<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0163</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">De noodzaak van gerichte criminele bepalingen en de verantwoordelijkheid van platforms voor een effectieve aanpak van cyberpesten</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(B10-0206, 0213 en 0235/2026)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 30 april 2026 over de noodzaak van gerichte strafrechtelijke bepalingen en de verantwoordelijkheid van platforms om cyberpesten en online-intimidatie doeltreffend aan te pakken (2026/2693(RSP))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, en met name de artikelen over menselijke waardigheid, het recht op leven, de vrijheid van meningsuiting, de rechten van het kind, de rechten van slachtoffers, vertrouwelijkheid van communicatie en de bescherming van persoonsgegevens,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van het kind,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 83, leden 1 en 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn 2011/93/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 ter bestrijding van seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen en kinderpornografie, en ter vervanging van Kaderbesluit 2004/68/JBZ van de Raad<FOOTNOTE><FIELD> PB L 335 van 17.12.2011, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2011/93/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn 2012/29/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van minimumnormen voor de rechten, de ondersteuning en de bescherming van slachtoffers van strafbare feiten, en ter vervanging van Kaderbesluit 2001/220/JBZ van de Raad<FOOTNOTE><FIELD> PB L 315 van 14.11.2012, blz. 57, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2012/29/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (richtlijn rechten van slachtoffers),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn (EU) 2018/1808 van het Europees Parlement en de Raad van 14 november 2018 tot wijziging van Richtlijn 2010/13/EU betreffende de coördinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten inzake het aanbieden van audiovisuele mediadiensten (richtlijn audiovisuele mediadiensten) in het licht van een veranderende marktsituatie<FOOTNOTE><FIELD> PB L 303 van 28.11.2018, blz. 69, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2018/1808/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn (EU) 2024/1385 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2024/1385, 24.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2024/1385/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2022/2065 van het Europees Parlement en de Raad van 19 oktober 2022 betreffende een eengemaakte markt voor digitale diensten en tot wijziging van Richtlijn 2000/31/EG (digitaledienstenverordening)<FOOTNOTE><FIELD> PB L 277 van 27.10.2022, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2022/2065/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2024/1689 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 tot vaststelling van geharmoniseerde regels betreffende artificiële intelligentie en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 300/2008, (EU) nr. 167/2013, (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1139 en (EU) 2019/2144, en de Richtlijnen 2014/90/EU, (EU) 2016/797 en (EU) 2020/1828 (verordening artificiële intelligentie)<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2024/1689, 12.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de richtsnoeren van de Commissie van 10 oktober 2025 inzake maatregelen om een hoog niveau van privacy, veiligheid en beveiliging voor minderjarigen online te waarborgen, overeenkomstig artikel 28, lid 4, van Verordening (EU) 2022/2065<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2025/5519, 10.10.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/5519/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 10 februari 2026 getiteld “Actieplan tegen cyberpesten – “Veiliger online, samen sterker” (COM(2026)0071),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie van 25 november 2025 getiteld “Cyberbullying: Insights from science, policy and legislation” (Cyberpesten: inzichten uit wetenschap, beleid en wetgeving),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 11 mei 2022 getiteld “Een digitaal decennium voor kinderen en jongeren: de nieuwe Europese strategie voor een beter internet voor kinderen (BIK+)” (COM(2022)0212),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 9 december 2021 getiteld “Een inclusiever en beschermender Europa: uitbreiding van de lijst van EU-misdrijven tot haatzaaiende uitlatingen en haatmisdrijven” (COM(2021)0777), en het bijgaande voorstel voor een besluit van de Raad,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 18 januari 2024 over uitbreiding van de lijst van EU‑misdrijven tot haatzaaiende uitlatingen en haatmisdrijven<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2024/5733, 17.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/5733/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien nationale wetgeving tegen cyberpesten, waaronder de Ierse “Coco’s Law”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de toespraak van Jackie Fox, de moeder van Coco, in het Europees Parlement op 10 maart 2026 ter gelegenheid van Internationale Vrouwendag,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de strategie van de Commissie voor de gelijkheid van lhbtiq’ers 2026-2030 van 8 oktober 2025 (COM(2025)0725),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 26 november 2025 inzake de bescherming van minderjarigen online<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2026/1708, 24.4.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/1708/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 136, leden 2 en 4, van zijn Reglement,</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat met cyberpesten gedrag wordt bedoeld dat wordt gesteld met behulp van digitale technologieën, met als voornaamste doel of gevolg dat met name kinderen of jongeren herhaaldelijk of voortdurend worden vernederd, sociaal uitgesloten, misbruikt, geïntimideerd of benadeeld;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat cyberpesten een groeiend probleem is, zoals wordt erkend in het actieplan van de Commissie tegen cyberpesten; overwegende dat wereldwijd 18,3 % van de kinderen te maken heeft gehad met cyberpesten via elektronische berichten of berichten op sociale media; overwegende dat in Europa ongeveer één op de zes kinderen tussen 11 en 15 jaar aangeeft slachtoffer te zijn van cyberpesten; overwegende dat tussen 2018 en 2022 het aantal adolescenten dat slachtoffer is van cyberpesten met een kwart is gestegen bij jongens en met bijna een kwart bij meisjes; overwegende dat cyberpesten de afgelopen vijf jaar steevast de belangrijkste reden is geweest om contact op te nemen met de hulplijnen van de Safer Internet Centres;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat uit de Eurobarometer 2025 over het digitale decennium is gebleken dat 92 % van de EU-burgers van mening is dat overheidsinstanties dringend actie moeten ondernemen om kinderen online te beschermen tegen cyberpesten en online-intimidatie, waaruit blijkt dat er dringend behoefte is aan gecoördineerde maatregelen om de schadelijke gevolgen van cyberpesten in alle lidstaten te voorkomen, aan te pakken en te beperken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat cyberpesten onevenredig vaak mensen treft die met meerdere kwetsbaarheden te maken hebben, waaronder vrouwen en meisjes, lhbtiq+-personen, jongeren, kinderen met een beperking, hen met een minderheidsachtergrond, migranten en geracialiseerde jongeren, en overwegende dat deze overlappende identiteiten de schade die zij ondervinden nog vergroten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat cyberpesten en online-intimidatie, met inbegrip van misbruik op basis van beeldmateriaal, ernstige en blijvende gevolgen hebben voor slachtoffers, met name minderjarigen, waaronder psychologische schade, sociale vervreemding en, in extreme gevallen, de dood;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat cyberpesten in veel gevallen moet worden gezien als een vorm van gendergerelateerd geweld, waaronder het zonder toestemming verspreiden van intieme beelden, gecoördineerde haatcampagnes en aanvallen op vrouwen in het openbare leven; overwegende dat artificiële intelligentie cyberpesten een nieuwe, gevaarlijke dimensie geeft, waarbij vooral vrouwen en kinderen het doelwit zijn;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat cyberpesten een grensoverschrijdende dimensie heeft aangezien het vaak voorkomt op socialemediaplatforms, in berichtenapps, in spelomgevingen en in andere onlineruimten; overwegende dat het is uitgegroeid tot een van de belangrijkste bedreigingen voor de onlineveiligheid en het welzijn van minderjarigen en jongeren in de EU;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat er op EU- of internationaal niveau geen gezamenlijk overeengekomen juridische definitie van cyberpesten bestaat; overwegende dat er nog steeds sprake is van aanzienlijke juridische versnippering tussen de lidstaten met betrekking tot de definitie van en straffen voor cyberpesten, wat leidt tot ongelijke niveaus van bescherming voor slachtoffers en rechtsonzekerheid voor rechtshandhavingsinstanties;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat verschillende lidstaten gerichte strafrechtelijke bepalingen ter bestrijding van cyberpesten hebben ingevoerd; overwegende dat nationale wetgeving, zoals “Coco’s Law” in Ierland, tot doel heeft schadelijk onlinegedrag aan te pakken, waaronder het zonder toestemming verspreiden van intieme beelden en ernstige online-intimidatie; overwegende dat de Commissie op 9 december 2021 heeft voorgesteld “haatmisdrijven” aan de lijst van EU-misdrijven in artikel 83, lid 1, VWEU toe te voegen; overwegende dat dit voorstel niet de vereiste unanieme steun van de lidstaten heeft gekregen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat de voorzitter van de Commissie in haar toespraak over de Staat van de Unie 2025 heeft aangekondigd dat zij een panel van specialisten bijeen zou roepen om advies te geven over de veiligheid van kinderen online en een eventuele leeftijdsgrens voor de toegang tot sociale media; overwegende dat de medevoorzitters naar verwachting tegen de zomer van 2026 verslag zullen uitbrengen aan de voorzitter van de Commissie over hun bevindingen en aanbevelingen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat het bedrijfsmodel van bepaalde onlineplatforms de verspreiding van haatdragende inhoud stimuleert, welke bijdraagt tot een onveilige onlineomgeving, met name voor minderjarigen, vrouwen, lhbtiq+-personen en andere minderheden; overwegende dat de Commissie in het kader van de digitaledienstenverordening een aantal onderzoeken heeft ingesteld tegen zeer grote aanbieders van onlinediensten met betrekking tot cyberpesten en intimidatie;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het actieplan van de Commissie tegen cyberpesten</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>is ingenomen met het actieplan van de Commissie tegen cyberpesten als kader voor de aanpak van cyberpesten, met inbegrip van de voorgestelde definitie die een coherente statistische beoordeling en de uitwisseling van beste praktijken tussen de lidstaten, en een striktere uitvoering en handhaving van de huidige wetgeving mogelijk maakt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>is ingenomen met de nadruk die in het actieplan tegen cyberpesten wordt gelegd op preventie en digitale geletterdheid als doeltreffende langetermijninstrumenten; verzoekt de Commissie en de lidstaten te investeren in op de leeftijd afgestemde programma’s voor digitaal onderwijs en mediageletterdheid, teneinde ervoor te zorgen dat die hulpmiddelen kinderen bereiken in alle sociaal-economische contexten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt de lidstaten alomvattende nationale plannen ter bestrijding van cyberpesten vast te stellen die voorzien in doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties voor cyberpesten, waarbij rekening gehouden wordt met de ernst van het gedrag en de kwetsbaarheid van het slachtoffer;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>is van mening dat slachtoffers cyberpesten gemakkelijk moeten kunnen melden; merkt op dat het actieplan tegen cyberpesten voorziet in een app voor onlineveiligheid tegen cyberpesten, als gebruiksvriendelijk en EU-breed interoperabel meldingsmechanisme, om meldingen, gecoördineerde ondersteuning en het verzamelen van bewijsmateriaal te centraliseren;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Strafrecht</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>uit zijn bezorgdheid over het feit dat, ondanks de wetgevings- en beleidsmaatregelen die tot dusver op EU- en nationaal niveau zijn genomen, cyberpesten en misbruik op basis van beeld- of videomateriaal in de hele EU blijven toenemen, wat erop wijst dat de bestaande instrumenten, waaronder verplichtingen uit hoofde van de digitaledienstenverordening en harmonisatie uit hoofde van de richtlijn ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld, mogelijk niet volstaan om de volledige omvang en ernst van het probleem aan te pakken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>merkt op dat het actieplan tegen cyberpesten niet voorziet in maatregelen op het gebied van strafrecht op EU-niveau;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>verzoekt de Commissie na te gaan of er behoefte is aan een meer geharmoniseerde aanpak op EU-niveau om cyberpesten te definiëren; verzoekt de Commissie te onderzoeken of cyberpesten, met inbegrip van het zonder toestemming verspreiden van intiem materiaal, op EU-niveau moet worden erkend als een vorm van bijzonder zware criminaliteit met een grensoverschrijdende dimensie; spreekt nogmaals zijn steun uit voor de toevoeging van haatmisdrijven — waar de ernstigste vormen van cyberpesten onder kunnen vallen — aan de lijst van EU-misdrijven in artikel 83, lid 1, VWEU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>benadrukt dat goed toegeruste wetshandhavingsinstanties, met voldoende personeel, technische expertise en IT-infrastructuur, een onmisbaar onderdeel vormen van een doeltreffende aanpak van cyberpesten; verzoekt de Commissie en Europol de onderzoekscapaciteiten van de lidstaten te vergroten, onder meer voor de bestrijding van grensoverschrijdend cyberpesten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>verzoekt de lidstaten om beste praktijken uit te wisselen met betrekking tot hun juridische aanpak; benadrukt dat bij de inspanningen prioriteit moet worden gegeven aan preventie-, onderwijs- en bewustmakingsmaatregelen die gericht zijn op kinderen, ouders en opvoeders, alsook aan digitale geletterdheid en herstel, met name wanneer er minderjarigen bij betrokken zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>dringt aan op een snelle uitvoering en omzetting van de herziene richtlijn slachtofferrechten;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Onlineplatforms en digitaledienstenverordening</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten ervoor te zorgen dat platforms ter verantwoording worden geroepen om cyberpesten te voorkomen en tegen te gaan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>wijst erop dat het bedrijfsmodel van bepaalde onlineplatforms de verspreiding van haatdragende inhoud stimuleert en derhalve bijdraagt tot een steeds onveiligere onlineomgeving, met name voor minderjarigen, vrouwen en leden van de lhbtiq+-gemeenschap of andere minderheden; benadrukt de rol van verregaand gepersonaliseerde aanbevelingssystemen die haatzaaiende uitlatingen naar voren schuiven en minder polariserende inhoud lager rangschikken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>wijst erop dat de digitaledienstenverordening een aantal aspecten van intimidatie en cyberpesten aanpakt en met name artikel 28 dat aanbieders reeds verplicht een hoog niveau van privacy, veiligheid en bescherming van minderjarigen te waarborgen; wijst in dit verband op de richtsnoeren van de Commissie in het kader van de digitaledienstenverordening, waarin wordt gespecificeerd hoe platforms ervoor kunnen zorgen dat minderjarigen hun diensten veilig kunnen gebruiken; merkt op dat zeer grote onlineplatforms er in aanzienlijke mate niet in zijn geslaagd deze maatregelen ten uitvoer te leggen; verzoekt de Commissie en de lidstaten de handhaving van artikel 28 van de digitaledienstenverordening en de bepaling inzake kennisgeving- en actiemechanismen van die verordening, die gevolgen hebben voor de bescherming van slachtoffers van cyberpesten, te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>verzoekt de Commissie de lopende handhavingszaken af te ronden, onderzoeken in te stellen naar eventuele schendingen van artikel 28 van de digitaledienstenverordening, met inbegrip van door aanbevelingssystemen veroorzaakte systemische risico’s, en de “notice-and-takedown”-verplichting van platforms strikt te handhaven; verwerpt met klem elke poging om de digitaledienstenverordening opnieuw ter discussie te stellen; wijst erop dat toegang voor onderzoekers in het kader van de digitaledienstenverordening van cruciaal belang is om te zorgen voor empirisch onderbouwde wetgeving;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>verzoekt de Commissie gevolg te geven aan haar aankondiging om richtsnoeren op te stellen voor betrouwbare flaggers van cyberpesten, waarmee hun rol bij het aanpakken van illegale inhoud wordt verduidelijkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>betreurt het huidige gebrek aan een rechtskader voor opsporing van onlinemateriaal betreffende seksueel misbruik van kinderen en verzoekt de Commissie snel actie te ondernemen om ervoor te zorgen dat vrijwillige-meldingsmechanismen van materiaal betreffende seksueel misbruik van kinderen worden ingevoerd; benadrukt dat platforms verplicht zijn een veilige digitale omgeving voor kinderen te waarborgen, waarin hun grondrechten en de vertrouwelijkheid van de gegevens van alle gebruikers worden geëerbiedigd;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Andere maatregelen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>spreekt zijn bezorgdheid uit over het toenemende gebruik van AI voor onrechtmatige doeleinden, waaronder het genereren van deepfakes, het klonen van stemmen en het zonder toestemming verspreiden van intieme inhoud; herhaalt dat “uitkleedapps” in het kader van de AI-verordening moeten worden verboden als onderdeel van de AI‑omnibusonderhandelingen; verzoekt aanbieders onverwijld te voldoen aan de verplichtingen van artikel 50 van de verordening artificiële intelligentie met betrekking tot transparantie en het gebruik van watermerken, zodat door AI gegenereerde inhoud duidelijk wordt gelabeld om de schadelijke effecten van deepfakes, met name op minderjarigen, te beperken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>verzoekt de Commissie te beoordelen of de bestaande verplichtingen inzake risicobeoordeling en -beperking uit hoofde van het EU-recht adequaat van toepassing zijn op aanbieders van onlinekansspelen, met name aanbieders van realtime-communicatiefuncties die minderjarigen kunnen blootstellen aan cyberpesten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>herinnert aan de verplichtingen uit hoofde van de herziene richtlijn audiovisuele mediadiensten om minderjarigen te beschermen tegen illegale en schadelijke inhoud en alle gebruikers te beschermen tegen inhoud die aanzet tot geweld of haat; dringt er bij de Commissie op aan om toe te zien op de tenuitvoerlegging van deze richtlijn door de lidstaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>herinnert eraan dat slachtoffers van cyberpesten beter moeten worden beschermd en ondersteund; is bezorgd over het feit dat belangenorganisaties van slachtoffers steeds vaker onder druk komen te staan door een gebrek aan financiering; dringt aan op meer en duurzame EU-financiering voor maatschappelijke organisaties, hulplijnen en slachtofferhulpdiensten, en op integratie van maatregelen ter voorkoming en bestrijding van cyberpesten in nationale strategieën voor geestelijke gezondheidszorg, met bijzondere aandacht voor minderjarigen en andere kwetsbare groepen;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsook aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>