<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0185</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Onderdrukking en terechtstelling van demonstranten, dissidenten, politieke gevangenen en religieuze minderheden in Iran</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(B10-0260, 0262, 0263, 0265 en 0266/2026)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 21 mei 2026 over de onderdrukking en terechtstelling van demonstranten, dissidenten, politieke gevangenen en religieuze minderheden in Iran (2026/2733(RSP))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn eerdere resoluties over de Islamitische Republiek Iran,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 150, lid 5, en artikel 136, lid 4, van zijn Reglement,</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de Iraanse bevolking na de opstand van 2025‑2026 wordt geconfronteerd met de grootste massamoord op demonstranten in de geschiedenis van het land, waarbij tienduizenden mensen zijn vermoord, onder wie ten minste 236 minderjarigen, en dat zij tevens wordt geconfronteerd met massale arrestaties, executies, martelingen en dagelijkse terreur; overwegende dat in Iran de meeste doodvonnissen per hoofd van de bevolking ter wereld worden uitgesproken; overwegende dat het regime de aanhoudende oorlog als voorwendsel gebruikt om de executies nog verder te versnellen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de internationale onafhankelijke onderzoeksmissie van de VN in Iran heeft gewaarschuwd dat de repressie kan neerkomen op misdaden tegen de menselijkheid;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de autoriteiten in maart 2026 zijn begonnen met de terechtstelling van de demonstranten van januari, na schijnprocessen die waren gebaseerd op bekentenissen die zijn verkregen door middel van foltering, seksueel geweld, het uitzenden van gedwongen bekentenissen en schijnexecuties;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat het regime in onevenredige mate religieuze en etnische minderheden viseert, waaronder Ahwazi’s, Afghanen, Azeri’s, Bahai, Baloetsji’s, christenen, joden, Koerden, soennieten en zoroastriërs; overwegende dat het regime zijn campagne tegen vrouwenrechtenactivisten, journalisten en mensenrechtenverdedigers heeft geïntensiveerd;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>betuigt zijn solidariteit met het Iraanse volk en zijn strijd voor vrijheid, democratie en mensenrechten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>veroordeelt het feit dat het regime de repressie opvoert en steeds meer gebruikmaakt van de doodstraf om politieke mobilisatie te ontmoedigen; eist dat er onmiddellijk een einde wordt gemaakt aan de executies en dat de doodstraf volledig wordt afgeschaft;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>betreurt dat dissidenten, met name minderjarigen, in maart en april 2026 in het geheim terechtgesteld zijn; brengt hulde aan de opmerkelijke moed van de geëxecuteerden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>eist dat alle politieke gevangenen in detentie onmiddellijk en onvoorwaardelijk worden vrijgelaten en dat verantwoording wordt afgelegd voor het gepleegde geweld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>Benadrukt dat de arrestaties van Peyvand en Borna Naimi uit de Bahá’í-gemeenschap opnieuw een voorbeeld vormen van de brutale repressie van minderheden door het regime en roept op tot hun onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating.</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>verzoekt de Raad de sancties uit te breiden tegen Iraanse functionarissen die verantwoordelijk zijn voor de repressie, waaronder de rechterlijke macht, het gevangeniswezen, de Islamitische Revolutionaire Garde en entiteiten die banden hebben met de hoogste leider;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>dringt erop aan sancties op te leggen met betrekking tot de activa van de Islamitische Revolutionaire Garde en trouwe familieleden en hun de toegang tot de EU te ontzeggen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>dringt er bij de lidstaten op aan Iraanse diplomatieke missies die betrokken zijn bij transnationale repressie te sluiten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten lacunes in de handhaving van sancties te dichten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>verzoekt de lidstaten ervoor te zorgen dat de VN-onderzoeksmissie in Iran voldoende middelen krijgt, informatie met haar uit te wisselen en een tribunaal voor Iran op te richten om daders ter verantwoording te roepen en universele jurisdictie in Europese rechtbanken na te streven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>veroordeelt de in Iran opgelegde internetblokkade en dringt er bij de EU en gelijkgestemde partners op aan de Iraanse bevolking instrumenten voor veilige internettoegang te verschaffen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>verzoekt de lidstaten om bij de behandeling van zaken binnen hun nationale rechtstelsels terdege rekening te houden met de kwetsbaarheid van vervolgde Iraniërs;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>verzoekt de VV/HV, de Raad en de lidstaten de mensenrechten, de vrijlating van alle politieke gevangenen, het stopzetten van de executies en het afleggen van verantwoording aan de slachtoffers tot kernelementen te maken van elk initiatief om een einde te maken aan de aanhoudende oorlog;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de VV/HV, de regeringen en parlementen van de lidstaten, alsook aan de Islamitische Republiek Iran.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>