<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0193</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Verzoek tot opheffing van de immuniteit van Salvatore De Meo</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0153/2026 - Rapporteur: Ilhan Kyuchyuk)</STRING></HIDDEN><TXTLST><DECISION><TI><STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 16 juni 2026 over het verzoek tot opheffing van de immuniteit van Salvatore De Meo (2025/2098(IMM))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verzoek tot opheffing van de immuniteit van Salvatore De Meo, dat door de  Belgische Federale Overheidsdienst voor Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking bij brief d.d. 6 mei 2025 werd ingediend naar aanleiding van het verzoek daartoe van het Belgische federaal parket d.d. 16 april 2025 in verband met een tegen Salvatore De Meo in te stellen strafrechtelijke procedure, en van de ontvangst waarvan op 21 mei 2025 aan het Parlement kennis werd gegeven,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanvullende informatie die de  federale procureur en de onderzoeksrechter tijdens een gedachtewisseling op 15 juli 2025 hebben verstrekt, en gezien het antwoord dat op 18 september 2025 door de federale procureur werd verstrekt naar aanleiding van een nieuw schriftelijk verzoek om informatie; gezien het feit dat een verzoek tot opheffing van de immuniteit van een lid aan bepaalde normen moet voldoen, met name dat het duidelijk geformuleerd moet zijn, onder meer wat betreft het rechtskader waarop het verzoek is gebaseerd, en dat een dergelijk verzoek duidelijke en toereikende gegevens en informatie moet bevatten, zodat het Parlement de mogelijkheid heeft het verzoek te beoordelen en zich daarover een oordeel te vormen, en in staat is om het onderzoek zo vlot mogelijk af te ronden, rekening houdend met de complexiteit van de zaak,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>na Salvatore De Meo op 3 december 2025 te hebben gehoord, overeenkomstig artikel 9, lid 6, van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de artikelen 8 en 9 van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie, en artikel 6, lid 2, van de Akte van 20 september 1976 betreffende de verkiezing van de leden van het Europees Parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 21 oktober 2008, 19 maart 2010, 6 september 2011, 17 januari 2013 en 19 december 2019<FOOTNOTE><FIELD> Arrest van het Hof van Justitie van 21 oktober 2008, Marra/De Gregorio en Clemente, C-200/07 en C-201/07, ECLI:EU:C:2008:579; arrest van het Gerecht van 19 maart 2010, Gollnisch/Parlement, T-42/06, ECLI:EU:T:2010:102; arrest van het Hof van Justitie van 6 september 2011, Patriciello, C-163/10, ECLI:EU:C:2011:543; arrest van het Gerecht van 17 januari 2013, Gollnisch/Parlement, T-346/11 en T-347/11, ECLI:EU:T:2013:23; arrest van het Hof van Justitie van 19 december 2019, Junqueras Vies, C-502/19, ECLI:EU:C:2019:1115.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 5, lid 2, artikel 6, lid 1, en artikel 9 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie juridische zaken (A10-0153/2026),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de Belgische Federale Overheidsdienst voor Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking op 6 mei 2025 een verzoek van de federale procureur van 16 april 2025 heeft doorgestuurd, strekkende tot opheffing van de immuniteit van Salvatore De Meo, een in Italië verkozen lid van het Europees Parlement, om tegen hem een strafrechtelijke procedure te kunnen inleiden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat uit een omvattend onderzoek naar het bedrijf Huawei is gebleken dat er sterke aanwijzingen zijn dat het bedrijf zich heeft beziggehouden met criminele activiteiten, met als doel de besluitvorming van de Unie-instellingen te beïnvloeden door middel van omkoping van leden van het Europees Parlement; overwegende dat dit onderzoek diverse feiten van vermeende corruptie aan het licht lijkt te hebben gebracht, die in de periode van 2021 tot en met 2024 regelmatig zouden zijn gepleegd; overwegende dat de corruptie verschillende vormen zou hebben aangenomen, waarbij leden van het Europees Parlement, in ruil voor het innemen van politieke standpunten ten gunste van Huawei, onder meer zouden zijn uitgenodigd voor door dit bedrijf betaalde activiteiten, grote geschenken zouden hebben gekregen, zoals etentjes en reizen, of regelmatig zouden zijn uitgenodigd voor voetbalwedstrijden, buiten de kaders van het Europees Parlement om;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat uit het verzoek tot opheffing van de immuniteit blijkt dat Salvatore De Meo een uitnodiging heeft ontvangen voor een diner op 25 juni 2024 in een restaurant in Brussel, dat zou zijn georganiseerd door een vertegenwoordiger van Huawei en dat ook werd betaald door dat bedrijf, en dat Salvatore De Meo samen met zeven anderen bij dit diner aanwezig was; overwegende dat tijdens het diner  diverse projecten zouden zijn besproken in verband met de “één gezondheid”-benadering en Huawei; overwegende dat Salvatore De Meo niet aan het Europees Parlement lijkt te hebben gemeld dat hij de betaling van de kosten voor dit diner — waarvan het exacte bedrag bij de autoriteit die het verzoek tot opheffing van de immuniteit heeft ingediend, onbekend was — heeft aanvaard; overwegende dat Salvatore De Meo volgens de aanvullende informatie die door de  federale procureur is verstrekt, tevens ook een geschenk zou hebben aangenomen tijdens dat diner; overwegende dat Huawei, volgens dezelfde aanvullende informatie, de kieskring van Salvatore De Meo financiële ondersteuning zou hebben geboden, waarbij Salvatore De Meo als tegenprestatie in het openbaar een positief standpunt zou hebben moeten innemen ten aanzien van technologische oplossingen die door Huawei worden verkocht; overwegende dat Salvatore De Meo, eveneens volgens de aanvullende informatie van de federale procureur, te zien is in een promotievideo voor Huawei, waarin hij zich positief uitlaat over de oplossingen die dit bedrijf in het kader van het Europese project “slimme dorpen” heeft verkocht;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat pas toen de federale procureur aanvullende informatie verstrekte in antwoord op een schriftelijke verzoek om nadere informatie werd aangegeven dat het bij de vermeende handelingen van Salvatore De Meo mogelijk gaat om passieve openbare omkoping, een strafbaar feit overeenkomstig artikel 246, lid 1, van het Belgische wetboek van strafrecht;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat Salvatore De Meo bij de Europese verkiezingen van juni 2024 werd herverkozen als lid van het Europees Parlement en daarvoor ten tijde van het vermeende strafbare feit lid was van het Europees Parlement;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat het Parlement niet de rol van rechter op zich kan nemen, en dat een lid in het kader van een procedure tot opheffing van de immuniteit niet als een “verdachte” kan worden aangemerkt<FOOTNOTE><FIELD> Arrest van het Gerecht van 30 april 2019, Briois/Parlement, T-214/18, ECLI:EU:T:2019:266.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat de parlementaire immuniteit waarin Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie voorziet, tot doel heeft het Parlement en zijn leden te beschermen tegen gerechtelijke procedures in verband met activiteiten die in de uitoefening van parlementaire taken zijn verricht en die niet van die taken kunnen worden gescheiden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat de parlementaire immuniteit, overeenkomstig artikel 5, lid 2, van zijn Reglement, geen persoonlijk voorrecht van de leden is, maar een garantie voor de onafhankelijkheid van het Parlement als geheel en van zijn leden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat in artikel 8 van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie wordt bepaald dat tegen leden van het Europees Parlement geen opsporing kan plaatsvinden, en dat zij evenmin kunnen worden aangehouden of vervolgd op grond van de mening of de stem die zij in de uitoefening van hun ambt hebben geuit of uitgebracht; overwegende dat het vermeende strafbare feit geen verband houdt met een mening of stem die Salvatore De Meo in de uitoefening van zijn ambt heeft uitgebracht in de zin van artikel 8 van genoemd protocol;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat in artikel 9, eerste alinea, punt b), van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie is bepaald dat de leden van het Europees Parlement tijdens de zittingsduur van het Europees Parlement, op het grondgebied van elke andere lidstaat dan hun eigen lidstaat vrijstelling genieten van aanhouding en gerechtelijke vervolging in welke vorm ook;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat over de immuniteit van Salvatore De Meo uitsluitend een conclusie kan worden getrokken op basis van het verzoek tot opheffing van de immuniteit en op basis van de informatie en toelichtingen die in deze zaak, zowel tijdens de gedachtewisseling als in de vorm van schriftelijke aanvullende informatie, zijn verstrekt, waaronder de antwoorden van de federale procureur; overwegende dat het verzoek tot opheffing van de immuniteit volstrekt onvoldoende concrete elementen bevat; overwegende dat de mondelinge en schriftelijke communicatie die daarna volgde met de federale procureur, in het kader waarvan informatie werd verstrekt over enkele bijkomende gevallen van verdenking van vermeend wangedrag, nog altijd onvoldoende was om de aanzienlijke onzekerheid met betrekking tot het verzoek tot opheffing van de immuniteit van Salvatore De Meo weg te nemen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat het Parlement, gezien het voorgaande, op basis van alle verstrekte informatie niet met zekerheid tot een voldoende onderbouwd besluit tot opheffing van de immuniteit van Salvatore De Meo kan komen; overwegende dat de aanzienlijke onzekerheid met betrekking tot de verschillende aspecten van deze zaak bovendien van dien aard is dat er mogelijk sprake is van <STRING ITALIC="on">fumus persecutionis</STRING>;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>besluit de immuniteit van Salvatore De Meo niet op te heffen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en het verslag van zijn bevoegde commissie onmiddellijk te doen toekomen aan de bevoegde autoriteit van het Koninkrijk België en aan Salvatore De Meo.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST></SDOCTA>