke economische sector blijft, met een hoog percentage banen in de staalsector per inwoner; verzoekt de Belgische autoriteiten specifieke steun te verlenen die is afgestemd op deze profielen, om werknemers te helpen noodzakelijke vaardigheden te ontwikkelen om een nieuwe hoogwaardige baan te vinden, en tegelijkertijd maatregelen te nemen om faillissementen te verminderen en sociale ongelijkheden aan te pakken die leiden tot uitsluiting van de arbeidsmarkt; benadrukt dat de Unie een ondernemingsvriendelijk klimaat heeft dat gebruikmaakt van economische groei, innovatie bevordert, technologische ontwikkeling ondersteunt, het concurrentievermogen versterkt, onnodige regeldruk vermindert en bureaucratische procedures vereenvoudigt en wijst op de noodzaak van een beleid dat het concurrentievermogen van de industrie, de territoriale, economische en sociale cohesie en de regionale ontwikkeling bevordert; benadrukt het belang van een concurrerende en veerkrachtige Europese staalsector als basis voor een sterke, hoogwaardige industrie en als centrale pijler van de strategische autonomie van de Unie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>herinnert eraan dat een op de vier geregistreerde werkzoekenden in Wallonië ouder is dan 50 jaar en meer belemmeringen ondervindt bij de terugkeer op de arbeidsmarkt; merkt op dat hoewel de werknemers van Liberty sterk gespecialiseerd zijn, hun overstap naar een nieuwe baan bemoeilijkt wordt door hun gevorderde leeftijd (52 % van de werknemers is 55 jaar of ouder); merkt op dat 69 % van de ontslagen werknemers een laag opleidingsniveau heeft;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>wijst erop dat, in overleg met vakbonden en regionale autoriteiten, de gepersonaliseerde dienstverlening aan de werknemers bestaat uit de volgende maatregelen: outplacement en loopbaanbegeleiding; opleiding, omscholing en beroepsopleiding, waaronder IT-vaardigheden; ondersteuning bij het opzetten van een bedrijf; bijdrage aan het opzetten van een bedrijf; stimulansen en toelagen; benadrukt het belang van een versterking van de investeringen in innovatie, vaardigheden en industriële modernisering om het concurrentievermogen van de Europese industrie te versterken en ervoor te zorgen dat werknemers zijn toegerust voor de veranderende behoeften van de arbeidsmarkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>benadrukt hoe belangrijk het is hoogwaardige, toekomstgerichte banen te bevorderen die het concurrentievermogen versterken, de digitale transformatie bevorderen en aan de vraag van de arbeidsmarkt voldoen, om de economische en sociale veerkracht op lange termijn te waarborgen; is daarom van mening dat de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG moet worden verankerd in een bredere beleidsaanpak op alle politieke niveaus om ervoor te zorgen dat de getroffen werknemers passende kansen krijgen die aansluiten op hun kwalificaties en vaardigheden; onderstreept dat het EFG een instrument voor solidariteit en een rechtvaardige transitie is en dat de primaire taak van de Unie moet zijn om dergelijke sluitingen in de eerste plaats te voorkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>onderstreept dat het belangrijk is het industriële concurrentievermogen van de Unie te versterken en investeringen in strategische industriële sectoren te bevorderen om verdere de-industrialisering en ontslagen te voorkomen en het scheppen van banen te ondersteunen; benadrukt de noodzaak van de transitie naar hernieuwbare energie, in combinatie met andere maatregelen om betaalbare energieprijzen te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>onderstreept dat de Belgische autoriteiten ervoor moeten zorgen dat de financiering van de Unie zichtbaar is als zodanig en dat zij de meerwaarde ervan moeten benadrukken door middel van effectieve en gerichte communicatie naar begunstigden, regionale en lokale autoriteiten, sociale partners en het brede publiek;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>dringt aan op grondige eindevaluaties, in samenwerking met de sociale partners, van de uitgevoerde maatregelen, met inbegrip van duidelijke en transparante informatie over de wijze waarop de middelen zijn gebruikt, de re-integratie van werknemers op de arbeidsmarkt, en de vraag of de EFG-doelstellingen zijn verwezenlijkt; benadrukt in dit verband het belang van regelmatige monitoring van de door het EFG gefinancierde maatregelen om de doeltreffendheid ervan te beoordelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>stelt vast dat België op 1 juni 2025 is begonnen met het verlenen van gepersonaliseerde steunmaatregelen aan de beoogde begunstigden, wat betekent dat vanaf die datum tot 24 maanden na de datum van inwerkingtreding van het financieringsbesluit aanspraak kan worden gemaakt op een financiële bijdrage uit het EFG;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>merkt op dat België op 22 april 2025 de eerste administratieve uitgaven heeft gedaan met het oog op de uitvoering van het EFG, en dat deze uitgaven bijgevolg vanaf die datum tot 31 maanden na de datum van inwerkingtreding van het financieringsbesluit in aanmerking komen voor een financiële bijdrage uit het EFG;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>stelt vast dat de Belgische autoriteiten hebben bevestigd dat de beginselen van gelijke behandeling en non-discriminatie zullen worden geëerbiedigd bij de toegang tot de voorgestelde maatregelen en de uitvoering ervan, en dat eventuele dubbele financiering zal worden voorkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>wijst er andermaal op dat bijstand uit het EFG geen vervanging mag zijn voor maatregelen die op grond van nationale wetgeving of collectieve arbeidsovereenkomsten onder de verantwoordelijkheid van overheden of bedrijven vallen; wijst erop dat het EFG een beperkt, gericht en aanvullend mechanisme is, en geen vervanging kan zijn van structureel economisch beleid, dat in de eerste plaats onder de bevoegdheid van de lidstaten valt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>hecht zijn goedkeuring aan het bij deze resolutie gevoegde besluit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit samen met de voorzitter van de Raad te ondertekenen en te zorgen voor bekendmaking ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie, met inbegrip van de bijlage, te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST><TXTLST><ANNEX><TI><STRING BOLD="on">BIJLAGE: BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD</STRING></TI><STI><STRING BOLD="on">betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering voor ontslagen werknemers naar aanleiding van aanvraag EGF/2025/008 BE/Liberty van België</STRING></STI><P><STRING ITALIC="on">(De tekst van de bijlage wordt hier niet weergegeven, aangezien deze overeenkomt met de definitieve handeling: Besluit (EU) 2026/1134.)</STRING></P></ANNEX></TXTLST></SDOCTA>