<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0155</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Raming van de ontvangsten en uitgaven voor het begrotingsjaar 2027 – Afdeling I – Europees Parlement</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0124/2026 - Rapporteur: Michalis Hadjipantela)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 30 april 2026 over de raming van de ontvangsten en uitgaven van het Europees Parlement voor het begrotingsjaar 2027 (2025/2247(BUI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 314 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (herschikking)<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (het “Financieel Reglement”),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 van de Raad van 17 december 2020 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027<FOOTNOTE><FIELD> PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 11, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2020/2093/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, de in verband hiermee door het Parlement, de Raad en de Commissie overeengekomen gezamenlijke verklaring<FOOTNOTE><FIELD> PB C 444 I van 22.12.2020, blz. 4.</FIELD></FOOTNOTE> en de hieraan gerelateerde unilaterale verklaringen<FOOTNOTE><FIELD> PB C 445 van 29.10.2021, blz. 252.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2022/2496 van de Raad van 15 december 2022 tot wijziging van Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027<FOOTNOTE><FIELD> PB L 325 van 20.12.2022, blz. 11, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2022/2496/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2024/765 van de Raad tot wijziging van Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2024/765, 29.2.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/765/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (de “herziening van het MFK”),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 16 december 2020 tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie betreffende begrotingsdiscipline, samenwerking in begrotingszaken en goed financieel beheer, alsmede betreffende nieuwe eigen middelen, met inbegrip van een routekaart voor de invoering van nieuwe eigen middelen<FOOTNOTE><FIELD> PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 28, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_interinstit/2020/1222/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn wetgevingsresolutie van 16 december 2020 over het ontwerp van verordening van de Raad tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027<FOOTNOTE><FIELD> PB C 445 van 29.10.2021, blz. 240.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 15 december 2022 over het opschalen van het meerjarig financieel kader 2021-2027: een veerkrachtige EU-begroting die geschikt is voor nieuwe uitdagingen<FOOTNOTE><FIELD> PB C 177 van 17.5.2023, blz. 115.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 3 oktober 2023 over het voorstel voor een tussentijdse herziening van het meerjarig financieel kader 2021-2027<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2024/1195, 23.2.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/1195/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 27 februari 2024 over de ontwerpverordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2024/6751, 26.11.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6751/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2026, zoals definitief vastgesteld op 26 november 2025<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2026/72, 26.2.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/budget/2026/72/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en de daaraan gehechte gemeenschappelijke verklaringen van het Parlement, de Raad en de Commissie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de secretaris-generaal aan het Bureau met het oog op de opstelling van het voorontwerp van raming van het Parlement voor het begrotingsjaar 2027,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorontwerp van raming, op 9 maart 2026 opgesteld door het Bureau overeenkomstig artikel 25, lid 7, en artikel 104, lid 1, van het Reglement van het Parlement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de ontwerpraming, opgesteld door de Begrotingscommissie overeenkomstig artikel 104, lid 2, van het Reglement van het Parlement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 104 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A10-0124/2026),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de op 9 februari 2026 door de secretaris-generaal voorgestelde begroting voor het voorontwerp van raming voor 2027 van het Parlement 2 665 474 853 EUR bedraagt, wat neerkomt op een stijging van 2,33 % of 60 618 266 EUR ten opzichte van de begroting 2026;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de door de secretaris-generaal voorgestelde stijging van 2,33 % toe te schrijven is aan een stijging van de statutaire financiële verplichtingen met 2,01 % en aan een stijging van de niet-statutaire uitgaven met 2,89 %;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de jaarlijkse inflatie in de Unie volgens Eurostat 2,3 % bedroeg in december 2025, een daling ten opzichte van 2,7 % in december 2024; overwegende dat het uitgavenniveau in rubriek 7 van het meerjarig financieel kader (het “MFK”) voor de periode 2021-2027 gebaseerd is op een jaarlijkse stijging van 2 %;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat de geloofwaardigheid van het Parlement afhangt van zijn vermogen om zijn belangrijkste begrotings-, wetgevings- en controlewerkzaamheden uit te voeren, met inachtneming van de hoogste normen, en tegelijkertijd het goede voorbeeld te geven aan andere instellingen van de Unie door zijn uitgaven verstandig en efficiënt te plannen en uit te voeren en rekening te houden met de heersende economische realiteit;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Algemeen kader</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>maakt zich zorgen over de situatie in rubriek 7 in het huidige MFK; herinnert eraan dat de beperkingen in deze rubriek het gevolg zijn van de bezuinigingen die de Raad heeft doorgevoerd op het al zeer lage oorspronkelijke voorstel van de Commissie toen overeenstemming werd bereikt over het MFK 2021-2027, alsook van de cumulatieve impact van de hoger dan verwachte inflatie over meerdere jaren; betreurt dat de Raad gekant is tegen het voorstel van de Commissie om het plafond van rubriek 7 bij de herziening van het MFK vanaf 2024 te verhogen; wijst erop dat de kwestie van het plafond van rubriek 7 bij de herziening van het MFK niet is opgelost; benadrukt dat de voorspelde negatieve marge voor 2027 het gebruik van speciale instrumenten in rubriek 7 voor dat doel veronderstelt; onderstreept dat het gebruik van speciale instrumenten een uitzondering moet blijven, naar behoren moet worden gemotiveerd en beperkt moet blijven tot onvoorziene omstandigheden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>bekrachtigt de overeenkomst die op 15 april 2026 tijdens de bemiddeling is bereikt tussen het Bureau en de Begrotingscommissie om de verhoging ten opzichte van de begroting voor 2026 vast te stellen op 1,98 %, hetgeen overeenkomt met een totaal niveau van ramingen van 2 656 435 753 EUR voor 2027, en de kredieten die voor de onderstaande begrotingslijnen zijn voorgesteld met in totaal 10 554 000 EUR te verlagen:</P></ACTION><ACTION><P>1 0 0 6 — Algemene kostenvergoeding, 1 4 0 5 01 — Uitgaven voor tolkendiensten: externe tolkendiensten, 1 4 2 — Externe vertalingsdiensten, 1 6 1 2 07 — Opleiding en ontwikkeling: externe opleiding voor DG ITEC, 2 0 0 7 04 — Inrichting van dienstruimten: liaisonbureaus/Europa Experience-ruimten, 2 1 0 0 02 — IT-governance en cyberbeveiliging — ICT-beveiliging, ‑risico’s en ‑compliance, 2 1 0 0 03 — IT-governance en cyberbeveiliging — speerpunttechnologie, 2 1 0 1 02 — Beheer van zakelijke toepassingen — levering van IT-oplossingen, 2 1 0 1 13 — Beheer van zakelijke toepassingen — DG FINS, 2 1 0 2 03 — Beheer van infrastructuur en activiteiten — telecommunicatie, 2 1 0 2 04 — Beheer van infrastructuur en activiteiten — bedrijfsinfrastructuur, 2 1 0 2 05 — Beheer van infrastructuur en activiteiten — software —infrastructuur, 2 1 0 2 07 — Beheer van infrastructuur en activiteiten — drukkerijbeheer, 2 1 0 3 01 — Diensten en uitrusting met betrekking tot de digitale werkomgeving — individuele IT-uitrusting, 2 1 2 0 01 — Meubilair: aankoop, huur, vernieuwing, onderhoud en reparatie van meubilair, 2 1 6 0 01 — Vervoer van leden, andere personen en goederen: vervoer van leden (huur en gebruik), 3 0 0 0 02 — Dienstreizen van het personeel en reizen tussen de drie werklocaties: werkbezoeken buiten de drie werklocaties, 3 0 0 0 03 — Dienstreizen van het personeel en reizen tussen de drie werklocaties: opleiding en ontwikkeling, 3 2 1 0 01 — Uitgaven voor de onderzoeksdienst voor de leden, met inbegrip van de bibliotheek, de historische archieven, de evaluatie van wetenschappelijke en technologische keuzes (STOA) en het Europees wetenschaps- en mediaknooppunt: effectbeoordeling en Europese toegevoegde waarde, 3 2 2 0 09 — Documentatie: abonnementen en mediamonitoring, 3 2 4 2 01 — Kosten van publicatie, voorlichting en deelneming aan openbare evenementen: informatiecampagnes, 3 2 4 3 01 — Bezoekerscentra van het Europees Parlement: Parlamentarium en “Europa Experience”, 3 2 4 3 02 — Bezoekerscentra van het Europees Parlement: Huis van de Europese geschiedenis, 101 — Reserve voor onvoorziene uitgaven.</P></ACTION><ACTION><P>Daarnaast is besloten het niveau van de uitgaven van het voorontwerp van raming als goedgekeurd door het Bureau op 9 maart 2026 met 1 514 900 EUR te verhogen en de kredieten zoals voorgesteld voor de onderstaande begrotingslijnen dienovereenkomstig te verhogen:</P></ACTION><ACTION><P>4 0 3 — Financiering van Europese politieke stichtingen en 4 4 0 — Kosten voor vergaderingen en andere activiteiten van voormalige leden.</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>herinnert eraan dat bijna twee derde van de begroting wordt bepaald door statutaire verplichtingen; herinnert eraan dat de salarisindexering, overeenkomstig het Statuut van de ambtenaren en het Statuut van de leden van het Europees Parlement, volgens de huidige prognoses van de Commissie voor juli 2026 en juli 2027 respectievelijk 2,2 % en 2,3 % zal bedragen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>merkt op dat van de stijging met 51,6 miljoen EUR ten opzichte van de begroting 2026 een deel ter hoogte van 32,6 miljoen EUR het gevolg is van statutaire financiële verplichtingen, voornamelijk in verband met salarisaanpassingen van ambtenaren en tijdelijk personeel (16,2 miljoen EUR) en arbeidscontractanten (1,7 miljoen EUR); is verheugd dat er vanaf 2027 wordt voorzien in uitzonderlijke directe steun voor stagiairs die in Luxemburg verblijven en werkzaam zijn (tot 500 EUR per stagemaand) om hen te helpen met de stijgende huisvestingskosten; benadrukt dat er in de context van stijgende huisvestingskosten op alle werklocaties voor moet worden gezorgd dat stages toegankelijk zijn voor jonge mensen; is ingenomen met het besluit van het Bureau om af te zien van de indexering van de vergoeding voor algemene uitgaven voor 2026;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>	constateert dat het geplande bedrag voor de vergoeding voor parlementaire medewerkers wordt geraamd op basis van historische trends; beklemtoont dat leden in geen geval het recht kan worden ontnomen om, in overeenstemming met de regels ter zake, volledig gebruik te maken van deze vergoeding indien binnen deze begrotingslijn onvoldoende middelen beschikbaar zijn; verzoekt de secretaris-generaal de situatie op de voet te volgen, de Begrotingscommissie in kennis te stellen van de uitvoering van de begrotingslijn en passende maatregelen te treffen indien het risico bestaat dat er onvoldoende financiële middelen beschikbaar zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>wijst erop dat het Parlement geen extra posten vraagt voor 2027 en dit voor het vierde jaar op rij;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>merkt op dat de niet-statutaire uitgaven tussen 2026 en 2027 met 2 % stijgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>is ingenomen met de voortdurende inspanningen van de secretaris-generaal, die overeenstemmen met de hervormingen die voorzitter Metsola op 16 juni 2025 heeft voorgesteld, op het gebied van administratieve samenwerking, planning en vereenvoudiging, die gericht zijn op het verhogen van de efficiëntie, een efficiënt gebruik van middelen en het doorvoeren van besparingen waar mogelijk; pleit voor versterkte rapportagemechanismen om de transparantie en verantwoording te bevorderen; verzoekt de secretaris-generaal de Begrotingscommissie regelmatig op de hoogte te houden van de uitvoering van het actieplan voor administratieve vereenvoudiging en de gevolgen daarvan voor de begroting en het personeel;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Versterking van de kerntaken van het Parlement</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>neemt kennis van de vier nieuwe thematische directoraten-generaal (DG’s), die sinds januari 2025 operationeel zijn en verantwoordelijk zijn voor wetgevings-, begrotings- en controleactiviteiten, met als doel de werking van het Parlement als medewetgever, als tak van de begrotingsautoriteit en als kwijtingsautoriteit te verbeteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>neemt nota van de herschikking van interne middelen wat betreft het aantal toegewezen posten (+ 15 % van 2024 tot 2026), de middelen voor extern personeel (post 1400, van 3,2 miljoen EUR in 2024 naar 8 miljoen EUR in 2027) en de begroting voor externe expertise (post 3200, van 3,2 miljoen EUR in 2024 naar 7,7 miljoen EUR in 2027) om de expertise die aan de leden wordt aangeboden te versterken; benadrukt dat ervoor moet worden gezorgd dat deze verhogingen gerechtvaardigd en evenredig blijven en een duidelijke toegevoegde waarde opleveren; verzoekt de secretaris-generaal de Begrotingscommissie regelmatig op de hoogte te houden van de ontwikkelingen in verband met het gebruik van de middelen in de vier nieuwe DG’s; onderstreept dat de belangrijke doelstelling van het Parlement, het beter kunnen ondersteunen van het werk van de leden, moet worden gewaarborgd; benadrukt ook dat de fracties een cruciale rol spelen bij het verstrekken van expertise en politieke steun aan de leden bij hun parlementaire en wetgevingswerkzaamheden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>herinnert eraan dat de verplichting om de financiële belangen van de Unie te beschermen in gelijke mate geldt voor alle begunstigden van Uniemiddelen, dus ook voor politieke fracties binnen het Parlement; merkt op dat onderzoeken en herstelmaatregelen met betrekking tot het vermoedelijke misbruik van Uniemiddelen door de voormalige Fractie Identiteit en Democratie, die vandaag is geherconfigureerd als de Fractie Patriotten voor Europa, het belang onderstrepen van robuuste interne controles, doeltreffende verificaties achteraf en mechanismen voor snelle terugvordering binnen de administratie van het Parlement; verzoekt de administratie van het Parlement alle lopende terugvorderingsprocedures zo snel mogelijk af te ronden en alle bewijzen van onregelmatige uitgaven aan OLAF en het EOM door te sturen; benadrukt dat het met het oog op de geloofwaardigheid van de fraudebestrijdingsarchitectuur van de Unie van essentieel belang is dat de fraudebestrijdingsregels consequent worden toegepast ten aanzien van alle begunstigden, ook binnen het Parlement zelf;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Digitale transitie </STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>merkt op dat in de ramingen voor 2027 de IT-begroting in totaal 7,6 % van de totale begroting uitmaakt en 202,4 miljoen EUR bedraagt; benadrukt het belang van een degelijke cyberbeveiligingsinfrastructuur in tijden van geopolitieke spanningen; wijst nogmaals op de geplande geleidelijke verhoging van de financiële kredieten voor cyberbeveiliging tot 10 % van de ICT-begroting van het Parlement; merkt op dat deze geplande verhoging zo snel mogelijk moet worden doorgevoerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>beklemtoont dat de cyberbeveiliging van het Parlement een belangrijke prioriteit is in tijden van geopolitieke onzekerheid; stelt vast dat het totale bedrag dat voor cyberbeveiliging is uitgetrokken 16,9 miljoen EUR bedraagt, wat een stijging van 54 % inhoudt ten opzichte van de gecentraliseerde begrotingslijn voor cyberbeveiliging in 2026; herinnert eraan dat investeringen in cyberbeveiliging cruciaal zijn om de democratische stem van het Parlement en de Unie te beschermen en de goede werking van het Parlement te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>benadrukt dat het Parlement een voortrekkersrol moet spelen bij de invoering van meer digitale werkmethoden; is ingenomen met de investeringen van 1 miljoen EUR in artificiële intelligentie (AI); pleit ervoor meer gebruik te maken van AI om efficiëntiewinst te realiseren en de soevereiniteit op dit gebied te versterken en daarbij rekening te houden met de daaraan verbonden risico’s, onder meer op het gebied van ethiek en gegevensbescherming; benadrukt dat bij de uitrol van AI een evenwicht moet worden gevonden tussen innovatie en de nodige waarborgen; wijst op het potentieel van AI om administratieve processen te stroomlijnen; moedigt de ontwikkeling van duidelijke richtsnoeren en waarborgen aan om de verantwoorde en transparante invoering van AI te waarborgen, waarbij innovatie wordt bevorderd en tegelijkertijd de grondrechten, veiligheid en verantwoordingsplicht worden geëerbiedigd; merkt op dat de ontwikkeling van AI nauwlettend zal worden gevolgd in overeenstemming met de door het Bureau vastgestelde beginselen; benadrukt dat investeringen in AI niet alleen gericht moeten zijn op administratieve efficiëntie, maar ook op de bevordering van democratische transparantie en burgerparticipatie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>benadrukt dat het Parlement, gezien de geopolitieke context en de investeringen die de Unie zal moeten doen voor haar strategische autonomie, het goede voorbeeld moet geven; neemt er nota van dat de voorbereidingen zijn getroffen voor een geconsolideerd actieplan om het standpunt van het Parlement inzake digitale soevereiniteit kracht bij te zetten; kijkt er met belangstelling naar uit om regelmatig op de hoogte te worden gehouden over de geboekte vooruitgang; onderstreept het belang van een hoog niveau van cyberbeveiliging, gegevensbescherming en veerkracht van de digitale infrastructuur van het Parlement; benadrukt dat de risico’s van het vertrouwen op niet-Europese leveranciers zorgvuldig moeten worden beoordeeld, onder meer door middel van risicobeoordelingen; benadrukt dat het belangrijk is om te blijven beschikken over beveiligde, concurrerende en betrouwbare oplossingen, en om, indien mogelijk, Europese leveranciers te favoriseren; pleit voor een regelmatige evaluatie van de communicatiekanalen en digitale instrumenten van het Parlement met het omwille van de beveiliging en de naleving van het EU-recht, en voor coördinatie met andere EU-instellingen, om parlementaire gegevens te beschermen en integere communicatie te waarborgen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Infrastructuur</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>erkent de nieuwe aanpak op het gebied van gebouwen, waarbij de nadruk is verschoven van de aankoop van nieuwe gebouwen naar een fase van stabilisatie, met aandacht voor duurzaamheid, toegankelijkheid en mobiliteit, zowel onder de leden en het personeel als onder bezoekers;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>merkt op dat de renovatie van het SPAAK-gebouw vanaf 2027 van start gaat; neemt er nota van dat de totale begroting voor de renovatie is vastgesteld op 455 miljoen EUR en dat voor 2027 een bedrag van 77,67 miljoen EUR is uitgetrokken; onderstreept dat deze kosten niet zijn opgenomen in de begroting 2027; benadrukt dat strikte kostenbeheersing, transparantie en naleving van de geplande begroting moeten worden gewaarborgd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>merkt op dat het Parlement van plan is leningen aan te gaan, onder meer bij de Europese Investeringsbank, om het project voor de renovatie van het SPAAK-gebouw te financieren; stelt vast dat in de begroting voor 2027 kosten in verband met rente (3,17 miljoen EUR) en de terugbetaling van kapitaal (0,65 miljoen EUR) zijn opgenomen; dringt erop aan dat, indien relevant, kosten die niet rechtstreeks verband houden met de renovatiewerkzaamheden ook duidelijk worden vermeld en begroot; verzoekt de administratie de Begrotingscommissie nauwgezet op de hoogte te houden van de toepasselijke rentetarieven voor de leningen en de langetermijnplanning voor de terugbetaling van de hoofdsom; benadrukt dat bedachtzaam schuldbeheer moet worden gewaarborgd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>betreurt het dat de oprichting van Europa Experience-centra in alle lidstaten vertraging heeft opgelopen; is ingenomen met het nieuwe concept, dat op 31 maart 2025 door het Bureau is goedgekeurd, om de Europa Experience-ruimten beter te benutten, rekening houdend met de verschillende situaties in de lidstaten; benadrukt hoe belangrijk het voor Europa Experience is in te zetten op een boeiende bezoekerservaring om burgers aan te trekken; dringt erop aan Europa Experience-centra op te richten en daarbij prioriteit te geven aan de lidstaten die het verst liggen van de drie werklocaties, en er tegelijkertijd voor te zorgen dat de ontwikkeling en werking ervan kosteneffectief blijven; herinnert eraan dat de Europa Experience-centra bedoeld zijn om alle burgers een beter inzicht te geven in de werking van de instellingen van de Unie en onze gedeelde waarden; benadrukt dat de aan deze centra toegewezen begrotingskredieten efficiënt moeten worden gebruikt om te garanderen dat zij zorgen voor communicatie met een grote impact en dat daarbij met name jonge mensen en kwetsbare groepen moeten worden bereikt; beklemtoont dat bij de financiering prioriteit moet worden gegeven aan de verspreiding van op feiten gebaseerde, toegankelijke informatie over de lokale impact van EU-beleid, aangezien dit een kosteneffectief instrument is waarmee de democratische integriteit van de Unie tegen desinformatie wordt beschermd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>herinnert aan het belang van het Ambassador School Programme van het Europees Parlement ter bevordering van actieve betrokkenheid van jonge Europeanen en van het opleidingsprogramma voor jonge journalisten, vernoemd naar David Sassoli, om het inzicht in de Unie en haar werking onder journalisten te vergroten, als de beste remedie tegen desinformatie, in het licht van recente trends die wijzen op een zorgwekkende achteruitgang van de mediavrijheid en -onafhankelijkheid in de hele Unie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>spreekt andermaal zijn steun uit voor de plaatsing van een pan-Europees monument in Brussel ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de totalitaire regimes van de 20e eeuw dat de diversiteit van historische ervaringen weerspiegelt; verzoekt het Bureau deze aangelegenheid te behandelen met als doel een besluit vast te stellen, en daarbij terdege rekening te houden met de budgettaire beperkingen in de begrotingsjaren van het lopende MFK en de economische moeilijkheden die Europese burgers ondervinden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>benadrukt dat met één enkele zetel voor het Parlement de financiële en milieukosten zouden kunnen worden verlaagd; herinnert eraan dat het Parlement volgens het Verdrag betreffende de Europese Unie zijn zetel in Straatsburg moet hebben; merkt op dat voor permanente veranderingen een wijziging van het Verdrag nodig is en dat daarvoor unanimiteit vereist is;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Groen Parlement </STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>is ingenomen met de doelstellingen van het milieubeheersysteem (EMAS) van het Parlement voor 2025‑2029; is ingenomen met de investeringen in infrastructuur als onderdeel van de geplande maatregelen voor energie-efficiëntie en milieurenovatie die voor 2025‑2029 zijn gepland, die een goede methode zijn om ervoor te zorgen dat de uitgaven toegevoegde waarde opleveren; neemt kennis van de begroting van 8,97 miljoen EUR voor investeringen in energie-efficiëntie en milieu in de ramingen voor 2027 om de milieuprestaties van zijn gebouwen verder te verbeteren; merkt op dat dit overeenkomt met een stijging van 6,1 % ten opzichte van de begroting 2026; is ingenomen met het feit dat het Parlement zonnepanelen heeft geïnstalleerd en daarmee zal doorgaan om het aandeel lokaal geproduceerde hernieuwbare energie verder te verhogen; benadrukt dat ervoor moet worden gezorgd dat dergelijke investeringen meetbare efficiëntiewinsten opleveren, ook gezien de geopolitieke context, en kostenbesparingen op de lange termijn tot gevolg hebben;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>herinnert eraan dat bijna twee derde van de koolstofvoetafdruk van het Parlement afkomstig is van het vervoer van personen; merkt op dat een aanzienlijk deel van de begroting van het Parlement, 162,1 miljoen EUR in 2027, wordt besteed aan dienstreizen van leden en personeel; roept de organen van het Parlement ertoe op zich te buigen over praktijken in verband met dienstreizen buiten de drie werklocaties en de regels en praktijken voor dienstreizen te herzien, met als algemeen doel het aantal dienstreizen en de daaraan verbonden financiële en milieukosten te verminderen; spoort de leden ertoe aan gebruik te maken van koolstofarme alternatieve vervoerswijzen en van de vluchtopties met de beste waarden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>is verheugd over het toegenomen gebruik van het openbaar vervoer voor woon-werkverkeer en neemt tegelijkertijd kennis van de toegenomen vraag naar de regeling inzake financiële subsidies voor abonnementen voor het openbaar vervoer, met name in Brussel, wat tot een verhoging van de kredieten leidt; is van mening dat het Parlement het goede voorbeeld moet geven door een efficiënt gebruik van middelen aan te moedigen, duurzame vervoerswijzen uit te breiden en aanvullende stimulansen te creëren voor woon-werkverkeer per fiets;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>neemt er kennis van dat de koolstofkredietprijzen aanzienlijk zijn gestegen, waardoor er met de huidige emissieniveaus voor 2027 naar schatting 950 000 EUR nodig zal zijn; roept de administratie ertoe op prioriteit te geven aan het verlagen van de emissies van het Parlement, onder meer te investeren in schone verwarmings-, ventilatie- en airconditioningsystemen, met name warmtepompinstallaties in Brussel en andere evenredige en kosteneffectieve maatregelen voor het verlagen van emissies, indien billijk, in plaats van aan de aankoop van koolstofkredieten; is ingenomen met het feit dat er vanaf juni 2025 een verbeterd treinaanbod voor dienstreizen naar Straatsburg wordt ingevoerd, wat een positieve stap is in de richting van een lagere CO<STRING SUBSCRIPT="on">2</STRING>-uitstoot;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Overige</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>verzoekt de Conferentie van voorzitters onverwijld met een besluit te komen inzake de relevante artikelen van de interne regels om de deelname van APA’s aan officiële dienstreizen en delegaties buiten de drie werklocaties van het Parlement mogelijk te maken, zodat zij leden kunnen begeleiden wanneer er geen personeelslid van hun fractie die tijdens de dienstreis wordt vertegenwoordigd, officieel bij het secretariaat van het Parlement is aangemeld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>is van mening dat het Parlement — als werkgever en als openbare instelling — het goede voorbeeld moet geven met betrekking tot de rechten van personen met een handicap; is ingenomen met het beleid van het Parlement dat erop gericht is personen met een handicap in staat te stellen zich geheel zelfstandig in de gebouwen van het Parlement te verplaatsen, en steunt de verdere maatregelen en aanpassingen die hiertoe noodzakelijk zijn; merkt op dat daartoe 2,07 miljoen EUR in de begroting is uitgetrokken voor zijn gebouwen in Straatsburg; benadrukt dat toegankelijkheid een belangrijk criterium moet zijn bij de renovatie van het SPAAK-gebouw en de ontwikkeling van alle digitale platforms;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>is ingenomen met de recente initiatieven van de Conferentie van voorzitters en het Bureau om leden in de perinatale periode toe te staan bij volmacht te stemmen en erkent dat dit een positieve stap is in de richting van meer inclusiviteit in de parlementaire werkzaamheden, en roept alle partijen op de maatregel snel uit te voeren; wijst er echter op dat deze maatregel achterblijft bij de herhaalde verzoeken van het Parlement om het stemrecht niet alleen voor leden in de perinatale periode te waarborgen, maar ook voor leden die met ouderschaps- of vaderschapsverlof zijn of officieel voor langere tijd ziek zijn geschreven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>vindt het zorgwekkend dat de kwaliteit en continuïteit van de diensten die door het kinderdagverblijf Wayenberg van het Parlement worden verleend sinds 2020 worden beïnvloed door een frequente wisseling van dienstverleners, problemen in verband met personeelstekort, hoog verzuim en een groot personeelsverloop bij het kinderdagverblijf; neemt kennis van de gunning van het huidige contract voor kinderopvang van het Parlement in Brussel aan een nieuw bedrijf dat kort na de publicatie van de aanbesteding is opgericht en naar verluidt gelieerd is aan de voormalige aanbieder, Esedra; wijst op de vroegtijdige beëindiging van de overeenkomst door het Parlement met de vorige aanbieder van het kinderdagverblijf Wayenberg, Esedra, na een aantal ernstige beschuldigingen aan het adres van die contractant; herhaalt dat fatsoenlijke arbeidsomstandigheden en een passend loon voor extern personeel, met inbegrip van opleiding, de ontwikkeling van vaardigheden, maatregelen tegen geweld en intimidatie, een zinvolle sociale dialoog en investeringen in het welzijn van het personeel in beginsel en waar relevant een overweging van prioritair belang moeten zijn bij overheidsopdrachten van het Parlement; dringt aan op een onafhankelijke externe controle van de aanbestedingsprocedure en de uitvoering van het huidige contract, met inbegrip van een onafhankelijke beoordeling van de arbeidsomstandigheden en het welzijn van het personeel;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>is ingenomen met de familiekamer in Straatsburg, die leden en personeelsleden met jonge kinderen tijdens hun parlementaire activiteiten waardevolle ondersteuning biedt; merkt echter op dat de capaciteit van de familiekamer beperkt is tot dertig kinderen; merkt op dat de gemiddelde leeftijd van de leden en personeelsleden van het Parlement de afgelopen jaren is gedaald, en dat dit heeft geleid tot een toename van het aantal jonge families en van de vraag naar voorzieningen voor kinderopvang; verzoekt het Bureau en de secretaris-generaal oplossingen voor het uitbreiden van de kinderopvang in Straatsburg in kaart te brengen en uit te voeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>herhaalt zijn oproep aan de secretaris-generaal om het fundamentele beginsel te benadrukken dat alle aanwervingen gebaseerd moeten zijn op competentie, waarbij ook moet worden gezorgd voor een geografisch evenwicht tussen alle lidstaten op elk personeelsniveau; onderstreept dat het bereiken van een eerlijke geografische vertegenwoordiging op alle niveaus van de administratie, ook rekening houdend met leeftijd en gender, van essentieel belang is voor het bevorderen van een echte Europese openbare dienst; merkt op dat het Parlement maatregelen heeft genomen om deze doelstelling te ondersteunen, waaronder de organisatie van vergelijkende onderzoeken voor specifieke nationaliteiten; benadrukt dat de procedures van de vergelijkende onderzoeken moeten worden versneld, zonder dat dit ten koste gaat van een strikt, op verdiensten gebaseerd selectiemodel;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>benadrukt dat meertaligheid een belangrijk beginsel is waarop het werk van het Parlement is gebaseerd; verzoekt het Parlement waar nodig gebruik te maken van belangrijke technologische ontwikkelingen op het gebied van diensten in verband met meertaligheid, met inbegrip van de ontwikkeling en het gebruik van AI;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>neemt kennis van het arrest van het Gerecht van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 17 december 2025 waarin de wettigheid wordt bevestigd van de maatregelen die het Bureau in 2023 heeft getroffen met betrekking tot het vrijwillig pensioenfonds voor de leden<FOOTNOTE><FIELD> Arrest van het Gerecht van 17 december 2025, FE/Europees Parlement, T‑483/24, ECLI:EU:T:2025:1121.</FIELD></FOOTNOTE>; benadrukt dat deze maatregelen de verplichte uitkeringen weliswaar met 63 % hebben verlaagd, maar dat het fonds zich nog steeds in een uitermate precaire financiële toestand bevindt; verwacht een update over de verdere ontwikkelingen met betrekking tot de vrijwillige pensioenregeling;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>benadrukt dat verzoeken die zijn aangenomen door de plenaire vergadering met hoge prioriteit moeten worden uitgevoerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>stelt de raming voor het begrotingsjaar 2027 vast;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie en de raming te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>