<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0169</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">De gemeenschappelijke Europese spoorwegruimte: gebruik van spoorweginfrastructuurcapaciteit</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0126/2026 - Rapporteur: Tilly Metz)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 19 mei 2026 over het standpunt van de Raad in eerste lezing met het oog op de vaststelling van een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake het gebruik van spoorweginfrastructuurcapaciteit in de gemeenschappelijke Europese spoorwegruimte, tot wijziging van Richtlijn 2012/34/EU en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 913/2010 (16833/1/2025 – C10-0104/2026 – 2023/0271(COD))</STRING></TI><NOTE>(Gewone wetgevingsprocedure: tweede lezing)</NOTE><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het standpunt van de Raad in eerste lezing (16833/1/2025 – C10‑0104/2026),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 25 oktober 2023<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2024/891, 6.2.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/891/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van het Comité van de Regio’s van 1 februari 2024<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2024/1982, 18.3.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/1982/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn in eerste lezing geformuleerde standpunt<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2025/1020, 27.2.2025, ELI:  http://data.europa.eu/eli/C/2025/1020/oj.</FIELD></FOOTNOTE> inzake het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2023)0443),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 294, lid 7, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het overeenkomstig artikel 75, lid 4, van zijn Reglement door de bevoegde commissie goedgekeurde voorlopig akkoord,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 68 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling voor de tweede lezing van de Commissie vervoer en toerisme (A10-0126/2026),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>hecht zijn goedkeuring aan het standpunt van de Raad in eerste lezing;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>constateert dat de handeling is vastgesteld overeenkomstig het standpunt van de Raad;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter de handeling samen met de voorzitter van de Raad overeenkomstig artikel 297, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie te ondertekenen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>verzoekt zijn secretaris-generaal de handeling te ondertekenen nadat is nagegaan of alle procedures naar behoren zijn uitgevoerd, en met de secretaris-generaal van de Raad te zorgen voor bekendmaking ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsook aan de nationale parlementen.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>