<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0152</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Nieuwe Chinese wet inzake “etnische eenheid en vooruitgang” en de toenemende onderdrukking van etnische identiteiten</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(B10-0216, 0223, 0232, 0233 en 234/2026)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 30 april 2026 over de nieuwe Chinese wet inzake “etnische eenheid en vooruitgang” en de toenemende onderdrukking van etnische identiteiten (2026/2703(RSP))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 150, lid 5, en artikel 136, lid 4, van zijn Reglement,</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de bescherming van de nationale of etnische, culturele, religieuze en taalkundige identiteit van minderheden verankerd is in het internationaal gewoonterecht, zoals neergelegd in de Verklaring van de Verenigde Naties inzake de rechten van tot nationale of etnische, religieuze en taalminderheden behorende personen; overwegende dat alle staten verplicht zijn deze normen te handhaven;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat het Chinese Nationale Volkscongres op 12 maart 2026 de wet ter bevordering van etnische eenheid en vooruitgang heeft aangenomen, waarin de staatsideologie verder wordt geïntegreerd en het Mandarijn prioriteit krijgt in het onderwijs, het openbare leven en de media, en waardoor de geïnstitutionaliseerde onderdrukking en assimilatie van de identiteit van etnische minderheden, waaronder Tibetanen, Hui, Oeigoeren, Mantsjoes en Mongoliërs, wordt opgevoerd; overwegende dat deze wet aanzienlijk afwijkt van de Chinese wet op de regionale etnische autonomie van 1984;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de extraterritoriale werking van de wet de vervolging mogelijk maakt van personen in het buitenland die worden geacht de “etnische eenheid” van China te ondermijnen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat de verslechtering van de mensenrechtensituatie in China de betrekkingen van het land met de EU onder druk heeft gezet; overwegende dat de eerbiediging van de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat centraal moet staan in de betrekkingen tussen de EU en China;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>veroordeelt ten stelligste het repressieve assimilatiebeleid van China en de daaruit voortvloeiende schendingen van de universele mensenrechten, waaronder in Tibet, Xinjiang en Binnen-Mongolië;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over de aangenomen wet ter bevordering van de etnische eenheid en vooruitgang, waarin openlijk het assimilatiebeleid wordt bevorderd en de culturele, religieuze en taalkundige vrijheden van verschillende groepen in China en daarbuiten worden beperkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>dringt er bij China op aan deze wet in te trekken en zich zo te houden aan zijn verplichtingen uit hoofde van het internationaal recht wat betreft non-discriminatie en de bescherming en bevordering van etnische en religieuze minderheden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>verzoekt de Raad de wereldwijde EU-sanctieregeling voor de mensenrechten in werking te stellen tegen de ambtenaren en entiteiten die verantwoordelijk zijn voor het bedenken en uitvoeren van deze wet;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>betreurt de extraterritoriale bepalingen van de wet, die grensoverschrijdende repressie inhouden; dringt er bij alle EU-lidstaten op aan om de uitleveringsverdragen met China op te schorten, met als doel vervolgde personen die in de EU verblijven te beschermen tegen de risico’s van grensoverschrijdende repressie uit hoofde van deze wet;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>verwerpt nadrukkelijk de pogingen van de Chinese autoriteiten om zich te mengen in de erkenning en opleiding van Tibetaanse boeddhistische spirituele leiders; benadrukt dat het bij de opvolging van de Dalai Lama om een zuiver religieuze aangelegenheid gaat, die uitsluitend conform de Tibetaanse boeddhistische tradities te bepalen is;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>roept op tot de onmiddellijke vrijlating van Chinese politieke gevangenen, waaronder Choktrul Dorje Ten Rinpoche, Palden Yeshi, winnaar van de Sacharovprijs Ilham Tohti, de elfde Panchen Lama Gedhun Choekyi Nyima en de Mongoolse activist Hada; verzoekt de Europese Dienst voor extern optreden, de Commissie en de lidstaten deze zaken bij China te blijven aankaarten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>verzoekt de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de mensenrechten een geactualiseerd situatieverslag over China uit te brengen en daarin specifiek aandacht te besteden aan deze wet van 2026;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>is van mening dat de invoering en handhaving van deze wet ernstige gevolgen zal hebben voor de betrekkingen tussen de EU en China;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>Verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de lidstaten en de andere EU-instellingen, de Chinese regering, de Verenigde Naties en het centrale Tibetaanse bestuur.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>