<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0204</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">De rol van handel voor het versterken van de economische veiligheid van de EU</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0148/2026 - Rapporteur: Juan Ignacio Zoido Álvarez)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 16 juni 2026 over de rol van handel voor het versterken van de economische veiligheid van de EU (2025/2113(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2019/452 van het Europees Parlement en de Raad van 19 maart 2019 tot vaststelling van een kader voor de screening van buitenlandse directe investeringen in de Unie<FOOTNOTE><FIELD> PB L 79I van 21.3.2019, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2019/452/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (verordening screening BDI),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/821 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2021 tot instelling van een Unieregeling voor controle op de uitvoer, de tussenhandel, de technische bijstand, de doorvoer en de overbrenging van producten voor tweeërlei gebruik<FOOTNOTE><FIELD> PB L 206 van 11.6.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/821/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2023/1781 van het Europees Parlement en de Raad van 13 september 2023 tot vaststelling van een kader voor maatregelen ter versterking van het Europese halfgeleiderecosysteem en tot wijziging van Verordening (EU) 2021/694 (chipsverordening)<FOOTNOTE><FIELD> PB L 229 van 18.9.2023, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/1781/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2023/2675 van het Europees Parlement en de Raad van 22 november 2023 betreffende de bescherming van de Unie en haar lidstaten tegen economische dwang door derde landen<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2023/2675, 7.12.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/2675/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2024/1252 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 tot vaststelling van een kader om een veilige en duurzame voorziening van kritieke grondstoffen te waarborgen, en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1724 en (EU) 2019/1020<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2024/1252, 3.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1252/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (verordening kritieke grondstoffen),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2024/1735 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 tot vaststelling van een kader van maatregelen ter versterking van het Europese ecosysteem voor de productie van nettonultechnologie en tot wijziging van Verordening (EU) 2018/1724<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2024/1735, 28.6.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1735/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2024/2747 van het Europees Parlement en de Raad van 9 oktober 2024 tot vaststelling van een kader van maatregelen in verband met noodsituaties op de interne markt en met de veerkracht van de interne markt en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2679/98 van de Raad (verordening inzake noodsituaties op de interne markt en veerkracht van de interne markt)<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2024/2747, 8.11.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2747/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Commissie van 3 oktober 2023 over technologiegebieden die kritiek zijn voor de economische veiligheid van de EU met het oog op nadere risicobeoordeling met de lidstaten (C(2023)6689),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Aanbeveling (EU) 2025/63 van de Commissie van 15 januari 2025 over de evaluatie van uitgaande investeringen in technologiegebieden die van cruciaal belang zijn voor de economische veiligheid van de Unie<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2025/63, 15.1.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reco/2025/63/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Aanbeveling (EU) 2025/683 van de Commissie van 8 april 2025 betreffende de coördinatie van nationale controlelijsten<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2025/683, 16.4.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reco/2025/683/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 23 mei 2024 betreffende verbetering van de onderzoeksveiligheid<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2024/3510, 30.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/3510/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie van 24 januari 2024 voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de screening van buitenlandse investeringen in de Unie en tot intrekking van Verordening (EU) 2019/452 van het Europees Parlement en de Raad (COM(2024)0023),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie van 11 maart 2025 voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een kader voor de vergroting van de beschikbaarheid en voorzieningszekerheid van kritieke geneesmiddelen, en van de beschikbaarheid en toegankelijkheid van geneesmiddelen van gemeenschappelijk belang, en tot wijziging van Verordening (EU) 2024/795 (COM(2025)0102),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie van 20 januari 2026 voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging (Enisa), het Europees kader voor cyberbeveiligingscertificering, en de beveiliging van de ICT-toeleveringsketen, en tot intrekking van Verordening (EU) 2019/881 (de cyberbeveiligingsverordening 2) (COM(2026)0011),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie van 21 januari 2026 voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende digitale netwerken, tot wijziging van Verordening (EU) 2015/2120, Richtlijn 2002/58/EG en Besluit 676/2002/EG, en tot intrekking van Verordening (EU) 2018/1971, Richtlijn (EU) 2018/1972 en Besluit 243/2012/EU (digitalenetwerkenverordening) (COM(2026)0016),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 20 juni 2023 betreffende een “strategie voor economische veiligheid van de EU” (JOIN(2023)0020),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 29 januari 2025 getiteld “Het EU-kompas voor concurrentievermogen” (COM(2025)0030),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 3 december 2025 getiteld “Versterking van de economische veiligheid van de EU” (JOIN(2025)0977),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het rapport van Enrico Letta van april 2024 getiteld “Much more than a market” (Veel meer dan een markt),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de politieke richtlijnen voor de volgende Europese Commissie 2024-2029 van 18 juli 2024,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het rapport van Mario Draghi van 9 september 2024 getiteld “The future of European competitiveness” (De toekomst van het Europese concurrentievermogen),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de opdrachtbrief van 17 september 2024 van de voorzitter van de Commissie aan de kandidaat-commissaris voor Handel en Economische Veiligheid en voor Interinstitutionele Betrekkingen en Transparantie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Unielijst van kritieke geneesmiddelen die door het Europees Geneesmiddelenbureau is opgesteld en wordt bijgehouden om kwetsbaarheden en tekorten in de levering van essentiële geneesmiddelen aan te pakken,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Witboek van de Commissie van 24 januari 2024 over uitvoercontroles (COM(2024)0025),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Witboek van de Commissie van 24 januari 2024 over investeringen buiten de EU (COM(2024)0024),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Witboek van de Commissie van 24 januari 2024 over opties om meer steun te bieden aan onderzoek en ontwikkeling op het gebied van technologieën met potentieel voor tweeërlei gebruik (COM(2024)0027),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 55 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie internationale handel (A10-0148/2026),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de openheid van de EU voor handel en investeringen een hoeksteen blijft van haar welvaart, concurrentievermogen en mondiale invloed;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat het internationale economische klimaat een structurele verandering heeft ondergaan, die wordt gekenmerkt door steeds meer geopolitieke rivaliteit, systemische concurrentie, structurele overcapaciteit en het toenemende gebruik van economische instrumenten voor strategische doeleinden, zoals het als drukmiddel inzetten van handel en economische afhankelijkheden en economische dwang;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat het toenemende gebruik van uitvoercontroles of uitvoerbeperkingen, staatssteunbeleid dat eerlijke concurrentie verstoort, het als drukmiddel inzetten van handel en economische afpersing, vereisen dat de EU dringend een doeltreffende strategie voor economische veiligheid ontwikkelt waarmee haar economische kwetsbaarheden op alomvattende wijze worden aangepakt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat een geloofwaardige strategie voor economische veiligheid gericht moet zijn op de doelstelling om de economische, digitale en financiële autonomie van de EU te versterken, met behoud van de integriteit van de interne markt, het in kaart brengen van overmatige afhankelijkheden in de betrokken sectoren, het waarborgen van rechtszekerheid voor marktdeelnemers en het handhaven van de inzet van de EU voor eerlijke en duurzame handel en een op regels gebaseerde internationale orde; overwegende dat dit ook het terugdringen van strategische technologische afhankelijkheden vergt, onder meer op het gebied van digitale infrastructuur, halfgeleiders, clouddiensten en cyberbeveiligingssystemen, als integrale onderdelen van economische veiligheid;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de gezamenlijke mededeling van 3 december 2025 een conceptuele verschuiving markeert in de aanpak van de EU op het gebied van economische veiligheid, dat hierin wordt aangegeven dat handel en economische openheid niet per definitie als positief aspect kunnen worden aangemerkt, en dat derde landen de onderlinge economische afhankelijkheid kunnen benutten voor strategische of dwingende doeleinden; overwegende dat de EU en haar lidstaten daarom bereid moeten zijn om waar nodig economische kosten te dragen om kwetsbaarheden te verminderen en de algemene veiligheid te verbeteren; overwegende dat economische veiligheidsaspecten daarom als structureel onderdeel moeten worden opgenomen in het handels- en economisch beleid van de EU, in plaats van te worden beschouwd als een uitzonderlijke afwijking daarvan;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat het begrip economische veiligheid niet is gedefinieerd in het EU-recht of in officiële documenten van de EU, ondanks de uitgebreide kaders die zijn uiteengezet in de gezamenlijke mededelingen van 20 juni 2023 en 3 december 2025; overwegende dat er niettemin inmiddels sprake is van een brede consensus over het inzicht dat economische veiligheid voor de EU bestaat uit haar vermogen om te anticiperen op bedreigingen voor haar economie, burgers en strategische belangen, deze te ontmoedigen en hierop te reageren, onder meer wat betreft risico’s voor de veerkracht van de toeleveringsketen, voor de fysieke veiligheid en cyberbeveiliging van kritieke infrastructuur, voor technologieveiligheid, onder meer door het weglekken van technologie, en voor economische openheid wanneer afhankelijkheden als wapen worden ingezet of dwang wordt uitgeoefend, en dat het aanpakken ervan enerzijds vereist dat de EU strategische afhankelijkheden terugdringt door middel van binnenlandse productie of diversificatie, en anderzijds structurele kwetsbaarheden beperkt door de controle van de EU over kritieke activa te behouden, onder meer door middel van het screenen van buitenlandse investeringen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat uit recente analyses blijkt dat er tussen Europese en Chinese producenten verschillen in productiekosten van 30 % tot 40 % bestaan, die van invloed zijn op bijna twee derde van de toegevoegde waarde van de Europese be- en verwerkende industrie; overwegende dat deze verschillen structureel zijn en zichzelf versterken, en worden aangestuurd door een coherent systeem van staatssteun, voordelen met betrekking tot de factorkosten en asymmetrie in de regelgeving die niet kunnen worden gecompenseerd door louter productiviteitswinsten; overwegende dat de EU te kampen heeft met een ongekend tekort op de handelsbalans met China in de vorm van een tekort van 400 miljard EUR, ondanks het feit dat de EU een algemeen overschot heeft ten opzichte van de rest van de wereld; overwegende dat deze onevenwichtigheid is veroorzaakt door de op grote schaal gesubsidieerde overcapaciteit in de Chinese productie, die heeft geleid tot de-industrialisering in de EU; overwegende dat de verwachte wisselkoersaanpassing niet heeft plaatsgevonden, waardoor de verschillen in concurrentievermogen nog groter zijn geworden, wat heeft bijgedragen tot een verlies van het marktaandeel van Europese fabrikanten; overwegende dat de bestaande handelsbeschermingsinstrumenten van de EU grotendeels productspecifiek zijn en dat de toepassing ervan zoals het er nu voorstaat ontoereikend is om systemische verstoringen van deze omvang in de hele economie aan te pakken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat de EU aanzienlijk minder administratieve middelen toewijst aan de handhaving van handelsbeschermingsregels dan vergelijkbare rechtsgebieden, waardoor praktische belemmeringen worden opgeworpen voor het inleiden en behandelen van zaken in een tijd waarin de Europese industrieën te maken hebben met een toenemende handelsdruk; overwegende dat de EU in verhouding tot de totale invoervolumes en -waarden al aanzienlijk minder vaak gebruikmaakt van handelsbeschermingsinstrumenten dan de Verenigde Staten, Canada en Australië; overwegende dat de antidumpingrechten van de EU vaak aanzienlijk lager zijn dan die welke door andere grote economieën worden opgelegd, ondanks vergelijkbare bevindingen op het gebied van dumping en schade; overwegende dat de EU verplicht is een schademarge toe te passen indien deze lager is dan de dumpingmarge; overwegende dat de EU terughoudend is geweest om uitsluitend op basis van een dreigende schade maatregelen te nemen; overwegende dat deze combinatie van lagere handhavingsintensiteit, procedurele beperkingen en relatief bescheiden rechten bijdraagt tot verlegging van het handelsverkeer en tot de perceptie van de EU als een mildere handhavingsomgeving of “dumpingmarkt”, waardoor de druk op de industriële basis van de EU toeneemt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat de klimaatverandering en de aantasting van het milieu een toenemend en systemisch risico vormen voor de economische veiligheid van de EU op lange termijn, de toeleveringsketens verstoren, de landbouwproductie bedreigen en de concurrentie op het gebied van hulpbronnen aanwakkeren; overwegende dat het door Rusland als drukmiddel inzetten van de toelevering van fossiele brandstoffen na het starten van zijn aanvalsoorlog tegen Oekraïne, heel duidelijk heeft aangetoond dat afhankelijkheid van ingevoerde energie uit onbetrouwbare derde landen een directe en acute bedreiging vormt voor de economische veiligheid van de EU, en dat het versnellen van de transitie naar hernieuwbare energiebronnen daarom niet alleen noodzakelijk is voor het milieu, maar ook een strategische noodzaak is; overwegende dat de groene transitie zelf echter in korte tijd heeft geleid tot nieuwe en aanzienlijke afhankelijkheden, met name wat betreft kritieke grondstoffen en schone technologieën, zoals zonnepanelen, omvormers voor zonnecellen, elektrische voertuigen en netbatterijen, waarvan de levering grotendeels door China wordt verzorgd; overwegende dat de EU waakzaam moet zijn om de ene strategische afhankelijkheid niet te vervangen door een andere, en daarom daadwerkelijke autonomie moet nastreven met betrekking tot de input die nodig is voor de ecologische transitie als kernonderdeel van haar strategie voor economische veiligheid;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat toezicht op de toeleveringsketen kan helpen economische veiligheidsrisico’s in kaart te brengen, te voorkomen en te beperken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat economische veiligheid uiteindelijk ten dienste moet staan van de burgers van de EU; overwegende dat het vermogen om externe economische schokken op te vangen en te beheersen een voorwaarde is voor het behoud van de levensstandaard, de continuïteit van openbare diensten en de instandhouding van de sociale cohesie; overwegende dat het beleid inzake economische veiligheid daarom niet alleen moet worden beoordeeld aan de hand van macro-economische aggregaten of strategische belangen, maar ook aan de hand van de concrete gevolgen ervan voor het welzijn van de burgers;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">	Het veranderende risicolandschap op het gebied van economische veiligheid</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>is ingenomen met de gezamenlijke mededeling van 3 december 2025 als een noodzakelijke stap om de gemeenschappelijke aanpak van de EU op het gebied van economische veiligheid te versterken; merkt op dat er verdere maatregelen nodig zijn om de doelstellingen van de EU op het gebied van economische veiligheid in de praktijk te brengen, waaronder een actieplan, een stappenplan en concrete doelstellingen voor het verminderen van risico’s in toeleveringsketens in strategische sectoren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>is van mening dat in de gezamenlijke mededeling terecht de nadruk wordt gelegd op de noodzaak van een cultuuromslag van een reactieve naar een proactievere benadering van economische veiligheid; benadrukt dat dit een paradigmaverschuiving vereist naar een systeembrede aanpak, waarbij de Commissie, het Parlement, de lidstaten, de particuliere sector en andere publieke en private belanghebbenden samenwerken om bij te dragen aan de doelstelling om de economische veiligheid van de EU te versterken; benadrukt dat een echte Europese strategie voor economische veiligheid gebaseerd moet zijn op een strategische oriëntatie, waarbij beleid op het gebied van klimaat en energie, handel en mededinging, regulering van de digitale markt, industriebeleid, onderzoek en innovatie, buitenlandse investeringen en de rol van de euro worden geïntegreerd en strategisch op elkaar worden afgestemd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>is het eens met de beoordeling van de Commissie dat maatregelen op het gebied van economische veiligheid op korte termijn bepaalde kosten met zich mee kunnen brengen voor zowel ondernemingen als overheidsinstellingen, maar onderstreept dat de kosten van afhankelijkheid en blootstelling aan economische dwang veel hoger zijn; dringt erop aan dat deze maatregelen adequaat worden ondersteund via Horizon Europa en het Fonds voor concurrentievermogen van het volgende meerjarig financieel kader; moedigt de Commissie aan te zorgen voor voldoende steun voor industrieën en werknemers die het zwaarst worden getroffen door verstoringen van de toeleveringsketen of andere vormen van economische druk of economische dwang;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>herinnert eraan dat de EU een van de grootste wereldhandelsmachten is en dat meer dan 20 % van haar bbp afkomstig is van buitenlandse handel; benadrukt dat handel en internationale investeringen van fundamenteel belang zijn voor de economie van de EU; benadrukt dat de EU door haar sterke verwevenheid met de wereldmarkten meer blootstaat aan verstoringen, dwangpraktijken en strategische invloed van derde landen, die wordt uitgeoefend via knelpunten in toeleveringsketens, monopolieposities in kritieke inputs en technologieën, afhankelijkheid van risicovolle leveranciers van kritieke technologieën en kwetsbaarheden in belangrijke fysieke en digitale infrastructuur en op het gebied van energie-import uit derde landen; benadrukt dat deze aanzienlijke en structurele afhankelijkheid van externe actoren voor strategische goederen, diensten en infrastructuur gevaarlijke kwetsbaarheden creëert die dringend moeten worden aangepakt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>onderstreept dat recente crises, waaronder de COVID-19-pandemie, verstoringen van de energievoorziening als gevolg van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne, het toenemende aantal illegale tarieven, handelsbeperkingen en andere protectionistische maatregelen, terugkerende spanningen die gevolgen hebben voor de mondiale verkeersaders en logistieke routes, dwingende beperkingen inzake de toegang tot kritieke grondstoffen, de steeds grotere economische impact van klimaatverandering, onder meer als gevolg van extreme weersomstandigheden die de productie en logistiek verstoren, alsook het staatssteunbeleid en het dumpen door derde landen van gesubsidieerde overcapaciteit in belangrijke sectoren op de Europese markten, hebben aangetoond hoe afhankelijkheden van invoer zich snel kunnen vertalen in tekorten, inflatie, schade aan lokale productiecapaciteit en productieonderbrekingen; onderstreept dat ook is gebleken dat de afhankelijkheid van uitvoer een aanzienlijk risico vormt voor exporteurs in de EU; benadrukt dat de afhankelijkheid van zowel invoer als uitvoer neerkomt op concrete beperkingen voor de economische activiteit van Europa en het vermogen van de EU om doeltreffend te reageren op externe schokken; benadrukt dat deze kwetsbaarheden veeleer structureel dan tijdelijk zijn, aangezien zij voortvloeien uit concentraties en monopolies die zich in de loop der tijd hebben ontwikkeld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over de structurele marktverstoringen in China die overcapaciteit in de hand werken, waaronder omvangrijke door de staat gestuurde steunmechanismen, strategische “koop Chinees“-aanbestedingen, een voorkeursbehandeling voor binnenlandse bedrijven en een gebrek aan wederkerigheid; herhaalt dat er geen sprake kan zijn van eerlijke handel in een systeem waarin één land de wereldmarkt domineert en overspoelt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>verwelkomt het plan van de Commissie om een uitgebreide, systematische en regelmatig bijgewerkte evaluatie op te stellen van de meest kritieke afhankelijkheden van de EU in de waardeketens, en dringt erop aan dat deze evaluaties een analyse bevatten van kwetsbaarheden die mogelijk tot knelpunten voor de EU kunnen leiden, met inbegrip van gekwantificeerde gegevens over invoerconcentraties en wereldwijde marktaandelen per land en per sector;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">.	Preventie door diversificatie, innovatie en concurrentievermogen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>benadrukt dat economische veiligheid niet mag worden geïnterpreteerd als economisch isolement; bevestigt dat openheid voor duurzame handel en investeringen, in combinatie met maatregelen tegen oneerlijke concurrentie en de diversificatie van partners, leveranciers, invoer van energie en vervoersroutes, tot de belangrijkste middelen van de EU behoren om de structurele kwetsbaarheid voor externe schokken, verstoringen van kritieke sectoren en dwangpraktijken te verminderen; benadrukt dat het versterken van de veerkracht en de economische veiligheid van de EU een expliciete doelstelling van elk handels- of investeringspartnerschap van de EU moet zijn; benadrukt dat het stimuleren van de vraag naar in de EU geproduceerde alternatieven en het creëren van in de EU gevestigde sectorale ecosystemen van cruciaal belang zijn om de economische veiligheid van de EU op geloofwaardige wijze op te bouwen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>benadrukt dat de openheid van de EU-markt gebaseerd moet zijn op de beginselen van wederkerigheid, betrouwbaarheid en afwezigheid van dwang, en dat dit niet onvoorwaardelijk kan zijn wanneer er fundamentele veiligheidsbelangen in het geding zijn; benadrukt dat de EU aanzienlijke economische troeven in handen heeft, met name haar interne markt van 18 biljoen EUR met 450 miljoen consumenten, haar leidende rol op het gebied van hightechproductie en -diensten, haar strenge normen en standaarden, en haar hoogwaardige onderwijsinstellingen en programma’s voor onderzoek en ontwikkeling (O&amp;O); onderstreept dat deze sterke punten moeten worden benut in het licht van externe dwang, met name op gebieden waar Europese goederen of technologieën onontbeerlijk zijn op de wereldmarkten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>waarschuwt dat een micro- en macro-economisch klimaat dat het concurrentievermogen van bedrijven verzwakt, zoals belemmeringen voor de interne markt, onnodige administratieve lasten, onzekerheden in de regelgeving, hoge energietarieven, onnodig complexe vergunningsprocedures en onderinvesteringen, innovatie ontmoedigt en de doelstellingen van de EU op het gebied van economische veerkracht en veiligheid ondermijnt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>benadrukt dat de economische veiligheid van de EU niet substantieel kan worden versterkt zolang de Europese economie te zeer afhankelijk is van de invoer van fossiele brandstoffen of hernieuwbare technologieën; is van mening dat het voeren van een stabiel en voorspelbaar decarbonisatiebeleid dat gericht is op het bereiken van klimaatneutraliteit en het beëindigen van de invoer van fossiele brandstoffen, ertoe bijdraagt om de economische veiligheid en het concurrentievermogen van de EU te versterken; onderstreept dat een aanzienlijke verhoging en versnelling van investeringen in elektrificatie en in een circulaire economie van fundamenteel belang zijn om de strategische afhankelijkheid van de EU van externe actoren te verminderen; moedigt de Commissie aan krachtig en breed beleid aan de vraagzijde vast te stellen om de vraag naar Europese, koolstofarme strategische goederen die van cruciaal belang zijn voor de energietransitie, zoals groen staal, batterijen, hernieuwbare energie en halfgeleiders te stimuleren; verzoekt de Commissie verder ervoor te zorgen dat de groene transitie niet dezelfde structurele logica van afhankelijkheid in een andere vorm volgt, en daartoe prioriteit te geven aan productiecapaciteit op EU-niveau, het aanleggen van strategische voorraden en een robuuste diversificatie van de inkoop van de kritieke grondstoffen en componenten van schone technologie waarvan de transitie afhankelijk is;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>benadrukt dat een volledig functionerende en geïntegreerde interne markt een hoeksteen van economische veiligheid is; onderstreept dat diepere integratie en het wegnemen van belemmeringen voor een daadwerkelijk geharmoniseerde markt voor goederen, diensten en kapitaal van essentieel belang zijn voor het sociaaleconomische model, het concurrentievermogen en de veiligheid van de EU op lange termijn; is van mening dat het opvoeren van de investeringen in onderwijs, innovatie en O&amp;O een essentieel onderdeel vormt van de langetermijnstrategie om de economische veiligheid van de EU te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>betreurt de buitensporige afhankelijkheid van de EU van derde landen voor de levering van kritieke grondstoffen, en erkent dat een dergelijke afhankelijkheid de EU blootstelt aan aanzienlijke geopolitieke en economische kwetsbaarheden en kwetsbaarheden met betrekking tot de toeleveringsketens; is dan ook van mening dat het versterken van de binnenlandse veerkracht, onder meer door middel van strategische projecten op het gebied van de binnenlandse winning en verwerking van mijnbouwproducten, een grotere recyclingcapaciteit, een efficiënter gebruik van hulpbronnen en de volledige uitvoering van een model voor de circulaire economie, een duurzame en strategische oplossing vormt; dringt aan op ambitieuze wetgeving inzake de circulaire economie; pleit ervoor investeringen in kritieke innovatieve circulaire technologie te stimuleren en dergelijke investeringen te beschermen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>onderstreept dat de bescherming van burgers tegen het ontstaan van externe economische schokken, waaronder verstoringen van toeleveringsketens, stijgingen van energieprijzen en de gevolgen van economische dwang, een kerndoelstelling van het economisch veiligheidsbeleid is; verzoekt de Commissie en de lidstaten ervoor te zorgen dat de sociale effecten van maatregelen op het gebied van economische veiligheid systematisch worden beoordeeld en dat dergelijke maatregelen niet onevenredig voor rekening komen van de meest kwetsbaren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>herinnert eraan dat het handelsbeleid een strategische component van de EU is en proactief moet worden gebruikt om de veiligheidsbelangen en strategische autonomie van de EU te beschermen; benadrukt dat verder moet worden gegaan dan een overwegend defensieve aanpak en dat bestaande instrumenten op een strategischere en toekomstgerichtere manier moeten worden gecombineerd en ingezet, onder meer door economische onderlinge afhankelijkheden te benutten op een wijze die de geopolitieke positie van de EU versterkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>brengt in herinnering dat de doeltreffendheid van de agenda van de EU voor handel en economische veiligheid afhankelijk is van de consistente toepassing van handelsregels en essentiële clausules in handels-, partnerschaps- en associatieovereenkomsten; verzoekt de Commissie in dit verband haar inspanningen op te voeren om te zorgen voor de volledige en effectieve naleving van haar eigen verbintenissen en verplichtingen, met name met het oog op beleidscoherentie op het gebied van ontwikkeling;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>verzoekt de Commissie de lopende onderhandelingen af te ronden en actief een strategische en ambitieuze benadering te hanteren met betrekking tot handelsovereenkomsten en sectorale partnerschappen met betrouwbare partners als centraal element van haar diversificatiestrategie; is van mening dat de diversificatie van leveranciers uit derde landen en uitvoermarkten gebaseerd moet zijn op en geleid moet worden door een duidelijke beoordeling van de structurele kwetsbaarheden van de EU; benadrukt dat traditionele alomvattende vrijhandelsovereenkomsten als prioriteit moeten worden aangevuld met nieuwe, flexibelere en gerichtere vormen van handels- en investeringspartnerschappen die er uitdrukkelijk op gericht zijn de risico’s van in- en uitvoer te verminderen door de ontwikkeling van veilige en veerkrachtige toeleveringsketens in bepaalde sectoren met een hoog risico; benadrukt dat dergelijke partnerschappen bindende toezeggingen moeten omvatten en de volledige betrokkenheid van het Parlement en transparantie ten aanzien van het Parlement tijdens de onderhandelingen vereisen, alsook de goedkeuring van het Parlement in het ratificatieproces;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>onderstreept het strategische belang van de gemoderniseerde associatieovereenkomst tussen de EU en Mercosur voor de economische veiligheid van de EU; benadrukt dat de overeenkomst zal bijdragen tot de diversificatie van de toegang tot kritieke grondstoffen en de versterking van veerkrachtige waardeketens;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>benadrukt het strategische belang van het bevorderen van de economische en handelssamenwerking met India, een land dat over een steeds belangrijkere productie- en technologiehub beschikt en een steeds grotere rol speelt op het gebied van digitale diensten en de levering van kritieke grondstoffen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>benadrukt dat het belangrijk is de lopende onderhandelingen over vrijhandelsovereenkomsten met partners als Indonesië, de Filipijnen en Thailand te versnellen en de handelsovereenkomst met Indonesië af te ronden, gezien hun toenemende rol bij de productie van kritieke mineralen, elektronica en onderdelen voor schone technologie; onderstreept dat voorspelbare handelskaders nodig zijn om de risico’s van uitvoerbeperkingen en leveringsconcentraties aan te pakken en de EU steviger te verankeren in de industriële waardeketens in de Indo-Pacifische regio;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>verwelkomt de afronding van de handelsbesprekingen met Australië, een betrouwbare en gelijkgestemde partner; benadrukt het belang van dit op regels gebaseerde partnerschap om bij te dragen tot de stabiliteit van de voorziening en de diversificatie van toeleveringsketens, gezien de aanzienlijke voorraden kritieke grondstoffen van Australië en zijn productie van mijnbouw- en verwerkingstechnologieën; verwelkomt verdere samenwerking bij het aanpakken van gemeenschappelijke uitdagingen op het gebied van economische veiligheid, met name gezien de ervaring uit de eerste hand die Australië heeft opgedaan bij het omgaan met economische dwang;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>dringt aan op de totstandbrenging van een gestructureerde dialoog tussen de EU en het VK over economische veiligheid om de coördinatie op het gebied van handel, screening van investeringen en veerkracht van de toeleveringsketen te verbeteren; is voorstander van nauwere samenwerking in het kader van de handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en het VK om te anticiperen op verstoringen in strategische sectoren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>steunt de oproep in het kader van de Indo-Pacifische strategie van de EU tot nauwere samenwerking met Aziatische partners op het gebied van economische veiligheid, onder meer door versterkte partnerschappen met leden van de Associatie van Zuidoost-Aziatische Staten (ASEAN) en door nauwere samenwerking met partners die deelnemen aan het alomvattend en vooruitstrevend trans-Pacifisch partnerschap;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>dringt er bij de lidstaten op aan de resterende vrijhandelsovereenkomsten te ratificeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>verzoekt de Commissie een hernieuwde en alomvattende handels- en investeringsdialoog met ontwikkelingslanden en -regio’s voor te stellen, op basis van wederzijds voordelige partnerschappen die verder gaan dan de uitbreiding van de markttoegang of de winning van natuurlijke hulpbronnen; benadrukt het belang van het bevorderen van lokale en regionale waardecreatie in het kader van handelsovereenkomsten en sectorale partnerschappen door de ontwikkeling van schone en duurzame waardeketens, het bevorderen van inclusieve en duurzame ontwikkeling en het waarborgen van de bescherming van milieunormen en arbeidsrechten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>merkt op dat de EU momenteel voor ongeveer 98 % van de toelevering van zeldzame aardmetalen en voor meer dan 90 % van haar invoer van magnesium afhankelijk is van China, dat de binnenlandse recyclingpercentages voor zeldzame aardmetalen nog altijd onder de 1 % liggen en dat meer dan 60 % van de mondiale lithiumraffinage en meer dan 85 % van de verwerkingscapaciteit voor zeldzame aardmetalen geconcentreerd zijn in één derde land, waardoor de EU verre van voldoet aan de doelstellingen van de verordening kritieke grondstoffen; benadrukt het belang van in dit kader gesloten overeenkomsten met gelijkgestemde landen en de noodzaak om te blijven onderhandelen over nieuwe partnerschappen om de veerkracht van de toeleveringsketens van de EU te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>benadrukt dat het handelsbeleid van de EU als strategische doelstelling de diversificatie van de voorzieningsbronnen van kritieke grondstoffen moet hebben, gezien hun cruciale rol in de groene en de digitale transitie en op het gebied van defensie; merkt op dat de verordening kritieke grondstoffen weliswaar een belangrijke stap is om de veerkracht van de Unie te versterken, maar nog steeds ontoereikend is om belangrijke kwetsbaarheden aan te pakken, met name de aanhoudende concentratie van raffinage- en verwerkingscapaciteit in een beperkt aantal derde landen; benadrukt dat de verordening gebaseerd is op niet-bindende benchmarks op EU-niveau en dat de beschikbaarheid van specifieke financiering en doeltreffende uitvoeringscapaciteit beperkt blijft;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>is ingenomen met het ResourceEU-initiatief om de financiering van de strategische binnenlandse capaciteit op het gebied van mijnbouw, verwerking en recycling te verhogen; onderstreept echter dat deze stimuleringsmaatregelen moeten worden gecombineerd met beschermings- en partnerschapsmaatregelen om de risico’s voor de waardeketen van kritieke grondstoffen tegen 2030 met succes terug te dringen; herhaalt dat de businesscase voor en de levensvatbaarheid van investeringen in waardeketens van kritieke grondstoffen op lange termijn daarom vergezeld moeten gaan van minimumprijzen en afnamegaranties in nauwe samenwerking met gelijkgestemde landen, waardoor het risico op misbruik door een derde land van zijn monopoliepositie om kwetsbare concurrenten te onderbieden, wordt tegengegaan; benadrukt dat het ResourceEU-initiatief een doeltreffend instrument moet worden om de verwezenlijking van de doelstellingen voor 2030 van de verordening kritieke grondstoffen te versnellen; onderstreept dat de EU zonder een snelle mobilisering van gecoördineerde financiële steun voor winnings-, verwerkings- en recyclingprojecten niet in staat zal zijn binnen de vastgestelde termijn aan haar benchmarks te voldoen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>onderstreept dat de diplomatie van de EU op het gebied van kritieke grondstoffen verder moet gaan dan de winning van en de toegang tot primaire hulpbronnen en zich systematisch moet richten op verwerkings-, raffinage- en downstreamactiviteiten, waar strategische kwetsbaarheden en concentratierisico’s nog altijd bijzonder acuut zijn;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">	Vastgestelde risico’s monitoren, beheersen en beperken</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>concludeert dat het versterken van de economische veiligheid van de EU van cruciaal belang is om de economische en politieke soevereiniteit van de EU, de integriteit van de interne markt, de veerkracht van toeleveringsketens en de economische levensvatbaarheid van haar bedrijven en de bestaansmiddelen van haar burgers, waaronder hoogwaardige banen, te waarborgen; onderstreept dat een alomvattende en geïntegreerde benadering van economische veiligheid niet alleen gericht moet zijn op het verminderen van externe afhankelijkheden, maar ook op het opbouwen van strategische autonomie op het gebied van kritieke grondstoffen, technologie, energie, vervoer, financiën en digitale infrastructuur; verzoekt de Commissie daarom economische veiligheid over de hele linie te integreren in het industriebeleid, met inbegrip van sectorale wetgeving en risicobeoordelingen van toeleveringsketens, om een consistente aanpak te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>erkent dat voor bepaalde kritieke economische risico’s, vanwege hun omvang, concentratie, strategisch belang of onomkeerbaarheid, gerichte, dringende en krachtige risicobeperkende maatregelen nodig zijn; onderstreept dat de maatregelen in dergelijke gevallen terecht beperkingen van of een verbod op markttoegang, economische activiteit of investeringsstromen uit derde landen kunnen omvatten om de wezenlijke belangen en de openbare orde van de EU te beschermen; herhaalt dat de grootste kracht van de EU ligt in de toegang tot de interne markt en verzoekt de Commissie en de lidstaten gebruik te maken van omgekeerde afhankelijkheden om derde landen onder druk te zetten om onrechtmatige uitvoerbeperkingen die aan de EU zijn opgelegd, op te heffen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>moedigt de Commissie aan meer maatregelen voor te stellen om risico’s voor de economische veiligheid te voorkomen of te beperken; steunt in dit verband het voorstel van de Commissie om EU-marktdeelnemers te verplichten hun leveranciers in specifieke sectoren met een hoog risico te diversifiëren; is van mening dat dit in de toekomst moet worden uitgebreid om exploitanten ook te verplichten het land of de regio van levering te diversifiëren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>benadrukt dat er doeltreffende instrumenten moeten worden ontwikkeld die gericht zijn op vroegtijdige monitoring, identificatie en beoordeling van economische veiligheidsrisico’s in waardeketens in gebieden met een hoog risico, zodat bestaande en potentiële strategische afhankelijkheden proactief in kaart kunnen worden gebracht; onderstreept dat de lidstaten en de particuliere sector fundamentele partners zijn bij het in kaart brengen en beoordelen van afhankelijkheden; steunt het voorstel van de Commissie om een inlichtingenhub op het gebied van economische veiligheid in te richten om de beschikbare informatie te consolideren; verzoekt de Commissie instrumenten te ontwikkelen die gericht zijn op het delen van economische inlichtingen met internationale partners, teneinde te kunnen anticiperen op acties van derde landen die afhankelijkheden misbruiken om druk uit te oefenen op de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>verzoekt de Commissie een jaarlijks scorebord voor economische veiligheid op te stellen om de vooruitgang bij de verwezenlijking van de doelstellingen van de strategie voor economische veiligheid systematisch te beoordelen; onderstreept dat een dergelijk mechanisme onder meer duidelijke en meetbare indicatoren moet omvatten om de vermindering van kritieke afhankelijkheden per sector weer te geven, alsook het aantal handelsbeschermingsinstrumenten die als relevant voor de economische veiligheid zijn aangemerkt en het toegenomen aantal alternatieve leveranciers; benadrukt dat transparante en periodieke verslaglegging van essentieel belang is om verantwoordingsplicht en goed onderbouwde beleidsaanpassingen te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>benadrukt dat dergelijke maatregelen evenredig moeten zijn, moeten worden afgestemd op de ernst en de duur van het risico, gebaseerd moeten zijn op duidelijk omschreven risicodrempels, objectieve en verifieerbare criteria en voorafgaande beoordelingen, en voortdurend moeten worden gemonitord en geëvalueerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>benadrukt dat, zoals de Commissie in de gezamenlijke mededeling van 3 december 2025 heeft voorgesteld, de bestaande EU-instrumenten die bedoeld zijn om structurele kwetsbaarheden, marktverstoringen en niet-marktconform gedrag aan te pakken, waar nodig moeten worden gemoderniseerd en strategischer en daadkrachtiger moeten worden ingezet, en dat een versnipperd, aarzelend of inconsequent gebruik van dergelijke instrumenten hun doeltreffendheid, met inbegrip van hun afschrikkende werking, ondermijnt; dringt er bij de Commissie op aan de doorlooptijd van handelsbeschermingsonderzoeken te verkorten en het voorbeeld van diverse landen te volgen door meer gebruik te maken van de bestaande bepalingen inzake dreigende schade en voorlopige maatregelen, die beide wettelijk toegestaan zijn maar onvoldoende worden toegepast, teneinde onherstelbare schade aan de industrie van de EU te voorkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>benadrukt dat, hoewel economische veiligheid op lange termijn niet kan worden bereikt door middel van algemene maatregelen van zelfvoorziening of protectionisme, het nu dringend noodzakelijk is gerichte maatregelen te nemen om de golf van de-industrialisering een halt toe te roepen en strategische sectoren in de EU te beschermen tegen oneerlijke concurrentie van goedkope invoer uit derde landen in sectoren zoals staal, chemische stoffen, geneesmiddelen, hernieuwbare energie en groene goederen; verzoekt de Commissie een actieplan te ontwikkelen om de strategische sectoren van de EU te beschermen die het grootste risico lopen getroffen te worden door wereldwijde overcapaciteit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>is van mening dat de gelijktijdige uitbreiding van de industriële capaciteit in meerdere strategische sectoren door bepaalde grote economieën van derde landen, met name China, een systemische concurrentie-uitdaging vormt die niet adequaat kan worden aangepakt door een respons vanuit de sector; is van mening dat systeemrisico’s van deze aard een systemische respons vereisen die gericht is op de structurele omstandigheden die op grote schaal overcapaciteit veroorzaken, in plaats van de gevolgen ervan op afzonderlijke markten te beheren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>verwelkomt het voorstel van de Commissie van 7 oktober 2025 voor een verordening waarmee de negatieve handelsgerelateerde gevolgen van de wereldwijde overcapaciteit op de staalmarkt van de Unie<FOOTNOTE><FIELD> COM(2025)0726.</FIELD></FOOTNOTE> worden aangepakt, als erkenning van het strategische belang van het behoud van een levensvatbare Europese staalsector; onderstreept dat het verlies van Europese staalproductiecapaciteit een onomkeerbaar risico voor de economische veiligheid zou vormen; merkt echter op dat het probleem van overcapaciteit niet beperkt blijft tot staal en aluminium, maar zich uitstrekt tot een groot aantal andere sectoren, zoals de chemische industrie, alsook tot andere van staal en aluminium afgeleide producten; is bezorgd over het feit dat onderzoeken in verband met handelsbescherming te traag, middelenintensief en productspecifiek zijn om de verstoringen in de hele economie als gevolg van overcapaciteit adequaat aan te pakken; is van mening dat de EU zich moet voorzien van passende instrumenten om systemische overcapaciteit in de hele waardeketen te monitoren en aan te pakken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">	Handelspolitieke instrumenten, handhaving en afschrikking</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>benadrukt dat de afschrikking en het concurrentievermogen aan kracht inboet wanneer handhavingsmaatregelen vertraging oplopen, inconsistent zijn of als onzeker worden beschouwd; verzoekt de Commissie daarom te zorgen voor tijdige besluitvorming, duidelijke activeringscriteria en voorspelbare gevolgen zodra is vastgesteld dat er sprake is of dreigt te zijn van economische veiligheidsrisico’s of oneerlijke praktijken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>benadrukt dat voor een doeltreffende handhaving van het handelsbeleid van de EU en de groeiende dimensie van economische veiligheid adequate administratieve en technische middelen nodig zijn; verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat haar directoraat-generaal Handel en Economische Veiligheid over voldoende personeel, deskundigheid en middelen beschikt om de handelsbeschermingsinstrumenten doeltreffend toe te passen en de strategie voor economische veiligheid van de Unie doeltreffend uit te voeren; benadrukt dat de economische veiligheidscapaciteiten van de EU in de huidige geo-economische context moeten worden versterkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>benadrukt dat de systematische handhaving van de huidige handelsregels de belangrijkste en een evenredige reactie van de EU op niet-naleving en een voorwaarde voor geloofwaardige economische veiligheid vormt; betreurt echter dat de handhaving van de huidige regels niet volstaat om het probleem volledig aan te pakken; verzoekt de Commissie daarom hogere antidumpingrechten in te voeren die vergelijkbaar zijn met die van vergelijkbare partners, om verlegging van het handelsverkeer en dumping op de markt van de EU tegen te gaan; verzoekt de Commissie voorts milieu-, energie- en arbeidskosten op te nemen in de berekening van de dumpingmarge van exporteurs uit derde landen en af te stappen van de regel van het laagste recht, die niet vereist is door de Wereldhandelsorganisatie (WTO);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>merkt op dat antidumping- en antisubsidieprocedures te beperkt gericht zijn, te veel middelen vergen en te traag zijn om het hoofd te bieden aan de omvang en de structurele aard van de concurrentie-uitdagingen en overcapaciteit waarmee de industrie van de EU momenteel wordt geconfronteerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>onderstreept dat de doelstellingen van de EU inzake veerkracht, waaronder het vermogen om ecologische, economische en sociale transities op duurzame, billijke en democratische wijze te beheren, alsook de bescherming van de gezondheid van mensen, dieren en planten en van natuurlijke hulpbronnen, stevig verankerd zijn in het primaire en secundaire recht van de EU; is van mening dat dit rechtskader een solide en grotendeels onbenutte basis biedt om een beroep te doen op de algemene uitzonderingen waarin artikel XX van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel voorziet; verzoekt de Commissie vollediger en systematischer gebruik te maken van de uitzonderingen van artikel XX wanneer maatregelen van de EU waarmee deze legitieme beleidsdoelstellingen worden nagestreefd, worden aangevochten binnen het WTO-kader;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>verzoekt de Commissie wijzigingen van de bestaande instrumenten voor te stellen om een actiever, strategischer en gecoördineerder gebruik mogelijk te maken, en nieuwe instrumenten voor te stellen wanneer een duidelijke en aantoonbare kloof in de doeltreffendheid van de bestaande EU-instrumenten is vastgesteld; dringt aan op stroomlijning van bestaande en toekomstige wetgeving en initiatieven die relevant zijn voor de economische veiligheid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>onderstreept dat de geloofwaardigheid van de reactie van de EU op economische dwang in de eerste plaats afhangt van haar bereidheid om dwangpraktijken tijdig vast te stellen en formeel aan te merken en zo het proces in gang te zetten dat zowel de afschrikkende werking als de onderhandelingspositie ondersteunt; is van mening dat het antidwanginstrument het meest passende instrument is om de sterke punten van de EU in dit verband te benutten; benadrukt dat het instrument in werking moet worden gesteld in geval van dwang of dreigende dwang, en dat alle mogelijkheden voor de-escalatie moeten worden onderzocht, waarbij als laatste redmiddel tegenmaatregelen opgelegd kunnen worden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>verzoekt de Commissie de afschrikkingscapaciteit van de EU met voorrang te versterken; dringt er bij de Commissie op aan een proactieve strategie te ontwikkelen om te reageren op bedreigingen voor de economische soevereiniteit van de EU, met inbegrip van de onderliggende kritieke infrastructuur ervan; benadrukt dat een dergelijke strategie buitenlandse actoren er snel en doeltreffend van moet kunnen weerhouden hun dreigementen waar te maken, door het volledige arsenaal aan tegenmaatregelen te benutten waarover de EU beschikt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>benadrukt dat wanneer handhaving en dialoog geen gedragsverandering teweegbrengen, de respons van de EU geleidelijk aan, evenredig en omkeerbaar telkens een stap verder moet gaan, zodat de druk op gecontroleerde wijze kan worden verhoogd en tegelijkertijd de rechtszekerheid en geloofwaardige opties voor de-escalatie behouden blijven; dringt er bij de Commissie op aan om in dit verband daadkrachtiger op te treden, en wijst erop dat maatregelen die geen einde maken aan schadelijk en dwingend gedrag, de geloofwaardigheid en de invloed van het handelsbeleid van de EU dreigen te ondermijnen, waardoor de politieke kosten van een ingrijpen in eerste instantie hoog zijn, zonder dat er weer een gelijk speelveld ontstaat;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat de toepassing van handhavings-, handelsbeschermings- en antidwanginstrumenten wordt gecoördineerd binnen een samenhangend operationeel kader, in overleg met de lidstaten en marktdeelnemers; verzoekt de Commissie voorts de ontwikkeling van een mechanisme voor lastenverdeling op EU-niveau te onderzoeken om de kosten van de nationale respons op economische dwang te helpen verdelen, waarbij politieke cohesie en economische veerkracht worden gewaarborgd in het licht van escalerende spanningen op handelsgebied;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>onderstreept dat de Europese macht op het gebied van overheidsfinanciering een van de belangrijkste troeven van de EU is; is van mening dat er in de EU geen overheidsgeld mag worden besteed tenzij het de soevereiniteit en veerkracht van de EU aantoonbaar versterkt; verzoekt de Commissie deze kracht te benutten en een instrument voor de opschorting van financiering in te stellen om de toegang tot EU-financiering snel te kunnen beperken in situaties waarin derde landen maatregelen nemen die de economische veiligheid van de EU ondermijnen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>benadrukt dat moet worden gezorgd voor veilige en ononderbroken toegang tot kritieke componenten, grondstoffen en ontsluitende technologieën die worden gebruikt voor defensiegerelateerde productie; onderstreept dat kwetsbaarheden in de toeleveringsketen in sectoren voor tweeërlei gebruik rechtstreeks van invloed kunnen zijn op de operationele paraatheid en economische veerkracht van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>benadrukt dat de toenemende verbanden tussen civiele innovatie en defensietoepassingen een coherente aanpak vereisen van screening, uitvoercontrole en toezicht op investeringen in sectoren voor tweeërlei gebruik, teneinde onbedoelde overdrachten van gevoelige technologieën te voorkomen en tegelijkertijd het concurrentievermogen van de EU te behouden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>wijst op de structurele beperkingen van het EU-kader voor controle op de uitvoer van producten voor tweeërlei gebruik, met name de afhankelijkheid van traag evoluerende multilaterale regelingen, de beperkte capaciteit van de Unie om te anticiperen en te reageren op opkomende en snel evoluerende technologieën, en de versnipperde uitvoering in de lidstaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>is van mening dat het huidige kader voor uitvoercontrole een lappendeken is van verschillende nationale beleidslijnen en maatregelen op het niveau van de lidstaten, en niet over de doeltreffendheid, consistentie en snelheid beschikt die nodig zijn om in te spelen op de huidige geo-economische context; onderstreept dat het hervormen van en verder gaan dan het bestaande nationale beleid inzake uitvoercontrole dringend noodzakelijk is voor de economische veiligheid van de EU; benadrukt dat er op EU-niveau een geharmoniseerde regeling voor uitvoercontrole moet worden ontwikkeld; benadrukt dat het afstemmen van uitvoercontroles met internationale partners de economische veiligheid van de EU aanzienlijk zou versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>is ingenomen met de recente actualiseringen van de EU-controlelijst voor de uitvoer van producten voor tweeërlei gebruik in overeenstemming met de lijst die is overeengekomen onder auspiciën van het Wassenaar Arrangement, hoewel Rusland zijn veto heeft uitgesproken over dit laatste; dringt aan op een dringende herziening van Verordening (EU) 2021/821<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2021/821 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2021 tot instelling van een Unieregeling voor controle op de uitvoer, de tussenhandel, de technische bijstand, de doorvoer en de overbrenging van producten voor tweeërlei gebruik (PB L 206 van 11.6.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/821/oj).</FIELD></FOOTNOTE> om de EU in staat te stellen met één stem te spreken op het gebied van uitvoercontroles, en pleit voor de invoering van uniforme controles in de hele EU, met behoud van internationale afstemming en rechtszekerheid voor marktdeelnemers; dringt in dit verband aan op de oprichting van een geconsolideerde eenheid gemeenschappelijk buitenlands en economisch beleid binnen de Commissie om de veranderende uitdagingen voor de economische veiligheid als gevolg van de aanhoudende ontduiking van EU-uitvoercontroles en -sancties door derde andere landen aan te pakken; is van mening dat deze eenheid moet worden ondersteund door de inlichtingengemeenschap van de lidstaten en voorzien in een betere toegang tot realtime-inlichtingen over ontduikingsnetwerken en realtime-capaciteiten voor het delen van inlichtingen met het bedrijfsleven om nieuwe ontduikingstactieken op te sporen; merkt voorts op dat de eenheid worden uitgerust met de bevoegdheid om uitvoercontroles af te dwingen en met middelen voor technologische ontwikkeling, analyse en internationale coördinatie, alsook met de bevoegdheid om robuuste verificatiesystemen en technologieën voor het traceren van toeleveringsketens in te voeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>56.</NO.P>benadrukt dat het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid van de EU moet zorgen voor samenhang met de doelstellingen van de EU op het gebied van economische veiligheid; onderstreept dat strategische afhankelijkheden, kwetsbaarheden in de toeleveringsketen en dwingende economische praktijken in toenemende mate rechtstreekse gevolgen hebben voor de veiligheid, en van invloed zijn op de capaciteiten van de technologische en industriële defensiebasis van de EU; dringt erop aan dat overwegingen van economische veiligheid systematisch worden geïntegreerd in de strategische beleidsmaatregelen, defensieplanning en crisisresponsmechanismen van de EU, teneinde de paraatheid en veerkracht van de EU te versterken in een steeds grilligere geopolitieke omgeving;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">	Investeringen, kapitaalstromen en strategische risico’s</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>57.</NO.P>verwelkomt de lopende werkzaamheden met betrekking tot de wetgeving voor een industrieaccelerator en onderstreept het potentieel ervan om bij te dragen aan de doelstellingen van de EU op het gebied van economische veiligheid; is van mening dat de verordening een aanzienlijke bijdrage zou leveren aan het verminderen van strategische afhankelijkheden en het vergroten van de weerbaarheid van de EU tegen externe schokken en dwangpraktijken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>58.</NO.P>benadrukt dat door de EU gefinancierde programma’s in strategisch gevoelige sectoren zodanig moeten worden ontworpen en uitgevoerd dat zij in de eerste plaats ten goede komen aan investeringen die de Europese industriële capaciteit, technologische ontwikkeling en waardecreatie in de EU versterken; onderstreept dat de toegang tot EU-financiering in deze sectoren onderworpen moet zijn aan passende waarborgen en voorwaarden om ervoor te zorgen dat ontvangers geen risico’s voor de economische veiligheid vormen en dat gefinancierde activiteiten daadwerkelijk bijdragen aan de veerkracht en strategische belangen van de EU op lange termijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>59.</NO.P>benadrukt dat er ook maatregelen nodig zijn om de productie in de EU te stimuleren, teneinde de EU onmisbaarder te maken in kritieke toeleveringsketens en knelpunten; verwelkomt de veerkrachtvereisten van de verordening voor een nettonulindustrie<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2024/1735 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 tot vaststelling van een kader van maatregelen ter versterking van het Europese ecosysteem voor de productie van nettonultechnologie en tot wijziging van Verordening (EU) 2018/1724 (PB L, 2024/1735, 28.6.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1735/oj).</FIELD></FOOTNOTE> en benadrukt dat het belangrijk is deze te combineren met quota van betrouwbare leveranciers, ook om alternatieve in de EU gevestigde leveranciers te stimuleren en de productiedoelstellingen van de verordening voor een nettonulindustrie te verwezenlijken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>60.</NO.P>benadrukt dat besluiten inzake overheidsopdrachten in strategische sectoren moeten worden gebruikt als hefboom om de industriële capaciteit, de voorzieningszekerheid en de economische veiligheid van de EU te versterken; benadrukt dat de toegang tot overheidsopdrachten in dergelijke sectoren en de daarmee verband houdende EU-steun onderworpen moeten zijn aan duidelijke subsidiabiliteitsvoorwaarden, teneinde ervoor te zorgen dat de deelnemende entiteiten geen risico’s voor de economische veiligheid vormen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>61.</NO.P>benadrukt dat het gebrek aan wederzijdse toegang tot overheidsopdrachten voor belangrijke sectoren moet worden aangepakt; dringt aan op een doeltreffend gebruik, ten aanzien van derde landen, van de instrumenten van de EU om te reageren op restrictieve of discriminerende maatregelen op het gebied van overheidsopdrachten, op basis van het beginsel van een gelijk speelveld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>62.</NO.P>wijst erop dat grensoverschrijdende investeringen en kapitaalstromen belangrijke aanjagers van groei, innovatie en concurrentievermogen in de EU zijn; wijst erop dat Europese scale-ups die meer dan 1 miljard EUR aan financiering nodig hebben, vaak gedwongen de EU verlaten om kapitaal te verwerven; verzoekt de Commissie daarom de kapitaalmarktenunie dringend te voltooien en roept het Europees Fonds voor concurrentievermogen op deze financieringskloof voor scale-ups te dichten; merkt echter op dat investeringen risico’s met zich mee kunnen brengen wanneer zeggenschap over, invloed op of toegang tot gevoelige activa, technologieën of kritieke infrastructuur geconcentreerd raken in derde landen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>63.</NO.P>benadrukt hoe belangrijk de herziene verordening screening BDI is als een essentieel instrument op het vlak van economische veiligheid, dringt erop aan dat zij in alle lidstaten consistent, doeltreffend en strikt wordt toegepast, onder meer door middel van uitgebreide nationale screeningmechanismen, duidelijke tijdschema’s en nauwere samenwerking en meer informatie-uitwisseling tussen de nationale autoriteiten en de Commissie, en pleit voor doeltreffende follow-up wanneer er risico’s worden vastgesteld; dringt er bij de Commissie op aan om ten volle en proactief gebruik te maken van de bepalingen in de herziene verordening om ervoor te zorgen dat de lijst van kritieke technologieën voortdurend wordt geëvalueerd en regelmatig wordt bijgewerkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>64.</NO.P>roept op tot een meer samenhangende en gecoördineerde Europese aanpak van de screening van investeringen, ondersteund door een sterkere handhaving op het niveau van de EU en robuustere en duidelijkere omschreven voorwaarden voor markttoegang; dringt er in dit verband op aan dat er aanvullende, krachtige mechanismen voor de screening van directe buitenlandse investeringen worden ingevoerd, waarbij economische veiligheidsindicatoren worden gehanteerd, zoals joint ventures, technologieoverdracht aan Europese entiteiten, afnameovereenkomsten waarbij buitenlandse investeringspartners zich ertoe verbinden een bepaald deel van de productie af te nemen, de tewerkstelling van werknemers in de EU en integratie in EU‑waardeketens;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>65.</NO.P>uit zijn diepe bezorgdheid over het steeds snellere tempo waarin grote Amerikaanse technologiebedrijven hun marktmacht op het gebied van artificiële intelligentie en kwantumtechnologieën consolideren; verzoekt de Commissie te beoordelen of de bestaande EU-mechanismen voldoende zijn toegerust om niet-traditionele transacties, zoals regelingen voor hire-and-license-out (HALO), op te sporen, te beoordelen en, indien nodig, tegen te houden, aangezien deze de economische veiligheid van de EU in strategisch gevoelige sectoren ondermijnen door de meldingsdrempels voor fusies en de toetsing van directe buitenlandse investeringen te omzeilen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>66.</NO.P>wijst op de ervaringen die Japan heeft opgedaan bij het versterken van zijn kader voor economische veiligheid na de verstoring van de voorziening van zeldzame aardmetalen in 2010, waardoor de strategische risico’s van buitensporige afhankelijkheid van één enkele leverancier aan het licht kwamen; benadrukt als voorbeeld de rol die het ministerie van Economie, Handel en Industrie van het land speelt bij het coördineren van investeringsbeoordelingen, exportcontroles en maatregelen ter versterking van de industriële veerkracht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>67.</NO.P>verzoekt de EU lering te trekken uit de rol van de Commissie voor buitenlandse investeringen in de Verenigde Staten bij het waarborgen van een coherente en gecoördineerde aanpak van de screening van investeringen en de bescherming van kritieke technologieën in verschillende agentschappen en instellingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>68.</NO.P>onderstreept dat investeringen die van invloed zijn op kritieke infrastructuur verhoogde waakzaamheid vereisen, aangezien veranderingen in eigendom, bestuur of operationele controle rechtstreeks van invloed kunnen zijn op de veiligheid en de continuïteit van de voorziening, met inbegrip van met name grote knooppunten voor vervoer en logistiek, die van cruciaal belang zijn voor de externe handel en militaire mobiliteit, alsook infrastructuur voor de opwekking, transmissie, distributie en opslag van energie; is ernstig bezorgd over de toenemende afhankelijkheid van leveranciers met een hoog risico in de kritieke infrastructuur van de EU; stelt vast dat de EU haar afhankelijkheid van fossiele brandstoffen heeft herhaald bij haar invoer van schone technologieën uit risicovolle derde landen, met name op het gebied van windenergie, zonne-energie en batterijen, en merkt op dat deze technologieën vaak zijn uitgerust met mogelijkheden voor monitoring en updates op afstand, wat aanzienlijk grotere risico’s met zich meebrengt op het gebied van gegevensdiefstal, systeemstoringen of inmenging op afstand in energienetwerken, vervoerssystemen en andere kritieke infrastructuur; is van mening dat dergelijke structurele afhankelijkheden de EU blootstellen aan kwetsbaarheden op het gebied van economische dwang en veiligheid in een tijd van toegenomen geopolitieke concurrentie, en dringt er bij de EU op aan meer autonoom te worden in deze sectoren; verwelkomt de herziening van de cyberbeveiligingsverordening<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2019/881 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 inzake Enisa (het Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging), en inzake de certificering van de cyberbeveiliging van informatie- en communicatietechnologie en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 526/2013 (de cyberbeveiligingsverordening) (PB L 151 van 7.6.2019, blz. 15, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2019/881/oj).</FIELD></FOOTNOTE> als mogelijkheid om ervoor te zorgen dat het alle exploitanten van kritieke infrastructuur wordt verboden gebruik te maken van systemen met capaciteiten voor monitoring op afstand die zijn vervaardigd door of met technologie die in licentie is gegeven door leveranciers met een hoog risico;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>69.</NO.P>acht het van essentieel belang dat de Commissie een grotere rol speelt bij het waarborgen van de economische veiligheid van de EU, in overeenstemming met de exclusieve bevoegdheid van de Unie op het gebied van de gemeenschappelijke handelspolitiek uit hoofde van artikel 207 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie; wijst in dit verband op de verordening buitenlandse subsidies<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2022/2560 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende buitenlandse subsidies die de interne markt verstoren (PB L 330 van 23.12.2022, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2022/2560/oj).</FIELD></FOOTNOTE> als krachtig en doeltreffend instrument op EU-niveau om de interne markt te beschermen tegen verstoringen, en onderstreept de aanzienlijke afschrikkende werking ervan; acht het van cruciaal belang dat de Commissie de eindverantwoordelijkheid draagt voor het toestaan of blokkeren van buitenlandse directe investeringen in de EU wanneer deze economische veiligheidsrisico’s met zich meebrengen; waarschuwt dat het overlaten van dergelijke beslissingen aan de lidstaten het risico met zich meebrengt van een neerwaartse spiraal, waarbij concurrentie om inkomende investeringen ertoe leidt dat individuele lidstaten transacties goedkeuren die schadelijk zijn voor de collectieve belangen van de EU; verzoekt de Commissie ten volle en op vastberaden wijze gebruik te maken van haar bevoegdheden uit hoofde van de verordening buitenlandse subsidies, onder meer door middel van ambtshalve onderzoeken, om opkomende ontwijkingspraktijken aan te pakken, zoals bedrijfsverplaatsing, waarbij exporteurs productiefaciliteiten in derde landen of binnen de EU verwerven of vestigen om een nieuwe oorsprong voor goederen te verkrijgen, waardoor bestaande antidumping- of antisubsidierechten van de EU worden omzeild, of om een monopoliepositie op de markt van de EU te verwerven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>70.</NO.P>benadrukt dat er ook risico’s voor de economische veiligheid ontstaan wanneer uitgaande investeringen, strategische partnerschappen of bedrijfsherstructureringen de overdracht, ontwikkeling of opschaling van gevoelige technologieën, productiecapaciteit of technische knowhow buiten de EU mogelijk maken, onder meer door middel van greenfieldinvesteringen, joint ventures, licentieregelingen, productie op contractbasis of de verplaatsing van belangrijke onderzoeks-, ontwikkelings- en productieactiviteiten; benadrukt dat dergelijke overdrachten de industriële basis of het technologisch leiderschap van de EU op lange termijn kunnen verzwakken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>71.</NO.P>neemt kennis van de aanbevelingen van de Commissie inzake uitgaande investeringen en benadrukt dat er op het niveau van de EU een gemeenschappelijke visie moet worden ontwikkeld ten aanzien van de potentiële risico’s die voortvloeien uit investeringen, partnerschappen of bedrijfsherstructureringen; onderstreept het belang van een gerichte, risicogebaseerde en evenredige benadrukt het belang van een gerichte, op risico’s en feiten gebaseerde en evenredige aanpak, die beperkt blijft tot duidelijk vastgestelde en goed omschreven risico’s, om onbedoelde neveneffecten op legitieme economische activiteiten te voorkomen en ervoor te zorgen dat het concurrentievermogen, het innovatievermogen en de legitieme mondiale economische betrokkenheid van de EU niet worden ondermijnd; verzoekt de Commissie een kader voor de screening van uitgaande investeringen voor te stellen om het risico van het weglekken van kritieke technologie zo snel mogelijk aan te pakken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>72.</NO.P>benadrukt dat de EU, om haar economische veiligheid te waarborgen, haar doeltreffende controle, besluitvormingscapaciteit, operationele autonomie of strategische onmisbaarheid ten aanzien van kritieke technologieën moet behouden, waaronder met name geavanceerde halfgeleiders en micro-elektronica, cloud- en data-infrastructuur, AI en high-performance computing, kwantumtechnologieën, geavanceerde robotica, ruimte- en satellietsystemen, cyberbeveiligings- en versleutelingstechnologieën en belangrijke energiegerelateerde technologieën, omdat dit essentiële pijlers zijn voor de technologische en economische soevereiniteit van Europa; verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat investeringsgerelateerde risico’s op deze gebieden doelgericht en vertrouwelijk worden beoordeeld en aangepakt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>73.</NO.P>benadrukt dat de EU ten volle moet deelnemen aan nieuwe coördinatiekaders voor halfgeleiders; onderstreept dat de EU momenteel ondervertegenwoordigd is in dergelijke regelingen, ondanks de strategische rol van sommige EU-bedrijven in de mondiale toeleveringsketens voor halfgeleiders;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>74.</NO.P>benadrukt dat intellectueel eigendom en industriële knowhow in strategisch gevoelige sectoren cruciale strategische troeven vormen, waarvan de beheersing en de locatie van essentieel belang zijn voor de economische veiligheid van de EU; benadrukt dat overheidssteun, aanbestedingsbeslissingen en vergunningen voor buitenlandse investeringen moeten voorzien in waarborgen die ervoor zorgen dat cruciale intellectuele eigendom die binnen de EU wordt gecreëerd of ontwikkeld, daadwerkelijk in de EU blijft en niet naar buiten wordt overgedragen op een manier die het technologisch leiderschap en de industriële capaciteit van de EU ondermijnt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>75.</NO.P>benadrukt dat economische veiligheidsrisico’s zich ook kunnen voordoen nadat een investering heeft plaatsgevonden en onderstreept de noodzaak van doeltreffende monitoring en risicobeoordeling van ontwikkelingen na de investering, met inbegrip van governance, strategische besluitvorming en mogelijke overdracht van kritieke technologieën of knowhow, teneinde ervoor te zorgen dat de doelstellingen van het kader van de EU voor de screening van investeringen volledig worden verwezenlijkt;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">	Economische veiligheid in alle beleidssectoren</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>76.</NO.P>is van mening dat zeeroutes, havens en logistieke diensten kritieke activa op het gebied van economische veiligheid zijn, en benadrukt dat het waarborgen van de vrijheid van scheepvaart een belangrijke diplomatieke en militaire doelstelling van de EU moet zijn; dringt aan op versterking van de noodplanning en de gecoördineerde paraatheidsmechanismen op EU-niveau voor het aanpakken van langdurige verstoringen die grote maritieme controleposten treffen, zoals de Straat van Hormuz;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>77.</NO.P>pleit voor een EU-mechanisme voor de weerbaarheid van het goederenvervoer door de lucht voor essentiële goederen (bijvoorbeeld medische benodigdheden en kritieke componenten), met inbegrip van een snelle inzet van capaciteit en vereenvoudigde vergunningsprocedures tijdens perioden van crisis;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>78.</NO.P>pleit voor een strategische aanpak van corridors voor goederenvervoer per spoor, waarbij prioriteit wordt gegeven aan de versterking en integratie van het interne goederenvervoersnetwerk van de EU om bestaande inefficiënties en knelpunten aan te pakken, en tegelijkertijd gediversifieerde en veerkrachtige verbindingen met derde landen worden ondersteund, onder meer langs de routes tussen Europa en Azië; benadrukt dat er een risicobeoordeling moet komen van de infrastructuur van de corridor, de exploitanten en de digitale systemen die het goederenvervoer per spoor ondersteunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>79.</NO.P>merkt op dat premies voor maritieme verzekeringen en risicoclassificaties in tijden van crisis feitelijk handelsbelemmeringen kunnen worden; dringt aan op samenwerking op EU-niveau met verzekeraars, partijen die zich bezighouden met classificatie en scheepvaartmaatschappijen, teneinde de continuïteit van zendingen van kritiek belang te waarborgen en manipulatie door middel van dwang te voorkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>80.</NO.P>dringt aan op een intensiever gebruik van scheeps- en containergegevens om dwang, omzeiling en illegale omleiding op te sporen, onder meer in de vorm van een versterkt EU-vermogen voor het in kaart brengen van afwijkende routepatronen en overslagcentra die worden gebruikt voor het ontwijken van sancties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>81.</NO.P>verwelkomt de invoering van een op crisismodus gerichte douane en “fast lane”-grensovergang op EU-niveau voor kritieke inputs en essentiële goederen, als onderdeel van de herziening van het EU-douanewetboek, die tijdens grote verstoringen moet worden geactiveerd, met geharmoniseerde criteria om versnippering tussen de lidstaten te voorkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>82.</NO.P>dringt aan op een grotere veerkracht van de EU tegen grootschalige verstoringen van het wereldwijde satellietnavigatiesysteem (GNSS), zoals storingen en spoofing die de luchtvaart treffen, door de inzet van back-upnavigatieprotocollen en veilige alternatieven voor positiebepaling, evenals robuuste detectie- en afschermingssystemen, waaronder, in voorkomende gevallen, AI-ondersteunde mogelijkheden voor kritieke operaties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>83.</NO.P>waarschuwt dat het herhaaldelijk ongeoorloofd in het luchtruim binnendringen van drones boven grote Europese luchthavens ernstige kwetsbaarheden in het Europese luchtruim aan het licht hebben gebracht en hebben geleid tot een aanzienlijke verstoring van het luchtverkeer en vrachtroutes; benadrukt dat de bescherming van kritieke infrastructuur, waaronder luchtvaarthubs, als prioriteit op het gebied van economische veiligheid moet worden aangemerkt, waarvoor gecoördineerde maatregelen op EU‑niveau nodig zijn om operationele verstoringen van kritieke vervoersinfrastructuur te voorkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>84.</NO.P>benadrukt dat infrastructuur voor kritieke energie, zoals terminals voor vloeibaar aardgas (lng), interconnectoren, opslagfaciliteiten of elektriciteitsnetwerken, moet worden aangemerkt als activa voor economische veiligheid, met verscherpt toezicht op eigendom, zeggenschap en belangrijke dienstverleners, zoals voorzien in de verordening screening BDI;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>85.</NO.P>pleit voor een gericht EU-plan om risicovolle afhankelijkheden in de splijtstofcyclus te verminderen, met inbegrip van gecoördineerde protocollen voor diversificatie en overheidsopdrachten in noodsituaties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>86.</NO.P>merkt op dat de recente grootschalige black-out in de EU kwetsbaarheden aan het licht heeft gebracht in zowel de netstabiliteit als de digitale controlesystemen die de kritieke energie-infrastructuur ondersteunen, en onmiddellijk economische cascade-effecten heeft teweeggebracht, met het risico op een grotere afhankelijkheid van derde landen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>87.</NO.P>onderstreept dat de capaciteit van de datacentra van de EU nog steeds ontoereikend is om te voldoen aan de snelgroeiende vraag naar high-performance en geavanceerde computing, waarbij Europa slechts ongeveer 15 % van de wereldwijde capaciteit van datacentra op hyperschaal voor zijn rekening neemt, terwijl de Europese vraag jaarlijks met dubbele cijfers toeneemt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>88.</NO.P>benadrukt het belang van een grondiger onderzoek naar eigendomsverhoudingen, exploitatie- en onderhoudscontracten met betrekking tot onderzeese kabels, aanlandingsstations en belangrijke internetknooppunten, die strategische activa vormen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>89.</NO.P>pleit voor gerichte bescherming tegen vijandige overnames van strategische digitale start-ups, onder meer door middel van de screening van minderheidsbelangen, converteerbare instrumenten en overeenkomsten inzake de overdracht van intellectuele eigendom, waarbij tegelijkertijd wordt gezorgd voor adequate kanalen op hoog niveau voor EU-investeringen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>90.</NO.P>stelt met bezorgdheid vast dat volgens het tweede verslag over de vorderingen van de lidstaten bij de uitvoering van de EU-toolbox inzake 5G-cyberbeveiliging 14 lidstaten nog geen beperkingen ten aanzien van leveranciers met een hoog risico hebben ingevoerd, wat hun beveiliging bijzonder kwetsbaar maakt; is ingenomen met de risicogebaseerde aanpak en de strengere handhaving zoals beschreven in het voorstel voor een herziening van de cyberbeveiligingsverordening voor gevallen met een hoog risico;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>91.</NO.P>benadrukt dat de versterking van de economische veiligheid van de EU vereist dat bedrijven in de EU die zich bezighouden met geavanceerde technologieën worden beschermd tegen dwang en dat zij worden ondersteund door ervoor wordt te zorgen dat zij in een gelijk speelveld kunnen opereren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>92.</NO.P>benadrukt dat het digitale regelgevingskader van de EU een fundamentele pijler van haar soevereiniteit is; benadrukt dat de handhaving van dit kader gevrijwaard moet blijven van druk van buitenaf of dreigingen van vergeldingsmaatregelen als gevolg van handelsgeschillen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>93.</NO.P>verwelkomt de komende voorstellen voor een kwantumverordening van de EU, een verordening cloud- en AI-ontwikkeling en een herziening van de chipsverordening; benadrukt dat het voor een optimaal effect van deze maatregelen nodig is om een sterke handels- en investeringscomponent te hebben, met onder meer maatregelen om opschaling en marktintroductie te ondersteunen en de toegang tot wereldwijde waardeketens te vergemakkelijken, evenals partnerschappen met gelijkgestemde landen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>94.</NO.P>onderkent dat tekorten aan kritieke geneesmiddelen een kwetsbaarheid voor economische veiligheid vormen; pleit voor gerichte handels- en aanbestedingsinstrumenten om de continuïteit van de levering van essentiële geneesmiddelen, hun werkzame stoffen en belangrijke grondstoffen tijdens noodsituaties te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>95.</NO.P>dringt aan op prioritaire maatregelen om de afhankelijkheden op het gebied van werkzame farmaceutische stoffen, startmaterialen en belangrijke precursoren te verminderen, met name wanneer de productie geconcentreerd is en exportbeperkingen waarschijnlijk zijn, onder meer door middel van gediversifieerde toeleveringsketens;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>96.</NO.P>dringt erop aan om in de EU de afhankelijkheid van één leverancier bij de productie van medische hulpmiddelen, in-vitrodiagnostica en de belangrijkste onderdelen daarvan in kaart te brengen en te verminderen, en benadrukt dat er behoefte is aan een gerichte diversificatie van de productie en een opschaling van de binnenlandse productie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>97.</NO.P>dringt aan op +de risicogebaseerde bescherming van de infrastructuur voor gezondheidsgegevens en clouddiensten ter ondersteuning van gezondheidszorgstelsels, met inbegrip van continuïteitsvereisten en waarborgen tegen vijandige toegang of verstoring;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>98.</NO.P>benadrukt dat de stroom nagemaakte medische producten uit derde landen de veiligheid en het vertrouwen van het publiek ondermijnt; dringt aan op nauwere samenwerking bij de handhaving door de douane om de verplichtingen inzake traceerbaarheid van de richtlijn vervalste geneesmiddelen<FOOTNOTE><FIELD> Richtlijn 2011/62/EU van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2011 tot wijziging van Richtlijn 2001/83/EG tot vaststelling van een communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor menselijk gebruik, om te verhinderen dat vervalste geneesmiddelen in de legale distributieketen belanden (PB L 174 van 1.7.2011, blz. 74, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2011/62/oj).</FIELD></FOOTNOTE> aan te scherpen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>99.</NO.P>benadrukt dat het versterken en voltooien van de kapitaalmarktenunie en het mobiliseren van Europees particulier spaargeld voor strategische industrieën de afhankelijkheid van externe financiering kan verminderen en het verlies van controle over kritieke activa en technologieën kan voorkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>100.</NO.P>onderstreept dat systemen voor financieel berichtenverkeer, waaronder SWIFT, kritieke infrastructuur vormen voor de werking van het mondiale financiële stelsel en de buitenlandse handel van de EU; merkt op dat eerdere gevallen van geopolitieke spanningen en sanctieregelingen de effecten van toegang tot dergelijke systemen hebben aangetoond; benadrukt dat het belangrijk is de veerkracht, autonomie en rechtszekerheid van de financiële infrastructuur van de EU te waarborgen, onder meer door middel van waarborgen tegen ongepaste externe inmenging of verstoringen die de continuïteit van de economische activiteit kunnen aantasten;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">	Multilaterale contacten en partnerschappen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>101.</NO.P>bevestigt dat de EU zich inzet voor een op regels gebaseerd multilateraal handelsstelsel, waarbij de WTO het best ontwikkelde kader vormt om de mondiale economische onderlinge afhankelijkheid te beheersen en economische veiligheidsrisico’s op een voorspelbare en niet-discriminerende manier aan te pakken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>102.</NO.P>betreurt echter dat de WTO in haar huidige vorm er niet in slaagt de asymmetrieën tussen haar leden op het gebied van openheid van de markt en inzet voor eerlijke concurrentie aan te pakken, en dat het systeem voor geschillenbeslechting van deze organisatie niet goed functioneert; benadrukt dat een zinvolle hervorming van de WTO, met inbegrip van het herstel van een volledig functionerend systeem voor geschillenbeslechting, van essentieel belang is om systeemrisico’s aan te pakken, oneerlijke praktijken tegen te gaan en de escalatie van handelsgeschillen te voorkomen; is van mening dat de EU, in afwachting van een dergelijke hervorming, haar eigen capaciteit moet versterken om autonoom op te treden en doeltreffend te reageren op economische veiligheidsrisico’s, stijgende tarieven en een gebrek aan wederkerigheid bij de openheid van de markt; is van mening dat de EU het voortouw moet nemen bij de oprichting van een coalitie van gelijkgestemde middelgrote mogendheden, met een duidelijk kader voor collectieve respons en wederzijdse bijstand in gevallen van economische dwang;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>103.</NO.P>neemt met belangstelling kennis van het standpunt van de commissaris voor Handel en Economische Veiligheid, Maroš Šefčovič, over de noodzaak om het beginsel van de meest begunstigde natie opnieuw te beoordelen in het licht van het feit dat bepaalde WTO-leden hun aandeel in de wereldhandel drastisch hebben uitgebreid en tegelijkertijd hun eigen markten relatief gesloten hebben gehouden; dringt aan op een beoordeling van de wijze waarop het beginsel van de meest begunstigde natie de realiteit van het huidige handelsklimaat beter zou kunnen weerspiegelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>104.</NO.P>moedigt nauwere en meer gestructureerde samenwerking met betrouwbare partners en gelijkgestemde economieën aan om netwerkweerbaarheid op te bouwen tegen verstoringen van de handel en de voorziening, onder meer door middel van netwerken van betrouwbare leveranciers voor kritieke technologieën en infrastructuur die verder moeten gaan dan technische naleving, door niet-technische, op governance gebaseerde criteria op te nemen voor het aanpakken van systeemrisico’s die uitgaan van leveranciers die onder invloed van een buitenlandse mogendheid staan, en door middel van gecoördineerde paraatheid, regelingen voor wederzijdse ondersteuning en complementaire benaderingen van het aanleggen van voorraden, het reageren op crises en het beschermen van kritieke toeleveringsketens; verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat de ervaringen van partners die aan economische veiligheidsrisico’s zijn blootgesteld, systematisch worden meegenomen in de beoordelingen van de economische veiligheid, de paraatheidsplanning en de externe coördinatie van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>105.</NO.P>is ingenomen met de initiatieven op het gebied van economische veiligheid die binnen de G7 zijn ontwikkeld; verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat de EU een proactieve en zichtbare rol speelt bij de uitvoering en follow-up van deze initiatieven en tegelijkertijd te zorgen voor samenhang tussen de toezeggingen in het kader van de G7 en het eigen instrumentarium van de EU betreffende economische veiligheid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>106.</NO.P>benadrukt de cruciale rol van het Parlement, en met name de Commissie internationale handel, bij het democratisch toezicht op maatregelen in verband met economische veiligheid die gevolgen hebben voor handel en investeringen, ook in alle stadia van het ontwerp, de uitvoering en de herziening ervan, teneinde transparantie, verantwoordingsplicht en weloverwogen parlementair toezicht te waarborgen; verzoekt de Commissie om de Commissie internationale handel toegang te verlenen tot alle relevante documenten met betrekking tot de uitvoering van de strategie voor economische veiligheid, in overeenstemming met de beste interinstitutionele praktijken inzake toegang tot documenten; dringt erop aan dat de Commissie internationale handel wordt opgenomen in het netwerk voor economische veiligheid dat in de gezamenlijke mededeling van 3 december 2025 wordt voorgesteld; benadrukt dat er regelmatig gestructureerde dialogen met het Parlement moeten worden gevoerd over prioriteiten, risico’s en mitigatiestrategieën op het gebied van economische veiligheid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>107.</NO.P>verzoekt de Commissie een institutioneel en governancekader voor te stellen dat het mogelijk maakt samen met het Parlement en de Raad en alle andere relevante publieke en private belanghebbenden een alomvattende strategie voor economische veiligheid te ontwikkelen en uit te voeren;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>108.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Commissie en de regeringen en parlementen van de lidstaten.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>