<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0156</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Financiële geletterdheid en de opkomst van finfluencers in de context van de spaar- en investeringsunie</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0082/2026 - Rapporteur: Lídia Pereira)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 30 april 2026 over financiële geletterdheid en de opkomst van finfluencers in de context van de spaar- en investeringsunie (2025/2209(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het op 8 juli 2017 verschenen rapport van de G20 en het “International Network on Financial Education” van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OECD INFE) over financiële geletterdheid onder volwassenen in de G20-landen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn (EU) 2018/1808 van het Europees Parlement en de Raad van 14 november 2018 tot wijziging van Richtlijn 2010/13/EU betreffende de coördinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten inzake het aanbieden van audiovisuele mediadiensten (richtlijn audiovisuele mediadiensten) in het licht van een veranderende marktsituatie<FOOTNOTE><FIELD> PB L 303 van 28.11.2018, blz. 69, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2018/1808/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het op 11 januari 2022 gepubliceerde kader van de EU en de OESO inzake financiële vaardigheden voor volwassenen in de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2022/2065 van het Europees Parlement en de Raad van 19 oktober 2022 betreffende een eengemaakte markt voor digitale diensten en tot wijziging van Richtlijn 2000/31/EG (digitaledienstenverordening)<FOOTNOTE><FIELD> PB L 277 van 27.10.2022, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2022/2065/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het op 12 januari 2023 gepubliceerde thematisch verslag van het Gemengd Comité van de Europese toezichthoudende autoriteiten over nationale initiatieven voor financiële educatie op het gebied van digitalisering, met de nadruk op cyberbeveiliging, oplichtingspraktijken en fraude,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de publicatie van de denktank Bruegel over “The state of financial knowledge in the European Union” (februari 2024),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de in juli 2023 gepubliceerde Flash Eurobarometer 525 van de Commissie over de monitoring van het niveau van financiële geletterdheid in de EU,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het op 2 oktober 2023 gepubliceerde kader voor financiële vaardigheden van de EU en de OESO voor kinderen en jongeren in de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het op 6 februari 2024 door de Europese Autoriteit voor effecten en markten gepubliceerde document getiteld “Warning – For people posting Investment Recommendation on social media”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van de Raad van 14 mei 2024 over financiële geletterdheid,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de op 27 juni 2024 verschenen publicatie van de OESO getiteld “PISA 2022 Results (Volume IV): How Financially Smart Are Students?”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de in mei 2025 gepubliceerde eindverslagen van de raad van bestuur van de Internationale organisatie van effectentoezichthouders (IOSCO) getiteld “Finfluencers”, “Online Imitative Trading Practices: Copy Trading, Mirror Trading, Social Trading” en “Digital Engagement Practices (DEPs)”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het op 17 juli 2025 door het Europees Economisch en Sociaal Comité aangenomen advies over financiële geletterdheid en educatie voor Europeanen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 30 september 2025 over een strategie voor financiële geletterdheid voor de EU (COM(2025)0681),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 55 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie cultuur en onderwijs,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken (A10-0082/2026),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat financiële geletterdheid een essentiële vaardigheid in het leven is, alsook een fundamenteel instrument dat burgers in staat stelt zowel hun persoonlijke als hun gezinsbudget beter te beheren en productieve investeringen en ondernemerschap na te streven, en hen helpt om weloverwogen en passende beslissingen te nemen op het gebied van sparen, plannen voor hun pensioen en andere doelen en investeringen; overwegende dat financiële geletterdheid van essentieel belang in het licht van fraudepreventie, misinformatie en overmatige schuldenlast, en derhalve grondige kennis van digitale financiën, cyberbeveiliging en de herkenning van online financiële oplichtingspraktijken moet beslaan; overwegende dat overheidsinstellingen, met name onafhankelijke toezichthouders, en het maatschappelijk middenveld in dit verband een fundamentele rol moeten spelen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat het juridische kader met betrekking tot het financiële stelsel in de EU van een buitensporige complexiteit is, en dat het stelsel toegankelijker zou worden indien deze complexiteit verminderd zou worden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat financiële geletterdheid mensen in staat stelt schulden, financiële markten, belastingen en verzekeringen te begrijpen als een risicobeheersinstrument dat hen helpt financiële risico’s te beheren, weloverwogen beslissingen te nemen en te plannen voor hun pensioen; overwegende dat het begrijpen van hoe geld werkt dus niet iets buitengewoons zou moeten zijn, maar een noodzakelijke voorwaarde voor persoonlijke financiële vrijheid; overwegende dat uit gegevens blijkt dat er een verband bestaat tussen een hoger niveau van financiële geletterdheid en een hogere graad van financiële inclusie; overwegende dat financiële geletterdheid een resultaatgericht concept is dat het financiële bewustzijn, de kennis, de vaardigheden, de attitudes en het gedrag meet die nodig zijn om verstandige financiële beslissingen te nemen en uiteindelijk financieel welzijn te bereiken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat een hoger niveau van financiële geletterdheid burgers kan motiveren om doeltreffender te sparen, verstandiger te investeren en actief deel te nemen aan kapitaalmarkten, waardoor inclusieve groei en innovatie in alle lidstaten worden bevorderd, hetgeen bijdraagt tot macro-economische stabiliteit en afnemende ongelijkheid;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat uit de Flash Eurobarometer 2023 van de Commissie over financiële geletterdheid in de EU blijkt dat de financiële geletterdheid in Europa moet worden verbeterd, aangezien uit de resultaten naar voren komt dat slechts 18 % van de EU-burgers een hoog niveau van financiële geletterdheid heeft, met grote verschillen in dit opzicht tussen de afzonderlijke lidstaten — het percentage burgers met een hoog niveau van financiële geletterdheid varieert van 11 % in twee landen tot meer dan 25 % in slechts vier landen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat uit de Eurobarometer-enquête blijkt dat bijna de helft van de volwassenen in de EU onvoldoende financiële buffer in de vorm van spaargeld heeft om drie maanden van te kunnen leven, terwijl 16 % over geen enkele financiële buffer beschikt; overwegende dat deze factoren, in combinatie met grote gebruikmaking van consumentenkrediet in sommige delen van de EU, het risico op overmatige schuldenlast vergroten, het vermogen van huishoudens om te reageren op onvoorziene gebeurtenissen verzwakken, negatieve gevolgen kunnen hebben voor de economische en sociale cohesie en ervoor zorgen dat spaargeld slechts in beperkte mate wordt gebruikt voor productieve investeringen in de reële economie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat volgens de Eurobarometer-enquête van 2023 slechts 38 % van de respondenten in de EU er zeker van is dat het beleggingsadvies dat zij van hun bank, verzekeraar of financieel adviseur ontvangen, in de eerste plaats in hun belang is, terwijl 45 % er geen vertrouwen in heeft;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat uit recente EU-enquêtes blijkt dat gemiddeld de helft van de volwassenen in de EU op vijf vragen over basiskennis op het gebied van financiën ten minste drie correcte antwoorden weet te geven, en dat er een hardnekkig gebrek bestaat aan inzicht in inflatie, samengestelde rente, het concept van risico en opbrengst en diversificatie; overwegende dat het van belang is aandacht te besteden aan deze enquêtes om belangrijke financiële vaardigheden en mogelijke follow-up-maatregelen in kaart te brengen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat uit de Global Retail Investor Outlook 2024 blijkt dat financiële kennis negatief correleert met financiële kwetsbaarheid op zowel korte als lange termijn, wat laat zien dat personen met meer financiële kennis vaker over voldoende middelen beschikken om met pensioen te gaan;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat gebrek aan financiële geletterdheid vaker voorkomt bij vrouwen, jongeren, ouderen, mensen met een lager inkomen of beperkte scholing, en bij de meest kwetsbare groepen in de samenleving;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat een betere financiële geletterdheid bijdraagt tot sociale inclusie, ongelijkheid helpt verminderen en kwetsbare of gemarginaliseerde groepen ondersteunt en mondiger maakt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat de deelname van retailbeleggers aan de kapitaalmarkten nog steeds ongelijk is tussen de lidstaten en dat een hogere graad van financiële geletterdheid correleert met een grotere financiële veerkracht en meer beleggingsactiviteit;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat uit studies blijkt dat met name beleggers van generatie Z (d.w.z. mensen die tussen 1997 en 2012 zijn geboren) voornamelijk gebruikmaken van sociale media, internetzoekopdrachten en persoonlijke connecties om meer te weten te komen over beleggen en financiën; overwegende dat volgens de Global Retail Investor Outlook 2024 sociale media voor jongere generaties een dominante bron van informatie zijn geworden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat de digitale transitie ervoor zorgt dat spaar- en beleggingsproducten breder toegankelijk worden, maar ook de blootstelling van burgers aan agressieve marketingstrategieën en onlinefraude vergroot, waardoor digitalisering zowel een kans als een risico inhoudt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat het EU-beleid inzake financiële geletterdheid alleen succesvol kan zijn als het vergezeld gaat van gemakkelijk toegankelijke financiële instrumenten met een passend risicoprofiel;</P></CONS><CONS><P><NO.P>P.</NO.P>overwegende dat publiek-private samenwerkingsplatforms en pan-Europese initiatieven doeltreffend zijn gebleken als het gaat om het mobiliseren van scholen, het maatschappelijk middenveld en het bedrijfsleven in de lidstaten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Q.</NO.P>overwegende dat financiële geletterdheid onder ondernemers en kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) een cruciaal aspect van de veerkracht en het concurrentievermogen van de EU is, waarover echter onvoldoende gegevens bekend zijn en dat specifieke monitoring en op maat gesneden programma’s vereist;</P></CONS><CONS><P><NO.P>R.</NO.P>overwegende dat de consumentenagenda 2030 van de Commissie, waarin aan digitale rechtvaardigheid, handhaving van regels en grensoverschrijdende toegang tot financiële diensten voor particulieren een centrale rol ten aanzien van het concurrentievermogen wordt toegekend, onder meer de uitvoering van de EU-strategie voor financiële geletterdheid en de invoering van spaar- en beleggingsrekeningen omvat;</P></CONS><CONS><P><NO.P>S.</NO.P>overwegende dat in de consumentenagenda 2030 een wet inzake digitale rechtvaardigheid wordt voorgesteld om donkere patronen, verslavend ontwerp en problematische praktijken van influencers aan te pakken, met een betere bescherming van minderjarigen; overwegende dat de agenda de aankondiging omvat van een EU-actieplan inzake onlinefraude, dat gericht is op het verbeteren van preventiemaatregelen, het doeltreffender maken van rechtshandhavingsmaatregelen en het versterken van de steun voor slachtoffers van fraude, een en ander als aanvulling op de handhaving van de digitale dienstenverordening;</P></CONS><CONS><P><NO.P>T.</NO.P>overwegende dat sociale media steeds vaker worden gebruikt om informatie over financiële markten en beleggingsstrategieën en -producten te verspreiden, te delen en te bespreken, en dat de rol van “financiële influencers” (“finfluencers”) in dit verband nieuwe mogelijkheden biedt om mensen aan te spreken en financiële inclusie te bereiken, maar ook risico’s met zich mee kan brengen, zoals belangenconflicten, misleidende reclame, misinformatie of frauduleuze communicatie, hetgeen reële risico’s schept in de vorm van verkeerde investeringen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>U.</NO.P>overwegende dat de toename van geraffineerde online financiële fraude, die voortkomt uit misbruik van nieuwe technologieën en AI, aanleiding moet vormen voor het stimuleren van de digitale financiële geletterdheid zodat consumenten niet alleen de financiële basisbegrippen begrijpen maar ook weten hoe ze zichzelf kunnen beschermen in een steeds complexere, snelle en gemakkelijk toegankelijke digitale omgeving; overwegende dat financiële fraude, met inbegrip van pogingen daartoe, het vertrouwen in het financiële stelsel ondermijnt en dat onlineplatforms en zoekmachines daarom een bijzondere verantwoordelijkheid hebben om risico’s op online beleggingsfraude te herkennen en te beperken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>V.</NO.P>overwegende dat finfluencers in bepaalde gevallen op dezelfde manier te werk gaan als aanbieders van mediadiensten voor wat betreft het verstrekken van informatie over financiële onderwerpen aan hun publiek, maar zich daarbij niet houden aan regelgeving of zelfreguleringsinstrumenten met betrekking tot transparantie en kwaliteitsnormen voor commerciële communicatie of de nauwkeurigheid, betrouwbaarheid of waarheidsgetrouwheid van de inhoud die zij aanbieden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>W.</NO.P>overwegende dat sommige lidstaten influencers, waaronder finfluencers, zijn gaan aanmerken als audiovisuele mediadiensten op aanvraag in het kader van de richtlijn audiovisuele mediadiensten, maar dat het algehele wetgevingslandschap met betrekking tot influencers varieert van lidstaat tot lidstaat;</P></CONS><CONS><P><NO.P>X.</NO.P>overwegende dat betrouwbaarheid, inclusiviteit en transparantie in de digitale communicatie door finfluencers belangrijke voorwaarden zijn om het vertrouwen van het publiek in hun werk te waarborgen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Y.</NO.P>overwegende dat digitale media in een kort formaat steeds vaker worden gebruikt als primaire bron van financiële informatie en mogelijk geen context of verificatie bieden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Z.</NO.P>overwegende dat het voor de bevordering van de spaar- en investeringsunie van de EU en voor het verbeteren van de financiële zekerheid en welvaart op lange termijn voor alle Europeanen waarbij ongelijkheid wordt verminderd, van vitaal belang is dat meer particulieren worden aangespoord tot marktdeelname;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Financiële geletterdheid: een gezamenlijke inspanning en gedeelde verantwoordelijkheid</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>begrijpt dat het bevorderen van financiële geletterdheid en het uitvoeren van programma’s en initiatieven op het gebied van financiële geletterdheid in heel Europa een belangrijke en horizontale prioriteit is voor de EU en haar lidstaten, en een belangrijke voorwaarde om gelijke financiële kansen voor haar burgers te waarborgen, aangezien het huidige lage niveau van financiële geletterdheid het concurrentievermogen van de EU ondermijnt, de ongelijkheid vergroot en retailbeleggingen in de reële economie en de productiviteit van de economie belemmert, de intergenerationele rechtvaardigheid schaadt, bedrijven, met name kmo’s, een goed geïnformeerde beleggersbasis ontneemt en de veerkracht, het welzijn en de onafhankelijkheid van huishoudens ernstig in gevaar brengt, en tegelijkertijd het vermogen van retailbeleggingen om ten volle te profiteren van kapitaalmarkten vertraagt en de kwetsbaarheid van burgers voor oplichting en misleidende reclame vergroot;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>benadrukt dat een betere financiële geletterdheid en een beter begrip van de financiële sector en financiële instellingen indirect bijdragen tot financiële stabiliteit; benadrukt dat een betere financiële geletterdheid burgers in staat zal stellen beter geïnformeerde beslissingen te nemen over hun uitgaven, spaargeld, pensioen, investeringen en financiële planning voor de toekomst, en zo zal bijdragen tot economische zekerheid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>bevestigt dat het verbeteren van de financiële geletterdheid de groei van de EU kan ondersteunen en particuliere investeringen kan helpen stimuleren, in aanvulling op een specifieke investeringsstrategie die wordt ondersteund door duurzame overheidsfinanciering om de nodige investeringen aan te sturen om de productiviteit van de EU te verhogen, de groene en digitale transitie te ondersteunen, de veiligheid en industriële soevereiniteit van de EU te versterken en hoogwaardige banen te scheppen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>moedigt de lidstaten aan de aanbeveling van de Raad inzake sleutelcompetenties voor een leven lang leren<FOOTNOTE><FIELD> Aanbeveling van de Raad van 22 mei 2018 inzake sleutelcompetenties voor een leven lang leren (PB C 189 van 4.6.2018, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE> te actualiseren en daarbij financiële geletterdheid aan te merken als een onafhankelijke sleutelcompetentie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>is van mening dat maatregelen op het niveau van de lidstaten, mits een goede coördinatie met de Commissie plaatsvindt, het meest doeltreffend zijn gebleken bij het bevorderen van deelname van particulieren aan kapitaalmarkten, onder meer via pensioenstelsels; is van mening dat door de financiële geletterdheid van retailbeleggers te verbeteren zodat zij in staat zijn te beslissen hoe en waar zij hun spaargeld willen inzetten, de marktparticipatie kan worden bevorderd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>benadrukt dat financiële educatie weliswaar het belangrijkste instrument is om financiële geletterdheid rechtstreeks aan te pakken, maar dat educatie moet worden aangevuld met de nodige wettelijke bescherming en proactieve maatregelen vanuit de financiëledienstensector, onder meer op het vlak van consumentenbescherming en fraudepreventie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>wijst op de toenemende digitalisering van de financiële sector en onderstreept de noodzaak van digitale vaardigheden als zijnde een essentieel onderdeel van, of een aanvulling op, financiële educatie; merkt in dit verband op dat tools voor financiële educatie consequent moeten worden geactualiseerd om gelijke tred te houden met de digitale vooruitgang;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>moedigt de lidstaten aan om op leeftijd afgestemde projecten voor financiële geletterdheid in de leerplannen van scholen op te nemen, in alle stadia van het formele onderwijs, als aanvulling op de lessen over digitale en mediageletterdheid en parallel aan formele programma’s, en om tegelijkertijd initiatieven ter ondersteuning van leerkrachten te bevorderen; is daarom voorstander van de oprichting van door de EU ondersteunde trainingsnetwerken voor leerkrachten, om voortbouwend op beste praktijken uit de lidstaten consistente en hoogwaardige methoden voor het onderwijzen van financiële geletterdheid in de EU te bevorderen; benadrukt dat de lidstaten waar financiële educatie reeds in de nationale leerplannen is opgenomen het best presteren in EU-enquêtes over financiële geletterdheid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>moedigt de lidstaten aan initiatieven op het vlak van educatie uit te voeren die geschikt zijn voor mensen die zich in uiteenlopende levensfasen bevinden, teneinde een leven lang leren te bevorderen; begrijpt dat die initiatieven moeten worden afgestemd op belangrijke mijlpalen in het leven, zoals het afronden van een bepaald niveau in het formele onderwijsstelsel, de eerste keer een huis kopen of het naderen van de pensioengerechtigde leeftijd, om zo het effect van de initiatieven te maximaliseren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>onderstreept het belang van het waarborgen van de beginselen van onafhankelijkheid en transparantie bij het bevorderen van maatregelen of initiatieven op het gebied van financiële educatie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>stelt voor om als uitbreiding van het bestaande gezamenlijke kader een Europees kader voor gevorderde financiële vaardigheden voor volwassenen te creëren, met modules over persoonlijke financiële planning, productvergelijking, risico en diversificatie en duurzaam beleggen, met behulp van nationale leerplatforms;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>dringt er bij de lidstaten op aan om door middel van passende beleidsmaatregelen financiële educatie, een leven lang leren en financiële welzijnsprogramma’s op de werkplek te stimuleren zodat mensen met meer kennis van zaken beslissingen kunnen nemen, met name met betrekking tot pensioen, sparen en investeren voor de middellange- en langetermijn, aanvullende pensioenvoorzieningen en persoonlijk budgetteren; benadrukt in dit verband de rol van het maatschappelijk middenveld, met name organisaties van particuliere beleggers, en relevante sociale partners bij het steunen en uitvoeren van deze maatregelen, alsook de noodzaak van doeltreffende communicatie aan burgers over hun pensioen en verwachte inkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>spoort de lidstaten aan deel te nemen aan de voor jongeren bedoelde tests inzake financiële geletterdheid van het “Programme for International Student Assessment” (PISA) van de OESO, en voor volwassenen regelmatig enquêtes te houden; wijst er nogmaals op dat financiële geletterdheid een resultaatgericht concept is en dat nationale strategieën duidelijke en meetbare voortgangsindicatoren moeten hebben, waarbij gebruik kan worden gemaakt van de OESO/INFE-toolkit voor het meten van financiële geletterdheid en financiële inclusie<FOOTNOTE><FIELD> OESO, “<STRING ITALIC="on">OECD/INFE Toolkit for Measuring Financial Literacy and Financial Inclusion 2022”</STRING>, OECD Publishing, Parijs, 2022.</FIELD></FOOTNOTE>; wijst er bovendien op dat het vastleggen van doelstellingen en te leveren prestaties ertoe moet bijdragen dat men op nationaal niveau proactief met de strategieën aan de slag gaat; beveelt de Commissie en de lidstaten aan om in strategieën voor financiële geletterdheid een zekere mate van flexibiliteit in te bouwen, zodat ze kunnen worden aangepast op basis van bevindingen in het kader van een eventuele doeltreffendheidsbeoordeling;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>wijst er nogmaals op dat er behoefte is aan gemeenschapsgerichte initiatieven op maat, en neemt afstand van de one-size-fits-allbenadering; merkt op dat deze initiatieven moeten voortbouwen op nationale maatregelen en rekening moeten houden met de uiteenlopende niveaus van financiële geletterdheid in verschillende contexten, zodat zij ertoe kunnen bijdragen dat kennis over financiën breder en consistenter wordt verspreid; wijst op de situatie van vrouwen, jongeren, ouderen, mensen met een handicap of beperking, en burgers uit plattelandsgebieden, en benadrukt dat sociale partners, vakbonden, organisaties voor particuliere beleggers, kamers van koophandel, de fintech-sector, kmo-netwerken en maatschappelijke bewegingen, alsook de financiëledienstensector moeten worden betrokken bij de gezamenlijke inspanningen om aan die specifieke behoeften te beantwoorden en concrete projecten te ontwikkelen die zo dicht mogelijk bij de burger en bij de gemeenschap staan, met name burgers die vanwege een lagere financiële geletterdheid kwetsbaarder zijn voor financiële schokken en financiële fraude; dringt aan op specifieke en gerichte programma’s voor de meest kwetsbare groepen, ook buiten het formele onderwijs;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>merkt op dat jongeren op steeds lagere leeftijd via diverse kanalen, met name sociale media, aan informatie en reclameboodschappen over financiële diensten worden blootgesteld en financiële diensten krijgen aangeboden, wat laat zien dat financiële geletterdheid vanaf een vroeg stadium moet worden bevorderd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>benadrukt de noodzaak van gerichte voorlichting over online financiële oplichting, waaronder piramidespelen, “pump-and-dump”-praktijken, en frauduleuze beleggingsgemeenschappen; onderstreept dat, in het licht van de wijdverbreide financiële kwetsbaarheid, burgers moeten worden voorgelicht over de risico’s die aan het hebben van schulden verbonden zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>dringt aan op maatregelen ter versterking van de financiële geletterdheid en de ondernemersvaardigheden van mensen die een nieuwe onderneming starten, met bijzondere aandacht voor ondernemers uit kansarme milieus, ook buiten het traditionele onderwijssysteem;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>moedigt de lidstaten aan om microkwalificatiesystemen voor begeleiders van volwassenenonderwijs (gemeenschapsleiders, maatschappelijk werkers, vakbondsvertegenwoordigers) toe te staan en te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>verzoekt de Commissie de Erasmus+-acties voor volwasseneneducatie en de relevante onderdelen van het programma Digitaal Europa uit te breiden om de lidstaten te helpen op leeftijd toegesneden cursussen digitale en financiële geletterdheid te ontwerpen, zodat oudere burgers en andere kwetsbare volwassenen veilig gebruik kunnen maken van onlinebankieren, mobiele betalingen en digitale communicatiekanalen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>onderstreept dat het niveau van financiële geletterdheid onder vrouwen nog steeds onevenredig laag is, zoals blijkt uit het feit dat 60 % van de Europeanen met een lage score op het gebied van financiële geletterdheid vrouwen zijn; benadrukt daarom dat de kloof op het gebied van financiële geletterdheid en de loonkloof tussen mannen en vrouwen moeten worden gedicht om vrouwen economisch mondiger te maken en hun volledige deelname aan de samenleving te waarborgen; verzoekt de EU en haar lidstaten te waarborgen dat vrouwen toegang hebben tot de instrumenten, middelen en kansen die nodig zijn om te gedijen, met name in sectoren waar zij nog altijd ondervertegenwoordigd zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>merkt op dat financiële educatie van studenten en jongvolwassenen ook de financiële kennis van degenen die deel uitmaken van hun directe omgeving kan verbeteren, wat wijst op een potentieel multiplicatoreffect in verband met op jongeren gerichte financiële educatie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>wijst erop dat financiële geletterdheid alleen zin heeft indien mensen daadwerkelijk toegang hebben tot financiële producten, en verzoekt de nationale en Europese bevoegde autoriteiten, met name de autoriteiten die met toezicht belast zijn, derhalve de bestaande wetgeving te handhaven om ervoor te zorgen dat de financiële instrumenten die op de markt beschikbaar zijn, gemakkelijk toegankelijk, risicogeoriënteerd en fiscaal aantrekkelijk zijn en dat alle nodige informatie over de voorwaarden ervan op een transparante en begrijpelijke manier beschikbaar is;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>wijst erop dat de huidige wettelijke regels voor financiële diensten, ondanks het streven naar meer transparantie, betere bescherming en ruimere openbaarmaking, vaak te complex zijn om de gemiddelde persoon in staat te stellen weloverwogen beslissingen te nemen; erkent dat het belangrijk is ervoor te zorgen dat de burgers van de EU financiële producten begrijpen en benadrukt dat initiatieven op het gebied van financiële educatie niet in de plaats kunnen komen van de behoefte aan een sterk kader voor beleggersbescherming;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>onderstreept het belang en de toegevoegde waarde van overheidssteun, met name door middel van geëigende fiscale stimulansen, voor initiatieven op het gebied van financiële geletterdheid die worden ontwikkeld door aanbieders van financiële diensten en belanghebbenden uit de sector;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>erkent dat EU-ondernemingen belangrijke spelers zijn in een alomvattende aanpak om de financiële geletterdheid in de EU en de financiële gezondheid van de burgers te verbeteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>benadrukt dat de initiatieven van de EU en de lidstaten op het gebied van de bevordering van financiële geletterdheid in de eerste plaats gericht moeten zijn op regio’s met geringe economische groei, lage spaartegoeden en een hoge schuldenlast in de vorm van consumentenkrediet, waar het risico op een overmatige schuldenlast van huishoudens groter is;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>benadrukt dat de financiële geletterdheid niet verbeterd kan worden zonder betere toegang tot financiële producten voor burgers; dringt erop aan toegankelijkere financiële instrumenten voor alle burgers te ontwerpen, met name voor degenen die overwegen voor het eerst te gaan beleggen; dringt aan op handhaving van de bestaande wetgeving, teneinde ervoor te zorgen dat financiële instrumenten gemakkelijk toegankelijk zijn en dat de burgers op transparante en begrijpelijke wijze van de nodige informatie worden voorzien; is in dit verband ingenomen met het voorstel van de Commissie voor spaar- en beleggingsrekeningen als ondersteunende maatregel om betere financiële kansen te creëren voor burgers die willen beleggen, en dringt erop aan dat dergelijke instrumenten in alle lidstaten beschikbaar zijn als onderdeel van een kader dat gericht is op de totstandbrenging van een beleggingscultuur in de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>stelt voor een vrijwillig pan-Europees netwerk van belanghebbenden en bevoegde autoriteiten op nationaal en Europees niveau op te richten dat voortbouwt op concrete transversale en alomvattende oplossingen om het niveau van financiële geletterdheid te verhogen en gedragsveranderingen op lange termijn teweeg te brengen op gebieden als budgetteren, sparen en het kiezen van geschikte producten, waarbij ook onderzoek moet worden verricht naar het huidige gebrek aan kennis; onderstreept dat een dergelijk netwerk een technisch en niet-gepolitiseerd en niet-commercieel instrument moet zijn, met een transparante bestuursstructuur; onderstreept in dit verband dat de oprichting van permanente bureaucratische structuren moet worden vermeden en de gebruikmaking van kostbare externe adviesdiensten tot een minimum moet worden beperkt, zodat de beschikbare middelen in de eerste plaats worden toegewezen aan diensten en projecten die rechtstreeks op de burgers van de EU gericht zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>is ingenomen met de toezegging van de Commissie om regelmatig workshops te organiseren met als doel de oprichting te bevorderen van een dergelijke pan-Europese gemeenschap van beroepsbeoefenaren op het gebied van financiële geletterdheid uit de particuliere sector en organisaties zonder winstoogmerk; benadrukt dat optimale praktijken, gedragscodes en leidende beginselen inzake financiële geletterdheid niet los van elkaar moeten worden ontwikkeld; dringt er daarom bij de Commissie op aan te overwegen overheidsinstanties en nationale bevoegde autoriteiten op ad-hocbasis of permanent bij deze gemeenschap te betrekken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>benadrukt dat investeringen in financiële geletterdheid een hoog rendement opleveren in de context van economische groei en de versterking van de individuele, zakelijke en overheidsfinanciën; is dan ook ingenomen met het onlangs als onderdeel van de EU-begroting voor 2026 goedgekeurde proefproject voor financiële geletterdheid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>benadrukt dat alle strategieën, zowel die op het niveau van de lidstaten als op EU-niveau, in nauwe samenwerking met overheidsinstanties, organisaties van burgers, universiteiten, vakbonden en de particuliere sector moeten worden ontwikkeld en uitgevoerd; benadrukt dat bij maatregelen die door nationale regeringen en de Commissie worden ontwikkeld, rekening moet worden gehouden met de rol van marktdeelnemers;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>verzoekt de lidstaten om indicatoren betreffende financiële geletterdheid op te nemen in hun strategieën voor financiële inclusie, en sparen en particuliere investeringen te bevorderen door middel van innovatieve wettelijke en administratieve instrumenten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>verzoekt de Raad een aanbeveling te doen tot vaststelling van gemeenschappelijke beginselen en minimumnormen voor financiële educatie op basis van een aanpak waarbij wordt samengewerkt tussen de publieke en de particuliere sector; stelt voor dat in het EU-referentiepunt voor het verzamelen van goede praktijken, studies en instrumenten systematisch bijdragen worden opgenomen van universiteiten, maatschappelijke organisaties, denktanks en financiële instellingen die reeds succesvolle initiatieven bevorderen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Financiële geletterdheid als hoeksteen van de spaar- en investeringsunie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>verwelkomt de mededeling van de Commissie van 30 september 2025 over een strategie voor financiële geletterdheid voor de EU en neemt kennis van de vier pijlers daarvan, en benadrukt dat een dergelijk belangrijk initiatief in voorkomend geval zo snel mogelijk een follow-up moet krijgen, met concrete maatregelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>verwelkomt het voornemen van de Commissie om een uitgebreide voorlichtings- en socialemediacampagne over financiële geletterdheid te organiseren, zoals aangekondigd in de EU-strategie voor financiële geletterdheid; is van oordeel dat die campagne een permanent, meertalig en Uniebreed karakter moet hebben en moet worden ontwikkeld in samenwerking met nationale autoriteiten, publieke omroepen, culturele netwerken en onafhankelijke “fact check”-organisaties, en gericht moet zijn op het ontkrachten van financiële desinformatie, het bevorderen van veilig onlinegedrag en het waarschuwen van burgers - met name jongeren en ouderen - voor financiële oplichterij; is van mening dat de nationale bevoegde autoriteiten via sociale en traditionele media gerichte voorlichting moeten geven om het bewustzijn te vergroten en de financiële geletterdheid te verbeteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>herinnert eraan dat de Europese Raad heeft opgeroepen tot dringende maatregelen, in de eerste plaats in scholen, om het financiële kennisniveau in de samenleving te verbeteren; beklemtoont dat de nieuwe EU-strategie voor financiële geletterdheid en de daarin geformuleerde maatregelen tot doel hebben de niveaus van financiële educatie in heel Europa aanzienlijk te verhogen en moeten worden ingezet als instrument voor het bevorderen van economische groei en concurrentievermogen, alsmede financiële gelijkheid en gelijke kansen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>merkt op dat de strategie voor financiële geletterdheid van de Commissie, als onderdeel van de spaar- en investeringsunie, gericht is op concurrentievermogen en het vrijmaken van besparingen en investeringen, maar benadrukt dat zij ook aandacht moet besteden aan de bevordering van gelijke kansen en financiële empowerment voor alle burgers; dringt aan op concrete maatregelen om burgers, met name de meest kwetsbare groepen, in staat te stellen rijkdom op te bouwen, en deze te beheren en te vergroten; dringt erop aan dat financiële geletterdheid alomvattend wordt benaderd en wordt ingezet als instrument om economische groei, concurrentievermogen, financiële gelijkheid en gelijke kansen te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>benadrukt dat het belangrijk is nationale en EU-strategieën voor financiële geletterdheid te baseren op relevant bewijsmateriaal en relevante analyses die zijn afgestemd op de specifieke kenmerken van elk rechtsgebied; herinnert aan de noodzaak van systematische monitoring en evaluatie van financiële geletterdheid, teneinde vergelijkbare gegevens te genereren om de vooruitgang in de loop van de tijd te beoordelen, en benadrukt dat het van essentieel belang is te leren van goede praktijken in afzonderlijke lidstaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>verzoekt de Commissie ondernemerschap op te nemen in het toepassingsgebied van de strategie voor financiële geletterdheid, alsook in een toolkit voor de lidstaten, met het oog op een betere coördinatie op dit gebied;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>steunt de doelstelling om een EU-actieplan inzake onlinefraude uit te voeren en herinnert eraan dat de hoge niveaus van fraude moeten worden aangepakt met degelijke preventie- en risicobeperkende maatregelen op regelgevings-, toezichts- en administratief niveau;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>benadrukt dat de inspanningen moeten worden gericht op pensioengeletterdheid om bij te dragen aan pensioenzekerheid voor de burgers van de EU en om ervoor te zorgen dat de EU-burgers zich bewust zijn van het belang van wettelijke overheidspensioenen, bedrijfspensioenen en aanvullende pensioenregelingen waar zij individueel aan meedoen; herinnert aan het belang van verzekerings- en pensioenproducten als spaarkanalen die bijdragen aan zowel de financiële gezondheid en zekerheid van burgers als concurrerende kapitaalmarkten, waardoor de ontwikkeling van de spaar- en investeringsunie wordt gestimuleerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>verzoekt de Commissie en de Europese toezichthoudende autoriteiten om een doorzoekbaar en toegankelijk EU-register van EU- en nationale initiatieven op het gebied van financiële educatie te onderhouden, uit te breiden en regelmatig bij te werken, zoals beschreven in de mededeling van de Commissie, met inbegrip van goede praktijken op het gebied van programma’s op de werkplek, projecten voor de betrokkenheid van jongeren en gemeenschapsgerichte benaderingen om goede voorbeelden uit de lidstaten te helpen verspreiden; beklemtoont dat een dergelijk register moet voortbouwen op bestaande platforms en infrastructuur, en zo veel mogelijk gebruik moet maken van bestaande nationale en private middelen om dubbel werk te vermijden, hetgeen grotere druk op de EU-begroting zou leggen; beklemtoont dat prioriteit moet worden toegekend aan de kwaliteit en vergelijkbaarheid van de beschikbare informatie; dringt erop aan dat dit register een specifieke rubriek bevat over middelen voor cyberbeveiliging en de preventie van oplichting, die in samenwerking met de nationale cyberbeveiligingsagentschappen wordt opgezet; onderstreept dat het register ook innovatieve en beproefde initiatieven uit niet-EU-landen moet omvatten die als blauwdruk voor EU-acties kunnen dienen, en dat het kostenefficiënt moet zijn en geen onnodige administratieve lasten moet creëren voor de betrokken belanghebbende partijen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>onderstreept dat projecten op het gebied van financiële geletterdheid die met middelen van de EU of overheidsinstanties gefinancierd of medegefinancierd worden, vergezeld moeten gaan van strenge beoordelingsinstrumenten, waaronder, in voorkomend geval, tests of vragenlijsten ex-post om de ontwikkeling van financiële kennis bij hen die de educatie volgen te beoordelen, alsook de mate waarin zich bij hen wat financiële zaken betreft een gedragsverandering heeft voorgedaan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>verzoekt de Commissie om uiterlijk eind 2027 verslag uit te brengen over de toepassing en doeltreffendheid van de strategie voor financiële geletterdheid — met, waar nodig, per lidstaat en per doelgebied uitgesplitste informatie — met inbegrip van de resultaten van het netwerk van ambassadeurs, de voorgestelde gedragscode en de EU-brede communicatiecampagne, en om indien nodig verdere maatregelen voor te stellen; verzoekt de Commissie deze bevindingen aan het Parlement voor te leggen; verzoekt de Commissie in dit verband elke drie jaar een voortgangsverslag te publiceren, en/of een Eurobarometer-enquête over financiële geletterdheid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>erkent dat financiële geletterdheid uit vele bronnen kan worden verkregen en dat deze veelzijdigheid aan benaderingen gunstig is; erkent ook dat mensen al mogelijkheden voor retailbeleggingen verkennen door middel van gebruiksvriendelijke producten zoals op de beurs verhandeld fondsen, vaak via onlineportalen of digitale toepassingen; benadrukt de waarde voor de samenleving en voor de individuele financiële zekerheid van een grotere deelname van retailbeleggers aan de financiële markten, op voorwaarde dat zij weloverwogen beslissingen nemen; is ingenomen met de ontwikkeling in de richting van een beleggingscultuur onder de burgers van de EU, die deels wordt gevoed door media- en onlinebetrokkenheid, en dringt erop aan dit proces te versnellen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>juicht het toe dat de Commissie de regels wil vereenvoudigen en verwacht dat de inspanningen in dit verband tot minder complexiteit met betrekking tot financiële producten zullen leiden, met behoud van de hoge normen op het gebied van beleggersbescherming; verzoekt de Commissie om in het kader van mogelijke initiatieven inzake regelgevingskaders voor het bankwezen, de financiële markten of verzekeringen uitvoering te geven aan de beginselen die ten grondslag liggen aan haar strategie voor financiële geletterdheid, alsook aan de beginselen van proportionaliteit, subsidiariteit en op bewijzen stoelende analyse, om de transparantie en begrijpelijkheid van financiële producten voor eindgebruikers te verbeteren, zonder de huidige niveaus van consumenten- en beleggersbescherming te ondermijnen; vindt het verder belangrijk dat deze beginselen ook worden meegenomen in het geplande educatiepakket, dat in haar werkprogramma voor 2026 is opgenomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>benadrukt de noodzaak van systematische beleidscoherentie op het gebied van financiële geletterdheid, de regels voor de bescherming van retailbeleggers, de blauwdruk voor spaar- en beleggingsrekeningen, andere initiatieven in het kader van de spaar- en investeringsunie, en regelgeving voor het bankwezen en de financiële markten, met als doel de bescherming van consumenten te garanderen en te waarborgen dat burgers transparante, risicogeoriënteerde maar gemakkelijk toegankelijke financiële producten worden aangeboden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>benadrukt dat financiële geletterdheid ook vaardigheden op het gebied van cyberbeveiliging moet omvatten, met inbegrip van het herkennen van phishing, online oplichting en door AI gegenereerde fraude, en verzoekt de Commissie haar strategieën op het gebied van financiële geletterdheid en cyberbeveiliging aan elkaar te koppelen door middel van gecoördineerde bewustmakingscampagnes;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>steunt het idee van een jaarlijkse “Europese dag van de financiële educatie” om lopende bewustmakingsinitiatieven te bevorderen, naar aanleiding van het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over “Financiële geletterdheid en educatie voor Europeanen” van 16 juli 2025;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>dringt aan op systematische samenhang met wetgevingsinstrumenten buiten de financiële dienstverlening en de banksector, en benadrukt het belang van het waarborgen van aandacht voor financiële geletterdheid in het kader van de toekomstige wetgevingshandeling inzake digitale rechtvaardigheid en de handhaving van de digitaledienstenverordening, zodat platformverplichtingen en consumentenrechtelijke regels bijdragen aan geletterdheid en veilige digitale investeringen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>wijst erop dat de digitale revolutie van AI een kans biedt om financiële educatie te combineren met digitale geletterdheid, aangezien financiële educatie met behulp van AI en verschillende digitale instrumenten kan worden gepersonaliseerd; verzoekt de Commissie het potentieel, de risico’s en de beperkingen van AI bij het bevorderen van financiële geletterdheid in een aan het Parlement voor te leggen verslag te onderzoeken, met inbegrip van gepersonaliseerde AI-gestuurde onderwijsinstrumenten die zijn afgestemd op verschillende gebruikersbehoeften, alsook het gebruik van AI-technologieën om fraude, oplichting, deepfakes en andere door AI gegenereerde dreigingen op te sporen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>benadrukt dat AI de opschaling van betaalbaar financieel advies kan ondersteunen, geautomatiseerde gepersonaliseerde portefeuillecreatie mogelijk kan maken, programma’s voor financiële educatie kan uitbreiden en de uitvoering van op maat gesneden nudging kan ondersteunen om gedrag aan te moedigen dat geoptimaliseerd is voor de financiële doelstellingen van elk individu; wijst erop dat AI-instrumenten ook aanzienlijke risico’s met zich mee kunnen brengen, afhankelijk van de manier waarop ze door finfluencers worden gebruikt; verzoekt de Commissie zorgvuldig na te denken over de impact van AI en de potentiële risico’s daarvan, waaronder met betrekking tot het gebruik van persoonsgegevens, te beperken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>moedigt de Commissie aan om nationale vergelijkingsmechanismen voor spaar- en beleggingsrekeningen op te nemen in een EU-vergelijkingsmechanisme met alomvattende kostenvergelijkers en visuele uitleg over aspecten zoals risico/rendement, samenstelling, inflatie en vergoedingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>herhaalt in dit verband dat de overdraagbaarheid van spaar- en beleggingsrekeningen tussen aanbieders en over de grenzen heen belangrijk is om de doelstellingen van de spaar- en investeringsunie te verwezenlijken, en het financiële bewustzijn en de financiële geletterdheid te vergroten; begrijpt in dit verband dat de overdraagbaarheid van spaar- en beleggingsrekeningen binnen de EU goedkoop moet zijn en niet mag leiden tot belastbare feiten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>verzoekt de Commissie te onderzoeken of het mogelijk is een uitgebreid verslag op te stellen waarin wordt nagegaan of er behoefte is aan, en wat de meerwaarde zou zijn van, gerichte wetgevingsinitiatieven om essentiële wetgeving aan te passen aan de politieke doelstellingen om de financiële, digitale, data- en mediageletterdheid te verbeteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>56.</NO.P>onderstreept dat het belangrijk is bij initiatieven voor financiële geletterdheid en content ook aandacht te besteden aan de gevolgen voor de reële economie van investeringen waarbij normen inzake maatschappelijk verantwoord ondernemen, te weten milieu-, sociale en governancenormen, in acht worden genomen, en hun bredere nut voor de samenleving;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>57.</NO.P>onderstreept de potentiële meerwaarde van projecten met betrekking tot financiële geletterdheid, digitale invloed en bescherming van retailbeleggers in het kader van het programma Horizon Europa, in overeenstemming met de noodzaak om talent op het gebied van “behavioural finance” uit andere delen van de wereld over te halen naar de EU te komen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>58.</NO.P>benadrukt dat het belangrijk is uitgebreide, empirisch onderbouwde informatie over cryptoactiva te integreren in initiatieven op het gebied van financiële educatie;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De verantwoordelijkheid van finfluencers en digitalisering voor het bevorderen van financiële geletterdheid in Europa</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>59.</NO.P>wijst op de groeiende rol van finfluencers als tussenpersonen die financiële informatie verstrekken en zich vaak op jongeren en groepen richten die eerder onvoldoende toegang hadden tot dergelijke informatie; wijst op hun potentieel om de financiële geletterdheid te verbeteren, maar herinnert eraan dat zij moeten voldoen aan de bestaande regels inzake de promotie van financiële producten en consumentenbescherming, en een grotere verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid moeten hebben ten aanzien van hun publiek; wijst op het toenemende belang van finfluencers als de belangrijkste kanalen voor commerciële communicatie over financiële of beleggingsdiensten voor bepaalde groepen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>60.</NO.P>begrijpt dat socialemedia-inhoud het publiek een toegankelijke informatiestroom biedt, en beklemtoont dat initiatieven met betrekking tot financiële geletterdheid tot doel moeten hebben verantwoorde en toegankelijke kennisdeling te bevorderen en niet de creativiteit of het bereik van influencers te beperken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>61.</NO.P>herhaalt dat er een duidelijk onderscheid is tussen finfluencers die transparant te werk gaan, d.w.z. die belangenconflicten melden en educatieve inhoud promoten, en individuen die financiële educatie als “rookgordijn” gebruiken, frauduleus handelen of te kwader trouw zijn, niet-toegestane producten promoten of ongekwalificeerd advies geven, onder meer via direct messaging of groepsadressering om speculatieve producten, weddenschappen of gokdiensten te promoten, vaak in strijd met de EU-regels inzake misleidende reclame en consumentenbescherming; erkent dat de activiteiten van sommige van deze finfluencers vaak gebaseerd zijn op het trekken van aandacht en dat dit kan leiden tot de bevordering van speculatieve producten met een hoog risico die ongeschikt zijn voor retailbeleggers, en is van oordeel dat de nationale en EU-autoriteiten hiervoor een specifieke aanpak moeten ontwikkelen; benadrukt dan ook het belang van een doeltreffende grensoverschrijdende handhaving van de desbetreffende EU-wetgeving, en wijst in het bijzonder op de rol die het samenwerkingsnetwerk voor consumentenbescherming hierbij toekomt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>62.</NO.P>dringt erop aan finfluencers financiële educatie aan te bieden zodat zij onafhankelijke content kunnen produceren en de juistheid van informatie kunnen verifiëren; moedigt de lidstaten aan finfluencers opleidingen aan te bieden over wettelijke verplichtingen en basiskennis op het gebied van financiële educatie, en overheidsinstanties en geaccrediteerde providers te vragen die opleidingen te verzorgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>63.</NO.P>merkt op dat terwijl financiële adviseurs aan strenge regelgevingsvereisten onderworpen zijn, finfluencers in de praktijk kunnen optreden als online financiële adviseurs zonder dat op dit moment voor hen een specifiek regelgevingskader van toepassing is, wat de deur openzet voor misleidende praktijken; wijst in dit verband op de wijzigingen die zouden worden doorgevoerd met de voorgestelde richtlijn tot wijziging van de Richtlijnen 2009/65/EG, 2009/138/EG, 2011/61/EU, 2014/65/EU en (EU) 2016/97 wat betreft de EU-regels inzake de bescherming van retailbeleggers (de omnibusrichtlijn inzake de strategie voor retailbeleggingen), die tot doel hebben de risico’s in verband met finfluencers voor retailbeleggers aan te pakken door hen (de finfluencers) en de financiële dienstverleners die van hun diensten gebruikmaken, verplichtingen op te leggen; merkt echter op dat sommige finfluencers noch door erkende financiële instellingen worden ingezet, noch goedgekeurde financiële producten of advies aanbieden, en derhalve buiten het toezicht van de bevoegde autoriteiten vallen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>64.</NO.P>spoort de Commissie aan om finfluencers en platforms die financiële inhoud aanbieden expliciet op te nemen in de aangekondigde Europese gedragscode voor particuliere en non-profitorganisaties, met name via een vrijwillig keurmerk voor makers van content die aan de regels voldoen, met de vaststelling van gemeenschappelijke minimumvereisten inzake transparantie, belangenconflicten, en de kwaliteit de verstrekte informatie; onderstreept het belang van verplichtingen en ethische normen voor finfluencers en voor de merken die hen sponsoren, gezien de impact die zij kunnen hebben op het financiële welzijn van hun publiek;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>65.</NO.P>wijst erop dat financiële tussenpersonen zich op basis van het huidige regelgevingskader moeten houden aan bepalingen die gericht zijn op het bereiken van een hoog niveau van beleggersbescherming; merkt verder op dat verplichte maatregelen – en de daarmee samenhangende investeringen – die gericht zijn op verbetering van de technische vaardigheden van adviseurs, hier integraal deel van uitmaken; merkt op dat het akkoord over de geactualiseerde strategie voor retailbeleggingen een vereiste bevat voor een schriftelijke overeenkomst tussen finfluencers en beleggingsondernemingen, waarmee de transparantie en de beleggersbescherming worden vergroot;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>66.</NO.P>wijst op de noodzaak van een duidelijk en doeltreffend kader voor nationale bevoegde autoriteiten inzake de monitoring van en het toezicht op finfluencers, om consumenten te beschermen tegen misinformatie en belangenconflicten en om het vertrouwen in online financiële educatie in stand te houden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>67.</NO.P>verzoekt onlineplatforms om consumenten op transparante wijze in te lichten over de risico’s van financiële instrumenten met een hoger risico, bijvoorbeeld door risicowaarschuwingen te geven, en om gebruik te maken van “know-your-promotion”-instrumenten om commerciële inhoud te labelen; pleit voor invoering van snelle en doeltreffende leerinstrumenten die geïntegreerd zijn in gesponsorde inhoud, afgestemd zijn op de competentiekaders van de EU/OESO en verwijzen naar betrouwbare openbare bronnen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>68.</NO.P>wijst op het belang van een doeltreffende handhaving van en een doeltreffend toezicht op de naleving van het EU-rechtskader, met name de digitaledienstenverordening en de richtlijn audiovisuele mediadiensten, met betrekking tot online commerciële communicatie, om het welzijn van consumenten te beschermen en de risico’s van financiële schade als gevolg van online activiteiten te verminderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>69.</NO.P>roept platforms ertoe op om duidelijk zichtbare en legitieme educatieve kanalen over financiële geletterdheid te blijven promoten en wijst erop dat platforms de verantwoordelijkheid hebben om risico’s in verband met misleidende inhoud en online fraude in kaart te brengen en zoveel mogelijk te beperken, onder meer door gebruik te maken van innovatieve functies voor het labelen van commerciële communicatie en oplossingen voor risicowaarschuwingen en procedures waarmee illegale of duidelijk schadelijke inhoud eenvoudig kan worden gemeld en vervolgens snel maatregelen kunnen worden getroffen; wijst op het belang van een regelgevingskader dat flexibel is en in staat is om snel in te spelen op nieuwe ontwikkelingen op de financiële markten, zodat gewaarborgd wordt dat de regelgevingsrespons gelijke tred houdt met de ontwikkelingen in de praktijk, waaronder ontwikkelingen in verband met sociale media en finfluencers;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>70.</NO.P>dringt er bij platforms op aan om meer te doen om inhoud waarin deelname aan piramidespelen wordt aangemoedigd of inhoud die verband houd met andere potentieel misleidende praktijken en die zich richt op onervaren kleine beleggers, op te sporen en daartegen in actie te komen; is van mening dat platforms de verplichting moeten hebben misleidende of frauduleuze inhoud snel te verwijderen, en dat er ook duidelijke consequenties moeten zijn voor de influencers die dergelijke inhoud verspreiden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>71.</NO.P>is van mening dat er voorzien moet worden in scholing voor finfluencers om ervoor te zorgen dat zij de toepasselijke rechtskaders volledig begrijpen en volledig op de hoogte zijn van de ethische normen en de transparantie- en openbaarmakingsverplichtingen, en dat zij beseffen dat zij niet alleen de voordelen van de producten of diensten die zij promoten mogen benadrukken, maar in gelijke mate moeten ingaan op de risico’s van die producten en diensten; roept de lidstaten daarom op om trainingen voor finfluencers te bevorderen waarin ingegaan wordt op de wetgeving en ethische normen die finfluencers moeten naleven bij het promoten van financiële producten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>72.</NO.P>wijst erop dat finfluencers een maatschappelijke verantwoordelijkheid hebben, omdat zij in staat zijn om een nieuw publiek te bereiken en een bijdrage te leveren aan het verbeteren van de financiële geletterdheid; vindt het daarom belangrijk dat deze digitale actoren een rol wordt toebedeeld bij de totstandbrenging van de EU-strategie voor financiële geletterdheid en in staat worden gesteld deel te nemen aan door de Commissie en/of de lidstaten ondersteunde evenementen en initiatieven, waarbij de hoogste normen van onafhankelijkheid en transparantie en de regels inzake onbevooroordeelde promotie van financiële producten moeten worden nageleefd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>73.</NO.P>verklaart zich bereid te helpen bij de beoordeling van de meerwaarde van EU-richtsnoeren inzake communicatie door finfluencers, gezien de mogelijk negatieve gevolgen van reclame voor riskante producten en niet-geverifieerd of misleidend advies door bepaalde actoren zonder dat zij daarvoor ter verantwoording kunnen worden geroepen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>74.</NO.P>wijst erop dat als finfluencers op sociale media uitingen doen over de waarde of de prijs van een financieel instrument of een aanbeveling doen voor een investeringsstrategie, dit mogelijk aangemerkt moet worden als het doen van een beleggingsaanbeveling, vallend onder de werkingssfeer van de verordening machtsmisbruik<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) nr. 596/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende marktmisbruik (Verordening marktmisbruik) en houdende intrekking van Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijnen 2003/124/EG, 2003/125/EG en 2004/72/EG van de Commissie (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2014/596/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, ook als zij hiermee slechts educatieve doeleinden nastreven; merkt op dat bij sommige openbare berichtgeving op sociale media het gevaar bestaat dat marktmisbruik wordt gepleegd, d.w.z. marktmanipulatie, handel met voorwetenschap of wederrechtelijk mededeling van voorwetenschap<FOOTNOTE><FIELD> Waarschuwing van de Europese Autoriteit voor effecten en markten van 6 februari 2024 getiteld “Warning for people posting investment recommendation on social media”.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>75.</NO.P>dringt er bij de Europese Autoriteit voor effecten en markten en de nationale autoriteiten van de lidstaten op aan praktische richtsnoeren uit te vaardigen over de vraag wanneer socialemediaberichten kunnen worden aangemerkt als beleggingsaanbevelingen overeenkomstig de EU-regels inzake marktmisbruik, en daarbij de openbaarmakingsverplichtingen te verduidelijken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>76.</NO.P>stelt vast dat er steeds vaker sprake is van door AI gegenereerde financiële inhoud en pleit voor de vaststelling van normen voor het melden van de toepassing van AI en het gebruik van watermerken, in overeenstemming met de AI-verordening<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2024/1689 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 tot vaststelling van geharmoniseerde regels betreffende artificiële intelligentie en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 300/2008, (EU) nr. 167/2013, (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1139 en (EU) 2019/2144, en de Richtlijnen 2014/90/EU, (EU) 2016/797 en (EU) 2020/1828 (verordening artificiële intelligentie) (PB L, 2024/1689, 12.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj).</FIELD></FOOTNOTE> en sectorale richtsnoeren voor het gebruik van AI in beleggingsdiensten voor particulieren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>77.</NO.P>verzoekt de Commissie om de regels van de Unie inzake digitale diensten, en met name de digitaledienstenverordening, ten volle te handhaven, om ervoor te zorgen dat onlineplatforms de op hen rustende verplichting om risico’s te beperken en consumenten te beschermen tegen onlinefraude en financiële oplichting, onder andere via door AI gegenereerde deepfakes, ten volle nakomen; verzoekt daarnaast de Commissie, de lidstaten en de Europese toezichthoudende autoriteiten om hun capaciteiten op het gebied van monitoring en vroegtijdige opsporing te versterken, en in dat kader onder meer gebruik te maken van geavanceerde analytische instrumenten, om beleggers beter te beschermen en het vertrouwen in de financiële markt te waarborgen, omdat het vertrouwen van het publiek van cruciaal belang is voor het opbouwen van financiële geletterdheid en het aantrekken van particuliere investeringen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>78.</NO.P>herinnert eraan dat de lidstaten krachtens de richtlijn audiovisuele mediadiensten verplicht zijn om maatregelen te nemen voor het ontwikkelen van mediageletterdheid en om daarover verslag uit te brengen aan de Commissie; spoort de nationale regelgevende instanties voor de media aan om in verband met maatregelen ter bevordering van mediageletterdheid ook aandacht te besteden aan financiële geletterdheid en finfluencers;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>79.</NO.P>verzoekt de Europese Raad voor mediadiensten en de Europese Raad voor digitale diensten om meer voorlichting te verzorgen over maatregelen die kunnen worden genomen om de digitale en mediageletterdheid te verbeteren en daarbij tevens in te gaan op finfluencers, en om structureel gecoördineerde maatregelen te nemen om zoveel mogelijk te voorkomen dat gebruikers het slachtoffer worden van financiële oplichting of sluikreclame voor financiële of beleggingsdiensten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>80.</NO.P>pleit ervoor dat de Commissie een pan-Europese top organiseert met finfluencers, personen of organisaties die zich bezighouden met financiële diensten en fintech, consumentengroepen en regelgevende instanties, om beste praktijken op het gebied van het verbeteren van de online financiële geletterdheid te bespreken en passende, evenredige benaderingen te verkennen (zoals zelfregulering of vrijwillige normen) om de juistheid van digitale financiële inhoud te waarborgen; zou er voorstander van zijn dat voor die top ook maatschappelijke organisaties, vakbonden, consumentenorganisaties, voorlichters en institutionele belanghebbenden worden uitgenodigd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>81.</NO.P>verzoekt de Commissie en de regeringen van de lidstaten om in samenwerking met finfluencers informatieve, op feiten gebaseerde, verantwoordelijke, actieve en gerichte mediacampagnes op te zetten over de kansen die worden geboden door de deelname van retailbeleggers aan de financiële markten en om financiële geletterdheid op een aantrekkelijke manier te stimuleren, met als doel in de Europese Unie een beleggingscultuur tot stand te brengen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>82.</NO.P>wijst erop dat digitalisering en het gebruik van AI een aanzienlijke meerwaarde kunnen opleveren, omdat daardoor beleggingsmogelijkheden zichtbaarder worden, de mededinging wordt versterkt en de transparantie wordt vergroot, doordat er instrumenten voor financiële geletterdheid beschikbaar komen, het gemakkelijker wordt om kosten en producten te vergelijken, en het mogelijk is om gepersonaliseerde rendementsbeoordelingen te verkrijgen op basis van realtime marktgegevens;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>83.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>