<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0220</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Commissieverslag 2025 over Kosovo</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0166/2026 - Rapporteur: Riho Terras)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 17 juni 2026 over het Commissieverslag 2025 over Kosovo (2025/2252(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en Kosovo, anderzijds<FOOTNOTE><FIELD> PB L 71 van 16.3.2016, blz. 3, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_internation/2016/342/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, die sinds 1 april 2016 van kracht is,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verzoek van Kosovo om toetreding tot de Europese Unie van 15 december 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verzoek van Kosovo om toetreding tot de Raad van Europa van 12 mei 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en Kosovo inzake de algemene beginselen voor de deelname van Kosovo aan EU-programma’s<FOOTNOTE><FIELD> PB L 195 van 27.7.2017, blz. 3, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_internation/2017/1388/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, die van kracht is sinds 1 augustus 2017,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/1529 van het Europees Parlement en de Raad van 15 september 2021 tot vaststelling van het instrument voor pretoetredingssteun (IPA III)<FOOTNOTE><FIELD> PB L 330 van 20.9.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/1529/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2023/850 van het Europees Parlement en de Raad van 19 april 2023 tot wijziging van Verordening (EU) 2018/1806 tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld<FOOTNOTE><FIELD> PB L 110 van 25.4.2023, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/850/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, met betrekking tot Kosovo, waardoor visumvrij reizen voor houders van biometrische paspoorten van Kosovo met ingang van 1 januari 2024 mogelijk wordt,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2024/1449 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 tot oprichting van de hervormings- en groeifaciliteit voor de Westelijke Balkan<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2024/1449, 24.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1449/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van het voorzitterschap van de Europese Raad naar aanleiding van de bijeenkomst in Thessaloniki op 19 en 20 juni 2003,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de topbijeenkomsten EU-Westelijke Balkan van respectievelijk 2018, 2020 en 2021 in Sofia, Zagreb en Brdo pri Kranju en de verklaringen daarvan,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de bijeenkomst van leiders van de Westelijke Balkan van 1 juli 2025 in Skopje, Noord-Macedonië, over het groeiplan voor de Westelijke Balkan,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de top EU-Westelijke Balkan van 17 december 2025,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van het voorzitterschap van 16 december 2025 over uitbreiding,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het proces van Berlijn, dat op 28 augustus 2014 is gestart,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van de voorzitter van de op 22 oktober 2025 gehouden top van 2025 over het proces van Berlijn,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 6 oktober 2020 getiteld “Een economisch en investeringsplan voor de Westelijke Balkan” (COM(2020)0641),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 8 november 2023, getiteld “Nieuw groeiplan voor de Westelijke Balkan” (COM(2023)0691),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 20 maart 2024 betreffende pretoetredingshervormingen en -beleidsevaluaties (COM(2024)0146),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 4 november 2025 getiteld “Mededeling inzake het uitbreidingsbeleid van de EU voor 2025” (COM(2025)0690) en het bijbehorende werkdocument van de diensten van de Commissie getiteld “Kosovo 2025 Report” (SWD(2025)0752),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap, ondertekend te Athene op 25 oktober 2005, dat tot doel heeft de regels van de interne energiemarkt van de EU uit te breiden tot Zuidoost-Europa,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Resolutie 1244 van de VN-Veiligheidsraad van 10 juni 1999, het advies van het Internationaal Gerechtshof van 22 juli 2010 over de vraag of de eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo in overeenstemming is met het internationaal recht, en Resolutie 64/298 van de Algemene Vergadering van de VN van 9 september 2010, waarin kennis werd genomen van het advies van het Internationaal Gerechtshof en waarin de Algemene Vergadering aangaf ingenomen te zijn met de bereidheid van de EU om een dialoog tussen Servië en Kosovo te faciliteren,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de voortdurende afstemming van Kosovo op het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het eerste akkoord over beginselen betreffende de normalisering van de betrekkingen tussen Servië en Kosovo van 19 april 2013, de akkoorden van 25 augustus 2015 en de lopende, door de EU gefaciliteerde dialoog over de normalisering van de betrekkingen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Overeenkomst van Brussel van 27 februari 2023 en de Overeenkomst van Ohrid van 18 maart 2023 en de bijbehorende uitvoeringsbijlage,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de voortdurende aanwezigheid en het mandaat van de door de NAVO geleide Kosovo Force (KFOR), die een veilige omgeving en vrij verkeer in Kosovo blijft helpen waarborgen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Besluit (GBVB) 2025/1161 van de Raad van 5 juni 2025 tot wijziging van Gemeenschappelijk Optreden 2008/124/GBVB inzake de rechtsstaatmissie van de Europese Unie in Kosovo, EULEX KOSOVO<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2025/1161, 6.6.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2025/1161/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, waarin het mandaat van de missie werd verlengd tot 14 juni 2027,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het eindverslag van de verkiezingswaarnemingsmissie van de Europese Unie in verband met de parlementsverkiezingen in Kosovo in 2025,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn eerdere resoluties over Kosovo,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gezamenlijke aanbevelingen van de twaalfde bijeenkomst van het Parlementair Stabilisatie- en associatiecomité EU-Kosovo, die op 9 december 2024 werd gehouden,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de corruptieperceptie-index 2025 van Transparency International,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de wereldindex voor persvrijheid 2025 van Verslaggevers zonder Grenzen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de onderzoeksmissie naar Pristina van het platform voor de veiligheid van journalisten van de Raad van Europa op 24 en 25 maart 2026<STRING ITALIC="on">,</STRING></P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 55 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie buitenlandse zaken (A10-0166/2026),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat uitbreidingsbeleid een van de meest doeltreffende instrumenten van het buitenlands beleid van de EU is en een van de meest succesvolle vormen van beleid om fundamentele hervormingen te stimuleren en te bevorderen in de uitbreidingslanden, evenals een strategische geopolitieke investering in vrede, stabiliteit en veiligheid op lange termijn op het Europees continent;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat democratie, mensenrechten en de rechtsstaat de fundamentele waarden zijn waarop de EU berust; overwegende dat deze fundamentele waarden niet kunnen worden ondermijnd in de context van het uitbreidingsproces;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de grondwet van de Republiek Kosovo een van de meest vooruitstrevende is wat de rechten van minderheden betreft;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat ieder uitbreidingsland strikt op zijn eigen verdiensten wordt beoordeeld; overwegende dat het de uitvoering van de noodzakelijke hervormingen en de naleving van de criteria en de gemeenschappelijke Europese waarden zijn die bepalend zijn voor het tijdschema en de voortgang van de toetreding; overwegende dat het toetredingsproces niet kan doorgaan zonder dat de nodige hervormingen worden doorgevoerd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de weg van Kosovo naar het EU-lidmaatschap eveneens afhankelijk is van de normalisering van de betrekkingen met Servië en van goede nabuurschapsbetrekkingen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat het waarborgen van de integriteit van democratische processen een centraal element van het uitbreidingsbeleid van de EU is geworden; overwegende dat Kosovo te maken heeft gehad met buitenlandse inmenging en desinformatiecampagnes, met name van Rusland, onder meer via Servisch-nationalistische kanalen, die gericht waren op het destabiliseren van democratische instellingen, het ondermijnen van de maatschappelijke cohesie en het belemmeren van de Europese integratie van Kosovo; overwegende dat het versterken van de democratische veerkracht integrerend deel uitmaakt van de vervulling van de politieke criteria voor toetreding;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat, in weerwil van de algemene Europese lijn, de onafhankelijkheid van Kosovo nog niet is erkend door Cyprus, Griekenland, Roemenië, Slowakije en Spanje;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Inzet voor toetreding tot de EU</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>is verheugd over het voortdurende streven van Kosovo naar toetreding tot de EU, waarmee het land laat zien dat het een duidelijke strategische geopolitieke keuze heeft gemaakt met het oog op meer veiligheid, een versterkte Europese verankering, een algemene consensus tussen de partijen inzake de Europese integratie, en dat er veel steun is onder de Kosovaarse burgers voor het Europese traject van het land, met name dankzij de ontwikkeling van nauwe, tastbare banden met de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>herhaalt zijn vaste overtuiging dat de toekomst van Kosovo in de EU ligt, met name gezien de huidige geopolitieke ontwikkelingen in de regio, de snelle ingrijpende verschuivingen in de wereldpolitiek en de toenemende concurrentie met autoritaire regimes; wijst erop dat de toenadering tussen Kosovo en de EU deel uitmaakt van een geleidelijk integratieproces dat verder gaat dan alleen formele toetreding; wijst erop dat concrete vormen van geleidelijke samenwerking en integratie, met name via sectorale partnerschappen, deelname aan Unieprogramma’s zoals Erasmus+, en inclusie in bepaalde Europese beleidslijnen, essentiële hefbomen vormen om nauwere banden met Kosovo te smeden; benadrukt dat aan de hand van deze instrumenten de Europese verankering van Kosovo kan worden bestendigd en kan worden ingespeeld op de geostrategische uitdagingen van de regio, met name door invloed van externe actoren te voorkomen, zonder vooruit te lopen op het ritme of het resultaat van het uitbreidingsproces;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>is ingenomen met de vorming van het nieuwe parlement en de nieuwe regering van Kosovo op 12 februari 2026, na de vervroegde democratische parlementsverkiezingen van december 2025 en na meer dan een jaar van politieke impasse en verregaande politieke polarisatie; betreurt echter dat het politieke proces in 2025 volledig vastliep, hetgeen voor Kosovo een “verloren jaar” betekende; betreurt voorts dat het parlement er niet in is geslaagd om binnen de grondwettelijke termijn een nieuwe president te kiezen; neemt kennis van de ontbinding van het parlement bij presidentieel decreet op 6 maart 2026 en van de daaropvolgende uitspraak van het grondwettelijk hof, waarbij dit besluit ongedaan is gemaakt en de leden van het parlement 34 dagen de tijd hebben gekregen om een nieuwe president te kiezen, waarna het land gedwongen zou zijn nieuwe verkiezingen te houden; neemt kennis van de mislukte pogingen om binnen deze termijn een president te kiezen en de daaropvolgende aankondiging van nieuwe parlementsverkiezingen voor 7 juni 2026;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>is voorts ingenomen met de ratificatie door het parlement van Kosovo van de overeenkomsten in het kader van de hervormings- en groeifaciliteit op 13 februari 2026; merkt op dat dit de weg vrijmaakt voor Kosovo om toegang te krijgen tot aanzienlijke subsidies en concessionele leningen, die bedoeld zijn om belangrijke hervormingen te bevorderen, de economische convergentie te versnellen en verdere vooruitgang te boeken op zijn Europees traject; betreurt ten zeerste dat het land, gezien het “verloren jaar” en het feit dat er mogelijk nog meer maanden verloren gaan aan een verkiezingscampagne, wellicht niet in staat zal zijn om alle noodzakelijke hervormingen binnen de termijnen door te voeren, en daarmee het risico loopt aanzienlijke bedragen aan financiële steun in het kader van de hervormings- en groeifaciliteit mis te lopen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>wijst erop dat een geloofwaardige uitbreiding stoelt op een proces dat gebaseerd is op verdienste en een aanhoudende en onomkeerbare hervormingsdynamiek vereist, evenals de strenge uitvoering van hervormingen in overeenstemming met de Europese normen, met name de criteria van Kopenhagen; verzoekt Kosovo om meer vooruitgang te boeken bij de uitvoering van EU-gerelateerde hervormingen, met name op het gebied van de rechtsstaat, fundamentele vrijheden en de bestrijding van corruptie, in het bijzonder corruptie op hoog niveau, en om inspanningen te blijven leveren door de inzet voor de Europese waarden en normen van de te verhogen; wijst erop dat alle pretoetredingssteun en daarmee samenhangende financiële steun strikt afhankelijk moet blijven van meetbare en controleerbare resultaten op deze gebieden; herinnert in dit verband aan het belang van het handhaven van de rechtsstaat waarin de meningen van eenieder wordt geëerbiedigd, evenals de effectieve toepassing van de wetten in de praktijk; benadrukt dat het opnieuw prioriteren van deze hervormingen en het boeken van concrete vooruitgang daarbij noodzakelijk is voor Kosovo om zijn Europese verankering te versterken en het land weer op koers te brengen voor toetreding tot de EU; wijst erop dat uitbreiding ook een grondige voorbereiding van de instellingen en de lidstaten van de EU vergt om te zorgen voor een geslaagde integratie van potentiële nieuwe lidstaten, waarbij de economische stabiliteit van de interne markt, de sociale en milieunormen en de goede werking van de EU-instellingen moeten worden geëerbiedigd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>steunt het verzoek van Kosovo om toetreding tot de EU, ingediend in december 2022; herhaalt zijn oproep aan de lidstaten in de Raad om de Commissie te verzoeken haar vragenlijst onverwijld in te dienen en haar advies uit te brengen over de gegrondheid van de toetredingsaanvraag van het land, en verzoekt de Raad om daarna snel actie te ondernemen, onder meer door de status van kandidaat-lidstaat toe te kennen zodra aan de relevante criteria is voldaan; verzoekt de vijf lidstaten die de onafhankelijkheid van Kosovo nog niet hebben erkend, dit onverwijld te doen zodat het land op gelijke voet met de andere kandidaat-lidstaten verder kan gaan; herinnert aan het advies van het IGH van 22 juli 2010, waarin staat dat de eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo niet in strijd is met het algemeen internationaal recht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>geeft nogmaals aan het verzoek van Kosovo om lidmaatschap van de Raad van Europa, het plan van strategische oriëntatie van het land om deel te nemen aan het programma “Partnerschap voor de Vrede” van de NAVO en zijn wens om zich bij andere internationale organisaties aan te sluiten, volledig te steunen; verzoekt de betrokken organisaties en de lidstaten om Kosovo actief te begeleiden bij deze wens; merkt op dat de toenadering van Kosovo tot de NAVO de Europese veiligheid versterkt; verzoekt de Commissie en het EU-kantoor in Kosovo om alles te doen om de zichtbaarheid en het begrip van de rol van de EU in Kosovo te vergroten, evenals van de concrete voordelen van een hechter partnerschap tussen de EU en Kosovo; dringt er bij Servië op aan geen bezwaar te maken tegen het lidmaatschap van Kosovo van de Raad van Europa en andere internationale organisaties, aangezien dit in strijd zou zijn met de overeenkomst van 2023 tussen Kosovo en Servië over het pad naar normalisering van de betrekkingen tussen beide landen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>prijst Kosovo als een betrouwbare partner van de EU, zoals blijkt uit de voortdurende vrijwillige aanpassing aan het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) van de EU, met inbegrip van de voortdurende toepassing van de beperkende maatregelen van de EU tegen Rusland en Belarus, de duidelijke veroordeling van de aanvalsoorlog van Rusland tegen Oekraïne, en de aanhoudend grote steun onder de bevolking voor integratie in de EU; verwacht dat Kosovo deze koers blijft volgen en zijn inspanningen voortzet om de Russische dreiging in te dammen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>is ingenomen met de ondertekening, op 18 maart 2025, van de trilaterale verklaring over defensiesamenwerking tussen Kosovo, Albanië en Kroatië, die tot doel heeft de defensievermogens te versterken en de samenwerking bij de bestrijding van hybride dreigingen te verbeteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>is verheugd over het langverwachte besluit om de EU-maatregelen tegen Kosovo op te heffen, waaronder de vrijgave van 216 miljoen EUR voor prioritaire contracten en programmering in december 2025 en de vrijgave van de resterende 205 miljoen EUR begin 2026; is van mening dat deze maatregelen duidelijk in tegenspraak waren met de door Kosovo getoonde inzet voor Europese waarden en de afstemming op het EU-beleid, en niet langer gerechtvaardigd waren aangezien aan alle vereiste voorwaarden is voldaan; wijst op de negatieve gevolgen die deze maatregelen hebben gehad voor de Kosovaarse samenleving, met name voor lokale gemeenschappen, maatschappelijke organisaties en kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s); heeft vragen bij het gebrek aan transparantie en voorspelbaarheid, het gebrek aan openbare communicatie en de verlengde duur van de maatregelen ondanks het feit dat Kosovo de eisen van de EU heeft geëerbiedigd;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Democratie en de rechtsstaat</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>is ingenomen met de over het algemeen positieve beoordeling van het verloop van de parlements- en lokale verkiezingen in 2025, en merkt op dat deze op vreedzame, competitieve en inclusieve wijze zijn verlopen binnen een herzien kiesstelsel dat in overeenstemming is met eerdere aanbevelingen van de EU-verkiezingswaarnemingsmissie; prijst de autoriteiten voor de invoering van een elektronisch stemsysteem in Kosovo; merkt echter op dat er enkele tekortkomingen werden geconstateerd bij het verloop van de verkiezingen en dringt er bij de Kosovaarse autoriteiten op aan om deze in aanmerking te nemen bij de organisatie van toekomstige verkiezingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>is ingenomen met de deelname van de Servische bevolkingsgroep in Kosovo aan de parlements- en gemeenteraadsverkiezingen van 2025 en met het feit dat vier nieuw verkozen Servische burgemeesters het stokje hebben overgenomen van hun Albanese voorgangers in de gemeenten met een Servische meerderheid in het noorden van Kosovo; uit echter zijn bezorgdheid over de druk die wordt uitgeoefend op kiezers die afhankelijk zijn van Servische sociale bijstand en werkgelegenheid om bij de parlementsverkiezingen van februari 2025 voor vertegenwoordigers van Srpska Lista te stemmen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>betreurt de aanhoudende pogingen om onafhankelijke instellingen te politiseren, waaronder de centrale verkiezingscommissie, en de tekortkomingen in het bestuur van de commissie voor onafhankelijke media; verzoekt Kosovo om het rechtskader voor de commissie voor onafhankelijke media verder af te stemmen op de aanbevelingen van de Raad van Europa en de EU-normen, teneinde de onafhankelijkheid van de regelgeving, de rechtszekerheid en het vertrouwen van het publiek in het toezicht op de media te vergroten; verzoekt de autoriteiten om te zorgen voor benoemingen op basis van verdiensten, transparantie in aanwervingsprocedures en volledige eerbiediging van de onafhankelijkheid van deze instellingen; wijst erop dat veerkrachtige democratische instellingen een eerste verdedigingslinie vormen tegen manipulatie van de informatieomgeving, heimelijke beïnvloeding en politiek gemotiveerde vertekening van het publieke debat; verzoekt Kosovo om een geïnstitutionaliseerd kader voor democratische veerkracht op te zetten waarin het parlement, de regering, onafhankelijke regelgevers en de verkiezingsadministratie worden samengebracht, met duidelijk omschreven verantwoordelijkheden, regelmatige risicobeoordelingen en openbare verslaglegging;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>is ingenomen met het feit dat maatschappelijke organisaties actief zijn in een vrij gunstig klimaat en verzoekt de autoriteiten om het maatschappelijk middenveld vanaf een vroeg stadium werkelijk te betrekken bij de voorbereiding en uitvoering van EU-hervormingen; wijst erop dat het belangrijk is de verantwoordingsplicht en transparantie met betrekking tot overheidsfinanciering voor maatschappelijke organisaties te bevorderen; beklemtoont dat het maatschappelijk middenveld van vitaal belang is voor het bevorderen van democratie en pluriformiteit, goed bestuur en sociale vooruitgang;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>prijst de autoriteiten voor het feit dat zij de Commissie van Venetië hebben geraadpleegd over het pakket wetsvoorstellen betreffende de rechterlijke macht, met inbegrip van de wet inzake de Kosovaarse raad voor openbaar ministerie; blijft echter bezorgd over de beperkte uitvoering van de strategie inzake de rechtsstaat en de ontoereikende follow-up van hervormingen door de regering, de onvolledige samenstelling van de Kosovaarse raad voor justitie, en de vertragingen bij de uitvoering van justitiële hervormingen; uit zijn bezorgdheid over het feit dat de regering de noodzakelijke rechtshandeling niet heeft vastgesteld waarin de organisatiestructuur van en de samenwerkingsmechanismen tussen de speciale onderzoekseenheid van de Kosovaarse politie en het speciale openbaar ministerie worden uiteengezet; is ingenomen met de vooruitgang die is geboekt ten aanzien van de benoeming van de nieuwe voorzitter van de Kosovaarse raad voor openbaar ministerie en verwacht dat de nieuwe samenstelling zal worden voltooid zodra het parlement zijn werkzaamheden hervat; is ingenomen met de aanwerving van 17 nieuwe rechters door de Kosovaarse raad voor justitie in het kader van een transparant en op verdiensten gebaseerd proces en dringt er bij de president van Kosovo op aan deze onverwijld te bevestigen; dringt er bij Kosovo op aan doortastende maatregelen te nemen om de tekortkomingen aan te pakken en ervoor te zorgen dat de wetgeving inzake de integriteit en de verantwoordingsplicht van de rechterlijke macht in overeenstemming is met de Europese normen en de desbetreffende aanbevelingen van de Commissie van Venetië;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>is ingenomen met het feit dat Kosovo de administratieve lasten heeft teruggedrongen via de uitvoering van het programma ter voorkoming en vermindering van administratieve lasten voor 2025-2028 en het bijbehorende actieplan voor 2025-2026; is ingenomen met deze verbetering en goedkeuring van wijzigingen van de wet inzake overheidsambtenaren en verzoekt Kosovo om zijn openbaar bestuur en zijn op verdiensten gebaseerde ambtenarenapparaat verder te verbeteren; merkt op dat het Kosovaarse strategisch kader voor het openbaar bestuur is ingevoerd, maar niet op doeltreffende wijze wordt uitgevoerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>spreekt zijn diepe bezorgdheid uit over de ontoereikende vooruitgang die in het algemeen is geboekt bij de bestrijding van corruptie; betreurt dat er in dit domein geen tastbare structurele vooruitgang is geboekt, ondanks de toezeggingen, en wijst erop dat corruptie nog steeds een structureel probleem is dat de werking van openbare instellingen en het vertrouwen van het publiek in het gedrang brengt; neemt met bezorgdheid kennis van de achteruitgang van Kosovo op de corruptieperceptie-index 2025, waarbij het land op de 76e plaats van de 182 landen en gebieden staat, drie plaatsen lager dan in 2024, hetgeen een zorgwekkende terugval betekent ten opzichte van de eerdere trend van geleidelijke verbetering, maar waardoor Kosovo nog steeds beter scoort dan sommige andere landen in de regio; verzoekt de autoriteiten om onverwijld concrete, doeltreffende en verifieerbare maatregelen aan te nemen en uit te voeren om preventie van corruptie, onderzoek naar corruptie en verwante sancties te versterken; dringt met name aan op de snelle goedkeuring van een nationale corruptiebestrijdingsstrategie en een nationaal actieplan voor 2025-2028, een intensiever gebruik van vermogensaangiften en integriteitsplannen en een doeltreffendere toepassing van confiscatie-instrumenten in corruptiezaken; wijst erop dat de onafhankelijkheid en de operationele capaciteit van corruptiebestrijdingsinstanties moeten worden versterkt en dat moet worden gezorgd voor doeltreffende coördinatie tussen aanklagers, politie en financiële-inlichtingeneenheden; wijst erop dat de eerdere aanbevelingen van de Commissie inzake de versterking van de capaciteit van het agentschap voor de preventie van corruptie en de uitvoering van de anticorruptiewetgeving nog steeds niet zijn uitgevoerd; dringt aan op de voortdurende verbetering van de kwaliteit van onderzoeken in corruptiezaken op hoog niveau;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>is bezorgd over het feit dat beperkte vooruitgang is geboekt in de strijd tegen de georganiseerde misdaad; dringt aan op de snelle goedkeuring van een nationale strategie en een actieplan tegen de georganiseerde misdaad; benadrukt dat het belangrijk is criminele netwerken aan te pakken door het versterken van de internationale samenwerking door middel van het delen van inlichtingen, alsook de samenwerking tussen rechtshandhavings- en vervolgingsinstanties; verzoekt de buurlanden van Kosovo om het land in staat te stellen deel te nemen aan internationale samenwerking op alle niveaus, teneinde het effect van de strijd tegen de georganiseerde misdaad te maximaliseren; benadrukt dat de samenwerking op het gebied van de strijd tegen drugs moet worden verdiept; roept op tot verdere afstemming op het gebied van terrorismebestrijding;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>benadrukt de aanhoudende inspanningen van EULEX om de Kosovaarse autoriteiten bij te staan bij de oprichting van duurzame en onafhankelijke instellingen voor de rechtsstaat; merkt op dat aanhoudende uitdagingen, waaronder beperkte handhavingsbevoegdheden, de impact van haar werkzaamheden hebben beperkt; dringt aan op een voortdurende herbeoordeling van de meerwaarde, het toepassingsgebied en de strategische doelstellingen van de missie om de relevantie en efficiëntie ervan te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>is bezorgd over de gemelde gevallen van buitensporig gebruik van geweld en wangedrag door sommige agenten van de Kosovaarse politie in het noorden van Kosovo; verzoekt de Kosovaarse politie om ervoor te zorgen dat haar personeel zich volledig houdt aan alle vereisten op het gebied van de rechtsstaat en de mensenrechten; wijst erop dat alle politieke vertegenwoordigers en alle mensen in Kosovo een gedeelde verantwoordelijkheid hebben voor het handhaven van de vrede en de rechtsstaat;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Fundamentele vrijheden en mensenrechten</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>merkt op dat het rechts- en institutionele kader voor de mensenrechten weliswaar grotendeels aanwezig is, maar dat de uitvoering ervan nog steeds tekortschiet; is ingenomen met de goedkeuring van de strategie voor de bescherming en bevordering van de rechten van gemeenschappen; is ingenomen met de uitvoering door Kosovo van de uitspraak van het grondwettelijk hof over het grondbezit van het Dečani-klooster; verzoekt Kosovo om te investeren in een doeltreffendere uitvoering van het mensenrechtenkader;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>erkent dat de Kosovaarse grondwet bijzonder vooruitstrevend is wat de rechten van minderheden betreft; stelt in dat verband tot zijn spijt vast dat het verzoekschrift, ondertekend door bijna vijfhonderd mensen die zichzelf van oudsher als Bulgaars beschouwen en dat in januari 2023 is ingediend bij het parlement van Kosovo, nog steeds niet in behandeling is genomen, en beveelt aan dat de rechten van minderheden in wetten worden verankerd en in de praktijk worden gewaarborgd teneinde de historische, culturele en politieke identiteit van de Bulgaarse minderheid te beschermen; verzoekt Kosovo om ervoor te zorgen dat alle minderheden die zijn erkend op grond van de wet inzake de bescherming en bevordering van de rechten van gemeenschappen en hun leden integraal worden opgenomen in de grondwet van het land;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>merkt op dat het gevangeniswezen in Kosovo in grote lijnen in overeenstemming is met de standaardminimumregels van de VN en de Raad van Europa; dringt aan op een betere bescherming van de rechten van gevangenen, met name van vrouwelijke gevangenen, gevangenen die tot een minderheid behoren en gevangenen met geestelijke gezondheidsproblemen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>benadrukt dat de uitvoering van wetgeving ter bescherming van de rechten van kwetsbare groepen en personen die tot minderheidsgemeenschappen behoren, moet worden versterkt, met name wat betreft hun vertegenwoordiging in openbare instellingen en het gebruik van talen, onder meer door te zorgen voor gelijke en daadwerkelijke toegang tot openbaar onderwijs in hun moedertaal, alsook voor toegang tot gezondheidszorg en openbare diensten, eerbiediging van taal- en eigendomsrechten, adequate vertegenwoordiging in het centrale en lokale bestuur, en bescherming van het materiële en immateriële religieuze, traditionele en culturele erfgoed; verzoekt Kosovo om zich meer in te spannen om minderheden gelijke kansen en een adequate vertegenwoordiging te bieden in het politieke en culturele leven, de openbare media, het bestuur en de rechterlijke macht; dringt erop aan dat religieuze minderheden in Kosovo worden beschermd en dat de toegang tot plaatsen voor de eredienst wordt gewaarborgd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>betreurt het feit dat vrouwen uit minderheidsgroepen, met name de Roma, de Ashkali en de Egyptische gemeenschap, te maken hebben met tal van vormen van discriminatie, in het bijzonder op het gebied van onderwijs, werkgelegenheid en toegang tot gezondheidszorg; is bezorgd over de onvoldoende vertegenwoordiging van minderheidsgemeenschappen bij de overheid in Kosovo en merkt op dat het aantal vrouwen in leidinggevende functies laag blijft;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>verzoekt Kosovo om de uitvoering van bestaande mechanismen ter bescherming van de rechten van minderheidsgroepen, religieuze gemeenschappen en de lhbtiq+-gemeenschap te verbeteren door het nieuwe burgerlijk wetboek, waarvan de goedkeuring nog steeds in behandeling is, af te ronden; blijft bezorgd over het feit dat er nog steeds discriminerende taal tegen vrouwen en lhbtiq+-personen wordt gebruikt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>wijst erop dat de gendergelijkheid en de rechten van vrouwen in Kosovo moeten worden versterkt; merkt op dat het rechts- en institutionele kader inzake gendergelijkheid en de bestrijding van gendergerelateerd geweld grotendeels aanwezig is; is verheugd over de verhoogde financiering voor gespecialiseerde ondersteuningsdiensten, waaronder opvangcentra voor slachtoffers van gendergerelateerd geweld, de volledig operationele databank waarin gevallen van huiselijk geweld worden geregistreerd, en de voortdurende bewustmakingsinspanningen; spreekt echter zijn bezorgdheid uit over het feit dat gendergerelateerd geweld blijft bestaan en dat de uitvoering en handhaving ervan nog steeds ontoereikend zijn, met name gezien het feit dat vrouwen, en dan vooral vrouwen uit minderheidsgroepen, nog steeds met verschillende vormen van discriminatie worden geconfronteerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>herhaalt zijn verzoek aan de autoriteiten om de interne dialoog te verbeteren en daadwerkelijk en rechtstreeks samen te werken met onafhankelijke Kosovaars-Servische maatschappelijke organisaties, met name in het noorden, teneinde vertrouwen te kweken, het dagelijks leven van de Serviërs in Kosovo te vergemakkelijken en hen met succes te integreren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>prijst de regering voor de goedkeuring van de strategie voor de rechten van personen met een handicap 2025-2030 en het bijbehorende actieplan voor 2025-2027; betreurt echter dat het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap nog niet door Kosovo is aangenomen; spreekt zijn bezorgdheid uit over het feit dat Kosovo het EU-acquis op dit gebied onvoldoende heeft overgenomen, en over de discriminatie en belemmeringen waarmee personen met een handicap, waaronder kinderen, worden geconfronteerd bij de toegang tot onderwijs, gezondheidszorg en sociale voorzieningen; verzoekt de autoriteiten om de bescherming van hun rechten te versterken en het wetsontwerp inzake de erkenning van de status, diensten en uitkeringen goed te keuren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>benadrukt het belang van de bescherming van het multicultureel erfgoed van Kosovo, met inbegrip van het erfgoed van de Kroatische gemeenschap, waarbij duurzame lokale ontwikkeling en betrokkenheid van de gemeenschap worden ondersteund; is ingenomen met het door de EU gefinancierde project dat door het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties wordt uitgevoerd om het cultureel erfgoed van Janjevo te behouden en nieuw leven in te blazen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>betreurt het dat het nieuwe wetsontwerp inzake schoolboeken nog steeds niet door het parlement van Kosovo is aangenomen; is bezorgd over het feit dat de uitvoering van de onderwijsstrategie van Kosovo voor 2022-2026 achterloopt en dat de financiering voor openbaar basisonderwijs blijft afnemen; verzoekt Kosovo om de goedkeuring van het wetsontwerp inzake schoolboeken af te ronden, de revisie van de huidige schoolboeken te voltooien en leerkrachten duurzame en systematische opleiding te bieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>neemt kennis van het pluralistische medialandschap in Kosovo, maar benadrukt dat het landschap kwetsbaar blijft en blootgesteld is aan druk uit meerdere hoeken; betreurt ten zeerste het gebrek aan vooruitgang bij het waarborgen van de vrijheid van meningsuiting en de daadwerkelijke bescherming van journalisten; betreurt het feit dat Kosovo in de wereldindex voor persvrijheid van 2025 24 plaatsen is gedaald naar de 99e plaats, hetgeen een aanzienlijke en zorgwekkende achteruitgang betekent; merkt op dat persvrijheid een Europese kernwaarde is, en dat Kosovo doeltreffendere maatregelen moet nemen dan nu het geval is om persvrijheid te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>herhaalt zijn ernstige bezorgdheid over de verslechtering van het medialandschap en de werkomstandigheden van informatieprofessionals, en met name over de aanvallen en bedreigingen tegen journalisten en mediawerkers, waaronder het gebruik van beledigende taal jegens de media door hooggeplaatste Kosovaarse functionarissen tijdens de verkiezingscampagne; betreurt het feit dat het wetsontwerp inzake de bescherming van journalistieke bronnen nog steeds niet is aangenomen, waardoor journalisten geen toereikende rechtsbescherming genieten; wijst erop dat er geen enkele tolerantie mag bestaan voor fysieke aanvallen op journalisten en dringt aan op een intensiever onderzoek naar en vervolging van alle bedreigingen tegen mediapersoneel, alsook op de aanpassing van de mediawetgeving aan het EU-acquis, met name de Europese verordening mediavrijheid<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2024/1083 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 tot vaststelling van een gemeenschappelijk kader voor mediadiensten op de interne markt en tot wijziging van Richtlijn 2010/13/EU (Europese verordening mediavrijheid) (PB L, 2024/1083, 17.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1083/oj).</FIELD></FOOTNOTE> en de anti-SLAPP-richtlijn van de EU<FOOTNOTE><FIELD> Richtlijn (EU) 2024/1069 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 betreffende bescherming van bij publieke participatie betrokken personen tegen kennelijk ongegronde vorderingen of misbruik van procesrecht (“strategische rechtszaken tegen publieke participatie”) ( PB L, 2024/1069, 16.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2024/1069/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, en aan andere relevante internationale mensenrechtenverplichtingen; verzoekt de autoriteiten in dit opzicht onmiddellijke en concrete maatregelen te nemen om onafhankelijke media te waarborgen, intimidatie te bestrijden en een gunstig kader te scheppen voor vrije, pluralistische journalistiek;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>uit zijn ernstige bezorgdheid over meldingen dat politieke actoren en georganiseerde criminele groepen druk uitoefenen op journalisten, hetgeen tot gevallen van zelfcensuur heeft geleid; merkt op dat journalisten mogelijk afzien van kritische onderzoeksjournalistiek en berichtgeving uit bezorgdheid over hun fysieke veiligheid of baanzekerheid; wijst voorts op berichten dat overheidsdiensten reclame kunnen intrekken van mediakanalen die kritieke inhoud publiceren, waardoor indirecte economische druk wordt uitgeoefend;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>	uit zijn bezorgdheid over het feit dat de goedkeuring van het wetsontwerp inzake radio en televisie van Kosovo (RTK), de Kosovaarse publieke omroep, nog steeds hangende is en dringt derhalve aan op een snelle goedkeuring ervan; wijst erop dat de duurzame financiering en onafhankelijkheid van de publieke omroep moeten worden gewaarborgd; betreurt het feit dat de functie van algemeen directeur van RTK sinds september 2024 vacant is en dat de raad van bestuur van RTK sinds december 2024 niet over een quorum beschikt, waardoor de publieke omroep feitelijk disfunctioneel is en zijn rol niet kan vervullen; pleit voor een evenwichtig, representatief en politiek onafhankelijk toezicht op RTK; verzoekt de Kosovaarse autoriteiten om de leden van de raad van bestuur van RTK en de algemeen directeur van RTK door middel van een transparant en op verdiensten gebaseerd proces te benoemen, zodat de doeltreffende werking van de publieke omroep in Kosovo wordt gewaarborgd; wijst erop dat bij hervormingen van de publieke omroep de redactionele onafhankelijkheid moet worden gewaarborgd, politieke beïnvloeding moet worden vermeden en duurzame en transparante financiering moet worden gewaarborgd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>stelt bezorgd vast dat in het verslag over mensenhandel 2025 wordt benadrukt dat de bevoegde autoriteiten in Kosovo niet volledig hebben voldaan aan de minimumnormen voor de uitbanning van mensenhandel, ondanks het feit dat zij blijk hebben gegeven van meer inspanningen, waaronder verbeterde vervolgingspercentages en betere slachtofferhulp;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>spreekt zijn bezorgdheid uit over de toename van desinformatie die door buitenlandse actoren in landen in de regio wordt verspreid, onder meer over spanningen tussen verschillende etnische groepen, met name door bronnen die banden hebben met de Russische en Servische staat, en vooral tijdens verkiezingsperioden, waardoor de politieke polarisatie verder wordt aangewakkerd; blijft uitermate bezorgd over kwaadaardige buitenlandse inmenging, destabiliseringspogingen en hybride dreigingen, waaronder door AI gegenereerde desinformatie en gecoördineerde onlinecampagnes om politieke processen en de publieke opinie te beïnvloeden; dringt aan op een krachtiger institutioneel optreden en een betere mediawijsheid, te bewerkstelligen door middel van maatregelen zoals een betere lerarenopleiding, moderne leermiddelen en nauwere samenwerking met onafhankelijke media, factcheckorganisaties en relevante EU-programma’s, teneinde kritisch denken en verantwoorde digitale betrokkenheid te bevorderen; verzoekt Kosovo en zijn regionale partners om eensgezind te blijven en de regionale samenwerking, alsook de Europese samenwerking met Kosovo, verder te versterken bij het bestrijden van externe dreigingen, desinformatie, buitenlandse inmenging en cyber- en hybride dreigingen die erop gericht zijn het Europese perspectief van het land en de regio te ondermijnen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>prijst Kosovo voor zijn actieve betrokkenheid bij een aantal regionale samenwerkingsinitiatieven zoals de Midden-Europese Vrijhandelsovereenkomst, de Energiegemeenschap, de Vervoersgemeenschap, het Zuidoost-Europees Samenwerkingsproces en de Raad voor regionale samenwerking;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>prijst de Kosovaarse autoriteiten voor de succesvolle uitvoering van de routekaart voor een duurzame oplossing voor het illegale bezit van, het misbruik van en de handel in handvuurwapens en lichte wapens en explosieven; is ingenomen met de hoge mate van naleving van de regels van het VN-Vuurwapenprotocol;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Verzoening en goede nabuurschapsbetrekkingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>herinnert eraan dat de normalisering van de betrekkingen met Servië en de uitvoering van alle overeenkomsten die in het kader van de dialoog tussen Belgrado en Pristina zijn gesloten, een integraal onderdeel en een fundamenteel en essentieel element blijven vormen van het Europese perspectief van Kosovo; wijst erop dat concrete, duurzame en verifieerbare vooruitgang op dit gebied onontbeerlijk is teneinde de regionale stabiliteit te vergroten en het Europese perspectief van het land te bevorderen; benadrukt dat normalisering niet als een bijzaak kan worden beschouwd, maar een absolute politieke prioriteit moet blijven; benadrukt hoe belangrijk het is dat de EU haar bemiddelingsinspanningen tussen de partijen verder opvoert teneinde de huidige impasse te doorbreken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>geeft nogmaals aan de door de EU gefaciliteerde dialoog volledig te steunen en is ingenomen met de verlenging van het mandaat van Peter Sørensen als speciaal vertegenwoordiger van de EU voor de dialoog tussen Belgrado en Pristina tot 29 februari 2028;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>herhaalt zijn oproep om de kwaliteit van het dialoogproces te verbeteren door middel van de deelname van vrouwen, meer transparantie ten aanzien van het publiek, en de zinvolle betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>wijst er nogmaals op dat een constructieve houding bij de Kosovaarse en Servische autoriteiten belangrijk is om vooruitgang te boeken bij de uitvoering van de Overeenkomst over het pad naar normalisering en de uitvoeringsbijlage daarbij, die geldig en juridisch bindend blijven voor beide partijen; verzoekt zowel Kosovo als Servië om het Akkoord van Brussel en het Akkoord van Ohrid volledig uit te voeren, hetgeen onder andere de oprichting van de vereniging van gemeenten met een Servische meerderheid inhoudt, alsook het staken van het verzet van Servië tegen het lidmaatschap van Kosovo van regionale en internationale organisaties, en af te zien van unilaterale acties die de dialoog zouden kunnen verstoren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>is ingenomen met het akkoord dat op 14 maart 2026 is bereikt over de uitvoering van de Kosovaarse vreemdelingenwetgeving, waarbij verzachtende maatregelen voor leden van de Servische gemeenschap worden ingevoerd; merkt op dat deze regeling bijdraagt tot het waarborgen van de continuïteit van de toegang tot openbare diensten en dat hiermee het risico van feitelijke uitsluiting van Kosovaarse Serviërs wordt voorkomen; wijst erop dat dergelijke oplossingen bijdragen tot vertrouwensopbouw en een positieve stap vormen in de richting van de normalisering van de betrekkingen tussen Belgrado en Pristina en de bevordering van goede nabuurschapsbetrekkingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>neemt kennis van de ongecoördineerde sluiting van tientallen door Servië gesteunde instellingen in het noorden van Kosovo;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>verwacht van Servië volledig samenwerkt met Kosovo om de daders van de terroristische aanslag van 2023 in Banjska eindelijk voor de rechter te brengen; veroordeelt dat Servië nog steeds geen vervolging heeft ingesteld tegen de schuldigen, met name Milan Radoičić, de voormalige vicevoorzitter van Srpska Lista; herhaalt dat alle personen die verantwoordelijk zijn voor gewelddaden ter verantwoording moeten worden geroepen en onverwijld voor de rechter moeten worden gebracht, in overeenstemming met de rechtsstaat en een behoorlijke rechtsgang; veroordeelt ten stelligste de aanval op het Ibër-Lepenc/Ibar-Lepenac-kanaal in het noorden van Kosovo in november 2024, en dringt erop aan dat de daders snel worden aangehouden en voor de rechter worden gebracht; verzoekt Servië om onverwijld te reageren op het verzoek om wederzijdse rechtshulp dat Kosovo in januari 2025 heeft ingediend in verband met deze aanslag, en om zijn volledige medewerking te verlenen aan het onderzoek;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>neemt kennis van het feit dat het lot van maar liefst 1 590 vermiste personen nog steeds ongekend is, waarbij tussen april 2024 en het einde van de verslagperiode in september 2025 het lot van slechts 26 vermiste personen is opgehelderd; verzoekt zowel Kosovo als Servië om constructief en te goeder trouw deel te nemen aan alle technische besprekingen die gericht zijn op het ophelderen van het lot van de resterende vermisten, onder meer via de subwerkgroep forensische kwesties, en zich te onthouden van politisering; is verheugd over de eerste bijeenkomst van de gezamenlijke commissie voor vermiste personen, die in januari 2026 door de hoofdonderhandelaars van Kosovo en Servië is bijeengeroepen in het kader van de door de EU gefaciliteerde dialoog, en roept op tot verdere samenwerking om de identificatie van massagraven en de uitwisseling van informatie te versnellen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>verzoekt Servië om alle relevante politie-, militaire en archiefdocumenten met betrekking tot de oorlog van 1998-1999 in Kosovo open te stellen en te delen, ter ondersteuning van de waarheid, gerechtigheid en verantwoordingsplicht, ook in gevallen van conflictgerelateerd seksueel geweld; merkt op dat een algemene overeenkomst over het delen van dergelijke informatie nog niet is uitgevoerd en spreekt zijn bezorgdheid uit over de uitbreiding van geheimhoudingsclassificaties, waardoor het risico bestaat dat gerechtigheid en erkenning voor overlevenden nog verder worden vertraagd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>herinnert eraan dat het van belang is volledige toegang te waarborgen tot de archieven van de voormalige Joegoslavische geheime dienst (UDBA) en de geheime dienst van het Joegoslavische volksleger (KOS), met inbegrip van de archieven in Pristina en Belgrado, teneinde misdrijven en criminele organisaties uit het communistische tijdperk grondig te onderzoeken en aan te pakken; benadrukt dat het openstellen van deze archieven in de hele regio zou bijdragen tot waarheidsvinding, gerechtigheid voor slachtoffers, verzoening en consolidatie van democratisch bestuur;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>verzoekt Kosovo om zijn betrokkenheid bij een aantal regionale samenwerkingsinitiatieven voort te zetten; wijst nogmaals op het belang van de door de NAVO geleide KFOR voor bredere veiligheid en spreekt zijn waardering uit voor de voortdurende inspanningen van deze missie om een veilige en stabiele omgeving te creëren en te handhaven in Kosovo en in de Westelijke Balkan in het algemeen; herinnert aan het belang van de missie voor de voortdurende ontwikkeling van de Kosovaarse veiligheidsmacht door advies, opleiding en capaciteitsopbouw te verstrekken; verzoekt de lidstaten die een bijdrage leveren aan de Kosovo Force hun aanwezigheid niet te verminderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>dringt aan op hernieuwde inspanningen om het religieuze en culturele erfgoed in Kosovo te beschermen, waaronder orthodoxe, islamitische, katholieke en andere sites, in het kader van een bredere inzet voor pluralisme, verzoening en eerbiediging van de gedeelde culturele erfenis van Europa;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Sociaal-economische hervormingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>merkt op dat Kosovo redelijk goed voorbereid is op het gebied van economisch en monetair beleid en concurrentievermogen; benadrukt dat Kosovo zijn begrotingskader in overeenstemming moet brengen met het EU-acquis en structurele tekortkomingen moet aanpakken, met name de beperkte industriële basis en moeilijke toegang tot financiering voor kmo’s; benadrukt het belang van het waarborgen van duurzame economische groei, een daling van de werkloosheid en de versterking van het socialebeschermingsstelsel van het land in overeenstemming met het sociale acquis van de EU; wijst erop dat het ingrijpendere hervormingen moet doorvoeren om de resterende structurele tekortkomingen aan te pakken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>is ingenomen met de bevinding van de Commissie dat Kosovo enige vooruitgang heeft geboekt bij de ontwikkeling van een functionerende markteconomie, met name door sterkere groei, een gezonde en veerkrachtige banksector, terugdringing van zwartwerk en een snellere beslechting van handelsgeschillen; neemt kennis van het feit dat de informele economie nog steeds wijdverbreid en verzoekt de autoriteiten om de arbeidsinspectie toe te rusten met de nodige middelen om haar functies volledig te vervullen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>is ingenomen met de doeltreffende behandeling van zaken in verband met intellectuele-eigendomsrechten door de Kosovaarse handelsrechtbank; verzoekt de Kosovaarse handelsrechtbank op verder samen te werken met het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>dringt erop aan dat wordt gezorgd voor adequate arbeidsbescherming, billijke lonen en handhaving van de arbeidswetgeving in overeenstemming met de EU-normen; betreurt het feit dat de sociale dialoog in Kosovo beperkt blijft; roept op tot gerichte steun voor het opbouwen van capaciteit bij de sociale partners; verzoekt de autoriteiten om de onafhankelijkheid en de legitieme rol van de representatieve vakbonden te waarborgen, evenals de grondrechten van werknemers, met name het recht op collectieve onderhandelingen, in de wet en in de praktijk, in de openbare en particuliere sector; verzoekt de autoriteiten van Kosovo om het mandaat van de sociaal-economische raad te verlengen, de sociale dialoog te bevorderen en de hervormings- en groeifaciliteit voor de Westelijke Balkan in te zetten om de capaciteit van de sociale partners te helpen opbouwen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>56.</NO.P>is ingenomen met de consolidatie van het beloningssysteem in het kader van de wet inzake salarissen in de overheidssector; betreurt echter het feit dat de beroepsclassificatie, de systematisering van functies en het arrest van het grondwettelijk hof inzake ongrondwettige bepalingen nog steeds niet zijn aangepakt; verzoekt de autoriteiten om het wetsontwerp inzake het beheer van de overheidsfinanciën goed te keuren en de beoordeling van begrotingsrisico’s en de methodologie voor overheidsinvesteringen in de wetgeving op te nemen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>57.</NO.P>uit zijn bezorgdheid over het feit dat de levensverwachting bij de geboorte nog steeds lager is dan het EU-gemiddelde en dat de kindersterfte de hoogste in de regio en aanzienlijk hoger dan het EU-gemiddelde blijft; betreurt het feit dat de vooruitgang met betrekking tot universele gezondheidszorg zeer beperkt blijft en dat nog steeds sprake is van aanzienlijke inefficiënties; verzoekt de autoriteiten om te zorgen voor een betere toegang tot gezondheidsdiensten voor alle burgers;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>58.</NO.P>verzoekt Kosovo om prioriteit te geven aan hoogwaardig beroepsonderwijs, een sterkere koppeling tussen onderwijs en de behoeften van de arbeidsmarkt, en gerichte steun voor jonge ondernemers en onderzoekers, teneinde geloofwaardige vooruitzichten voor jongeren in het land te creëren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>59.</NO.P>moedigt Kosovo aan om door te gaan met het sluiten van overeenkomsten inzake de coördinatie van de sociale zekerheid met de EU-lidstaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>60.</NO.P>merkt op dat Kosovo enige vooruitgang heeft geboekt bij de voorbereiding op de digitale transformatie, onder meer door de uitbreiding van onlinediensten en 5G-dekking; betreurt het feit dat momenteel slechts 10 % van de overheidsdiensten online wordt aangeboden en dat de digitalisering nog steeds versnipperd is; wijst erop dat het belangrijk is dat Kosovo aansluit bij de EU-wetgeving inzake digitalisering, waaronder het Europees wetboek voor elektronische communicatie, de NIS 2-richtlijn, de EU-toolbox inzake 5G-cyberbeveiliging, de digitaledienstenverordening, de digitalemarktenverordening en het EU-kader voor digitale identiteit; betreurt het feit dat Kosovo slechts 8 van de 14 handelingen van afgeleid recht die voortvloeien uit de cyberbeveiligingswet heeft vastgesteld en dat zowel het agentschap voor cyberbeveiliging als de nationale cyberbeveiligingsraad nog niet volledig operationeel zijn; dringt aan op de vaststelling van een alomvattende strategie voor e-governance die is afgestemd op de EU-normen en op een betere interoperabiliteit van systemen voor openbaar bestuur; verzoekt Kosovo om de digitalisering krachtiger te bevorderen en veilige digitale overheidsdiensten verder te ontwikkelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>61.</NO.P>is ingenomen met de eerste stappen die Kosovo heeft gezet in de richting van een meer strategische benadering van onderzoek en innovatie, met inbegrip van de aanvang van de financiering voor maatregelen ter ondersteuning van innovatie en de deelname van Kosovo aan het netwerk van Europese digitale-innovatiehubs;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>62.</NO.P>is ingenomen met het voorstel van de Commissie om onderhandelingen te openen over de uitbreiding van de “roaming tegen thuistarief”-regeling van de EU naar de Westelijke Balkan, met inbegrip van Kosovo, teneinde concrete voordelen voor burgers en bedrijven te bewerkstelligen en de regionale connectiviteit te versterken; merkt op dat dit initiatief voortbouwt op bestaande regionale roamingregelingen; pleit voor de snelle goedkeuring van de onderhandelingsmandaten en de spoedige sluiting van overeenkomsten om te zorgen voor snelle en doeltreffende integratie in de “roaming tegen thuistarief”-regeling van de EU;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Energie, milieu, duurzame ontwikkeling en connectiviteit</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>63.</NO.P>merkt op dat Kosovo nog steeds sterk afhankelijk is van verouderde kolencentrales en dat het de investeringen in energie-efficiëntie moet versnellen; is verheugd over het feit dat er enige vooruitgang is geboekt in de energiesector, met name door de lancering van een veiling voor 100 MW aan windenergie; dringt er bij Kosovo op aan zijn groene transitie te versnellen en zijn afhankelijkheid van fossiele brandstoffen en kolencentrales aanzienlijk te verminderen; verzoekt de EU om haar inspanningen op te voeren om Kosovo te helpen deze doelstellingen te verwezenlijken; verzoekt de Kosovaarse regering om te investeren in een gediversifieerde energiemix die de voorzieningszekerheid versterkt; moedigt Kosovo aan zich te blijven inspannen om zijn elektriciteitsmarkt te integreren met de Europese elektriciteitsmarkten, onder meer door de doeltreffende uitvoering van hervormingen van de elektriciteitsmarkt en versterkte grensoverschrijdende samenwerking in de elektriciteitssector;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>64.</NO.P>moedigt Kosovo aan om zijn institutionele en administratieve capaciteit te versterken voor de uitvoering van strategische infrastructuurprojecten, onder meer door in de planningsfase gebruik te maken van uitgebreide milieueffectbeoordelingen en duurzaamheidsmaatregelen, en door de uitvoering van lopende projecten op het gebied van vervoers- en energieconnectiviteit voort te zetten; verzoekt de Commissie en Kosovo om voorrang te geven aan strategische connectiviteitsprojecten die de Westelijke Balkan verbinden met de Europese vervoers-, energie- en digitale corridors en het gebied rond de Zwarte Zee, waaronder door interconnectie van energienetwerken, maatregelen op het gebied van energie-efficiëntie, investeringen in hernieuwbare energie, integratie in de gemeenschappelijke eurobetalingsruimte (SEPA) en verbeterde toegang tot financiering voor kmo’s; wijst erop dat deze investeringen de sociaal-economische convergentie, de geostrategische weerbaarheid en de Europese veiligheid vergroten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>65.</NO.P>dringt er bij Kosovo op aan het aantal beschermde gebieden in het land uit te breiden en ervoor te zorgen dat passende maatregelen worden genomen voor het beheer van beschermde gebieden en cultureel-historische erfgoedsites met het oog op het behoud van de biodiversiteit, waaronder belangrijke habitats van de ernstig bedreigde Balkanlynx; is ingenomen met de voortgezette samenwerking van Kosovo met Noord-Macedonië en Albanië met betrekking tot het grensoverschrijdende nationale park Šar Planina; spoort Kosovo aan de samenwerking met buurlanden verder te intensiveren en te bespoedigen, teneinde grensoverschrijdende beschermde gebieden aan te wijzen en samenhangende grensoverschrijdende beheersplannen op te stellen; dringt er bij Kosovo op aan ervoor te zorgen dat de wet inzake afvalbeheer wordt gewijzigd en de wet inzake klimaatverandering wordt uitgevoerd;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>66.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de voorzitter van de Europese Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, en de president, de regering en de Nationale Vergadering van Kosovo.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>