<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0194</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Verzoek tot opheffing van de immuniteit van Fulvio Martusciello</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0154/2026 - Rapporteur: Dominik Tarczyński)</STRING></HIDDEN><TXTLST><DECISION><TI><STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 16 juni 2026 over het verzoek tot opheffing van de immuniteit van Fulvio Martusciello (2025/2099(IMM))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verzoek tot opheffing van de immuniteit van Fulvio Martusciello, dat door Belgische Federale Overheidsdienst voor Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking bij brief d.d. 6 mei 2025 werd ingediend naar aanleiding van het verzoek daartoe van het Belgische federaal parket d.d. 16 april 2025 in verband met een tegen Fulvio Martusciello in te stellen strafrechtelijke procedure, en van de ontvangst waarvan op 21 mei 2025 aan het Parlement kennis werd gegeven,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>na Fulvio Martusciello op 24 maart 2026 te hebben gehoord, overeenkomstig artikel 9, lid 6, van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de artikelen 8 en 9 van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie, en artikel 6, lid 2, van de Akte van 20 september 1976 betreffende de verkiezing van de leden van het Europees Parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 21 oktober 2008, 19 maart 2010, 6 september 2011, 17 januari 2013 en 19 december 2019<FOOTNOTE><FIELD> Arrest van het Hof van Justitie van 21 oktober 2008, Marra/De Gregorio en Clemente, C‑200/07 en C‑201/07, ECLI:EU:C:2008:579; arrest van het Gerecht van 19 maart 2010, Gollnisch/Parlement, T-42/06, ECLI:EU:T:2010:102; arrest van het Hof van Justitie van 6 september 2011, Patriciello, C-163/10, ECLI:EU:C:2011:543; arrest van het Gerecht van 17 januari 2013, Gollnisch/Parlement, T-346/11 en T-347/11, ECLI:EU:T:2013:23; arrest van het Hof van Justitie van 19 december 2019, Junqueras Vies, C-502/19, ECLI:EU:C:2019:1115.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 5, lid 2, artikel 6, lid 1, en artikel 9 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie juridische zaken (A10-0154/2026),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de Belgische Federale Overheidsdienst voor Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking op 6 mei 2025 een verzoek van de federale procureur van 16 april 2025 heeft doorgestuurd, strekkende tot opheffing van de immuniteit van Fulvio Martusciello, een in Italië verkozen lid van het Europees Parlement, om tegen hem een strafrechtelijke procedure te kunnen inleiden wegens vermeende corruptie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat uit een omvattend onderzoek naar het bedrijf Huawei is gebleken dat er sterke aanwijzingen zijn dat het bedrijf zich heeft beziggehouden met criminele activiteiten, met als doel de besluitvorming van de Unie-instellingen te beïnvloeden door middel van omkoping van leden van het Europees Parlement; overwegende dat dit onderzoek diverse feiten van vermeende corruptie aan het licht lijkt te hebben gebracht, die in de periode van 2021 tot en met 2024 regelmatig zouden zijn gepleegd; overwegende dat de corruptie verschillende vormen zou hebben aangenomen, waarbij leden van het Europees Parlement, in ruil voor het innemen van politieke standpunten ten gunste van Huawei, onder meer zouden zijn uitgenodigd voor door dit bedrijf betaalde activiteiten, grote geschenken zouden hebben gekregen, zoals etentjes en reizen, of regelmatig zouden zijn uitgenodigd voor voetbalwedstrijden, buiten de kaders van het Europees Parlement om;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat volgens het verzoek tot opheffing van de immuniteit diverse leden van het Europees Parlement in februari 2021 een brief zouden hebben gestuurd naar drie commissarissen, met de bedoeling invloed uit te oefenen op het Unie-beleid inzake de uitrol van 5G in Europa, met name wat betreft steun aan bedrijven van buiten de Unie, zoals Huawei; overwegende dat in het kader van het onderzoek bewijzen lijken te zijn gevonden van het pad van de brief (het opstellen en versturen van de brief en de betaling van steekpenningen), waaruit lijkt te zijn af te leiden dat de brief deel uitmaakte van een groter geheel, dat niet slechts beïnvloeding en lobbyactiviteiten omvatte, maar aangemerkt zou moeten worden als een omvattender geheel van corrupte afspraken; overwegende dat Fulvio Martusciello de belangrijkste initiatiefnemer van de brief zou zijn geweest en dat hij ook degene zou zijn geweest die deze als eerste heeft ondertekend, en dat hij zich via complexe financiële constructies die bedoeld waren om de onderliggende afspraken te verhullen heeft laten betalen om zijn politieke invloed op corrupte wijze aan te wenden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat Fulvio Martusciello ook actief betrokken zou zijn geweest bij belangenbehartiging ten behoeve van Huawei, mogelijk in het kader van het geheel van corrupte afspraken, door amendementen in te dienen op een ontwerpresolutie over het mededingingsbeleid van de Unie, die lijken te zijn geformuleerd met het oog op de belangen van Huawei en die tussen januari 2021 en maart 2021 werden opgesteld, dus in de periode waarin ook de in overweging C bedoelde brief werd opgesteld en verspreid, en door studenten uit zijn kiesdistrict mogelijkheden te bieden deel te nemen aan programma’s van de Huawei Academy, om op die manier stemmen te winnen met het oog op zijn herverkiezing in het Parlement;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat Fulvio Martusciello bij de Europese verkiezingen van juni 2024 werd herverkozen als lid van het Europees Parlement en daarvoor dus ten tijde van het vermeende strafbare feit lid was van het Europees Parlement;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat het Parlement niet de rol van rechter op zich kan nemen, en dat een lid in het kader van een procedure tot opheffing van de immuniteit niet als een “verdachte” kan worden aangemerkt<FOOTNOTE><FIELD> Arrest van het Gerecht van 30 april 2019, Briois/Parlement, T-214/18, ECLI:EU:T:2019:266.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat de parlementaire immuniteit waarin Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie voorziet, tot doel heeft het Parlement en zijn leden te beschermen tegen gerechtelijke procedures in verband met activiteiten die in de uitoefening van parlementaire taken zijn verricht en die niet van die taken kunnen worden gescheiden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat de parlementaire immuniteit, overeenkomstig artikel 5, lid 2, van zijn Reglement, geen persoonlijk voorrecht van de leden is, maar een garantie voor de onafhankelijkheid van het Parlement als geheel en van zijn leden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat in artikel 8 van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie wordt bepaald dat tegen leden van het Europees Parlement geen opsporing kan plaatsvinden, en dat zij evenmin kunnen worden aangehouden of vervolgd op grond van de mening of de stem die zij in de uitoefening van hun ambt hebben geuit of uitgebracht; overwegende dat het vermeende strafbare feit geen verband houdt met een mening of stem die Fulvio Martusciello in de uitoefening van zijn ambt heeft uitgebracht in de zin van artikel 8 van genoemd protocol;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat in artikel 9, eerste alinea, punt b), van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie is bepaald dat de leden van het Europees Parlement, tijdens de zittingsduur van het Europees Parlement, op het grondgebied van elke andere lidstaat dan hun eigen lidstaat vrijstelling genieten van aanhouding en gerechtelijke vervolging in welke vorm ook;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat het onderzoek betrekking had op vele personen niet alleen op Fulvio Martusciello; overwegende dat het verzoek tot opheffing van de immuniteit van Fulvio Martusciello verband lijkt te houden met een breder onderzoek naar vermeende corruptie en niet gericht lijkt te zijn tegen zijn politieke activiteiten; overwegende dat het Parlement geen bewijs heeft gevonden dat duidt op fumus persecutionis, dat wil zeggen feiten die erop wijzen dat de procedure in kwestie is ingeleid om de politieke activiteiten van Fulvio Martusciello in zijn hoedanigheid van lid van het Europees Parlement, en daarmee de onafhankelijkheid van het Parlement in zijn geheel, te schaden;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>besluit de immuniteit van Fulvio Martusciello op te heffen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en het verslag van zijn bevoegde commissie onmiddellijk te doen toekomen aan de bevoegde autoriteit van het Koninkrijk België en aan Fulvio Martusciello.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST></SDOCTA>