<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0146</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">De situatie van de grondrechten in de Europese Unie in 2024 en 2025</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0042/2026 - Rapporteur: Anna Strolenberg)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 29 april 2026 over de situatie van de grondrechten in de Europese Unie in 2024 en 2025 (2025/2135(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna “het Handvest”),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ‑EU),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn (EU) 2024/1385 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2024/1385, 24.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2024/1385/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn 2012/29/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van minimumnormen voor de rechten, de ondersteuning en de bescherming van slachtoffers van strafbare feiten, en ter vervanging van Kaderbesluit 2001/220/JBZ<FOOTNOTE><FIELD> PB L 315 van 14.11.2012, blz. 57, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2012/29/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (richtlijn slachtofferrechten), het voorstel van de Commissie van 12 juli 2023 tot wijziging van de richtlijn slachtofferrechten (COM(2023)0424) en de overeenkomst die is bereikt over het voorlopig akkoord als gevolg van de interinstitutionele onderhandelingen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bestrijding van corruptie, ter vervanging van Kaderbesluit 2003/568/JBZ van de Raad en de Overeenkomst ter bestrijding van corruptie waarbij ambtenaren van de Europese Gemeenschappen of van de lidstaten van de Europese Unie betrokken zijn en tot wijziging van Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2024/1083 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 tot vaststelling van een gemeenschappelijk kader voor mediadiensten op de interne markt en tot wijziging van Richtlijn 2010/13/EU (Europese verordening mediavrijheid)<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2024/1083, 17.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1083/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn (EU) 2024/1069 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 betreffende bescherming van bij publieke participatie betrokken personen tegen kennelijk ongegronde vorderingen of misbruik van procesrecht (“strategische rechtszaken tegen publieke participatie”)<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2024/1069, 16.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2024/1069/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (de “anti-SLAPP-richtlijn”),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Aanbeveling (EU) 2022/758 van de Commissie van 27 april 2022 over de wijze waarop journalisten en mensenrechtenverdedigers die betrokken zijn bij publieke participatie kunnen worden beschermd tegen kennelijk ongegronde of onrechtmatige gerechtelijke procedures (“strategische rechtszaken tegen publieke participatie”)<FOOTNOTE><FIELD> PB L 138 van 17.5.2022, blz. 30, ELI: http://data.europa.eu/eli/reco/2022/758/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2020/2092 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2020 betreffende een algemeen conditionaliteitsregime ter bescherming van de Uniebegroting<FOOTNOTE><FIELD> PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2020/2092/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (de “conditionaliteitsverordening voor de rechtsstaat”),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming)<FOOTNOTE><FIELD> PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2016/679/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Kaderbesluit 2008/913/JBZ van de Raad van 28 november 2008 betreffende de bestrijding van bepaalde vormen en uitingen van racisme en vreemdelingenhaat door middel van het strafrecht<FOOTNOTE><FIELD> PB L 328 van 6.12.2008, blz. 55, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_framw/2008/913/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie van 2 juli 2008 voor een richtlijn van de Raad betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid (COM(2008)0426) (de “horizontale antidiscriminatierichtlijn”), dat in juli 2025 opnieuw werd bevestigd nadat de Commissie eerder had aangekondigd het in te zullen trekken, en gezien de hangende status ervan in de Raad,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn 2000/43/EG van de Raad van 29 juni 2000 houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht ras of etnische afstamming<FOOTNOTE><FIELD> PB L 180 van 19.7.2000, blz. 22, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2000/43/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (richtlijn rassengelijkheid),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de EU-strategie voor gelijkheid van lhbtiq’ers 2020-2025” (COM(2020)0698), de strategie voor gendergelijkheid 2020-2025 (COM(2020)0152), de strategie inzake de rechten van personen met een handicap 2021-2030 (COM(2021)0101), het EU-actieplan tegen racisme 2020-2025 (COM(2020)0565), het strategisch EU-kader voor gelijkheid, integratie en participatie van de Roma 2020-2030 (COM(2020)0620), en de aankondiging van de Commissie over de actualisering en versterking daarvan,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de nieuwe strategie voor gelijkheid van lhbtiq’ers 2026-2030,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de strategie ter versterking van de toepassing van het Handvest van de Grondrechten in de EU (COM(2020)0711) en de jaarverslagen van de Commissie, met name het jaarverslag 2024 getiteld “Financiering ter bevordering, bescherming en handhaving van de grondrechten – Jaarverslag over de toepassing van het EU-Handvest van de grondrechten 2024” (COM(2024)0456),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de EU-strategie ter bestrijding van antisemitisme en ter bevordering van het Joodse leven (2021-2030) (COM(2021)0615),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de nieuwe EU-strategie tegen racisme 2026-2030,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 24 juli 2024 getiteld “Verslag over de rechtsstaat 2024 – Situatie op het gebied van de rechtsstaat in de Europese Unie” (COM(2024)0800) en de mededeling van de Commissie van 8 juli 2025 getiteld “Verslag over de rechtsstaat 2025 – Situatie op het gebied van de rechtsstaat in de Europese Unie” (COM(2025)0900), en de daaraan gehechte 27 landspecifieke hoofdstukken,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 7 maart 2025 getiteld “Een routekaart voor vrouwenrechten” (COM(2025)0097), waarin de langetermijnvisie voor de verwezenlijking van gendergelijkheid wordt uiteengezet,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mensenrechtenverdragen en instrumenten van de VN inzake de bescherming van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, en met name de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, het Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie, het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen, de aanbevelingen en verslagen in het kader van de universele periodieke doorlichting van de VN, en de rechtspraak van de verdragsorganen van de VN en de speciale procedures van de Mensenrechtenraad, met inbegrip van het mandaat van de speciale VN-rapporteur voor de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging (A/HRC/RES/49/5),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Aanbeveling Rec(2006)2 van het Comité van Ministers van de Raad van Europa van 11 januari 2006 over de Europese gevangenisregels,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het 34e algemene verslag van het Europees Comité inzake de voorkoming van folteringen en onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen van de Raad van Europa van april 2025,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (CRPD), dat op 23 december 2010 door de EU is geratificeerd en waarbij alle lidstaten partij zijn, en het bijbehorende facultatieve protocol, dat door 22 lidstaten is geratificeerd, alsook de algemene opmerkingen over het CRPD en de opmerkingen van het VN-Comité voor de rechten van personen met een handicap,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling en de duurzameontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s) van de VN,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbevelingen en verslagen van het Bureau voor Democratische Instellingen en Mensenrechten, de Hoge Commissaris inzake de nationale minderheden, en de vertegenwoordiger voor mediavrijheid en andere organen van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de arresten en jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM), met inbegrip van jurisprudentie met betrekking tot voorlopige hechtenis, waaronder Letellier/Frankrijk (1991), Ilijkov/Bulgarije (2001) en Buzadji/Moldavië (2016), en de jaarverslagen van het Comité van Ministers over het toezicht op de uitvoering daarvan,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie (UNCAC),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbevelingen, adviezen, verslagen en resoluties van de Raad van Europa, en met name die van de Commissie van Venetië, de Europese Commissie tegen Racisme en Onverdraagzaamheid (ECRI), de Groep van deskundigen inzake actie tegen geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld (Grevio), de Groep van Staten tegen Corruptie (Greco), de Stuurgroep bestrijding van discriminatie, diversiteit en inclusie, de Parlementaire Vergadering, het Europees Comité voor sociale rechten en andere organen van de Raad van Europa,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaringen, aanbevelingen, verslagen en landenbezoeken van de mensenrechtencommissaris van de Raad van Europa, met inbegrip van zijn verslag van 4 september 2025 getiteld “Externalised asylum and migration policies and human rights law”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het platform van de Raad van Europa voor de veiligheid van journalisten,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld (het Verdrag van Istanbul), dat op 28 juni 2023 door de Europese Unie is geratificeerd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het herziene Europees Sociaal Handvest van de Raad van Europa,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Europese pijler van sociale rechten en het bijbehorende actieplan,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn Besluit (EU) 2022/480 van 10 maart 2022 over de instelling van een enquêtecommissie om het gebruik van de Pegasus- en soortgelijke spyware voor surveillance te onderzoeken, en houdende de vaststelling van het onderwerp van de enquête, alsook van de bevoegdheden, het aantal leden en de duur van het mandaat van de commissie<FOOTNOTE><FIELD> PB L 98 van 25.3.2022, blz. 72, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2022/480/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, de resoluties en aanbevelingen die het heeft aangenomen op basis van de werkzaamheden van de Enquêtecommissie om het gebruik van Pegasus en soortgelijke spyware voor surveillance te onderzoeken (PEGA), en met name zijn aanbeveling van 15 juni 2023 aan de Raad en de Commissie naar aanleiding van het onderzoek naar vermeende inbreuken op en gevallen van wanbeheer bij de toepassing van het Unierecht met betrekking tot het gebruik van Pegasus en soortgelijke spyware voor surveillance<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2024/494, 23.1.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/494/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verslagen, adviezen en aanbevelingen van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming (EDPS),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verslagen, enquêtes en adviezen van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (FRA), en met name het verslag over de grondrechten 2024 en het verslag over de grondrechten 2025,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn eerdere resoluties over de situatie van de grondrechten in de EU,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resoluties over de verslagen van de Commissie over de rechtsstaat,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resoluties over specifieke lidstaten,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 8 februari 2024 over de uitvoering van de EU-strategie voor gelijkheid van lhbtiq’ers 2020-2025<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2024/6340, 7.11.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6340/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 13 december 2022 getiteld “Naar gelijke rechten voor personen met een handicap”<FOOTNOTE><FIELD> PB C 177 van 17.5.2023, blz. 13.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 10 november 2022 over raciale gerechtigheid, non-discriminatie en antiracisme in de EU<FOOTNOTE><FIELD> PB C 161 van 5.5.2023, blz. 10.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 8 maart 2022 over de steeds beperktere ruimte voor het maatschappelijk middenveld in Europa<FOOTNOTE><FIELD> PB C 347 van 9.9.2022, blz. 2.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 14 december 2021 met aanbevelingen aan de Commissie inzake het bestrijden van gendergerelateerd geweld: cybergeweld<FOOTNOTE><FIELD> PB C 251 van 30.6.2022, blz. 2.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 16 september 2021 met aanbevelingen aan de Commissie betreffende het aanmerken van gendergerelateerd geweld als een nieuwe vorm van criminaliteit als bedoeld in artikel 83, lid 1, VWEU<FOOTNOTE><FIELD> PB C 117 van 11.3.2022, blz. 88.</FIELD></FOOTNOTE>, en zijn resolutie van 18 januari 2024 over het voorstel voor een besluit van de Raad inzake de uitbreiding van de lijst van EU-misdrijven tot haatzaaiende uitlatingen en haatmisdrijven<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2024/5733, 17.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/5733/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 7 oktober 2020 over de instelling van een EU-mechanisme voor democratie, de rechtsstaat en grondrechten<FOOTNOTE><FIELD> PB C 395 van 29.9.2021, blz. 2.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 55 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A10‑0042/2026),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat in verschillende lidstaten een afbrokkeling van de democratie te zien is, en dat andere lidstaten ook te maken hebben met uitdagingen die van invloed zijn op de democratische normen; overwegende dat dit onder meer wordt gekenmerkt door de volgende zorgwekkende verschijnselen: achteruitgang van de rechtsstaat, een gebrek aan onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, een gebrek aan inspanningen op het gebied van corruptiebestrijding en bescherming van de grondrechten, verzwakking van democratische controlemechanismen en instrumentalisering van grondwettelijke normen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de Unie is gegrondvest op de in artikel 2 VEU verankerde gemeenschappelijke waarden van eerbied voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten, waaronder de rechten van personen die tot minderheden behoren; overwegende dat deze waarden zijn verankerd in het Handvest en in internationale mensenrechtenverdragen; overwegende dat het Handvest deel uitmaakt van het primaire EU-recht; overwegende dat de eerbiediging van deze waarden een continue verplichting is voor alle lidstaten na hun toetreding tot de EU en een voorwaarde om alle uit het EU-lidmaatschap voortvloeiende rechten en voordelen te genieten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat democratie, de rechtsstaat en grondrechten waarden zijn die elkaar versterken en die, als ze ondermijnd worden, een systemische bedreiging vormen voor de rechten en vrijheden van alle mensen in de EU; overwegende dat het bestaande instrumentarium voor de rechtsstaat van de Unie belangrijke instrumenten bevat voor de handhaving van de in artikel 2 VEU verankerde waarden van de Unie; overwegende dat de volledige en consistente uitvoering ervan, in combinatie met regelmatige monitoring en follow-upmaatregelen, nog altijd noodzakelijk is om systemische uitdagingen voor de rechtsstaat in de hele EU op doeltreffende wijzen aan te pakken en te voorkomen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat de doeltreffende uitvoering van arresten van het HvJ-EU en het EHRM een essentieel onderdeel vormt van de bescherming van de grondrechten en de handhaving van de rechtsstaat in de Unie; overwegende dat terugkerende vertragingen of nalatigheden bij de uitvoering van dergelijke arresten het vertrouwen in het Europese mensenrechtenstelsel dreigen uit te hollen; overwegende dat artikel 2 VEU zou kunnen worden aangewezen als autonome rechtsgrondslag in het hangende arrest in zaak C-769/22, Commissie/Hongarije, en daarmee de in dat verband ingeleide inbreukprocedures zou versterken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de geringe vooruitgang in de lopende procedure van artikel 7, lid 1, VEU tegen Hongarije bewijst dat de bestaande processen moeten worden versneld en versterkt; overwegende dat het bereiken van concrete en tijdige resultaten van essentieel belang is om de bescherming van de grondrechten en de geloofwaardigheid van de inzet van de Unie voor de in artikel 2 VEU verankerde waarden te waarborgen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat corruptie nog altijd een groot probleem is dat de democratische verantwoordingsplicht aantast, een ernstige bedreiging vormt voor goed bestuur, het vertrouwen van burgers in instellingen uitholt en daardoor de in artikel 2 VEU verankerde waarden van de EU ondermijnt, zoals voortdurend wordt benadrukt in de jaarlijkse verslagen van de Commissie over de rechtsstaat;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat corruptie vaak verband houdt met de uitholling van democratische instellingen en door de georganiseerde misdaad wordt gebruikt om de politiek en de economie te infiltreren, democratische processen te verstoren en illegaal verkregen geld wit te wassen; overwegende dat het herstel van het vertrouwen in alle lagen van de samenleving, onder meer in de rechterlijke macht en rechtshandhavingsinstanties, aanhoudende inspanningen op het gebied van corruptiebestrijding, ethisch politiek leiderschap, robuust, onafhankelijk toezicht en een sterke inzet voor transparantie, verantwoording en bescherming van democratische kernwaarden vereist;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat de georganiseerde misdaad in verschillende lidstaten een ernstige bedreiging vormt voor de grondrechten en de werking van de rechtsstaat; overwegende dat uit de ervaringen van sommige lidstaten blijkt dat met specifieke preventiemechanismen die voorafgaande controles op banden met de maffia verplicht stellen voor het verkrijgen van overheidssubsidies en concessies, op doeltreffende wijze kan worden voorkomen dat de georganiseerde misdaad infiltreert in overheidsopdrachten en het beheer van middelen van de Unie; overwegende dat de invoering van dergelijke preventiemechanismen op Unieniveau zou helpen om de integriteit van de middelen van de Unie en de grondrechten van door de georganiseerde misdaad getroffen gemeenschappen te beschermen en het vertrouwen van de burgers in overheidsinstellingen te versterken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat Greco in haar jaarverslag wijst op de punten van zorg in verschillende lidstaten, met name wat betreft het gebrek aan transparantie in het wetgevingsproces, een robuust kader voor het voorkomen van belangenconflicten, een gedragscode voor regeringsleden en overheidsfunctionarissen, toegang tot informatie over hervorming van de rechtsstaat, en versterking van kaders voor corruptiebestrijding en integriteit binnen rechtshandhavingsinstanties; overwegende dat Greco in haar studie over het onderzoek naar personen met een hoge functie in de uitvoerende macht en rechtshandhavingsinstanties benadrukt dat het gebrek aan integriteitscontroles voor topfunctionarissen in regeringen en kwesties in verband met de aanwerving en de loopbaan van rechtshandhavingspersoneel, met name voor topmanagementfuncties, nog altijd een probleem zijn;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat klokkenluiders in de hele EU onvoldoende worden beschermd; overwegende dat de klokkenluidersrichtlijn<FOOTNOTE><FIELD> Richtlijn (EU) 2019/1937 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2019 inzake de bescherming van personen die inbreuken op het Unierecht melden (PB L 305 van 26.11.2019, blz. 17, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2019/1937/oj).</FIELD></FOOTNOTE> door een aantal lidstaten nog altijd niet of niet naar behoren is omgezet<FOOTNOTE><FIELD> https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:52024DC0269.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat het HvJ-EU in 2024 en 2025 sancties heeft opgelegd aan zes lidstaten<FOOTNOTE><FIELD> Tsjechië, Duitsland, Estland, Luxemburg, Hongarije en Polen; arresten van het HvJ-EU in de zaken C-147/23 (Commissie/Polen), C-149/23 (Commissie/Duitsland), C-150/23 (Commissie/Luxemburg), C-152/23 (Commissie/Tsjechische Republiek), C-154/23 (Commissie/Estland) en C-155/23 (Commissie/Hongarije).</FIELD></FOOTNOTE> wegens niet-omzetting van de richtlijn; overwegende dat klokkenluiders een essentiële rol spelen bij het opsporen en melden van wanpraktijken, en bij het versterken van de democratische verantwoording en transparantie, en dat de bescherming van klokkenluiders moet worden gewaarborgd en bevorderd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat in de jurisprudentie van het EHRM wordt benadrukt dat voorlopige hechtenis een uitzonderlijke maatregel moet blijven die alleen wordt toegepast wanneer dit strikt noodzakelijk is en wordt gerechtvaardigd door relevante en toereikende redenen; overwegende dat misbruik van voorlopige hechtenis het recht op vrijheid, het vermoeden van onschuld en de algemene billijkheid van rechtsstelsels ondergraaft;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat de mediavrijheid in de EU nog altijd in verschillende lidstaten wordt bedreigd, zoals blijkt uit het meest recente verslag van de Commissie over de rechtsstaat, waarin aanbevelingen worden gedaan aan verschillende lidstaten om de punten van zorg in verband met de onafhankelijkheid van de media, politieke druk en de voortdurende aanvallen op de persvrijheid, onder meer in de vorm van SLAPP’s, aan te pakken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat de monitor voor de pluriformiteit van de media ook een verslechtering van de arbeidsomstandigheden van journalisten laat zien, die onder meer te maken hebben met geweld, pesterijen en intimidatie, alsook een steeds sterkere concentratie van media-eigendom en de gevolgen van digitale platforms en budgettaire beperkingen; overwegende dat er nog altijd behoefte is aan verdere waarborgen, waaronder onafhankelijke regelgevende instanties, transparantie met betrekking tot media-eigendom, bescherming tegen politieke inmenging en betere toegang tot informatie en veiligheid voor journalisten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat uit de jaarlijkse beoordeling van de Raad van Europa van de persvrijheid in Europa in 2025 blijkt dat toe-eigening van de media, een gebrek aan onafhankelijkheid van publieke media en door AI gegenereerde desinformatiecampagnes in de hele EU een steeds grotere bedreiging vormen, die de democratie direct in gevaar brengt<FOOTNOTE><FIELD> https://edoc.coe.int/en/media/12123-europe-press-freedom-report-2024-confronting-political-pressure-disinformation-and-the-erosion-of-media-independence.html#.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat de instandhouding van de persvrijheid en de waarborging van de toegang van het publiek tot onafhankelijke, hoogwaardige journalistiek een van de belangrijkste pijlers van een democratische samenleving is; overwegende dat SLAPP’s een bedreiging blijven vormen voor de mediavrijheid; overwegende dat de waarborgen waarin de anti-SLAPP-richtlijn voorziet, moeten worden uitgebreid tot binnenlandse zaken en strafzaken; overwegende dat de Europese verordening mediavrijheid volledig in werking is getreden op 8 augustus 2025; overwegende dat journalisten en mediawerkers in verschillende lidstaten het slachtoffer zijn geworden van politieke lastercampagnes, openlijke kleinering en georkestreerde pogingen om hun werk in diskrediet te brengen, vaak in combinatie met onrechtmatige juridische stappen en bedreigingen, druk, intimidatie en geweld, waardoor een klimaat van angst en zelfcensuur is ontstaan dat het recht van het publiek op informatie ondermijnt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat sommige journalisten en mediawerkers in verschillende landen te kampen hebben met onzekere arbeidsomstandigheden, een gebrek aan bronnen en onveilige werkomgevingen, waar ze onder meer worden blootgesteld aan steeds meer pesterijen en juridische procedures, en ook met andere problemen worden geconfronteerd, waaronder intimidatie, dreiging met juridische stappen, politieke inmenging, beperkte toegang tot betrouwbare financiering en een krimpende pluriformiteit van de media; overwegende dat velen van hen tijdens hun onderzoekswerkzaamheden te maken krijgen met bedreigingen, aanvallen en intimidatie, en dat sommigen van hen zelfs onder politiebescherming moeten leven als gevolg van aanhoudende doodsbedreigingen; overwegende dat de onzekerheid van journalistiek werk volgens het verslag 2024 van de monitor voor de pluriformiteit van de media rechtstreekse gevolgen heeft gehad voor de onafhankelijkheid en kwaliteit van de verslaggeving in heel Europa; overwegende dat journalisten en mediaprofessionals de rechten moeten genieten en de plichten moeten vervullen die hun functie met zich meebrengt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>P.</NO.P>overwegende dat desinformatie deel uitmaakt van een breder scala aan hybride dreigingen die bedoeld zijn om democratisch gekozen regeringen, landen en bondgenootschappen te ondermijnen of te schaden; overwegende dat de verspreiding van mis- en desinformatie, waaronder door de staat gesteunde en gecoördineerde onlinecampagnes, bijdraagt tot polarisatie, het vertrouwen in democratische instellingen uitholt, de integriteit van verkiezingsprocessen en het publieke debat in gevaar brengt, en een bedreiging vormt voor belangrijke verkiezingsbeginselen, zoals de vrijheid van kiezers om hun mening te vormen, transparantie, gelijke kansen en billijkheid, en dat deze ontwikkeling nog eens wordt versterkt door de opkomst van sociale media en digitale platforms, die het nog makkelijker maken om snel valse en manipulatieve inhoud te verspreiden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Q.</NO.P>overwegende dat de publieke opinie steeds meer wordt beïnvloed door manipulatie van algoritmen, met als gevolg dat valse en extremistische retoriek nog meer zich heen grijpt; overwegende dat veranderingen in het beleid inzake inhoudsmoderatie en handhavingspraktijken op bepaalde grote platforms deze trend hebben versterkt en aanleiding hebben gegeven tot bezorgdheid over de toegenomen verspreiding van schadelijke inhoud en onlinemanipulatie; overwegende dat de Commissie in het kader van de digitaledienstenverordening<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2022/2065 van het Europees Parlement en de Raad van 19 oktober 2022 betreffende een eengemaakte markt voor digitale diensten en tot wijziging van Richtlijn 2000/31/EG (digitaledienstenverordening) (PB L 277 van 27.10.2022, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2022/2065/oj).</FIELD></FOOTNOTE> onderzoek heeft ingesteld naar verschillende platforms die verzuimen om desinformatie tegen te gaan en gebruikers te beschermen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>R.</NO.P>overwegende dat kwetsbare groepen online bijzonder veel worden blootgesteld aan en te maken krijgen met gerichte manipulatie en schadelijke retoriek, terwijl hun mediawijsheid beperkt is; overwegende dat jongeren naar verhouding nog altijd kwetsbaarder zijn voor algoritmische vooringenomenheid en propaganda, aangezien het hun ontbreekt aan goede instrumenten voor digitale geletterdheid; overwegende dat digitale platforms ook een positieve rol kunnen spelen bij het verkrijgen van toegang tot kennis, alsook bij het stimuleren van burgerparticipatie, gemeenschapsopbouw en innovatie en het bevorderen van de grondrechten; overwegende dat algoritmische vooringenomenheid en het bedrijfsmodel van socialemediaplatforms, dat gebaseerd is op microtargeting, een rol spelen bij de verspreiding en versterking van haatzaaiende uitlatingen en het aanzetten tot discriminatie, alsook tot racisme, vrouwenhaat en geweld;</P></CONS><CONS><P><NO.P>S.</NO.P>overwegende dat de komende initiatieven van de EU ter bestrijding van desinformatie, waaronder het Europees schild voor de democratie, volledig moeten stroken met de internationale mensenrechtennormen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>T.</NO.P>overwegende dat nieuwe technologieën, waaronder AI-systemen, aanzienlijke kansen bieden voor innovatie, economische groei en betere overheidsdiensten, maar ook het risico met zich meebrengen dat discriminatie wordt verergerd, bestaande ongelijkheden worden vergroot en er nieuwe vormen van vooringenomenheid worden gecreëerd; overwegende dat ze aanleiding kunnen geven tot bezorgdheid over privacy en grondrechten en onderworpen moeten zijn aan strikte waarborgen en duidelijke rechtskaders;</P></CONS><CONS><P><NO.P>U.</NO.P>overwegende dat kinderen in de hele EU steeds vaker te maken krijgen met crises op het gebied van de geestelijke gezondheid als gevolg van de ongecontroleerde invloed van algoritmische technieken, zoals verslavende en manipulatieve ontwerpen, “donkere patronen”, die kinderen meer tijd op hun schermen laten doorbrengen, en het bevorderen van schadelijke inhoud; overwegende dat dit negatieve gevolgen heeft voor de gezonde ontwikkeling, het geestelijk welzijn en de veiligheid van kinderen; overwegende dat in de huidige EU-rechtskaders voor de onlineomgeving onvoldoende aandacht wordt besteed aan de bescherming van de geestelijke gezondheid van kinderen online;</P></CONS><CONS><P><NO.P>V.</NO.P>overwegende dat het gebruik van spyware, gezichtsherkenningssoftware en surveillancetechnologie strikte waarborgen, transparantie en democratisch toezicht vereist om misbruik te voorkomen, de grondrechten te beschermen en de volledige eerbiediging van de privacy te garanderen; overwegende dat er nieuwe technologieën worden gebruikt om voorspellingen te doen en profielen en risicobeoordelingen te maken die van invloed zijn op het leven van mensen en sociale vooroordelen kunnen reproduceren; overwegende dat het gebruik van technologieën op basis van gezichtsherkenningssoftware een afschrikkend effect kan hebben op het recht op vreedzame vergadering en discriminerende gevolgen kunnen hebben; overwegende dat praktijken waarbij gebruik wordt gemaakt van biometrische surveillancetechnologie de grondrechten kunnen ondermijnen; overwegende dat dergelijke praktijken ernstige schendingen vormen van het recht op privacy en het recht op vrijheid van meningsuiting; overwegende dat nieuwe technologieën beter moeten worden gereguleerd om de grondrechten te beschermen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>W.</NO.P>overwegende dat surveillance bij journalisten niet alleen hun veiligheid maar ook de vertrouwelijkheid van hun bronnen in gevaar brengt, waardoor zij hun werk in feite niet naar behoren kunnen uitvoeren; overwegende dat wanneer er steeds meer bewijzen zijn dat er sprake is van surveillance en dat er van bedrijven signalen komen die daarop duiden, de nationale autoriteiten informatie moeten verstrekken over de omvang van en de toestemming en verantwoordingsplicht voor deze activiteiten, en slachtoffers niet aan hun lot mogen overlaten zonder duidelijkheid of doeltreffende rechtsmiddelen te verschaffen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>X.</NO.P>overwegende dat in verschillende lidstaten op grote schaal gebruik is gemaakt van spywaretechnologieën, onder meer door regeringen<FOOTNOTE><FIELD> Bijvoorbeeld Griekenland, Cyprus, Italië, Hongarije, Polen en Spanje.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat het gebruik van spyware een onrechtmatige en ondemocratische praktijk is die de rechtsstaat en de grondrechten in onze samenleving ondermijnt en waarvoor geen doeltreffende voorziening in rechte bestaat; overwegende dat de technologische vooruitgang het opsporen van spyware-infecties bemoeilijkt en het verspreiden ervan vergemakkelijkt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Y.</NO.P>overwegende dat de door het Parlement ingestelde Enquêtecommissie om het gebruik van Pegasus en soortgelijke spyware voor surveillance te onderzoeken (PEGA) heeft vastgesteld dat spyware zoals Pegasus, Predator en Graphite in verschillende lidstaten op onrechtmatige wijze is gebruikt tegen journalisten, actoren uit het maatschappelijk middenveld, advocaten, oppositieleden en ambtenaren; overwegende dat PEGA ernstige inbreuken op de privacy, de gegevensbescherming en de vrijheid van meningsuiting heeft vastgesteld en heeft gewaarschuwd dat dergelijke praktijken een systemische bedreiging vormen voor de democratie, de rechtsstaat en de grondrechten in de Unie; overwegende dat de volledige uitvoering van de aanbevelingen van PEGA van essentieel belang is om verder misbruik te voorkomen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Z.</NO.P>overwegende dat uit recent journalistiek onderzoek is gebleken dat bepaalde EU-middelen mogelijk zijn toegewezen aan bedrijven die binnendringsoftware, zoals spyware, ontwikkelen of op de markt brengen<FOOTNOTE><FIELD> https://media.business-humanrights.org/media/documents/MEP_letter.pdf.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat het van essentieel belang is te voorkomen dat financiële middelen van de EU bijdragen aan de ontwikkeling, uitvoer of inzet van spyware of andere surveillance-instrumenten die kunnen worden gebruikt om de grondrechten en de rechtsstaat te schenden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AA.</NO.P>overwegende dat spywaretechnologieën volgens de Commissie van Venetië kunnen worden omgevormd tot een surveillancewapen dat kan worden gebruikt om de grondrechten in te perken, kritiek en afwijkende meningen te censureren en te criminaliseren en journalisten, mensenrechtenactivisten, politieke tegenstanders en maatschappelijke organisaties te intimideren of zelfs te onderdrukken, zoals uit talrijke beschuldigingen en onthullingen is gebleken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AB.</NO.P>overwegende dat er in de hele EU nog steeds veel meldingen binnenkomen over autoriteiten die buitengewoon hardhandig optreden tegen demonstranten en daarbij onder meer geweld en minder dodelijke wapens gebruiken om menigten uiteen te drijven<FOOTNOTE><FIELD> https://www.amnesty.org/en/latest/news/2024/07/europe-sweeping-pattern-of-systematic-attacks-and-restrictions-undermine-peaceful-protest/?utm.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AC.</NO.P>overwegende dat er aanwijzingen zijn dat bepaalde EU-middelen, waaronder EU-middelen voor binnenlandse zaken, zijn gebruikt op een manier die leidt tot schendingen van grondrechten, en onder meer ook tot discriminatie; overwegende dat EU-middelen moeten worden gebruikt op een manier die de grondrechten bevordert en eerbiedigt en niet leidt tot dergelijke schendingen; overwegende dat de eerbiediging van de in artikel 2 VEU neergelegde waarden van de Unie, waaronder de eerbiediging van de rechtsstaat, de democratie en de grondrechten, een fundamentele voorwaarde is voor het verkrijgen en het besteden van EU-middelen, zoals blijkt uit de conditionaliteitsverordening voor de rechtsstaat; overwegende dat de lidstaten en de Commissie ervoor moeten zorgen dat bij de toegang tot en de besteding van de EU-middelen de grondrechten worden geëerbiedigd en het Handvest wordt nageleefd; overwegende dat meer transparantie en verantwoording en doeltreffend toezicht op de toewijzing en het gebruik van EU-middelen en de beoordeling van de relevante programma’s van cruciaal belang zijn om de naleving van de horizontale randvoorwaarden te waarborgen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AD.</NO.P>overwegende dat er op brede schaal melding is gemaakt van schendingen van de grondrechten aan de grenzen, waaronder mishandeling, pushbacks en verbaal en fysiek geweld; overwegende dat dergelijke praktijken zich de afgelopen jaren in verschillende lidstaten hebben voorgedaan; overwegende dat het daarbij onder meer gaat om gevallen waarin migranten door grenswachters of andere functionarissen zijn mishandeld; overwegende dat deze praktijken haaks staan op de grondrechten, het EU-recht en het internationaal recht inzake mensenrechten en vluchtelingen, en daarmee ook op het beginsel van non-refoulement en het verbod op collectieve uitzetting; overwegende dat de lidstaten en de EU de verantwoordelijkheid hebben om grondig en doeltreffend onderzoek te doen naar schendingen van de grondrechten en de mensenrechten aan de grenzen; overwegende dat schendingen van de grondrechten vaak niet worden gemeld;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AE.</NO.P>overwegende dat het externaliseringsbeleid volgens het verslag van de mensenrechtencommissaris van de Raad van Europa getiteld “Externalised asylum and migration policies and human rights law” onder de verantwoordelijkheid van de lidstaten kan vallen, met name als het gaat om het beginsel van non-refoulement, het recht op leven, vrijwaring van foltering en van andere vormen van onmenselijke of onterende behandeling, het verbod op collectieve uitzetting en willekeurige detentie, en het recht op toegang tot doeltreffende rechtsmiddelen, zoals gewaarborgd bij de verdragen van de EU en de VN, het Handvest en het EVRM; overwegende dat volgens het verslag de risico’s bijzonder acuut zijn bij met name de externe verwerking van asielaanvragen, externe terugkeerprocedures en de uitbesteding van grenscontroles aan andere landen, waarvan sommige in het verleden aantoonbaar ernstige schendingen hebben gepleegd ten aanzien van migranten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AF.</NO.P>overwegende dat de mensenrechtencommissaris van de Raad van Europa aanbeveelt om uitgebreide risicobeoordelingen inzake mensenrechten uit te voeren alvorens externe samenwerkingen aan te gaan, het effect van de mensenrechten op lopende activiteiten te evalueren, duidelijke en niet-onderhandelbare beginselen vast te stellen die samenwerkingen uitsluiten waardoor mensen kunnen worden blootgesteld aan het risico op schendingen van de grondrechten, te zorgen voor adequate basisvoorwaarden en waarborgen op het gebied van de mensenrechten, en de transparantie, monitoring en verantwoording te versterken; overwegende dat de verdeling van verantwoordelijkheden onder de lidstaten en organen en instanties van de EU in geen geval mag leiden tot lacunes in de verantwoordingsplicht<FOOTNOTE><FIELD> https://rm.coe.int/report-on-externalisation-of-migration-by-michael-o-flaherty-council-o/488028300a.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AG.</NO.P>overwegende dat de detentie van kinderen louter vanwege hun migratiestatus of die van hun ouders volgens het VN-Comité voor de Rechten van het Kind een schending vormt van de rechten van het kind en in strijd is met het beginsel van het belang van het kind; overwegende dat in de resolutie van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa getiteld “Artificial Intelligence and Migration” wordt benadrukt dat asielzoekers het recht moeten hebben om door AI gegenereerd bewijsmateriaal, zoals onjuiste samenvattingen van gesprekken of vertekende analyses, aan te vechten, dat er meer rechtsbijstand moet worden verleend ter ondersteuning van dergelijke procedures, dat schadeloosstelling mogelijk moet zijn wanneer schade het gevolg is van fouten van het algoritme, en dat technologische innovatie niet ten koste mag gaan van de grondrechten<FOOTNOTE><FIELD> https://pace.coe.int/en/files/35698/html?utm.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AH.</NO.P>overwegende dat de reacties van bepaalde lidstaten op irreguliere migratie de grondrechten dreigen te ondermijnen en rassenretoriek in stand kunnen houden; overwegende dat de EU en de lidstaten de bescherming van het leven van vluchtelingen en migranten moeten waarborgen en geloofwaardige stappen moeten ondernemen om ervoor te zorgen dat er verantwoording wordt afgelegd voor schendingen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AI.</NO.P>overwegende dat pogingen om de registratie van asielaanvragen op te schorten aanleiding geven tot ernstige bezorgdheid; overwegende dat de mensenrechten van de betrokken personen moeten worden geëerbiedigd, dat de beschermingsbehoeften van deze personen moeten worden geëvalueerd en dat degenen die in aanmerking komen voor internationale bescherming toegang moeten krijgen tot zinvolle beschermingsmaatregelen; overwegende dat het nieuwe wetgevingskader uit hoofde van het migratie- en asielpact van de EU herziene regels bevat voor asielprocedures, grensbeheer en solidariteit; overwegende dat de doeltreffende toepassing ervan volledige eerbiediging van de grondrechten en naleving van EU- en internationale verplichtingen vereist; overwegende dat verschillende lidstaten nog steeds te maken hebben met aanzienlijke operationele druk aan hun buitengrenzen; overwegende dat deze uitdagingen een gecoördineerde Europese respons vereisen, met gestroomlijnde en doeltreffende procedures, in volledige overeenstemming met het toepasselijke EU- en internationale kader; overwegende dat het voor een doeltreffend beheer van migratie van essentieel belang is dat misbruik van het Europees asielstelsel door smokkelaars wordt voorkomen en dat alle vormen van grensoverschrijdende georganiseerde misdaad worden bestreden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AJ.</NO.P>overwegende dat vrouwen en meisjes steeds vaker en op steeds meer plekken te maken krijgen met onlinegeweld, haatzaaiende uitlatingen en haatmisdrijven en dat dit specifieke en verstrekkende gevolgen met zich meebrengt voor hun dagelijks leven en hun deelname aan het openbare leven, en daarmee voor de gelijke vertegenwoordiging; overwegende dat de EU-routekaart voor vrouwenrechten en de Verklaring van beginselen voor een samenleving met gelijke kansen voor mannen en vrouwen welkome initiatieven zijn, ook al hebben ze geen handhavingskracht; overwegende dat er dringend inspanningen nodig zijn om gendergelijkheid, en daarmee de Unie van gelijkheid, te verdedigen en te bevorderen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AK.</NO.P>overwegende dat de groeiende wereldwijde invloed ertoe heeft geleid dat onlinegemeenschappen en mannelijke influencers valse retoriek verspreiden over de vermeende schadelijke gevolgen van feminisme en gendergelijkheid voor mannen, vrouwonvriendelijke inhoud delen, geweld tegen vrouwen en meisjes normaliseren en steeds sterker naar extremistische en radicale bewegingen neigen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AL.</NO.P>overwegende dat er sinds een aantal jaar steeds meer weerstand is tegen gendergelijkheid; overwegende dat de omvang van gendergerelateerd geweld, met name tegen vrouwen, meisjes en lhbtiq+-personen en met inbegrip van seksueel geweld en verkrachting, in de hele Unie hoog blijft, vooral voor degenen die te maken hebben met meervoudige en intersectionele vormen van discriminatie; overwegende dat gendergerelateerd cybergeweld een voortzetting is van gendergerelateerd offlinegeweld in de onlineomgeving; overwegende dat gendergerelateerd cybergeweld vaak leidt tot zelfcensuur en ernstige gevolgen kan hebben voor het privé- en beroepsleven van slachtoffers; overwegende dat de respons van het strafrechtstelsel nog altijd ontoereikend is om dit verschijnsel aan te pakken; overwegende dat het, om onderrapportage en revictimisatie tegen te gaan, van essentieel belang is om politieagenten de zachte vaardigheden aan te leren die nodig zijn om te kunnen luisteren naar en begrip en respect te kunnen tonen voor alle slachtoffers van gendergerelateerd geweld, in welke vorm dan ook; overwegende dat de waarborging van toegankelijke aangiftemechanismen en rechtsmiddelen onontbeerlijk is voor de totstandbrenging van een veiligere omgeving voor alle slachtoffers van gendergerelateerd geweld;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AM.</NO.P>overwegende dat vrouwen worden blootgesteld aan ernstige risico’s als hun de toegang tot veilige en legale abortus wordt geweigerd, en dat dit daarom een vorm van gendergerelateerd geweld is, aangezien vrouwen daarmee ook hun autonomie en vrijheid van reproductieve keuze worden ontzegd; overwegende dat seksuele en reproductieve gezondheidsdiensten essentieel zijn; overwegende dat meer dan twintig miljoen vrouwen in de EU nog altijd geen toegang hebben tot veilige en legale abortus en andere seksuele en reproductieve gezondheidsdiensten en -rechten (SRGR), en dat vrouwen en meisjes daardoor risico lopen op lichamelijk letsel en te maken hebben met onnodige economische en mentale druk; overwegende dat de ontzegging van essentiële gezondheidsdiensten zoals SRGR in sommige lidstaten ook vrouwen en meisjes betreft die het slachtoffer zijn geworden van seksueel geweld, waardoor zulke vrouwen en meisjes worden belemmerd in hun herstel van het strafbare feit in kwestie; overwegende dat de EU in het kader van het Europees burgerinitiatief “My Voice, My Choice” ertoe wordt opgeroepen te zorgen voor toegang tot veilige en legale abortus voor iedereen en daarbij de bevoegdheidsverdeling uit hoofde van de Verdragen te eerbiedigen; overwegende dat het EHVM heeft geoordeeld dat restrictieve abortuswetten en het gebrek aan een consistente uitvoering daarvan een schending vormen van het recht van de vrouw op lichamelijke autonomie en integriteit;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AN.</NO.P>overwegende dat discriminatie op grond van geslacht, gender en anderszins verboden is krachtens artikel 21 van het Handvest;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AO.</NO.P>overwegende dat de lidstaten als partij bij het VN-Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen (CEDAW) gebonden zijn aan de bijbehorende verplichtingen, waaronder artikel 12 over het uitbannen van discriminatie van vrouwen op het gebied van de gezondheidszorg, om de gelijke toegang van mannen en vrouwen tot gezondheidsdiensten, onder meer in verband met gezinsplanning, te waarborgen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AP.</NO.P>overwegende dat het ontzeggen van de toegang tot veilige en legale abortus in wet en praktijk vrouwen discrimineert op grond van hun geslacht door een soort gezondheidszorg te verbieden die alleen vrouwen nodig hebben; overwegende dat er geen soortgelijke beperkingen bestaan voor gezondheidsdiensten die alleen door mannen nodig hebben<FOOTNOTE><FIELD> VN-Comité voor de uitbanning van discriminatie van vrouwen, <STRING ITALIC="on">Inquiry concerning Poland conducted under article 8 of the Optional Protocol to the Convention: report of the Committee</STRING>.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AQ.</NO.P>overwegende dat de totale jaarlijkse financiering voor antigenderaangelegenheden in Europa is gestegen van 220 miljoen USD in 2019 naar 271 miljoen USD in 2023, wat neerkomt op een stijging met 23 %; overwegende dat een aanzienlijk deel van de financiering waarmee de groei van antigenderbewegingen in de EU wordt bevorderd, afkomstig is van buitenlandse actoren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AR.</NO.P>overwegende dat uit berichten in de media is gebleken dat in het verleden EU-financiering is toegekend aan organisaties die vrouwen misleidden wat betreft hun seksuele en reproductieve gezondheid; overwegende dat alle EU-financiering in overeenstemming moet zijn met de gemeenschappelijke waarden van de Unie, zoals verankerd in artikel 2 van het Verdrag en het Handvest, zodat met de financiële steun de democratische waarden van de EU worden versterkt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AS.</NO.P>overwegende dat er in de EU sprake is van niet eerder geziene en steeds intenser wordende aanvallen op de ruimte voor het maatschappelijk middenveld, onder meer door juridische en financiële beperkingen, opschorting van financiering, lastercampagnes, intimidatie en criminalisering, en op het recht op vreedzame vergadering; overwegende dat het recht op vreedzame vergadering cruciaal is in een democratische samenleving;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AT.</NO.P>overwegende dat de VN-Mensenrechtenraad heeft benadrukt dat de wereldwijde trend van afbrokkeling van de democratie en de rechtsstaat en de securitisering van agenda’s de inperking van het recht op vreedzame vergadering hebben verergerd en versterkt<FOOTNOTE><FIELD> https://digitallibrary.un.org/record/4086729?ln=en&amp;v=pdf.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat het aantal aanvallen op maatschappelijke organisaties en mensenrechtenverdedigers, zoals die welke zich inzetten voor de bescherming en bevordering van mensen- en milieurechten, waaronder gendergelijkheid, migratie, democratie en belangenbehartiging, is toegenomen en een punt van ernstige zorg blijft; overwegende dat maatschappelijke organisaties en mensenrechtenverdedigers die zich inzetten voor de bescherming en bevordering van de grondrechten een cruciale rol spelen bij de bescherming van de waarden van de Unie; overwegende dat hun vermogen om vrij en onafhankelijk te werk te gaan in alle lidstaten moet worden gewaarborgd en ondersteund;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AU.</NO.P>overwegende dat personen in kwetsbare situaties, zoals kinderen, vrouwen, geracialiseerde en etnische gemeenschappen, lhbtiq+-personen, migranten en asielzoekers, personen met een handicap en ouderen, herhaaldelijk het doelwit zijn van haatzaaiende uitlatingen en denigrerende retoriek; overwegende dat in verschillende lidstaten anti-lhbtiq+-retoriek wordt verspreid door politici en mediakanalen en anti-lhbtiq+-wetgeving is ingediend en in sommige gevallen zelfs is aangenomen; overwegende dat zoiets indruist tegen de internationale mensenrechtennormen en dat hiermee het recht van deze groepen om als gelijke burgers te worden behandeld, wordt geschonden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AV.</NO.P>overwegende dat het van cruciaal belang is dat het maatschappelijk middenveld toegang heeft tot financiering om te kunnen gedijen en zijn rol als waakhond te kunnen vervullen; overwegende dat een bruisend maatschappelijk middenveld en een actieve ruimte voor het maatschappelijk middenveld essentiële pijlers van de democratie zijn; overwegende dat maatschappelijke organisaties ook een cruciale rol spelen, met name voor gemarginaliseerde gemeenschappen, onder meer door het verlenen van maatschappelijke diensten; overwegende dat de Commissie in haar politieke beleidslijnen heeft toegezegd om intensiever samen te werken met maatschappelijke organisaties met expertise en een belangrijke rol bij de behartiging van specifieke maatschappelijke kwesties en de handhaving van de grondrechten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AW.</NO.P>overwegende dat maatschappelijke organisaties nauw met de lidstaten samenwerken als partners bij hun inspanningen om de grondrechten te beschermen en te bevorderen; overwegende dat humanitaire hulp nog altijd willekeurig wordt gecriminaliseerd; overwegende dat beperkingen en belemmeringen voor opsporings- en reddingsactiviteiten (door de lidstaten) ertoe bijdragen dat er nog altijd mensen omkomen; overwegende dat de mensenrechtencommissaris van de Raad van Europa de EU-lidstaten ertoe heeft opgeroepen een einde te maken aan de onderdrukking van mensenrechtenverdedigers die vluchtelingen, asielzoekers en migranten bijstaan, en af te zien van denigrerende, opruiende of stigmatiserende retoriek over hen en hun rol<FOOTNOTE><FIELD> https://rm.coe.int/recommendation-protecting-the-defenders-ending-repression-of-human-rig/1680ae9b1c.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AX.</NO.P>overwegende dat de komende EU-strategie voor het maatschappelijk middenveld ervoor moet zorgen dat het EU-beleid wordt vormgegeven en uitgevoerd in overeenstemming met de waarden die zijn verankerd in artikel 2 VEU en in het Handvest; overwegende dat de strategie ambitieuze initiatieven en benchmarks moet omvatten zodat de vooruitgang kan worden gemeten; overwegende dat de Commissie heeft laten weten voornemens te zijn een platform voor het maatschappelijk middenveld in het leven te roepen om de huidige betrokkenheid van actoren uit het maatschappelijk middenveld bij de beleidsvorming van de EU te centraliseren en te harmoniseren; overwegende dat dit platform in samenwerking met het maatschappelijk middenveld moet worden opgezet en uitgevoerd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AY.</NO.P>overwegende dat voor het maatschappelijk middenveld ook in het volgende meerjarig financieel kader (MFK) passende, voorspelbare en duurzame langetermijnfinanciering door de EU moet worden gegarandeerd, met inachtneming van financiële transparantie, goed beheer en duidelijke contractuele verplichtingen, zoals dat voor alle fondsen en programma’s het geval zou moeten zijn; overwegende dat de financiering van mensenrechtenorganisaties nog altijd beperkt, gefragmenteerd en inconsistent is; overwegende dat de bezuinigingen op deze financiering, waaronder de bevriezing van de middelen van het Amerikaanse agentschap voor internationale ontwikkeling (USAID), grote gevolgen hebben voor het maatschappelijk middenveld in de hele EU, aangezien daardoor het vermogen van het maatschappelijk middenveld om slachtoffers van discriminatie te verdedigen, gelijkheid te bevorderen, verantwoording te waarborgen en de rechtsstaat en de grondrechten te beschermen, ernstig wordt aangetast;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AZ.</NO.P>overwegende dat in bepaalde gevallen met EU-middelen initiatieven zijn ondersteund die bijdragen tot segregatie of discriminerende praktijken, waarmee de gelijkheidsdoelstellingen worden ondermijnd; overwegende dat de VN-Mensenrechtenraad ertoe heeft opgeroepen te waarborgen dat financiering voor actoren van het maatschappelijk middenveld in is overeenstemming met de internationale verplichtingen en verbintenissen van de lidstaten op het gebied van de mensenrechten, en dat deze financiering niet wordt misbruikt om het werk van actoren van het maatschappelijk middenveld te belemmeren of hun veiligheid in gevaar te brengen<FOOTNOTE><FIELD> https://digitallibrary.un.org/record/4086729?ln=en&amp;v=pdf.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>BA.</NO.P>overwegende dat de toenemende pogingen in de EU om de grondrechten van vrouwen en lhbtiq+-personen in te perken of terug te draaien uiterst zorgwekkend zijn; overwegende dat deze pogingen voornamelijk gericht zijn op reproductieve gezondheidszorg en rechten, genderidentiteit, wettelijke gendererkenning en toegang tot uitgebreide seksuele voorlichting; overwegende dat aanvallen op deze gebieden niet alleen schadelijk zijn voor de kwetsbaarste leden van de samenleving, maar bovendien onverenigbaar zijn met de waarden van de EU en het internationale mensenrechtenkader, en daarmee het EU-recht schenden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>BB.</NO.P>overwegende dat er momenteel lacunes zijn in de antidiscriminatiewetgeving van de EU, aangezien sommige discriminatiegronden enkel betrekking hebben op arbeid en beroep; overwegende dat hierdoor een lappendeken van beschermingsmaatregelen en een kunstmatige “hiërarchie van gronden” zijn ontstaan; overwegende dat de Verdragen en het Handvest voorzien in een mandaat en een verantwoordelijkheid om discriminatie op alle beschermde gronden te bestrijden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>BC.</NO.P>overwegende dat alle lidstaten verplicht zijn te handelen in het belang van het kind, onder meer door het grondrecht van elk kind op een familie- en gezinsleven te waarborgen, en discriminatie van kinderen op grond van de huwelijkse staat of seksuele gerichtheid van de ouders of de manier waarop het kind is verwekt, te verbieden; overwegende dat ongeveer twee miljoen kinderen nog altijd in een situatie kunnen terechtkomen waarbij hun ouders in een andere lidstaat niet als zodanig worden erkend; overwegende dat de Commissie in 2022 een voorstel heeft ingediend voor een verordening van de Raad betreffende de rechterlijke bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning van beslissingen en de aanvaarding van authentieke akten inzake afstamming en betreffende de invoering van een Europese akte van afstamming (COM(2022)0695) (verordening inzake afstamming), waarover de Raad nog steeds geen definitieve beslissing heeft genomen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>BD.</NO.P>overwegende dat er bezorgdheid is geuit over het feit dat discriminatie en racisme nog steeds wijdverbreid zijn in de hele EU, onder meer in wetgeving en beleid, alsook bij overheidsinstellingen zoals rechtshandhavingsinstanties en justitie; overwegende dat discriminerende rechtshandhavingspraktijken een ernstig punt van zorg blijven; overwegende dat geracialiseerde groepen naar verhouding vaker worden aangehouden en gefouilleerd, en ook vaker te maken hebben met buitensporig gebruik van geweld en intimidatie; overwegende dat de toezichts- en verantwoordingsmechanismen nog altijd zwak zijn en worden belemmerd door een gebrek aan onafhankelijk onderzoek; overwegende dat geweld tegen ambtenaren tegelijkertijd doeltreffend moet worden aangepakt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>BE.</NO.P>overwegende dat structureel racisme, ondanks de formele erkenning ervan op EU-niveau, nog altijd de kop opsteekt op belangrijke gebieden van het maatschappelijk leven in de lidstaten; overwegende dat geracialiseerde gemeenschappen en andere gemarginaliseerde groepen, zoals lhbtiq+-personen, naar verhouding vaker het slachtoffer zijn van segregatie, onder meer in het onderwijs, en van herhaalde gevallen van haatzaaiende uitlatingen en haatmisdrijven; overwegende dat het daarbij gaat om structurele belemmeringen en schendingen van de grondrechten die de gelijke toegang tot rechten, kansen en de rechter in de hele Unie in de weg staan; overwegende dat dit negatieve gevolgen heeft voor het vertrouwen van het publiek in instellingen en de sociale cohesie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>BF.</NO.P>overwegende dat de Holocaust en historisch onrecht, waaronder kolonialisme en slavernij, nog steeds van invloed zijn op het structureel racisme in Europa; overwegende dat de erkenning en herdenking daarvan en de voorlichting daarover van essentieel belang zijn om racisme te bestrijden en gelijkheid en de grondrechten te bevorderen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>BG.</NO.P>overwegende dat intersectionele discriminatie in het beleid en in de praktijk grotendeels niet wordt aangepakt; overwegende dat de gecombineerde impact van racisme op grond van gender, handicap, seksuele gerichtheid, genderidentiteit, genderexpressie en geslachtskenmerken, sociaal-economische status, migratieachtergrond en andere gronden nog altijd over het hoofd wordt gezien, waardoor veel slachtoffers geen passende bescherming, ondersteuning of toegang tot doeltreffende rechtsmiddelen hebben;</P></CONS><CONS><P><NO.P>BH.</NO.P>overwegende dat recente enquêtes van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (FRA) onder zwarte mensen, Joden, moslims en lhbtiq+-personen in de EU hebben uitgewezen dat deze groepen nog altijd te maken hebben met wijdverbreide haat en discriminatie in de EU, hetgeen duidt op systemische rassendiscriminatie; overwegende dat angst, verkeerde opvattingen en “othering” discriminatie en onverdraagzaamheid in de hand werken<FOOTNOTE><FIELD> Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten, Verslag over de grondrechten 2025.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat de ECRI zich bezorgd heeft getoond over uitingen van vreemdelingenhaat, homofobie en transfobie, onder meer van politici en overheidsfunctionarissen; overwegende dat iedereen in de EU hetzelfde recht heeft om volwaardig en actief lid te worden van de samenleving en gelijk te worden behandeld;</P></CONS><CONS><P><NO.P>BI.</NO.P>overwegende dat de recente wetgevings- en institutionele hervormingen in sommige lidstaten ernstige vragen doen rijzen over de naleving van het grondrecht op een doeltreffende voorziening in rechte en op een onpartijdig gerecht, dat is gewaarborgd bij artikel 47 van het Handvest; overwegende dat de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht een onmisbaar onderdeel is van de rechtsstaat en een voorwaarde voor de doeltreffende bescherming van alle andere grondrechten; overwegende dat de Internationale Commissie van Juristen (ICJ) heeft benadrukt dat raden voor de rechtspraak onafhankelijk moeten blijven van de invloed van het parlement en de uitvoerende macht;</P></CONS><CONS><P><NO.P>BJ.</NO.P>overwegende dat de Hongaarse wet inzake de bescherming van de lokale identiteit, die op 1 juli 2025 in werking is getreden, gemeentelijke autoriteiten de bevoegdheid geeft om het verblijf van mensen te beperken op basis van willekeurige criteria zoals opleidingsniveau, taalvaardigheid of bewijs van een dienstverband; overwegende dat dergelijke maatregelen het risico met zich meebrengen dat rassensegregatie op het gebied van huisvesting wordt geïnstitutionaliseerd en dat de Romagemeenschap daardoor naar verhouding zwaarder wordt getroffen, wat aanleiding geeft tot ernstige bezorgdheid over de naleving van het EU-recht en de eerbiediging van de grondrechten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>BK.</NO.P>overwegende dat de Romagemeenschap nog altijd te maken heeft met systemische discriminatie, segregatie, sociale uitsluiting en politiegeweld<FOOTNOTE><FIELD> https://www.coe.int/en/web/commissioner/-/the-unheard-12-million.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat uit verslagen van het FRA blijkt dat de uitvoering van het strategisch EU-kader voor gelijkheid, integratie en participatie van de Roma aanzienlijke tekortkomingen vertoont en dat de kans klein is dat de doelstellingen voor 2030 worden gehaald<FOOTNOTE><FIELD> Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten, Rights of Roma and Travellers in 13 European countries – Perspectives from the Roma Survey 2024.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat gedwongen uitzettingen van Roma onlangs hebben geleid tot de ontheemding van honderden personen, onder wie kinderen, ouderen en personen met een handicap; overwegende dat de mensenrechtencommissaris van de Raad van Europa heeft opgeroepen tot uitvoering van arresten van het EHRM met betrekking tot de rechten van de Roma<FOOTNOTE><FIELD> https://www.coe.int/en/web/commissioner/-/greece-should-ensure-that-roma-have-access-to-adequate-housing-and-are-not-subject-to-discriminatory-treatment-or-violence-by-law-enforcement-authorities.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>BL.</NO.P>overwegende dat personen met een handicap die in de EU wonen nog steeds worden geconfronteerd met intimidatie en meervoudige en intersectionele vormen van discriminatie op alle gebieden van hun leven, waaronder de ontzegging van toegang tot redelijke aanpassingen, sociaal-economische nadelen, sociale isolatie, gendergerelateerd geweld, zoals gedwongen sterilisatie, gebrek aan toegang tot gemeenschapsdiensten, huisvesting van lage kwaliteit, institutionalisering, ontoereikende gezondheidszorg en ontzegging van de mogelijkheid om een bijdrage te leveren en actief deel te nemen aan de samenleving;</P></CONS><CONS><P><NO.P>BM.</NO.P>overwegende dat de EU en de lidstaten die het Facultatief Protocol bij het UNCRPD nog niet hebben geratificeerd, dit onverwijld moeten doen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>BN.</NO.P>overwegende dat de ECRI regeringen heeft verzocht de inclusie van migranten actief te bevorderen en alle discriminatie tegen hen te bestrijden<FOOTNOTE><FIELD> https://www.coe.int/en/web/european-commission-against-racism-and-intolerance/-/ecri-s-recommendations-on-integration-and-inclusion-of-migrants-new-factsheet.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat er nog altijd sprake is van racisme en rassendiscriminatie, onder meer op het gebied van migratie en asiel; overwegende dat de rechten van geracialiseerde migranten aan de grenzen van de Unie en binnen asiel- en opvangstelsels naar verhouding vaker worden geschonden; overwegende dat het ontbreekt aan expliciete waarborgen tegen racisme;</P></CONS><CONS><P><NO.P>BO.</NO.P>overwegende dat het publiek in de EU nog altijd grotendeels niet op de hoogte is van de situatie waarin interseksuele personen in de EU verkeren; overwegende dat verschillende lidstaten van de Raad van Europa in april 2024 de eerste resolutie van de VN-Mensenrechtenraad over de bestrijding van discriminatie, geweld en schadelijke praktijken tegen interseksuele personen hebben gesteund;</P></CONS><CONS><P><NO.P>BP.</NO.P>overwegende dat de richtlijn rassengelijkheid door de meeste lidstaten onvoldoende wordt toegepast; overwegende dat Kaderbesluit 2008/913/JHA van de Raad betreffende racisme en vreemdelingenhaat door sommige lidstaten niet volledig of niet correct is omgezet; overwegende dat er meer inspanningen nodig zijn om structureel racisme, waaronder de uitwerking van gewelddadige, rechts-extremistische retoriek in het sociale debat<FOOTNOTE><FIELD> https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:52024DC0419.</FIELD></FOOTNOTE>, te bestrijden en ervoor te zorgen dat de lidstaten de antidiscriminatiewetgeving van de EU naleven;</P></CONS><CONS><P><NO.P>BQ.</NO.P>overwegende dat de toegang tot de rechter voor slachtoffers van racistische haatmisdrijven en andere vormen van haatmisdrijven en discriminatie in verschillende lidstaten nog altijd ernstig beperkt is als gevolg van ontoereikende ondersteunende diensten, belemmeringen voor de erkenning van racistische en haatmotieven en een zwakke handhaving van de antidiscriminatiewetgeving; overwegende dat de rechten van geracialiseerde gemeenschappen en andere gemarginaliseerde groepen als gevolg daarvan nog altijd worden geschonden, terwijl deze gemeenschappen en groepen geen toegang hebben tot doeltreffende rechtsmiddelen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>BR.</NO.P>overwegende dat verschillende lidstaten de arresten van het EHRM stelselmatig naast zich neerleggen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>BS.</NO.P>overwegende dat in artikel 151 VWEU wordt verwezen naar sociale grondrechten, zoals de rechten die zijn vastgelegd in het Europees Sociaal Handvest; overwegende dat de sociale ongelijkheid, waaronder armoede en sociale uitsluiting, in de hele EU toeneemt en dat dit een bijzonder zorgelijke ontwikkeling is; overwegende dat die ongelijkheid nog altijd zeer geracialiseerd is en wordt gekenmerkt door hardnekkige en structurele verschillen op het gebied van toegang tot onderwijs, gezondheidszorg, huisvesting, werkgelegenheid en vermogensopbouw, en dat geracialiseerde groepen daardoor nog altijd worden uitgesloten van gelijke deelname aan de samenleving en intergenerationele cycli van armoede en marginalisering blijven bestaan; overwegende dat zowel de ongelijkheid op het gebied van huisvesting als het aantal daklozen in verschillende lidstaten in een alarmerend tempo is toegenomen<FOOTNOTE><FIELD> https://pace.coe.int/en/files/3%204542/html.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>BT.</NO.P>overwegende dat de Commissie moet onderzoeken welke stappen er nodig zijn voor de toetreding van de EU tot het Europees Sociaal Handvest;</P></CONS><CONS><P><NO.P>BU.</NO.P>overwegende dat er voorstellen zijn dat de Raad van Europa en zijn lidstaten een protocol bij het EVRM aannemen waarin het recht op een schoon, gezond en duurzaam milieu wordt opgenomen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>BV.</NO.P>overwegende dat het EHRM in zijn arrest in de zaak KlimaSeniorinnen/Zwitserland heeft erkend dat het verzuim van staten om passende maatregelen te treffen tegen de klimaatverandering een schending kan vormen van het recht op eerbiediging van het privéleven en het familie- en gezinsleven uit hoofde van artikel 8 van het EVRM; overwegende dat in de uitspraak wordt benadrukt dat dringend moet worden voorzien in een afdwingbaar recht op een schoon, gezond en duurzaam milieu in het kader van het EVRM, om zo te zorgen voor consistentie, voorspelbaarheid en bescherming voor het publiek;</P></CONS><CONS><P><NO.P>BW.</NO.P>overwegende dat sommige lidstaten een brief hebben gepubliceerd over de interpretatie van de grondrechten in het kader van het EVRM;</P></CONS><CONS><P><NO.P>BX.</NO.P>overwegende dat de Europese mensenrechtennormen de rechten, beginselen en verplichtingen zijn die zijn vastgelegd in de EU-Verdragen, -overeenkomsten en -wetgeving, die een gedeelde opvatting van minimumbeschermingsniveaus weerspiegelen; overwegende dat internationale mensenrechtennormen de minimumnormen zijn voor de bescherming van de mensenrechten die formeel door de internationale gemeenschap zijn goedgekeurd door middel van universele verdragen, internationaal gewoonterecht en universeel aanvaarde beginselen; overwegende dat dergelijke normen voor staten bindend zijn of als leidraad dienen voor de wijze waarop ze personen moeten behandelen;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De grondrechten staan op het spel</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan dat zij de in artikel 2 VEU verankerde EU-waarden eerbiedigen en bevorderen; dringt er voorts bij de Commissie op aan haar verplichtingen na te komen en daartoe onder meer bij de voorbereiding en indiening van wetgevingsvoorstellen stelselmatig grondige effectbeoordelingen uit te voeren op het gebied van de grondrechten, in voorkomend geval inbreukprocedures in te leiden en alleen versnelde procedures toe te passen wanneer dat strikt noodzakelijk is;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt de Commissie met klem de jaarverslagen over de toepassing van het Handvest te versterken door een EU-breed overzicht te geven van de toepassing ervan in de hele EU, met onder meer ook een beoordeling van de naleving van de bepalingen van het Handvest, de aanbevelingen aan de lidstaten en een duidelijkere follow-up van de vastgestelde uitdagingen op het gebied van de grondrechten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>uit zijn bezorgdheid over het feit dat uiteenlopende nationale interpretaties tot een ontoereikende toepassing van sommige bepalingen van het Handvest leiden, zoals blijkt uit het verslag over de grondrechten 2025 van het FRA; verzoekt de Commissie doeltreffende maatregelen te nemen om de volledige en uniforme toepassing van het Handvest in de hele EU te waarborgen en verzoekt de lidstaten die dit nog niet hebben gedaan nationale contactpunten aan te wijzen om ervoor te zorgen dat de nationale wetgeving, het nationale beleid en de door de EU gefinancierde projecten volledig in overeenstemming zijn met het Handvest; stelt zich op het standpunt dat de EU-instellingen meer van zich moeten laten horen door schendingen van de grondrechten aan de kaak te stellen en de lidstaten op te roepen de nodige maatregelen te nemen om zulke schendingen aan te pakken; dringt aan op betere bewustmakingscampagnes op EU- en nationaal niveau, onder meer in samenwerking met het FRA, zodat ieder individu precies weet wat zijn of haar rechten zijn en die rechten kan uitoefenen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>prijst de rol die het FRA speelt bij het monitoren van de situatie van de grondrechten in de EU en bij het ondersteunen van beleidsmakers door het verstrekken van gegevens, analyses en adviezen en door ervoor te zorgen dat de grondrechten in bestaande en toekomstige wetgeving en beleidsmaatregelen van de EU worden geëerbiedigd en bevorderd; acht het noodzakelijk dat er meer personele en financiële middelen beschikbaar worden gesteld voor het FRA, zodat het de taken waarmee het is belast volledig en goed kan uitvoeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>verzoekt de Commissie de doeltreffendheid en samenhang van de bestaande instrumenten, waaronder monitoring- en evaluatiemechanismen, te blijven verbeteren; wijst op de cruciale rol die de horizontale randvoorwaarden uit de verordening gemeenschappelijke bepalingen<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2021/1060 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds Plus, het Cohesiefonds, het Fonds voor een rechtvaardige transitie en het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en de financiële regels voor die fondsen en voor het Fonds voor asiel, migratie en integratie, het Fonds voor interne veiligheid en het Instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visumbeleid (PB L 231 van 30.6.2021, blz. 159, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/1060/oj).</FIELD></FOOTNOTE> spelen als het gaat om het waarborgen van de systematische toepassing van het Handvest en de afstemming van programma’s van de Unie op zowel het Handvest als de in artikel 2 VEU verankerde waarden van de EU; acht het noodzakelijk dat er wordt gezorgd voor meer transparantie en meer participatie van belanghebbenden;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De democratie staat onder druk</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>wijst er nogmaals op dat achteruitgang van de democratie, aanvallen op de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en bedreigingen voor de ruimte voor het maatschappelijk middenveld geen op zichzelf staande incidenten zijn, maar deel uitmaken van een systemische uitholling van de rechtsstaat in verschillende lidstaten, zoals wordt bevestigd in het verslag over de grondrechten 2025 van het FRA en het verslag over de rechtsstaat 2025 van de Commissie; benadrukt dat deze trends het wederzijdse vertrouwen tussen de lidstaten en de goede werking van de interne markt ondermijnen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>neemt met bezorgdheid nota van de toenemende politieke inmenging in de rechterlijke macht, de intimidatie van rechters en openbare aanklagers en het gebruik van tuchtprocedures om onafhankelijke stemmen binnen de rechterlijke macht het zwijgen op te leggen, zoals het FRA en de Raad van Europa hebben aangetoond; herinnert eraan dat gedeeltelijke of symbolische hervormingen in verschillende lidstaten, zoals Hongarije, niet in de plaats mogen komen van daadwerkelijke naleving van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, garanties tegen corruptie en respect voor het maatschappelijk middenveld; benadrukt dat deze elementen onlosmakelijk verbonden zijn met de bescherming van de grondrechten, waaronder het recht op een doeltreffende voorziening in rechte, gelijkheid voor de wet en toegang tot de rechter, zoals vastgelegd in de artikelen 20 en 47 van het Handvest;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>verzoekt de Commissie en de Raad nogmaals om onmiddellijk onderhandelingen te beginnen met het Parlement over een EU-mechanisme voor democratie, de rechtsstaat en grondrechten in de vorm van een interinstitutioneel akkoord dat alle in artikel 2 VEU verankerde waarden van de Unie omvat en dat voorziet in een permanente beleidscyclus tussen de EU-instellingen waarin alle bestaande instrumenten, waaronder de procedure van artikel 7 VEU, het kader voor en het verslag over de rechtsstaat, de conditionaliteitsverordening voor de rechtsstaat, de verordening gemeenschappelijke bepalingen en de inbreukprocedures, worden geïntegreerd in één enkel afdwingbaar kader;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>verzoekt de Commissie stelselmatig gebruik te maken van de conditionaliteitsverordening voor de rechtsstaat en die strikt te handhaven om te voorkomen dat EU-middelen bijdragen tot schendingen van de in artikel 2 VEU verankerde waarden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>roept de EU-instellingen op een dialoog aan te gaan met de Raad van Europa en nationale regeringen om ervoor te zorgen dat de bescherming van de mensenrechten doeltreffend blijft; herinnert eraan dat alle beperkingen op de uitoefening van de in dit Handvest erkende rechten en vrijheden bij wet moeten worden gesteld en de wezenlijke inhoud van die rechten en vrijheden moeten eerbiedigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>dringt er bij de lidstaten, met name die met een aanzienlijk aantal niet-uitgevoerde arresten van het EHRM, op aan om de uitvoering ervan te versnellen en transparante nationale monitoringmechanismen in te stellen om de naleving ervan te waarborgen; verzoekt de Commissie en de Raad de samenwerking met de Raad van Europa te versterken om de effectieve uitvoering van deze arresten te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>uit zijn ernstige bezorgdheid over de aanhoudende systemische schendingen van de in artikel 2 VEU verankerde waarden door Hongarije, dat al sinds 2018 onderworpen is aan de procedure van artikel 7, lid 1, VEU, zonder dat er tastbare vooruitgang is geboekt; benadrukt dat een dergelijke voortdurende uitholling van de democratische normen en grondrechten een bedreiging vormen voor de geloofwaardigheid van de Unie als gemeenschap van waarden; betreurt de opzettelijke verzwakking van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, de pluriformiteit van de media en de academische vrijheid, het misbruik van noodbevoegdheden en de aanvallen op het maatschappelijk middenveld en lhbtiq+-personen; merkt op dat in het verslag over de rechtsstaat 2025 van de Commissie en het verslag over de grondrechten 2025 van het FRA wordt bevestigd dat er sprake is van een verdere verslechtering van de checks-and-balances, wijdverbreide corruptie en niet-naleving van arresten van het HvJ-EU en het EHRM; dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan om de procedure van artikel 7, lid 2, VEU in gang te zetten; verzoekt de Raad landspecifieke aanbevelingen met duidelijke termijnen en meetbare benchmarks vast te stellen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>herinnert eraan dat de inzet van discretionaire bevoegdheden aan rechterlijke of andere onafhankelijke toetsing onderworpen moet zijn; verzoekt de lidstaten mechanismen in te voeren om misbruik van discretionaire bevoegdheden te voorkomen, te corrigeren en te bestraffen, en hun beslissingen naar behoren te motiveren, met name wanneer deze van invloed zijn op de rechten van individuele personen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>herinnert eraan dat rechtshandhavingsinstanties volgens de VN-normen voor rechtshandhaving eerst moeten proberen geweldloze middelen te gebruiken<FOOTNOTE><FIELD> https://www.ohchr.org/sites/default/files/Documents/Publications/training5Add1en.pdf.</FIELD></FOOTNOTE>; verzoekt de lidstaten in dit verband de VN-normen voor rechtshandhaving na te leven; herinnert eraan dat wetshandhavingsinstanties te allen tijde verantwoording moeten afleggen over de uitvoering van hun taken; wijst op het belang van transparante, onafhankelijke en doeltreffende onderzoeken naar alle vermeende gevallen van buitensporig geweld en discriminatie door rechtshandhavingsinstanties; verzoekt de Commissie EU-brede richtsnoeren in te voeren voor het selecteren, testen en uitproberen van wapens die door rechtshandhavingsinstanties worden gebruikt, op basis van de normen, aanbevelingen en leidende beginselen van de VN; verzoekt de lidstaten gegevens te verzamelen over elk gebruik van geweld en over de oorzaken en gevolgen daarvan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>is ernstig bezorgd over de toenemende corruptie in bepaalde lidstaten en de corruptiezaken die aan het licht komen waarbij hoge ambtenaren en politici betrokken zijn; verzoekt de lidstaten met klem corruptie te bestrijden en volledig gevolg te geven aan de aanbevelingen van Greco, met inbegrip van de aanbevelingen van de vijfde evaluatieronde over personen met een hoge functie in de uitvoerende macht en rechtshandhavingsinstanties, en aan de aanbevelingen van andere relevante internationale en Europese organen, waaronder het Europees Openbaar Ministerie (EOM), alsook aan de aanbevelingen die voortvloeien uit de verdragen inzake corruptiebestrijding van de VN en de Raad van Europa;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>is ingenomen met de richtlijn ter bestrijding van corruptie en pleit voor een doeltreffende, tijdige en ambitieuze tenuitvoerlegging om de strijd tegen corruptie op te voeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>verzoekt de lidstaten te zorgen voor transparantie bij overheidsuitgaven en politieke financiering, en klokkenluiders te beschermen die corruptie bij openbare instellingen en in de particuliere sector aan het licht brengen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>verzoekt de Commissie de tenuitvoerlegging van de klokkenluidersrichtlijn uitgebreid te beoordelen en de nodige maatregelen te nemen opdat die volledig en correct wordt omgezet;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>uit zijn grote bezorgdheid over de verslechtering van de mediavrijheid en de veiligheid van journalisten en media-actoren in verschillende lidstaten, met name de lidstaten die op de laagste plaatsen staan in de wereldindex voor persvrijheid 2025, en over de toenemende druk en aanvallen op en politieke inmenging in de redactionele onafhankelijkheid en journalistieke integriteit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>herinnert eraan dat vrijheid en pluralisme van de media, waaronder hoogwaardige, duurzaam en transparant gefinancierde en onafhankelijke nieuwsmedia, zowel traditionele als digitale, onafhankelijke journalisten, onderzoeksjournalisten, factcheckers en onderzoekers, en sterke publieke media de hoeksteen zijn van een democratische samenleving en ook een garantie tegen machtsmisbruik en het beste tegengif tegen desinformatie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>veroordeelt de repressieve strategieën van de regeringen van sommige lidstaten, zoals het gebruik van SLAPP’s en lastercampagnes, de groeiende invloed van met de regering gelieerde oligarchen, de toenemende concentratie van media-eigendom, met alle mogelijke gevolgen van dien voor de pluriformiteit van de media en de redactionele onafhankelijkheid in de hele EU, en de staatscontrole over publieke media, het maatschappelijk middenveld en academische instellingen, hetgeen allemaal bijdraagt tot de toenemende verslechtering van de media- en academische vrijheid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>betreurt het dat hoge ambtenaren in sommige lidstaten de communicatie met belangrijke mediakanalen steeds meer beperken; benadrukt dat dergelijke maatregelen de vrijheid en transparantie van de media inperken en kunnen bijdragen tot de verspreiding van desinformatie in de openbare ruimte; onderstreept dat overheidsfunctionarissen een bijzondere verantwoordelijkheid hebben bij hun communicatie met het publiek; benadrukt dat de verspreiding van desinformatie of openbare aanvallen op journalisten door overheidsfunctionarissen een steeds groter probleem is dat een klimaat creëert waarin propaganda, polarisatie, haatzaaiende uitlatingen en zelfs haatmisdrijven worden getolereerd; dringt er bij alle publieke figuren op aan hun verantwoordelijkheid bij publieke communicatie te erkennen en op zich te nemen en ervoor te zorgen dat hun discours respectvol, feitelijk en professioneel blijft;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>betreurt de systemische tekortkomingen bij onderzoek en vervolging in verband met misdrijven tegen journalisten in verschillende lidstaten; onderstreept dat er dringend behoefte is aan sterkere waarborgen en solide rechtskaders om journalisten te beschermen; onderstreept dat journalisten een verhoogd risico op bedreigingen en geweld lopen als misdrijven die zij aan het licht brengen, niet worden onderzocht en vervolgd; dringt er bij de nationale autoriteiten op aan een einde te maken aan straffeloosheid door middel van grondige en transparante onderzoeken en vervolging; brengt hulde aan Ján Kuciak, Daphne Caruana Galizia en Giorgos Karaivaz, en erkent hun essentiële werk als onderzoeksjournalisten; verzoekt de bevoegde autoriteiten ervoor te zorgen dat recht geschiedt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>veroordeelt ten stelligste alle vormen van geweld tegen en intimidatie en surveillance van journalisten, alsook de intimidatie en criminalisering van journalisten in verband met hun werk; dringt aan op het decriminaliseren van smaad; benadrukt dat met name vrouwelijke journalisten het doelwit zijn en dat dit een punt van zorg is; benadrukt dat een dergelijke vijandige omgeving voor journalistiek werk kan leiden tot zelfcensuur of mensen ervan kan weerhouden een journalistieke loopbaan te kiezen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten en de kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten de onmiddellijke en doeltreffende veiligheid en bescherming van journalisten en mediaprofessionals te waarborgen, met inbegrip van degenen die corruptie op het hoogste niveau van de overheid bestrijden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten vrije, onafhankelijke en pluralistische media te bevorderen; benadrukt dat publieke media solide wettelijke bescherming moeten krijgen, dat hun redactionele onafhankelijkheid en stabiele financiering moeten worden gewaarborgd en dat ze moeten worden beschermd tegen politieke beïnvloeding en inmenging, zodat zij het algemeen belang op doeltreffende en onpartijdige wijze kunnen dienen; verzoekt de Commissie dergelijke ontwikkelingen in de hele EU nauwlettend te volgen en de huidige uitdagingen aan te pakken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>herinnert aan verschillende gevallen waarin journalisten met het EU-burgerschap op grond van valse aanklachten zijn vastgehouden tijdens de uitoefening van hun professionele taken in niet-EU-landen, waaronder kandidaat-lidstaten; dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan om, in overeenstemming met Aanbeveling (EU) 2022/758 van de Commissie, hun inspanningen op te voeren en te helpen bij de vrijlating en veilige terugkeer van deze willekeurig vastgehouden journalisten; verzoekt de Commissie bijzondere aandacht te besteden aan gevallen van ongerechtvaardigde detentie van journalisten in kandidaat-lidstaten, waaronder Turkije, en aan de gerechtelijke procedures tegen de Zweedse journalist Joakim Medin;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>dringt er bij de Commissie op aan te zorgen voor de volledige en correcte tenuitvoerlegging van de Europese verordening mediavrijheid; dringt er voorts bij de Commissie en de lidstaten op aan te zorgen voor een snelle en correcte tenuitvoerlegging van de anti-SLAPP-richtlijn en doeltreffende maatregelen te nemen om een einde te maken aan alle SLAPP-zaken in de hele EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>verzoekt de lidstaten gevolg te geven aan de aanbeveling van het platform voor de veiligheid van journalisten van de Raad van Europa teneinde de bescherming van journalisten in ballingschap te versterken, met inbegrip van waarborgen tegen misbruik van rode kennisgevingen van Interpol;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>herinnert eraan dat 16 EU-lidstaten zich onlangs ertoe hebben verbonden meer steun te verlenen voor de integriteit van informatie en onafhankelijke media; erkent dat verschillende lidstaten specifieke actieplannen hebben vastgesteld en stappen hebben ondernomen om specifieke ondersteunende structuren op te zetten ter bevordering van de veiligheid van journalisten;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Raakvlak tussen grondrechten, democratie en technologie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>wijst op de toenemende trend van manipulatie van verkiezingen in de EU door zowel binnenlandse als buitenlandse actoren; verzoekt de Commissie regelmatige specifieke analyses uit te voeren van de beschikbare instrumenten die de lidstaten gebruiken om desinformatie en buitenlandse inmenging in verband met verkiezingsprocessen tegen te gaan, in het besef dat dergelijke bedreigingen de grondrechten ondermijnen, waaronder het recht om kennis te nemen en te geven van informatie, democratische participatie en vrije en eerlijke verkiezingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten ervoor te zorgen dat alle maatregelen om de EU te beschermen tegen buitenlandse inmenging en informatiemanipulatie sterke en solide waarborgen inhouden ten aanzien van de grondrechten, met inbegrip van de vrijheid van meningsuiting; neemt kennis van het onlangs door de Commissie voorgestelde “schild voor de democratie” -mechanisme en spreekt zijn voornemen uit om constructief mee te werken aan de verdere ontwikkeling ervan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>verzoekt de Commissie te beoordelen of de beperkende maatregelen die de EU aan verschillende academici, wetenschappers en analisten heeft opgelegd, voldoen aan de evenredigheids- en noodzakelijkheidseisen van het EU-recht en aan artikel 11 van het Handvest, en of zij zijn ontworpen om de gevolgen ervan voor de economische, sociale en culturele rechten tot een minimum te beperken; herinnert eraan dat het recht om te worden gehoord moet worden gewaarborgd<FOOTNOTE><FIELD> https://www.ohchr.org/en/press-releases/2026/01/european-union-restrictive-measures-against-academics-negatively-impact.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten de uitvoering en handhaving van de digitaledienstenverordening, de verordening artificiële intelligentie<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2024/1689 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 tot vaststelling van geharmoniseerde regels betreffende artificiële intelligentie en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 300/2008, (EU) nr. 167/2013, (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1139 en (EU) 2019/2144, en de Richtlijnen 2014/90/EU, (EU) 2016/797 en (EU) 2020/1828 (verordening artificiële intelligentie) (PB L, 2024/1689, 12.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj).</FIELD></FOOTNOTE> en de verordening betreffende transparantie en gerichte politieke reclame<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2024/900 van het Europees Parlement en de Raad van 13 maart 2024 betreffende transparantie en gerichte politieke reclame (PB L, 2024/900, 20.3.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/900/oj).</FIELD></FOOTNOTE> te waarborgen, onder meer door te zorgen voor voldoende personele en technische middelen om de integriteit van toekomstige verkiezingen in de EU te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>erkent de belangrijke rol van digitale technologieën bij het bevorderen van toegang tot informatie en democratische participatie; benadrukt dat het bedrijfsmodel van socialemediaplatforms dat gebaseerd is op microtargeting verslavend gedrag kan stimuleren en kan leiden tot de versterking van polariserende inhoud, met ernstige gevolgen voor grondrechten zoals de rechten van het kind, het recht op bescherming van persoonsgegevens, gelijkheid en non-discriminatie; onderstreept dat socialemediaplatforms dikwijls worden gebruikt als instrument voor buitenlandse inmenging en hybride aanvallen vanwege hun versterkende effect op sociale cohesie en democratische processen; onderstreept dat deze uitdagingen moeten worden aangepakt als onderdeel van het bredere veerkrachtecosysteem van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>verzoekt de Commissie de verplichtingen inzake risicobeoordeling en -beperking voor zeer grote onlineplatforms en zeer grote onlinezoekmachines aan te scherpen en te zorgen voor een doeltreffende follow-up; dringt er bij de Commissie op aan voet bij stuk te houden ten aanzien van pogingen om de digitaledienstenverordening te ondermijnen en lopende onderzoeken naar grote onlineplatforms voort te zetten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>wijst op de uitdagingen die generatieve AI-chatbots met zich meebrengen, waaronder de mogelijkheid dat deze systemen door hun interacties cognitieve schade veroorzaken; is van mening dat nieuwe technologieën, met inbegrip van AI-systemen, moeten worden geleid door de beginselen van transparantie, verklaarbaarheid, billijkheid en verantwoordingsplicht en door passende waarborgen in algoritmische systemen, zoals het uitvoeren van onafhankelijke effectbeoordelingen om te voorkomen dat zij discriminatie en bestaande ongelijkheden verergeren; deelt het standpunt van de secretaris-generaal van de VN dat het niet uitsluitend algoritmen mogen zijn die bepalen tot welke informatie mensen toegang krijgen, en dat technologiebedrijven ervoor moeten zorgen dat hun algoritmen en systemen voor het aanbevelen van inhoud zodanig worden ontworpen en gebruikt dat ze geen afbreuk doen aan de grondrechten en democratische waarden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>herinnert eraan dat aanbieders van onlineplatforms overeenkomstig artikel 27 van de digitaledienstenverordening in hun algemene voorwaarden de belangrijkste parameters moeten vermelden die in hun aanbevelingssystemen worden gebruikt, alsook eventuele opties voor gebruikers om die parameters te wijzigen of te beïnvloeden en een toelichting waarom bepaalde inhoud aan de gebruiker wordt voorgesteld; dringt er bij online tussenpersonen op aan een einde te maken aan praktijken waarbij opzettelijk misbruik wordt gemaakt van polarisatie om winst te maken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>wijst op de negatieve effecten die onlineplatforms kunnen hebben op de grondrechten en de geestelijke gezondheid van kinderen; benadrukt dat kinderen online moeten worden beschermd en verzoekt de Commissie er nauwlettend op toe te zien of de bestaande rechtskaders deze punten van zorg doeltreffend kunnen verhelpen, met bijzondere aandacht voor het waarborgen van een sterk kinderrechten- en grondrechtenperspectief bij de beoordeling; onderstreept dat de komende wetgevingshandeling inzake digitale rechtvaardigheid kinderen online doeltreffend moet beschermen en hun rechten moet waarborgen; verzoekt de Commissie voorts om een hoog niveau van privacy, veiligheid en beveiliging voor kinderen te waarborgen en hen beter te beschermen tegen schadelijke en illegale inhoud en tegen op profilering gebaseerde reclame;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>is ingenomen met de aankondiging van het eerste EU-brede onderzoek naar de effecten van sociale media op het welzijn en verzoekt de Commissie het proces te versnellen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>vraagt om meer investeringen in media- en digitale geletterdheid als meest doeltreffende bescherming tegen manipulatie; dringt er bij de lidstaten op aan mediawijsheid en digitale geletterdheid, burgerschapsvorming, Europese geschiedenis, eerbiediging van de grondrechten, kritisch denken en bevordering van publieke participatie op te nemen in de leerplannen van scholen en universiteiten en te erkennen als cruciale elementen voor echte deelname aan het democratische leven en daadwerkelijke uitoefening van de grondrechten, waaronder de vrijheid van meningsuiting en het recht op informatie; benadrukt dat tegelijk werk moet worden gemaakt van bewustmaking over hoe desinformatie kan worden aangepakt en van de bevordering van digitale geletterdheid; dringt aan op een gecoördineerde EU-strategie inzake mediawijsheid en digitale geletterdheid met projecten die tastbare resultaten op grote schaal opleveren in de hele EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>betreurt de toenemende praktijk van overheidssurveillance van onafhankelijke mediakanalen en journalisten door inlichtingendiensten; veroordeelt ten stelligste de pogingen van bepaalde regeringen om onafhankelijke media en journalisten af te schilderen als aanjagers van radicalisering of om hun werkzaamheden aan banden te leggen door hen te bestempelen als bedreiging voor de samenleving of de nationale veiligheid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>herhaalt dat surveillance moet worden uitgevoerd in overeenstemming met de wet, een legitiem doel moet dienen en noodzakelijk en evenredig moet zijn, gezien de bedreiging die zij vormt voor de grondrechten en de democratie; merkt op dat het rechtskader van sommige lidstaten niet voorziet in nauwkeurige, doeltreffende en alomvattende waarborgen voor het toelaten en uitvoeren van surveillancemaatregelen en voor de mogelijke verhaalmechanismen tegen die maatregelen; onderstreept dat alle surveillancemaatregelen moeten worden onderworpen aan passende rechterlijke toetsing en doeltreffend toezicht; is bezorgd over nieuwe gevallen waarin ten onrechte een beroep wordt gedaan op de “nationale veiligheid” om de inzet en het gebruik van spyware te rechtvaardigen, voor absolute geheimhouding te zorgen en geen verantwoording af te leggen; is ingenomen met de verklaring van de Commissie, in overeenstemming met de jurisprudentie van het HvJ-EU, dat een loutere verwijzing naar de nationale veiligheid niet kan worden uitgelegd als een onbeperkte vrijstelling van de toepassing van het EU-recht en een duidelijke rechtvaardiging vereist; verzoekt de Commissie gevolg te geven aan die verklaring in gevallen waarin er aanwijzingen zijn van misbruik; is van mening dat in een democratische en transparante samenleving die zich aan de rechtsstaat houdt, surveillance in naam van de nationale veiligheid eerder uitzondering dan regel moet zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>verzoekt de lidstaten<FOOTNOTE><FIELD> Met name Griekenland, Cyprus, Italië, Hongarije, Polen en Spanje.</FIELD></FOOTNOTE> andermaal gevolg te geven aan de aanbevelingen van PEGA en de Commissie van Venetië, die belangrijke richtsnoeren verschaffen om de handhaving van de grondrechten, de rechtsstaat en democratisch toezicht te waarborgen; benadrukt de noodzaak van volledige verantwoordingsplicht en transparantie in alle gevallen van intrusieve surveillance; dringt er bij de Commissie op aan te reageren op de toenemende dreigingen die uitgaan van spywaretechnologie; vraagt om doeltreffend rechterlijk toezicht om ervoor te zorgen dat surveillance nooit wordt gebruikt tegen journalisten, activisten of politieke tegenstanders;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>dringt erop aan dat de toetreding van de EU tot het EVRM wordt afgerond; herinnert eraan dat het HvJ-EU in zijn advies 2/13 een aantal juridische obstakels voor toetreding heeft vastgesteld, en benadrukt dat het belangrijk is deze obstakels uit de weg te ruimen om een tijdige en geslaagde toetreding van de EU mogelijk te maken; benadrukt dat deze stap essentieel is om het rechtskader van de EU af te stemmen op de hoogste normen inzake bescherming van de mensenrechten;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Grondrechten aan de grenzen en het migratiebeleid</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>herinnert eraan dat het nieuwe wetgevingskader in het kader van het migratie- en asielpact van de EU herziene regels bevat voor asielprocedures, grensbeheer en solidariteit; benadrukt dat de doeltreffende tenuitvoerlegging ervan volledige eerbiediging van de grondrechten vereist; benadrukt dat steeds nauwlettend moet worden toegezien op de eerbiediging van de grondrechten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>verzoekt de EU en de lidstaten, met name hun bevoegde autoriteiten, om in het kader van hun migratiebeleid te voldoen aan internationale mensenrechtenverplichtingen en -verbintenissen, snel onderzoek te bevorderen, nauwlettend toe te zien op de gevolgen van dit beleid voor de grondrechten, zowel binnen de bestaande rechtskaders als bij de ontwikkeling van toekomstige wetgeving, en geen migratiebeleid vast te stellen dat ongelijkheid en uitsluiting verergert; moedigt de EU en de lidstaten aan rekening te houden met de situatie en de specifieke behoeften van kwetsbare groepen; vraagt dat er een mechanisme wordt ingesteld om toezicht te houden op de naleving van deze verplichtingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>verzoekt de lidstaten het migratie- en asielpact volledig en tijdig uit te voeren; benadrukt dat de uitvoeringstermijn moet worden gehaald; merkt met bezorgdheid op dat sommige lidstaten niet voldoende voorbereid zijn om de uitvoeringstermijn te halen, onder meer wat betreft bepalingen in verband met de grondrechten, en moedigt aan tot voortdurende steun en samenwerking om de volledige uitvoering ervan te waarborgen; benadrukt dat het internationaal recht erkent dat het aanvragen van asiel een rechtmatige handeling is en dat een asielzoeker bijgevolg niet willekeurig kan worden vastgehouden louter op grond van het feit dat hij een asielzoeker is; herinnert eraan dat de detentie van asielzoekers een laatste redmiddel moet zijn indien minder dwingende alternatieve maatregelen niet doeltreffend kunnen worden toegepast; benadrukt dat elke detentie van asielzoekers uitzonderlijk, noodzakelijk en evenredig moet zijn en alleen mag worden opgelegd op basis van een individuele beoordeling om de specifieke redenen die in het EU-recht zijn vastgelegd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>spreekt zijn grote afkeuring uit over schendingen van de grondrechten aan de grenzen, mishandeling en het gebruik van geweld door nationale autoriteiten zoals wetshandhavers en grenswachten; merkt op dat dergelijke praktijken dikwijls niet worden gemeld en niet worden onderzocht; merkt voorts op dat verschillende lidstaten nog steeds te maken hebben met aanzienlijke operationele druk aan hun buitengrenzen; overwegende dat deze uitdagingen een gecoördineerde Europese respons vereisen, met gestroomlijnde en doeltreffende procedures, in volledige overeenstemming met het toepasselijke EU- en internationale kader;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>wijst nogmaals op de verplichting uit hoofde van het internationaal zeerecht om bijstand te verlenen aan personen in nood, en verzoekt de Commissie en de lidstaten met klem permanente en gecoördineerde opsporings- en reddingsoperaties op te zetten met snelle ontschepingen; verzoekt de lidstaten voorts alles in het werk te stellen om levens te redden van mensen die op zee in gevaar verkeren; dringt er voorts op aan ervoor te zorgen dat opsporings- en reddingsoperaties (SAR) kunnen worden uitgevoerd in overeenstemming met het EU-recht en het internationaal recht en dat deze operaties waar mogelijk worden gecoördineerd tussen relevante actoren, waaronder autoriteiten van de lidstaten, relevante EU-agentschappen en relevante niet-gouvernementele actoren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>herinnert eraan dat artikel 46 van de verordening betreffende het Europees Grens- en kustwachtagentschap<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2019/1896 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2019 betreffende de Europese grens- en kustwacht en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1052/2013 en Verordening (EU) 2016/1624 (PB L 295 van 14.11.2019, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2019/1896/oj).</FIELD></FOOTNOTE> kan worden geactiveerd in geval van mogelijke schendingen van grondrechten; verzoekt het agentschap proactief ten volle gebruik te maken van alle instrumenten waarover het beschikt, met name de mogelijkheid om artikel 46 te activeren in geval van schendingen van grondrechten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>dringt er bij de lidstaten op aan om naar behoren rekening te houden met de aanbevelingen van de mensenrechtencommissaris van de Raad van Europa in zijn verslag getiteld “Protecting the Defenders: Ending repression of human rights defenders assisting refugees, asylum seekers and migrants in Europe”<FOOTNOTE><FIELD> https://rm.coe.int/recommendation-protecting-the-defenders-ending-repression-of-human-rig/1680ae9b1c.</FIELD></FOOTNOTE>; benadrukt dat het belangrijk is een openbaar debat te blijven voeren dat gebaseerd is op eerbiediging van de menselijke waardigheid, en onderstreept tegelijk het belang van een op feiten gebaseerd en verantwoord openbaar debat over migratie en asiel; veroordeelt ten stelligste de terugkerende anti-vluchtelingen- en anti-migratieretoriek;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Gendergerelateerd geweld, vrouwenrechten en de rechten van lhbtiq+’ers</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>spreekt zijn grote afkeuring uit over de achteruitgang van de rechten van vrouwen en lhbtiq+-personen in verschillende lidstaten; verzoekt de Commissie en de lidstaten gendergelijkheid en de grondrechten te beschermen en te bevorderen, onder meer door desinformatie en georganiseerde campagnes die deze rechten trachten in te perken, aan te pakken, en de nodige maatregelen te nemen om genderevenwicht te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan de nodige maatregelen te nemen om antigender- en antirechtenbewegingen, met inbegrip van anti-lhbtiq+-bewegingen, te bestrijden en diepgaand onderzoek, monitoring en analyse van de gevolgen van deze bewegingen uit te voeren om een duidelijker inzicht te krijgen in hun activiteiten, coördinatie- en financieringsstrategieën; benadrukt dat een dergelijk begrip van cruciaal belang is om een inclusief en tolerant Europa te waarborgen dat gebaseerd is op de in artikel 2 VEU verankerde waarden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>dringt er bij de Commissie op aan ervoor te zorgen dat er in het nieuwe MFK geen EU-financiering beschikbaar wordt gesteld aan antigender- en antirechtengroepen die de vooruitgang op het gebied van vrouwenrechten en de rechten van lhbtiq+- personen willen terugdraaien, noch aan groepen of projecten die de waarden van de EU en de grondrechten zoals uiteengezet in het Handvest niet eerbiedigen; dringt er bij de Commissie op aan nauwlettend toe te zien op de uitvoering in de lidstaten van fondsen onder gedeeld beheer die bedoeld zijn ter bevordering van gendergelijkheid en ter ondersteuning van het maatschappelijk middenveld, met inbegrip van niet-gouvernementele vrouwenorganisaties, om ervoor te zorgen dat oproepen tot het indienen van voorstellen om dergelijke fondsen te verkrijgen niet opzettelijk worden opgeschort of ingetrokken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>56.</NO.P>uit zijn ernstige bezorgdheid over de toenemende aanvallen op de lhbtiq+-gemeenschap en hun grondrechten in sommige lidstaten; benadrukt dat deze aanvallen een schending vormen van het recht op non-discriminatie, het recht op gelijkheid voor de wet en het recht op gelijke rechtsbescherming zonder discriminatie; verzoekt de EU en de lidstaten alle vormen van geweld tegen en discriminatie van lhbtiq+-personen te bestrijden en de verschillen in bescherming als gevolg van de inconsistente uitvoering van beschermingsmaatregelen in de lidstaten aan te pakken; is ingenomen met de nieuwe strategie voor gelijkheid van lhbtiq+’ers 2026-2030 en verzoekt de Commissie en de lidstaten ervoor te zorgen dat deze snel wordt uitgevoerd; verzoekt de lidstaten om nieuwe nationale actieplannen of strategieën voor lhbtiq+’ers vast te stellen of bestaande plannen of strategieën te vernieuwen, teneinde de EU-initiatieven aan te vullen met doeltreffende maatregelen op nationaal niveau;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>57.</NO.P>onderstreept dat het ontbreken van wettelijke gendererkenningsprocedures in strijd is met de grondrechten; veroordeelt conversiepraktijken, zoals praktijken gericht op het veranderen, verdringen of onderdrukken van iemands seksuele geaardheid, genderidentiteit en/of genderexpressie, als schendingen van de grondrechten en dringt er bij de Commissie op aan die schendingen door middel van concrete maatregelen aan te pakken; dringt er in dit verband bij de Commissie op aan een voorstel in te dienen voor de vaststelling van een rechtshandeling inzake een EU-verbod op conversiepraktijken in alle lidstaten, als follow-up van het burgerinitiatief “Verbod op conversiepraktijken in de Europese Unie”;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>58.</NO.P>is ernstig bezorgd over de discriminerende maatregelen die in sommige lidstaten zijn ingevoerd onder het voorwendsel van de bestrijding van “lhbtiq+-propaganda” en die bijdragen tot een alarmerende toename van het aantal haatmisdrijven en haatzaaiende uitlatingen tegen lhbtiq+’ers; wijst op de negatieve gevolgen van dergelijke maatregelen voor de vrijheid van vergadering; beklemtoont dat deze acties discriminatie aanwakkeren en in strijd zijn met EU-wetgeving; benadrukt het belang van het recht op zelfbeschikking van lhbtiq+-personen en de desbetreffende jurisprudentie in dit verband;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>59.</NO.P>verzoekt alle lidstaten de lhbtiq+-rechten te beschermen in overeenstemming met het EU-recht, het Handvest en de jurisprudentie van het HvJ-EU en het EHRM; dringt er bij de Commissie op aan om de aanhoudende niet-uitvoering van arresten van het HvJ-EU met betrekking tot de grondrechten van lhbtiq+-personen aan te pakken met alle mechanismen waarover zij beschikt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>60.</NO.P>herinnert eraan dat er in verschillende lidstaten nog steeds juridische belemmeringen bestaan voor de erkenning van partnerschappen, ouderschap en huwelijken tussen personen van hetzelfde geslacht over de grenzen heen; waarschuwt dat dergelijke praktijken het vrije verkeer van lhbtiq+-gezinnen binnen de EU belemmeren, het rechtstatelijke beginsel van non-discriminatie voor de wet schenden, en wijzen op het gebrek aan uniforme bescherming van lhbtiq+’ers in de lidstaten; roept alle lidstaten die dit nog niet gedaan hebben op om partnerschappen tussen personen van hetzelfde geslacht wettelijk te erkennen; verzoekt de Commissie Richtlijn 2004/38/EG<FOOTNOTE><FIELD> Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden, tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1612/68 en tot intrekking van de Richtlijnen 64/221/EEG, 68/360/EEG, 72/194/EEG, 73/148/EEG, 75/34/EEG, 75/35/EEG, 90/364/EEG, 90/365/EEG en 93/96/EEG (PB L 158 van 30.4.2004, blz. 77, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2004/38/oj).</FIELD></FOOTNOTE> te herschikken om daarin een expliciete grensoverschrijdende erkenning van het recht op eerbiediging van het privéleven en het gezinsleven op te nemen; benadrukt dat alle kinderen gelijk zijn voor de wet en dat de lidstaten moeten handelen in het belang van het kind;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>61.</NO.P>herinnert aan het mandaat van het Parlement met betrekking tot de verordening betreffende afstamming, dat de erkenning van afstamming in de hele EU ondersteunt, ongeacht het soort gezin; verzoekt de lidstaten de verordening betreffende afstamming snel aan te nemen om rechtszekerheid te bieden aan ouders en kinderen in de hele EU en ervoor te zorgen dat wanneer één EU-lidstaat ouderschap vaststelt, dit automatisch in de hele EU wordt erkend; dringt er bij de Commissie op aan om ervoor te zorgen dat het vrije verkeer van personen, de rechten van het kind, het recht op verblijf en gezinshereniging binnen de EU volledig worden geëerbiedigd, zodat alle burgers gelijke rechten kunnen genieten en deze volledig kunnen uitoefenen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>62.</NO.P>is ingenomen met de EU-routekaart voor vrouwenrechten en de daaraan gehechte verklaring van beginselen voor een samenleving met gelijke kansen voor mannen en vrouwen; betreurt evenwel het gebrek aan krachtige financiële toezeggingen; is bezorgd over het ontoereikende ambitieniveau om de Unie van gelijkheid te beschermen en te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>63.</NO.P>onderstreept dat gendergerelateerd geweld, zowel online als offline, een zwaar en wijdverbreid misdrijf is, alsook een schending van de grondrechten en het beginsel van gelijkheid voor de wet; verzoekt de Commissie en de lidstaten maatregelen te nemen tegen elke vorm van gendergerelateerd geweld, zowel online als offline;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>64.</NO.P>is bezorgd over het feit dat vormen en patronen van gendergerelateerd cybergeweld zich blijven ontwikkelen; onderstreept dat het zonder toestemming delen van intiem materiaal en haatzaaiende uitlatingen enkele van de meest voorkomende vormen van cybergeweld zijn; benadrukt dat er maatregelen moeten worden ontwikkeld om de opkomst van vrouwonvriendelijke waarden met betrekking tot gendergelijkheid en vrouwenrechten aan te pakken en tegen te gaan; benadrukt de noodzaak van een beter begrip van het incel-verschijnsel en de bijbehorende ideologie, en benadrukt het belang van preventie door middel van een actiever beleid om dergelijke verschijnselen en hun narratieven tegen te gaan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>65.</NO.P>dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan om de toenemende potentiële schade en het afschrikkende effect die nieuwe technologieën, waaronder artificiële intelligentie, bij slachtoffers kunnen teweegbrengen, aan te pakken, en preventieve en ondersteunende maatregelen te nemen; dringt er voorts bij de Commissie op aan op te treden tegen het wijdverbreide onlinegeweld tegen vrouwen dat de deelname van vrouwen aan het openbare leven en de gelijke vertegenwoordiging van vrouwen in toenemende mate belemmert; dringt er in dit verband bij de Commissie en de lidstaten op aan de desbetreffende wetgeving volledig en naar behoren ten uitvoer te leggen, met name de richtlijn ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld<FOOTNOTE><FIELD> Richtlijn (EU) 2024/1385 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld (PB L, 2024/1385, 24.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2024/1385/oj).</FIELD></FOOTNOTE> en de digitaledienstenverordening;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>66.</NO.P>betreurt en veroordeelt ten zeerste de verspreiding van haatmisdrijven en haatzaaiende uitlatingen, ook op sociale media; benadrukt dat zij een ernstige bedreiging vormen voor de democratie, de rechtsstaat en de grondrechten; benadrukt en veroordeelt ten stelligste de risico’s voor het democratisch debat en de grondrechten wanneer de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van informatie worden misbruikt door antidemocratische bewegingen en politici om haatzaaiende uitlatingen, desinformatie en intimidatie van journalisten en minderheden te legitimeren; onderstreept dat de vrijheid van meningsuiting binnen de grenzen van de wet en in overeenstemming met artikel 11 van het Handvest moet worden uitgeoefend en niet mag worden gebruikt als voorwendsel om de democratie en de grondrechten te ondermijnen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>67.</NO.P>dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan de nodige maatregelen te nemen om haatzaaiende uitlatingen en haatmisdrijven, zowel offline als online, te bestrijden, met name wanneer dergelijk gedrag kan escaleren tot geweld, waaronder gendergerelateerd geweld; benadrukt voorts het belang van de invoering van EU-wetgeving ter bestrijding van haatmisdrijven en haatzaaiende uitlatingen, onder meer op grond van genderidentiteit en seksuele geaardheid; spoort de Commissie aan gevolg te geven aan de strategie voor gelijkheid van lhbtiq+’ers 2026-2030; verwelkomt het initiatief van de Commissie om de lijst van EU-misdrijven in artikel 83, lid 1, VWEU, uit te breiden met haatzaaiende uitlatingen en haatmisdrijven, en benadrukt de noodzaak om te zorgen voor een krachtige strafrechtelijke reactie van de EU in dit verband;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>68.</NO.P>dringt er bij de Raad op aan de huidige lijst van “EU-misdrijven” in artikel 83, lid 1, VWEU uit te breiden met haatzaaiende uitlatingen en haatmisdrijven; verzoekt de Raad in dit verband de overbruggingsclausule in werking te stellen; verzoekt de Commissie zich voor te bereiden op het in werking stellen van de tweede fase van de procedure en een voorstel te doen voor een richtlijn die tot doel heeft haatzaaiende uitlatingen en haatmisdrijven zowel offline en online te bestrijden, en daarbij rekening te houden met het standpunt van het Parlement ter zake<FOOTNOTE><FIELD> https://www.europarl.europa.eu/doceo/document/TA-9-2024-0044_NL.html.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>69.</NO.P>benadrukt dat het ontbreken of ontzeggen van toegang tot seksuele en reproductieve gezondheid en rechten, met inbegrip van veilige en legale abortus, een vorm van gendergerelateerd geweld en een schending van de mensenrechten en de grondrechten is; dringt er bij de Commissie op aan actief te werken aan het waarborgen van brede toegankelijkheid van seksuele en reproductieve gezondheid en rechten; pleit andermaal voor de opname van het recht op abortus in het Handvest;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>70.</NO.P>dringt er bij de Commissie op aan te zorgen voor een passende follow-up van het Europees burgerinitiatief “My Voice My Choice: My Voice, My Choice: zorgen voor toegang tot veilige abortus” en een voorstel in te dienen voor een financieel mechanisme ter ondersteuning van lidstaten die bereid zijn veilige seksuele en reproductieve gezondheidsdiensten te verlenen, met inbegrip van veilige en legale abortus, voor wie in de EU nog steeds geen toegang heeft tot dergelijke diensten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>71.</NO.P>beklemtoont dat er nog altijd geen EU-definitie bestaat van verkrachting wegens het ontbreken van instemming; verzoekt de lidstaten ervoor te zorgen dat er in de wet of in de praktijk niet van wordt uitgegaan dat toestemming wordt gegeven wanneer er geen fysiek verzet tegen het seksuele gedrag is, ongeacht of de dader heeft gedreigd gebruik te maken van of gebruik heeft gemaakt van fysiek geweld, of omdat het slachtoffer een intieme relatie heeft met of getrouwd is met de dader; dringt er verder bij de lidstaten die dit nog niet hebben gedaan op aan ervoor te zorgen dat in hun nationale wetgeving een definitie van verkrachting wegens het ontbreken van vrijwillige instemming wordt opgenomen, in overeenstemming met het Verdrag van Istanbul en de evoluerende internationale normen; verzoekt de Commissie een voorstel voor een dergelijke definitie op EU-niveau in te dienen; herhaalt dat seksueel geweld, waaronder verkrachting, een ernstige schending van de mensenrechten en de menselijke waardigheid is;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>72.</NO.P>herinnert aan de talrijke documenten in verband met de veroordeelde zedendelinquent Jeffrey Epstein die openbaar zijn gemaakt en waaruit blijkt dat er talloze misdrijven zijn gepleegd en dat er dus een grote groep verborgen daders is; merkt op dat duidelijk is aangetoond dat Epstein een netwerk had dat zich in heel Europa uitstrekte tot in de hoogste kringen en waartoe onder meer leden van koninklijke huizen, hoge diplomaten en politieke figuren behoorden; spreekt zijn afkeuring uit over het feit dat nog niet is vastgesteld hoeveel en welke leden van dit netwerk op de hoogte waren van of betrokken waren bij mensenhandel, seksuele uitbuiting van kinderen, fraude en financiële misdrijven; benadrukt niet alleen dat het zeer zorgwekkend is dat deze personen nog altijd op vrije voeten zijn, maar ook dat het gebrek aan volledige verantwoordingsplicht de rechtsstaat en het vertrouwen van het publiek in democratische instellingen ondermijnt; benadrukt dat zaken met grensoverschrijdende aspecten binnen de EU op EU-niveau moeten worden aangepakt; vraagt zich of de EU is staat is om complexe grensoverschrijdende criminaliteit door maatschappelijke elites te onderzoeken, te voorkomen en te bestrijden; dringt er bij de Commissie op aan het expertisecentrum van de EU voor misdaadpreventie (Europol), samen met het Europees Bureau voor fraudebestrijding en de nationale autoriteiten, onverwijld op te dragen de aard van deze criminele activiteiten te onderzoeken en te analyseren, en na te gaan wie er ter verantwoording kan worden geroepen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>73.</NO.P>dringt er bij de lidstaten op aan om femicide in hun nationale wetgeving formeel te erkennen als afzonderlijk gendergerelateerd misdrijf, alomvattende strategieën ter voorkoming en bestrijding van femicide vast te stellen en toe te passen, ervoor te zorgen dat alle gevallen effectief worden onderzocht en vervolgd, en te voorzien in gespecialiseerde opvangcentra, advies en compensatiemechanismen voor de familieleden van slachtoffers;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>74.</NO.P>veroordeelt in de krachtigste bewoordingen het gebruik van verkrachting en andere vormen van seksueel geweld als oorlogswapen en herinnert eraan dat dergelijk gedrag volgens het internationaal recht kan neerkomen op oorlogsmisdaden of misdaden tegen de menselijkheid; dringt aan op intensivering van de internationale inspanningen om deze misdrijven te documenteren en benadrukt het belang van het waarborgen van toegang tot veilige en legale abortus voor slachtoffers van seksueel geweld, met inbegrip van slachtoffers van verkrachting in oorlogssituaties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>75.</NO.P>verzoekt alle lidstaten het Verdrag van Istanbul te ratificeren; uit zijn diepe bezorgdheid over de lidstaten die het verdrag nog niet hebben geratificeerd en over terugtrekkingen uit het Verdrag van Istanbul; onderstreept dat deze ontwikkelingen het resultaat zijn van een lange desinformatiecampagne over de reikwijdte en doelstellingen van het Verdrag door antidemocratische krachten in de hele EU;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Gevangenen en detentieomstandigheden</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>76.</NO.P>herinnert eraan dat het verbod op foltering en onmenselijke of vernederende behandeling, zoals vastgelegd in artikel 4 van het Handvest en artikel 3 van het EVRM, absoluut en onaantastbaar is en volledig van toepassing is op alle personen, ook op hen die van hun vrijheid zijn beroofd; dringt er bij de lidstaten op aan te waarborgen dat het Europees Comité inzake de voorkoming van folteringen en de nationale preventiemechanismen onbeperkt alle detentiecentra kunnen bezoeken en dat hun aanbevelingen volledig worden uitgevoerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>77.</NO.P>stelt met bezorgdheid vast dat in bepaalde lidstaten buitensporig vaak of zonder voldoende rechtvaardiging gebruik wordt gemaakt van voorlopige hechtenis; dringt er bij de lidstaten op aan ervoor te zorgen dat vrijheidsbeneming vóór het proces alleen als laatste redmiddel wordt toegepast, met volledige inachtneming van de normen van het EVRM en het vermoeden van onschuld, en het rechterlijk toezicht op en de periodieke toetsing van bewaringsbevelen te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>78.</NO.P>veroordeelt ten stelligste de systematische overbevolking, het gebrek aan medische zorg en de onrechtmatige verlenging van voorlopige hechtenis; vraagt de Commissie en de lidstaten om ervoor te zorgen dat de Nelson Mandela-regels, het VN-Verdrag tegen foltering en het facultatieve protocol daarbij, en de Europese Gevangenisregels volledig worden nageleefd, door de detentieomstandigheden in alle gevangenissen te verbeteren en preventieve en rehabiliterende maatregelen te nemen, ook in jeugdinrichtingen, ook door overbevolking aan te pakken, toegang tot gezondheidszorg en psychologische ondersteuning te waarborgen en zelfmoordpreventiemaatregelen te versterken; benadrukt dat de bescherming van de menselijke waardigheid een maatstaf is voor de democratische kracht van de samenleving;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>79.</NO.P>verzoekt de Commissie ernstige schendingen in gevangenissen aan te pakken, in overeenstemming met de verplichting van de EU om de in artikel 2 VEU verankerde waarden te handhaven;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het maatschappelijk middenveld wordt bedreigd</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>80.</NO.P>herinnert eraan dat overeenkomstig artikel 11, lid 2, VEU de EU-instellingen een open, transparante en gestructureerde dialoog moeten voeren met het maatschappelijk middenveld en representatieve organisaties; verzoekt de Commissie en de lidstaten te zorgen voor doeltreffende raadplegingsprocessen in overeenstemming met de normen voor goed bestuur, de betrokkenheid en effectieve participatie van burgers en maatschappelijke organisaties bij de beleidsvorming te bevorderen, onder meer op het gebied van de bescherming en bevordering van de grondrechten, en hun capaciteit om deel te nemen aan het EU-beleid te ondersteunen, waarbij transparantie en volledige naleving van de toepasselijke regels worden gewaarborgd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>81.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten te zorgen voor duurzame, flexibele en toegankelijke financiering voor maatschappelijke organisaties en toegang tot de rechter;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>82.</NO.P>verwelkomt het voorstel van de Commissie in het kader van het volgende MFK om het mogelijk te maken bevroren middelen te herverdelen ten bate van maatschappelijke organisaties, en benadrukt dat moet worden gewaarborgd dat een deel van deze middelen organisaties kan ondersteunen die zich inzetten voor de bevordering van de grondrechten en andere EU-waarden in lidstaten waar middelen bevroren blijven; wijst er nogmaals op hoe belangrijk het programma “Burgers, gelijkheid, rechten en waarden” (CERV-programma) is geweest voor de bescherming en bevordering van de rechten en waarden die in de Verdragen, het Handvest en de toepasselijke internationale mensenrechtenverdragen zijn verankerd, onder meer door het ondersteunen van maatschappelijke organisaties en het aanmoedigen van democratische en burgerparticipatie, met het oog op de instandhouding en verdere ontwikkeling van een open, op rechten gebaseerde, democratische, gelijke en inclusieve samenleving; is van mening dat het nieuwe AgoraEU-programma ten minste hetzelfde ambitieniveau moet handhaven als het CERV-programma;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>83.</NO.P>is ingenomen met de EU-strategie voor het maatschappelijk middenveld van de Commissie; is voorts verheugd over het feit dat de strategie gericht is op maatschappelijke organisaties en mensenrechtenverdedigers, en maatregelen omvat zoals het versterken van een doeltreffende en zinvolle dialoog met het maatschappelijk middenveld, het waarborgen van een open, veilige en stimulerende maatschappelijke ruimte door middel van ondersteuning en bescherming – waaronder het verminderen van de administratieve lasten voor maatschappelijke organisaties in het veld – en het ondersteunen van maatschappelijke organisaties met toereikende, duurzame en transparante financiering; dringt er bij de Commissie op aan om toe te zien op de volledige uitvoering van de strategie en om de situatie van de maatschappelijke ruimte systematisch te monitoren in haar verslagen over de rechtsstaat;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>84.</NO.P>uit zijn diepe bezorgdheid over de voortdurende inkrimping van de ruimte voor het maatschappelijk middenveld en de toenemende vervolging van maatschappelijke organisaties en mensenrechtenverdedigers in verschillende lidstaten, met name van degenen die werkzaam zijn op gebieden als racismebestrijding, klimaatrechtvaardigheid, lhbtiq+-rechten, vrouwenrechten en migratie; merkt op dat deze groepen worden geconfronteerd met een reeks bedreigingen, waaronder juridische en financiële beperkingen, opschorting van financiering, lastercampagnes, intimidatie en criminalisering; betreurt dat beperkingen van de vrijheid van vergadering, meningsuiting en vereniging vaak specifieke groepen of zaken onevenredig treffen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>85.</NO.P>benadrukt dat het recht op vreedzame vergadering, de vrijheid van vereniging en meningsuiting en de vrijheid van kunst en wetenschap door het internationaal en EU-recht beschermde grondrechten zijn, en van essentieel belang voor de democratie; onderstreept dat de vrijheid van vereniging, zoals gewaarborgd door artikel 12 van het Handvest en artikel 11 van het EVRM, een hoeksteen vormt van een democratische samenleving;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>86.</NO.P>spreekt zijn afkeuring uit over de criminalisering van humanitaire hulpverleners en activisten; moedigt de lidstaten aan erover te waken dat humanitaire hulp aan kwetsbare personen niet wordt gecriminaliseerd; herinnert eraan dat de EU-wetgeving moet zijn afgestemd op de Europese en internationale mensenrechtennormen, en verzoekt de Commissie en de lidstaten de situaties te verhelpen als een dergelijke afstemming ontbreekt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>87.</NO.P>stelt met bezorgdheid vast dat verschillende lidstaten en kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten onevenredige maatregelen hebben opgelegd aan humanitaire hulpverleners en activisten; veroordeelt ten stelligste het gebruik van “wetten inzake buitenlandse agenten”, waarmee kritische geluiden worden onderdrukt en maatschappelijke organisaties worden geviseerd en beperkt in hun werkzaamheden, hetgeen een afschrikkend effect heeft op het maatschappelijk middenveld en mensenrechtenverdedigers; spreekt zijn afkeuring uit over de onevenredige maatregelen die in sommige lidstaten zijn genomen tegen vreedzame demonstraties, waaronder een preventief verbod, het gebruik van buitensporig geweld en de detentie van demonstranten, met afschrikkende effecten; verzoekt de lidstaten af te zien van onevenredige juridische stappen tegen degenen die deelnemen aan vreedzame demonstraties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>88.</NO.P>dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan ervoor te zorgen dat het recht op vreedzame vergadering kan worden uitgeoefend, af te zien van het voorstellen of uitvoeren van maatregelen die een afschrikkend effect op de maatschappelijke ruimte zouden kunnen hebben – waarbij met bezorgdheid dient te worden opgemerkt dat dergelijke pogingen in sommige lidstaten zijn waargenomen – en een gezond debat over alle kwesties van algemeen belang te bevorderen; spreekt zijn afkeuring uit over elke praktijk die een afschrikkend effect heeft op vreedzame demonstraties, zoals het gebruik van buitensporig geweld, surveillance en gerechtelijke intimidatie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>89.</NO.P>verzoekt de Commissie een mechanisme voor snelle respons op te zetten in de EU ter ondersteuning van bedreigde maatschappelijke organisaties en mensenrechtenverdedigers die de waarden van de EU beschermen en bevorderen; dringt er bij de Commissie op aan een Europese index voor de ruimte voor het maatschappelijk middenveld op te stellen om toezicht te houden op en jaarlijks verslag uit te brengen over het gunstige klimaat voor het maatschappelijk middenveld; dringt voorts aan op transparantie bij de financiering voor alle actoren in het transparantieregister van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>90.</NO.P>dringt er bij de lidstaten op aan gevolg te geven aan Aanbeveling (EU) 2022/758 van de Commissie over de wijze waarop journalisten en mensenrechtenverdedigers die betrokken zijn bij publieke participatie kunnen worden beschermd<FOOTNOTE><FIELD> Aanbeveling (EU) 2022/758 van de Commissie van 27 april 2022 over de wijze waarop journalisten en mensenrechtenverdedigers die betrokken zijn bij publieke participatie kunnen worden beschermd tegen kennelijk ongegronde of onrechtmatige gerechtelijke procedures (“strategische rechtszaken tegen publieke participatie”) (PB L 138 van 17.5.2022, blz. 30, ELI: http://data.europa.eu/eli/reco/2022/758/oj).</FIELD></FOOTNOTE>;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Structureel racisme en structurele discriminatie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>91.</NO.P>herinnert eraan dat in de EU-Verdragen en het Handvest het mandaat en de verantwoordelijkheid van de EU zijn vastgelegd om discriminatie te bestrijden en gelijke behandeling van iedereen te bevorderen; verzoekt de Commissie de lacunes in het antidiscriminatiekader van de EU op te vullen en dringt er bij de lidstaten op aan bestaande antidiscriminatiewetgeving van de EU volledig en naar behoren uit te voeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>92.</NO.P>is verheugd over het besluit van de Commissie om de intrekking van de voorgestelde horizontale antidiscriminatierichtlijn ongedaan te maken; pleit er andermaal voor om de besprekingen in de Raad over de richtlijn onverwijld te deblokkeren en spoort de lidstaten aan om een overeenkomst daarover te sluiten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>93.</NO.P>erkent en veroordeelt het bestaan van structureel racisme in de EU, aangestuurd door stereotypen die worden gevoed door publieke discoursen en resulteren in discriminatie van minderheden in alle aspecten van hun leven; maakt zich ernstig zorgen over individuele, structurele en institutionele vormen van racisme en vreemdelingenhaat in de EU en de toename van discriminatie van Arabieren<FOOTNOTE><FIELD> https://fra.europa.eu/sites/default/files/fra_uploads/fra-2017-eu-midis-ii-main-results_en.pdf.</FIELD></FOOTNOTE>, zwarte Europeanen<FOOTNOTE><FIELD> https://fra.europa.eu/nl/publication/2026/antisemitism-overview.</FIELD></FOOTNOTE>, mensen van Aziatische afkomst<FOOTNOTE><FIELD> https://fra.europa.eu/nl/publication/2024/being-muslim-eu.</FIELD></FOOTNOTE>, joden<FOOTNOTE><FIELD> https://fra.europa.eu/nl/publication/2025/roma-survey-2024.</FIELD></FOOTNOTE>, moslims<FOOTNOTE><FIELD>https://infocuria.curia.europa.eu/tabs/document?source=document&amp;text=&amp;docid=300973&amp;pageIndex=0&amp;doclang=NL&amp;mode=req&amp;dir=&amp;occ=first%E2%88%82%3D1&amp;cid=900537.</FIELD></FOOTNOTE> en Roma<FOOTNOTE><FIELD> https://fra.europa.eu/nl/publication/2025/roma-survey-2024.</FIELD></FOOTNOTE>; dringt er bij de lidstaten op aan discriminatie op alle niveaus te bestrijden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>94.</NO.P>benadrukt dat alle vormen van discriminatie bij wet moeten worden bestreden; uit zijn bezorgdheid over gebrek aan vooruitgang en ontoereikende uitvoering wat betreft de wetgeving inzake gelijkheid en antidiscriminatie in sommige lidstaten; betreurt dat er ondanks de bestaande EU-wetgeving, waaronder Richtlijn 2000/78/EG inzake gelijke behandeling<FOOTNOTE><FIELD> Richtlijn 2000/78/EG van de Raad van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep (PB L 303 van 2.12.2000, blz. 16, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2000/78/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, nog altijd lacunes in het rechtskader en bij de uitvoering en handhaving bestaan, met als gevolg dat slachtoffers verstoken blijven van passende rechtsmiddelen; herinnert eraan dat de rechtskaders van de lidstaten het beginsel van gelijke behandeling in hun rechtsstelsels moeten verankeren en daadwerkelijke toegang tot de rechter voor alle personen moeten waarborgen; verzoekt de Commissie op te treden in gevallen waarin deze beginselen niet worden nageleefd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>95.</NO.P>beklemtoont dat toegang tot EU-middelen afhankelijk moet worden gesteld van de volledige inachtneming van de grondrechten, met inbegrip van het non-discriminatiebeginsel, en dringt aan op transparante toewijzing om te garanderen dat maatschappelijke organisaties die zich voor mensenrechten en gelijkheid inzetten, langetermijnsteun krijgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>96.</NO.P>dringt bij de lidstaten, en in het bijzonder bij Hongarije, aan op herziening van de wetten of beleidsmaatregelen die lhbtiq+’ers en regenboogfamilies discrimineren; verzoekt Hongarije ervoor te zorgen dat het nationale grondwettelijke kader en het nationale wetgevingskader niet kunnen worden misbruikt om de voorrang van het EU-recht te ondermijnen of minderheden te stigmatiseren onder het voorwendsel van “nationale identiteit”; keurt het ten stelligste af dat in Hongarije nog steeds toepassing wordt gemaakt van de zogenaamde “kinderbeschermingswet”, die rechtstreekse discriminatie vormt in strijd met de artikelen 7, 11, 21 en 24 van het Handvest<FOOTNOTE><FIELD>https://infocuria.curia.europa.eu/tabs/document?source=document&amp;text=&amp;docid=300973&amp;pageIndex=0&amp;doclang=NL&amp;mode=req&amp;dir=&amp;occ=first&amp;part=1&amp;cid=900537.</FIELD></FOOTNOTE>; verzoekt de Commissie dringend te beoordelen of de Hongaarse wet inzake de bescherming van de lokale identiteit verenigbaar is met het EU-recht, met name de richtlijn rassengelijkheid en het Handvest;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>97.</NO.P>verzoekt de Commissie alle nodige maatregelen te nemen, met inbegrip van het opstarten van inbreukprocedures, wanneer inbreuken worden vastgesteld; verzoekt de lidstaten ervoor te zorgen dat het lokale huisvestings- en verblijfsbeleid volledig in overeenstemming is met de beginselen van gelijkheid en non-discriminatie en niet leidt tot etnische of sociaal-economische segregatie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>98.</NO.P>onderstreept dat de voorrang van het EU-recht de hoeksteen vormt van de werking van de Unie en van de eerbiediging van de rechtsstaat in alle lidstaten, waartoe de lidstaten zich bij hun toetreding verbinden; dringt er bij alle lidstaten op aan de huidige rechtspraak van het HvJ-EU en het EHRM in acht te nemen; verzoekt de Commissie nauwlettend toe te zien op het gevolg dat door de lidstaten wordt gegeven aan de arresten van het HvJ-EU en het EHRM, met bijzondere aandacht voor de arresten inzake non-discriminatie, gendergelijkheid en de rechten van minderheden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>99.</NO.P>verzoekt de Commissie om voor de komende jaren nieuwe, ambitieuze strategieën op het gebied van gelijkheid en de bestrijding van racisme voor te leggen, waarin ook de aanbevelingen van het Parlement zijn opgenomen, teneinde discriminatie op alle gronden en in alle levensgebieden op een alomvattende manier tegen te gaan; benadrukt dat moet worden gezorgd voor een alomvattende en gecoördineerde aanpak in alle bestaande en toekomstige strategieën, kaders en actieplannen om de synergieën te maximaliseren en de samenhang bij de uitvoering ervan te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>100.</NO.P>verzoekt alle lidstaten nationale actieplannen tegen racisme of strategieën met ambitieuze doelstellingen, waaronder duidelijke doelstellingen, tijdschema’s en budgetten, vast te stellen en die volledig uit te voeren; vraagt de Commissie om in samenwerking met het maatschappelijk middenveld te zorgen voor mechanismen voor regelmatige monitoring;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>101.</NO.P>benadrukt dat onderdanen van derde landen in de EU op niet-discriminerende wijze moeten worden behandeld; wijst erop dat onderdanen van derde landen uit hoofde van het internationaal recht en het EU-recht het recht hebben om internationale bescherming aan te vragen, onder meer in overeenstemming met het beginsel van non-refoulement; verzoekt de lidstaten de rechtsstaat en de grondrechten die zijn verankerd in het Handvest te handhaven, en de door de medewetgevers aangenomen wetgeving ten uitvoer te leggen; benadrukt het bindende karakter van de uitspraken van het HvJ-EU en het EHRM;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>102.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten raciale profilering en andere discriminerende praktijken te verbieden, ook aan de grenzen, aanzienlijke middelen toe te wijzen aan op inclusie en rechten gebaseerde initiatieven en onafhankelijke mechanismen voor monitoring, verantwoordingsplicht en klachten in te stellen; vraagt de Commissie bindende effectbeoordelingen op het gebied van mensenrechten en gelijkheid op te stellen om algoritmische discriminatie te voorkomen; verzoekt de Commissie en de lidstaten voorts om de onevenredige blootstelling van geracialiseerde gemeenschappen aan verontreiniging, aantasting van het milieu en klimaatgerelateerde risico’s aan te pakken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>103.</NO.P>dringt er bij de lidstaten op aan nationale mensenrechteninstellingen op te richten, in overeenstemming met de VN-beginselen van Parijs, om de onafhankelijkheid van deze instellingen en hun vermogen om hun taken doeltreffend uit te voeren te garanderen, en om waarborgen te bieden tegen politieke inmenging;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>104.</NO.P>verzoekt de lidstaten Richtlijn (EU) 2024/1500<FOOTNOTE><FIELD> Richtlijn (EU) 2024/1500 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 betreffende normen voor organen voor gelijke behandeling op het gebied van gelijke behandeling en gelijke kansen voor vrouwen en mannen in arbeid en beroep, en tot wijziging van de Richtlijnen 2006/54/EG en 2010/41/EU (PB L, 2024/1500, 29.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2024/1500/oj).</FIELD></FOOTNOTE> en Richtlijn (EU) 2024/1499<FOOTNOTE><FIELD> Richtlijn (EU) 2024/1499 van de Raad van 7 mei 2024 betreffende normen voor organen voor gelijke behandeling op het gebied van gelijke behandeling van personen ongeacht hun ras of etnische afstamming, gelijke behandeling van personen in arbeid en beroep ongeacht hun godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele oriëntatie, gelijke behandeling van vrouwen en mannen op het gebied van sociale zekerheid en de toegang tot en het aanbod van goederen en diensten, en tot wijziging van Richtlijnen 2000/43/EG en 2004/113/EG (PB L, 2024/1499, 29.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2024/1499/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, waarin minimumnormen voor organen voor gelijke behandeling zijn vastgesteld, volledig uit te voeren; dringt aan op concrete maatregelen om de onafhankelijkheid van organen voor gelijke behandeling te garanderen en hun doeltreffendheid bij de bevordering van gelijkheid te waarborgen; moedigt aan dat maatschappelijke organisaties worden gesteund bij de ontwikkeling en verspreiding van voorlichtingsinitiatieven om gelijkheid te bevorderen en met het oog op een breed bereik en een goede toegankelijkheid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>105.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten om op holistische wijze doeltreffende actie te ondernemen tegen antisemitisme, vreemdelingenhaat, racisme, vrouwenhaat, homofobie, transfobie en andere vormen van vooroordelen, onverdraagzaamheid, discriminatie en haatmisdrijven; roept voorts op tot aanhoudende inspanningen op zowel EU- als nationaal niveau om gerelateerde haatmisdrijven te monitoren, te voorkomen en te vervolgen en om minderheden te beschermen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>106.</NO.P>neemt met bezorgdheid kennis van de bevindingen van het FRA, waaruit blijkt dat het antisemitisme in de hele Unie aanzienlijk is toegenomen, zowel online als in de openbare ruimte en binnen lokale gemeenschappen; benadrukt dat veel Joodse mensen melden dat zij belemmeringen ondervinden om openlijk uiting te geven aan hun identiteit en nog steeds te maken hebben met veiligheidsproblemen; dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan de mechanismen voor preventie, melding en slachtofferhulp te versterken, de uitvoering van de EU-strategie ter bestrijding van antisemitisme te versnellen en te zorgen voor volledige naleving van het EU-recht en het nationale recht, en waar nodig educatie-, bewustmakings- en veiligheidsmaatregelen te verbeteren; veroordeelt ten stelligste de toename van antisemitisme in de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>107.</NO.P>is bezorgd over het feit dat sommige beleidsmaatregelen die in enkele lidstaten zijn genomen, hebben geleid tot discriminatie van bepaalde groepen, waaronder groepen die worden gedefinieerd op basis van ras, huidskleur, etnische afkomst, taal, godsdienst, handicap of seksuele geaardheid; hekelt het feit dat dit beleid onder meer leidt tot discriminerende juridische en rechtshandhavingspraktijken, alsook tot het delegitimeren — en in sommige gevallen het criminaliseren of pogingen tot criminalisering — van politieke, religieuze en andere vormen van meningsuiting; verzoekt de lidstaten af te zien van dergelijke praktijken of van de vaststelling van beleid en wetgeving die dergelijke gevolgen voor deze groepen kunnen hebben;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>108.</NO.P>verwerpt krachtig elke vorm van discriminatie en vijandigheid jegens religieuze gemeenschappen, waaronder islamofobie, en alle andere vormen van discriminatie en racisme in de hele EU, waaronder gewelddadige handelingen, intimidatie, haatzaaiende uitlatingen en het tonen van haatsymbolen in de openbare ruimte; verzoekt de lidstaten en de kandidaat-lidstaten ervoor te zorgen dat leden van alle minderheden gelijk worden behandeld voor de wet;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>109.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten om de discriminatie en sociale uitsluiting waarmee kwetsbare groepen, waaronder de Roma, te maken krijgen, aan te pakken en te zorgen voor een doeltreffende uitvoering van het strategisch EU-kader voor gelijkheid, inclusie en participatie van de Roma; dringt er bij de lidstaten op aan gevolg te geven aan de arresten van het EHRM met betrekking tot de rechten van de Roma, en dringt er bij de Commissie op aan daar toezicht op te houden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>110.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten discriminatie van personen met een handicap te bestrijden en hun volledige inclusie in en deelname aan de samenleving te bevorderen; verzoekt voorts de EU en de lidstaten om gevolg te geven aan de aanbevelingen van het CRPD om een einde te maken aan discriminatie van personen met een handicap en ervoor te zorgen dat zij op voet van gelijkheid hun grondrechten kunnen uitoefenen en volledig kunnen participeren op alle gebieden van de samenleving<FOOTNOTE><FIELD> https://tbinternet.ohchr.org/_layouts/15/treatybodyexternal/Download.aspx?symbolno=CRPD%2FC%2FEUR%2FCO%2F2-3&amp;Lang=en.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>111.</NO.P>veroordeelt alle vormen van geweld en dwang ten aanzien van personen met een handicap, in het bijzonder gedwongen sterilisatie, die een ernstige schending van de menselijke waardigheid en lichamelijke integriteit vormt; verzoekt de Commissie en de lidstaten om gedwongen sterilisatie op grond van een handicap of handelingsbevoegdheid zonder uitzondering strafbaar te stellen en de overlevenden schadeloos te stellen; roept op tot een EU-actieplan voor gelijkheid en intersectionaliteit; dringt aan op erkenning en integratie van nationale gebarentalen als onderdeel van de taalkundige diversiteit van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>112.</NO.P>vraagt dat het EU-platform voor personen met een handicap wordt versterkt als permanent participatiemechanisme voor beleidsdialoog met organisaties van personen met een handicap; verzoekt de Commissie een transparant monitoringkader voor de EU-strategie inzake de rechten van personen met een handicap 2021-2030 te handhaven, met jaarlijkse openbare verslaglegging en echte betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld; benadrukt dat de EU-instellingen het goede voorbeeld moeten geven door te zorgen voor toegankelijkheid, inclusieve aanwerving en een aanzienlijke toename van het aantal personeelsleden met een handicap binnen het ambtenarenapparaat van de EU; steunt de uitvoering van een actieplan voor personen met een handicap in het externe optreden van de EU, waarbij ervoor wordt gezorgd dat de rechten van personen met een handicap volledig worden geïntegreerd in de ontwikkelings- en humanitaire programma’s van de EU, in overeenstemming met artikel 32 van het CRPD;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Sociale en economische rechten beschermen en milieueffecten aanpakken</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>113.</NO.P>verzoekt de Commissie erop toe te zien dat EU-middelen die bestemd zijn voor het bevorderen van sociale inclusie en het verbeteren van de levensstandaard — met inbegrip van toegang tot betaalbare huisvesting, hoogwaardig onderwijs, sociale zekerheid en gezondheidszorg — op doeltreffende en transparante wijze worden gebruikt; uit zijn bezorgdheid over recente gevallen van misbruik van middelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>114.</NO.P>dringt er bij de Commissie op aan de monitoring, controle en rechtstreekse betrokkenheid van de gemeenschap te versterken om ervoor te zorgen dat elke euro bij de beoogde begunstigden terechtkomt en bijdraagt tot een daadwerkelijke verbetering van de levensomstandigheden van achtergestelde en gemarginaliseerde groepen, met inbegrip van etnische minderheden en mensen die worden getroffen door de groene en digitale transitie; verzoekt de lidstaten erop toe te zien dat het Europees Sociaal Handvest en de Europese pijler van sociale rechten in acht worden genomen; vraagt de Commissie nauwlettend toe te zien op de uitvoering ervan en actie te ondernemen in geval van ontoereikende uitvoering;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>115.</NO.P>uit zijn bezorgdheid over het feit dat huisvesting als handelswaar wordt beschouwd; pleit ervoor de toegang tot sociale en betaalbare huisvesting te verbeteren en langetermijnstrategieën op het gebied van huisvesting vast te stellen die op rechten zijn gebaseerd en tevens gericht zijn op het voorkomen van dakloosheid; dringt er bij de Commissie op aan ervoor te zorgen dat in het komende EU-actieplan voor betaalbare huisvesting prioriteit wordt gegeven aan toegankelijkheid, betaalbaarheid en energie-efficiëntie, en de oprichting van een specifiek fonds te overwegen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>116.</NO.P>benadrukt het belang van toegang tot de rechter, transparantie en participatie in milieuaangelegenheden; vraagt dat in het beleid van de Unie maatregelen worden opgenomen die gericht zijn op het bereiken van een hoog niveau van milieubescherming en het verbeteren van de kwaliteit van het milieu, zoals vastgelegd in artikel 37 van het Handvest; herhaalt zijn verzoek om het recht op een gezond milieu in het Handvest te erkennen; dringt er bij de EU en de lidstaten op aan onmiddellijk actie te ondernemen om de klimaatverandering te bestrijden; herhaalt zijn verzoek aan de Commissie om het mandaat van het EOM uit te breiden tot milieudelicten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>117.</NO.P>herinnert eraan dat armoede een schending van de menselijke waardigheid vormt en de volledige verwezenlijking van de in het Handvest van de grondrechten en artikel 9 VWEU erkende grondrechten ondermijnt; benadrukt dat armoedebestrijding daarom een centrale prioriteit moet zijn voor de EU en alle lidstaten; vraagt dat doelstellingen voor armoedebestrijding worden geïntegreerd in relevante economische, sociale en milieubeleidsmaatregelen van de EU door middel van een mainstreamingbenadering die aansluit bij de Europese pijler van sociale rechten en de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de VN (SDG 1); dringt er bij de Commissie op aan de uitbanning van armoede als horizontale doelstelling te verankeren in de volgende strategische cyclus van de EU en duidelijke governance- en monitoringmechanismen vast te stellen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>118.</NO.P>herhaalt dat toegang tot een toereikend inkomen een voorwaarde is voor een waardig leven; merkt op dat, in het verlengde van het voorstel van de Commissie voor een aanbeveling van de Raad betreffende een adequaat minimuminkomen ter waarborging van actieve inclusie, een EU-richtlijn inzake een toereikend minimuminkomen zou kunnen bijdragen aan de doelstelling om de armoede in de lidstaten tegen 2030 met ten minste de helft terug te dringen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>119.</NO.P>vraagt de Commissie een Europese strategie ter bestrijding van armoede te ontwikkelen, met als doel armoede tegen 2035 uit te bannen, en te voorzien in meetbare tussentijdse doelstellingen; dringt er bij de Commissie op aan een EU-taskforce voor armoedebestrijding op te richten, met als doel toezicht te houden op de uitvoering en coördinatie van de komende EU-strategie voor armoedebestrijding en de multidimensionale armoede en ongelijkheid in de lidstaten in kaart te brengen; pleit voor gestructureerde participatie van mensen die in armoede leven en organisaties die hen vertegenwoordigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>120.</NO.P>wijst erop dat armoede raakvlakken heeft met gender, leeftijd, handicap, etnische afkomst, migratiestatus en plattelands- of regionale achterstand; dringt aan op gerichte armoedebestrijdingsmaatregelen; benadrukt dat de bestrijding van intersectionele armoede een combinatie van maatregelen vereist, waaronder antidiscriminatiebeleid, kwalitatief hoogwaardige werkgelegenheid, betaalbare diensten en maatregelen ter verbetering van de inzetbaarheid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>121.</NO.P>erkent dat zinvolle participatie van mensen die in armoede leven van essentieel belang is voor de democratische legitimiteit en de doeltreffendheid van het armoedebestrijdingsbeleid; dringt aan op permanente dialoogstructuren op EU- en nationaal niveau met maatschappelijke organisaties en sociale partners om sociale inclusie te bevorderen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Vooruitblik naar de periode na 2025</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>122.</NO.P>herinnert eraan dat het welzijn van mensen een van de pijlers vormde waarop het EU-project is gegrondvest, en is van mening dat de EU, ongeacht geopolitieke, veiligheids- en sociaal-economische uitdagingen, de sociale en grondrechtendimensies waarop het project is gebaseerd, niet mag veronachtzamen; verzoekt de Commissie om in al het bestaande en toekomstige EU-beleid naar behoren rekening te houden met het welzijn van personen, met inbegrip van de meest kwetsbaren, en om voedsel- en gezondheidszekerheid op te nemen in haar agenda voor politieke veiligheid;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°         °</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>123.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsook aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>