<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0158</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Ondernemerschap van vrouwen in plattelands- en ultraperifere gebieden en op eilanden</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0058/2026 - Rapporteur: Elżbieta Katarzyna Łukacijewska)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 30 april 2026 over ondernemerschap van vrouwen in plattelands- en ultraperifere gebieden en op eilanden (2024/2124(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de artikelen 8 en 349 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn 2006/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke kansen en gelijke behandeling van mannen en vrouwen in arbeid en beroep<FOOTNOTE><FIELD> PB L 204 van 26.7.2006, blz. 23, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2006/54/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn (EU) 2023/970 van het Europees Parlement en de Raad van 10 mei 2023 ter versterking van de toepassing van het beginsel van gelijke beloning van mannen en vrouwen voor gelijke of gelijkwaardige arbeid door middel van beloningstransparantie en handhavingsmechanismen<FOOTNOTE><FIELD> PB L 132 van 17.5.2023, blz. 21, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2023/970/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn (EU) 2019/1158 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende het evenwicht tussen werk en privéleven voor ouders en mantelzorgers en tot intrekking van Richtlijn 2010/18/EU van de Raad<FOOTNOTE><FIELD> PB L 188 van 12.7.2019, blz. 79, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2019/1158/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (richtlijn betreffende het evenwicht tussen werk en privéleven),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 5 maart 2020 getiteld “Een Unie van gelijkheid: strategie voor gendergelijkheid 2020‑2025” (COM(2020)0152),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 7 maart 2025 getiteld “Een routekaart voor vrouwenrechten” (COM(2025)0097),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de strategie van het Europees Investeringsfonds (EIF) en de Europese Investeringsbank Groep (EIB) inzake gendergelijkheid en economische empowerment van vrouwen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/1060 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds Plus, het Cohesiefonds, het Fonds voor een rechtvaardige transitie en het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en de financiële regels voor die fondsen en voor het Fonds voor asiel, migratie en integratie, het Fonds voor interne veiligheid en het Instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visumbeleid<FOOTNOTE><FIELD> PB L 231 van 30.6.2021, blz. 159, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/1060/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 30 juni 2021, getiteld “Een langetermijnvisie voor de plattelandsgebieden van de EU — Naar sterkere, verbonden, veerkrachtige en welvarende plattelandsgebieden in 2040” (COM(2021)0345),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 3 mei 2022 getiteld “Mensen vooropstellen, zorgen voor duurzame en inclusieve groei en het potentieel van de ultraperifere regio’s van de EU ontsluiten” (COM(2022)0198),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het programma voor leiderschap van vrouwen (Women Leadership Programme) van het Europees Instituut voor innovatie en technologie en de Europese Innovatieraad,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het gendergelijkheidsplan van de Europese Onderzoeksruimte,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 3 mei 2022 over het verwezenlijken van economische onafhankelijkheid van vrouwen via ondernemerschap en zelfstandige arbeid<FOOTNOTE><FIELD> PB C 465 van 6.12.2022, blz. 54.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 14 september 2021 “Naar een sterker partnerschap met de ultraperifere gebieden van de EU”<FOOTNOTE><FIELD> PB C 117 van 11.3.2022, blz. 18.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 174 VWEU,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 7 juni 2022 over eilanden en cohesiebeleid: huidige situatie en toekomstige uitdagingen<FOOTNOTE><FIELD> PB C 493 van 27.12.2022, blz. 48.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 8 december 2022 over voor- en vroegschoolse educatie en opvang: de doelstellingen van Barcelona voor 2030<FOOTNOTE><FIELD> PB C 484 van 20.12.2022, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de VN-Verklaring over de rechten van landbouwers en andere mensen die werkzaam zijn in plattelandsgebieden van 28 september 2018,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Speciaal verslag 10/2021 van 26 mei 2021 van de Europese Rekenkamer getiteld “Gendermainstreaming in de EU-begroting: tijd om de daad bij het woord te voegen”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 55 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie vrouwenrechten en gendergelijkheid (A10-0058/2026),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat vrouwen in plattelands- en ultraperifere gebieden en op eilanden een sleutelrol spelen in de dynamiek van lokale economieën, de levensvatbaarheid van de landbouwsector en het behoud van cultureel erfgoed, en een fundamentele pijler vormen voor territoriale cohesie, sociale duurzaamheid en economische veerkracht in plattelandsgebieden; overwegende dat zij ondanks deze onmisbare bijdrage nog steeds te maken hebben met juridische, financiële, culturele en infrastructurele belemmeringen die het ondernemerschap van vrouwen en de volledige verwezenlijking van hun economische onafhankelijkheid belemmeren; overwegende dat vrouwen in plattelandsgebieden in veel lidstaten onevenredig zwaar worden getroffen door de gebrekkige toegang tot betaalbare kinderopvang, adequate vervoersverbindingen, digitale infrastructuur en genderbewuste ondersteuningssystemen en recreatiemogelijkheden, hetgeen hun kansen op volledige deelname aan de arbeidsmarkt beperkt en bijdraagt aan een slechte geestelijke gezondheid; overwegende dat een groot deel van het werk dat vrouwen op het platteland verrichten, informeel en onbetaald is en vaak niet wordt meegenomen in officiële statistieken, hetgeen de onzichtbaarheid van hun bijdrage aan de economische en sociale ontwikkeling benadrukt; overwegende dat plattelandsgebieden integraal deel uitmaken van de Europese levenswijze en een uniek evenwicht tussen het traditionele erfgoed en vooruitgang belichamen, waarvan de continuïteit afhangt van de erkenning en effectieve integratie van vrouwen in plattelandsontwikkelingsprocessen; overwegende dat ongeveer 30 % van de EU-bevolking in plattelandsgebieden woont, die ongeveer 83 % van het totale grondgebied van de EU uitmaken; overwegende dat deze gebieden van vitaal belang zijn voor de economische stabiliteit, de sociale cohesie en het concurrentievermogen van de EU<FOOTNOTE><FIELD> Volgens de modellering op het niveau van lokale bestuurlijke eenheden van 2018 door het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek — demografische gegevens van Eurostat, Atlas of demography.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat het de verantwoordelijkheid van de EU is om in al haar optreden de gelijkheid van vrouwen en mannen te bevorderen, overeenkomstig de Verdragen; overwegende dat gendergelijkheid een fundamentele waarde is van de EU, een grondrecht en een kernbeginsel is van de Europese Pijler van sociale rechten, zoals verankerd in artikel 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie; overwegende dat het beginsel van gendermainstreaming is vastgelegd in artikel 8 VWEU, waarin wordt bepaald dat het gendergelijkheidsperspectief in alle beleidsmaatregelen en programma’s moet worden geïntegreerd; overwegende dat tot dusver geen enkele lidstaat volledige gendergelijkheid heeft verwezenlijkt en dat er traag vorderingen worden geboekt, waarbij de lidstaten gemiddeld 67,4 op 100 punten scoorden op de gendergelijkheidsindex 2019 van de EU, hetgeen neerkomt op een verbetering van slechts 5,4 punten sinds 2005;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat het economisch welzijn en succes van vrouwen niet los kan worden gezien van de eerbiediging van de grondrechten, waaronder het recht om te leven zonder gendergerelateerd geweld en het recht op lichamelijke autonomie door middel van toegang tot seksuele en reproductieve gezondheid en rechten, met inbegrip van toegang tot veilige en legale abortuszorg in de hele EU; overwegende dat het waarborgen van een veilige en respectvolle werkomgeving, vrij van intimidatie en genderstereotypen, de carrièrekansen van vrouwen versterkt en een cultuur van wederzijds respect, verantwoordelijkheid en waardigheid bevordert; overwegende dat de economische onafhankelijkheid van vrouwen bijgevolg aanzienlijk bijdraagt aan hun veiligheid en bescherming tegen gendergerelateerd en huiselijk geweld;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat de arbeidsparticipatiekloof tussen mannen en vrouwen in plattelandsgebieden ongeveer 13 procentpunten bedraagt (tegenover 10 procentpunten in steden) en in sommige lidstaten meer dan 20 procentpunten bedraagt, waarbij de arbeidsparticipatie van vrouwen volgens gegevens van Eurostat in 2022 slechts 31,6 % bedroeg; overwegende dat het economisch verlies vanwege de genderkloof inzake arbeidsparticipatie per jaar ongeveer 370 miljard EUR bedraagt en dat het bbp van de EU tegen 2050 met 3,15 biljoen EUR kan toenemen als de gendergelijkheid wordt verbeterd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat demografische achteruitgang bijzondere uitdagingen met zich meebrengt voor plattelandsgebieden, eilanden, berggebieden en ultraperifere gebieden en zowel een uitdaging als een kans vormt om ondernemerschap aantrekkelijker te maken en zowel de oprichting van bedrijven als een duurzaam bestaan in die gebieden mogelijk te maken, aangezien de emigratie van jongeren en vrouwen op zoek naar betere kansen de generatievernieuwing, de vitaliteit van de gemeenschap en de economische ontwikkeling op lange termijn ondermijnt; overwegende dat in de EU doorgaans meer relatief jonge vrouwen dan relatief jonge mannen het platteland verlaten, hetgeen onder meer het gevolg kan zijn van belemmeringen zoals isolement en een beperkt onderwijsaanbod en schaarse werkgelegenheid in plattelandsgebieden; overwegende dat deze demografische trends de sociaal-economische ontwikkeling van sommige plattelandsgebieden kunnen belemmeren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat vrouwelijke landbouwers nog steeds te maken hebben met ongelijkheden, met name wat betreft de toegang tot grond, opleiding en financiering; overwegende dat uit statistieken blijkt dat vrouwelijke ondernemers meer dan mannen moeite ondervinden om financiering en kapitaal aan te trekken; overwegende dat 30 % van de ondernemers in EU vrouw is, maar dat zij slechts 2 % van de beschikbare niet-bancaire financiering ontvangen; overwegende dat dit percentage tijdens de pandemie naar verluidt is gedaald tot 1 %<FOOTNOTE><FIELD> Europese Commissie en EIB, <STRING ITALIC="on">Funding women entrepreneurs.How to empower growth</STRING>, juni 2020.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat uit gegevens blijkt dat vrouwelijke ondernemers meer inkomsten genereren, hoewel zij minder financiële steun ontvangen<FOOTNOTE><FIELD> Women in VC, Experior Venture Fund and Unconventional Ventures, <STRING ITALIC="on">Funding in the CEE Region – Through the Lens of Gender Diversity and Positive Impact</STRING>, 2021, https://ceereport2021experiorvc.unconventional.vc/.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat gerichte praktische ondersteuning, bijvoorbeeld microkredieten, begeleiding en administratieve vereenvoudiging, doeltreffende instrumenten kunnen zijn om ondernemerschap te bevorderen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat vrouwen in grens-, berg-, ultraperifere en afgelegen gebieden worden geconfronteerd met grotere uitdagingen en belemmeringen als gevolg van isolement, vergrijzing en beperkte dienstverlening; overwegende dat de arbeidsparticipatie van vrouwen in ultraperifere gebieden vrijwel altijd onder het EU-gemiddelde ligt, waarbij het grootste verschil in 2020 38,5 procentpunten bedroeg; overwegende dat de jeugdwerkloosheid in sommige ultraperifere gebieden ook extreem hoog is<FOOTNOTE><FIELD> Werkdocument van de diensten van de Commissie getiteld “Outermost regions at a glance – assets, challenges and opportunities” (SWD(2022)0133).</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat vrouwen die op eilanden en in ultraperifere gebieden wonen, op extra moeilijkheden en specifieke belemmeringen stuiten als gevolg van geografisch isolement, een lage bevolkingsdichtheid, vergrijzing en schaarse essentiële openbare en particuliere diensten, factoren die de sociaaleconomische ongelijkheden vergroten en de toegang tot werkgelegenheid, opleiding en mogelijkheden voor ondernemerschap beperken; overwegende dat steun voor de deelname van vrouwen aan digitaal en innovatief ondernemerschap de economische ontwikkeling en het concurrentievermogen versterkt; overwegende dat vrouwen in de plattelandsgebieden van de oostelijke grensregio’s voorts worden geconfronteerd met de gevolgen van de oorlog in Oekraïne, waaronder veiligheidsrisico’s, verstoringen in de toeleveringsketens en hybride risico’s, die het ondernemerschap en de toegang tot diensten en financiering belemmeren; overwegende dat het aanpakken van deze gecombineerde uitdagingen gericht en gedifferentieerd Europees overheidsbeleid vereist, overeenkomstig artikel 349 VWEU, alsook specifieke maatregelen die rekening houden met de specifieke kwetsbaarheden van grensregio’s, teneinde de volledige economische, sociale en politieke inclusie van vrouwen in deze gebieden te waarborgen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat vrouwen die in de Europese berggebieden wonen, vaak stuiten op specifieke uitdagingen die hun ondernemingspotentieel beperken, zoals slechte vervoersverbindingen en beperkte toegang tot digitale infrastructuur, kinderopvang, opleidingsmogelijkheden en financiële steun; overwegende dat de positie van vrouwen in de Europese berggebieden niet alleen als werknemers of ondernemers, maar ook als mede-eigenaren en besluitvormers in lokale ondernemingen moet worden versterkt; overwegende dat de oprichting van special purpose vehicles en coöperatieve eigendomsstructuren vrouwen in staat kan stellen om gezamenlijk gemeenschapsondernemingen te bezitten, te beheren en de vruchten ervan te plukken; overwegende dat dergelijke modellen, zoals blijkt uit talrijke particuliere sectorale initiatieven, bevorderlijk zijn voor inclusief bestuur, de economische onafhankelijkheid versterken en helpen om waarde binnen berggebieden te behouden, waardoor collectief ondernemerschap, gedeelde verantwoordelijkheid en duurzame regionale ontwikkeling voor vrouwen en meisjes worden bevorderd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat vrouwen 52 % van de Europese bevolking uitmaken en 34,4 % van de zelfstandigen in de EU vertegenwoordigen, en dat slechts 30 % van de startups door vrouwen wordt opgericht<FOOTNOTE><FIELD> Global Entrepreneurship Monitor, speciaal verslag, <STRING ITALIC="on">Women’s Entrepreneurship 2020/21:Thriving Through Crisis</STRING>, Londen, 2021.</FIELD></FOOTNOTE>, wat zowel hun toenemende participatie als het onbenutte potentieel voor vrouwelijk ondernemerschap aantoont; overwegende dat vrouwen in het bedrijfsleven niet alleen economische groei en werkgelegenheid creëren, maar ook duurzamere en inclusievere bedrijfsmodellen aanjagen, beter scoren op ecologische en sociale indicatoren en indicatoren op het gebied van ondernemingsbestuur en hun personeel vaker opleidingsmogelijkheden bieden (EIB, 2021); overwegende dat diverse besluitvormingsgroepen betere, inclusievere en duurzamere resultaten opleveren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat vrouwen op het platteland vaak onevenredig kwetsbaar zijn voor seksueel geweld tijdens oorlogen, invasie en conflicten als gevolg van isolement, beperkte toegang tot beschermingsdiensten en een zwakkere veiligheidsinfrastructuur;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat vrouwen in plattelandsgebieden vaak ondervertegenwoordigd zijn in besluitvormingsprocessen en bestuursorganen, zoals landbouwcoöperaties, vakbonden en gemeentebesturen<FOOTNOTE><FIELD> Institute for European Environmental Policy, What is the link between gender equality and agriculture sustainability?, september 2021.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat vrouwen in leidinggevende en besluitvormingsfuncties een cruciale rol als rolmodel vervullen voor de volgende generatie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat toegang tot betrouwbare, vergelijkbare gegevens, uitgesplitst naar geslacht en grondgebied, een essentiële voorwaarde is om een goed beeld te krijgen van de situatie van vrouwen in plattelandsgebieden en op basis daarvan doeltreffend overheidsbeleid te ontwikkelen, uit te voeren en te evalueren dat op adequate wijze tegemoetkomt aan de behoeften van vrouwen en bijdraagt aan het terugdringen van ongelijkheden, aangezien de volledige integratie van vrouwen in de landbouw en het economische leven bijdraagt aan de verwezenlijking van de EU-doelstellingen op het gebied van economische, sociale en territoriale cohesie, gendergelijkheid en duurzame ontwikkeling;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat zogeheten traditionele genderrollen en stereotypen nog steeds van invloed zijn op de taakverdeling thuis en in de samenleving; overwegende dat het moeilijk blijft om werk, met name ondernemerschap, te combineren met het gezinsleven en dat dit een grote uitdaging blijft, met name voor vrouwen; overwegende dat dit probleem vooral acuut is in plattelandsgebieden, berggebieden, eilanden en ultraperifere gebieden, waar de beschikbaarheid van openbare diensten, met name onderwijs, gezondheidszorg, mobiliteit en kinderopvang, beperkt is; overwegende dat dit gebrek aan infrastructuur en ondersteuningsmechanismen gelijke kansen ondermijnt, belemmeringen opwerpt voor vrouwen om hun zakelijk potentieel ten volle te ontplooien, de volledige deelname van vrouwen aan de arbeidsmarkt beperkt en de ongelijkheden tussen stedelijke en landelijke gebieden vergroot; overwegende dat vrouwen die op het platteland kleine bedrijven opzetten, de ontvolking van dorpen helpen tegengaan; overwegende dat vrouwelijk ondernemerschap moet worden bevorderd aan de hand van intersectionele en holistische maatregelen, waarbij hun gelijke deelname aan de arbeidsmarkt wordt gewaarborgd, de loonkloof tussen mannen en vrouwen wordt gedicht en gendergerelateerde discriminatie op de arbeidsmarkt wordt aangepakt, en, in bredere zin, genderstereotypen, intimidatie en discriminatie in de arbeidswereld en daarbuiten worden uitgebannen; overwegende dat de gebrekkige toegang tot sociale bescherming voor zelfstandige vrouwen en meewerkende echtgenoten, waaronder pensioenen, ziekteverlof en gezinsverlof, de loon- en pensioenkloof tussen mannen en vrouwen vergroten en ondernemerschap ontmoedigen; overwegende dat onbetaalde zorg- en huishoudelijke taken meestal worden uitgevoerd door vrouwen, hetgeen gevolgen heeft voor hun werkgelegenheid en de ontwikkeling van hun loopbaan en bijdraagt aan de loon- en pensioenkloof tussen mannen en vrouwen; overwegende dat de ongelijke verdeling en onderwaardering van zorg- en huishoudelijke taken, in combinatie met discriminatie en genderstereotypen, de beschikbare tijd en mobiliteit van vrouwen blijven beperken, evenals hun toegang tot sociale rechten en kansen in landelijke en afgelegen gebieden, wat leidt tot verloren ondernemingspotentieel en een slechtere balans tussen werk en privéleven;</P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat alle vormen van gendergerelateerd geweld, waaronder huiselijk, seksueel geweld, psychologisch, economisch en online misbruik en stalking, neerkomen op een schending van de mensenrechten, waaronder het recht op lichamelijke autonomie en integriteit en het recht om niet te worden gediscrimineerd; overwegende dat vrouwen en meisjes die in landelijke en afgelegen gebieden wonen, extra belemmeringen ondervinden bij de toegang tot de rechter en het verkrijgen van bescherming, ondersteuningsdiensten en seksuele en reproductieve gezondheidszorg wanneer zij te maken krijgen met gendergerelateerd geweld, als gevolg van factoren zoals geografisch isolement, gebrek aan infrastructuur, beperkte toegang tot gespecialiseerde diensten, de digitale kloof en sociale stigmatisering; overwegende dat deze belemmeringen vaak leiden tot onderrapportage, verhoogde kwetsbaarheid, gebrek aan toegang tot ondersteuningsdiensten en straffeloosheid voor daders; overwegende dat die factoren de volledige participatie van vrouwen in het sociale, economische en politieke leven op het platteland belemmeren door een gebrek aan vangnetten en gespecialiseerde diensten, in combinatie met de aanhoudende druk van traditionele rolpatronen van mannen en vrouwen, en de kwetsbaarheid van vrouwen vergroten, situaties van uitsluiting in stand houden en hun mogelijkheden om hun grondrechten uit te oefenen, beperken; overwegende dat het wegnemen van deze belemmeringen een essentiële voorwaarde is om gendergelijkheid te bevorderen, de sociale cohesie te versterken en plattelandsgebieden op harmonieuze wijze te ontwikkelen; overwegende dat jonge vrouwen in plattelandsgebieden vaker te maken hebben met geweld dan hun leeftijdsgenoten in de stad en dat volgens een studie van de Wereldgezondheidsorganisatie wereldwijd een op de drie vrouwen het slachtoffer is geworden van fysiek of seksueel geweld, waarbij jonge vrouwen in plattelandsgebieden onevenredig zwaar worden getroffen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>P.</NO.P>overwegende dat de arbeidsparticipatie van mannen en vrouwen in plattelandsgebieden nog steeds wordt gekenmerkt door een aanzienlijke kloof van ongeveer 13 % (tegenover 10 % in stedelijke gebieden); overwegende dat deze kloof in bepaalde lidstaten meer dan 20 procentpunten bedraagt; overwegende dat dergelijke verschillen op EU-niveau sinds 2012 relatief stabiel zijn gebleven; overwegende dat in meer dan de helft van de lidstaten de genderongelijkheid op het platteland groter is dan in de steden; overwegende dat veel vrouwen zich ook in een kwetsbaardere positie bevinden als gevolg van onzekere arbeidsomstandigheden, zoals seizoenswerk, of in andere gevallen doordat zij als meewerkende echtgenotes “onzichtbare”, onbetaalde taken vervullen op agrarisch familiebedrijven, wat vaak leidt tot een gebrek aan toegang tot sociale bescherming of zwangerschapsuitkeringen; overwegende dat vrouwen in plattelandsgebieden en achtergestelde gebieden meer geneigd zijn de stap te zetten naar ondernemerschap en zelfstandige arbeid dan vrouwen in stedelijke en economisch welvarende regio’s; overwegende dat het werken als zelfstandige kan bijdragen tot het creëren van werkgelegenheid en het terugdringen van de werkloosheid onder vrouwen, maar dat hiervoor adequate sociale bescherming moet worden ontwikkeld; overwegende dat in plattelandsgebieden het aandeel vrouwen dat een zelfstandig beroep uitoefent 38 % bedraagt; overwegende dat vrouwen oververtegenwoordigd zijn in onzekere vormen van zelfstandig ondernemerschap; overwegende dat vrouwen tegelijkertijd een belangrijke drijvende kracht zijn achter economische welvaart en sociale inclusie in plattelandsgebieden, met name door ondernemerschap, waarbij de bevordering van ondernemerschap een strategische prioriteit is voor de duurzame ontwikkeling van de EU;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Q.</NO.P>overwegende dat ondernemerschap kennis en vaardigheden vereist; overwegende dat vrouwen op het platteland meer belemmeringen ondervinden bij de toegang tot onderwijs dan mannen; overwegende dat in de EU het percentage plattelandsbewoners met ten minste digitale basisvaardigheden in 2019 14 % lager lag dan dat van stadsbewoners (48 % vs. 62 %); overwegende dat digitale inclusie een essentiële voorwaarde is om ervoor te zorgen dat vrouwen en meisjes toegang hebben tot hoogwaardig onderwijs en opleiding, en tot de arbeidsmarkt, bijvoorbeeld door diversificatie van landbouwactiviteiten, telewerken, innovatie en werkgelegenheidskansen, zowel op locatie als op afstand, en kunnen profiteren van de dynamiek van technologische en bedrijfsmatige innovatie; overwegende dat het van cruciaal belang is om vrouwen volledige toegang te bieden tot alle onderwijsniveaus, met inbegrip van maar niet beperkt tot wetenschap, technologie, engineering, kunst en wiskunde (STEAM) en financiële educatie, gezien het feit dat, zoals blijkt uit het rapport van Mario Draghi over de toekomst van het Europese concurrentievermogen, gepubliceerd in september 2024, er twee keer zoveel mannelijke als vrouwelijke afgestudeerden in wetenschap, technologie, engineering en wiskunde (STEM) zijn, ongelijkheden die nog verder worden versterkt in beroepskeuzes na de opleiding, waar bijna vier keer zoveel mannen als vrouwen werkzaam zijn in beroepen op het gebied van informatie- en communicatietechnologie (ICT), en onderwijs dus een sleutelrol kan spelen bij het dichten van genderkloven, het diversifiëren van beroepsvaardigheden en het versterken van het economische en sociale concurrentievermogen van plattelandsgebieden; overwegende dat de digitale integratie van vrouwen bijdraagt aan hun economische zelfstandigheid, de territoriale samenhang en de modernisering van de landbouwsector en het bedrijfsleven;</P></CONS><CONS><P><NO.P>R.</NO.P>overwegende dat onderwijs een essentieel instrument is om de economische onafhankelijkheid van vrouwen te bevorderen, de loonkloof tussen mannen en vrouwen te dichten en gendergerelateerde discriminatie op de arbeidsmarkt aan te pakken; overwegende dat er in de hele EU een dringende behoefte bestaat aan uitgebreid en op de leeftijd afgestemd onderwijs over seksualiteit en relaties, als essentieel middel om genderstereotypen te doorbreken en gelijkheid vanaf jonge leeftijd te bevorderen; overwegende dat vrouwen gemiddeld hoger opgeleid zijn dan mannen, maar nog altijd ondervertegenwoordigd zijn in STEAM-beroepen en deze sectoren vaak verlaten als gevolg van aanhoudende discriminatie en stereotypering; overwegende dat er behoefte is aan meer EU-investeringen in onderwijs, bijscholing en omscholingsprogramma’s om een gelijk speelveld te creëren op STEAM-gebied en ervoor te zorgen dat opkomende sectoren zoals artificiële intelligentie bestaande genderstereotypen niet overnemen; overwegende dat mentorschapprogramma’s, door vrouwen geleide bedrijfscentra en steun voor niet-gouvernementele organisaties die zich inzetten voor de empowerment van vrouwen op STEAM-gebieden, belangrijk zijn; overwegende dat gendermainstreaming van belang is op alle beleidsterreinen en in alle aspecten van de EU-begroting, met inbegrip van voldoende financiering voor voorlichtingscampagnes op EU-niveau over beschikbare programma’s en financieringsmogelijkheden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>S.</NO.P>overwegende dat het aantal vrouwen in de landbouw de laatste jaren langzaam is toegenomen; overwegende dat slechts 30 % van de landbouwbedrijven in de EU door vrouwen wordt beheerd en dat deze bedrijven meestal kleiner zijn dan de bedrijven die door mannen worden beheerd, dat de inkomens er lager liggen en er minder toegang is tot financiële steun; overwegende dat achter dit aantal aanzienlijke verschillen tussen de lidstaten schuilgaan wat de vertegenwoordiging van vrouwen in de landbouw betreft; overwegende dat vrouwen vaak de verantwoordelijkheid voor het beheer van het bedrijf delen met hun partner, zonder te profiteren van de status of sociale bescherming die aan dat werk verbonden is;</P></CONS><CONS><P><NO.P>T.</NO.P>overwegende dat vrouwen verhoudingsgewijs minder steun ontvangen uit beide pijlers van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) dan mannen, als het gaat om het leiden en beheren van landbouwbedrijven; overwegende dat dit te wijten is aan het feit dat vrouwen doorgaans kleinere landbouwbedrijven leiden, minder grond bezitten en minder toegang hebben tot formeel en gespecialiseerd onderwijs<FOOTNOTE><FIELD> Casares Guillen, B., ‘Women in Rural Development: Integrating a gender dimension into policies for rural areas in Europe’, European Evaluation Society, Rotterdam, 2021.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat vrouwen meer belemmeringen ondervinden dan mannen bij de toegang tot land, aangezien in plattelandsgebieden bedrijven over het algemeen nog steeds voornamelijk van vader op zoon worden overgedragen; overwegende dat vrouwen daarnaast minder gemakkelijk toegang krijgen tot bankleningen omdat ze gemiddeld kleinere landbouwbedrijven runnen en over het algemeen meer ecologische en gediversifieerde productiemodellen toepassen<FOOTNOTE><FIELD> Camille Tourtelier, Monica Gorman, Saoirse Tracy, ‘Influence of gender on the development of sustainable agriculture in France’, Journal of Rural Studies, 2023.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat hun bedrijven door deze kenmerken echter beter bestand zijn tegen klimaat- en marktschommelingen en dat het gemakkelijker is om die bedrijven over te dragen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>U.</NO.P>overwegende dat vrouwen met een handicap het moeilijker kunnen hebben om een eigen bedrijf te starten; overwegende dat ondernemerschap onder oudere vrouwen niet wordt bevorderd, terwijl zij een waardevol en onbenut potentieel voor economische groei vertegenwoordigen, met name in plattelandsgebieden waar de bevolking sneller vergrijst dan in stedelijke gebieden; overwegende dat de bevordering van ondernemerschap onder migrantenvrouwen grote kansen kan bieden voor hun integratie op de arbeidsmarkt en hun economische onafhankelijkheid en empowerment kan bevorderen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>V.</NO.P>overwegende dat de landbouw in plattelandsgebieden een cruciale rol speelt bij het behoud van natuurlijke hulpbronnen, het waarborgen van voedselzekerheid, het bevorderen van economische ontwikkeling en werkgelegenheid, en het ondersteunen van gemeenschappen; overwegende dat de actieve betrokkenheid van vrouwen in de hele voedselwaardeketen – van productie tot verwerking, distributie en innovatie – een sleutelfactor is voor het concurrentievermogen, de kwaliteit en de duurzaamheid van de sector;</P></CONS><CONS><P><NO.P>W.</NO.P>overwegende dat het aantal vrouwen dat eigenaar is van een landbouwbedrijf in de hele EU toeneemt, maar dat zij nog steeds een minderheid vormen; overwegende dat in 2020 slechts 31,6 % van de eigenaren van landbouwbedrijven in de EU vrouw was<FOOTNOTE><FIELD> Eurostat, “Farmers and the agricultural labour force – statistics”.</FIELD></FOOTNOTE>, en dat zij gemiddeld slechts 12 % van het gebruikte landbouwareaal beheerden; overwegende dat door vrouwen beheerde landbouwbedrijven doorgaans kleiner zijn dan die welke door mannen worden beheerd, met lagere inkomens en minder toegang tot financiële steun; overwegende dat deze statistieken aanzienlijke verschillen verbergen in de vertegenwoordiging van vrouwen in de landbouw tussen de lidstaten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>X.</NO.P>overwegende dat de meeste vrouwen die in de landbouwsector of agrovoedingsindustrie werken, een atypisch of deeltijdcontract hebben; overwegende dat slechts 12 % van alle landbouwbedrijven in de EU wordt beheerd door landbouwers jonger dan 40 jaar, en dat slechts 3 % daarvan jonge vrouwelijke landbouwers zijn;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Y.</NO.P>overwegende dat in plattelandsgebieden, waar lokale tradities en hechte gemeenschappen vaak de hoeksteen van de samenleving vormen, de verwerving van praktische, toekomstgerichte vaardigheden jongeren – met name meisjes – zal helpen zich te ontplooien en hun rijke erfgoed in ere te houden in het digitale tijdperk; overwegende dat de juridische erkenning en socialezekerheidssteun voor vrouwen die in de landbouw, traditionele ambachten en creatieve sectoren werken, bijdraagt tot lokale economische veerkracht en ontwikkeling, behoud van cultuur en generatievernieuwing; overwegende dat vrouwen in plattelandsgebieden vaak minder betaald krijgen dan mannen, en dat het waarborgen van gelijk loon voor gelijk werk van essentieel belang is om ondernemerschap aantrekkelijker te maken en zowel het opzetten van bedrijven als een duurzaam bestaan in plattelandsgebieden mogelijk te maken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Z.</NO.P>overwegende dat vrouwen op het platteland vaak een voortrekkersrol vervullen wat betreft de combinatie van lokaal erfgoed met ondernemerschap, van ambachtelijke conserven tot catering met verse landbouwproducten en innovatieve voedingsmiddelen, waardoor zij sterke en duurzame ondernemingen creëren die hun gemeenschappen voeden en de lokale eetcultuur voor toekomstige generaties in stand houden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AA.</NO.P>overwegende dat het Leader-programma, door lokale belanghebbenden te betrekken bij het opstellen en uitvoeren van strategieën, de besluitvorming en de toewijzing van middelen voor de ontwikkeling van hun plattelandsgebieden, een bijzonder doeltreffend instrument is gebleken om vrouwelijke leiders en ondernemers op het platteland te ondersteunen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AB.</NO.P>overwegende dat ondersteuning van de deelname van vrouwen aan digitaal en innovatief ondernemerschap de economische ontwikkeling en het concurrentievermogen versterkt, met name in ultraperifere gebieden en op eilanden, doordat wordt bijgedragen tot het verhelpen van belemmeringen die het gevolg zijn van geografisch isolement;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AC.</NO.P>overwegende dat de empowerment van vrouwen in de Europese landbouw en de plattelandseconomie niet alleen essentieel is met het oog op het bereiken van gendergelijkheid, maar ook met het oog op duurzame plattelandsontwikkeling, in overeenstemming met duurzameontwikkelingsdoelstelling 5 van de VN inzake gendergelijkheid;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AD.</NO.P>overwegende dat vrouwen op het platteland een cruciale rol spelen bij de instandhouding en verrijking van klassieke en traditionele kleding;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AE.</NO.P>overwegende dat vrouwen in de EU momenteel slechts 1 à 2 % van de durfkapitaalfinanciering ontvangen, wat de noodzaak onderstreept om gendergerichte financieringsinstrumenten te versterken en gelijke toegang tot investeringsmogelijkheden te waarborgen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AF.</NO.P>overwegende dat naar gender uitgesplitste gegevens en raadpleging van belanghebbenden essentieel zijn voor de ontwikkeling van beleid inzake ondernemerschap op het platteland dat doeltreffend tegemoetkomt aan de specifieke behoeften van vrouwen; overwegende dat de Commissie en de lidstaten, om de specifieke uitdagingen waarmee vrouwen in de landbouw worden geconfronteerd aan te pakken, beter rekening moeten houden met de gevolgen van het landbouwbeleid voor vrouwen;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Empowerment van vrouwelijke ondernemers</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>benadrukt dat vrouwelijke ondernemers, met inbegrip van die uit afgelegen en ultraperifere gebieden, belangrijke aanjagers zijn van innovatie, cohesie en concurrentievermogen in plattelands- en ultraperifere gebieden en op eilanden; dringt aan op betere toegang tot alle financiering, met name innovatiefinanciering, op maat gesneden steunprogramma’s voor kleine en middelgrote ondernemingen en kansen binnen de groene en digitale economieën, zodat vrouwelijke ondernemers ten volle kunnen deelnemen aan opkomende markten; pleit voor een betere toegang tot particuliere investeringen en het bevorderen van kansen op de vrije markt; benadrukt dat vrouwelijke ondernemers ten volle moeten kunnen profiteren van de strategische routekaart van de EU-kompas voor concurrentievermogen, die tot doel heeft de dynamiek van Europa te herstellen en de economische groei een impuls te geven door een gunstig klimaat te creëren voor jonge, innovatieve startups, door industrieel leiderschap te bevorderen in snelgroeiende sectoren die gebaseerd zijn op baanbrekende technologieën, en door de verspreiding van technologieën binnen gevestigde bedrijven en kmo’s aan te moedigen; dringt er in dat verband op aan dat het EU-beleid zich meer richt op een sectoroverschrijdende en geïntegreerde aanpak van de situatie en uitdagingen van de ultraperifere gebieden op alle Europese beleidsterreinen, waar dat passend is; benadrukt dat iedereen in Europa het recht en de kans moet hebben om een voldoening gevend bestaan op te bouwen in de eigen regio – zijnde het recht om te blijven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>wijst erop dat gendergelijkheid van fundamenteel belang is voor de verwezenlijking van de agenda voor economisch concurrentievermogen en welvaart van de EU, aangezien de volwaardige en gelijke deelname van vrouwen aan de arbeidsmarkt, het bedrijfsleven en het innovatiestelsel de productiviteit verhoogt en inclusieve en duurzame groei bevordert, hetgeen het mondiale concurrentievermogen van de EU in het algemeen versterkt; wijst erop dat het gebrek aan toegankelijke en betaalbare kinderopvang een van de belangrijkste belemmeringen blijft voor de volledige participatie van vrouwen in het ondernemerschap en op de arbeidsmarkt in plattelands- en afgelegen gebieden en op eilanden; verzoekt de lidstaten voorrang te geven aan investeringen in voor- en vroegschoolse educatie en opvang in programma’s die worden gefinancierd door het Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+) en het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO); dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan de ondersteuningsmechanismen voor vrouwelijk ondernemerschap in plattelandsgebieden te versterken, met name door de toegang tot kredieten, innovaties en passende financieringsinstrumenten te vergemakkelijken, teneinde de economische zelfstandigheid van vrouwen en de diversificatie van de landbouwactiviteiten te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>dringt aan op de ontwikkeling van programma’s die ervoor zorgen dat vrouwen toegang hebben tot onderwijs op gebieden als digitalisering, financiën en bedrijfsadministratie, onder meer door middel van door de markt gestuurde initiatieven en partnerschappen met de particuliere sector; dringt er tevens op aan om ondernemerschap en innovatie te bevorderen via gestructureerde mentorschapnetwerken en platforms voor intercollegiaal leren, met name op gebieden als digitalisering, financiën en administratie; benadrukt voorts het belang van voorlichtingscampagnes om de beschikbaarheid en de voordelen van deze netwerken en platforms onder de aandacht te brengen van vrouwelijke landbouwers, teneinde de participatie en empowerment van vrouwelijke werknemers in de landbouw te bevorderen; benadrukt de potentiële waarde van resultaatgerichte EU-steun om lokaal gestuurde initiatieven te helpen opzetten, zoals, maar niet beperkt tot, bedrijfsnetwerken die het ondernemerschap van vrouwen en de betrokkenheid van de gemeenschap in plattelandsgebieden versterken, en tegelijkertijd samenwerking met de particuliere sector stimuleert ten behoeve van alle plattelandsbewoners, waaronder vrouwen; merkt op dat het leiden van een bedrijf banen en inkomsten kan opleveren en daarmee toegevoegde waarde voor het bedrijfsleven en de samenleving als geheel; wijst op het succes van projecten die mentorschap en intercollegiaal leren onder vrouwelijke ondernemers bevorderen; verzoekt de Commissie voort te bouwen op dergelijke succesvolle initiatieven en ervan te leren bij het opzetten en uitbreiden van programma’s voor gestructureerd mentorschap en intercollegiaal leren in de hele EU, om ervoor te zorgen dat vrouwelijke ondernemers ten volle kunnen profiteren van kennisuitwisseling en ondersteunende structuren; benadrukt hoe belangrijk het is om al in een vroeg stadium van het onderwijs maatregelen te nemen om genderstereotypen aan te pakken die de toegang van vrouwen tot bepaalde economische sectoren en leidinggevende functies nog steeds beperken, teneinde gelijke kansen te waarborgen en de bijdrage van vrouwen aan de economische en sociale dynamiek van plattelandsgebieden, eilanden, berggebieden en ultraperifere gebieden te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>benadrukt het belang van gelijke ondersteuning voor vrouwelijk ondernemerschap door middel van gerichte steun en middelen, of het nu gaat om STEAM, ICT, de sociale economie, vervoersdiensten, ambachtelijke bedrijven, zorgbedrijven of andere bedrijven; benadrukt het belang van het ondersteunen van jonge vrouwen op het platteland die een beroep kiezen in sectoren die van oudsher door mannen worden gedomineerd, waarbij hun groeiende succes en de toenemende openheid van veel bedrijven voor het talent en de innovatiekracht van vrouwen worden erkend, en tegelijkertijd een inclusieve en ondersteunende bedrijfscultuur verder wordt bevorderd; verzoekt de Commissie en de lidstaten mentorschap- en opleidingsprogramma’s voor vrouwelijke ondernemers te bevorderen, met bijzondere aandacht voor moeders die na hun moederschaps- of ouderschapsverlof terugkeren naar de arbeidsmarkt en voor ouders van jonge kinderen in plattelandsgebieden, zodat het voor hen mogelijk wordt deel te nemen aan deze programma’s en tegelijkertijd hun zorgtaken te vervullen, teneinde de onevenredige lasten voor vrouwen te verminderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>spoort de Commissie en de lidstaten aan om programma’s te ontwikkelen ter ondersteuning van door vrouwen geleide ondernemingen, waaronder opleidingen op het gebied van ondernemerschap en management, lokale bedrijfsnetwerken en sectorale kennisuitwisseling in belangrijke industrieën, met bijzondere aandacht voor plattelands- en ultraperifere gebieden en eilanden; pleit voor betere opleiding over de regels van de EU-interne markt, het gebruik van onlineplatforms voor elektronische handel en deelname aan internationale handelsbeurzen; wijst erop dat het concurrentievermogen, de veerkracht en de toegevoegde waarde van plattelandseconomieën toenemen als vrouwelijke ondernemers eenvoudiger toegang krijgen tot exportmarkten; merkt op dat vrouwen op het platteland, door de toegang tot betaalbaar internet uit te breiden, opleidingsprogramma’s op maat aan te bieden die voortbouwen op de sterke punten van vrouwen en beleid te bevorderen dat gelijke participatie stimuleert, steeds beter in staat zijn om obstakels te overwinnen en een actieve, leidende rol te spelen in de digitale economie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>moedigt de oprichting aan van netwerken van vrouwencoöperaties en -verenigingen in de agrovoedingsindustrie die duurzame, circulaire en lokale bedrijfsmodellen met toegevoegde waarde bevorderen, met bijzondere aandacht voor biologische landbouw, ambachtelijke verwerking en rechtstreekse verkoop;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>is ingenomen met het voornemen van de Commissie om een platform voor vrouwen in de landbouw op te richten als forum voor discussie en uitwisseling van goede praktijken, teneinde de participatie te versterken en gelijke kansen in de agrovoedingsindustrie te bevorderen; verzoekt de Commissie jaarlijks verslag uit te brengen aan het Parlement over de activiteiten en resultaten van het platform; verzoekt de Commissie voorts erop toe te zien dat bij de voorbereiding en ontwikkeling van toekomstige beleidsinitiatieven op het gebied van landbouw en plattelandsontwikkeling naar behoren rekening wordt gehouden met de werkzaamheden van dit platform;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>dringt er bij de lidstaten op aan succesverhalen van vrouwelijke ondernemers in plattelands- en ultraperifere gebieden te promoten door middel van voorlichtingscampagnes in traditionele en sociale media, om de zichtbaarheid, het vertrouwen, en de betrokkenheid van de gemeenschap te vergroten; wijst in dit verband op het belang van het bevorderen van financiële geletterdheid, met name gericht op vrouwen, aangezien er een genderkloof bestaat op het gebied van financiële kennis – in de EU scoorden mannen gemiddeld 18 procentpunten hoger dan vrouwen in een door de Europese Commissie uitgevoerd onderzoek naar financiële kennis<FOOTNOTE><FIELD> Europese Commissie, “Monitoring the level of financial literacy in the EU”, Flash Eurobarometer 525, 2023.</FIELD></FOOTNOTE>; pleit voor maatregelen om vrouwen in hun gemeenschappen te betrekken bij lokale initiatieven en bottom-upbenaderingen en onder meer, netwerken te bevorderen die de participatie van vrouwen ondersteunen; roept op tot gerichte campagnes die een modern beeld van vrouwen in de landbouw schetsen teneinde jonge vrouwen aan te trekken voor ondernemersactiviteiten in de landbouwsector;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>verzoekt de Commissie, de lidstaten en het Europees Instituut voor gendergelijkheid om, in samenwerking met de sociale partners, de belangrijkste belemmeringen voor de arbeidsparticipatie en het ondernemerschap van vrouwen te blijven analyseren, ook in ultraperifere en afgelegen gebieden en op eilanden, en maatregelen voor te stellen om die belemmeringen weg te nemen; verzoekt de Commissie en de lidstaten door vrouwen geleide ondernemingen te ondersteunen door juridisch en technisch advies te verstrekken, beste praktijken uit te wisselen, vrouwelijke ondernemers te helpen hun isolement in plattelandsgebieden te doorbreken en hun concurrentievermogen te versterken, en door het aandeel van vrouwelijke ondernemers en zelfstandige vrouwen in plattelandsgebieden binnen de EU te vergroten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>verzoekt de lidstaten voort te bouwen op de analyses en bevindingen van het EIGE inzake vrouwelijk ondernemerschap en zelfstandig ondernemerschap in alle lidstaten, en daarbij te zorgen voor een hoogwaardige, vergelijkbare gegevensverzameling en samenhangende maatstaven voor toegang tot financiering, overlevingspercentages van bedrijven, groei, sectorale vertegenwoordiging en innovatie, om vergelijkende jaarlijkse scorekaarten op EU- en nationaal niveau te publiceren om de voortgang te monitoren, achterblijvende regio’s (met inbegrip van afgelegen, ultraperifere en plattelandsgebieden en eilanden) te identificeren en transparantie te bevorderen, door het EIGE gedocumenteerde goede praktijken en zakelijke succesverhalen – zoals mentorschapnetwerken, inclusieve investeringsprogramma’s, bedrijfscentra voor vrouwen en intercollegiale netwerken – vast te stellen en op te schalen en in plattelandsgebieden te verspreiden, gerichte financiële instrumenten, garantieregelingen en initiatieven voor capaciteitsopbouw voor te stellen op basis van door EIGE vastgestelde belemmeringen (bijvoorbeeld netwerktekorten, vooringenomenheid bij financieringsbeslissingen, een gebrek aan rolmodellen) om tekortkomingen in de uitvoering te verhelpen, en nationale en regionale overheden technische ondersteuning en capaciteitsopbouw te bieden voor de integratie van gendermainstreaming in ondernemerschapsprogramma’s, waarbij wordt gezorgd voor afstemming op de EIGE-methodologie, de beste praktijken en het kader van de gendergelijkheidsindex; verzoekt de Commissie en de lidstaten naar gender uitgesplitste gegevens te verzamelen om te zorgen voor het alomvattend overzicht van de sociaal-economische positie van vrouwen op het platteland en rekening te houden met de genderdimensie bij het ontwerpen, uitvoeren en evalueren van beleid en programma’s op het gebied van plattelandsontwikkeling; benadrukt het belang van effectbeoordelingen bij het opstellen van dergelijke voorstellen om de doelstellingen inzake gendermainstreaming in plattelandsgebieden te helpen verwezenlijken; ; dringt aan op de opneming van naar gender uitgesplitste gegevens in de evaluaties van EU-programma’s om ervoor te zorgen dat overheidsinvesteringen vrouwelijk ondernemerschap doeltreffend ondersteunen en bijdragen tot het dichten van de genderkloof wat betreft de toegang tot financiering en economische kansen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>steunt de strategie van de Commissie voor de spaar- en investeringsunie en de oprichting en uitbreiding van inclusieve financieringsinstrumenten, met inbegrip van een EU-investeringsspaarrekening met een keurmerk om de toegang tot financiering voor door vrouwen geleide EU-ondernemingen te vergroten en te vergemakkelijken, en merkt op dat de strategie gendermainstreaming moet omvatten; is in dit verband ingenomen met de lancering van “Finance Europe”, een keurmerk voor langlopende investerings- en spaarproducten in de EU waarbij 70 % van het vermogen in Europese ondernemingen wordt belegd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>verzoekt de Commissie een “fonds voor vrouwelijke oprichters” in te stellen om gerichte financiële steun en investeringsmogelijkheden te bieden aan door vrouwen geleide bedrijven; benadrukt dat een dergelijk fonds de capaciteit van het EIF zou vergroten om private-equity- en durfkapitaalfondsen te ondersteunen en tegelijkertijd zou bijdragen aan het dichten van de financieringskloof tussen mannen en vrouwen en aan het vergroten van concurrentievermogen in de hele EU; dringt aan op maatregelen, in overeenstemming met de richtlijn vrouwelijke bestuurders<FOOTNOTE><FIELD> Richtlijn (EU) 2022/2381 van het Europees Parlement en de Raad van 23 november 2022 inzake het verbeteren van het genderevenwicht bij bestuurders van beursgenoteerde ondernemingen en daarmee samenhangende maatregelen (PB L 315 van 7.12.2022, blz. 44, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2022/2381/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, om gendervooroordelen bij de toegang tot financiering aan te pakken, waaronder een Europees netwerk van investeerders die zich bewust zijn van de belangrijke behoefte aan genderevenwicht, en specifieke instrumenten en doelstellingen (bv. microfinanciering, garanties en aandelen) die zijn afgestemd op door vrouwen geleide kmo’s op het platteland;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>vestigt de aandacht op de wijze waarop vrouwelijke ondernemers op het platteland lokale ideeën kunnen omzetten in grensoverschrijdende succesverhalen binnen de EU; is verheugd over de opmars van moderne digitale hulpmiddelen en het vrije verkeer en de vrije handel binnen de EU, waardoor door vrouwen geleide plattelandsbedrijven gemakkelijker toegang krijgen tot nieuwe markten, grensoverschrijdend kunnen samenwerken en hun authentieke, lokaal vervaardigde producten en diensten kunnen aanbieden aan klanten in heel Europa; merkt op dat sommige lokale ondernemingen onbenut Europees potentieel hebben, maar dat sommige lidstaten in geografisch opzicht niet in staat zijn aan deze grensoverschrijdende economische activiteit deel te nemen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>erkent het groeiende momentum en de grote bereidheid om te investeren in digitale infrastructuur, de ontwikkeling van vaardigheden en inclusieve digitale beleidskaders, waarbij interessante mogelijkheden worden gecreëerd om de positie van vrouwen op het platteland te versterken en ervoor te zorgen dat zij ten volle profiteren van de digitale transitie; wijst op het belang van en dringt aan op gerichte investeringen in digitale infrastructuur, mogelijkheden voor bij- en omscholing, de ontwikkeling van vaardigheden en inclusieve kaders voor digitaal beleid die ervoor zorgen dat vrouwen op het platteland, op eilanden en in ultraperifere gebieden ten volle kunnen deelnemen aan de digitale transitie; verzoekt de Commissie de administratieve lasten te verminderen; wijst erop dat gendergelijkheid essentieel is voor een succesvolle digitale transitie, aangezien de volwaardige participatie van vrouwen in digitale sectoren bevorderlijk is voor innovatie en economische veerkracht; verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat gendergelijkheid wordt geïntegreerd in de doelstellingen van alle digitale beleidsmaatregelen en vaardigheidsprogramma’s, teneinde te waarborgen dat vrouwen in gelijke mate de kansen in de zich ontwikkelende digitale economie kunnen benutten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>verzoekt de lidstaten ervoor te zorgen dat de nationale onderwijsstelsels, met inbegrip van het beroepsonderwijs en het hoger onderwijs en de stelsels ten behoeve van plattelands- en afgelegen gebieden, ruime toegang bieden tot digitale vaardigheden en STEM-onderwijs, op een manier die zowel meisjes als jongens in staat stelt hun potentieel ten volle te benutten; benadrukt de noodzaak om keuzes voor een loopbaan als ondernemer te bevorderen, op een niet-stereotiepe manier, en om gendergelijkheid en financieel onderwijs op te nemen in de onderwijsprogramma’s van de scholen; benadrukt het belang van mentorschapprogramma’s, vrouwelijke rolmodellen en partnerschappen tussen scholen, universiteiten, bedrijven en maatschappelijke organisaties om meisjes te inspireren te kiezen voor een loopbaan in het STEM-domein; dringt aan op de opneming van gendergelijkheidsdoelstellingen in het actieplan voor digitaal onderwijs en op gerichte EU- en nationale financiering ter ondersteuning van vrouwen en meisjes in opkomende digitale sectoren zoals AI, datawetenschap en schone technologieën;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>dringt aan op gerichte maatregelen om de toegang van vrouwen tot bij- en omscholingsmogelijkheden, alsook informatie over ondernemerschapsopleidingen, door de EU gefinancierde programma’s en bedrijfsfinancieringsregelingen in plattelands- en ultraperifere gebieden en op eilanden te verbeteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>dringt aan op programma’s ter bevordering van innovatie in plattelandsgebieden waarin expliciet maatregelen worden opgenomen die gericht zijn op vrouwen als doelgroep, bijvoorbeeld door middel van laagdrempelige informatiediensten, innovatieworkshops specifiek voor vrouwen en actieve voorlichting van vrouwelijke bedrijfsleiders in de landbouw;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>spoort de lidstaten aan de traditionele vaardigheden van vrouwen op het platteland, zoals kledingproductie en mandenvlechten, te erkennen en te ondersteunen als essentiële culturele troeven die het erfgoed in stand houden en economische kansen creëren, met name gezien de sleutelrol van vrouwen in het agrotoerisme, de ambachtelijke industrie, de ambachtelijke voedselproductie, rechtstreekse afzet en regionale waardeketens; pleit voor investeringen in beroepsopleidingsprogramma’s die zijn afgestemd op vrouwen en meisjes op het platteland, zodat zij een duurzaam inkomen kunnen genereren en hun gezin kunnen onderhouden; benadrukt voorts hoe vrouwen kunnen helpen de digitale kloof te dichten en hun enorme potentieel als innovatoren, ondernemers en gemeenschapsleiders te benutten, om de weg vrij te maken voor meer inclusieve, levendige en veerkrachtige samenlevingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>benadrukt dat wanneer durfkapitaal een door een vrouw geleid bedrijf op het platteland ondersteunt met als doel de volledige inclusie en empowerment van vrouwen in al hun diversiteit te waarborgen, dit een krachtig signaal van vertrouwen afgeeft, het zelfvertrouwen van de ondernemer versterkt en haar meer zichtbaarheid geeft binnen het zakelijke ecosysteem; wijst voorts op het potentieel van business angels die nog eerder kunnen instappen en startkapitaal kunnen verstrekken om ondernemers op weg te helpen; merkt op dat business angels bereid zijn om nieuwe of onbewezen ideeën een kans te geven, vooral wanneer zij potentieel zien in de visie en toewijding van de oprichter; benadrukt dat dergelijke steun essentieel is in plattelandsgebieden, waar bedrijven mogelijk niet voldoen aan de traditionele financieringscriteria; herinnert eraan dat grootschalig durfkapitaal vooral in steden wordt geïnvesteerd, waar durfkapitalisten vaak gevestigd zijn, terwijl business angels vaak meer lokaal betrokken zijn en een persoonlijk belang hebben bij het ondersteunen van plattelandsgemeenschappen en de empowerment van vrouwen als aanjager van lokale economische vernieuwing;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>dringt aan op gerichte maatregelen om de toegang van vrouwen, met name vrouwen die in de landbouw willen gaan werken of een onderneming willen starten, tot grond, financiering, onderwijs en opleiding, met inbegrip van flexibele opties, te verbeteren; benadrukt de noodzaak om structurele en institutionele belemmeringen aan te pakken, waaronder moeilijkheden bij het verkrijgen van een wettelijke status voor landbouwbedrijven, belasting- en socialezekerheidsregels die ongunstig uitpakken voor vrouwen van landbouwers, en administratieve belemmeringen met betrekking tot het eigendom van landbouwbedrijven die nadelig zijn voor vrouwen; benadrukt dat vrouwen die een ondernemingsactiviteit willen nastreven, moeten worden aangemoedigd om die stap te zetten, aangezien het leiden van een bedrijf banen en inkomsten kan creëren en bijgevolg meerwaarde voor de samenleving; verzoekt landbouwcoöperaties en producentenorganisaties die GLB-financiering ontvangen, om geleidelijk benchmarks voor genderevenwicht in hun bestuursorganen in te voeren, zodat vrouwen gelijke toegang krijgen tot besluitvormingsstructuren; wijst erop dat deze participatie het concurrentievermogen van ondernemingen in plattelandsgebieden zal versterken door het innovatieve potentieel en de managementvaardigheden van vrouwen te benutten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>benadrukt dat vrouwen in kwetsbare situaties, zoals migrerende werknemers, met name migrerende werknemers in de landbouw, vrouwen met een handicap, vrouwen met een lange geschiedenis van werkloosheid en oudere vrouwen, specifiek moeten worden bereikt met programma’s die de toegang van vrouwen tot ondernemerschap en zelfstandig ondernemerschap in plattelandsgebieden ondersteunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten het ondernemerschap van vrouwen te bevorderen, onder meer door middel van specifieke netwerken voor bedrijfsopvolging en mentorschap, en financieringsprogramma’s of ondersteunende maatregelen – waaronder éénloketbegeleiding – zodanig op te zetten dat kleinere bedrijven en belanghebbenden hiervoor in aanmerking komen en dat de administratieve lasten in verhouding blijven tot de omvang van het bedrijf, aangezien bedrijven en landbouwbedrijven van vrouwen gemiddeld kleiner zijn dan die van mannen; verzoekt de Commissie en de lidstaten ervoor te zorgen dat ook particulieren en kleinere organisaties inzicht krijgen in de financieringsmogelijkheden en hier gebruik van kunnen maken, en daarbij ondersteuning krijgen; verzoekt de Commissie specifieke maatregelen voor te stellen ter ondersteuning van jonge vrouwelijke landbouwers en ondernemers in de agrovoedingsindustrie, waaronder financiële stimulansen en initiatieven om belemmeringen voor toegang tot land en bedrijfsopvolging aan te pakken; benadrukt dat generatievernieuwing essentieel is voor het behoud en de ontwikkeling van landbouwactiviteiten, die zowel voedselzekerheid als levendige plattelandsgemeenschappen waarborgen; verzoekt de Commissie met name om in het kader van het GLB specifieke maatregelen voor te stellen die gericht zijn op jonge vrouwelijke landbouwers;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>moedigt de lidstaten en regionale en lokale overheden aan om gebruik te maken van structuur- en investeringsfondsen van de EU om vrouwelijke ondernemers en zelfstandigen tot doelgroep te maken en vrouwelijk (zelfstandig) ondernemerschap te bevorderen; wijst op de noodzaak van bewustmakings- en voorlichtingscampagnes over de huidige en toekomstige financieringsmogelijkheden van de EU voor vrouwelijke ondernemers in plattelandsgebieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>pleit voor de invoering van een versnelde procedure voor toegang tot financiering en overheidsopdrachten voor micro- en kleine ondernemingen die worden geleid door vrouwen in plattelandsgebieden; wijst erop dat een dergelijk mechanisme moet leiden tot een vermindering van de administratieve lasten en tot een vereenvoudiging van de procedures en moet voorzien in voorschotten voor het opstarten van de bedrijfsactiviteiten; benadrukt de belangrijke rol van microkredieten bij het verbeteren van de financiële inclusie van vrouwen door optimaal gebruik te maken van markt- en maatschappelijke kansen voor toegang tot de financiële markten; is ingenomen met publieke en particuliere fondsen die gendergelijkheids-, diversiteits- en inclusiebeleid ten uitvoer leggen; is ingenomen met voorbeelden waarbij particuliere fondsen zich ertoe hebben verbonden de gendervertegenwoordiging te meten en bij te houden en jaarlijks en in het openbaar verslag uit te brengen over hun bevindingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>verzoekt de Commissie binnen relevante programma’s voldoende financiering te reserveren voor steun aan door vrouwen geleide ondernemingen in landelijke en afgelegen gebieden, met name in innovatieve sectoren en de toeristische sector, waar mogelijk door middel van passende maatregelen in het kader van die programma’s; verzoekt de Commissie en de lidstaten de onevenredige ondervertegenwoordiging van personen met een handicap, met name vrouwen, op de arbeidsmarkt aan te pakken met specifieke maatregelen, waaronder passende stimulansen en ondersteuningsmaatregelen voor werkgevers en ondernemingen die personen met een handicap in dienst nemen, rekening houdend met de capaciteit van micro- en kleine ondernemingen; wijst op de noodzaak om de werkgelegenheid van vrouwen met een handicap ook binnen kmo’s en via zelfstandig ondernemerschap te bevorderen door middel van gerichte stimuleringsmaatregelen, en streefcijfers voor personen met een handicap op de werkplek en opleidingstrajecten die zijn afgestemd op de behoeften van personen met een handicap;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten ervoor te zorgen dat vrouwelijk ondernemerschap in plattelands- en ultraperifere gebieden en op eilanden adequaat wordt ondersteund in het meerjarig financieel kader (MFK) voor de periode na 2027, met inbegrip van financiering via relevante programma’s zoals het GLB, met inbegrip van Posei, Horizon Europa, het Leader-programma en Digitaal Europa; onderstreept dat het belangrijk is de toegang tot EU-financiering voor door vrouwen geleide plattelandsbedrijven, coöperaties en gemeenschapsprojecten te vergemakkelijken; dringt er bovendien op aan dat gendermainstreaming op alle beleidsterreinen en in alle begrotingen wordt toegepast, aangezien het EU-beleid hierdoor daadwerkelijk ten dienste zou kunnen staan van alle vrouwen, en met name vrouwelijke ondernemers; wijst nogmaals op de noodzaak van een alomvattende EU-strategie voor vrouwelijk ondernemerschap in plattelands- en ultraperifere gebieden en op eilanden en dringt erop aan dat specifieke financiële middelen en financieringsmechanismen uitdrukkelijk aan deze strategie worden toegewezen; verzoekt voorts de Commissie om de begroting voor het Leader-programma te handhaven of te verhogen; verzoekt de Commissie en de lidstaten het Leader-programma te versterken door de administratieve lasten voor de lokale autoriteiten te verlichten, de toegang ertoe te vereenvoudigen, de lokale inbreng in door de gemeenschap geleide ontwikkelingsprojecten te bevorderen en de deelname van vrouwen aan plaatselijke actiegroepen aan te moedigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>betreurt de ontoereikende toegang van vrouwelijke ondernemers in plattelandsgebieden tot kinderopvang en zorgdiensten; pleit voor investeringen in zorginfrastructuur en de bevordering van gezinsvriendelijk beleid voor gezinnen in al hun diversiteit om het evenwicht tussen werk en privéleven voor vrouwelijke ondernemers te ondersteunen; spoort de lidstaten en de regio’s aan om specifiek beleid voor de ultraperifere gebieden te ontwikkelen, overeenkomstig artikel 349 VWEU, rekening houdend met het isolement, de vergrijzing van de bevolking en de schaarse dienstverlening, en te zorgen voor maatregelen die zijn afgestemd op de situatie van vrouwen in deze gebieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>wijst op het belang van vereenvoudiging voor het concurrentievermogen; verzoekt de Commissie en de lidstaten de administratieve en rapportagevereisten te vereenvoudigen, onder meer door gebruik te maken van éénloketbegeleiding, zodat kleine door vrouwen geleide bedrijven, coöperaties en gemeenschapsinitiatieven zonder onevenredige lasten toegang kunnen krijgen tot financiering, en gerichte toegang te bieden tot financiële steun via EU-financieringsprogramma’s ter bevordering van vrouwelijk ondernemerschap, met inbegrip van specifieke netwerken voor bedrijfsopvolging en mentorschap;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Gendermainstreaming</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>verzoekt de lidstaten te zorgen voor alomvattend, op de leeftijd afgestemd onderwijs, waarin digitale vaardigheden en vakken zijn opgenomen, ook ten behoeve van plattelands- en afgelegen gebieden, en te zorgen voor goede toegang tot digitale vaardigheden en STEAM-onderwijs, op een genderbewuste manier die stereotypen bestrijdt en meisjes in staat stelt hun potentieel ten volle te benutten; verzoekt de Commissie te zorgen voor alomvattend en op de leeftijd afgestemd onderwijs voor jongens en meisjes over seksualiteit en relaties dat genderstereotypen ter discussie stelt en voorlichting biedt over instemming en rechten, waarbij inclusief onderwijs op basis van wederzijds respect en non-discriminatie wordt gewaarborgd, en tegelijkertijd de volledige empowerment van jonge vrouwen te bevorderen zodat zij op voet van gelijkheid kunnen deelnemen aan de samenleving en de arbeidsmarkt, aangezien economische empowerment van cruciaal belang is voor het bevorderen van een concurrerender en veerkrachtiger economie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten te zorgen voor de systematische verzameling, analyse en verspreiding van betrouwbare, actuele statistische gegevens die zijn uitgesplitst naar gender, leeftijd, gebied en sector, als basis voor empirisch onderbouwd overheidsbeleid, in nauwe samenwerking met Eurostat, de nationale bureaus voor de statistiek en regionale waarnemingsposten; benadrukt het belang van effectbeoordelingen van het ontwerp van dergelijke voorstellen om bij te dragen aan de verwezenlijking van de gendermainstreamingdoelstellingen in plattelandsgebieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>benadrukt het transformatieve potentieel van AI, onlineplatforms en telewerkinstrumenten om de deelname van vrouwen in plattelandsgebieden aan de economie te vergemakkelijken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>dringt er bij de lidstaten op aan te voorzien in genderbewuste opleidingen, noodhulpdiensten en infrastructuur om de gevolgen van crises voor plattelands-, afgelegen en ultraperifere gemeenschappen te beperken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat in haar respons op crises kits voor menstruatiehygiëne standaard worden opgenomen in al haar noodhulp;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>herinnert eraan dat de Europese Rekenkamer in haar Speciaal verslag 10/2021 inzake gendermainstreaming in de EU-begroting heeft vastgesteld dat de Commissie gendermainstreaming niet voldoende had toegepast en onvoldoende gebruik had gemaakt van naar geslacht uitgesplitste gegevens en indicatoren; wijst er met name op dat de Europese Rekenkamer betreurde dat het systeem van rechtstreekse betalingen in het kader van het GLB “geen ruimte laat voor positieve actie met betrekking tot vrouwen” en dat er “duidelijk behoefte is aan een genderanalyse van de inkomenssteun die via rechtstreekse betalingen aan landbouwers wordt betaald, met inbegrip van inkomensverdeling en de relatie daarvan met landbezit, subsidiabele grond en ontvangers van betalingen”; merkt op dat, aangezien vrouwen gemiddeld kleinere landbouwbedrijven hebben dan mannen, een op oppervlakte gebaseerd systeem van rechtstreekse betalingen onvermijdelijk nadelig is voor vrouwelijke landbouwers; is ernstig bezorgd over het feit dat er op dit punt vrijwel geen vooruitgang te bespeuren valt, noch in het huidige GLB, noch in het op 16 juli 2025 gepubliceerde ontwerp;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten voorlichtingscampagnes en capaciteitsopbouwprogramma’s te bevorderen met betrekking tot de sociale en arbeidsrechten van vrouwen, met name in plattelands- en afgelegen gebieden, met inbegrip van het recht op sociale bescherming, moederschap, gezondheid, en veiligheid op het werk, teneinde hun volledige en geïnformeerde deelname aan het economische en sociale leven te versterken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Traditionele cultuur en ambachten </STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>prijst gemeenschappen die het lokale erfgoed en de lokale tradities in stand houden en die initiatieven ondersteunen en omarmen ter bevordering van door vrouwen geleide lokale landbouw, evenals het behoud en de promotie van traditionele ambachten, die vaak worden ontwikkeld en in stand gehouden door lokale vrouwenverenigingen, waaronder organisaties van plattelandsvrouwen, culturele groepen, monumenten en musea; erkent dat deze activiteiten een essentiële bijdrage leveren aan economische diversificatie, het behoud van cultureel en immaterieel erfgoed, de versterking van duurzaam toerisme en dat zij de culturele erkenning binnen de lokale gemeenschap bevorderen, een aspect van de plattelandseconomie dat vaak over het hoofd wordt gezien en ondergewaardeerd wordt; wijst er voorts op dat de actieve betrokkenheid van vrouwen bij deze praktijken de sociale cohesie, de territoriale identiteit en de aantrekkelijkheid van plattelandsgebieden versterkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>benadrukt de onmisbare rol van georganiseerde verenigingen van vrouwelijke landbouwers en vrouwen op het platteland voor de sociale en culturele ontwikkeling en het ondernemerschap in plattelandsgebieden; roept op om deze organisaties structureel te versterken en te betrekken bij de uitvoering van maatregelen voor gendergelijkheid, met name bij het aanbieden van opleidingen en mentorschapprogramma’s, gezondheidszorg en advies voor startende ondernemers;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>wijst op het enorme potentieel van traditionele ambachten en lokale circulaire economieën, met name voor vrouwen in een kwetsbare positie, onder wie oudere vrouwen, vrouwen met een handicap, migrantenvrouwen en vrouwen die in armoede leven; verzoekt de Commissie en de lidstaten intergenerationeel en multicultureel ondernemerschap en ambachtelijke waardeketens te ondersteunen door middel van acties op het gebied van opleiding, financiering en zichtbaarheid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>benadrukt dat veel door vrouwen geleide bedrijven in plattelandsgebieden kleinschalig zijn en vaak gebaseerd zijn op meerdere activiteiten en op de multifunctionaliteit van de landbouw, bijvoorbeeld door landbouw te combineren met toerisme, ambachten of sociale diensten; dringt aan op ondersteuningsprogramma’s die expliciet rekening houden met deze combinaties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>benadrukt dat vrouwen door hun betrokkenheid bij het ambachtelijk vervaardigen van traditionele kleding, bij het borduren en weven en dankzij hun kennis van lokale materialen en patronen die van generatie op generatie wordt doorgegeven, helpen het cultureel erfgoed in stand te houden en tegelijkertijd hun eigen creativiteit en innovatie inbrengen; erkent dat de vrouwen met hun bijdrage niet alleen technieken in stand houden, maar ook nieuwe generaties inspireren om authenticiteit, kwaliteit en identiteit in de mode voor vrouwen in al hun diversiteit op waarde te schatten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>moedigt de bevordering van programma’s voor een leven lang leren aan die gericht zijn op vrouwen in plattelandsgebieden, en die zorgen voor doorlopende mogelijkheden om de kennis bij te schaven en nieuwe vaardigheden te verwerven; wijst op het belang van formele erkenning van eerdere leerervaringen teneinde buiten het formele onderwijs opgedane ervaring op waarde te schatten en de integratie en re-integratie op de arbeidsmarkt te vergemakkelijken; bepleit tevens specifieke initiatieven voor digitale inclusie van oudere vrouwen in afgelegen, ultraperifere en plattelandsgebieden, met als doel de digitale kloof tussen generaties en tussen regio’s te verkleinen en tegelijkertijd hun autonomie, deelname aan het sociale leven en volwaardige betrokkenheid bij de digitale transitie te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>wijst op de lokale burgerinitiatieven om eeuwenoude landbouwmethoden en ambachtelijke vaardigheden in stand te houden en om cultureel erfgoed levend te houden, waarbij dikwijls hulde wordt gebracht aan de verdiensten van vrouwen en meisjes voor de gemeenschap en de mensheid in het algemeen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>wijst erop dat mogelijkheden voor een leven lang leren in plattelandsgebieden moeten worden bevorderd teneinde een goede geestelijke gezondheid onder oudere vrouwen in plattelandsgebieden te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>pleit voor meer zichtbare voorbeelden die de talenten en toewijding van vrouwelijke ambachtslieden en landbouwers in de schijnwerpers zetten, aangezien deze gemeenschappen unieke attracties creëren die toeristen aantrekken en zo duurzame economische kansen en tastbaar landelijk cultureel erfgoed creëren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>dringt aan op meer steun voor het in stand houden van eeuwenoude ambachtelijke tradities zoals weven, borduren, pottenbakken, ambachtelijke voedselproductie en voedselverwerking op de boerderij, evenals lokale waardeketens en agrotoerisme, zoals wordt gestimuleerd door tal van door vrouwen geleide verenigingen op het platteland; erkent de belangrijke rol van verenigingen van vrouwen op het platteland bij de instandhouding van cultureel erfgoed en de bevordering van sociale cohesie, en wijst op succesvolle Ierse voorbeelden zoals de Irish Countrywomen’s Association en lokale vrouwenverenigingen bij het bevorderen van vaardigheden, maatschappelijke betrokkenheid en economische kansen voor vrouwen op het platteland; verzoekt de Commissie dergelijke initiatieven overal in de EU te ondersteunen en te erkennen als instrument om de plattelandseconomieën te versterken, traditionele ambachten in stand te houden en de positie van vrouwen op het platteland te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>steunt de oprichting van een specifiek thematisch subprogramma voor vrouwen in plattelandsgebieden in het kader van de strategische plannen van het GLB, gefinancierd uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling, ter bevordering van werkgelegenheid en ondernemerschap onder vrouwen middels mogelijkheden op het gebied van agrotoerisme, de ontwikkeling van “digitale dorpen” en de bevordering van duurzame landbouw, door de toegang van vrouwelijke landbouwers tot land, krediet, financieringsinstrumenten en ontwikkeling van vaardigheden, en professionele prestaties te verbeteren aan de hand van opleidingsprogramma’s en adviesdiensten, en door hun deelname aan in het kader van het Leader-programma ontwikkelde plaatselijke actiegroepen en territoriale partnerschappen te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>dringt erop aan de door vrouwen op het platteland geleide ambachtelijke en textielsectoren te integreren in de economische ontwikkelingsplannen van de lidstaten en de regio’s, waarbij de nadruk wordt gelegd op de rol van partnerschappen met de particuliere sector om de markttoegang te vergroten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>verzoekt de Commissie om op eilanden en in afgelegen en ultraperifere gebieden voorlichting te geven over de financierings- en andere instrumenten die op EU-niveau beschikbaar zijn ter bevordering van ondernemerschap, en vrouwen in deze gebieden aan te sporen om zakelijke projecten op te zetten en mogelijkheden voor zelfstandig ondernemerschap te stimuleren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>moedigt de bevordering aan van vrijwillige etikettering voor kleinschalige producenten op perifere eilanden om producten onder de aandacht te brengen die in belangrijke mate door vrouwen zijn geproduceerd, verwerkt of op de markt gebracht; stelt voor om deze etikettering te ontwikkelen, met name in het kader van lokale verwerkingsinitiatieven, om de positie van vrouwenbedrijven op het gebied van lokale waardecreatie en afzet te versterken; bepleit dergelijke etikettering te koppelen aan bestaande regionale merken en initiatieven om de invoering en aanvaarding ervan te vergemakkelijken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Landbouw, visserij en de agrovoedingsketen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>prijst de veerkracht van vrouwen in de landbouw en visserij en de bijdrage die zij leveren aan het voeden van onze samenleving, de groei van lokale economieën en de opbouw van sterke gemeenschappen in de hele EU, en met name in plattelands- en ultraperifere gebieden en op eilanden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>benadrukt dat de zichtbaarheid, erkenning en waardering van de bijdrage van vrouwen aan de landbouw en plattelandsontwikkeling, consequent moeten worden bevorderd; verzoekt de lidstaten praktische belemmeringen voor het grondbezit en de erfopvolging door vrouwen weg te nemen teneinde gelijke toegang van mannen en vrouwen tot grond, GLB-middelen, cohesiefondsen, adviesdiensten, innovatieondersteuning en erfrechten te waarborgen; wijst erop dat het GLB beter moet worden afgestemd op de beginselen van gendermainstreaming en gendergelijkheid; benadrukt dat het belangrijk is ervoor te zorgen dat de steunmaatregelen van het GLB gerichte, genderresponsieve steun bieden aan vrouwelijke landbouwers, met inbegrip van bedrijfsadviesdiensten voor de landbouw en begeleiding op het gebied van gezondheid en veiligheid op het werk, moederschaps- en zorgverlof, geestelijke gezondheid en de toegang tot gezondheidszorg; verzoekt vertegenwoordigende organisaties de betrokkenheid te bevorderen en onder de aandacht te brengen van vrouwelijke vertegenwoordigers en woordvoerders die een getrouw beeld geven van de aanwezigheid van vrouwen in de landbouw en op het platteland; dringt erop aan dat rekening wordt gehouden met het werk dat vrouwen in landbouwbedrijven verrichten, met name het werk dat wordt verricht om echtgenoten en partners te helpen, teneinde meer waardering te krijgen voor het werk en de rechten van vrouwen; benadrukt dat, hoewel veel vrouwen jarenlang werken, deze waardevolle ervaring niet leidt tot leidinggevende functies of sleutelposities waarin beslissingen worden genomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>wijst erop dat leidinggevende functies op landbouwbedrijven nog steeds overwegend door mannen worden bekleed, en benadrukt de opvallende ondervertegenwoordiging van vrouwen in leidinggevende functies in de landbouwsector; is van mening dat deze situatie de dringende noodzaak benadrukt van overheidsbeleid en specifieke instrumenten die de toegang van vrouwen tot leidinggevende en besluitvormingsfuncties bevorderen, waarbij gelijke kansen worden gewaarborgd, de vaardigheden van vrouwen worden erkend en generatievernieuwing wordt gestimuleerd; wijst erop dat vrouwen in plattelandsgebieden, met inbegrip van vrouwen met een handicap, een sleutelrol spelen bij de instandhouding van lokale gemeenschappen door middel van zowel economische als sociale activiteiten, maar dat zij nog steeds ondervertegenwoordigd zijn in besluitvormingsstructuren; bepleit in steunprogramma’s voor landbouw en plattelandsontwikkeling duidelijke doelstellingen op te nemen voor een evenwichtige deelname van mannen en vrouwen aan leidinggevende functies op landbouwbedrijven en binnen organisaties in de primaire sector;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>wijst erop dat veel echtgenoten die op landbouwbedrijven werken, onvoldoende beschermd zijn in geval van echtscheiding, scheiding of overlijden van hun echtgenoot; verzoekt de Commissie en de lidstaten samen met belangengroepen uit de landbouwsector modellen te ontwikkelen waarin meer rekening wordt gehouden met sociale zekerheid, mede-ondernemerschap en erfrechten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>verzoekt de lidstaten naar gender uitgesplitste gegevens te verzamelen over grondbezit, leidinggevende functies in de landbouw en de informele bijdragen van vrouwen, teneinde vrouwen meer zeggenschap te geven en te streven naar weloverwogen beleidsbeslissingen die recht doen aan de kracht en het talent van vrouwen; is ingenomen met het plan van de Commissie om een EU-waarnemingscentrum voor landbouwgrond op te richten; is ingenomen met het voorstel van commissaris Hansen in zijn visie voor landbouw en voedsel om een Europees waarnemingscentrum voor landbouwgrond op te richten en benadrukt dat dit waarnemingscentrum naar gender uitgesplitste gegevens moet verzamelen; verzoekt de Commissie de beleidslacunes te beoordelen die voor vrouwen een belemmering vormen bij het verwerven of erven van grond, en beleidsaanbevelingen te doen om dit tegen te gaan; verzoekt de Commissie om in het kader van het GLB met name specifieke maatregelen voor te stellen die gericht zijn op jonge vrouwelijke landbouwers;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>verzoekt de Commissie specifieke maatregelen voor te stellen ter ondersteuning van jonge vrouwelijke landbouwers en ondernemers in de agrovoedingsindustrie, waaronder financiële stimulansen en initiatieven om structurele en culturele belemmeringen voor toegang tot land en bedrijfsopvolging aan te pakken; benadrukt dat generatievernieuwing essentieel is voor het behoud en de ontwikkeling van landbouwactiviteiten, die zowel voedselzekerheid als levendige plattelandsgemeenschappen waarborgen; dringt aan op een verhoging van het aandeel van de GLB-begroting dat wordt toegewezen aan maatregelen die specifiek gericht zijn op de ondersteuning van vrouwelijke landbouwers, teneinde de gendergelijkheid in plattelandsgebieden te bevorderen en de sociaal-economische inclusie van vrouwen in de landbouw te verbeteren; verzoekt de Commissie met name om in het kader van het GLB specifieke maatregelen voor te stellen die gericht zijn op jonge vrouwelijke landbouwers, aangezien het momenteel onmogelijk is om vrouwen voorrang te geven binnen de regeling voor jonge landbouwers van het Europees Landbouwgarantiefonds;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>56.</NO.P>pleit met name voor de opname van specifieke maatregelen voor jonge vrouwelijke landbouwers in de toekomstige GLB-begroting, met name in de ultraperifere gebieden, die de toegang tot krediet, grond en innovatie vergemakkelijken, teneinde generatievernieuwing te waarborgen in gebieden die bijzonder kwetsbaar zijn voor het beëindigen van landbouwactiviteiten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>57.</NO.P>verzoekt de lidstaten en de regionale en lokale overheden om vrouwen in plattelandsgebieden specifiek voor te lichten, op te leiden en te ondersteunen zodat zij kunnen deelnemen aan besluitvormings- en overlegorganen in hun regio, zoals gemeentelijke besturen, schoolbesturen, besturen van coöperaties of vakbondsbesturen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>58.</NO.P>dringt aan op genderresponsieve selectiecriteria en specifieke maatregelen in het kader van beide GLB-pijlers om vrouwelijke landbouwers en door vrouwen geleide bedrijven op het platteland te ondersteunen met speciale voorlichtings- en adviesdiensten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>59.</NO.P>verzoekt de Commissie, de lidstaten en de regionale en lokale overheden om een grotere sociale en economische inclusiviteit in plattelandsgebieden te bevorderen, waarbij gelijke kansen en de actieve participatie van vrouwen en de meest kwetsbare groepen worden gewaarborgd; benadrukt het belang van, en roept de lidstaten op ervoor te zorgen dat EU-middelen worden gebruikt voor de ontwikkeling van veerkrachtige, duurzame en goed verbonden gebieden die universele toegang tot veilige, toegankelijke en hoogwaardige publieke en private goederen en diensten kunnen waarborgen, waaronder onderwijs, gezondheidszorg, mobiliteit, digitale infrastructuur en sociale diensten, teneinde de lokale economische ontwikkeling en de regionale cohesie, de aantrekkelijkheid van plattelandsgebieden en hun bijdrage aan het welzijn van de samenleving als geheel te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>60.</NO.P>wijst erop dat goede verbindingen in plattelandsgebieden niet alleen essentieel zijn voor de economische ontwikkeling, maar ook voor de veiligheid en gezondheid, en merkt op dat betrouwbare communicatienetwerken interventie mogelijk maken bij gendergerelateerd geweld, tijdige toegang tot medische zorg kunnen bieden in noodsituaties en de algehele veiligheid en het welzijn kunnen verbeteren; verzoekt de lidstaten voorrang te geven aan investeringen in digitale en vervoersconnectiviteit in het kader van de inspanningen voor inclusieve en veilige plattelandsgemeenschappen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>61.</NO.P>herhaalt dat beroepen in de landbouw, veeteelt, visserij, de maritieme sector en het milieu in de ultraperifere gebieden aantrekkelijker moeten worden gemaakt, met name voor vrouwen, vanwege hun organiserende rol op economisch, sociaal en ecologisch gebied, waarbij blijvende steun nodig is voor jongere generaties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>62.</NO.P>wijst erop dat het ontwerp van de meeste in de landbouw gebruikte uitrusting, werktuigen en materialen gebaseerd is op de gemiddelde kenmerken van mannen, hetgeen de mogelijkheden van vrouwen beperkt om deze veilig en efficiënt te gebruiken; betreurt het dat dit gebrek aan een gendergevoelig ontwerp bijdraagt aan de buitensporige lichamelijke belasting van vrouwen en hen ervan weerhoudt in de landbouw te werken; verzoekt de Commissie en de lidstaten de ontwikkeling en distributie van op de behoeften van vrouwen afgestemde ergonomische uitrusting en materialen te ondersteunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>63.</NO.P>wijst erop dat het beroep van landbouwer aantrekkelijker moet worden gemaakt, met name voor jongere generaties en voor vrouwen; is van mening dat het van essentieel belang is om het stigma van landbouw als beroep weg te nemen door te erkennen dat moderne landbouw ook ondernemerschap, innovatie en het leveren van toegevoegde waarde inhoudt; verzoekt de Commissie en de lidstaten in hun strategieën en initiatieven maatregelen op te nemen die landbouw promoten als een levensvatbaar beroep met goede vooruitzichten, waarin traditionele en ondernemende aspecten worden gecombineerd;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Gelijke toegang tot infrastructuur, diensten en sociale bescherming</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>64.</NO.P>benadrukt dat billijke toegang tot infrastructuur en hoogwaardige diensten, zoals snel internet, betrouwbaar en duurzaam vervoer, watervoorzieningen, kinderopvang en onderwijs, zorg voor ouderen en personen met een handicap, tijdige toegang tot essentiële medische en sociale diensten, alsook andere basisvoorzieningen zoals post- en bankdiensten, essentieel is om vrouwen die wonen op eilanden, in plattelandsgebieden en in afgelegen en ultraperifere gebieden wonen in staat te stellen deel te nemen aan het economische, educatieve en maatschappelijke leven; wijst erop dat lokale scholen op het platteland van groot belang zijn;  verzoekt de lidstaten de lokale bevolking te raadplegen over de eventuele sluiting van openbare scholen en in dergelijke gevallen deugdelijke alternatieven voor te stellen; dringt aan op de vaststelling van genderbewust beleid inzake mobiliteit op het platteland, met inbegrip van veilig, betrouwbaar en betaalbaar openbaar vervoer, vraaggestuurde diensten, veilige haltes en routes en maatregelen ter voorkoming en bestrijding van intimidatie; verzoekt de Commissie beleid en instrumenten te ontwikkelen die de connectiviteit van deze regio’s waarborgen, met name in de ultraperifere gebieden via een door de Posei-regeling gefinancierd vervoersprogramma, teneinde het recht om te blijven te garanderen, voorwaarden te scheppen voor eenieder, en met name vrouwen, om in deze regio’s te blijven en kansen op het gebied van onderwijs, werkgelegenheid en ondernemerschap te creëren en uit te bouwen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>65.</NO.P>erkent dat het belangrijk is een gelijke verdeling van huishoudelijke taken en zorgtaken mogelijk te maken om het evenwicht tussen werk en privéleven te verwezenlijken dat noodzakelijk is om vrouwen de stap te doen zetten naar ondernemerschap en zelfstandige arbeid; verzoekt de lidstaten en de regionale en lokale overheden om te investeren in sociale ondernemingen, coöperaties en zorggerelateerde bedrijfsmodellen die vrouwen op het platteland mondiger maken en tegelijkertijd voorzien in lokale behoeften, en te zorgen voor passende kinderopvang, ouderenzorg en gemeenschapswelzijn; verzoekt de lidstaten uitvoering te geven aan de Barcelona-doelstellingen en ervoor te zorgen dat in deze behoeften wordt voorzien door te investeren in toegankelijke en betaalbare hoogwaardige zorgverlening; is ingenomen met de maatregelen die sommige lidstaten op dit gebied al hebben genomen, dringt er bij hen op aan de richtlijn betreffende het evenwicht tussen werk en privéleven volledig om te zetten en uit te voeren, en verzoekt de Commissie hierop effectief toe te zien;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>66.</NO.P>benadrukt dat vrouwelijk ondernemerschap in de berg- en ontvolkte gebieden van Europa zorgt voor vitaliteit in hooggelegen gemeenschappen, bergdorpen levendig houdt, kwetsbare ecosystemen beschermt en ervoor zorgt dat het leven in de bergen volop kansen biedt en dat de bewoners trots zijn, met goede toegang tot specifieke middelen en diensten voor vrouwen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>67.</NO.P>merkt op dat seizoensgebonden economieën, met activiteiten zoals oogsten en toerisme, en ontvolking het isolement en de kwetsbaarheid van vrouwen en meisjes verder vergroten; benadrukt dat het wegnemen van deze belemmeringen door middel van betere verbindingen, gerichte financiering en lokale ondersteuningsnetwerken van essentieel belang is om het potentieel van vrouwelijke ondernemers in berggebieden ten volle te benutten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>68.</NO.P>merkt op dat de ontoereikendheid van bedrijfsverzorgingsdiensten in de landbouw in veel lidstaten vooral gevolgen heeft voor vrouwelijke landbouwers; verzoekt de lidstaten deze diensten te verbeteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>69.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten nieuwe intergenerationele woonvormen voor plattelandsgebieden te onderzoeken, waarin huisvesting, zorg en gemeenschapsleven voor jonge gezinnen en ouderen worden gecombineerd en die plattelandsontwikkeling een nieuwe impuls geven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>70.</NO.P>benadrukt dat beperkte toegang tot gezondheidszorg, waaronder toegang tot rechten en diensten op het gebied van seksuele en reproductieve gezondheid en tot geestelijke gezondheidszorg, onevenredig grote gevolgen heeft voor vrouwen die in plattelands- en ultraperifere gebieden en op eilanden wonen, waardoor bestaande ongelijkheden worden versterkt en de volledige uitoefening van hun grondrechten wordt ondermijnd; benadrukt dat de schaarste aan medische infrastructuur, het tekort aan gezondheidswerkers en geografische en vervoersbelemmeringen extra belemmeringen opwerpen voor de tijdige verlening van adequate zorg; roept de lidstaten op om in deze gebieden te zorgen voor gelijke, betaalbare en tijdige toegang tot essentiële gezondheidszorg en de continuïteit daarvan, door innovatieve oplossingen te bevorderen zoals mobiele klinieken, lokale eenheden en telegeneeskunde, door eerstelijnsgezondheidszorgcentra te versterken en, waar nodig, grensoverschrijdende zorgregelingen en gerichte preventieprogramma’s in te voeren, teneinde gelijke toegang tot gezondheidszorg en sociale en territoriale cohesie te waarborgen; wijst bovendien op het belang van het waarborgen van adequate geestelijke gezondheidszorg en diensten die zijn afgestemd op de specifieke behoeften van vrouwen in deze regio’s, teneinde het verhoogde risico op isolement, stress en burn-out aan te pakken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>71.</NO.P>erkent dat  vrouwen met een handicap ondervertegenwoordigd zijn in het ondernemerschap in plattelands- en ultraperifere regio’s en op eilanden; verzoekt de lidstaten ervoor te zorgen dat onderwijs, werkgelegenheid, ondersteuningsdiensten voor bedrijven op het platteland, opleidingsprogramma’s en netwerkevenementen toegankelijk zijn voor vrouwen met verschillende soorten handicaps; benadrukt dat digitaal ondernemerschap en telewerkmogelijkheden bijzonder waardevol kunnen zijn voor vrouwen met mobiliteitsbeperkingen in geografisch geïsoleerde gebieden; pleit voor het delen van beste praktijken tussen regio’s over aangepaste ondersteuning voor vrouwen met een handicap met betrekking tot ondernemerschap; merkt op dat verbeteringen van de toegankelijkheid van bedrijven op het platteland niet alleen ten goede komen aan ondernemers met een handicap, maar ook aan oudere ondernemers en de bredere gemeenschap;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>72.</NO.P>benadrukt de specifieke economische uitdagingen van de oostelijke grensregio’s, waaronder beperkte werkgelegenheidskansen en loonverschillen; wijst met name op de hoge werkloosheid onder vrouwen en jongeren in deze regio’s, die aanzienlijk boven het EU-gemiddelde ligt; verzoekt de Commissie en de lidstaten gerichte programma’s te ontwikkelen ter ondersteuning van ondernemerschap, die de toegang tot grond van en financiering voor jonge vrouwelijke landbouwers vergemakkelijken en zorgen voor een doeltreffend gebruik van de instrumenten van het GLB en het cohesiebeleid om de veerkracht en ontwikkeling van deze regio’s te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>73.</NO.P>benadrukt dat zorgtaken nog steeds overwegend door vrouwen worden vervuld, of het nu gaat om de zorg voor zieke familieleden, kinderen of ouderen, waardoor zij maar al te vaak hun professionele loopbaan moeten onderbreken of opgeven; wijst erop dat er betaalbare en hoogwaardige diensten moeten worden ontwikkeld en toegankelijk gemaakt, met name kinderopvang, om het makkelijker te maken werk en privéleven te combineren, met inbegrip van de voortzetting van ondernemingsprojecten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>74.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten om binnen het GLB een geïntegreerd “éénloketsysteem” op te zetten, met een speciaal gedeelte voor vrouwen in plattelandsgebieden, dat online toegankelijk is; benadrukt dat deze faciliteit een interactieve kaart met de beschikbare financieringsinstrumenten, gestandaardiseerde aanvraagformulieren en adviesdiensten voor de opstelling van bedrijfsplannen en projecten moet omvatten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>75.</NO.P>is van mening dat het cohesiebeleid de positie van vrouwen in de ultraperifere gebieden van de EU moet versterken en zowel gendergelijkheid als de doeltreffende uitvoering van de EU-strategie inzake gendergelijkheid in de ultraperifere gebieden moet bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>76.</NO.P>benadrukt dat vrouwelijk ondernemerschap op kleine eilanden een beslissende bijdrage levert aan sociale cohesie, duurzaamheid, versterking van de lokale identiteit en duurzame ontwikkeling; wijst erop dat de ruimtelijk beperkte markt op eilanden en in afgelegen gebieden de ontwikkeling van de landbouw en, impliciet, van ondernemingsinitiatieven van vrouwen op dit gebied beperkt en een uitdaging vormt voor het ondernemerschap; roept in dit verband de beleidsmakers van de EU en de nationale autoriteiten op hier aandacht aan te besteden, om een gelijk speelveld te waarborgen voor vrouwelijke ondernemers op eilanden en in afgelegen plattelandsgebieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>77.</NO.P>verzoekt de lidstaten ervoor te zorgen dat zelfstandige vrouwen en meewerkende echtgenoten en partners in micro-ondernemingen in de landbouw en de ambachtelijke sector doeltreffend toegang hebben tot sociale bescherming, met inbegrip van adequate pensioenen en verlof om gezinsredenen, alsmede toegang tot zwangerschaps-, ouderschaps- en pensioenrechten, in overeenstemming met de Europese pijler van sociale rechten;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Geweld</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>78.</NO.P>veroordeelt alle vormen van gendergerelateerd geweld als schending van de grondrechten van vrouwen en als belemmering voor de autonomie van vrouwen en hun economische empowerment, onder meer via ondernemerschap; verzoekt de lidstaten voorrang te geven aan gerichte steun, beschermingsmaatregelen en toegankelijke middelen voor vrouwen op het platteland die het slachtoffer zijn van geweld, om hun veiligheid, waardigheid en toegang tot de rechter te waarborgen, ook voor vrouwen tijdens het herstel na conflicten en vrouwen die betrokken zijn bij vredesopbouw; benadrukt dat het soort werk en de arbeidsomstandigheden van vrouwen in plattelandsgebieden en op eilanden, in combinatie met hun fysieke isolement, hun kwetsbaarheid voor gendergerelateerd geweld vergroten; dringt aan op alomvattende preventie, waaronder voorlichting over huiselijk, economisch, seksueel en psychologisch geweld, en op het waarborgen van toegang tot diensten zoals hulplijnen, ondersteuningsdiensten en opvangcentra, alsmede op doeltreffende maatregelen om een einde te maken aan straffeloosheid; benadrukt de noodzaak van gerichte campagnes in plattelandsgebieden om het besef van en de bestrijding van gendergerelateerd geweld te bevorderen, met name in gemeenschappen waar traditionele genderrollen en economische of familiale afhankelijkheden vrouwen er vaak van weerhouden hulp te zoeken of een gewelddadige situatie te ontvluchten; herhaalt zijn oproep aan de EU en alle lidstaten om het Verdrag van Istanbul te ratificeren, uit te voeren en adequaat te financieren, en te zorgen voor gelijke toegang tot diensten voor vrouwen in plattelands- en ultraperifere gebieden en op eilanden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>79.</NO.P>benadrukt het belang van toegang tot vertrouwelijke hulpverlening in plattelandsgemeenschappen en van opvangcentra voor vrouwen en kinderen die te maken hebben met huiselijk geweld; herinnert aan de norm van het Verdrag van Istanbul inzake vrouwenopvangcentra, namelijk één opvangplaats per 10 000 inwoners; betreurt het dat de toegang tot dergelijke opvangcentra in plattelandsgebieden beperkt is; verzoekt de lidstaten en lokale en regionale overheden om voldoende financiële steun en middelen te verstrekken aan gespecialiseerde vrouwenorganisaties voor de oprichting en het beheer van dergelijke opvangcentra en voor de continuïteit van de dienstverlening in de getroffen gebieden; dringt er bij de lidstaten en de lokale overheden op aan actief een cultuur van respect, waardigheid en wederzijds begrip te bevorderen, met de nadruk op empowerment van plattelandsgemeenschappen en kwetsbare groepen die bestaan uit vrouwen en meisjes; benadrukt dat een open dialoog, verhalen waarin de overlevenden centraal staan, collectieve verantwoordelijkheid voor het voorkomen van geweld en positieve educatieve initiatieven empathie en collectief verwerking kunnen stimuleren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>80.</NO.P>verzoekt de lidstaten de oprichting van monumenten of gedenktekens te ondersteunen die gewijd zijn aan het historische leed van vrouwen in naoorlogse conflicten, met inbegrip van misdaden die zijn begaan in geografisch kwetsbare gebieden, zoals plattelandsgebieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>81.</NO.P>dringt aan op de invoering van maatregelen die de economische onafhankelijkheid van overlevenden ondersteunen, met inbegrip van gerichte opleidingen, arbeidsbemiddeling, subsidies voor ondernemerschap en microkredieten, zodat zij veilig (opnieuw) de arbeidsmarkt kunnen betreden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>82.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten ervoor te zorgen dat bij de uitvoering van Richtlijn (EU) 2024/1385 ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld<FOOTNOTE><FIELD> Richtlijn (EU) 2024/1385 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld, PB L, 2024/1385, 24.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2024/1385/oj).</FIELD></FOOTNOTE> ten volle rekening wordt gehouden met de specifieke behoeften van slachtoffers in plattelandsgebieden en op eilanden; wijst erop dat het belangrijk is om in de nationale omzettingsplannen rekening te houden met plattelandsaspecten; dringt er bij de lidstaten op aan gebruik te maken van EU-financieringsinstrumenten, waaronder fondsen voor cohesiebeleid en plattelandsontwikkeling, om maatregelen ter bestrijding van gendergerelateerd geweld te ondersteunen, waaronder de ontwikkeling van gerichte strategieën om ervoor te zorgen dat slachtoffers in de genoemde gebieden gelijke toegang hebben tot de rechter, bescherming en ondersteuning, onder meer via mobiele slachtofferhulpteams, hulplijnen voor bewoners van plattelandsgebieden, gemeenschapsgerichte diensten en voorlichtingscampagnes die zijn afgestemd op de plattelandsbevolking; benadrukt dat de digitale kloof moet worden overbrugd en de infrastructuur moet worden verbeterd om het melden van gevallen van huiselijk geweld en de toegang tot de genoemde diensten te vergemakkelijken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>83.</NO.P>benadrukt dat de afwezigheid of inferieure status van vrouwen die op het landbouwbedrijf van hun echtgenoot of partner werken, bijdraagt aan hun economische afhankelijkheid; merkt op dat de lagere arbeidsparticipatie van vrouwen, belemmeringen bij het erven van land of het overnemen van de boerderij van hun ouders, en beperkte toegang tot krediet en financiering een soortgelijk effect hebben, waardoor het risico op huiselijk geweld en economisch misbruik toeneemt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>84.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten ervoor te zorgen dat vrouwelijk ondernemerschap in plattelands- en ultraperifere gebieden en op eilanden ten volle wordt ondersteund in het kader van het MFK voor de periode na 2027; wijst nogmaals op de noodzaak van gendermainstreaming in alle MFK-programma’s; wijst erop dat financieringsprogramma’s van de EU, zoals het EFRO, het ESF+, het Fonds voor een rechtvaardige transitie, Interreg en met name het GLB, het cohesiebeleid, Horizon Europa en het programma Digitaal Europa specifieke maatregelen moeten bevatten die gericht zijn op het bevorderen van de actieve participatie van vrouwen, het ondersteunen van de oprichting en consolidatie van bedrijven op het platteland, en het stimuleren van innovatie en digitalisering; onderstreept voorts dat het belangrijk is vrouwen vereenvoudigde en effectieve toegang tot EU-middelen te bieden, niet alleen voor landbouwbedrijven, maar ook voor coöperaties, lokale verenigingen en door vrouwen geleide gemeenschapsprojecten, teneinde de territoriale cohesie, gendergelijkheid en de economische vitaliteit van plattelandsgebieden, eilanden en ultraperifere gemeenschappen te versterken; verzoekt in dit verband de Commissie en de lidstaten de zichtbaarheid en toegankelijkheid te verbeteren van financieringsmogelijkheden die specifiek voor vrouwen in plattelandsgebieden zijn bedoeld, onder meer door middel van gerichte voorlichtings- en promotiecampagnes om de bekendheid te vergroten en te zorgen dat er meer gebruik van wordt gemaakt; is ingenomen met de recente aankondiging van de EIB om haar Sustainability Awareness Bond-kader uit te breiden met twee nieuwe sociale doelstellingen, gendergelijkheid en economische empowerment van vrouwen, hetgeen een stap voorwaarts betekent voor de integratie van de genderdimensie in de financiële sector;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>85.</NO.P>is fel gekant tegen de centralisatie van de financiering van het cohesiebeleid, aangezien steun aan vrouwen met middelen uit het cohesiebeleid dan niet meer op regionaal niveau zou worden toegewezen maar door nationale regeringen en van hun goede wil afhankelijk worden; verzoekt de Commissie en de lidstaten in dit verband de beginselen van meerlagig bestuur en plaatsgebonden oplossingen, alsook het partnerschapsbeginsel, zoals vastgelegd in de Verdragen, na te leven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>86.</NO.P>steunt de strategie van de Commissie voor de spaar- en investeringsunie en de oprichting en uitbreiding van inclusieve financieringsinstrumenten, met inbegrip van een EU-investeringsspaarrekening met een keurmerk, teneinde de toegang tot financiering voor EU-ondernemingen te vergroten en te vergemakkelijken; roept op tot een op maat gesneden investeringsspaarrekening die speciaal is ontworpen voor vrouwen die in achtergestelde gebieden wonen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>87.</NO.P>is ingenomen met alle initiatieven die de toewijding van vrouwelijke landbouwers belichten en de bekendheid met in Europese tradities gewortelde duurzame landbouwpraktijken vergroten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>88.</NO.P>benadrukt dat beleid ter bevordering van vrouwelijk ondernemerschap in plattelands- en ultraperifere gebieden en op eilanden een intersectionele benadering moet volgen, waarbij wordt erkend dat de ervaringen van vrouwen en hun toegang tot kansen worden bepaald door meerdere, elkaar overlappende factoren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>89.</NO.P>wijst erop dat de verschillende initiatieven en financieringsregelingen van de EU moeten worden ontworpen en uitgevoerd met een intersectionele insteek die de vele en overlappende belemmeringen waarmee vrouwen te maken hebben, aanpakt en ervoor zorgt dat geen enkele vrouwelijke ondernemer wordt uitgesloten of verstoken blijft van passende ondersteuning;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>90.</NO.P>benadrukt dat alle actoren in het financiële stelsel moeten worden gemobiliseerd om de toegang van vrouwen tot financiering te verbeteren en moedigt daartoe de opstelling van een Europees handvest voor gelijke toegang tot financiering aan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>91.</NO.P>wijst nogmaals op de noodzaak dat de EU een alomvattende en geïntegreerde strategie voor vrouwelijk ondernemerschap in plattelands- en ultraperifere gebieden en op eilanden vaststelt, met duidelijke doelstellingen, meetbare streefcijfers en gecoördineerde maatregelen in de verschillende financieringsinstrumenten van de EU; dringt erop aan voor deze strategie specifieke, stabiele en toereikende financiële middelen beschikbaar te stellen, evenals speciale financieringsmechanismen die zijn afgestemd op de specifieke kenmerken van deze gebieden, teneinde gelijke toegang te waarborgen, innovatie en digitalisering te bevorderen en de economische, sociale en territoriale cohesie van de EU te versterken, alsook te zorgen voor voldoende steun van de lidstaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>92.</NO.P>wijst op de bijdrage van het Leader-programma en van door de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling aan gendergelijkheid en lokale empowerment; roept ertoe op deze benaderingen in stand te houden, te versterken en scherp af te bakenen, met vereenvoudigde toegang voor door vrouwen geleide initiatieven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>93.</NO.P>verzoekt de EU en de lidstaten om vrouwenhandel en gedwongen prostitutie te bestrijden met een alomvattende strategie die preventie, doeltreffende vervolging, grensoverschrijdende samenwerking en bijstand en bescherming voor slachtoffers omvat; benadrukt dat vrouwen zelf moeten kunnen beslissen welk werk ze doen;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>94.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>