<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0207</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Gemeenschappelijk systeem voor de terugkeer van illegaal in de Unie verblijvende onderdanen van derde landen (terugkeerverordening)</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0048/2026 - Rapporteur: Malik Azmani)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 17 juni 2026 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een gemeenschappelijk systeem voor de terugkeer van illegaal in de Unie verblijvende onderdanen van derde landen en tot intrekking van Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijn 2001/40/EG van de Raad en Beschikking 2004/191/EG van de Raad (COM(2025)0101 – C10-0047/2025 – 2025/0059(COD))</STRING></TI><NOTE>(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)</NOTE><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2025)0101),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 294, lid 2, en artikel 79, lid 2, punt c), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C10‑0047/2025),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het gemotiveerde advies dat in het kader van Protocol nr. 2 betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid is uitgebracht door de Franse Senaat, en waarin wordt gesteld dat het ontwerp van wetgevingshandeling niet strookt met het subsidiariteitsbeginsel,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 18 september 2025<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2026/33, 16.1.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/33/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>na raadpleging van het Comité van de Regio’s,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het overeenkomstig artikel 75, lid 4, van zijn Reglement door de bevoegde commissie goedgekeurde voorlopig akkoord en de door de vertegenwoordiger van de Raad bij brief van 10 juni 2026 gedane toezegging om het standpunt van het Europees Parlement overeenkomstig artikel 294, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie goed te keuren,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 60 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A10‑0048/2026),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsook aan de nationale parlementen.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST><TXTLST><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TC1-COD(2025)0059</STRING></IDENT><TCONSOLID><TI><STRING BOLD="on">Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 17 juni 2026 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) 2026/... van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een gemeenschappelijk systeem voor de terugkeer van illegaal in de Unie verblijvende onderdanen van derde landen en tot intrekking van Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijn 2001/40/EG van de Raad en Beschikking 2004/191/EG van de Raad</STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">*</STRING> AAN DEZE TEKST IS IN JURIDISCH-TAALKUNDIG OPZICHT NOG NIET DE LAATSTE HAND GELEGD.</FIELD></FOOTNOTE><BRK/></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT>HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,</PRINIT><GRVISA><VISA><P>Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 79, lid 2, punt c),</P></VISA><VISA><P>Gezien het voorstel van de Europese Commissie,</P></VISA><VISA><P>Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,</P></VISA><VISA><P>Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité<FOOTNOTE><FIELD>PB C, [ ...], blz. [ ...].</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P>gezien het advies van het Comité van de Regio’s<FOOTNOTE><FIELD>PB C, [ ...], blz. [ ...].</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P>Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure<FOOTNOTE><FIELD> Standpunt van het Europees Parlement van 17 juni 2026.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA></GRVISA><GRCONS><GRCINIT>Overwegende hetgeen volgt:</GRCINIT><CONS><P><NO.P>(1)</NO.P>Bij de totstandbrenging van een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht moet de Unie beschikken over een gemeenschappelijk beleid inzake de terugkeer van onderdanen van derde landen die geen recht op verblijf in de Unie hebben. Een doeltreffend terugkeerbeleid is een essentieel onderdeel van een geloofwaardig systeem voor migratiebeheer.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(2)</NO.P>Bij deze verordening wordt een gemeenschappelijk systeem ingesteld voor de terugkeer van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">illegaal</STRING></STRING> in de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">lidstaten verblijvende</STRING></STRING> onderdanen van derde landen, op basis van een gemeenschappelijke procedure voor terugkeer, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">doeltreffende samenwerking met derde landen, verplichtingen voor illegaal verblijvende onderdanen van derde landen, een reeks instrumenten voor</STRING></STRING> het beheren van<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> doeltreffende terugkeer, met inbegrip van maatregelen om terugkeer te stimuleren</STRING></STRING>, en samenwerking ▌ tussen de lidstaten.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(2 bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Overeenkomstig artikel 72 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie laat deze verordening de uitoefening van de verantwoordelijkheid van de lidstaten voor de handhaving van de openbare orde en de bescherming van de binnenlandse veiligheid onverlet.</STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(3)</NO.P>Ten behoeve van de uitvoering van de alomvattende aanpak die is vastgelegd in Verordening (EU) 2024/1351 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2024/1351 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 betreffende asiel- en migratiebeheer, tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2021/1147 en (EU) 2021/1060 en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 604/2013 (PB L, 2024/1351, 22.5.2024, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1351/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, moet een gemeenschappelijk systeem worden ingevoerd voor een doeltreffend beheer van de terugkeer van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen. Om te zorgen voor de samenhang en doeltreffendheid van de acties en maatregelen van de Unie en haar lidstaten, handelend binnen hun respectieve bevoegdheden, moet dat <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gemeenschappelijke</STRING></STRING> systeem gebaseerd zijn op geïntegreerde beleidsvorming.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(4)</NO.P>De Europese Raad heeft consequent onderstreept hoe belangrijk het is om op alle niveaus vastberaden in te zetten op het faciliteren, verhogen en versnellen van terugkeer uit de Europese Unie. In oktober 2024 heeft de Europese Raad de Commissie verzocht met spoed een nieuw wetgevingsvoorstel in te dienen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(5)</NO.P>Op 12 december 2024 heeft de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken strategische richtsnoeren voor de wetgevende en operationele programmering in de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht aangenomen, waarin er nogmaals op wordt gewezen dat een succesvol terugkeerbeleid een fundamentele pijler is van een alomvattend en geloofwaardig asiel- en migratiestelsel van de Unie. In de strategische richtsnoeren wordt een oproep gedaan om daartoe een kordatere en bredere aanpak van terugkeer te ontwikkelen en uit te voeren, door middel van de spoedige verbetering van het rechtskader.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(6)</NO.P>Een doeltreffend terugkeerbeleid moet zorgen voor samenhang met het migratie- en asielpact, moet bijdragen tot de integriteit van dat pact en moet illegale immigratie naar de Unie helpen beheren en niet-toegestane verplaatsingen van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen tussen lidstaten helpen voorkomen, ▌met inachtneming van de grondrechten.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(7)</NO.P>De Unie en haar lidstaten hebben hun inspanningen om het terugkeerbeleid doeltreffender te maken opgevoerd. Ondanks deze inspanningen sluit het bestaande rechtskader, dat bestaat uit Richtlijn 2001/40/EG<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2001/40/EG van de Raad van 28 mei 2001 betreffende de onderlinge erkenning van besluiten inzake de verwijdering van onderdanen van derde landen (PB L 149 van 2.6.2001, blz. 34,ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2001/40/oj).</FIELD></FOOTNOTE> van de Raad en Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven (PB L 348 van 24.12.2008, blz. 98, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2008/115/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, niet langer aan bij de behoeften van het migratiebeleid van de Unie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en de wetgevings- en operationele behoeften om daadwerkelijke terugkeer te waarborgen</STRING></STRING>. Sinds de vaststelling van Richtlijn 2008/115/EG in 2008 is zowel de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht als het migratiebeleid van de Unie aanzienlijk geëvolueerd. In het EU-recht op het gebied van migratie heeft zich een verschuiving voorgedaan van het vaststellen van wetgeving met minimumnormen naar het dichter bij elkaar brengen van de praktijken van de lidstaten. In 2018 heeft de Commissie met het voorstel tot herschikking van de terugkeerrichtlijn een poging ondernomen om de terugkeerregels te hervormen<FOOTNOTE><FIELD>Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven (herschikking). Brussel, 12.9.2018. COM(2018) 634 final, 2018/0329 (COD).</FIELD></FOOTNOTE>. De Commissie heeft ook geprobeerd om door middel van de Aanbevelingen (EU) 2017/2338<FOOTNOTE><FIELD>Aanbeveling (EU) 2017/2338 van de Commissie van 16 november 2017 tot vaststelling van een gemeenschappelijk “terugkeerhandboek” voor gebruik door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten bij de uitvoering van terugkeergerelateerde taken (PB L 339 van 19.12.2017, blz. 83, ELI: http://data.europa.eu/eli/reco/2017/2338/oj).</FIELD></FOOTNOTE> en (EU) 2023/682<FOOTNOTE><FIELD>Aanbeveling (EU) 2023/682 van de Commissie van 16 maart 2023 betreffende de wederzijdse erkenning van terugkeerbesluiten en het versnellen van terugkeer bij de uitvoering van Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad. C/2023/1763. PB L 86 van 24.3.2023, blz. 58, ELI: http://data.europa.eu/eli/reco/2023/682/oj.</FIELD></FOOTNOTE> de lidstaten te ondersteunen bij het gebruik van de flexibiliteit die Richtlijn 2008/115/EG biedt. Desondanks zijn de grenzen van het huidige rechtskader intussen bereikt.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(8)</NO.P>Om te waarborgen dat onderdanen van derde landen die niet of niet langer voldoen aan de voorwaarden voor binnenkomst, verblijf of vestiging op het grondgebied van de lidstaten, op humane <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en duurzame</STRING></STRING> wijze en met volledige eerbiediging van de grondrechten en het internationale recht <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zonder onnodige vertraging</STRING></STRING> worden gerepatrieerd, moet een gemeenschappelijke procedure voor <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">doeltreffende</STRING></STRING> terugkeer worden opgezet die blijkt geeft van ▌daadkracht. Duidelijke en transparante regels die in alle lidstaten van toepassing zijn, moeten zowel de betrokken onderdanen van derde landen als de bevoegde autoriteiten zekerheid bieden. Het is zaak de terugkeerprocedures te vereenvoudigen, te faciliteren en te versnellen, en ervoor te zorgen dat terugkeer niet wordt belemmerd, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bijvoorbeeld</STRING></STRING> door niet-toegestane verplaatsingen naar andere lidstaten.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(9)</NO.P>De toepassing van de regels uit hoofde van deze verordening mag geen afbreuk doen aan de regels inzake toegang tot internationale bescherming overeenkomstig Verordening (EU) 2024/1348 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2024/1348 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 tot vaststelling van een gemeenschappelijke procedure voor internationale bescherming in de Unie en tot intrekking van Richtlijn 2013/32/EU (PB L, 2024/1348, 22.5.2024, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1348/oj).</FIELD></FOOTNOTE>. In voorkomend geval worden de regels van deze verordening aangevuld met de in Verordening (EU) 2024/1348 opgenomen specifieke regels voor het koppelen van negatieve asielbesluiten en terugkeerbesluiten met betrekking tot uitvaardiging en rechtsmiddelen, en de terugkeergrensprocedure die is vastgesteld bij Verordening (EU) 2024/1349 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2024/1349 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 tot vaststelling van een terugkeergrensprocedure en tot wijziging van Verordening (EU) 2021/1148 (PB L, 2024/1349, 22.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1349/oj).</FIELD></FOOTNOTE>.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(10)</NO.P>Deze verordening eerbiedigt de grondrechten van onderdanen van derde landen, alsook de beginselen die met name zijn erkend in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (“het Handvest”) en in het Verdrag van Genève betreffende de status van vluchtelingen van 28 juli 1951, zoals aangevuld bij het Protocol van New York van 31 januari 1967 (“het Verdrag van Genève”). De richtlijn moet worden toegepast in overeenstemming met het Handvest, de algemene beginselen van het recht van de Unie en het toepasselijke internationale recht.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(11)</NO.P>Het beginsel van non-refoulement en het verbod op collectieve uitzetting als vastgesteld in artikel 19 van het Handvest moeten in acht worden genomen ▌. Niemand mag worden verwijderd of uitgezet naar, dan wel worden uitgeleverd aan een derde land waar een ernstig risico bestaat dat hij aan de doodstraf, aan folteringen of aan andere onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen wordt onderworpen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(12)</NO.P>De lidstaat op het grondgebied waarvan de illegaal verblijvende onderdaan van een derde land wordt gedetecteerd, is verantwoordelijk voor zijn terugkeer. ▌</P></CONS><CONS><P><NO.P>(12 bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De door de lidstaat krachtens het nationale recht aangewezen bevoegde rechterlijke instantie moet zich buigen over de voorziening in rechte tegen het terugkeerbesluit, het inreisverbod en het verwijderingsbesluit. De naleving van de vereisten die voortvloeien uit het beginsel van non-refoulement moet worden geverifieerd indien gegevens in het dossier die onder de aandacht zijn gebracht van de krachtens het nationale recht aangewezen bevoegde rechterlijke instantie voor de voorziening in rechte tegen het terugkeerbesluit of het verwijderingsbesluit, zoals aangevuld of toegelicht na een procedure op tegenspraak, erop wijzen dat het beginsel van non-refoulement mogelijk wordt ondermijnd.</STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(12 ter)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Onverminderd het in artikel 47 van het Handvest neergelegde recht op een doeltreffende voorziening in rechte, op basis waarvan de onderdaan van een derde land de termijn voor vrijwillig vertrek, of het ontbreken daarvan, in het terugkeerbesluit kan aanvechten, mag de nietigverklaring of intrekking van de termijn voor vrijwillig vertrek geen afbreuk doen aan het deel van het terugkeerbesluit waarbij de verplichting om het grondgebied van de lidstaten te verlaten wordt opgelegd of vastgesteld. </STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(13)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In geval van verwijdering</STRING></STRING> moeten de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">krachtens het nationale recht aangewezen</STRING></STRING> bevoegde autoriteiten de naleving van het beginsel van non-refoulement verifiëren op basis van een individuele beoordeling waarbij alle relevante omstandigheden in aanmerking worden genomen. De betrokken onderdanen van derde landen moeten zo snel mogelijk, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en vóór hun verwijdering</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gestaafd</STRING></STRING> bewijsmateriaal over hun persoonlijke omstandigheden overleggen. Het moet mogelijk zijn om daarvoor gebruik te maken van een in eerdere fasen van de procedure<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> of in andere eerdere procedures</STRING></STRING> uitgevoerde ▌beoordeling van alle relevante omstandigheden. Elke <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">relevante</STRING></STRING> verandering in de omstandigheden en elk nieuw element dat op een risico wijst, moet worden onderzocht, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">onder meer om vast te stellen of deze zijn gestaafd en niet worden geacht door de onderdaan van een derde land te zijn aangevoerd louter om de verwijdering uit te stellen of te verijdelen</STRING></STRING>.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(13 bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten kunnen de onderdaan van een derde land die aangeeft dat de verwijdering in strijd zou zijn met het beginsel van non-refoulement, doorverwijzen naar de passende procedure, met inbegrip van de asielprocedure onder verwijzing naar Verordening (EU) 2024/1348. De lidstaat kan de onderdaan van een derde land ook doorverwijzen naar de passende procedure wanneer de krachtens het nationale recht aangewezen bevoegde autoriteiten zich bewust worden van relevante aanwijzingen dat de verwijdering in strijd zou zijn met het beginsel van non-refoulement.</STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(14)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Om daadwerkelijke terugkeer naar derde landen te bevorderen</STRING></STRING>, moeten de lidstaten, onder meer aan de hand van nieuwe bilaterale overeenkomsten of regelingen, flexibeler alsook gerichter kunnen samenwerken.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(15)</NO.P>Zodra is vastgesteld dat de onderdaan van een derde land niet of niet langer voldoet aan de voorwaarden voor binnenkomst, verblijf of vestiging op het grondgebied van de lidstaten, moet snel een terugkeerbesluit worden uitgevaardigd op basis van een individuele beoordeling waarbij alle <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">relevante </STRING></STRING>feiten en omstandigheden in aanmerking worden genomen.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> In het terugkeerbesluit moet worden vermeld dat de onderdaan van een derde land verplicht is het grondgebied van de lidstaten te verlaten. Het mag niet verplicht zijn in het terugkeerbesluit een land van terugkeer te bepalen. Het land van terugkeer moet uiterlijk vóór de verwijdering worden bepaald en kan worden bepaald in het terugkeerbesluit of in een ander van het terugkeerbesluit afzonderlijk verwijderingsbesluit. Belemmering van verwijdering moet leiden tot uitstel van verwijdering maar mag geen beletsel vormen voor het uitvaardigen van een terugkeerbesluit. Indien het op het moment van uitvaardiging van het besluit waarin het land van terugkeer wordt bepaald, nog steeds mogelijk is dat de onderdaan van een derde land naar een van meerdere landen van terugkeer wordt verwijderd, onder meer vanwege een dubbele of meervoudige nationaliteit, kunnen al deze landen van terugkeer in dat besluit worden bepaald. Het in artikel 47 van het Handvest neergelegde recht op een doeltreffende voorziening in rechte moet worden gewaarborgd ten aanzien van alle in het besluit bepaalde landen van terugkeer. Indien de bevoegde autoriteit overgaat tot verwijdering, moet de onderdaan van een derde land in ieder geval ruim vóór de verwijdering in kennis gesteld worden van het land van terugkeer waarnaar hij of zij zal worden verwijderd.</STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(15 bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Niets in deze verordening mag de lidstaten beletten om voor specifieke groepen in hun nationale wetgeving te voorzien in andere gronden voor uitstel van verwijdering.</STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(15 ter)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De onderdaan van een derde land die de verplichting heeft het grondgebied van de lidstaten te verlaten, moet de primaire verantwoordelijkheid dragen voor dit vertrek. </STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(16)</NO.P>Er moet voor worden gezorgd dat de essentiële elementen van een door een lidstaat uitgevaardigd terugkeerbesluit in een specifiek formulier, in de vorm van een Europees terugkeerbevel, worden opgenomen en beschikbaar worden gesteld hetzij in het Schengeninformatiesysteem, samen met de signalering inzake terugkeer, hetzij via bilaterale informatie-uitwisseling met een andere lidstaat. Het Europees terugkeerbevel moet op zijn beurt de erkenning en de uitvoering van door andere lidstaten uitgevaardigde <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">uitvoerbare</STRING></STRING> terugkeerbesluiten of <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">verwijderingsbesluiten</STRING></STRING> ondersteunen, indien de onderdaan van een derde land zich zonder toestemming naar een andere lidstaat verplaatst.</P></CONS><CONS><P>▌</P></CONS><CONS><P><NO.P>(18)</NO.P>Indien tegen een onderdaan van een derde land die zich op het grondgebied van een lidstaat bevindt, een uitvoerbaar terugkeerbesluit is uitgevaardigd door een andere lidstaat, ▌moeten de erkenning en uitvoering van terugkeerbesluiten de terugkeerprocedure faciliteren en versnellen op basis van nauwere samenwerking en wederzijds vertrouwen tussen de lidstaten.</P></CONS><CONS><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Die</STRING></STRING> erkenning en uitvoering kunnen ook helpen om irreguliere migratie en niet-toegestane secundaire verplaatsingen binnen de Unie te ontmoedigen en vertragingen in de terugkeerprocedure te beperken. Het rechtsmiddel tegen een terugkeerbesluit <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">mag alleen</STRING></STRING> in de uitvaardigende lidstaat worden ingesteld.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(18 bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Erkenning van een terugkeerbesluit of verwijderingsbesluit op basis van de informatie in het in artikel 7, lid 7, bedoelde Europees terugkeerbevel, hoeft niet de vorm van een beslissing of handeling aan te nemen. Niet-erkenning van een terugkeerbesluit of verwijderingsbesluit hoeft niet de vorm van een beslissing of handeling aan te nemen.</STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(18 ter)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien een lidstaat overweegt een uitvoerbaar terugkeerbesluit of een verwijderingsbesluit van de uitvaardigende lidstaat te erkennen en uit te voeren, kunnen de volgende leidende beginselen de lidstaat helpen situaties in kaart te brengen waarin wederzijdse erkenning niet mag worden toegepast, maar een nationaal terugkeerbesluit moet worden uitgevaardigd. Het kan hierbij gaan om situaties waarin uitvoering in strijd zou zijn met het overheidsbeleid van de uitvoerende lidstaat, onder meer met betrekking tot de terugkeer van bepaalde categorieën onderdanen van derde landen, zoals niet-begeleide minderjarigen en slachtoffers van mensenhandel, voor wie het nationale recht in een hoger beschermingsniveau voorziet; het uitvaardigen van een nieuw terugkeerbesluit sneller is; de informatie in het Europees terugkeerbevel onvolledig is; de onderdaan van een derde land een beroep heeft ingesteld tegen het terugkeerbesluit van de uitvaardigende lidstaat; de onderdaan van een derde land moet worden verwijderd naar een ander derde land dan bepaald in het terugkeerbesluit of het verwijderingsbesluit van de uitvaardigende lidstaat, en indien er geen land van terugkeer in het terugkeerbesluit is bepaald.</STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(18 quater)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Ter voorbereiding van de stappen in de richting van verplichte wederzijdse erkenning, moeten de Commissie en de bevoegde EU-agentschappen, zoals eu-LISA, in voorkomend geval, de lidstaten ondersteunen, onder meer door na te gaan welke regelingen en aanpassingen er nodig zijn voor de automatische afhandeling van het Europees terugkeerbevel.</STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(19)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uiterlijk bij de vaststelling van de in artikel 7, lid 8, bedoelde uitvoeringshandeling,</STRING></STRING> moeten de lidstaten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, de Commissie en de bevoegde EU-agentschappen, zoals eu-LISA,</STRING></STRING> wettelijke en technische regelingen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">beginnen te</STRING></STRING> treffen om ervoor te zorgen dat het Europees terugkeerbevel via het Schengeninformatiesysteem beschikbaar kan worden gesteld. ▌</P></CONS><CONS><P><NO.P>(19 bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Twee jaar na de in artikel 52, lid 3, van deze verordening bedoelde de datum van toepassing moet de Commissie de uitvoering van de wederzijdse erkenning beoordelen, met name wat betreft: de vraag of de lidstaten de wettelijke en technische regelingen hebben getroffen om het Europees terugkeerbevel op grond van artikel 7, lid 7, via het Schengeninformatiesysteem beschikbaar te stellen, en of die doeltreffend zijn; de vraag of de lidstaten de in artikel 7, lid 9, bedoelde wettelijke en technische regelingen voor de automatische afhandeling van het Europees terugkeerbevel hebben getroffen; de doeltreffendheid van de erkenning en uitvoering van terugkeerbesluiten en verwijderingsbesluiten; de lasten die daaruit voortvloeien voor de nationale gerechtelijke en administratieve stelsels, en de resultaten van desbetreffende opleidingen en proefprojecten.</STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(19 ter)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Op basis van de in artikel 9, lid 10, bedoelde beoordeling moet de Commissie, in voorkomend geval, wetgevingsvoorstellen indienen, met inbegrip van gerichte wijzigingen met het oog op doeltreffende terugkeer, teneinde verplichte erkenning en uitvoering van door andere lidstaten uitgevaardigde uitvoerbare terugkeerbesluiten en verwijderingsbesluiten in te voeren. Indien de Commissie geen voorstel indient, moet zij de reden daarvoor opgeven.</STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(20)</NO.P>Het effect van nationale terugkeermaatregelen moet, zoals ook tot dusver het geval was, een Uniedimensie krijgen, door middel van een inreisverbod dat de betrokkene de toegang tot en het verblijf op het grondgebied van alle lidstaten ontzegt. De duur van het inreisverbod moet volgens alle relevante omstandigheden van het individuele geval worden bepaald ▌. Wanneer een illegaal verblijvende onderdaan van een derde land bij uitreiscontroles aan de buitengrenzen wordt gedetecteerd, kan het passend zijn een inreisverbod op te leggen om te voorkomen dat de persoon het grondgebied in de toekomst weer binnenkomt, en om zo de risico’s van illegale immigratie te verminderen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, zonder een snel vertrek van de onderdaan van een derde land in de weg te staan</STRING></STRING>.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(21)</NO.P>Onderdanen van derde landen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">die niet hebben voldaan</STRING></STRING> aan de verplichting om te vertrekken <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of aan wie geen termijn voor</STRING></STRING> vrijwillige terugkeer <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">is toegekend</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kunnen op grond van dwangmaatregelen worden verwijderd.</STRING></STRING> Ten aanzien van onderdanen van derde landen die zich niet houden aan de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">termijn waarbinnen zij uiterlijk moeten vertrekken, en om niet-toegestane secundaire verplaatsingen en veiligheidsrisico’s te voorkomen</STRING></STRING>, moeten strengere regels voor verwijdering worden toegepast die directe en onmiddellijke gevolgen hebben.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Indien er geen reden is om aan te nemen dat vrijwillige terugkeer het doel van een terugkeerprocedure zou ondermijnen, kan de terugkeer van meewerkende onderdanen van derde landen voornamelijk via vrijwillige terugkeer blijven verlopen. </STRING></STRING>Dwangmaatregelen moeten, uit het oogpunt van de gebruikte middelen en nagestreefde doelstellingen, in overeenstemming zijn met de beginselen van evenredigheid en doeltreffendheid.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(21 bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Aangezien deze verordening uitsluitend van toepassing is op illegaal in de Unie verblijvende onderdanen van derde landen, heeft zij geen gevolgen voor advisering bij terugkeer en re-integratie en andere programma’s ter ondersteuning van vrijwillige terugkeer en re-integratie van legaal in de Unie verblijvende onderdanen van derde landen.</STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(22)</NO.P>Er zijn gemeenschappelijke regels nodig, zodat dat <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">illegaal verblijvende</STRING></STRING> onderdanen van derde landen die een veiligheidsrisico vormen ▌, efficiënt worden geïdentificeerd en snel worden teruggestuurd. Er moeten relevante controles worden uitgevoerd om onderdanen van derde landen die een veiligheidsrisico vormen, te identificeren en te signaleren, onder meer door gebruik te maken van het screeningproces dat is opgenomen in Verordening (EU) 2024/1356 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2024/1356 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 tot invoering van de screening van onderdanen van derde landen aan de buitengrenzen en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 767/2008, (EU) 2017/2226, (EU) 2018/1240 en (EU) 2019/817 (PB L, 2024/1356, 22.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1356/oj).</FIELD></FOOTNOTE>. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In het algemeen</STRING></STRING> moet verwijdering de regel zijn voor onderdanen van derde landen die een veiligheidsrisico vormen. Het moet mogelijk zijn af te wijken van de algemene regels om te voorzien in inreisverboden van langere duur <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of voor onbepaalde tijd</STRING></STRING> en in langere bewaringstermijnen, alsook af te wijken van het gebruik van speciale inrichtingen voor bewaring, zodat personen die een bedreiging voor de veiligheid van de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">lidstaten</STRING></STRING> vormen, snel worden verwijderd.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(23)</NO.P>Nieuwe regels moeten de lidstaten meer mogelijkheden bieden om voor de terugkeer naar derde landen gebruik te maken van aanvullende instrumenten. Het moet mogelijk zijn specifieke overeenkomsten of regelingen met derde landen te treffen zodat de lidstaten meer mogelijkheden voor terugkeer krijgen, mits het betrokken derde land de internationale mensenrechtennormen en<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, in geval van verwijdering,</STRING></STRING> het beginsel van non-refoulement eerbiedigt. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Tekortkomingen met betrekking tot specifieke delen van het grondgebied van het derde land of tot identificeerbare categorieën personen staan daarbij het sluiten van dergelijke overeenkomsten en regelingen niet in de weg, mits er voldoende garanties zijn dat de rechten van de onderdanen van derde landen op wie die overeenkomsten en regelingen betrekking hebben, volledig worden geëerbiedigd. </STRING></STRING></P></CONS><CONS><P>Dergelijke overeenkomsten en regelingen moeten met name de volgende elementen bevatten: <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de procedures die van toepassing zijn op de terugkeer</STRING></STRING>, de voorzieningen voor het verblijf in het land, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de respectieve verplichtingen en verantwoordelijkheden van de partijen bij de overeenkomst of regeling en</STRING></STRING> de gevolgen in geval van schendingen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van de overeenkomst of regeling. Een overeenkomst of regeling die voorziet in verdere terugkeer vanuit het derde land, moet bovendien de volgende elementen bevatten: de gevolgen indien verdere terugkeer niet mogelijk is, de respectieve verplichtingen en verantwoordelijkheden van de partijen bij de overeenkomst of regeling, de gevolgen</STRING></STRING> in geval van significante veranderingen die de situatie in het derde land nadelig beïnvloeden, en een onafhankelijk toezichthoudend orgaan of mechanisme dat de uitvoering van de overeenkomst of de regeling beoordeelt. Dergelijke overeenkomsten en regelingen geven uitvoering aan het Unierecht voor de toepassing van artikel 51, lid 1, van het Handvest.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(23 bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Om ervoor te zorgen dat de legitieme belangen in verband met het beheer van de buitengrenzen en de interne veiligheid van de betrokken lidstaten voldoende worden beschermd, moeten, wanneer een lidstaat voor de toepassing van deze verordening met een van de aangrenzende derde landen van de Unie over een overeenkomst of regeling onderhandelt, de lidstaten die een gemeenschappelijke grens met dat derde land delen, op een passend tijdstip vóór de sluiting van de overeenkomst of regeling van die onderhandelingen in kennis worden gesteld, met volledige inachtneming van het beginsel van loyale samenwerking dat is neergelegd in artikel 4, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie. Bij het sluiten van overeenkomsten of regelingen met derde landen moeten de lidstaten worden verplicht de Commissie en de andere lidstaten van dergelijke overeenkomsten of regelingen in kennis te stellen voordat deze voorlopig worden toegepast of, indien dat eerder is, in werking treden. Om niet-naleving van het recht van de Unie te voorkomen en de transparantie verder te vergroten, zouden de lidstaten bovendien de Commissie en de andere lidstaten op vrijwillige basis op de hoogte kunnen houden van de voortgang van de onderhandelingen met een derde land over bij deze verordening toegestane overeenkomsten of regelingen, voordat de partijen een definitief akkoord hebben bereikt, onder meer om de Commissie te verzoeken te beoordelen of de beoogde overeenkomst of regeling waarover wordt onderhandeld, verenigbaar is met het Unierecht.</STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(24)</NO.P>Voor de goede werking van een Schengengebied zonder binnengrenzen is het bepalend dat de lidstaten het betrokken acquis doeltreffend en efficiënt toepassen. Bij Verordening (EU) 2022/922 van de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2022/922 van de Raad van 9 juni 2022 betreffende de instelling en de werking van een evaluatie- en toezichtmechanisme voor de controle op de toepassing van het Schengenacquis, en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1053/2013 (PB L 160 van 15.6.2022, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2022/922/oj)</FIELD></FOOTNOTE> is een evaluatie- en toezichtmechanisme ingesteld om de toepassing van het Schengenacquis te controleren ▌, onder meer inzake de doeltreffende terugkeer van onderdanen van derde landen zonder verblijfsrecht en inzake de eerbiediging van de grondrechten. ▌</P></CONS><CONS><P><NO.P>(25)</NO.P>Bij de toepassing van de terugkeerprocedure door de lidstaten moet het belang van het kind vooropstaan, overeenkomstig artikel 24 van het Handvest en het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van het kind van 1989. Bij het beoordelen van het individuele belang van het kind moeten de lidstaten met name terdege rekening houden met het welzijn en de sociale ontwikkeling van de minderjarige op de korte, middellange en lange termijn, overwegingen inzake veiligheid en de opvattingen van de minderjarige, in overeenstemming met zijn leeftijd en mate van volwassenheid, alsook met zijn achtergrond. Niet-begeleide minderjarigen moeten bij elke stap van de terugkeerprocedure worden begeleid door een vertegenwoordiger.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(26)</NO.P>Wanneer er redenen zijn voor twijfels over de minderjarigheid van een onderdaan van een derde land, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kan overeenkomstig het nationaal recht</STRING></STRING> een leeftijdsbeoordeling worden uitgevoerd.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> De lidstaten kunnen zich baseren op leeftijdsbeoordelingen die in het kader van eerdere procedures zijn uitgevoerd. </STRING></STRING>Om de samenhang in het migratiebeheer in de Unie te waarborgen, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kan</STRING></STRING> dezelfde procedure worden gevolgd als die welke is vastgesteld in Verordening (EU) 2024/1348. ▌</P></CONS><CONS><P><NO.P>(27)</NO.P>Om de terugkeerprocedure doeltreffender te maken, moeten duidelijke <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">verplichtingen van</STRING></STRING> onderdanen van derde landen worden vastgesteld. Onderdanen van derde landen moeten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">worden verplicht het grondgebied van de lidstaten te verlaten en gedurende</STRING></STRING> de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gehele</STRING></STRING> terugkeerprocedure hun medewerking verlenen aan de autoriteiten. Onderdanen van derde landen moeten beschikbaar <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en bereikbaar</STRING></STRING> blijven <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voor de bevoegde autoriteiten</STRING></STRING> en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">alle</STRING></STRING> informatie verstrekken <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">die relevant is</STRING></STRING> om hun terugkeer voor te bereiden <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en uit te voeren. Zij mogen de verwijdering ook niet fysiek of mondeling belemmeren. Verbale belemmering moet van een zwaardere aard of karakter zijn dan louter bezwaar maken. Hieruit volgt dat het in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de onderdaan van een derde land moet zijn om zijn identiteit vast te stellen en de</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voor zijn</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">terugkeer</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vereiste reisdocumenten</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">te verkrijgen en te verstrekken</STRING></STRING>. Indien de verplichtingen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">om het grondgebied te verlaten en</STRING></STRING> tot medewerking niet worden nageleefd, moeten daar doeltreffende<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, afschrikkende</STRING></STRING> en evenredige gevolgen aan worden verbonden <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en moeten de bevoegde autoriteiten de nodige stappen ondernemen om terugkeer te waarborgen</STRING></STRING>, zoals<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, indien van toepassing, door middel van onderzoeksmaatregelen</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Onderdanen van derde landen die niet kunnen worden verwijderd, onder meer vanwege het beginsel van non-refoulement of omdat zij geen medewerking verlenen aan de bevoegde autoriteiten, mogen niet worden vrijgesteld van algemene verplichtingen, waaronder de verplichtingen om binnen een bepaald gebied te blijven, een verblijfplaats te hebben en zich te melden. De gevolgen bij de niet-naleving van de verplichting tot medewerking moeten bijvoorbeeld onder meer bestaan uit</STRING></STRING> lagere uitkeringen en toelagen die overeenkomstig het nationale recht worden toegekend <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of de</STRING></STRING> inbeslagneming van reisdocumenten. ▌<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">. </STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(27 bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Niets in deze verordening doet afbreuk aan verplichtingen en maatregelen die geen verband houden met terugkeer of bepalingen over sociale uitkeringen krachtens het nationale recht. </STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(28)</NO.P>Deze verordening mag de lidstaten niet beletten om in voorkomend geval overeenkomstig het nationale strafrecht strafrechtelijke sancties<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met inbegrip van gevangenisstraffen,</STRING></STRING> op te leggen aan onderdanen van derde landen die binnen het toepassingsgebied van de verordening vallen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(29)</NO.P>Er moet een reeks rechtsmiddelen tegen terugkeergerelateerde besluiten worden vastgesteld, teneinde de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">rechten</STRING></STRING> van de betrokken personen doeltreffend te beschermen. In geval van beroep of toetsing voor een rechterlijke instantie, ▌ moet op verzoek de nodige rechtshulp worden verleend, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">onverminderd de mogelijkheid om de toegang tot rechtsbijstand en wettelijke vertegenwoordiging te beperken</STRING></STRING>.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(29 bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Rechtsbijstand en juridische vertegenwoordiging omvat de voorbereiding van het beroep of het verzoek om toetsing, waaronder de opstelling van de krachtens het nationale recht vereiste processtukken en, bij een hoorzitting, de deelname aan die hoorzitting voor een rechterlijke instantie, teneinde het recht op een doeltreffende voorziening in rechte en op een onpartijdig gerecht te waarborgen.</STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(29 ter)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het begrip “rechterlijke instantie” is een begrip dat wordt beheerst door het recht van de Unie en door het Hof van Justitie van de Europese Unie is uitgelegd. Zo kan dat begrip per definitie slechts betrekking hebben op een instantie die de hoedanigheid van derde heeft ten opzichte van de autoriteit die de aangevochten beslissing heeft genomen. Die instantie moet rechterlijke taken vervullen en het is niet doorslaggevend of die instantie krachtens het nationale recht als een rechterlijke instantie wordt erkend. Deze verordening mag geen afbreuk doen aan de bevoegdheid van de lidstaten om hun nationale rechtsstelsel te organiseren en het aantal instanties van beroep te bepalen. Indien het nationale recht in de mogelijkheid voorziet om verdere beroepen in te stellen tegen een eerste of volgende beslissing in beroep, en een dergelijk beroep is ingesteld, wordt verwijdering niet opgeschort, tenzij de onderdaan van een derde land om opschorting verzoekt en een bevoegde rechterlijke instantie, terdege rekening houdend met de specifieke omstandigheden van het individuele geval, besluit opschorting toe te staan. Dit mag geen afbreuk doen aan het nationale recht dat voorziet in een opschortende werking van dergelijke rechtsmiddelen.</STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(30)</NO.P>Om de doeltreffendheid van de terugkeerprocedures te verbeteren en tegelijkertijd de eerbiediging van het in artikel 47 van het Handvest neergelegde recht op een doeltreffende voorziening in rechte te waarborgen, moet beroep tegen terugkeergerelateerde besluiten zoveel mogelijk op hetzelfde gerechtelijke niveau kunnen worden ingesteld. De regels van deze verordening inzake beroep en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de opschorting van de uitvoering van besluiten</STRING></STRING> moeten in overeenstemming zijn met het in artikel 47 van het Handvest neergelegde recht op een doeltreffende voorziening in rechte.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(30 bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Hoewel deze verordening niet voorziet in de automatische opschortende werking van een beroep, moeten de lidstaten er, met volledige inachtneming van artikel 47 van het Handvest, voor zorgen dat de bevoegde rechterlijke instantie van eerste aanleg de verwijdering kan opschorten voordat het terugkeerbesluit of het verwijderingsbesluit wordt uitgevoerd. Een onderdaan van een derde land moet een verzoek tot opschorting van de uitvoering van een terugkeerbesluit of een verwijderingsbesluit kunnen indienen, tenzij het nationale recht ook voorziet in de mogelijkheid van de opschorting ervan door de bevoegde rechterlijke instantie ambtshalve. Dit doet geen afbreuk aan de mogelijkheid voor de lidstaten om in hun nationale recht te voorzien in de automatische schorsende werking van een beroep. Om dubbel werk bij de beoordeling van het risico op schending van het beginsel van non-refoulement te voorkomen, moet worden vertrouwd op alle gegevens in het dossier, met name op eerdere beoordelingen, waaronder, indien relevant, de beoordelingen die zijn uitgevoerd in het kader van een asielprocedure. </STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(31)</NO.P>De lidstaten moeten de nodige instrumenten krijgen om <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">te zorgen voor een snelle en doeltreffende terugkeer, onder meer via maatregelen als gevolg van niet-naleving en stimulansen voor het nakomen van de verplichtingen om het grondgebied te verlaten en mee te werken, alsmede maatregelen om</STRING></STRING> het onderduikrisico ▌ te voorkomen. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Onderduiken omvat handelingen zoals het verlaten van het grondgebied van de lidstaten zonder toestemming van de bevoegde autoriteiten, om redenen die niet buiten de macht van de onderdaan van een derde land vallen. </STRING></STRING>Gemeenschappelijke regels <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moeten, zonder een beperking in te houden van het recht van de lidstaten om in hun nationale recht aanvullende maatregelen en criteria vast te stellen, ervoor zorgen dat de vereisten in het kader van de verplichting tot medewerking en de criteria voor het bepalen van een onderduikrisico worden gestroomlijnd. Dergelijke regels moeten er ook voor zorgen dat bewaring en</STRING></STRING> alternatieven voor bewaring in de lidstaten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">worden toegepast</STRING></STRING>, zodat de terugkeerprocedure doeltreffend wordt beheerd.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(32)</NO.P>Wanneer dit evenredig en noodzakelijk is, moet het mogelijk zijn om uitsluitend <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">met het oog op terugkeer, met inbegrip van de voorbereiding van de terugkeer, de overname of de uitvoering van de verwijdering,</STRING></STRING> bewaring op te leggen na een individuele beoordeling van elk geval ▌. De autoriteiten moeten de nodige zorgvuldigheid betrachten, en de termijn van bewaring moet zo kort mogelijk zijn en mag <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in een gegeven lidstaat in het algemeen</STRING></STRING> niet langer zijn dan 24 maanden.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> In geval van onderduiking in een andere lidstaat worden eerdere bewaringstermijnen niet in aanmerking genomen bij de berekening van de maximale bewaringstermijn. Bewaringstermijnen op grond van andere verordeningen of richtlijnen die geen betrekking hebben op de terugkeerprocedure, mogen niet worden meegeteld bij de berekening van de maximale bewaringstermijn. Tijdens de bewaring moet rekening worden gehouden met bijzondere behoeften die voortvloeien uit de kwetsbaarheidsbeoordeling.</STRING></STRING> Wanneer het nationale recht voorziet in bewaring van minderjarigen, moet het belang van het kind vooropstaan. Wanneer het mogelijk is om op een doeltreffende manier minder dwingende alternatieve maatregelen voor bewaring toe te passen op illegaal verblijvende onderdanen van derde landen, moeten dergelijke maatregelen worden ingezet.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(32 bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Na een bewaring gedurende 24 maanden moet de lidstaat in bepaalde omstandigheden de mogelijkheid hebben de onderdaan van een derde land in bewaring te stellen voor nieuwe termijnen van ten hoogste zes maanden, indien veranderingen in de omstandigheden wijzen op een redelijk vooruitzicht op verwijdering als gevolg van nieuwe belangrijke informatie. De bewaring moet worden gelast met inachtneming van het beginsel van noodzakelijkheid en evenredigheid en moet zo kort mogelijk duren.</STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(33)</NO.P>De terugkeer van onderdanen van derde landen die een veiligheidsrisico vormen, vereist specifieke maatregelen ter bescherming van de rechten en vrijheden van anderen. Dergelijke onderdanen van derde landen moeten daarom langer <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">dan 24 maanden</STRING></STRING> in bewaring kunnen worden gehouden, mits daarbij het evenredigheidsbeginsel in acht wordt genomen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(34)</NO.P>Onderdanen van derde landen die in bewaring worden gehouden, moeten op humane en waardige wijze worden behandeld met inachtneming van hun grondrechten en van het internationale en nationale recht en rekening houdend met de praktische richtsnoeren van het Comité van de Raad van Europa inzake de voorkoming van folteringen en onmenselijke of vernederende behandelingen. Bewaring moet in de regel plaatsvinden in speciale inrichtingen voor bewaring of speciale afdelingen van andere inrichtingen. Wanneer een lidstaat onderdanen van derde landen niet in dergelijke inrichtingen in bewaring kan stellen, kan worden gebruikgemaakt van een gevangenis, waarbij deze personen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zo veel mogelijk</STRING></STRING> gescheiden worden gehouden van de gewone gevangenen.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Onderdanen van derde landen die een veiligheidsrisico vormen, kunnen in inrichtingen voor bewaring onder verscherpte veiligheidsmaatregelen worden geplaatst.</STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(35)</NO.P>De in deze verordening opgenomen bewaringsgronden gelden onverminderd andere bewaringsgronden die van toepassing zijn krachtens het nationale recht ▌, met inbegrip van bewaringsgronden in het kader van een strafprocedure.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(36)</NO.P>Het is een fundamenteel beginsel van soevereiniteit van de staat en internationale samenwerking dat elke staat verplicht is zijn eigen onderdanen over te nemen. Deze verplichting tot overname wordt als een beginsel van internationaal gewoonterecht beschouwd <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en is vastgelegd in het ICAO-Verdrag, bijlage IX, hoofdstuk 5, en uiteengezet in de Overeenkomst van Samoa</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Doeltreffende terugkeer is alleen mogelijk als</STRING></STRING> staten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voldoen aan de verplichting om hun eigen onderdanen over te nemen. Daarom zijn de lidstaten voor een doeltreffende terugkeer afhankelijk van de medewerking van derde landen</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Bestaande instrumenten zoals artikel 25 bis van Verordening (EG) nr. 810/2009</STRING></STRING><FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EG) nr. 810/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot vaststelling van een gemeenschappelijke visumcode (Visumcode) (PB L 243 van 15.9.2009, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2009/810/oj).</FIELD></FOOTNOTE><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en Frontex-steun worden door de EU en de lidstaten gebruikt om de samenwerking met derde landen waar nodig te verbeteren. </STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(37)</NO.P>Een ▌ gecoördineerde aanpak van overname door de lidstaten is van cruciaal belang om de terugkeer van onderdanen van derde landen te faciliteren. Als onvoldoende gevolg wordt gegeven aan uitvoerbare terugkeerbesluiten, kan dat de gemeenschappelijke aanpak van terugkeer minder efficiënt maken. Uitvoerbare terugkeerbesluiten moeten systematisch worden gevolgd door alle maatregelen die nodig zijn om de terugkeer uit te voeren, waaronder<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, indien nodig,</STRING></STRING> de indiening van overnameverzoeken bij de autoriteiten van derde landen, wanneer er twijfel bestaat over de nationaliteit of wanneer een reisdocument moet worden verkregen.</P></CONS><CONS><P>▌</P></CONS><CONS><P><NO.P>(39)</NO.P>Om de terugkeerprocedure doeltreffend te laten verlopen, is zowel efficiënte administratieve samenwerking als informatie-uitwisseling tussen de lidstaten nodig. De uitwisseling van informatie, met inbegrip van het delen van gegevens over de identiteit, de nationaliteit en de reisdocumenten van de onderdanen van derde landen en van andere relevante informatie, moet gebaseerd zijn op duidelijke regels, waaronder die van Verordening (EU) 2018/1860 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2018/1860 van het Europees Parlement en de Raad van 28 november 2018 betreffende het gebruik van het Schengeninformatiesysteem voor de terugkeer van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen (PB L 312 van 7.12.2018, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1860/oj).</FIELD></FOOTNOTE>. Deze regels moeten de beginselen van gegevensbescherming en de rechten van de betrokken persoon eerbiedigen en moeten ervoor zorgen dat de betrokken informatie juist is, uitsluitend wordt gebruikt voor terugkeer, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">verwijdering,</STRING></STRING> overname en re-integratie, en beschermd is tegen ongeoorloofde toegang, ongeoorloofde openbaarmaking of ongeoorloofd gebruik.</P></CONS><CONS><P>▌</P></CONS><CONS><P><NO.P>(41)</NO.P>Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2016/679/oj).</FIELD></FOOTNOTE> is van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens voor de toepassing van deze verordening. Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1725/oj).</FIELD></FOOTNOTE> is van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen en organen van de Unie voor de toepassing van deze verordening. Gezien de belangrijke redenen van algemeen belang die aan de basis liggen van overname <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en doeltreffende terugkeer</STRING></STRING>, is het mogelijk dat <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">met het oog op terugkeer, verwijdering, overname en re-integratie</STRING></STRING> de doorgifte vereist is van persoonsgegevens van onderdanen van derde landen tegen wie een terugkeerbesluit is uitgevaardigd, met inbegrip van gegevens over hun identiteit en reisdocumenten, andere relevante gegevens en, in naar behoren gemotiveerde gevallen, gegevens over hun strafrechtelijke veroordelingen en hun gezondheid. Deze doorgifte moet plaatsvinden in overeenstemming met hoofdstuk V van Verordening (EU) 2016/679 en hoofdstuk V van Verordening (EU) 2018/1725 <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en met inachtneming van de rechten van de betrokkenen,</STRING></STRING> alsook met de beginselen van non-refoulement, evenredigheid en noodzakelijkheid en met het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(42)</NO.P>▌ De <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voor asiel bevoegde autoriteiten en de</STRING></STRING> bevoegde autoriteiten die bij de verschillende fasen van de terugkeerprocedure betrokken zijn, moeten nauw samenwerken en hun activiteiten coördineren <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">om een doeltreffende terugkeer te garanderen</STRING></STRING>.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(43)</NO.P>In een gemeenschappelijk terugkeersysteem moet voor de ondersteuning van het beheer van terugkeer, overname en re-integratie optimaal worden gebruikgemaakt van digitale systemen ▌. De nadruk moet daarbij liggen op efficiënte administratieve procedures, samenwerking, informatie-uitwisseling en interoperabiliteit.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(43 bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In de regel moeten de lidstaten samenwerken en elkaar bijstaan, onder meer met het oog op doorreis over hun grondgebied, logistieke of andere materiële bijstand of bijstand in natura met betrekking tot die doorreis, het vergemakkelijken van de overdracht naar een andere lidstaat — hetzij uit hoofde van bilaterale overeenkomsten of regelingen, hetzij op basis van samenwerking tussen lidstaten — of het ondersteunen van het vertrek van een onderdaan van een derde land naar de lidstaat waar die persoon een verblijfsrecht heeft.</STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(44)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Onverminderd het meerjarig financieel kader voor de periode 2028-2034 verleent de Unie</STRING></STRING> financiële en operationele steun om tot een doeltreffende uitvoering van deze verordening te komen. Voor zover activiteiten worden gefinancierd uit de thematische faciliteit van het Fonds voor asiel en migratie, kunnen deze worden uitgevoerd in direct, indirect of gedeeld beheer. De lidstaten moeten optimaal gebruikmaken van de beschikbare financiële instrumenten, programma’s en projecten van de Unie op het gebied van terugkeer, met name uit hoofde van Verordening (EU) 2021/1147 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2021/1147 van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2021 tot oprichting van het Fonds voor asiel, migratie en integratie (PB L 251 van 15.7.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/1147/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, alsook van de operationele bijstand die het Europees Grens- en kustwachtagentschap biedt overeenkomstig Verordening (EU) 2019/1896 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2019/1896 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2019 betreffende de Europese grens- en kustwacht en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1052/2013 en Verordening (EU) 2016/1624 (PB L 295 van 14.11.2019, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2019/1896/oj).</FIELD></FOOTNOTE>. ▌</P></CONS><CONS><P><NO.P>(44 bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De externe dimensie van het terugkeerbeleid maakt integraal deel uit van de alomvattende aanpak op het vlak van migratiebeheer. Doeltreffende samenwerking op het gebied van terugkeer en overname vormt een essentieel extern onderdeel van evenwichtige en alomvattende partnerschappen met derde landen, in overeenstemming met de doelstellingen als bedoeld in Verordening (EU) 2024/1351. De Europese Raad heeft onder meer in zijn conclusies van oktober 2024 opgeroepen tot snelle maatregelen om te zorgen voor een doeltreffende terugkeer, waarbij alle relevante beleidsmaatregelen en instrumenten van de EU, met inbegrip van visumbeleid, handel, ontwikkeling en diplomatie, als hefboom worden ingezet. Zowel binnen de lidstaten als binnen de EU-instellingen is een overheidsbrede aanpak vereist.</STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(44 ter)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Aangezien de medewerking van derde landen op het gebied van terugkeer en overname van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen in de praktijk moeilijkheden kan opleveren, en onverminderd de beoordeling van de medewerking van derde landen op het gebied van overname zoals bedoeld in artikel 25 bis van Verordening (EG) nr. 810/2009, moeten de Unie en de lidstaten, wanneer een of meer lidstaten moeilijkheden ondervinden bij de samenwerking met derde landen op het gebied van overname — onder meer wat betreft de bevestiging van de nationaliteit, het verkrijgen van de nodige reisdocumenten van de bevoegde autoriteiten van derde landen en het organiseren van terugkeeroperaties —, gebruik kunnen maken van de relevante en bestaande instrumenten waarin het Unierecht voorziet, voor zover zij gebonden zijn door de wetgevingshandelingen tot instelling van deze instrumenten, als onderdeel van een gecoördineerde EU-aanpak om de samenwerking op het gebied van terugkeer en overname te verbeteren.</STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(45)</NO.P><STRING BOLD="on">▌ </STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De verslaglegging over</STRING></STRING> de doeltreffendheid van deze verordening ▌ en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de aanwijzing van</STRING></STRING> verbeterpunten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moeten gebaseerd zijn op het verzamelen en analyseren van bestaande, betrouwbare en vergelijkbare statistieken </STRING></STRING>over de efficiëntie van terugkeerprocedures, de medewerking van derde landen en ▌ re-integratie-inspanningen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">. De normen in Verordening (EG) nr. 862/2007</STRING></STRING><FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EG) nr. 862/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende communautaire statistieken over migratie en internationale bescherming en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 311/76 van de Raad betreffende de opstelling van statistieken over buitenlandse werknemers (PB L 199 van 31.7.2007, blz. 2), ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2007/862/oj).</FIELD></FOOTNOTE><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, Verordening (EU) 2019/1896 en het nationale recht moeten in overweging worden genomen en waar nodig worden herzien om de relevantie van de statistieken te waarborgen</STRING></STRING>. Er moeten gemeenschappelijke normen en definities voor het verzamelen en rapporteren van relevante gegevens worden vastgesteld, zodat ▌ het effect van deze verordening <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kan worden beoordeeld</STRING></STRING> en weloverwogen beslissingen over toekomstige beleidsontwikkelingen kunnen worden genomen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(46)</NO.P>Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend voor de vaststelling van het Europees terugkeerbevel ▌. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2011/182/oj).</FIELD></FOOTNOTE>.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(47)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bij deze verordening wordt een nieuw gemeenschappelijk systeem voor de terugkeer van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen ingevoerd, dat rechtstreeks door de nationale autoriteiten moet worden uitgevoerd. Het nieuwe systeem brengt belangrijke nieuwe elementen met zich mee die erop gericht zijn de terugkeerprocedure doeltreffender te maken, onder meer wat betreft derde landen van terugkeer en de externe dimensie van de terugkeer. Met het oog op de snelle toepassing van de in deze verordening vastgestelde maatregelen, moet deze verordening in werking treden op de dag die volgt op de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. De niet in artikel 52, lid 2, van deze verordening genoemde bepalingen die Richtlijn 2008/115/EG vervangen en erop gericht zijn het in die richtlijn vastgestelde rechtskader volledig te vervangen, moeten van toepassing zijn met ingang van … [een jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening], teneinde alle noodzakelijke voorbereidende en operationele stappen te kunnen ondernemen en een vlotte, doeltreffende en consistente uitvoering ervan op Unie- en nationaal niveau te waarborgen, alsook overlappingen tussen de richtlijn en de verordening te voorkomen. </STRING></STRING>Richtlijn 2001/40/EG, Richtlijn 2008/115/EG en Beschikking 2004/191/EG<FOOTNOTE><FIELD>2004/191/EG: Beschikking van de Raad van 23 februari 2004 tot vaststelling van de criteria en uitvoeringsvoorschriften voor de compensatie van de verstoringen van het financiële evenwicht die voortvloeien uit de toepassing van Richtlijn 2001/40/EG betreffende de onderlinge erkenning van besluiten inzake de verwijdering van onderdanen van derde landen (PB L 60 van 27.2.2004, blz. 55, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2004/191/oj).</FIELD></FOOTNOTE> moeten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">derhalve met ingang van die datum</STRING></STRING> worden ingetrokken.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(48)</NO.P>Daar de doelstellingen van deze verordening – terugkeer efficiënter maken ▌ – niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, maar vanwege de omvang of de gevolgen van het optreden ter waarborging van een gemeenschappelijke en coherente aanpak van de lidstaten beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(49)</NO.P>Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van deze verordening; deze is bijgevolg niet bindend voor, noch van toepassing op Denemarken. Aangezien deze verordening<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.▌</STRING></FIELD></FOOTNOTE> voortbouwt op het Schengenacquis, beslist Denemarken overeenkomstig artikel 4 van het bovengenoemde protocol binnen een termijn van zes maanden nadat de Raad over deze verordening heeft beslist, of het deze in zijn nationale wetgeving zal omzetten.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(50)</NO.P>▌De onderhavige verordening <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vormt</STRING></STRING> een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis waaraan Ierland niet deelneemt, overeenkomstig <FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">▌</STRING></FIELD></FOOTNOTE> Protocol nr. 19 betreffende het Schengenacquis dat is opgenomen in het kader van de Europese Unie, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en </STRING></STRING>is<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> onder voorbehoud van de toepassing van artikel 4 van dat protocol</STRING></STRING> ▌ niet bindend voor, noch van toepassing op <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Ierland</STRING></STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Deze overweging wordt gewijzigd indien Ierland verzoekt deel te nemen aan deze verordening overeenkomstig artikel 4, lid 1, van Protocol nr. 19 betreffende het Schengenacquis dat is opgenomen in het kader van de Europese Unie, en de Raad zijn besluit gelijktijdig met de vaststelling van deze verordening vaststelt. In dat geval wordt in de overweging verwezen naar het besluit van de Raad betreffende het verzoek van Ierland deel te mogen nemen aan bepalingen van het Schengenacquis.</STRING></STRING></FIELD></FOOTNOTE>. ▌</P></CONS><CONS><P><NO.P>(51)</NO.P>Wat IJsland en Noorwegen betreft, vormt deze verordening ▌ een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis in de zin van de Overeenkomst tussen de Raad van de Europese Unie en de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen inzake de wijze waarop IJsland en Noorwegen worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis<FOOTNOTE><FIELD>PB L 176 van 10.7.1999, blz. 36, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_internation/1999/439(1)/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, die vallen onder het gebied bedoeld in artikel 1, punt C, van Besluit 1999/437/EG van de Raad<FOOTNOTE><FIELD>1999/437/EG: Besluit van de Raad van 17 mei 1999 inzake bepaalde toepassingsbepalingen van de door de Raad van de Europese Unie, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen gesloten overeenkomst inzake de wijze waarop deze twee staten worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (PB L 176 van 10.7.1999, blz. 31, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/1999/437/oj).</FIELD></FOOTNOTE>.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(52)</NO.P>Wat Zwitserland betreft, vormt deze verordening ▌ een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis in de zin van de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis<FOOTNOTE><FIELD>PB L 53 van 27.2.2008, blz. 52.</FIELD></FOOTNOTE>, die vallen onder het gebied bedoeld in artikel 1, punt C, van Besluit 1999/437/EG, in samenhang met artikel 3 van Besluit 2008/146/EG van de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Besluit 2008/146/EG van de Raad van 28 januari 2008 betreffende de sluiting namens de Europese Gemeenschap van de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (PB L 53 van 27.2.2008, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2008/146/oj).</FIELD></FOOTNOTE>.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(53)</NO.P>Wat Liechtenstein betreft, vormt deze verordening ▌ een ontwikkeling van bepalingen van het Schengenacquis in de zin van het Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis die vallen onder het gebied bedoeld in artikel 1, punt C, van Besluit 1999/437/EG, in samenhang met artikel 3 van Besluit 2011/350/EU van de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Besluit 2011/350/EU van de Raad van 7 maart 2011 betreffende de sluiting namens de Europese Unie van het Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis betreffende de afschaffing van controles aan de binnengrenzen en het verkeer van personen (PB L 160 van 18.6.2011, blz. 19, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2011/350/oj).</FIELD></FOOTNOTE>.</P></CONS><CONS><P>▌</P></CONS><CONS><P><NO.P>(55)</NO.P>Overeenkomstig artikel 42, lid 2, van Verordening (EU) 2018/1725 is de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming geraadpleegd, en op [ ...] heeft hij een advies uitgebracht,</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><DINIT>HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:</DINIT><GR.ART><TI TITLE="TICHAPITRE">Hoofdstuk I</TI><STI.GR>ALGEMENE BEPALINGEN</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 1</TI.ART><STI.ART>Onderwerp</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Bij deze verordening wordt een gemeenschappelijk systeem voor de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">effectieve</STRING></STRING> terugkeer van illegaal <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">op het grondgebied van de lidstaten</STRING></STRING> verblijvende onderdanen van derde landen vastgesteld overeenkomstig de grondrechten die ▌ zijn erkend in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (“het Handvest”), <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de algemene beginselen van het Unierecht</STRING></STRING> en de toepasselijke ▌ internationale <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">verplichtingen</STRING></STRING>, onder meer inzake de ▌ mensenrechten.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Deze verordening heeft tot doel de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">lidstaten in staat te stellen alle nodige maatregelen te nemen om</STRING></STRING> doeltreffende terugkeer ▌ te waarborgen, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">waarbij zij rekening houden</STRING></STRING> met de alomvattende aanpak die is vastgelegd in artikel 3, artikel 4, punt h), en artikel 5, punt e), van Verordening (EU) 2024/1351.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 2</TI.ART><STI.ART>Toepassingsgebied</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Deze verordening is van toepassing op illegaal op het grondgebied van de lidstaten verblijvende onderdanen van derde landen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Deze verordening is niet van toepassing op personen die onder het Unierecht inzake vrij verkeer vallen in de zin van artikel 2, punt 5, van Verordening (EU) 2016/399.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Deze verordening laat de bepalingen van de Verordeningen (EU) 2024/1351, (EU) 2024/1348 en (EU) 2024/1349 onverlet.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Onverminderd lid 5 van dit artikel is deze verordening niet van toepassing op onderdanen van derde landen:</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">aan wie de toegang bij de buitengrenzen is geweigerd overeenkomstig artikel 14 van Verordening (EU) 2016/399</STRING></STRING><FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende een Uniecode voor de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode) (codificatie) (PB L 77 van 23.3.2016, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2016/399/oj).</FIELD></FOOTNOTE><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> of overeenkomstig gelijkwaardige nationale wetgeving in het geval van lidstaten die niet door die verordening zijn gebonden;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">die door de bevoegde autoriteiten zijn aangehouden of onderschept wegens het op illegale wijze overschrijden over land, over zee of door de lucht van de buitengrens van een lidstaat, en die vervolgens geen vergunning of recht hebben verkregen om in die lidstaat te verblijven;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">die verplicht zijn tot terugkeer als strafrechtelijke sanctie of als gevolg van een strafrechtelijke sanctie overeenkomstig de nationale wetgeving;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">tegen wie een uitleveringsprocedure loopt.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Een lidstaat kan besluiten deze verordening toe te passen op een of meer van de in lid 4, punten a), b) en c), bedoelde categorieën onderdanen van derde landen. In dergelijke gevallen is deze verordening op die categorieën onderdanen van derde landen van toepassing vanaf de datum waarop de lidstaat de andere lidstaten en de Commissie van zijn besluit in kennis stelt.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien een lidstaat besluit deze verordening toe te passen op onderdanen van derde landen die verplicht zijn tot terugkeer als strafrechtelijke sanctie, zijn de artikelen 7, 9 en 10 niet van toepassing.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Met betrekking tot onderdanen van derde landen die overeenkomstig lid 4, punten a) en b), van het toepassingsgebied van deze verordening zijn uitgesloten, zorgen de lidstaten ervoor dat hun behandeling en beschermingsniveau niet minder gunstig zijn dan bepaald in artikel 12, leden 4 en 5, artikel 14, lid 2, artikel 14, lid 6, punten c) en e), artikel 34, leden 1 tot en met 6, en artikel 35, en dat het beginsel van non-refoulement wordt geëerbiedigd.</STRING></STRING></PARAG><PARAG>▌</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2 ter.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Deze verordening is van toepassing onverminderd de nationale strafrechtelijke bepalingen van de lidstaten, in het bijzonder bepalingen tot vaststelling van doeltreffende, evenredige en afschrikkende strafrechtelijke sancties, met inbegrip van vrijheidsstraffen, in verband met illegaal verblijf, mits dergelijke strafrechtelijke procedures en de toepassing van dergelijke sancties de realisering van de effectieve terugkeer niet in gevaar brengen.</STRING></STRING></PARAG><PARAG>▌</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 4</TI.ART><STI.ART>Definities</STI.ART><PARAG>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>1)</NO.P>“onderdaan van een derde land”: eenieder die geen burger van de Unie is in de zin van artikel 20 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en die geen persoon is die onder het Unierecht inzake vrij verkeer valt, als gedefinieerd in artikel 2, punt 5, van Verordening (EU) 2016/399;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2)</NO.P>“illegaal verblijf”: de aanwezigheid, op het grondgebied van een lidstaat, van een onderdaan van een derde land die niet of niet langer voldoet aan de toegangsvoorwaarden die zijn vastgelegd in artikel 6 van Verordening (EU) 2016/399, of aan <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gelijkwaardige</STRING></STRING> voorwaarden voor binnenkomst, verblijf of vestiging <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">overeenkomstig het nationale recht in het geval van</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">lidstaten die niet door die verordening zijn gebonden maar die aan deze verordening deelnemen</STRING></STRING>;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3)</NO.P>“land van terugkeer”:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>een derde land dat het land van herkomst van de onderdaan van een derde land is;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>een derde land waar de onderdaan van een derde land zijn formele gewone verblijfplaats heeft;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>een derde land van doorreis op weg naar de Unie overeenkomstig overnameovereenkomsten of -regelingen van de Unie of de lidstaten;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>een ander dan het in de punten a) <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en b)</STRING></STRING> ▌bedoelde derde land, waar de onderdaan van een derde land het recht van binnenkomst en verblijf heeft;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>een veilig derde land met betrekking waartoe het verzoek van een onderdaan van een derde land om internationale bescherming als niet-ontvankelijk is afgewezen, overeenkomstig artikel 59, lid 8, van Verordening (EU) 2024/1348<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, of, in het geval van niet aan die verordening gebonden lidstaten, overeenkomstig de soortgelijke bepalingen die zij mogelijk in hun nationaal recht hebben opgenomen</STRING></STRING>;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>het eerste land van asiel met betrekking waartoe het verzoek van een onderdaan van een derde land om internationale bescherming als niet-ontvankelijk is afgewezen, overeenkomstig 58, lid 4, van Verordening (EU) 2024/1348<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, of, in het geval van niet aan die verordening gebonden lidstaten, overeenkomstig de soortgelijke bepalingen die zij mogelijk in hun nationaal recht hebben opgenomen</STRING></STRING>;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>g)</NO.P>een <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ander dan het in de punten a), b) en d) bedoelde</STRING></STRING> derde land<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> waarmee een overeenkomst of regeling is getroffen op basis waarvan de onderdaan van een derde land wordt aanvaard, overeenkomstig artikel 17 van deze verordening;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4)</NO.P>“terugkeerbesluit”: een administratieve of rechterlijke <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">handeling of</STRING></STRING> beslissing waarbij wordt vastgesteld dat het verblijf van een onderdaan van een derde land illegaal is of dit illegaal wordt verklaard en waarbij een verplichting om <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het grondgebied van de lidstaten</STRING></STRING> te verlaten wordt opgelegd of vastgesteld;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4 bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“terugkeer”: de maatregelen als gevolg waarvan een illegaal verblijvende onderdaan van een derde land:</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vrijwillig terugkeert, zoals bedoeld in punt 6), of </STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">door de bevoegde autoriteiten uit de lidstaten wordt verwijderd naar een van de in het verwijderingsbesluit respectievelijk het terugkeerbesluit vastgelegde landen van terugkeer.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4 ter)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“verwijderingsbesluit”: een administratieve of rechterlijke handeling of beslissing waarbij wordt vastgesteld of verklaard dat de onderdaan van een derde land kan worden verwijderd naar een of meer landen van terugkeer als bedoeld in punt 3);</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5)</NO.P>“verwijdering”: de uitvoering van het terugkeerbesluit <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of verwijderingsbesluit</STRING></STRING> door de bevoegde autoriteiten door middel van fysieke verwijdering<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> uit</STRING></STRING> ▌ de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">lidstaten naar een land van terugkeer</STRING></STRING>;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6)</NO.P>“vrijwillige terugkeer”: <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">verlaten van</STRING></STRING> het grondgebied van de lidstaten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">uit eigen beweging, met of zonder bijstand, en zonder dat wordt teruggegrepen op verwijdering, door een illegaal verblijvende onderdaan van een derde land die zijn verplichting naleeft om binnen of na het verstrijken van de in het terugkeerbesluit vastgestelde termijn voor vrijwillig vertrek het grondgebied van de lidstaten te verlaten</STRING></STRING>;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7)</NO.P>“onderduiken”: de handeling waarbij de onderdaan van een derde land niet beschikbaar blijft voor de bevoegde administratieve of gerechtelijke autoriteiten;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8)</NO.P>“inreisverbod”: een administratieve of rechterlijke beslissing of handeling waarbij de betrokkene de binnenkomst en het verblijf op het grondgebied van de lidstaten ▌wordt verboden;</PARAG><PARAG>▌</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>11)</NO.P>“terugkeeroperatie”: een door een bevoegde autoriteit georganiseerde of gecoördineerde <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of een door het Europees Grens- en kustwachtagentschap (“Frontex”) ondersteunde</STRING></STRING> operatie in het kader waarvan onderdanen van derde landen vanuit een of meer lidstaten worden teruggestuurd;</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 5</TI.ART><STI.ART>Grondrechten</STI.ART><PARAG>Bij de toepassing van deze verordening handelen de lidstaten met volledige inachtneming van het toepasselijke Unierecht, waaronder het Handvest, het toepasselijke internationale recht, de verplichtingen inzake de toegang tot internationale bescherming, het beginsel van non-refoulement, en de grondrechten.</PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TICHAPITRE">Hoofdstuk II</TI><STI.GR>TERUGKEERPROCEDURE</STI.GR><STI.GR>▌</STI.GR><GR.ART><TI TITLE="TISECTION">Deel 2</TI><STI.GR>Procedure voor het gelasten van de terugkeer</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 7</TI.ART><STI.ART>▌Terugkeerbesluit</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De bevoegde autoriteiten van de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">lidstaat</STRING></STRING> vaardigen een terugkeerbesluit uit tegen elke onderdaan van een derde land die illegaal op hun grondgebied verblijft, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">waarbij een verplichting om het grondgebied van de lidstaten te verlaten wordt opgelegd of vastgesteld</STRING></STRING> ▌.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>1 bis.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In het terugkeerbesluit:</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">wordt een vertrektermijn van maximaal 30 dagen vermeld waarbinnen de onderdaan van een derde land uiterlijk het grondgebied van de lidstaten moet verlaten, of </STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">wordt bepaald dat de onderdaan van een derde land het grondgebied van de lidstaten onmiddellijk moet verlaten. </STRING></STRING></PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De in punt a) bedoelde vertrektermijn kan verder worden verkort en gepreciseerd in de nationale wetgeving.</STRING></STRING></PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten kunnen in hun nationale wetgeving vastleggen wanneer aan een onderdaan van een derde land een termijn voor vrijwillig vertrek wordt toegekend, dan wel opdracht wordt gegeven onmiddellijk te vertrekken.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>1 ter.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De bevoegde autoriteiten kunnen voorzien in een vertrektermijn op grond van lid 1 bis die langer is dan 30 dagen, waarbij zij terdege rekening houden met de specifieke omstandigheden van het individuele geval.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>1 quater.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De bevoegde autoriteiten kunnen de vertrektermijn op grond van lid 1 bis verlengen, terdege rekening houdend met de specifieke omstandigheden van het individuele geval, waarbij met name wordt gekeken naar de vraag of wordt deelgenomen aan een programma ter ondersteuning van terugkeer en re-integratie op grond van artikel 46, lid 3, en of de verplichting tot medewerking zoals bepaald in artikel 21 wordt nageleefd. </STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>1 quinquies.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De bevoegde autoriteiten kunnen de vertrektermijn op grond van lid 1 bis verkorten bij niet-naleving van de verplichting tot medewerking zoals bepaald in artikel 21.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>1 sexies.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De vertrektermijn begint te lopen vanaf een in het nationaal recht bepaalde datum. </STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Het terugkeerbesluit wordt schriftelijk uitgevaardigd en vermeldt de feitelijke en de rechtsgronden.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> De onderdaan van een derde land wordt ingelicht</STRING></STRING> over de beschikbare rechtsmiddelen en de termijnen voor het instellen daarvan. Het terugkeerbesluit wordt ter kennis gebracht van de onderdaan van een derde land <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zodra dat mogelijk is overeenkomstig het nationale recht van de betrokken lidstaat</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Indien niet bekend is waar de onderdaan van een derde land zich bevindt, wordt het terugkeerbesluit ter kennis gebracht overeenkomstig het nationale recht.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De bevoegde autoriteiten kunnen besluiten de informatie over de feitelijke gronden niet te verstrekken of te beperken, indien het nationale recht voorziet in beperking van het recht op informatie of indien dit noodzakelijk is om de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid te beschermen of om strafbare feiten te voorkomen, te onderzoeken, op te sporen en te vervolgen. In dergelijke gevallen wordt de onderdaan van een derde land, ten behoeve van de toegang tot een doeltreffende voorziening in rechte, in kennis gesteld van de essentie van de gronden voor het terugkeerbesluit.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> De verplichting om de onderdaan van een derde land in kennis te stellen van de essentie van de gronden houdt geen verplichting in om gerubriceerde informatie openbaar te maken.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het land of de landen van terugkeer kunnen in het terugkeerbesluit of overeenkomstig artikel 12, lid 2 bis, worden bepaald alvorens tot verwijdering over te gaan. Indien de onderdaan van een derde land besluit vrijwillig terug te keren naar een ander</STRING></STRING> land van terugkeer <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">dan het land of de landen van terugkeer die in</STRING></STRING> het terugkeerbesluit <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zijn bepaald</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">hoeft geen nieuw</STRING></STRING> besluit <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">waarin het land</STRING></STRING> van terugkeer <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">is bepaald te worden uitgevaardigd</STRING></STRING>.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4 ter.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het wordt de bevoegde autoriteiten niet belet een terugkeerbesluit uit te vaardigen wanneer sprake is van een belemmering voor verwijdering. Indien het land van terugkeer in het terugkeerbesluit is bepaald en er sprake is van een risico van refoulement, wordt de verwijdering naar dat land van terugkeer uitgesteld overeenkomstig artikel 14, lid 1, punt a).</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>De onderdaan van een derde land krijgt op verzoek een schriftelijke of mondelinge vertaling van de ▌belangrijkste elementen van het terugkeerbesluit, waaronder informatie over de beschikbare rechtsmiddelen, in een taal die hij begrijpt of redelijkerwijs kan worden geacht te begrijpen.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Daartoe kunnen de bevoegde autoriteiten, indien nodig, gebruikmaken van gestandaardiseerde vertaalmodellen of hulpmiddelen voor computerondersteunde of automatische vertaling.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Het ▌ terugkeerbesluit wordt uitgevaardigd bij dezelfde handeling of <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bij een afzonderlijke handeling</STRING></STRING> tegelijkertijd en samen met het besluit tot beëindiging van het legale verblijf van een onderdaan van een derde land <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of onverwijld daarna</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en</STRING></STRING> onverminderd de procedurele waarborgen van hoofdstuk IV en andere relevante bepalingen van het Unierecht en het internationale recht.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>Bij de uitvaardiging van het terugkeerbesluit <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">maken de lidstaten gebruik van</STRING></STRING> het krachtens lid 8 vastgestelde formulier (“Europees terugkeerbevel”).<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Het formulier bevat de belangrijkste elementen van het terugkeerbesluit en, in voorkomend geval, van het verwijderingsbesluit,</STRING></STRING> en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">wordt</STRING></STRING> beschikbaar gesteld via het Schengeninformatiesysteem, overeenkomstig Verordening (EU) 2018/1860 ▌.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8.</NO.P>De Commissie stelt <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van deze verordening</STRING></STRING> het in lid 7 bedoelde formulier voor het Europees terugkeerbevel vast bij uitvoeringshandeling. Die uitvoeringshandeling wordt vastgesteld volgens de in artikel 49, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>9.</NO.P>De <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">lidstaten, de</STRING></STRING> Commissie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en de bevoegde EU-agentschappen, zoals eu-LISA, beginnen respectievelijk uiterlijk bij de vaststelling van de in lid 8 bedoelde uitvoeringshandeling de nodige wettelijke en technische regelingen te treffen om het Europees terugkeerbevel via het Schengeninformatiesysteem beschikbaar te stellen, om de naleving van de verplichting van lid 7 te faciliteren. De Commissie en de bevoegde EU-agentschappen, zoals eu-LISA, bieden de lidstaten in voorkomend geval ondersteuning</STRING></STRING>.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>9 bis.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie en de bevoegde EU-agentschappen, zoals eu-LISA, voeren uiterlijk bij de datum van inwerkingtreding, zoals bedoeld in artikel 52, lid 3, van deze verordening, maatregelen uit om de automatische afhandeling van het Europees terugkeerbevel mogelijk te maken teneinde de toepassing van artikel 9 doeltreffender te maken.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>9 ter.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk bij de in artikel 52, lid 3, van deze verordening bedoelde inwerkingtreding in kennis van de nodige wettelijke en technische regelingen die zij hebben getroffen om te voldoen aan de verplichting van lid 7.</STRING></STRING></PARAG><PARAG>▌</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 8</TI.ART><STI.ART>Uitzonderingen op de verplichting om een terugkeerbesluit uit te vaardigen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De bevoegde autoriteiten van de lidstaten kunnen besluiten geen terugkeerbesluit uit te vaardigen indien de onderdaan van een derde land:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>wordt overgedragen aan een andere lidstaat overeenkomstig de procedure van artikel 23 bis van Verordening (EU) 2016/399;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>wordt overgedragen aan een andere lidstaat op grond van bilaterale overeenkomsten of regelingen of op basis van samenwerking tussen lidstaten overeenkomstig artikel 44;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>een persoon is van wie het illegale verblijf wordt gedetecteerd in het kader van grenscontroles bij uitreis aan de buitengrens overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EU) 2016/399 of in het kader van gelijkwaardige controles <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">overeenkomstig</STRING></STRING> het nationale recht <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in het geval van lidstaten die niet door die verordening zijn gebonden,</STRING></STRING> waarbij uitstel van het vertrek van de betrokken onderdaan van een derde land zoveel mogelijk wordt vermeden.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Er wordt geen terugkeerbesluit uitgevaardigd wanneer de onderdaan van een derde land houder is van een door een andere lidstaat afgegeven geldige verblijfsvergunning, visum voor verblijf van langere duur of andere vorm van toestemming tot verblijf ▌.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>In de in lid 2 bedoelde gevallen verplicht de lidstaat de onderdaan van een derde land zich onmiddellijk naar het grondgebied van die andere lidstaat te begeven. Indien de onderdaan van een derde land deze verplichting niet naleeft of indien hij om redenen van openbare orde, openbare veiligheid of nationale veiligheid onmiddellijk moet vertrekken, kunnen de lidstaten de andere lidstaten op grond van artikel 44 om hun medewerking verzoeken of een terugkeerbesluit uitvaardigen overeenkomstig artikel 7.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Er wordt geen terugkeerbesluit uitgevaardigd indien ▌de in artikel 9 bedoelde procedure <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">wordt</STRING></STRING> toegepast.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 9</TI.ART><STI.ART>Erkenning en uitvoering van door andere lidstaten uitgevaardigde terugkeerbesluiten</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De lidstaat waar de onderdaan van een derde land illegaal verblijft (“uitvoerende lidstaat”), kan een uitvoerbaar terugkeerbesluit<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, en in voorkomend geval een verwijderingsbesluit,</STRING></STRING> dat door een andere lidstaat (“uitvaardigende lidstaat”) op grond van artikel 7, lid 1, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en artikel 12, lid 2,</STRING></STRING> tegen die onderdaan van een derde land is uitgevaardigd, erkennen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en uitvoeren. De uitvoering is gebaseerd op de informatie die beschikbaar is in</STRING></STRING> het in artikel 7, lid 7, bedoelde Europees terugkeerbevel <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en verloopt in overeenstemming met de nationale regels en procedures</STRING></STRING> op grond van artikel 12.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>▌De lidstaten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zijn niet verplicht administratieve besluiten of handelingen vast te stellen voor de erkenning. De erkenning hoeft niet de vorm van een administratieve</STRING></STRING> procedure <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">aan te nemen</STRING></STRING>.</PARAG><PARAG>▌</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Indien een lidstaat een terugkeerbesluit <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of verwijderingsbesluit</STRING></STRING> op grond van lid 1 ▌niet erkent of uitvoert, vaardigt die lidstaat een terugkeerbesluit <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">onder de voorwaarden van</STRING></STRING> artikel 7 <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of een verwijderingsbesluit op grond van artikel 12, lid 2,</STRING></STRING> uit.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Een</STRING></STRING> lidstaat <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">die een terugkeerbesluit of een verwijderingsbesluit op grond van lid 1 erkent of uitvoert,</STRING></STRING> schort de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">verwijdering</STRING></STRING> op, indien de gevolgen van het terugkeerbesluit <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of het verwijderingsbesluit</STRING></STRING> in de uitvaardigende lidstaat zijn opgeschort<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, en kan een terugkeerbesluit onder de voorwaarden van artikel 7 uitvaardigen</STRING></STRING>.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>Indien de uitvaardigende lidstaat het terugkeerbesluit <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">opschort of</STRING></STRING> intrekt of indien het terugkeerbesluit door een <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bestuurlijke of</STRING></STRING> rechterlijke instantie nietig wordt verklaard, vaardigt de uitvoerende lidstaat een terugkeerbesluit uit onder de voorwaarden van artikel 7.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8.</NO.P>De uitvaardigende lidstaat verstrekt de uitvoerende lidstaat <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">op verzoek</STRING></STRING> alle beschikbare gegevens en documenten die nodig zijn voor de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">terugkeer of de verwijdering</STRING></STRING>, overeenkomstig Verordening (EU) 2018/1860 ▌.</PARAG><PARAG>▌</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>9 bis.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De toepassing van artikel 9 laat het gebruik van de in artikel 8 vastgelegde uitzonderingen onverlet.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>11.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten beginnen, uiterlijk bij de vaststelling van de in artikel 7, lid 8, bedoelde uitvoeringshandeling, voorbereidende stappen te nemen om de erkenning van door andere lidstaten uitgevaardigde terugkeerbesluiten of verwijderingsbesluiten te faciliteren, in voorkomend geval met inbegrip van wettelijke en technische regelingen in hun nationale stelsels, wijzigingen in nationale IT-systemen, desbetreffende opleidingen, en proefprojecten.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>12.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uiterlijk twee jaar na de in artikel 52, lid 3, van deze verordening bedoelde datum van toepassing beoordeelt de Commissie de uitvoering van wederzijdse erkenning uit hoofde van lid 1 van dit artikel, met name wat betreft:</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de vraag of de lidstaten de wettelijke en technische regelingen hebben getroffen om het Europees terugkeerbevel overeenkomstig artikel 7, lid 7, via het Schengeninformatiesysteem beschikbaar te stellen, en of die doeltreffend zijn;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de vraag of de lidstaten de in artikel 7, lid 9, bedoelde wettelijke en technische regelingen voor de automatische afhandeling van het Europees terugkeerbevel hebben getroffen;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de doeltreffendheid van de erkenning en uitvoering van terugkeerbesluiten en verwijderingsbesluiten;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de lasten die daaruit voortvloeien voor de nationale gerechtelijke en administratieve stelsels, en</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de resultaten van desbetreffende opleidingen en proefprojecten.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>13.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Op basis van de in lid 12 bedoelde beoordeling dient de Commissie, in voorkomend geval, wetgevingsvoorstellen in, met inbegrip van gerichte wijzigingen met het oog op doeltreffende terugkeer, teneinde verplichte erkenning en uitvoering van door andere lidstaten uitgevaardigde uitvoerbare terugkeerbesluiten en verwijderingsbesluiten in te voeren. Indien de Commissie geen voorstel indient, geeft zij de reden daarvoor op.</STRING></STRING></PARAG></ARTICLE></GR.ART></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TISECTION">Deel 3</TI><STI.GR>Inreisverbod</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 10</TI.ART><STI.ART>Uitvaardiging van een inreisverbod</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Een terugkeerbesluit gaat gepaard met een inreisverbod, indien:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de onderdaan van een derde land moet worden verwijderd overeenkomstig artikel 12;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de verplichting <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">om het grondgebied van de lidstaten te verlaten</STRING></STRING> niet is nageleefd binnen de overeenkomstig artikel <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">7, leden 1 bis, 1 ter en 1 quater,</STRING></STRING> bepaalde termijnen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>de onderdaan van een derde land een veiligheidsrisico vormt, overeenkomstig artikel 16.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>In andere dan de in lid 1 bedoelde gevallen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kunnen</STRING></STRING> de bevoegde autoriteiten ▌een terugkeerbesluit <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of een verwijderingsbesluit</STRING></STRING> vergezeld <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">laten gaan</STRING></STRING> van een inreisverbod, rekening houdend met de relevante omstandigheden, met name de mate van medewerking die de onderdaan van een derde land verleent.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Het inreisverbod wordt schriftelijk uitgevaardigd als onderdeel van het terugkeerbesluit<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, als onderdeel van het verwijderingsbesluit,</STRING></STRING> of afzonderlijk. De onderdaan van een derde land wordt van het inreisverbod in kennis gesteld in een taal die hij begrijpt of redelijkerwijs kan worden geacht te begrijpen.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Daartoe kunnen de bevoegde autoriteiten, indien nodig, gebruikmaken van gestandaardiseerde vertaalmodellen of hulpmiddelen voor computerondersteunde of automatische vertaling. </STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De bevoegde autoriteiten kunnen zonder een terugkeerbesluit uit te vaardigen een inreisverbod opleggen aan een illegaal op het grondgebied van de lidstaten verblijvende onderdaan van een derde land van wie het illegale verblijf wordt gedetecteerd in het kader van grenscontroles bij uitreis overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EU) 2016/399, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of gelijkwaardige controles overeenkomstig het nationale recht in het geval van lidstaten die niet door die verordening zijn gebonden. In die gevallen kan het inreisverbod worden opgelegd en ter kennis worden gebracht nadat de onderdaan van een derde land het grondgebied van de lidstaten heeft verlaten,</STRING></STRING> waarbij uitstel van het vertrek van de betrokken onderdaan van een derde land zoveel mogelijk wordt vermeden.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4 bis.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien een illegaal verblijvende onderdaan van een derde land het grondgebied van de lidstaten verlaat voordat een terugkeerbesluit wordt uitgevaardigd, kunnen de bevoegde autoriteiten een inreisverbod opleggen zonder een terugkeerbesluit uit te vaardigen.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4 ter.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien de redenen voor het uitvaardigen van een inreisverbod zich hebben voorgedaan nadat een terugkeerbesluit is uitgevaardigd, kunnen de bevoegde autoriteiten een inreisverbod opleggen zonder een nieuw terugkeerbesluit uit te vaardigen.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>De bevoegde autoriteiten kunnen in individuele gevallen afzien van het uitvaardigen van een inreisverbod om humanitaire redenen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, indien de onderdaan van een derde land het slachtoffer is van mensenhandel,</STRING></STRING> of indien de onderdaan van een derde land naar behoren meewerkt met de bevoegde autoriteiten, onder meer door zich in te schrijven voor een terugkeer- en re-integratieprogramma.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>De duur van het inreisverbod wordt bepaald volgens alle relevante omstandigheden van het individuele geval en bedraagt maximaal tien jaar.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Onverminderd artikel 16, lid 3, punt a), kan een inreisverbod om naar behoren gemotiveerde redenen voor maximaal 20 jaar worden uitgevaardigd wanneer dat noodzakelijk wordt geacht om de onderdaan van een derde land te beletten het grondgebied van de lidstaten binnen te komen. </STRING></STRING></PARAG><PARAG>▌</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8.</NO.P>De looptijd van het inreisverbod gaat in op de datum waarop de onderdaan van een derde land het grondgebied van de lidstaten heeft verlaten.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 11</TI.ART><STI.ART>Intrekken, opschorten en in duur verkorten van een inreisverbod</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Onverminderd de leden 2 en 3 </STRING></STRING>kan <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de uitvaardigende lidstaat</STRING></STRING> een inreisverbod intrekken, opschorten of in duur verkorten indien de onderdaan van een derde land ▌aantoont vrijwillig te zijn teruggekeerd ▌.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Onverminderd lid 3</STRING></STRING> kan <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de bevoegde autoriteit</STRING></STRING>, rekening houdend met alle relevante omstandigheden, een inreisverbod <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">naar eigen goeddunken intrekken, opschorten of in duur verkorten</STRING></STRING> in gemotiveerde individuele gevallen, onder meer om humanitaire redenen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Onverminderd lid 4 kan</STRING></STRING> de onderdaan van een derde land <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een met redenen omkleed</STRING></STRING> verzoek tot intrekking, opschorting of inkorting van een inreisverbod indienen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, mits de onderdaan van een derde land het grondgebied heeft verlaten</STRING></STRING>.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Een onderdaan van een derde land tegen wie een inreisverbod van meer dan tien jaar is uitgevaardigd overeenkomstig artikel 10, lid 6, of artikel 16, lid 3, punt a), kan de uitvaardigende lidstaat tien jaar na vertrek uit de lidstaten verzoeken te evalueren of het inreisverbod moet worden ingetrokken, opgeschort of ingekort, terdege rekening houdend met alle relevante omstandigheden, waaronder in voorkomend geval de vraag of de onderdaan van een derde land nog steeds een veiligheidsrisico vormt overeenkomstig artikel 16, en de vraag of het inreisverbod nog steeds noodzakelijk is om de onderdaan van een derde land te beletten het grondgebied van de lidstaten binnen te komen. Het verzoek tot evaluatie is met redenen omkleed.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4bis.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten kunnen de intrekking van een inreisverbod afhankelijk stellen van de terugbetaling van de kosten van de verwijdering van de onderdaan van een derde land.</STRING></STRING></PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TISECTION">Deel 4</TI><STI.GR>Uitvoering van terugkeer</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 12</TI.ART><STI.ART>Verwijdering</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten nemen alle nodige maatregelen om</STRING></STRING> de onderdaan van een derde land <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">te verwijderen</STRING></STRING> wanneer:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>-a)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de onderdaan van een derde land niet heeft voldaan aan de verplichting om het grondgebied te verlaten overeenkomstig artikel 7;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de onderdaan van een derde land <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">geen</STRING></STRING> medewerking verleent aan de autoriteiten;</PARAG><PARAG>▌</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>de onderdaan van een derde land binnen het toepassingsgebied van artikel 16 valt;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>de onderdaan van een derde land <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zich zonder toestemming naar een andere lidstaat verplaatst, ook tijdens</STRING></STRING> de overeenkomstig artikel <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">7</STRING></STRING> vastgestelde <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">periode;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">verwijdering volgens de bevoegde autoriteiten op grond van het nationale recht noodzakelijk en evenredig is om andere dan de in de punten -a) tot en met d) vermelde redenen.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>1 bis.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Niets in deze verordening belet de lidstaten de vrijwillige terugkeer van een onderdaan van een derde land die anderszins wordt verwijderd op grond van lid 1, toe te staan of te faciliteren, met name wanneer dit wordt geacht te leiden tot een snellere en doeltreffendere terugkeer.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De bevoegde autoriteiten ▌kunnen ▌een <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">verwijderingsbesluit uitvaardigen tegen een onderdaan van een derde land die moet terugkeren. Een verwijderingsbesluit wordt schriftelijk uitgevaardigd als onderdeel van het terugkeerbesluit, als een</STRING></STRING> afzonderlijke administratieve of rechterlijke beslissing <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of handeling, of als onderdeel van een andere administratieve of rechterlijke beslissing</STRING></STRING>.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2 bis.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien nog geen land van terugkeer is vastgesteld of indien dat verschilt van het eerder vastgestelde land, wijst de bevoegde autoriteit in het terugkeerbesluit of een verwijderingsbesluit een of meer landen van terugkeer als bedoeld in artikel 4, lid 3, aan alvorens tot verwijdering over te gaan.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2 ter.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien een verwijderingsbesluit wordt uitgevaardigd, worden de feitelijke en juridische gronden erin vermeld. De onderdaan van een derde land wordt ingelicht over de beschikbare rechtsmiddelen en de termijnen voor het instellen daarvan. Het verwijderingsbesluit wordt zo spoedig mogelijk ter kennis gebracht van de onderdaan van een derde land overeenkomstig het nationale recht van de betrokken lidstaat.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2 quater.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien een verwijderingsbesluit wordt uitgevaardigd, krijgt de onderdaan van een derde land op verzoek een schriftelijke of mondelinge vertaling van de belangrijkste elementen van het verwijderingsbesluit, waaronder informatie over de beschikbare rechtsmiddelen, in een taal die hij begrijpt of redelijkerwijs kan worden geacht te begrijpen. Daartoe kunnen de bevoegde autoriteiten, indien nodig, gebruikmaken van gestandaardiseerde vertaalmodellen of hulpmiddelen voor computerondersteunde of automatische vertaling.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien de onderdaan van een derde land relevante aanwijzingen geeft dat de verwijdering in strijd zou zijn met het beginsel van non-refoulement, of de autoriteiten van de lidstaten zich daarvan bewust worden, verwijzen</STRING></STRING> de bevoegde autoriteiten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de onderdaan van een derde land door naar de passende procedure, waaronder de asielprocedure overeenkomstig Verordening (EU) 2024/1348, in voorkomend geval, of</STRING></STRING> beoordelen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zij overeenkomstig het nationale recht of de verwijdering in overeenstemming is met</STRING></STRING> het beginsel van non-refoulement ▌. De betrokken onderdaan van een derde land legt zo spoedig mogelijk alle relevante <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">informatie</STRING></STRING> met betrekking tot zijn persoonlijke omstandigheden over <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ter staving van zijn bewering dat de verwijdering in strijd zou zijn met het beginsel van non-refoulement</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> De bevoegde autoriteiten kunnen zich baseren op of rekening houden met eventuele eerdere beoordelingen van het risico van refoulement. Een verdere beoordeling dat er een risico van refoulement bestaat, wordt alleen uitgevoerd indien de relevante informatie onderbouwd is. </STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3 bis.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten kunnen besluiten dat het beginsel van non-refoulement wordt beoordeeld door een andere autoriteit dan de bevoegde autoriteit die het terugkeerbesluit uitvaardigt of uitvoert.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Dwangmaatregelen om de verwijdering te waarborgen, moeten noodzakelijk en evenredig zijn en binnen redelijke grenzen blijven. Ze worden toegepast overeenkomstig het nationale recht, met inachtneming van de grondrechten en met eerbiediging van de waardigheid en de fysieke integriteit van de betrokken onderdaan van een derde land.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Bij verwijdering door de lucht houden de lidstaten rekening met de in de bijlage bij Beschikking 2004/573/EG van de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Beschikking 2004/573/EG van de Raad van 29 april 2004 inzake het organiseren van gezamenlijke vluchten voor de verwijdering van onderdanen van derde landen tegen wie individuele verwijderingsmaatregelen zijn genomen van het grondgebied van twee of meer lidstaten (PB L 261 van 6.8.2004, blz. 28, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2004/573/oj).</FIELD></FOOTNOTE> opgenomen gemeenschappelijke richtsnoeren voor veiligheidsvoorzieningen voor gezamenlijke verwijdering door de lucht.</PARAG><PARAG>▌</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>▌Artikel 14</TI.ART><STI.ART>Voorwaarden voor uitstel van verwijdering</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Verwijdering op grond van artikel 12 wordt uitgesteld in de volgende gevallen:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>indien het beginsel van non-refoulement hierdoor zou worden geschonden; of</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>wanneer en zolang het terugkeerbesluit overeenkomstig artikel 28 is opgeschort.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Verwijdering op grond van artikel 12 kan ▌worden uitgesteld, rekening houdend met de specifieke omstandigheden van het individuele geval.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Indien er een risico op onderduiken bestaat, kunnen er op grond van lid 7 aanvullende maatregelen worden toegepast. </STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Indien de onderdaan van een derde land om uitstel van verwijdering verzoekt, wordt dat verzoek naar behoren gemotiveerd.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>▌ De lidstaten verstrekken de betrokken onderdaan van een derde land een schriftelijke bevestiging <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van het uitstel overeenkomstig lid 1 of lid 2 en van de</STRING></STRING> rechten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">waarover de betrokken onderdaan</STRING></STRING> gedurende <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het uitstel</STRING></STRING> beschikt.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Onderdanen van een derde land kunnen een mondelinge vertaling van de bevestiging krijgen in een taal die zij begrijpen of die zij redelijkerwijs kunnen worden geacht te begrijpen, onder meer met behulp van tolkdiensten</STRING></STRING>.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Het <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">uitstel van</STRING></STRING> verwijdering ▌wordt ▌geëvalueerd <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">indien de relevante omstandigheden veranderen</STRING></STRING>.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Met betrekking tot de situatie van de onderdaan van een derde land<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met inbegrip van de naleving door de onderdaan van een derde land van de verplichtingen uit hoofde van deze verordening,</STRING></STRING> gedurende de periode waarin de verwijdering is uitgesteld, wordt rekening gehouden met:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>basisbehoeften;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>eenheid van het gezin, indien op het grondgebied van de lidstaat gezinsleden aanwezig zijn;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>dringende medische zorg en essentiële behandeling van ziekte;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>toegang van minderjarigen tot het basisonderwijs, afhankelijk van de duur van hun verblijf;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>speciale behoeften van kwetsbare personen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>Indien de verwijdering wordt uitgesteld, kunnen de maatregelen van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de artikelen 21, 23 quater en 29</STRING></STRING> worden toegepast wanneer aan de voorwaarden is voldaan.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 15</TI.ART><STI.ART>Toezicht op verwijdering</STI.ART><PARAG>▌	De lidstaten zetten een onafhankelijk <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">systeem voor toezicht op gedwongen terugkeer</STRING></STRING> op. ▌De lidstaten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kunnen een beroep doen op bestaande toezichtmechanismen, zoals structuren en deskundigheid die tot stand zijn gebracht op grond van Verordening (EU) 2024/1356, voor zover relevant voor de toepassing van dit artikel</STRING></STRING>.</PARAG><PARAG>▌</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 16</TI.ART><STI.ART>Terugkeer van onderdanen van derde landen die een veiligheidsrisico vormen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Dit artikel is van toepassing op onderdanen van derde landen, indien:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>zij een bedreiging vormen voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, onder meer in geval van een signalering op grond van artikel 24, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2018/1861 van het Europees Parlement en de Raad</STRING></STRING><FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2018/1861 van het Europees Parlement en de Raad van 28 november 2018 betreffende de instelling, de werking en het gebruik van het Schengeninformatiesysteem (SIS) op het gebied van grenscontroles, tot wijziging van de Overeenkomst ter uitvoering van het Akkoord van Schengen en tot wijziging en intrekking van Verordening (EG) nr. 1987/2006 (PB L 312 van 7.12.2018, blz. 14, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1861/oj).</FIELD></FOOTNOTE>;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>er <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">redelijke aanwijzingen</STRING></STRING> zijn om aan te nemen dat zij een in artikel 2, lid 2, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ van de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Kaderbesluit 2002/584/JBZ van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten – Verklaringen van sommige lidstaten bij de aanneming van het kaderbesluit (PB L 190 van 18.7.2002, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_framw/2002/584/oj).</FIELD></FOOTNOTE> vermeld ernstig strafbaar feit hebben gepleegd<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, of een strafbaar feit hebben gepleegd waarvoor krachtens het nationale recht een vrijheidsstraf van ten minste twee jaar geldt, of meerdere strafbare feiten hebben gepleegd waarvoor krachtens het nationale recht van de veroordelende lidstaat een vrijheidsstraf van ten minste één jaar geldt</STRING></STRING>;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">er redelijke aanwijzingen zijn dat de persoon betrokken is bij een van de in Richtlijn (EU) 2017/541 van het Europees Parlement en de Raad</STRING></STRING><FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn (EU) 2017/541 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 inzake terrorismebestrĳding en ter vervanging van Kaderbesluit 2002/475/JBZ van de Raad en tot wijziging van Besluit 2005/671/JBZ van de Raad (PB L 88 van 31.3.2017, blz. 6, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2017/541/oj).</FIELD></FOOTNOTE><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> vermelde misdrijven;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>er <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">redelijke</STRING></STRING> aanwijzingen zijn dat zij van plan zijn om op het grondgebied van een lidstaat een strafbaar feit in de zin van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de punten b) en b bis)</STRING></STRING> van dit lid te plegen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">er redelijke aanwijzingen zijn dat zij een andere in het nationale recht omschreven veiligheidsbedreiging vormen.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Onderdanen van derde landen die binnen het toepassingsgebied van dit artikel vallen, worden verwijderd overeenkomstig artikel 12.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2 bis.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Lid 1, punten b), b bis) en c), is van toepassing op onderdanen van derde landen indien er redelijke aanwijzingen zijn dat zij hebben aangezet tot of anderszins hebben deelgenomen aan het plegen van de daarin genoemde misdrijven of handelingen.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2 ter.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat terugkeerbesluiten met betrekking tot onderdanen van derde landen die binnen het toepassingsgebied van dit artikel vallen, prioritair worden behandeld en uitgevoerd.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>In afwijking van de desbetreffende bepalingen van deze verordening kunnen onderdanen van derde landen die binnen het toepassingsgebied van dit artikel vallen:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>worden onderworpen aan een overeenkomstig artikel 10 uitgevaardigd inreisverbod dat de in artikel 10, lid 6, bedoelde maximumduur ▌overschrijdt<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, of aan een inreisverbod voor onbepaalde tijd indien dit gerechtvaardigd is en evenredig is aan het veiligheidsrisico dat de onderdaan van een derde land vormt. In dergelijke gevallen is artikel 11, lid 4, van toepassing</STRING></STRING>;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>in bewaring worden gesteld op grond van artikel 29, lid 3, punt c);</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>in bewaring worden gehouden in een gevangenis en<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, voor zover mogelijk,</STRING></STRING> gescheiden worden gehouden van gewone gevangenen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>in bewaring worden gehouden gedurende <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">aanvullende perioden die langer zijn dan</STRING></STRING> de in artikel 32, lid 3, bedoelde maximumduur en door een rechterlijke instantie met inachtneming van de omstandigheden van het individuele geval <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zijn</STRING></STRING> bepaald, en die ten minste om de drie maanden door een rechterlijke <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">instantie</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">worden</STRING></STRING> getoetst.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Wanneer de in lid 1, punt a), bedoelde bedreiging voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid door onderdanen van derde landen niet doeltreffend kan worden aangepakt op grond van</STRING></STRING> dit artikel<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, kunnen de lidstaten voorzien in andere maatregelen krachtens het nationale recht. De lidstaten waarborgen bij het nemen van het desbetreffende besluit dat de maatregel noodzakelijk en evenredig is gezien de ernst van de bedreiging voor de openbare veiligheid of het gevaar dat de betrokkene vormt</STRING></STRING>.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4 bis.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten kunnen zich baseren op een bestaande grondige veiligheidsbeoordeling van alle relevante omstandigheden die door de bevoegde autoriteiten in eerdere fasen is uitgevoerd, onder meer in het kader van asiel-, visum- en grenscontroleprocedures, met inbegrip van screening.</STRING></STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 17</TI.ART><STI.ART>Terugkeer naar een derde land waarmee een overeenkomst of regeling is getroffen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Voor de terugkeer van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen in de zin van artikel 4, eerste alinea, punt 3), g), is een overeenkomst of een regeling met een derde land vereist. Dergelijke overeenkomsten of regelingen mogen alleen worden getroffen met derde landen waar de internationale mensenrechtennormen en ‑beginselen overeenkomstig het internationale recht in acht worden genomen, met inbegrip van het beginsel van non-refoulement.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Een in lid 1 bedoelde overeenkomst of regeling bevat het volgende:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de procedures die van toepassing zijn op de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">terugkeer</STRING></STRING> van illegaal verblijvende onderdanen van een derde land <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">uit</STRING></STRING> de lidstaten naar het in lid 1 bedoelde derde land;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de voorwaarden voor het verblijf van de onderdaan van een derde land in het in lid 1 bedoelde derde land, met inbegrip van de respectieve verplichtingen en verantwoordelijkheden van de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">partijen bij de overeenkomst of regeling</STRING></STRING>;</PARAG><PARAG>▌</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>de verplichtingen van het in lid 1, tweede zin, bedoelde derde land;</PARAG><PARAG>▌</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>de gevolgen die moeten worden verbonden aan schendingen van de overeenkomst of regeling, of aan significante veranderingen die de situatie in het derde land nadelig beïnvloeden.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2 bis.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien een overeenkomst of regeling op grond van lid 1 voorziet in de verdere terugkeer naar een land van terugkeer als bedoeld in artikel 4, lid 3, punten a) tot en met d), wordt in de overeenkomst of regeling naast het bepaalde in lid 2 ook het volgende vermeld:</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de gevolgen indien verdere terugkeer niet mogelijk is;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de respectieve verplichtingen en verantwoordelijkheden van de partijen bij de overeenkomst of regeling;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de gevolgen die moeten worden verbonden aan significante veranderingen die de situatie in het in lid 1 bedoelde derde land nadelig beïnvloeden;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een onafhankelijk orgaan of mechanisme dat toeziet op de daadwerkelijke toepassing van de overeenkomst of regeling.</STRING></STRING></PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De overeenkomst of regeling op grond van de eerste alinea kan de voorwaarden voor bewaring in het in lid 1 bedoelde derde land omvatten.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten stellen de betrokken lidstaten te gepasten tijde in kennis van onderhandelingen over een</STRING></STRING> overeenkomst of regeling <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">als bedoeld in lid 1 met een derde land dat met die lidstaten een gemeenschappelijke grens deelt.</STRING></STRING> De lidstaten stellen de Commissie en de andere lidstaten ▌in kennis <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van alle overeenkomstig lid 1 gesloten bilaterale of multilaterale overeenkomsten of regelingen voordat deze in werking treden of, indien een overeenkomst of regeling voorlopig wordt toegepast, voordat de voorlopige toepassing ervan begint</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Ook worden de Commissie en de andere lidstaten in kennis gesteld van eventuele latere wijzigingen in of de beëindiging van dergelijke overeenkomsten of regelingen.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Niet-begeleide minderjarigen ▌worden niet teruggestuurd naar een in lid 1 bedoeld derde land.</PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TISECTION">Deel 5</TI><STI.GR>Terugkeer van minderjarigen</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 18</TI.ART><STI.ART>Het belang van het kind</STI.ART><PARAG>Bij de toepassing van de bepalingen overeenkomstig deze verordening vormt het belang van het kind een primaire overweging.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 19</TI.ART><STI.ART>Beoordeling van de leeftijd van minderjarigen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>	Wanneer als gevolg van de verklaringen van de onderdaan van een derde land, beschikbare documentaire bewijsstukken of andere relevante aanwijzingen twijfel bestaat over de vraag of deze onderdaan al dan niet minderjarig is, kan de bevoegde autoriteit <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">overeenkomstig het nationale of Unierecht een leeftijdsbeoordeling verrichten</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Bij een dergelijke leeftijdsbeoordeling kan gebruik worden gemaakt van</STRING></STRING> artikel 25 van Verordening (EU) 2024/1348 ▌.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De bevoegde autoriteit kan zich baseren op een bestaande leeftijdsbeoordeling die in eerdere fasen van de terugkeerprocedure of in andere relevante procedures is verricht.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Een lidstaat kan de resultaten van een leeftijdsbeoordeling door andere lidstaten erkennen indien de leeftijdsbeoordeling overeenkomstig het Unierecht is uitgevoerd.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Een weigering om een leeftijdsbeoordeling, met inbegrip van het medisch onderzoek, te ondergaan, belet de beslissingsautoriteit niet om de terugkeerprocedure voort te zetten. Een dergelijke weigering kan alleen worden beschouwd als een weerlegbaar vermoeden dat de verzoeker niet minderjarig is. </STRING></STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 20</TI.ART><STI.ART>Terugkeer van niet-begeleide minderjarigen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>▌ In overeenstemming met het belang van het kind wordt hulp geboden door passende instanties, andere dan de autoriteiten die de terugkeer uitvoeren.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Een vertegenwoordiger of een persoon die is <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">aangewezen</STRING></STRING> om het belang van het kind te beschermen, wordt benoemd om de niet-begeleide minderjarige bij de terugkeerprocedure te vertegenwoordigen, bij te staan en namens de minderjarige op te treden, naargelang het geval. Er wordt op toegezien dat de benoemde vertegenwoordiger op passende wijze is opgeleid om op een kindvriendelijke en op de leeftijd afgestemde manier te communiceren, en dat deze <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kan communiceren, onder meer met behulp van tolkdiensten, in</STRING></STRING> een taal ▌die de minderjarige begrijpt <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of redelijkerwijs kan worden geacht te begrijpen</STRING></STRING>. Die persoon <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kan</STRING></STRING> de persoon <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zijn</STRING></STRING> die uit hoofde van Richtlijn (EU) 2024/1346<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn (EU) 2024/1346 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 tot vaststelling van normen voor de opvang van verzoekers om internationale bescherming (PB L, 2024/1346, 22.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2024/1346/oj).</FIELD></FOOTNOTE> is aangewezen om als vertegenwoordiger op te treden, voor zover die persoon uit hoofde van artikel 27 van die richtlijn is aangewezen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De niet-begeleide minderjarige wordt gehoord, hetzij rechtstreeks, hetzij via de in lid 2 bedoelde vertegenwoordiger of ▌persoon, onder meer bij het bepalen van het belang van het kind.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Ten laatste</STRING></STRING> voordat de autoriteiten van een lidstaat een niet-begeleide minderjarige van het grondgebied van die lidstaat verwijderen, overtuigen zij zich ervan dat die minderjarige wordt teruggestuurd naar een familielid, een aangewezen voogd of adequate opvangfaciliteiten in het land van terugkeer.</PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TICHAPITRE">HOOFDSTUK III</TI><STI.GR>VERPLICHTINGEN VAN DE ONDERDANEN VAN DERDE LANDEN</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 21</TI.ART><STI.ART>Verplichting tot medewerking</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Onderdanen van derde landen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voldoen aan de verplichting om het grondgebied van de lidstaten te verlaten en </STRING></STRING>zijn verplicht om in alle fasen van de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">terugkeerprocedure</STRING></STRING> mee te werken met de bevoegde autoriteiten van de lidstaten.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>1 bis.</NO.P>	Onderdanen van derde landen verstrekken de bevoegde autoriteiten zonder onnodige vertraging informatie over wijzigingen in hun individuele situatie die van belang zijn voor de toepassing van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">deze verordening</STRING></STRING>.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Onderdanen van derde landen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, onverminderd de verplichting om het grondgebied van de lidstaten te verlaten</STRING></STRING>:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>blijven <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voor de bevoegde autoriteiten beschikbaar</STRING></STRING> op het grondgebied van de lidstaat die bevoegd is voor de terugkeerprocedure waarvan de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">onderdanen</STRING></STRING> van een derde land het voorwerp <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zijn</STRING></STRING>, duiken niet onder<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, ook niet</STRING></STRING> in een andere lidstaat<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, en melden zich voor vertrek van het voor de terugkeer gebruikte vervoer zoals bepaald door de bevoegde autoriteit</STRING></STRING>;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">verzetten zich niet fysiek of verbaal tegen de terugkeer;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>verstrekken ▌zonder onnodige vertraging alle hun ter beschikking staande informatie en materiële <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en digitale</STRING></STRING> documentatie<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met inbegrip van kopieën en elektronische bestanden</STRING></STRING>, die <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">relevant</STRING></STRING> is voor het vaststellen of verifiëren van de identiteit <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of nationaliteit</STRING></STRING> of die anderszins relevant is in het kader van de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">terugkeerprocedure of waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zij die kunnen verkrijgen, met name door de bevoegde autoriteiten te voorzien van een identiteits- of reisdocument of door mee te werken aan het verkrijgen van een identiteits- of reisdocument</STRING></STRING>;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>gaan niet over tot het vernietigen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, achterhouden</STRING></STRING> of anderszins verwijderen van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de</STRING></STRING> documenten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, informatie en documentatie waarnaar wordt verwezen in punt b) van dit lid</STRING></STRING>, tot het gebruik van aliassen met frauduleuze bedoelingen, tot het mondeling of schriftelijk verstrekken van andere onjuiste informatie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of tot het misleiden van de autoriteiten</STRING></STRING> of tot ander frauduleus verzet tegen de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">terugkeerprocedure</STRING></STRING>;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>geven een verklaring wanneer zij niet in het bezit zijn van een identiteits- of reisdocument;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>verstrekken informatie over de derde landen van doorreis<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, gebruikte reisroutes of andere derde landen waarmee zij mogelijk banden hebben die de terugkeer zouden kunnen vergemakkelijken</STRING></STRING>;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>verstrekken biometrische gegevens, zoals gedefinieerd in <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">nationale en Uniewetgeving, waaronder</STRING></STRING> artikel 2, lid 1, punt s), van Verordening (EU) 2024/1358 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2024/1358 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 betreffende de instelling van “Eurodac” voor de vergelijking van biometrische gegevens om de Verordeningen (EU) 2024/1351 en (EU) 2024/1350 van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2001/55/EG van de Raad doeltreffend toe te passen en om illegaal verblijvende onderdanen van derde landen en staatlozen te identificeren en betreffende verzoeken van rechtshandhavingsinstanties van de lidstaten en Europol om vergelijkingen van Eurodac-gegevens ten behoeve van rechtshandhaving, tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2018/1240 en (EU) 2019/818 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 603/2013 van het Europees Parlement en de Raad (PB L, 2024/1358, 22.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1358/oj).</FIELD></FOOTNOTE>;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voldoen aan de reisvereisten van vervoerders en de vereisten van autoriteiten van derde landen voor toegang tot het grondgebied, met inbegrip van gezondheidsvereisten, indien dergelijke vereisten over het algemeen aan internationale reizigers worden opgelegd;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>g)</NO.P>verstrekken<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, wanneer de bevoegde autoriteiten hierom verzoeken,</STRING></STRING> nauwkeurige contactgegevens, waaronder de huidige verblijfplaats, het adres, het telefoonnummer waar ze bereikbaar zijn en, indien beschikbaar, een e-mailadres;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>h)</NO.P>verstrekken zonder onnodige vertraging informatie over elke wijziging van de in punt g) bedoelde contactgegevens;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voldoen gedurende de gehele terugkeerprocedure aan de op grond van</STRING></STRING> artikel 23<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, lid 1, en artikel 23 quater, lid 1, opgelegde maatregelen</STRING></STRING>;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>j)</NO.P>verstrekken de nodige informatie en verklaringen in het kader van verzoeken die bij de bevoegde autoriteiten van de betrokken derde landen worden ingediend voor het verkrijgen van reisdocumenten, en verlenen zo nodig hun medewerking aan deze autoriteiten van derde landen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>k)</NO.P>verschijnen persoonlijk of ▌per videoconferentie<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, zoals vereist door de bevoegde autoriteiten,</STRING></STRING> voor de bevoegde nationale autoriteiten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of</STRING></STRING> de bevoegde autoriteiten van derde landen op de door die autoriteiten aangewezen locatie<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, om reisdocumenten te verkrijgen of </STRING></STRING>hun identiteit of nationaliteit <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">te laten vaststellen</STRING></STRING>;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>l)</NO.P>maken, indien de bevoegde autoriteiten dat eisen, gebruik van advisering bij terugkeer en re-integratie<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>l bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voldoen aan andere toepasselijke aanvullende terugkeermaatregelen overeenkomstig het nationale recht.</STRING></STRING></PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De verplichtingen uit hoofde van dit artikel voor onderdanen van derde landen doen geen afbreuk aan de verplichtingen en maatregelen krachtens het nationale recht die geen verband houden met terugkeer.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De in lid 2, punt b), bedoelde informatie en ▌documentatie of, indien deze niet beschikbaar is, kopieën daarvan, omvatten met name de verklaringen van de onderdanen van derde landen en alle hun ter beschikking staande documentatie over:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>hun naam, geboortedatum en -plaats, geslacht en nationaliteit/nationaliteiten of staatloosheid;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>hun gezinsleden en andere persoonsgegevens indien dat relevant is voor het uitvoeren van de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">terugkeerprocedure</STRING></STRING> of voor het bepalen van het land van terugkeer;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>type, nummer, geldigheidsduur en land van afgifte van al hun identiteits- of reisdocumenten en andere door hen verstrekte documenten die de bevoegde autoriteit relevant acht voor hun identificatie, voor de uitvoering van de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">terugkeerprocedure</STRING></STRING> en voor het bepalen van het land van terugkeer;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>door een andere lidstaat of door een derde land afgegeven verblijfsvergunningen of andere vormen van toestemming tot verblijf;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>door andere lidstaten uitgevaardigde terugkeerbesluiten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, verwijderingsbesluiten of inreisverboden</STRING></STRING>;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>landen en plaatsen van eerder verblijf, reisroutes<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, landen van doorreis,</STRING></STRING> en reisdocumentatie.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Wanneer de bevoegde autoriteiten besluiten om in lid 2, punt b), bedoelde documenten die nodig zijn voor ▌de terugkeer, te bewaren, zorgen zij ervoor dat de onderdaan van een derde land <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">onverwijld</STRING></STRING> fotokopieën of <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een ander passend bewijs van de bewaring van het document</STRING></STRING> ontvangt. In <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het geval van vrijwillige</STRING></STRING> terugkeer ▌geven de bevoegde autoriteiten deze documenten bij vertrek of bij aankomst in het derde land terug aan de onderdaan van een derde land.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>De onderdaan van een derde land <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moet bereikbaar voor de wijze van kennisgeving zoals gedefinieerd overeenkomstig nationaal recht</STRING></STRING>. De lidstaten bepalen uit hoofde van het nationale recht de wijze van kennisgeving en het tijdstip waarop de kennisgeving wordt geacht te zijn ontvangen door en ter kennis te zijn gebracht aan de onderdaan van een derde land, of maken voor de kennisgeving gebruik van door <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de lidstaten of</STRING></STRING> de Unie ontwikkelde en/of ondersteunde digitale systemen.</PARAG><PARAG>▌</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 21 bis</STRING></STRING></TI.ART><STI.ART><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Risico op onderduiken</STRING></STRING></STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Er bestaat, tenzij het tegendeel wordt aangetoond, een risico op onderduiken in een individueel geval, indien aan een van de volgende criteria betreffende de betrokken illegaal verblijvende onderdaan van een derde land is voldaan:</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de onderdaan van een derde land is, eventueel na doorreis via een derde land, zonder toestemming het grondgebied van een lidstaat binnengekomen of heeft zich zonder toestemming daarheen verplaatst, of onderneemt pogingen daartoe;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">tegen de onderdaan van een derde land is een terugkeerbesluit uitgevaardigd door een andere lidstaat dan die op het grondgebied waarvan hij momenteel illegaal verblijft, onder meer zoals gedetecteerd aan de hand van de signaleringen die overeenkomstig Verordening (EU) 2018/1860 in het Schengeninformatiesysteem zijn opgenomen;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de onderdaan van een derde land voldoet niet aan een of meer van de overeenkomstig artikel 23, lid 1, en artikel 23 ter, lid 1, opgelegde maatregelen, of maakt kenbaar of toont aan dat hij niet voornemens is daaraan te voldoen;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de onderdaan van een derde land is het grondgebied van de lidstaten opnieuw binnengekomen in strijd met een geldig inreisverbod.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In andere dan de in lid 1 bedoelde gevallen wordt het risico op onderduiken bepaald op basis van een beoordeling van de omstandigheden van het individuele geval. De beoordeling omvat een of meer van de volgende criteria betreffende de betrokken illegaal verblijvende onderdaan van een derde land:</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het ontbreken van een verblijfplaats, vaste woonplaats of betrouwbaar adres;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het niet naleven van de verplichting om het grondgebied van de lidstaten binnen de in artikel 7, lid 1 bis, punt a), vastgelegde vertrektermijn te verlaten;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in geval van een op handen zijnd vertrek: het bestaan van redenen om aan te nemen dat de onderdaan van een derde land voornemens is de in artikel 21, lid 2, punt a), vastgelegde verplichting tot medewerking niet na te leven;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het gebruiken van valse of vervalste identiteits- of reisdocumenten, verblijfsvergunningen of visa, of documenten ter rechtvaardiging inzake de voorwaarden voor binnenkomst, het vernietigen of anderszins verwijderen van identiteits- of reisdocumenten, verblijfsvergunningen of visa, of documenten ter rechtvaardiging inzake de voorwaarden voor binnenkomst, het gebruiken van aliassen met frauduleuze bedoelingen, het mondeling of schriftelijk verstrekken van andere onjuiste informatie, of ander frauduleus verzet tegen de terugkeer- of overnameprocedure;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het niet gebruikmaken van advisering bij terugkeer en re-integratie, indien vereist door de bevoegde autoriteiten;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de onderdaan van een derde land is niet sociaal verankerd en heeft met name geen familiebanden en beschikt niet over voldoende bestaansmiddelen;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>g)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">er is sprake van niet-naleving van de verplichtingen uit hoofde van artikel 21, lid 2, punten a) tot en met c), e), f bis) en i) tot en met k), met inbegrip van een gebrek aan medewerking bij het verkrijgen van reisdocumenten;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>h)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">andere criteria dan die in de punten a) tot en met f), indien het nationale recht daarin voorziet.</STRING></STRING></PARAG><PARAG>▌</PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TICHAPITRE"><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Hoofdstuk III bis</STRING></STRING></TI><STI.GR><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">MAATREGELEN TER BEVORDERING VAN TERUGKEER EN ALTERNATIEVEN VOOR BEWARING </STRING></STRING></STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 23</TI.ART><STI.ART>Beschikbaarheid voor de terugkeerprocedure</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Met het oog op de voorbereiding en uitvoering van een</STRING></STRING> doeltreffende terugkeer <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of om de naleving van de verplichtingen om te vertrekken en mee te werken verder te stimuleren, kunnen de lidstaten onderdanen van derde landen</STRING></STRING> aan een of meer van de volgende maatregelen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">onderwerpen</STRING></STRING>:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de verplichting om in</STRING></STRING> een geografisch gebied op het grondgebied van de lidstaat <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">te blijven</STRING></STRING> waarbinnen zij zich vrij kunnen bewegen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de verplichting om op een door de bevoegde autoriteiten aangewezen</STRING></STRING> specifiek adres <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of specifieke plaats te verblijven</STRING></STRING>;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de verplichting om zich te melden </STRING></STRING>bij de bevoegde autoriteiten op <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bepaalde tijdstippen, in persoon of op een andere in nationaal recht vastgestelde wijze</STRING></STRING>;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">andere maatregelen dan die bedoeld in de punten a) tot en met c), indien het nationale recht daarin voorziet. </STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Maatregelen uit hoofde van </STRING></STRING>lid 1<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> worden</STRING></STRING> alleen toegepast voor zover dit verenigbaar is met de bijzondere behoeften van kwetsbare personen en met het belang van het kind.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2 bis.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De in lid 1 opgesomde maatregelen kunnen ook worden opgelegd aan onderdanen van derde landen die niet kunnen worden verwijderd omdat zij niet meewerken met de bevoegde autoriteiten.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De bevoegde autoriteiten kunnen de onderdaan van een derde land op verzoek toestemming verlenen om <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">tijdelijk niet te voldoen aan een in lid 1 bedoelde maatregel</STRING></STRING>.</PARAG><PARAG>▌</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De onderdaan van een derde land wordt ervan in kennis gesteld of de in lid 3 bedoelde toestemming wordt gegeven.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>De onderdaan van een derde land heeft geen toestemming <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">overeenkomstig lid 3</STRING></STRING> nodig om afspraken met autoriteiten en rechtbanken na te komen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">indien dat anders in strijd zou zijn met de verplichtingen van lid 1 en</STRING></STRING> indien zijn aanwezigheid vereist is. De onderdaan van een derde land stelt de bevoegde autoriteiten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van tevoren</STRING></STRING> van dergelijke afspraken in kennis.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>De overeenkomstig lid 1, punten b) en c), genomen besluiten worden schriftelijk vastgesteld, zijn evenredig en houden rekening met de specifieke omstandigheden van de betrokken onderdaan van een derde land.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De onderdaan van een derde land wordt in kennis gesteld van elk besluit om de in lid 1 van dit artikel opgesomde maatregelen toe te passen en van de gevolgen van de niet-naleving van dat besluit, met inbegrip van bewaring uit hoofde van artikel 29.</STRING></STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 23 bis</STRING></STRING></TI.ART><STI.ART><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Onderzoeksmaatregelen</STRING></STRING></STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Onverminderd onderzoeksmaatregelen om andere, niet met terugkeer verband houdende redenen overeenkomstig het nationale recht kunnen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, indien noodzakelijk, evenredig en naar behoren gemotiveerd met het oog op het voorbereiden of waarborgen van een doeltreffende terugkeer:</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de onderdaan van een derde land fouilleren en, onder voorbehoud van een voorafgaand gerechtelijk bevel of, overeenkomstig het toepasselijke nationale recht, een administratief bevel, indien dit noodzakelijk en evenredig is en naar behoren wordt gerechtvaardigd door de urgentie van een dergelijke doorzoeking, zijn verblijfplaats of andere relevante ruimten doorzoeken;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">administratieve maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat wordt voldaan aan de in het nationale recht vastgelegde verplichting om biometrische gegevens te verstrekken, met inbegrip van vingerafdrukken, waaronder de mogelijkheid om in laatste instantie dwangmiddelen te gebruiken wanneer een onderdaan van een derde land geen biometrische gegevens verstrekt zoals vereist uit hoofde van artikel 21, lid 2, punt f);</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">persoonlijke bezittingen, elektronische apparaten en andere relevante voorwerpen doorzoeken en in beslag nemen; </STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">andere onderzoeksmaatregelen opleggen, indien het nationale recht daarin voorziet.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Onderzoeksmaatregelen uit hoofde van lid 1, punten a), b) en c), van dit artikel kunnen worden uitgevoerd zonder toestemming van de betrokken onderdaan van een derde land.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Onderzoeksmaatregelen die overeenkomstig lid 1, punten a), b) en c), van dit artikel worden opgelegd, worden uitgevoerd met inachtneming van de grondrechten en de waarborgen en rechtsmiddelen waarin het nationale en het Unierecht voorzien.</STRING></STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 23 ter</STRING></STRING></TI.ART><STI.ART><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Gevolgen van niet-naleving van de verplichting tot medewerking </STRING></STRING></STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In geval van niet-naleving van de verplichting tot medewerking van artikel 21, lid 1, en de vereisten van artikel 21, lid 2, leggen de lidstaten de betrokken onderdaan van een derde land een of meer van de in artikel 23, lid 1, opgesomde maatregelen op en kunnen zij een of meer van de volgende maatregelen nemen, die doeltreffend en evenredig zijn:</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">weigering of vermindering van bepaalde uitkeringen en toelagen, indien het nationale recht daarin voorziet, tenzij de betrokkene hierdoor niet in zijn basisbehoeften kan voorzien;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">weigering of vermindering van stimulansen ter bevordering van vrijwillige terugkeer, waaronder weigering of vermindering van steun voor terugkeer- en re-integratieprogramma’s op grond van artikel 46, lid 3;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">weigering of intrekking van de werkvergunning, indien het nationale recht daarin voorziet;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">verlenging van de duur van een inreisverbod tot de maximumduur in artikel 10, lid 6;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">strafrechtelijke sancties, met inbegrip van gevangenisstraffen, indien het nationale recht daarin voorziet;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>g)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">financiële sancties;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>h)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">andere dan de bovengenoemde maatregelen of gevolgen, indien het nationale recht daarin voorziet.</STRING></STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 23 quater</STRING></STRING></TI.ART><STI.ART><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Alternatieven voor bewaring</STRING></STRING></STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Lidstaten kunnen een of meer van de volgende alternatieven voor bewaring opleggen, met inachtneming van de individuele omstandigheden van de betrokken onderdaan van een derde land, onder meer het overeenkomstig artikel 21 bis beoordeelde niveau van het risico op onderduiken:</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het stellen van een toereikende financiële garantie;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het gebruik van elektronische monitoring;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> andere maatregelen dan die in de punten a) en b), indien het nationale recht daarin voorziet.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>1bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De in de eerste alinea bedoelde maatregelen hebben in de eerste plaats tot doel de doeltreffende en tijdige terugkeer van de onderdaan van een derde land te waarborgen.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In een besluit tot toepassing van de in lid 1 van dit artikel bedoelde maatregelen worden de toepasselijke feitelijke en juridische gronden vermeld.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Onderdanen van derde landen worden schriftelijk in kennis gesteld van elk besluit om de in lid 1 van dit artikel opgesomde maatregelen toe te passen en van de gevolgen van de niet-naleving van dat besluit, met inbegrip van bewaring uit hoofde van artikel 29.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten zorgen ervoor dat de overeenkomstig lid 2 van dit artikel genomen besluiten op verzoek van de betrokkene of ambtshalve worden getoetst door een rechterlijke instantie.</STRING></STRING></PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TICHAPITRE">Hoofdstuk IV</TI><STI.GR>WAARBORGEN EN RECHTSMIDDELEN</STI.GR><GR.ART><TI TITLE="TISECTION">Deel 1</TI><STI.GR>Procedurele waarborgen</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 24</TI.ART><STI.ART>Recht op informatie</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De bevoegde autoriteiten zorgen ervoor dat</STRING></STRING> onderdanen van derde landen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">die moeten terugkeren</STRING></STRING>, ▌ in kennis worden gesteld van:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>het doel ▌ van de ▌ procedure ▌;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de ▌ verplichtingen van onderdanen van derde landen ▌ als bedoeld in de artikelen 21 en 23, de gevolgen bij niet-naleving als bedoeld in <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">artikel 23 ter en artikel 29, lid 3, punt e),</STRING></STRING> het feit dat in het Schengeninformatiesysteem een signalering inzake terugkeer voor de betrokkene is opgenomen, en de erkenning en uitvoering van een door een andere lidstaat uitgevaardigd terugkeerbesluit als bedoeld in artikel 9;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>advisering en programma’s inzake terugkeer en re-integratie overeenkomstig artikel 46;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>hun procedurele rechten ▌ overeenkomstig deze verordening en het nationale recht, met name het recht op rechtsbijstand en wettelijke vertegenwoordiging op grond van artikel 25.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De informatie wordt zonder onnodige vertraging verstrekt ▌ in een taal die de onderdaan van een derde land begrijpt of redelijkerwijs kan worden geacht te begrijpen ▌.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> De</STRING></STRING> informatie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kan</STRING></STRING> op papier of <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in</STRING></STRING> elektronisch <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">formaat</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">worden</STRING></STRING> verstrekt op standaardinformatiebladen, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en indien nodig mondeling worden aangevuld, met gebruikmaking van vertaling en vertolking.</STRING></STRING> In het geval van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">niet-begeleide</STRING></STRING> minderjarigen wordt de informatie op ▌ een op de leeftijd afgestemde manier verstrekt, en daarbij wordt de ▌ in artikel 20, lid 2, bedoelde vertegenwoordiger <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of de persoon die is aangewezen om de minderjarige bij te staan,</STRING></STRING> betrokken.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien de bevoegde autoriteit overgaat tot verwijdering op grond van een terugkeerbesluit of een verwijderingsbesluit waarbij meer dan één land van terugkeer is vastgesteld, wordt</STRING></STRING> de onderdaan van een derde land <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ruim vóór de verwijdering in kennis gesteld van het land van terugkeer waarnaar de onderdaan zal worden verwijderd</STRING></STRING>.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 25</TI.ART><STI.ART>Rechtsbijstand en wettelijke vertegenwoordiging</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>In geval van beroep of toetsing voor een rechterlijke instantie overeenkomstig artikel 27 zorgen de lidstaten ervoor dat de onderdaan van een derde land op diens verzoek de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">nodige</STRING></STRING> kosteloze rechtsbijstand en wettelijke vertegenwoordiging krijgt ▌.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De bevoegde autoriteiten zorgen ervoor dat</STRING></STRING> niet-begeleide minderjarigen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> op zodanige wijze worden vertegenwoordigd en bijgestaan dat zij aanspraak kunnen maken op de rechten en kunnen voldoen aan de verplichtingen uit hoofde van deze verordening.</STRING></STRING></PARAG><PARAG>▌</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Voor de kosteloze rechtsbijstand en wettelijke vertegenwoordiging wordt een beroep gedaan op juridische adviseurs of andere naar behoren gekwalificeerde personen die krachtens het nationale recht ▌ zijn erkend of <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">toestemming hebben gekregen</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">om</STRING></STRING> de onderdaan van een derde land <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bij te staan of te vertegenwoordigen, of op niet-gouvernementele organisaties die krachtens het nationale recht zijn geaccrediteerd om onderdanen van derde landen juridische diensten of vertegenwoordiging te bieden</STRING></STRING>.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Kosteloze rechtsbijstand en wettelijke vertegenwoordiging tijdens de beroepsprocedure kunnen door de lidstaten worden uitgesloten indien:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de onderdaan van een derde land wordt geacht over voldoende middelen te beschikken om zelf de rechtsbijstand en wettelijke vertegenwoordiging te bekostigen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>het beroep wordt geacht geen reële kans van slagen te hebben of een oneigenlijk gebruik van recht te vormen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>het om een beroep of toetsing in tweede of hogere instantie gaat, zoals bepaald in het nationale recht, met inbegrip van een nieuwe hoorzitting of een toetsing van beroep;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>de onderdaan van een derde land reeds wordt bijgestaan of vertegenwoordigd door een juridisch adviseur.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>De onderdaan van een derde land die om kosteloze rechtsbijstand en wettelijke vertegenwoordiging verzoekt, maakt zijn financiële situatie bekend <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en stelt de bevoegde autoriteiten onmiddellijk in kennis van elke belangrijke wijziging in zijn financiële situatie, tenzij het nationale recht voorziet in kosteloze rechtsbijstand, ongeacht de financiële situatie van de betrokkene</STRING></STRING>.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>Behalve voor bijstand aan niet-begeleide minderjarigen kunnen de lidstaten ▌:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de kosteloze rechtsbijstand en wettelijke vertegenwoordiging financieel of in de tijd beperken, mits deze beperkingen niet willekeurig zijn <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en</STRING></STRING> de toegang tot kosteloze rechtsbijstand en wettelijke vertegenwoordiging niet onnodig beperken ▌;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>verzoeken om gehele of gedeeltelijke terugbetaling van de kosten, indien de financiële situatie van de onderdaan van een derde land in de loop van de terugkeerprocedure is verbeterd of indien de beslissing om kosteloze rechtsbijstand en wettelijke vertegenwoordiging beschikbaar te stellen is genomen op basis van door de onderdaan van een derde land verstrekte onjuiste informatie;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>bepalen dat, wat honoraria, andere kosten en terugbetaling betreft, de behandeling van onderdanen van derde landen gelijk is aan, maar niet gunstiger mag zijn dan de behandeling die hun eigen onderdanen in het algemeen krijgen op het gebied van rechtsbijstand.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8.</NO.P>De lidstaten bepalen specifieke procedurele regels voor de indiening en verwerking van verzoeken om kosteloze rechtsbijstand en wettelijke vertegenwoordiging <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in het kader van een beroep of toetsing voor een rechterlijke instantie overeenkomstig artikel 27</STRING></STRING> of passen bestaande regels toe die gelden voor vergelijkbare nationale aanspraken, mits die regels de toegang tot kosteloze rechtsbijstand en wettelijke vertegenwoordiging niet bovenmatig ingewikkeld of onmogelijk maken.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>9.</NO.P>Indien een besluit om geen kosteloze rechtsbijstand en wettelijke vertegenwoordiging aan te bieden, wordt genomen door een andere autoriteit dan een rechterlijke instantie, op grond van het feit dat het beroep geacht wordt geen reële kans van slagen te hebben of een oneigenlijk gebruik van recht te vormen, heeft de verzoeker recht op een doeltreffende voorziening in rechte bij een rechterlijke instantie tegen dat besluit. ▌</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>10.</NO.P>De lidstaten kunnen voorzien in kosteloze rechtsbijstand en wettelijke vertegenwoordiging tijdens de administratieve procedure, krachtens het nationale recht.</PARAG></ARTICLE></GR.ART></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TISECTION">Deel 2</TI><STI.GR>Rechtsmiddelen</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 26</TI.ART><STI.ART>Recht op een doeltreffende voorziening in rechte</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Aan de betrokken onderdaan van een derde land wordt een doeltreffende voorziening in rechte toegekend om de in artikel 7<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, lid 1</STRING></STRING>, artikel 10 en artikel 12, lid 2, bedoelde besluiten aan te vechten bij <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de krachtens het nationale recht</STRING></STRING> bevoegde rechterlijke instantie.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De doeltreffende voorziening in rechte omvat een volledig onderzoek ▌ van zowel de feitelijke als de juridische aspecten.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien gegevens in het dossier die onder de aandacht zijn gebracht van de rechterlijke instantie die zich buigt over de voorziening in rechte tegen het terugkeerbesluit of het verwijderingsbesluit, zoals aangevuld of toegelicht na een procedure op tegenspraak, erop wijzen dat het beginsel van non-refoulement mogelijk wordt ondermijnd, wordt geverifieerd of</STRING></STRING> de vereisten die voortvloeien uit het beginsel van non-refoulement, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">worden nageleefd</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> ▌</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De nietigverklaring of intrekking van een niet-essentieel onderdeel van een terugkeerbesluit leidt niet tot de nietigverklaring of intrekking van de rest van het betrokken besluit.</STRING></STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 27</TI.ART><STI.ART>Beroep bij een bevoegde rechterlijke instantie</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Voor de toepassing van deze verordening</STRING></STRING> stellen de lidstaten in <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het</STRING></STRING> nationale recht ▌ de termijn voor het instellen van beroep bij een rechterlijke instantie van eerste aanleg <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vast</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">die</STRING></STRING> maximaal veertien dagen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">mag bedragen</STRING></STRING>.</PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Lidstaten die uiterlijk op … [de dag van inwerkingtreding van deze verordening] in hun nationale recht voorzien in termijnen voor het instellen van beroep die 30 dagen of langer zijn, mogen afwijken van de eerste alinea. Indien de lidstaten besluiten af te wijken, mag de in de eerste alinea bedoelde termijn niet langer zijn dan 30 dagen.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De in lid 1 bedoelde <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">termijn</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gaat</STRING></STRING> in op de datum waarop een van de in artikel <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">7, lid 1,</STRING></STRING> artikel 10 of artikel 12, lid 2, bedoelde besluiten ter kennis van de onderdaan van een derde land wordt gebracht of <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">waarop die kennisgeving</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">krachtens</STRING></STRING> het nationale recht <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">wordt geacht te hebben plaatsgevonden</STRING></STRING> ▌.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Indien een terugkeerbesluit is gebaseerd op een besluit tot weigering of beëindiging van een legaal verblijf of is uitgevaardigd bij dezelfde handeling als dat besluit, kunnen voor het instellen van beroep tegen het terugkeerbesluit dezelfde termijnen worden toegepast als in het nationale recht zijn vastgesteld voor het instellen van beroep tegen een besluit tot beëindiging of weigering van een legaal verblijf.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Een inreisverbod <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en/of een verwijderingsbesluit</STRING></STRING> dat samen met een in artikel 7 bedoeld terugkeerbesluit is uitgevaardigd, wordt samen met dat terugkeerbesluit aangevochten bij dezelfde rechterlijke instantie, in het kader van dezelfde ▌ procedure en binnen dezelfde termijnen. Indien afzonderlijk van het terugkeerbesluit een inreisverbod <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en/of een verwijderingsbesluit</STRING></STRING> is uitgevaardigd of indien het de bedoeling is alleen het inreisverbod aan te vechten, kan afzonderlijk beroep tegen het inreisverbod worden ingesteld. ▌</PARAG><PARAG>▌</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 28</TI.ART><STI.ART>Opschortende werking</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Hoewel deze verordening niet voorziet in een automatische opschortende werking van het beroep, zorgen de lidstaten er, met volledige inachtneming van artikel 47 van het Handvest, voor dat de bevoegde rechterlijke instantie van eerste aanleg de verwijdering kan opschorten</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vóór</STRING></STRING> de uitvoering van de op grond van artikel 7 ▌ en artikel 12, lid 2, uitgevaardigde besluiten.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> De verwijdering kan op verzoek van de betrokken onderdaan van een derde land worden</STRING></STRING> opgeschort <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voor de termijn voor het instellen van beroep op grond van artikel 27 of, indien beroep is ingesteld, voor de termijn in afwachting van de uitspraak van die beroepsprocedure, tenzij het nationale recht ook bepaalt dat de uitvoering van een dergelijk besluit ambtshalve kan worden opgeschort. Dit lid doet geen afbreuk aan bepalingen van het nationale recht die voorzien in een automatische opschortende werking van rechtsmiddelen </STRING></STRING>bij een rechterlijke instantie van eerste aanleg ▌.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>1 bis.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bij de beoordeling van het verzoek op grond van lid 1 kan de rechterlijke instantie zich baseren op de onder haar aandacht gebrachte gegevens in het dossier, met inbegrip van beoordelingen van relevante omstandigheden die in eerdere fasen van de terugkeerprocedure en, indien van toepassing, van de asielprocedure zijn uitgevoerd.</STRING></STRING></PARAG><PARAG>▌</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Indien verder beroep wordt ingesteld tegen een eerste of volgende beslissing in beroep, wordt <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de verwijdering</STRING></STRING> niet opgeschort, tenzij <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het nationale recht voorziet in een opschortende werking van dergelijke rechtsmiddelen of</STRING></STRING> de onderdaan van een derde land om opschorting verzoekt en een bevoegde rechterlijke instantie, terdege rekening houdend met de specifieke omstandigheden van het individuele geval, besluit opschorting toe te staan.</PARAG><PARAG>▌</PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TICHAPITRE">Hoofdstuk V</TI><STI.GR>▌ BEWARING</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 29</TI.ART><STI.ART>Bewaringsgronden</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De lidstaten kunnen een onderdaan van een derde land op grond van deze verordening in bewaring stellen op basis van een individuele beoordeling van elk geval en alleen voor zover bewaring evenredig is.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De lidstaten mogen een onderdaan van een derde land alleen in bewaring houden <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">met het oog op de terugkeer, met inbegrip van de voorbereiding van</STRING></STRING> de terugkeer<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, de overname</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en de uitvoering van</STRING></STRING> de verwijdering.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Bewaring van een onderdaan van een derde land is slechts toegestaan op basis van een of meer van de volgende bewaringsgronden:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>er bestaat een onderduikrisico, dat is vastgesteld overeenkomstig artikel <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">21 bis</STRING></STRING>;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de betrokken onderdaan van een derde land ontwijkt of belemmert<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> de overname,</STRING></STRING> de voorbereiding van de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">terugkeer of de verwijdering</STRING></STRING>;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>de onderdaan van een derde land vormt een veiligheidsrisico, overeenkomstig artikel 16;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>de identiteit of de nationaliteit van de onderdaan van een derde land moet worden vastgesteld of geverifieerd;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">er is sprake van niet-naleving van de verplichtingen uit hoofde van artikel 21, lid 2, punten a) tot en met c), e), f bis) en i) tot en met k), met inbegrip van een gebrek aan medewerking bij het verkrijgen van reisdocumenten;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">er is sprake van andere relevante gronden in verband met terugkeer, zoals bepaald in het nationale recht, met het oog op doeltreffende terugkeerprocedures, voor zover noodzakelijk en evenredig.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>De bewaring wordt gelast door een administratieve of rechterlijke instantie. De bewaring wordt gelast bij een schriftelijk besluit waarin de feitelijke en juridische gronden voor de bewaring, alsmede informatie over de beschikbare rechtsmiddelen worden vermeld. De onderdaan van een derde land wordt <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">mondeling of schriftelijk</STRING></STRING> van het besluit in kennis gesteld in een taal die de onderdaan van een derde land begrijpt of redelijkerwijs kan worden geacht te begrijpen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, onder meer met behulp van tolk- of vertaaldiensten</STRING></STRING>.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Bij het in bewaring houden van een onderdaan van een derde land op grond van lid 2 houden de lidstaten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">er</STRING></STRING> rekening <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">mee</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of het gaat om</STRING></STRING> ▌een kwetsbare persoon.</PARAG><PARAG>▌</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 32</TI.ART><STI.ART>Bewaringstermijn</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De bewaring duurt zo kort mogelijk en zolang aan de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gronden</STRING></STRING> van artikel 29 wordt voldaan en nodig is om <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de doeltreffende en</STRING></STRING> geslaagde terugkeer <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van de onderdaan van een derde land</STRING></STRING> te waarborgen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Wanneer blijkt dat niet langer aan de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gronden</STRING></STRING> van artikel 29 wordt voldaan, ▌ <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">wordt een einde gesteld aan</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de bewaring van</STRING></STRING> de onderdaan van een derde land <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">op grond van deze verordening</STRING></STRING>. Deze beëindiging van de bewaring vormt geen beletsel voor de toepassing van maatregelen ▌overeenkomstig <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de artikelen</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">23 en 23 quater.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De bewaring in een ▌ lidstaat duurt niet langer dan twaalf maanden. ▌ Indien de terugkeerprocedure vanwege een gebrek aan medewerking van de betrokken onderdaan van een derde land waarschijnlijk langer zal duren of vertraging wordt opgelopen bij het verkrijgen van de nodige documentatie van derde landen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, of er sprake is van uitzonderlijke omstandigheden waarin het nationale recht voorziet,</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kan de bewaring voor een langere termijn worden toegepast, maar niet langer dan 24 maanden in één lidstaat.</STRING></STRING></PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien de onderdaan van een derde land zich naar een andere lidstaat heeft verplaatst en zijn gedrag een grond voor bewaring vormt als bedoeld in artikel 29, lid 3, is een nieuwe bewaringstermijn van toepassing.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3 bis.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Na het verstrijken van de maximale bewaringstermijn van 24 maanden op grond van lid 3, kan bewaring worden toegepast voor aanvullende termijnen van maximaal zes maanden in totaal, indien er een risico op onderduiken bestaat en een of meer van de volgende veranderingen in de omstandigheden wijzen op een redelijk vooruitzicht op verwijdering:</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">er is nieuwe belangrijke informatie beschikbaar over de identiteit van de onderdaan van een derde land; </STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">er is een reisdocument verkregen of het kan redelijkerwijs worden geacht te zijn verkregen als gevolg van gewijzigde omstandigheden; </STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de samenwerking met het derde land is verbeterd.</STRING></STRING></PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bij de bewaring van een onderdaan van een derde land overeenkomstig dit lid behandelt de lidstaat de zaak met voorrang zodat de bewaring zo kort mogelijk wordt gehouden. </STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Het verstrijken van de in <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de leden 3 en 3 bis</STRING></STRING> bedoelde maximale <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bewaringstermijnen</STRING></STRING> vormt geen beletsel voor de toepassing van maatregelen overeenkomstig <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de artikelen</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">23 en 23 quater</STRING></STRING>.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien een in bewaring gestelde onderdaan van een derde land meewerkt aan zijn terugkeer, wordt de vrijwillige terugkeer van de betrokken onderdaan van een derde land, in voorkomend geval, zonder onnodige vertraging georganiseerd. In voorkomend geval kan de bewaring overeenkomstig de leden 3 en 3 bis tot het moment van vertrek worden gehandhaafd teneinde een doeltreffende terugkeer te waarborgen.</STRING></STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 33</TI.ART><STI.ART>Toetsing van bewaringsbevelen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten zorgen ervoor dat</STRING></STRING> de bewaring ▌ ten minste om de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zes</STRING></STRING> maanden <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">wordt</STRING></STRING> getoetst, hetzij op verzoek van de betrokken onderdaan van een derde land, hetzij ambtshalve.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten zorgen ervoor dat</STRING></STRING> de bewaring van niet-begeleide minderjarigen ▌ ten minste om de drie maanden ambtshalve <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">wordt</STRING></STRING> getoetst<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, of op verzoek van de betrokken niet-begeleide minderjarige of diens overeenkomstig artikel 20, lid 2, aangewezen vertegenwoordiger</STRING></STRING>.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Als de bewaring door administratieve autoriteiten is gelast of verlengd, zorgen de lidstaten ervoor dat ▌:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">wordt voorzien in een</STRING></STRING> rechterlijke toetsing van de rechtmatigheid van de bewaring<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, die</STRING></STRING> zo spoedig mogelijk <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">binnen een in het nationale recht vastgelegde termijn</STRING></STRING> na het begin van de bewaring <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">tot een beslissing leidt</STRING></STRING>; of</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zij</STRING></STRING> de betrokken onderdaan van een derde land het recht <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bieden</STRING></STRING> om een procedure voor rechterlijke toetsing van de rechtmatigheid van de bewaring in te stellen, die zo spoedig mogelijk <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">binnen een in het nationale recht vastgelegde termijn</STRING></STRING> na het inleiden van de betrokken procedure <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">tot een beslissing leidt</STRING></STRING>. In dergelijke gevallen stellen de lidstaten de betrokken onderdaan van een derde land onmiddellijk in kennis van de mogelijkheid een dergelijke procedure in te stellen.</PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien een onderdaan van een derde land langer in bewaring wordt gehouden dan de maximale bewaringstermijn van 24 maanden overeenkomstig artikel 32, lid 3 bis, en deze verlenging meer dan drie maanden bedraagt, wordt de bewaring ten minste om de drie maanden onderworpen aan een toetsing door een rechterlijke instantie.</STRING></STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 34</TI.ART><STI.ART>Omstandigheden van de bewaring</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Bewaring vindt in <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het algemeen</STRING></STRING> plaats in speciale inrichtingen, waaronder speciale afdelingen van andere inrichtingen. Indien een lidstaat onderdanen van derde landen niet in dergelijke inrichtingen in bewaring kan stellen en moet gebruikmaken van een gevangenis, worden deze personen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zoveel mogelijk</STRING></STRING> gescheiden gehouden van de gewone gevangenen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>In bewaring gestelde onderdanen van derde landen hebben toegang tot ruimte in de open lucht.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> De toegang tot ruimte in de openlucht kan voor een beperkte periode worden ingeperkt, indien dit noodzakelijk en evenredig is met het oog op de goede werking van de inrichting voor bewaring. </STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>In bewaring gestelde onderdanen van derde landen wordt op verzoek toegestaan te gelegener tijd contact op te nemen met wettelijke vertegenwoordigers, familieleden en bevoegde consulaire autoriteiten.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>In bewaring gestelde kwetsbare personen met bijzondere behoeften krijgen specifieke aandacht ▌. In bewaring gestelde onderdanen van derde landen hebben toegang tot dringende medische zorg en essentiële behandeling van ziekte.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Wettelijke vertegenwoordigers, familieleden, bevoegde consulaire autoriteiten en relevante en bevoegde nationale, internationale en niet-gouvernementele organisaties en instanties kunnen alle inrichtingen voor bewaring bezoeken en een gesprek voeren met en een bezoek brengen aan de onderdanen van derde landen in omstandigheden waarin de privacy wordt geëerbiedigd. Het bezoek kan afhankelijk worden gesteld van toestemming<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en andere passende voorwaarden, waaronder de voorafgaande afgifte van een passende veiligheidsmachtiging door een bevoegde autoriteit overeenkomstig het nationale recht</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> De lidstaten kunnen die toegang krachtens het nationale recht beperken indien dat objectief noodzakelijk is voor de veiligheid, de openbare orde of het administratieve beheer van de inrichting. </STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>In bewaring gestelde onderdanen van derde landen krijgen, ▌ in een taal die zij begrijpen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of redelijkerwijs kunnen worden geacht te begrijpen</STRING></STRING>, ▌ informatie over de in de inrichting geldende regels en over hun rechten en plichten. Hiertoe behoort ook informatie over het in de nationale wetgeving vastgelegde recht om contact op te nemen met in de leden 3 en 5 bedoelde personen, autoriteiten, organisaties en instanties.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6 bis.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Onderdanen van derde landen die overeenkomstig artikel 16 als een veiligheidsrisico zijn aangemerkt, kunnen zolang als strikt noodzakelijk is om het risico te beheersen en hun terugkeer te vergemakkelijken, binnen inrichtingen voor bewaring aan strengere veiligheidsmaatregelen worden onderworpen, met inbegrip van strengere scheidingsmaatregelen of verscherpt toezicht.</STRING></STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 35</TI.ART><STI.ART>Omstandigheden van de bewaring van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">niet-begeleide</STRING></STRING> minderjarigen en gezinnen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">met minderjarigen</STRING></STRING></STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Niet-begeleide minderjarigen en gezinnen met minderjarigen worden slechts in laatste instantie, en voor een zo kort mogelijke periode, in bewaring gesteld en daarbij wordt het belang van het kind in acht genomen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>▌ Niet-begeleide minderjarigen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en gezinnen met minderjarigen</STRING></STRING> krijgen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gedurende de bewaringstermijn</STRING></STRING> afzonderlijke accommodatie met voldoende privacy. Het personeel is adequaat opgeleid en de inrichtingen zijn aangepast <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">om rekening te houden </STRING></STRING>met ▌ de ▌ behoeften van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">minderjarigen en met hun leeftijd en geslacht</STRING></STRING>.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>In bewaring gestelde minderjarigen wordt de mogelijkheid geboden tot vrijetijdsbesteding, zoals op hun leeftijd afgestemde spel- en recreatieactiviteiten, en krijgen toegang tot onderwijs <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of onderwijsactiviteiten</STRING></STRING> in de vorm die het beste past bij de periode die zij in bewaring moeten doorbrengen.</PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TICHAPITRE">Hoofdstuk VI</TI><STI.GR>OVERNAME</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 36</TI.ART><STI.ART><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Overname</STRING></STRING></STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Na het uitvaardigen </STRING></STRING>van een ▌ terugkeerbesluit <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">leiden </STRING></STRING>de bevoegde autoriteiten ▌in voorkomend geval<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, waar aangewezen</STRING></STRING> met de steun van Frontex<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, overname in, indien van toepassing ook in verband met het bevestigen van de nationaliteit van een onderdaan van een derde land, het afgeven van een reisdocument voor de onderdaan van een derde land en het organiseren van een terugkeeroperatie</STRING></STRING>.</PARAG><PARAG>▌In voorkomend geval wordt het Europees reisdocument voor terugkeer gebruikt overeenkomstig het toepasselijke overname-instrument en Verordening (EU) 2016/1953<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2016/1953 van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2016 betreffende de vaststelling van een Europees reisdocument voor de terugkeer van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen en tot intrekking van de aanbeveling van de Raad van 30 november 1994 (PB L 311 van 17.11.2016, blz. 13, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2016/1953/oj).</FIELD></FOOTNOTE>.</PARAG><PARAG>▌7.	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Overname</STRING></STRING> in derde landen wordt ondersteund door speciale, door de Unie gefinancierde verbindingsfunctionarissen van de Unie voor terugkeer. Deze verbindingsfunctionarissen maken deel uit van de structuur van de delegaties van de Unie en werken in nauwe coördinatie met de Commissie aan de verwezenlijking van de relevante beleidsprioriteiten van de Unie.</PARAG><PARAG>▌</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 37 bis</STRING></STRING></TI.ART><STI.ART><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Externe dimensie en samenwerking met derde landen</STRING></STRING></STI.ART><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Unie en de lidstaten zorgen ervoor dat de externe dimensie van het terugkeerbeleid integraal deel uitmaakt van de alomvattende aanpak van migratiebeheer. </STRING></STRING></PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Wanneer wordt vastgesteld dat een derde land niet meewerkt of wanneer een of meer lidstaten moeilijkheden ondervinden bij de samenwerking met derde landen op het gebied van overname, nemen de Unie en de lidstaten passende maatregelen, waaronder het gebruik van conditionaliteit met betrekking tot alle relevante beleidsmaatregelen en instrumenten, zoals visumbeleid, handel en ontwikkeling, zoals bepaald in de wetgevingshandelingen van de Unie waarbij deze worden geregeld, en voor de lidstaten die door deze handelingen gebonden zijn, teneinde voorspelbare en doeltreffende terugkeerprocedures met derde landen te ondersteunen en een doeltreffende en duurzame samenwerking op het gebied van overname te waarborgen.</STRING></STRING></PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TICHAPITRE">Hoofdstuk VII</TI><STI.GR>UITWISSELING EN DOORGIFTE VAN PERSOONSGEGEVENS</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 38</TI.ART><STI.ART>Uitwisseling van informatie tussen lidstaten</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De lidstaten maken voor de uitvoering van deze verordening gebruik van alle passende middelen op het gebied van samenwerking en informatie-uitwisseling.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De informatie-uitwisseling vindt plaats op verzoek van een lidstaat en uitsluitend tussen bevoegde autoriteiten van de lidstaten.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De lidstaten verstrekken elkaar <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">op verzoek</STRING></STRING>, voor de uitvoering van de terugkeerprocedure ▌ en de verlening van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bijstand bij terugkeer en re-integratie</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">beschikbare</STRING></STRING> informatie over een persoon binnen het toepassingsgebied van deze verordening.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Indien de in lid 3 bedoelde informatie kan worden uitgewisseld via de in artikel 4, punt 15, van Verordening (EU) 2019/818 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2019/818 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 tot vaststelling van een kader voor interoperabiliteit tussen de Unie-informatiesystemen op het gebied van politiële en justitiële samenwerking, asiel en migratie en tot wijziging van Verordeningen (EU) 2018/1726, (EU) 2018/1862 en (EU) 2019/816 (PB L 135 van 22.5.2019, blz. 85, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2019/818/oj).</FIELD></FOOTNOTE> bedoelde Unie-informatiesystemen of via aanvullende informatie als bedoeld in Verordening (EU) 2018/1860, wordt die informatie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in de regel</STRING></STRING> alleen via die kanalen uitgewisseld.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>▌ Het verzoek om informatie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bevat</STRING></STRING> de redenen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">waarop het</STRING></STRING> is <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gebaseerd</STRING></STRING>.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>De in lid 3 bedoelde informatie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kan</STRING></STRING> met name <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het volgende omvatten</STRING></STRING>:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>informatie die nodig is om de identiteit van de onderdaan van een derde land en, in voorkomend geval, de identiteit van zijn gezinsleden, familieleden en eventuele andere familierelaties vast te stellen ▌;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>informatie over de overeenkomstig Verordening (EU) 2024/1358 verzamelde biometrische gegevens van de onderdaan van een derde land ▌;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>informatie over de nationaliteit en ▌ de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">eventuele</STRING></STRING> reisdocumenten van de onderdaan van een derde land ▌;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>informatie over de verblijfplaatsen en de reisroutes van de onderdaan van een derde land, zijn talenkennis en zijn contactgegevens (e-mailadres/-adressen en telefoonnummer/-nummers);</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>informatie over de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">eventuele</STRING></STRING> door een lidstaat of een derde land afgegeven <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">verblijfsstatus of verblijfsvergunning, met inbegrip van</STRING></STRING> verblijfstitels of visa<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, alsmede aanvragen of verlengingen daarvan</STRING></STRING>;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>informatie over de terugkeeroperatie van de onderdaan van een derde land▌;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>g)</NO.P>informatie over de re-integratie van de onderdaan van een derde land<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, indien van toepassing, met inbegrip van informatie over kwetsbaarheid</STRING></STRING>;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>h)</NO.P>de gronden voor een tegen de onderdaan van een derde land uitgevaardigd terugkeerbesluit;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>h bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">informatie over de naleving door de onderdaan van een derde land van de verplichtingen uit hoofde van artikel 21 of maatregelen uit hoofde van artikel 23;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>informatie over de vraag of de onderdaan van een derde land in bewaring is gesteld, dan wel of er alternatieve maatregelen voor bewaring op hem zijn toegepast;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>j)</NO.P>informatie in verband met het strafblad of in verband met de bedreiging die de onderdaan van een derde land vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>k)</NO.P>informatie over kwetsbaarheid, gezondheid en medische behoeften van de onderdaan van een derde land.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>De aangezochte lidstaat is verplicht zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">twee</STRING></STRING> weken te antwoorden.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7 bis.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het uitblijven van een antwoord, een onvolledig antwoord of een vertraagd antwoord van een lidstaat op een verzoek uit hoofde van dit artikel vormt geen belemmering voor of leidt niet tot uitstel van de uitvoering van een terugkeerbesluit of een verwijderingsbevel dat door een andere lidstaat is uitgevaardigd. De verzoekende lidstaat kan handelen op basis van de informatie waarover zijn bevoegde autoriteiten reeds beschikken, overeenkomstig het Unierecht en het nationale recht.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8.</NO.P>De uitgewisselde informatie mag slechts voor de in lid 3 genoemde doeleinden worden gebruikt. Deze informatie wordt, afhankelijk van het soort informatie en de bevoegdheden van de ontvangende autoriteit, alleen meegedeeld aan de autoriteiten of de rechterlijke autoriteiten die belast zijn met de terugkeerprocedure, de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">overname</STRING></STRING> of het verlenen van re-integratiebijstand.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>9.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten geven elkaar op verzoek de originele reisdocumenten van een onderdaan van een derde land door, indien het reisdocument noodzakelijk is om de terugkeer te waarborgen.</STRING></STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 39</TI.ART><STI.ART>Doorgifte van gegevens over onderdanen van derde landen aan derde landen voor <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">terugkeer-,</STRING></STRING> overname- en re-integratiedoeleinden</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Onverminderd de artikelen 40 en 41 kunnen de in artikel 38, lid 6, punten a) tot en met h), bedoelde gegevens door een bevoegde autoriteit en, in voorkomend geval, door Frontex worden verwerkt en worden doorgegeven aan een bevoegde autoriteit van een derde land <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of aan derde partijen die bevoegd zijn voor re-integratiebijstand of andere taken in verband met de uitvoering van de terugkeer, zoals luchtvaartmaatschappijen of medische dienstverleners</STRING></STRING>, indien ▌ dit noodzakelijk is voor de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">terugkeer, overname of re-integratie</STRING></STRING>.</PARAG><PARAG>▌</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De lidstaten en Frontex zorgen er bij de doorgifte van persoonsgegevens krachtens lid 1 ▌ voor dat deze in overeenstemming is met respectievelijk hoofdstuk V van Verordening (EU) 2016/679 en hoofdstuk V van Verordening (EU) 2018/1725.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Doorgiften op grond van lid 1 ▌ worden gedocumenteerd en die documentatie (waaronder de datum en het tijdstip van de doorgifte en informatie over de bevoegde autoriteit van het ontvangende derde land) wordt op verzoek ter beschikking gesteld van de krachtens artikel 51, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679 en artikel 52, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1725 ingestelde bevoegde toezichthoudende autoriteit.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Die documentatie blijft beperkt tot de informatie die strikt noodzakelijk is om aan te tonen dat aan de rechtsgrondslag voor de doorgifte is voldaan, en brengt geen aanvullende verplichting tot verslaglegging met zich mee voor de lidstaten. </STRING></STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 40</TI.ART><STI.ART>Doorgifte van gegevens over strafrechtelijke veroordelingen van onderdanen van derde landen aan derde landen voor <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">terugkeer-,</STRING></STRING> overname- en re-integratiedoeleinden</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Gegevens over een of meer strafrechtelijke veroordelingen van een onderdaan van een derde land kunnen in individuele gevallen door een bevoegde autoriteit en, in voorkomend geval, door Frontex worden verwerkt en worden doorgegeven aan een bevoegde autoriteit van een derde land <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of aan derde partijen die bevoegd zijn voor re-integratiebijstand of andere taken in verband met de uitvoering van de terugkeer,</STRING></STRING> mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de onderdaan van een derde land wiens persoonsgegevens worden doorgegeven, is in de afgelopen 25 jaar veroordeeld voor een terroristisch misdrijf of is in de afgelopen 15 jaar veroordeeld voor een ander strafbaar feit dat is opgenomen in de bijlage bij Verordening (EU) 2018/1240 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2018/1240 van het Europees Parlement en de Raad van 12 september 2018 tot oprichting van een Europees reisinformatie- en -autorisatiesysteem (Etias) en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1077/2011, (EU) nr. 515/2014, (EU) 2016/399, (EU) 2016/1624 en (EU) 2017/2226 (PB L 236 van 19.9.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1240/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of heeft een strafbaar feit gepleegd waarvoor volgens het nationale recht een vrijheidsstraf van ten minste twee jaar geldt of heeft meerdere strafbare feiten gepleegd waarvoor </STRING></STRING>volgens het nationale recht van de veroordelende lidstaat ▌ een vrijheidsstraf ▌ van ten minste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">één jaar geldt</STRING></STRING>;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de doorgifte van gegevens is noodzakelijk voor de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">terugkeer of overname of voor de verlening van op maat gesneden en niet-financiële re-integratiebijstand</STRING></STRING>;</PARAG><PARAG>▌</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>▌ de bevoegde autoriteit <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">heeft geverifieerd</STRING></STRING> en ▌ Frontex <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">heeft</STRING></STRING> zich <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">er, in voorkomend geval, van</STRING></STRING> verzekerd dat er geen risico bestaat dat de doorgifte in strijd is met het beginsel van non-refoulement;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>▌ de bevoegde autoriteit <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">heeft geverifieerd</STRING></STRING> en ▌ Frontex <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">heeft</STRING></STRING> zich <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">er, in voorkomend geval, van</STRING></STRING> verzekerd dat er geen risico bestaat dat de doorgifte in strijd is met artikel 50 van het Handvest.</PARAG><PARAG>▌3.	De lidstaten en Frontex zorgen er bij de doorgifte van persoonsgegevens krachtens lid 1 of lid 2 voor dat deze in overeenstemming is met respectievelijk hoofdstuk V van Verordening (EU) 2016/679 en hoofdstuk V van Verordening (EU) 2018/1725.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Doorgiften op grond van lid 1 ▌ worden gedocumenteerd en die documentatie (waaronder de datum en het tijdstip van de doorgifte, informatie over de bevoegde autoriteit van het ontvangende derde land, de motivering dat de doorgifte in overeenstemming is met de voorwaarden van lid 1 ▌, en de doorgegeven persoonsgegevens) wordt op verzoek ter beschikking gesteld van de krachtens artikel 51, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679 en artikel 52, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1725 ingestelde bevoegde toezichthoudende autoriteit.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Die documentatie blijft beperkt tot de informatie die strikt noodzakelijk is om aan te tonen dat aan de rechtsgrondslag voor de doorgifte is voldaan, en brengt geen aanvullende verplichting tot verslaglegging met zich mee voor de lidstaten.</STRING></STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 41</TI.ART><STI.ART>Doorgifte van gezondheidsgegevens van onderdanen van derde landen aan derde landen voor de uitvoering van de terugkeeroperatie en re-integratie</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Gegevens over de medische bijstand die tijdens de terugkeeroperatie aan onderdanen van derde landen moet worden verleend, kunnen in individuele gevallen door een bevoegde autoriteit en, in voorkomend geval, door Frontex worden verwerkt en worden doorgegeven aan een bevoegde autoriteit van een derde land <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of aan derde partijen die bevoegd zijn voor re-integratiebijstand of andere taken in verband met de uitvoering van de terugkeer, zoals medische dienstverleners,</STRING></STRING> mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de doorgifte van gegevens is noodzakelijk voor de uitvoering van de terugkeeroperatie;</PARAG><PARAG>▌</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>▌ de bevoegde autoriteit <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">heeft geverifieerd</STRING></STRING> en Frontex heeft zich er, in voorkomend geval, van verzekerd dat er geen risico bestaat dat de doorgifte in strijd is met het beginsel van non-refoulement.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Gegevens over de gezondheid <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en medische behoeften</STRING></STRING> van onderdanen van derde landen kunnen in individuele gevallen door een bevoegde autoriteit en, in voorkomend geval, door Frontex worden verwerkt en worden doorgegeven aan een derde partij die bevoegd is voor re-integratiebijstand <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of andere taken in verband met de uitvoering van de terugkeer</STRING></STRING>, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de doorgifte van gegevens is noodzakelijk voor de verlening van in artikel 46 bedoelde re-integratiebijstand die is afgestemd op de medische behoeften van de onderdaan van een derde land;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de onderdaan van een derde land van wie persoonsgegevens worden doorgegeven ▌ heeft <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">daarmee</STRING></STRING> ingestemd ▌.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De lidstaten en Frontex zorgen er bij de doorgifte van persoonsgegevens krachtens lid 1 of lid 2 voor dat deze in overeenstemming is met respectievelijk hoofdstuk V van Verordening (EU) 2016/679 en hoofdstuk V van Verordening (EU) 2018/1725.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Doorgiften op grond van lid 1 of lid 2 worden gedocumenteerd en die documentatie (waaronder de datum en het tijdstip van de doorgifte, informatie over de bevoegde autoriteit van het ontvangende derde land, de motivering dat de doorgifte in overeenstemming is met de voorwaarden van lid 1 of lid 2, en de doorgegeven persoonsgegevens) wordt op verzoek ter beschikking gesteld van de krachtens artikel 51, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679 en artikel 52, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1725 ingestelde bevoegde toezichthoudende autoriteit.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Die documentatie blijft beperkt tot de informatie die strikt noodzakelijk is om aan te tonen dat aan de rechtsgrondslag voor de doorgifte is voldaan, en brengt geen aanvullende verplichting tot verslaglegging met zich mee voor de lidstaten.</STRING></STRING></PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TICHAPITRE">Hoofdstuk VIII</TI><STI.GR>GEMEENSCHAPPELIJK SYSTEEM VOOR TERUGKEER</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 42</TI.ART><STI.ART>Onderdelen van een gemeenschappelijk systeem voor terugkeer</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Een gemeenschappelijk systeem voor terugkeer overeenkomstig deze verordening bestaat uit:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>een gemeenschappelijke procedure voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die geen recht op verblijf <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">op het grondgebied van de lidstaten</STRING></STRING> hebben ▌;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>een systeem in het kader waarvan de lidstaten elkaars terugkeerbesluiten erkennen en uitvoeren;</PARAG><PARAG>▌</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>digitale systemen om de terugkeer, overname en re-integratie van onderdanen van derde landen te beheren;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>samenwerking tussen de lidstaten;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voldoende bewaringscapaciteit, zoals bepaald door de lidstaat, rekening houdend met de werkelijke behoeften;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">financiële ondersteuning door de Unie en operationele ondersteuning door de </STRING></STRING>organen, instanties en agentschappen ▌ in overeenstemming met hun respectieve mandaat.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>1 bis.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bij de ontwikkeling van digitale systemen wordt zoveel mogelijk gebruikgemaakt van bestaande nationale infrastructuur en interoperabele systemen van de Unie, en worden geen extra verslagleggings- of procedurele lasten voor de lidstaten gecreëerd.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De Unie en de lidstaten bepalen gemeenschappelijke prioriteiten op het gebied van terugkeer ▌ en re-integratie en zorgen voor de nodige follow-up, rekening houdend met de op grond van artikel 8 van Verordening (EU) 2024/1351 vastgestelde Europese strategie voor asiel- en migratiebeheer, de uitvoering van de terugkeergrensprocedure overeenkomstig Verordening (EU)<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> 2024/1349</STRING></STRING>, de beoordeling van de mate van samenwerking van derde landen met de lidstaten op het gebied van overname overeenkomstig artikel 25 bis van Verordening (EG) nr. 810/2009, en de overname-instrumenten en andere instrumenten van de Unie die relevant zijn voor de samenwerking op het gebied van overname.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De Unie en de lidstaten zorgen voor loyale samenwerking en nauwe coördinatie tussen de bevoegde autoriteiten en tussen de Unie en de lidstaten, alsook voor synergie tussen interne en externe componenten ▌.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 43</TI.ART><STI.ART>Bevoegde autoriteiten ▌</STI.ART><PARAG>▌1.	Elke lidstaat wijst overeenkomstig het nationale recht de bevoegde autoriteiten aan die verantwoordelijk zijn voor de naleving van de uit deze verordening voortvloeiende verplichtingen.</PARAG><PARAG>▌</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 44</TI.ART><STI.ART>Samenwerking tussen lidstaten</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De overeenkomstig artikel 43 aangewezen bevoegde autoriteiten werken samen en verlenen elkaar<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> in de regel</STRING></STRING> bijstand voor de volgende doeleinden:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>toestemming verlenen voor een doorreis over hun grondgebied om bij te dragen tot de naleving van een terugkeerbesluit van een andere lidstaat of tot het verkrijgen van reisdocumenten;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>logistieke ▌ of andere materiële of in natura verstrekte bijstand verlenen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> in verband met doorreis over hun grondgebied als bedoeld in punt a)</STRING></STRING>;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de in artikel 8, lid 1, punt b), bedoelde overdracht faciliteren;</STRING></STRING></PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">▌</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ondersteuning verlenen voor het vertrek van een onderdaan van een derde land naar de lidstaat waar hij een verblijfsrecht heeft overeenkomstig artikel 8, lid 3</STRING></STRING></PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">▌.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De overeenkomstig artikel 43 aangewezen bevoegde autoriteiten kunnen samenwerken en elkaar bijstaan, onder meer voor de volgende doeleinden:</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een leidende of ondersteunende rol vervullen in de beleidsdialoog en de contacten met de autoriteiten van derde landen, om overname te faciliteren;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">contact opnemen met de bevoegde autoriteiten van derde landen om de identiteit van onderdanen van derde landen te verifiëren en een geldig reisdocument te verkrijgen;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">namens de verzoekende lidstaat, de praktische regelingen voor de uitvoering van de terugkeer treffen;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">logistieke of andere materiële of in natura verstrekte bijstand verlenen.</STRING></STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 45</TI.ART><STI.ART>Ondersteuning door Frontex</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De lidstaten kunnen ten behoeve van hun bevoegde autoriteiten verzoeken om bijstand door deskundigen die worden ingezet of ondersteund door Frontex, met inbegrip van verbindingsfunctionarissen voor terugkeer en andere verbindingsfunctionarissen, overeenkomstig Verordening (EU) 2019/1896.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De lidstaten verstrekken Frontex relevante informatie over de ondersteuning die zij volgens de planning nodig hebben van Frontex, zodat de ondersteuning die het Agentschap verleent, naar behoren kan worden gepland overeenkomstig <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Verordening (EU) 2019/1896. </STRING></STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 46</TI.ART><STI.ART>Steun voor terugkeer en re-integratie</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De lidstaten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zorgen voor beschikbaarheid van</STRING></STRING> advisering bij terugkeer en re-integratie ▌ om<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, in voorkomend geval,</STRING></STRING> onderdanen van derde landen zo vroeg mogelijk in de terugkeerprocedure informatie en advies te verstrekken over terugkeer- en re-integratiemogelijkheden, en stellen in dit verband programma’s vast als bedoeld in lid 3. Advisering bij terugkeer en re-integratie kan worden gecombineerd met ander advies dat in het kader van andere migratieprocedures in de lidstaat wordt verstrekt.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">uiterlijk bij</STRING></STRING> de uitvaardiging van het terugkeerbesluit informatie over terugkeer en re-integratie wordt verstrekt ▌.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De lidstaten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> zorgen voor de beschikbaarheid van</STRING></STRING> programma’s<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> voor terugkeer en re-integratie die worden ondersteund of gefinancierd op nationaal of Unieniveau</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Die</STRING></STRING> programma’s <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">omvatten</STRING></STRING> logistieke, financiële <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of</STRING></STRING> andere materiële of in natura verstrekte bijstand of stimulansen voor een onderdaan van een derde land, met inbegrip van re-integratiebijstand in het land van terugkeer.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bijstand bij terugkeer en re-integratie</STRING></STRING> is geen individueel recht en is geen voorwaarde voor de overnameprocedure.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>De bijstand die via de programma’s voor terugkeer en re-integratie wordt verleend, weerspiegelt de mate van medewerking en naleving van de zijde van de onderdaan van een derde land en kan mettertijd verminderen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of worden ingetrokken.</STRING></STRING> Bij het bepalen van het soort en de omvang van de terugkeer- en re-integratiebijstand <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kan</STRING></STRING> in voorkomend geval rekening <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">worden</STRING></STRING> gehouden met de volgende criteria:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de medewerking van de betrokken onderdaan van een derde land tijdens de terugkeer- en overnameprocedure, zoals bepaald in artikel 21;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>of de onderdaan van een derde land vrijwillig terugkeert of moet worden verwijderd;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>of de onderdaan van een derde land onderdaan is van een derde land dat is opgenomen in de lijst in bijlage II bij Verordening (EU) 2018/1806<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2018/1806 van het Europees Parlement en de Raad van 14 november 2018 tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld (codificatie) (PB L 303 van 28.11.2018, blz. 39, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1806/oj).</FIELD></FOOTNOTE>;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>of de onderdaan van een derde land is veroordeeld voor een strafbaar feit;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>of de onderdaan van een derde land specifieke behoeften heeft, omdat hij een kwetsbare persoon, minderjarige, niet-begeleide minderjarige of gezinslid is<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">aanvullende criteria krachtens het nationale recht.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>De in dit artikel bedoelde bijstand wordt niet verleend aan onderdanen van derde landen die reeds een andere of dezelfde vorm van steun van een lidstaat of de Unie hebben ontvangen. De Unie, de lidstaten en Frontex zorgen voor samenhang en coördinatie op het gebied van re-integratiebijstand.</PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TICHAPITRE">Hoofdstuk IX</TI><STI.GR>SLOTBEPALINGEN</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 47</TI.ART><STI.ART>Noodsituaties</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>In situaties waarin een uitzonderlijk groot aantal onderdanen van derde landen moet terugkeren en de inrichtingen voor bewaring van een lidstaat of zijn bestuurlijk of gerechtelijk personeel hierdoor onverwacht zwaar worden belast, kan die lidstaat besluiten, voor de duur van de uitzonderlijke situatie, de overeenkomstig <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">artikel 27, lid 1,</STRING></STRING> artikel 33, lid 3<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, en artikel 38, lid 7,</STRING></STRING> bepaalde termijnen ▌ te verlengen en om dringende maatregelen met betrekking tot de omstandigheden van bewaring te nemen die afwijken van het bepaalde in artikel 34, lid 1, en artikel 35, lid 2.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> De lidstaten kunnen administratieve procedures en interne verslagleggingseisen tijdelijk aanpassen om terugkeeroperaties te versnellen, mits dergelijke aanpassingen strikt noodzakelijk zijn voor het aanpakken van de uitzonderlijke situatie.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De lidstaat die deze uitzonderlijke maatregelen neemt, stelt de Commissie onverwijld ervan in kennis. De Commissie wordt tevens door de lidstaat in kennis gesteld zodra de redenen voor het toepassen van deze uitzonderlijke maatregelen niet langer bestaan.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Dit artikel kan niet aldus worden uitgelegd dat het de lidstaten wordt toegestaan af te wijken van hun algemene verplichting alle, algemene dan wel bijzondere, maatregelen te treffen die nodig zijn om ervoor te zorgen dat zij aan hun verplichtingen uit hoofde van deze verordening voldoen.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 48</TI.ART><STI.ART>Statistieken</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Voor het toezicht op de samenwerking met derde landen op het gebied van overname kan</STRING></STRING> de Commissie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">eenmaal per jaar verzoeken om Frontex </STRING></STRING>de volgende gegevens<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> over de desbetreffende derde landen mee te delen</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">uitgesplitst naar derde land</STRING></STRING>:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>het aantal <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">verzoeken om bevestiging van de nationaliteit en het aantal positieve en negatieve antwoorden op dergelijke verzoeken</STRING></STRING>;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>het aantal <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">verzoeken om afgifte van reisdocumenten, waaronder het aantal verzoeken om afgifte van reisdocumenten waarbij de nationaliteit bevestigd was, het aantal door de autoriteiten van het derde land afgegeven reisdocumenten en het aantal negatieve antwoorden op dergelijke verzoeken.</STRING></STRING></PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">▌</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Frontex verleent de Commissie toegang tot de in lid 1 bedoelde</STRING></STRING> gegevens.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> De naar lidstaat uitgesplitste </STRING></STRING>gegevens <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">als bedoeld in de punten a) en b), kunnen aan derde landen worden meegedeeld om de uitvoering en naleving van overnameverplichtingen te monitoren, onder meer in het kader van de overname-instrumenten van de Unie. </STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Op verzoek van de Commissie verstrekken</STRING></STRING> de lidstaten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">binnen een bepaalde termijn de informatie die nodig is om de in artikel 9, lid 12, bedoelde beoordeling te voltooien, met name de statistieken over het aantal onderdanen van derde landen voor wie door een andere lidstaat een terugkeerbesluit is uitgevaardigd en het aantal onderdanen van derde landen dat is verwijderd of teruggestuurd op basis van een erkend terugkeerbesluit en, in voorkomend geval, verwijderingsbesluit dat is uitgevaardigd door een andere lidstaat. </STRING></STRING></PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">▌</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie maakt, voor de toepassing van dit artikel en waar mogelijk, gebruik van de informatie die beschikbaar wordt gesteld krachtens Verordening (EG) nr. 862/2007. </STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Wanneer de Commissie uit hoofde van artikel 9, lid 13, een wetgevingsvoorstel indient, stelt zij indien nodig wijzigingen van dit artikel voor, rekening houdend met relevante ontwikkelingen in de wetgeving op het gebied van digitalisering. </STRING></STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 49</TI.ART><STI.ART>Comitéprocedure</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De Commissie wordt bijgestaan door een comité. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing. Indien door het comité geen advies wordt uitgebracht, stelt de Commissie de ontwerpuitvoeringshandeling niet vast en is artikel 5, lid 4, derde alinea, van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 50</TI.ART><STI.ART>Verslaglegging</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De Commissie brengt uiterlijk ▌ <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">[vijf jaar na de inwerkingtreding van deze verordening]</STRING></STRING> en vervolgens om de vijf jaar verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad over de toepassing van deze verordening in de lidstaten en stelt, zo nodig, wijzigingen voor.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De lidstaten sturen de Commissie op haar verzoek uiterlijk negen maanden voordat deze termijn is verstreken, de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">beschikbare</STRING></STRING> gegevens die de Commissie nodig heeft om haar verslag<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> overeenkomstig lid 1</STRING></STRING> op te stellen.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> De Commissie gebruikt zo mogelijk de informatie die in het kader van Verordening (EG) nr. 862/2007 beschikbaar wordt gesteld.</STRING></STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 51</TI.ART><STI.ART>Intrekking</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Richtlijn 2008/115/EG ▌, Richtlijn 2001/40/EG en Besluit 2004/191/EG van de Raad worden voor de door deze verordening gebonden lidstaten ingetrokken <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">met ingang van de datum waarop deze verordening overeenkomstig artikel 52, lid 3, van toepassing wordt. </STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Verwijzingen naar de ingetrokken richtlijnen gelden als verwijzingen naar deze verordening en worden gelezen volgens de concordantietabel in de bijlage.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 52</TI.ART><STI.ART>Inwerkingtreding<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en toepassing</STRING></STRING></STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Deze verordening treedt in werking op de ▌ dag na die van de bekendmaking ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING>.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De artikelen 1, 2, leden 1 tot en met 3, 4, lid 3, 5, 7, leden 8 en 9, 17, 18, 19, 36, 37 bis, 43, 45, 49, 50 en 51 van deze verordening zijn van toepassing vanaf de datum van inwerkingtreding. </STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De overige bepalingen van deze verordening zijn van toepassing met ingang van ... [Publicatieblad: gelieve de datum in te voegen: 12 maanden vanaf de datum van inwerkingtreding].</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. </STRING></STRING></PARAG></ARTICLE></GR.ART><SIGNATURE><P>Gedaan te ▌</P><P><STRING ITALIC="on">Voor het Europees Parlement	Voor de Raad</STRING></P><P><STRING ITALIC="on">De voorzitter	De voorzitter</STRING></P></SIGNATURE></DISPOSITIF></TEXT></TCONSOLID></TXTLST></SDOCTA>