<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0147</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Verslag van de Commissie over de rechtsstaat 2025</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0091/2026 - Rapporteur: Konstantinos Arvanitis)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 29 april 2026 inzake het verslag 2025 van de Commissie over de rechtsstaat (2025/2239(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), en met name artikel 2, artikel 3, lid 1, artikel 3, lid 3, tweede alinea, artikel 4, lid 3, en de artikelen 5, 6, 7, 11, 19 en 49 daarvan,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), en met name de artikelen die betrekking hebben op de eerbiediging, bescherming en bevordering van democratie, de rechtsstaat en grondrechten in de Unie, waaronder de artikelen 70, 258, 259, 260, 263, 265 en 267,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna “het Handvest”),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ‑EU),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 8 juli 2025 getiteld “Verslag over de rechtsstaat 2025 — Situatie op het gebied van de rechtsstaat in de Europese Unie” (COM(2025)0900) en de bijlage daarbij met aanbevelingen voor de lidstaten,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2020/2092 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2020 betreffende een algemeen conditionaliteitsregime ter bescherming van de Uniebegroting<FOOTNOTE><FIELD> PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2020/2092/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (hierna “de verordening inzake conditionaliteit met betrekking tot de rechtsstaat”),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/1060 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds Plus, het Cohesiefonds, het Fonds voor een rechtvaardige transitie en het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en de financiële regels voor die fondsen en voor het Fonds voor asiel, migratie en integratie, het Fonds voor interne veiligheid en het Instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visumbeleid<FOOTNOTE><FIELD> PB L 231 van 30.6.2021, blz. 159, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/1060/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (de “verordening gemeenschappelijke bepalingen”),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (hierna “het Financieel Reglement”), en met name artikel 6, lid 3,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/692 van het Europees Parlement en de Raad van 28 april 2021 tot vaststelling van het programma “Burgers, gelijkheid, rechten en waarden” en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1381/2013 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EU) nr. 390/2014 van de Raad<FOOTNOTE><FIELD> PB L 156 van 5.5.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/692/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het pakket voorstellen van de Commissie voor een meerjarig financieel kader 2028-2034,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de VN-instrumenten inzake de bescherming van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, zoals de Universele Verklaring van de rechten van de mens, het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR), het Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie (IVUR), het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen (CEDAW) en het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (CRPD), de Verklaring inzake de rechten van tot nationale of etnische, religieuze en taalminderheden behorende personen, de aanbevelingen van het VN-Forum voor minderheidsvraagstukken en de aanbevelingen en verslagen van de universele periodieke doorlichting van de VN, evenals de jurisprudentie van de VN-verdragsorganen en de speciale procedures van de VN-Mensenrechtenraad,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de beginselen van de VN met betrekking tot de status van nationale instellingen (de beginselen van Parijs), die zijn aangenomen bij resolutie nr. 48/134 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties van 20 december 1993,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de VN-verklaring over mensenrechtenverdedigers, die in 1998 is aangenomen, en de EU-richtsnoeren over mensenrechtenverdedigers, die in juni 2004 zijn aangenomen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens (EVRM), het Europees Sociaal Handvest, de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) en het Europees Comité voor sociale rechten, en de verdragen, aanbevelingen, resoluties, adviezen en verslagen van de Parlementaire Vergadering, het Comité van Ministers, de Commissaris voor de Mensenrechten, de Europese Commissie tegen Racisme en Onverdraagzaamheid, de Stuurgroep bestrijding van discriminatie, diversiteit en inclusie, de Commissie van Venetië en andere organen van de Raad van Europa,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden en het Kaderverdrag inzake de bescherming van nationale minderheden van de Raad van Europa,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het 34e algemene verslag over de activiteiten in 2024 van het Europees Comité inzake de voorkoming van folteringen en onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen van de Raad van Europa,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het 25e algemene activiteitenverslag (2024) van de Groep van Staten tegen Corruptie (Greco) van de Raad van Europa,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het memorandum van overeenstemming tussen de Raad van Europa en de Europese Unie van 23 mei 2007 en de conclusies van de Raad van 17 december 2024 over de prioriteiten van de EU voor samenwerking met de Raad van Europa in de periode 2025-2026,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag van de Raad van Europa betreffende de bescherming van het beroep van advocaat, dat op 12 maart 2025 is vastgesteld en op 13 mei 2025 voor ondertekening is opengesteld,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn (EU) 2016/343 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende de versterking van bepaalde aspecten van het vermoeden van onschuld en van het recht om in strafprocedures bij de terechtzitting aanwezig te zijn<FOOTNOTE><FIELD> PB L 65 van 11.3.2016, blz. 1, http://data.europa.eu/eli/dir/2016/343/oj<STRING ITALIC="on">.</STRING></FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 25 oktober 2016 met aanbevelingen aan de Commissie betreffende de instelling van een EU-mechanisme voor democratie, de rechtsstaat en grondrechten<FOOTNOTE><FIELD> PB C 215 van 19.6.2018, blz. 162.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie van 20 december 2017 voor een besluit van de Raad betreffende de constatering van een duidelijk gevaar voor een ernstige schending, door de Republiek Polen, van de rechtsstaat, ingediend op grond van artikel 7, lid 1, VEU (COM(2017)835),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 7 februari 2018 over de bescherming en non-discriminatie ten aanzien van minderheden in de EU-lidstaten<FOOTNOTE><FIELD> PB C 463 van 21.12.2018, blz. 21.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 1 maart 2018 over het besluit van de Commissie om de procedure van artikel 7, lid 1, VEU in te leiden ten aanzien van de situatie in Polen<FOOTNOTE><FIELD> PB C 129 van 5.4.2019, blz. 13.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 19 april 2018 over de noodzaak van invoering van een Europees waardeninstrument ter ondersteuning van maatschappelijke organisaties die in de Europese Unie op lokaal en nationaal niveau de fundamentele waarden uitdragen<FOOTNOTE><FIELD> PB C 390 van 18.11.2019, blz. 117.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 12 september 2018 over het voorstel voor een besluit van de Raad houdende de constatering, overeenkomstig artikel 7, lid 1, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, dat er een duidelijk gevaar bestaat voor een ernstige schending door Hongarije van de waarden waarop de Unie berust<FOOTNOTE><FIELD> PB C 433 van 23.12.2019, blz. 66.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 13 november 2018 over minimumnormen voor minderheden in de EU<FOOTNOTE><FIELD> PB C 363 van 28.10.2020, blz. 13.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 14 november 2018 over de noodzaak van een omvattend EU-mechanisme voor de bescherming van democratie, de rechtsstaat en grondrechten<FOOTNOTE><FIELD> PB C 363 van 28.10.2020, blz. 45.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 3 april 2019 getiteld “Verdere versterking van de rechtsstaat in de Unie — Stand van zaken en mogelijke volgende stappen” (COM(2019)0163),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 17 juli 2019 getiteld “Versterking van de rechtsstaat binnen de Unie — Een blauwdruk voor actie” (COM(2019)343),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 7 oktober 2020 over de instelling van een EU-mechanisme voor democratie, de rechtsstaat en grondrechten<FOOTNOTE><FIELD> PB C 395 van 29.9.2021, blz. 2.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 13 november 2020 over de impact van de COVID-19-maatregelen op de democratie, de rechtsstaat en de grondrechten<FOOTNOTE><FIELD> PB C 415 van 13.10.2021, blz. 36.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 17 december 2020 over het burgerinitiatief “Minority SafePack — één miljoen handtekeningen voor verscheidenheid in Europa”<FOOTNOTE><FIELD> PB C 445 van 29.10.2021, blz. 70.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 11 maart 2021 over het uitroepen van de EU tot vrijheidszone voor LGBTIQ-personen<FOOTNOTE><FIELD> PB C 474 van 24.11.2021, blz. 140.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 10 juni 2021 over de situatie van de rechtsstaat in de Europese Unie en de toepassing van Verordening (EU, Euratom) 2020/2092 inzake conditionaliteit<FOOTNOTE><FIELD> PB C 67 van 8.2.2022, blz. 86.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 24 juni 2021 over het verslag van de Commissie over de rechtsstaat 2020<FOOTNOTE><FIELD> PB C 81 van 18.2.2022, blz. 27.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bestrijding van corruptie, ter vervanging van Kaderbesluit 2003/568/JBZ van de Raad en van de Overeenkomst ter bestrijding van corruptie waarbij ambtenaren van de Europese Gemeenschappen of van de lidstaten van de Europese Unie betrokken zijn en tot wijziging van Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 8 juli 2021 over de opstelling van richtsnoeren voor de toepassing van het algemeen conditionaliteitsregime ter bescherming van de Uniebegroting<FOOTNOTE><FIELD> PB C 99 van 1.3.2022, blz. 146.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 16 september 2021 met aanbevelingen aan de Commissie betreffende het aanmerken van gendergerelateerd geweld als een nieuwe vorm van criminaliteit als bedoeld in artikel 83, lid 1, VWEU<FOOTNOTE><FIELD> PB C 117 van 11.3.2022, blz. 88.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 11 november 2021 over de versterking van de democratie en de vrijheid en pluriformiteit van de media in de EU: oneigenlijk gebruik van civielrechtelijke en strafrechtelijke procedures om journalisten, ngo’s en het maatschappelijk middenveld het zwijgen op te leggen<FOOTNOTE><FIELD> PB C 205 van 20.5.2022, blz. 2.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 15 december 2021 over de evaluatie van de preventiemaatregelen ter voorkoming van corruptie, onregelmatige uitgaven en het misbruik van EU- en nationale middelen bij noodfondsen en op crisisgerelateerde uitgaventerreinen<FOOTNOTE><FIELD> PB C 251 van 30.6.2022, blz. 48.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 8 maart 2022 over de steeds beperktere ruimte voor het maatschappelijk middenveld in Europa<FOOTNOTE><FIELD> PB C 347 van 9.9.2022, blz. 2.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 10 maart 2022 over de rechtsstaat en de gevolgen van het arrest van het HvJ-EU<FOOTNOTE><FIELD> PB C 347 van 9.9.2022, blz. 168.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 19 mei 2022 over het verslag van de Commissie over de rechtsstaat 2021<FOOTNOTE><FIELD> PB C 479 van 16.12.2022, blz. 18.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 9 juni 2022 over de rechtsstaat en de potentiële goedkeuring van het Poolse nationaal herstel- en veerkrachtplan<FOOTNOTE><FIELD> PB C 493 van 27.12.2022, blz. 108.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 15 september 2022 over de situatie van de grondrechten in de Europese Unie in 2020 en 2021<FOOTNOTE><FIELD> PB C 125 van 5.4.2023, blz. 80.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 15 september 2022 over het voorstel voor een besluit van de Raad houdende de constatering, overeenkomstig artikel 7, lid 1, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, dat er een duidelijk gevaar bestaat voor een ernstige schending door Hongarije van de waarden waarop de Unie berust<FOOTNOTE><FIELD> PB C 125 van 5.4.2023, blz. 463.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 20 oktober 2022 over de toename van haatmisdrijven ten aanzien van lhbtiq+-personen in heel Europa in het licht van de recente homofobe moord in Slowakije<FOOTNOTE><FIELD> PB C 149 van 28.4.2023, blz. 22.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 10 november 2022 over raciale gerechtigheid, non-discriminatie en antiracisme in de EU<FOOTNOTE><FIELD> PB C 161 van 5.5.2023, blz. 10.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 24 november 2022 over de beoordeling van de inachtneming door Hongarije van de rechtsstatelijke voorwaarden in het kader van de verordening inzake conditionaliteit met betrekking tot de rechtsstaat, en de stand van zaken met betrekking tot het Hongaarse herstel- en veerkrachtplan<FOOTNOTE><FIELD> PB C 167 van 11.5.2023, blz. 74.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 30 maart 2023 over het verslag over de rechtsstaat 2022 – Situatie op het gebied van de rechtsstaat in de Europese Unie<FOOTNOTE><FIELD> PB C 341 van 27.9.2023, blz. 2.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 18 april 2023 over de institutionele betrekkingen tussen de EU en de Raad van Europa<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2023/442, 1.12.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2023/442/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 1 juni 2023 over de inbreuken op de rechtsstaat en de grondrechten in Hongarije en de bevroren EU-gelden<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2023/1223, 21.12.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2023/1223/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van zijn Enquêtecommissie om het gebruik van Pegasus en soortgelijke spyware voor surveillance te onderzoeken (PEGA) en zijn aanbeveling van 15 juni 2023 aan de Raad en de Commissie naar aanleiding van het onderzoek naar vermeende inbreuken op en gevallen van wanbeheer bij het toepassen van het Unierecht met betrekking tot het gebruik van Pegasus en soortgelijke spyware voor surveillance<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2024/494, 23.1.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/494/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 11 juli 2023 over de kieswet, de onderzoekscommissie en de rechtsstaat in Polen<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2024/3995, 17.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/3995/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 6 december 2023 getiteld “Geen plaats voor haat: een verenigd Europa tegen haat” (JOIN(2023)0051),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 18 januari 2024 over de situatie van de grondrechten in de Europese Unie – jaarverslag 2022 en 2023<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2024/5739, 17.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/5739/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 18 januari 2024 over uitbreiding van de lijst van EU-misdrijven tot haatzaaiende uitlatingen en haatmisdrijven<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2024/5733, 17.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/5733/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 28 februari 2024 getiteld “Verslag over het verslag van de Commissie over de rechtsstaat 2023”<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2024/6743, 26.11.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6743/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 29 februari 2024 over de verdieping van de EU-integratie met het oog op toekomstige uitbreiding<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2024/6746, 26.11.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6746/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2024/1083 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 tot vaststelling van een gemeenschappelijk kader voor mediadiensten op de interne markt en tot wijziging van Richtlijn 2010/13/EU (Europese verordening mediavrijheid)<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2024/1083, 17.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1083/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 24 april 2024 over de lopende hoorzittingen in het kader van artikel 7, lid 1, VEU over Hongarije om de rechtsstaat te versterken en de budgettaire gevolgen daarvan<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2025/3705, 17.9.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/3705/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de afronding van de procedure van artikel 7, lid 1, VEU met betrekking tot Polen, zoals aangekondigd door de Commissie op 29 mei 2024, naar aanleiding van de stappen die Polen heeft ondernomen om de naleving van de EU-normen inzake de rechtsstaat te herstellen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van de Europese Raad van 27 juni 2024, met inbegrip van een routekaart voor toekomstige werkzaamheden op het gebied van interne hervormingen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het EU-actieplan inzake mensenrechten en democratie 2020-2024 (JOIN(2020)0005), dat verlengd is tot 2027,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie van 10 oktober 2024 getiteld “Financiering ter bevordering, bescherming en handhaving van de grondrechten — Jaarverslag over de toepassing van het EU-Handvest van de grondrechten 2024” (COM(2024)0456 final),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 7 mei 2025 over een vernieuwde langetermijnbegroting voor de Unie in een veranderende wereld<FOOTNOTE><FIELD> Aangenomen teksten, P10_TA(2025)0090.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie van 16 juli 2025 voor een verordening van de Raad tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2028-2034 (COM(2025)0571),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 8 oktober 2025 getiteld “Een Unie van gelijkheid: strategie voor gelijkheid van lhbtiq’ers 2026-2030”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 4 november 2025 getiteld “Mededeling inzake het uitbreidingsbeleid van de EU voor 2025” (COM(2025)0690) en de begeleidende werkdocumenten van de diensten van de Commissie (het uitbreidingspakket van 4 november 2025),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 12 november 2025 getiteld “Europees schild voor de democratie: zorgen voor sterke en veerkrachtige democratieën” (JOIN(2025)0791),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 12 november 2025 getiteld “EU-strategie voor het maatschappelijk middenveld” (COM(2025)0790),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 25 november 2025 over het voorstel voor een besluit van de Raad houdende de constatering, overeenkomstig artikel 7, lid 1, VEU dat er een duidelijk gevaar bestaat voor een ernstige schending door Hongarije van de waarden waarop de Unie berust<FOOTNOTE><FIELD> Aangenomen teksten, P10_TA(2025)0283.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 18 december 2025 over de tenuitvoerlegging van het conditionaliteitsmechanisme voor de rechtsstaat<FOOTNOTE><FIELD> Aangenomen teksten, P10_TA(2025)0343.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 20 januari 2026 getiteld “Unie van gelijkheid: strategie tegen racisme 2026-2030” (COM(2026)0012),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de speciale verslagen van de Europese Rekenkamer van 17 december 2024 over handhaving van EU-wetgeving (28/2024), van 22 februari 2024 over de rechtsstaat in de EU (03/2024) en van 10 januari 2022 over EU-steun voor de rechtsstaat in de westelijke Balkan (01/2022), gezien zijn analyse van 28 februari 2024 over verslaglegging door de Commissie over de rechtsstaat (02/2024), en gezien het speciaal verslag over transparantie van aan ngo’s toegekende EU-financiering (11/2025) en de respectieve bijbehorende aanbevelingen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de politieke beleidslijnen voor de volgende Europese Commissie 2024-2029, die op 18 juli 2024 door Ursula von der Leyen, toenmalig kandidaat voor het voorzitterschap van de Commissie, aan het Parlement zijn voorgelegd, de toespraak over de Staat van de Unie van de voorzitter van de Commissie van 10 september 2025 in het Europees Parlement, en de mededeling van de Commissie van 21 oktober 2025 getiteld “Werkprogramma van de Commissie voor 2026” (COM(2025)0870),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Eurobarometer-enquêtes van 2024 en 2025,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de bevindingen van de Flash Eurobarometer 569-enquête van september 2025 over de uitdagingen en prioriteiten van de EU,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verslagen, enquêtes en adviezen van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (FRA),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de inbreng die het FRA bij de Commissie heeft ingediend in het kader van de voorbereiding van het verslag over de rechtsstaat 2025,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van het Europees Comité van de Regio’s van 2 april 2025, getiteld “Het lokale en regionale perspectief bij de tenuitvoerlegging van de rechtsstaat in de Europese Unie”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het rapport van de Rule of Law Clinic van het Democracy Institute van de Central European University getiteld “Rule of Law beyond the EU Member States — Assessing the Union’s Performance 2025” (De rechtsstaat buiten de EU-lidstaten — beoordeling van de prestaties van de Unie in 2025),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de studie die werd verricht in opdracht van zijn Begrotingscommissie getiteld “The tools for protecting the EU budget from breaches of the rule of law: the Conditionality Regulation in context”<FOOTNOTE><FIELD> Rubio E. et al., “The tools for protecting the EU budget from breaches of the rule of law: the Conditionality Regulation in context”, Europees Parlement, directoraat-generaal Intern Beleid, beleidsondersteunende afdeling Begrotingszaken, april 2023.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resoluties over de schendingen van de democratie, de rechtsstaat en de grondrechten in de lidstaten,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de feedbackverslagen, missieverslagen, schriftelijke vragen en antwoorden van zijn Groep voor toezicht op de democratie, de rechtsstaat en de grondrechten (DRFMG)<FOOTNOTE><FIELD> Zie voor alle monitoringactiviteiten van de DRFMG: voor de vorige zittingsperiode: https://www.europarl.europa.eu/committees/en/libe-democracy-rule-of-law-and-fundament/product-details/20190103CDT02662, en voor deze zittingsperiode: https://www.europarl.europa.eu/committees/en/working-group-democracy-rule-of-law-and-/product-details/20241205CDT13884.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 55 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie juridische zaken en de Begrotingscommissie en het advies van de Subcommissie mensenrechten,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A10-0091/2026),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat eerbied voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en de eerbiediging van de mensenrechten, waaronder de rechten van personen die tot minderheden behoren, de waarden zijn waarop de EU berust, zoals neergelegd in artikel 2 VEU en zoals weerspiegeld in het Handvest en verankerd in internationale mensenrechtenverdragen; overwegende dat het Handvest deel uitmaakt van het primaire EU-recht; overwegende dat alle lidstaten deze waarden gemeen hebben en dat deze waarden door de EU en door elke lidstaat afzonderlijk in alle interne en externe beleidsmaatregelen consequent moeten worden geëerbiedigd en actief moeten worden bevorderd; overwegende dat de lidstaten ervoor moeten zorgen dat de bescherming van de in artikel 2 VEU verankerde waarden niet verslechtert; overwegende dat ondermijning van deze waarden een systemische bedreiging vormt voor de rechten en vrijheden van de personen die in de EU wonen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat in artikel 49 VEU is bepaald dat elke Europese staat die verzoekt lid te worden van de EU, de in artikel 2 VEU bedoelde waarden moet eerbiedigen en zich ertoe moet verbinden deze uit te dragen; overwegende dat toetreding een strikt op verdiensten gebaseerd proces moet blijven dat gebaseerd is op naleving van de criteria van Kopenhagen, met name die met betrekking tot democratie, de rechtsstaat en mensenrechten; overwegende dat de criteria van Kopenhagen bepalen dat deze beginselen na toetreding niet mogen worden genegeerd of opnieuw geïnterpreteerd; overwegende dat deze naleving tevens vereist dat kandidaat-lidstaten zich geleidelijk aanpassen aan de beleidslijnen en standpunten van de EU, met inbegrip van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, en met name de op mensenrechten gebaseerde aanpak van de EU;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de rechtsstaat, de grondrechten, de werking van de democratische instellingen, de hervorming van het openbaar bestuur en de economische criteria de kern vormen van wat de “fundamentele kwesties” van het EU-toetredingsproces worden genoemd; overwegende dat geloofwaardige hervormingen en onomkeerbare resultaten op deze gebieden essentieel zijn om gelijkheid voor de wet en de praktische uitoefening van de grondrechten te waarborgen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat, in overeenstemming met de conclusies van de Europese Raad van 27 juni 2024, vooruitgang moet worden geboekt met interne hervormingen parallel aan het uitbreidingsproces om ervoor te zorgen dat het beleid van de EU toekomstbestendig is;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de situatie van personen die tot minderheden behoren regelmatig moet worden gemonitord en in het verslag over de rechtsstaat moet worden weergegeven;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat de EU de sociale en grondrechten waarop zij berust, moet hooghouden en actief moet beschermen, in het kader van haar bevoegdheden; overwegende dat de aanhoudende tekortkomingen in de bescherming van economische en sociale rechten —waaronder het recht op rechtvaardige en billijke arbeidsomstandigheden en arbeidsvoorwaarden, sociale zekerheid en bescherming, toegang tot gezondheidszorg en onderwijs, steun voor toegang tot adequate huisvesting en het beginsel van non-discriminatie — moeten worden beschouwd als een ernstige bedreiging voor de in artikel 2 VEU verankerde waarden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat de EU in 2025 in haar lidstaten is geconfronteerd met ernstige uitdagingen en democratische achteruitgang op het gebied van de bescherming van de rechtsstaat, de democratie en de grondrechten, die allemaal intrinsiek met elkaar zijn verbonden; overwegende dat in het verslag over de rechtsstaat 2025 structurele tekortkomingen zijn vastgesteld op het gebied van rechtsstelsels, handhaving van corruptiebestrijding, openbare dienstverlening, mediabestuur en checks-and-balances, maar ook het positieve traject in verschillende lidstaten bevestigt en laat zien dat de jaarlijkse rechtsstaatcyclus vooruitgang blijft aanmoedigen en ondersteunen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat het FRA in zijn verslag over de grondrechten 2025 (“Fundamental Rights Report 2025”)<FOOTNOTE><FIELD> Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten, “Fundamental Rights Report 2025”, Bureau voor publicaties van de Europese Unie, Luxemburg, 2025.</FIELD></FOOTNOTE> benadrukt dat geopolitieke veranderingen en zowel wetgevende als maatschappelijke ontwikkelingen de grondrechten in de EU onder druk zetten, en dat verdeeldheid zaaiende identiteitspolitiek een rol speelt bij de toename van racisme en haat, waardoor mensen met uiteenlopende etnische achtergronden en van verschillende religieuze gemeenschappen leed wordt aangedaan; overwegende dat in het verslag ook wordt opgemerkt dat haatzaaiende uitlatingen en schadelijke inhoud zich ongecontroleerd online blijven verspreiden, dat snelle digitale veranderingen en ontwikkelingen op het gebied van artificiële intelligentie (AI) de bestaande ongelijkheden dreigen te vergroten, en dat duizenden levens die verloren gaan op zee en beschuldigingen van slechte behandeling aan de grenzen de alarmbel doen rinkelen over de behandeling van asielzoekers en migranten; overwegende dat deze trends een bedreiging vormen voor de democratische waarden en gelijkheid en een risico vormen voor de grondrechten van mensen, en dat sommige mensen in de hele EU het nog steeds financieel moeilijk hebben in de huidige uitdagende sociaal-economische omstandigheden, die degenen die al een risico op armoede lopen onevenredig hard treffen en de bestaande ongelijkheden voor kansarme groepen verergeren; overwegende dat er ondanks de uitdagingen in 2024 positieve ontwikkelingen zijn, zoals EU-wetgeving voor de regulering van onlineruimten en AI, die erop gericht is een digitale omgeving te waarborgen waarin de grondrechten worden geëerbiedigd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat reeds lang bestaande zorgen blijven bestaan in een lidstaat waarop de procedure van artikel 7, lid 1, VEU van toepassing is met betrekking tot de structurele concentratie van de politieke macht, de uitholling van de institutionele checks-and-balances en de verzwakking van de onafhankelijke toezichthoudende autoriteiten, ondanks herhaalde oproepen tot corrigerende maatregelen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat ondanks de toenemende druk op de civiele ruimte in de hele EU, de ernst van deze druk en de structurele bedreigingen ervan onvoldoende tot uiting komen in het verslag over de rechtsstaat 2025, en dat er slechts beperkte aanbevelingen zijn gedaan; overwegende dat het verslag niet naar behoren ingaat op aanhoudende zorgen over de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, de vrijheid van de media, corruptie en checks-and-balances in bepaalde lidstaten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat de Commissie niet uitvoerig heeft stilgestaan bij de beperkingen van de vrijheid van vergadering, de toegang tot informatie, de integriteit van verkiezingen en discriminatie in verschillende lidstaten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat het HvJ-EU in zaak C-713/23 heeft geoordeeld dat een lidstaat, met het oog op de bij het Unierecht verleende rechten, een huwelijk tussen twee burgers van de EU van hetzelfde geslacht moet erkennen dat rechtmatig is gesloten in een andere lidstaat waar zij hun vrijheid van verkeer en verblijf hebben uitgeoefend; overwegende dat het HvJ-EU heeft geoordeeld dat het weigeren van die erkenning in strijd is met het Unierecht, aangezien de weigering zowel de vrijheid van verkeer en verblijf als het grondrecht op eerbiediging van het privé- en gezinsleven schendt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat volgens mediavrijheidsindexen de gevaarlijke nabijheid tussen de nieuwsmedia en de machthebbers binnen de EU tot uiting komt in de ondoorzichtige, ongelijke verdeling van overheidsreclame; overwegende dat het medialandschap wordt bepaald door belangenconflicten en dat regionale mediakanalen die zich tegen druk verzetten, te maken krijgen met strategische rechtszaken tegen publieke participatie (SLAPP’s) die hun financiën zwaar onder druk zetten; overwegende dat er tekenen van hoop zijn, waarbij sommige mediasectoren weer opleven na een vermindering van de juridische druk, andere een positieve economische dynamiek laten zien en verschillende sectoren een hoog niveau van persvrijheid bereiken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat journalisten in verschillende lidstaten nog steeds te maken hebben met lastercampagnes, misbruik van rechtszaken, intimidatie en bedreigingen, wat leidt tot angst en zelfcensuur en het recht van het publiek op informatie ondermijnt; overwegende dat sommige journalisten gedwongen worden onder politiebescherming te leven;</P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat zijn Enquêtecommissie om het gebruik van Pegasus en soortgelijke spyware voor surveillance te onderzoeken (PEGA) heeft vastgesteld dat dergelijke instrumenten in verschillende lidstaten op onrechtmatige wijze zijn gebruikt tegen journalisten, actoren uit het maatschappelijk middenveld, advocaten, oppositieleden en overheidsfunctionarissen; overwegende dat de Enquêtecommissie ernstige schendingen van de privacy, de gegevensbescherming en de vrijheid van meningsuiting heeft gedocumenteerd en waarschuwt dat dergelijke praktijken een structurele bedreiging vormen voor de democratie en de grondrechten in de EU; overwegende dat de inzet van surveillancetechnologieën met behulp van spyware, zoals Predator, Pegasus en Paragon Graphite, tegen journalisten in de EU ernstige zorgen blijft baren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>P.</NO.P>overwegende dat bepaalde schendingen van de grondrechten mogelijk verband houden met het gebruik van bepaalde EU-middelen, met name op het gebied van opvangvoorzieningen voor asielzoekers, opname van personen met een handicap en kinderen in instituten, en bepaalde projecten op het gebied van stadsvernieuwing, huisvesting en onderwijs<FOOTNOTE><FIELD> Bridge EU, “1.1 Billion Euros, 63 Projects, Six Countries, One Pattern: How EU Funds Violate Fundamental Rights”, (Bridge EU 2025).</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat bepaalde EU-middelen mogelijk zijn doorgesluisd naar bedrijven die zich bezighouden met binnendringsoftware<FOOTNOTE><FIELD> Business &amp; Human Rights Resource Centre, “EU: 39 Members of the European Parliament from 4 political groups call for answers regarding taxpayer funding fuelling spyware”, website Business &amp; Human Rights Resource Centre, (1 oktober 2025).</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat het beheer van en het toezicht op de EU-middelen moeten worden versterkt om dergelijke schendingen te voorkomen en te zorgen voor volledige naleving van de waarborgen die de EU-wetgeving biedt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Q.</NO.P>overwegende dat er bezorgdheid is geuit<FOOTNOTE><FIELD> Bureau van de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten (OHCHR), “European Union: Restrictive measures against academics negatively impact human rights, say UN experts”, website van het Bureau van de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten, 26 januari 2026.</FIELD></FOOTNOTE> met betrekking tot de beperkende maatregelen van de EU die zijn ingevoerd bij Besluit (GBVB) 2024/2643 van de Raad<FOOTNOTE><FIELD> Besluit (GBVB) 2024/2643 van de Raad van 8 oktober 2024 betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van de destabiliserende activiteiten van Rusland (PB L, 2024/2643, 9.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2024/2643/oj).</FIELD></FOOTNOTE> en Verordening (EU) 2024/2642 van de Raad<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2024/2642 van de Raad van 8 oktober 2024 betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van de destabiliserende activiteiten van Rusland (PB L, 2024/2642, 9.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2642/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, met name wat betreft hun mogelijke gevolgen voor de rechten van individuen, met inbegrip van journalisten, en de noodzaak om ervoor te zorgen dat dergelijke maatregelen worden toegepast in overeenstemming met de evenredigheidsvereiste van de EU-wetgeving, de eerbiediging van een eerlijke procesgang, rechterlijk toezicht en adequate juridische waarborgen, in overeenstemming met de internationale mensenrechtennormen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>R.</NO.P>overwegende dat corruptie een belangrijk zorgpunt blijft voor EU-burgers, zoals blijkt uit de Eurobarometer-enquête van 2025 over corruptie<FOOTNOTE><FIELD> Europese Commissie, “Special Eurobarometer 561: Citizens’ attitudes towards corruption in the EU in 2025”, juli 2025.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat met name 69 % van de ondervraagden van mening is dat corruptie wijdverbreid is in hun land en dat 51 % vindt dat corruptie wijdverbreid is binnen politieke partijen; overwegende dat corruptie door de overgrote meerderheid van de ondervraagden wordt afgewezen, waarbij 71 % van hen acht dat het in geen enkel geval aanvaardbaar om gunsten te verlenen in ruil voor voordelen van overheidsinstanties, 74 % het geven van geschenken afkeurt en 80 % het betalen van geld om dergelijke voordelen te verkrijgen afkeurt; overwegende dat 5 % van de ondervraagden zegt in de afgelopen twaalf maanden corruptie te hebben meegemaakt of er getuige van te zijn geweest, maar dat slechts één op de vijf dit heeft gemeld, en dat minder dan de helft van de ondervraagden weet waar ze een geval van corruptie kunnen melden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>S.</NO.P>overwegende dat de Greco van de Raad van Europa in zijn 25e algemene activiteitenverslag onderstreept dat fundamentele hervormingen van essentieel belang blijven om de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, het openbaar ministerie en de rechtshandhaving te versterken en het vertrouwen in overheidsinstellingen, politiek leiderschap, de rechterlijke macht en de rechtshandhaving te herstellen, hetgeen aanhoudende inspanningen op het gebied van corruptiebestrijding vereist, sterker en onafhankelijk toezicht, een robuust en evenwichtig kader voor het beheer van interacties tussen personen met leidinggevende functies en lobbyisten en derden die de openbare besluitvorming beïnvloeden, evenals de toepassing van draaideurnormen, en een niet aflatende inzet voor transparantie, verantwoordingsplicht, gerechtigheid en integriteit; overwegende dat verdere actie nodig is om ervoor te zorgen dat de wetgeving inzake toegang tot informatie alomvattend is, daadwerkelijk wordt gehandhaafd en proactief wordt uitgevoerd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>T.</NO.P>overwegende dat de integriteit van verkiezingen, gelijk kiesrecht en echte politieke concurrentie essentiële onderdelen zijn van de in artikel 2 VEU verankerde waarden en systematisch aan de orde moeten komen bij het toezicht op de rechtsstaat van de lidstaten en van kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>U.</NO.P>overwegende dat in het 34e algemene verslag van het Europees Comité inzake de voorkoming van folteringen en onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen van de Raad van Europa ernstige bezorgdheid wordt geuit over de aanzienlijke toename van de overbezetting in gevangenissen, met name in sommige lidstaten, waardoor gevangenissen volstrekt niet kunnen functioneren en waarbij personen mogelijk worden blootgesteld aan onmenselijke en vernederende behandelingen, aangezien overbezetting leidt tot slechtere levensomstandigheden, meer spanningen en geweld en een verschraling van de nuttige tijdsbesteding en de voorbereiding op de terugkeer van gevangenen in de samenleving;</P></CONS><CONS><P><NO.P>V.</NO.P>overwegende dat volgens gegevens<FOOTNOTE><FIELD> Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten, “Criminal Detention Database 2015-2022”, website FRA; Aebi, M.F. en Cocco, E. “SPACE I – 2024 – Council of Europe Annual Penal Statistics: Prison populations”, Raad van Europa, 2025; Wereldgezondheidsorganisatie, “Status report on prison health in the WHO European Region 2022”, Regionaal Kantoor van de WHO voor Europa, Kopenhagen, 2023.</FIELD></FOOTNOTE> van het FRA en de Raad van Europa, ontoereikende gezondheidszorg, beperkte toegang tot geestelijke gezondheidszorg en een groeiend aantal zelfmoorden een ernstig probleem blijven in gevangenissen in verschillende lidstaten; overwegende dat zelfmoorden en daden van zelfbeschadiging de hardnekkige en ernstige problemen in hechtenissystemen onderstrepen; overwegende dat bijzondere aandacht moet uitgaan naar jeugdinrichtingen, waar minderjarigen door een gebrek aan voldoende psychologische zorg, onderwijs en re-integratiemaatregelen blootstaan aan verdere traumatisering en uitsluiting;</P></CONS><CONS><P><NO.P>W.</NO.P>overwegende dat het niet of slechts gedeeltelijk uitvoeren van en de aanhoudende vertragingen bij de uitvoering van arresten van het HvJ-EU en het EHRM geen geïsoleerde gevallen zijn, maar aanhoudende problemen in verschillende lidstaten en terugkerende problemen in andere lidstaten weerspiegelen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>X.</NO.P>overwegende dat het European Implementation Network en Democracy Reporting International benadrukken dat de hiaten in de uitvoering, zowel bij het HvJ-EU als bij het EHRM, grotendeels betrekking hebben op dezelfde gebieden, namelijk rechterlijke onafhankelijkheid en toegang tot de rechter, asiel en migratie, detentieomstandigheden, gelijkheid en gegevens/surveillance; overwegende dat er tegelijkertijd in bepaalde lidstaten positieve horizontale ontwikkelingen hebben plaatsgevonden waaruit blijkt dat naleving en verbetering mogelijk zijn wanneer er echte politieke wil en bereidheid is om de uitspraken van internationale rechtbanken na te leven teneinde de rechtsstaat te handhaven<FOOTNOTE><FIELD> European Implementation Network en Democracy Reporting International, “Justice Delayed and Justice Denied — Non-implementation of European Courts Judgments and the Rule of Law”, 2025.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Y.</NO.P>overwegende dat desinformatie, algoritmische manipulatie en onvoldoende transparantie van onlineplatforms het democratisch debat ondermijnen, en dat de handhaving in het kader van de digitaledienstenverordening<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2022/2065 van het Europees Parlement en de Raad van 19 oktober 2022 betreffende een eengemaakte markt voor digitale diensten en tot wijziging van Richtlijn 2000/31/EG (digitaledienstenverordening) (PB L 277 van 27.10.2022, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2022/2065/oj).</FIELD></FOOTNOTE> erop gericht is deze risico’s aan te pakken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Z.</NO.P>overwegende dat de beperkte aandacht voor de aanbevelingen over het thematische gebied “Andere institutionele kwesties in verband met checks-and-balances” aanleiding geeft tot verdere bezorgdheid, aangezien dat gebied zeer breed is en een keur aan onderwerpen bestrijkt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AA.</NO.P>overwegende dat de methodologie van het jaarlijkse verslag van de Commissie over de rechtsstaat mettertijd weliswaar is verbeterd, maar dat er nog steeds niet altijd duidelijke en operationele benchmarks worden gebruikt voor de beoordeling van de lidstaten in het kader van elke pijler, waardoor het moeilijker wordt om de omstandigheden in de lidstaten te vergelijken en uniforme normen te waarborgen, en waardoor de betrouwbaarheid van het verslag over de rechtsstaat als vroegtijdig waarschuwings- en preventief mechanisme kan worden aangetast;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AB.</NO.P>overwegende dat volgens de analyse van de rechtsstaat 2025 van Liberties<FOOTNOTE><FIELD> Civil Liberties Union for Europe, “European Commission’s Rule of Law Report 2025 — Gap Analysis”.</FIELD></FOOTNOTE>, sinds 2022 ongeveer een derde van alle lidstaten weinig tot geen vooruitgang heeft geboekt bij de uitvoering van de aanbevelingen van de Commissie; overwegende dat negen landen consequent geen uitvoering geven aan vijf tot acht aanbevelingen; overwegende dat er met 61 % van de in 2025 beoordeelde aanbevelingen weinig tot geen vooruitgang is geboekt sinds 2022; overwegende dat 93 % van alle aanbevelingen die de Commissie in 2025 heeft gedaan, herhalingen zijn van voorgaande jaren (waarvan 71 % dateert uit 2022) en dat er in 2025 slechts negen nieuwe aanbevelingen zijn gedaan; overwegende dat in 2025 slechts 6 % van de aanbevelingen kon worden aangemerkt als volledig uitgevoerd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AC.</NO.P>overwegende dat de DRFMG in de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken van het Parlement toezicht houdt op schendingen van de democratie, de rechtsstaat en de grondrechten, en op corruptiebestrijding binnen de EU; overwegende dat de DRFMG sinds meer dan zeven jaar de toestand van de rechtsstaat, de democratie en de grondrechten in de hele EU beoordeelt door middel van speciale zittingen over lidstaten en horizontale onderwerpen en ad-hocdelegaties; overwegende dat monitoring een technische exercitie is die integriteitssystemen versterkt en de institutionele veerkracht vergroot en gevrijwaard moet blijven van politieke beïnvloeding; overwegende dat de DRFMG, hoewel zij onderdeel is van het parlementaire kader, sinds jaar en dag probeert partijpolitieke overwegingen achterwege te laten en haar beoordelingen te baseren op gevestigde normen en feiten, en waardevolle bijdragen heeft geleverd aan de EU-werkzaamheden inzake de rechtsstaat;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AD.</NO.P>overwegende dat in het werkprogramma van de Commissie voor 2026 wordt gewezen op de noodzaak van een geïntegreerde jaarlijkse rechtsstaatcyclus met een gemeenschappelijke planning, duidelijke mijlpalen en een actieve bijdrage van alle EU-instellingen; overwegende dat eerbiediging van de rechtsstaat absoluut noodzakelijk blijft om alle EU-middelen veilig te stellen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AE.</NO.P>overwegende dat het Parlement herhaaldelijk heeft aangedrongen op een sterker verband tussen de eerbiediging van de rechtsstaat en de toegang tot EU-middelen, onder meer door de koppeling tussen de aanbevelingen in zijn jaarlijkse resolutie over de rechtsstaat en de financiële steun uit de EU-begroting te versterken; overwegende dat de Commissie herhaaldelijk toezeggingen heeft gedaan om dergelijke koppelingen te versterken, onder meer in de toespraak over de Staat van de Unie van Commissievoorzitter Ursula von der Leyen van 10 september 2025;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AF.</NO.P>overwegende dat het gebruik van rechtsstaatinstrumenten onpartijdig moet blijven en uitsluitend gebaseerd moet zijn op verifieerbaar onderzoek en juridische argumenten, vrij van instrumentalisering of politieke onderhandelingen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AG.</NO.P>overwegende dat advocaat-generaal Ćapeta in haar conclusie van 5 juni 2025 in zaak C-769/22 concludeerde dat artikel 2 VEU kan dienen als afzonderlijke rechtsgrond voor inbreukprocedures in gevallen waarin de ontkenning van een waarde de onderliggende oorzaak is van andere inbreuken op het EU-recht, en zij het HvJ-EU voorstelde te verklaren dat Hongarije met de vaststelling van wet LXXIX van 2021 inbreuk heeft gemaakt op de richtlijn inzake elektronische handel<FOOTNOTE><FIELD> Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2000 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, in de interne markt (“Richtlijn inzake elektronische handel”) (PB L 178 van 17.7.2000, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2000/31/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, de dienstenrichtlijn<FOOTNOTE><FIELD> Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt (PB L 376 van 27.12.2006, blz. 36, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2006/123/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, de richtlijn audiovisuele mediadiensten<FOOTNOTE><FIELD> Richtlijn 2010/13/EU van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2010 betreffende de coördinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten inzake het aanbieden van audiovisuele mediadiensten (richtlijn audiovisuele mediadiensten) (PB L 95 van 15.4.2010, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2010/13/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, de algemene verordening gegevensbescherming<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2016/679/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, artikel 56 VWEU, de artikelen 1, 7, 8, lid 2, 11 en 21 van het Handvest en artikel 2 VEU;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AH.</NO.P>overwegende dat het jaarlijkse verslag van de Commissie over de rechtsstaat de lidstaten en kandidaat-lidstaten moet blijven beoordelen; overwegende dat de naleving van de beginselen van de rechtsstaat door de instellingen, organen en instanties van de EU gewaarborgd moet blijven via het rechtsstelsel van de EU en het toezicht van de Europese Ombudsman; overwegende dat in het verslag van de Commissie over de rechtsstaat ook op transparante wijze moet worden beoordeeld in hoeverre de instellingen, organen en instanties van de EU voldoen aan de normen van de rechtsstaat, zodat tekortkomingen binnen de EU-instellingen doeltreffender kunnen worden aangepakt en de geloofwaardigheid van de EU wordt vergroot doordat haar eigen instellingen aan een kritische controle worden onderworpen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AI.</NO.P>overwegende dat de lidstaten ervoor moeten zorgen dat hun nationale mensenrechteninstellingen (NMRI’s) worden opgericht en geaccrediteerd en werken in volledige overeenstemming met de VN-beginselen van Parijs; overwegende dat de onafhankelijkheid, pluriformiteit, financiële zekerheid, adequate toewijzing van middelen, het daadwerkelijke mandaat en het wettelijke gezag van de NMRI’s onontbeerlijk zijn voor hun missie om de grondrechten effectief te bevorderen en te beschermen en toe te zien op de normen van de rechtsstaat en de werking van democratische checks-and-balances; overwegende dat de lidstaten moeten worden opgeroepen om NMRI’s te vrijwaren van politieke inmenging;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Rechtsstelsels</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>herbevestigt dat de rechtsstaat gebaseerd is op het bindende karakter van de wet voor alle overheidsinstanties en op het effectieve recht van ieder individu op toegang tot een onafhankelijk en onpartijdig gerecht, en dat deze twee dimensies onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn en elkaar versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>benadrukt dat een eerlijk en toegankelijk rechtsstelsel een basisbeginsel van de rechtsstaat is, en dat een dergelijk rechtsstelsel niet kan functioneren zonder een onafhankelijke rechterlijke macht; herhaalt dat gelijke toegang tot de rechter voor alle burgers van essentieel belang is;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>benadrukt het belang van onafhankelijke rechtsstelsels en van de toegang tot gratis rechtsbijstand bij het waarborgen van gelijke toegang tot de rechter; herhaalt dat toereikende hulpbronnen, met inbegrip van infrastructurele voorzieningen en personeel, van cruciaal belang zijn voor het verbeteren van de rechtsstelsels;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>roept de lidstaten, kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten op de nodige maatregelen te nemen om te zorgen voor structureel onafhankelijke, efficiënte en onpartijdige rechtsstelsels, alsmede voor toegang tot gratis rechtsbijstand, overeenkomstig hun verplichtingen uit hoofde van de EU-wetgeving en de nationale wetgeving, waardoor gelijke toegang tot de rechter voor iedereen wordt gewaarborgd, hetgeen essentieel is voor burgers om hun rechten uit te oefenen, discriminatie aan te vechten en beleidsmakers ter verantwoording te roepen; herhaalt dat er concrete maatregelen nodig zijn om de toegang te verbeteren, met name voor gemarginaliseerde en kwetsbare groepen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>benadrukt dat om de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en de daadwerkelijke toegang tot de rechter te waarborgen ten minste geautomatiseerde en willekeurige systemen voor de verdeling van zaken nodig zijn, met nauw omschreven en toetsbare redenen voor afwijkingen; transparante, op de wet gebaseerde en niet-politieke benoemings- en bevorderingsprocedures, waarbij ervoor wordt gezorgd dat raden voor de rechtspraak of gelijkwaardige organen voor een aanzienlijke meerderheid bestaan uit leden van het gerechtelijk apparaat die door hun collega’s zijn gekozen, in overeenstemming met de normen van de Commissie van Venetië, en dat de uitvoerende macht geen discretionaire bevoegdheid kan uitoefenen bij benoemingen, ook niet voor voorzitters van rechtbanken en hooggerechtshoven; stabiele en objectieve regels inzake de adequate bezoldiging van rechters; toereikende middelen, waaronder financiering, infrastructuur en gekwalificeerd personeel;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>herinnert eraan dat robuuste nationale rechtsstelsels in de lidstaten, kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten onontbeerlijk zijn, aangezien de Commissie voor de handhaving van het EU-recht afhankelijk is van nationale gerechtelijke autoriteiten, en dat deze van fundamenteel belang zijn voor justitiële samenwerking in de hele EU en voor het bevorderen van wederzijds vertrouwen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>stelt vast dat de Commissie heeft geconstateerd dat er sprake is van structurele uitdagingen met betrekking tot de verbetering van de doeltreffendheid, toegankelijkheid en kwaliteit van de rechterlijke macht in een aantal lidstaten, kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten; benadrukt de noodzaak om het toezicht op deze uitdagingen te verbeteren, in het bijzonder in landen in een vergevorderd stadium van het toetredingsproces; is er stellig van overtuigd dat opleiding een essentiële factor is om de onafhankelijkheid van rechters en de kwaliteit en efficiëntie van het rechtsstelsel te waarborgen; verzoekt de lidstaten te investeren in justitiële opleiding, digitalisering, rechtsbijstand en toegang tot de rechter voor gemarginaliseerde en kwetsbare groepen; spoort de lidstaten ertoe aan te voorzien in opleidingsmogelijkheden voor rechters; is er sterk van overtuigd dat opleidingen multidisciplinair moeten zijn; herhaalt dat toereikende hulpbronnen, met inbegrip van financiering, infrastructuur en gekwalificeerd personeel, van cruciaal belang zijn voor de efficiëntie en toegankelijkheid van het rechtsstelsel; benadrukt het cruciale belang van krachtige steun van de EU op dit gebied;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>verzoekt de lidstaten de kansen te benutten die de digitalisering biedt om vereenvoudiging, verbeterde efficiëntie en toegankelijkheid, tijdsbesparingen en lagere gegevensopslagkosten mogelijk te maken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>onderstreept zijn ernstige bezorgdheid over de buitensporige politieke invloed op rechterlijke benoemingen, tuchtcommissies, bevorderingen en de toewijzing van zaken, onder meer via nieuw opgerichte gerechtelijke structuren die bestaande waarborgen omzeilen en inmenging door de uitvoerende macht vergemakkelijken, met name in Hongarije;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>herinnert eraan dat in het verslag over de rechtsstaat 2025 wordt aangetoond dat veel van de diepgewortelde tekortkomingen die in voorgaande jaren zijn vastgesteld, in Hongarije nog steeds bestaan, namelijk dat de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht nog steeds in twijfel wordt getrokken, dat het openbaar ministerie nog steeds niet goed beschermd is tegen politieke beïnvloeding, dat wetgevingsprocessen ondoorzichtig blijven en dat het publiek slechts in beperkte mate wordt geraadpleegd, en dat de inspanningen ter verdediging van de mediavrijheid, de pluriformiteit van de media en de civiele ruimte geen resultaten van betekenis hebben opgeleverd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>beklemtoont dat rechters onpartijdig moeten zijn; herinnert eraan dat de benoeming en bevordering van rechters uitsluitend moet worden bepaald op basis van hun kwalificaties, aangezien rechters een essentiële rol spelen bij de waarborging van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht; herinnert eraan dat de criteria voor voordrachten en benoemingen met betrekking tot hoge posities binnen de rechterlijke macht volkomen transparant moeten zijn en niet onderhevig mogen zijn aan ongepaste politieke of externe inmenging; herinnert eraan dat ook voor het ontslag van rechters transparante en onpartijdige procedures moeten worden toegepast; roept de Commissie op erop toe te zien en te waarborgen dat het beginsel van non-regressie, zoals verduidelijkt in de jurisprudentie van het HvJ-EU, volledig wordt nageleefd door de lidstaten, met name wat de benoeming van rechters betreft, om te voorkomen dat de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht achteruitgaat;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>herinnert eraan dat de autonomie van het openbaar ministerie moet worden gewaarborgd, zodat politieke inmenging in zijn werkzaamheden wordt voorkomen; verzoekt de lidstaten de waarborgen om voor de onpartijdigheid van openbaar aanklagers te zorgen verder te versterken, gezien de uiteenlopende opzet van de nationale openbare ministeries; dringt er bij hen op aan hervormingen door te voeren in overeenstemming met de aanbevelingen van het verslag over de rechtsstaat 2025, waaronder versterkte bescherming van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en de autonomie van openbaar aanklagers in het kader van parlementaire onderzoeken, alsook maatregelen zoals het loskoppelen van de ambtstermijn van de procureur-generaal van die van de regering; verzoekt de Commissie de in dit verband doorgevoerde hervormingen te evalueren en toe te zien op de doeltreffendheid ervan; dringt erop aan dat de tuchtprocedures voor rechters en openbaar aanklagers worden hervormd om te voorkomen dat ze door politieke autoriteiten worden gebruikt om controle uit te oefenen over de rechterlijke macht, en om ervoor te zorgen dat ze door onafhankelijke organen worden beheerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>laakt het misbruik van het rechtsstelsel voor politieke doeleinden, alsook de vervolging van politieke tegenstanders en de inmenging in corruptieonderzoek; benadrukt dat politiek gemotiveerde vervolgingen het vertrouwen van het publiek in de grondwettelijke beginselen en EU-normen ondermijnen; benadrukt hoe belangrijk het is de autonomie en onafhankelijkheid van het openbaar ministerie te waarborgen om politieke inmenging in zijn werkzaamheden te voorkomen; vestigt de aandacht op de rol van transparante benoemingsprocedures voor aanklagers als belangrijke factor om het vertrouwen van het publiek in het strafrecht te behouden; veroordeelt het misbruik van amnestie en gratie ten gunste van politici, aangezien dit een bedreiging vormt voor het beginsel van gelijkheid voor de wet; uit zijn bezorgdheid over de herhaalde aanvallen op rechters en aanklagers die onderzoeken met betrekking tot prominente politici uitvoeren in verband met gevallen van corruptie en machtsmisbruik gericht tegen politieke tegenstanders;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>benadrukt de belangrijke functie van de nationale raden voor de rechtspraak bij het waarborgen van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, aangezien zij fungeren als buffer tussen de rechterlijke macht en de andere machten op gebieden zoals benoemingen, loopbaanontwikkeling en het beheer van het rechtsstelsel;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>onderstreept dat, wanneer er raden voor de rechtspraak bestaan, de samenstelling en werking ervan in overeenstemming moeten zijn met de normen die zijn vastgesteld door de Commissie van Venetië en de Raad van Europa, met inbegrip van het feit dat de raad uitsluitend uit rechters moet bestaan of, wanneer er sprake is van een combinatie met niet-rechters, een aanzienlijke meerderheid van de leden rechters moeten zijn die door hun gelijken worden gekozen, terwijl niet-rechterlijke leden kunnen worden benoemd door middel van transparante democratische procedures om pluriformiteit en legitimiteit te waarborgen, en dat de uitvoerende macht geen discretionaire controle kan uitoefenen over benoemingen, teneinde onafhankelijkheid te waarborgen en ongepaste beïnvloeding te voorkomen, hetgeen is bekrachtigd door het HvJ-EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>verwelkomt de beoordeling die de Commissie in haar verslag verricht van de doorgevoerde hervormingen en merkt op dat sommige lidstaten vooruitgang hebben geboekt en wetgevingsinitiatieven nemen om de onafhankelijkheid en doeltreffendheid van de raden voor de rechtspraak, voor zover die bestaan, te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>benadrukt dat een doeltreffend en goed werkend rechtsstelsel in de lidstaten onafhankelijke balies en advocaten vereist die hun taken vrij en zonder ongepaste druk of inmenging kunnen uitoefenen, gelet op hun cruciale rol bij het waarborgen van de rechtsstaat en het verdedigen van de grondrechten en de fundamentele vrijheden; benadrukt voorts dat volledige eerbiediging van de kernbeginselen van de advocatuur, met inbegrip van de vertrouwelijkheid tussen advocaat en cliënt, van essentieel belang is;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>betreurt het dat er in verscheidene lidstaten nog steeds zorgen bestaan over de bezoldiging van rechters en gerechtelijk personeel, wat deze banen onaantrekkelijk maakt en waardoor vacatures dus moeilijk in te vullen zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>is ernstig bezorgd over de groeiende tendens waarbij de rol en de legitimiteit van de onafhankelijke rechterlijke macht structureel in twijfel worden getrokken, waardoor de goede werking van het rechtsstelsel als zodanig in het gedrang komt, en benadrukt dat de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht een voorwaarde is voor de legitimiteit van het rechterlijk gezag, de afdwingbaarheid van rechterlijke uitspraken en het vertrouwen van het publiek in de rechtspraak; herinnert eraan dat het beginsel van het machtsevenwicht inhoudt dat geen enkele overheidsinstantie mag ontsnappen aan rechterlijke toetsing, en betreurt narratieven die ernaar streven de legitimiteit van dit beginsel te ondergraven; herinnert eraan dat kritiek op rechters onaanvaardbaar is wanneer deze erop gericht is de uitoefening van die grondwettelijke functie te belemmeren of in diskrediet te brengen; maakt een duidelijk onderscheid tussen legitieme kritiek op rechterlijke beslissingen en aanvallen op de legitimiteit van nationale en internationale rechtbanken als instellingen; veroordeelt elke directe of indirecte poging om rechters te beïnvloeden, te intimideren of te hinderen bij de uitoefening van hun taken, onder meer door tuchtrechtelijke druk of openbare aanvallen die hun gezag ondermijnen; herbevestigt dat internationale rechtbanken hun legitimiteit ontlenen aan de soevereine wil van de staten die hen hebben opgericht en aan de democratische procedures voor de verkiezing van hun rechters, en dat hun rol van essentieel belang is voor de doeltreffende bescherming van de grondrechten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>verzoekt de Commissie politieke aanvallen op rechters en intimidatie van de rechterlijke macht aan te pakken om onafhankelijke rechtsstelsels te waarborgen, met inbegrip van bescherming tegen politieke inmenging; benadrukt dat het aanzienlijke aantal bedreigingen van en aanvallen op juridische beroepsbeoefenaren, met name advocaten<FOOTNOTE><FIELD> Raad van de balies van Europa (CCBE), “CCBE report on threatening behaviour and aggression towards lawyers”, 2024.</FIELD></FOOTNOTE>, een directe bedreiging vormt voor de democratie en de rechtsstaat; verzoekt de lidstaten het Verdrag van de Raad van Europa betreffende de bescherming van het beroep van advocaat te ondertekenen en te ratificeren en alle passende maatregelen te nemen om de verdediging en de vrijheid van meningsuiting van advocaten te waarborgen; verzoekt de Commissie onverwijld te komen met een ontwerpbesluit van de Raad op grond waarvan de EU het verdrag kan ondertekenen en sluiten, en benadrukt dat er snel overeenstemming over dat besluit moet worden bereikt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>herinnert eraan dat beroepsverenigingen van rechters en openbaar aanklagers, samen met actoren uit het maatschappelijk middenveld, een belangrijke rol spelen bij het bevorderen van de rechtsstaat in de praktijk, het verdedigen van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en het bijdragen aan het publieke debat;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>verzoekt de lidstaten af te zien van een bovenmatig gebruik van versnelde procedures of nooddecreten, aangezien deze negatief uitwerken op de stabiliteit en kwaliteit van wetgeving en de democratie; verzoekt de lidstaten te werken aan transparante wetgevingsprocedures, met de stelselmatige raadpleging van verschillende belanghebbende partijen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>is ingenomen met de nationale hervormingen die in sommige lidstaten zijn doorgevoerd om de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht te versterken, en verzoekt de lidstaten, kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten om de nodige maatregelen te blijven nemen om onafhankelijke rechtsstelsels en toegang tot kosteloze rechtsbijstand te waarborgen, zodat iedereen gelijke toegang tot de rechter heeft;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>is ingenomen met de rol van het Europees netwerk van ombudsmannen en benadrukt dat de samenwerking meer moet behelzen dan louter informatie-uitwisseling, met name door systematisch gebruik te maken van vraagprocedures, waarbij nationale ombudsinstanties kunnen vragen om gezaghebbende antwoorden op EU-niveau wanneer zij bij de toepassing van het EU-recht op belemmeringen stuiten, waardoor hun invloed ten opzichte van de nationale autoriteiten wordt versterkt; betreurt het dat de ombudsmannen niet altijd systematisch worden geraadpleegd bij de opstelling van het verslag over de rechtsstaat, ondanks hun cruciale rol bij het blootleggen van tekortkomingen in de uitvoering van het EU-recht; pleit derhalve voor een gestructureerdere en consistentere betrokkenheid van nationale ombudsmannen bij processen op EU-niveau, om systemische problemen die meerdere lidstaten raken, beter in kaart te brengen en de Commissie te ondersteunen bij het aanpakken van tekortkomingen in de doeltreffende toepassing van het EU recht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>roept de lidstaten op de onafhankelijkheid van de nationale toezichtsinstanties te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>roept de EU en haar lidstaten op om hun steun voor Europese en internationale justitiële instellingen verder te intensiveren, te beginnen met de versterking van interne mechanismen voor justitiële samenwerking op basis van wederzijds vertrouwen tussen de rechtsstelsels van de verschillende lidstaten en van kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>verwelkomt de herziening van de richtlijn slachtofferrechten<FOOTNOTE><FIELD> Richtlijn 2012/29/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van minimumnormen voor de rechten, de ondersteuning en de bescherming van slachtoffers van strafbare feiten, en ter vervanging van Kaderbesluit 2001/220/JBZ van de Raad (PB L 315 van 14.11.2012, blz. 57, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2012/29/oj).</FIELD></FOOTNOTE> met het oog op het dichten van juridische leemten, teneinde ervoor te zorgen dat slachtoffers toegang tot de rechter hebben en bijstand kunnen krijgen, met inbegrip van mogelijkheden om beslissingen in strafprocedures met betrekking tot slachtoffers te herzien, evenals bepalingen inzake ondersteuning en bescherming van slachtoffers, toegang tot schadeloosstelling, evenals een doeltreffende verzameling van gegevens, een betere toewijzing van middelen voor de handhaving van de rechten van slachtoffers van misdrijven en de eerbiediging van de privacy van slachtoffers en de bescherming van hun persoonsgegevens bij het aangeven van een misdrijf, ongeacht hun verblijfsstatus, en dat deze persoonsgegevens niet worden gedeeld met de dader;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>benadrukt dat het verzuim om nationale en internationale uitspraken uit te voeren, in sommige lidstaten een structureel probleem blijft, zoals blijkt uit recente bevindingen van het FRA en bijdragen van belanghebbenden; neemt met grote bezorgdheid kennis van de groeiende achterstand en de vertraagde vooruitgang bij de uitvoering van toonaangevende arresten van het EHRM in de EU, zoals blijkt uit het feit dat op 1 januari 2025 650 toonaangevende EHRM-arresten nog altijd niet volledig waren uitgevoerd in de EU-lidstaten, tegenover 624 in januari 2024 en 616 in het jaar daarvoor; merkt voorts op dat 45,7 % van de toonaangevende arresten die de afgelopen tien jaar zijn gewezen met betrekking tot EU-lidstaten, nog steeds niet zijn uitgevoerd, tegenover 44 % eind 2023 en 40 % eind 2022; merkt verder op dat de gemiddelde termijn voor de uitvoering van toonaangevende EHRM-arresten met betrekking tot EU-lidstaten eind 2024 vijf jaar en vier maanden bedroeg, tegenover vijf jaar en twee maanden in 2023 en vijf jaar en één maand in 2022, wat wijst op een structurele en groeiende niet-naleving<FOOTNOTE><FIELD> European Implementation Network, verslag 2025.</FIELD></FOOTNOTE>; is van mening dat de Commissie ernstige niet-uitvoering als een prioritair onderwerp moet behandelen in de politieke dialoog met nationale regeringen en parlementen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>wijst op de centrale rol die het Hof van Justitie speelt bij de handhaving van de rechtsstaat in de hele EU; steunt verdere initiatieven om de middelen en de capaciteit van het Hof van Justitie te vergroten en zodoende verdere uitdagingen voor de rechtsstaat doeltreffend aan te kunnen pakken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>roept de lidstaten ertoe op onverwijld uitvoering te geven aan de nog niet uitgevoerde arresten van het HvJ-EU en van het EHRM; stelt voor dat de EU-instellingen, voortbouwend op relevante bestaande structuren en middelen van de instellingen en agentschappen van de Unie en waar nodig met versterking daarvan, een monitoringeenheid oprichten om toe te zien op de uitvoering van de arresten van het HvJ-EU en het EHRM met betrekking tot democratie, de rechtsstaat en de grondrechten in de EU en de kandidaat-lidstaten, en verzoekt de Commissie een openbaar scorebord of een gelijkwaardig instrument te ontwikkelen om die uitvoering te volgen, de relevante bevindingen volledig op te nemen in het jaarlijkse verslag over de rechtsstaat en systematisch landenspecifieke aanbevelingen op maat te doen, met bijzondere aandacht voor lidstaten die hardnekkig nalaten arresten van het HvJ-EU en het EHRM uit te voeren; verzoekt de Commissie gegevens te analyseren over de niet-naleving van landenspecifieke standpunten van VN-verdragsorganen, op basis van gegevens die zijn verzameld door EU-agentschappen, met name het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten; herhaalt dat een doeltreffende uitvoering van arresten van essentieel belang is voor de bescherming van de grondrechten die zijn verankerd in het VEU, het VWEU, het Handvest en het EVRM;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>dringt er bij de Commissie op aan om in gevallen van aanhoudende niet-uitvoering krachtdadiger gebruik te maken van handhavingsinstrumenten en te beoordelen of deze procedures rechtvaardigen op grond van artikel 258 VWEU, artikel 260 VWEU en, indien van toepassing, budgettaire voorwaarden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>verzoekt de lidstaten maatregelen ter ondersteuning van de uitvoering vast te stellen met duidelijke tijdpaden, verantwoordelijkheden en parlementair toezicht, en de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht te waarborgen en ervoor te zorgen dat nationale rechters niet worden belemmerd om de rechtspraak van het EHRM en het HvJ-EU consistent toe te passen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>herhaalt dat de rechtsstaat wordt ondermijnd wanneer democratisch aangenomen wetten stuiten op institutionele belemmeringen of weerstand van bepaalde gerechtelijke of administratieve sectoren die verder gaan dan legitieme toetsing of controle, waardoor de correcte uitvoering ervan niet mogelijk is; onderstreept dat democratische staten moeten beschikken over mechanismen voor politieke en sociale verzoening, buitensporige juridisering van politieke conflicten moeten voorkomen en de democratische dialoog moeten versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>benadrukt het duidelijke verband tussen de achteruitgang van de rechtsstaat en ernstige schendingen van de grondrechten, waaronder het ontbreken van een eerlijke procesgang voor gedetineerden, misbruik van voorlopige hechtenis, aanzetting tot haat in het politieke of institutionele discours en beperkende maatregelen tegen maatschappelijke organisaties; is er vast van overtuigd dat de Commissie moet nagaan hoe de lidstaten deze schendingen van de beginselen van de rechtsstaat en de grondrechten aanpakken, en haar inspanningen moet opvoeren om een toegankelijk, doeltreffend en onpartijdig rechtsstelsel te waarborgen; neemt met bezorgdheid kennis van het gebruik van bijzondere wetgevingsprocedures en uitvoeringsbesluiten om het gerechtelijk landschap buiten de reikwijdte van de normale parlementaire controle te hervormen, waarbij praktijken worden toegepast die eerder als onverenigbaar met de scheiding der machten zijn aangemerkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>verzoekt de Commissie de omstandigheden in gevangenissen aan te pakken als een rechtsstatelijk probleem, gezien de wijdverspreide overbevolking, gebrekkige levensomstandigheden en stijgende zelfmoordcijfers, die de grondrechten van gedetineerden in alle penitentiaire stelsels van de lidstaten ondermijnen; roept de lidstaten op maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat de detentieomstandigheden in gevangenissen, met inbegrip van jeugdgevangenissen, in overeenstemming zijn met de grondrechten, door overbevolking aan te pakken, te zorgen voor toegang tot gezondheidszorg en psychologische ondersteuning, en zelfmoordpreventiemaatregelen te versterken; is ingenomen met de initiatieven van sommige lidstaten om de overbevolking aan te pakken, en benadrukt dat verdere structurele maatregelen nodig zijn, met inbegrip van coherente strategieën om de gevangenisbevolking terug te dringen en voorrang te geven aan niet tot vrijheidsbeneming strekkende controlemaatregelen en andere alternatieven voor gevangenisstraf;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Kader voor corruptiebestrijding</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>herhaalt dat corruptie een ernstige bedreiging vormt voor de democratie, de rechtsstaat en de eerlijke behandeling van alle burgers, dat corruptie de economische ontwikkeling belemmert, het vertrouwen van het publiek in de instellingen ondermijnt en voor kwetsbaarheden zorgt die door externe actoren op zowel nationaal als EU-niveau kunnen worden uitgebuit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>betreurt dat het vertrouwen van het publiek in de corruptiebestrijding laag blijft, aangezien twee derde van de Europeanen van mening is dat corruptie op hoog niveau onvoldoende wordt vervolgd, meer dan de helft de overheidsmaatregelen ondoeltreffend acht en bijna de helft betwijfelt of de corruptiebestrijdingsmaatregelen op onpartijdige wijze worden toegepast; wijst op belangrijke hiaten in de meldingsmechanismen en het bewustzijn van de burgers; beschouwt dit als een duidelijke oproep aan de EU om haar inspanningen ter voorkoming en bestrijding van corruptie op te voeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>is ernstig bezorgd over corruptiezaken die binnen de Europese instellingen aan het licht zijn gekomen en beklemtoont dat de rechtsstaat vereist dat personen die een openbaar ambt bekleden, niet willekeurig mogen handelen of hun macht mogen misbruiken voor persoonlijk gewin; roept de EU-instellingen op om de beginselen van goed bestuur, waaronder transparantie, verantwoordingsplicht en integriteit, volledig toe te passen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>benadrukt dat het volwaardige lidmaatschap van de EU van Greco, in plaats van haar huidige waarnemersstatus, noodzakelijk is om de bestaande asymmetrie aan te pakken waarbij alle EU-lidstaten door Greco worden geëvalueerd, maar de EU instellingen zelf niet, waardoor de samenhang binnen het integriteitskader van de EU wordt beperkt; benadrukt dat van de Commissie niet redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij zichzelf beoordeelt wat betreft integriteit en corruptiebestrijding, en dat er voor erkend, onafhankelijk extern toezicht moet worden gezorgd om de geloofwaardigheid, transparantie en het vertrouwen van het publiek te waarborgen; benadrukt dat het belangrijk is een duidelijk politiek signaal af te geven dat de EU-instellingen aan dezelfde mate van controle en dezelfde normen worden onderworpen als nationale autoriteiten; herinnert eraan dat het lidmaatschap van de EU van Greco de aanpassing van de regels zou versterken, zou zorgen voor methodologische consistentie, de transparantie, verantwoordingsplicht en efficiëntie in het beheer van de EU-middelen, het wetgevingsproces en de werkzaamheden van de EU-instellingen zou verbeteren, en tegelijkertijd de samenwerking met de lidstaten, kandidaat-lidstaten en buurlanden in de strijd tegen corruptie zou versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>verzoekt de Commissie de onderhandelingen over het volwaardige lidmaatschap van de EU van Greco snel af te ronden; merkt op dat de EU op twee manieren kan toetreden tot Greco: door een rechtstreeks verzoek om toetreding tot de Greco-overeenkomst of, eenvoudiger, door toetreding tot een of beide corruptiebestrijdingsverdragen van de Raad van Europa (ETS nr. 173 en/of 174), wat automatisch leidt tot lidmaatschap van Greco; verzoekt de Commissie daarom onverwijld de meest efficiënte wettelijke route naar volledig Greco-lidmaatschap te bewandelen en ervoor te zorgen dat het jaarlijkse verslag over de rechtsstaat ook betrekking heeft op de EU-instellingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>dringt er bij de lidstaten op aan om alle Greco-aanbevelingen van de Raad van Europa volledig uit te voeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>verzoekt de lidstaten hun nationale strategie voor corruptiepreventie en -bestrijding te publiceren, vast te stellen, bij te werken, te monitoren, uit te voeren en te herzien, en daarbij doelstellingen, prioriteiten en bijbehorende maatregelen en middelen voor de verwezenlijking van die doelstellingen vast te stellen, teneinde ervoor te zorgen dat de bestrijding van corruptie in alle relevante beleidsdomeinen wordt geïntegreerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>erkent de sleutelrol van het Europees Openbaar Ministerie (EOM) bij het waarborgen van de rechtsstaat en de bestrijding van corruptie in de EU, alsook bij de doeltreffende bescherming van de financiële belangen van de Unie tegen criminele activiteiten; moedigt de Commissie aan om de mate van samenwerking van de deelnemende lidstaten met het EOM in volgende verslagen nauwlettend te volgen, en ten volle gebruik te maken van de desbetreffende instrumenten wanneer de samenwerking tekortschiet; steunt de versterking van de monitorings-, coördinatie- en operationele bevoegdheden van het EOM teneinde het EOM beter in staat te stellen corruptie in de lidstaten te onderzoeken en te vervolgen; verzoekt de Commissie de herziening van de EOM-verordening te bespoedigen teneinde de operationele samenwerking en de ondersteuning van gegevensanalyse tussen het EOM en Europol te verbeteren; verzoekt alle lidstaten die dit nog niet hebben gedaan met klem zich aan te sluiten bij het EOM om de strijd tegen corruptie doeltreffender te maken, met name in verband met de bescherming van EU-middelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>verzoekt de lidstaten, kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten, alsmede de instellingen, organen en instanties van de EU, preventieve maatregelen tegen corruptie te nemen of te versterken, zoals gespecialiseerde en onafhankelijke anticorruptie-instellingen, transparant beheer van EU-middelen, versterkte of correcte handhaving van transparantievereisten bij de besluitvorming, zoals registers van lobbyisten en rapportageverplichtingen inzake politieke financiering, waarborging van een hoog niveau van transparantie op de relevante EU-beleidsterreinen, gedragscodes voor overheidsfunctionarissen, verplichte openbaarmakingen van vermogen en de verificatie daarvan, systemen voor vroegtijdige waarschuwing en duidelijke regels inzake belangenconflicten en draaideurpraktijken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>verzoekt alle instellingen, organen en instanties van de EU hun maatregelen tegen corruptie met betrekking tot de openbaarmaking van en de omgang met belangenconflicten, open toegang tot informatie en regels voor de interactie van instellingen, organen en instanties van de EU met de particuliere sector, te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>verzoekt instellingen, organen en instanties van de EU zoals Europol, Eurojust, de Europese Rekenkamer, het Europees Openbaar Ministerie (EOM) en het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) hun samenwerking te verbeteren, met name door het fraudebestrijdingskader van de EU te herzien en te versterken, waaronder het waarborgen dat het OLAF over voldoende middelen beschikt, teneinde schendingen van de rechtsstaat doeltreffender op te sporen, te voorkomen en te vervolgen wanneer deze directe of indirecte gevolgen hebben voor de financiële belangen van de Unie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>pleit voor versterking van preventieve maatregelen tegen draaideurpraktijken in rechtsstelsels, met name in kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten, om te voorkomen dat rechters en openbaar aanklagers overheids- of politieke functies opnemen die tot belangenconflicten kunnen leiden en de integriteit en onpartijdigheid van het rechtsstelsel kunnen schaden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over de situatie in sommige lidstaten waar gespecialiseerde instanties voor corruptiebestrijding zijn ontmanteld, zijn opgegaan in minder onafhankelijke structuren of zijn onderworpen aan een nieuwe vaststelling van hun bevoegdheden op een manier die hun onafhankelijkheid vermindert of het mogelijk maakt dat vervolgings- of politiebevoegdheden voor politieke doeleinden worden gebruikt; merkt op dat deze ontwikkelingen hebben geleid tot een scherpe daling van het aantal onderzoeken en vervolgingen van corruptiezaken, waaronder zaken op hoog niveau, en de doeltreffendheid van de nationale kaders voor corruptiebestrijding ondermijnen, zoals blijkt uit recente analyses van deskundigen; wijst erop dat het openbaar ministerie van cruciaal belang is voor de lidstaten om misdaad en corruptie te kunnen bestrijden; betreurt elke overheids- of politieke inmenging in strafrechtelijke onderzoeken, met inbegrip van corruptie en aanverwante misdrijven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>verzoekt de lidstaten de onafhankelijkheid, onpartijdigheid, specialisatie van, en toereikende middelen voor, tuchtraden, openbare ministeries, corruptiebestrijdingsinstanties en de rechterlijke macht te waarborgen, overeenkomstig de aanbevelingen van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie en de Greco;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>is verheugd over de nieuwe richtlijn inzake corruptiebestrijding, die het rechtskader van de EU actualiseert en versterkt in overeenstemming met het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie; is met name ingenomen met de harmonisatie van de definitie van kerncorruptiedelicten op EU-niveau, waaronder omkoping in de publieke en particuliere sector, wederrechtelijke toe-eigening, ongeoorloofde beïnvloeding, belemmering van de rechtsgang, illegale verrijking, verberging en ernstig misbruik van een openbaar ambt; herinnert eraan dat het misdrijf ambtsmisbruik en andere vergelijkbare misdrijven binnen het toepassingsgebied van de richtlijn vallen, integrerend deel uitmaken van het regelgevingskader voor corruptiebestrijding en transparantie en in strijd zijn met internationale verdragen inzake corruptiebestrijding; is ingenomen met de verscherping van de strafrechtelijke sancties voor zowel natuurlijke als rechtspersonen, waaronder gevangenisstraffen van ten minste drie tot vijf jaar, ontzetting uit ambten en uitsluiting van de toegang tot overheidsmiddelen, alsook geldboeten voor bedrijven op basis van hun omzet; neemt kennis van de aangescherpte regels inzake rechtsmacht, waardoor lidstaten vervolging kunnen instellen voor bepaalde in het buitenland gepleegde strafbare feiten; is ingenomen met het versterkte preventieve kader, met inbegrip van de verplichting om gespecialiseerde instanties voor corruptiebestrijding of organisatorische eenheden in te stellen, regelmatig risicobeoordelingen te verrichten en klokkenluiders en meewerkende personen te beschermen; benadrukt dat in de richtlijn inzake corruptiebestrijding wordt benadrukt dat, met volledige inachtneming van alle relevante regels in de nationale grondwetten, grondwettelijke beginselen en wetten, het onterecht afschermen van personen, met name houders van een openbaar ambt, van de verantwoordelijkheid voor corruptiemisdrijven het vertrouwen van het publiek kan ondermijnen op een wijze die onverenigbaar is met de doelstellingen van deze richtlijn; benadrukt voorts dat de lidstaten moeten beschikken over een systeem voor de registratie, productie en verstrekking van geanonimiseerde statistische gegevens over het aantal gratieverleningen in verband met veroordelingen op grond van de artikelen 7, 8, 9 en 10 van de richtlijn; dringt er bij alle lidstaten op aan de richtlijn inzake corruptiebestrijding snel en volledig uit te voeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>wijst erop dat de rechtsstaat vereist dat overheidsfunctionarissen, in zowel de EU-instellingen als de lidstaten, transparant en in het algemeen belang handelen, zonder machtsmisbruik of willekeurige besluitvorming; verzoekt de lidstaten, kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten een cultuur van integriteit te bevorderen middels regelmatige opleidingen inzake corruptiebestrijding voor overheidsfunctionarissen, rechtshandhavers en de rechterlijke macht, en door het maatschappelijk middenveld actief te betrekken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>onderstreept dat vrijheid van informatie en toegang tot informatie van algemeen belang een grondrecht is en een essentieel onderdeel van transparantie, democratische verantwoordingsplicht en corruptiebestrijding; merkt op dat het verslag van de Commissie over de rechtsstaat stelselmatig aandacht besteedt aan dit onderwerp, met inbegrip van ongerechtvaardigde beperkingen, vertragingen of belemmeringen voor de toegang tot openbare informatie; verzoekt de lidstaten tijdig doeltreffende en niet-discriminerende toegang te bieden tot informatie van overheidsinstanties en af te zien van wetgevings- of administratieve maatregelen die de transparantie beperken of het publieke toezicht belemmeren, wanneer zij onverenigbaar zijn met het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>is bezorgd over het feit dat als gevolg van recente hervormingen van het strafrecht, waarbij de sancties en de verjaringstermijnen voor corruptiemisdrijven zijn versoepeld, honderden corruptiezaken zijn stopgezet, waaronder zaken met betrekking tot ernstige misdrijven, waardoor afbreuk is gedaan aan de afschrikkende werking, een klimaat van straffeloosheid is ontstaan en het vertrouwen in de openbare instellingen is uitgehold;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>merkt op dat in Hongarije de sterke invloed van de uitvoerende macht op openbaar aanklagers, in combinatie met wetshervormingen op grond waarvan corruptiezaken kunnen worden geseponeerd of straffen kunnen worden afgezwakt, een weerspiegeling is van de systematische achteruitgang die eerder door het Parlement is vastgesteld in het kader van de procedure van artikel 7 VEU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>dringt er bij de lidstaten, kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten op aan te zorgen voor snelle, grondige en onpartijdige onderzoeken naar corruptiegevallen, met bijzondere prioriteit voor gevallen waarbij hoge overheidsfunctionarissen betrokken zijn, teneinde de rechtsstaat te waarborgen, het vertrouwen van het publiek te bewaren en ervoor te zorgen dat op alle bestuursniveaus verantwoording wordt afgelegd; verzoekt de lidstaten voorts dergelijke zaken binnen een redelijke termijn op te volgen om het gevoel van straffeloosheid onder de burgers niet aan te wakkeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>56.</NO.P>roept de lidstaten op hun wettelijke bepalingen inzake de strafrechtelijke aansprakelijkheid van hoge ambtenaren, zoals bepaald in de richtlijn inzake corruptiebestrijding, aan te passen en de juridische en procedurele belemmeringen weg te nemen die de gerechtelijke autoriteiten ervan weerhouden relevante zaken snel te onderzoeken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>57.</NO.P>verzoekt de Commissie systematisch verslag uit te brengen over en een onderscheid te maken tussen de geboekte resultaten op het gebied van onderzoeken, inbeschuldigingstellingen en definitieve veroordelingen in corruptiezaken op hoog niveau in elke lidstaat; verzoekt de Commissie voorts om situaties van aanhoudende straffeloosheid aan te merken als structurele zwakke punten met aanzienlijke gevolgen voor de bescherming van de EU-begroting, en om deze bevindingen op te nemen in het hoofdstuk over corruptiebestrijding van het verslag over de rechtsstaat;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>58.</NO.P>onderkent de cruciale rol die klokkenluiders spelen bij het aan het licht brengen van corruptie en het bevorderen van transparantie in zowel de publieke als de particuliere sector; benadrukt dat zij doeltreffend moeten worden beschermd tegen represailles en intimidatie; roept op tot verdere versterking van onafhankelijke en autonome instanties voor de bescherming van klokkenluiders en tot de integratie ervan in bredere nationale corruptiebestrijdingskaders; dringt er bij de lidstaten en kandidaat-lidstaten op aan klokkenluiders en journalisten die melding maken van corruptie of wanbeheer van EU-middelen te beschermen en de bescherming ervan verder te versterken door te zorgen voor vertrouwelijke meldingskanalen, doeltreffende rechtsmiddelen tegen represailles en de bescherming van onderzoeksjournalistiek en de vrijheid van meningsuiting; dringt aan op de invoering van specifieke verzwarende omstandigheden in het strafrecht voor strafbare feiten die tegen journalisten zijn gepleegd wanneer dergelijke daden zijn ingegeven door of verband houden met hun beroepsactiviteiten;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bescherming van journalisten, en de pluriformiteit en vrijheid van de media</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>59.</NO.P>merkt op dat de moord op onderzoeksjournalisten een directe aanval is op de rechtsstaat, omdat dit niet alleen het vermogen van burgers en instellingen ondermijnt om machthebbers ter verantwoording te roepen, maar ook een van de meest extreme vormen van censuur is, die een directe bedreiging vormt voor de vrijheid van meningsuiting en de werking van democratische instellingen; benadrukt dat bedreigingen, pesterijen en campagnes tegen journalisten, ook als deze politiek gemotiveerd zijn, een afschrikkend effect hebben op onderzoeksjournalistiek en moeten leiden tot snelle, grondige, onafhankelijke en doeltreffende onderzoeken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>60.</NO.P>veroordeelt ten zeerste de surveillance van journalisten, met name door middel van spyware, met inbegrip van de zaak-Paragon Graphite, alsmede het gericht aanvallen van journalisten en actoren van maatschappelijke organisaties in verschillende lidstaten, hetgeen een inbreuk vormt op de vrijheid van meningsuiting en de mediavrijheid, en de beginselen van de democratie ondermijnt; beklemtoont het belang van de bescherming van journalisten en de vertrouwelijkheid van hun communicatie tegen elke vorm van onwettige of willekeurige surveillance; is ingenomen met de inspanningen om de waarborgen tegen dergelijke praktijken te versterken; benadrukt dat de bestaande waarborgen moeten worden versterkt, met inbegrip van rechterlijke toetsing, beoordeling van de noodzaak en evenredigheid en doeltreffende verhaalmechanismen, alsook de handhaving van de EU-wetgeving;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>61.</NO.P>blijft bezorgd over de beperkte follow-up die de Commissie geeft aan de aanbevelingen van de parlementaire enquêtecommissie over het gebruik van Pegasus en soortgelijke spyware, is van mening dat de volledige en tijdige uitvoering ervan de EU veel beter in staat zou stellen om misbruik te voorkomen en de grondrechten hoog te houden; verzoekt de Commissie regelmatig aan het Parlement, en met name aan zijn Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (LIBE), verslag uit te brengen over de stand van zaken wat betreft de uitvoering van die aanbevelingen; roept de Commissie op om in haar toekomstige verslag over de rechtsstaat het gebruik van spyware tegen journalisten aan de orde te stellen, aangezien dit rechtstreekse gevolgen heeft voor de mediavrijheid, de pluriformiteit van de media en de veiligheid van journalisten; erkent dat bepaalde lidstaten naar aanleiding van op EU-niveau geuite bezorgdheid hervormingen hebben doorgevoerd om het toezicht, de transparantie en de verantwoordingsplicht bij het gebruik van surveillancetechnologieën te verbeteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>62.</NO.P>neemt met bezorgdheid kennis van het gebruik van steeds extremere binnendringsoftware, waaronder AI-gebaseerde instrumenten, met name wanneer de toepassing daarvan een onevenredige inbreuk kan vormen op grondrechten, zoals de privacy, de vrijheid van vergadering of de mediavrijheid; benadrukt dat AI-gebaseerde surveillancetechnologieën, met inbegrip van biometrische systemen zoals gezichtsherkenning, een groot risico inhouden voor de eerbiediging van de grondrechten, en dat deze, wanneer ze worden gebruikt, onderworpen moeten zijn aan voorafgaande rechterlijke toestemming en transparant toezicht; verzoekt de Commissie na te gaan of nationale praktijken waarbij sprake is van biometrische surveillance of grootschalige gegevensverzameling, systeemrisico’s vormen voor de rechtsstaat;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>63.</NO.P>is ernstig bezorgd over de steeds beter gedocumenteerde beschuldigingen van onwettige surveillance en spionage, waarbij EU-instellingen het doelwit zijn; benadrukt dat dergelijke praktijken, indien bevestigd, een ernstige bedreiging zouden vormen voor de rechtsstaat, de scheiding der machten, het democratisch toezicht en de integriteit van de besluitvormingsprocessen van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>64.</NO.P>herinnert eraan dat het gebruik van spyware, gezien de zeer indringende aard ervan, een ernstige inbreuk vormt op de grondrechten, het wederzijdse vertrouwen tussen de lidstaten ondermijnt en de werking van de interne markt en het EU-beleid kan verstoren; roept op tot volledige transparantie, doeltreffend en onafhankelijk toezicht op dergelijke praktijken en concrete corrigerende maatregelen, ook op EU-niveau, om ervoor te zorgen dat er verantwoording wordt afgelegd; herhaalt dat surveillance moet worden uitgevoerd in overeenstemming met de wet, een legitiem doel moet dienen en strikt noodzakelijk en evenredig moet zijn, en onderworpen moet zijn aan robuuste waarborgen; onderstreept dat elk misbruik van surveillance-instrumenten dat na een behoorlijke procedure wordt vastgesteld, tastbare gevolgen moet hebben in het kader van de juridische en begrotingsinstrumenten van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>65.</NO.P>blijft ernstig bezorgd over het feit dat media-eigendom, of dit nu publiek of particulier is, in veel lidstaten, kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten sterk geconcentreerd blijft, hetgeen een risico vormt voor de diversiteit van informatie en standpunten; is bezorgd over de toenemende politieke inmenging in het bestuur, het beheer en de personeelsbezetting van publieke omroepen, waardoor hun onafhankelijkheid wordt ondermijnd; benadrukt het democratische belang van onafhankelijke en goed gefinancierde publieke omroepen; verzoekt de lidstaten, kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten wetgevingskaders goed te keuren om horizontale concentratie te voorkomen, transparantie van eigendom en beheer te waarborgen, onder meer via openbare eigendomsregisters, te zorgen voor een transparante toewijzing van overheidsmiddelen en onafhankelijke toezichts- en nalevingsmechanismen op te richten om de redactionele en journalistieke onafhankelijkheid en de rol van de media als publieke waakhond te beschermen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>66.</NO.P>veroordeelt elke ongepaste politieke inmenging in het beheer van publieke media en neemt met bezorgdheid kennis van structurele hervormingen in bepaalde lidstaten die de politieke invloed op benoemings- en ontslagprocedures vergroten, evenals het gebruik van door de staat gecontroleerde reclame, politiek beïnvloede regelgevende instanties en consolidatie van media in regeringsgezinde conglomeraten, die samen de pluriformiteit van de media uithollen en de toegang tot onafhankelijke informatie beperken; roept de lidstaten op te zorgen voor transparante, open, doeltreffende en niet-discriminerende benoemingsprocedures voor bestuursorganen, op basis van vooraf vastgestelde objectieve en evenredige criteria, overeenkomstig artikel 5 van de Europese verordening mediavrijheid, en dringt er bij de Commissie op aan nauwlettend toe te zien op nationale hervormingen die de pluriformiteit van de media en de onafhankelijkheid van publieke omroepen kunnen ondermijnen; benadrukt dat onafhankelijke en betrouwbare media, met inbegrip van publieke omroepen die vrij zijn van politieke controle, onontbeerlijk zijn voor democratische verantwoordingsplicht, aangezien zij burgers in staat stellen de machthebbers kritisch te volgen en corruptie en ambtsmisbruik op te sporen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>67.</NO.P>herinnert eraan dat onlineplatforms zoals Instagram, TikTok en X belangrijke nieuwsbronnen zijn, met name onder een jong publiek; is bezorgd dat aanbevelingssystemen polariserende inhoud kunnen versterken en echokamers van informatie kunnen creëren, wat ernstige risico’s met zich meebrengt voor het democratisch debat en de pluriformiteit van de media; verzoekt de Commissie te zorgen voor doeltreffende handhaving van de digitaledienstenverordening<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2022/2065 van het Europees Parlement en de Raad van 19 oktober 2022 betreffende een eengemaakte markt voor digitale diensten en tot wijziging van Richtlijn 2000/31/EG (digitaledienstenverordening) (PB L 277 van 27.10.2022, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2022/2065/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, met name wat betreft de verplichtingen van platforms om systeemrisico’s voor de pluriformiteit van de media en het maatschappelijk debat te beperken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>68.</NO.P>verwelkomt initiatieven ter bevordering van vrije, onafhankelijke en pluralistische media, zoals de Europese verordening mediavrijheid; betreurt echter dat de Europese verordening mediavrijheid in de meeste lidstaten nog verre van doeltreffend wordt uitgevoerd; roept de lidstaten op om onmiddellijk hun verplichtingen na te komen om te zorgen voor een snelle en volledige uitvoering van de richtlijn, met inbegrip van transparantie bij de toewijzing van overheidsreclame online en offline, en de waarborging van pluriformiteit van de media en redactionele onafhankelijkheid; verzoekt de Commissie de lidstaten te ondersteunen bij de omzetting van de Europese verordening mediavrijheid in nationale wetgeving, toe te zien op de uitvoering ervan en inbreukprocedures te overwegen wanneer de verplichtingen niet worden nagekomen; verzoekt de Commissie de lidstaten actief bij te staan bij de toepassing van de Europese verordening mediavrijheid, onder meer door waar nodig interpretatieve richtsnoeren uit te vaardigen, en de doeltreffende handhaving ervan nauwlettend te monitoren, met name in lidstaten waar onafhankelijke bronnen hun bezorgdheid hebben geuit over de mediavrijheid; benadrukt dat, gezien de rechtstreekse toepasselijkheid van de verordening, journalisten en belanghebbenden zich er al op kunnen beroepen voor nationale en EU-rechtbanken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>69.</NO.P>verzoekt de lidstaten en kandidaat-lidstaten de bescherming van journalisten en andere mediaprofessionals in de EU te waarborgen overeenkomstig de aanbevelingen van de Commissie (EU) 2021/1534<FOOTNOTE><FIELD> Aanbeveling (EU) 2021/1534 van de Commissie van 16 september 2021 over het waarborgen van de bescherming, de veiligheid en de weerbaarheid van journalisten en andere mediaprofessionals in de Europese Unie (PB L 331 van 20.9.2021, blz. 8, ELI: http://data.europa.eu/eli/reco/2021/1534/oj).</FIELD></FOOTNOTE> en (EU) 2022/758<FOOTNOTE><FIELD> Aanbeveling (EU) 2022/758 van de Commissie van 27 april 2022 over de wijze waarop journalisten en mensenrechtenverdedigers die betrokken zijn bij publieke participatie kunnen worden beschermd tegen kennelijk ongegronde of onrechtmatige gerechtelijke procedures (“strategische rechtszaken tegen publieke participatie”) (PB L 138 van 17.5.2022, blz. 30, ELI: http://data.europa.eu/eli/reco/2022/758/oj).</FIELD></FOOTNOTE>; onderstreept dat de bescherming van journalisten niet alleen doeltreffende fysieke veiligheidsmaatregelen moet omvatten, maar ook waarborgen tegen onlinebedreigingen, pesterijen en digitale aanvallen, evenals toegang tot informatie zonder onnodige belemmeringen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>70.</NO.P>veroordeelt haatzaaiende uitlatingen, zowel online als offline, waaronder in de mainstreammedia, op sociale media en in openbare ruimten, aangezien dit een ernstige bedreiging vormt voor de democratie en de rechtsstaat; roept op tot strengere handhaving van de mediaregelgeving om een divers en inclusief medialandschap te waarborgen; onderstreept dat prominenten het goede voorbeeld moeten geven bij het waarborgen van een respectvol debat; herinnert eraan dat de vrijheid van meningsuiting een grondrecht is en niet mag worden beperkt waar dit niet gerechtvaardigd is; benadrukt dat vrijheid van meningsuiting niet mag worden gebruikt om haatzaaiende uitlatingen of haatmisdrijven te rechtvaardigen; roept de lidstaten op om wetgeving die niet in overeenstemming is met de Europese en internationale normen inzake vrijheid van meningsuiting en publiek debat, in te trekken of te wijzigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>71.</NO.P>herinnert eraan dat de vrijheid van meningsuiting een hoeksteen vormt van democratische samenlevingen en een essentieel onderdeel is van de rechtsstaat; stelt met bezorgdheid vast dat er in toenemende mate administratieve en strafrechtelijke maatregelen worden genomen tegen wetenschappers, journalisten en mensenrechtenverdedigers;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>72.</NO.P>verzoekt de lidstaten om de anti-SLAPP-richtlijn<FOOTNOTE><FIELD> Richtlijn (EU) 2024/1069 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 betreffende bescherming van bij publieke participatie betrokken personen tegen kennelijk ongegronde vorderingen of misbruik van procesrecht (“strategische rechtszaken tegen publieke participatie”) (PB L, 2024/1069, 16.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2024/1069/oj).</FIELD></FOOTNOTE> volledig en tijdig uit te voeren; evenals Aanbeveling (EU) 2022/758 van de Commissie; dringt er bij de lidstaten op aan verder te gaan dan de minimale omzetting en uitgebreide nationale anti-SLAPP-maatregelen te nemen om journalisten en andere doelwitten te beschermen tegen intimidatie, laster of beperkingen van de uitoefening van hun beroep;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>73.</NO.P>beveelt de lidstaten aan om bij de omzetting van de richtlijn de toepassing ervan uit te breiden tot nationale zaken, aangezien de meeste SLAPP’s op nationaal niveau plaatsvinden; moedigt de goedkeuring aan van mechanismen voor vroegtijdig ontslag, doeltreffende regels voor de verschuiving van kosten, afschrikkende sancties tegen onrechtmatige procesvoerders en krachtige steunmaatregelen voor getroffen journalisten en andere doelwitten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>74.</NO.P>verzoekt de Commissie dringend voorstellen of aanvullende instrumenten te overwegen om SLAPP’s aan te pakken die niet onder het huidige EU-kader vallen, en amendementen te onderzoeken om het toepassingsgebied van de richtlijn uit te breiden tot andere dan grensoverschrijdende zaken, zodat in de hele EU een hoog en uniform beschermingsniveau wordt gewaarborgd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>75.</NO.P>verzoekt de Commissie te beoordelen of EU-sancties ter bestrijding van desinformatie voldoen aan de evenredigheidsvereiste van het EU-recht en aan artikel 11 van het Handvest, met volledige erkenning van de legitieme doelstelling van het aannemen van beleid om desinformatie en informatiemanipulatie aan te pakken; is van mening dat het recht om te worden gehoord en passende wettelijke waarborgen moeten worden gegarandeerd voordat dergelijke maatregelen door de Raad worden toegepast, vooral wanneer de rechten van EU-burgers, met name journalisten, dreigen te worden ondermijnd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>76.</NO.P>moedigt de lidstaten aan ervoor te zorgen dat minderheden op doeltreffende wijze kunnen deelnemen aan en toegang hebben tot de media en ervoor te zorgen dat audiovisuele mediadiensten niet aanzetten tot geweld of haat tegen minderheden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>77.</NO.P>verzoekt de lidstaten kaders vast te stellen waarmee de vrijheid van mensen wordt gewaarborgd om informatie te zoeken, te ontvangen en te verstrekken, en ervoor te zorgen dat de nationale coördinatoren krachtens de digitaledienstenverordening hun rol bij het faciliteren van informatie-uitwisseling en samenwerking op EU-niveau ten volle kunnen vervullen; onderstreept het belang van een tijdige en doeltreffende uitvoering van de digitaledienstenverordening om een veilige, transparante en verantwoordelijke onlineomgeving te waarborgen; roept de lidstaten op ervoor te zorgen dat bij de omzetting van Richtlijn (EU) 2016/343 betreffende het vermoeden van onschuld de vrijheid van meningsuiting en van informatie, zoals gewaarborgd door artikel 10 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en artikel 11 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, volledig wordt geëerbiedigd en geen beperkingen worden ingevoerd op de verslaggeving over zaken van openbaar belang;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>78.</NO.P>herinnert aan het belang van monitoring van grote onlineplatforms en handhaving van de digitaledienstenverordening, met inbegrip van onderzoeken naar algoritmische manipulatie, versterking van haatzaaiende uitlatingen, politieke propaganda of gebrek aan toezicht; benadrukt het belang van transparantie in de algoritmen van platforms, van onafhankelijke audits en van factcheckingmechanismen om desinformatie te bestrijden, en onderstreept dat deze maatregelen moeten worden aangevuld met gegarandeerde toegang tot informatie en de bevordering van mediawijsheid onder alle burgers;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>79.</NO.P>benadrukt dat grootschalige desinformatie en informatiemanipulatie, in toenemende mate versterkt door geavanceerde AI-systemen, ernstige risico’s vormen voor de rechtsstaat en democratische processen; verzoekt de Commissie en de lidstaten de digitaledienstenverordening en de AI-verordening<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2024/1689 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 tot vaststelling van geharmoniseerde regels betreffende artificiële intelligentie en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 300/2008, (EU) nr. 167/2013, (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1139 en (EU) 2019/2144, en de Richtlijnen 2014/90/EU, (EU) 2016/797 en (EU) 2020/1828 (PB L, 2024/1689, 12.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj).</FIELD></FOOTNOTE> volledig uit te voeren om te zorgen voor transparantie, verantwoordingsplicht en doeltreffende beperking van door AI veroorzaakte systeemrisico’s voor de rechtsstaat, met name in het kader van verkiezingen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Ruimte voor het maatschappelijk middenveld</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>80.</NO.P>benadrukt de cruciale functie die een sterk en onbelemmerd maatschappelijk middenveld, waaronder basis- en maatschappelijke organisaties, vakbonden, actiegroepen, mensenrechtenverdedigers en niet-gouvernementele organisaties (ngo’s), evenals onafhankelijke instanties en ombudspersonen, hebben bij het bevorderen en bewaken van de democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en de grondrechten en bij het toezien op de verantwoordingsplicht voor zowel overheden als private actoren door middel van hun waakhondfunctie; herinnert eraan dat de Commissie in dit verband erkent dat er in sommige lidstaten nog steeds belemmeringen bestaan voor het scheppen van een omgeving die bevorderlijk is voor het werk van actoren uit het maatschappelijk middenveld, en dat er behoefte is aan aanvullende maatregelen voor hen, zoals specifieke mechanismen voor opleiding, bewustmaking en bescherming; dringt er bij de Commissie op aan zich meer in te spannen om al deze actoren beter te beschermen en de nodige voorwaarden te scheppen voor een doeltreffende uitoefening van hun activiteiten; wijst op de noodzaak van een veilige, ondersteunende en stimulerende omgeving in dit verband; moedigt burgerparticipatie in democratische processen aan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>81.</NO.P>erkent de rol van het maatschappelijk middenveld en niet-gouvernementele organisaties bij de bescherming van minderheden en de bestrijding van discriminatie, en roept op tot eerlijke en billijke toegang tot steun;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>82.</NO.P>herhaalt het belang van brede raadpleging bij het opstellen van het verslag over de rechtsstaat; roept de Commissie op voorrang te geven aan bezoeken ter plaatse aan de lidstaten, omdat op die manier de situatie uitvoeriger en in een breder verband kan worden beoordeeld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>83.</NO.P>benadrukt het belang van een levendige civiele ruimte en van het recht op vreedzame vergadering en vrijheid van vereniging in de hele EU, en benadrukt dat deze rechten, die worden beschermd door het internationaal recht en het Handvest, van essentieel belang zijn voor de democratie en de verantwoordingsplicht van regeringen; merkt op dat deze vrijheden in sommige lidstaten verder moeten worden versterkt; roept de lidstaten op om de vrijheid van vergadering voor iedereen te beschermen en te zorgen voor een veilige, stimulerende en rechtszekere omgeving voor de uitoefening ervan, in overeenstemming met het EU-recht en de Europese en internationale mensenrechtennormen; neemt met bezorgdheid kennis van de toenemende beperkingen voor de civiele ruimte in verschillende lidstaten, waaronder buitensporige administratieve lasten, lastercampagnes en beperkingen van de toegang tot middelen, die een afschrikkend effect hebben en de waakhondfunctie van het maatschappelijk middenveld ondermijnen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>84.</NO.P>spreekt zijn diepe bezorgdheid uit over de herhaalde beperkingen van de vrijheid van vergadering; wijst op de kritiek van de Raad van Europa, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, de Verenigde Naties en maatschappelijke organisaties op bepaalde wetten, waaronder relevante wetgeving op het gebied van veiligheid, die niet voldoen aan de evenredigheidsvereiste, die de wettelijke waarborgen kunnen verzwakken en in strijd kunnen zijn met internationale verplichtingen op het gebied van mensenrechten; roept de lidstaten op geen wetten of praktijken aan te nemen die het recht op vreedzame vergadering preventief beperken, met inbegrip van het opleggen van sancties of straffen aan deelnemers aan vreedzame demonstraties zonder gerechtelijk toezicht; herinnert de lidstaten eraan dat wetten en praktijken met betrekking tot bijeenkomsten en protesten altijd in overeenstemming moeten zijn met de internationale mensenrechtennormen, onder andere door middel van adequate opleidingen op het gebied van mensenrechten en crowd management voor wetshandhavers; moedigt de lidstaten aan passende procedures of mechanismen voor het registreren van identiteitscontroles in te voeren, en roept de lidstaten op gegevens over gewonden en doden tijdens protesten openbaar te maken om de transparantie en verantwoordingsplicht van de rechtshandhavingsinstanties te vergroten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>85.</NO.P>erkent de EU-strategie voor het maatschappelijk middenveld en de maatregelen ter versterking van bescherming, participatie en duurzame financiering, waaronder het platform voor het maatschappelijk middenveld, de kennishub voor de civiele ruimte en verdere beschermingsinstrumenten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>86.</NO.P>roept de lidstaten en de Commissie op om de wet- en regelgeving voor het maatschappelijk middenveld te blijven verbeteren en er tegelijkertijd voor te zorgen dat alle beperkingen op de financiering en activiteiten van verenigingen duidelijk gerechtvaardigd en evenredig zijn, legitieme doelen van algemeen belang nastreven en volledig in overeenstemming zijn met de EU-wetgeving en de Europese en internationale mensenrechtennormen, waaronder het EVRM;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>87.</NO.P>uit zijn diepe bezorgdheid over de inkrimping van de civiele ruimte en de toenemende vervolging van maatschappelijke organisaties en mensenrechtenverdedigers in de EU, met name organisaties die zich bezighouden met racismebestrijding, klimaatrechtvaardigheid, lhbtiq+-rechten, vrouwenrechten, migratie, met inbegrip van humanitaire hulpverlening en hulp aan mensen in nood op zee, en corruptiebestrijding; dringt er bij de Commissie op aan om de situatie van deze organisaties systematisch te monitoren in haar verslagen over de rechtsstaat, aangezien een krimpende civiele ruimte een structureel probleem voor de rechtsstaat vormt; verzoekt de lidstaten voor doeltreffende bescherming van mensenrechtenverdedigers te zorgen, waaronder mechanismen om snel te reageren op bedreigingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>88.</NO.P>geeft uiting aan zijn bezorgdheid over grondwetswijzigingen die de rechtszekerheid en het primaat van de EU-wetgeving ondermijnen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>89.</NO.P>veroordeelt het buitensporige en routinematige gebruik van versnelde wetgevingsprocedures in Hongarije, waarbij een aanzienlijk deel van de wetten zonder deugdelijke raadpleging wordt aangenomen, wat afbreuk doet aan de beginselen van betere wetgeving, transparantie, inclusie en democratisch toezicht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>90.</NO.P>moedigt de lidstaten aan te zorgen voor een evenwichtig kader dat verantwoordingsplicht en transparantie ondersteunt voor alle entiteiten die het overheidsbeleid willen beïnvloeden, terwijl het maatschappelijk middenveld vrij, veilig en doeltreffend kan opereren; is bezorgd over de toenemende juridische en financiële beperkingen, lastercampagnes en criminalisering van maatschappelijke organisaties en mensenrechtenverdedigers, waaronder de onterechte criminalisering van activiteiten van het maatschappelijk middenveld; roept de lidstaten op zich te onthouden van onevenredige beperkingen van de vrijheid van vergadering en vereniging; herhaalt hoe belangrijk het is dat de anti-SLAPP-richtlijn en Aanbeveling (EU) 2022/758 van de Commissie volledig worden uitgevoerd om maatschappelijke organisaties te beschermen; wijst erop dat de rapportagevereisten voor ngo’s niet verder mogen gaan dan wat strikt noodzakelijk is voor, en in verhouding staat tot, het specifieke doel dat men met die maatregelen voor ogen heeft;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>91.</NO.P>benadrukt dat transparantie en verantwoordingsplicht bij het gebruik van EU-middelen kernelementen van de rechtsstaat zijn; benadrukt dat verslagleggingsverplichtingen en transparantie de bedoeling hebben te waarborgen dat EU-middelen goed worden besteed, waarbij voorkomen moet worden dat organisaties onnodige lasten krijgen opgelegd; is van mening dat de huidige EU-wetgeving inzake controle, zorgvuldigheid en transparantie een stevige basis vormt, en onderstreept dat de EU bereid moet blijven het kader te herzien en te versterken als er tekortkomingen worden vastgesteld; roept de lidstaten en de Commissie op te zorgen voor de toewijzing van toereikende en duurzame financiële middelen voor maatschappelijke organisaties en mensenrechtenverdedigers, overeenkomstig duidelijke subsidiabiliteitscriteria en toezichtmechanismen die volledig in overeenstemming zijn met de bestaande regels inzake transparantie, verantwoordingsplicht en uitgaven, met name in de context van een krimpende civiele ruimte en toenemende administratieve lasten; is in dit verband van mening dat de Commissie en de lidstaten toereikende en consistente financiering moeten bieden, afgestemd op de doelstellingen, aan actoren die zich inzetten voor de bevordering van de grondrechten, de democratie en de rechtsstaat, en onderstreept dat de toegang tot EU-financiering eerlijk, transparant en niet-discriminerend moet zijn; herinnert eraan dat financieringsbesluiten gebaseerd moeten zijn op objectieve, transparante en niet-discriminerende criteria, in overeenstemming met de Verdragen en het Financieel Reglement, en een goed financieel beheer en de bescherming van de financiële belangen van de EU moeten waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>92.</NO.P>benadrukt het feit dat academische vrijheid belangrijk is en een integraal aspect van de rechtsstaat vormt, en dringt er bij de lidstaten op aan universiteiten te beschermen tegen ongepaste politieke inmenging of controle van academische governance en institutionele autonomie te waarborgen; moedigt de lidstaten ertoe aan een rechtsstaatcultuur te stimuleren, door middel van bewustmakingscampagnes, voorlichtingsinitiatieven en acties ter bevordering van democratische waarden en beginselen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Grondrechten, gelijkheid en non-discriminatie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>93.</NO.P>benadrukt dat de bescherming en de bevordering van de grondrechten een essentiële pijler van de rechtsstaat en een kernverplichting voor alle lidstaten vormen krachtens artikel 2 VEU; onderstreept dat deze rechten voor eenieder op gelijke wijze zonder discriminatie moeten worden gewaarborgd door middel van transparante wetgevingsprocessen, doeltreffende rechtsmiddelen en mechanismen voor onafhankelijk toezicht; benadrukt dat de rechtsstaat en de grondrechten elkaar versterken en dat schendingen van de rechtsstaat rechtstreeks de uitoefening van de grondrechten ondermijnen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>94.</NO.P>benadrukt dat elke beperking van de grondrechten en de fundamentele vrijheden moet voldoen aan artikel 52, lid 1, van het Handvest en veroordeelt wetgevingspraktijken die al te complexe regels opleveren, leiden tot rechtsonzekerheid of onbegrijpelijk zijn voor de burgers;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>95.</NO.P>onderstreept dat de rechtskaders van de lidstaten gelijkheid voor de wet en het recht om niet te worden gediscrimineerd moeten waarborgen, ook in gerechtelijke procedures; verzoekt de Commissie krachtdadig op te treden in het geval van niet-naleving; benadrukt dat alle maatregelen die van invloed zijn op het vrije verkeer van personen, verblijfsrechten of gezinshereniging, in overeenstemming moeten zijn met de toepasselijke EU-wetgeving en het Handvest, met inbegrip van het in artikel 21 daarvan vastgelegde beginsel van non-discriminatie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>96.</NO.P>brengt in herinnering dat doeltreffende toegang tot sociale bescherming, een toereikend minimuminkomen en niet-discriminerende openbare diensten van cruciaal belang zijn voor de gelijke uitoefening van rechten; verzoekt de Commissie na te gaan hoe sociale uitsluiting, extreme armoede en gebrek aan huisvesting de daadwerkelijke toegang tot de rechter en de praktische uitoefening van rechten belemmeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>97.</NO.P>verwelkomt de strategie voor gelijkheid van lhbtiq’ers 2026-2030 als een belangrijk kader voor de bevordering van gelijkheid en non-discriminatie in de hele EU, met name door een betere uitvoering van de EU-wetgeving inzake gelijkheid, bescherming en veiligheid van lhbtiq+-personen en -activisten, versterking van de mechanismen voor monitoring en verantwoordingsplicht, bewustmaking en opleiding van belangrijke professionals; dringt er bij de Commissie op aan een voorstel in te dienen voor een bindend EU-verbod op bekeringspraktijken in alle lidstaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>98.</NO.P>is ernstig bezorgd over de discriminerende maatregelen die in sommige lidstaten zijn ingevoerd onder het mom van de bestrijding van de zogenaamde “lhbtiq-propaganda” en “genderideologie”; herinnert aan de conclusie van de advocaat-generaal in zaak C-769/22<FOOTNOTE><FIELD> Conclusie van advocaat-generaal Ćapeta van 5 juni 2025, ECLI:EU:C:2025:408.</FIELD></FOOTNOTE> dat dergelijke wetgeving onverenigbaar is met het EU-recht en het Handvest wanneer zij niet objectief, wetenschappelijk en evenredig gerechtvaardigd is; onderstreept dat deze maatregelen stigmatisering in de hand werken, indruisen tegen het verbod op discriminatie, de vrijheid van meningsuiting en van informatie, en het privé- en gezinsleven en de menselijke waardigheid schenden, en niet kunnen worden gerechtvaardigd door de door de lidstaat aangevoerde redenen; benadrukt dat de systematische discriminatie van lhbtiq+-personen op gespannen voet staat met de in artikel 2 VEU verankerde waarden en de rechtsorde van de EU als geheel aantast; wijst erop dat de Commissie snel en daadkrachtig moet optreden wanneer lidstaten het EU-recht, met name het Handvest van de grondrechten, overtreden, onder meer via versnelde inbreukprocedures en voorlopige maatregelen; veroordeelt discriminerende grondwetshervormingen die van invloed zijn op gendergelijkheid en lhbtiq+-rechten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>99.</NO.P>betreurt het gebrek aan vooruitgang in het beleid inzake gelijkheid en non-discriminatie in sommige lidstaten en de hardnekkige hiaten in de uitvoering van bestaande EU-antidiscriminatiewetgeving; benadrukt dat intersectionele discriminatie van personen die tot meerdere kwetsbare groepen behoren een probleem blijft in verschillende lidstaten, met verschillende niveaus van wettelijke erkenning en bescherming, en onvoldoende wordt aangepakt in de huidige EU-kaders voor gelijkheid en non-discriminatie; dringt er bij de Raad op aan onverwijld overeenstemming te bereiken over de horizontale antidiscriminatierichtlijn; roept op tot aanhoudende EU-maatregelen ter bestrijding van discriminatie van en haatmisdrijven tegen lhbtiq+-personen, vrouwen, minderjarigen, personen met een handicap, ouderen, migranten en personen die tot minderheden behoren, om ervoor te zorgen dat slachtoffers daadwerkelijk toegang hebben tot de rechter en rechtsmiddelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>100.</NO.P>verzoekt alle lidstaten de lhbtiq+-rechten te beschermen in volledige overeenstemming met het EU-recht, het Handvest en de relevante jurisprudentie van het HvJ-EU en het EHRM; herinnert eraan dat er in verschillende lidstaten nog steeds juridische belemmeringen bestaan voor de erkenning van homoseksuele partnerrelaties of grensoverschrijdend ouderschap, waarmee de beginselen van vrij verkeer en non-discriminatie worden geschonden; verzoekt de Commissie nauwlettend toe te zien op de naleving door de lidstaten van de jurisprudentie van het HvJ-EU, met name de arresten in de zaken C-673/16<FOOTNOTE><FIELD> Arrest van het Hof (Grote kamer) van 5 juni 2018, Relu Adrian Coman e.a. tegen Inspectoratul General pentru Imigrări en Ministerul Afacerilor Interne, ECLI:EU:C:2018:385.</FIELD></FOOTNOTE> en C-713/23<FOOTNOTE><FIELD> Arrest van het Hof (Grote kamer) van 25 november 2025, Jakub Cupriak-Trojan en Mateusz Trojan tegen Wojewoda Mazowiecki, ECLI:EU:C:2025:917.</FIELD></FOOTNOTE>, en indien nodig inbreukprocedures in te leiden; is ingenomen met het voorstel van de Commissie over de erkenning van ouderschap en roept de Raad op om het snel goed te keuren, in het belang van het kind en met het oog op rechtszekerheid in de hele EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>101.</NO.P>roept alle lidstaten op om de wettelijke erkenning van partnerschappen tussen twee personen van hetzelfde geslacht in te voeren, in overeenstemming met de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>102.</NO.P>benadrukt dat het ontbreken van toegankelijke wettelijke gendererkenningsprocedures in strijd is met de grondrechten; roept alle lidstaten op om de wettelijke erkenning van genderidentiteit op basis van zelfbeschikking te waarborgen, te zorgen voor wederzijdse erkenning over de grenzen heen en persoonsgegevens te beschermen, in overeenstemming met de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>103.</NO.P>uit zijn bezorgdheid over de toename van alle vormen van religieuze haat, racisme, vreemdelingenhaat en andere vormen van discriminatie in de EU; verzoekt de lidstaten alle minderheden gelijke wettelijke bescherming te bieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>104.</NO.P>spreekt zijn diepe bezorgdheid uit over de toename van antisemitisme in de EU en merkt op dat veel joodse mensen aangeven zowel online als offline antisemitische vijandigheid te ervaren, hetgeen hun dagelijks leven en gevoel van veiligheid aantast; roept de lidstaten op doeltreffende maatregelen te nemen om antisemitische daden en retoriek aan te pakken en te voorkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>105.</NO.P>geeft uiting aan zijn diepe bezorgdheid over de toenemende islamofobie en moslimhaat in de EU, en merkt op dat veel moslims in hun dagelijks leven te maken hebben met racisme, haatmisdrijven, pesterijen en discriminerende praktijken; roept de lidstaten op doeltreffende maatregelen te nemen om dergelijke daden en retoriek te voorkomen en aan te pakken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>106.</NO.P>veroordeelt incidenten van haatmisdrijven en haatzaaiende uitlatingen, online en offline, die zijn ingegeven door discriminatie; verzoekt de Commissie en de lidstaten doeltreffende maatregelen vast te stellen en uit te voeren om alle vormen van racisme te bestrijden, waarbij het maatschappelijk middenveld volledig wordt betrokken en waaraan relevante belanghebbenden, zoals het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten, een bijdrage leveren; dringt aan op meer preventie, onderzoek, vervolging en slachtofferhulp, met volledige betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld en organen voor de bevordering van gelijke behandeling; wijst op het gebrek aan alomvattende EU-wetgeving en dringt erop aan dat haatzaaiende uitlatingen en haatmisdrijven worden opgenomen onder de EU-misdrijven in de zin van artikel 83, lid 1, VWEU, ook wanneer deze zijn gebaseerd op seksuele geaardheid, genderidentiteit of -expressie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>107.</NO.P>is bezorgd over de achterstand bij de bescherming van de rechten van personen die tot minderheden behoren, die steeds vaker over het hoofd worden gezien; roept de lidstaten op ervoor te zorgen dat hun rechtskaders en beleid niet tot discriminatie leiden; herinnert aan het voorstel van het Parlement om de bescherming van de rechten van minderheden op te nemen in het verslag over de rechtsstaat en verzoekt de Commissie EU-maatregelen voor te stellen om de rechten van minderheden en taalrechten te waarborgen, onder meer door toetreding van de EU tot het Kaderverdrag inzake de bescherming van nationale minderheden en het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>108.</NO.P>wijst op de wijdverspreide discriminatie waarmee Roma-gemeenschappen te maken hebben, waaronder zigeunerhaat, segregatie op het gebied van huisvesting, onderwijs en toegang tot diensten, en securitiseringspraktijken; dringt aan op gerichte maatregelen, sterkere monitoring- en verantwoordingsmechanismen en zinvolle betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld van de Roma, ook bij het EU-toetredingsproces;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>109.</NO.P>roept de Commissie op discriminatie op grond van ras en etnische afkomst, met inbegrip van raciale profilering, aan te pakken in het kader van de beoordeling van de rechtsstaat, onder meer door middel van doeltreffend onderzoek, het verzamelen en publiceren van uitgesplitste gegevens overeenkomstig de normen inzake de grondrechten, en de betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld; onderstreept het belang van de aanpak van discriminatie op intersectieve gronden binnen een alomvattend kader van grondrechten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>110.</NO.P>dringt aan op doeltreffende waarborgen om voor een veilige onlineruimte te zorgen en op het aanpakken van haat, discriminatie en desinformatie; benadrukt de noodzaak van de volledige, op rechten gebaseerde toepassing van de digitaledienstenverordening, de digitalemarktenverordening<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2022/1925 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2022 over betwistbare en eerlijke markten in de digitale sector, en tot wijziging van Richtlijnen (EU) 2019/1937 en (EU) 2020/1828 (digitalemarktenverordening) (PB L 265 van 12.10.2022, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2022/1925/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, de AI-verordening, de anti-SLAPP-richtlijn en de Europese verordening mediavrijheid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>111.</NO.P>benadrukt dat de gebrekkige vooruitgang op weg naar gemeenschapsgerichte diensten voor personen met een handicap aanleiding geeft tot ernstige bezorgdheid over de naleving van de verplichtingen met betrekking tot de grondrechten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>112.</NO.P>herhaalt de verplichting van de lidstaten om het EU- en internationaal recht op het gebied van migratie en asiel te land en ter zee na te leven; verzoekt de Commissie en de lidstaten ervoor te zorgen dat het migratie- en asielbeleid, met inbegrip van het migratie- en asielpact, wordt uitgevoerd met volledige inachtneming van het Handvest, het beginsel van niet-teruggave en het beginsel van gedeelde verantwoordelijkheid, om ervoor te zorgen dat het recht van mensen op asiel en internationale bescherming wordt geëerbiedigd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>113.</NO.P>roept de lidstaten op het migratie- en asielbeleid uit te voeren in volledige overeenstemming met de Verdragen, het Handvest en de toepasselijke internationale wetgeving; benadrukt dat alle personen op het grondgebied van de EU recht hebben op respect voor hun menselijke waardigheid, niet mogen worden onderworpen aan onmenselijke of vernederende behandelingen en gelijk zijn voor de wet zonder discriminatie op welke grond dan ook, met inbegrip van nationaliteit of migratiestatus;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>114.</NO.P>is van mening dat de bevindingen van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten en de jurisprudentie van het HvJ-EU een betrouwbare basis vormen voor de interpretatie van artikel 2 VEU en de reikwijdte van de rechten uit hoofde van het Handvest;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>115.</NO.P>is verheugd over het besluit van de Commissie om haar voorstel voor een richtlijn inzake gelijke behandeling<FOOTNOTE><FIELD> Voorstel voor een richtlijn van de Raad betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid (COM(2008)0426).</FIELD></FOOTNOTE> door te zetten en dringt er bij de Raad op aan dit voorstel onverwijld af te ronden en goed te keuren, waarbij wordt opgemerkt dat het van essentieel belang is om de lacunes in de bescherming tegen discriminatie van de EU weg te werken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>116.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten doeltreffend op te treden tegen gendergerelateerd geweld, online en offline, met inbegrip van het toevoegen ervan aan de lijst van EU-misdrijven; dringt aan op een wetgevingsvoorstel van de EU inzake de bestrijding van verkrachting, gedefinieerd als het ontbreken van instemming, de volledige uitvoering van de EU-regels inzake geweld tegen vrouwen en de ratificatie van het Verdrag van Istanbul door alle lidstaten; uit zijn bezorgdheid over antigenderbewegingen en desinformatie die gendergelijkheid ondermijnen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>117.</NO.P>herhaalt zijn oproep om toegang tot veilige en legale abortus in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie te verankeren; onderstreept dat seksuele en reproductieve gezondheid en rechten integraal deel uitmaken van gelijkheid en de strijd tegen gendergerelateerd geweld;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De rechtsstaat en de EU-begroting</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>118.</NO.P>is bezorgd over berichten van maatschappelijke organisaties die erop wijzen dat bepaalde schendingen van de rechtsstaat en de grondrechten in verband kunnen worden gebracht met het gebruik van bepaalde EU-middelen in sommige lidstaten; verzoekt de Commissie grondig te onderzoeken of dergelijke schendingen zich voordoen in door de EU gefinancierde programma’s of projecten en, indien dergelijke schendingen worden vastgesteld, de relevante randvoorwaarden en mijlpalen van de herstel- en veerkrachtfaciliteit als onvervuld te beschouwen; verzoekt de Commissie voorts om in haar jaarlijkse verslag over de rechtsstaat aanbevelingen op te nemen om deze schendingen aan te pakken en om, wanneer er tekortkomingen blijven bestaan, verdere betalingen op te schorten totdat de vastgestelde tekortkomingen zijn verholpen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>119.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten om de regelingen voor onafhankelijk toezicht op door de EU gefinancierde acties te versterken, onder meer door middel van effectbeoordelingen op juridisch gebied en op het gebied van de grondrechten en onafhankelijke evaluaties met betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld, en tegelijkertijd de daadwerkelijke toegang tot de rechter te waarborgen, om ervoor te zorgen dat de EU-wetgeving en het Handvest worden nageleefd; moedigt de toewijzing van adequate middelen ter ondersteuning van dit toezicht aan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>120.</NO.P>benadrukt dat de bescherming van de rechtsstaat onontbeerlijk is voor het waarborgen van de financiële belangen van de Unie; onderstreept dat onafhankelijke rechtsstelsels, doeltreffende corruptiebestrijdingskaders en transparante administratieve procedures essentieel zijn om ervoor te zorgen dat het beheer, de toewijzing en de besteding van EU-middelen in overeenstemming zijn met de beginselen van deugdelijk financieel beheer; dringt aan op een adequate financiering van organen zoals het EOM en het OLAF, zodat zij in staat zijn strafbare feiten die de financiële belangen van de Unie schaden, doeltreffend te onderzoeken, te vervolgen en voor het gerecht te brengen, gelet op de gevolgen ervan voor de rechtsstaat;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>121.</NO.P>benadrukt dat de synergieën tussen de verschillende instrumenten voor de rechtsstaat en hun koppeling aan de EU-begroting moeten worden versterkt, en dat de koppeling tussen de aanbevelingen met betrekking tot de meest hardnekkige schendingen in het jaarlijkse verslag over de rechtsstaat en de begrotingsinstrumenten moet worden versterkt; betreurt het gebrek aan details in het verslag over de rechtsstaat 2025 over de manier waarop deze link wordt gelegd, met name in de aanbevelingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>122.</NO.P>benadrukt dat de maatregelen die nodig zijn voor de vrijgave van EU financiering, zoals vastgesteld door middel van de relevante besluiten uit hoofde van de verordening gemeenschappelijke bepalingen, de verordening tot instelling van de herstel- en veerkrachtfaciliteit<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2021/241 van het Europees Parlement en de Raad van 12 februari 2021 tot instelling van de herstel- en veerkrachtfaciliteit (PB L 57 van 18.2.2021, blz. 17, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/241/oj).</FIELD></FOOTNOTE> en de verordening inzake conditionaliteit met betrekking tot de rechtsstaat, op consistente wijze als onderdeel van dezelfde naadloze en coherente toolbox moeten worden beoordeeld en dat er geen betalingen mogen worden verricht zolang er tekortkomingen bestaan; dringt erop aan dat elke achteruitgang ook in aanmerking moet worden genomen en moet worden aangepakt om soortgelijke situaties of verdere achteruitgang in de toekomst te voorkomen; verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat dergelijke beoordelingen strikt onpartijdig zijn, vrij zijn van instrumentalisering en uitsluitend gebaseerd zijn op naleving van de rechtsstaatnormen; herinnert eraan dat elk voorstel om begrotingsmaatregelen op te heffen gebaseerd moet zijn op degelijke, volledige en actuele informatie, overeenkomstig de conclusie van de advocaat-generaal in zaak C-225/24<FOOTNOTE><FIELD> Conclusie van advocaat-generaal Ćapeta van 12 februari 2026, zaak C-225/24, Europees Parlement tegen Europese Commissie, ECLI:EU:C:2026:88.</FIELD></FOOTNOTE>, waarin wordt onderstreept dat elke voorwaarde voor uitbetaling openbaar moet worden gemaakt om transparantie en verantwoordingsplicht te waarborgen; merkt op dat het jaarlijkse verslag van de Commissie over de rechtsstaat een essentiële feitelijke basis vormt voor de vaststelling van systemische uitdagingen die van invloed kunnen zijn op de correcte uitvoering van de EU-begroting; verzoekt de Commissie duidelijke en gedetailleerde criteria vast te stellen en te publiceren voor de beoordeling van de budgettaire gevolgen van tekortkomingen op het gebied van de rechtsstaat, met inbegrip van onderbrekingen, opschortingen en herprogrammering van EU-middelen, en toe te zien op tijdige en niet-selectieve besluitvorming in alle lidstaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>123.</NO.P>herhaalt dat het conditionaliteitsmechanisme voor de rechtsstaat integraal deel uitmaakt van het instrumentarium voor financieel bestuur van de Unie; herinnert eraan dat de conditionaliteitsverordening een belangrijk instrument is geweest om de financiële belangen van de EU te beschermen tegen schendingen van de rechtsstaat en dat zij wanneer aan de juridische voorwaarden ervoor is voldaan, moet worden toegepast op de gehele EU-begroting; dringt aan op de consequente, doeltreffende, tijdige en onpartijdige toepassing van de conditionaliteitsverordening, met inbegrip van het proactieve gebruik van artikel 6, lid 4, daarvan waar zulks gerechtvaardigd is, met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel; betreurt de uitlegging van de Commissie dat de conditionaliteitsverordening alleen als uiterste redmiddel mag worden gebruikt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>124.</NO.P>vraagt de Commissie te verduidelijken wat een voldoende rechtstreeks verband is tussen schendingen van de beginselen van de rechtsstaat en de financiële belangen van de EU, en duidelijke, objectieve en voorspelbare criteria vast te stellen voor de beoordeling van de doeltreffendheid van begrotings- en corrigerende maatregelen, zoals door de Europese Rekenkamer is gevraagd; verzoekt de Commissie in haar verslag over de rechtsstaat aan te geven of ernstige risico’s of schendingen die in de lidstaten zijn vastgesteld, de toepassing van de conditionaliteitsverordening rechtvaardigen en landenspecifieke aanbevelingen met betrekking tot de meest hardnekkige schendingen in de lidstaten om te zetten in concrete mijlpalen waaraan de lidstaten gevolg moeten geven en die, in voorkomend geval, als bewijs moeten dienen om de toepassing van de conditionaliteitsverordening te rechtvaardigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>125.</NO.P>dringt er bij de Commissie en de Raad op aan snel en op volledig transparante wijze op te treden indien er een verband is gelegd tussen schendingen van de beginselen van de rechtsstaat of ernstige risico’s daarop en risico’s voor de EU-begroting en indien de betrokken lidstaat de situatie niet tijdig, doeltreffend en duurzaam aanpakt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>126.</NO.P>dringt er bij de Commissie op aan om in het kader van de verordening inzake conditionaliteit met betrekking tot de rechtsstaat in het geval van Hongarije verdere maatregelen te nemen met betrekking tot andere schendingen van de rechtsstaat, zoals schendingen die verband houden met de rechterlijke macht; benadrukt dat de verzwakking van het justitiële stelsel en van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van het openbaar bestuur en ongepaste concentratie van leveranciers in aanbestedingsprocedures systemische risico’s voor de rechtsstaat inhouden die een bedreiging vormen voor een goed financieel beheer; benadrukt dat schendingen van regels, manipulatie van of ongepaste bevoordeling bij uitnodigingen tot inschrijving en aanvragen waarbij EU-financiering betrokken is, alsook administratieve intimidatie die in strijd is met de gelijke behandeling van lokale en regionale overheden, ondernemingen of andere eindontvangers of begunstigden, en hun toegang tot EU-middelen, alsmede aanbestedingen, controle-instanties, waarborgen inzake corruptiebestrijding of controlesystemen, een direct risico vormen voor de EU-begroting en een consistente en strikte toepassing van conditionaliteit vereisen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>127.</NO.P>herinnert eraan dat de eindontvangers of begunstigden van EU-financiering die geen overheidsinstanties zijn geen negatieve gevolgen mogen ondervinden van door de nationale autoriteiten veroorzaakte problemen indien er begrotingsmaatregelen worden genomen; verzoekt de Commissie nogmaals om te waarborgen dat eindontvangers en begunstigden van EU-middelen niet verstoken blijven van deze middelen, zoals bepaald in de verordening inzake conditionaliteit met betrekking tot de rechtsstaat; wijst erop dat de lidstaten waarop maatregelen uit hoofde van de conditionaliteitsverordening van toepassing zijn, de verplichting hebben om alle toezeggingen aan eindontvangers of begunstigden te blijven nakomen; verzoekt de Commissie om manieren te onderzoeken om te waarborgen dat EU-middelen lokale overheden en maatschappelijke organisaties bereiken als de betrokken regering geen inspanningen verricht om de tekortkomingen op het gebied van de rechtsstaat te verhelpen; wijst erop dat een mogelijke oplossing erin bestaat de kredieten die overeenkomen met vrijmakingen in het kader van conditionaliteitsregelingen beschikbaar te stellen voor gebruik in het kader van andere instrumenten of programma’s van de EU die onder direct of indirect beheer worden uitgevoerd, met name de instrumenten en programma’s die bijdragen tot de ondersteuning van de democratie, het maatschappelijk middenveld, de in artikel 2 VEU verankerde waarden of corruptiebestrijding; onderstreept dat bij een dergelijke nieuwe toewijzing de beginselen van goed financieel beheer en gelijke behandeling volledig in acht moeten worden genomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>128.</NO.P>benadrukt dat verifieerbare naleving door de lidstaten van zowel de rechtsstaat als het Handvest moet worden beschouwd als een essentiële voorwaarde om EU-middelen te kunnen ontvangen; benadrukt dat de volledige naleving van deze voorwaarden vooraf moet gaan aan de goedkeuring van alle door de EU gefinancierde programma’s en projecten die door overheidsinstanties worden ingediend; verzoekt de Commissie elk besluit om betalingen geheel of gedeeltelijk op te schorten, te verminderen of te blokkeren, te baseren op duidelijk omschreven, transparante en voorspelbare beoordelingsmomenten tijdens het gebruik van EU-middelen, in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel en rekening houdend met de aard, de duur, de ernst en de omvang van de vastgestelde inbreuk; benadrukt dat voortdurende monitoring moet worden aangevuld met ten minste regelmatige en formeel vastgestelde periodieke evaluaties, waaronder een jaarlijkse nalevingsbeoordeling die uitdrukkelijk gekoppeld is aan de bevindingen van de verslagen van de Commissie over de rechtsstaat, teneinde te zorgen voor rechtszekerheid, verantwoordingsplicht en daadwerkelijke verantwoordelijkheid voor corrigerende maatregelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>129.</NO.P>is verheugd over de suggestie in het voorstel van de Commissie voor het meerjarig financieel kader voor de periode 2028-2034 om bijna de helft van de middelen afhankelijk te maken van de naleving van de rechtsstaat en het Handvest voordat ze worden goedgekeurd, omdat dit de EU beter in staat stelt ervoor te zorgen dat de EU-middelen beleid ondersteunen dat is gebaseerd op de grondrechten en democratische beginselen; merkt op dat het voorstel horizontale voorwaarden behoudt en invoert voor de eerbiediging van de beginselen van de rechtsstaat en het Handvest in relevante programma’s; is van mening dat een dergelijke benadering van conditionaliteit tegemoet kan komen aan de bezorgdheid over de bescherming van eindontvangers of begunstigden, met name door het mogelijk te maken dat middelen opnieuw beschikbaar worden gesteld onder direct of indirect beheer, in het bijzonder de instrumenten en programma’s die bijdragen aan de ondersteuning van de democratie, het maatschappelijk middenveld, de in artikel 2 VEU verankerde waarden of de corruptiebestrijding, in de eerste plaats in de lidstaat waar de schendingen hebben plaatsgevonden; neemt met zorg nota van de mogelijke overlapping van de onlangs voorgestelde conditionaliteit in het komende meerjarig financieel kader met de bestaande verordening inzake conditionaliteit met betrekking tot de rechtsstaat; is echter van mening dat de horizontale voorwaarden alle in artikel 2 VEU verankerde waarden moeten bestrijken en dat de besluitvormingsprocedure identiek moet zijn en moet uitmonden in besluiten van de Commissie; dringt aan op een uniform, coherent en alomvattend kader voor alle EU-programma’s, en verzoekt de Commissie te zorgen voor duidelijke, objectieve en transparante criteria voor de toepassing van de conditionaliteit met betrekking tot de rechtsstaat, alsook voor doeltreffende coördinatie tussen de verschillende instrumenten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>130.</NO.P>verzoekt dat middelen die zijn opgeschort of bevroren wegens schending van de in artikel 2 VEU verankerde waarden, niet opnieuw ter beschikking worden gesteld aan de betrokken autoriteiten van de lidstaat;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>131.</NO.P>merkt op dat de voorgestelde plannen voor nationaal en regionaal partnerschap zouden leiden tot de consolidering van aanzienlijke EU-middelen in één strategisch kader per lidstaat en de uitbetalingen sterker zouden koppelen aan prestaties; verzoekt de Commissie voorts duidelijke, transparante en verifieerbare criteria aan te reiken voor de beoordeling van het bestaan en de doeltreffendheid van de “adequate mechanismen” die vereist zijn voor de goedkeuring van nationale en regionale plannen, als voorwaarde voor de doeltreffende toepassing ervan, teneinde te zorgen voor rechtszekerheid en naleving van de rechtsstaat en het Handvest bij de besteding van EU-middelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>132.</NO.P>benadrukt dat het voor een doeltreffende bescherming van de EU-begroting ook van belang is dat er solide financiële beheers- en controlesystemen zijn; verzoekt de Commissie in haar jaarlijkse verslagen over de rechtsstaat rekening te houden met beoordelingen van relevante EU-organen, -instanties en -agentschappen, en van nationale auditautoriteiten, teneinde risico’s in verband met de rechtsstaat voor EU-middelen te beoordelen; onderstreept dat de systemische tekortkomingen die door deze toezichtsinstanties zijn vastgesteld, naar behoren tot uiting moeten komen in het gebruik van instrumenten voor begrotingsbescherming door de Commissie;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De rechtsstaat en de dimensie van de eengemaakte markt</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>133.</NO.P>is ingenomen met het feit dat er in het verslag over de rechtsstaat een dimensie van de eengemaakte markt is opgenomen, wat het verband onderstreept tussen de normen inzake de rechtsstaat en de algemene gezondheid van het economische klimaat in de EU; benadrukt dat deze aanpak helpt bij het opsporen van structurele belemmeringen die van invloed zijn op bedrijven, werknemers en grensoverschrijdende economische activiteit, en bijdraagt aan een voorspelbare, transparante en eerlijke marktomgeving, met als doel ervoor te zorgen dat rechten worden verdedigd, corruptie wordt bestraft en contracten worden gehandhaafd; merkt op dat rechtsonzekerheid, willekeurige administratieve besluitvorming en inconsistente rechtsbescherming de economische voorspelbaarheid ondermijnen en het vermogen van deelnemers aan het economisch verkeer om op de interne markt te opereren aantasten, zoals opgemerkt door de relevante belanghebbenden die zijn geraadpleegd voor het verslag over de rechtsstaat 2025; wijst erop dat een goed functionerend rechtsstelsel, een sterk kader voor corruptiebestrijding, pluriformiteit van de media en doeltreffende checks-and-balances onontbeerlijk zijn voor de soepele werking van de eengemaakte markt; onderstreept dat rechtszekerheid, eerlijke en transparante aanbestedingsregels, doeltreffende corruptiebestrijdingsmaatregelen, mediavrijheid, evenwichtige democratische bevoegdheden en sterke arbeids- en sociale bescherming belangrijke motoren zijn voor een duurzaam concurrentievermogen, sociale samenhang en een goed functionerende eengemaakte markt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>134.</NO.P>stelt voor dat de Commissie de dimensie van de eengemaakte markt blijft bevorderen, aangezien deze essentieel is om zowel een goed functionerende interne markt als een veerkrachtig democratisch stelsel te waarborgen, en de betrokkenheid bij belanghebbenden en maatschappelijke organisaties, waaronder vakbonden, justitiële verenigingen, journalistenorganisaties, orden van advocaten en andere beroepsgroepen waarvan de deskundigheid essentieel is voor de vroegtijdige opsporing van systeemrisico’s voor de rechtsstaat in toekomstige beoordelingen, te verdiepen; benadrukt dat de Commissie gerichte inspanningen moet leveren om de bekendheid van de verslagen over de rechtsstaat te vergroten en bijdragen van deze actoren in alle lidstaten moet aanmoedigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>135.</NO.P>is ingenomen met de erkenning door de Commissie dat eerbiediging van de rechtsstaat een voorwaarde is voor een stabiel en betrouwbaar investeringsklimaat; onderstreept dat voorspelbare rechtskaders, onpartijdige rechtbanken en doeltreffende handhavingsmechanismen het vertrouwen van investeerders vergroten en bijdragen tot duurzame economische groei op de eengemaakte markt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>136.</NO.P>is bezorgd over de tekortkomingen die in verschillende lidstaten zijn vastgesteld, onder meer op het gebied van gelijkheid en billijkheid bij overheidsopdrachten en rechtstreekse gunningen; verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat de tekortkomingen die in het kader van deze dimensie zijn vastgesteld, voldoende tot uiting komen in concrete en gerichte aanbevelingen in haar verslag over de rechtsstaat;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>137.</NO.P>verzoekt de Commissie, wanneer zij de dimensie van de eengemaakte markt in het verslag over de rechtsstaat beoordeelt, en de lidstaten om structurele verstoringen bij overheidsopdrachten en bij het gebruik van EU- en nationale middelen aan te pakken; onderstreept dat een consequente handhaving van de EU-regels inzake mededinging, staatssteun en overheidsopdrachten, in combinatie met steun voor meer gediversifieerde lokale economieën en eerlijke toegang tot financiering, noodzakelijk is om een positieve spiraal te creëren waarin open en concurrerende markten de rechtsstaat ondersteunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>138.</NO.P>merkt op dat de Commissie bij de beoordeling van de gevolgen van de conditionaliteit met betrekking tot de rechtsstaat voor de eengemaakte markt meer gebruik moet maken van datagestuurde analyses; merkt op dat robuuste en vergelijkbare indicatoren inzake efficiënte rechtspraak, corruptierisico’s, administratieve prestaties en regelgevingsstabiliteit essentieel zijn voor de opsporing van structurele zwakke plekken die de economische activiteit belemmeren; spoort de Commissie aan verder te werken aan empirisch onderbouwde methodologieën en de beschikbaarheid van hoogwaardige datasets uit te breiden om de analytische diepgang en beleidsrelevantie van toekomstige verslagen over de rechtsstaat te vergroten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>139.</NO.P>verzoekt de Commissie in haar landenhoofdstukken aan te duiden in welke lidstaten vertraagde rechtspraak, zwakke handhaving van contracten of stelselmatige corruptie in wezen niet-tarifaire belemmeringen vormen voor ondernemingen uit andere lidstaten, en de vooruitgang te toetsen aan de vastgestelde prestatie-indicatoren. benadrukt dat deze aanduiding moet worden gebaseerd op transparante gegevens en methoden en dat daarbij een uitdrukkelijk verband moet worden gelegd tussen tekortkomingen op het gebied van de rechtsstaat en verloren investeringen, hogere transactiekosten en verminderde deelname van kleine en middelgrote ondernemingen aan de eengemaakte markt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>140.</NO.P>is van mening dat de dimensie van de eengemaakte markt ten grondslag ligt aan het verslag van de Commissie over de rechtsstaat, terwijl het rechtsstelsel, het kader voor corruptiebestrijding, pluriformiteit en vrijheid van de media, en andere institutionele kwesties in verband met checks-and-balances in het verslag worden erkend als belangrijke pijlers; benadrukt in dit verband hoe belangrijk het is om de gevolgen van economische ongelijkheid en sociale uitsluiting voor de democratische participatie en het functioneren van de rechtsstaat aan te pakken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De rechtsstaat vormt de kern van het uitbreidingsproces en het externe optreden van de EU</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>141.</NO.P>herhaalt dat de waarden die zijn verankerd in artikel 2 VEU niet alleen door de huidige lidstaten volledig en ondubbelzinnig moeten worden geëerbiedigd, maar ook door kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten gedurende het hele toetredingsproces, en daarna op continue basis; wijst erop dat de geloofwaardigheid en legitimiteit van de EU bij het uitbreidingsproces afhangt van de waarborgen die worden geboden dat zowel de EU-lidstaten als de kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten gehouden zijn aan dezelfde hoge normen inzake democratie, mensenrechten en de rechtsstaat, en benadrukt dat deze geloofwaardigheid, legitimiteit en het vertrouwen in de toezeggingen van de EU kunnen worden aangetast door dubbele normen op deze gebieden; benadrukt dat de toetredingsfase een beslissend en ononderhandelbaar stadium is waarin een solide, onomkeerbare en duurzame basis wordt gelegd voor de bescherming van de rechtsstaat, de grondrechten en de democratische normen, die de kern vormen van wat de “fundamentele kwesties” voor het EU-toetredingsproces worden genoemd; merkt op dat er nog steeds belangrijke kwesties blijven bestaan met betrekking tot de monitoring van de grondrechten van nationale minderheden in kandidaat-lidstaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>142.</NO.P>roept op tot een grondige, continue en diepgaande evaluatie van de rechtsstaat in alle landen die zich in een toetredingsproces bevinden; spoort de Commissie ertoe aan duidelijke, concrete en meetbare aanbevelingen te doen inzake tekortkomingen en vooruitgang op het gebied van de rechtsstaat, en dringt aan op volledige consistentie, complementariteit en wederzijdse versterking van het verslag over de rechtsstaat en het uitbreidingsverslag, teneinde uiteenlopende beoordelingen te voorkomen en te zorgen voor een coherent en geloofwaardig uitbreidingsbeleid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>143.</NO.P>is verheugd dat het verslag over de rechtsstaat specifieke hoofdstukken bevat over Albanië, Montenegro, Noord-Macedonië en Servië; verzoekt de Commissie de geografische reikwijdte van toekomstige verslagen uit te breiden tot alle kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten en concrete, meetbare aanbevelingen te doen om hervormingen te ondersteunen en ervoor te zorgen dat de hoge normen worden gehandhaafd na de toetreding;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>144.</NO.P>roept de EU en haar lidstaten op om kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten krachtig te ondersteunen bij het bevorderen van hervormingen op het gebied van democratie, mensenrechten en de rechtsstaat;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>145.</NO.P>benadrukt dat de in artikel 2 VEU verankerde waarden ook moeten worden geëerbiedigd wanneer EU-middelen beschikbaar worden gesteld aan met programma’s van de Unie geassocieerde niet-EU-landen en tijdens de gehele vervolgmonitoring van het gebruik van de middelen; herinnert eraan dat de bescherming van deze waarden van essentieel belang is om te zorgen voor een coherent en goed financieel beheer van alle uitgaven van de Unie, zowel binnen de EU als in samenwerkingen met niet-EU-landen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>146.</NO.P>pleit ervoor het beginsel van de rechtsstaat consistent toe te passen bij alle EU-uitgaven, alsmede bij het extern optreden in het algemeen, en pretoetredingssteun voor kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten in het bijzonder, in het kader van het instrument voor pretoetredingssteun (IPA) III en in het kader van de hervormings- en groeifaciliteit voor de Westelijke Balkan; wijst erop dat dergelijke uitgaven transparant, empirisch onderbouwd en prestatiegerelateerd moeten zijn, en gepaard moeten gaan met doeltreffende monitoring en juridische waarborgen, in overeenstemming met de in artikel 2 VEU verankerde waarden van de EU; dringt erop aan dat uitbetalingen in het kader van het IPA III worden gekoppeld aan tastbare resultaten, en dat de financiering anders wordt toegewezen, wordt opgeschort of wordt verminderd in geval van aanhoudende achteruitgang op het gebied van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, corruptiebestrijding en de grondrechten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>147.</NO.P>wijst erop dat het van belang is een op regels gebaseerde internationale orde te handhaven om de universele waarden waarop de EU is gebaseerd in stand te houden; waarschuwt dat de toenemende bedreigingen voor multilaterale instellingen, waaronder pogingen om het Internationaal Gerechtshof (IGH) en het Internationaal Strafhof (ICC) te delegitimeren, en de bredere minachting voor het internationaal recht een ernstige bedreiging vormen voor de op regels gebaseerde internationale orde; betreurt de ongekende bedreigingen aan het adres van het ICC, waaronder sancties tegen zijn rechters en andere functionarissen; roept op om de EU-blokkeringsverordening<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EG) nr. 2271/96 van de Raad van 22 november 1996 tot bescherming tegen de gevolgen van de extraterritoriale toepassing van rechtsregels uitgevaardigd door een derde land en daarop gebaseerde of daaruit voortvloeiende handelingen (PB L 309 van 29.11.1996, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/1996/2271/oj).</FIELD></FOOTNOTE> te activeren ter afscherming van het ICC en degenen die samenwerken met het ICC en het steunen, waaronder maatschappelijke organisaties en mensenrechtenverdedigers; roept de EU en haar lidstaten, kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten op om het ICC te blijven steunen en alle beschikbare instrumenten in te zetten om de strijd tegen straffeloosheid wereldwijd op te voeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>148.</NO.P>herhaalt de krachtige steun van de EU voor het IGH en het ICC als essentiële onafhankelijke en onpartijdige instellingen; herinnert eraan dat volledige naleving van de ICC-besluiten, met inbegrip van de uitvoering van aanhoudingsbevelen, een verplichting is voor de EU-lidstaten; verzoekt de Commissie in haar verslagen over de rechtsstaat melding te maken van gevallen waarin aanhoudingsbevelen van het ICC niet zijn uitgevoerd; dringt er bij de lidstaten op aan de uitspraken van internationale rechtbanken volledig na te leven en universele jurisdictie toe te passen om straffeloosheid te bestrijden; verzoekt de EU niet-EU-landen, waaronder belangrijke partners, kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten, aan te moedigen toe te treden tot het Statuut van Rome;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Verbetering van het rapportageproces van de Commissie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>149.</NO.P>is ingenomen met de inspanningen van de Commissie om haar methodologie in het verslag over de rechtsstaat te verbeteren; verzoekt de Commissie om in toekomstige edities duidelijke en operationele benchmarks en indicatoren voor elke pijler vast te stellen en te publiceren, en deze op consistente en transparante wijze in alle lidstaten toe te passen, zodat een zinvolle vergelijking mogelijk is en duidelijkheid wordt verschaft over de toegepaste normen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>150.</NO.P>erkent dat het verslag van de Commissie over de rechtsstaat vollediger is geworden sinds hiermee werd begonnen in 2020; betreurt echter dat essentiële elementen uit de resoluties van het Parlement, met inbegrip van aanbevelingen, gericht aan de Commissie en de Raad in het kader van de verslaglegging over de rechtsstaat, niet volledig in aanmerking zijn genomen; verzoekt de Commissie en de Raad gevolg te geven aan deze aanbevelingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>151.</NO.P>verzoekt de Commissie transparanter te zijn over de criteria die zij tijdens het rapportageproces hanteert om informatie van het maatschappelijk middenveld, internationale instanties, nationale autoriteiten en andere belanghebbenden te selecteren; benadrukt hoe belangrijk het is deze informatie op consistente en duidelijke wijze te beoordelen en weer te geven in de definitieve hoofdstukken per land; merkt op dat, binnen de grenzen van de beschikbare middelen, aan alle bijdragers passende feedback en follow-up moet worden gegeven met betrekking tot het gebruik van hun input, en dringt erop aan dat het rapportageproces empirisch onderbouwd, transparant en onpartijdig moet zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>152.</NO.P>verzoekt de Commissie de onderwerpen in het verslag over de rechtsstaat op transparante wijze te selecteren door duidelijk te definiëren wat de belangrijkste criteria zijn, waaronder een definitie van “belangrijke ontwikkeling”, en ervoor te zorgen dat nieuw opkomende uitdagingen systematisch in aanmerking worden genomen; spoort de Commissie aan duidelijkere taal te gebruiken bij de beoordeling van de naleving van de waarden van artikel 2 VEU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>153.</NO.P>verzoekt de Commissie bij de opstelling van het verslag over de rechtsstaat te streven naar nauwere samenwerking en vooraf overleg te plegen met het Parlement;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>154.</NO.P>benadrukt dat de Groep voor toezicht op de democratie, de rechtsstaat en de grondrechten (DRFMG) van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken van het Parlement de afgelopen jaren verschillende ad-hocdelegaties heeft geleid en dat, in verschillende gevallen, de situatie van de rechtsstaat, de democratie en de grondrechten ernstiger tekortschiet dan in de verslagen van de Commissie wordt aangegeven; meent dat terdege rekening moet worden gehouden met het toezicht door de DRFMG in het kader van de raadplegingsprocedure en bij het opstellen van het verslag; roept op tot sterkere en meer gestructureerde interinstitutionele betrekkingen tussen het Parlement en de Commissie, onder meer door middel van regelmatige uitwisselingen, transparante feedbackmechanismen en tijdige opname van parlementaire beoordelingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>155.</NO.P>herhaalt de noodzaak van een alomvattend interinstitutioneel mechanisme voor democratie, de rechtsstaat en grondrechten dat alle in artikel 2 VEU genoemde waarden bestrijkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>156.</NO.P>meent dat de Commissie duidelijker moet zijn bij het vaststellen en verwoorden van het traject dat elke lidstaat en kandidaat-lidstaat volgt, met inbegrip van vroegtijdige waarschuwingssignalen en de vaststelling van ernstige en systemische problemen, en wijst erop dat de Commissie moet zorgen voor samenhang tussen de vastgestelde problemen en de aanbevelingen die worden gedaan alsook voor meer duidelijkheid en transparantie over de wijze waarop deze beoordelingen tot stand komen; verzoekt de Commissie te verduidelijken dat systematische, opzettelijke en ernstige schendingen van de in artikel 2 VEU verankerde waarden gedurende een lange periode de structurele voorwaarden voor het lidmaatschap van een op de rechtsstaat gebaseerde Unie ondermijnen; benadrukt dat de lidstaten in dergelijke omstandigheden het risico lopen de verplichtingen die inherent zijn aan hun status uit hoofde van de Verdragen niet na te komen; herinnert eraan dat de instellingen de mechanismen waarin de Verdragen voorzien, moeten activeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>157.</NO.P>onderstreept dat het van essentieel belang is de beoordeling niet te beperken tot eerder vastgestelde tekortkomingen, maar dat de analyse systematisch moet worden geactualiseerd om rekening te houden met nieuwe ontwikkelingen, opkomende risico’s en veranderende oorzaken van achteruitgang; benadrukt dat grotere methodologische nauwkeurigheid en duidelijkheid juist op dit punt van essentieel belang zijn om ervoor te zorgen dat de aanbevelingen relevant en responsief blijven en aansluiten bij de feitelijke stand van de rechtsstaat in elke lidstaat;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>158.</NO.P>verzoekt de Commissie aanbevelingen te doen die meer operationeel zijn, waarbij aanbevelingen die betrekking hebben op ernstige en systemische problemen en aanbevelingen die betrekking hebben op minder belangrijke problemen duidelijk apart worden vermeld teneinde te voorkomen dat de ernstigste schendingen van de rechtsstaat worden gebagatelliseerd, en met concrete maatregelen, tijdschema’s en benchmarks voor de uitvoering ervan door de lidstaten en kandidaat-lidstaten; benadrukt dat aanbevelingen niet in gelijke mate op alle lidstaten betrekking moeten hebben, maar in verhouding moeten staan tot de specifieke situatie op het gebied van de rechtsstaat in elk land; geeft aan dat de aanbevelingen beter moeten aansluiten bij negatieve bevindingen in het verslag en dat zij gedetailleerder moeten zijn; is van mening dat de beoordeling van de opvolging van de eerdere aanbevelingen nauwkeuriger en kwalitatiever moet zijn, en niet enkel gebaseerd mag worden op wetswijzigingen, maar ook op verifieerbaar bewijs van de uitvoering ervan in de praktijk;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>159.</NO.P>verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat alle pijlers van het verslag over de rechtsstaat evenveel aandacht krijgen bij het doen van aanbevelingen, teneinde hardnekkige en goed gedocumenteerde uitdagingen aan te pakken en structurele aspecten te beschermen die essentieel zijn voor de goede werking van democratische stelsels, met inbegrip van de civiele ruimte en grondrechten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>160.</NO.P>verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat de in het verslag over de rechtsstaat genoemde punten van zorg consequent worden omgezet in aanbevelingen; verzoekt de Commissie er bovendien voor te zorgen dat soortgelijke problemen in alle lidstaten op dezelfde manier worden behandeld, zodat geen enkele lidstaat die met vergelijkbare of ernstigere tekortkomingen wordt geconfronteerd, verstoken blijft van passende aanbevelingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>161.</NO.P>verzoekt de Commissie het follow-upmechanisme voor niet-uitgevoerde aanbevelingen te versterken door meetbare benchmarks in te voeren, waarbij moet worden opgemerkt dat 93 % van de aanbevelingen uit voorgaande jaren wordt herhaald en dat slechts 6 % volledig is uitgevoerd in 2025<FOOTNOTE><FIELD> Civil Liberties Union for Europe, “European Commission’s Rule of Law Report 2025 — Gap Analysis”.</FIELD></FOOTNOTE>; roept ertoe op om waar nodig meer gebruik te maken van alle beschikbare handhavingsinstrumenten, met inbegrip van inbreukprocedures en budgettaire voorwaarden, zoals bepaald in het Financieel Reglement, de verordening inzake conditionaliteit met betrekking tot de rechtsstaat en de verordening gemeenschappelijke bepalingen; verzoekt de Commissie om in het kader van inbreukprocedures bij het Hof van Justitie stelselmatig gebruik te maken van versnelde procedures en verzoeken om voorlopige maatregelen, en om maatregelen te nemen wanneer de arresten van het Hof van Justitie niet worden uitgevoerd; stelt met bezorgdheid vast dat in het meest recente verslag slechts twee lidstaten een aanvullende aanbeveling hebben ontvangen in vergelijking met de vorige verslagcyclus, ondanks het feit dat de situatie op het gebied van de rechtsstaat in verscheidene lidstaten dringend actie vereist en in andere lidstaten de aanbevelingen dringend moeten worden uitgevoerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>162.</NO.P>betreurt het feit dat Hongarije consequent heeft nagelaten gevolg te geven aan de aanbevelingen van de Commissie, waarbij sinds 2022 van zes aanbevelingen helemaal geen werk is gemaakt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>163.</NO.P>benadrukt dat het beleid dat wordt geschetst in de mededeling van de Commissie van 2022 over de handhaving van het EU-recht, waarin wordt verduidelijkt dat inbreukprocedures niet bedoeld zijn als mechanismen voor individueel verhaal, de toegang tot doeltreffende rechtsmiddelen beperkt in gevallen waarin lidstaten het EU-recht, met inbegrip van arresten van het HvJ-EU, aanhoudend of stelselmatig niet naleven; verzoekt de Commissie jaarlijks verslag uit te brengen over de toepassing en de doeltreffendheid van de instrumenten die beschikbaar zijn om inbreuken op de beginselen van de rechtsstaat in de lidstaten aan te pakken; herinnert aan de recente conclusie van advocaat-generaal Ćapeta in zaak C‑769/22 waarin wordt bevestigd dat artikel 2 VEU kan dienen als afzonderlijke rechtsgrond voor inbreukprocedures in gevallen waarin de ontkenning van een waarde de onderliggende oorzaak is van andere inbreuken op het EU-recht; onderstreept dat het aanstaande arrest in deze zaak een belangrijke kans zou kunnen bieden die de Commissie zou moeten aangrijpen om systematischer en krachtiger op te treden tegen inbreuken, onder voorbehoud van de definitieve uitspraak van het HvJ-EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>164.</NO.P>benadrukt dat het uitbrengen van het verslag over de rechtsstaat niet voldoende is om de in artikel 2 VEU verankerde waarden te versterken, maar dat het verslag moet leiden tot concrete actie; benadrukt dat de bevindingen van het jaarlijkse verslag over de rechtsstaat systematisch moeten worden opgevolgd, in voorkomend geval door gebruik te maken van de beschikbare handhavingsinstrumenten, overeenkomstig de prerogatieven van de Commissie; dringt aan op transparante monitoring van de naleving door de lidstaten van de arresten van het HvJ-EU en, indien relevant, de arresten van het EHRM, onder meer door bij de toepassing van dergelijke instrumenten rekening te houden met gevallen van aanhoudende niet-naleving;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>165.</NO.P>is van mening dat de benchmarks van het verslag over de rechtsstaat ook betrekking moeten hebben op de onafhankelijkheid en de doeltreffende werking van belangrijke onafhankelijke en regelgevende instanties; benadrukt dat deze instanties moeten zorgen voor transparante, open en op verdiensten gebaseerde procedures voor de benoeming en het ontslag van de bestuurders ervan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>166.</NO.P>herinnert aan de mededelingen van de Commissie van 3 april 2019 getiteld “Verdere versterking van de rechtsstaat in de Unie — Stand van zaken en mogelijke volgende stappen” en van 7 augustus 2019 getiteld “Versterking van de rechtsstaat binnen de Unie — Een blauwdruk voor actie”; dringt erop aan dat ze worden bijgewerkt om de huidige uitdagingen te weerspiegelen en ervoor te zorgen dat ze volledig operationeel zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>167.</NO.P>onderstreept de noodzaak om de behoefte aan personele middelen en capaciteit te beoordelen, gezien de roep om meer proactief toezicht op de rechtsstaat; benadrukt het belang van coördinatie tussen de diensten van de relevante bevoegde directoraten-generaal van de Commissie;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Horizontale aanbevelingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>168.</NO.P>is van oordeel dat de interinstitutionele dialoog en de samenwerking met betrekking tot de rechtsstaat op EU-niveau moeten worden versterkt; betreurt het dat de Commissie en de Raad tot dusver afwijzend hebben gereageerd op het aanbod van het Parlement om een interinstitutioneel akkoord over de democratie, de rechtsstaat en de grondrechten te sluiten; bevestigt opnieuw zijn bereidheid om de besprekingen over dit akkoord te hervatten, waarbij het de toegevoegde waarde van een gestructureerd en voorspelbaar kader onderstreept; benadrukt dat het argument dat een dergelijk akkoord te rigide zou zijn, geen rechtvaardiging kan zijn om niets te doen; vraagt om pragmatische oplossingen om de samenwerking nu al te verbeteren; verzoekt de Raad zijn dialoog over de rechtsstaat inclusiever te maken door ook vertegenwoordigers van andere partijen, zoals de Commissie van Venetië en het Parlement, uit te nodigen; benadrukt dat de doeltreffendheid van het uitgebreide EU-instrumentarium afhankelijk is van een coherente en consistente toepassing in alle instellingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>169.</NO.P>stelt voor dat de EU-instellingen, in afwachting van de vaststelling van een EU-mechanisme voor democratie, de rechtsstaat en grondrechten door middel van een interinstitutioneel akkoord, de mechanismen voor samenwerking in dit verband verder ontwikkelen door de invoering van een jaarlijkse cyclus inzake de rechtsstaat die in verschillende fasen is gestructureerd, de continuïteit, coördinatie en impact tussen de instellingen versterkt en zodanig is opgezet dat hij geleidelijk kan worden uitgebreid tot alle in artikel 2 VEU verankerde waarden, waarbij een alomvattende en coherente aanpak van de bescherming ervan wordt gewaarborgd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>170.</NO.P>herinnert eraan dat de aanbevelingen in verhouding moeten staan tot de vastgestelde uitdagingen, voldoende specifiek moeten zijn om een concrete en uitvoerbare follow-up door de lidstaten mogelijk te maken en in volgende edities systematisch moeten worden beoordeeld; vraagt om een evenwichtigere, transparantere en geloofwaardigere aanpak om gelijke behandeling en doeltreffende follow-up te waarborgen; onderstreept dat een consistentere toepassing van de benadering van de Commissie, met name door aan te geven welke aanbevelingen na meerdere cycli nog steeds niet zijn opgevolgd, de transparantie, nauwkeurigheid en geloofwaardigheid van het monitoringkader zou vergroten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>171.</NO.P>benadrukt dat in de toekomst bijzondere aandacht moet uitgaan naar de lidstaten waarvoor de Commissie ernstige en structurele schendingen heeft vastgesteld, en verzoekt de Commissie dergelijke gevallen duidelijk te onderscheiden in haar aanbevelingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>172.</NO.P>herhaalt zijn verzoek aan de Commissie om de reikwijdte van het verslag uit te breiden tot alle aspecten van artikel 2 VEU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>173.</NO.P>dringt er bij de Commissie op aan om in haar toekomstige verslagen over de rechtsstaat een pijler op te nemen over het maatschappelijk middenveld en een pijler over de bestrijding van alle vormen van haat en discriminatie, zoals vastgelegd in artikel 21 van het Handvest;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>174.</NO.P>verzoekt de Commissie in haar toekomstige verslagen over de rechtsstaat de bescherming van de academische en artistieke vrijheid op te nemen, alsmede maatregelen ter bestrijding van desinformatie op onlineplatforms door binnenlandse of externe actoren in het kader van de pijler vrijheid van de media; verzoekt de Commissie voorts om de registratie en monitoring van haatmisdrijven op te nemen in de pijler rechtsstelsels;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>175.</NO.P>herhaalt zijn oproep voor bredere indicatoren, zoals grondrechten, gendergelijkheid, de bescherming van minderheden en kwetsbare groepen, en eerbiediging van het internationaal recht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>176.</NO.P>herinnert eraan dat de bescherming van minderheden behoort tot de toetredingscriteria van Kopenhagen; wijst op het gebrek aan wettelijke garanties op EU-niveau om te waarborgen dat de lidstaten de tijdens het toetredingsproces aangegane verbintenissen inzake de bescherming van minderheden nakomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>177.</NO.P>roept de Commissie op te zorgen voor een consistentere en uitgebreidere beoordeling van de integriteit van verkiezingen in het kader van de pijler checks-and-balances en in alle landenhoofdstukken, met aandacht voor het wettelijke en institutionele kader, de praktische uitvoering ervan en de belangrijkste risico’s; benadrukt de noodzaak van onderzoek naar corruptie, misbruik van staatsmiddelen en verkiezingsmanipulatie; roept op tot systematische samenwerking met de Commissie van Venetië, het OVSE-Bureau voor Democratische Instellingen en Mensenrechten en andere relevante internationale organen, en dringt erop aan dat hun aanbevelingen naar behoren worden weerspiegeld in de beoordelingen en landenspecifieke aanbevelingen van de verslagen over de rechtsstaat;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>178.</NO.P>merkt op dat in de geactualiseerde controlelijst voor de rechtsstaat van de Commissie van Venetië wordt erkend dat AI en digitale technologieën de efficiëntie en toegankelijkheid van het openbaar bestuur en de rechtsstelsels kunnen verbeteren; benadrukt tegelijkertijd dat het gebruik ervan door overheidsinstanties aanzienlijke risico’s kan inhouden voor de rechtszekerheid, gelijkheid voor de wet, transparantie en doeltreffende rechtsbescherming, als een duidelijke rechtsgrond, menselijk toezicht en solide waarborgen ontbreken; verzoekt de Commissie deze risico’s aan te pakken en ervoor te zorgen dat AI-systemen worden ingezet in volledige overeenstemming met de vereisten van de rechtsstaat, waaronder transparantie, verantwoordingsplicht, non-discriminatie, evenredigheid en doeltreffende rechtsmiddelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>179.</NO.P>verzoekt de Commissie bij het opstellen van het verslag over de rechtsstaat een gestructureerde dialoog aan te gaan en breed overleg te voeren met het maatschappelijk middenveld en onafhankelijke toezichtsinstanties en -instellingen die actief zijn op het gebied van democratie, de rechtsstaat en de grondrechten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>180.</NO.P>verzoekt de Commissie zo veel mogelijk bezoeken ter plaatse in de lidstaten af te leggen in plaats van virtuele bezoeken, aangezien deze een vollediger en meer contextueel beeld van de lokale situatie kunnen opleveren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>181.</NO.P>benadrukt de essentiële rol van de lokale en regionale overheden in de werking van de democratie en in het kader van het systeem van checks-and-balances waarop de rechtsstaat stoelt; erkent dat lokale en regionale overheden in de frontlinie staan en rechtstreeks worden geconfronteerd met uitdagingen die van invloed kunnen zijn op de rechtsstaat en de afdwingbaarheid van grondrechten; benadrukt dat het van belang is om ongepaste inmenging in de lokale en regionale overheden te voorkomen en hun autonomie te waarborgen, zoals beschermd door artikel 4, lid 2, en artikel 5, lid 3, VEU, waarin regionaal en lokaal zelfbestuur worden erkend als onderdeel van de constitutionele identiteit van de lidstaten, en door artikel 41 van het Handvest, inzake het recht op behoorlijk bestuur;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>182.</NO.P>is stellig van mening dat de EU-instellingen hun verplichtingen met betrekking tot de rechtsstaat moeten nakomen en benadrukt dat de beoordeling van de naleving door de EU-instellingen van de waarden die zijn verankerd in artikel 2 VEU, met inbegrip van de interne consistentie van de Unie bij de handhaving van deze waarden in haar beleid en externe optreden, van essentieel belang is teneinde de geloofwaardigheid en legitimiteit van de EU te waarborgen; is van mening dat de EU-instellingen het goede voorbeeld moeten geven door de hoogste normen op het gebied van de rechtsstaat te handhaven; heeft kritiek op het feit dat de situatie van de rechtsstaat binnen de EU-instellingen wordt uitgesloten van de reikwijdte van het verslag van de Commissie over de rechtsstaat 2025; verzoekt om in toekomstige verslagen over de rechtsstaat een apart hoofdstuk op te nemen over de naleving van rechtsstaatnormen door de EU, op basis van een onafhankelijk toetsingsmechanisme;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>183.</NO.P>verzoekt de Raad zijn dialoog over de rechtsstaat, de procedure van artikel 7 en de toepassing van de verordening inzake conditionaliteit met betrekking tot de rechtsstaat volledig transparant, interactief en resultaatgericht te maken, onder meer door gedetailleerde conclusies uit te brengen en feedback te geven over de bevindingen van de Commissie en het Parlement; betreurt het onvermogen van de Raad om wezenlijke vooruitgang te boeken in de lopende procedure op grond van artikel 7, lid 1, VEU en is van mening dat elke verdere vertraging van het optreden van de Raad zou neerkomen op een schending van het beginsel van de rechtsstaat door de Raad zelf;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>184.</NO.P>dringt er bij de Raad op aan ervoor te zorgen dat de hoorzittingen uit hoofde van artikel 7, lid 1, VEU ten minste eenmaal per voorzitterschap plaatsvinden; benadrukt echter dat deze minimale frequentie niet mag worden opgevat als een maximum en dat dergelijke hoorzittingen niet mogen worden gereduceerd tot zuiver een kwestie van afvinken waarmee het voorzitterschap zich van zijn verantwoordelijkheden kan kwijten door één formele vergadering te houden zonder dat daar een zinvolle follow-up aan wordt gegeven; roept de Raad op om na elke hoorzitting uitgebreide notulen te publiceren en concrete aanbevelingen en termijnen voor de uitvoering ervan te geven; dringt erop aan dat het Parlement volledig wordt betrokken bij alle procedures in verband met artikel 7 VEU; onderstreept dat een eventueel gebrek aan unanimiteit de Raad de voortzetting van de procedure niet in de weg staat, waarbij concrete aanbevelingen kunnen worden gedaan aan de betrokken lidstaat, namelijk Hongarije, en benadrukt dat het proces niet mag worden gereduceerd tot periodieke hoorzittingen zonder inhoudelijke follow-up of tastbare resultaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>185.</NO.P>herhaalt de bevindingen en aanbevelingen van zijn resolutie van 25 november 2025 over het voorstel voor een besluit van de Raad houdende de constatering, overeenkomstig artikel 7, lid 1, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, dat er een duidelijk gevaar bestaat voor een ernstige schending door Hongarije van de waarden waarop de Unie berust; neemt er nota van dat de Commissie een inbreukprocedure tegen Hongarije heeft ingeleid wegens niet-naleving van verscheidene bepalingen van de Europese verordening mediavrijheid en van bepaalde voorschriften van de richtlijn audiovisuele mediadiensten; onderstreept dat advocaat-generaal Juliane Kokott in haar conclusie in zaak C-829/24, Commissie tegen Hongarije, heeft geoordeeld dat Hongarije de EU-wetgeving heeft geschonden door wetgeving vast te stellen inzake de bescherming van de nationale soevereiniteit, die de fundamentele beginselen van de Unie kan ondermijnen, met name wat de bescherming tegen buitenlandse politieke inmenging betreft; onderstreept dat advocaat-generaal Tamara Ćapeta in haar conclusie in zaak C-225/24, Parlement tegen Commissie, heeft voorgesteld dat het HvJ-EU het besluit van de Commissie om de schorsing van EU-middelen aan Hongarije op te heffen, nietig verklaart, waardoor bezorgdheid ontstaat over de naleving van de conditionaliteit met betrekking tot de rechtsstaat;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>186.</NO.P>verzoekt de Commissie het verband tussen preventieve en reactieve instrumenten te versterken en gebruik te maken van alle beschikbare instrumenten om tekortkomingen in de rechtsstaat aan te pakken, met inbegrip van inbreukprocedures, artikel 7 VEU, het algemene conditionaliteitsmechanisme en de horizontale randvoorwaarden in het Handvest;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>187.</NO.P>is ingenomen met de geactualiseerde controlelijst voor de rechtsstaat van de Commissie van Venetië en verzoekt de Commissie en de Raad deze volledig in hun besluitvormingsprocessen te integreren; verzoekt de Commissie een nauwere samenwerking met de Raad van Europa te onderzoeken om het rechtsstaatacquis van de Raad van Europa en de EU met en binnen de lidstaten te bevorderen, in de vier hoofdstukken van het jaarlijkse verslag over de rechtsstaat;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>188.</NO.P>verzoekt de Commissie te zorgen voor volledige samenhang en consistentie tussen alle instrumenten voor verslaglegging over de rechtsstaat, waaronder het jaarlijkse verslag over de rechtsstaat, de uitbreidingsverslagen en de landenspecifieke aanbevelingen in het kader van het Europees Semester; benadrukt de noodzaak van een uniforme methodologie en nauwe coördinatie tussen de directoraten-generaal;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>189.</NO.P>moedigt de lidstaten aan een cultuur van de rechtsstaat te bevorderen door middel van bewustmakingscampagnes, voorlichtingsinitiatieven en programma’s voor burgerschapsvorming over democratie, de rechtsstaat en de grondrechten; onderstreept de potentiële effecten van misinformatie en desinformatie op het functioneren van de democratie en de bescherming van de grondrechten; moedigt de lidstaten aan alomvattende programma’s voor burgerschapsvorming te ontwikkelen en uit te voeren die bij burgers van alle leeftijden begrip kweken voor democratische instellingen, de rechtsstaat en de grondrechten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>190.</NO.P>verzoekt de Commissie na te gaan of alle verslagen over de rechtsstaat of de grondrechten, zoals de jaarverslagen over de naleving van het Handvest of het verslag van het FRA, rond dezelfde tijd kunnen worden gepubliceerd, zodat een gelijktijdig algemeen debat over deze kwesties mogelijk wordt; herhaalt dat er een soortgelijk verslag over democratie nodig is; dringt er bij de Commissie op aan te zorgen voor een ruime verspreiding van haar bevindingen in alle lidstaten;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De jaarlijkse rechtsstaatcyclus</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>191.</NO.P>benadrukt dat de EU een uitgebreide reeks instrumenten heeft ontwikkeld om de rechtsstaat te waarborgen; benadrukt dat een grotere complementariteit tussen de werkzaamheden van elke EU-instelling en een grotere verantwoordingsplicht voor de uitvoering van deze instrumenten van essentieel belang zijn; onderstreept dat de herhaaldelijke verwijzingen naar de noodzaak van nieuwe instrumenten of aanvullende procedurele elementen niet mag worden aangegrepen als excuus om niets te doen of om de aandacht af te leiden van de volledige uitvoering van de bestaande instrumenten; benadrukt dat de geloofwaardigheid van het kader van de rechtsstaat van de EU niet afhangt van de proliferatie van mechanismen, maar van de politieke wil en de operationele capaciteit om de bestaande mechanismen ten volle te benutten, en van de volledige naleving en handhaving van de rechtsstaat door de EU-instellingen zelf in hun optreden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>192.</NO.P>merkt op dat het voorstel voor een geïntegreerde jaarlijkse rechtsstaatcyclus, waarnaar door de voorzitter van de Commissie is verwezen in de toespraak over de Staat van de Unie van 2025, en de versterking van het verband tussen begrotingsinstrumenten en de rechtsstaat in het meerjarig financieel kader 2028-2034 van de Commissie elementen zijn die op één lijn liggen met de eigen voorstellen van het Parlement en stroken met de noodzaak om vooruitgang te boeken met de doeltreffende en coherente uitvoering van alle bestaande instrumenten en de versterking van de samenwerking tussen de EU-instellingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>193.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">moedigt een reeks verbeteringen aan, op basis van het verslag van de Commissie over de rechtsstaat, om de continuïteit, coördinatie en impact van de jaarlijkse rechtsstaatcyclus te verbeteren:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>het vaststellen van een specifieke datum voor de jaarlijkse publicatie van het verslag van de Commissie over de rechtsstaat, bij voorkeur in juni, met het oog op een grotere voorspelbaarheid en een doeltreffende planning van de werkzaamheden van zowel de Commissie als de belanghebbenden, waarbij tevens wordt voorzien in een passende overgangsperiode om het bestaande interne tijdschema van de cyclus niet te verstoren en ervoor te zorgen dat voldoende tijd en middelen worden vrijgemaakt;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>het opnemen in haar analyse van de rechtsstaat, zowel in haar algemene mededeling als in haar landenspecifieke beoordelingen, van verwijzingen naar internationaal erkende indicatoren en vergelijkbare gezaghebbende bronnen die een meer kwantitatieve en gegevensgestuurde evaluatie mogelijk maken en bijdragen tot een grotere transparantie, vergelijkbaarheid en methodologische consistentie van alle EU-instrumenten voor monitoring van de rechtsstaat;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL>het wijzen op de relevantie van het EU-scorebord voor justitie als een relevante bron van vergelijkende gegevens;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>d)</SYMBOL>het waarborgen van onpartijdigheid bij de beoordeling en de daaropvolgende actie van de Commissie bij het aanpakken van problemen op het gebied van de rechtsstaat in de lidstaten; het zorgen voor een onpartijdig beoordelingsproces binnen de Commissie, waarbij het betreffende directoraat-generaal wordt betrokken bij de voorbereiding van het verslag; het versterken van de samenwerking van de Commissie met EU- en internationale organen, zodat zij de naleving en handhaving van de rechtsstaat binnen de EU-instellingen zelf kan beoordelen;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>e)</SYMBOL>het waarborgen dat de aanbevelingen duidelijk en nauwkeurig geformuleerd zijn;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>f)</SYMBOL>het verduidelijken van de methodologie voor het formuleren van haar aanbevelingen;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>g)</SYMBOL>het onderscheiden van aanbevelingen met betrekking tot ernstige en structurele problemen van de andere opmerkingen, waarbij de nadruk wordt gelegd op situaties waarin een potentieel risico bestaat op een ernstige en systemische schending van de rechtsstaat;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>h)</SYMBOL>het koppelen van aanbevelingen die als ernstig en systemisch zijn aangemerkt aan het vrijgeven van middelen, waarbij uitbetaling afhankelijk is van aantoonbare vooruitgang die wordt geverifieerd door middel van geschikte monitoringmechanismen; het duidelijk in kaart brengen van aanbevelingen met gevolgen voor de financiële belangen van de EU en het naar behoren monitoren ervan in het kader van de verordening inzake conditionaliteit met betrekking tot de rechtsstaat en andere begrotingsinstrumenten;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>i)</SYMBOL>het beoordelen van niet alleen in hoeverre eerdere aanbevelingen zijn uitgevoerd, maar waar nodig ook het doen van nieuwe aanbevelingen; het niet beperken van de evaluatie tot het meten van de vooruitgang ten opzichte van het vorige verslagjaar, maar het in plaats daarvan verstrekken van een evaluatie die de algemene ontwikkeling sinds de publicatie van de oorspronkelijke aanbeveling weerspiegelt, teneinde een duidelijk uitgangspunt voor de uitvoering te bieden;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>j)</SYMBOL>het opnemen in elk landenhoofdstuk van het verslag over de rechtsstaat van een apart onderdeel over de uitvoering van arresten van zowel het HvJ-EU als het EHRM;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>k)</SYMBOL>het opnemen in de analyse van een apart onderdeel over de omzetting en uitvoering van EU-wetgeving als het gaat om het waarborgen van de rechtsstaat;</ITEM></LIST></P></ACTION><ACTION><P><NO.P>194.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">benadrukt dat het Parlement op een later moment in de cyclus zijn bevoegdheden en prerogatieven die voortvloeien uit de Verdragen ten volle moet uitoefenen door middel van zijn resolutie als reactie op het verslag van de Commissie over de rechtsstaat, die een tastbare toegevoegde waarde zou kunnen hebben, en stelt daartoe voor dat de resolutie van het Parlement:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>uiterlijk in maart wordt vastgesteld, zodat naar behoren rekening kan worden gehouden met de input van het Parlement;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>meer gebruikmaakt van bestaande structuren, met name de DRFMG, om hoorzittingen en missies te organiseren op basis van de door de Commissie vastgestelde problemen, die vervolgens kunnen bijdragen tot het opstellen van het verslag van de Commissie;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL>de voornaamste bevindingen uit het verslag van de Commissie, de monitoringactiviteiten van de DRFMG, de jaarlijkse dialogen van de Raad en de bijdragen van het maatschappelijk middenveld samenbrengt;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>d)</SYMBOL>wijst op beste praktijken die zijn vastgesteld tijdens de jaarlijkse interparlementaire commissievergadering over de rechtsstaat, teneinde de lidstaten te ondersteunen bij de uitvoering van specifieke aanbevelingen;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>e)</SYMBOL>de uitvoering van eerdere jaarlijkse aanbevelingen van de Commissie over opeenvolgende jaren beoordeelt en daarbij trends en positieve of negatieve ontwikkelingen vaststelt;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>f)</SYMBOL>een grondige analyse omvat van alle landen waarvoor een artikel 7-procedure is ingeleid of waarvoor in de verslagen van de Commissie ernstige en systematische bezorgdheid over de rechtsstaat is gesignaleerd;</ITEM></LIST></P></ACTION><ACTION><P><NO.P>195.</NO.P>verzoekt de Commissie om in de slotfase van de cyclus, naast het jaarlijkse verslag over de rechtsstaat dat in de plenaire vergadering van juni wordt gepresenteerd, op een ander tijdstip een gestructureerde follow-up te geven inzake de wijze waarop rekening is gehouden met de resolutie en aanbevelingen van het Parlement; dringt bovendien aan op een specifieke gedachtewisseling met zijn Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken over deze follow-up;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>196.</NO.P>verzoekt de Raad naar behoren rekening te houden met de bevindingen en aanbevelingen in het verslag van de Commissie over de rechtsstaat en met de resolutie die het Parlement in reactie daarop heeft aangenomen; benadrukt dat die conclusies en aanbevelingen naar behoren tot uiting moeten komen in de beraadslagingen en vervolgmaatregelen van de Raad en systematisch moeten worden opgenomen in zijn beoordeling van lopende procedures uit hoofde van artikel 7 VEU;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>197.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>