<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0191</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">De noodzaak om het aantal werkgerelateerde sterfgevallen te verminderen</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(B10-0244/2026)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 21 mei 2026 over de noodzaak om het aantal werkgerelateerde sterfgevallen te verminderen (2025/3046(RSP))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de artikelen 151, 153 en 156 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn 89/391/EEG van de Raad van 12 juni 1989 betreffende de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers op het werk<FOOTNOTE><FIELD> PB L 183 van 29.6.1989, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/1989/391/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het strategisch EU-kader voor gezondheid en veiligheid op het werk 2021-2027,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 10 maart 2022 over een nieuw strategisch EU-kader voor gezondheid en veiligheid op het werk voor de periode na 2020<FOOTNOTE><FIELD> PB C 347 van 9.9.2022, blz. 122.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 17 december 2025 met aanbevelingen aan de Commissie betreffende digitalisering, artificiële intelligentie en algoritmisch beheer op de werkvloer – het vormgeven van de toekomst van werk<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2026/2154, 6.5.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/2154/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, en met name artikel 31, waarin staat dat iedere werknemer recht heeft op gezonde, veilige en waardige arbeidsomstandigheden,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 136, lid 2, van zijn Reglement,</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat gezondheid en veiligheid op het werk een essentiële pijler van het Europees sociaal beleid is en een centraal element vormt van de bescherming van de menselijke waardigheid, de grondrechten van werknemers en eerlijke en veilige arbeidsomstandigheden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat er in 2023 in de EU 3 298 dodelijke arbeidsongevallen en ongeveer 2,8 miljoen niet-dodelijke ongevallen met een afwezigheid van ten minste vier dagen zijn geregistreerd; overwegende dat deze cijfers aantonen dat er nog steeds ernstige tekortkomingen bestaan in sectoren met een hoog risico en veel arbeidsongevallen, zoals de bouwsector, de vervoerssector, de productiesector en de landbouw;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat jonge werknemers in vergelijking met hun oudere collega’s kwetsbaarder zijn voor ernstige arbeidsongevallen, met cijfers die meer dan 40 % hoger liggen dan die van meer ervaren werknemers, hetgeen wijst op hun hogere kwetsbaarheid als gevolg van hun beperkte werkervaring, onvoldoende opleiding en een lager bewustzijn van de gevaren op de werkplek; overwegende dat zij kunnen worden blootgesteld aan slechte arbeidsomstandigheden die kunnen leiden tot beroepsziekten tijdens hun jeugd of later in hun leven;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat het belangrijk is een genderperspectief toe te passen op veiligheid en gezondheid op het werk, aangezien werknemers — afhankelijk van hun geslacht — op verschillende wijze kunnen worden blootgesteld aan en kwetsbaarder kunnen zijn voor diverse soorten stoffen of risico’s;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat werknemers in sectoren zoals gezondheidszorg en sociale zorg te maken krijgen met geweld en psychosociale risico’s, en ook worden geconfronteerd met aanzienlijke en vaak onderschatte risico’s voor hun veiligheid; overwegende dat geweld en pesten op het werk ernstige psychologische schade kunnen veroorzaken en in verband zijn gebracht met een verhoogd risico op geestelijke gezondheidsproblemen; overwegende dat deze verschijnselen met name in gezondheids- en zorgdiensten worden gemeld;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat diverse lidstaten de afgelopen jaren een aanzienlijke toename van aanvallen tegen overheidspersoneel dat de wet handhaaft en werknemers van noodhulpdiensten hebben gemeld; overwegende dat bepaalde beroepsactiviteiten, met name in verband met de uitoefening van het openbaar gezag en het rechtmatig gebruik van geweld, worden gekenmerkt door structurele en permanente blootstelling aan het risico van ernstig lichamelijk letsel of overlijden als gevolg van opzettelijke gewelddaden door derden; overwegende dat bedreigingen en opzettelijke gewelddaden tegen noodhulpverleners, zoals paramedisch personeel en brandweerlieden, een vrij nieuw verschijnsel zijn; overwegende dat deze blootstelling, waarbij derden het opzettelijk op hen gemunt hebben, deze beroepen onderscheidt van andere vormen van gevaarlijk werk en een specifieke erkenning van de aard van de betrokken risico’s rechtvaardigt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat grensarbeiders en migrerende werknemers, waaronder werknemers uit derde landen, bijzonder kwetsbaar zijn voor arbeidsuitbuiting en niet-regulaire arbeidsvormen; overwegende dat uit onderzoek blijkt dat dergelijke werknemers wereldwijd ongeveer 70 % meer risico lopen op werkgerelateerde dodelijke ongevallen dan lokale werknemers<FOOTNOTE><FIELD> Zie bijvoorbeeld Lau e.a., “Workplace mortality risk and social determinants among migrant workers”, <STRING ITALIC="on">The Lancet Public Health</STRING>, jaargang 9, nummer 11, 2024, blz. E935-E949 (https://doi.org/10.1016/S2468-2667(24)00226-3).</FIELD></FOOTNOTE>, en dat ook in de EU het risico aanzienlijk hoger blijft, namelijk ongeveer 65 %, met name voor werknemers uit Oost-Europa; overwegende dat onderdanen van derde landen drie keer meer risico lopen op arbeidsongevallen en dat naar schatting slechts ongeveer een op de vijf ongevallen wordt gemeld, wat wijst op een ernstige onderschatting van het verschijnsel en op de noodzaak om de beschermings- en handhavingsmechanismen te versterken en de wettigheid en waardigheid op het werk te eerbiedigen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat een aanzienlijk aantal werkgerelateerde sterfgevallen worden veroorzaakt door beroepsziekten, die te vaak worden onderschat, onvoldoende worden erkend en ondergerapporteerd blijven, met name wegens ongelijkheden met betrekking tot de toegang tot zorg, preventie en follow-up, de onvoldoende traceerbaarheid van blootstelling en de latentietijd van bepaalde medische aandoeningen; overwegende dat onderrapportage en onvoldoende erkenning van beroepsziekten de doeltreffendheid van preventiebeleid, compensatiemechanismen en handhavingsstelsels ondermijnen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat kanker de belangrijkste oorzaak van werkgerelateerde sterfgevallen in de EU is; overwegende dat werknemers op de werkplek kunnen worden blootgesteld aan een combinatie van stoffen die de gezondheidsrisico’s verder vergroten; overwegende dat blootstelling aan factoren zoals straling, werkgerelateerde stress, een gebrekkige werkorganisatie en ongeschikte arbeidsomstandigheden in verband is gebracht met beroepskankers; overwegende dat het aantal gevallen van huidkanker, een van de meest voorkomende beroepsziekten, toeneemt, maar dat slechts een beperkt deel van deze gevallen als beroepsziekte wordt erkend;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat in het kader van de geactualiseerde aanbeveling van de Commissie van 28 november 2022 betreffende beroepsziekten<FOOTNOTE><FIELD> Aanbeveling (EU) 2022/2337 van de Commissie van 28 november 2022 betreffende de Europese lijst van beroepsziekten (PB L 309 van 30.11.2022, blz. 12, ELI: http://data.europa.eu/eli/reco/2022/2337/oj).</FIELD></FOOTNOTE> werd benadrukt dat het belangrijk is steun te verlenen aan werknemers die blootstaan aan arbeidsrisico’s en aan gezinnen die door een dergelijke blootstelling naasten hebben verloren, met inbegrip van het verlenen van passende bijstand;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat de preventie van arbeidsongevallen en beroepsziekten een hoeksteen is van het Europees sociaal beleid en van het recht op vrij verkeer van werknemers; overwegende dat deze preventie niet alleen een wettelijke verplichting is die voortvloeit uit het Unierecht, met name Richtlijn 89/391/EEG, en nationale regelgeving, maar ook een strategische sociale en economische investering vormt die positieve en blijvende effecten kan hebben op werknemers, bedrijven en de gemeenschap als geheel door bij te dragen tot de vermindering van risico’s, de beheersing van de sociaal-economische kosten van arbeidsongevallen en de algehele verbetering van de kwaliteit en duurzaamheid van de werkomgeving;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat gebleken is dat de specifieke opleiding die wordt geboden aan de vrijwillige brandweer, met inbegrip van opleiding inzake eerste hulp, risicobeoordeling, evacuatieprocedures en brandpreventie, de veiligheid op het werk vergroot door een snelle en effectieve reactie op ernstige incidenten mogelijk te maken en een cultuur van risicopreventie te bevorderen, en er zo toe bijdraagt dat de ernst van de arbeidsongevallen wordt beperkt; overwegende dat werkgevers uit hoofde van Richtlijn 89/391/EEG wettelijk verplicht zijn om risicobeoordelingen toe te passen, opleiding aan te bieden en maatregelen voor eerste hulp, brandbestrijding en evacuatie te treffen, waarbij ondersteuning van de vaardigheden van de vrijwillige brandweer op het werk een aanvulling kan zijn op deze verplichtingen en de veiligheid op het werk verder kan vergroten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat arbeidsinspecties een cruciale rol spelen om ervoor te zorgen dat het beleid op het gebied van veiligheid en gezondheid op het werk op nationaal, regionaal en lokaal niveau doeltreffend wordt uitgevoerd, en essentieel zijn om arbeidsuitbuiting en onveilige arbeidsomstandigheden te voorkomen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat ingrijpende veranderingen in de arbeidswereld — waaronder de verspreiding van atypische arbeidsvormen, precaire banen, het toenemende aantal jonge werknemers met onzekere banen met een hoog risico, de vergrijzing van de beroepsbevolking, digitalisering, de invoering van nieuwe technologieën en de globalisering — hebben geleid tot een toename van psychosociale risico’s, werkgerelateerde stress en nieuwe uitdagingen op het gebied van gezondheid op het werk, waardoor bredere en geïntegreerde preventiestrategieën nodig zijn;</P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat psychosociale risico’s op het werk, zoals chronische stress, burn-out en intimidatie, een belangrijke en toenemende aanjager van gezondheidsproblemen en werkgerelateerde sterfgevallen zijn en dat zij vaak onderschat en ondergerapporteerd blijven en onvoldoende worden aangepakt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>P.</NO.P>overwegende dat een psychologisch ondersteunende werkomgeving essentieel is voor de mentale gezondheid en het fysieke welzijn van werknemers; overwegende dat psychosociale risico’s kunnen voortvloeien uit een ongeschikte werkopzet, slechte organisatorische praktijken of een ondermaatse bedrijfsvoering en kunnen leiden tot stress, angst, burn-out en depressie; overwegende dat langdurige blootstelling aan nadelige psychosociale arbeidsomstandigheden in verband wordt gebracht met ernstige gevolgen voor de geestelijke gezondheid, waaronder chronische ziekten en een toegenomen risico op zelfmoord;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Q.</NO.P>overwegende dat het toenemende gebruik van artificiële intelligentie (AI) en algoritmische beheersystemen op de werkplek het werktempo kan opvoeren, tot een hogere werklast kan leiden, psychosociale risico’s kan vergroten, de autonomie van werknemers kan ondermijnen en nieuwe risico’s voor de veiligheid en gezondheid op het werk kan creëren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>R.</NO.P>overwegende dat klimaatverandering, met inbegrip van stijgende temperaturen, frequentere en hevigere hittegolven en andere extreme weersomstandigheden, een toenemend en veelzijdig risico vormt voor de gezondheid, de veiligheid en de arbeidsomstandigheden van werknemers in de hele EU; overwegende dat langdurige blootstelling aan hitte ernstige gevolgen voor de gezondheid kan hebben, zoals uitputting door hitte, een zonnesteek en andere hittegerelateerde kwalen, en ook de kans op vermoeidheid, verminderde concentratie, slechtere besluitvorming en bijgevolg werkgerelateerde ongevallen kan vergroten, waarvoor doelgerichte preventieve en beschermende maatregelen nodig zijn;</P></CONS><CONS><P><NO.P>S.</NO.P>overwegende dat doeltreffende preventiestrategieën, bewustmakingsmaatregelen, initiatieven op het gebied van welzijn en het bevorderen van een sterke cultuur inzake veiligheid en gezondheid op het werk essentieel zijn om ernstige ongevallen en beroepsziekten te voorkomen en het aantal werkgerelateerde sterfgevallen te verlagen; overwegende dat dergelijke preventieve benaderingen niet alleen de gezondheid en de veiligheid van werknemers beschermen, maar ook economische voordelen opleveren voor ondernemingen en voor de maatschappij als geheel;</P></CONS><CONS><P><NO.P>T.</NO.P>overwegende dat er meer inspanningen moeten worden geleverd om de doelstellingen van de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling te verwezenlijken, met name doelstelling 8.8: “Bescherming van de arbeidsrechten en bevordering van een gezonde en veilige werkomgeving voor alle werknemers, met inbegrip van migrerende werknemers, met name vrouwen en werknemers in een onzekere arbeidssituatie”;</P></CONS><CONS><P><NO.P>U.</NO.P>overwegende dat het Parlement in zijn resolutie van 10 maart 2022 de invoering van de “Vision Zero”-benadering van werkgerelateerde ongelukken en ziekten heeft verwelkomd, heeft gepleit voor de totstandbrenging van een ambitieuze routekaart voor het verminderen van arbeidsongevallen en het uitbannen van beroepsziekten en sterfgevallen op het werk, en heeft aangedrongen op versterkte preventieve maatregelen en de handhaving van de bestaande wetgeving inzake veiligheid en gezondheid op het werk; overwegende dat de doelstelling om het aantal dodelijke ongevallen tot nul te herleiden niet alleen als een politieke doelstelling moet worden beschouwd, maar ook als een ethische en sociale plicht ten aanzien van alle werknemers;</P></CONS><CONS><P><NO.P>V.</NO.P>overwegende dat het recht van elke werknemer op een veilige en gezonde werkomgeving volledig moet worden gewaarborgd door middel van doeltreffende maatregelen ter voorkoming van arbeidsongevallen en beroepsziekten, alsook door middel van regelmatige controles en daadwerkelijk afschrikkende sancties, ondersteund door voldoende middelen voor de bevoegde autoriteiten; overwegende dat niet-naleving van de wetgeving inzake veiligheid en gezondheid op het werk een centraal euvel bij arbeidsuitbuiting is en de verwezenlijking van de doelstelling van nul dodelijke slachtoffers ondermijnt, waardoor het van essentieel belang is de bestaande wetgeving strikt en doeltreffend te handhaven, onder meer door de arbeidsinspecties en hun controle- en sanctie-instrumenten te versterken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>W.</NO.P>overwegende dat de doeltreffende uitvoering van de “Vision Zero”-benadering meetbare acties en doelstellingen vereist, alsook een alomvattende aanpak die alle werkgerelateerde ongevallen en ziekten bestrijkt, de ontwikkeling en bevordering van een preventiecultuur en voldoende middelen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>X.</NO.P>overwegende dat vakbonden en werknemersvertegenwoordigers een belangrijke rol spelen bij de bescherming van de veiligheid en gezondheid op het werk, onder meer wat betreft toezicht op de naleving en ondersteuning van de doeltreffende uitvoering van de bestaande regels; overwegende dat er echter nog steeds lacunes zijn in het toepassingsgebied van Richtlijn 89/391/EEG, met name met betrekking tot bepaalde categorieën werknemers, met inbegrip van huishoudelijk personeel, die geheel of gedeeltelijk van bescherming zijn uitgesloten, waardoor het beginsel van gelijke bescherming wordt ondermijnd, met name voor vrouwen, onderdanen van derde landen en andere groepen in kwetsbare situaties, waardoor het nodig is om te zorgen voor een passend en uniform beschermingsniveau;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Y.</NO.P>overwegende dat het huidige strategisch EU-kader voor gezondheid en veiligheid op het werk 2021-2027 binnenkort afloopt; overwegende dat er hernieuwde politieke inzet en een bijgewerkt, ambitieuzer kader nodig zijn om de doelstelling van nul dodelijke slachtoffers sneller te verwezenlijken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Z.</NO.P>overwegende dat de herdenking van slachtoffers van arbeidsongevallen een daad van collectieve herinnering en morele verantwoordelijkheid is die ertoe bijdraagt dat de publieke aandacht voor de waarde van het menselijk leven niet verslapt, dat er sterker wordt ingezet op een cultuur van preventie en dat de Europese en nationale instellingen hun inzet herbevestigen voor de doelstelling om het aantal slachtoffers van arbeidsongevallen tot nul te herleiden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AA.</NO.P>overwegende dat het collectieve geheugen moet worden omgezet in verantwoordingsplicht, onder meer door betrouwbare rapportage; overwegende dat het vaak bijzonder moeilijk blijft om alle arbeidsongevallen, met inbegrip van dodelijke ongevallen, te registreren; overwegende dat ervoor moet worden gezorgd dat alle werknemers een passend niveau van sociale bescherming genieten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AB.</NO.P>overwegende dat de ramp in de mijn Bois du Cazier in Marcinelle, die plaatsvond op 8 augustus 1956 en het leven heeft gekost aan 262 mijnwerkers, van wie velen burgers waren van de huidige lidstaten van de Europese Unie, een blijvend symbool is van de strijd voor waardig werk, solidariteit en sociale rechtvaardigheid in Europa;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AC.</NO.P>overwegende dat de mijnramp van Marcinelle, vanwege het grote aantal Europese nationaliteiten onder de slachtoffers, de eerste collectieve ramp was in een Europa dat zich ook toen al had voorgenomen broederlijk samen te werken rond cruciale thema’s als werk, veiligheid, rechtvaardigheid en waardigheid;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AD.</NO.P>overwegende dat de herinnering aan Marcinelle het bewustzijn levend houdt van de fundamentele waarde van het vrije verkeer van werknemers en van hun rechten en veiligheid, wat prioriteiten zijn voor een doeltreffend en concurrerend sociaal Europa;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AE.</NO.P>overwegende dat andere historische werkgerelateerde tragedies, waaronder de brand in de mijn Marie op 31 mei 1892, de mijnramp in Courrières op 10 maart 1906, de mijnramp in Luisenthal op 7 februari 1962, de mijnramp in Aliveri in 1968, de explosie in de munitiefabriek in Lapua in Finland in 1976 en de dodelijke ontploffing en brand in de Violanta-fabriek in Griekenland in januari 2026, een vaste plek hebben in het collectieve geheugen van verschillende lidstaten en ons blijven herinneren aan de dringende noodzaak van een doeltreffend beleid gericht op preventie en de bescherming van werknemers;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>dringt aan op de instelling van een Europese dag ter herdenking van de slachtoffers van arbeidsongevallen en voor de bescherming en waardigheid van werknemers, die elk jaar op 8 augustus plaatsvindt, ter nagedachtenis aan de ramp in de mijn Bois du Cazier in Marcinelle, die vanwege haar intrinsiek Europese karakter — aangezien werknemers uit verschillende van de huidige EU-lidstaten bij de ramp betrokken waren — een gemeenschappelijk symbool vormt van de strijd voor waardig werk en de noodzaak van gezamenlijke bescherming van de gezondheid en veiligheid op het werk;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>wil met deze Europese dag de slachtoffers van arbeidsongevallen en beroepsziekten herdenken en het grote publiek, het bedrijfsleven en de instellingen bewustmaken van het belang van preventie, veiligheid en waardige arbeidsomstandigheden; wijst er echter op dat bewustmaking gericht moet zijn op huidige risico’s voor de gezondheid en veiligheid, om zo daadwerkelijk bij te dragen tot de preventie van sterfgevallen, ongevallen en ziekten op de werkplek; benadrukt dat deze Europese dag ertoe kan bijdragen dat de EU en de lidstaten hun inspanningen voor de “Vision Zero”-benadering opvoeren, met name door in te zetten op preventie, de bevordering van veilig en waardig werk, opleiding, bewustmaking over nieuwe risico’s, sociale dialoog en de daadwerkelijke handhaving van bestaande regelgeving, alsook door te streven naar EU-maatregelen voor de aanpak van psychosociale risico’s, aandoeningen van het bewegingsapparaat en risico’s voor de gezondheid op het werk die gepaard gaan met extreme weersomstandigheden, in alle sectoren en ondernemingen, ongeacht hun omvang; is van mening dat deze Europese dag ook een jaarlijkse gelegenheid zou zijn om de vooruitgang op weg naar de “Vision Zero”-doelstelling te beoordelen, lacunes met betrekking tot preventie en handhaving te identificeren, de politieke verantwoordingsplicht op nationaal en EU-niveau te versterken en te herhalen dat er doeltreffende controles nodig zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>benadrukt dat deze Europese dag, die een aanvulling zou vormen op de Werelddag voor veiligheid en gezondheid op het werk van de IAO op 28 april, concrete initiatieven moet bevorderen op scholen, werkplekken en instellingen, met inbegrip van voorlichtingscampagnes, opleidingsprogramma’s en de uitwisseling van goede praktijken inzake preventie, waarbij over de generaties en sectoren heen een veiligheidscultuur wordt versterkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>benadrukt dat deze Europese dag ertoe moet bijdragen dat de EU en de lidstaten hun inspanningen opvoeren om arbeidsongevallen, beroepsziekten en werkgerelateerde sterfgevallen systematisch en voorgoed uit te bannen, in overeenstemming met de “Vision Zero”-benadering, met name door in te zetten op preventie, de bevordering van veilig en waardig werk, opleiding, bewustmaking over nieuwe risico’s, sociale dialoog en de daadwerkelijke handhaving van bestaande regelgeving;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>benadrukt dat het belangrijk is het recht van werknemers op informatie, raadpleging en participatie te versterken door vertegenwoordigers op het gebied van gezondheid en veiligheid te laten verkiezen en collectieve arbeidsovereenkomsten te sluiten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>benadrukt dat voor het behalen van de doelstelling inzake nul werkgerelateerde sterfgevallen sterke samenwerking tussen de lidstaten, werkgevers, sociale partners, de arbeidsinspectie, onderzoeksinstellingen en agentschappen van de EU nodig is; dringt aan op een betere uitwisseling van goede praktijken, gegevens en preventiemethoden met ondersteuning van het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk (EU-OSHA);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>verzoekt de Commissie de risico’s op het gebied van veiligheid en gezondheid op het werk die gepaard gaan met AI en algoritmische beheersystemen te beoordelen en aan te pakken, met inbegrip van de intensivering van het werk, psychosociale belasting, overmatig toezicht en de vervaging van de afbakening van de werktijden; verzoekt de Commissie en de lidstaten om de opkomende risico’s met betrekking tot sterfgevallen en ernstige ongevallen die gepaard gaan met nieuwe arbeidsvormen, waaronder platformwerk en via een algoritme beheerd werk, te erkennen en aan te pakken; benadrukt dat werknemers die door middel van digitale platforms worden ingezet en van wie de taken, het tempo en de prestaties worden aangestuurd of geëvalueerd door op AI gebaseerde instrumenten te maken kunnen krijgen met grotere risico’s voor de veiligheid en gezondheid op het werk als gevolg van een intensiever werkritme, onterende monitoring, onvoldoende transparantie van algoritmische besluitvorming, ook wat betreft identificeerbare menselijke contactpunten, en ontoereikende of onvoldoende voorlichting of opleiding; benadrukt dat de invoering van dergelijke technologieën gepaard moet gaan met een passende risicobeoordeling, transparante voorlichting en raadpleging van werknemers en zinvol menselijk toezicht, in overeenstemming met de wetgeving inzake veiligheid en gezondheid op het werk;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>verzoekt de Commissie de risico’s voor de veiligheid en gezondheid op het werk die voortvloeien uit klimaatgerelateerde factoren uitgebreid te beoordelen en erop in te spelen, met inbegrip van hittestress, extreme weersomstandigheden, luchtverontreiniging, een toegenomen blootstelling aan gevaarlijke stoffen tijdens renovaties en projecten voor de modernisering van infrastructuur, en de opkomst van nieuwe biologische gevaren; dringt erop aan op basis van deze beoordeling meer preventieve maatregelen te nemen om de veerkracht en paraatheid binnen de nationale stelsels voor veiligheid en gezondheid op het werk te versterken, onder meer door middel van mechanismen voor vroegtijdige waarschuwing en sectorspecifieke richtsnoeren voor sectoren met een hoog risico zoals de bouw, landbouw en vervoer, alsook andere betrokken sectoren, met inbegrip van de hulpdiensten; benadrukt dat de arbeidsinspectie en werkgevers moeten worden voorzien van praktische richtsnoeren op EU-niveau over het omgaan met hitte op het werk en andere klimaatgerelateerde beroepsrisico’s;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>benadrukt dat de effecten van extreme hitte en klimaatverandering moeten worden erkend als belangrijke beroepsrisicofactoren en verzoekt de Commissie en de lidstaten de maatregelen voor preventie, bescherming en aanpassing op de werkplek te versterken, teneinde arbeidsongevallen, beroepsziekten en werkgerelateerde sterfgevallen te beperken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>verzoekt de Commissie, de Raad, het maatschappelijk middenveld en de sociale partners de invoering en organisatie van de Europese dag te ondersteunen als een teken van maatschappelijke betrokkenheid dat instellingen, bedrijven en burgers verbindt, onder meer door middel van voorlichtingsinitiatieven, bewustmaking en praktische instrumenten voor preventie die zijn toegespitst op kleine en middelgrote ondernemingen en kwetsbare werknemers, en door de uitwisseling van goede praktijken op het gebied van gezondheid en veiligheid op het werk; benadrukt dat dergelijke initiatieven specifiek gericht moeten zijn op psychosociale risico’s, risico’s in verband met hitte en extreme werktemperaturen, risico’s in verband met onderaannemingsketens en atypische vormen van werk, en uitdagingen voor gedetacheerde werknemers, seizoenarbeiders en andere grensoverschrijdende werknemers, om te waarborgen dat het beginsel van gelijke behandeling wordt nageleefd en de regels van het gastland inzake veiligheid en gezondheid op het werk en sociale bescherming doeltreffend worden toegepast; wijst erop dat buitensporig lange werktijden vaak tot vermoeidheid leiden en het risico op dodelijke arbeidsongevallen verhogen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>spoort de lidstaten ertoe aan werkgevers en werknemers bewust te maken van hun verantwoordelijkheid om hun eigen veiligheid en die van anderen te waarborgen, EHBO-opleiding voor alle werknemers te bevorderen, met name in sectoren met hogere beroepsrisico’s, en ervoor te zorgen dat een dergelijke opleiding regelmatig wordt geactualiseerd, breed toegankelijk is en wordt geïntegreerd in het veiligheidsbeleid op de werkplek; benadrukt dat werkgevers primair verantwoordelijk zijn voor het waarborgen van de gezondheid en veiligheid van werknemers, onder meer door middel van risicobeoordelingen, preventieve maatregelen, de verstrekking van persoonlijke beschermingsmiddelen, bedrijfsgeneeskundige diensten, de doeltreffende toepassing van wetgeving inzake veiligheid op het werk en de verstrekking van passende voorlichting, onderricht en opleiding aan werknemers; benadrukt dat werkgevers ook de verantwoordelijkheid dragen ervoor te zorgen dat werknemers en hun vertegenwoordigers werkelijk betrokken worden bij de ontwikkeling van processen voor veiligheid en gezondheid op het werk, de beoordeling van risico’s en gevaren, de planning en monitoring van maatregelen en de uitvoering van preventiewerk;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>wijst erop dat geweld op veel werkplekken een steeds grotere uitdaging wordt, met name in de dienstensector en de gezondheidszorg en voor noodhulpverleners; benadrukt dat er maatregelen moeten worden genomen om een nultolerantiebeleid te voeren ten aanzien van pesten, intimidatie en andere vormen van geweld op de werkplek, door structuren voor organisatorische en juridische ondersteuning te verbeteren en te bevorderen en door betere systemen voor het melden van incidenten op te zetten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>verzoekt de Commissie en het EU-OSHA de Europese dag aan te grijpen als een gelegenheid om actuele gegevens, vergelijkende analyses en empirisch onderbouwde richtsnoeren over veiligheid en gezondheid op het werk te verspreiden, met bijzondere aandacht voor psychosociale risico’s, atypische arbeidsvormen, micro- en kleine ondernemingen en de meest kwetsbare groepen werknemers; verzoekt de Commissie en het EU-OSHA voorts een EU-brede momentopname en landendossiers over beroepsziekten en werkgerelateerde sterfgevallen te publiceren, met inbegrip van indicatoren inzake preventie en controle (waaronder arbeidsinspecties), teneinde het overheidsbeleid beter aan te sturen en de verantwoordingsplicht te vergroten; benadrukt voorts dat het belangrijk is de trends inzake arbeidsomstandigheden, psychosociale risico’s, de capaciteit van de arbeidsinspectie en de naleving van de normen inzake veiligheid en gezondheid op het werk in de lidstaten systematisch te monitoren en te analyseren, met als doel de preventie, transparantie en opwaartse convergentie wat arbeidsomstandigheden in de hele EU betreft, te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>verzoekt de Commissie in samenwerking met Eurostat en de lidstaten de verzameling, harmonisatie en transparantie van gegevens over arbeidsongevallen en beroepsziekten, waaronder psychosociale risico’s en ziekten met een lange latentietijd, te verbeteren en de onderrapportage aan te pakken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten ervoor te zorgen dat de verantwoordelijkheid voor de naleving van de wetgeving inzake veiligheid en gezondheid op het werk stevig verankerd is op bestuursniveau en breed is geïntegreerd in de organisatie, onder meer door middel van doeltreffende preventieplannen en participatie van werknemers; benadrukt dat de uitvoering van risicobeoordelingen op zich bijdraagt tot de vermindering van het aantal ongevallen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>benadrukt het belang van inspecties op basis van regelgeving inzake veiligheid en gezondheid op het werk om bij te dragen tot de verwezenlijking van veilige en gezonde werkplekken, waarbij tegelijkertijd moet worden erkend dat de reikwijdte van de inspecties beperkt kan zijn; roept de lidstaten ertoe op arbeidsinspecties te versterken met vast personeel, voldoende middelen en institutionele onafhankelijkheid om een doeltreffende uitvoering van de wetgeving inzake veiligheid en gezondheid op het werk te waarborgen en in te spelen op de transformatie van de arbeidswereld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten de wetgeving inzake veiligheid en gezondheid op het werk beter te handhaven, onder meer door de arbeidsinspectie van voldoende middelen te voorzien, de grensoverschrijdende samenwerking te verbeteren en de daadwerkelijke naleving te waarborgen, met name in gevallen waarin grove nalatigheid tot ernstig letsel of overlijden heeft geleid; is van mening dat regels inzake veiligheid en gezondheid op het werk voldoende afschrikkend en evenredig moeten zijn om geloofwaardig en doeltreffend te zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>is ingenomen met het evaluatieverslag van de Commissie over de Europese Arbeidsautoriteit (ELA), waarin de rol van de ELA bij de doeltreffende handhaving van het arbeidsrecht van de EU en de regels inzake veiligheid en gezondheid op het werk wordt erkend, met name in grensoverschrijdende contexten en sectoren met een hoog risico, en roept de Commissie nogmaals op om het mandaat van de ELA te versterken teneinde de handhaving van het arbeidsrecht van de EU en de veiligheid en gezondheid op het werk te verbeteren; benadrukt dat het belangrijk is te zorgen voor concrete meerwaarde ter ondersteuning van de nationale handhavingsautoriteiten, onder meer door middel van versterkte onderling afgestemde en gezamenlijke arbeidsinspecties en de mogelijkheid om doeltreffender bij te dragen tot het vaststellen en aanpakken van schendingen; benadrukt dat een grotere afstemming en vereenvoudiging van de regels inzake arbeidsmobiliteit en de daarmee verband houdende controleprocedures moet worden bevorderd, onder meer door middel van meer uniforme regels en een doeltreffender informatie-uitwisseling, in overeenstemming met de richtsnoeren van de ELA;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>verzoekt de Commissie op basis van de prioriteiten van het huidige strategisch EU-kader voor gezondheid en veiligheid op het werk 2021-2027 en de daarmee opgedane ervaring een nieuw strategisch kader vast te stellen in het kader van de routekaart voor hoogwaardige banen voor 2028-2034; benadrukt dat dit nieuwe strategische kader duidelijk, meetbaar en tijdgebonden moet zijn, duidelijke en nieuwe vereisten moet bevatten en gericht moet zijn op het verminderen van arbeidsongevallen en werkgerelateerde sterfgevallen, het voltooien van de transitie naar nul sterfgevallen op het werk, het beter beschermen van werknemers, met name in sectoren met een hoog risico en voor kwetsbare groepen, het aanpakken van opkomende beroepsrisico’s, met inbegrip van risico’s die voortvloeien uit nieuwe vormen van werk, digitalisering en psychosociale risico’s, en het waarborgen van de aanpassing van de arbeidsomstandigheden aan extreme temperaturen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>is ingenomen met de richtlijnen die gericht zijn op het terugdringen van de risico’s op blootstelling aan kankerverwekkende stoffen en van andere mogelijk dodelijke beroepsziekten; merkt op dat voor de preventie van dodelijke beroepsziekten de ontwikkeling van deskundigheid inzake blootstelling vereist is, zowel op de werkplek als bij de diensten voor gezondheid op het werk; wijst andermaal op het belang van voldoende middelen op de werkplek om blootstellingsrisico’s op te sporen en te voorkomen, in samenwerking met de diensten voor gezondheid op het werk, die advies kunnen geven over passende maatregelen inzake veiligheid en gezondheid op het werk; is van mening dat werknemers die het risico lopen op blootstelling aan stoffen die ernstige beroepsziekten veroorzaken, toegang moeten hebben tot diensten voor gezondheid op het werk en tot periodieke medische controles om mogelijke blootstelling te monitoren; benadrukt dat in een alomvattende strategie om het aantal sterfgevallen op het werk te verlagen expliciet aandacht moet worden besteed aan werkgerelateerde kanker als een sluipende maar voorname oorzaak van werkgerelateerde sterfgevallen, onder meer als gevolg van ziekten met een lange latentietijd die voorvloeien uit langdurige blootstelling aan kankerverwekkende stoffen op de werkplek; benadrukt dat er behoefte is aan een betere verzameling van gegevens op EU-niveau met betrekking tot werkgerelateerde kanker om volledig zicht te krijgen op de daadwerkelijke schaal van werkgerelateerde sterfgevallen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>is bezorgd over het feit dat gedetacheerde werknemers, migrerende werknemers en werknemers in onderaannemingsketens aan onevenredige risico’s op het gebied van veiligheid en gezondheid op het werk worden blootgesteld, waaronder het risico op dodelijke ongevallen, als gevolg van versnipperde verantwoordelijkheidsketens, onvoldoende coördinatie en een afgezwakte verantwoordingsplicht, met name in sectoren met een hoog risico zoals de bouw; verzoekt de Commissie na te gaan of het huidige acquis inzake veiligheid en gezondheid op het werk de doeltreffende toepassing van minimumvereisten voor veiligheid en gezondheid voldoende waarborgt in onderaannemingsketens, en wetgevingsmaatregelen voor te stellen wanneer er lacunes worden vastgesteld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>verzoekt de lidstaten een veiligheidscultuur met betrekking tot veiligheid en gezondheid op het werk te bevorderen, met name voor jonge werknemers, door educatie en praktische ervaringen te combineren; is van mening dat onderwijsinstellingen algemene voorlichting en opleidingen inzake gezondheid en veiligheid moeten aanbieden, terwijl werkgevers moeten zorgen voor baangerelateerde specifieke opleidingen, vooral in het geval van leercontracten of stages;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>moedigt de lidstaten aan ondersteunende kaders op te zetten om de indienstneming van vrijwillige brandweerlieden te vergemakkelijken, waarbij de waarde van de verworven vaardigheden wordt erkend, met name op het gebied van eerste hulp, risicopreventie, brandbestrijding, het gebruik van brandbestrijdingsapparatuur en de organisatie van evacuaties, en op het gebied van het verbeteren van de veiligheid op het werk, het voorkomen van arbeidsongevallen en het verminderen van de ernst van dergelijke ongevallen in afwachting van de aankomst van de hulpdiensten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>onderstreept dat micro‑ondernemingen en kleine en middelgrote ondernemingen vaak beschikken over beperkte administratieve capaciteiten en financiële middelen en een beperkte gespecialiseerde deskundigheid; dringt aan op uitgebreide en gerichte ondersteuningsmaatregelen om hen te helpen bij het op doeltreffende wijze identificeren, voorkomen en beheren van beroepsrisico’s en werkgerelateerde ziekten en sterfgevallen, onder meer met behulp van vereenvoudigde en gebruiksvriendelijke instrumenten voor risicobeoordeling, sectorspecifieke richtsnoeren, praktische preventieprogramma’s, toegankelijke opleidingen en ondersteuning bij de naleving van verplichtingen op het gebied van veiligheid en gezondheid op het werk;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>verzoekt de Commissie, in samenwerking met de lidstaten en de sociale partners, de EU-richtsnoeren over steun voor slachtoffers van arbeidsongevallen of beroepsziekten en hun families te versterken; verzoekt de Commissie voorts na te gaan of het mogelijk is aanbevelingen te ontwikkelen ter bevordering van passende steun- en compensatiemechanismen voor slachtoffers en hun families, waarbij opwaartse convergentie van de bescherming in de hele EU wordt aangemoedigd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>verzoekt de lidstaten ervoor te zorgen dat alle werknemers daadwerkelijk profiteren van de bescherming van de veiligheid en gezondheid op het werk, in overeenstemming met de nationale systemen en praktijken, met inbegrip van platformwerkers, onderdanen van derde landen en huishoudelijk personeel dat in particuliere huishoudens werkt; verzoekt de lidstaten en de sociale partners het gebruik van innovatieve oplossingen en beste praktijken te bevorderen om arbeidsongevallen en werkgerelateerde ziekten te voorkomen, onder meer door middel van initiatieven zoals de awards voor goede praktijken voor een gezonde werkplek van het EU-OSHA, waarmee de aandacht wordt gevestigd op doeltreffende strategieën en technologieën die in verschillende sectoren kunnen worden toegepast om de veiligheid en gezondheid op de werkplek te verbeteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>