<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0161</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Waarborging van verantwoordingsplicht en rechtvaardigheid in reactie op Ruslands aanhoudende aanvallen tegen de burgerbevolking in Oekraïne</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(B10-0201, 0204, 0211, 0215 en 0227/2026)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 30 april 2026 over de waarborging van verantwoordingsplicht en rechtvaardigheid in reactie op Ruslands aanhoudende aanvallen tegen de burgerbevolking in Oekraïne (2026/2700(RSP))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn eerdere resoluties over Oekraïne en Rusland,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Handvest van de Verenigde Naties,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Verdragen van Genève van 1949 en de aanvullende protocollen daarbij,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het akkoord van 25 juni 2025 tussen de Raad van Europa en Oekraïne over de oprichting van een speciaal tribunaal voor het misdrijf agressie tegen Oekraïne,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van de Europese Raad van 26 juni 2025, 18 december 2025 en 19 maart 2026,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de resolutie van de Algemene Vergadering van de VN van 2 maart 2022, waarin de Russische agressie tegen Oekraïne in strijd wordt geacht met het VN-Handvest en wordt betreurd, en de resolutie van 14 november 2022 over de bevordering van rechtsmiddelen en schadeloosstelling voor de agressie tegen Oekraïne,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag van de Raad van Europa tot oprichting van een internationale schadevergoedingscommissie voor Oekraïne,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de oprichting van het Internationaal Centrum voor de vervolging van het misdrijf agressie tegen Oekraïne,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 136, leden 2 en 4, van zijn Reglement,</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat het inmiddels ruim vier jaar geleden is dat Rusland een grootschalige illegale, niet-uitgelokte en ongerechtvaardigde aanvalsoorlog tegen Oekraïne begon, nadat het in 2014 reeds de Krim had geannexeerd en delen van de regio Donbas had bezet, en dat deze oorlog een flagrante schending van de soevereiniteit en territoriale integriteit van Oekraïne vormt en ernstige humanitaire, economische, ecologische en regionale gevolgen heeft; overwegende dat de Russische aanvalsoorlog het uitvloeisel is van een nationalistische imperialistische ideologie en past binnen een breder anti-Westers gedachtegoed dat zich richt tegen de waarden en belangen van het Westen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat Rusland herhaaldelijk en opzettelijk aanvallen heeft uitgevoerd op burgers en civiele doelen, waaronder de energie-infrastructuur en gezondheidszorgvoorzieningen, waarmee het zich schuldig maakt aan ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht, waaronder de Verdragen van Genève en het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof; overwegende dat door de vele aanvallen die Rusland afgelopen winter uitvoerde op de energie-infrastructuur van Oekraïne, miljoenen mensen in Oekraïne in een periode waarin het ijskoud was nauwelijks konden beschikken over elektriciteit, verwarming en stromend water; overwegende dat de onophoudelijke en systematische aanvallen op energie-infrastructuur in Oekraïne hebben geleid tot grootschalige stroomuitval, waardoor ziekenhuizen niet konden functioneren en essentiële diensten niet konden worden verricht, waardoor het leven van burgers in gevaar werd gebracht;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de Russische strijdkrachten de afgelopen periode hun lucht- en raketaanvallen op grote Oekraïense steden, waaronder Kyiv, Charkiv, Dnipro, Odessa en Zaporizja, hebben geïntensiveerd en dat er bij die aanvallen vele burgerslachtoffers zijn gevallen en woonwijken zijn verwoest; overwegende dat Rusland in april 2026 meer aanvallen op Oekraïne heeft uitgevoerd dan ooit tevoren en dat hierbij minstens 75 burgers om het leven zijn gekomen en meer dan 400 mensen gewond zijn geraakt; overwegende dat volgens het Bureau van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de mensenrechten (OHCHR) sinds 24 februari 2022 meer dan 15 500 burgers in Oekraïne zijn gedood en meer dan 43 000 personen gewond zijn geraakt, en dat de werkelijke aantallen naar alle waarschijnlijkheid veel hoger liggen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat volgens Unicef sinds het begin van de oorlog in Oekraïne meer dan 3 200 kinderen zijn gedood of gewond zijn geraakt, dat meer dan een derde van de Oekraïense kinderen ontheemd is en dat duizenden scholen en onderwijsinstellingen beschadigd of vernield zijn, waardoor een op de drie kinderen geen voltijds fysiek onderwijs kan volgen; overwegende dat de onafhankelijke internationale onderzoekscommissie van de VN voor Oekraïne in maart 2026 heeft geconcludeerd dat de Russische autoriteiten misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden hebben gepleegd door Oekraïense kinderen te deporteren, onder dwang over te brengen en gedwongen te laten verdwijnen; overwegende dat de EU er herhaaldelijk bij Rusland en Belarus op heeft aangedrongen de veilige en onvoorwaardelijke terugkeer te garanderen van alle Oekraïense kinderen en andere burgers die zijn gedeporteerd of overgebracht; overwegende dat kinderen die zijn teruggekeerd, hebben verklaard dat de Russische autoriteiten hebben geprobeerd hen te “heropvoeden” met de bedoeling hun Oekraïense identiteit te wissen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de Wereldgezondheidsorganisatie sinds 24 februari 2022 ten minste 2 881 aanvallen op gezondheidswerkers, gezondheidsinstellingen, ambulances en opslagplaatsen voor medische hulpmiddelen in heel Oekraïne heeft gedocumenteerd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat de Algemene Vergadering van de VN heeft gesteld dat Rusland ter verantwoording moet worden geroepen voor alle schendingen van het internationaal recht in of tegen Oekraïne en de juridische gevolgen moet dragen van al zijn daden in strijd met het internationaal recht, waarbij ook de schade ten gevolge van deze daden moet worden vergoed; overwegende dat de Algemene Vergadering van de VN ook heeft aangegeven dat er een internationaal mechanisme moet worden ingesteld voor vergoeding van schade, verlies of letsel als gevolg van de daden in strijd met het internationaal recht die door de Russische Federatie zijn gepleegd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat het ICC in maart 2023 arrestatiebevelen heeft uitgevaardigd tegen Vladimir Poetin en Maria Lvova-Belova in verband met de onrechtmatige deportatie en overbrenging van Oekraïense kinderen, wat een oorlogsmisdaad is; overwegende dat het ICC daarna nog arrestatiebevelen heeft uitgevaardigd tegen vier hooggeplaatste Russische militairen, te weten Viktor Sokolov, Sergej Kobylasj, Sergej Sjojgoe en Valeri Gerasimov, die ervan worden beschuldigd opdracht te hebben gegeven tot aanvallen op burgerdoelen en tot misdaden tegen de menselijkheid;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat Rusland systematisch al meer dan 1 700 Oekraïense culturele erfgoedlocaties en meer dan 2 500 tot de culturele infrastructuur behorende objecten, waaronder musea en archieven, heeft aangevallen en beschadigd, hetgeen in strijd is met het Haags Verdrag van 1954 inzake de bescherming van culturele goederen in geval van een gewapend conflict; overwegende dat Unesco al meer dan 500 gevallen van schade aan culturele erfgoedlocaties in Oekraïne heeft geregistreerd, waarbij de schade in de meeste gevallen het gevolg was van Russische raket- en droneaanvallen; overwegende dat het hierbij ook gaat om locaties van uitzonderlijke universele waarde, zoals de Sint-Sophia-kathedraal in Kyiv en het historisch centrum van Odessa, en dat het historisch centrum van Odessa als rechtstreeks gevolg van de Russische aanvalsoorlog inmiddels op de lijst van bedreigd werelderfgoed staat; overwegende dat de opzettelijke vernietiging van de culturele identiteit een extra dimensie vormt van de schade die het Oekraïense volk wordt toegebracht;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat het voortdurend uitvoeren door Rusland van aanvallen met raketten en drones in de buurt van kerninstallaties in Oekraïne, onder meer in de verboden zone rond de centrale van Tsjernobyl, een ernstig en aanhoudend risico vormt voor de nucleaire veiligheid en beveiliging;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat de EU heeft aangegeven het zeer belangrijk te vinden dat actoren die oorlogsmisdaden of andere zeer ernstige misdaden begaan ter verantwoording worden geroepen, ertoe heeft opgeroepen alles in het werk te stellen om ervoor te zorgen dat het speciaal tribunaal voor het misdrijf agressie tegen Oekraïne zijn werkzaamheden kan opnemen, en met een bedrag van 10 miljoen EUR heeft bijgedragen aan de financiering van een voorbereidingsteam dat de institutionele, logistieke en organisatorische grondslagen van het tribunaal moet gaan voorbereiden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat de EU op 16 december 2025 het Verdrag van de Raad van Europa tot oprichting van een internationale schadevergoedingscommissie voor Oekraïne heeft ondertekend, met als doel schadeloosstelling van burgerslachtoffers mogelijk te maken; overwegende dat de internationale schadevergoedingscommissie voor Oekraïne op 14 mei 2026 zal worden geïnaugureerd in de marge van de 135e zitting van het Comité van Ministers van de Raad van Europa, die zal worden gehouden in Chișinău; overwegende dat het schaderegister, dat in 2023 werd ingesteld, bedoeld is voor de registratie van schadeclaims in verband met door Rusland veroorzaakte schade, en dat dit register een belangrijk instrument is om Oekraïne en de Oekraïense burgers de mogelijkheid te bieden schadevergoeding toegewezen te krijgen uit hoofde van het internationaal recht;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens Rusland in zijn arrest van 9 juli 2025 in de zaak <STRING ITALIC="on">Oekraïne en Nederland/Rusland</STRING> aansprakelijk heeft gesteld voor het plegen van grootschalige en flagrante schendingen van de mensenrechten, in strijd met het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens, in de context van het conflict dat in 2014 begon in Oost-Oekraïne, waaronder het neerhalen van vlucht MH17 in juli 2014;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat lopende of toekomstige verantwoordingsprocessen niet mogen worden belemmerd, vertraagd of ondermijnd door een toekomstig staakt-het-vuren of een toekomstig vredesproces; overwegende dat verantwoordingsplicht en vrede elkaar versterken en beide verplichtingen zijn uit hoofde van het internationaal recht;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>veroordeelt nogmaals in de krachtigste bewoordingen de meedogenloze aanvalsoorlog van Rusland tegen Oekraïne, waaronder de opzettelijke aanvallen op woongebieden en civiele en kritieke infrastructuur, en veroordeelt met klem de recente gewelddadige aanvallen van Rusland op burgers in april 2026;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>eist nogmaals dat Rusland onmiddellijk, volledig en onvoorwaardelijk zijn aanvallen op burgers en civiele infrastructuur staakt, alle strijdkrachten uit het internationaal erkende grondgebied van Oekraïne terugtrekt, stopt met gedwongen deportaties en illegale adopties, een einde maakt aan de foltering en onmenselijke behandeling van burgers, en alle vastgehouden, ontvoerde en illegaal geadopteerde Oekraïense burgers vrijlaat en laat terugkeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verklaart zich nogmaals onverminderd solidair met de dappere bevolking van Oekraïne, spreekt opnieuw zijn steun uit voor de onafhankelijkheid, soevereiniteit en territoriale integriteit van Oekraïne binnen zijn internationaal erkende grenzen, en wijst nadrukkelijk op het inherente recht van Oekraïne op zelfverdediging overeenkomstig artikel 51 van het VN-Handvest;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>benadrukt dat de aanvalsoorlog van Rusland een flagrante schending vormt van het internationaal recht en het VN-Handvest, en tevens een ongekende aanval is op de Europese veiligheid; onderstreept dat de leiders van Rusland en zijn bondgenoten ter verantwoording moeten worden geroepen voor hun rol bij het misdrijf agressie, oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid en andere internationale misdaden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>vindt het uiterst zorgwekkend dat de Russische staat en eerder de Sovjet-Unie nooit ter verantwoording zijn geroepen voor hun misdaden, waaronder het bloedbad van Katyn — waarvan Moskou de historische waarheid opnieuw probeert te verdraaien en daarbij rechtstreeks indruist tegen objectief bewijs en eerder door Rusland zelf erkende feiten — en de massale deportatie van volledige naties naar Siberië, waardoor er een cultuur van straffeloosheid ontstond die werd voortgezet met de oorlogsmisdaden die tijdens de eerste en tweede Tsjetsjeense oorlog zijn gepleegd, vervolgens met de Russische agressie tegen Georgië in 2008, met zijn militaire optreden in Syrië en, sinds 2014, in Oekraïne, en die verdere wreedheden mogelijk blijft maken; is van mening dat de voortdurende verheerlijking van figuren zoals de beruchte oprichter van het veiligheidsapparaat van de Sovjet-Unie en de architect van de staatsterreur, Felix Dzerzhinsky, waaronder de recent naar hem vernoemde academie van de federale veiligheidsdienst, en de systematische ontkenning, verdraaiing en zelfs rechtvaardiging van misdaden die de Sovjet-Unie heeft gepleegd tegen bezette volkeren en mensen die op het grondgebied van de huidige Russische Federatie wonen, een expliciete bestendiging van deze cultuur van straffeloosheid vormen en een duidelijk beeld geven van de waarden die de machthebbers in Rusland uitdragen; is dan ook van mening dat de wreedheden die Rusland in Oekraïne begaat, op instigatie van de politieke leiders en de hoogste militaire structuren en met de steun van belangrijke geledingen van de samenleving, systemisch van aard is en blijk geeft van een diepgeworteld imperialistisch beleid dat intrinsiek verbonden is met geweld, repressie en bloedvergieten; waarschuwt dat elke hoop op toekomstige verandering niet alleen ongefundeerd, maar ook gevaarlijk naïef zou zijn, tenzij een duidelijke en afdwingbare verantwoordingsplicht onmiddellijk kan worden gegarandeerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>betreurt het feit dat de internationale inspanningen nog onvoldoende waren om een einde te maken aan de Russische agressie; dringt er bij de EU, haar lidstaten en haar partners op aan meer druk op Rusland uit te oefenen en de militaire steun aan Oekraïne flink op te voeren, met name op het gebied van luchtafweer en uitrusting voor diepe aanvallen, om de burgerbevolking en kritieke infrastructuur van Oekraïne te beschermen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>spreekt zijn waardering uit voor de werkzaamheden van de onafhankelijke internationale onderzoekscommissie van de VN voor Oekraïne, die onderzoek doet naar vermeende schendingen van de mensenrechten, schendingen van het internationaal humanitair recht en daarmee verband houdende misdrijven, en is verheugd dat het mandaat van deze onderzoekscommissie is verlengd; verwerpt met kracht de beweringen van Rusland dat de strijdkrachten van het land zich slechts richten op militaire doelen; herinnert eraan dat de onderzoekscommissie heeft vastgesteld dat de Russische troepen systematisch burgers en civiele doelen aanvallen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>steunt de oprichting van het speciaal tribunaal voor het misdrijf agressie tegen Oekraïne, hoopt dat dit tribunaal zijn werkzaamheden snel zal kunnen oppakken en spoort alle EU-lidstaten aan zich bij het tribunaal aan te sluiten; is ingenomen met de toezegging van Nederland om in de eerste fase van het speciaal tribunaal op te zullen treden als gastland, en dringt aan op meer inspanningen om te komen tot een besluit over het aanbod om als gastland op te treden in de tweede fase; dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan de oprichting van het speciaal tribunaal voor het misdrijf agressie tegen Oekraïne te blijven steunen en zich ervoor in te zetten dat dit tribunaal zo snel mogelijk operationeel wordt, en te pleiten voor bredere internationale steun voor het speciaal tribunaal;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>spreekt zijn waardering uit voor de belangrijke bijdrage die Eurojust en zijn gemeenschappelijk onderzoeksteam leveren als het gaat om ervoor te zorgen dat verantwoording wordt afgelegd voor in Oekraïne gepleegde misdrijven; verzoekt de Commissie te waarborgen dat er ook na december 2026 voorzien wordt in duurzame financiering voor het Internationaal Centrum voor de vervolging van het misdrijf agressie tegen Oekraïne en te garanderen dat al het verzamelde bewijsmateriaal kan worden overgedragen aan het toekomstige speciaal tribunaal;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>spreekt zijn waardering uit voor de Oekraïense en internationale maatschappelijke organisaties die de Russische oorlogsmisdaden in Oekraïne documenteren en steun verlenen aan slachtoffers en getuigen; is ingenomen met de permanente steun die, zowel afzonderlijk als binnen het kader van de Adviesgroep gruweldaden, geboden wordt door de EU-adviesmissie voor de hervorming van de civiele veiligheidssector in Oekraïne, omdat deze steun een belangrijke rol speelt bij de versterking van verantwoordingsmechanismen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>is van mening dat de verantwoordingsplicht ook moet gelden voor alle personen die in de positie verkeren om opdracht te geven tot het plegen van het misdrijf agressie of het plegen van dit misdrijf mogelijk te maken, met inbegrip van hooggeplaatste politieke, militaire en justitiële figuren; wijst er in dit verband op dat deze verantwoordingsplicht ook moet gelden voor rechters van het Grondwettelijk Hof van de Russische Federatie en leden van de Doema die beslissingen hebben genomen op grond waarvan Oekraïense gebieden konden worden geannexeerd, waarmee zij er rechtstreeks toe hebben bijgedragen dat het misdrijf agressie kon worden gepleegd, waarbij de meeste aandacht moet uitgaan naar de personen met de grootste verantwoordelijkheid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>spreekt nadrukkelijk zijn volledige steun uit voor het onderzoek van het Internationaal Strafhof naar de beschuldigingen van oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid en genocide, die in Oekraïne zijn gepleegd; herinnert aan de verplichting van de lidstaten uit hoofde van het Statuut van Rome om personen tegen wie het Internationaal Strafhof een arrestatiebevel heeft uitgevaardigd en die hun grondgebied binnenkomen, aan te houden en over te leveren; spreekt zijn grote bezorgdheid uit over de Amerikaanse sancties tegen het Internationaal Strafhof en zijn aanklagers, rechters en personeel, die alle lopende onderzoeks- en vervolgingswerkzaamheden van het ICC ondermijnen en een ernstige aanval vormen op het internationale rechtssysteem; verzoekt de Commissie met spoed de blokkeringsverordening in werking te doen treden en dringt er bij de lidstaten op aan zo snel mogelijk meer diplomatieke inspanningen te ondernemen om het Internationaal Strafhof te beschermen en te vrijwaren als een onmisbare hoeksteen van het internationale rechtssysteem;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>hekelt de Russische uitvoer van gestolen graan uit bezette gebieden in Oekraïne en onderstreept dat de confiscatie ervan mogelijk een oorlogsmisdaad is; dringt aan op onmiddellijke maatregelen om de uitvoer van en de handel in het illegaal in beslag genomen graan een halt toe te roepen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>is er voorstander van dat de EU volwaardig lid wordt van de internationale schadevergoedingscommissie voor Oekraïne; verzoekt de lidstaten alle formele procedures voor hun toetreding snel af te ronden, zodat de internationale schadevergoedingscommissie snel van start kan gaan met haar werkzaamheden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>wijst erop dat een doeltreffende coördinatie van alle verantwoordingsmechanismen noodzakelijk is om dubbel werk te voorkomen, efficiëntie te waarborgen en de negatieve gevolgen voor slachtoffers en getuigen tot een minimum te beperken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>verzoekt de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de Commissie een EU-delegatie in te stellen bij de in Den Haag gevestigde internationale organisaties, waaronder momenteel het Internationaal Strafhof, het Internationaal Gerechtshof en de Organisatie voor het verbod van chemische wapens, onder meer om een doeltreffende participatie van de EU in de belangrijke nieuwe in Den Haag te vestigen internationale organen te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>is ingenomen met de langverwachte goedkeuring door de Raad van een EU-lening van 90 miljard EUR aan Oekraïne; verwacht, in overeenstemming met de toelichting die de Commissie tijdens de plenaire vergadering van februari 2026 heeft gegeven, dat de flexibiliteit die in het pakket is opgenomen in het kader van de afwijkingsregeling van artikel 13, lid 5, van de verordening betreffende het opzetten van de steunlening aan Oekraïne<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2026/467 van het Europees Parlement en de Raad van 24 februari 2026 betreffende nauwere samenwerking bij het opzetten van de steunlening aan Oekraïne voor 2026 en 2027 (PB L, 2026/467, 26.2.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2026/467/oj).</FIELD></FOOTNOTE> naar behoren wordt toegepast; herhaalt zijn oproep om na te denken over legale manieren om de op grond van de EU-sancties bevroren Russische overheidsactiva te gebruiken ter ondersteuning van de verdediging en wederopbouw van Oekraïne, onder meer door het land in het kader van de internationale schadevergoedingscommissie voor Oekraïne compensatie te bieden, en om, naast andere prioriteiten, financiering beschikbaar te stellen voor het herstellen van de nieuwe veiligheidsomhulling van de kerncentrale van Tsjernobyl, nadat deze door Russische droneaanvallen beschadigd is geraakt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>is ingenomen met de goedkeuring van het 20e sanctiepakket tegen Rusland; stelt vast dat het instrument voor het voorkomen van de omzeiling van sancties is ingezet om verlegging van de uitvoer van gevoelige technologieën via niet-EU-landen tegen te gaan; benadrukt dat er geen sancties mogen worden opgeheven voordat er een vredesakkoord is uitonderhandeld en dit akkoord duurzaam ten uitvoer wordt gelegd; dringt er bij de EU en de lidstaten op aan de omzeiling van sancties systematisch aan te pakken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>verzoekt de Raad en de Commissie ervoor te zorgen dat de EU-sancties tegen Rusland strikt worden gehandhaafd en verder worden uitgebreid tot alle personen en entiteiten wier beslissingen het plegen van oorlogsmisdaden en andere ernstige misdaden tegen de Oekraïense burgerbevolking mogelijk hebben gemaakt of daartoe hebben bijgedragen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>verzoekt de EU-instellingen en organen, en met name de Europese Dienst voor extern optreden, om in samenwerking met de Oekraïense autoriteiten het voortouw te nemen bij het opzetten van een actieve voorlichtingscampagne die erop gericht is in Europa en de rest van de wereld aandacht te vragen voor de oorlogsmisdaden die door Rusland en zijn bondgenoten zijn gepleegd om zo meer draagvlak te creëren voor inspanningen om de schuldigen ter verantwoording te roepen en gerechtigheid te krijgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>herhaalt dat de onrechtmatige deportatie en gedwongen overbrenging van Oekraïense kinderen een ernstige schending van het internationaal humanitair recht en van de mensenrechten vormt; is ingenomen met het initiatief van de Commissie om samen met Oekraïne en Canada in mei 2026 in Brussel een bijeenkomst op hoog niveau van de Internationale Coalitie voor de terugkeer van Oekraïense kinderen te organiseren; verzoekt de lidstaten die zich nog niet hebben aangesloten bij de internationale coalitie dit onverwijld te doen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>spreekt zijn afschuw uit over de systematische pogingen van Rusland om de geschiedenis, cultuur, taal en identiteit van Oekraïne uit te wissen; wijst erop dat de omvang van de verwoestingen als gevolg van de Russische agressie enorm is en dat de directe schade aan de culturele infrastructuur en het cultureel erfgoed van Oekraïne in april 2026 werd geraamd op meer dan 4 miljard EUR;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>benadrukt dat de Russische aanvalsoorlog en de gerichte aanvallen op industriële en energie-infrastructuur ernstige en langdurige schade hebben toegebracht aan het milieu in Oekraïne, en dat onder meer ecosystemen zijn vernietigd en water en bodem verontreinigd zijn geraakt; verzoekt de EU en haar lidstaten alle initiatieven te steunen die erop gericht zijn de milieuvernietiging als gevolg van de Russische oorlog te documenteren, en inspanningen te steunen die erop gericht zijn de schuldigen ter verantwoording te roepen en te verplichten tot het betalen van schadevergoeding;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>stelt nogmaals dat de EU zich vastberaden blijft inzetten voor de wederopbouw van Oekraïne en geeft nogmaals aan bereid te zijn bij te dragen aan de wederopbouw van de Oekraïense economie en infrastructuur; benadrukt dat de faciliteit voor Oekraïne van strategisch belang is voor het versterken van de weerbaarheid van Oekraïne, het versnellen van het herstel van Oekraïne en het ondersteunen van het traject van Oekraïne naar duurzame ontwikkeling en EU-lidmaatschap;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de president, de regering en de Verchovna Rada van Oekraïne, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de Raad van Europa, het Congres van de Verenigde Staten, het Internationaal Strafhof en de Russische autoriteiten.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>