<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0157</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Veiligstellen van een duurzame toekomst voor de veeteeltsector in de EU in het licht van de noodzaak om de voedselzekerheid en de veerkracht van landbouwers te waarborgen en het hoofd te bieden aan de uitdagingen in verband met dierziekten</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0088/2026 - Rapporteur: Carlo Fidanza)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 30 april 2026 over het veiligstellen van een duurzame toekomst voor de veeteeltsector in de EU in het licht van de noodzaak om de voedselzekerheid en de veerkracht van landbouwers te waarborgen en het hoofd te bieden aan de uitdagingen in verband met dierziekten (2025/2053(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de artikelen 38 en 39 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), waarbij het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) en de bijbehorende doelstellingen zijn vastgesteld,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 tot vaststelling van voorschriften inzake steun voor de strategische plannen die de lidstaten in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid opstellen (strategische GLB-plannen) en die uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) worden gefinancierd, en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1305/2013 en (EU) nr. 1307/2013<FOOTNOTE><FIELD> PB L 435 van 6.12.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/2115/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/2116 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1306/2013<FOOTNOTE><FIELD> PB L 435 van 6.12.2021, blz. 187, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/2116/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/2117 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1308/2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten, (EU) nr. 1151/2012 inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen, (EU) nr. 251/2014 inzake de definitie, de aanduiding, de aanbiedingsvorm, de etikettering en de bescherming van geografische aanduidingen van gearomatiseerde wijnbouwproducten en (EU) nr. 228/2013 houdende specifieke maatregelen op landbouwgebied ten behoeve van de ultraperifere gebieden van de Unie<FOOTNOTE><FIELD> PB L 435, 6.12.2021, blz. 262, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/2117/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2024/1468 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2021/2115 en (EU) 2021/2116 wat betreft de normen voor een goede landbouw- en milieuconditie, regelingen voor klimaat, milieu en dierenwelzijn, wijzigingen van de strategische GLB-plannen, herziening van de strategische GLB-plannen en vrijstellingen van controles en sancties<FOOTNOTE><FIELD> PB L 2024/1468, 24.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1468/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2024/3012 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2024 tot vaststelling van een certificeringskader van de Unie voor permanente koolstofverwijderingen, koolstoflandbeheer en koolstofopslag in producten<FOOTNOTE><FIELD> PB L 2024/3012, 6.12.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/3012/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 19 februari 2025, getiteld “Een visie voor landbouw en voedsel – Samen de landbouw- en voedselsector van de EU aantrekkelijk maken voor de toekomstige generaties” (COM(2025)0075),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het eindverslag over de strategische dialoog over de toekomst van de landbouw in de EU, getiteld “A shared prospect for farming and food in Europe”, van 4 september 2024<FOOTNOTE><FIELD> Strategische dialoog over de toekomst van de landbouw in de EU, https://agriculture.ec.europa.eu/document/download/171329ff-0f50-4fa5-946f-aea11032172e_en?filename=strategic-dialogue-report-2024_en.pdf.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid (de “diergezondheidswetgeving”)<FOOTNOTE><FIELD> PB L 84 van 31.3.2016, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2016/429/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Uitvoeringsverordening (EU) 2020/2002 van de Commissie van 7 december 2020 tot vaststelling van de regels voor de toepassing van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de melding en de rapportage in de Unie van in de lijst opgenomen ziekten, de modellen en procedures voor de indiening en rapportage van bewakingsprogramma’s en uitroeiingsprogramma’s van de Unie en voor aanvragen voor erkenning van de ziektevrije status, en het geautomatiseerd informatiesysteem<FOOTNOTE><FIELD> PB L 412 van 8.12.2020, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2020/2002/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689 van de Commissie van 17 december 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft regels voor bewaking, uitroeiingsprogramma’s en de ziektevrije status voor bepaalde in de lijst opgenomen ziekten en nieuwe ziekten<FOOTNOTE><FIELD> PB L 174 van 3.6.2020, blz. 211, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2020/689/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002 (verordening dierlijke bijproducten)<FOOTNOTE><FIELD> PB L 300 van 14.11.2009, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2009/1069/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn 2003/99/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 november 2003 inzake de bewaking van zoönoses en zoönoseverwekkers en houdende wijziging van Beschikking 90/424/EEG van de Raad en intrekking van Richtlijn 92/117/EEG van de Raad<FOOTNOTE><FIELD> PB L 325 van 12.12.2003, blz. 31, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2003/99/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/687 van de Commissie van 17 december 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat regels voor de preventie en bestrijding van bepaalde in de lijst opgenomen ziekten betreft<FOOTNOTE><FIELD> PB L 174 van 3.6.2020, blz. 64, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2020/687/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn 98/58/EG van de Raad van 20 juli 1998 inzake de bescherming van voor landbouwdoeleinden gehouden dieren<FOOTNOTE><FIELD> PB L 221 van 8.8.1998, blz. 23, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/1998/58/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, Verordening (EG) nr. 1/2005 van de Raad van 22 december 2004 inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer en daarmee samenhangende activiteiten en tot wijziging van de Richtlijnen 64/432/EEG en 93/119/EG en van Verordening (EG) nr. 1255/97<FOOTNOTE><FIELD> PB L 3 van 5.1.2005, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2005/1/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en Verordening (EG) nr. 1099/2009 van de Raad van 24 september 2009 inzake de bescherming van dieren bij het doden<FOOTNOTE><FIELD> PB L 303 van 18.11.2009, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2009/1099/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2019/6 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 betreffende diergeneesmiddelen en tot intrekking van Richtlijn 2001/82/EG<FOOTNOTE><FIELD> PB L 4 van 7.1.2019, blz. 43, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2019/6/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 13 juni 2023 inzake de uitbreiding van de EU-maatregelen ter bestrijding van resistentie tegen antimicrobiële stoffen met behulp van een “één gezondheid”-benadering(2023/C 220/01)<FOOTNOTE><FIELD> PB C 220 van 22.6.2023, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Uitvoeringsbesluit (EU) 2020/1729 van de Commissie van 17 november 2020 betreffende de monitoring en rapportage van antimicrobiële resistentie bij zoönotische en commensale bacteriën en tot intrekking van Uitvoeringsbesluit 2013/652/EU<FOOTNOTE><FIELD> PB L 387 van 19.11.2020, blz. 8, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_impl/2020/1729/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie getiteld “Richtsnoeren voor verstandig gebruik van antimicrobiële stoffen in de diergeneeskunde” (2015/C 299/04)<FOOTNOTE><FIELD> PB C 299 van 11.9.2015, blz. 7.</FIELD></FOOTNOTE>, die op 11 september 2015 is gepubliceerd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbevelingen van het Belgische voorzitterschap van de Raad van de EU naar aanleiding van de ministeriële conferentie over dierziekten van 24 januari 2024, waarin wordt gesteld dat bioveiligheid en vaccinatie de pijlers moeten worden van alternatieve strategieën ter vervanging van op grote schaal slachten bij de aanpak van infectieuze epidemieën op landbouwbedrijven,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 15 november 2011 getiteld “Actieplan tegen het toenemende gevaar van antimicrobiële resistentie” (COM(2011)0748),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EG) nr. 1/2005 van de Raad van 22 december 2004 inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer en daarmee samenhangende activiteiten en tot wijziging van de Richtlijnen 64/432/EEG en 93/119/EG en van Verordening (EG) nr. 1255/97,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 19 oktober 2023 over de generatievernieuwing in EU-landbouwbedrijven van de toekomst<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2024/2658, 29.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/2658/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 14 juni 2023 over het veiligstellen van de voedselzekerheid en de veerkracht van de EU-landbouw op lange termijn<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2024/483, 23.1.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/483/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 13 december 2022 over een langetermijnvisie voor de plattelandsgebieden van de EU – Naar sterkere, verbonden, veerkrachtige en welvarende plattelandsgebieden in 2040<FOOTNOTE><FIELD> PB C 177 van 17.5.2023, blz. 35.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 24 november 2022 over de bescherming van de veehouderij en grote carnivoren in Europa<FOOTNOTE><FIELD> PB C 167 van 11.5.2023, blz. 77.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 16 februari 2022 over het uitvoeringsverslag over het welzijn van landbouwhuisdieren<FOOTNOTE><FIELD> PB C 342 van 6.9.2022, blz. 45.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn aanbeveling van 20 januari 2022 aan de Raad en de Commissie naar aanleiding van het onderzoek van vermeende inbreuken op of gevallen van wanbeheer bij de toepassing van het Unierecht in verband met de bescherming van dieren tijdens het vervoer binnen en buiten de Unie<FOOTNOTE><FIELD> PB C 336 van 2.9.2022, blz. 20.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het eindverslag van zijn Enquêtecommissie bescherming van dieren tijdens het vervoer van 14 december 2021 over het onderzoek van vermeende inbreuken op of gevallen van wanbeheer bij de toepassing van het Unierecht in verband met de bescherming van dieren tijdens het vervoer,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 10 februari 2021 over het nieuwe actieplan voor de circulaire economie<FOOTNOTE><FIELD> PB C 465 van 17.11.2021, blz. 11.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 19 oktober 2023 getiteld “Europese eiwitstrategie”<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2024/2657, 29.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/2657/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de normen van de Wereldorganisatie voor diergezondheid (WOAH), zoals vastgesteld in de Gezondheidscode voor landdieren,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het rapport van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) getiteld “Contribution of terrestrial animal source food to healthy diets for improved nutrition and health outcomes – An evidence and policy overview on the state of knowledge and gaps” (Bijdrage van voeding afkomstig van landdieren aan gezonde eetpatronen voor betere resultaten op het vlak van voeding en gezondheid – Overzicht van de stand van zaken van kennis en beleid) van 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien resolutie nr. 29 van de WOAH getiteld “Veterinary Vaccines and Vaccination. From science to action – reflections for change” (Veterinaire vaccins en vaccinatie. Van wetenschap naar actie – Reflecties voor verandering), die in mei 2025 werd aangenomen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het informatief rapport van het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) getiteld “Voordelen van extensieve veeteelt en organische meststoffen in het kader van de Europese Green Deal”, dat is goedgekeurd op 8 december 2021,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 55 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling (A10‑0088/2026),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de veeteeltsector van oudsher een essentiële pijler is van de EU-landbouw, met name in plattelandsgebieden, en een aanzienlijke en unieke bijdrage levert aan de economie van de EU; overwegende dat de waarde van de veeteelt en dierlijke producten 214,3 miljard EUR bedroeg in 2023, wat 40 % is van de totale landbouwproductie in de EU in dat jaar, en overwegende dat de winstgevendheid en duurzaamheid van de plantaardige productie ook afhankelijk zijn van een veerkrachtige dierlijke productie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de waardeketen in de veeteelt lang en complex is en dat er veel actoren bij betrokken zijn, van de fok-, voeder- en diergezondheidssector tot de landbouwers en de verwerkende industrie in verband met dierlijke producten (melk- en vleesverwerking, diervoeder, dierlijke bijproducten), en van cruciaal belang is in de EU als het gaat om innovatie, omzet en werkgelegenheid;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat eerlijke prijzen voor dierlijke producten en regionale waardeketens het inkomen van landbouwers veilig kunnen stellen; overwegende dat er een groot aantal actoren betrokken is bij de waardeketen in de veeteelt, van sectoren vóór de slacht, zoals de fok-, voeder- en diergezondheidssector, tot landbouwers en de vleesverwerkende industrie, en dat de veeteelt wat omzet en werkgelegenheid betreft een belangrijke waardeketen in de EU is, gezien de permanente menselijke betrokkenheid in het productieproces, die aanzienlijk bijdraagt aan de voedselzekerheid en -soevereiniteit en aan de eiwitautonomie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat lokale slachthuisstructuren een aanzienlijke bijdrage kunnen leveren aan het creëren van regionale toegevoegde waarde, de toeleveringsketens kunnen verkorten en de uitstoot van het vervoer van vleesproducten kunnen verminderen, aangezien zij beter tegemoet kunnen komen aan de specifieke markteisen van afzonderlijke regio’s en vraaggestuurde productie kunnen bevorderen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de veehouderij van cruciaal belang is voor veel Europese regio’s, waarvan een groot aantal dreigt te ontvolken; overwegende dat op 58 % van de Europese landbouwbedrijven dieren worden gehouden; overwegende dat veehouderijen en gemengde bedrijven 40,9 % van de Europese landbouwbedrijven uitmaken, en dat Europese veehouderijen werk bieden aan ongeveer 4 miljoen mensen (al dan niet in loondienst); overwegende dat de EU de afgelopen 20 jaar 37 % van haar landbouwers heeft verloren, terwijl het inkomen van landbouwers per hectare met 12 % is gedaald;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat veeteelt in veel regio’s van de EU, zoals berggebieden, landinwaarts gelegen en plattelandsgebieden en verschillende ultraperifere gebieden, de enige levensvatbare economische activiteit is en een fundamentele rol speelt bij het vasthouden van de bevolking, het behoud van de biodiversiteit en traditionele landschappen, en het stimuleren van andere lokale economische activiteiten; overwegende dat de financiële toewijzingen voor het Programma van speciaal op een afgelegen en insulair karakter afgestemde maatregelen (Posei) moeten worden aangepast om rekening te houden met de door de inflatie veroorzaakte waardevermindering, zodat het programma zijn rol ter ondersteuning van landbouwers en veehouders in de ultraperifere regio’s kan vervullen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat de hele veeteeltsector klimaat- en milieuvoordelen oplevert door koolstof vast te leggen, waterstromen te reguleren en de waterkwaliteit te verbeteren, de biodiversiteit te beschermen, bosbranden te voorkomen, de bevolking in de plattelandsgebieden te houden, en gediversifieerde en open landschappen in stand te houden, met name in achterstands- en berggebieden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat monogastrische diersoorten, zoals varkens en pluimvee, minder broeikasgassen uitstoten vanwege hun efficiënte voederconversie, en verder kunnen bijdragen aan circulariteit door het gebruik van afvalproducten in hun diervoeder en doordat hun mest dient als natuurlijke meststof voor de productie van gewassen; overwegende dat de klimaatefficiëntie van een aantal Europese veeteeltmodellen wat genetica, technologie, innovatie en kennis betreft van cruciaal belang is voor de wereldwijde productie en de duurzaamheid daarvan;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat de EU de op één na grootste vleesproducent ter wereld is, na China maar vóór de Verenigde Staten, en dat de veeteeltsector van de EU aanzienlijk bijdraagt aan de economie, de handel en de daarmee samenhangende banen in de Unie, alsook aan de bevordering van mondiaal toonaangevende normen op de gebieden dierenwelzijn, efficiëntie en duurzaamheid;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat een aanzienlijk deel van het in de EU geproduceerde vlees uit varkensvlees en gevogelte bestaat, en dat dit vlees een belangrijke rol speelt voor de voedselzekerheid, de beschikbaarheid van betaalbare producten voor Europese consumenten, en de bestaanszekerheid van veel landbouwers; overwegende dat door verduurzaming van conventionele systemen belangrijke verbeteringen op het gebied van duurzaamheid kunnen worden gerealiseerd, die ten goede komen aan een brede groep consumenten, met inbegrip van mensen met lagere inkomens, zodat dierlijke eiwitten betaalbaar en toegankelijk blijven voor alle EU-burgers;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat de EU in 2023 133 miljoen varkens, 74 miljoen runderen, 58 miljoen schapen, 11 miljoen geiten en naar schatting 1,63 miljard stuks pluimvee telde;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat de EU in 2023 40,7 miljoen ton vlees heeft geproduceerd, bestaande uit varkensvlees (50 %), gevogelte (32 %), rundvlees (15 %) en schapen- en geitenvlees (1 %);</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat de EU ’s werelds grootste producent van koemelk is, goed voor meer dan 20 % van het wereldwijde melkaanbod, en een leidende positie inneemt in de internationale zuivelhandel, met meer dan 30 % van de wereldwijde zuiveluitvoer;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat de EU’s netto-uitvoer van dierlijke producten sinds 2000 meer dan verdrievoudigd is en in 2024 37,8 miljard EUR bedroeg (intracommunautaire handel niet meegerekend), in een context waarin de wereldwijde vraag naar vlees, zuivelproducten en eieren volgens de meest recente scenario’s van de FAO tegen 2050 naar verwachting met 25 tot 50 % zal toenemen<FOOTNOTE><FIELD> FAO, “The future of food and agriculture – Alternative pathways to 2050”, https://www.fao.org/global-perspectives-studies/resources/detail/en/c/1157074/.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat de EU in 2023 bijna 900 000 ton gevogelte, meer dan 340 000 ton rundvlees en ongeveer 150 000 ton schapenvlees heeft ingevoerd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>P.</NO.P>overwegende dat geografische aanduidingen (GA’s) voor producten van dierlijke oorsprong bijna 20 % van alle GA’s in de EU uitmaken en een aanzienlijke toegevoegde waarde hebben voor plattelandseconomieën, niet alleen vanwege het economische belang, maar ook vanwege de culturele waarde voor het culinaire erfgoed van de EU;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Q.</NO.P>overwegende dat niet-prijsgebonden concurrentievermogen, waaronder op basis van hoge normen op het gebied van productveiligheid, traceerbaarheid en kwaliteit, een belangrijk kenmerk is van de veeteelt in de EU, maar tot kosten en productprijzen leidt die hoger liggen dan in de landen waarmee de EU handel drijft; overwegende dat het handhaven van deze strenge EU-normen op het gebied van milieu, voedselveiligheid en dierenwelzijn van invloed is op het internationale concurrentievermogen van de veeteeltsector in de EU en daarom bijzondere aandacht vereist tijdens de onderhandelingen over en de sluiting van handelsovereenkomsten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>R.</NO.P>overwegende dat veehouders met een wetgevende last worden geconfronteerd, aangezien naleving kosten met zich meebrengt, en dat voortdurende wetswijzigingen tot onzekerheid leiden bij het doen van ingrijpende investeringen; overwegende dat een stabiel wetgevingskader een essentiële garantie voor Europese landbouwers is voor voorspelbaarheid, behoud en verhoging van hun productiepotentieel;</P></CONS><CONS><P><NO.P>S.</NO.P>overwegende dat het afzetbevorderingsbeleid van de EU voor de landbouw een sleutelrol speelt bij het vergroten van de zichtbaarheid en het concurrentievermogen van Europese agrovoedingsproducten van hoge kwaliteit, met inbegrip van dierlijke producten, zowel in de interne markt als internationaal; overwegende dat dit beleid en de uitvoer naar belangrijke markten die het ondersteunt, van belang zijn om de inkomsten van boeren te verhogen en ze de mogelijkheid te bieden om verder te investeren in de modernisering van hun bedrijven;</P></CONS><CONS><P><NO.P>T.</NO.P>overwegende dat het aantal landbouwhuisdieren, de omvang van bedrijven en de veestapel, de mate van sectorale specialisatie, en de intensiteit van de productie, gemeten aan de hand van het aantal grootvee-eenheden per hectare en het aandeel grasland in het gebruikt landbouwareaal (GLA), sterk verschillen van lidstaat tot lidstaat en, binnen de lidstaten, van regio tot regio;</P></CONS><CONS><P><NO.P>U.</NO.P>overwegende dat de veehouderij, met name op kleine en middelgrote landbouwbedrijven, momenteel wordt geconfronteerd met verschillende economische, ecologische en sociale uitdagingen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>V.</NO.P>overwegende dat de veestapels de afgelopen tien jaar zijn afgenomen, waarbij de statistieken van Eurostat voor de periode 2014-2024 een afname laten zien van 8,1 % voor varkens, 8,7 % voor runderen, met name de afgelopen vier jaar, 9,4 % voor schapen en 16,3 % voor geiten; overwegende dat de enige uitzondering de pluimveesector is, waar de aantallen dieren zijn toegenomen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>W.</NO.P>overwegende dat de Commissie in haar Visie voor landbouw en voedsel de noodzaak van een langetermijnvisie voor de veeteeltsector onderstreept en een werkstroom inzake veehouderij in gang heeft gezet waarin beleidstrajecten worden verkend voor een concurrerende en duurzame veeteeltsector in de EU;</P></CONS><CONS><P><NO.P>X.</NO.P>overwegende dat dierlijke producten, mits geconsumeerd in overeenstemming met de richtsnoeren van de Wereldgezondheidsorganisatie, bijdragen tot een evenwichtige en voedzame voeding door een stabiele bron te bieden van essentiële nutriënten, zoals eiwitten van hoge kwaliteit, vitaminen en mineralen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Y.</NO.P>overwegende dat de mondiale consumptie van dierlijke eiwitten de komende 30 jaar naar verwachting zal toenemen, wat, in combinatie met een toename van de wereldbevolking, zal leiden tot een aanzienlijke stijging van de vraag; overwegende dat in dit verband de veeteelt in de EU, als essentiële bron van lokaal geproduceerde eiwitten van hoge kwaliteit, moet worden erkend als strategische pijler voor de versterking van de eiwitsoevereiniteit van de EU en als factor die bijdraagt aan economische veerkracht, strategische autonomie en sociale verantwoordelijkheid;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Z.</NO.P>overwegende dat het van essentieel belang is dat de EU, die wat de uitstoot van broeikasgassen betreft één van de meest efficiënte producenten van dierlijke eiwitten is, in staat blijft duurzaam dierlijke eiwitten te produceren, aangezien een kleinere binnenlandse productie of een verschuiving van de productie naar regio’s met minder efficiënte systemen naar verwachting in hogere broeikasgasemissies zal resulteren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AA.</NO.P>overwegende dat de EU volgens de Commissie slechts voor 75 % zelfvoorzienend is op het gebied van ruwe-eiwitbronnen en voor meer dan 70 % afhankelijk blijft van de invoer van plantaardige eiwitten, zoals sojameel en andere oliehoudende zaden, hetgeen betekent dat de Europese landbouwsector zeer kwetsbaar is voor de gevolgen van verschijnselen zoals geopolitieke instabiliteit, handelsbeperkingen en verstoringen in de toeleveringsketen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AB.</NO.P>overwegende dat het aantal veehouders in de EU snel afneemt als gevolg van economische moeilijkheden, die met name verband houden met beperkte winstgevendheid, alsook het gebrek aan aantrekkelijkheid van de sector, problemen in verband met de verspreiding van vectorziekten en andere dierziekten, en een absoluut onvoldoende generatievernieuwing; overwegende dat de EU kampt met een kritiek tekort aan dierenartsen die in landbouwhuisdieren gespecialiseerd zijn; overwegende dat het opgeven van veeteelt door boeren ook vaak te maken heeft met de concentratie van productie op grote bedrijven en met druk van buren die niet betrokken zijn bij de landbouwsector, inclusief hun protesten tegen de “overlast” die inherent is aan veeteelt en landbouwproductie, zoals stank, lawaai en stof;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AC.</NO.P>overwegende dat het in dit verband van essentieel belang is om de aantrekkelijkheid van de sector te verbeteren door middel van inkomenssteun, minder bureaucratie, specifieke stimuleringsmaatregelen, en verbeterde leefomstandigheden in plattelandsgebieden, zodat de veehouderij levensvatbaar blijft en de territoriale cohesie van de EU wordt gewaarborgd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AD.</NO.P>overwegende dat een van de grootste uitdagingen voor de Europese veeteeltsector het gebrek aan jonge en nieuwe veehouders is, evenals het tekort aan arbeidskrachten; overwegende dat het opzetten en overnemen van landbouwbedrijven derhalve moet worden vergemakkelijkt door gerichte aanloopsteun te bieden en tegelijkertijd overmatige schuldenlast bij veehouders tegen te gaan; overwegende dat het met landbouwactiviteiten gegenereerde inkomen onvoldoende is om voor de sector gekwalificeerde arbeidskrachten aan te trekken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AE.</NO.P>overwegende dat er meer vrouwen in de veeteeltsector in de EU werken dan ooit tevoren, en dat hun actieve participatie moet worden ondersteund en bevorderd, en hun bijdrage beter moet worden erkend;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AF.</NO.P>overwegende dat agrovoedingscoöperaties bedrijven zijn die worden gevormd door veehouders die besluiten hun krachten te bundelen om gezamenlijk hun producten op de markt te brengen, gezamenlijke investeringen te doen die meer waarde voor deze veehouders creëren, en diensten en financiering aan te bieden die anders zeer moeilijk te verkrijgen zouden zijn;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AG.</NO.P>overwegende dat directe betalingen en subsidies, inclusief investeringssteun, een belangrijk deel van het nettolandbouwinkomen van veehouderijen en gemengde landbouwbedrijven uitmaken, wat hun essentiële rol duidelijk maakt; overwegende dat GLB-steun niet volstaat om de daling van de productie en het aantal landbouwers tot staan te brengen en jonge mensen enthousiast te maken voor de veeteeltsector, en dat het derhalve belangrijk is het landbouwinkomen dat door de markt en met overheidssteun wordt gegenereerd aan te vullen middels diversificatie, zoals agrotoerisme, en risicobeheersinstrumenten, teneinde hun concurrentievermogen, winstgevendheid en veerkracht op de lange termijn te vergroten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AH.</NO.P>overwegende dat hoewel de prijs de belangrijkste beslissende factor bij aankoopbeslissingen blijft, duurzaamheids-en gezondheidskwesties waarschijnlijk een prominentere rol zullen gaan spelen, en dat dit de productie- en consumptiepatronen voor vlees en zuivelproducten in de EU vorm zal geven;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AI.</NO.P>overwegende dat dierenwelzijn van cruciaal belang is voor de toekomst van de veehouderij, die moet evolueren om de levensomstandigheden van landbouwhuisdieren te verbeteren; overwegende dat de verwachtingen van consumenten met betrekking tot dierenwelzijn en veranderd gedrag ten aanzien van systemen voor het houden van dieren in kleine ruimten stimulerend zullen werken voor meer investeringen in betere leefomstandigheden voor dieren, op voorwaarde dat aanvullende eisen op wetenschappelijk bewijs stoelen en geflankeerd worden door een eerlijke compensatie voor de extra kosten die worden gemaakt, en door geëigende economische stimulansen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AJ.</NO.P>overwegende dat de EU de meest ambitieuze dierenwelzijnsnormen ter wereld heeft, wat een weerspiegeling is van haar toegewijdheid aan een meer ethische en duurzame productie; overwegende dat het begrip dierenwelzijn moet worden geïnterpreteerd en toegepast op een manier die is aangepast aan de werkelijke omstandigheden van productiesystemen en de agroklimatologische, sociaal-economische en territoriale omstandigheden van lidstaten en regio’s, die sterk kunnen verschillen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AK.</NO.P>overwegende dat de oproepen tot beperking van de invloed van de veeteelt op het milieu, met name broeikasgasemissies, tot vergroting van het dierenwelzijn en tot een verschuiving naar een minder intensieve productie niet moeten leiden tot een geringere voedselproductie en juist stabiele productieniveaus en een goed inkomen voor landbouwers moeten garanderen, aangezien de verwachte mondiale toename van de consumptie van dierlijke eiwitten een kans voor de EU is om zich wat een klimaat- en diervriendelijke landbouw betreft als wereldleider te positioneren door kennis, technologieën en goede praktijken naar partnerlanden te exporteren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AL.</NO.P>overwegende dat het houden van dieren, met name van herkauwers, de enige levensvatbare manier is om sommige landbouwgrond, vooral blijvend grasland, te gebruiken voor voedselproductie en om de voedselzekerheid te vergroten; overwegende dat de overgang van de EU naar duurzame landbouwmodellen onderzoek, innovatie, investeringen en werkgelegenheid zal stimuleren, zowel binnen als buiten de EU;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AM.</NO.P>overwegende dat het erg belangrijk is de circulaire economie beter te integreren in de opkomende bio-economie, waarbij het gebruik van grondstoffen en bijproducten voor het genereren van subproducten en nieuwe energiebronnen, zoals biogas, moet worden geoptimaliseerd en de energieautonomie van de EU moet worden versterkt; overwegende dat deze maatregelen, die niet mogen leiden tot een toename van de administratieve lasten voor landbouwbedrijven, extra inkomstenbronnen voor landbouwers zullen genereren en nieuwe werkgelegenheidskansen zullen creëren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AN.</NO.P>overwegende dat de veehouderij een essentieel onderdeel is van de circulaire economie en ten goede komt aan de voedselzekerheid en de energie- en milieutransitie van Europa; overwegende dat de Europese veeteeltsystemen, die in hoge mate afhankelijk zijn van de invoer van meststoffen en veevoeder uit niet-EU-landen, stimulansen moeten worden geboden om hen - zonder afbreuk te doen aan het hoofddoel, te weten vleesproductie - in staat te stellen een reeks aanvullende producten en diensten aan te bieden die landbouwers een extra bron van inkomsten bieden, inclusief de productie van hernieuwbare energie, zoals biogas en biomethaan, waardevolle en organische meststoffen, ecosysteemdiensten en -grondstoffen van de veehouderij voor andere sectoren, in overeenstemming met de EU-strategie voor de bio-economie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AO.</NO.P>overwegende dat de diversiteit van de Europese landbouwsystemen een strategisch activum is en aanzienlijke mogelijkheden biedt voor de energie- en milieutransitie van de EU; overwegende dat de veehouderij een belangrijke rol kan spelen bij het verwezenlijken van de klimaatdoelen van de EU en in de decarbonisatie van de Europese energiemix, met name door het gebruik van dierlijke mest;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AP.</NO.P>overwegende dat de mest die door veehouderijen wordt geproduceerd, bijdraagt aan de vruchtbaarheid van de bodem door organische stoffen en essentiële nutriënten te leveren, en in methaniseringsinstallaties ook kan worden omgezet in biogas, waaronder op bedrijfsniveau, ter vervanging en vermindering van de afhankelijkheid van fossiele energiebronnen, en ter vermindering van de afhankelijkheid van de EU van uit derde landen geïmporteerde meststoffen; overwegende dat het methaniseringsproces niet alleen mogelijkheden biedt op het gebied van hernieuwbare-energieproductie, maar dat er ook digestaat mee wordt geproduceerd, een bijproduct dat door landbouwers als natuurlijke meststof wordt gebruikt en dat in RENURE-producten kan worden omgezet, wat een circulaire economie in de veehouderij bevordert;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AQ.</NO.P>overwegende dat veranderende consumptiepatronen, in de context van een moeilijke marktsituatie, het noodzakelijk maken snel op te treden om de bescherming op EU-niveau te waarborgen van termen die worden gebruikt om te verwijzen naar levensmiddelen van dierlijke oorsprong;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AR.</NO.P>overwegende dat in veel delen van Europa bepaalde grote roofdieren, met name wolven en beren, hun grondgebied uitbreiden of gebieden herkoloniseren, waardoor zij in conflict komen met menselijke activiteiten, met name de extensieve beweiding van schapen en runderen; overwegende dat nomadische veehouders en andere veetelers aanzienlijke kosten moeten maken als gevolg van aanvallen op hun kudden, zoals kosten voor preventieve maatregelen, vervanging van gedode dieren, extra veterinaire zorg, en verlies door abortussen; overwegende dat er grote verschillen tussen de lidstaten en regio’s zijn wat maatregelen betreft ter ondersteuning van landbouwers – waarbij dergelijke maatregelen in sommige gevallen volledig ontbreken – en de overheidsmiddelen die beschikbaar worden gesteld voor compensatie en aanpassing;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AS.</NO.P>overwegende dat dierziekten, en met name overdraagbare ziekten en ziekten die op mensen kunnen worden overgedragen (“zoönosen”), ernstige sociale, economische en milieuschade kunnen veroorzaken en in sommige gevallen een bedreiging kunnen vormen voor de menselijke gezondheid;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AT.</NO.P>overwegende dat alle schakels van de productieketen in het slachthuis bijeenkomen en dat regionale slachthuisstructuren daarom een positieve bijdrage kunnen leveren aan traceerbaarheid, ziektepreventie en dierenwelzijn; overwegende dat het daarom noodzakelijk is om - met middelen van het GLB en van andere fondsen - het opzetten en opschalen van slachthuizen te ondersteunen om de lokale economie te stimuleren, banen te scheppen en korte toeleveringsketens te versterken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AU.</NO.P>overwegende dat de klimaatverandering waarschijnlijk de opkomst in de hand zal werken van nieuwe dierziekten en invloed kan hebben op de prevalentie en geografische spreiding van bestaande ziekten, met name als het gaat om vectorziekten zoals blauwtong en het westnijlvirus, hetgeen de noodzaak van anticiperende veterinaire strategieën onderstreept; overwegende dat deze situatie wordt verslechterd door het tekort aan veeartsen, hetgeen gevolgen heeft voor de preventieve veterinaire zorg, en voor de vroege opsporing en snelle bestrijding van ziekten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AV.</NO.P>overwegende dat de kwetsbaarheid van de landbouwsystemen in de EU eens te meer duidelijk is geworden door recente uitbraken van dierziekten en de toename van het aantal gevallen van ziekten zoals rundertuberculose, Afrikaanse varkenspest, nodulaire dermatose, blauwtong, vogelgriep, mond-en-klauwzeer, epizoötische hemorragische ziekte en infectieuze bovine rhinotracheïtis, in combinatie met de afname van het aantal veeartsen dat in landbouwhuisdieren is gespecialiseerd, waardoor het onmogelijk zal zijn dierziekten te bestrijden en het dierenwelzijn te waarborgen; overwegende dat deze kwetsbaarheid zich heeft geuit in desastreuze gevolgen voor de productieniveaus, met impact op de geestelijke gezondheid van landbouwers als gevolg van stress, angstgevoelens en emotionele spanning;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AW.</NO.P>overwegende dat de preventie van dierziekten middels vaccinatie, daar waar mogelijk, in sommige gevallen essentieel is om drastische maar onvermijdbare beheersmaatregelen zoals grootschalige ruiming te vermijden; overwegende dat de financiering van maatregelen ter voorkoming, beheersing en uitroeiing van bepaalde dierziekten via het programma voor de interne markt ontoereikend is om landbouwers en de lidstaten te helpen nieuwe dierziekten te beheersen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AX.</NO.P>overwegende dat de bedreigingen als gevolg van dierziekten van grote invloed zijn op de internationale handel in dieren en dierlijke producten uit de EU, en het noodzakelijk maken dat de handelspartners van de EU het regionaliseringssysteem van de EU erkennen, dat is vastgesteld overeenkomstig de normen van de WOAH en de beginselen van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) om ziekten te beheersen en/of veilige handel te handhaven door de handel uit door ziekten getroffen gebieden te beperken en tegelijkertijd onnodige belemmeringen en verstoringen van de handel in goederen uit niet-getroffen gebieden te voorkomen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AY.</NO.P>overwegende dat vaccinatie weliswaar een doeltreffend instrument is om de verspreiding van dierziekten te voorkomen, maar ook is ingezet als instrument om handel tussen de EU-lidstaten en derde landen te beperken in plaats van te vergemakkelijken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AZ.</NO.P>overwegende dat de holistische aanpak die de EU hanteert voor de bestrijding van dierziekten uit verschillende componenten bestaat, namelijk de specifieke bestrijdingsmaatregelen in het kader van de bewaking van elke ziekte, de financiële bijdrage van de EU, het meldingssysteem, het noodteam van de EU, het traceerbaarheidssysteem en de EU-referentielaboratoria voor bepaalde ziekten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>BA.</NO.P>overwegende dat antimicrobiële resistentie, een “één-gezondheid”-probleem dat betrekking heeft op de gezondheid van mens en dier, de gezondheid van planten, en het milieu, een van de drie belangrijkste bedreigingen voor de gezondheid is die de Commissie in juli 2022 heeft vastgesteld, en een grote sociaaleconomische impact heeft op de landbouwsector, omdat het tot een hogere morbiditeit en mortaliteit bij dieren leidt en de gezondheid en het welzijn van dieren in gevaar brengt, wat op zijn beurt weer gevolgen heeft voor de productiviteit van dieren; overwegende dat het GLB en andere EU-programma’s de verbetering van de bioveiligheid in veehouderijen, de bevordering van preventieve vaccinatie, de opleiding en technische begeleiding van veehouders, alsook het onderzoek naar en de ontwikkeling van doeltreffende en betaalbare alternatieven voor het gebruik van antimicrobiële middelen bij landbouwhuisdieren moeten ondersteunen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>BB.</NO.P>overwegende dat uit het eerste jaarverslag over de verkoop en het gebruik van antimicrobiële stoffen in de diergeneeskunde in Europa (ESUAvet 2023)<FOOTNOTE><FIELD> Europees Geneesmiddelenbureau, “European sales and use of antimicrobials for veterinary medicine”, 31 maart 2025, https://www.ema.europa.eu/en/documents/report/european-sales-use-antimicrobials-veterinary-medicine-annual-surveillance-report-2023_en.pdf.</FIELD></FOOTNOTE> blijkt dat ongeveer de helft van de voor 2030 vastgestelde reductiedoelstelling van 50 % al in 2023 was bereikt, maar ook dat ervoor wordt gewaarschuwd dat deze positieve ontwikkelingen in het gedrang kunnen komen door een toename van dierziekten en het ontbreken van een gecoördineerde EU-aanpak op het gebied van vaccinatie, vroegtijdige monitoring, biobeveiliging en algemene preventie en paraatheid met betrekking tot ziekten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>BC.</NO.P>overwegende dat met de diergezondheidswetgeving van de EU een rechtskader is vastgesteld voor de harmonisatie van de regels in de hele sector die van toepassing zijn op de handel binnen de EU, het binnenbrengen van dieren en producten in de EU, de uitroeiing van ziekten, veterinaire controles, de melding van ziekten en financiële steun met betrekking tot verschillende diersoorten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>BD.</NO.P>overwegende dat de bestaande wetgeving inzake overdraagbare dierziekten een uitgebreide reeks bepalingen bevat betreffende bewaking, uitroeiingsprogramma’s en ziektevrije status, en van de lidstaten verlangt dat zij een bijgewerkte lijst opstellen en bijhouden van hun grondgebieden of zones met een ziektevrije status, en van hun regio’s met een ziektevrije status, in overeenstemming met de bestaande wetgeving inzake diergeneesmiddelen, die vergunningen voor vaccins en andere diergezondheidsproducten mogelijk maakt; overwegende dat deze wetgeving de kern vormt van de EU-actie op het gebied van dierziektepreventie en -beheersing;</P></CONS><CONS><P><NO.P>BE.</NO.P>overwegende dat preventieve en bestrijdingsmaatregelen voor elke dierziekte moeten worden afgestemd op het epidemiologische profiel, de gevolgen en de geografische verspreiding van de ziekte binnen de EU;</P></CONS><CONS><P><NO.P>BF.</NO.P>overwegende dat een vroegtijdige opsporing en een duidelijke structuur bij de melding en rapportage van ziekten voor doeltreffende controle van cruciaal belang zijn; overwegende dat de lidstaten ervoor moeten zorgen dat de bevoegde autoriteit onmiddellijk in kennis wordt gesteld van elk vermoeden of elke bevestiging van een uitbraak;</P></CONS><CONS><P><NO.P>BG.</NO.P>overwegende dat het van wezenlijk belang is te zorgen voor uniforme voorwaarden voor de melding en rapportage van ziekten in de EU om een gelijk speelveld tussen de lidstaten te handhaven en concurrentieverstoring te voorkomen; overwegende dat de Commissie bevoegd is om een lijst op te stellen van ziekten die binnen de EU moeten worden gemeld en gerapporteerd, alsook de nodige procedures en het formaat voor de melding en rapportage van ziekten via het informatiesysteem voor dierziekten (ADIS);</P></CONS><CONS><P><NO.P>BH.</NO.P>overwegende dat het aantal grote carnivoren op het Europese vasteland in 2012 naar schatting 9 000 Euraziatische lynxen, 17 000 bruine beren, 1 250 veelvraten en 12 000 wolven bedroeg; overwegende dat er geen uniforme actuele EU-schatting bestaat van het aantal grote carnivoren;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Algemene opmerkingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>is ingenomen met en steunt het initiatief van de Commissie - in haar “Visie voor landbouw en voedsel” - om een werkstroom voor vee op te zetten voor de identificatie en ontwikkeling van passende beleidstrajecten ter ondersteuning van de veehouderij en ter vergroting van het concurrentievermogen daarvan middels gerichte en territoriale oplossingen in plaats van een “one-size-fits-all”-benadering, en daarbij naast voedselzekerheid, veerkracht en beheersing van dierziekten ook rekening te houden met klimaat-, natuur- en dierenwelzijnsaspecten; benadrukt dat de diversiteit van de veehouderij, de behoeften van soorten en de verschillen tussen lokale omstandigheden oplossingen vereisen die op het nationale, regionale of subregionale niveau afgestemd zijn; verzoekt de Commissie specifieke maatregelen te nemen voor de veehouderij in berg-, afgelegen en kwetsbare gebieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>geeft uiting aan zijn bezorgdheid over elk initiatief of wetgevingsvoorstel dat de veehouderij door directe of indirecte maatregelen ontmoedigt; vindt het van groot belang dat op de veehouderij andere regels worden toegepast dan op zware industrieën;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt de Commissie om, voortbouwend op het werk van de EU-werkstroom voor vee, een groep op hoog niveau inzake veebeleid in het leven te roepen (naar het voorbeeld van de groep op hoog niveau inzake wijnbeleid), waarin alle belanghebbende partijen, inclusief landbouwers, veehouders uit de lidstaten, wetenschappers en veeartsen, bedrijfsverenigingen en diergezondheidsorganisaties, industrievertegenwoordigers en vertegenwoordigers van plaatselijke autoriteiten, vertegenwoordigd zijn; wijst erop dat de samenstelling van deze groep een afspiegeling moet zijn van de verscheidenheid aan gebieden in de EU door te zorgen voor een evenwichtige vertegenwoordiging van de verschillende regionale omstandigheden, waaronder gebieden met een hoge veedichtheid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>is van mening dat deze groep op hoog niveau, waarin de lidstaten en belanghebbenden samenkomen, moet nadenken over de uitdagingen waarmee de sector veehouderij wordt geconfronteerd en concrete en sociale oplossingen moet bieden die met name stoelen op onderzoek dat op dit gebied is verricht; roept op tot een open en constructieve dialoog tussen alle belanghebbenden om samenwerking te stimuleren, praktische oplossingen te zoeken, en op feiten gebaseerde communicatie over de veehouderij te waarborgen; is van mening dat deze oplossingen met name betrekking moeten hebben op de verplaatsing van productie naar buiten Europa, generatievernieuwing, en (de bevordering van) investeringen om het concurrentievermogen van de veeteelt te verbeteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>benadrukt dat de specifieke uitdagingen waarmee de veehouderijsector te maken heeft een gecoördineerd multidimensionaal beleidsantwoord vereisen dat volledig rekening houdt met het economische, ecologische en sociale belang van de veehouderij in de EU en haar plattelandsgebieden, onder vermijding van “trade-offs” tussen deze uitdagingen; is verder van oordeel dat dit beleidsantwoord ook rekening moet houden met de bijdrage van de sector aan rurale cohesie, voedselzekerheid, duurzaam landbeheer, dierenwelzijn, en de bevoorrading van de markt van de EU met dierlijke eiwitten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>verzoekt de Commissie voor een stabiel en voorspelbaar kader voor landbouwers te zorgen door onnodige regelgevingslasten te vermijden en de regels voor de veehouderij, met name kleine en familiebedrijven, te vereenvoudigen, hetgeen de bedrijfsvoering makkelijker maakt en de sector in staat stelt zich te ontwikkelen; benadrukt dat de cumulatieve impact van EU-wetgeving in kaart moet worden gebracht en dat rechtsonzekerheid en administratieve lasten als gevolg van het EU-recht en “gold-plating” op het niveau van de lidstaten moeten worden vermeden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>merkt op dat vergroting van de sociale, economische en ecologische duurzaamheid van de veehouderij staat of valt met een langetermijnvisie waarin aandacht wordt besteed aan een brede en onderling verbonden reeks factoren, waaronder prijsconcurrentie en concurrentie anders dan via de prijs, het vermogen om zich aan klimaatverandering en daaraan gerelateerd extreme weersverschijnselen aan te passen, en dierziekten; is van oordeel dat ook nutriëntenverontreiniging, de ontwikkeling van en de verlening van betaalde ecosysteemdiensten, gerichte investeringssteun, de bevordering van dierenwelzijn, stimulansen voor innovatie en digitalisering, alsook generatievernieuwing, toegang tot steun en adviesdiensten, en verbetering van de leef- en arbeidsomstandigheden van veehouders uiterst relevante factoren zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>beklemtoont dat het allereerst in het belang van landbouwers zelf is om de goede gezondheid en het welzijn van hun dieren te waarborgen, en dat dit zowel een ethische als een economische verplichting is; benadrukt dat dierenwelzijn op landbouwbedrijven ook verband houdt met de competentie van de desbetreffende veehouder; benadrukt het belang van opleiding en regelmatige bijscholing in dit verband;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>benadrukt dat de diversiteit van de Europese veehouderijsystemen, van vrije uitloop, waarbij vaak gebruik wordt gemaakt van weiden die van grote waarde zijn voor het milieu en waarbij bedreigde diersoorten en -rassen worden gehouden, tot grootschalige gespecialiseerde en uiterst efficiënte bedrijven, akkerbouw-veeteeltsystemen, regeneratieve en biologische landbouw en nomadische teelt, seizoensgebonden transhumance, bosbegrazing en kleinschalige veehouderij voor eigen gebruik, alsmede de verscheidenheid aan dieren die worden gehouden, bedrijven in staat stellen een groot aantal elkaar aanvullende goederen en diensten te leveren, waardoor de veerkracht van de hele veehouderijsector wordt verbeterd en tegelijkertijd aan een breed scala van behoeften van de consument wordt voldaan; verzoekt de Commissie de diversiteit van productiesystemen mogelijk te maken en te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>benadrukt de noodzaak van meer transparantie bij de toewijzing en de inzet van EU-middelen die aan non-gouvernementele organisaties (ngo’s) worden toegewezen, om elk risico van misbruik of ongepaste beïnvloeding van het EU-beleid te voorkomen; verzoekt de Commissie een openbaar register in te stellen waarin het bedrag en het doel van de door ngo’s ontvangen financiering worden gespecificeerd; uit zijn bezorgdheid over de toewijzing van middelen, waaronder via het programma voor het milieu en klimaatactie (LIFE), aan ngo’s die lobbyactiviteiten ontplooien, met name op het gebied van dierenwelzijn, ten aanzien van de EU-instellingen, waardoor het risico bestaat dat de beginselen van de scheiding der machten en loyale samenwerking worden geschonden; verzoekt de Commissie een einde te maken aan de financiering van ngo’s die doelgericht lobbyen en een misleidend, militant en ideologisch beeld schetsen van de veehouderij in Europa; verzoekt de Commissie tevens alle begunstigden van geconsolideerde fondsen te verplichten hun bijeenkomsten met vertegenwoordigers van de EU-instellingen openbaar te maken wanneer deze bedoeld zijn om het EU-beleid te beïnvloeden;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Economische duurzaamheid en voedselzekerheid</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>wijst erop dat het behoud van een vitale, duurzame en veerkrachtige veehouderij in de EU de mondiale voedselzekerheid ten goede zal komen, de voedselsoevereiniteit en de economische groei van de EU zal versterken, en zal bijdragen tot een evenwichtige en afwisselingsrijke Europese voeding dankzij de consumptie van vleesproducten met een hoge voedingswaarde, die een unieke bron van verschillende micronutriënten en bioactieve stoffen zijn, waarvan de voedingswaarde niet adequaat kan worden vervangen door substituten van plantaardige of kunstmatige oorsprong, hetgeen moet worden erkend bij het opstellen van op wetenschappelijk bewijs stoelende voedingsrichtlijnen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>merkt op dat in het verslag van de FAO uit 2023 getiteld “Bijdrage van voeding afkomstig van landdieren aan gezonde eetpatronen voor betere resultaten op het vlak van voeding en gezondheid” wordt benadrukt dat voedsel van dierlijke oorsprong hoogwaardige eiwitten en essentiële micronutriënten biedt die moeilijk in voldoende hoeveelheden uit plantaardige voedingsmiddelen te verkrijgen zijn; benadrukt dat deze voeding van cruciaal belang is voor kinderen, jongvolwassenen, zwangere vrouwen, vrouwen die borstvoeding geven, vrouwen in de reproductieve leeftijd, ouderen en chronisch zieken, en dat die moeilijk te verkrijgen is uit plantaardige alternatieven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>benadrukt het belang van de veehouderij voor regionale waardeketens en lokale markten; verzoekt de Commissie een effectbeoordeling uit te voeren om de sociale en economische gevolgen van een verdere ontmanteling van het netwerk van regionale slachthuizen vast te stellen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>dringt aan op een evenwichtige aanpak waarin de essentiële rol van dierlijke producten in de wereldwijde voeding wordt erkend en rekening wordt gehouden met het belang van die productie voor het inkomen van landbouwbedrijven en de economische stabiliteit; herinnert eraan dat de veehouderij een belangrijke rol speelt in de circulaire economie en bij het upcyclen van afvalstromen van de voedingssector, alsmede in meerdere sectoren zoals textiel, kleding, schoeisel, lederwaren, de bouw, en cosmetische en farmaceutische producten; geeft aan dat tegelijkertijd ook aandacht moet worden besteed aan de verschillende gevolgen van productiesystemen voor het milieu, het klimaat, en het dierenwelzijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>onderstreept dat de voedselzekerheid blijvend moet worden gewaarborgd in Europa en dat de milieu-impact zo klein mogelijk moet worden gehouden, en dat dit een uitdaging is waaraan tegemoet moet worden gekomen middels transparante, op wetenschappelijk bewijs stoelende benaderingen en innovatie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>benadrukt dat verbetering van de productiviteit, veerkracht, efficiëntie en duurzaamheid in de veehouderijsector van de EU van essentieel belang is om een groter binnenlands aanbod van hoogwaardige eiwitten te garanderen die aansluiten bij de behoeften van consumenten in de EU en om de voedselzekerheid te vergroten, met name in de context van de volatiliteit van de wereldmarkten, geopolitieke spanningen en de verwachte stijging van de wereldwijde vraag naar dierlijke eiwitten in de komende 30 jaar; onderstreept dat de EU wat plantaardige eiwitten voor diervoeders betreft nog altijd sterk afhankelijk is van de invoer daarvan uit een beperkt aantal partners, waardoor de voedselsoevereiniteit wordt ondermijnd en het voedselsysteem kwetsbaar is voor wereldwijde marktschommelingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>benadrukt dat een duurzame en gediversifieerde eiwitproductie in de EU cruciaal is om voor een toereikende beschikbaarheid van veilige en hoogwaardige voeding en diervoeders te zorgen; benadrukt dat de dierlijke-eiwitsector die productie kan ondersteunen door dierlijke mest als natuurlijke meststoffen te benutten en plantaardige bijproducten voor diervoeder terug te winnen, net als afvalstromen afkomstig van voedsel om een meer geïntegreerd, circulair en duurzaam systeem te bevorderen; verwelkomt de aankondiging van de Commissie, in haar “Visie voor landbouw en voedsel”, dat ze een alomvattend plan gaat ontwikkelen voor een meer zelfvoorzienend en duurzaam EU-eiwitsysteem waarin aandacht wordt besteed aan de productie, invoer en consumptie van eiwitten in de EU om de veerkracht van het agrovoedingssysteem op de lange termijn te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>benadrukt dat het belangrijk is de positie van landbouwers in de agrovoedingswaardeketen te versterken, waaronder middels coöperatieven en organisaties en verenigingen van producenten, en verzoekt de Commissie en de lidstaten te kijken welke mechanismen kunnen worden ingezet om ervoor te zorgen dat landbouwers prijzen krijgen die ten minste hun productiekosten dekken; herinnert eraan dat het waarborgen van fatsoenlijke, eerlijke en stabielere inkomens, betere arbeidsomstandigheden, maatschappelijke erkenning, betere toegang tot leningen, en duurzame financiering voor onderzoek en investeringen in de kwaliteit van vee voor veehouders van essentieel belang is om de economische houdbaarheid van de sector op de lange termijn te waarborgen, in de wetenschap dat landbouwers een belangrijke rol spelen bij het waarborgen van de voedselvoorziening in de EU en omdat dit alles zal helpen bij het aantrekken van jongere generaties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>benadrukt dat instabiele prijzen, hoge productiekosten, buitensporige bureaucratie en een gebrek aan erkenning van het beroep door de samenleving ertoe hebben bijgedragen dat mensen de landbouw hebben verlaten en dat de sector vergrijst; wijst erop dat kleine en middelgrote landbouwbedrijven nu al aan tal van eisen moeten voldoen, en dat de kosten-batenverhouding hiervan niet redelijk is; herhaalt daarom dat er doeltreffende instrumenten nodig zijn om het inkomen te ondersteunen, de bureaucratie te verminderen, de bestaande wetgeving te vereenvoudigen en de erkenning van het werk van landbouwers door de samenleving te verbeteren, als essentiële elementen om de levensvatbaarheid van de veehouderij in de EU op de lange termijn te waarborgen; verzoekt de Commissie de veehouderijsector te ondersteunen en over te gaan tot goedkeuring van haar veeteeltstrategie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>wijst erop dat investeringen in nieuwe stallen en de renovatie van bestaande stallen aanzienlijke kosten met zich meebrengen en op lange termijn moeten worden gepland en gerealiseerd; waarschuwt ervoor dat herzieningen van de wetgeving inzake dierenwelzijn ertoe kunnen leiden dat stallen hun vergunning verliezen en jaren voor het einde van hun geplande levensduur tegen hoge kosten moeten worden verbouwd; roept de Commissie op om voor zover dat binnen haar mogelijkheden valt goede vergunningspraktijken in de lidstaten te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>benadrukt dat de duurzame veehouderij, met name in kleine en middelgrote ondernemingen, van essentieel belang is voor de sociaaleconomische vitaliteit van plattelandsgebieden, met name berggebieden, gebieden met een hoge veedichtheid en achtergestelde gebieden, zoals blijvend grasland, veengebieden en weidegebieden, omdat de veehouderij daar vaak de belangrijkste of zelfs de enige levensvatbare economische activiteit is en bijdraagt aan de instandhouding van de productie, economische groei en landschapsbehoud; benadrukt dat de veehouderij niet alleen zorgt voor werkgelegenheid op het platteland en ontvolking helpt voorkomen, maar ook bijdraagt aan actief landbeheer, brandpreventie, behoud van biodiversiteit, en het behoud van cultureel en landschapserfgoed; wijst erop dat de veehouderij in veel regio’s een onvervangbare rol speelt in de territoriale cohesie en het levend houden van gemeenschappen; benadrukt dat extensieve veehouderij een doeltreffende manier is om veehouders te belonen voor de ecosysteemdiensten die zij leveren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>verzoekt de Commissie met een plan te komen voor de bevordering van nieuwe technologieën, innovatie met betrekking tot veevoeder en genetische verbetering van veestapels, investeringen in publiek en privaat onderzoek op het gebied van veefokkerij en genetica te stimuleren en de verspreiding van goede praktijken te faciliteren in plaats van veehouders te verplichten hun kuddes op grote schaal te verkleinen, hetgeen de Europese voedselsoevereiniteit en -zekerheid zou aantasten en in gevaar zou brengen, en de productie en de efficiëntie te optimaliseren; benadrukt dat veefokkerij een belangrijk instrument is voor het vergroten van de productiviteit, de efficiëntie, en de gezondheid van dieren; onderstreept dat de EU voorop loopt op het gebied van onderzoek en innovatie met betrekking tot de veefokkerij en genetica;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>dringt aan op een plan ter bescherming van de genenpool van verscheidene bedreigde oude rassen en ter bevordering van lokale soorten en van het fokken van oude rassen die beter zijn aangepast aan het plaatselijk klimaat, en verzoekt om verspreiding van optimale praktijken bij gelijktijdig behoud van de genetische diversiteit; benadrukt dat de steun uit hoofde van artikel 27 van Verordening (EU) 2022/2472<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2022/2472 van de Commissie van 14 december 2022 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PB L 327 van 21.12.2022, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2022/2472/oj).</FIELD></FOOTNOTE> van de Commissie moet worden gehandhaafd ter ondersteuning van de genetische vooruitgang in de dierlijke productie; benadrukt de dringende noodzaak om onderzoek, innovatie en de invoering van empirisch onderbouwde praktijken te bevorderen die de duurzaamheid van de veehouderij in ecologisch, sociaal en economisch opzicht verbeteren, onder meer door gerichte investeringen in genetisch onderzoek, voedselefficiëntie en selectie op duurzame productiekenmerken, en onderstreept dat onderzoek en innovatie gestimuleerd en gefinancierd moeten worden in gebieden met een hoge veedichtheid teneinde de milieu-impact te verminderen, en daarbij strenge dierenwelzijnsnormen en geïntegreerde en veerkrachtige toeleveringsketens voor de veehouderij te bevorderen; merkt op dat het selectief fokken van dieren in combinatie met goed beheer en innovatie de emissies kan verminderen en een duurzaam alternatief kan bieden voor abrupte herstructureringen die de levensvatbaarheid van landbouwbedrijven en de voedselsoevereiniteit van de EU in gevaar brengen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>onderkent dat in de visie van de Commissie op landbouw en voedsel erop wordt gewezen dat het GLB van essentieel belang blijft voor de ondersteuning van het inkomen van landbouwers en dat rechtstreekse betalingen in het kader van het GLB een cruciale rol blijven spelen bij het steunen en stabiliseren van het landbouwinkomen op bedrijfsniveau; benadrukt hoe belangrijk behoud van de rechtstreekse inkomenssteun en alle programma’s die momenteel in het kader van het GLB worden gefinancierd, aangezien de veehouderij en de gemengde landbouw belangrijke begunstigden zijn van het huidige GLB in het kader van de eerste pijler (rechtstreekse betalingen, gekoppelde betalingen voor rundvlees, schapen- en geitenvlees) en de tweede pijler, met name door steun voor investeringen, betalingen voor natuurlijke of andere gebiedsspecifieke beperkingen en agromilieu- en klimaatverbintenissen; merkt op dat economische levensvatbaarheid en onvoldoende generatievernieuwing voor veel bedrijven een uitdaging vormen en bijzondere aandacht en productgerelateerde subsidies vereisen, en benadrukt dat gekoppelde betalingen voor actieve landbouwers belangrijk zijn; dringt aan op een specifieke en solide begroting voor het GLB in het volgende meerjarig financieel kader en merkt op dat deze moet worden afgebakend en ten minste op het niveau van de huidige GLB-begroting in reële termen moet worden gehandhaafd, waarbij tegelijk rekening moet worden gehouden met de inflatie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>onderstreept dat coöperaties gezien de bederfelijke aard van dierlijke producten en de hoge transactiekosten een sleutelrol spelen en verzoekt de Commissie hen te ondersteunen bij het vergroten van de veerkracht, het versterken van de positie van producenten, de valorisatie van co-producten en generatievernieuwing, en bij het bevorderen van een circulaire aanpak; verlangt dat de steun in het kader van het GLB wordt afgestemd op de omstandigheden van landbouwbedrijven, met name kleinschalige en familiebedrijven, en dat in de veehouderijsector betalingen op grond van het aantal dieren mogelijk worden gemaakt; benadrukt dat de economische levensvatbaarheid van landbouwers moet worden vergroot door middel van diversificatie en risicobeheersinstrumenten, teneinde het concurrentievermogen, de winstgevendheid en de veerkracht op lange termijn te verbeteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>merkt op dat landbouwers worden geconfronteerd met toenemende en uiteenlopende risico’s, zoals onvoorspelbare markten, klimaatverandering en daarmee verband houdende extreme weersomstandigheden, dierziekten, geopolitieke spanningen en onzekere gevolgen van handelsovereenkomsten; verzoekt de Commissie in dit verband zowel de crisisbeheersinstrumenten te versterken als de landbouwcrisisreserve in het GLB na 2027 te verhogen, en dit te combineren met de invoering van nieuwe specifieke financiële instrumenten die buiten het GLB om worden gefinancierd, aangezien deze maatregelen van essentieel belang zijn om het economische verlies en de extra kosten waarmee landbouwers in de EU worden geconfronteerd beter te kunnen aanpakken en om hun meer stabiliteit te bieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>verzoekt de Commissie voort te bouwen op de bestaande GLB-steun en zo de financiële en sociaal-economische mechanismen te versterken; onderstreept dat GLB-betalingen essentieel moeten blijven voor de continuïteit van de inkomens in de veehouderijsector, met name voor bedrijven die gespecialiseerd zijn in de productie van rundvlees, schapen- en geitenvlees en zuivel, en bedrijven die milieudiensten leveren door middel van extensieve begrazing; onderstreept dat na 2027 een overgangsperiode noodzakelijk is om aanpassing aan nieuwe regels mogelijk te maken; is ermee ingenomen dat de aankoop van runderen, schapen en geiten met een hoge genetische waarde is opgenomen in het omnibuspakket van het GLB als uitgaven die in aanmerking komen voor steun in het kader van het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling; verzoekt de Commissie deze bepaling uit te breiden tot voor de fok bestemde varkens met een hoge genetische waarde, aangezien zij van grote betekenis zijn voor het concurrentievermogen en de veerkracht van de Europese veeteeltsector; onderstreept dat in het GLB na 2027 ten minste hetzelfde ambitieniveau moet worden gehandhaafd;                                                                                                                                                                                                                                                    verzoekt de Commissie te onderkennen dat veehouders in dichtbevolkte gebieden specifieke behoeften hebben en hun adequate GLB-steun te verlenen, en merkt op dat een evenwichtige regionale ontwikkeling kan worden bevorderd door behoud van het aantal landbouwbedrijven en de lokale infrastructuur, zoals slachthuizen, diervoederfabrieken en verwerkingsfaciliteiten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>dringt aan op het stimuleren van extensieve veeteelt en op begrazing gebaseerde veeteelt, met name in het kader van het GLB;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>benadrukt dat het kapitaalverlies in de veehouderijsector moet worden gestopt en omgebogen, en dat moet worden toegezien op volledige wederkerigheid van EU-normen voor alle ingevoerde producten; verzoekt de Commissie om specifieke strategieën te ontwikkelen voor het tot stand brengen van een gelijk speelveld en meer samenhang tussen haar handels- en duurzaamheidsbeleid; verzoekt de Commissie en de lidstaten beter rekening te houden met de specifieke kenmerken van de landbouwsector, toe te zien op volledige wederkerigheid van EU-normen door spiegelclausules op te nemen in te sluiten handelsovereenkomsten, en de Europese landbouw, voedselproductie en volksgezondheid in alle handelsovereenkomsten te beschermen; blijft in dit verband bij zijn standpunt dat internationale handelsovereenkomsten geen negatieve gevolgen mogen hebben voor de Europese landbouw, wederkerigheid moeten waarborgen en geen risico mogen vormen voor de volksgezondheid; benadrukt dat het dringend nodig is marktinterventies aan te passen door de referentieprijzen voor de vrijwaringsclausules te actualiseren overeenkomstig de nieuwe marktomstandigheden en beheersinstrumenten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>wijst erop dat veehouders ook moeten kunnen profiteren van de extra inkomstenbron die koolstoflandbouw biedt; dringt er in dit verband op aan om geleidelijk af te stappen van het huidige systeem, dat is gericht op voorgeschreven praktijken en voorafgaande administratieve toestemming, en te bewegen naar een resultaatgericht kader voor emissiebeheer waarbinnen veehouders kunnen beslissen welke methoden en technologieën zij gebruiken, waardoor de vrijheid van ondernemerschap behouden blijft en het mogelijk is veehouders verantwoording te laten afleggen over het halen van die doelstellingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>dringt er bij de Commissie op aan de regelgeving inzake vleesverwerking te herzien, bijvoorbeeld regelgeving inzake voor de vleeskeuring gebruikte technologie, en de minimumrichtsnoeren voor het beoordelen van het vleesgehalte te harmoniseren, die momenteel de volledige benutting van dierkarkassen in de weg staan, teneinde de transparantie van de toeleveringsketen te vergroten en een hoger inkomen voor landbouwers te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>merkt op dat veehouderijsystemen praktijken en technologieën kunnen toepassen waarmee het dierenwelzijn kan worden verbeterd en aan efficiëntie kan worden gewonnen, zoals lowcostsystemen, bidirectionele systemen en precisieveehouderij, en dat gebruik kan worden gemaakt van nieuwe digitale technologieën die het beheer van dieren en systemen, de gegevensverwerking en de traceerbaarheid kunnen verbeteren; verzoekt de Commissie verslag uit te brengen over optimale werkwijzen op het gebied van duurzame veehouderij en concrete maatregelen voor te stellen ter bevordering van innovatie in en efficiëntie en veerkracht van de sector, waaronder een beter gebruik van bestaande gemeenschappelijke databanken en genenbanken van oorspronkelijke rassen, waardoor fokkers die dit wensen in staat worden gesteld bepaalde oude soorten te blijven fokken; benadrukt dat de digitale vaardigheden in plattelands- en stedelijke gebieden sterk uiteenlopen; verzoekt de Commissie en de lidstaten te waarborgen dat landbouwers profiteren van de digitale transformatie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>onderstreept dat het nastreven van meer productiviteit van dieren of het halen van de klimaatdoelstellingen niet ten koste mag gaan van de gezondheid en het welzijn van dieren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>spreekt zich uit voor de ontwikkeling van beleid dat familielandbouwbedrijven en jonge en nieuwe landbouwers ondersteunt bij het behoud en de versterking van duurzame en kleinschalige veehouderij als bestaansmiddel en als vorm van voedselzekerheid; wijst erop dat het daarom noodzakelijk is landbouwers die voet aan de grond willen krijgen te ondersteunen door middel van solide, speciaal op hen toegesneden financiële instrumenten, zodat zij beter in staat zijn financiële druk het hoofd te bieden; benadrukt hoe belangrijk collectieve structuren zijn, zoals coöperaties van landbouwers, door landbouwers geleide coöperaties en producentenorganisaties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>benadrukt dat ultraperifere gebieden meer steun moeten ontvangen, aangezien de structurele en geografische omstandigheden tot veel hogere landbouwkosten leiden; verzoekt de Commissie de Posei-middelen in het volgende meerjarig financieel kader te actualiseren, zodat zij een weerspiegeling zijn van de inflatie sinds 2007; merkt op dat indexering alleen onvoldoende antwoord is op de stijgende productie-, vervoers- en leveringskosten; benadrukt dat toereikende Posei-financiering van essentieel belang is om de landbouw te ondersteunen, de levensvatbaarheid van landbouwbedrijven te waarborgen en de economische, sociale en territoriale cohesie van de EU in stand te houden, overeenkomstig artikel 349 VWEU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>verzoekt de Commissie de specifieke behoeften en uitdagingen van veehouders in bergachtige en kansarme gebieden, waaronder insulaire en landinwaarts gelegen gebieden en afgelegen en ultraperifere gebieden, te onderkennen en erop toe te zien dat zij adequate steun ontvangen uit hoofde van het GLB, onder meer gekoppelde steun, sectorspecifieke interventies en gerichte maatregelen voor plattelandsontwikkeling; benadrukt dat behoud van de veehouderij in afgelegen, insulaire en minder begunstigde gebieden bijdraagt tot ecologische duurzaamheid en tevens landverlating voorkomt, de biodiversiteit ondersteunt en bijdraagt tot instandhouding van traditionele landschappen, tot ondersteuning van het inkomen en de bestaanszekerheid van landbouwers en tot herbevolking van plattelandsgebieden; benadrukt dat het belangrijk is ervoor te zorgen dat vertegenwoordigers van de ultraperifere gebieden een actieve rol spelen binnen de groep op hoog niveau, aangezien de specifieke geografische, sociaal-economische en productiekenmerken hun eigen uitdagingen met zich meebrengen die bijzondere aandacht verdienen bij het uitstippelen van het Europese beleid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>wijst erop dat wereldwijde samenwerking en innovatieve kennisoverdracht van essentieel belang zijn voor de ondersteuning van duurzame veehouderijsystemen, met name vanuit Europese regio’s met veehouderijsystemen die vanwege snelle bevolkingsgroei en urbanisatie uiterst efficiënt functioneren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>dringt er bij de lidstaten en de Commissie op aan te investeren in onderwijs, opleidingen en infrastructuur om landbouwers in staat te stellen duurzamere en efficiëntere veehouderijpraktijken toe te passen die beter zijn voor de gezondheid en het welzijn van dieren, waaronder digitalisering, toegepast onderzoek, kennisoverdracht en opleidingen over innovatieve instrumenten en technologieën voor vroegtijdige opsporing en preventie van besmettelijke veeziekten, zoals systemen voor de gezondheidsmonitoring van vee; benadrukt in dit verband hoe belangrijk onafhankelijke adviesdiensten zijn, en verzoekt de lidstaten ten volle gebruik te maken van het GLB om deze diensten naar behoren te kunnen financieren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>dringt aan op eenvoudigere regels voor dierenwelzijn die gericht zijn op het helpen van landbouwers door middel van voorlichting en ondersteuning, in plaats van methodes waarbij handhaving centraal staat;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>verzoekt de Commissie dringend om voorlegging van haar conclusies over de ontwikkeling van een etiketteringssysteem voor dierenwelzijn dat de consument adequate en uniforme informatie biedt, waarmee de risico’s voor de interne markt als gevolg van de wildgroei aan lokale dierenwelzijnsregelingen kunnen worden vermeden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>wijst erop dat slechts 12 % van de landbouwbedrijven in de EU wordt geëxploiteerd door mensen jonger dan 40 jaar, hetgeen een bedreiging vormt voor de economische levensvatbaarheid, de continuïteit tussen generaties en de toekomstige duurzaamheid van de Europese veehouderijsector; dringt er daarom bij de Commissie op aan om de steun voor bedrijven in de opstartfase doeltreffender te maken, zodat zij de belemmeringen voor de instap in de veehouderijsector kunnen overwinnen, waaronder de hoge opstartkosten; onderstreept dat het moeilijk is jonge landbouwers aan te trekken voor de veehouderijsector, die niet aantrekkelijk genoeg is door de veeleisende aard van het werk, zoals lange werktijden, beperkte mogelijkheden om vrij te nemen en een gebrek aan vervangingsdiensten, en dat rekening moet worden gehouden met het toenemende aantal vrouwen dat op veehouderijbedrijven werkt door het bevorderen van genderinclusieve maatregelen en kansen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>is ingenomen met de strategie van de Commissie voor generatievernieuwing in de landbouw; verzoekt de Commissie aanbevelingen te doen en oplossingen te zoeken waarmee de belangrijkste belemmeringen voor de vestiging van jonge veehouders kunnen worden aangepakt, met name de hoge initiële investeringen in infrastructuur, de moeilijke toegang tot land, vooral als gevolg van verschillen tussen de lidstaten, beperkte toegang tot kredieten, tekorten aan arbeidskrachten, kwesties in verband met risicobeheer, de preventie en bestrijding van dierziekten en bureaucratische lasten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>verzoekt de Commissie te overwegen om jonge landbouwers meer rechtstreekse betalingen toe te kennen; benadrukt voorts dat het nodig is om passende voorwaarden te scheppen voor een behoorlijk pensioen; benadrukt dat bevordering van de toegang tot kredieten en land, met name in lidstaten met hoge grondprijzen, meer investeringen in de kwaliteit van vee en verbetering van de dienstverlening in plattelandsgebieden essentiële voorwaarden zijn om een nieuwe generatie landbouwers aan te trekken en te behouden; benadrukt dat het advies aan de lidstaten om 6 % van de GLB-begroting toe te wijzen aan generatievernieuwing niet bindend genoeg is om voldoende steun voor jonge landbouwers te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>is ingenomen met de presentatie van de nieuwe strategie voor de bio-economie van de Commissie; verzoekt de Commissie te onderkennen dat innovatieve veehouderij een rol speelt bij het bevorderen van circulariteit en het volledig benutten van het potentieel van energieproductie, met name biogas en biomethaan, het gebruik van digestaat als biogebaseerde meststof en de valorisatie van bijproducten van de veehouderij via de destructiesector, om veehouders extra inkomstenbronnen te bieden; onderstreept dat met name gebieden met een hoge veedichtheid een belangrijke rol spelen in de bio-economie, aangezien hun nabijheid tot stedelijke gebieden en de korte afstanden de mogelijkheid bieden voor circulaire samenwerking bij het opschalen van afval afkomstig van mensen en de verwerking van afval van landbouwbedrijven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten in kaart te brengen of er passende mogelijkheden zijn voor langetermijnfinanciering van preventieve maatregelen en compensatie voor landbouwers, onder meer in het kader van het GLB — niet alleen voor verliezen en kosten als gevolg van aanvallen door grote carnivoren, maar ook voor risicobeperkende maatregelen, met inbegrip van adviesdiensten, het delen van kennis en opleidingen voor landbouwers op het gebied van co-existentie van grazers en grote carnivoren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>benadrukt dat de gerichte wijziging van de habitatrichtlijn<FOOTNOTE><FIELD> Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PB L 206 van 22.7.1992, blz. 7, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/1992/43/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, waarmee de EU-wetgeving in overeenstemming wordt gebracht met het herziene beschermingsniveau van de wolf in het kader van het Verdrag van Bern, is bedoeld om het beheer van wolvenpopulaties in de hele EU flexibeler te maken en de sociaal-economische gevolgen tot een minimum te beperken; onderstreept dat rekening moet worden gehouden met de hoge grensoverschrijdende mobiliteit van soorten en met het feit de staat van instandhouding van verschillende populaties van dezelfde soort per regio kan verschillen; verzoekt de Commissie en de lidstaten de grensoverschrijdende samenwerking op deze gebieden verder te intensiveren;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Ecologische duurzaamheid</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>onderkent dat de veehouderij, met name graslandgebaseerde systemen, een essentiële rol speelt bij het in stand houden van circulaire landbouwsystemen, het verbeteren van ecosysteemdiensten en het leveren van klimaat- en milieudiensten door koolstof vast te leggen, de waterkwaliteit te verbeteren, de biodiversiteit te beschermen, te voorzien in habitats voor flora en fauna, gediversifieerde en open landschappen in stand te houden, met name in bergachtige gebieden, en marginale grond in gebruik te nemen die niet geschikt is voor de productie van voedsel voor mensen; benadrukt dat de circulariteit verder kan worden verbeterd met monogastrische diersoorten zoals pluimvee en varkens, door afvalproducten in hun voeder te gebruiken en biomassa te recyclen, waarbij hun mest dient als waardevolle bron van natuurlijke meststoffen voor de productie van gewassen; benadrukt dat een significante inkrimping van de veestapel deze ecosysteemfuncties in gevaar kan brengen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>verzoekt de Commissie instrumenten voor te stellen om de rol van de veehouderij bij het behoud van graslanden die belangrijk zijn voor het milieu en de klimaatstabiliteit te versterken door middel van efficiëntere landbouwsystemen, om de duurzaamheid van veehouderijsystemen te verbeteren door ze efficiënter te maken, en om te zorgen voor hogere inkomens voor werknemers in de veehouderijsector;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>benadrukt het belang van de integratie van veehouderij in duurzame landbouwmodellen, waaronder gemengde landbouwsystemen, waarbij evenwichtige nutriëntenstromen worden gewaarborgd en de concurrentie om hulpbronnen tot een minimum wordt beperkt; onderstreept dat efficiënt gebruik van vee belangrijk is om duurzaamheid en voedselbehoeften met elkaar in evenwicht te brengen, en wijst op de voordelen van rotatiebegrazing en kortdurende intensieve begrazing voor de productiviteit van voeders, koolstofvastlegging, bodemkwaliteit, biodiversiteit en droogtebestendigheid; onderstreept dat mensen zich bewuster moeten worden van het feit dat goed beheer van dieren milieuvoordelen heeft;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>verzoekt de Commissie de lidstaten meer ruimte te geven om het behoud van landschappen door landbouwers te ondersteunen via het GLB en daarbij regelgevende belemmeringen voor de volledige benutting van grasland weg te nemen, en ervoor te zorgen dat landbouwgrond in de EU beter beschermd wordt tegen ruimtebeslag, aantasting en concurrerend niet-agrarisch gebruik;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>benadrukt dat het belangrijk is om in landbouwsystemen de productie van gewassen te integreren in de veeteelt, zodat nutriënten beter kunnen worden gerecycled door de voorkeur te geven aan organische meststoffen boven synthetische, het gebruik van chemicaliën wordt verminderd en de bodemvruchtbaarheid en biodiversiteit worden verbeterd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>verzoekt de Commissie het gebruik van dierlijke meststoffen voor bepaalde gewassen te steunen en de goedkeuring en toepassing van alternatieve bemestingsproducten, zoals digestaat en RENURE-materialen, te versnellen met als doel de recycling van nutriënten te verbeteren, de afhankelijkheid van uit niet-EU-landen ingevoerde synthetische meststoffen te verminderen en de circulariteit binnen veehouderijsystemen te bevorderen, en daarbij te onderkennen dat de conventionele productie van meststoffen in de EU van strategisch belang is voor het Europese concurrentievermogen; erkent de strategische rol van de veehouderijsector bij het verminderen van de afhankelijkheid van synthetische inputs en merkt op dat een intensiever gebruik van zowel digestaat als RENURE niet alleen bijdraagt tot de circulaire economie, maar ook tot het koolstofvrij maken van de EU-economie door vermindering van de uitstoot van broeikasgassen, ondersteuning van de productie van hernieuwbare energie en vermindering van de afhankelijkheid van de EU van fossiele brandstoffen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>is ingenomen met het voorstel van de Commissie voor een gerichte herziening van de nitratenrichtlijn<FOOTNOTE><FIELD> Richtlijn 91/676/EEG van de Raad van 12 december 1991 inzake de bescherming van water tegen verontreinigingen door nitraten uit agrarische bronnen (PB L 375 van 31.12.1991, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/1991/676/oj).</FIELD></FOOTNOTE> om gebruik van RENURE-meststoffen toe te staan boven de voor het op of in de bodem brengen van mest vastgestelde grenswaarde en deze grenswaarde in overeenstemming te brengen met de meest recente wetenschappelijke gegevens en innovatieve bemestingspraktijken, met inbegrip van het gebruik van mest, teneinde circulair beheer van nutriënten te bevorderen en tegelijkertijd de waterkwaliteit te blijven beschermen; verwijst naar recente studies over de voordelen en het neutrale effect op de waterkwaliteit van aan lidstaten toegekende derogaties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>verzoekt de Commissie te zorgen voor eerlijke prijzen of een passende compensatie voor fokkers, gezien de stijgende kosten van meststoffen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>roept de Commissie op te investeren in innovatie en infrastructuur om een breder gebruik van uit dierlijke mest gewonnen meststoffen en biogas uit de veehouderij mogelijk te maken, in overeenstemming met de klimaat- en energiedoelstellingen van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>56.</NO.P>verzoekt de Commissie opnieuw te overwegen op welke manier landbouwproducten, bijproducten en restproducten als afval worden ingedeeld, zodat ze gemakkelijker als commerciële goederen kunnen worden gebruikt; benadrukt dat landbouwhuisdieren onmisbaar zijn voor de met de landbouwsector verbonden circulaire economie en benadrukt dat aan de bijdrage van de veehouderij aan de bio-economie meer rekenschap moet worden gegeven door middel van een omvattender benadering van de nutriënten- en koolstofcycli voor alle vormen van gebruik van voedsel en andere doeleinden; verzoekt de Commissie om haar benadering van de veehouderijsector te baseren op onderzoeksresultaten en om onderzoek naar de ontwikkeling van circulaire diervoeders te faciliteren; verzoekt de Commissie de regelgeving inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten te herzien, zodat producten met een laag risico, zoals wol, gemakkelijker gebruikt kunnen worden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>57.</NO.P>is tegenstander van het toepassen van een uniforme aanpak die gericht is op een ingrijpende inkrimping van de veestapel, aangezien dit de aantasting van het milieu kan verergeren en de veerkracht van het voedselsysteem in gevaar kan brengen; wijst er met name op dat een vermindering van het aantal herkauwers zou kunnen leiden tot negatieve veranderingen in het landgebruik, zoals het uit productie nemen van land, ongewenste bosvorming, een verlies aan biodiversiteit en een verhoogd risico op natuurbranden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>58.</NO.P>roept op tot meer investeringen in onderzoek en innovatie om gewassenteelt- en veehouderijpraktijken te optimaliseren en de ecologische voetafdruk van vee te verkleinen, onder meer door het kweken van planten en het fokken van dieren, en door technieken voor voeder-, weide-, mest- en veldbeheer te gebruiken die betere duurzaamheidsresultaten opleveren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>59.</NO.P>benadrukt het belang van een strategie die de hele landbouwcyclus bestrijkt, een optimale planning van gewasrotatie ondersteunt, het gebruik van bouwland maximaliseert en de samenstelling van door landbouwers geteelde diervoeders verbetert en aanpast aan de situatie, te beginnen met plantenrassen die emissiereducties mogelijk maken; benadrukt dat het belangrijk is de vrijheid van ondernemerschap in de landbouw te herstellen, zodat landbouwers ventilatie-, huisvestings- en voedersystemen kunnen ontwikkelen en kiezen die zijn aangepast aan hun specifieke omstandigheden en het best passen bij hun productiesystemen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>60.</NO.P>dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan ervoor te zorgen dat regelgevingskaders met betrekking tot vee transparant en op gedegen wetenschappelijke basis worden ontwikkeld en met volledige betrokkenheid van de belanghebbenden — met name van landbouwers en producentenorganisaties van veehouders — en aan de hand van langetermijnscenario’s die progressieve aanpassing mogelijk maken; beveelt aan om het besluitvormingsproces te onderbouwen met daadwerkelijk openbare raadplegingen, gedetailleerde effectstudies en continue feedbackmechanismen, en zo doeltreffende en lokaal aanvaarde uitvoering te garanderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>61.</NO.P>dringt aan op het bieden van meer beleidsruimte voor doelsturing door middel van op het landbouwbedrijf gebaseerde benchmarking in plaats van top-downmaatregelen, wat inhoudt dat de keuze voor de te nemen maatregelen bij de landbouwer ligt, mits deze maatregelen bijdragen aan het halen van de vastgestelde doelstellingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>62.</NO.P>verzoekt de Commissie instrumenten voor te stellen ter versterking van de rol van de veehouderij bij het behoud van in ecologisch en klimatologisch opzicht waardevolle graslanden door middel van extensievere landbouwsystemen, en ter verbetering van de duurzaamheid van intensieve systemen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Sociale dimensie van de veehouderij en sectorspecifieke uitdagingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>63.</NO.P>benadrukt dat beleid voor de veehouderij moet worden ontwikkeld op basis van de strengste wetenschappelijke normen, zodat een evenwichtig en breed inzicht wordt verkregen in de bijdragen die de veehouderij kan leveren en in de uitdagingen waar deze sector mee te maken heeft;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>64.</NO.P>benadrukt het belang van transparante, toegankelijke en op wetenschappelijke gegevens gebaseerde communicatie om desinformatie en ideologische vooringenomenheid in het publieke debat over veehouderij en vleesproductie en -consumptie tegen te gaan; wijst er in dit verband op dat de Wereldgezondheidsorganisatie de consumptie van dierlijke eiwitten als onderdeel van een volwaardig en evenwichtig voedingspatroon aanmoedigt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>65.</NO.P>benadrukt dat politieke besluiten en maatschappelijke beeldvorming gebaseerd moeten zijn op degelijk wetenschappelijk bewijs waarin de diversiteit van productiesystemen, hun bijdrage aan de menselijke voeding, de plattelandseconomie en ecologische duurzaamheid tot uitdrukking komen, zodat een positiever beeld van de veehouderij ingang kan vinden; onderstreept dat het daartoe van essentieel belang is de dialoog tussen wetenschappers, beleidsmakers, producenten en consumenten te versterken door een goed geïnformeerde, evenwichtige en niet-gepolariseerde benadering van de plaats van de veehouderij in de Europese samenleving aan te moedigen; benadrukt dat het belangrijk is consumenten te informeren over de voordelen van het consumeren van dierlijke eiwitten als onderdeel van een volwaardig en evenwichtig voedingspatroon;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>66.</NO.P>is ingenomen met het voorstel van de Commissie om de kwestie in verband met de benamingen van vleesproducten, die worden gebruikt om vlees en deelstukken vlees aan te duiden, opnieuw aan de orde te stellen, teneinde producten van dierlijke oorsprong te beschermen en te verbieden dat deze benamingen worden gebruikt voor de etikettering van producten van niet-dierlijke oorsprong; is van mening dat deze bepaling van toepassing moet zijn op uit cellen gekweekte producten en hybride producten die bestaan uit een mengsel van dierlijke en plantaardige eiwitten; herinnert eraan dat een dergelijke vorm van bescherming bestaat voor zuivelproducten; beklemtoont dat duidelijke, eerlijke en transparante etikettering essentieel is om consumenten werkelijke transparantie te kunnen bieden en deze transparantie te vergroten, en om de kwaliteit van dierlijke producten uit de EU te bevorderen, onder meer door de erkende keurmerken en korte toeleveringsketens ervan onder de aandacht te brengen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>67.</NO.P>dringt er bij beleidsmakers op alle niveaus op aan om bij de ontwikkeling van voedingsrichtlijnen op wetenschappelijk bewijs gebaseerde normen te hanteren, en daarbij het nutritionele, culturele en economische belang van vlees, zuivel en eieren ten volle te onderkennen, maar ook rekening te houden met de betaalbaarheid en daadwerkelijke eiwitinname die dierlijke producten leveren in verschillende regio’s;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>68.</NO.P>verzoekt de Commissie Verordening (EU) nr. 1169/2011<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1924/2006 en (EG) nr. 1925/2006 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 87/250/EEG van de Commissie, Richtlijn 90/496/EEG van de Raad, Richtlijn 1999/10/EG van de Commissie, Richtlijn 2000/13/EG van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijnen 2002/67/EG en 2008/5/EG van de Commissie en Verordening (EG) nr. 608/2004 van de Commissie (PB L 304 van 22.11.2011, blz. 18, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2011/1169/oj).</FIELD></FOOTNOTE> te herzien en een verplichte oorsprongsetikettering in te voeren voor alle producten die vlees bevatten en in de EU in de handel worden gebracht, zelfs als vlees niet het hoofdingrediënt is, en waarop duidelijk een EU-/niet-EU-oorsprong wordt vermeld; verzoekt de Commissie na te gaan of het haalbaar is om een verplichting in te voeren tot het vermelden van het land van oorsprong van vlees wanneer vlees als ingrediënt in verwerkte producten wordt gebruikt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>69.</NO.P>verzoekt de Commissie om in samenwerking met wetenschappers studies voor te leggen over de effecten van voedselvervangers; waarschuwt voor de onkritische bevordering van uit voedings- en milieuoogpunt ontoereikende producten die traditionele voedingsmiddelen van dierlijke oorsprong moeten vervangen, waaronder levensmiddelen die niet dezelfde bioactieve verbindingen of essentiële micronutriënten leveren als natuurlijk vlees van gezonde dieren die in hoogwaardige systemen worden gehouden, en waarschuwt met name voor de opname ervan in schoolvoedselpakketten voor kinderen en jongeren; merkt op dat traditionele voedingsmiddelen van dierlijke oorsprong samen met plantaardige voedingsmiddelen kunnen bijdragen tot een evenwichtig en voedzaam voedingspatroon;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>70.</NO.P>dringt erop aan dat de Commissie een alomvattende effectbeoordeling uitvoert op basis van de meest recente wetenschappelijke gegevens en naar behoren overleg pleegt met alle relevante belanghebbenden alvorens nieuwe wetgevingsvoorstellen met gevolgen voor de landbouwsector in te dienen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>71.</NO.P>spreekt zijn diepe bezorgdheid uit over de toenemende drang om synthetische voedingsmiddelen, zoals in laboratoria geproduceerde eiwitten, te bevorderen zonder dat er sluitend wetenschappelijk bewijs bestaat voor de veiligheid, industriële haalbaarheid of milieuvoordelen ervan; onderstreept dat er passende effectbeoordelingen moeten worden uitgevoerd op basis van wetenschappelijk bewijs, waarbij alle aspecten in verband met veiligheid, gevolgen voor het milieu, marktimplicaties en consumentenbescherming in aanmerking worden genomen voordat een nieuw regelgevingskader voor opkomende voedseltechnologieën, met name door middel van duidelijke en passende etikettering, wordt voorgesteld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>72.</NO.P>benadrukt de ecologische rol van herkauwers en de voedingswaarde van natuurlijk vlees, en benadrukt dat de productie van synthetisch voedsel sterk afhankelijk is van zeer geïndustrialiseerde, energie-intensieve processen die aanzienlijke hoeveelheden chemische input vereisen, hetgeen in strijd is met de door de EU bepleite duurzaamheidsbeginselen; wijst erop dat synthetische voedingsmiddelen op dit moment noch een haalbare oplossing noch een veilig alternatief zijn voor de traditionele landbouw- en veehouderijproducten, en dat de bevordering ervan duizenden familiebedrijven in gevaar kan brengen; verzoekt de Commissie grondige en onafhankelijke beoordelingen van synthetische voedingsproducten uit te voeren die betrekking hebben op de gevolgen voor de gezondheid en het milieu, de sociaal-economische gevolgen, de consumentenbescherming en de gevolgen voor de traditionele landbouw en veehouderij; verlangt dat in de bestaande regelgevingskaders de bescherming van consumenten, Europese producenten en plattelandsgebieden duidelijk centraal staan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>73.</NO.P>benadrukt dat de veehouderijsector op een essentiële manier bijdraagt aan de voedselzekerheid, het scheppen van banen, het behoud en de bevordering van lokalisme en de economische stabiliteit in de hele EU; erkent dat veehouderij in bredere zin niet alleen bestaat uit het leveren van voedsel- en milieudiensten, maar ook een drijvende kracht is achter maatschappelijke verantwoordelijkheid, fatsoenlijke arbeidsomstandigheden en plattelandsontwikkeling; onderstreept dat de resultaatindicator in het kader van het GLB (I.24) “Bijdragen aan banen in plattelandsgebieden” belangrijk is om de aandacht te vestigen op de rol van de veehouderij, met name familiebedrijven en kleinschalige bedrijven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>74.</NO.P>beklemtoont dat de sector zonder passende financiering steeds onaantrekkelijker zal worden voor jongeren, wat niet alleen het risico met zich meebrengt dat banen verloren gaan, maar ook dat het nutritionele en sociale concurrentievermogen van de EU afneemt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>75.</NO.P>wijst erop dat het belangrijk is te onderkennen en te benadrukken dat vrouwen een fundamentele rol spelen op veehouderijen, waar zij, naast het dagelijkse werk op de boerderij, vaak verantwoordelijk zijn voor het beheer en de overdracht van kennis tussen generaties; benadrukt in dit verband dat familiebedrijven waarin vrouwen en het gezin een centrale rol spelen, de ruggengraat vormen van de Europese veehouderijsector en moeten worden ondersteund met specifiek beleid waarin het economische, sociale en culturele belang ervan wordt erkend; is daarom van mening dat het Europese overheidsbeleid een effectiever genderperspectief moet bevatten door gerichte maatregelen te bevorderen die vrouwelijke landbouwers ondersteunen en die zorgen voor gelijke kansen, zichtbaarheid van hun bijdragen en betere toegang tot opleiding, financiering en vertegenwoordiging in besluitvormingsprocessen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>76.</NO.P>benadrukt de essentiële maatschappelijke rol van landbouw en veehouderij voor gemeenschappen in de vorm van behoud van open ruimten, vorming en zorgverlening aan personen met specifieke behoeften op landbouwbedrijven (“groene zorg”); benadrukt dat de landbouw en veehouderij in alle regio’s van de EU in stand moeten worden gehouden, dat deze vormen van “groene zorg” specifiek moeten worden bevorderd en dat landbouwers adequaat moeten worden beloond voor hun werk;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>77.</NO.P>onderstreept het belang van de geestelijke gezondheid en het welzijn van veehouders en dringt erop aan dat psychologische ondersteuning, administratieve vereenvoudiging, maatregelen ter bevordering van het evenwicht tussen werk en privéleven en ter bestrijding van isolement in toekomstige GLB-instrumenten worden opgenomen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on">Dierziekten</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>78.</NO.P>benadrukt dat dierziekten op het niveau van landbouwbedrijven en op subnationaal, nationaal en regionaal niveau aanzienlijke sociaal-economische gevolgen en gevolgen voor het milieu en het dierenwelzijn hebben; beklemtoont dat de veehouderij hiervan steeds extremere gevolgen zal ondervinden door stijgende temperaturen en windsnelheden en door klimaatgerelateerd extreem weer dat in de EU steeds frequenter zal worden; dringt aan op maatregelen hiertegen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>79.</NO.P>benadrukt dat intensievere monitoring en preventieve maatregelen nodig zijn om de overdracht van dierziekten uit zowel EU- als niet-EU-landen binnen de EU te voorkomen, en dringt aan op een systematische beoordeling van kwetsbaarheden op het gebied van biobeveiliging in de EU, met bijzondere aandacht voor introductieroutes van bekende en nieuwe ziekten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>80.</NO.P>onderstreept dat in de EU mogelijke tekortkomingen in de preventie of bestrijding van dierziekten in één lidstaat onmiddellijke gevolgen kunnen hebben voor de overige lidstaten, en dat dit een gecoördineerde reactie vereist; wijst daarom met klem op het belang en de kosteneffectiviteit van preventie, met name wat betreft vaccinatie, vroegtijdige opsporing en paraatheid, voldoende informatie-uitwisseling en coördinatie tussen de lidstaten, en economische compensatie-instrumenten voor veehouders die directe en indirecte schade lijden door de toepassing van sanitaire maatregelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>81.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten de benodigde middelen ter beschikking te stellen voor de uitvoering van doeltreffende en efficiënte preventie- en bestrijdingsprogramma’s, waar financiële, veterinaire, technische en administratieve ondersteuning deel van uitmaken, alsook onderzoek naar de genetische selectie van dieren die beter bestand zijn tegen nieuwe ziekten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>82.</NO.P>benadrukt dat er tijdig doeltreffende maatregelen moeten worden genomen om de verspreiding van dierziekten tegen te gaan; verzoekt de Commissie om versterking van een specifiek mechanisme voor snelle waarschuwing en respons dat moet worden geactiveerd bij een vermoedelijke of bevestigde uitbraak van dierziekten, om te zorgen voor realtime-uitwisseling van informatie tussen de nationale autoriteiten en de Commissie over de epidemiologische situatie, om de coördinatie van risicobeoordelings- en controlemaatregelen tussen de lidstaten te vergemakkelijken en om adequate communicatie met alle relevante belanghebbenden, met name landbouwers en consumenten, te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>83.</NO.P>is ermee ingenomen dat de EU in 2023 al de helft van haar doelstelling voor 2030 had gehaald, namelijk een vermindering met 50 % van de verkoop en het gebruik van antimicrobiële stoffen in de diergeneeskunde in 2023; benadrukt dat deze inspanningen moeten worden voortgezet en dat er een gecoördineerde EU-aanpak voor de preventie en opsporing van dierziekten moet worden ontwikkeld, met vroegtijdige monitoring, vaccinatie en biobeveiligingsmaatregelen ter voorkoming van een toename van dierziekten, waardoor de doelstelling om minder antimicrobiële stoffen in te zetten, ondermijnd zou kunnen worden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>84.</NO.P>benadrukt hoe belangrijk het is om geavanceerde diagnostische instrumenten, voorspellende modellen en decontaminatietechnieken te ontwikkelen; verzoekt de Commissie verdere aanscherping van de EU-normen inzake diergezondheid ter bescherming van de veehouderij in overweging te nemen, met inbegrip van bepalingen die bedoeld zijn om populaties wilde dieren die een risico op infectieziekten vormen, te verminderen of af te scheiden en om dieren zo nodig doelgericht te vaccineren, als aanvulling op het verantwoordelijk selecteren en fokken van vee, wat de incidentie van endemische en nieuwe ziekten kan helpen verminderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>85.</NO.P>verzoekt de Commissie de rol van de diergeneesmiddelensector te erkennen en deze te ondersteunen bij de inspanningen om biotechnologieën van het laboratorium naar de boerderij te brengen, door regelgevingsprocessen te versnellen en te stroomlijnen, biotechnologieën op het gebied van diergezondheid te financieren en op te schalen, landbouwers en het grote publiek te informeren over de voordelen ervan, werknemers bij en om te scholen en het verzamelen van gegevens en het gebruik van artificiële intelligentie op landbouwbedrijven en in de diergezondheidssector te ondersteunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>86.</NO.P>verzoekt de Commissie de monitoring en rapportage van deze directe en indirecte kosten te verbeteren om zo de doeltreffendheid en snelheid van de steunmaatregelen van de EU en de lidstaten te verhogen; merkt in dit verband op dat de FAO een nieuw instrument heeft ontwikkeld onder de naam OutCosT (OUTbreak COSting Tool), waarmee landen een inschatting kunnen maken van de financiële lasten die gepaard gaan met uitbraken van dierziekten en van de maatregelen die nodig zijn om ze te bestrijden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>87.</NO.P>steunt de oproep van een groep lidstaten aan de Commissie om de EU-aanpak voor de bestrijding van dierziekten aan te passen door zo mogelijk en afhankelijk van diersoort en ziekten vaccinatie in te zetten als preventieve maatregel die deel uitmaakt van een breder instrumentarium;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>88.</NO.P>beklemtoont echter dat vaccinatie nog doeltreffender is als er biobeveiligings- en bewakingsmaatregelen aan worden gekoppeld; benadrukt dat vaccinatiemaatregelen moeten worden gecombineerd met genetische selectieprogramma’s voor immunologische resistentie, met name voor inheemse rassen en in kwetsbare gebieden, met het oog op een langdurige bescherming; onderstreept dat de inspanningen op dit gebied moeten worden opgevoerd en ondersteund door middel van toegankelijke en betaalbare vaccins, correcte afstemming van de biobeveiligingsmaatregelen op het risiconiveau en aanvullende en gerichte financiering voor getroffen landbouwers in alle lidstaten uit hoofde van het GLB na 2027;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>89.</NO.P>onderstreept het belang van een gecoördineerde benadering van diergezondheid die proactieve investeringen in onderzoek, monitoringsystemen, de ontwikkeling van vaccins en curatieve behandelingsopties omvat, zodat zowel bekende als nieuw opkomende ziekten gehanteerd kunnen worden; erkent de ontwikkeling van zogeheten DIVA-vaccins (Differentiating Infected from Vaccinated Animals), waarmee onderscheid kan worden gemaakt tussen met een pathogeen geïnfecteerde dieren en dieren die daartegen zijn gevaccineerd; verzoekt de Commissie daarom rekening te houden met de meest recente wetenschappelijke ontwikkelingen en Verordening (EU) 2016/429<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid (“diergezondheidswetgeving”), PB L 84 van 31.3.2016, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2016/429/oj).</FIELD></FOOTNOTE> te herzien, met als doel het invoeren van de nieuwe gezondheidsstatuscategorie “ziektevrij en gevaccineerd”; verzoekt de Commissie investeringen in onderzoek naar en ontwikkeling van DIVA-vaccins te bevorderen via Horizon Europa, en ervoor te zorgen dat landbouwers deze vaccins sneller kunnen gebruiken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>90.</NO.P>verzoekt de Commissie investeringen in biobeveiliging op landbouwbedrijven te ondersteunen met meer financiering, ook buiten het GLB; verzoekt de Commissie voorts maatregelen inzake diergezondheid in de landbouwsector van de EU te versterken door het onderzoek, de gezamenlijke inkoop, de aanleg van voorraden en de levering van veterinaire vaccins, nieuwe antigenen en diagnostische reagentia alsook immunologische diergeneesmiddelen op EU-niveau te coördineren, op basis van een mechanisme voor paraatheid en vroegtijdige opsporing, en door de ontwikkeling van deze producten in de EU te stimuleren; verzoekt de Commissie toereikende financiering voor dit mechanisme uit te trekken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>91.</NO.P>moedigt de aanleg van strategische voorraden aan, zodat sneller kan worden gereageerd wanneer zich nieuwe epidemieën voordoen; benadrukt dat in alle lidstaten dringend een gecentraliseerd en geharmoniseerd databanksysteem voor vaccinaties van dieren moet worden opgezet; wijst erop dat een dergelijk systeem de traceerbaarheid zou versterken, de ziektebewaking zou verbeteren, een snelle reactie op uitbraken mogelijk zou maken en zou bijdragen tot de algehele doeltreffendheid van het EU-beleid inzake diergezondheid en voedselveiligheid; merkt op dat een uitgebreide databank met vaccinatiegegevens grensoverschrijdende samenwerking zou vergemakkelijken, de naleving van EU-normen zou waarborgen en waardevolle inzichten zou opleveren voor beleidsontwikkeling, onderzoek en duurzaam beheer van de gezondheid van de veestapel;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>92.</NO.P>steunt onderzoek naar nieuwe technologieën voor de inactivatie van virussen in levensmiddelen, zoals hogedrukverwerking, waarvan is aangetoond dat het een veelbelovende methode is om de voedselveiligheid en -kwaliteit te waarborgen; benadrukt het belang van specifiek diervoeder en specifieke voederbereidingen om de verspreiding van bepaalde ziekten te voorkomen en de algemene gezondheid en weerbaarheid van dieren te verbeteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>93.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten de regionale autoriteiten te ondersteunen en met hen samen te werken en landbouwers te raadplegen bij het opstellen en uitvoeren van plannen voor de preventie en beperking van en de vaccinatie tegen deze ziekten, en daarbij het ruimen van dieren zoveel mogelijk te vermijden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>94.</NO.P>dringt aan op meer samenwerking tussen de EU, belanghebbenden uit de sector en internationale partners, om ervoor te zorgen dat de middelen doeltreffend worden toegewezen en dat kennis wordt gedeeld ter verbetering van ziektebeheer en -preventie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>95.</NO.P>verzoekt de Commissie de EU-financiering voor uitroeiings- en bestrijdingsprogramma’s in de EU-lidstaten te verhogen; beveelt aan alomvattende economische steunregelingen vast te stellen, met inbegrip van compensatieregelingen voor de hele toeleveringsketen, om ervoor te zorgen dat alle betrokken partijen, met name veehouders, passende bijstand krijgen; benadrukt dat bij ernstige uitbraken van dierziekten die tot aanzienlijke economische verliezen leiden, versneld financiële steun beschikbaar moet worden gesteld om de onzekerheid te verminderen en de economische continuïteit te handhaven; verzoekt de lidstaten de beoordeling van steunaanvragen efficiënter te laten verlopen, onnodige administratieve belemmeringen weg te nemen en duidelijke termijnen vast te stellen voor de uitbetaling van steun, zodat landbouwers hun activiteiten beter kunnen plannen en daarbij kunnen zorgen voor meer stabiliteit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>96.</NO.P>is ingenomen met het voorstel van de Commissie in het kader van het pakket maatregelen van 2025 ter vereenvoudiging van het GLB en ter bevordering van het concurrentievermogen, dat tot doel heeft het GLB beter in staat te stellen financiële en operationele steun te verlenen aan landbouwers die getroffen worden door natuurrampen, ongunstige klimaatgerelateerde weersverschijnselen of dierziekten, door een nieuwe crisisbetaling in te voeren die de lidstaten kunnen aanwenden in het kader van fondsen voor plattelandsontwikkeling; is van mening dat het toekomstige GLB het vermogen van landbouwers om het hoofd te bieden aan de verspreiding van dierziekten en epidemieën ook actief moet ondersteunen, onder meer door te voorzien in een aanzienlijk hogere begroting voor crisisbeheersinstrumenten en de crisisreserve voor de landbouw, die snel en doeltreffend kan worden ingezet om getroffen landbouwers te ondersteunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>97.</NO.P>roept de lidstaten ertoe op dit initiatief aan te vullen door verdere ontwikkeling van risicobeheerssystemen voor crisissituaties in verband met dierziekten, onder meer door specifieke verzekeringsregelingen en onderlinge fondsen goed toegankelijk te maken; verzoekt de Commissie om de opzet van een nieuw Europees herverzekeringsinstrument voor te stellen dat het mogelijk maakt om risico’s in verband met nieuwe epizoötische ziekten te dekken en ervoor zorgt dat alle landbouwbedrijven zich tegen epizoötische ziekten kunnen verzekeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>98.</NO.P>verzoekt de Commissie onderzoek te doen naar de haalbaarheid van een Europees Fonds voor diergezondheid dat snelle en billijke steun kan verlenen bij uitbraken van ziekten; benadrukt dat het, gezien de risico’s van verschillende dierziekten, van essentieel belang is middelen toe te wijzen aan het selectief fokken van dieren om rassen te creëren die beter bestand zijn tegen ziekten, waardoor de voedselzekerheid van de EU in het licht van mogelijke gezondheidscrises wordt versterkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>99.</NO.P>spoort de Commissie aan om samen te werken met internationale handelspartners om ervoor te zorgen dat regiogebonden handelsverboden en erkende behandelingen voor de inactivatie van virussen, zoals koken en langdurig drogen, worden aanvaard, waardoor onnodige economische schade voor de veehouderijsector in de EU wordt beperkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>100.</NO.P>dringt er bovendien bij de Commissie op aan om in enkele specifieke gevallen de haalbaarheid van het afschermingsmechanisme op basis van biobeveiligingsbeheer en veehouderijpraktijken te beoordelen, en daarbij de toepasbaarheid in de internationale context en samen met de meest betrouwbare handelspartners te evalueren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>101.</NO.P>dringt er bij de Commissie op aan de risico’s van het toenemende aantal wilde hoefdieren te beoordelen, alsook de gevolgen daarvan voor de diergezondheid, de volksgezondheid en de biodiversiteit; acht het in dit verband noodzakelijk om horizontale maatregelen te nemen om deze te grote populaties adequaat te kunnen beheren;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Handelsaspecten</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>102.</NO.P>onderstreept dat de veehouderijsector in de EU bijzonder kwetsbaar is voor diverse externe schokken, waaronder gezondheidscrises, extreem weer, prijsvolatiliteit en verstoringen van de toeleveringsketens, alsmede toenemende concurrentie uit niet-EU-landen, waarvan de producten niet altijd voldoen aan de strenge EU-normen op het gebied van milieu, dierenwelzijn, gezondheid en voedselveiligheid, wat verklaart dat landbouwers hun zorgen hebben geuit over het gebrek aan wederkerigheid en oneerlijke mondiale concurrentie; benadrukt daarom dat billijke concurrentievoorwaarden op de interne markt gewaarborgd moeten worden, teneinde de economische levensvatbaarheid van Europese ondernemingen te kunnen beschermen en wederkerige normen in handelsovereenkomsten te kunnen garanderen; dringt er daarom op aan om bij het sluiten van handelsovereenkomsten rekening te houden met de kwetsbaarheid van de sector;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>103.</NO.P>dringt aan erop aan om binnen het toekomstige meerjarig financieel kader een speciaal instrument in te stellen voor het verlenen van gerichte steun aan landbouwsectoren, waaronder de veehouderij, die te maken kunnen krijgen met verstoringen of zich moeten aanpassen aan de gevolgen van lopende handelsovereenkomsten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>104.</NO.P>wijst erop dat, in een context waarin de consumptie van dierlijke producten, en in het bijzonder vlees, in de EU stagneert of zelfs terugloopt, maar de wereldwijde vraag naar dierlijke eiwitten naar verwachting zal toenemen, moet worden onderkend dat de export en het positioneren van de EU als wereldwijd koploper op het gebied van klimaat- en diervriendelijke landbouw van economisch belang zijn, waarbij kennis, technologie en praktijken voor de transitie naar duurzaamheid naar de wereldmarkten worden geëxporteerd, maar waarbij ook de voedselsoevereiniteit van de EU gewaarborgd blijft; benadrukt dat dit onderzoek, innovatie, investeringen en werkgelegenheid kan stimuleren; onderstreept dat investeringen in een betere kwaliteit en genetische traceerbaarheid van vee in deze context essentieel worden om te kunnen voorzien in de wereldwijde vraag naar dierlijke producten met een hoge voedingswaarde;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>105.</NO.P>betreurt dat onze handelspartners niet altijd dezelfde ambitieuze normen en doelstellingen hanteren als de EU op het gebied van gezondheid, dierenwelzijn, milieu en andere duurzaamheidsaspecten; benadrukt dat veehouders in de EU daarom zowel op de internationale markten als op de interne EU-markt niet op een gelijk speelveld concurreren met producenten van buiten de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>106.</NO.P>stelt vast dat alle ingevoerde levensmiddelen die in de EU in de handel worden gebracht, weliswaar moeten voldoen aan de relevante en strenge EU-normen voor de eindproducten, die van toepassing zijn ongeacht of het product in eigen land wordt geproduceerd of wordt ingevoerd, maar dat voor ingevoerde producten doorgaans geen productievoorschriften (ook wel “procedés en productiemethoden”) gelden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>107.</NO.P>dringt erop aan dat er, in overeenstemming met de conclusies van de Commissie over de toepassing van de gezondheids- en milieunormen van de EU op ingevoerde landbouw- en agrovoedingsproducten, beleidsruimte is om ernaar te streven dat gezondheids-, milieu- en dierenwelzijnvoorschriften met betrekking tot procedés en productiemethoden op ingevoerde producten worden toegepast op een manier die verenigbaar is met de WTO-regels; erkent dat het van essentieel belang is om, alvorens productienormen op invoer toe te passen, altijd een beoordeling per geval te verrichten, zoals ook staat in het verslag van de Commissie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>108.</NO.P>verzoekt de Commissie de coherentie tussen haar handelsbeleid en haar duurzaamheidsbeleid te vergroten door de wederkerigheid van normen inzake milieu, diergezondheid en dierenwelzijn in elke fase van de productie door middel van spiegelclausules op te nemen in alle handelsovereenkomsten die worden gesloten, zodat ingevoerde producten die niet aan de EU-normen voldoen, niet in de handel worden gebracht in de EU; verzoekt de Commissie gepaste en strenge invoercontroles te waarborgen en te verscherpen ter bescherming van binnenlandse producenten en Europese consumenten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>109.</NO.P>roept de Commissie op een goed gefinancierd EU-afzetbevorderingsbeleid te versterken door de middelen te verhogen voor landbouwproducten uit de EU, met inbegrip van dierlijke producten, en ervoor te zorgen dat geografische aanduidingen in de internationale handel verder worden ondersteund als essentiële pijler om kwaliteit, traceerbaarheid en plattelandsontwikkeling te garanderen; onderstreept dat de veehouderijsector verantwoordelijk is voor een aanzienlijk deel van de Europese geografische aanduidingen van onder meer producten als kaas, worst, ham en vers vlees, die het resultaat zijn van expertise die van generatie op generatie overgaat en van productiemethoden die nauw verbonden zijn met de hun regio’s van oorsprong;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>110.</NO.P>benadrukt dat kwaliteitsbenamingen niet alleen het werk van producenten onder de aandacht brengen, maar ook de traditionele praktijken beschermen, de diversiteit van de Europese gastronomie bevorderen en bijdragen aan het behoud van de culturele identiteit van de productielocaties; benadrukt voorts dat duidelijke en nauwkeurige etikettering belangrijk is om de traceerbaarheid van producten te verbeteren en consumenten te beschermen tegen misleidende marketingpraktijken, zowel buiten als binnen de EU, zoals het gebruik van namen die klinken als of lijken op Europese namen en ten onrechte suggereren dat producten van EU- of lokale oorsprong of kwaliteit zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>111.</NO.P>verzoekt de Commissie landbouwers verder te ondersteunen bij hun inspanningen om aan de EU-normen te voldoen, teneinde te voorkomen dat hun concurrentievermogen afneemt en de productie vervolgens wordt verplaatst van de EU naar derde landen waar de maatschappelijke normen en de normen voor dierenwelzijn en productie minder streng zijn, en om ervoor te zorgen dat producenten toegang hebben tot financiering om dierlijke genetica te verbeteren, zodat het concurrentievermogen door kwaliteit en niet door kwantiteit wordt versterkt;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°     °</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>112.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>