<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0184</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">De rechtsstaat, grondrechten en misbruik van EU-middelen in Slowakije: behoefte aan een reactie van de EU</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(B10-0245/2026)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 20 mei 2026 over de rechtsstaat, grondrechten en misbruik van EU-middelen in Slowakije: behoefte aan een reactie van de EU (2026/2607(RSP))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), en met name de artikelen 2 en 4, artikel 4, lid 3, en de artikelen 5, 6, 9 en 10 en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), en met name artikel 20,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna “het Handvest”),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens (EVRM) en de protocollen daarbij, en de uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in verband met Slowakije,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de internationale mensenrechtenverdragen van de Verenigde Naties en de Raad van Europa,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn (EU) 2019/1937 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2019 inzake de bescherming van personen die inbreuken op het Unierecht melden<FOOTNOTE><FIELD> PB L 305 van 26.11.2019, blz. 17, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2019/1937/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (de klokkenluidersrichtlijn),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2020/2092 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2020 betreffende een algemeen conditionaliteitsregime ter bescherming van de Uniebegroting<FOOTNOTE><FIELD> PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2020/2092/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (de verordening inzake conditionaliteit),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/1060 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds Plus, het Cohesiefonds, het Fonds voor een rechtvaardige transitie en het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en de financiële regels voor die fondsen en voor het Fonds voor asiel, migratie en integratie, het Fonds voor interne veiligheid en het Instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visumbeleid<FOOTNOTE><FIELD> PB L 231 van 30.6.2021, blz. 159, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/1060/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (de verordening gemeenschappelijke bepalingen),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 19 april 2018 over de bescherming van onderzoeksjournalisten in Europa: de zaak van de Slowaakse journalist Ján Kuciak en van Martina Kušnírová<FOOTNOTE><FIELD> PB C 390 van 18.11.2019, blz. 111.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 28 maart 2019 over de situatie van de rechtsstaat en de strijd tegen corruptie binnen de EU, met name in Malta en Slowakije<FOOTNOTE><FIELD> PB C 108 van 26.3.2021, blz. 107.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 20 oktober 2022 over de toename van haatmisdrijven ten aanzien van lhbtiq+-personen in heel Europa in het licht van de recente homofobe moord in Slowakije<FOOTNOTE><FIELD> PB C 149 van 28.4.2023, blz. 22.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 17 januari 2024 over de voorgenomen ontbinding van de belangrijkste structuren voor corruptiebestrijding in Slowakije en de gevolgen daarvan voor de rechtsstaat<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2024/5712, 17.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/5712/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn verslagen naar aanleiding van de werkbezoeken van de Commissie begrotingscontrole aan Slowakije van 26 tot en met 28 mei 2025 en de werkbezoeken van de Groep voor toezicht op de democratie, de rechtsstaat en de grondrechten (DRFMG) van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken aan Bratislava en Slowakije, van 1 tot en met 3 juni 2025,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de landenhoofdstukken over Slowakije in de jaarlijkse verslagen van de Commissie over de rechtsstaat,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verslagen, enquêtes en adviezen van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het platform van de Raad van Europa ter bevordering van de bescherming van de journalistiek en de veiligheid van journalisten en zijn jaarverslag 2025,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van het Comité van Ministers van de Raad van Europa van 30 april 2014 over de bescherming van de journalistiek en de veiligheid van journalisten en andere media-actoren,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verbintenissen van de deelnemende landen van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa op het gebied van de vrijheid van de media, de vrijheid van meningsuiting en de vrije stroom van informatie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien resolutie nr. 464/2024 van 20 november 2024 van de raad voor de rechtspraak van de Slowaakse Republiek, waarin bezorgdheid wordt geuit over het strafbare feit van rechtsmisbruik en wordt aanbevolen dit in te trekken of te wijzigen om te zorgen voor sterkere waarborgen in overeenstemming met de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Internationale Commissie van Juristen van 14 februari 2025 waarin bezorgdheid wordt geuit over de duidelijke inmenging van de uitvoerende macht in de werkzaamheden van de raad voor de rechtspraak van de Slowaakse Republiek en waarin wordt benadrukt dat de onafhankelijkheid van raden voor de rechtspraak moet worden beschermd tegen de invloed van het parlement en de uitvoerende macht,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gezamenlijke open brief van 16 oktober 2025, ondertekend door 56 maatschappelijke organisaties, waarin deze hun diepe bezorgdheid uiten over de onlangs aangenomen grondwetswijzigingen in Slowakije en de EU oproepen dringend actie te ondernemen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de brief van 28 november 2025 van het Europees Openbaar Ministerie (EOM) aan de Commissie, waarin het EOM bezorgdheid uit over het feit dat de voorgestelde wijzigingen van de wetgeving inzake de bescherming van klokkenluiders in Slowakije mogelijk onverenigbaar zijn met de beginselen van de rechtsstaat, een beperking van de bescherming van bepaalde categorieën klokkenluiders inhouden, met terugwerkende kracht gevolgen hebben voor lopende zaken en negatieve gevolgen hebben voor de bescherming van de financiële belangen van de EU,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de openbare hoorzitting van de Commissie begrotingscontrole van 27 januari 2026 over de bescherming van de financiële belangen van de EU in Slowakije,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de corruptieperceptie-index van 2025, waarin Slowakije een score van 48 op 100 kreeg en het land wereldwijd op de 61e plaats kwam te staan,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gendergelijkheidsindex 2025 van het Europees Instituut voor gendergelijkheid, waarin Slowakije een score van 57,2 op 100 kreeg en het land op de 20e plaats in de EU kwam te staan, waaruit blijkt dat Slowakije in de loop van de tijd vooruitgang heeft geboekt, maar nog steeds onder het EU-gemiddelde presteert,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaringen van de Raad en de Commissie van 11 februari 2026 over de rechtstaat, grondrechten en misbruik van EU-middelen in Slowakije: behoefte aan een reactie van de EU,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 29 april 2026 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van de besluiten over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2024, afdeling III – Commissie en uitvoerende agentschappen en het negende, tiende en elfde Europees Ontwikkelingsfonds<FOOTNOTE><FIELD> Aangenomen teksten, P10_TA(2026)0125.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 136, lid 2, van zijn Reglement,</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat eerbied voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en de eerbiediging van de mensenrechten, waaronder de rechten van personen die tot minderheden behoren, de waarden zijn waarop de EU berust, zoals neergelegd in artikel 2 VEU en zoals weerspiegeld in het Handvest en verankerd in internationale mensenrechtenverdragen; overwegende dat alle lidstaten deze waarden gemeen hebben en dat deze waarden door de EU en door elke lidstaat afzonderlijk in alle interne en externe beleidsmaatregelen consequent moeten worden geëerbiedigd en actief moeten worden bevorderd; overwegende dat de lidstaten ervoor moeten zorgen dat de bescherming van de in artikel 2 VEU verankerde waarden er niet op achteruitgaat; overwegende dat ondermijning van deze waarden de rechten en vrijheden van mensen die in de EU wonen dreigt aan te tasten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat in artikel 6, lid 3, VEU, wordt erkend dat de grondrechten, zoals zij worden gewaarborgd door het EVRM en zoals ze uit de constitutionele tradities voortvloeien die de lidstaten gemeen hebben, als algemene beginselen deel uitmaken van de EU-wetgeving;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de werking van de EU berust op wederzijds vertrouwen tussen de lidstaten, waarbij verondersteld wordt dat zij de democratie, de rechtsstaat en de grondrechten, zoals gewaarborgd door het EVRM en het Handvest, handhaven;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat de deelnemers aan een onderzoeksmissie van de DRFMG in Slowakije van 1 tot en met 3 juni 2025 ernstige bezorgdheid hebben geuit over hervormingen van het strafrecht waardoor de inspanningen op het gebied van corruptiebestrijding verslappen en de verjaringstermijnen worden ingekort, en over het gebruik van versnelde procedures zonder adequaat overleg; overwegende dat de deelnemers aan de missie ook wezen op risico’s in verband met het opportuniteitsbeginsel, het gebrek aan een omvattende corruptiebestrijdingsstrategie, toenemende druk op de rechterlijke macht, de media en het maatschappelijk middenveld, afnemende mediavrijheid en voorstellen waarmee de voorrang van het EU-recht wordt aangevallen; overwegende dat met name werd vastgesteld dat corruptiebestrijding niet langer een prioriteit van de regering is, wat zich uit in minder vervolgingen wegens corruptie, niet omdat de corruptie is afgenomen, maar wel de handhaving ervan, en dat er geen belangrijke nieuwe zaken zullen worden behandeld, behalve als ze verband houden met de vorige regering van de premier; overwegende dat naar schatting 1 324 veroordeelden baat hadden bij juridische hervormingen en dat 446 van hen, van wie velen politieke banden hebben, vervroegd zijn vrijgelaten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat het werkbezoek van de Commissie begrotingscontrole aan Slowakije van 26 t/m 28 mei 2025 aanleiding gaf tot ernstige bezorgdheid over de werking van de controlesystemen, het beheer van EU-middelen en de algemene situatie van de rechtsstaat; overwegende dat het werkbezoek plaatsvond in een gespannen politieke sfeer, de leden ervan openlijk werden aangevallen en ernstige problemen aan het licht kwamen in verband met transparantie, tegenstrijdige informatie van autoriteiten en belanghebbenden, en een vijandige omgeving voor het maatschappelijk middenveld en onderzoeksjournalisten; overwegende dat ook werd gewezen op risico’s in verband met het beheer van EU-middelen, waaronder structurele tekortkomingen in toezichtmechanismen, onvoldoende bescherming tegen fraude en verminderde onderzoekscapaciteit na de ontmanteling van het speciaal openbaar ministerie en de hervorming van het Wetboek van Strafrecht, wat heeft geleid tot alarmerende voorlopige statistieken volgens welke in de eerste maanden van 2025 naar verluidt slechts twee tenlasteleggingen zijn uitgevaardigd voor soortgelijke strafbare feiten als die welke eerder door het speciaal openbaar ministerie zijn onderzocht; overwegende dat het speciaal openbaar ministerie daarvoor elk jaar tussen 120 en 150 aanklachten heeft onderzocht; overwegende dat tijdens het werkbezoek ook tekortkomingen aan het licht zijn gekomen inzake het doeltreffende gebruik van EU-middelen voor kwetsbare gemeenschappen, met name bij de uitvoering van EU-middelen voor Roma-gemeenschappen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat de op 26 september 2025 aangenomen wijziging van de Slowaakse grondwet een aanvulling van artikel 7 behelst met bijkomende bepalingen inzake nationale identiteit, die de Slowaakse autoriteiten, met inbegrip van rechtbanken, in staat stellen te beoordelen of en in welke mate het EU-recht van toepassing is in Slowakije, waaronder uitspraken van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ‑EU); overwegende dat de commissaris voor de Mensenrechten van de Raad van Europa, de Commissie van Venetië en het Mensenrechtencomité van de VN hun zorgen over deze wijziging hebben geuit; overwegende dat de Commissie op 21 november 2025 heeft besloten een inbreukprocedure in te leiden door Slowakije een aanmaningsbrief te sturen wegens schending van de fundamentele beginselen van het EU-recht, met name de beginselen van voorrang, doeltreffendheid en uniforme toepassing van het EU-recht;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat het rechtsbestel nog steeds te kampen heeft met uitdagingen op het gebied van efficiëntie, met name in administratieve zaken; overwegende dat de Commissie Slowakije in haar verslag over de rechtsstaat 2025 heeft aanbevolen maatregelen in te voeren om te zorgen voor voldoende waarborgen voor de onafhankelijkheid met betrekking tot het ontslag van leden van de raad voor de rechtspraak, met name leden die niet door rechters zijn gekozen, rekening houdend met de Europese normen inzake de onafhankelijkheid van raden voor de rechtspraak, en om zeker te stellen dat er voldoende waarborgen zijn en naar behoren in acht worden genomen bij de beoordeling van de strafrechtelijke aansprakelijkheid van rechters voor het strafbare feit “rechtsmisbruik” in hun rechterlijke beslissingen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat de Commissie Slowakije in haar verslag over de rechtsstaat 2025 heeft aanbevolen voorstellen in te dienen om lobbyactiviteiten te reguleren en het systeem voor vermogensaangifte en -verificatie te versterken, en zich te blijven inspannen voor de hervorming van de regels inzake belangenconflicten en te zorgen voor doeltreffende en onafhankelijke onderzoeken en vervolgingen van corruptiezaken op hoog niveau teneinde een solide staat van dienst op te bouwen, onder meer door ongepaste inmenging te voorkomen en het gebruik van de bevoegdheden van de procureur-generaal om definitieve onderzoeks- en vervolgingsbesluiten nietig te verklaren, te beperken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat de Commissie op 8 mei 2025 naar aanleiding van een aanbeveling van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) een uitvoeringsbesluit heeft vastgesteld betreffende de vermindering van de steun in het kader van de herstel- en veerkrachtfaciliteit in geval van belangenconflicten overeenkomstig artikel 22, lid 5, van Verordening (EU) 2021/241 en artikel 19, leden 1 en 2, punt a), van de financieringsovereenkomst voor Slowakije (C(2025)0294);</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat de Groep van Staten tegen Corruptie (Greco) op 6 juni 2025 zijn ad-hocverslag over de Slowaakse Republiek heeft aangenomen, waarin de groep een aantal aanbevelingen heeft gedaan in het licht van de bevindingen met betrekking tot het gebruik van de versnelde wetgevingsprocedure, de verkorting van verjaringstermijnen, de vermindering van strafrechtelijke veroordelingen, de institutionele hervormingen die van invloed zijn op het openbaar ministerie en de politie, alsook de toepassing van het strafbare feit “rechtsmisbruik”; overwegende dat de Commissie van Venetië en het directoraat-generaal Mensenrechten en Rechtsstaat van de Raad van Europa op 6 en 7 maart 2026 hebben aangegeven dat het strafbare feit van rechtsmisbruik zorgwekkend is, aangezien het inherent het risico van ondermijning van de rechtsstaat in zich draagt, en dat zij nogmaals hebben verklaard dat de gewone beroepsprocedure de primaire beroepsweg dient te zijn;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat de Commissie Slowakije in haar verslag over de rechtsstaat 2025 heeft aanbevolen de regels en mechanismen te versterken om het onafhankelijke bestuur en de redactionele onafhankelijkheid van publieke omroepen te herstellen en verder te waarborgen, rekening houdend met de Europese normen inzake publieke omroepen, en vooruitgang te boeken bij het vaststellen van wetgevingswaarborgen en andere waarborgen om de fysieke veiligheid en de werkomgeving van journalisten te verbeteren, met inbegrip van een hervorming van de smaadwet, met inachtneming van de Europese normen inzake de bescherming van journalisten; overwegende dat de Slowaakse regering en het Slowaakse parlement in 2025 de raad van bestuur van de Slowaakse televisie en radio (STVR) hebben benoemd en dat deze uitsluitend bestaat uit kandidaten van de regerende coalitie, hetgeen tot uiting komt in de keuze van de directeur-generaal en de aanzienlijke druk die op het personeel van de STVR wordt uitgeoefend ten aanzien van de redactionele inhoud;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat het Slowaakse grondwettelijk hof op 11 februari 2026 heeft besloten het HvJ-EU om een prejudiciële beslissing te vragen (C-107/26) over de verenigbaarheid van de wet inzake de Slowaakse televisie en radio met de Europese verordening mediavrijheid<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2024/1083 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 tot vaststelling van een gemeenschappelijk kader voor mediadiensten op de interne markt en tot wijziging van Richtlijn 2010/13/EU (Europese verordening mediavrijheid) (PB L, 2024/1083, 17.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1083/oj).</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat publieke aanvallen van Slowaakse politici in het verleden op journalisten, het maatschappelijk middenveld en kwetsbare groepen hebben bijgedragen tot een soort normalisering van haatzaaiende uitlatingen en dat er in die context zware geweldsdelicten zijn gepleegd, waaronder de moord op Ján Kuciak en Martina Kušnírová; overwegende dat de moord op Ján Kuciak en Martina Kušnírová een van de meest complexe zaken is die worden onderzocht; overwegende dat deze zaak onder toezicht stond van het speciaal openbaar ministerie en nu onder het gezag van de procureur-generaal valt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat de Commissie Slowakije in haar verslag over de rechtsstaat 2025 heeft aanbevolen te zorgen voor doeltreffende openbare raadplegingen en betrokkenheid van belanghebbenden bij het wetgevingsproces, onder meer door het frequente gebruik van de versnelde procedure aan te pakken; overwegende dat 20 % van de in 2025 door het Slowaakse parlement aangenomen wetten werd besproken en aangenomen volgens de versnelde wetgevingsprocedure;</P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat het Slowaakse parlement op 12 december 2025 de wetgeving inzake de bescherming van klokkenluiders heeft gewijzigd door middel van een versnelde procedure; overwegende dat het Slowaakse grondwettelijk hof op 17 december 2025 de werking van deze wijzigingen heeft opgeschort; overwegende dat de Commissie op 30 januari 2026 heeft besloten een inbreukprocedure in te leiden door Slowakije een aanmaningsbrief te sturen wegens schending van de EU-regels inzake de bescherming van klokkenluiders;</P></CONS><CONS><P><NO.P>P.</NO.P>overwegende dat het Slowaakse parlement op 16 april 2025 de wetgeving inzake non-profitorganisaties heeft gewijzigd; overwegende dat de Commissaris voor de Mensenrechten van de Raad van Europa en de Commissie van Venetië hun bezorgdheid hebben geuit over de overeenstemming van die wijziging met het EVRM; overwegende dat niet-gouvernementele organisaties (ngo’s) het slachtoffer zijn geworden van lastercampagnes, bedreigingen en intimidatie<FOOTNOTE><FIELD> Civil Liberties Union for Europe (Liberties), verslag over de rechtsstaat 2025: Slowakije; Europese Commissie, verslag over de rechtsstaat 2025 – hoofdstuk over Slowakije; informatie van het Bureau van de ombudsman van de Slowaakse Republiek, 2025.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat het grondwettelijk hof op 17 december 2025 heeft geconcludeerd dat de wijziging niet in overeenstemming is met de Slowaakse grondwet, noch met het EVRM; overwegende dat de Slowaakse autoriteiten ondanks dit arrest alternatieve maatregelen hebben ingevoerd om het administratieve toezicht op maatschappelijke organisaties te vergroten en de transparantieregels hebben gewijzigd, wat aanleiding geeft tot bezorgdheid over de aanhoudende druk op de ruimte voor het maatschappelijk middenveld;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Q.</NO.P>overwegende dat mensenrechtendeskundigen van de VN en het Mensenrechtencomité van de VN hun bezorgdheid hebben geuit over de stigmatisering en vervolging van ngo’s, journalisten en maatschappelijke organisaties in Slowakije, alsook over de inperking van de ruimte voor het maatschappelijk middenveld; overwegende dat het Mensenrechtencomité van de VN Slowakije heeft verzocht zijn wetgeving te herzien en te wijzigen, om ervoor te zorgen dat het recht op vrijheid van vreedzame vergadering volledig wordt beschermd en om te zorgen voor een passend kader voor ngo’s; overwegende dat Slowakije nog steeds onderworpen is aan een verscherpte procedure met betrekking tot de uitvoering van arresten van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens inzake een gebrek aan waarborgen met betrekking tot geheime surveillance<FOOTNOTE><FIELD> Arresten van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van 26 oktober 2023 in de zaak <STRING ITALIC="on">Plechlo</STRING> tegen <STRING ITALIC="on">Slowakije</STRING> (18593/19) en van 20 <STRING ITALIC="on">juli 2021 in de zaak Zoltán Varga tegen Slowakije (58361/12).</STRING></FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>R.</NO.P>overwegende dat het Slowaakse parlement op 11 december 2025 het Wetboek van Strafrecht heeft gewijzigd om obstructie van de verkiezingscampagne “in verband met een buitenlandse mogendheid of een buitenlandse agent” strafbaar te stellen; overwegende dat op 27 maart 2026 een voorstel is ingediend tot wijziging van de wetgeving inzake de voorwaarden voor de uitoefening van het stemrecht, om het stemmen per post vanuit het buitenland te vervangen door persoonlijk stemmen in diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>S.</NO.P>overwegende dat bij de op 26 september 2025 aangenomen grondwetswijzigingen bepalingen zijn ingevoerd met betrekking tot adoptie, onderwijsactiviteiten en de grondwettelijke definitie van geslacht; overwegende dat de Commissaris voor de Mensenrechten van de Raad van Europa en de Commissie van Venetië hun bezorgdheid over deze wijzigingen hebben geuit;</P></CONS><CONS><P><NO.P>T.</NO.P>overwegende dat er in Slowakije structurele tekortkomingen bestaan bij het doeltreffend onderzoeken en vervolgen van gevallen van huiselijk geweld, zoals blijkt uit de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens<FOOTNOTE><FIELD> Arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van 22 januari 2026 in de zaak <STRING ITALIC="on">J.S.</STRING> tegen <STRING ITALIC="on">Slowakije</STRING> (35767/23).</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>U.</NO.P>overwegende dat zaak C-799/23, <STRING ITALIC="on">Commissie/Slowakije</STRING>, nog steeds aanhangig is bij het HvJ-EU; overwegende dat Slowakije nog steeds onderworpen is aan een verscherpte procedure met betrekking tot de uitvoering van een arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens inzake discriminatie vanwege de inschrijving en scholing van Romakinderen in speciale klassen op basisscholen voor kinderen met een verstandelijke beperking<FOOTNOTE><FIELD> Arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van 27 februari 2025 in de zaak <STRING ITALIC="on">Salay</STRING> tegen <STRING ITALIC="on">Slowakije</STRING> (29359/22).</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat de Commissaris voor de Mensenrechten van de Raad van Europa op 25 februari 2025 heeft verzocht om dringende maatregelen om de ontoereikende levensomstandigheden van gemarginaliseerde Romagemeenschappen aan te pakken; overwegende dat deze ook aanbevelingen heeft gedaan om de toegang van Romakinderen tot inclusief en hoogwaardig onderwijs te garanderen en hun segregatie te beëindigen en om haat ten aanzien van en discriminatie van Roma aan te pakken, met name bij politiewerk; overwegende dat Slowakije nog steeds onderworpen is aan een verscherpte procedure met betrekking tot de uitvoering van arresten van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens inzake de behandeling van Roma door de politie<FOOTNOTE><FIELD> Arresten van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van 1 september 2020 in de zaak <STRING ITALIC="on">R.R. en R.D.</STRING> tegen <STRING ITALIC="on">Slowakije,</STRING> van 8 september 2022 in de zaak <STRING ITALIC="on">P.H.</STRING> tegen <STRING ITALIC="on">Slowakije </STRING>(37574/19) en van 24 oktober 2024 in de zaak <STRING ITALIC="on">B.B.</STRING> tegen <STRING ITALIC="on">Slowakije</STRING> (48587/21).</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>V.</NO.P>overwegende dat in het verslag over de rechtsstaat 2025 van de Civil Liberties Union for Europe<FOOTNOTE><FIELD> https://www.liberties.eu/f/vdxw3e.</FIELD></FOOTNOTE> wordt gewezen op aanhoudende bezorgdheid ten aanzien van Slowakije op het gebied van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, het kader voor corruptiebestrijding, de mediavrijheid, het gebruik van versnelde wetgevingsprocedures, de ruimte voor het maatschappelijk middenveld en de grondrechten, met name met betrekking tot minderheden en kwetsbare groepen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>W.</NO.P>overwegende dat het Slowaakse parlement op 11 december 2025 het Wetboek van Strafrecht heeft gewijzigd om het ter discussie stellen van de na de Tweede Wereldoorlog vastgestelde decreten strafbaar te stellen; overwegende dat deze onlangs aangenomen wetgeving een bedreiging vormt voor de vrijheid van meningsuiting en de academische vrijheid, zoals beschermd door het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie; overwegende dat het bij de onteigening van land op basis van bovengenoemde decreten, een fenomeen dat nog altijd plaatsvindt en waarvan met name burgers die behoren tot de Hongaarse nationale minderheid het slachtoffer zijn, in feite gaat om landroof, waardoor honderden eigenaren hun waardevolle grond zijn kwijtgeraakt, en dat betwijfeld kan worden of dit in overeenstemming is met de rechtszekerheid en de beginselen van de rechtsstaat; overwegende dat het adviescomité van het Kaderverdrag inzake de bescherming van nationale minderheden de Slowaakse autoriteiten er op 2 februari 2022 toe heeft opgeroepen een dialoog aan te gaan met vertegenwoordigers van de betrokken nationale minderheden over mogelijke negatieve gevolgen van het besluit van 1945 inzake de confiscatie van eigendommen voor de huidige interetnische betrekkingen;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>uit zijn diepe bezorgdheid over de achteruitgang van de democratie, de rechtsstaat en de grondrechten in Slowakije; benadrukt dat de aantoonbare naleving door de lidstaten van zowel de rechtsstaat als het Handvest moet worden beschouwd als een essentiële voorwaarde om EU-middelen te kunnen ontvangen; onderstreept dat alle uit de EU‑begroting gefinancierde programma’s en investeringen het algemeen belang moeten dienen; benadrukt dat structurele tekortkomingen in de rechtsstaat, met name ter zake van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en ter zake van audit- en controlesystemen, de bescherming van de financiële belangen van de EU in gevaar brengen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt de Commissie te beoordelen of er sprake is van een duidelijk gevaar voor een ernstige schending door Slowakije van de in artikel 2 VEU bedoelde waarden; verzoekt de Commissie voorts ten volle gebruik te maken van alle beschikbare instrumenten om tegemoet te komen aan de punten van zorg met betrekking tot de democratie, de rechtsstaat en de grondrechten, te beginnen met de instrumenten voor preventie en samenwerking in het kader van haar jaarlijkse verslag over de rechtsstaat, teneinde de naleving van de in artikel 2 VEU verankerde waarden te waarborgen; benadrukt echter dat de Commissie, wanneer er bezorgdheid blijft bestaan en deze naar behoren wordt gemotiveerd, niet mag aarzelen om gebruik te maken van alle handhavingsmaatregelen waarover zij beschikt om de EU-begroting te beschermen en de in artikel 2 VEU verankerde waarden te handhaven, met inbegrip van inbreukprocedures, en met name versnelde inbreukprocedures, verzoeken om voorlopige maatregelen bij het HvJ-EU en acties wegens niet-naleving van de uitspraken van het HvJ-EU, alsook versterkte audits, opschorting van betalingen, systematische toepassing van financiële correcties en terugvorderingsprocedures;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>betreurt het feit dat Slowakije een reeks wijzigingen van zijn strafrecht en strafprocesrecht heeft aangenomen, waaronder een verlaging van de straffen voor corruptie en financiële misdrijven, een verkorting van de verjaringstermijnen, en de ontbinding van gespecialiseerde corruptiebestrijdingsentiteiten, het nationale agentschap voor misdaadbestrijding en het speciale openbaar ministerie, hetgeen tot vertragingen in aan andere organen overgedragen onderzoeken en tot een aanzienlijke afname van het aantal corruptiezaken heeft geleid, en de vervolging van strafbare feiten waarbij EU‑middelen zijn betrokken, ondermijnt; uit zijn bezorgdheid over de ruime discretionaire bevoegdheden die aan de procureur-generaal in Slowakije zijn toegekend op grond van artikel 363 van het Slowaakse wetboek van strafvordering, op grond waarvan strafrechtelijke procedures kunnen worden onderbroken of vertraagd op formele gronden zonder voldoende waarborgen, hetgeen risico’s met zich meebrengt voor het doeltreffende onderzoek en de doeltreffende vervolging van zaken, met name corruptiegerelateerde strafbare feiten; uit zijn bezorgdheid over de gemelde intimidatie van en het onderzoek naar voormalige onderzoekers op het gebied van corruptiebestrijding en is van mening dat deze maatregelen de strijd tegen corruptie verzwakken, de bescherming van de financiële belangen van de EU dreigen te ondermijnen en een afschrikkend effect kunnen hebben op onafhankelijke onderzoeken; uit voorts zijn bezorgdheid over de ontdekking van belangenconflicten bij de uitvoering van de herstel- en veerkrachtfaciliteit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>uit zijn diepe bezorgdheid over de grondwetswijzigingen in Slowakije, met name die welke de grondrechten, de rechtsstaat en de voorrang van het EU-recht beperken; stelt met bezorgdheid vast dat maatschappelijke organisaties hebben gewaarschuwd dat deze wijzigingen de grondrechten kunnen schenden; benadrukt dat grondwettelijke bepalingen voldoende nauwkeurig moeten worden geformuleerd om willekeurige interpretatie te voorkomen en volledig moeten voldoen aan de verplichtingen uit hoofde van het EU-recht, met inbegrip van het Handvest, alsook aan de internationale mensenrechtennormen; wijst erop dat de voorrang van het EU-recht en het bindende karakter van internationale verplichtingen volledig moeten worden geëerbiedigd en dat geen enkele grondwettelijke bepaling de niet-naleving van arresten van het HvJ-EU of het Europees Hof voor de Rechten van de Mens kan rechtvaardigen; verzoekt de Slowaakse autoriteiten ervoor te zorgen dat zijn grondwet volledig in overeenstemming is met het EU-recht en het internationaal recht inzake de mensenrechten en rekening te houden met de aanbevelingen van de Commissie van Venetië en internationale mensenrechtenorganen, met name wat betreft de voorrang van het EU-recht, het recht op een privé- en gezinsleven, non-discriminatie op grond van gender en seksuele gerichtheid en het recht op onderwijs;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>verzoekt de Commissie te beoordelen of recente wetswijzigingen in overeenstemming zijn met het EU-recht en de bepalingen van de verordening gemeenschappelijke bepalingen toe te passen in gevallen van niet-naleving van de horizontale randvoorwaarden uit hoofde van die verordening;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>benadrukt dat de verordening inzake conditionaliteit met betrekking tot de rechtsstaat niet beperkt is tot maatregelen als laatste redmiddel, maar ook voorziet in vroegtijdige maatregelen met gedeeltelijke schorsingen wanneer schendingen van de rechtsstaat worden vastgesteld die een ernstig risico vormen voor een goed financieel beheer van de begroting van de EU; herhaalt zijn oproep in het kader van de kwijting voor de begroting 2024 van de Commissie om de eerste stap van de procedure van artikel 6, lid 1, van de verordening inzake conditionaliteit met betrekking tot de rechtsstaat in te leiden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>spreekt zijn diepe bezorgdheid uit over de poging tot opheffing van het bureau voor de bescherming van klokkenluiders, die zou hebben geleid tot een aanzienlijke verlaging van het niveau van bescherming van klokkenluiders, met inbegrip van een grotere blootstelling aan represailles en een verminderde toegang tot juridische waarborgen; verwerpt bepalingen waarbij een “herzieningsmechanisme” wordt ingevoerd dat autoriteiten of werkgevers in staat stelt de bescherming van klokkenluiders in te trekken zonder rechterlijk toezicht, waardoor het grondrecht op een doeltreffende voorziening in rechte zoals verankerd in het Handvest in gevaar wordt gebracht; benadrukt dat het beperken van de bescherming van klokkenluiders onverenigbaar is met de klokkenluidersrichtlijn van de EU en de rechtsstaat ondermijnt; is ingenomen met het besluit van het Slowaakse parlement van 17 maart 2026 om de controversiële wet in te trekken en het bureau voor de bescherming van klokkenluiders te handhaven; verzoekt de Commissie nauwlettend toe te zien op de uitvoering van de intrekking van de wetgeving tot opheffing van het bureau voor de bescherming van klokkenluiders in Slowakije, om ervoor te zorgen dat deze intrekking het vorige beschermingsniveau volledig herstelt en in overeenstemming is met het EU-recht, en de omvang en doeltreffendheid van de intrekking te beoordelen alvorens verdere maatregelen te overwegen; verzoekt de Slowaakse autoriteiten ervoor te zorgen dat het EU-recht en de normen inzake de bescherming van klokkenluiders worden nageleefd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>dringt er bij de Commissie op aan de gerichte controles en controles ter plaatse in Slowakije op te voeren, onder meer door middel van versterkte en systematische samenwerking met OLAF en het EOM, om de verzwakking van de nationale handhavingscapaciteit te compenseren en te zorgen voor een doeltreffende follow-up van lopende onderzoeken; benadrukt dat dergelijke controles systematisch moeten worden toegepast op alle relevante financieringsstromen van de EU, met inbegrip van zowel het meerjarig financieel kader als de middelen van de herstel- en veerkrachtfaciliteit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>herhaalt bereid te zijn in een geest van loyale samenwerking samen te werken met de Slowaakse autoriteiten, alsook met het maatschappelijk middenveld en onafhankelijke instellingen, om de vastgestelde tekortkomingen aan te pakken; onderstreept dat zijn controles en missies tot doel hebben de versterking van democratische instellingen, de rechtsstaat en het correcte gebruik van EU-middelen te ondersteunen; verzoekt de Slowaakse autoriteiten hierbij constructief en proactief samen te werken met de EU‑instellingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>verzoekt de Slowaakse autoriteiten de aanbevelingen van de Commissie, de Greco en de Commissie van Venetië inzake de rechterlijke macht en corruptiebestrijding volledig uit te voeren, met name wat betreft de intrekking van het strafbare feit van rechtsmisbruik, het waarborgen van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de raad voor de rechtspraak in rechte en in de praktijk, de werking van gespecialiseerde corruptiebestrijdingsentiteiten, het materiële en procedurele strafrecht en de onafhankelijkheid van aanklagers;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>veroordeelt ten stelligste de sluiting van het bureau van de speciale aanklager, gezien de duidelijke gevolgen daarvan voor het onderzoek naar en de vervolging van corruptie, en is van mening dat de activiteiten van het EOM deze sluiting niet kunnen goedmaken, met name in het licht van de gemelde “versnippering” van frauduleuze activiteiten, zodanig dat de vermeende waarde van een zaak onder de drempel blijft die is vastgesteld om het EOM erbij te betrekken; onderstreept dat de recente veranderingen dringend opnieuw moeten worden beoordeeld; verzoekt de Slowaakse autoriteiten te zorgen voor volledige, tijdige en proactieve samenwerking met het EOM en OLAF;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>herhaalt zijn bezorgdheid over de werking van het Slowaakse betaalorgaan voor de landbouw en over het beheer van de financiering in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, met inbegrip van door de Slowaakse Rekenkamer bevestigde structurele tekortkomingen, ontoereikende controlemechanismen, onvoldoende corrigerende maatregelen en toenemende uitbetalingen met zwakke controles; is van mening dat deze tekortkomingen bevestigen dat het beheers- en controlesysteem voor landbouwuitgaven in Slowakije ernstige systeemgebreken vertoont;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>uit zijn bezorgdheid over beschuldigingen van misbruik en onregelmatigheden bij de uitvoering van door de EU gefinancierde projecten op het gebied van plattelandsontwikkeling en toerisme in Slowakije, met inbegrip van gevallen in verband met door de EU gefinancierde pensionprojecten, waarbij middelen voor landbouw en plattelandsontwikkeling zouden zijn misbruikt voor de bouw of renovatie van luxewoningen met weinig of geen toegevoegde waarde voor de EU; benadrukt dat dergelijke praktijken, indien ze worden bevestigd, een ernstige schending van de beginselen van goed financieel beheer, transparantie en gelijke behandeling zouden vormen en het vertrouwen van het publiek in de EU-begroting zouden ondermijnen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>herinnert aan de verplichting van de lidstaten om te zorgen voor een doeltreffend, transparant en controleerbaar beheer van EU-middelen; verzoekt de Slowaakse autoriteiten onmiddellijk doeltreffende corrigerende maatregelen te nemen om de burgers concrete voordelen te bieden, waaronder het versterken van de internecontrolesystemen, het waarborgen van een goede opsporing van en omgang met belangenconflicten en het verbeteren van de terugvordering van onregelmatige betalingen, in volledige samenwerking met de Commissie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>spreekt zijn diepe bezorgdheid uit over de verslechtering van de vrijheid en pluriformiteit van de media in Slowakije, met inbegrip van politieke inmenging in publieke media, druk op journalisten door een klimaat van vijandigheid, lastercampagnes en desinformatie, het gebruik van strategische rechtszaken tegen publieke participatie (SLAPP’s), onder meer door hooggeplaatste politieke figuren, en het risico op een concentratie van media-eigendom in politiek georiënteerde handen, in combinatie met ontslagen van toplui van belangrijke culturele instellingen, wat een remmend effect op de persvrijheid en het openbaar debat dreigt te hebben; benadrukt dat een verzwakt mediaklimaat de democratische controle aanzienlijk vermindert en corruptie bij de besteding van EU-middelen in de hand werkt; verzoekt de Slowaakse autoriteiten de aanbevelingen van de Commissie met betrekking tot de media volledig uit te voeren, met name wat betreft het rechtskader voor publieke media, in overeenstemming met de Europese verordening mediavrijheid, en de redactionele onafhankelijkheid en de bescherming van journalisten te waarborgen; verzoekt Slowakije de Europese verordening mediavrijheid volledig en daadwerkelijk na te leven en dringt er bij de Commissie op aan nauwlettend en proactief toe te zien op de uitvoering daarvan; herinnert eraan dat de Slowaakse autoriteiten bij de werking en financiering van culturele instellingen de vrijheid van meningsuiting en kunst moeten eerbiedigen en gerechtelijke procedures niet mogen misbruiken om het publieke debat te beperken; brengt hulde aan Ján Kuciak, die werd vermoord, en aan zijn essentiële werk als onderzoeksjournalist; verzoekt de Slowaakse autoriteiten ervoor te zorgen dat in deze zaak recht geschiedt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>betreurt het herhaalde en ongerechtvaardigde gebruik van versnelde wetgevingsprocedures voor substantiële hervormingen; benadrukt dat dergelijke procedures niet de norm mogen worden en alleen in naar behoren gemotiveerde omstandigheden mogen worden gebruikt, aangezien zij de publieke controle, transparantie en inclusieve wetgeving ondermijnen en zinvolle raadpleging en parlementair debat beperken; verzoekt de Slowaakse autoriteiten de aanbevelingen van de Commissie en de Greco met betrekking tot checks-and-balances volledig uit te voeren, met name wat betreft doeltreffende openbare raadpleging en betrokkenheid van belanghebbenden bij het wetgevingsproces, onder meer door paal en perk te stellen aan het frequente gebruik van versnelde procedures; herhaalt zijn bezorgdheid over de toegang tot informatie voor journalisten en maatschappelijke organisaties, met inbegrip van verslagen van de Slowaakse Rekenkamer en de controleafdeling van het regeringsbureau;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over het feit dat maatschappelijke organisaties, controle-instanties en rechtsbeoefenaars steeds meer onder druk worden gezet, steeds meer administratieve lasten opgelegd krijgen en steeds vaker te maken hebben met pogingen om hun werkzaamheden in een kwaad daglicht te stellen; is van mening dat de verantwoordingsplicht en de doeltreffende bescherming van de grondrechten hierdoor worden aangetast; dringt er bij de Slowaakse autoriteiten op aan een einde te maken aan de stigmatisering en vervolging van maatschappelijke organisaties en ervoor te zorgen dat wetgeving die gevolgen heeft voor het maatschappelijk middenveld, waaronder de wetgeving inzake financiering en verslaglegging, volledig in overeenstemming is met het EU-recht en het internationaal recht inzake de mensenrechten, met name het daarin verankerde recht op privéleven, recht op vrijheid van meningsuiting en recht op vrijheid van vergadering en vereniging;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>verzoekt de Slowaakse autoriteiten ervoor te zorgen dat de kieswetgeving, waaronder de wetgeving inzake stemmen per post, en de strafrechtelijke sancties in verband met schendingen van die wetgeving volledig in overeenstemming zijn met het EU-recht en het internationaal recht inzake de mensenrechten, met name het daarin verankerde actief en passief kiesrecht, recht op vrijheid van meningsuiting en recht op vrijheid van vereniging; wijst er nogmaals op dat beperkingen op stemmen per post naar behoren moeten worden gemotiveerd en evenredig moeten zijn, met name wanneer er geen sprake is van bewezen structurele tekortkomingen met betrekking tot de integriteit van deze vorm van stemmen, en benadrukt dat gelijke toegang tot deelname aan de verkiezingen moet worden gewaarborgd voor in het buitenland woonachtige Slowaakse burgers;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>dringt er bij de Slowaakse autoriteiten op aan te waarborgen dat geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld op doeltreffende wijze worden voorkomen en bestreden, zowel in wetgeving als in de praktijk, in overeenstemming met het EU-recht en het internationaal recht inzake de mensenrechten; benadrukt nogmaals dat het belangrijk is dat het Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld onverwijld wordt geratificeerd en dat de wettelijke definitie van verkrachting in overeenstemming wordt gebracht met de internationale mensenrechtennormen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>dringt er bij de Slowaakse autoriteiten op aan om de verplichting om doeltreffende, tijdige en niet-discriminerende toegang tot seksuele en reproductieve gezondheid en rechten, inclusief veilige en legale abortus, te waarborgen, volledig na te komen, dit gezien het feit dat er in Slowakije vanwege diverse wetgevingsinitiatieven, met name sinds 2023, sprake is van achteruitgang op dit punt; benadrukt dat deze verplichting voortvloeit uit internationale mensenrechtennormen en integraal deel uitmaakt van de bescherming van de grondrechten, waaronder het recht op eerbiediging van privéleven en gezinsleven en het recht op gezondheid en non-discriminatie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>dringt er bij de Slowaakse autoriteiten op aan te waarborgen dat de rechten van lhbtiq+-personen op doeltreffende wijze worden beschermd, zowel in wetgeving als in de praktijk, in overeenstemming met het EU-recht en het internationaal recht inzake de mensenrechten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>dringt er bij de Slowaakse autoriteiten op aan te waarborgen dat de rechten van Roma op doeltreffende wijze worden beschermd, zowel in wetgeving als in de praktijk, in overeenstemming met het EU-recht en het internationaal recht inzake de mensenrechten, en in dat kader met name een einde te maken aan de segregatie in het onderwijs, de ongelijke toegang tot gezondheidszorg en de discriminatie van Roma door de politie; geeft nogmaals aan bezorgd te zijn over de wijze waarop voor de Roma bedoelde EU-middelen in Slowakije worden besteed;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>geeft in het bijzonder uiting aan zijn bezorgdheid over de rechten van minderheden in Slowakije, gezien het politieke discours, wetsvoorstellen en de bestuurlijke praktijken die tot discriminatie, stigmatisering of uitsluiting kunnen leiden, alsook over de inbeslagname met terugwerkende kracht van eigendommen van EU-burgers met verschillende etnische herkomst omdat zij collectief verantwoordelijk worden gehouden voor de oorlog; is van mening dat historische grieven via dialoog moeten worden aangepakt en niet door criminalisering; wijst erop dat de bescherming van de rechten van minderheden een kernonderdeel is van de rechtsstaat en democratisch bestuur; dringt er bij de Slowaakse autoriteiten op aan te waarborgen dat de rechten van personen die tot een minderheid behoren op doeltreffende wijze worden beschermd, zowel in wetgeving als in de praktijk, in overeenstemming met het EU-recht en het internationaal recht inzake de mensenrechten, en dan met name het recht op vrijheid van meningsuiting en het recht op eigendom;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over de bestuurlijke en gerechtelijke praktijken waarbij het Slowaakse Landfonds en het staatsbedrijf Bossen van de Slowaakse Republiek betrokken zijn, waarbij land en bos op basis van naoorlogse decreten in beslag worden genomen, zonder compensatie voor de eigenaren; dringt er bij de Slowaakse autoriteiten op aan de onlangs aangenomen wijziging van het wetboek van strafrecht in te trekken, alle juridische procedures op te schorten en alle lopende inbeslagnames van land stop te zetten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>dringt er bij de Slowaakse autoriteiten op aan onderzoek te doen naar de nog altijd bestaande structurele tekortkomingen bij de behandeling van klachten over mishandeling door de politie, waaronder het feit dat geloofwaardige beschuldigingen van mishandeling niet op onpartijdige en doeltreffende wijze worden onderzocht; dringt aan op betere waarborgen tegen mishandeling door rechtshandhavingsinstanties, zoals garanties voor institutionele onafhankelijkheid, doeltreffende toezichtsmechanismen en adequate procedurele waarborgen om ervoor te zorgen dat verantwoording wordt afgelegd en om het vertrouwen van de burgers in rechtshandhavingsinstanties te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de Raad van Europa, de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa en de Verenigde Naties.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>