<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0213</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Europees Openbaar Ministerie (EOM) en het Europees Bureau voor fraudebestrijding(OLAF): toegang tot gegevens over de btw op het niveau van de Unie</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0159/2026 - Rapporteur: Michalis Hadjipantela)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 17 juni 2026 over het voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 904/2010 betreffende de toegang van het Europees Openbaar Ministerie (EOM) en het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) tot gegevens over de belasting over de toegevoegde waarde op het niveau van de Unie (COM(2025)0685 – C10-0298/2025 – 2025/0348(CNS))</STRING></TI><NOTE>(Bijzondere wetgevingsprocedure – raadpleging)</NOTE><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2025)0685),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 113 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C10‑0298/2025),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 84 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie begrotingscontrole,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken (A10-0159/2026),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, zoals geamendeerd door het Parlement;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt de Commissie haar voorstel dienovereenkomstig te wijzigen krachtens artikel 293, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt de Raad om het Parlement ervan op de hoogte te stellen indien de Raad voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>vraagt de Raad om het Parlement opnieuw te raadplegen indien de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het Commissievoorstel;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de nationale parlementen.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF><AMDLST><HD><HEAD.OLD><STRING ITALIC="on">Door de Commissie voorgestelde tekst</STRING></HEAD.OLD><HEAD.NEW><STRING ITALIC="on">Amendement</STRING></HEAD.NEW></HD><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement 1</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 2</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(2)</NO.P>Op grond van artikel 24, lid 1, van Verordening (EU) 2017/1939 doen de instellingen, organen en instanties van de Unie en de krachtens het toepasselijke nationale recht bevoegde autoriteiten van de lidstaten onverwijld melding bij het EOM van alle strafbare gedragingen, met inbegrip van grensoverschrijdende btw-fraude, ten aanzien waarvan het zijn bevoegdheid overeenkomstig artikel 22 en artikel 25, leden 2 en 3, van die verordening zou kunnen uitoefenen. Grensoverschrijdende btw-fraude omvat per definitie meerdere lidstaten en de informatiestroom van individuele lidstaten naar het EOM is niet in lijn met de doelstelling van de bestrijding van btw-fraude op EU-niveau. Om het EOM te voorzien van inlichtingen over btw-frauderisico’s op EU-niveau en te waarborgen dat het zijn regelgevingsmandaat kan uitvoeren, is het derhalve noodzakelijk om meer in detail de modaliteiten vast te stellen op grond waarvan de lidstaten, binnen het in artikel 33 van Verordening (EU) nr. 904/2010 bedoelde Eurofisc-netwerk, aanwijzingen van een vermoeden van en uiteindelijk nauwkeurige informatie over <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">btw-fraude</STRING></STRING> aan het EOM moeten melden. Voorts kan het EOM op grond van artikel 24, lid 9, van Verordening (EU) 2017/1939 in specifieke gevallen verdere nuttige informatie opvragen waarover de instellingen, organen en instanties van de Unie en de autoriteiten van de lidstaten beschikken. Daarom is het passend de regels vast te stellen op grond waarvan de lidstaten binnen Eurofisc informatie over grensoverschrijdende btw-fraude naar aanleiding van een verzoek van het EOM aan het EOM moeten meedelen.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(2)</NO.P>Op grond van artikel 24, lid 1, van Verordening (EU) 2017/1939 doen de instellingen, organen en instanties van de Unie en de krachtens het toepasselijke nationale recht bevoegde autoriteiten van de lidstaten onverwijld melding bij het EOM van alle strafbare gedragingen, met inbegrip van grensoverschrijdende btw-fraude, ten aanzien waarvan het zijn bevoegdheid overeenkomstig artikel 22 en artikel 25, leden 2 en 3, van die verordening zou kunnen uitoefenen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, en doen dit tijdig, zodat dergelijke strafbare gedragingen kunnen worden geanalyseerd of onderzocht</STRING></STRING>. Grensoverschrijdende btw-fraude omvat per definitie meerdere lidstaten en de informatiestroom van individuele lidstaten naar het EOM is niet in lijn met de doelstelling van de bestrijding van btw-fraude op EU-niveau. Om het EOM te voorzien van inlichtingen over btw-frauderisico’s op EU-niveau en te waarborgen dat het zijn regelgevingsmandaat kan uitvoeren, is het derhalve noodzakelijk om meer in detail de modaliteiten vast te stellen op grond waarvan de lidstaten, binnen het in artikel 33 van Verordening (EU) nr. 904/2010 bedoelde Eurofisc-netwerk, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de resultaten van verwerking en analyses door Eurofisc van gevallen van vermoedelijke grensoverschrijdende fraude en</STRING></STRING> aanwijzingen van een vermoeden van en uiteindelijk nauwkeurige informatie over <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">fraude die het EOM nodig heeft om te bepalen of het zijn bevoegdheid moet uitoefenen,</STRING></STRING> aan het EOM moeten melden. Voorts kan het EOM op grond van artikel 24, lid 9, van Verordening (EU) 2017/1939 in specifieke gevallen verdere nuttige informatie opvragen waarover de instellingen, organen en instanties van de Unie en de autoriteiten van de lidstaten beschikken. Daarom is het passend de regels vast te stellen op grond waarvan de lidstaten binnen Eurofisc informatie over grensoverschrijdende btw-fraude naar aanleiding van een verzoek van het EOM aan het EOM moeten meedelen.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		2</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 4</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(4)</NO.P>De lidstaten die niet aan het EOM deelnemen, zijn op grond van het in artikel 4, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde beginsel van loyale samenwerking verplicht de activiteiten van het EOM te ondersteunen en zich te onthouden van iedere handeling die de verwezenlijking van de doelstellingen ervan in gevaar zou kunnen brengen. Eurofisc bestaat uit zowel lidstaten die deelnemen als lidstaten die niet deelnemen aan het EOM. Daarom is het belangrijk te beschikken over een duidelijke rechtsgrondslag voor de toegang van het EOM tot door Eurofisc verwerkte informatie.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(4)</NO.P>De lidstaten die niet aan het EOM deelnemen, zijn op grond van het in artikel 4, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde beginsel van loyale samenwerking verplicht de activiteiten van het EOM te ondersteunen en zich te onthouden van iedere handeling die de verwezenlijking van de doelstellingen ervan in gevaar zou kunnen brengen. Eurofisc bestaat uit zowel lidstaten die deelnemen als lidstaten die niet deelnemen aan het EOM. Daarom is het belangrijk te beschikken over een duidelijke rechtsgrondslag voor de toegang van het EOM tot door Eurofisc verwerkte informatie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zodat het EOM zijn in artikel 4 van Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad vastgelegde mandaat, namelijk het onderzoeken en vervolgen van strafbare feiten die de financiële belangen van de Unie schaden, met succes kan uitvoeren</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		3</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 4 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(4 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Europese Rekenkamer heeft herhaaldelijk tekortkomingen met betrekking tot de toegankelijkheid en interoperabiliteit van btw-gerelateerde informatiesystemen tussen de lidstaten en organen van de Unie vastgesteld, als een aanzienlijke hindernis voor doeltreffende grensoverschrijdende onderzoeken van btw-fraude, recentelijk nog in haar Speciaal verslag 8/2025 over btw-fraude bij invoer. In dit verslag werden bovendien aanzienlijke verschillen vastgesteld in de hoogte van de administratieve sancties van de lidstaten voor btw-fraude bij invoer, die omstandigheden creëren waarin handelaren kunnen profiteren van het rechtsgebied met de lichtste sancties. De toegang tot btw-gegevens die bij deze verordening aan het EOM en OLAF wordt verleend, vergroot weliswaar de mogelijkheden voor opsporing en vervolging, maar vormt op zich geen afschrikkend middel voor verschillen in sancties. In dat verband, en in overeenstemming met de toezegging van de Commissie om de fraudebestrijdingsarchitectuur te herzien als onderdeel van de maatregelen die zijn opgenomen in het MFK voor de periode na 2027, kan verdere actie worden overwogen om die verschillen aan te pakken, zoals een wetgevingsvoorstel op basis van de juiste rechtsgrondslag, gericht op het bereiken van een minimumniveau van harmonisatie of consistentie van de sancties die van toepassing zijn op de ernstigste inbreuken op het gebied van btw en douane, gezien de noodzaak om de financiële belangen van de Unie doeltreffend te beschermen. Een dergelijk voorstel moet worden vergezeld van een omvattende effectbeoordeling en moet aantonen dat wordt voldaan aan de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid zoals bedoeld in artikel 5 VEU.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		4</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 4 ter (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(4 ter)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In het witboek van de Commissie van juli 2025 over de herziening van de fraudebestrijdingsarchitectuur van de EU is de versnippering van de informatiestromen tussen Eurofisc, het EOM, OLAF, Europol en Eurojust aangemerkt als een systemische structurele tekortkoming die de doeltreffendheid van de respons van de Unie op grensoverschrijdende btw-fraude ondermijnt. Deze verordening vormt de wetgevende uitvoering van de gegevensuitwisselingspijler van een herziene fraudebestrijdingsarchitectuur en moet worden gelezen in samenhang met de verdere maatregelen, zoals aangekondigd in dat witboek, waaronder de versterking van de operationele capaciteit van Eurofisc, de harmonisatie van de voorwaarden en aansprakelijkheidsregels die van toepassing zijn op fiscale vertegenwoordigers die zijn aangewezen door belastingplichtigen van buiten de Unie in het kader van het IOSS en andere btw-regelingen bij invoer, en de uitbreiding van het kader voor gegevensbeheer van Cesop om te zorgen voor samenhang met de bij deze verordening vastgestelde toegang tot douanegegevens.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		5</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 4 quater (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(4 quater)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De door de douaneautoriteiten opgeslagen informatie met betrekking tot invoerprocedures in het kader waarvan btw-verplichtingen worden uitgesteld of vrijgesteld, is intrinsiek btw-gerelateerde informatie voor de toepassing van artikel 113 VWEU. Om de bevoegde autoriteiten, waaronder het EOM en OLAF, in staat te stellen invoeraangiften te vergelijken met btw-aangiften en discrepanties op te sporen die wijzen op fraude, moet het toepassingsgebied van artikel 17, lid 1, punt f), van Verordening (EU) nr. 904/2010 worden uitgebreid tot alle invoerprocedures waarbij sprake is van btw-vrijstellingen of uitstel, onder meer in het kader van het bij Richtlijn 2006/112/EG ingestelde éénloketsysteem voor invoer, en moeten de aangegeven douanewaarde en het land van oorsprong als verplichte gegevenselementen worden toegevoegd. Een dergelijke uitbreiding mag geen afbreuk doen aan de materiële douaneregels die van toepassing zijn op die invoerprocedures, die onderworpen blijven aan Verordening (EU) nr. 952/2013.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		6</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 4 quinquies (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(4 quinquies)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Om ervoor te zorgen dat de door deze verordening gecreëerde handhavingscapaciteit daadwerkelijk alle lidstaten bestrijkt, om aanhoudende onevenwichtigheden binnen de interne markt en in het fraudebestrijdingslandschap van de Unie te voorkomen, en in het kader van het streven van de Commissie om de fraudebestrijdingsarchitectuur te herzien, moet van lidstaten die niet deelnemen aan het EOM worden verlangd dat zij een bevoegde nationale autoriteit aanwijzen die verantwoordelijk is voor het vervullen van gelijkwaardige taken met het oog op samenwerking met Eurofisc en OLAF op het gebied van grensoverschrijdende btw-fraude.  Deze lidstaten stellen de Commissie binnen zes maanden na de inwerkingtreding van deze verordening in kennis van de aangewezen autoriteit en brengen jaarlijks verslag uit aan de Commissie over de manier waarop de ontvangen informatie is benut, alsook over het aantal onderzoeken dat is ingesteld en de resultaten daarvan.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		7</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 5</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(5)</NO.P>De Europese Rekenkamer heeft de Commissie en de lidstaten aanbevolen juridische belemmeringen voor de uitwisseling van informatie tussen administratieve, gerechtelijke en rechtshandhavingsinstanties op nationaal en Unieniveau weg te nemen en heeft met name opgemerkt dat OLAF toegang moet worden gegeven tot VIES- en Eurofisc-gegevens<STRING SUPERSCRIPT="on">6</STRING>. In dat verband is het belangrijk dat een centrale toegang tot de IT-systemen van de EU in een duidelijke rechtsgrondslag wordt vastgelegd.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(5)</NO.P>De Europese Rekenkamer heeft de Commissie en de lidstaten aanbevolen juridische belemmeringen voor de uitwisseling van informatie tussen administratieve, gerechtelijke en rechtshandhavingsinstanties op nationaal en Unieniveau weg te nemen en heeft met name opgemerkt dat OLAF toegang moet worden gegeven tot VIES- en Eurofisc-gegevens<STRING SUPERSCRIPT="on">6</STRING>. In dat verband is het belangrijk dat een centrale toegang tot de IT-systemen van de EU<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met inachtneming van de beginselen van noodzakelijkheid en evenredigheid,</STRING></STRING> in een duidelijke rechtsgrondslag wordt vastgelegd<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> zodat OLAF zijn in artikel 4 van Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 omschreven mandaat met succes kan uitvoeren</STRING></STRING>.</P></NEW><OLD><P>__________________</P></OLD><NEW><P>__________________</P></NEW><OLD><P><STRING SUPERSCRIPT="on">6</STRING> Speciaal verslag van de Europese Rekenkamer nr. 24/2015, “De aanpak van intracommunautaire btw-fraude: er zijn meer maatregelen nodig” (https://www.eca.europa.eu/nl/publications/sr15_24).</P></OLD><NEW><P><STRING SUPERSCRIPT="on">6</STRING> Speciaal verslag van de Europese Rekenkamer nr. 24/2015, “De aanpak van intracommunautaire btw-fraude: er zijn meer maatregelen nodig” (https://www.eca.europa.eu/nl/publications/sr15_24).</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		8</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 5 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(5 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De doeltreffende samenwerking tussen de organen van de Unie wordt gehinderd door aanhoudende belemmeringen als incompatibiliteit tussen IT-systemen, versnippering van communicatiekanalen en beperkte interoperabiliteit van dossierbeheersystemen, leidend tot inefficiënties, vertragingen en hogere administratieve lasten. Derhalve moet de interoperabiliteit van IT-systemen worden versterkt en moeten er gemeenschappelijke digitale infrastructuren worden ontwikkeld die naadloze en veilige informatie-uitwisseling mogelijk maken.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		9</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 8 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(8 bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Hoewel artikel 13 van Verordening (EU) nr. 904/2010 de bevoegde btw-autoriteiten van de lidstaten reeds verplicht om uit eigen beweging informatie uit te wisselen die nuttig kan zijn voor de bestrijding van btw-fraude, geldt die verplichting alleen voor btw-autoriteiten en niet voor de bevoegde douaneautoriteiten van de lidstaten, die geen bevoegde btw-autoriteiten zijn in de zin van die verordening. Daarnaast voorziet noch het mechanisme van artikel 13 van Verordening (EU) nr. 904/2010, noch het Eurofisc-netwerk in de directe uitwisseling zonder voorafgaand verzoek van douane-inlichtingen over fraude met het EOM en OLAF. Btw-fraudeconstructies in het kader van invoerprocedures worden gekenmerkt door stelselmatige discrepanties tussen de inlichtingen die op het punt van invoer aan de douaneautoriteiten worden verstrekt enerzijds en de btw-aangiften die vervolgens in de lidstaat van bestemming worden gedaan anderzijds. Het zijn vaak de douaneautoriteiten die als eerste dergelijke onregelmatigheden vaststellen in hun risicoanalyses. Om die leemte te dichten en ervoor te zorgen dat de inlichtingen over fraude die eerder in de keten door de douaneautoriteiten worden vastgesteld onverwijld worden doorgegeven aan de organen die zijn belast met het onderzoek naar en de vervolging van grensoverschrijdende btw-fraude, en omdat de doeltreffende uitoefening van de toegangsrechten als bedoeld in de artikelen 49 bis en 49 ter van Verordening (EU) nr. 904/2010 afhangt van de inkennisstelling van het EOM en OLAF van het bestaan van mogelijke fraudegevallen, moeten de bevoegde douaneautoriteiten worden verplicht die inlichtingen zonder voorafgaand verzoek met hen uit te wisselen. Wanneer de in artikel 17, lid 1, punt f), bedoelde inlichtingen overeenkomen met patronen die op btw-fraude duiden, moeten die worden uitgewisseld met Eurofisc, het EOM en OLAF. Die maatregel is van cruciaal belang voor de doeltreffende bescherming van de financiële belangen van de Unie en strookt met de toezegging van de Commissie om de fraudebestrijdingsarchitectuur te herzien als essentieel onderdeel van het pakket inzake het MFK voor de periode na 2027. Het Europees Parlement heeft de voorbije jaren in zijn resoluties over de bescherming van de financiële belangen van de Unie herhaaldelijk aangedrongen op versterkte samenwerking op nationaal niveau tussen de douane- en de btw-autoriteiten, in het bijzonder in het kader van de nationale fraudebestrijdingsstrategieën. Een dergelijk mechanisme voor de uitwisseling van inlichtingen zonder voorafgaand verzoek functioneert uitsluitend binnen het kader voor administratieve samenwerking met betrekking tot btw als bedoeld in Verordening (EU) nr. 904/2010 en laat de materiële douaneprocedures van Verordening (EU) nr. 952/2013 en de daaraan gerelateerde voorschriften inzake datagovernance onverlet.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		10</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 8 ter (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(8 ter)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De doeltreffendheid van het in deze verordening bedoelde mechanisme voor uitwisseling van inlichtingen zonder voorafgaand verzoek is afhankelijk van adequate coördinatie op nationaal niveau tussen de bevoegde douaneautoriteiten en de bevoegde btw-autoriteiten. In veel lidstaten zijn die autoriteiten afzonderlijke administratieve entiteiten met onderscheiden toezichtsketens en inlichtingensystemen. De lidstaten moeten er dan ook voor zorgen dat hun bevoegde douane- en btw-autoriteiten mechanismen voor geregelde coördinatie vaststellen, waaronder middels het Eurofisc-kader, om discrepanties die op btw-fraude duiden gemakkelijker op te sporen en relevante douanegegevens tijdig uit te wisselen met Eurofisc, het EOM en OLAF. De bedoelde coördinatie is procedureel en organisatorisch van aard en behelst voor de nationale autoriteiten geen aanvullende verplichtingen met betrekking tot informatietechnologie.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		11</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 9</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(9)</NO.P>Om de toegang tot persoonsgegevens te beschermen, moet de toegang tot btw-informatie worden beperkt tot alleen de Europees aanklagers, de gedelegeerd Europees aanklagers en geselecteerde medewerkers van het EOM en OLAF, die eerder respectievelijk door het EOM en OLAF zijn gemachtigd, om hun taken uit te kunnen voeren, onder toezicht van de Eurofisc-verbindingsambtenaren. Om eenvormige voorwaarden voor die toegang te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend met betrekking tot de technische details en praktische regelingen, onder meer inzake het toegangscontrolemechanisme en het profiel en de identificatie van gebruikers. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad<STRING SUPERSCRIPT="on">9</STRING>.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(9)</NO.P>Om de toegang tot persoonsgegevens te beschermen, moet de toegang tot btw-informatie worden beperkt tot alleen de Europees aanklagers, de gedelegeerd Europees aanklagers en geselecteerde medewerkers van het EOM en OLAF, die eerder respectievelijk door het EOM en OLAF zijn gemachtigd, om hun taken uit te kunnen voeren, onder toezicht van de Eurofisc-verbindingsambtenaren. Om eenvormige voorwaarden voor die toegang te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend met betrekking tot de technische details en praktische regelingen, onder meer inzake het toegangscontrolemechanisme en het profiel en de identificatie van gebruikers<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, waarbij moet worden gezorgd voor een opzet die een hoog niveau van gegevensbescherming waarborgt en tegelijkertijd de operationele efficiëntie verhoogt door middel van geautomatiseerde processen zonder onnodige administratieve vertraging</STRING></STRING>. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad<STRING SUPERSCRIPT="on">9</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">.</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Die maatregel moet worden gezien als een onmiddellijke stap, terwijl de aanstaande herziening van de fraudebestrijdingsarchitectuur de gelegenheid zal bieden om te zorgen voor meer samenhang en consistentie</STRING></STRING>.</P></NEW><OLD><P>__________________</P></OLD><NEW><P>__________________</P></NEW><OLD><P><STRING SUPERSCRIPT="on">9</STRING> Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2011/182/oj</P></OLD><NEW><P><STRING SUPERSCRIPT="on">9</STRING> Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2011/182/oj</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		12</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 10</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(10)</NO.P>Deze verordening eerbiedigt <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de</STRING></STRING> grondrechten en neemt de in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie erkende beginselen in acht, met name het recht op bescherming van persoonsgegevens.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(10)</NO.P>Deze verordening eerbiedigt grondrechten en neemt de in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie erkende beginselen in acht, met name het recht op bescherming van persoonsgegevens.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		13</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 10 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(10 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De toegang van het EOM en OLAF tot het VIES, het Surveillance-systeem en Cesop, of tot welke andere systemen en databanken dan ook, moet betrekking hebben op de volgende hoofdcategorieën van gegevens: informatie over btw-identificatienummers en intracommunautaire btw-transacties, relevante informatie over van btw vrijgestelde invoer in verband met het éénloketsysteem voor invoer (IOSS) en invoer in het kader van douaneregeling 42/63 en geaggregeerde betalingsinformatie. Die toegang mag enkel aan het EOM en OLAF worden verleend indien het doeleinde de uitvoering van hun taken uit hoofde van artikel 4 van Verordening (EU) 2017/1939 en artikel 1, lid 1, van Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 betreft. Aan de Commissie moeten bevoegdheden worden toegekend om uitvoeringshandelingen vast te stellen tot nadere bepaling van de exacte gegevenscategorieën waartoe het EOM en OLAF toegang hebben in het kader van de uitoefening van hun taken uit hoofde van die artikelen. De ontwerpuitvoeringshandelingen moeten ter informatie worden doorgezonden aan het Europees Parlement, zodat het zijn rechten kan uitoefenen.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		14</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 11</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(11)</NO.P>Aangezien de systemen, infrastructuur en technische middelen ter facilitering van de uitwisseling van btw-informatie op het niveau van de Unie moeten worden aangepast om beveiligde toegang voor het EOM en OLAF mogelijk te maken, moet de toepassing van de desbetreffende bepalingen worden uitgesteld om de lidstaten, de Commissie, het EOM en OLAF in staat te stellen de nodige aanpassingen door te voeren. Hierbij moet rekening worden gehouden met de datums waarop het centrale VIES operationeel zal worden en het oude VIES geleidelijk zal worden uitgefaseerd. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het EOM en OLAF moeten verantwoordelijk zijn voor de kosten van het opzetten en onderhouden van de relevante infrastructuur en technische middelen voor veilige toegang tot btw-informatie.</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><NO.P>(11)</NO.P>Aangezien de systemen, infrastructuur en technische middelen ter facilitering van de uitwisseling van btw-informatie op het niveau van de Unie moeten worden aangepast om beveiligde toegang voor het EOM en OLAF mogelijk te maken, moet de toepassing van de desbetreffende bepalingen worden uitgesteld om de lidstaten, de Commissie, het EOM en OLAF in staat te stellen de nodige aanpassingen door te voeren. Hierbij moet rekening worden gehouden met de datums waarop het centrale VIES operationeel zal worden en het oude VIES geleidelijk zal worden uitgefaseerd. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Om een doeltreffende uitvoering van deze verordening te waarborgen, moeten het EOM en OLAF, in overeenstemming met de beginselen van begrotingsneutraliteit, kunnen beschikken over toereikende en stabiele financiële en personele middelen, waaronder gespecialiseerde expertise op het gebied van financieel onderzoek, digitaal forensisch onderzoek en gegevensanalyse, en, indien nodig, ook over een afzonderlijk toegangspunt of een afzonderlijke interface, om de naleving van het beginsel van minimale gegevensverwerking te waarborgen. De financiering door de Unie moet verder worden ingezet ter ondersteuning van interoperabele IT-systemen en beveiligde communicatiemiddelen om een efficiënte samenwerking mogelijk te maken. Er moeten organisatorische maatregelen, interne vergunningsprocedures, toezichtsmechanismen en waarborgen voorhanden zijn om misbruik te voorkomen.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		15</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 12</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(12)</NO.P>De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming is geraadpleegd overeenkomstig artikel 42, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1725 en heeft op <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">[…]</STRING></STRING> een advies uitgebracht.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(12)</NO.P>De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming is geraadpleegd overeenkomstig artikel 42, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1725 en heeft op <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">7 januari 2026</STRING></STRING> een advies uitgebracht.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		16</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – alinea 1 – punt -1 (nieuw)</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Verordening (EU) nr. 904/2010</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(-1)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het volgende artikel wordt ingevoegd:</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“Artikel 2 bis</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Follow-upvoorstel inzake minimumharmonisatie van sancties</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uiterlijk [18 maanden vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening] en in overeenstemming met de doelstellingen van de herziening van de fraudebestrijdingsarchitectuur als een aanvullende reeks maatregelen in het MFK-pakket voor de periode na 2027, en met het oog op verbetering van de bescherming van de financiële belangen van de Unie, doet de Commissie het Europees Parlement en de Raad een wetgevingsvoorstel toekomen inzake de minimumharmonisatie van administratieve sancties voor de ernstigste inbreuken op het gebied van belasting over de toegevoegde waarde en gerelateerde douanerechten, met name wat carrouselfraude en het misbruik van vereenvoudigde douaneregelingen in het kader van douaneprocedure 42 en het éénloketsysteem voor invoer betreft. Het voorstel laat de materiële douaneprocedures van Verordening (EU) nr. 952/2013 onverlet.”</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		17</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – alinea 1 – punt -1 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Verordening (EU) nr. 904/2010</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 13 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(-1 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het volgende artikel wordt ingevoegd:</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“Artikel 13 bis</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uitwisseling zonder voorafgaand verzoek van douanegegevens die op btw-fraude duiden</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>1.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De bevoegde autoriteiten van de lidstaten verstrekken de Eurofisc-werkterreincoördinatoren als bedoeld in artikel 36, lid 1, en, binnen hun respectieve mandaten, het EOM en OLAF, zonder voorafgaand verzoek alle opgeslagen inlichtingen als bedoeld in artikel 17, lid 1, punt f), die overeenkomen met patronen die op btw-fraude duiden, met name:</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">stelselmatige discrepanties tussen de in een invoerverklaring opgegeven lidstaat van bestemming en de lidstaat waarin vervolgens een btw-aangifte wordt gedaan of btw wordt betaald;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>b)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">stelselmatige discrepanties tussen de in een invoerverklaring in het kader van een IOSS-regeling geïdentificeerde ontvanger en de belastingplichtige persoon die in de lidstaat van bestemming de dienovereenkomstige btw-aangifte doet;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>c)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">opgegeven douanewaarden die significant afwijken van de marktwaarde indien die afwijking consistent is met onderwaardering voor btw-doeleinden; en</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>d)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">elke andere indicator die in de uitvoeringshandeling van de Commissie als risico-indicator van btw-fraude wordt aangemerkt.</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>2.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De in lid 1 bedoelde uitwisseling van inlichtingen vindt onverwijld plaats en omvat in ieder geval de data-elementen als bedoeld in artikel 17, lid 1, punt f), voor de desbetreffende invoer of reeksen invoertransacties.</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>3.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten dragen er zorg voor dat hun bevoegde douaneautoriteiten en bevoegde btw-autoriteiten zorgen voor onderlinge coördinatie op het gebied van de identificatie van discrepanties als bedoeld in lid 1, waaronder middels het Eurofisc-kader.</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>4.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie bepaalt door middel van uitvoeringshandelingen de technische formaten en procedures voor de communicatie als bedoeld in dit artikel. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 58, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>5.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In de lidstaten die niet aan het EOM deelnemen overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad, vindt de doorgifte van inlichtingen als bedoeld in lid 1 plaats met de Eurofisc-werkterreincoördinatoren en met OLAF binnen zijn mandaat, en niet met het EOM.”</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		18</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – alinea 1 – punt -1 ter (nieuw)</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Verordening (EU) nr. 904/2010</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 17 – lid 1 – punt f</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(-1 ter)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in artikel 17, lid 1, wordt punt f) vervangen door:</STRING></STRING></P></NEW><OLD><P><NO.P>f)</NO.P>de inlichtingen die <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">hij overeenkomstig</STRING></STRING> artikel 143, lid <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">2</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">onder a) en b</STRING></STRING>), van Richtlijn 2006/112/EG <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vergaart, alsook het land van oorsprong, het land van bestemming, de goederencode, de valuta, het totale bedrag, de wisselkoers, de prijs van het artikel en het nettogewicht</STRING></STRING>;</P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“f)	</STRING></STRING>de inlichtingen die <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">door de douaneautoriteiten van de lidstaten worden verzameld in verband met alle invoer van goederen waarvoor een btw-vrijstelling, uitstel van btw-betaling of een speciale boekhoudingsregeling wordt aangevraagd bij invoer, waaronder uit hoofde van</STRING></STRING> artikel 143, lid <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">1</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">punt d</STRING></STRING>), van Richtlijn 2006/112/EG <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">(douaneprocedure 42/63), het éénloketsysteem voor invoer als bedoeld in de artikelen 369 terdecies tot en met 369 quinvicies van die richtlijn, en enige andere invoerprocedure n het kader waarvan de verplichting tot btw-aangifte wordt verlegd naar de lidstaat van bestemming, zijn beperkt tot de volgende gegevenselementen:</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>i)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de invoeraangifte-identificatie;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>ii)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het btw-identificatienummer van de importeur of, in voorkomend geval, het aan de douane opgegeven IOSS-identificatienummer;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>iii)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het btw-identificatienummer van de klant in de lidstaat van bestemming, indien beschikbaar;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>iv)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de opgegeven douanewaarde van de goederen;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>v)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het opgegeven land van oorsprong van de goederen; en</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>vi)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de douaneprocedurecode, waaronder in gevallen waarin voor de goederen een vereenvoudigde invoerprocedure geldt als bedoeld in artikel 166 van Verordening (EU) nr. 952/2013;”</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		19</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – alinea 1 – punt 3</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Verordening (EU) nr. 904/2010</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 24 duodecies – lid 1 bis</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>1 bis.</NO.P>Het EOM en OLAF hebben toegang tot informatie van het centrale VIES overeenkomstig de in de artikelen 49 bis en 49 ter vastgestelde beperkingen en regels;</P></OLD><NEW><P><NO.P>1 bis.</NO.P>Het EOM en OLAF hebben toegang tot informatie van het centrale VIES <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">via een beveiligde centrale interface die de vertrouwelijkheid waarborgt en</STRING></STRING> overeenkomstig de in de artikelen 49 bis en 49 ter vastgestelde beperkingen en regels;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		20</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – alinea 1 – punt 4</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Verordening (EU) nr. 904/2010</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 36 – lid 2 bis</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>2 bis.</NO.P>De Eurofisc-werkterreincoördinatoren stellen het EOM, overeenkomstig artikel 24, lid 1, van Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad* met betrekking tot de lidstaten die aan het EOM deelnemen en overeenkomstig dit artikel met betrekking tot de andere lidstaten, onverwijld in kennis van elke aanwijzing van een vermoeden van grensoverschrijdende btw-fraude op basis van op grond van deze verordening verstrekte of verzamelde informatie ten aanzien waarvan het EOM zijn bevoegdheid zou kunnen uitoefenen.</P></OLD><NEW><P><NO.P>2 bis.</NO.P>De Eurofisc-werkterreincoördinatoren stellen het EOM, overeenkomstig artikel 24, lid 1, van Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad* met betrekking tot de lidstaten die aan het EOM deelnemen en overeenkomstig dit artikel met betrekking tot de andere lidstaten, onverwijld in kennis van elke aanwijzing van een vermoeden van grensoverschrijdende btw-fraude op basis van op grond van deze verordening verstrekte of verzamelde informatie ten aanzien waarvan het EOM zijn bevoegdheid zou kunnen uitoefenen. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Eurofisc-werkterreincoördinatoren verstrekken de informatie die het EOM nodig heeft om te beoordelen of het zijn bevoegdheid kan uitoefenen, mits die informatieverstrekking noodzakelijk en evenredig is, strookt met de doelstellingen van het mandaat van het EOM en volledig in overeenstemming is met het Unierecht inzake gegevensbescherming.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		21</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – alinea 1 – punt 4</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Verordening (EU) nr. 904/2010</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 36 – lid 2 quater</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>2 quater.</NO.P>Overeenkomstig artikel 8, leden 2 en 3, van Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad** stellen de Eurofisc-werkterreincoördinatoren OLAF onverwijld in kennis van elke aanwijzing van een vermoeden van grensoverschrijdende btw-fraude op basis van op grond van deze verordening verstrekte of verzamelde informatie, om OLAF in staat te stellen overeenkomstig zijn mandaat passende maatregelen te overwegen.</P></OLD><NEW><P><NO.P>2 quater.</NO.P>Overeenkomstig artikel 8, leden 2 en 3, van Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad** stellen de Eurofisc-werkterreincoördinatoren OLAF onverwijld in kennis van elke aanwijzing van een vermoeden van grensoverschrijdende btw-fraude op basis van op grond van deze verordening verstrekte of verzamelde informatie, om OLAF in staat te stellen overeenkomstig zijn mandaat passende maatregelen te overwegen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, waarbij overlappingen tussen de onderzoeksacties van OLAF en het EOM worden vermeden. De Eurofisc-werkterreincoördinatoren verstrekken OLAF de informatie die noodzakelijk is om te beoordelen of het zijn mandaat al dan niet zal uitoefenen</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		22</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – alinea 1 – punt 4</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Verordening (EU) nr. 904/2010</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 36 – lid 2 quinquies</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>2 quinquies.</NO.P>Overeenkomstig artikel 8, leden 2 en 3, van Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 en op verzoek van OLAF verstrekken de Eurofisc-werkterreincoördinatoren OLAF alle op grond van deze verordening verstrekte of verzamelde informatie van de lidstaten over grensoverschrijdende btw-fraude, om OLAF in staat te stellen overeenkomstig zijn mandaat passende maatregelen te overwegen.</P></OLD><NEW><P><NO.P>2 quinquies.</NO.P>Overeenkomstig artikel 8, leden 2 en 3, van Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 en op verzoek van OLAF verstrekken de Eurofisc-werkterreincoördinatoren OLAF alle op grond van deze verordening verstrekte of verzamelde <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">relevante</STRING></STRING> informatie van de lidstaten over grensoverschrijdende btw-fraude, om OLAF in staat te stellen overeenkomstig zijn mandaat passende maatregelen te overwegen.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		23</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – alinea 1 – punt 5</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Verordening (EU) nr. 904/2010</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 49 bis – lid 1 – inleidende formule</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>1.</NO.P>Onverminderd artikel 43 van Verordening (EU) 2017/1939 verlenen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten het EOM voor gerichte zoekopdrachten gecentraliseerde toegang tot de volgende informatie:</P></OLD><NEW><P><NO.P>1.</NO.P>Onverminderd artikel 43 van Verordening (EU) 2017/1939 verlenen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten het EOM voor gerichte zoekopdrachten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in het kader van zijn mandaat</STRING></STRING> gecentraliseerde toegang tot de volgende <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">benodigde</STRING></STRING> informatie:</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		24</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – alinea 1 – punt 5</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Verordening (EU) nr. 904/2010</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 49 bis – lid 1 – punt b</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>b)</NO.P>met ingang van 1 september 2026, de in artikel 17, lid 1, punten e) en f), van deze verordening bedoelde informatie;</P></OLD><NEW><P><NO.P>b)</NO.P>met ingang van 1 september 2026, de in artikel 17, lid 1, punten e) en f), van deze verordening bedoelde informatie<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met inbegrip van alle aanvullende data-elementen die worden opgeslagen overeenkomstig artikel 17, lid 1, punt f), van deze verordening;</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		25</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – alinea 1 – punt 5</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Verordening (EU) nr. 904/2010</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 49 bis – lid 1 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>1 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De in lid 1 bedoelde toegang is wordt alleen verleend in het kader van actieve onderzoeken van vermoedelijke strafbare feiten of de vervolging van daders van die strafbare feiten, vallend binnen het bereik van artikel 4 van Verordening (EU) 2017/1939, en wordt zodanig ontworpen en gebruikt dat niet-gericht zoeken of toegang die geen verband houdt met een concreet geval, worden voorkomen. Om de beginselen inzake gegevensbescherming te waarborgen, verbieden de architectuur en de operationele protocollen van het systeem uitdrukkelijk elke vorm van speculatieve datamining, grootschalige extractie van gegevens, algemene zoekopdrachten of geautomatiseerde profilering die geen verband houdt met een specifiek onderzoek.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		26</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – alinea 1 – punt 5</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Verordening (EU) nr. 904/2010</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 49 bis – lid 1 ter (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>1 ter.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Op de in lid 1 bedoelde gecentraliseerde toegang zijn passende technische en organisatorische maatregelen van toepassing die ervoor zorgen dat elke toegang kan worden gekoppeld aan een specifiek onderzoek of een specifieke vervolging en aan een geïdentificeerde gemachtigde gebruiker. Een dergelijke toegang wordt zodanig geregistreerd dat een doeltreffende verificatie achteraf mogelijk is.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		27</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – alinea 1 – punt 5</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Verordening (EU) nr. 904/2010</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 49 bis – lid 3</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>3.</NO.P>Die gecentraliseerde toegang is een toegang via een centraal toegangspunt tot alle informatie met betrekking tot een onderzoek, zelfs als die informatie betrekking heeft op meerdere lidstaten.</P></OLD><NEW><P><NO.P>3.</NO.P>Die gecentraliseerde toegang is een toegang via een centraal toegangspunt tot alle informatie met betrekking tot een onderzoek, zelfs als die informatie betrekking heeft op meerdere lidstaten. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het betreffende systeem waarborgt de volledige traceerbaarheid en registratie van alle zoekopdrachten en wordt ondersteund door beveiligde communicatiekanalen en uitgebreide registers die doeltreffende mechanismen voor verificatie achteraf mogelijk maken.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		28</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – alinea 1 – punt 5</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Verordening (EU) nr. 904/2010</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 49 bis – lid 3 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>3 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het EOM publiceert jaarlijks afzonderlijke statistieken met betrekking tot het gebruik van de op grond van deze verordening verleende gecentraliseerde toegang, met inbegrip van het aantal zoekopdrachten, het aantal onderzoeken waarbij de toegang in kwestie heeft bijgedragen tot vorderingen in de zaak, en het aantal gevallen waarin de geraadpleegde gegevens irrelevant zijn bevonden en zijn gewist. Deze statistieken worden opgenomen in de jaarverslagen van het EOM die bij het Europees Parlement worden ingediend. Overeenkomstig de relevante bepalingen die van toepassing zijn op de onderzoeken, moeten die gegevens naar behoren zijn opgesteld om de vertrouwelijkheid en een correcte uitvoering van de onderzoeken te waarborgen.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		29</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – alinea 1 – punt 5</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Verordening (EU) nr. 904/2010</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 49 bis – lid 4 – alinea 1 – punt a</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>a)</NO.P>de technische details betreffende de gecentraliseerde toegang tot de in lid 1 van dit artikel bedoelde informatie, met inbegrip van de lijst van gegevenscategorieën waarmee de gerichte zoekopdrachten kunnen worden uitgevoerd;</P></OLD><NEW><P><NO.P>a)</NO.P>de technische details betreffende de gecentraliseerde toegang tot de in lid 1 van dit artikel bedoelde informatie, met inbegrip van de lijst van gegevenscategorieën waarmee de gerichte zoekopdrachten kunnen worden uitgevoerd<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, waaronder mechanismen ter voorkoming van ongerichte zoekopdrachten</STRING></STRING>;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		30</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – alinea 1 – punt 5</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Verordening (EU) nr. 904/2010</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 49 bis – lid 5</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>5.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De kosten voor de aanleg, de exploitatie en het onderhoud van de infrastructuur en de technische middelen die een veilige toegang tot de in lid 1 van dit artikel bedoelde informatie mogelijk maken, komen ten laste van het EOM.</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Schrappen</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		31</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – alinea 1 – punt 5</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Verordening (EU) nr. 904/2010</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 49 bis – lid 5 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>5 bis.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De in deze verordening vastgelegde geheimhoudingsregels zijn bindend voor alle gebruikers. In verband met de procedures voor de uitwisseling van inlichtingen en de toegang tot gegevens worden de Verordeningen (EU) 2016/679 en (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad nageleefd en wordt het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie geëerbiedigd.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		32</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – alinea 1 – punt 5</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on"> Verordening (EU) nr. 904/2010</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 49 bis – lid 5 ter (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>5 ter.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De systemen die de in lid 1 bedoelde gecentraliseerde toegang mogelijk maken, worden zo ontworpen dat zij volledige interoperabiliteit met de door de desbetreffende organen van de Unie gebruikte systemen waarborgen, teneinde efficiënte en beveiligde informatie-uitwisseling te vereenvoudigen en de administratieve lasten te verminderen.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		33</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – alinea 1 – punt 5</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on"> Verordening (EU) nr. 904/2010</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 49 bis – lid 5 quater (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>5 quater.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie beoordeelt in nauwe samenwerking met het EOM de behoefte aan aanvullende financiering van de Unie ter ondersteuning van de ontwikkeling van interoperabele IT-systemen, digitale instrumenten en gespecialiseerd personeel.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		34</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – alinea 1 – punt 5</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on"> Verordening (EU) nr. 904/2010</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 49 bis – lid 5 quinquies (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>5 quinquies.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien het EOM van douaneautoriteiten persoonsgegevens ontvangt naar aanleiding van een doorgifte van gegevens zonder voorafgaand verzoek als bedoeld in artikel 13 bis, zijn de volgende regels van toepassing:</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de gegevens mogen alleen worden verwerkt voor het beoordelen van de noodzaak van het openen, of het uitvoeren, van een onderzoek in het kader van het mandaat van het EOM als bedoeld in artikel 4 van Verordening (EU) 2017/1939;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>b)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">indien het EOM binnen 90 dagen na ontvangst van de gegevens bepaalt dat de gegevens niet relevant zijn voor enig onderzoek in het kader van zijn mandaat, verwijdert het de gegevens en stelt het de autoriteit die de gegevens heeft verstrekt daarvan in kennis;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>c)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">indien op grond van de verstrekte gegevens een onderzoek wordt geopend, wordt de gegevensverstrekkende douaneautoriteit daarvan in kennis gesteld en wordt deze in de gelegenheid gesteld haar beoordeling aan het EOM en de EDPS mee te delen indien zij van oordeel is dat de verwerking verder gaat dan wat nodig is voor het beoogde doel;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>d)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de gegevensbeschermingsregels van hoofdstuk VIII van Verordening (EU) 2017/1939 zijn van toepassing.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		35</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – alinea 1 – punt 5</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Verordening (EU) nr. 904/2010</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 49 ter – lid 1 – inleidende formule</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>1.</NO.P>De bevoegde autoriteiten van de lidstaten verlenen OLAF voor gerichte zoekopdrachten gecentraliseerde toegang tot de volgende informatie:</P></OLD><NEW><P><NO.P>1.</NO.P>De bevoegde autoriteiten van de lidstaten verlenen OLAF voor gerichte zoekopdrachten gecentraliseerde toegang tot de volgende informatie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">binnen de beperkingen van wat strikt is voor de uitoefening van zijn mandaat</STRING></STRING>:</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		36</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – alinea 1 – punt 5</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Verordening (EU) nr. 904/2010</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 49 ter – lid 1 – punt b</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>b)</NO.P>met ingang van 1 september 2026, de in artikel 17, lid 1, punten e) en f), van deze verordening bedoelde informatie;</P></OLD><NEW><P><NO.P>b)</NO.P>met ingang van 1 september 2026, de in artikel 17, lid 1, punten e) en f), van deze verordening bedoelde informatie<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met inbegrip van alle aanvullende data-elementen die overeenkomstig artikel 17, lid 1, punt f), worden opgeslagen</STRING></STRING>;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		37</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – alinea 1 – punt 5</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Verordening (EU) nr. 904/2010</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 49 ter – lid 2 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>2 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De in lid 1 bedoelde gecentraliseerde toegang wordt zodanig opgezet en gebruikt dat OLAF de gerichte, toegang heeft die het nodig heeft om voor zijn onderzoeken, en dat het niet mogelijk is niet-gerichte zoekopdrachten uit te voeren of toegang te verkrijgen voor andere doeleinden dan het openen of uitvoeren van onderzoeken overeenkomstig de taken van OLAF als bedoeld in artikel 1, lid 1, van Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013. Die toegang laat geen grootschalige extractie van gegevens, veralgemeniseerde bewaking of geautomatiseerde profilering toe, tenzij deze verband houdt met een specifiek administratief onderzoek.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		38</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – alinea 1 – punt 5</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Verordening (EU) nr. 904/2010</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 49 ter – lid 2 ter (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>2 ter.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Op de in lid 1 bedoelde gecentraliseerde toegang zijn passende technische en organisatorische maatregelen van toepassing die ervoor zorgen dat elke toegang kan worden gekoppeld aan een specifiek onderzoek en aan een geïdentificeerde gemachtigde gebruiker. Een dergelijke toegang wordt zodanig geregistreerd dat een doeltreffende verificatie achteraf mogelijk is.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		39</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – alinea 1 – punt 5</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Verordening (EU) nr. 904/2010</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 49 ter – lid 3</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>3.</NO.P>Die gecentraliseerde toegang is een toegang via een centraal toegangspunt tot alle informatie met betrekking tot een onderzoek, zelfs als die informatie betrekking heeft op meerdere lidstaten.</P></OLD><NEW><P><NO.P>3.</NO.P>Die gecentraliseerde toegang is een toegang via een centraal toegangspunt tot alle informatie met betrekking tot een onderzoek, zelfs als die informatie betrekking heeft op meerdere lidstaten. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het betreffende systeem waarborgt de volledige traceerbaarheid en registratie van alle zoekopdrachten en wordt ondersteund door uitgebreide registers die doeltreffende mechanismen voor verificatie achteraf mogelijk maken.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		40</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – alinea 1 – punt 5</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Verordening (EU) nr. 904/2010</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 49 ter – lid 3 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>3 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">OLAF publiceert jaarlijks afzonderlijke statistieken met betrekking tot het gebruik van de op grond van deze verordening verleende gecentraliseerde toegang, met inbegrip van het aantal zoekopdrachten, het aantal onderzoeken waarbij de toegang in kwestie heeft bijgedragen tot vorderingen in de zaak, en het aantal gevallen waarin de geraadpleegde gegevens irrelevant zijn bevonden en zijn gewist. Deze statistieken worden opgenomen in de jaarverslagen van OLAF die bij het Europees Parlement worden ingediend. Overeenkomstig de relevante bepalingen die van toepassing zijn op de onderzoeken, moeten die gegevens naar behoren zijn opgesteld om de vertrouwelijkheid en een correcte uitvoering van de onderzoeken te waarborgen.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		41</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – alinea 1 – punt 5</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Verordening (EU) nr. 904/2010</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 49 ter – lid 4 – alinea 1 – punt a</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>a)</NO.P>de technische details betreffende de gecentraliseerde toegang tot de in lid 1 van dit artikel bedoelde informatie, met inbegrip van de lijst van gegevenscategorieën waarmee de gerichte zoekopdrachten kunnen worden uitgevoerd;</P></OLD><NEW><P><NO.P>a)</NO.P>de technische details betreffende de gecentraliseerde toegang tot de in lid 1 van dit artikel bedoelde informatie, met inbegrip van de lijst van gegevenscategorieën waarmee de gerichte zoekopdrachten kunnen worden uitgevoerd<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, waaronder mechanismen ter voorkoming van ongerichte zoekopdrachten</STRING></STRING>;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		42</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – alinea 1 – punt 5</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Verordening (EU) nr. 904/2010</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 49 ter – lid 5</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>5.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De kosten voor de aanleg, de exploitatie en het onderhoud van de infrastructuur en de technische middelen die een veilige toegang tot de in lid 1 van dit artikel bedoelde informatie mogelijk maken, komen ten laste van OLAF.</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Schrappen</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		43</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – alinea 1 – punt 5</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Verordening (EU) nr. 904/2010</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 49 ter – lid 5 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>5 bis.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De in deze verordening vastgelegde geheimhoudingsregels zijn bindend voor alle gebruikers. In verband met de procedures voor de uitwisseling van inlichtingen en de toegang tot gegevens worden de Verordeningen (EU) 2016/679 en (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad nageleefd en wordt het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie geëerbiedigd.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		44</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – alinea 1 – punt 5</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on"> Verordening (EU) nr. 904/2010</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 49 ter – lid 5 ter (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>5 ter.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De systemen die de in lid 1 bedoelde gecentraliseerde toegang mogelijk maken, worden zo ontworpen dat zij volledige interoperabiliteit met de door de desbetreffende organen van de Unie gebruikte systemen waarborgen, teneinde efficiënte en beveiligde informatie-uitwisseling te vereenvoudigen en de administratieve lasten te verminderen.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		45</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – alinea 1 – punt 5</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on"> Verordening (EU) nr. 904/2010</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 49 ter – lid 5 quater (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>5 quater.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie beoordeelt in nauwe samenwerking met OLAF de behoefte aan aanvullende financiering van de Unie ter ondersteuning van de ontwikkeling van interoperabele IT-systemen, digitale instrumenten en gespecialiseerd personeel.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		46</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – alinea 1 – punt 5</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Verordening (EU) nr. 904/2010</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 49 ter – lid 5 quinquies (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>5 quinquies.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien OLAF van douaneautoriteiten persoonsgegevens ontvangt naar aanleiding van een doorgifte van gegevens zonder voorafgaand verzoek als bedoeld in artikel 13 bis, zijn de volgende regels van toepassing:</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de gegevens mogen alleen worden verwerkt voor het beoordelen van de noodzaak van het openen, of het uitvoeren, van een onderzoek in het kader van het mandaat van OLAF als bedoeld in artikel 1, lid 1, van Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>b)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">indien OLAF binnen 60 dagen na ontvangst van de gegevens bepaalt dat de gegevens niet relevant zijn voor enig onderzoek in het kader van zijn mandaat, verwijdert het de gegevens en stelt het de autoriteit die de gegevens heeft verstrekt daarvan in kennis;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>c)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">indien op grond van de verstrekte gegevens een onderzoek wordt geopend, wordt de gegevensverstrekkende douaneautoriteit daarvan in kennis gesteld en wordt deze in de gelegenheid gesteld haar beoordeling aan OLAF en de EDPS mee te delen indien zij van oordeel is dat de verwerking verder gaat dan wat nodig is voor het beoogde doel;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>d)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de gegevensbeschermingsregels van Verordening (EU) 2018/1725 zijn van toepassing. OLAF past de interne machtigingsvereisten als bedoeld in artikel 5 van Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 toe op overeenkomstig dit lid verleende toegang.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		47</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Verordening (EU) nr. 904/2010</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 59 – lid 1</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>5 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">artikel 59, lid 1, wordt vervangen door:</STRING></STRING></P></NEW><OLD><P><NO.P>1.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uiterlijk op 1 november 2013, en vervolgens om de vijf jaar, dient</STRING></STRING> de Commissie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bĳ</STRING></STRING> het Europees Parlement en de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Raad</STRING></STRING> een verslag <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in</STRING></STRING> over de uitvoering van deze verordening.</P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">‘1.	Elke drie jaar, te beginnen op [datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening], en op grond van de verslagen van het EOM, OLAF en Eurofisc doet</STRING></STRING> de Commissie het Europees Parlement<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, de Raad</STRING></STRING> en de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Europese Rekenkamer</STRING></STRING> een verslag over de uitvoering van deze verordening <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">toekomen</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> In dit verslag wordt met name het volgende beoordeeld:</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de operationele doeltreffendheid van de rechtstreekse toegang van het EOM en OLAF tot het VIES, het surveillancesysteem en Cesop, met inbegrip van de gemiddelde “time-to-access”, het aantal materieel gevorderde onderzoeken, en de resultaten van vervolgingen of administratieve acties;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>b)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de samenhang van het kader voor toegang en inlichtingenverstrekking met andere instrumenten die als onderdeel van de herziene fraudebestrijdingsarchitectuur zijn vastgesteld, met inbegrip van maatregelen in verband met de capaciteit van Eurofisc, de governance van Cesop, de harmonisatie van het statuut van fiscale vertegenwoordiger, en de afstemming van sancties;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>c)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de werking en de termijnen van het mechanisme voor de doorgifte van inlichtingen zonder voorafgaand verzoek als bedoeld in artikel 13 bis, met inbegrip van de nationale regels voor coördinatie tussen douane- en btw-autoriteiten;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>d)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de resultaten op het gebied van handhaving in de lidstaten die niet deelnemen aan het EOM, en de eventueel in het kader van de herziening van de fraudebestrijdingsarchitectuur in het leven geroepen gelijkwaardige mechanismen;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>e)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de geraamde btw-bedragen van de Unie en de daarmee verband houdende douane-inkomsten die zijn geïnd of veiliggesteld als rechtstreeks gevolg van de bij deze verordening vastgestelde gegevensuitwisselingen en toegangsrechten; en</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>f)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de bijdrage van deze verordening aan de convergentie van de handhavingsresultaten in de lidstaten, en aan de haalbaarheid van de ontwikkeling op Unieniveau van een methodologie voor het meten van niet-geïnde douane-inkomsten, waarvan het doel vergelijkbaar is met dat van de indicator voor de btw-kloof die de Commissie elk jaar bekendmaakt.</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Wanneer in het verslag hardnekkige tekorten in de toepassing van deze verordening worden vastgesteld, dient de Commissie binnen zes maanden na de publicatie van het verslag een wetgevingsvoorstel met corrigerende maatregelen in bij het Europees Parlement en de Raad.”</STRING></STRING></P></NEW></AMEND></AMDLST></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>