<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0189</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Het meerjarig plan voor de Oostzee en volgende stappen</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0121/2026 - Rapporteur: Isabella Lövin)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 21 mei 2026 over het meerjarenplan voor de Oostzee en volgende stappen (2024/2127(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 3, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), artikel 4, artikel 43, lid 3, en artikel 191 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en artikel 37 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad<FOOTNOTE><FIELD> PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2013/1380/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (GVB-verordening),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2016/1139 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2016 tot vaststelling van een meerjarenplan voor de kabeljauw-, haring- en sprotbestanden in de Oostzee en de visserijen die deze bestanden exploiteren, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2187/2005 van de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1098/2007 van de Raad<FOOTNOTE><FIELD> PB L 191 van 15.7.2016, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2016/1139/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (verordening inzake het meerjarenplan voor de Oostzee),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2020/1781 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2020 tot wijziging van Verordening (EU) 2016/1139 wat betreft de vermindering van de vangstcapaciteit in de Oostzee, en Verordening (EU) nr. 508/2014 wat betreft definitieve stopzetting van visserijactiviteiten voor vloten die op kabeljauw in het oostelijke deel van de Oostzee, en kabeljauw en haring in het westelijke deel van de Oostzee vissen<FOOTNOTE><FIELD> PB L 400 van 30.11.2020, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2020/1781/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn 2008/56/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het beleid ten aanzien van het mariene milieu (kaderrichtlijn mariene strategie)<FOOTNOTE><FIELD> PB L 164 van 25.6.2008, blz. 19, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2008/56/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna<FOOTNOTE><FIELD> PB L 206 van 22.7.1992, blz. 7, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/1992/43/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EEG) nr. 2115/77 van de Raad van 27 september 1977 tot instelling van een verbod op de gerichte visserij en de aanvoer van haring voor industriële doeleinden andere dan voor menselijk gebruik<FOOTNOTE><FIELD> PB L 247 van 28.9.1977, blz. 2, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/1977/2115/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand<FOOTNOTE><FIELD> PB L 20 van 26.1.2010, blz. 7, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2009/147/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 27 april 2021 over chemische residuen in de Oostzee, op basis van verzoekschriften nrs. 1328/2019 en 0406/2020<FOOTNOTE><FIELD> PB C 506 van 15.12.2021, blz. 9.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 18 januari 2024 over het EU-actieplan: bescherming en herstel van mariene ecosystemen voor duurzame en veerkrachtige visserij<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2024/5735, 17.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/5735/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 4 december 2008 over het opstellen van een Europees Beheersplan voor aalscholvers om de toenemende door aalscholvers veroorzaakte schade aan visbestanden, visserij en aquacultuur te verminderen<FOOTNOTE><FIELD> PB C 21 E van 28.1.2010, blz. 11.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 14 november 2024 over de maatregelen van de EU tegen de Russische schaduwvloot en waarborging van de volledige handhaving van de sancties tegen Rusland (2024/2885(RSP))<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2025/809, 11.2.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/809/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de EU-biodiversiteitsstrategie voor 2030 zoals uiteengezet in de mededeling van de Commissie van 20 mei 2020 getiteld “EU-biodiversiteitsstrategie voor 2030 – De natuur terug in ons leven brengen” (COM(2020)0380),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 5 juni 2025 getiteld “Het Europees oceaanpact” (COM(2025)0281),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 21 februari 2023 getiteld “EU-actieplan: Bescherming en herstel van mariene ecosystemen voor duurzame en veerkrachtige visserij” (COM(2023)0102),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 6 juni 2025 getiteld “Duurzame visserij in de EU: stand van zaken en oriëntaties voor 2026” (COM(2025)0296),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 29 januari 2025 getiteld “Het EU-kompas voor concurrentievermogen” (COM(2025)0030),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag ter bescherming van het mariene milieu in het Oostzeegebied van 1992 (het Verdrag van Helsinki), dat op 17 januari 2000 in werking is getreden, en de Commissie ter bescherming van het mariene milieu van het Oostzeegebied, ook bekend als de Helsinki-commissie (Helcom),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het actieplan voor de Oostzee en de bevindingen van de Helcom over in zee gedumpte chemische munitie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het arrest van het Hof van Justitie van de EU van 11 januari 2024 in zaak C-330/22, Friends of the Irish Environment CLG/Minister for Agriculture, Food and the Marine, Ierland<FOOTNOTE><FIELD> ECLI:EU:C:2024:19.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de achtergrondanalyse op verzoek van de Commissie visserij van het Parlement getiteld “The multiannual plan for the Baltic Sea – A change in management needed”, gepubliceerd door zijn directoraat-generaal Cohesie, Landbouw en Sociaal Beleid in augustus 2025<FOOTNOTE><FIELD> Background analysis – “The multiannual plan for the Baltic Sea – A change in management needed”, Europees Parlement, directoraat-generaal Cohesie, Landbouw en Sociaal Beleid, beleidsondersteunende afdeling Regionale Ontwikkeling, Landbouw en Visserij, augustus 2025.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de studie van de Onderzoeksdienst van het Europees Parlement van september 2025 getiteld “Evaluation of the Baltic Sea Multiannual Plan Regulation – European Implementation Assessment”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van het Europees Milieuagentschap van 29 september 2025 getiteld “Europe’s environment and climate: knowledge for resilience, prosperity and sustainability”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Helcom van 31 oktober 2023 getiteld “State of the Baltic Sea 2023 – Third HELCOM holistics assessment 2016-2021”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verbintenissen van staten in het kader van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s) van de VN, met name SDG’s 3, 6 en 14,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Internationale Raad voor het onderzoek van de zee (ICES) van 26 november 2024 getiteld “Baltic Sea ecoregion – Ecosystem Overview”, ICES-advies 2024, deel 7.1,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de ICES van 2022 getiteld “Workshop on ICES reference points (WKREF1)”<FOOTNOTE><FIELD> Wetenschappelijke verslagen van de ICES, 4:2.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de ICES van 2022 getiteld “Workshop on ICES reference points (WKREF2)”<FOOTNOTE><FIELD> Wetenschappelijke verslagen van de ICES, 4:68.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de ICES van 2023 getiteld “Workshop on guidelines and methods for the design and evaluation of rebuilding plans for category 1-2 stocks (WKREBUILD2)”<FOOTNOTE><FIELD> Wetenschappelijke verslagen van de ICES, 5:112.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek van de Commissie van november 2025 getiteld “Scientific Technical and Economic Committee for Fisheries (STECF) – The 2025 Annual Economic Report on the EU Fishing Fleet (STECF-25-03 &amp; STECF-25-07)”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Intergouvernementele Werkgroep inzake klimaatverandering van september 2019 getiteld “Special Report on the Ocean and Cryosphere in a changing Climate”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de monitoringdienst voor het mariene milieu van Copernicus van september 2025 getiteld “9th edition of the Copernicus Ocean State Report”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van het Potsdam Institute for Climate Impact Research van 24 september 2025 getiteld “Planetary Health Check 2025: A Scientific Assessment of the State of the Planet”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van het Milieuprogramma van de Verenigde Naties (UNEP) van 2016 getiteld “Options for Ecosystem-based Adaptation (EBA) in Coastal Environments: A Guide for environmental managers and planners”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Resolutie 1612(2008) van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa over begraven chemische munitie in de Oostzee, en het bijbehorende verslag van 28 april 2008,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>	gezien de gezamenlijke verklaring van het directoraat-generaal Maritieme Zaken en Visserij van de Commissie en de ICES van 18 september 2025 getiteld “Adaptive science and coordinated governance for cross-sector action towards Baltic Sea recovery”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van zijn Commissie visserij van 28 april 2025 getiteld “Werkdocument over de uitvoering van Verordening (EU) 2016/1139 (“het meerjarenplan voor de Oostzee”),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het kader voor een Europees beheersplan voor de aalscholver van de Europese Adviescommissie binnenvisserij en aquacultuur van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties van april 2025,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 55 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie visserij (A10-0121/2026),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat het meerjarenplan van de EU voor de visserij in de Oostzee (verordening inzake het meerjarenplan voor de Oostzee), in een context van toenemende milieudruk op het ecosysteem van de Oostzee heeft geholpen om de visserijdruk in overeenstemming met de maximale duurzame opbrengst te houden; overwegende dat, ondanks aanzienlijke verminderingen van de visserij-inspanning in de afgelopen jaren, bepaalde visbestanden zijn achteruitgegaan door een combinatie van drukfactoren die buiten de visserijactiviteit vallen, waaronder eutrofiëring, offshore-energie, de impact van roofdieren, verontreiniging, aantasting van habitats en klimaatgerelateerde ecosysteemveranderingen, wat heeft geleid tot aanzienlijke sociaal-economische gevolgen voor de visserijsector;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de ecoregio’s van de Oostzee, de Keltische Zee en de Noordzee in ruime zin de gemiddelde visserijdruk in 2023 tot onder de maximale duurzame opbrengst hadden teruggebracht, waarbij de visserijsterfte respectievelijk 54 %, 48 % en 23 % onder het streefdoel van de maximale duurzame opbrengst lag, afgezet tegen het boven het streefdoel liggende peil in 2003; overwegende dat de EU-vloten in de Oostzee in 2022 267 000 dagen hebben gevaren, een daling met 8 % ten opzichte van 2021 en het laagste niveau sinds 2013;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de kabeljauwbestanden in de Oostzee nog steeds in een uiterst slechte toestand verkeren en dat er op korte termijn geen verbetering wordt verwacht, ondanks het feit dat de gerichte visserij sinds 2019 gesloten is; overwegende dat de ICES verwacht dat de kabeljauwbestanden in de Oostzee zich traag zullen blijven ontwikkelen, met een dalende trend in vergelijking met de voorbije jaren, onder meer als gevolg van ongunstige milieuomstandigheden; overwegende dat kabeljauw nog steeds als “bijvangst” wordt gevangen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat de zalm- en forelbestanden niet onder de verordening inzake het meerjarenplan voor de Oostzee vallen; overwegende dat er belangrijke verbanden bestaan tussen de zalm- en forelbestanden en de haringbestanden, met name wat betreft de voedselketens; overwegende dat de ICES sinds 2022 adviseert om alle commerciële en recreatieve zalmvangst in het hoofdbekken stop te zetten omdat er gemengde visserij voorkomt en zalm uit meerdere rivierbestanden wordt gevangen, met inbegrip van bedreigde bestanden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat kleinschalige kustvisserij goed is voor 92 % van de vaartuigen die actief zijn in de Oostzee, slechts 7 % van het totale gewicht aan land brengt maar wel 22 % van de aangelande waarde uitmaakt en aldus aanzienlijke economische en sociale voordelen oplevert vanwege de bovengemiddelde toegevoegde waarde van dit vlootsegment; overwegende dat de visserij sterk afhankelijk is van de beschikbaarheid van een grote visbiomassa in overeenstemming met het GVB en duurzaam beheerde visbestanden, die van cruciaal belang zijn voor de economische levensvatbaarheid van de sector;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat de kleinschalige kustvisserijvloot in de Oostzee toegang heeft tot kleinere visserijquota dan grotere marktdeelnemers, wat leidt tot de marginalisering van de kleinschalige segmenten en hun visserijbedrijven;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat de lidstaten overeenkomstig artikel 17 van de GVB-verordening “Bij de toewijzing van de hun ter beschikking staande vangstmogelijkheden gebruikmaken van transparante en objectieve criteria van onder meer ecologische, sociale en economische aard”;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat de bruto toegevoegde waarde voor kleinschalige vissers in het Oostzeegebied sinds de inwerkingtreding van de verordening inzake het meerjarenplan voor de Oostzee drastisch is afgenomen, volgens beoordelingen van het Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de visserij (WTECV) van de Commissie, waardoor de voedselzekerheid wordt bedreigd en de EU afhankelijker wordt van invoer; overwegende dat het verlies van toevoer van vis uit de EU de afhankelijkheid van invoer uit niet-EU-landen doet toenemen en de markt minder veerkrachtig maakt; overwegende dat het aantal actieve vissersvaartuigen in de Oostzee voortdurend is gedaald;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat het versterken van de kustgemeenschappen aan de Oostzee en het ondersteunen van de plaatselijke visserij, en dan met name de kleinschalige visserij, eveneens van essentieel belang zijn om deze afhankelijkheid te verminderen en de economische en sociale duurzaamheid van de kustgebieden aan de Oostzee te waarborgen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat er regelmatige updates over de vangsten en de bruto toegevoegde waarde van de recreatievisserij, met inbegrip van de recreatievisserij op zee, in aantocht zijn in het kader van de lopende uitvoering van de verordening inzake visserijcontrole<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2023/2842 van het Europees Parlement en de Raad van 22 november 2023 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad, en tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1967/2006 en (EG) nr. 1005/2008 van de Raad en Verordeningen (EU) 2016/1139, (EU) 2017/2403 en (EU) 2019/473 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft visserijcontrole (PB L, 2023/2842, 20.12.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/2842/oj).</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat de recreatievisserij ook in niet-monetair opzicht een aanzienlijke sociale en economische waarde vertegenwoordigt en dat sportvissers kunnen bijdragen tot herstel en natuurbescherming; overwegende dat recreatievisserij een significante impact kan hebben op de visbestanden, en dat de lidstaten er daarom op moeten toezien dat zij wordt uitgevoerd op een wijze die strookt met de doelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid; overwegende dat recreatievissers ook legitieme gebruikers van mariene biologische hulpbronnen zijn;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat de jongste EU-brede beoordeling van de sociaal-economische waarde van de recreatievisserij op zee van 2017 dateert en dat de aanbevelingen daarvan nog niet zijn uitgevoerd, met als doel het potentieel van deze activiteit met geringe impact als erkend onderdeel van de EU-strategie voor de blauwe economie volledig te benutten; overwegende dat uit de beschikbare gegevens blijkt dat naar schatting 8 tot 10 miljoen EU-burgers actief zijn in de recreatievisserij; overwegende dat dit in het Oostzeegebied een belangrijke sociaal-economische activiteit is, die ongeveer 1,5 miljard EUR aan de economie bijdraagt en meer dan 14 000 banen in voltijdsequivalenten (vte) ondersteunt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat de Oostzee de basis vormt voor het levensonderhoud en de culturele identiteit van duizenden gezinnen; overwegende dat de visserij deel uitmaakt van het eeuwenoude sociale, culturele en economische erfgoed van de regio; overwegende dat visserijbeperkingen zodanig moeten worden opgelegd dat zij het niet onmogelijk maken een lokale kustonderneming te runnen die consumenten verse vis levert om de voedselzekerheid te waarborgen, en dat zij visserijgerelateerde beroepen uiteindelijk niet doen verdwijnen en er bijgevolg toe leiden dat bewoners kustgebieden verlaten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat de Oostzee te kampen heeft met meerdere vormen van door de mens veroorzaakte druk, waaronder opwarming van de aarde, restverontreiniging, chemische munitie, eutrofiëring, veranderende milieuomstandigheden en aantasting op lange termijn, en bijzonder kwetsbaar is vanwege het bathymetrisch ondiepe zeebekken, met genetisch unieke soorten die zich hebben aangepast aan een leven in brak water met een van nature laag zout- en zuurstofgehalte, en vanwege de beperkte wateruitwisseling met de Noordzee en de sterke verticale stratificatie; overwegende dat deze bijzondere omstandigheden een beheersaanpak vereisen die is afgestemd op specifieke regionale kenmerken; overwegende dat de visbestanden in de Oostzee mede als gevolg van deze druk, waaronder onevenwichtige aantallen roofdieren die de aanwas evenmin ten goede komen, verder zijn afgenomen, terwijl de visserijinspanning de afgelopen jaren aanzienlijk is verminderd; overwegende dat de Commissie erkent dat deze bijkomende milieu-uitdagingen moeten worden aangepakt om het herstel en de duurzaamheid op lange termijn te ondersteunen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat meerdere elkaar overlappende belastende factoren, waaronder visserijactiviteiten, landbouw, afvloeiing door bosbouw, eutrofiëring, zuurstofdepletie, chemische verontreiniging en de groeiende populaties van mariene roofdieren, samen met de lozing van afvalwater, het ecosysteem onder grote druk door verrijking met nutriënten en organische stoffen en verstoring van de voedselketens; overwegende dat dit gevolgen heeft voor de visserij in de hele ecoregio van de Oostzee; overwegende dat er vooruitgang is geboekt bij de vermindering van de toevoer van nutriënten en gevaarlijke stoffen, maar dat de gecombineerde invloed nog steeds gevolgen heeft voor de visbestanden en het overleven van larven en jonge vissen, en dat er in dit verband meer inspanningen nodig zijn in alle sectoren die daartoe bijdragen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat offshore-windmolenparken tot de snelst groeiende industrieën op zee behoren en dat de capaciteit volgens prognoses aanzienlijk zal toenemen; overwegende dat offshore-windmolenparken niet alleen voordelen bieden, zoals schuilplaatsen voor vissoorten, maar ook risico’s inhouden voor de biodiversiteit, afhankelijk van het stadium van ontwikkeling, de locatie en het ontwerp;</P></CONS><CONS><P><NO.P>P.</NO.P>overwegende dat de bestaande EU-wetgeving aanvankelijk succesvol bleek om de stikstofniveaus in de EU-wateren te verlagen en bij te dragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de kaderrichtlijn mariene strategie, waaronder het zoveel mogelijk beperken van door de mens veroorzaakte eutrofiëring en de negatieve gevolgen daarvan;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Q.</NO.P>overwegende dat de opwarming van het zeewater door de wereldwijde klimaatverandering, met daarbovenop activiteiten op het land, bijzonder snel gevolgen heeft voor de Oostzee, waarbij de Oostzee twee keer zo snel opwarmt als de zeeën wereldwijd gemiddeld, en naar verwachting zal leiden tot verdere verstrekkende en grotendeels onbekende gevolgen, waaronder zuurstofgebrek en aanhoudende verstoring van de toekomstige voortplantingscyclus van vispopulaties en hun verspreiding;</P></CONS><CONS><P><NO.P>R.</NO.P>overwegende dat het belangrijk is dat de Commissie en de lidstaten alle relevante EU‑wetgeving in de Oostzee volledig uitvoeren en het actieplan van het regionale zeeverdrag van de Helcom beter uitvoeren om de instorting van het ecosysteem in de Oostzee aan te pakken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>S.</NO.P>overwegende dat de lidstaten bij de vaststelling van de totale toegestane vangsten (TAC’s) voor 2026 een evenwicht hebben gevonden tussen ecologische duurzaamheid en sociaal-economische duurzaamheid, waarbij een minimumniveau van activiteit wordt gehandhaafd en het herstel van de visbestanden wordt ondersteund;  overwegende dat sommige visbestanden in de Oostzee achteruitgaan, ondanks de enorme vermindering van de visserijinspanning; overwegende dat de kaderrichtlijn mariene strategie vereist dat de lidstaten zorgen voor een goede milieutoestand door middel van evenwichtige voedselketens en gezonde bestanden, en verontreinigende stoffen, eutrofiëring, invasieve soorten, zwerfvuil op zee, verontreiniging door energieopwekking, waaronder onderwatergeluid, en de klimaatverandering aanpakken ;</P></CONS><CONS><P><NO.P>T.</NO.P>overwegende dat de Commissie, na advies van de ICES te hebben ingewonnen, voor de Oostzee bijvangstquota voorstelt en dat de lidstaten deze aan het vaststellen zijn, hoewel de ICES “nulvangst” adviseert;</P></CONS><CONS><P><NO.P>U.</NO.P>overwegende dat de bestaande regels inzake jaarflexibiliteit, zoals verankerd in de GVB-verordening, afbreuk doen aan duurzaam quotabeheer; overwegende dat de Raad in een aantal gevallen heeft besloten deze mogelijkheid niet te benutten vanwege de kritieke toestand van bepaalde bestanden; overwegende dat er voor de Oostzee richtsnoeren nodig zijn, met name voor bestanden die in kritieke toestand verkeren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>V.</NO.P>overwegende dat onjuiste rapportage of gevallen van niet-naleving aanhoudende problemen zijn in de visserij in de Oostzee en dienovereenkomstig moeten worden aangepakt door middel van de uitvoering van de herziene verordening inzake visserijcontrole;</P></CONS><CONS><P><NO.P>W.</NO.P>overwegende dat zich nog steeds praktische uitdagingen voordoen om de aanlandingsverplichting in de Oostzee doeltreffend uit te voeren; overwegende dat de lidstaten moeten handelen in overeenstemming met de bepalingen van de GVB-verordening en de verordening inzake visserijcontrole, met inbegrip van de bepalingen inzake elektronische monitoring op afstand;</P></CONS><CONS><P><NO.P>X.</NO.P>overwegende dat de vaststelling van vangstquota voor slechts één jaar een belemmering vormt voor de economische, investerings- en werkgelegenheidsplanning in de visserijsector; overwegende dat een meerjarig besluitvormingskader op basis van het beste beschikbare wetenschappelijke advies een stabieler beheer mogelijk zou maken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Y.</NO.P>overwegende dat de bruinvis in de centrale Oostzee met uitsterven wordt bedreigd en dat er in de centrale Oostzee nog maar een paar honderd van deze zoogdieren overblijven<FOOTNOTE><FIELD> https://helcom.fi/wp-content/uploads/2025/06/Red-List-II-species-2025.pdf.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat deze soort voortdurend wordt bedreigd door “bijvangst”, milieuverontreiniging, uitputting van de prooidierbestanden en verstoring door onderwatergeluid;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Z.</NO.P>overwegende dat voedervissen een cruciale rol spelen voor mariene voedselketens en ecosystemen in de Oostzee;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AA.</NO.P>overwegende dat visserij voor de productie van vismeel en visolie in het Oostzeegebied werd toegestaan in 1995, toen uitzonderingen oorspronkelijk alleen waren toegestaan “op voorwaarde dat deze visserij geen risico op onomkeerbare milieuschade inhield”, zoals uiteengezet in het Verdrag tussen de lidstaten van de Europese Unie en het Koninkrijk Noorwegen, de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden betreffende de toetreding van het Koninkrijk Noorwegen, de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden tot de Europese Unie<FOOTNOTE><FIELD> PB C 241 van 29.8.1994, blz. 9.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AB.</NO.P>overwegende dat veel Oostzeelidstaten individuele overdraagbare quotaregelingen (ITQ’s) hebben ingevoerd die beschikbaar zijn in het kader van het GVB; overwegende dat dit grote marktdeelnemers heeft bevoordeeld; overwegende dat de impact op de structuur van de visbestanden hoofdzakelijk afhangt van het vistuig en de visserijtechnieken die worden gebruikt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AC.</NO.P>overwegende dat de verordening inzake het meerjarenplan voor de Oostzee zeer beperkt effectief is geweest wat betreft de verwezenlijking van de overkoepelende ecologische en sociaal-economische doelstellingen ervan; overwegende dat het verzuim om de visbestanden tot boven de referentieniveaus te herstellen, de zwakke integratie van ecosysteemoverwegingen en de ontoereikende toepassing van een voorzorgsbenadering bij het vaststellen van quota de vooruitgang hebben ondermijnd; overwegende dat een gebrek aan holistische beleidsbenaderingen het nog ingewikkelder heeft gemaakt om verdere achteruitgang te voorkomen en een veerkrachtigere Oostzee te ondersteunen; overwegende dat de regionale samenwerking een geringe toegevoegde waarde heeft gehad, dat de lidstaten weinig gezamenlijke aanbevelingen hebben gedaan en dat de EU-visserijregels inzake regionalisatie niet worden gebruikt om beheersmaatregelen aan te passen aan de specifieke kenmerken van de Oostzee; overwegende dat alle relevante belanghebbenden onvoldoende betrokken zijn en samengewerkt hebben;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AD.</NO.P>overwegende dat bepaalde beoordelingen van afzonderlijke soorten en wetenschappelijk advies in het kader van de snel veranderende specifieke milieuomstandigheden in de Oostzee hebben geleid tot een structurele overschatting van de reproductiecapaciteit en de totale omvang van de bestanden, met ernstige gevolgen voor de visbestanden en de beheers- en operationele capaciteit van de visserijsector in de Oostzee, waaruit blijkt dat er behoefte is aan een specifiekere aanpak per zeebekken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AE.</NO.P>overwegende dat in de verzoeken van de Commissie om advies van de ICES over de Oostzee tot dusver niet is gevraagd om rekening te houden met milieufactoren, waaronder zuurstoftekorten of de beschikbaarheid van voedsel, die van invloed kunnen zijn op de toestand van de bestanden, en evenmin voldoende rekening is gehouden met de noodzaak om risico-overwegingen te benadrukken; overwegende dat de verzoeken voortdurend moeten worden verbeterd, met inbegrip van een betere communicatie over de onzekerheid van de gegevens door de ICES, om de kwaliteit van de beoordelingen beter weer te geven;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AF.</NO.P>overwegende dat de genetische structuur van populaties en subpopulaties van commercieel geëxploiteerde bestanden niet volledig bekend is en verder moet worden onderzocht door de ICES, bijvoorbeeld door middel van oproepen tot het indienen van gegevens aan de Oostzeelidstaten, om de kennisbasis over de desbetreffende populatiestructuren in de regio te verbeteren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AG.</NO.P>overwegende dat de ICES in september 2025, samen met het directoraat-generaal Maritieme Zaken en Visserij van de Commissie, heeft verklaard dat voor de Oostzee het traditionele uniforme beheer van één soort niet langer volstaat om de geconstateerde complexiteit aan te pakken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AH.</NO.P>overwegende dat de Helcom milieurisicokaarten aan het opstellen is voor gebieden die bijzonder kwetsbaar zijn voor eutrofiëring, anoxie en toxische bodemsedimenten, waarop is aangegeven waar er bij voorrang beschermde gebieden en mogelijke perioden van sluiting van de visserij moeten worden ingesteld;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AI.</NO.P>overwegende dat het wetenschappelijk advies voor de Oostzee moet worden verbeterd om overschatting van de omvang en productiviteit van de visbestanden, onterechte vangstbeperkingen en onzekerheid voor het bedrijfsleven te voorkomen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AJ.</NO.P>overwegende dat overeenkomstig artikel 43, lid 3, VWEU besluiten over de vaststelling van de totale toegestane vangsten (total allowable catches, TAC’s) en andere vangstmogelijkheden onder de exclusieve bevoegdheid van de Raad en dus van de lidstaten vallen; overwegende dat bij deze besluiten ten volle rekening moet worden gehouden met de meest recente wetenschappelijke gegevens en de diversiteit van de milieuomstandigheden in het Oostzeegebied;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AK.</NO.P>overwegende dat sommige niet-EU-landen, waaronder Canada, Nieuw-Zeeland en Australië, verschillende wetenschappelijk onderbouwde beheersystemen toepassen met een verschillende mate van voorzichtigheid ten opzichte van de EU;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AL.</NO.P>overwegende dat doeltreffend beheerde en goed verbonden beschermde mariene gebieden waardevolle instrumenten zijn voor klimaatmitigatie alsook voor bredere doelstellingen zoals biodiversiteit, veerkracht en de gezondheid van ecosystemen; overwegende dat het herstel van begroeide kustecosystemen, zoals kwelders en zeegrasweiden (blauwe koolstofecosystemen aan de kust), door middel van grotere koolstofvastlegging kan bijdragen aan beperking van de klimaatverandering;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AM.</NO.P>overwegende dat de uitvoering van artikel 5 van de verordening inzake het meerjarenplan voor de Oostzee met betrekking tot TAC-besluiten, technische voorschriften en herstelmaatregelen niet toereikend is geweest; overwegende dat de maatregelen die zijn genomen “om een snelle terugkeer van het betrokken bestand boven een niveau dat de MDO kan opleveren te waarborgen”, hun doel niet hebben bereikt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AN.</NO.P>overwegende dat de verordening inzake het meerjarenplan voor de Oostzee weliswaar bedoeld was als een flexibel kader dat volgens een geregionaliseerde aanpak moest worden aangepast, maar dat dergelijke aanpassingen slechts een beperkt succes hebben gehad, tot op zekere hoogte ook omdat de desbetreffende wetgeving slechts beperkt is uitgevoerd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AO.</NO.P>overwegende dat verschillende EU-verordeningen waarnaar wordt verwezen in de verordening inzake het meerjarenplan voor de Oostzee bepalen hoe risico’s kunnen worden voorkomen en gezonde bestanden en bestanddelen van het ecosysteem kunnen worden beoordeeld;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AP.</NO.P>overwegende dat indien pelagische vissoorten in de Oostzee worden bevist in de winter, wanneer zij sterk groeien en energiereserves opbouwen vóór het paaien, de reproductiecapaciteit van de bestanden wordt aangetast, aangezien vrouwelijke vissen die geschikte voeding ontberen, minder en minder goed ontwikkelde eitjes produceren, wat het voortplantingssucces beperkt en het herstel van de populatie belemmert;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AQ.</NO.P>overwegende dat het Parlement in 2023 in een initiatiefverslag aandrong op een pragmatische en evenwichtige aanpak van beschermde mariene gebieden, erkende dat zij verschillen qua grootte, soorten en instandhoudingsdoelstellingen, benadrukte dat een uniforme aanpak moet worden vermeden en beklemtoonde dat bij dergelijk beleid zorgvuldig rekening moet worden gehouden met de sociaal-economische gevolgen voor kustgemeenschappen, dat het gebaseerd moet zijn op het beste beschikbare wetenschappelijke bewijs per geval en dat de actieve betrokkenheid van vissers bij het ontwerp en het beheer van beschermde mariene gebieden moet worden gewaarborgd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AR.</NO.P>overwegende dat in het EU-besluitvormingssysteem inzake TAC’s momenteel een onderscheid wordt gemaakt tussen het beheer van doelsoorten en de beschermingsbehoeften van andere soorten, waarbij ernaar wordt gestreefd een voorzorgsbenadering te hanteren teneinde een gezonde toestand van het ecosysteem te bereiken en te behouden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AS.</NO.P>overwegende dat een werkend ecosysteem zoals omschreven in de kaderrichtlijn mariene strategie vereist dat alle elementen van de mariene voedselketens, voor zover deze bekend zijn, voorkomen in normale dichtheden en diversiteit en op niveaus die de dichtheid van de soorten op lange termijn en het behoud van hun volledige reproductiecapaciteit garanderen, zoals vermeld in bijlage I bij de kaderrichtlijn mariene strategie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AT.</NO.P>overwegende dat ecosysteemgericht beheer door het Milieuprogramma van de Verenigde Naties wordt gedefinieerd als het beheer van menselijke activiteiten en de effecten ervan op ecosystemen en natuurlijke hulpbronnen op basis van een beoordeling van het hele ecosysteem;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AU.</NO.P>overwegende dat voorbereidende besprekingen over TAC-besluiten plaatsvinden in het forum voor de visserij in de Oostzee (BALTFISH); overwegende dat regionalisering een flexibel beheer van de zeebekkens van de EU mogelijk maakt; overwegende dat BALTFISH “gezamenlijke aanbevelingen” kan doen over specifieke maatregelen die moeten worden gestroomlijnd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AV.</NO.P>overwegende dat de duurzaamheid van de visserijsector in de Oostzee op lange termijn afhangt van de integratie van ecologische, economische en sociale doelstellingen, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat beheersmaatregelen de werkgelegenheid, de regionale cohesie en de voedselvoorziening in kustgebieden waarborgen; overwegende dat regionale en lokale kennis, waaronder die van vissers en kustgemeenschappen, een essentieel element is van doeltreffend beheer;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AW.</NO.P>overwegende dat in verschillende beleidsrapporten en wetenschappelijke verslagen wordt gewezen op de noodzaak van een betere en coherentere aanpak van de besluitvorming en de toepassing van een volledig holistische aanpak; overwegende dat de verwezenlijking van een dergelijke aanpak het doel was van de ministeriële verklaring<FOOTNOTE><FIELD> https://commission.europa.eu/document/download/486161f4-241f-4388-b10e-22f4711acd16_en?filename=ministerial_declaration_our_baltic_conference.pdf.</FIELD></FOOTNOTE> van de “Our Baltic”-conferenties; overwegende dat met deze conferenties en de verklaring beperkte resultaten zijn geboekt, met name wat betreft vooruitgang bij de uitvoering van de milieuwetgeving;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AX.</NO.P>overwegende dat het Europees oceaanpact, waarin een toekomstig wetgevingsvoorstel voor een oceaanwet wordt aangekondigd, bedoeld is om een holistisch kader te bieden om de onderlinge verbanden en prioriteiten van bestaand oceaanbeleid te verduidelijken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AY.</NO.P>overwegende dat de Commissie en de lidstaten onvoldoende maatregelen hebben genomen om de ecosystemen van de Oostzee te beschermen en te herstellen tegen de achtergrond van extra bedreigingen zoals verontreiniging, eutrofiëring en klimaatverandering; overwegende dat deze drukfactoren grensoverschrijdend en cumulatief van aard zijn en bijgevolg gecoördineerde maatregelen op internationaal en EU-niveau vereisen; overwegende dat de overgang naar koolstofarme economische activiteiten met een lage impact kan bijdragen tot de beperking van en aanpassing aan de klimaatverandering;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AZ.</NO.P>overwegende dat natuurlijke predatie deel uitmaakt van het ecosysteem van de Oostzee; overwegende dat de populatie van bepaalde beschermde soorten in de Oostzee, zoals grijze zeehonden (<STRING ITALIC="on">Halichoerus grypus</STRING>) en aalscholvers (<STRING ITALIC="on">Phalacrocorax carbosinensis</STRING>), groeit; overwegende dat zeehonden en aalscholvers aanzienlijke gevolgen kunnen hebben voor de overlevingskansen van jonge kabeljauw, met name voor kabeljauw in het westelijke deel van de Oostzee, alsook voor aquacultuur en vistuig; overwegende dat uit wetenschappelijk bewijs blijkt dat zij voornamelijk lokale soort- en bestandsspecifieke gevolgen hebben voor de vispopulaties; overwegende dat alle factoren die van invloed zijn op de vispopulaties in aanmerking moeten worden genomen om de visbestanden in de Oostzee te herstellen; overwegende dat bij een ecosysteemgerichte benadering van het visserijbeheer ook rekening moet worden gehouden met milieufactoren; overwegende dat het aanpakken van deze wisselwerkingen gerichte en doeltreffende beheersmaatregelen vereist die berusten op de beste beschikbare wetenschappelijke kennis en overleg met alle belanghebbenden; overwegende dat het Parlement bij de goedkeuring van een Europees beheersplan voor aalscholvers, dat tot doel heeft de toenemende impact van aalscholvers op visbestanden, visserij en aquacultuur te verminderen, een reeks mogelijke maatregelen heeft geschetst om de aanhoudende uitdagingen van de aalscholverpopulaties aan te pakken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>BA.</NO.P>overwegende dat de Commissie de zeehondenregeling van de Europese Unie aan het beoordelen is; overwegende dat er tijdens een openbare raadpleging door de Commissie sterk bezwaar was tegen het op de markt brengen van zeehondenproducten en bezorgdheid bestond over de zeehondenjacht<FOOTNOTE><FIELD> https://ec.europa.eu/info/law/better-regulation/have-your-say/initiatives/14031-Trade-in-seal-products-fitness-check-of-EU-rules/public-consultation_nl.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>BB.</NO.P>overwegende dat sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog tienduizenden ton conventionele en chemische wapens die gevaarlijke stoffen bevatten, waaronder chemische strijdmiddelen zoals zwavelmosterd (mosterdgas), traangas en verlamming en convulsies veroorzakende stoffen, als gevolg van gestage corrosie geleidelijk gevaarlijke chemische stoffen vrijgeven in het mariene milieu, wat leidt tot de verontreiniging ervan, schade aan ecosystemen en verlies aan biodiversiteit, en ook een bedreiging vormt voor de menselijke gezondheid en economische activiteiten die afhangen van de zee, waaronder visserij, vervoer, winning van grondstoffen en de ontwikkeling van mariene energie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>BC.</NO.P>overwegende dat een lek uit opslagvoorzieningen voor chemische stoffen op korte tijd kan leiden tot de verontreiniging van een groot deel van de Oostzee, die de mogelijkheden van individuele lidstaten te boven gaat en een gecoördineerde respons van de EU vereist;</P></CONS><CONS><P><NO.P>BD.</NO.P>overwegende dat voor het herstel van de zeebodem van de Oostzee, met inbegrip van de verwijdering van chemische wapens, toxische ladingen en radioactieve stoffen, een op EU-niveau ontwikkeld financieel zeker langetermijnplan noodzakelijk is;</P></CONS><CONS><P><NO.P>BE.</NO.P>overwegende dat het duurzame beheer van de visbestanden in de Oostzee ook wordt bemoeilijkt door ontbrekende gegevens omdat Rusland geen gegevens heeft doorgegeven, wat de wetenschappelijke onzekerheid vergroot en een doeltreffend regionaal visserijbeheer ondermijnt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>BF.</NO.P>overwegende dat Rusland eenzijdig beslist over quota, waarbij het wetenschappelijk advies negeert en consequent quota vaststelt boven het niveau van de maximale duurzame opbrengst, waardoor het herstel van de visbestanden in de Oostzee in gevaar zou kunnen komen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>BG.</NO.P>overwegende dat de activiteiten van de zogenaamde schaduwvloot van Rusland zijn toegenomen sinds de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne; overwegende dat deze vloot bestaat uit verouderde vaartuigen die niet aan de veiligheidsnormen voldoen en worden gebruikt om ruwe olie en aardolieproducten over de Oostzee te vervoeren, met minimale inachtneming van de veiligheids-, milieu- en regelgevingsnormen, dat zij een ernstig risico vormt voor het mariene milieu en de regionale visserij als gevolg van de verouderde en slecht onderhouden staat van de vaartuigen, en dat zij ook aanleiding geeft tot bezorgdheid met betrekking tot de visserij in de context van het noodzakelijke herstel van de visbestanden in de Oostzee en de algemene veiligheid van de Oostzee, met bij een olielek mogelijk catastrofale gevolgen die alle landen in de regio kunnen treffen;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Dringende maatregelen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>verzoekt de Commissie en de Raad te zorgen voor een doeltreffend gebruik van alle bestaande beschikbare rechts- en beheersinstrumenten, met inbegrip van gerichte maatregelen, en daarbij gebruik te maken van een wetenschappelijk onderbouwde aanpak en doeltreffende raadpleging van belanghebbenden om een verdere achteruitgang van de visbestanden in de Oostzee te voorkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt de Commissie samen met de lidstaten te beoordelen hoe de verdeling van de quota over de vlootsegmenten in de Oostzee zich heeft ontwikkeld en te bepalen of er een oorzakelijk verband bestaat tussen de druk op de bestanden en het nationale beleid voor de verdeling van de vangstmogelijkheden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan om bij de uitvoering van de verordening inzake het meerjarenplan voor de Oostzee over te gaan naar een herstel- en wederopbouwfase voor visbestanden, maatregelen en acties te ondernemen op basis van het beste beschikbare wetenschappelijke advies, en andere mogelijke onderling verbonden acties te ondernemen in verband met andere EU- of nationale wetgeving om alle stressfactoren voor visbestanden aan te pakken; verzoekt de Commissie en de lidstaten om bij de uitvoering van de bovengenoemde herstel- en wederopbouwfase herstelmaatregelen te overwegen op basis van de beste beschikbare wetenschappelijke kennis, zoals het opschorten van gerichte visserij op bepaalde bestanden in de Oostzee zoals bepaald in het meerjarenplan, en maatregelen te vermijden die de sociaal-economische stabiliteit van kustgemeenschappen kunnen ondermijnen, teneinde ervoor te zorgen dat visserijactiviteiten voor menselijke consumptie duurzaam blijven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>dringt erop aan sociale en financiële steun beschikbaar te stellen, met inbegrip van steun voor getroffen gemeenschappen, lokale investeringen, tijdelijke compensatie en overbruggingssteun voor vissers in overeenstemming met de EU-regels om onbillijke gevolgen te voorkomen en cultureel erfgoed in stand te houden; merkt op dat tijdelijke maatregelen gericht zijn op onmiddellijke ecologische problemen, maar dat instrumenten voor definitieve stopzetting zijn ontworpen om de vangstcapaciteit op lange termijn aan te passen aan de vangstmogelijkheden; dringt daarom aan op een duidelijke scheiding tussen tijdelijke en definitieve stopzetting in steunregelingen; bevestigt dat kleine en middelgrote visserijondernemingen in de Oostzee geen passende economische compensatie hebben ontvangen voor de verliezen die zij hebben geleden sinds de sluiting van de gerichte kabeljauwvisserij in 2019; verzoekt de Commissie een specifiek herstel- en transitiefonds voor de visserij in de Oostzee op te richten ter ondersteuning van herstructurering van de vloot, technologische modernisering, compensatie voor verliezen als gevolg van soortspecifieke visserijverboden en het behoud van kustvisserijgemeenschappen en hun cultureel erfgoed<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">;</STRING></STRING></P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>benadrukt dat bij alle maatregelen voor het herstel van de bestanden rekening moet worden gehouden met de unieke en bekkenspecifieke hydrologische en chemische omstandigheden van de Oostzee, zoals een half-ingesloten brakke zee die wordt gekenmerkt door beperkte wateruitwisseling, anoxische zones en aanhoudende sedimentverontreiniging die specifiek zijn voor dit bekken en niet vergelijkbaar zijn met die van andere zeebekkens in de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>verzoekt de Raad TAC’s vast te stellen die volledig zijn afgestemd op de voorzorgsbenadering, rekening houdend met de kwetsbaarheid van het ecosysteem in de Oostzee, sociaal-economische factoren, het trage herstel van de bestanden en de wetenschappelijke onzekerheid van advies; verzoekt de Commissie bij de beoordeling van het huidige meerjarenplan zorgvuldig rekening te houden met sociaal-economische aspecten; benadrukt de noodzaak van een evenwichtige aanpak tussen milieu- en sociaal-economische factoren, zoals uiteengezet in artikel 2 van de GVB-verordening;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>benadrukt dat de vaststelling van meerjarenquota op basis van de beste beschikbare wetenschappelijke kennis de mariene ecosystemen in de Oostzee de tijd zou kunnen geven om zich te herstellen en bedrijven de stabiliteit zou kunnen bieden die zij nodig hebben om investeringen te plannen en de werkgelegenheid en haveninfrastructuur in stand te houden, en generatievernieuwing in de visserijsector zou kunnen bevorderen; beklemtoont dat aanhoudende instabiliteit van de regelgeving leidt tot desinvestering, verlies van productiecapaciteit en het verdwijnen van familiebedrijven in de visserij, wat een onomkeerbaar sociaal-economisch verlies vormt voor de kustgemeenschappen aan de Oostzee; benadrukt dat bij de ontwikkeling van dergelijke beheersmaatregelen de belanghebbenden doeltreffend, tijdig en systematisch moeten worden geraadpleegd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>verzoekt de lidstaten en de Commissie, rekening houdend met de tekortkomingen van de verordening inzake het meerjarenplan voor de Oostzee wat betreft de verwezenlijking van de ecologische en sociaal-economische doelstellingen ervan, te overwegen maatregelen te nemen overeenkomstig de artikelen 12 en 13 van de GVB‑verordening wanneer uit het beste beschikbare wetenschappelijke advies blijkt dat dergelijke maatregelen nodig zijn, en actie voor te bereiden door de kosten en baten van het sluiten van de betrokken visserijen te analyseren, ook voor de recreatievisserij, en daarbij rekening te houden met gederfde inkomsten, bestaansmiddelen, voedselzekerheid en de toekomstige kosten van niet-handelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>dringt erop aan onomkeerbare ecologische schade aan de haring- en sprotpopulaties in de Oostzee te voorkomen om de levensvatbaarheid op lange termijn van de kustvisserij en de kleinschalige visserij op deze soorten veilig te stellen en de mariene voedselketens te beschermen; is van mening dat op basis van wetenschappelijk advies dringend herstelpauzes voor de respectieve bestanden moeten worden overwogen, totdat wetenschappelijk bewijs een duidelijk en duurzaam herstel van de bestanden aantoont;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>benadrukt in dit verband dat herstelmaatregelen, om zo doeltreffend mogelijk te zijn, passende betrokkenheid van de belanghebbenden vereisen en gebaseerd moeten zijn op de beste beschikbare wetenschappelijke kennis om de doelstellingen ervan te verwezenlijken; wijst voorts op de mogelijkheid om wetenschappelijk onderbouwde gebieden voor herstel van de visbestanden en tijdelijke visserijsluitingen in de Oostzee in te stellen, met bijzondere aandacht voor verzamelgebieden in de winter en vóór het paaien, met het oog op het behoud van een stabiele aanwas en een gezonde leeftijdsstructuur, alsook om passieve en actieve herstelmaatregelen te nemen, onder meer in paai- en kraamgebieden, in overeenstemming met de bepalingen in de desbetreffende milieuwetgeving van de EU; benadrukt dat het belangrijk is dergelijke maatregelen vergezeld te doen gaan van passende en tijdige compensatie in overeenstemming met de desbetreffende EU-bepalingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>herinnert aan de toezeggingen en doelstellingen van de EU op het vlak van gebiedsdekking en doeltreffendheid van beschermde mariene gebieden; spoort ertoe aan in de huidige beschermde mariene gebieden in de Oostzee doeltreffende beheersmaatregelen correct uit te voeren en in overeenstemming met de toezeggingen van de EU aanvullende beschermde mariene gebieden aan te wijzen; benadrukt dat deze aanwijzing gebaseerd moet zijn op wetenschappelijke beoordelingen die getuigen van kritieke habitats of paaigronden; wijst erop dat er doeltreffende beheersmaatregelen nodig zijn, in combinatie met proefprojecten voor selectief vistuig en vistuig met een lage impact, geïnspireerd op succesvolle initiatieven in de Noordzee en het Skagerrak;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>benadrukt dat het belangrijk is levensvatbare kleinschalige visserij met beperkte aanlandingen in de regio te behouden en tijdens de herstelfasen actief te laten zijn; wijst op de desbetreffende bepalingen van de herziene verordening inzake visserijcontrole en de volledige en doeltreffende uitvoering ervan; benadrukt dat deze visserij van cruciaal belang is voor het levensonderhoud, de veerkracht van traditionele toeleveringsketens en het behoud van banen in kustvisserijgemeenschappen en dat zij een bijzondere sociale en culturele waarde heeft; wijst erop dat de versterking van deze visserij een grotere toegevoegde waarde kan opleveren voor de lokale economieën; benadrukt het belang van de drie pijlers van duurzame ontwikkeling overeenkomstig artikel 2 van de GVB-verordening;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten prioriteit te geven aan het verbeteren van de sociaal-economische situatie van kleinschalige kustvissers; benadrukt het belang van vangstmogelijkheden en visserijzones in kustgebieden voor kleine marktdeelnemers; benadrukt dat de lidstaten deze verbeteringen kunnen verwezenlijken door middel van hun nationale quotatoewijzingen overeenkomstig artikel 17 van de GVB-verordening, alsook door middel van investeringen in selectief vistuig met een lage impact; verzoekt de Commissie en de lidstaten bovendien om gedifferentieerde toegangsregels voor de visserij in de Oostzee op basis van de lengte van het vaartuig en het type vistuig te beoordelen en, in voorkomend geval, toe te passen, met name om de concurrentiedruk van grote industriële vaartuigen op kleine en middelgrote familiebedrijven en kustgemeenschappen te beperken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>verzoekt de lidstaten en de Commissie de uitvoering van de aanlandingsverplichting verder te versterken om illegale teruggooi in de Oostzee aan te pakken, te erkennen dat er werkbare maatregelen nodig zijn, selectiviteit te ondersteunen en ongewenste vangsten te verminderen, en de desbetreffende bepalingen ter zake uit te voeren in overeenstemming met de GVB-verordening en de verordening inzake visserijcontrole;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>benadrukt de rol van het Europees oceaanpact bij het bevorderen van een totaalaanpak en een regeneratieve en duurzame blauwe economie in de Oostzee, met gerichte acties om de visbestanden te herstellen en de milieudruk te verminderen; merkt op dat de verwezenlijking van de doelstellingen van het oceaanpact en het kompas voor concurrentievermogen toereikende financiële steun vereist voor de ontwikkeling van een veerkrachtige maritieme economie die op lange termijn levensvatbaar is, alsook voor de bevordering van innovatie, modernisering, decarbonisatie en digitalisering;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten de administratieve lasten te verminderen en te zorgen voor een betere coördinatie tussen de verschillende beleidsmaatregelen om de veerkracht, het concurrentievermogen en de duurzaamheid op lange termijn van het Oostzeegebied te vergroten in het licht van de milieu- en marktuitdagingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>verzoekt de Commissie, als hoedster van de Verdragen, in overeenstemming met de Verdragen op te treden in gevallen waarin de Raad en de lidstaten de EU-regels, zoals de regels van het meerjarenplan voor de Oostzee, schenden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>verzoekt de lidstaten te zorgen voor de volledige en doeltreffende uitvoering van de EU‑visserijcontroleverordening, met inbegrip van de bepalingen om onjuiste rapportage van vangsten aan te pakken en de vangstaangiften in de regio nauwkeuriger en betrouwbaarder te maken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Verbetering van het wetenschappelijk advies</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>benadrukt dat het visserijbeheer moet berusten op het beste beschikbare wetenschappelijke advies, dat de ICES een centrale rol speelt bij het waarborgen van wetenschappelijke samenhang en dat ook de kennis van vissers belangrijk is; benadrukt hoe belangrijk de onafhankelijkheid van de ICES is; verzoekt de lidstaten en de Commissie ervoor te zorgen dat er bijgewerkte en noodzakelijke wetenschappelijke visserijgegevens beschikbaar zijn zodat de ICES zijn advies kan blijven verbeteren en kan waarborgen dat er tijdig hoogwaardige wetenschappelijke beoordelingen beschikbaar zijn; verzoekt de Commissie al haar verzoeken om wetenschappelijk advies van de ICES openbaar te maken om ook een open dialoog mogelijk te maken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>dringt er bij de Commissie op aan de ICES onmiddellijk te verzoeken om in zijn beraadslagingen over het memorandum van overeenstemming voort te gaan met de ontwikkeling van ecosysteemgebaseerd advies voor meerdere soorten en advies over het herstel van bestanden, waarbij rekening wordt gehouden met ecologische variabiliteit en interacties in de voedselketen, te onderzoeken of gebruik kan worden gemaakt van ecosysteemgebaseerde referentiepunten en voor het ecosysteem gecorrigeerde gegevens over visserijsterfte die zijn toegespitst op de Oostzee en de interacties tussen specifieke soorten, en ook aanvullende indicatoren op te nemen op basis van andere relevante EU‑regels, zoals de kaderrichtlijn mariene strategie, bijvoorbeeld om indicatoren voor grote vissen en indicatoren voor leeftijds- en grootteverdeling op te nemen; benadrukt dat dergelijk advies transparant en voorspelbaar moet blijven voor de sector en dat overschatting moet worden voorkomen omdat te hoge ramingen vervolgens leiden tot onnodige vangstbeperkingen en onzekerheid voor het bedrijfsleven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>verzoekt de Commissie om, in het geval van de Oostzee, bij de ICES advies in te winnen over voorzorgsbuffers in verband met de onzekerheid van het wetenschappelijk advies en de onzekerheid omtrent aanwas en het biomassatraject, alsook advies over de gevolgen van het niet gebruiken van bandbreedtes boven de MDO en alle gevolgen daarvan, waarbij starre of automatische verlagingen die voorbijgaan aan de sociaal-economische realiteit worden vermeden; wijst erop dat de MDO een belangrijk instrument blijft voor adaptief en verantwoord beheer; verzoekt de Commissie voorts het WTECV te verzoeken om relevante sociaal-economische analyses voor de Oostzee;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>verzoekt de Commissie alle beoordelingen van bestanden die worden gebruikt voor de uitvoering van het EU-recht te baseren op B<STRING SUBSCRIPT="on">MDO</STRING>-referentiepunten voor biomassa, zoals weergegeven in de doelstellingen van artikel 3, lid 1, van de verordening inzake het meerjarenplan voor de Oostzee en artikel 2, lid 2, van de GVB-verordening;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten ervoor te zorgen dat het beheer van de visbestanden in de Oostzee doelstellingen omvat voor het herstel van de natuurlijke grootte en leeftijdsverdeling binnen populaties, in overeenstemming met artikel 2, lid 5, punt j), van de GVB-verordening, waarin wordt verwezen naar artikel 1, lid 1, van de kaderrichtlijn mariene strategie, in het besef dat gezonde populatiestructuren bijdragen tot de reproductiecapaciteit, de veerkracht van de bestanden en de stabiliteit van het ecosysteem; moedigt de ontwikkeling aan van monitoringindicatoren en selectievere visserijpraktijken die in samenwerking met de sector zijn ontwikkeld en die de systematische verwijdering van grotere en oudere vis kunnen verminderen en het aanwaspotentieel van het bestand beter kunnen beschermen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>verzoekt de Commissie om, met het oog op de uitvoering van het EU-recht, met inbegrip van de verordening inzake het meerjarenplan voor de Oostzee, de ICES om wetenschappelijk advies te vragen waarin rekening wordt gehouden met relevante milieu- en ecosysteemstressfactoren in de Oostzee; is van mening dat in dit advies onder meer duidelijk moet worden gewezen op en gekeken naar de risico’s in verband met de huidige toestand van het milieu, de wisselwerking tussen land en zee, de toegenomen onzekerheid als gevolg van de klimaatverandering en de gevolgen van interacties tussen soorten, met inbegrip van relevante roofdierpopulaties; benadrukt dat in elk advies ook duidelijk moet worden aangegeven wat de respectieve mate van onzekerheid is;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>verzoekt de Commissie de ICES te raadplegen in het kader van het bestaande memorandum van overeenstemming om de regelmatige actualisering van zijn technische richtsnoeren voor vangstcontrolevoorschriften en de verdere verfijning van de methoden voor de beoordeling van de bestanden op basis van onafhankelijke wetenschappelijke criteria aan te moedigen; merkt op dat het belangrijk is dat de ICES — bij het verstrekken van advies aan de Commissie of de lidstaten — gebruikmaakt van de meest recente benaderingen voor de Oostzee, en dat deze wetenschappelijk verantwoord en in overeenstemming met het EU-rechtskader voor visserij blijven; erkent dat dit een intern ICES-proces is;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten van start te gaan met een alomvattende inventarisatie van de genetische populaties in de Oostzee van bepaalde commercieel geëxploiteerde soorten, waaronder haring en sprot, alsook andere commercieel geëxploiteerde soorten, op basis van de beste beschikbare wetenschappelijke kennis, en empirisch onderbouwd advies aan te vullen met het oog op weloverwogener beslissingen over vangstmogelijkheden en technische maatregelen; benadrukt dat dergelijke genetische gegevens volledig moeten worden gevalideerd door de ICES en moeten worden geïntegreerd in modellen voor de beoordeling van bestanden op lange termijn voordat zij voor beheersdoeleinden worden gebruikt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten de beschikbaarheid en kwaliteit van gegevens over leeftijds- en groottecriteria voor de betrokken bestanden te verbeteren ter voorbereiding van besluiten inzake visserijbeheer voor de regio; benadrukt dat een betere gegevensverzameling over deze parameters de integratie van beschrijvend element 3, criterium 3 (D3C3) van de kaderrichtlijn mariene strategie moet ondersteunen, zoals vereist op grond van artikel 3, lid 3, van het meerjarenplan voor de Oostzee;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>verzoekt de Commissie de ICES te verzoeken een gedetailleerde wetenschappelijke analyse te maken van de huidige EU-aanpak voor het gebruik van wetenschappelijk advies voor de Oostzee; verzoekt de Commissie voorts ervoor te zorgen dat het gevraagde advies over vangstniveaus volledig strookt met alle relevante wettelijke vereisten en beleidsdoelstellingen, met inbegrip van de doelstellingen van de GVB‑verordening zoals uiteengezet in artikel 2; wijst erop dat het belangrijk is dat de Commissie mogelijke tekortkomingen aanpakt en concrete acties uitstippelt in verband met de wijze waarop het momenteel beschikbare advies over vangstmogelijkheden met voldoende voorzorg kan worden gebruikt om aan alle relevante wettelijke vereisten en doelstellingen te voldoen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>moedigt de Commissie en de Raad aan ervoor te zorgen dat de vaststelling van TAC’s transparant gebeurt en gebaseerd is op het beste beschikbare wetenschappelijke advies en de beste beschikbare wetenschappelijke kennis overeenkomstig de doelstellingen van de verordening inzake het meerjarenplan voor de Oostzee en de GVB-verordening en overeenkomstig ecosysteemgebaseerd advies voor meerdere soorten, en dat daarbij rekening wordt gehouden met de wisselwerking tussen visserijactiviteiten en de sociaal-economische stabiliteit van kustgemeenschappen op lange termijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten rekening te houden met relevante internationale werkzaamheden en definities, met inbegrip van die van het Milieuprogramma van de Verenigde Naties, bij de verdere ontwikkeling van het inzicht in ecosysteemgebaseerd beheer binnen het bestaande rechtskader van de EU, zoals met betrekking tot functionerende ecosystemen, zoals vermeld in artikel 5, lid 5, punt a), van de kaderrichtlijn mariene strategie;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Andere factoren die van invloed zijn op de visserij in de Oostzee</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>verzoekt de Commissie een wetenschappelijk onderbouwd, gecoördineerd en sectoroverschrijdend plan te ontwikkelen om de belangrijkste stressfactoren die van invloed zijn op de Oostzee aan te pakken en tegelijkertijd te zorgen voor inclusief bestuur en maritieme ruimtelijke planning, waarbij alle relevante belanghebbenden worden betrokken en met hen wordt samengewerkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>verzoekt de Commissie de gelegenheid te baat te nemen om met het komende wetgevingsvoorstel voor een oceaanwet een betere beleidscoördinatie en een coherente uitvoering van marien en watergerelateerd beleid te ondersteunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>dringt aan op doeltreffende maatregelen ter beperking van en aanpassing aan de klimaatverandering om klimaatgerelateerde risico’s tijdig aan te pakken en te voorkomen dat de risico’s en kosten in de regio toenemen als te laat in actie wordt geschoten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>dringt aan op de voortdurende en doeltreffende uitvoering van de milieuwetgeving van de EU, maar erkent tegelijkertijd dat er voor alle getroffen sectoren evenwichtige en werkbare oplossingen nodig zijn om de milieudruk in de Oostzee en andere EU-wateren aan te pakken, met inbegrip van verontreiniging door nutriënten uit meerdere bronnen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>pleit ervoor dat aanzienlijk meer wordt geïnvesteerd in moderne afvalwaterzuiveringsinstallaties en systemen voor retentie en filtratie van verontreiniging, zowel in de landen rond de Oostzee als in alle stroomgebieden die water afvoeren naar de Oostzee; benadrukt dat zonder een uitgebreide modernisering van de water- en afvalwaterinfrastructuur alle inspanningen om de kwaliteit van het water van de Oostzee te verbeteren louter declaratief en ondoeltreffend zullen blijven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>verzoekt de lidstaten en de Commissie elke benadering van natuurlijke predatie te baseren op wetenschappelijk onderzoek en raadplegingen van belanghebbenden, met inbegrip van preventieve, lokaal verankerde en gerichte beheersmaatregelen voor aalscholvers en grijze zeehonden, waarbij ervoor wordt gezorgd dat alle vastgestelde maatregelen doeltreffend zijn, aan alle wettelijke verplichtingen voldoen en adequate monitoring, specifieke en toereikende financiering en nauwere samenwerking tussen belanghebbenden omvatten, om de doeltreffendheid van de uitgevoerde maatregelen te waarborgen, met inbegrip van mitigatiepraktijken zoals afschrikmiddelen of fysieke uitsluiting;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>wijst erop dat de Commissie dringend doeltreffende actie moet ondernemen als respons op de druk die grote aalscholverpopulaties uitoefenen op de visbestanden in de Oostzee, waarbij ze ervoor moet zorgen dat de maatregelen evenredig zijn, aangepast zijn aan de regionale omstandigheden en worden uitgevoerd door middel van doeltreffende, gerichte en lokaal afgestemde beheersinterventies en op basis van de beste beschikbare wetenschappelijke gegevens, en ze tegelijkertijd de lidstaten in staat moet stellen om waar nodig praktische en aan de situatie aangepaste mitigatiemaatregelen te nemen om de lokale gevolgen doeltreffend aan te pakken en zo de duurzaamheid van de visserij op de lange termijn in de getroffen kustgebieden te ondersteunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten goed in de gaten te houden of de maatregelen voor het herstel van de ernstig bedreigde bruinvis van de centrale Oostzee doeltreffend worden uitgevoerd en in voorkomend geval extra maatregelen te nemen om de voornaamste bedreigingen voor het overleven van deze diersoort te elimineren</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>herinnert eraan dat de Baltische zeehond in de jaren zeventig bijna volledig uitgestorven was;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>herhaalt zijn verzoek aan de Commissie om een EU-beheersplan voor aalscholvers voor te stellen voor de visserij en de aquacultuur in de Oostzee, op basis van het beste beschikbare wetenschappelijke advies en de praktijken van de lidstaten, rekening houdend met het plan dat onlangs is voorgesteld door de Europese Adviescommissie binnenvisserij en aquacultuur van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (EIFAAC)<FOOTNOTE><FIELD> https://www.fao.org/fishery/services/storage/fs/fishery/documents/EIFAAC/cormorantsplan/EuropeanManagementPlanforCormorants-April2025.pdf.</FIELD></FOOTNOTE> en met eerdere door de EU gefinancierde onderzoeksprojecten zoals “Intercafe”<FOOTNOTE><FIELD> https://www.ceh.ac.uk/our-science/projects/intercafe.</FIELD></FOOTNOTE>;  benadrukt de noodzaak van preventieve maatregelen, compensatie voor verliezen en financiering uit EU- en nationale bronnen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>wijst nogmaals op de ernstige milieu- en veiligheidsrisico’s van niet-geëxplodeerde oorlogsmunitie die in de Oostzee is gedumpt; herinnert aan zijn resolutie van 27 april 2021 over chemische residuen in de Oostzee en aan de succesvolle projecten CHEMSEA, DAIMON en DAIMON 3; dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan verdere gecoördineerde en praktische maatregelen te nemen om deze gevaarlijke materialen systematisch te lokaliseren, te beoordelen en te monitoren om te bepalen welke gebieden bij voorrang moeten worden gesaneerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>dringt aan op gezamenlijke inspanningen van de lidstaten en de Commissie om de ontwikkeling van wetenschappelijk onderzoek te ondersteunen en beste praktijken uit te wisselen over veilige en kosteneffectieve manieren om (niet-geëxplodeerde) munitie te identificeren en van de zeebodem te verwijderen teneinde gecoördineerde grootschalige saneringsactiviteiten mogelijk te maken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten een gecoördineerd, naar behoren gefinancierd EU-programma voor de lange termijn op te zetten om niet-geëxplodeerde oorlogsmunitie in de Oostzee in kaart te brengen, onschadelijk te maken en te verwijderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>veroordeelt de onverantwoorde, niet-duurzame en onwetenschappelijke exploitatie van de visbestanden in de Oostzee door Rusland;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>verzoekt de Raad en de Commissie bij de vaststelling van quota voor de Oostzee rekening te houden met de unilaterale acties van Rusland; verzoekt de Commissie voorts maatregelen te overwegen om Rusland onder druk te zetten om zijn quota in overeenstemming te brengen met wetenschappelijk advies;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>veroordeelt ten stelligste de toenemende aanwezigheid van de Russische schaduwvloot in de Oostzee, met activiteiten die belangrijke regelgevingsnormen omzeilen waardoor het risico op olievlekken en andere milieurisico’s toeneemt; wijst op de mogelijke schade aan mariene ecosystemen, de lokale visserij en de menselijke gezondheid; merkt verder op dat er bezorgdheid bestaat over het feit dat Russische visserijproducten nog steeds via de bestaande handelskanalen de EU‑markt bereiken, en benadrukt dat eventuele mazen in de wetgeving moeten worden gedicht waarmee de doelstellingen van de beperkende maatregelen van de EU in het gedrang kunnen komen; verzoekt de Commissie verdere maatregelen te onderzoeken om de Russische schaduwvloot te bestrijden, met name in het Oostzeegebied; dringt aan op nauwere regionale samenwerking en strengere handhaving om deze risico’s te beperken en de mariene hulpbronnen van de Oostzee te beschermen; benadrukt dat het belangrijk is ervoor te zorgen dat de sancties tegen Rusland volledig worden gehandhaafd;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Juridische wijzigingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>merkt op dat de inspanningen op het gebied van holistische beleidscoördinatie dringend moeten worden opgeschroefd en dat er verder en sneller vooruitgang moet worden geboekt bij de uitvoering van wetgeving op andere beleidsterreinen, om te voorkomen dat alleen op visserijmaatregelen wordt vertrouwd en dat kustgemeenschappen er sociaal-economisch verder op achteruitgaan; neemt nota van de inspanningen die zijn geleverd in het kader van de “Our Baltic”-conferenties; moedigt verdere vooruitgang in de richting van concrete resultaten aan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>dringt er bij de Commissie op aan de verordening inzake het meerjarenplan voor de Oostzee te evalueren en mogelijk te herzien teneinde de duidelijkheid, samenhang en praktische toepassing ervan te verbeteren en de prestaties ervan te beoordelen met betrekking tot milieu- en sociaal-economische aspecten; benadrukt voorts dat het van belang is ervoor te zorgen dat een mogelijke toekomstige aanpassing van het kader eenvoudig, wetenschappelijk onderbouwd en werkbaar blijft voor de sector;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>verzoekt de Commissie om in het kader van een mogelijke herziening van de verordening inzake het meerjarenplan voor de Oostzee de zalm- en forelbestanden te beoordelen en, indien nodig, voor te stellen deze op te nemen als specifieke bestanden die wat bijvangst betreft onder het toepassingsgebied van de verordening moeten vallen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>uit zijn bezorgdheid over het feit dat de regionale samenwerking in de Oostzee een geringe toegevoegde waarde heeft gehad, aangezien het meerjarenplan voornamelijk reeds bestaande of reeds geïnitieerde samenwerkingsverbanden heeft geconsolideerd; merkt op dat de lidstaten vanwege trage processen en toenemende bureaucratie rond dergelijke initiatieven vrij weinig gezamenlijke aanbevelingen hebben gedaan, wat een zorgwekkend signaal is dat erop duidt dat de EU-visserijregels inzake regionalisatie niet worden gebruikt om beheersmaatregelen aan te passen aan de specifieke kenmerken van de Oostzee; benadrukt dat regionale samenwerking tussen de landen rond de Oostzee, waar alle belanghebbenden bij worden betrokken, noodzakelijk is;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>benadrukt dat een doeltreffend beheer van de Oostzee gebaseerd moet zijn op vertrouwen, dialoog en regionale samenwerking tussen de lidstaten, alle belanghebbenden, regionale organen zoals de Helcom en kustgemeenschappen om praktische oplossingen en kennisuitwisseling te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>dringt aan op een nieuwe, regionaal aangepaste benadering van het risicobeheer;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>dringt erop aan dat de regels in het meerjarenplan worden verduidelijkt om jaarflexibiliteit te verbieden voor bestanden onder het huidige Btrigger-instandhoudingsreferentiepunt van het meerjarenplan voor de Oostzee zoals momenteel overeengekomen door de Raad;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>verzoekt de Commissie wetenschappelijk onderbouwde en evenredige beheersmaatregelen voor zalm in de Oostzee te versterken en ervoor te zorgen dat de ecosysteemeffecten van de haring-, sprot- en kabeljauwvisserij op zalm naar behoren worden begrepen en aangepakt; dringt aan op beter toezicht en onderzoek ter ondersteuning van het duurzame beheer van zalm;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>benadrukt dat het visserijbeheer in de EU gebaseerd moet zijn op Europese ervaringen, wetenschap en de regionale omstandigheden; verzoekt de Commissie regionaal aangepaste regels voor de Oostzee voor te stellen voor maatregelen die automatisch moeten worden genomen wanneer de bestanden onder de overeenkomstig de voorzorgsbenadering vastgestelde drempelwaarden dalen, en herhaalt dat het MDO‑beheer in voorkomend geval in de eerste plaats moet worden aangevuld met maatregelen om vangsten te differentiëren naar grootte en leeftijd; is van mening dat inspiratie kan worden geput uit beheerspraktijken in andere regio’s, zoals Australië, Nieuw-Zeeland, Canada en de Verenigde Staten, waarbij de samenhang met het rechtskader van de EU moet worden gewaarborgd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>56.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten de regionale samenwerking overeenkomstig artikel 18 van de GVB-verordening te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>57.</NO.P>dringt aan op concrete en doeltreffende maatregelen om ervoor te zorgen dat in de Oostzee gevangen vis meer bestemd is voor rechtstreekse menselijke consumptie, teneinde lokale voedselvoorzieningsketens te bevorderen en te stimuleren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>58.</NO.P>merkt op dat sommige lidstaten in het Oostzeegebied, zoals Duitsland en Zweden, nationale maatregelen hebben ingevoerd om bodemtrawlvisserij in bepaalde mariene gebieden te beperken of te verbieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>59.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten voor de Oostzee voor te stellen de trawlvisserij voor vismeel en visolie tijdens een herstelfase stop te zetten en de winningsactiviteiten in beschermde mariene gebieden te beperken; erkent dat de benaderingen in de Unie verschillen in het licht van de specifieke ecologische, juridische en sociaal‑economische context; moedigt de lidstaten aan om in samenwerking met belanghebbenden, met name de visserijsector en kustgemeenschappen, evenredige, wetenschappelijk onderbouwde oplossingen te blijven ontwikkelen om de bescherming van het mariene milieu te verbeteren en tegelijkertijd de levensvatbaarheid van de visserijsector van de EU te waarborgen door middel van een rechtvaardige transitie;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>60.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>