<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0202</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen: verslag 2026 over de toepassing van Verordening (EU, Euratom) 2025/2445 en over de gefinancierde activiteiten</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0145/2026 - Rapporteurs: Loránt Vincze, Charles Goerens)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 16 juni 2026 over Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen: verslag 2026 over de toepassing van Verordening (EU, Euratom) 2025/2445 en over de gefinancierde activiteiten (2026/2013(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 2, en artikel 10, lid 4, van het Verdrag van de Europese Unie en artikel 12, lid 2, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de artikelen 224 en 325 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2025/2445 van het Europees Parlement en de Raad van 26 november 2025 betreffende het statuut en de financiering van Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2025/2445, 8.12.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2025/2445/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (hierna “de verordening” genoemd),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (het Financieel Reglement),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 11 november 2021 over de toepassing van Verordening (EU, Euratom) nr. 1141/2014 betreffende het statuut en de financiering van Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen<FOOTNOTE><FIELD> PB C 205 van 20.5.2022, blz. 37.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de raadpleging van de Autoriteit voor Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen (hierna “de Autoriteit” genoemd) en haar jaarlijkse activiteitenverslagen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gedachtewisseling met Europese politieke stichtingen en institutionele belanghebbenden in de Commissie constitutionele zaken op 18 maart 2026,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 55 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie constitutionele zaken (A10-0145/2026),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat sterke politieke partijen en stichtingen op EU-niveau van essentieel belang zijn voor de ontwikkeling van een echte Europese publieke ruimte;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen een centralere rol moeten spelen in het Europese verkiezingsproces en moeten bijdragen tot de vorming van politiek bewustzijn over de EU en de uiting van de wil van de EU-burgers; overwegende dat politieke diversiteit essentieel is voor het publieke debat en voor het tot uitdrukking brengen van de keuzes van de burgers;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat Europese politieke partijen en stichtingen met de bij hen aangesloten nationale partijen en partners moeten samenwerken om ertoe bij te dragen de EU en haar beleid dichter bij de burgers te brengen en de democratische legitimiteit te bevorderen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat in 2025 nog twee stichtingen bij de Autoriteit zijn geregistreerd, wat betekent dat op 31 december 2025 twaalf Europese politieke partijen en twaalf daaraan gelieerde Europese politieke stichtingen uit de EU-begroting werden gefinancierd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de herschikte verordening op 28 december 2025 in werking is getreden en dat daarmee een aantal belangrijke vernieuwingen zijn ingevoerd, waaronder duidelijkere regels inzake gezamenlijke Europese politieke activiteiten, aangescherpte transparantie- en rapportageverplichtingen, strengere zorgvuldigheidsvereisten voor donaties en de uitdrukkelijke erkenning van zelf gegenereerde middelen als inkomstencategorie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat de verordening nog niet lang van kracht is; overwegende dat de gegevens over en de ervaring met de uitvoering van de verordening dus nog beperkt zijn; overwegende dat voor een uitgebreide beoordeling van de uitvoering en het effect van de verordening voldoende tijd en onderbouwing nodig zijn; overwegende dat er onmiddellijk na de inwerkingtreding van de verordening onvoorziene beleidsuitdagingen zijn ontstaan, met name wat betreft de financiering van politieke stichtingen, waar dringend iets aan moet worden gedaan;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat het Parlement overeenkomstig de herschikte verordening uiterlijk op 29 juni 2026 een verslag zal publiceren over de toepassing van de verordening en over de gefinancierde activiteiten; overwegende dat de Commissie na de publicatie van het verslag van het Parlement een jaar de tijd zal hebben om een verslag over de toepassing van de verordening in te dienen, zo nodig vergezeld van een voorstel tot wijziging daarvan;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat in het verslag van de Commissie bijzondere aandacht moet worden besteed aan de implicaties van deze verordening voor de positie van kleine Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen en voor de regels inzake de financiering van Europese politieke stichtingen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat Europese politieke stichtingen een integraal onderdeel van de democratische structuur van de EU vormen door het politieke debat, beleidsontwikkeling, onderzoek, opleiding en burgerparticipatie op EU- en nationaal niveau te ondersteunen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat de opdracht van de Europese politieke stichtingen er onder meer in bestaat aan politieke bewustmaking te doen, bij te dragen aan het debat over EU-beleidskwesties en het proces van Europese integratie, en diensten te verlenen die niet uitsluitend voor de leden of kiezers van een bepaalde partij bestemd zijn, maar onder gelijke voorwaarden voor iedereen beschikbaar zijn;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat de uitvoering van de verordening plaatsvindt in een context van grote geopolitieke instabiliteit, die wordt gekenmerkt door toegenomen strategische concurrentie, hybride dreigingen, desinformatie, technologische disruptie, klimaatverandering en sociaal-economische veranderingen op lange termijn;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat deze ontwikkelingen de EU ertoe nopen haar capaciteit op het gebied van strategische prognoses, anticiperende governance en beleidsplanning op lange termijn te versterken om zich doeltreffend voor te bereiden op de uitdagingen in de periode tot 2040 en daarna;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat Europese politieke stichtingen zich in een unieke positie bevinden om aan deze inspanning bij te dragen door middel van langetermijnonderzoek, vergelijkende analyses, transnationale dialoog, politieke educatie en capaciteitsopbouw;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat het huidige niveau en de huidige structuur van de EU-financiering die beschikbaar is voor Europese politieke stichtingen niet langer in verhouding staan tot de omvang, het strategische belang en de toenemende complexiteit van hun taken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat politieke stichtingen melding hebben gemaakt van een onevenredige regeldruk en hebben gepleit voor een vereenvoudiging van de regelgeving, met name wat betreft rapportage- en transparantieverplichtingen, en voor de mogelijkheid om de corrigerende maatregelen die nodig zijn om het financieringsproces goed te laten verlopen, opnieuw in te voeren;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Algemene beoordeling van de herschikte verordening</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>verwelkomt de vaststelling van de herschikte verordening als een belangrijke stap in de richting van de modernisering van het rechtskader voor Europese politieke partijen en stichtingen en de versterking van de democratische integriteit op EU-niveau;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>stelt vast dat de verordening op verschillende gebieden voor meer juridische duidelijkheid heeft gezorgd, met name wat betreft gezamenlijke Europese politieke activiteiten, transparantievereisten en waarborgen tegen buitenlandse inmenging;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>benadrukt echter dat de ervaring met en de gegevens over de uitvoering van de herschikte verordening tot op heden beperkt blijven en dat een grondigere en horizontale evaluatie pas in een latere fase kan worden uitgevoerd; wijst erop dat onvoorziene beleidsuitdagingen die onmiddellijk na de inwerkingtreding van de verordening zijn ontstaan, met name wat betreft de financiering van politieke stichtingen, evenwel dringend moeten worden aangepakt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>neemt met bezorgdheid kennis van de meldingen van stichtingen over een onevenredige regeldruk en belooft deze kwestie nader te onderzoeken en er de nodige follow-up aan te geven in zijn komende systematische evaluatie; benadrukt in dit verband het belang van doeltreffende en evenredige corrigerende maatregelen als instrument om de naleving van de verordening te waarborgen, en belooft het gebruik van deze maatregelen in de recente praktijk te evalueren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>neemt nota van de rechtsonzekerheid en de operationele beperkingen waarmee Europese politieke stichtingen nog steeds te maken hebben, met name wat betreft de indeling van subsidiabele kosten, en is van mening dat deze kwesties tijdig moeten worden opgehelderd;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Financiering van Europese politieke stichtingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>herhaalt dat Europese politieke stichtingen krachtens de Verdragen een specifieke institutionele rol vervullen door Europees politiek bewustzijn te bevorderen, empirisch onderbouwde beleidsvorming te ondersteunen en de democratische cultuur en de burgerparticipatie in de hele EU te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>wijst erop dat de geopolitieke en technologische omgeving sinds de publicatie van het voorstel van de Commissie van 2021 tot herschikking van Verordening (EU, Euratom) nr. 1141/2014<FOOTNOTE><FIELD> Voorstel van de Commissie van 25 november 2021 voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het statuut en de financiering van Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen (herschikking), (COM(2021)0734).</FIELD></FOOTNOTE> steeds onstabieler is geworden en wordt gekenmerkt door toegenomen spanningen op het gebied van veiligheid, buitenlandse inmenging in democratische processen en een versnelde sociaal-economische transformatie; onderstreept dat deze ontwikkelingen het belang vergroten van beleidsplanning op lange termijn, democratische educatie en grensoverschrijdende dialoog, waaraan Europese politieke stichtingen een bijzondere bijdrage leveren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>merkt op dat Europese politieke stichtingen, gezien hun toenemende verantwoordelijkheden, de nodige financieringsinstrumenten en passende en stabiele middelen nodig hebben om hun institutionele rol volledig te kunnen vervullen, voortbouwend op de verbeteringen die met de verordening zijn ingevoerd;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Voorstellen voor verbetering</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>onderstreept dat ervoor moet worden gezorgd dat Europese politieke stichtingen over een solide rechtskader en financiële zekerheid beschikken; verbindt zich ertoe met de stichtingen samen te werken om deze zekerheid voor zover mogelijk binnen het bestaande kader te bieden, met name door een herziening van de wijze waarop stichtingen financieel worden ondersteund door de organisaties die er lid van zijn; wijst erop dat de verordening niet in de weg staat aan een flexibel en op deelname gebaseerd model van lidmaatschapsbijdragen waarmee aangesloten organisaties bijdragen op basis van hun mate van betrokkenheid bij gezamenlijke activiteiten; onderstreept dat de gezamenlijke activiteiten zelf begrotingsneutraal moeten blijven en voor stichtingen geen inkomsten mogen genereren die hoger zijn dan de werkelijk gemaakte kosten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>moedigt Europese politieke stichtingen aan de financiële mogelijkheden in het bestaande kader optimaal te benutten; wijst erop dat de financiering van Europese politieke stichtingen met de eigen middelen van de Europese politieke partijen momenteel is toegestaan op grond van artikel 2, punt 10, van de huidige verordening; verzoekt zowel Europese politieke partijen als stichtingen samenwerkingsovereenkomsten te sluiten waarbij stichtingen door partijen worden vergoed voor hun bijdrage aan gezamenlijke werkzaamheden, rekening houdend met de verschillende respectieve rollen die zij op grond van de Verdragen vervullen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>benadrukt bovendien dat de verordening niet verbiedt dat nationale stichtingen die geen politieke stichting zijn, lid worden van en een lidmaatschapsbijdrage betalen aan Europese politieke stichtingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>is van mening dat artikel 25 van de huidige verordening zou kunnen worden verduidelijkt om uitdrukkelijk te bevestigen dat aan aangesloten organisaties vergoedingen voor deelname mogen worden aangerekend voor hun betrokkenheid bij activiteiten die door een Europese politieke stichting worden georganiseerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>merkt op dat een strikte toepassing van de definitie van lidmaatschapsbijdragen, de financiële en administratieve druk om subsidies uit de EU-begroting aan te vullen met zelf gegenereerde middelen, de regels inzake gezamenlijke Europese politieke activiteiten met aangesloten stichtingen en het algemene niveau van financiering door de Unie de financiële autonomie en houdbaarheid van Europese politieke stichtingen beperken, met name gezien hun toenemende verantwoordelijkheden, en onderstreept dat een duurzaam financieringskader van essentieel belang is om hun onafhankelijkheid te behouden en ongepaste particuliere beïnvloeding te voorkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>wijst erop dat Europese politieke stichtingen in het kader van de diversificatie van de eigen middelen donaties van natuurlijke of rechtspersonen mogen ontvangen tot een bedrag van 18 000 EUR per jaar en per donateur; meent dat het maximum voor deze donaties zou kunnen worden verhoogd om Europese politieke stichtingen meer flexibiliteit te bieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>moedigt de Autoriteit aan om, in samenwerking met de Commissie, haar dialoog met de nationale bevoegde autoriteiten voort te zetten en verder te ontwikkelen, teneinde ze beter bewust te maken van het effect van de nationale financieringskaders op de werking van Europese politieke stichtingen en praktische oplossingen te vinden om onbedoelde beperkingen van hun financiële houdbaarheid te voorkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>stelt voor om één enkel onlinesysteem voor rapportage over en openbaarmaking van EU-financiering, donaties en bijdragen aan Europese politieke stichtingen in te voeren teneinde voldoende transparantie voor de burger te waarborgen, het toezicht op de naleving te verbeteren en de administratieve lasten en nalevingslasten voor de rapporterende entiteiten te verminderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>erkent de inspanningen van Europese politieke stichtingen om hun financieringsbronnen binnen het bestaande regelgevingskader te diversifiëren en te stabiliseren en moedigt ze aan om op evenwichtige en transparante wijze gebruik te blijven maken van de beschikbare eigenmiddelenmechanismen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Slotopmerkingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>verzoekt de Commissie een gerichte herziening door te voeren van de financieringsbepalingen die krachtens de verordening van toepassing zijn op Europese politieke stichtingen, op basis van de bevindingen van dit verslag en de ervaring die sinds de inwerkingtreding van de herschikte verordening is opgedaan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>verzoekt de Commissie te onderzoeken of er op nationaal niveau regelgevings- of beleidskaders zijn die de betaling van bijdragen door nationale entiteiten, met inbegrip van politieke stichtingen, aan Europese politieke stichtingen verbieden of verhinderen en afhankelijk daarvan de nodige follow-upmaatregelen te nemen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>verzoekt de Commissie een herschikkingsvoorstel in te dienen tot herziening van de financieringsregels voor Europese politieke stichtingen, met een wijziging van artikel 22, lid 4, van de verordening om het maximum voor financiële bijdragen of subsidies uit de algemene EU-begroting te verhogen tot 100 % van de subsidiabele kosten die door een Europese politieke stichting worden gemaakt; verzoekt de Commissie voorts in dit voorstel een wijziging van artikel 25 op te nemen waarmee het maximumbedrag voor donaties aan Europese politieke stichtingen wordt verhoogd, waardoor wordt gezorgd voor meer flexibiliteit en diversificatie van de financieringsbronnen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>verbindt zich ertoe het totale niveau van de EU-financiering voor politieke stichtingen in het kader van het komende meerjarig financieel kader voor 2028-2034 te verhogen om rekening te houden met het feit dat de begroting de afgelopen jaren niet is geïndexeerd en dat de inflatie en de operationele kosten zijn gestegen, teneinde voor passende, stabiele en voorspelbare financiële middelen te zorgen, stichtingen in staat te stellen strategische prognoses op te maken en capaciteit op te bouwen met het oog op de lange termijn, hoge normen inzake transparantie, verantwoordingsplicht en onafhankelijkheid te handhaven, en te zorgen voor evenredigheid tussen de nalevingsverplichtingen en de beschikbare financiering;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>concludeert dat het verstrekken van passende financiering aan Europese politieke stichtingen een strategische investering vormt in de democratische veerkracht en de governancecapaciteit van de EU op lange termijn;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>