<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0148</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Controle op de toepassing van het EU-recht in 2023, 2024 en 2025</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0037/2026 - Rapporteur: Dainius Žalimas)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 29 april 2026 over controle op de toepassing van het EU-recht in 2023, 2024 en 2025 (2025/2016(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), en met name de artikelen 2 en 3,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie van 18 december 2000,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Europese pijler van sociale rechten van 17 november 2017,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie van 25 juli 2024 getiteld “Controle op de toepassing van het EU-recht – Jaarverslag 2023” (COM(2024)0358),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie van 21 oktober 2025 getiteld “Jaarlijks overzichtsverslag voor 2025 over vereenvoudiging, uitvoering en handhaving” (COM(2025)0871) en de door Europese commissarissen opgestelde jaarlijkse voortgangsverslagen 2025 over vereenvoudiging, uitvoering en handhaving van september 2025,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 23 november 2023 over de controle op de toepassing van het EU-recht in 2020, 2021 en 2022<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2024/4229, 24.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/4229/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 9 juni 2016 over een open, doeltreffend en onafhankelijk Europees ambtenarenapparaat<FOOTNOTE><FIELD> PB C 86 van 6.3.2018, blz. 126.</FIELD></FOOTNOTE> en het daarin vervatte voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad voor een open, doeltreffend en onafhankelijk ambtenarenapparaat van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 22 november 2023 met aanbevelingen aan de Commissie betreffende digitalisering en bestuursrecht<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2024/4215, 24.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/4215/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Interinstitutioneel Akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie van 13 april 2016 over beter wetgeven<FOOTNOTE><FIELD> PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_interinstit/2016/512/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 21 mei 2025 getiteld “De eengemaakte markt: onze Europese thuismarkt in een onzekere wereld – Een strategie om de eengemaakte markt eenvoudig, naadloos en sterk te maken” (COM(2025)0500),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 11 februari 2025 getiteld “Samen vooruit: Een doortastendere, eenvoudigere, snellere Unie” (COM(2025)0045),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 11 februari 2025 getiteld “Een eenvoudiger en sneller Europa: mededeling over uitvoering en vereenvoudiging” (COM(2025)0047),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het werkdocument van de diensten van de Commissie van 14 juli 2023 getiteld “Stocktaking report on the Commission working methods for monitoring the application of EU law” (Inventarisatieverslag over de werkmethoden van de Commissie voor de controle op de toepassing van het EU-recht) (SWD(2023)0254),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Speciaal verslag 28/2024 van de Europese Rekenkamer getiteld “Handhaving van EU-wetgeving”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van het Europees Comité van de Regio’s van 28 augustus 2025 getiteld “Een eenvoudiger en sneller Europa”<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2025/4414, 29.8.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/4414/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het rapport van Mario Draghi van september 2024 getiteld “The future of European Competitiveness – A Competitiveness Strategy for Europe” (De toekomst van het Europese concurrentievermogen – Een strategie voor een concurrerend Europa),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het rapport van Enrico Letta van april 2024 getiteld “Much more than a market” (Veel meer dan een markt),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 55 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie verzoekschriften,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie juridische zaken (A10-0037/2026),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de waarden van eerbied voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten, zoals verankerd in artikel 2 VEU, de basis vormen voor de wetgeving van de EU; overwegende dat een uniforme, consistente en doeltreffende toepassing van het EU‑recht in alle lidstaten noodzakelijk is om de doelstellingen van de EU te verwezenlijken, de goede werking van de eengemaakte markt te waarborgen en een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid te handhaven; overwegende dat de externe geloofwaardigheid van de EU afhangt van haar vermogen om volledige naleving van deze waarden en beginselen intern te garanderen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat overeenkomstig artikel 4, lid 3, VEU en artikel 288 en artikel 291, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie de lidstaten primair verantwoordelijk zijn voor de correcte, harmonieuze en tijdige omzetting, toepassing en uitvoering van het EU-recht; overwegende dat het beginsel van loyale samenwerking de verantwoordelijkheid inhoudt om de uitvoering van de taken van de EU te vergemakkelijken en zich te onthouden van maatregelen die de verwezenlijking van de doelstellingen van de EU in het gedrang kunnen brengen; overwegende dat EU‑wetgeving alleen doeltreffend is voor zover zij enerzijds tijdig, volledig en nauwkeurig wordt omgezet en anderzijds door de lidstaten naar behoren wordt toegepast in de nationale rechtsorde, hetgeen noodzakelijk is om te garanderen dat alle EU-burgers baat hebben bij het EU-beleid, met inbegrip van de bescherming van hun grondrechten, en om een gelijk speelveld voor alle bedrijven op de interne markt te waarborgen; overwegende dat handhaving van het EU-recht in dit verband van cruciaal belang is voor het behoud van een gelijk speelveld tussen de lidstaten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de kwaliteit, duidelijkheid, samenhang en toegankelijkheid van EU‑wetgeving essentiële voorwaarden zijn voor een correcte, effectieve, tijdige en volledige omzetting en toepassing ervan; overwegende dat complexiteit, overlappende handelingen, uiteenlopende definities en dubbelzinnige formuleringen het risico op vertragingen, uiteenlopende interpretaties en gebrekkige naleving vergroten; overwegende dat EU-wetgeving op een duidelijke, rationele en technisch omzetbare manier moet worden opgesteld, zodat lidstaten, burgers en bedrijven hun rechten en plichten uit hoofde van het EU-recht kunnen begrijpen, toepassen en inroepen; overwegende dat technologische vooruitgang, waaronder artificiële intelligentie (AI), nieuwe mogelijkheden creëert om de opstelling van wetgeving, de controle erop, de beoordeling van de naleving ervan en de communicatie erover met burgers en bedrijven te verbeteren, op voorwaarde dat het gebruik van technologie wordt geregeld door transparante, ethische kaders die gegevensbeveiliging garanderen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat inbreukprocedures, samen met andere mechanismen voor uitvoering en de bevordering van naleving, waarborgen dat burgers en bedrijven in de EU geen negatieve gevolgen ondervinden van de laattijdige of onvolledige omzetting of onjuiste toepassing van het EU-recht door de lidstaten; overwegende dat de tijdige en consistente inleiding van inbreukprocedures door de Commissie een aanvullend instrument is om naleving van het EU-recht te garanderen; overwegende dat de Commissie er de voorkeur aan lijkt te geven met nationale autoriteiten in dialoog te treden om inbreukprocedures op te lossen, in plaats van lidstaten voor het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU) te dagen, wat zij beschouwt als een laatste redmiddel; overwegende dat de Commissie in 2016 met betrekking tot haar werkzaamheden in verband met inbreukzaken en klachten heeft besloten prioriteit te geven aan de ernstigste inbreuken op het EU-recht die de belangen van burgers en bedrijven aanzienlijk schaden; overwegende dat 2017 het eerste jaar was waarin de Commissie deze nieuwe, meer gerichte aanpak volgde;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat openbare raadplegingen en effectbeoordelingen vooraf en achteraf essentiële instrumenten zijn om met kennis van zaken en op efficiënte, verantwoordelijke en transparante wijze wetgeving vast te stellen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat bij het Parlement ingediende verzoekschriften en klachten een waardevolle bron van informatie zijn over tekortkomingen en lacunes in de uitvoering van het EU-recht op nationaal niveau en kunnen helpen bij de controle van de correcte toepassing en omzetting van EU-wetgeving door de lidstaten op alle beleidsterreinen; overwegende dat een aanzienlijk aantal verzoekschriften betrekking heeft op de uitvoering van de milieuwetgeving van de EU, de bescherming van de grondrechten en de eerbiediging van de rechtsstaat en de democratie; overwegende dat deze vorm van inbreng van burgers waardevolle inzichten oplevert wat de toepassing van het EU-recht in de praktijk betreft en systematisch in aanmerking moet worden genomen bij controle- en handhavingspraktijken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat steeds meer bij het Parlement ingediende verzoekschriften betrekking hebben op de rechten en veiligheid van kinderen en adolescenten in digitale omgevingen, met name de risico’s van seksueel misbruik en seksuele uitbuiting; overwegende dat verzoekschriften betrekking hebben op tekortkomingen op het gebied van kinderbescherming in het algemeen, met inbegrip van onlineveiligheid en toegang tot kinderbeschermingsdiensten; overwegende dat indieners vaak de aandacht vestigen op aanhoudende tekortkomingen en herhaalde inbreuken bij de uitvoering van het EU-recht door lidstaten op deze gebieden, wat aantoont dat er scherper toezicht en tijdige follow-up nodig is</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat de Commissie voor 2024 helaas geen jaarverslag over de controle op de toepassing van het EU-recht heeft gepubliceerd en daarmee heeft gebroken met een praktijk die sinds 1983 bestond en al meer dan 40 jaar werd uitgevoerd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat de Commissie in het jaarlijks overzichtsverslag voor 2025 over vereenvoudiging, uitvoering en handhaving sterk de nadruk legt op vereenvoudigingsinitiatieven; overwegende dat die nadruk bij wijze van tegenwicht gepaard moet gaan met een even uitvoerige analyse van de uitvoering en handhaving; overwegende dat grensoverschrijdende bedrijfsactiviteiten en het vrije verkeer van personen, goederen, kapitaal en diensten in de EU ernstig kunnen worden gehinderd als de Commissie niet zorgt voor toezicht en doeltreffende en efficiënte handhaving; overwegende dat de Commissie handhavingsmaatregelen moet nemen om alle uit het EU-recht voortvloeiende rechten en in het bijzonder de mensenrechten te garanderen; overwegende dat de doeltreffendheid en geloofwaardigheid van het EU-recht afhangen van de vraag of het EU-recht tastbare sociale, milieu- en economische voordelen voor alle burgers en regio’s oplevert, waarbij wordt gegarandeerd dat bij de toepassing van de EU-regels niemand aan zijn lot wordt overgelaten; overwegende dat het beginsel van parlementaire controle op de activiteiten van de Commissie, met inbegrip van de door de Commissie uit te voeren controle op de toepassing van het EU-recht, van essentieel belang is om democratische verantwoording jegens de EU-burgers te waarborgen en het vertrouwen van het publiek in de EU-instellingen te vergroten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat het aantal afgesloten inbreukzaken scherp is gedaald, van 1 030 in 2023 naar 535 in 2024; overwegende dat het aantal lopende zaken is toegenomen van 1 461 in 2023 tot 1 493 in 2024; overwegende dat het aantal nieuwe inbreukzaken is toegenomen van 528 in 2023 tot 567 in 2024; overwegende dat uit voorlopige cijfers voor 2025, die betrekking hebben op de periode van 1 januari tot en met 31 juli 2025, blijkt dat 345 zaken werden afgesloten en 1 559 zaken in behandeling waren; overwegende dat de gegevens onvolledig zijn, nog niet beschikbaar zijn of niet op de website van de Commissie vermeld staan; overwegende dat milieu zowel in 2023, 2024 als 2025 het beleidsterrein met de meeste lopende inbreukprocedures was; overwegende dat dit beleidsterrein in 2023 werd gevolgd door energie en vervoer; overwegende dat het in 2024 werd gevolgd door de beleidsterreinen justitie en consumentenzaken, en mobiliteit en vervoer; overwegende dat het in 2025 werd gevolgd door de beleidsterreinen justitie en consumentenzaken, en energie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat er gevallen zijn van voortdurende schending van het EU-recht en systematische niet-uitvoering van uitspraken van het HvJ-EU door bepaalde lidstaten;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Controle op en handhaving van het EU-recht</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>neemt kennis van het verslag van de Commissie over de controle op de toepassing van het EU-recht voor 2023;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>betreurt dat de Commissie voor 2024 geen jaarverslag over de controle op de toepassing van het EU-recht heeft gepubliceerd en daarmee heeft gebroken met een praktijk die sinds 1983 en dus meer dan 40 jaar bestond; benadrukt dat een regelmatige, jaarlijkse controle op de toepassing van het EU-recht een essentieel instrument is dat de Commissie in staat stelt haar rol als hoedster van de Verdragen te vervullen, in overeenstemming met artikel 17, lid 1, VEU, aangezien dit instrument een hulpmiddel is om te waarborgen en te controleren dat het EU-recht in alle lidstaten correct wordt toegepast en gehandhaafd en de vooruitgang op dit gebied op een transparante, voor iedereen toegankelijke wijze te volgen; is van mening dat het jaarverslag over de controle op de toepassing van het EU-recht een cruciaal instrument is om toezicht op de correcte omzetting en uitvoering van het EU-recht mogelijk te maken en het institutionele evenwicht waarin is voorzien in de Verdragen te waarborgen; benadrukt dat het Parlement voortdurend op de hoogte moet worden gehouden en rekent op deze verslaglegging, zowel in zijn hoedanigheid van medewetgever als voor de uitoefening, op grond van artikel 14, lid 1, VEU, van politieke controle op de Commissie om ervoor te zorgen dat zij haar prerogatieven adequaat uitoefent; benadrukt het belang van jaarlijkse controle op de toepassing van het EU-recht per land om schendingen van de grondrechten en van de rechtsstaat als gevolg van niet-naleving te voorkomen; verzoekt de Commissie bijzondere aandacht te besteden aan de vrijheid van meningsuiting, mediapluriformiteit, gelijkheid en non-discriminatie, aangezien schending daarvan een rechtstreeks effect kan hebben op het vertrouwen van de burgers in de EU; is van mening dat transparante en toegankelijke verslaglegging helpt om burgers op de hoogte te houden van de uitvoering van het EU-recht en dat hierdoor de kans op misinformatie over de werking van de EU wordt verkleind; merkt met bezorgdheid op dat nationale grondwettelijke hoven en hooggerechtshoven in sommige lidstaten het gevestigde rechtsbeginsel van de voorrang van het EU-recht ondermijnen; benadrukt dat de Commissie bij dergelijke ontwikkelingen altijd snel moet reageren met handhavingsactiviteiten, waaronder inbreukprocedures;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>wijst op de verschuiving die de Commissie maakt in de richting van een nieuwe rapporteringscyclus over de controle op de toepassing van het EU-recht waarbij elke commissaris een jaarlijks voortgangsverslag over vereenvoudiging, uitvoering en handhaving opstelt en er een jaarlijks overzichtsverslag over vereenvoudiging, uitvoering en handhaving wordt gepubliceerd; is ingenomen met het jaarlijks overzichtsverslag voor 2025 en de jaarlijkse voortgangsverslagen 2025 van de commissarissen, die betrekking hebben op de periode van 1 januari tot en met 31 juli 2025, als een waardevolle bron van feitelijke informatie over de stand van zaken met betrekking tot de uitvoering van het EU-recht in alle sectoren en lidstaten; merkt op dat de verslagen duidelijk gepresenteerd zijn; betreurt niettemin dat de analyse nog steeds te veel gericht is op verwezenlijkingen en dat aanhoudende problemen en systemische lacunes op het gebied van handhaving te weinig aandacht krijgen; merkt op dat ontoereikende vergelijkende gegevens en resultaatgerichte indicatoren een beperking vormen voor de beoordeling van de werkelijke vooruitgang in de loop van de tijd; benadrukt dat het jaarlijks overzichtsverslag meer moet zijn dan een beschrijving en een inhoudelijke, kritische beoordeling moet geven van de systemische uitdagingen en tekortkomingen bij de toepassing en handhaving van EU-wetgeving, waarbij duidelijk en op transparante wijze wordt vastgesteld welke tekortkomingen er zijn en welke stappen worden overwogen om deze aan te pakken; verzoekt de Commissie om in toekomstige overzichtsverslagen een coherente aanpak te volgen en ervoor te zorgen dat de hoofdstukken over vereenvoudiging bij wijze van tegenwicht gepaard gaan met een analyse van de uitvoering en handhaving; verzoekt de Commissie verder te gaan dan een formalistische, procedurele controle waarin uitsluitend aandacht wordt besteed aan de omzetting van richtlijnen; benadrukt dat bij de controle tot uiting moet komen of het EU-recht substantieel doeltreffend is om de beoogde doelstellingen te verwezenlijken; verzoekt de Commissie de methodologie die bij de opstelling van de overzichtsverslagen wordt gebruikt bekend te maken om transparantie en effectieve parlementaire controle te waarborgen; beklemtoont het belang van goede samenwerking tussen de instellingen, met name via de blijvende gestructureerde dialoog tussen de Commissie en het Parlement, om volledige transparantie en toegankelijkheid te waarborgen en de geloofwaardigheid en het nut van de verslagen voor beleidsmakers en burgers te vergroten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>dringt aan op meer transparantie in de samenwerking tussen de Commissie, het Parlement en de Raad wat betreft de uitvoering en handhaving van het EU-recht, onder meer door middel van regelmatige gestructureerde dialogen, systematische gegevensuitwisseling en tijdige toezending van relevante documenten aan het Parlement, in overeenstemming met het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>betreurt het gebrek aan informatie over essentiële EU-beleidsprioriteiten in het door de Commissie gepubliceerde jaarverslag 2023 over de controle op de toepassing van het EU-recht en in haar overzichtsverslag over vereenvoudiging, uitvoering en handhaving;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>benadrukt dat er sterkere mechanismen vooraf moeten worden ingevoerd om ervoor te zorgen dat wetgevingsvoorstellen volledig in overeenstemming zijn met de in de Verdragen vastgelegde bevoegdheidsverdeling, zodat wordt voorkomen dat handelingen die na het doorlopen van de volledige gewone wetgevingsprocedure worden vastgesteld en door de lidstaten worden goedgekeurd, vervolgens geheel of gedeeltelijk nietig worden verklaard op grond van de rechtsgrondslag of de bevoegdheid; beklemtoont dat een verbeterde juridische controle in alle fasen van het wetgevingsproces van essentieel belang is om de stabiliteit, voorspelbaarheid en geloofwaardigheid van EU-wetgeving te waarborgen; benadrukt dat de Commissie systematische conformiteitscontroles moet inbouwen om te voorkomen dat er EU-wetgeving wordt vastgesteld op gebieden die buiten de bevoegdheid van de EU vallen, met name op gevoelige terreinen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>verzoekt de Commissie een jaarlijks transparantieverslag te publiceren dat specifiek betrekking heeft op de cyclus van controle, vereenvoudiging en handhaving en waarin zij details geeft over methodologische veranderingen, gegevensbronnen, problemen die zij heeft ondervonden en de raadpleging van belanghebbenden en nationale overheden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>neemt kennis van de in het overzichtsverslag van de Commissie voor 2025 en in de beschikbare sectorale voortgangsverslagen opgenomen verwijzingen naar de pre‑inbreukdialogen (voorheen bekend als EU Pilot), de huidige werking ervan en de rol van deze dialogen om problemen in een vroeg stadium op te lossen voordat er een formele inbreukprocedure wordt ingeleid; is echter van mening dat die verwijzingen meer in detail moeten worden uitgewerkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>benadrukt dat de door het Parlement ontvangen verzoekschriften een essentieel instrument zijn om tekortkomingen bij de uitvoering van het EU-recht in kaart te brengen, onder meer in geval van systematische of structurele inbreuken in de lidstaten; dringt er daarom bij de Commissie op aan de informatie en bevindingen uit verzoekschriften in aanmerking te nemen en te integreren in haar handhavings- en controleprocessen; verzoekt de Commissie met name om gedetailleerde statistische gegevens te verstrekken over het aantal door haar opgevolgde verzoekschriften, waaronder verzoekschriften die hebben geleid tot nader onderzoek via EU Pilot-procedures of inbreukprocedures;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>stelt bezorgd vast dat wetgevingsvoorstellen regelmatig niet vergezeld gaan van effectbeoordelingen, met name in het geval van wetgevingsvoorstellen die aanzienlijke gevolgen voor de grondrechten kunnen hebben; benadrukt dat effectbeoordelingen ten goede komen aan de kwaliteit van EU-wetgeving en bijgevolg de uitvoering ervan vergemakkelijken en de transparantie en verantwoordingsplicht van de EU-instellingen versterken; benadrukt dat het belangrijk is relevante belanghebbenden en maatschappelijke organisaties te raadplegen bij het opstellen van effectbeoordelingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>beveelt de Commissie aan belanghebbenden, maatschappelijke organisaties en onafhankelijke deskundigen uitgebreid te betrekken bij haar controle op de uitvoering van het EU-recht en daarbij ten volle gebruik te maken van hun expertise en kennis over de lokale uitvoering;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>herhaalt dat eerbiediging van de rechtsstaat een fundamentele voorwaarde is voor de doeltreffende uitvoering en uniforme toepassing van het EU-recht in alle lidstaten, en erkent de essentiële rol van rechtshandhaving bij de bescherming van de grondrechten; benadrukt dat een correcte en uniforme toepassing van het EU-recht op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht van essentieel belang is om de grondrechten, het wederzijdse vertrouwen en de rechtsstaat in de hele EU te waarborgen; neemt met bezorgdheid kennis van de aanhoudende tekortkomingen bij de omzetting en uitvoering van belangrijke rechtsinstrumenten; spreekt zijn krachtige steun uit voor het conditionaliteitsmechanisme voor de rechtsstaat en verzoekt de Commissie dit mechanisme consistent en op objectieve en transparante wijze toe te passen; benadrukt dat er dringend behoefte is aan verscherpte controle van de naleving door de lidstaten van de fundamentele waarden van de EU, te weten de rechtsstaat, democratie en eerbiediging van de mensenrechten, zoals verankerd in artikel 2 VEU; beklemtoont dat het in artikel 7 VEU verankerde mechanisme een essentieel handhavingsinstrument is in geval van een duidelijk risico op een ernstige schending; benadrukt dat eerbiediging van de rechtsstaat niet alleen de lidstaten aangaat, maar ook de EU-instellingen, die verantwoording moeten afleggen voor naleving van de Verdragen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>is ingenomen met de inspanningen van de Commissie om Kaderbesluit 2008/913/JBZ van de Raad van 28 november 2008 betreffende de bestrijding van bepaalde vormen en uitingen van racisme en vreemdelingenhaat door middel van het strafrecht<FOOTNOTE><FIELD> PB L 328 van 6.12.2008, blz. 55, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_framw/2008/913/oj.</FIELD></FOOTNOTE> en de digitaledienstenverordening<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2022/2065 van het Europees Parlement en de Raad van 19 oktober 2022 betreffende een eengemaakte markt voor digitale diensten en tot wijziging van Richtlijn 2000/31/EG (digitaledienstenverordening) (PB L 277 van 27.10.2022, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2022/2065/oj).</FIELD></FOOTNOTE> te handhaven, teneinde te zorgen voor robuuste juridische en institutionele bescherming tegen haatzaaiende uitlatingen, discriminatie en geweld, zowel in fysieke als in digitale omgevingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>pleit voor intensievere grensoverschrijdende samenwerking tussen justitiële en rechtshandhavingsinstanties om ernstige criminaliteit, corruptie en terrorisme doeltreffend te bestrijden; steunt de verdere digitalisering van justitiële instrumenten, waaronder de volledige uitrol van e-Evidence en e-Codex; beklemtoont dat het belangrijk is de rol en de operationele capaciteit van het Europees Openbaar Ministerie (EOM) te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>benadrukt dat de Commissie bij de handhaving van bepalingen ter bescherming van de grondrechten uit hoofde van het Handvest van de grondrechten, die overeenkomen met de rechten die worden gewaarborgd door het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, terdege rekening moet houden met de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>onderschrijft de strategische aanbevelingen die worden gedaan in het rapport-Draghi en het rapport-Letta en benadrukt het belang van deze aanbevelingen voor de versterking van de uitvoeringscapaciteit van de EU, de modernisering van de eengemaakte markt en het waarborgen van een samenhangendere en resultaatgerichtere governance van het EU-recht op alle beleidsterreinen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Inbreukprocedures</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>uit zijn ernstige bezorgdheid over de terughoudendheid van de Commissie om inbreukprocedures bij het HvJ-EU in te leiden, zelfs in gevallen waarin sprake is van duidelijke en aanhoudende inbreuken op het EU-recht; dringt er bij de Commissie, als hoedster van de Verdragen, op aan alle haar ter beschikking staande handhavingsinstrumenten ten volle te benutten en niet terug te schrikken voor gerechtelijke procedures als essentieel handhavingsinstrument om naleving te waarborgen en de autoriteit van het EU-recht hoog te houden; betreurt dat de inleiding van inbreukprocedures selectief blijft, aangezien de Commissie de aanpak hanteert om prioriteit te geven aan inbreuken die volgens haar zeer aanzienlijke gevolgen hebben voor de openbare en zakelijke belangen<FOOTNOTE><FIELD> Mededeling van de Commissie van 11 februari 2025 getiteld “Een eenvoudiger en sneller Europa: mededeling over uitvoering en vereenvoudiging” (COM(2025)0047).</FIELD></FOOTNOTE>, en stelt bezorgd vast dat mogelijke inbreuken op het EU-recht niet systematisch worden gevolgd door handhavingsmaatregelen; benadrukt het belang van doeltreffende controle en preventieve maatregelen om ervoor te zorgen dat burgers niet opdraaien voor de kosten van een onvolledige omzetting of onjuiste toepassing van het EU-recht door de lidstaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>uit kritiek op het gebrek aan transparantie over de criteria die de Commissie hanteert om bepaalde handhavingsmaatregelen voorrang te geven boven andere; verzoekt de Commissie te zorgen voor de vaststelling en bekendmaking van transparante, objectieve criteria die worden toegepast op inbreukzaken, met name voor de selectie en prioritering van zaken waarin sprake is van ernstige of systemische schendingen van de grondrechten, de beginselen van de rechtsstaat of de internemarktregels; benadrukt dat het hele proces transparanter moet worden, met inbegrip van de toegang van het publiek tot informatie over de status, aard en reikwijdte van lopende procedures, over de resultaten van procedures en over de ontvangen en in aanmerking genomen inbreng van het publiek, met name in de beginfase van inbreukprocedures; verzoekt de Commissie proactief en doorlopend verslag uit te brengen over gevallen waarin zij heeft opgetreden naar aanleiding van een vermoedelijke ernstige inbreuk en over gevallen waarin zij heeft besloten niet op te treden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>betreurt dat er voor niet-naleving van uitspraken van het HvJ-EU vaak geen inbreukprocedures worden ingeleid; verzoekt de Commissie consequent een dergelijke procedure in te leiden wanneer een uitspraak van het HvJ-EU niet wordt uitgevoerd, onder meer door te verzoeken om een forfaitaire boete of dwangsom, met name in geval van systemische inbreuken op het EU-recht of herhaalde niet-naleving van uitspraken van het HvJ-EU door de betrokken lidstaat;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>benadrukt dat door burgers, rechtsbeoefenaars of maatschappelijke organisaties ingediende klachten over vermeende inbreuken op het EU-recht door lidstaten een belangrijke bron van informatie zijn met betrekking tot de handhaving van het EU‑recht; dringt er bij de Commissie op aan de bij haar ingediende klachten op passende wijze op te volgen, onder meer door in voorkomend geval tijdig inbreukprocedures in te leiden of de indiener duidelijk te informeren over de redenen waarom er geen inbreukprocedure wordt ingeleid; beklemtoont bovendien het belang van andere kanalen waarlangs burgers melding kunnen maken van wanbeheer door een EU-instelling of van fraude, en wijst op de noodzaak om de financiële en personele middelen van de Europese Ombudsman en van het Europees Bureau voor fraudebestrijding te verhogen en het mechanisme voor het indienen van een verzoekschrift bij het Europees Parlement doeltreffender te maken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>merkt op dat het Parlement verschillende verzoekschriften heeft ontvangen waarin ernstige bezorgdheid wordt geuit over seksueel misbruik van kinderen, met name online, en meer in het algemeen over herhaalde of systemische tekortkomingen bij de uitvoering van het EU-recht inzake kinderbescherming; wijst erop dat de Commissie in 2023 en in 2025 inbreukprocedures heeft gevoerd tegen 18 lidstaten wegens hun onjuiste omzetting van Richtlijn 2011/93/EU ter bestrijding van seksueel misbruik van kinderen<FOOTNOTE><FIELD> Richtlijn 2011/93/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 ter bestrijding van seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen en kinderpornografie, en ter vervanging van Kaderbesluit 2004/68/JBZ van de Raad (PB L 335 van 17.12.2011, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2011/93/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, waarvan slechts acht procedures zijn afgesloten; verzoekt de Commissie prioriteit te geven aan de handhaving op dit gebied en te zorgen voor een snelle en doeltreffende follow-up van verzoekschriften waarin vermeende niet-naleving aan de orde wordt gesteld, gelet op de bijzondere kwetsbaarheid van kinderen; moedigt de Commissie in dit verband aan alle beschikbare procedurele en juridische middelen in te zetten om ervoor te zorgen dat het EU-recht ter voorkoming en bestrijding van seksueel misbruik van kinderen volledig en doeltreffend wordt uitgevoerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>merkt met bezorgdheid op dat de toepassing van de prejudiciële procedure in bepaalde lidstaten in het gedrang komt, met inbegrip van de bevoegdheden van rechters om een verzoek om een prejudiciële beslissing in te dienen; benadrukt dat dergelijke belemmeringen de correcte uitvoering van het EU-recht in die lidstaten ondermijnen; dringt er bij de Commissie op aan ten volle gebruik te maken van de relevante instrumenten om te zorgen voor volledige naleving van de prejudiciële procedure;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>dringt er bij de Commissie op aan effectief gebruik te maken van de precontentieuze fase en hierbij het doel voor ogen te houden dat lidstaten zo snel mogelijk moeten voldoen aan de verplichtingen die voortvloeien uit het EU-recht; dringt er bij de Commissie op aan een tijdslimiet in te voeren voor de pre-inbreukdialoog, voorheen bekend als de EU Pilot-procedure, om te komen tot een snelle oplossing en handhaving; beveelt aan meer gedetailleerde en toegankelijke informatie te verstrekken over deze informele dialogen, met inbegrip van de verwachte termijnen en uitkomsten, om te zorgen voor verantwoordingsplicht en een tijdige oplossing;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uitvoering van het EU-recht</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>spoort de Commissie en de lidstaten aan om de gestructureerde samenwerking en de mechanismen voor vroegtijdige waarschuwing te versterken, zodat problemen bij de omzetting of uitvoering kunnen worden gedetecteerd voordat formele inbreukprocedures noodzakelijk worden; dringt er bij de lidstaten op aan zich strikt te houden aan de omzettingstermijnen, de richtsnoeren van de Commissie te volgen, zich actief en volledig in te zetten bij uitvoeringsdialogen en de Commissie tijdig op de hoogte te brengen van mogelijke belemmeringen en problemen bij de omzetting en uitvoering, om vertragingen, fouten en mogelijke sancties te voorkomen; dringt aan op verdere steun voor de opbouw van de administratieve en technische capaciteit van de lidstaten in dit verband; betreurt dat sommige lidstaten problemen bij de omzetting en/of uitvoering ofwel te laat melden ofwel helemaal niet melden, wat leidt tot vertragingen die negatieve gevolgen hebben voor burgers en bedrijven in de EU; herinnert eraan dat de lidstaten via de Raad als medewetgever aan de wetgevingsprocedure deelnemen; benadrukt dat het gebrek aan handhaving van het EU-recht schadelijk is voor het beeld dat burgers hebben van de EU en haar vermogen om resultaten te behalen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>is ingenomen met de introductie van uitvoeringsdialogen als nieuw instrument om de naleving van het EU-recht door de lidstaten te ondersteunen; benadrukt het belang van een duidelijk, transparant en inclusief proces voor het aanwijzen, selecteren en betrekken van belanghebbenden bij deze dialogen in alle EU-lidstaten; merkt met bezorgdheid op dat de deelname van regionale en lokale overheden aan de uitvoeringsdialogen beperkt blijft; benadrukt dat betekenisvolle participatie van belanghebbenden van essentieel belang is om de kwaliteit, legitimiteit en doeltreffendheid van uitvoeringsinspanningen te verbeteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>merkt op dat de gemiddelde vertraging bij de omzetting van richtlijnen betreffende de eengemaakte markt in de EU volgens het scorebord van de eengemaakte markt momenteel 11,9 maanden bedraagt, wat betekent dat de lidstaten gemiddeld bijna een jaar langer dan de voorgeschreven termijn nodig hebben om EU-richtlijnen in hun nationale recht om te zetten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>stelt bezorgd vast dat veel Europese wetgevingshandelingen verwijzingen bevatten naar technische normen en gedelegeerde of uitvoeringshandelingen die zich nog in de ontwerpfase bevinden op het moment van vaststelling van de basishandelingen, wat het voor de lidstaten moeilijk maakt om deze handelingen binnen de voorgeschreven termijn volledig om te zetten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>neemt met bezorgdheid kennis van de beperkingen van het nieuwe uitvoeringsplatform Europa dat in april 2025 is ingevoerd en bedoeld is als centraal verzamelpunt voor informatie over de handhavingsmaatregelen van de Commissie, inbreukzaken, de omzetting van richtlijnen en pre-inbreukdialogen, voorheen bekend als de EU Pilot-procedure; wijst erop dat het platform weliswaar potentieel heeft, maar voornamelijk bestaat uit gegevenstabellen en moet worden verbeterd om op transparante wijze essentiële informatie te bieden over lopende of afgesloten procedures en om uitgebreide kwalitatieve analyses van de gepresenteerde gegevens te verstrekken; merkt op dat de informatie op het platform voornamelijk door de lidstaten wordt aangeleverd en een algemeen overzicht biedt van de nationale uitvoeringsinspanningen; betreurt dat de structuur van het platform niet per rechtshandeling is ingedeeld, hoewel dit meer inzicht zou bieden in het stadium van uitvoering, de daarmee samenhangende uitdagingen en de uitdagingen waarmee de lidstaten worden geconfronteerd bij de uitvoering van wetgevingshandelingen; is van mening dat de ontwikkeling van een dergelijke analytische benadering de transparantie aanzienlijk zou vergroten en een meer empirisch onderbouwde beoordeling van de uitvoering in de hele EU zou vergemakkelijken; verzoekt de Commissie de efficiëntie van het platform en de inhoud ervan te verbeteren, zodat het op transparante en eenvoudig toegankelijke wijze kan worden gebruikt voor verschillende functies, met inbegrip van het maken van vergelijkingen en het trekken van conclusies in bepaalde gevallen, en het een bruikbaar instrument wordt voor wetgevers, beoefenaars van juridische beroepen en burgers die inzicht willen krijgen in de wijze waarop het EU-recht in de praktijk wordt gehandhaafd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>benadrukt dat de transparante en tijdige publicatie van gegevens over omzetting en inbreukzaken van essentieel belang is voor de verantwoordingsplicht en voor het vertrouwen van het publiek; verzoekt de Commissie deze gegevens in een open en gebruiksvriendelijk formaat toegankelijk te maken en vergelijkingen tussen lidstaten en beleidsterreinen mogelijk te maken; verzoekt de Commissie te zorgen voor de noodzakelijke transparantie met betrekking tot alle instrumenten en databanken die worden gebruikt bij de controle op de toepassing van het EU-recht, onder meer door nota’s over de methoden, criteria voor gegevensverzameling en toelichtingen bij indicatoren openbaar beschikbaar te maken; benadrukt dat transparantie van essentieel belang is voor een betekenisvolle controle door burgers, onderzoekers en EU‑instellingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>beklemtoont dat burgers en bedrijven meer transparantie moeten krijgen over de rechten die zij op grond van het EU-recht genieten en de mechanismen waarover zij beschikken in geval van schending van die rechten; verzoekt de Commissie en de lidstaten de zichtbaarheid en toegankelijkheid van klachtenprocedures te verbeteren, onder meer door middel van gemoderniseerde digitale hulpmiddelen en meertalige informatieportalen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>dringt er bij de Commissie op aan de wijze waarop zij de toepassing van verordeningen controleert te versterken en te moderniseren, gezien het toenemende belang van verordeningen als belangrijkste wetgevingsinstrument van de EU; wijst op de uitdagingen in verband met de toepassing van verordeningen, zoals blijkt uit de lacunes in de door de Commissie verstrekte gegevens, met name wat volledigheid, toegankelijkheid en consistentie betreft; verzoekt de Commissie verslag uit te brengen over de wijze waarop haar controleactiviteiten en -praktijken zijn afgestemd op de toepassing van verordeningen en op de desbetreffende aanbevelingen in haar inventarisatieverslag over de werkmethoden van de Commissie voor de controle op de toepassing van het EU-recht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>beveelt aan met meer terughoudendheid en in beperktere mate gebruik te maken van wetgeving van niveau 2, met name gedelegeerde en uitvoeringshandelingen, respectievelijk door niet-essentiële elementen van wetgeving te specificeren of door het toepassingsgebied ervan te beperken tot louter technische aangelegenheden die noodzakelijk zijn voor de toepassing van wetgeving van niveau 1; benadrukt dat handelingen van niveau 2 moeten worden onderworpen aan transparante procedures, duidelijke termijnen moeten omvatten, voldoende tijd moeten bieden voor betekenisvolle en doeltreffende controle door de medewetgevers en met voldoende doorlooptijd moeten worden bekendgemaakt zodat belanghebbenden zich kunnen voorbereiden op naleving ervan, en dat dergelijke maatregelen, waar haalbaar, vóór of gelijktijdig met de inwerkingtreding van de wetgeving van niveau 1 beschikbaar moeten worden gesteld om rechtszekerheid en uitvoerbaarheid te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>benadrukt de fundamentele rol van de gerechtelijke autoriteiten van de lidstaten en de EU bij het opbouwen van een solide rechtspraak, zodat in de hele EU-samenleving en op de hele EU-markt rechtszekerheid wordt gehandhaafd; benadrukt in dit verband hoe belangrijk het is de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht te beschermen en gerechtelijke autoriteiten robuuste financiële en personele middelen toe te wijzen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>wijst erop dat voor omzetting in bepaalde lidstaten met een federale of regionale structuur mogelijk complexe wetgevingsprocedures gelden waarbij meerdere bestuursniveaus betrokken zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>beklemtoont het belang van intensievere grensoverschrijdende samenwerking tussen gerechtelijke en rechtshandhavingsautoriteiten om zware criminaliteit, corruptie en terrorisme doeltreffend te bestrijden, met name door de rol en operationele capaciteit van het EOM te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>steunt de verdere digitalisering van justitiële instrumenten, met name in grensoverschrijdende procedures, zoals de systemen e-Evidence en e-Codex, met als doel de gerechtelijke besluitvorming op een betrouwbare manier te versnellen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Vereenvoudiging</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>benadrukt dat vereenvoudiging van het EU-recht niet mag worden verward met deregulering; benadrukt dat de vereenvoudigingsinspanningen van de Commissie, waarbij verschillende rechtshandelingen worden gebundeld, in geen geval automatisch mogen zijn en waar nodig moeten worden onderworpen aan grondige effectbeoordelingen en de betekenisvolle raadpleging van belanghebbenden; benadrukt dat het stroomlijnen van juridische teksten en procedures kan bijdragen tot meer duidelijkheid, rechtszekerheid en administratieve efficiëntie; herhaalt dat hoogwaardige, duidelijke en coherente EU-wetgeving een essentiële voorwaarde is voor een doeltreffende, correcte en uniforme omzetting door de lidstaten waarbij de essentiële beleidsdoelstellingen en beschermingen behouden blijven; benadrukt dat bij vereenvoudiging moet worden gestreefd naar vermindering van de technische complexiteit, het wegwerken van overlappende regels, het harmoniseren van definities en procedures in handelingen die betrekking hebben op aanverwante gebieden en het waarborgen van een technisch haalbare toepassing in het nationale recht; wijst op het belang van samenhang tussen wetgevingsinstrumenten om overlappingen en tegenstrijdigheden te voorkomen die de complexiteit vergroten en een doeltreffende uitvoering belemmeren; benadrukt dat een vermindering van de administratieve lasten onlosmakelijk verbonden is met het waarborgen van toegankelijkheid, hetgeen op doeltreffende wijze kan worden bereikt met behulp van goed ontworpen digitale hulpmiddelen die eenvoudig en inclusief zijn voor alle gebruikers;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>merkt op dat 59 van de 130 gewone wetgevingsprocedures in 2023 zijn bekendgemaakt zonder effectbeoordeling, tegenover 26 van de 31 gewone wetgevingsprocedures in 2024; stelt bovendien met bezorgdheid vast dat de Commissie tussen 1 december 2024 en 26 september 2025 in totaal 80 gewone wetgevingsprocedures heeft bekendgemaakt waarvan er slechts 18 vergezeld gingen van in totaal 12 effectbeoordelingen; dringt erop aan dat voor alle handelingen een effectbeoordeling wordt uitgevoerd; betreurt dat dit in het verleden niet is gebeurd voor verschillende politiek gevoelige voorstellen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>erkent de doelstellingen met betrekking tot de vermindering van lasten die de Commissie in haar werkprogramma 2025 heeft opgenomen; is ingenomen met de plannen van de Commissie om EU-wetgeving aan stresstests en realitychecks te onderwerpen om ervoor te zorgen dat de beleidsdoelstellingen daadwerkelijke resultaten opleveren; herinnert in dit verband aan het belang van een systematische evaluatie van wetgeving met het oog op empirisch onderbouwde beleidsvorming, overeenkomstig de toolbox voor betere regelgeving van de Commissie; roept ertoe op een commissaris aan te wijzen en te voorzien van de nodige bevoegdheden, middelen en analyse-instrumenten om deze inspanningen aan te sturen en ervoor te zorgen dat alle wetgevingshandelingen evenredig, uitvoerbaar en geschikt voor het beoogde doel zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>beklemtoont dat bepaalde wetgevingshandelingen nooit zijn toegepast; verzoekt de Commissie dergelijke gevallen regelmatig te controleren, de redenen voor het uitblijven van toepassing te onderzoeken, te beslissen of deze handelingen moeten worden vereenvoudigd en te komen met voorstellen tot wijziging ervan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>herinnert eraan dat de vaststelling van EU-wetgeving gebaseerd is op een interinstitutioneel evenwicht tussen de medewetgevers en een gezamenlijke verbintenis tot transparante samenwerking gedurende de gehele wetgevingscyclus; merkt op dat dit tot uiting moet komen bij de vaststelling of evaluatie van meerjarige prioriteiten en in de jaarlijkse gezamenlijke verklaring over de jaarlijkse interinstitutionele prioriteiten; uit scherpe kritiek op de recente praktijk van de Commissie om wetgevingsvoorstellen in te trekken zonder hiervoor gegronde redenen aan te voeren, met name wanneer er al trialoogonderhandelingen aan de gang zijn, aangezien dergelijke acties de geloofwaardigheid van de interinstitutionele samenwerking aantasten en de democratische verantwoordingsplicht ondermijnen; brengt in herinnering dat elk voornemen van de Commissie om hangende wetgevingshandelingen in te trekken, zoals aangekondigd in haar jaarlijkse werkprogramma’s, naar behoren moet worden gemotiveerd en onderbouwd en gepaard moet gaan met passende raadpleging van de medewetgevers van de EU; merkt op dat het ontbreken van passende raadpleging de evenwichtige uitoefening van de prerogatieven van de EU-instellingen in gevaar brengt, rechtsonzekerheid creëert voor bedrijven en het vertrouwen van de gewone burger in het EU-wetgevingsproces aantast; verzoekt de Commissie daarom het Europees Parlement en de Raad in een vroeg stadium en tijdens de volledige intrekkingsprocedure ten volle bij dit proces te betrekken en vóór elke eventuele intrekking grondige, empirisch onderbouwde effectbeoordelingen uit te voeren waarbij de kosten en baten op alomvattende wijze in kaart worden gebracht, met inbegrip van de kosten van niet‑naleving en niet-handelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>beveelt de Commissie aan wetgeving voor te stellen om minimumnormen voor administratieve procedures in de lidstaten te codificeren, in overeenstemming met de resolutie van het Europees Parlement van 22 november 2023 met aanbevelingen aan de Commissie betreffende digitalisering en bestuursrecht; benadrukt dat dergelijke wetgeving eerlijkheid, transparantie en digitalisering in het openbaar bestuur van de EU moet bevorderen, met inbegrip van waarborgen voor een verantwoord gebruik van AI bij besluitvorming;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>roept ertoe op de administratieve verplichtingen voor begunstigden van EU-middelen aanzienlijk te vereenvoudigen om te zorgen voor een correct en doeltreffend gebruik van die EU-middelen, met name door meer gebruik te maken van modellen voor een op resultaten gebaseerde rapportage, overlappingen in auditprocedures te beperken en een duidelijk juridisch onderscheid te maken tussen onopzettelijke fouten en opzettelijke fraude; betreurt dat eind 2023 slechts ongeveer een derde van het totale bedrag van de herstel- en veerkrachtfaciliteit (RRF) aan de lidstaten was uitbetaald, terwijl zeven lidstaten eind 2023 nog geen middelen hadden ontvangen voor de bevredigende verwezenlijking van mijlpalen en streefdoelen van het RRF, omdat de regeringen de overeengekomen mijlpalen niet hadden gehaald<FOOTNOTE><FIELD> Europese Rekenkamer, Speciaal verslag 13/2024: “Absorptie van middelen uit de herstel- en veerkrachtfaciliteit – Vooruitgang vertraagd en nog steeds risico’s voor de verwezenlijking van maatregelen en dus van de RRF-doelstellingen”, Publicatiebureau van de Europese Unie, 2024.</FIELD></FOOTNOTE>; benadrukt dat buitensporige administratieve lasten, alsook problemen in verband met administratieve capaciteit en complexe regels op nationaal niveau, de toegang tot EU-financiering en de geloofwaardigheid van EU-steunmaatregelen ondermijnen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>verzoekt de Commissie met klem na te gaan of het haalbaar is bestaande en toekomstige digitale wetgeving, met inbegrip van cyberbeveiligingkaders, samen te voegen tot één samenhangend digitaal rulebook; beveelt aan in een dergelijk instrument geharmoniseerde definities, uniforme rapportageverplichtingen en duidelijke richtsnoeren voor zowel publieke als private actoren op te nemen om de juridische samenhang en naleving in de hele digitale eengemaakte markt te verbeteren;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Sectorspecifieke elementen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>merkt op het gebied van handel op dat het bij uitstel van de toepassingsdatum van wetgevingshandelingen van het grootste belang is duidelijke toepassingsdata vast te stellen; herinnert eraan dat de richtsnoeren van de Commissie die nodig zijn voor een doeltreffende en uniforme uitvoering van deze handelingen voor duidelijkheid en rechtszekerheid moeten zorgen en de essentie en het doel van de basishandeling niet mogen ondermijnen; betreurt in dit verband ten zeerste de negatieve gevolgen voor marktdeelnemers en internationale partners van de EU wanneer in het kader van EU-wetgeving en internationale overeenkomsten waarbij de EU partij is sprake is van herhaalde vertragingen en een gebrek aan duidelijkheid over de toepassingsdata en de periodes van geleidelijke invoering, hetgeen ook de geloofwaardigheid van de EU op het wereldtoneel aantast;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>is op het gebied van werkgelegenheid ingenomen met het arrest van het HvJ-EU<FOOTNOTE><FIELD> Arrest van het Hof van Justitie van 11 november 2025 in zaak C-19/23, Denemarken/Parlement en Raad, ECLI:EU:C:2025:865.</FIELD></FOOTNOTE> waarin de geldigheid van de richtlijn betreffende toereikende minimumlonen<FOOTNOTE><FIELD> Richtlijn (EU) 2022/2041 van het Europees Parlement en de Raad van 19 oktober 2022 betreffende toereikende minimumlonen in de Europese Unie (PB L 275 van 25.10.2022, blz. 33, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2022/2041/oj).</FIELD></FOOTNOTE> grotendeels werd bevestigd; verzoekt de lidstaten die de richtlijn binnen de voorgeschreven termijn nog niet in hun nationale rechtsstelsel hebben omgezet dit onverwijld te doen; dringt er bij de Commissie op aan de vinger aan de pols te houden en alle nodige maatregelen te nemen om te zorgen voor de volledige en tijdige omzetting en doeltreffende uitvoering van de richtlijn; steunt de Commissie bij het aangaan van pre-inbreukdialogen op het gebied van veiligheid en gezondheid op het werk, die gericht zijn op het faciliteren van nationale wetswijzigingen ter versterking en harmonisering van minimumniveaus van bescherming voor werknemers, waardoor de rechten van werknemers worden gewaarborgd en wordt bijgedragen tot een gelijk speelveld in de hele EU; betreurt dat verschillende lidstaten bepaalde richtlijnen slechts gedeeltelijk in nationaal recht hebben omgezet;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>is op het gebied van milieu ingenomen met de evaluatie van de uitvoering van het milieubeleid (EIR); verzoekt de Commissie om per lidstaat en per beleidsterrein een jaarlijks uitvoeringsdashboard te publiceren met machineleesbare, vergelijkbare indicatoren en metagegevens over de status van zaken, waarin datasets van het Europees Milieuagentschap en het Europees Agentschap voor chemische stoffen worden geïntegreerd en die trendanalyses en benchmarking mogelijk maken; merkt op dat volgens de EIR 2025 de kosten van niet-uitvoering van de EU-milieuwetgeving 180 miljard EUR per jaar bedragen, terwijl voor het dichten van de uitvoeringskloof 122 miljard EUR per jaar nodig zou zijn, waaruit blijkt dat een doeltreffende uitvoering een goede investering is in plaats van een kostenpost; benadrukt dat er volgens de stand van zaken op 2 april 2025 in totaal 309 inbreukprocedures op het gebied van milieuwetgeving liepen, waarvan 45 % betrekking had op verontreiniging en water, 24 % op afvalbeheer, 24 % op natuur en biodiversiteit en 7 % op governance; verzoekt de lidstaten hun administratieve capaciteit voor vergunningverlening, inspecties en controles te versterken, digitale vergunningverlenings- en handhavingsinstrumenten in te voeren en te zorgen voor open milieugegevens met het oog op empirisch onderbouwde beleidsvorming en maatschappelijk toezicht; merkt met bezorgdheid op dat de wildgroei en opeenstapeling van uitvoerings- en gedelegeerde handelingen ten koste kunnen gaan van juridische duidelijkheid en een tijdige naleving door overheden en ambtsdragers kunnen ondermijnen; beklemtoont dat vereenvoudiging meer duidelijkheid en zekerheid moet brengen zonder te leiden tot een verlaging van milieubeschermingsnormen; verzoekt de Commissie vereenvoudigingsinitiatieven vergezeld te laten gaan van effectbeoordelingen met betrekking tot de naleving en richtsnoeren voor beroepsbeoefenaars; dringt erop aan de EU-financiering af te stemmen op de uitvoeringsprioriteiten door steun te reserveren voor het dichten van in het EIR vastgestelde lacunes bij de naleving van milieuwetgeving en door voor het milieu schadelijke subsidies geleidelijk af te schaffen; verzoekt de Commissie evenredige, gerichte voorwaarden te overwegen indien EU-doelstellingen worden ondergraven door aanhoudende niet-naleving;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>stelt tevreden vast dat de Commissie pre-inbreukdialogen met lidstaten is gestart, met name met de lidstaten die de bijgewerkte ontwerpen van nationale energie- en klimaatplannen voor 2021-2030 niet op tijd hebben ingediend, maar betreurt dat er geen gedetailleerde tijdschema’s voor naleving en follow-up door de lidstaten zijn; benadrukt dat het belangrijk is de uitvoering van de EU-klimaat- en milieuwetgeving, met inbegrip van het Fit for 55-pakket en de Europese Green Deal, te stroomlijnen; dringt aan op geïntegreerde monitoring, betere handhavingsmechanismen en nauwere afstemming tussen de klimaatdoelstellingen van de EU en de nationale strategieën om ervoor te zorgen dat de milieuverplichtingen van de EU tijdig en op coherente wijze worden vervuld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>wijst erop dat de tijdige en doeltreffende uitvoering van onlangs aangenomen wetgeving, waaronder de herschikte energie-efficiëntierichtlijn<FOOTNOTE><FIELD> Richtlijn (EU) 2023/1791 van het Europees Parlement en de Raad van 13 september 2023 betreffende energie-efficiëntie en tot wijziging van Verordening (EU) 2023/955 (PB L 231 van 20.9.2023, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2023/1791/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, de richtlijn hernieuwbare energie<FOOTNOTE><FIELD> Richtlijn (EU) 2023/2413 van het Europees Parlement en de Raad van 18 oktober 2023 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2018/2001, Verordening (EU) 2018/1999 en Richtlijn 98/70/EG wat de bevordering van energie uit hernieuwbare bronnen betreft, en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2015/652 van de Raad (PB L, 2023/2413, 31.10.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2023/2413/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, het pakket over de opzet van de elektriciteitsmarkt en de richtlijn energieprestatie van gebouwen<FOOTNOTE><FIELD> Richtlijn (EU) 2024/1275 van het Europees Parlement en de Raad van 24 april 2024 betreffende de energieprestatie van gebouwen (PB L, 2024/1275, 8.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2024/1275/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, van essentieel belang is voor de verwezenlijking van de klimaat- en energiedoelstellingen van de EU voor 2030 en voor de voltooiing van een volledig geïntegreerde en onderling verbonden energie-unie overeenkomstig Verordening (EU) 2022/869 betreffende richtsnoeren voor de trans-Europese energie-infrastructuur<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2022/869 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2022 betreffende richtsnoeren voor de trans-Europese energie-infrastructuur, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 715/2009, (EU) 2019/942 en (EU) 2019/943, en Richtlijnen 2009/73/EG en (EU) 2019/944, en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 347/2013 (PB L 152 van 3.6.2022, blz. 45, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2022/869/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, met inbegrip van de komende herziening daarvan, en Verordening (EU) 2018/1999 inzake de governance van de energie-unie en van de klimaatactie<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2018/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 inzake de governance van de energie-unie en van de klimaatactie, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 663/2009 en (EG) nr. 715/2009 van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijnen 94/22/EG, 98/70/EG, 2009/31/EG, 2009/73/EG, 2010/31/EU, 2012/27/EU en 2013/30/EU van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijnen 2009/119/EG en (EU) 2015/652 van de Raad, en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 525/2013 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 328 van 21.12.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1999/oj).</FIELD></FOOTNOTE>; benadrukt dat hardnekkige belemmeringen zoals langdurige en complexe administratieve procedures, onvoldoende digitalisering, een gebrek aan administratieve capaciteit bij vergunningverlenende en regelgevende instanties, en inconsistente of vertraagde omzetting door de lidstaten de uniforme toepassing van de energiewetgeving van de EU blijven belemmeren, de modernisering van energie-infrastructuur en interconnecties vertragen en de doeltreffende werking van de interne energiemarkt in de weg staan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>betreurt dat handhaving op het gebied van energie nog steeds een aanzienlijk percentage van de inbreukprocedures vertegenwoordigt, voornamelijk als gevolg van een onvolledige of onjuiste omzetting van EU-wetgeving; benadrukt dat tekortkomingen bij de uitvoering van bepalingen met betrekking tot energie-infrastructuur en interconnecties uit hoofde van Verordening (EU) 2022/869 en Verordening (EU) 2018/1999 de integratie van de nationale energiesystemen verder vertragen en de verwezenlijking van de energie- en klimaatdoelstellingen van de EU ondermijnen; verzoekt de Commissie te zorgen voor een coherentere aanpak tussen inbreukprocedures, monitoring in het kader van Verordening (EU) 2018/1999 en technische ondersteuning via het instrument voor technische ondersteuning om gevallen van niet-naleving als gevolg van onvoldoende administratieve capaciteit of een gebrek aan juridische duidelijkheid aan te pakken; spoort de Commissie aan voorrang te verlenen aan handhavings- en begeleidingsmaatregelen ter bevordering van de tijdige voltooiing van projecten van gemeenschappelijk belang en andere grensoverschrijdende infrastructuur die van essentieel belang is voor de voltooiing van de interne energiemarkt en de energie-unie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>dringt er bij de lidstaten op aan Kaderbesluit 2008/913/JBZ van de Raad en de digitaledienstenverordening volledig en correct om te zetten en uit te voeren, en verzoekt de Commissie om in gevallen van systemische niet-naleving inbreukprocedures te blijven inleiden; is met name ingenomen met de oprichting van een nieuwe eenheid binnen de Commissie voor de uitvoering en handhaving van de digitaledienstenverordening, waardoor concrete maatregelen kunnen worden genomen tegen zeer grote platforms die zich niet aan de verordening houden en kan worden gezorgd voor een passende follow-up van de samenwerking tussen de Commissie en de nationale digitaledienstencoördinatoren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>benadrukt op het gebied van landbouw dat het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) met 31 % van de totale uitgaven voor de periode 2021-2027 het grootste aandeel in de EU-begroting vertegenwoordigt; benadrukt dat een doeltreffende uitvoering en handhaving van de EU-wetgeving en de controlesystemen van het GLB op zowel EU- als nationaal niveau van cruciaal belang zijn om de financiële belangen van de EU en haar burgers doeltreffend te beschermen tegen misbruik van EU-middelen, wat nadelige gevolgen zou kunnen hebben voor landbouwers en het imago van het GLB bij het publiek kan schaden; merkt op dat in bepaalde lidstaten landroof en misbruik van subsidies hebben plaatsgevonden als gevolg van schendingen van het EU-recht, corruptie of de betrokkenheid van de georganiseerde misdaad; benadrukt dat een correcte uitvoering van het EU-recht, in combinatie met doeltreffende monitoring- en controlemaatregelen, nodig is om dergelijk misbruik te bestrijden; wijst in dit verband op het gebrek aan transparantie en toegang van het publiek wat gegevens over de verdeling van landbouwsubsidies betreft; stelt bezorgd vast dat de justitiële samenwerking, ondanks de vaststelling van talrijke rechtsinstrumenten voor de ontneming van vermogensbestanddelen, nog steeds wordt gehinderd door aanzienlijke verschillen tussen de nationale rechtsstelsels en het ontbreken van geharmoniseerde regelgeving; benadrukt dat het Financieel Reglement van de EU<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 61, in alle lidstaten moet worden nageleefd en uitgevoerd en moet worden toegepast op alle betalingen van EU-middelen, met inbegrip van rechtstreekse betalingen voor landbouw;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>wijst erop dat op het gebied van audiovisueel en mediabeleid en cultuur moet worden gezorgd voor een tijdige en doeltreffende uitvoering van regelgevingsinstrumenten, met name de Europese verordening mediavrijheid<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2024/1083 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 tot vaststelling van een gemeenschappelijk kader voor mediadiensten op de interne markt en tot wijziging van Richtlijn 2010/13/EU (Europese verordening mediavrijheid) (PB L, 2024/1083, 17.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1083/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, om een duurzaam, pluriform en veerkrachtig media-ecosysteem tot stand te brengen dat in staat is desinformatie tegen te gaan; benadrukt dat de uitvoering van financiële instrumenten in het kader van hun jaarlijkse programmeringsperioden moet voldoen aan de criteria van Verordening (EU) 2021/818<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2021/818 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2021 tot vaststelling van het programma Creatief Europa (2021-2027) en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1295/2013 (PB L 189 van 28.5.2021, blz. 34, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/818/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, met name wat betreft het programma Creatief Europa (2021-2027), dat als voornaamste opdracht heeft de culturele sector te ondersteunen en de onafhankelijkheid en artistieke vrijheid van scheppende kunstenaars te waarborgen; verzoekt de Commissie een uitgebreide en evenwichtige evaluatie uit te voeren van de richtlijn audiovisuele mediadiensten<FOOTNOTE><FIELD> Richtlijn (EU) 2018/1808 van het Europees Parlement en de Raad van 14 november 2018 tot wijziging van Richtlijn 2010/13/EU betreffende de coördinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten inzake het aanbieden van audiovisuele mediadiensten (richtlijn audiovisuele mediadiensten) in het licht van een veranderende marktsituatie (PB L 303 van 28.11.2018, blz. 69, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2018/1808/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, als belangrijkste instrument voor de regulering van audiovisuele en media-inhoud in de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>verzoekt de Commissie de uniforme toepassing en doeltreffende handhaving van de internemarktregels in alle sectoren te waarborgen; spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over dwingende buy-outpraktijken die worden opgelegd aan Europese makers, met name op grond van contracten op basis van buitenlandse wetten en rechtsgebieden waarmee de EU-normen inzake passende en evenredige vergoeding kunnen worden omzeild; dringt er bij de Commissie op aan een specifiek wetgevingsvoorstel in te dienen tot vaststelling van waarborgen om dergelijke omzeiling te voorkomen en ervoor te zorgen dat Europese makers zich daadwerkelijk kunnen beroepen op hun rechten uit hoofde van het EU-recht en deze rechten kunnen uitoefenen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>neemt met bezorgdheid kennis van de aanhoudende tekortkomingen bij de omzetting en uitvoering van belangrijke rechtsinstrumenten op het gebied van asiel, migratie, gegevensbescherming, justitiële samenwerking en rechtshandhaving;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>56.</NO.P>wijst op het ontbreken van verslaglegging over de toepassing van de EU-strategie voor gendergelijkheid 2020-2025, over de EU-maatregelen ter bestrijding van discriminatie, onder meer via de Europese toegankelijkheidswet<FOOTNOTE><FIELD> Richtlijn (EU) 2019/882 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 betreffende de toegankelijkheidsvoorschriften voor producten en diensten (PB L 151 van 7.6.2019, blz. 70, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2019/882/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, en over de EU-strategie voor jongeren; herinnert aan de toezegging om de doelstellingen van de Europese pijler van sociale rechten voor 2030 te verwezenlijken met het oog op een sterk sociaal Europa dat eerlijk en inclusief is en volop kansen biedt; verzoekt de Commissie om in haar toekomstige verslaglegging specifieke hoofdstukken te wijden aan de uitvoering van deze belangrijke beleidsterreinen; beveelt de Commissie aan hier ook gedetailleerde informatie in op te nemen over de bestrijding van haatmisdrijven, over gendermainstreaming en over de systematische toepassing van jongerentoetsing in haar beleidsvorming;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>57.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>