<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0181</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">De impact van de uitvoering van de richtlijn maritieme ruimtelijke planning (Richtlijn 2014/89/EU) op de visserij in bepaalde visserijgebieden en zeebekkens</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0120/2026 - Rapporteur: Stéphanie Yon-Courtin)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 20 mei 2026 over de impact van de richtlijn maritieme ruimtelijke planning (Richtlijn 2014/89/EU) op de visserij in bepaalde visserijgebieden en zeebekkens (2024/2126(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn 2014/89/EU van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 tot vaststelling van een kader voor maritieme ruimtelijke planning<FOOTNOTE><FIELD> PB L 257 van 28.8.2014, blz. 135, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2014/89/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (richtlijn maritieme ruimtelijke planning of MRP-richtlijn),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn 2008/56/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het beleid ten aanzien van het mariene milieu (kaderrichtlijn mariene strategie)<FOOTNOTE><FIELD> PB L 164 van 25.6.2008, blz. 19, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2008/56/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad<FOOTNOTE><FIELD> PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2013/1380/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (GVB-verordening),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/1139 van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2021 tot oprichting van het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1004<FOOTNOTE><FIELD> PB L 247 van 13.7.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/1139/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna<FOOTNOTE><FIELD> PB L 206 van 22.7.1992, blz. 7, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/1992/43/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (habitatrichtlijn),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand<FOOTNOTE><FIELD> PB L 20 van 26.1.2010, blz. 7, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2009/147/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (de vogelrichtlijn),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie van 3 mei 2022 over de geboekte vooruitgang bij de uitvoering van Richtlijn 2014/89/EU tot vaststelling van een kader voor maritieme ruimtelijke planning (COM(2022)0185),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de EU-wetgeving inzake waterkwaliteit en bestrijding van verontreiniging (de kaderrichtlijn water<FOOTNOTE><FIELD> Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PB L 327 van 22.12.2000, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2000/60/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, Richtlijn 2008/105/EG<FOOTNOTE><FIELD> Richtlijn 2008/105/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 inzake milieukwaliteitsnormen op het gebied van het waterbeleid tot wijziging en vervolgens intrekking van de Richtlijnen 82/176/EEG, 83/513/EEG, 84/156/EEG, 84/491/EEG en 86/280/EEG van de Raad, en tot wijziging van Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 348 van 24.12.2008, blz. 84, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2008/105/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, Richtlijn (EU) 2024/3019<FOOTNOTE><FIELD> Richtlijn (EU) 2024/3019 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2024 inzake de behandeling van stedelijk afvalwater (PB L, 2024/3019, 12.12.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2024/3019/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, Richtlijn 91/676/EEG van de Raad<FOOTNOTE><FIELD> Richtlijn 91/676/EEG van de Raad van 12 december 1991 inzake de bescherming van water tegen verontreinigingen door nitraten uit agrarische bronnen (PB L 375 van 31.12.1991, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/1991/676/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, Richtlijn 2005/35/EG<FOOTNOTE><FIELD> Richtlijn 2005/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 inzake verontreiniging vanaf schepen en invoering van sancties voor inbreuken (PB L 255 van 30.9.2005, blz. 11, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2005/35/oj).</FIELD></FOOTNOTE> en Verordening (EG) nr. 1907/2006<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie (PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2006/1907/oj).</FIELD></FOOTNOTE>),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 20 mei 2020 getiteld “EU-biodiversiteitsstrategie voor 2030 — De natuur terug in ons leven brengen” (COM(2020)0380) en de resolutie van het Parlement van 9 juni 2021 daarover<FOOTNOTE><FIELD> Resolutie van het Europees Parlement van 9 juni 2021 over de EU-biodiversiteitsstrategie voor 2030: De natuur terug in ons leven brengen (PB C 67 van 8.2.2022, blz. 25).</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Gedragscode voor een verantwoorde visserij van de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) van 1995, en met name artikel 10,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de vrijwillige richtsnoeren van de FAO voor duurzame kleinschalige visserij in de context van de voedselzekerheid en de uitroeiing van armoede,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 5 juni 2025 getiteld “Het Europees oceaanpact” (COM(2025)0281),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 7 juli 2021 over de gevolgen voor de visserijsector van offshorewindmolenparken en andere systemen voor hernieuwbare energie<FOOTNOTE><FIELD> PB C 99 van 1.3.2022, blz. 88.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 6 oktober 2022 getiteld “Momentum voor de oceaan: versterking van oceaangovernance en biodiversiteit”<FOOTNOTE><FIELD> PB C 132 van 14.4.2023, blz. 106.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 9 mei 2023 over gezamenlijk visserijbeheer in de EU en de bijdrage van de visserijsector aan de tenuitvoerlegging van beheersmaatregelen<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2023/1060, 15.12.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2023/1060/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 18 januari 2024 over de stand van zaken met betrekking tot de uitvoering van het gemeenschappelijk visserijbeleid en toekomstperspectieven<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2024/5734, 17.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/5734/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 12 mei 2021 getiteld “Strategische richtsnoeren voor een duurzamere en concurrerendere EU-aquacultuur voor de periode 2021 tot en met 2030” (COM(2021)0236),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het werkdocument van de diensten van de Commissie (SWD(2025)0003) bij het document getiteld “Verslag van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement over de beoordeling van de programma’s van maatregelen van de lidstaten door de Commissie”, zoals bijgewerkt op grond van artikel 17 van de kaderrichtlijn mariene strategie (2008/56/EG),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Speciaal verslag 25/2023 van de Europese Rekenkamer getiteld “Aquacultuurbeleid van de EU — Stagnerende productie en onduidelijke resultaten ondanks meer EU-financiering”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de briefing getiteld “Fisheries in maritime spatial planning”, gepubliceerd door zijn directoraat-generaal Parlementaire Onderzoeksdiensten in oktober 2025,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de studie getiteld “Implementation of the Maritime Spatial Planning Directive: Impact on fisheries in selected fishing areas and sea basins”, gepubliceerd door zijn directoraat-generaal Parlementaire Onderzoeksdiensten in december 2025,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het mondiaal biodiversiteitskader van Kunming-Montreal uit 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van september 2019 van de Intergouvernementele Werkgroep inzake klimaatverandering getiteld “Special Report on the Ocean and Cryosphere in a Changing Climate”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 55 van zijn Reglement, alsmede artikel 1, lid 1, punt e), van en bijlage 3 bij het besluit van de Conferentie van voorzitters van 12 december 2002 betreffende de procedure inzake het verlenen van toestemming voor het opstellen van initiatiefverslagen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie visserij (A10-0120/2026),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de toegenomen concurrentie om toegang tot maritieme ruimte vanuit verschillende activiteiten en sectoren, zoals visserij, aquacultuur, maritiem vervoer, scheepvaart, hernieuwbare offshore-energie, natuurbehoud, behoud van marien cultureel erfgoed, kusttoerisme, recreatieactiviteiten, activiteiten om zeebodemafzettingen te winnen of te verwijderen door middel van baggeren, het gebruik van onderzeese kabels en pijpleidingen, of defensie, leidt tot toenemende cumulatieve druk op mariene ecosystemen en meer conflicten over het gebruik van maritieme ruimte, wat nog wordt verergerd door institutionele en administratieve versnippering;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat visserij en aquacultuur strategische sectoren zijn voor de veiligheid en soevereiniteit van de EU, met name als het gaat om voedselzekerheid en mariene soevereiniteit, en bijdragen aan het concurrentievermogen en de veerkracht van kustgemeenschappen; overwegende dat visserijproducten van de EU gezond en vaak lokaal zijn, en een zeer goed profiel hebben als het gaat om lage broeikasgasemissies per eenheid eetbare dierlijke eiwitten; overwegende dat de strategische waarde van deze sectoren daarom naar behoren moet worden onderkend in de maritieme ruimtelijke planning (MRP);</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de zelfvoorziening van de EU op het gebied van visserijproducten in 2022 is afgenomen tot 37,5 % en dat ongeveer 80 % van de in de EU geconsumeerde visserijproducten werd ingevoerd, waardoor er een structurele afhankelijkheid van externe bronnen ontstaat en de voedselsoevereiniteit van de EU afneemt; overwegende dat tegelijkertijd de vissersvloot van de EU de afgelopen tien jaar aanzienlijk is gekrompen en nu ruim 13 % kleiner is dan in 2014; overwegende dat deze inkrimping, in combinatie met de toegenomen concurrentie voor het gebruik van de maritieme ruimte, een risico vormt voor de economische levensvatbaarheid van de visserijsector, de generatievernieuwing en het vermogen van de vloot om bij te dragen aan de voedselzekerheid van de EU; overwegende dat het waarborgen van een toereikende, evenwichtige en voorspelbare toegang tot de maritieme ruimte dan ook van cruciaal belang is om een concurrerende EU-visserij te ontwikkelen, zoals wordt onderkend in het Europees oceaanpact;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat een veranderende geopolitieke context en stijgende spanningen kunnen leiden tot een toename van het militaire gebruik van de maritieme ruimte; overwegende dat er bij MRP rekening moet worden gehouden met defensie- en veiligheidsgerelateerde activiteiten en operaties, zoals toezicht op exclusieve economische zones, de bescherming van het handelsverkeer over zee, gezamenlijke militaire oefeningen, de bestrijding van illegale handel, mijnopruiming, de bestrijding van piraterij, lucht- en satellietsurveillance, en de interactie daarvan met economische activiteiten die verband houden met de zee en het mariene milieu;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de Europese Rekenkamer in haar Speciaal verslag 22/2023 getiteld “Hernieuwbare offshore-energie in de EU” heeft gewezen op het risico van banenverlies in de visserijsector; overwegende dat er in het verslag op wordt gewezen dat er geen kwantificering kon worden gevonden van de belangrijkste economische effecten van de ontwikkeling van hernieuwbare offshore-energie op de visserij en wordt gesteld dat de mogelijke negatieve gevolgen van de ontwikkeling van hernieuwbare offshore-energie voor de visserijsector beter moeten worden geïdentificeerd en aangepakt; overwegende dat daarin tevens werd opgemerkt dat een verbetering van de vispopulatie op grotere schaal onzeker is, maar dat er toch een zekere toename van de visdichtheid is waargenomen in gebieden waar hernieuwbare offshore-energie wordt opgewekt, wat wijst op mogelijke voordelen voor de visserij;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat de EU een juridisch bindende doelstelling heeft vastgesteld om uiterlijk in 2030 doeltreffende en gebiedsgebonden herstelmaatregelen te nemen in ten minste 20 % van haar zeegebieden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat de EU zich ertoe heeft verbonden om uiterlijk in 2030 ten minste 30 % van haar zeegebieden te beschermen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat de MRP-richtlijn van de EU een gemeenschappelijk kader voor de lidstaten vaststelt om het gebruik van hun mariene wateren te organiseren en tot doel heeft de duurzame ontwikkeling en groei van de blauwe economie te bevorderen en conflicten tussen sectoren te verminderen, zonder zelf nieuwe sectorspecifieke verplichtingen in te voeren; overwegende dat de richtlijn de uitbreiding van kapitaalintensieve en ruimtelijk exclusieve economische activiteiten lijkt te bevorderen, waardoor traditionele, mobiele en collectieve vormen van gebruik van de zee, met name de visserij, mogelijk in de marge terechtkomen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat de EU heeft voorzien in een kader voor MRP, dat onder andere bestaat uit mechanismen voor grensoverschrijdende samenwerking; overwegende dat kustlidstaten verantwoordelijk zijn voor de vaststelling van plannen op grond van het kader, zo ook van het ontwerp en de vaststelling van het formaat en de inhoud van dergelijke plannen, aansluitend bij hun administratieve traditie, en de verdeling van de maritieme ruimte over verschillende activiteiten en gebruiksvormen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat de MRP-richtlijn bijdraagt tot de bescherming van het milieu door het duurzame gebruik van de maritieme ruimte en mariene hulpbronnen te bevorderen en vereist van de lidstaten dat zij een ecosysteemgerichte benadering hanteren; overwegende dat er wordt gestreefd naar een doeltreffend evenwicht tussen ecologische, sociale en economische doelstellingen, zonder traditionele activiteiten systematisch ondergeschikt te maken aan andere;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat de MRP-richtlijn nauw verband houdt met de uitvoering van andere EU-wetgeving, zoals de kaderrichtlijn mariene strategie, de verordening inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, de habitatrichtlijn, de vogelrichtlijn en de kaderrichtlijn water; overwegende dat deze richtlijn ook verband houdt met juridisch en niet-juridisch bindende beleidstoezeggingen, zoals het mondiaal biodiversiteitskader van Kunming-Montreal;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat de 22 lidstaten met een kustlijn na de goedkeuring van de MRP-richtlijn verplicht waren om uiterlijk in 2016 bevoegde autoriteiten aan te wijzen en uiterlijk op 31 maart 2021 nationale maritieme ruimtelijke plannen voor hun mariene wateren vast te stellen; overwegende dat acht lidstaten deze termijn niet hebben gehaald;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat tot nu toe 20 van de 22 lidstaten met een kustlijn maritieme ruimtelijke plannen hebben vastgesteld en dat veel lidstaten momenteel bezig zijn deze te herzien;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat de lidstaten bij de ontwikkeling van maritieme ruimtelijke plannen rekening moeten houden met ecologische, economische, sociale en veiligheidsaspecten, wisselwerkingen tussen land en zee en grensoverschrijdende samenwerking, en moeten zorgen voor de vroegtijdige, voortdurende en doeltreffende betrokkenheid van alle belanghebbenden, met inbegrip van vissers en schelpdiervissers en hun representatieve organisaties, en gemeenschappen in de ultraperifere gebieden, door middel van een bottom-upbenadering en gedurende het hele besluitvormingsproces, waarbij erop moet worden toegezien dat deze betrokkenheid passend en zinvol is en niet beperkt blijft tot een louter adviserende rol;</P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat de mate van uitvoering van de MRP-richtlijn aanzienlijk verschilt van lidstaat tot lidstaat, als gevolg van verschillen in administratieve en bestuurlijke structuren, variërend van lokale tot meer gecentraliseerde systemen; overwegende dat de effecten van MRP sterk variëren per zeebekken en gebied, waarbij bepaalde kustgebieden te maken hebben met een grotere concentratie van ruimtelijke beperkingen en concurrerende vormen van gebruik, waardoor de territoriale onevenwichtigheid binnen de EU wordt versterkt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>P.</NO.P>overwegende dat de lidstaten hun plannen moeten coördineren met andere betrokken lidstaten en moeten samenwerken met de autoriteiten in landen buiten de EU in de desbetreffende mariene regio; overwegende dat gezien de verschillen tussen de onderscheiden mariene regio’s of subregio’s en kustgebieden een uniforme aanpak niet als passend wordt gezien voor een dergelijke samenwerking;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Q.</NO.P>overwegende dat de maritieme ruimtelijke plannen sterk verschillen qua aard en inhoud, aangezien de MRP-richtlijn niet voorziet in gedetailleerde bindende criteria voor de plannen en de lidstaten aanzienlijke flexibiliteit biedt bij de uitvoering en het gedetailleerde ontwerp van de plannen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>R.</NO.P>overwegende dat er een sterke behoefte bestaat aan MRP in gebieden met een hoge concentratie van activiteiten en beperkte maritieme ruimte, zoals het Kanaal, de Oostzee en de Middellandse Zee;</P></CONS><CONS><P><NO.P>S.</NO.P>overwegende dat MRP moet bijdragen tot de territoriale samenhang van de EU, overeenkomstig artikel 174 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie; overwegende dat visserij en aquacultuur niet alleen economische activiteiten zijn, maar ook een fundamentele sociale rol vervullen in het waarborgen van bestaansmiddelen, het behoud van werkgelegenheid en de instandhouding van het sociale en culturele netwerk van kust- en eilandgemeenschappen, met name in perifere en ultraperifere gebieden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>T.</NO.P>overwegende dat de visserij- en de aquacultuursector met verschillende uitdagingen kampen, zoals de druk als gevolg van de steeds slechtere toestand van mariene ecosystemen en de ongelijke toepassing van maatregelen ter bescherming van het mariene milieu en de druk van opkomende sectoren in de blauwe economie, zoals hernieuwbare offshore-energie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>U.</NO.P>overwegende dat goed beheerde en doeltreffend beschermde netwerken van ecologisch verbonden beschermde mariene gebieden een essentieel instrument zijn voor het behoud van de mariene biodiversiteit en kunnen bijdragen tot langetermijnvoordelen dankzij herstel van de visbestanden, overloopeffecten naar aangrenzende gebieden en veerkrachtige kusteconomieën, maar dat hun doeltreffendheid en maatschappelijke aanvaarding afhangen van de wijze waarop ze worden ontworpen, beheerd en afgestemd op duurzame visserijactiviteiten, met name door middel van gedifferentieerde benaderingen die zijn gebaseerd op wetenschappelijke gegevens en de deelname van alle belanghebbenden, waaronder vissers en kustgemeenschappen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>V.</NO.P>overwegende dat hernieuwbare offshore-energie alleen duurzaam zal zijn als er geen negatieve gevolgen voor het milieu of voor de economische, sociale en territoriale cohesie optreden, met name in regio’s die afhankelijk zijn van visserij;</P></CONS><CONS><P><NO.P>W.</NO.P>overwegende dat het de bevoegdheid van de lidstaten blijft om hun nationale energiemix en -technologieën te bepalen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>X.</NO.P>overwegende dat het toenemende verlies aan visgronden leidt tot verplaatsing van visserijactiviteiten, toenemende druk op de visserij en concurrentie tussen vloten, en het verdwijnen van bepaalde segmenten die hun activiteiten niet naar elders kunnen verplaatsen, met name in de kleinschalige visserij, waaronder de visserij te voet, zoals schelpdierenvissers; overwegende dat dit ook gevolgen heeft voor de sociale cohesie, de werkgelegenheid en de overlevering van maritieme tradities;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Y.</NO.P>overwegende dat de lidstaten in overeenstemming met het gemeenschappelijk visserijbeleid de toegang tot de visserij binnen een zone van 12 zeemijl vanaf hun kustlijn en, voor de ultraperifere gebieden binnen 100 zeemijl, mogen beperken tot vissersvaartuigen die traditioneel in die wateren vissen vanuit havens aan de aangrenzende kust;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Z.</NO.P>overwegende dat maritieme en kustgebieden te lijden hebben onder de gevolgen van klimaatverandering en verontreiniging, met name door chemische verontreinigende stoffen, en zwerfvuil (vanaf het land) op zee, die ook van invloed zijn op activiteiten die verband houden met de zee, de mariene biodiversiteit en de vis- en aquacultuurbestanden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AA.</NO.P>overwegende dat de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de EU en de gevolgen van de Brexit het ruimtelijke, economische en visserij-evenwicht in verschillende zeebekkens, met name het Kanaal, de Noordzee en de westelijke wateren, ingrijpend hebben veranderd, waardoor de visserijactiviteiten van de EU zich in kleinere maritieme zones concentreren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AB.</NO.P>overwegende dat werknemers in de maritieme sector, zoals vissers, bepaalde risico’s of gevaren kunnen lopen in verband met de veiligheid van vaartuigen of blootstelling aan bepaalde vormen van illegale handel via zeeroutes, zoals drugshandel;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AC.</NO.P>overwegende dat werknemers in de visserij- en aquacultuursector recht hebben op veilige, eerlijke en fatsoenlijke arbeidsomstandigheden en adequate sociale bescherming; overwegende dat MRP-besluiten rechtstreekse gevolgen kunnen hebben voor de veiligheid, het inkomen en de arbeidsomstandigheden van deze personen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AD.</NO.P>overwegende dat veel maritieme ruimtelijke plannen alleen betrekking hebben op mariene ruimten en geen rekening houden met de wisselwerking tussen land en zee, en met name met de effecten van verontreiniging van de mariene ecosystemen vanaf het land;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AE.</NO.P>overwegende dat de uitvoering van een ecosysteemgerichte benadering ontoereikend is of ontbreekt, aangezien veel lidstaten moeite hebben om deze in de praktijk toe te passen en de vereisten van de MRP-richtlijn af te stemmen op die van andere wetgeving, zoals de verordening inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid of de kaderrichtlijn mariene strategie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AF.</NO.P>overwegende dat de lidstaten de doelstelling van een goede milieutoestand voor de Europese zeeën voor 2020, zoals vereist door de kaderrichtlijn mariene strategie, nog niet hebben bereikt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AG.</NO.P>overwegende dat de verzameling, transparantie, bruikbaarheid, harmonisatie en verwerking van gegevens binnen een redelijk kort tijdsbestek van cruciaal belang zijn om te bepalen hoe visserij en aquacultuur in MRP moeten worden opgenomen; overwegende dat er een gebrek is aan alomvattende gegevens over exclusieve economische zones en dat er problemen zijn bij het integreren van gegevens uit verschillende sectoren en het verkrijgen van gegevens van nationale autoriteiten; overwegende dat de toewijzing van middelen aan dit soort gegevensverzamelingsactiviteiten kan worden verbeterd;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uitvoering van de MRP-richtlijn en de impact ervan op visserij en aquacultuur</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>benadrukt dat de MRP-richtlijn weliswaar een relevant sectoroverschrijdend kader voor samenwerking biedt, maar door de lidstaten ongelijkmatig is uitgevoerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>is ingenomen met het feit dat sommige lidstaten ver gevorderd zijn met de uitvoering van de MRP-richtlijn, met geïntegreerde nationale strategieën, specifieke instanties en actieplannen voor zeebekkens;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>merkt op dat maritieme ruimtelijke plannen in sommige lidstaten wettelijk bindend zijn en in andere lidstaten niet, maar eerder raadgevend; benadrukt dat de uitvoering in de lidstaten vaak wordt belemmerd door institutionele versnippering, gefragmenteerd bestuur, ontoereikende wettelijke mechanismen of onvoldoende financiële middelen en personeel die beschikbaar zijn voor die mechanismen en de toegang daartoe, met name via het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur voor plaatselijke actiegroepen voor visserij en aquacultuur;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>benadrukt dat het in kaart brengen van problemen en kansen, het verzamelen van planningsgegevens, besluitvorming en uitvoering onderdeel moeten zijn van de ruimtelijke planning van mariene gebieden, en dat in het kader van een dergelijke planning bijzondere aandacht moet worden besteed aan visserij en aquacultuur;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>benadrukt dat de uitvoering en doeltreffendheid van MRP sterk verschilt tussen de maritieme regio’s van de EU, waarbij sommige regio’s, zoals de Oostzee of de Noordzee, grotendeels onder maritieme ruimtelijke plannen vallen, terwijl er voor andere, zoals de Middellandse Zee, aanzienlijk minder planning beschikbaar is;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>is ingenomen met het Greater North Sea Basin Initiative, dat lidstaten en landen buiten de EU samenbrengt met als doel een betere afstemming en coördinatie van maritieme ruimtelijke plannen te bereiken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>benadrukt dat grensoverschrijdende initiatieven beperkt blijven en dat doeltreffende coördinatie ontbreekt, waardoor de inspanningen om gemeenschappelijke uitdagingen in onderling verbonden mariene regio’s aan te pakken, worden belemmerd; betreurt de problemen bij de samenwerking op het gebied van MRP tussen lidstaten en landen buiten de EU, met name naburige kuststaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>wijst op de gevolgen van de Brexit voor maritieme planning, met name als het gaat om de ontwikkeling van beschermde mariene gebieden en hernieuwbare offshore-energie, maar ook andere activiteiten zoals intensief maritiem vervoer en kusttoerisme; benadrukt dat die veranderingen ertoe hebben geleid dat de vissersvloot van de EU is geweerd uit veel visserijgebieden in Britse wateren, en tot een verschuiving van de visserijactiviteiten en een hoge visserijdruk in de Noordzee en in het Kanaalgebied, met nadelige gevolgen voor de visserij van de EU; dringt erop aan dat er in MRP in deze gebieden systematisch rekening wordt gehouden met deze elementen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>onderstreept de noodzaak van coördinatie tussen de lidstaten en het Verenigd Koninkrijk om tot een doeltreffend en eerlijk beheer van het zeebekken te komen en de vele conflicten over het gebruik ervan te verminderen, rekening houdend met de economische, sociale en milieuaspecten van elke activiteit; herinnert in dit verband aan de verplichting tot grensoverschrijdende samenwerking die voortvloeit uit het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, met name de artikelen 7 en 8; pleit met name voor een daadwerkelijke dialoog met het Verenigd Koninkrijk en de Kanaaleilanden over de beheersmaatregelen in de beschermde mariene gebieden, waarbij rekening wordt gehouden met de sociaal-economische gevolgen voor de vissers in de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>benadrukt dat, met name in het Middellandse Zeegebied, de toename van offshore-energieplatforms en andere infrastructuur op dit vlak leidt tot aanzienlijke ruimtelijke beperkingen van visserijactiviteiten, waardoor de traditionele toegang tot visgronden wordt beperkt en de maritieme ruimte versnipperd raakt; merkt op dat de lidstaten weliswaar zelf mogen bepalen waarvoor de infrastructuur in deze gebieden wordt gebruikt, maar dat hun besluiten rechtstreeks van invloed zijn op het gebruik van traditionele visgronden en daarom op coherente wijze in de MRP-processen moeten worden geïntegreerd; merkt op dat de ontwikkeling van het maritieme toerisme ook gevolgen heeft voor de visserijactiviteiten in het zeebekken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>wijst op de specifieke kenmerken van de Adriatische Zee als half-ingesloten en zeer kwetsbaar zeebekken, dat onderhevig is aan cumulatieve druk van visserij, aquacultuur, maritiem vervoer, toerisme en kustontwikkeling; wijst erop dat deze druk vraagt om een versterkte grensoverschrijdende aanpak van MRP op zeebekkenniveau; verzoekt de Commissie en de betrokken lidstaten om, in samenwerking met naburige kuststaten die geen lid zijn van de EU, de coördinatie, het delen van gegevens en de gezamenlijke bestuursmechanismen in de Adriatische Zee te versterken; wijst op het belang van de kleinschalige en kustvisserij voor het zeebekken en het belang van de integratie ervan in MRP om hun economische levensvatbaarheid en cultureel erfgoed te beschermen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>benadrukt dat de Oostzee een aantal unieke kenmerken heeft, waaronder de status als half-ingesloten zeebekken, de hoge concentratie van verschillende soorten economische activiteiten, waaronder visserij, maritiem vervoer en de uitbreiding van mariene hernieuwbare energie, en de kwetsbaarheid van zijn ecosysteem; pleit in dit kader voor een duurzame MRP-aanpak die is afgestemd op die regionale omstandigheden; prijst de werkzaamheden van de gezamenlijke werkgroep van Helcom en Vasab inzake maritieme ruimtelijke planning, die een stevige basis vormen voor coördinatie op zeebekkenniveau in de Oostzee;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>onderstreept dat de zeebekkens van de ultraperifere gebieden ook moeten worden meegenomen in de uitvoering van de MRP-richtlijn, waarbij volledig rekening moet worden gehouden met hun specifieke kenmerken, ook in de interacties met niet-EU-landen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Voordelen van MRP voor visserij en aquacultuur</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>betreurt het dat het huidige rechtskader voor MRP niet de verwachte voordelen voor de visserij heeft opgeleverd; merkt op dat MRP niet wezenlijk heeft bijgedragen aan het verbeteren van de voorspelbaarheid en stabiliteit van visserijactiviteiten; wijst op het gebrek aan minimumstreefcijfers en meetbare ecologische, sociale en economische indicatoren voor visserij in MRP, met name voor kleinschalige exploitanten; wijst op de noodzaak van een coherente en doeltreffende uitvoering van het maritieme beleid van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>benadrukt dat, met het oog op de uitvoering van het MRP-kader, er een alomvattende sociaal-economische analyse moet worden uitgevoerd, waarin de visie van kleine bedrijven en kustgemeenschappen wordt meegenomen; wijst op het belang van de visserij en aquacultuur voor de voedselsoevereiniteit en het behoud van de bijbehorende knowhow voor de EU, en onderkent dat iedereen erbij gebaat is dat er meer rekening wordt gehouden met het belang van deze sectoren in MRP;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>wijst erop dat MRP de visserij en aquacultuur beter moet integreren en actief moet worden ingezet om de ruimtelijke uitdagingen voor de visserij aan te pakken, met inbegrip van de cumulatieve effecten van offshore-energie, beschermde mariene gebieden, en scheepvaart- en defensiezones, en de geleidelijke marginalisering van visserijactiviteiten moet voorkomen; wijst erop dat offshorewindmolenparken waar mogelijk moeten worden geplaatst in zones die minder geschikt zijn voor visserij, om de negatieve gevolgen voor de visserijactiviteiten tot een minimum te beperken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>benadrukt de essentiële rol van de kleinschalige visserij, bijvoorbeeld op het vlak van lokale werkgelegenheid, sociale cohesie en het behoud van traditionele vaardigheden; dringt erop aan dat in de MRP ten volle rekening wordt gehouden met dit segment, met name wat betreft de toegang tot de ruimte, de nabijheid van visgronden en de veiligheid van activiteiten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>merkt op dat offshorewindmolenparken van invloed kunnen zijn op de visserij door de ruimtelijke spreiding en de dichtheid van commercieel beviste mariene soorten te wijzigen en door om veiligheidsredenen beperkingen op te leggen voor de toegang of visserijmethodes; merkt op dat er weliswaar enkele potentiële voordelen voor vissers zijn waargenomen, maar dat deze alleen relevant zijn als het voor vissers praktisch en haalbaar is om in deze gebieden actief te zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>benadrukt dat het rechtskader voor MRP weliswaar marginale voordelen oplevert voor de aquacultuur, maar dat er verbeteringen nodig zijn op het gebied van de aanwijzing van maritieme ruimte, de verdere erkenning van de rol van aquacultuur binnen het kader, grensoverschrijdende samenhang, rechtszekerheid en het tijdschema en de impact van vergunningsprocedures; wijst met name op de noodzaak van een betere integratie van aquacultuur in MRP en eventuele andere acties, zoals de ontwikkeling van een mogelijk gemeenschappelijk aquacultuurbeleid, om beter rekening te houden met deze belangrijke sector voor de voedselzekerheid in de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>benadrukt dat de doelstelling om conflicten tussen de diverse sectoren en gebruikers van de zee tot een minimum te beperken, niet voldoende is verwezenlijkt, met name wat betreft visserij en aquacultuur, waaronder schelpdierenteelt en opkomende sectoren zoals zeewierteelt, die de beschikking hebben over minder ruimte waardoor hun concurrentievermogen en de mogelijkheden om hun activiteiten te ontwikkelen worden aangetast;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>benadrukt dat de aard van conflicten over het gebruik van maritieme ruimte varieert naargelang het soort visserij- en aquacultuuractiviteiten, en dat dergelijke activiteiten mogelijk ook met elkaar concurreren om maritieme ruimte; benadrukt dat de belangrijkste conflicten op het gebied van visserij het verlies van visgronden als gevolg van uitsluiting van maritieme zones, toegangsbeperkingen, concurrentie om toegang, ruimtelijke versnippering en de steeds slechtere staat van diverse mariene ecosystemen zijn, terwijl de belangrijkste conflicten op het gebied van aquacultuur overlappende zonering, milieuproblemen zoals verontreiniging en eutrofiëring, en concurrentie om vangsten zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>herinnert eraan dat visserij en aquacultuur afhankelijk zijn van de geografische locatie van mariene hulpbronnen en de gezonde staat van mariene ecosystemen, en dat deze sectoren sterk verbonden zijn met de waardeketen van visserijproducten en de werkgelegenheid in kustgebieden en om die reden niet in aanmerking komen voor verplaatsing;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>benadrukt dat de visserij niet profiteert van prioritaire of speciale gebieden en vaak moet opereren in niet-toegewezen maritieme ruimten en dat deze sector dus steeds verder wordt verdrukt door andere activiteiten; merkt op dat aquacultuur, met inbegrip van de zeewierteelt, in principe geschikter is voor gereserveerde gebieden, maar dat de aanpak per lidstaat en soms binnen dezelfde lidstaat sterk verschilt, met vergunningsprocedures die vaak omslachtig zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>benadrukt dat sommige lidstaten weliswaar multifunctionele zones hebben ingesteld, maar voornamelijk een projectmatige aanpak hanteren; benadrukt dat een multifunctionele aanpak voor bepaalde activiteiten zeer moeilijk te implementeren blijkt, vooral bij het combineren van visserij, de bescherming van de biodiversiteit en hernieuwbare mariene energie; merkt op dat een multifunctionele aanpak ook vragen oproept op het gebied van verzekeringen en veiligheid voor vissers en personen die in de aquacultuur werkzaam zijn; benadrukt dat multifunctionele zones weliswaar het potentieel hebben om de cumulatieve effecten van menselijke activiteiten aan te pakken, maar dat er meer onderzoek nodig is om de haalbaarheid en de impact daarvan te beoordelen; wijst erop dat de aanwijzing van dergelijke zones gebaseerd moet zijn op een beoordeling van de economische, sociale en milieueffecten van de verschillende activiteiten die daarin worden ontplooid, die moet worden uitgevoerd met de passende betrokkenheid, gedurende het hele proces, van marktdeelnemers uit alle relevante sectoren en andere belanghebbenden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>is ingenomen met succesvolle voorbeelden van colocatie van activiteiten, zoals vaste of drijvende offshore-windinfrastructuur die ook kan worden gebruikt voor de ontwikkeling van aquacultuur, schelpdieren- en zeewierteelt, en voor de bescherming van habitats voor mariene fauna en flora of regeneratieve activiteiten, en voor visserijactiviteiten zoals passieve visserij en visserij met een lage impact; wijst in dit verband op de noodzaak van meer uitwisseling van goede praktijken en meer onderzoek, met name in verband met ecologische effecten en economisch potentieel;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>verzoekt de lidstaten met klem rekening te houden met de effecten van hernieuwbare offshore-energie op het mariene ecosysteem en de visserij wanneer zij hun energiemix bepalen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>benadrukt dat de coördinatie tussen land en zee een cruciaal zwak punt blijft bij de uitvoering van MRP, met bijzondere aandacht voor het feit dat bij maatregelen ter bescherming van de biodiversiteit onvoldoende rekening wordt gehouden met de gevolgen van verontreiniging van de mariene ecosystemen vanaf het land;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>wijst op het belang van visserij- en haveninfrastructuur en bijbehorende faciliteiten en op de noodzaak om ervoor te zorgen dat MRP coherent is met betrekking tot dergelijke infrastructuurinvesteringen, in overeenstemming met de EU-havenstrategie, terwijl er ook rekening wordt gehouden met de afhankelijkheid van alle maritieme activiteiten van doeltreffende coördinatie tussen land en zee;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Betrokkenheid van belanghebbenden en gegevensverzameling</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>benadrukt dat de betrokkenheid van belanghebbenden en kustgemeenschappen bij het MRP-proces is toegenomen, maar nog steeds beperkt blijft; betreurt het dat het bij deze betrokkenheid vaak ontbreekt aan vroegtijdige en formele betrokkenheid en raadpleging, waardoor de kans op echte invloed op planningsbeslissingen beperkt blijft; is in dit verband ingenomen met het initiatief van de Commissie om een uitvoeringsdialoog over MRP te houden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>neemt kennis van goede voorbeelden van deelname van belanghebbenden in sommige lidstaten, zoals nationale raadplegingen en participatieve processen; betreurt echter het ontbreken van bindende bepalingen voor de lidstaten over deelname van belanghebbenden; merkt op dat dit de deelname van belanghebbenden, zoals vissers, personen die in de aquacultuur werkzaam zijn, belangengroepen en andere betrokkenen, in raadplegings- en besluitvormingsprocessen belemmert, met name als het gaat om de locatie van projecten voor hernieuwbare offshore-energie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>benadrukt dat visserij en aquacultuur vaak overschaduwd worden door andere, machtigere of economisch belangrijkere sectoren, zoals offshore-energie; neemt kennis van verslagen over structurele machtsongelijkheid tussen maritieme sectoren; betreurt het dat bepaalde sectoren en exploitanten vaak overlegprocessen omzeilen, ten koste van minder georganiseerde actoren, zoals kleinschalige vissers, waaronder vissers te voet, zoals schelpdiervissers; dringt aan op uitgebreide, toegankelijke en inclusieve raadplegingsprocessen met alle belanghebbenden en de totstandbrenging van corrigerende governancemechanismen, waaronder transparante richtsnoeren voor het waarborgen van evenwichtige en transparante besluitvorming, het verlagen van het risico op conflicten en het creëren van een gelijk speelveld tussen de visserij en andere sectoren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>betreurt het gebrek aan geharmoniseerde en vergelijkbare gegevens over de toestand van de oceanen en zeeën, de visbestanden en de gevolgen van de klimaatverandering, alsook het gebrek aan adequate sociale en economische gegevens, waaronder de beoordeling van de gevolgen van MRP voor kustgemeenschappen; benadrukt het gebrek aan harmonisatie van de systemen voor gegevensverzameling van de lidstaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>benadrukt dat gegevensafwijkingen, zoals incompatibele geospatiale referentiekaders, en temporele discrepanties, zoals verschillende herzieningscycli voor maritieme ruimtelijke plannen, de uitvoering van een coherente MRP en een ecosysteemgerichte benadering in de weg staan; herinnert eraan dat instrumenten voor modellering, kartering en ruimtelijke analyse hulpmiddelen zijn bij de besluitvorming en geen vervanging mogen zijn voor democratisch debat of politieke compromissen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Aanbevelingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>wijst op de noodzaak van een meer holistische aanpak en betere coördinatie van relevante EU-wetgeving, met name van de MRP-richtlijn, de verordening inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid en de kaderrichtlijn mariene strategie, teneinde een consistente en effectieve uitvoering van MRP, zo ook van de ecosysteemgerichte benadering, met als doel om bij te dragen aan het bereiken van een goede milieutoestand; onderstreept ook dat MRP volledig in overeenstemming moet zijn met het gemeenschappelijk visserijbeleid als het exclusieve wetgevingskader van de EU voor visserijbeheer en daarom niet mag worden gebruikt om indirect visserijbeheersmaatregelen in te voeren, vooral niet als dat onverenigbaar is met de ambitie om de rol van visserijactiviteiten in MRP te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>is van mening dat maritieme ruimtelijke plannen beter moeten aansluiten bij ruimtelijke, ecologische en sociaal-economische behoeften, alsook bij de specifieke kenmerken van elk zeebekken en van de daarmee verbonden exclusieve economische zones; wijst erop dat de lidstaten de coördinatie tussen autoriteiten voor landgebruik en maritieme autoriteiten moeten versterken bij het opstellen en uitvoeren van maritieme ruimtelijke plannen en bij de opname in de plannen van beoordelingen van de gevolgen van activiteiten op het land voor de kustwateren; is van mening dat de lidstaten rekening moeten houden met specifieke regionale kenmerken, waaronder de kenmerken van insulaire en ultraperifere gebieden, en de administratieve tradities in elke lidstaat moeten eerbiedigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>wijst erop dat de lidstaten bij het opstellen en uitvoeren van maritieme ruimtelijke plannen de coördinatie tussen en binnen de lidstaten moeten versterken, met name tussen nationale en regionale instanties, alsook de sectoroverschrijdende coördinatie tussen instanties die onder meer verantwoordelijk zijn voor het milieu-, visserij-, energie- en vervoersbeleid, teneinde een coherente, ecosysteemgerichte en geïntegreerde aanpak te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>dringt aan op de uitvoering van een evenwichtige, multifunctionele bottom-upbenadering van MRP, teneinde negatieve effecten op mariene hulpbronnen en de biodiversiteit, en dus op de visserij en aquacultuur te voorkomen en ervoor te zorgen dat deze activiteiten niet uit de maritieme ruimte worden geweerd; is van mening dat de ontwikkeling van bepaalde activiteiten in verband met de blauwe economie niet ten koste mag gaan van de duurzame en veerkrachtige productie van visserijproducten, de voedselsoevereiniteit en het behoud van de mariene biodiversiteit; is in dit verband van mening dat het strategische belang van voedselzekerheid beter moet worden verankerd in de komende herziening van de MRP-richtlijn; dringt er daarom op aan dat visserij en aquacultuur worden erkend als strategische sectoren van groot openbaar belang die een essentiële bijdrage leveren aan de voedselsoevereiniteit en voedselzekerheid van de EU en aan de strategische autonomie en de werkgelegenheid in kustgebieden, en dat daaraan prioritaire aandacht wordt besteed in MRP, met name segmenten die niet kunnen worden verplaatst;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>roept op tot een wetenschappelijk onderbouwde benadering van multifunctionele zones, waarbij wordt ingezien dat visserij en offshore-energie in de praktijk slechts in beperkte mate naast elkaar kunnen bestaan en dat dit niet mag worden gebruikt om de uitsluiting van visserij uit de maritieme ruimte te rechtvaardigen; wijst erop dat de multifunctionele aanpak moet worden gevolgd op basis van technische en wetenschappelijke criteria, waarin de wijze waarop de visserij en aquacultuur in de praktijk werken naar voren komt; wijst erop dat de aanwijzing van multifunctionele zones gebaseerd moet zijn op een cumulatieve effectbeoordeling van de verschillende activiteiten die daar worden uitgevoerd en een grondige analyse van de bevaarbaarheid en veiligheid van die zones; roept ertoe op alle relevante sectoren rechtstreeks en naar behoren bij dit proces te betrekken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>is van mening dat bij MRP een dynamische en aanpasbare aanpak moet worden gevolgd, waarbij rekening wordt gehouden met veranderingen in het mariene milieu en de mariene hulpbronnen, en gebruik wordt gemaakt van regelmatig bijgewerkte wetenschappelijke en sociaal-economische gegevens en indicatoren, met name bij de vaststelling van gebieden waar visserijactiviteiten kunnen worden geweerd, zoals offshorewindmolenparken en de aanwijzing van bepaalde beschermde mariene gebieden; benadrukt dat in het planningsproces naar voren moet komen dat visserij een dynamische activiteit is, aangezien vloten zich verplaatsen naargelang van de seizoensgebonden beschikbaarheid en de bewegingen van de visbestanden, en dat voor bepaalde soorten vistuig veel manoeuvreerruimte nodig is;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>pleit voor inclusieve bestuursmechanismen die zorgen voor directe en gestructureerde deelname van belanghebbenden, zoals vissers, met inbegrip van kleinschalige vissers en regionale organisaties voor visserijbeheer (ROVB’s), indien relevant, aan de besluitvormings-, monitoring- en evaluatieprocessen van de plannen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>wijst op de noodzaak van meer steun en systematische aandacht voor de visserij binnen MRP; schaart zich achter de vaststelling van duidelijke ruimtelijke zonering en prioritaire zones voor de visserij, waarbij rekening wordt gehouden met de verplaatsing en ontwikkeling van de visbestanden, de erkenning van traditionele visserij- en aquacultuurgebieden, de noodzaak van behoud en bescherming van het milieu en de verbetering van de toestand van de visbestanden; benadrukt dat de zonering moet worden afgestemd op verschillende vlootsegmenten, alsook op zeebekkens, en moet worden gebaseerd op gedegen wetenschappelijke en sociaal-economische beoordelingen en indicatoren, teneinde de inzichtelijkheid en voorspelbaarheid voor de visserijsector te verbeteren; pleit voor een verplichte beoordeling van de cumulatieve sociaal-economische effecten van de verplaatsing van de visserij, zo ook van de effecten op het concurrentievermogen en de rentabiliteit van de EU-vloot, de veiligheid op zee en de generatievernieuwing;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>wijst met name op de noodzaak om binnen de twaalfmijlszone meer gebieden te reserveren voor kleinschalige kustvisserij met een lage impact, op basis van regelingen voor gezamenlijk beheer;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>wijst erop dat er meer onderzoek moet worden gedaan om visserijgebieden en visbestanden in kaart te brengen en te modelleren; is van mening dat er bij het afbakenen van prioritaire zones voor de visserij en het plannen van visserijactiviteiten een dynamische aanpak moet worden gevolgd om in te spelen op veranderingen en migratie van de visbestanden die gevolgen hebben voor de historische verspreidingsgebieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>verzoekt de Commissie om een voorstel te doen voor een mechanisme van compenserende maatregelen of verzekeringsregelingen voor de visserijsector wanneer de visserijactiviteiten als gevolg van het alternatieve gebruik van de zee worden verplaatst, dat onder meer maatregelen voor financiële compensaties omvat, en voorrang te geven aan nieuwe compatibele gebruiksvormen en steun bij het hertekenen van visserijroutes, of technologische investeringen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>wijst op de mogelijke negatieve gevolgen van verregaande beperkingen op mariene activiteiten zoals visserij voor kustgemeenschappen, niet in de laatste plaats in insulaire en ultraperifere gebieden; verlangt dat de opstelling, uitvoering en herziening van maritieme ruimtelijke plannen in alle gevallen gepaard gaan met sociale en territoriale effectbeoordelingen, waarbij de nadruk ligt op werkgelegenheid, arbeidsomstandigheden, de veiligheid van vissers en de levensvatbaarheid van kustgemeenschappen, en pleit voor een beoordeling van de biologische en sociaal-economische doeltreffendheid van vangstbeperkingen en andere maatregelen in de visserijsector;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten de visserij te beschouwen als een strategische en prioritaire gebruiker van maritieme ruimte, die essentieel is voor de voedselsoevereiniteit en voedselzekerheid van de EU, de werkgelegenheid in kustgebieden en de strategische autonomie, en deze status expliciet tot uiting te laten komen in maritieme ruimtelijke plannen en in de komende herziening van de MRP-richtlijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>roept in dit verband op tot een gedifferentieerde aanpak voor het beheer van de kleinschalige visserij, met inbegrip van bevoorrechte toegang binnen de twaalfmijlszone voor de kleinschalige visserij, activiteiten met een lage impact en instandhoudingsprojecten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten om aquacultuur en schelpdierteelt, evenals visserij te voet, waaronder schelpdiervisserij, verder te integreren in MRP en om de ecosysteemdiensten van laagtrofische en koolstofarme aquacultuur te erkennen; verzoekt de Commissie verdere maatregelen te overwegen, zoals de ontwikkeling van een mogelijk gemeenschappelijk aquacultuurbeleid als instrument om deze integratie te vergemakkelijken; dringt aan op de aanwijzing in MRP van specifieke maritieme ruimten voor de ontwikkeling van duurzame aquacultuur, zoals koolstofarme en laagtrofische aquacultuur; dringt erop aan de vergunningsprocedures te vergemakkelijken en de wettelijke belemmeringen voor de ontwikkeling van deze activiteiten weg te nemen; benadrukt dat de vergunningsprocedures moeten worden versneld en geschraagd door duidelijke milieuvereisten om zo veel mogelijk sociaal-economische voordelen op te leveren; roept ertoe op stimulansen te verstrekken om de duurzame ontwikkeling van aquacultuur, met name laagtrofische aquacultuur, te bevorderen, met inbegrip van de diversificatie naar niet-voedersoorten zoals zeewierteelt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>wijst op de noodzaak van transparant bestuur met meerdere belanghebbenden bij MRP; verzoekt de lidstaten te zorgen voor vroegtijdige, systematische, zinvolle en voortdurende participatie van belanghebbenden, waaronder adviesraden en vissers, aquacultuurexploitanten en schelpdiertelers, in alle stadia van het ontwerp, de processen, de uitvoering, de eindresultaten en de herziening van MRP, en voor het opnemen van transparante feedback over hoe de inbreng van belanghebbenden wordt gebruikt in de besluitvorming; dringt aan op een billijke behandeling van alle belanghebbenden en kust- en eilandgemeenschappen, ongeacht hun financiële, administratieve of organisatorische middelen, door middel van transparante raadplegingsvormen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>is van mening dat gezamenlijk visserijbeheer het model moet zijn voor bestuur en besluitvorming in MRP; benadrukt de voordelen van dit model, dat directe betrokkenheid van belanghebbenden, beter beheer van visbestanden, het delen van beste praktijken en een op de lokale realiteit afgestemde aanpak mogelijk maakt, met name wanneer het gestoeld is op bestaande en beproefde structuren en op de praktijkkennis van de lokale visserijgemeenschappen en andere structuren, zoals de ROVB’s; onderstreept dat gezamenlijk beheer ook kan bijdragen tot het bevorderen van de generatievernieuwing in de sector en het versterken van de economische veerkracht van kleinschalige en kustvloten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>wijst op de voordelen van bottom-upstructuren voor de lokale uitvoering van MRP, zoals vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling en plaatselijke actiegroepen, lokale en regionale autoriteiten, organisaties van vissers en schelpdiervissers, vrouwenorganisaties in de visserij en andere organisaties op lokaal en regionaal niveau;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten steun te verlenen aan de capaciteitsopbouw van belanghebbenden, met name kleinschalige vissers (met inbegrip van vissers te voet, zoals schelpdiervissers) en hun organisaties, en kust- en eilandgemeenschappen, ook in de ultraperifere gebieden, zodat zij beter toegerust zijn om op actieve en doeltreffende wijze deel te nemen aan openbare raadplegingen en besluitvormingsprocessen met betrekking tot MRP; wijst in dit verband op het belang van de steun voor generatievernieuwing en roept de lidstaten ertoe op te er zorg voor te dragen dat beslissingen op het gebied van ruimtelijke planning geen extra belemmeringen opwerpen voor jongeren die in de visserij willen gaan werken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>wijst erop dat bij de aanwijzing van gebieden die bestemd zijn voor hernieuwbare offshore-energie of voor de bescherming van mariene ecosystemen rekening moet worden gehouden met de gevolgen voor de visserij en de aquacultuur, zo ook voor historische en traditionele visgronden; dringt aan op de noodzaak om systematisch beoordelingen uit te voeren van de cumulatieve milieu- en sociaal-economische effecten voordat de zones worden afgebakend, en ervoor te zorgen dat de werknemers in de sector, met name vissers in het geval van offshorewindmolenparkprojecten, vooraf worden geïnformeerd en verplicht worden betrokken bij de raadplegingen voordat er beslissingen worden genomen; pleit in dit verband voor beoordelingen van de gevolgen voor de toestand van de visbestanden en voor de kwantificering van de belangrijkste sociaal-economische effecten van offshorewindmolenparken op de visserij;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>onderstreept dat maatregelen ter bescherming van mariene ecosystemen gebaseerd moeten zijn op gedegen wetenschappelijke en sociaal-economische beoordelingen en moeten worden afgestemd op de beschermingsbehoeften in elk gebied; benadrukt dat de vaststelling en het beheer van verschillende categorieën beschermde mariene gebieden, voor zover verenigbaar met de instandhoudingsdoelstellingen en het beste beschikbare wetenschappelijke advies, co-existentie met duurzame visserijactiviteiten mogelijk moeten maken, onder meer met passende, gedifferentieerde beheersmaatregelen en het vermijden van automatische uitsluiting; wijst ook op het potentieel van “andere doeltreffende gebiedsgebonden instandhoudingsmaatregelen”;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten om systematisch en wetenschappelijk onderzoek te doen naar de mogelijkheden voor gezamenlijk gebruik van maritieme zones, waaronder beschermde mariene gebieden of hernieuwbare offshore-energie, en te voorkomen dat wordt aangenomen dat verschillende maritieme zones elkaar uitsluiten; benadrukt dat de actieve betrokkenheid van alle belanghebbenden, en dan vooral vissers, bij het ontwerp, het beheer en de evaluatie van beschermde mariene gebieden bijdraagt aan de milieu-efficiëntie, de aanvaarding van instandhoudingsmaatregelen en de integratie van deze gebieden in MRP; benadrukt dat er meer rekening moet worden gehouden met klimaatverandering en verschuivingen in de verdeling van visbestanden om te zorgen voor een flexibele aanpak van de zonering die het dynamische karakter van de visserij weerspiegelt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>56.</NO.P>verzoekt de Commissie een meer grensoverschrijdende en op zeebekkens gebaseerde benadering van MRP te ondersteunen door bestaande initiatieven, zoals het Greater North Sea Basin Initiative, te bevorderen; verzoekt de Commissie en de lidstaten om samen met naburige kuststaten deel te nemen aan regionale platforms voor gezamenlijk beheer, naar het voorbeeld van de Commissie ter bescherming van het mariene milieu van het Oostzeegebied (oftewel de Helsinki-commissie of Helcom), die ook tot doel hebben gemeenschappelijke corridors voor visserijactiviteiten vast te stellen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>57.</NO.P>verzoekt de lidstaten hun nationale plannen aan te vullen met plannen die meer gericht zijn op zeebekkens, en om, waar relevant, macroregionale planningsstrategieën te ontwikkelen, waaronder gezamenlijke maritieme ruimtelijke plannen; dringt er bij de lidstaten en niet-EU-landen, met name naburige kuststaten, op aan om hun samenwerking op het gebied van MRP te verdiepen, vooral als het gaat om de Middellandse Zee, de Oostzee en zeebekkens die grenzen aan het Verenigd Koninkrijk; steunt een MRP-benadering die meer is gericht op zeebekkens, waarbij ervoor wordt gezorgd dat de visserij volledig wordt geïntegreerd in grensoverschrijdende planningskaders en niet wordt benadeeld door gefragmenteerde nationale beslissingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>58.</NO.P>roept op tot nauwere samenwerking tussen de EU, de lidstaten en niet-EU-landen op het gebied van MRP; wijst op de noodzaak van een betere coördinatie tussen de kuststaten in het Kanaal; benadrukt met name de situatie in het Kanaalgebied, waar de samenwerking met het Verenigd Koninkrijk en de Kanaaleilanden moet worden verbeterd, vooral als het gaat om de aanwijzing van beschermde mariene gebieden; meent dat transparante raadplegingsprocessen met belanghebbenden verplicht deel moeten uitmaken van de samenwerking op dit gebied; roept de EU, het Verenigd Koninkrijk en andere relevante partijen op om een regionaal beheersplan voor het Kanaal en de Noordzee op te stellen, gericht op duurzame exploitatie van de hulpbronnen en het meerjarige beheer van de visserij;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>59.</NO.P>onderstreept dat een dergelijke samenwerking met niet-EU-landen een gelijk speelveld moet waarborgen en verplaatsingen van de visserijinspanningen die nadelig zijn voor de vissersvloten en -gemeenschappen in de EU moet voorkomen; verzoekt de Commissie dan ook een gestructureerde aanpak te ontwikkelen voor dialoog en samenwerking met de aangrenzende kuststaten, teneinde vergelijkbare normen op milieu-, beheers- en sociaal gebied te bevorderen en bereid te zijn om alle maatregelen te nemen die nodig zijn om de belangen van de EU te beschermen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>60.</NO.P>dringt aan op de integratie in MRP van maatregelen ter beperking van en aanpassing aan de klimaatverandering en andere relevante milieumaatregelen, teneinde problemen aan te pakken die van invloed zijn op de visserij en aquacultuur, zoals kusterosie, stijgende watertemperaturen, invasieve soorten, oceaanverzuring, verontreiniging die zowel afkomstig is van bronnen op het land als in zee, en cumulatieve effecten; benadrukt dat deze oplossingen evenredig moeten zijn, op de lokale omstandigheden moeten worden afgestemd en aan een voorafgaande kosteneffectiviteitsanalyse moeten worden onderworpen, en dat uniforme benaderingen waarin geen rekening wordt gehouden met de werkelijke situatie van elk zeebekken moeten worden vermeden; onderstreept dat vissers een belangrijke rol kunnen spelen op het gebied van monitoring, vroegtijdige opsporing en bescherming, mits ze daarbij voldoende worden betrokken, opgeleid en ondersteund;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>61.</NO.P>benadrukt de gevolgen van kusterosie en terugtrekkende kustlijnen voor kustgebieden, met name op plaatsen waar aquacultuuractiviteiten plaatsvinden; pleit in dit verband voor een EU-plan voor veerkrachtige kustgebieden, waarin een geïntegreerd beheer van kustgebieden, beperking van en aanpassing aan de klimaatverandering, de wisselwerking tussen land en zee, verontreiniging op het land en in zee, maatregelen voor kustaanpassing en gerichte steun voor aquacultuur; is van mening dat de lidstaten in dit verband een belangrijke rol spelen en dat met deze effecten rekening moet worden gehouden in de maritieme ruimteplannen van de lidstaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>62.</NO.P>is ernstig bezorgd over de door de Commissie voorgestelde hervorming van de verschillende structuurfondsen en het nieuwe meerjarig financieel kader, waardoor er aanzienlijk minder middelen aan de visserij zullen worden toegekend, wat betekent dat de verbeteringen bij de tenuitvoerlegging van de MRP-richtlijn in gevaar komen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>63.</NO.P>wijst erop dat er aanzienlijke middelen moeten worden uitgetrokken voor gegevensverzameling en wetenschappelijk onderzoek, alsook voor het verbeteren van de gegevensuitwisseling en de coördinatie tussen de lidstaten; is van mening dat meer gestandaardiseerde en geharmoniseerde gegevens en methoden zullen helpen om de plaats van visserij en aquacultuur in MRP veilig te stellen; wijst in dit verband op de noodzaak om wetenschappelijke gegevens over de gevolgen van klimaatverandering voor de mariene aquatische hulpbronnen te ontwikkelen en te actualiseren, met name wat betreft veranderingen in de geografische verspreiding van visbestanden, paaiplaatsen of verplaatsingen van visbestanden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>64.</NO.P>roept op tot betere en geharmoniseerde gegevensverzameling en de systematische inventarisatie van visserijactiviteiten als voorwaarde voor eerlijke en wetenschappelijk onderbouwde MRP; verzoekt de Commissie en de lidstaten gebruik te maken van de beste beschikbare en geactualiseerde gegevens en informatie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>65.</NO.P>is van mening dat met het toekomstige oceaanobservatie-initiatief van de EU, “Ocean Eye”, het verzamelen van mariene gegevens beter en geharmoniseerder moet verlopen en zodoende bijdraagt tot verbeterde MRP; roept er bovendien toe op om de mogelijkheden van de Europese digitale tweeling van de oceaan te benutten om meer inzicht te krijgen in de gevolgen van de klimaatverandering op de toestand van de zeeën en de mariene hulpbronnen en hierop te anticiperen, en passende MRP-strategieën te ontwikkelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>66.</NO.P>wijst op de noodzaak om MRP af te stemmen op het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en Horizon Europa, zo ook in het kader van het toekomstige meerjarig financieel kader, om onderzoek en innovatie te bevorderen, zo ook in gebieden die specifiek zijn aangewezen voor duurzaam en innovatief gebruik; meent dat de Commissie en de lidstaten het gebruik van digitale technologieën, zoals Europese instrumenten voor artificiële intelligentie, ter ondersteuning van MRP moeten stimuleren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>67.</NO.P>verzoekt de Commissie nauwlettend toe te zien op de uitvoering van de MRP-richtlijn; is van mening dat het volgende evaluatieverslag over de MRP-richtlijn gericht moet zijn op de ruimtelijke implicaties voor de visserij en aquacultuur, de betrokkenheid van belanghebbenden en grensoverschrijdende samenwerking, en dat daarin aanbevelingen moeten worden gedaan over hoe de MRP-richtlijn betere resultaten kan opleveren op het gebied van ecologische, sociale en economische duurzaamheid; is van mening dat MRP moet worden geëvalueerd op basis van ruimtelijke rechtvaardigheid, dat wil zeggen een eerlijke verdeling van de baten en lasten tussen actoren, gebieden en generaties, en niet alleen op basis van economische of bestuurlijke efficiëntie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>68.</NO.P>verzoekt de Commissie het Europees platform voor maritieme ruimtelijke planning te consolideren door voorbeelden van MRP-projecten, karteringsinstrumenten en goede praktijken te verstrekken; dringt er bij de lidstaten op aan om bij de ontwikkeling van hun maritieme ruimtelijke plannen meer gebruik te maken van dit platform, teneinde transparante beleidsafwegingen te maken zonder een daadwerkelijke dialoog uit te sluiten bij het oplossen van conflicten tussen verschillende gebruiksmogelijkheden en belangen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>69.</NO.P>steunt de herziening van de MRP-richtlijn als onderdeel van de “oceaanwet” die eind 2026 wordt verwacht; merkt op dat de MRP-richtlijn gelijktijdig met de kaderrichtlijn mariene strategie wordt herzien; is van mening dat deze herziening een coherent kader moet vaststellen om de coördinatie tussen de bestaande wetgeving en het regelgevingskader te verbeteren, door overlappende regelgeving te stroomlijnen, doelstellingen op elkaar af te stemmen, bestaande doelstellingen te stroomlijnen en minimumstreefcijfers in te voeren die moeten worden behaald in maritieme ruimtelijke plannen, de samenhang tussen maritieme en terrestrische ruimtelijke planning te verbeteren en gezamenlijke bestuursinstrumenten in te voeren; is van mening dat deze herziening onder meer de bepalingen inzake de betrokkenheid van belanghebbenden, met name vissers en kustgemeenschappen, juridisch bindend moet maken en op meer geharmoniseerde wijze moeten worden toegepast door alle lidstaten; is van mening dat de voorgestelde handeling moet zorgen voor synergie tussen de verschillende verordeningen en sectoren dankzij een werkelijk holistische coördinatie van het beleid, zonder nieuwe sectorspecifieke verplichtingen op te leggen; is verder van mening dat er minimumnormen voor het veiligstellen van ruimte voor visserij en aquacultuur moeten worden ingevoerd om bij te dragen tot de strategische autonomie op het gebied van voedselsoevereiniteit en de duurzaamheid en het concurrentievermogen van de blauwe economie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>70.</NO.P>is van mening dat de herziening van de MRP-richtlijn ook de grensoverschrijdende, multifunctionele aanpak moet versterken om de cumulatieve effecten te beperken en te zorgen voor meer betrokkenheid van belanghebbenden; vindt het daarnaast belangrijk om de herziening aan te wenden om versnippering en onzekerheid voor de vissersvloot van de EU te verminderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>71.</NO.P>is van mening dat de oceaanwet betrekking moet hebben op alle EU-gebieden en rekening moet houden met hun specifieke kenmerken, met name in het geval van ultraperifere en insulaire gebieden; wijst op het belang van de betrokkenheid van de Commissie visserij van het Parlement bij de uitwerking van het voorstel, met name wat betreft voedselsoevereiniteit, de strategische rol van de visserij en aquacultuur en de doeltreffende uitvoering van het gemeenschappelijk visserijbeleid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>72.</NO.P>is van mening dat de komende herziening van de MRP-richtlijn nauw verbonden moet zijn met de uitvoering van het oceaanpact, de verstrekking van voldoende financiële middelen, met name binnen het volgende meerjarig financieel kader, en met concrete acties, om de doeltreffende uitvoering ervan te waarborgen en negatieve gevolgen voor de lidstaten en belanghebbenden te voorkomen; benadrukt dat dergelijke middelen toereikend, voorspelbaar en gemakkelijk toegankelijk moeten zijn en dat bij het gebruik ervan prioriteit moet worden gegeven aan maatregelen met een tastbare impact;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>73.</NO.P>verzoekt de Commissie MRP volledig te integreren in de ontwikkeling van haar visie 2040 voor visserij en aquacultuur en deze initiatieven te koppelen aan de resultaten van de evaluatie van het gemeenschappelijk visserijbeleid;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>74.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>