<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0214</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Verdrag van Den Haag (1980) betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen: toetreding van Kaapverdië</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0157/2026 - Rapporteur: Ilhan Kyuchyuk)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 17 juni 2026 over het voorstel voor een besluit van de Raad waarbij de lidstaten worden gemachtigd, in het belang van de Europese Unie, de toetreding van Kaapverdië tot het Verdrag van Den Haag van 1980 betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen te aanvaarden (COM(2026)0063 – C10-0081/2026 – 2026/0041(NLE))</STRING></TI><NOTE>(Raadpleging)</NOTE><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel voor een besluit van de Raad (COM(2026)0063),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 38, vierde alinea, van het Verdrag van Den Haag van 1980 betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>—</NO.P>gezien artikel 81, lid 3, en artikel 218, lid 6, tweede alinea, punt b), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C10‑0081/2026),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van het Hof van Justitie<FOOTNOTE><FIELD> Advies 1/13 van het Hof van Justitie van 14 oktober 2014, ECLI:EU:C:2014:2303.</FIELD></FOOTNOTE> over de exclusieve externe bevoegdheid van de Europese Unie betreffende een verklaring van aanvaarding van toetreding tot het Verdrag van Den Haag van 1980 betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 84 en artikel 117, lid 8, van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie juridische zaken (A10-0157/2026),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>hecht zijn goedkeuring aan de machtiging van de lidstaten om, in het belang van de Europese Unie, de toetreding van Kaapverdië tot het Verdrag van Den Haag van 1980 betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen te aanvaarden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsook aan de regeringen en parlementen van de lidstaten en het Permanent Bureau van de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>