<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0222</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Commissieverslag 2025 over Georgië</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0140/2026 - Rapporteur: Rasa Juknevičienė)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 17 juni 2026 over het Commissieverslag 2025 over Georgië (2025/2257(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 4 november 2025 getiteld “Mededeling inzake het uitbreidingsbeleid van de EU voor 2025” (COM(2025)0690) en het bijbehorende werkdocument van de diensten van de Commissie getiteld “Georgia 2025 Report” (Verslag 2025 over Georgië) (SWD(2025)0757),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Georgië, anderzijds<FOOTNOTE><FIELD> PB L 261 van 30.8.2014, blz. 4, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_internation/2014/494/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2025/2441 van het Europees Parlement en de Raad van 26 november 2025 tot wijziging van Verordening (EU) 2018/1806 wat betreft de herziening van het opschortingsmechanisme<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2025/2441, 10.12.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2025/2441/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 78 van de Georgische grondwet, waarin is bepaald dat alle mogelijke maatregelen moeten worden genomen om de volledige integratie van Georgië in de EU en de NAVO te waarborgen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het dringende advies over wijzigingen van het wetboek van administratieve overtredingen en het wetboek van strafrecht van Georgië van het Bureau voor Democratische Instellingen en Mensenrechten (ODIHR) van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), dat op 12 november 2025 is goedgekeurd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens, waarbij Georgië partij is,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de eerdere uitbreidingsverslagen van de Commissie over Georgië,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag “Freedom in the World 2025” (Vrijheid in de wereld 2025) van Freedom House,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Rule of Law Index 2025 (Index van de rechtsstaat 2025) van het World Justice Project,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de door Transparency International gepubliceerde corruptieperceptie-index 2025,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de OVSE-onderzoeksmissie over Georgië (2026) uit hoofde van paragraaf 12 van het document van het Moskou-Mechanisme getiteld “Developments in Georgia in Respect of Human Rights and Fundamental Freedoms since Spring 2024” (Ontwikkelingen in Georgië op het gebied van mensenrechten en fundamentele vrijheden sinds het voorjaar van 2024),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van het voorzitterschap van de Raad van 16 december 2025 over uitbreiding,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies over de wet inzake de registratie van buitenlandse agenten, de wijzigingen van de subsidiewet en andere wetten met betrekking tot “buitenlandse beïnvloeding”, dat door de Commissie van Venetië op 9 en 10 oktober 2025 is goedgekeurd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn eerdere resoluties over Georgië,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 11 maart 2026 over de EU-uitbreidingsstrategie<FOOTNOTE><FIELD> Aangenomen teksten, P10_TA(2026)0077.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 55 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie buitenlandse zaken (A10-0140/2026),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat Georgië op 3 maart 2022 het lidmaatschap van de EU heeft aangevraagd; overwegende dat de Europese Raad tijdens zijn bijeenkomst van 14 en 15 december 2023 aan Georgië de status van kandidaat-lidstaat heeft toegekend, op voorwaarde dat de relevante maatregelen uit de aanbeveling van de Commissie van 8 november 2023 zouden worden uitgevoerd; overwegende dat het toetredingsproces van Georgië sinds 2024 in de praktijk de facto is opgeschort;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de Commissie Georgië slechts in naam als kandidaat-lidstaat ziet, op basis van de conclusies van de Europese Raad van 19 december 2024, waarin werd geconstateerd dat de acties van de Georgische autoriteiten het pre-toetredingsproces de facto tot stilstand hebben gebracht, en in het licht van de voortdurende en ernstige achteruitgang op het gebied van fundamentele kwesties die sindsdien in Georgië wordt waargenomen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat commissaris Marta Kos het Commissieverslag 2025 over Georgië terecht het “slechtste verslag ooit over een kandidaat-lidstaat” heeft genoemd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat de situatie in Georgië sindsdien nog aanzienlijk is verslechterd, met een verdere achteruitgang op het gebied van democratie, de mensenrechten en de rechtsstaat als gevolg van de acties van de partij Georgische Droom; overwegende dat de methoden van onderdrukking, desinformatiecampagnes en politieke intimidatie doen denken aan de hybride tactieken die Rusland toepast;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat 24 aan de OVSE deelnemende staten op 29 januari 2026 het Moskou-Mechanisme hebben geactiveerd, waarna een onderzoeksmissie van onafhankelijke deskundigen een onderzoek kon starten naar vermeende mensenrechtenschendingen, met name de gebeurtenissen sinds het voorjaar van 2024; overwegende dat in het op 12 maart 2026 gepubliceerde deskundigenverslag van het Moskou-Mechanisme van de OVSE over Georgië ernstige bezorgdheid wordt geuit over de integriteit van de verkiezingsprocessen en onder meer beweringen bevat over onregelmatigheden en druk op de politieke oppositie en het gebruik van juridische stappen tegen oppositieleiders en politieke partijen; overwegende dat in het verslag wordt aangedrongen op de intrekking van beperkende wetgeving, waaronder de wet inzake transparantie van buitenlandse invloed en wijzigingen die van invloed zijn op de mediavrijheid; overwegende dat in het verslag gevallen van onevenredig gebruik van geweld tegen demonstranten worden gedocumenteerd en bezorgdheid wordt geuit over schendingen van het verbod op foltering en mishandeling, waarbij in sommige gevallen de “drempel om van foltering te spreken” bereikt zou zijn; overwegende dat in het verslag bovendien wordt opgeroepen tot de onmiddellijke vrijlating van personen die om politieke redenen worden vastgehouden, onder wie leden van de oppositie en journalisten, en wordt benadrukt dat Georgië zijn volledige medewerking moet verlenen aan internationale organen, waaronder de Commissie van Venetië en relevante internationale mechanismen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat de regering van Georgische Droom de checks-and-balances stelselmatig heeft uitgehold door de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, het openbaar ministerie en het grondwettelijk hof te ondermijnen, waardoor Georgië onder de huidige omstandigheden structureel niet in staat is om aan de criteria voor het EU-lidmaatschap te voldoen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat sinds 28 november 2024 tegen de acties van Georgische Droom wordt gedemonstreerd, waarmee de Georgische bevolking blijk geeft van haar blijvende democratische aspiraties, ondanks het systematische en onevenredige geweld tegen demonstranten, de opsluiting van demonstranten en de invoering van steeds draconischere straffen voor deelname aan protesten; overwegende dat er grootschalige demonstraties hebben plaatsgevonden nadat de regering had aangekondigd de voorbereidingen voor de toetredingsonderhandelingen met de EU op te schorten tot 2028;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat in de documentaire “When Water Burns” van de British Broadcasting Corporation, die op 1 december 2025 werd uitgezonden, bewijsmateriaal wordt aangedragen dat erop wijst dat in november en december 2024 in Georgië een mengsel van water en een giftige chemische stof tegen demonstranten zou zijn ingezet; overwegende dat het gebruik van giftige chemische stoffen gezondheidsproblemen op lange termijn kan veroorzaken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat de OVSE/ODIHR de lokale verkiezingen van 4 oktober 2025 niet heeft kunnen observeren omdat de uitnodiging van de Georgische autoriteiten te laat kwam;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat op grond van onlangs aangenomen wetswijzigingen buitenlandse financiering nog meer aan banden wordt gelegd en zogeheten “externe lobbying” strafbaar wordt gesteld; overwegende dat door deze wetgeving de definitie van “subsidies” aanzienlijk is uitgebreid tot technische of kosteloze bijstand en overdrachten tussen buitenlandse organisaties en hun lokale afdelingen, dat de criteria om entiteiten als ontvangers van subsidies te beschouwen zijn opgerekt, onder meer in het geval van in het buitenland gevestigde organisaties die zich bezighouden met Georgische kwesties, en dat in deze wetgeving strafrechtelijke sancties zijn ingevoerd voor overtredingen in verband met subsidies; overwegende dat de wetgeving verder voorziet in gevangenisstraffen van maximaal zes jaar voor “externe lobbying”, een verbod van acht jaar op het lidmaatschap van politieke partijen voor personen die in door het buitenland gefinancierde organisaties hebben gewerkt, en aanvullende straffen voor bedrijven die politieke activiteiten ontplooien die geen verband houden met hun hoofdactiviteit; overwegende dat de wetgeving ook een clausule over “extremisme” bevat, op grond waarvan gevangenisstraffen van maximaal drie jaar kunnen worden opgelegd voor “systematische handelingen” die erop gericht zijn “de perceptie te creëren” dat de regering geen legitimiteit heeft;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat aangenomen wijzigingen van het wetboek van strafrecht voorzien in gevangenisstraffen voor personen die weigeren de legitimiteit van de door Georgische Droom gevormde regering te erkennen, hetgeen aanleiding geeft tot ernstige bezorgdheid over de vrijheid van meningsuiting, politiek pluralisme en de democratische normen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat de Verenigde Staten, als reactie op de democratische achteruitgang in Georgië onder het bewind van Georgische Droom en de geopolitieke heroriëntatie van het land, hun strategische partnerschap met Georgië hebben opgeschort en sancties hebben opgelegd die nog altijd van kracht zijn; overwegende dat in het Amerikaanse Congres het wetsvoorstel “Mobilizing and Enhancing Georgia’s Options for Building Accountability, Resilience, and Independence Act” (de Megobari-wet) is ingediend, dat gericht is op verscherping van het toezicht op het optreden van de Georgische regering en haar banden met Rusland en andere autoritaire regimes, waaronder China;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat de Verenigde Staten Bidzina Ivanisjvili in december 2024 in hun sanctieregeling hebben opgenomen wegens het ondermijnen van de democratische en Euro-Atlantische toekomst van Georgië ten gunste van de Russische Federatie; overwegende dat de Verenigde Staten concludeerden dat de acties van Ivanisjvili en Georgische Droom de democratische instellingen hebben uitgehold, mensenrechtenschendingen in de hand hebben gewerkt en de uitoefening van fundamentele vrijheden in Georgië hebben ingeperkt; overwegende dat Georgië door deze acties nog verder van zijn pad naar een Euro-Atlantische toekomst is geraakt, waardoor het land steeds kwetsbaarder wordt voor Rusland, dat nog altijd meer dan 20 % van het Georgische grondgebied bezet;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat negen oppositiepartijen in Georgië op 2 maart 2026 de oprichting van een alliantie hebben aangekondigd in reactie op de gestage afbrokkeling van de democratie en de autoritaire machtsconsolidatie door Georgische Droom, hetgeen laat zien dat de pro-Europese democratische krachten de handen ineenslaan en dat de roep vanuit de samenleving om de Europese koers van Georgië te verdedigen steeds luider wordt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat acht leiders en politici van de oppositie, namelijk Nika Gvaramia, Zoerab Japaridze, Badri Japaridze, Mamoeka Chazaradze, Nika Melia, Irakli Okroeasjvili, Givi Targamadze en Giorgi Vasjadze, tot gevangenisstraffen van zeven tot acht maanden en een verbod van twee jaar op de uitoefening van een openbaar ambt zijn veroordeeld vanwege hun weigering om voor de tijdelijke onderzoekscommissie van het de-factoparlement van Georgië te verschijnen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>P.</NO.P>overwegende dat de leiders van Georgische Droom een systeem van politiek gemotiveerde repressie hebben opgezet dat heeft geleid tot de arrestatie van talrijke politieke gevangenen, waaronder politici van de oppositie, activisten, journalisten en vreedzame demonstranten, die van hun vrijheid zijn beroofd louter omdat zij hebben geweigerd zich aan het gezag van de regerende partij te onderwerpen of omdat zij hun grondrechten hebben uitgeoefend; overwegende dat dergelijke detenties neerkomen op een doelbewuste intimidatiestrategie die erop gericht is mensen met afwijkende meningen het zwijgen op te leggen, een einde te maken aan politiek pluralisme en het autoritaire bestuur te consolideren; overwegende dat het feit dat deze personen nog altijd gevangen zitten een ernstige schending vormt van de grondwettelijke orde van Georgië, zijn internationale verplichtingen op het gebied van de mensenrechten en de fundamentele waarden die ten grondslag liggen aan zijn status van kandidaat-lidstaat van de EU; overwegende dat talrijke studenten, vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld en kunstenaars zijn aangehouden of beboet wegens deelname aan protesten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Q.</NO.P>overwegende dat de politieke vervolging van oppositieleden bijzonder zorgwekkend blijft, onder meer in het geval van de systematische aanvallen op Giorgi Gacharia, de leider van de partij Voor Georgië, die tot twee keer toe slachtoffer is geworden van fysieke agressie en is beschuldigd van politiek gemotiveerde strafbare feiten, waardoor hij momenteel in ballingschap leeft;</P></CONS><CONS><P><NO.P>R.</NO.P>overwegende dat voormalig president Micheil Saakasjvili meer dan vier jaar geleden van zijn vrijheid werd beroofd en de facto een politieke gevangene is van oligarch Bidzina Ivanisjvili, die het land controleert en onwettige invloed uitoefent op de instellingen van de staat;</P></CONS><CONS><P><NO.P>S.</NO.P>overwegende dat volgens een in januari 2026 door het Georgische maatschappelijk middenveld uitgevoerde telling 48 politieke gevangenen ten onrechte in de gevangenis zitten vanwege hun deelname en steun aan de protesten, en 68 anderen nog steeds in voorlopige hechtenis zitten op grond van politiek gemotiveerde aanklachten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>T.</NO.P>overwegende dat vrouwelijke demonstranten in Georgië geregeld melding maken van vernederingen door de politie, waaronder seksistisch verbaal geweld, stelselmatig fouilleren, bedreiging met verkrachting en andere bedreigingen met fysiek geweld tijdens protesten, in detentie en bij huiszoekingen; overwegende dat deze trend deel uitmaakt van een breder patroon van geweld en straffeloosheid binnen de Georgische rechtshandhavingsinstanties;</P></CONS><CONS><P><NO.P>U.</NO.P>overwegende dat Mzia Amaglobeli, een gevangengenomen Georgische journalist en directeur van de onlinemediakanalen Batumelebi en Netgazeti, in 2025 de Sacharovprijs voor de vrijheid van denken van het Europees Parlement heeft gekregen, samen met Andrzej Poczobut uit Belarus; overwegende dat het Hooggerechtshof van Georgië het beroep van Mzia Amaglobeli heeft verworpen, waardoor alleen het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg nog overblijft als laatste juridische strohalm voor het vinden van gerechtigheid;</P></CONS><CONS><P><NO.P>V.</NO.P>overwegende dat de situatie met betrekking tot de mediavrijheid en de vrijheid van meningsuiting enorm is verslechterd; overwegende dat er in 2025 bij het platform voor de veiligheid van journalisten van de Raad van Europa 32 waarschuwingen met betrekking tot Georgië zijn opgetekend, een stijging van 78 % ten opzichte van 2024;</P></CONS><CONS><P><NO.P>W.</NO.P>overwegende dat de toenemende druk op het onderwijsstelsel en pogingen om de autonomie van universiteiten te ondermijnen als gevolg van het initiatief “één stad, één faculteit” van Georgische Droom, het risico inhoudt dat een van de belangrijkste institutionele pijlers ter ondersteuning van het democratische debat, burgerparticipatie en het Europese integratietraject van Georgië wordt aangetast; overwegende dat aanvallen op het maatschappelijk middenveld, onafhankelijke media en de academische sector wijzen op een breder patroon van druk op de vrijheid van meningsuiting en de academische vrijheid in Georgië;</P></CONS><CONS><P><NO.P>X.</NO.P>overwegende dat de winning van mangaan in Georgië, bestemd voor uitvoer naar de EU, heeft geleid tot aardverschuivingen, verontreiniging van de omliggende gebieden en schending van de arbeidsrechten in de mijnbouwregio rond de stad Tsjiatoera; overwegende dat milieuorganisaties beweren dat afval rechtstreeks in de rivier Kvirila wordt geloosd; overwegende dat personen die tegen de mangaanwinning protesteren gevallen van surveillance, intimidatie en detentie door de Georgische autoriteiten hebben gemeld; overwegende dat Europese bedrijven op grond van de richtlijn inzake passende zorgvuldigheid in het bedrijfsleven op het gebied van duurzaamheid<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2024/1760, 5.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2024/1760/oj.</FIELD></FOOTNOTE> verplicht zijn eerbiediging van de mensenrechten, goede arbeidsomstandigheden en zorg voor het milieu in hun toeleveringsketens te waarborgen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Y.</NO.P>overwegende dat een deel van het internationaal erkende grondgebied van Georgië nog steeds wordt bezet; overwegende dat Rusland Abchazië en Tschinvali/Zuid-Ossetië in 2008 als onafhankelijke staten heeft erkend en daar nog steeds duizenden soldaten stationeert, wat in strijd is met het internationaal recht; overwegende dat Rusland blijft doorgaan met zijn beleid van “borderisation” (grensafbakening) waarbij fysieke barrières worden opgeworpen langs de administratieve grenzen van Abchazië en Tschinvali/Zuid-Ossetië, hetgeen een schending van de soevereiniteit en territoriale integriteit van Georgië vormt; overwegende dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens bovendien heeft vastgesteld dat dit tot mensenrechtenschendingen heeft geleid, zoals beperkingen van de vrijheid van verkeer, beperkte toegang tot eigendommen of grond en het scheiden van familieleden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Z.</NO.P>overwegende dat Rusland via politieke, economische en informatiecampagnes steeds meer invloed uitoefent op Georgië; overwegende dat de EU niet reactief kan blijven en zich niet mag beperken tot het louter vaststellen van de verslechtering van de situatie in het land; overwegende dat de EU daarentegen een proactieve en strategische aanpak ten aanzien van Georgië moet volgen om de kwetsbaarheid van het land voor externe dwang te verminderen en de regionale connectiviteit te beschermen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AA.</NO.P>overwegende dat Georgië sinds 2022 de invoer van goederen voor tweeërlei gebruik uit westerse landen en uit China aanzienlijk heeft verhoogd; overwegende dat uit de beschikbare statistische gegevens blijkt dat Georgië als doorvoerstaat fungeert en de overdracht van aan sancties onderworpen goederen naar de Russische Federatie faciliteert, waar deze goederen kunnen worden gebruikt voor de productie van militaire uitrusting en wapens; overwegende dat dergelijke onregelmatigheden in tal van gevallen kunnen worden toegeschreven aan doelbewuste strategieën die erop gericht zijn de aan Rusland opgelegde internationale sancties te omzeilen; overwegende dat er ernstige bezorgdheid is geuit over de rol van informele bestuursstructuren en personen die banden hebben met Bidzina Ivanisjvili bij het scheppen van een klimaat dat bevorderlijk is voor het omzeilen van sancties; overwegende dat er momenteel in Georgië ongeveer 40 000 bedrijven actief zijn die eigendom zijn van Russische burgers of entiteiten, waarvan er ongeveer 30 000 zijn geregistreerd sinds het begin van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne; overwegende dat bedrijven die handeldrijven met Rusland, onder meer in goederen die aan sancties zijn onderworpen, vaak worden opgericht via offshorestructuren, hetgeen de transparantie bemoeilijkt en waardoor het lastig is om de uiteindelijk begunstigden in kaart te brengen, onder meer met betrekking tot zakelijke netwerken die banden hebben met Bidzina Ivanisjvili; overwegende dat er voortdurend meldingen zijn van aan sancties onderworpen goederen, waaronder voertuigen en technologie, die via Georgië op de Russische markt terechtkomen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AB.</NO.P>overwegende dat de aantrekkelijkheid van de EU als model van democratisch bestuur, economische groei en op regels gebaseerde samenwerking een belangrijke inspiratiebron blijft voor het Georgische maatschappelijk middenveld; overwegende dat uit opiniepeilingen telkens weer blijkt dat de Georgische bevolking sterk voorstander is van integratie in de EU en dat ongeveer 75 % van de burgers zich achter de Europese koers van het land schaart;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AC.</NO.P>overwegende dat de grootschalige aanvalsoorlog die Rusland sinds 2022 tegen Oekraïne voert het Europese veiligheidsklimaat heeft veranderd en het strategische belang van uitbreiding van de EU heeft vergroot; overwegende dat vele Georgiërs zich sinds het uitbreken van de oorlog inzetten om Oekraïne te steunen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AD.</NO.P>overwegende dat de EU de grootste handelspartner van Georgië is en goed is voor ongeveer 22,1 % van de totale handel van het land; overwegende dat dit handelsverkeer wordt geregeld door de associatieovereenkomst tussen de EU en Georgië en de bijbehorende diepe en brede vrijhandelsruimte, die in 2016 volledig in werking is getreden en Georgische bedrijven preferentiële toegang tot de EU-markt biedt waar zij meer dan 450 miljoen consumenten kunnen bereiken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AE.</NO.P>overwegende dat de Commissie op 6 maart 2026 heeft aangekondigd dat zij visumvrij reizen voor houders van Georgische diplomatieke, officiële en dienstpaspoorten zou opschorten tot ten minste maart 2027 vanwege zorgen over de achteruitgang van de democratie en de rechtsstaat; overwegende dat gewone Georgische burgers nog steeds visumvrij kunnen reizen voor korte bezoeken aan het Schengengebied, overeenkomstig het besluit van 2017;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Opschorting van de integratie van Georgië in de EU</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>toont zich volledig solidair met de bevolking van Georgië, die in een klimaat van democratische achteruitgang, toenemende repressie, onwettige arrestaties, niet-aflatende vijandige retoriek, desinformatie en bedreigingen voor een Europees en democratisch Georgië blijft strijden; benadrukt dat bijna 75 % van de Georgische bevolking nog altijd voorstander is van verdere integratie in de EU; herhaalt dat de deur van de EU wijd open blijft staan voor het Georgische volk, zodat het land weer voor het Europese pad kan kiezen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>stelt diep teleurgesteld vast dat Georgische Droom het proces van Europese integratie van Georgië niet alleen heeft opgeschort, maar in feite heeft teruggedraaid; betreurt dat er sprake is van achteruitgang bij de uitvoering van alle negen prioriteiten die als voorwaarden golden voor de toekenning van de status van kandidaat-lidstaat aan Georgië; wijst op de inconsistentie van de beweringen van Georgische Droom dat integratie in de EU nog altijd de hoogste prioriteit krijgt, terwijl de hoogste functionarissen en de regeringsgezinde media tegelijkertijd een georkestreerde en systematische campagne tegen de EU, haar vertegenwoordigers en diplomaten voeren in het kader waarvan manipulatieve Russisch-geïnspireerde narratieven, desinformatie en samenzweringstheorieën worden verspreid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>betreurt dat Georgische Droom sinds de frauduleuze parlementsverkiezingen van oktober 2024 de koers naar regelrecht autoritarisme verder heeft opgevoerd; is ontsteld over de snelle ontmanteling van de democratische fundamenten van Georgië door middel van gerichte aanvallen op zijn democratische instellingen, fundamentele vrijheden en het democratisch pluralisme, wat volledig in strijd is met de democratische ontwikkeling die een voorwaarde is voor EU-lidmaatschap; is het eens met de constatering van de Commissie dat er in essentiële instellingen, zoals de centrale kiescommissie, de communicatiecommissie, de hoge raad van justitie, het grondwettelijk hof, het openbaar ministerie, de nationale bank en rechtshandhavings- en veiligheidsinstanties, sprake is van een gebrek aan onpartijdigheid, onafhankelijkheid en democratisch toezicht; benadrukt dat Georgië geen enkele vooruitgang kan boeken op zijn traject naar Europese toetreding zolang het niet opnieuw kiest voor een traject van democratische hervormingen en zolang het, onder andere, geen vrije, eerlijke en concurrerende verkiezingen waarborgt, de onafhankelijkheid van officiële instellingen niet beschermt, de controle door oligarchen niet doeltreffend aanpakt en de bescherming van de mensenrechten en de mediavrijheid niet verbetert;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>benadrukt dat gerichte persoonlijke sancties van de EU en haar lidstaten tegen Bidzina Ivanisjvili, kopstukken van Georgische Droom, rechters, openbaar aanklagers en andere functionarissen die verantwoordelijk zijn voor de aanhoudende afbrokkeling van de democratie in Georgië, verkiezingsfraude, ernstige mensenrechtenschendingen en de vervolging van politieke tegenstanders en activisten, en tegen medeplichtige eigenaren van bedrijven en mediakanalen die banden hebben met Georgische Droom, een belangrijk instrument tegen straffeloosheid zouden zijn; stelt tevreden vast dat door het gebrek aan eenparigheid van stemmen op EU-niveau steeds meer lidstaten individuele visumverboden en andere sancties uitvaardigen tegen Georgische functionarissen; roept de andere lidstaten ertoe op dit voorbeeld te volgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>herhaalt zijn krachtige oproep aan de EU en haar lidstaten om onmiddellijke en gerichte persoonlijke sancties op te leggen aan Bidzina Ivanisjvili, zijn familieleden en zijn bedrijven, en dringt er bij de EU op aan zijn tegoeden te bevriezen en hierbij samen te werken met andere jurisdicties, met name het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>veroordeelt de systemische straffeloosheid ten aanzien van functionarissen en instellingen die verantwoordelijk zijn voor politieke repressie, intimidatie van journalisten en mensenrechtenverdedigers en vervolging van oppositieleden; benadrukt dat de respons van de EU tot nu toe ontoereikend was en te laat kwam, aangezien de autoritaire machtsconsolidatie in Georgië steeds meer in een stroomversnelling komt; dringt er bij de Raad en de lidstaten op aan gecoördineerde, EU-brede beperkende maatregelen vast te stellen tegen alle verantwoordelijke politici, functionarissen en personen die dit alles mogelijk maken, onder meer door sanctielijsten uit te breiden, op grote schaal tegoeden te bevriezen en visumverboden uit te vaardigen tegen personen die verantwoordelijk zijn voor staatskaping, repressie en door het regime gesponsorde propaganda; dringt er bij de aantredende Hongaarse regering op aan een einde te maken aan het door haar voorganger volgehouden verzet om EU-brede gerichte sancties op te leggen aan Ivanisjvili en de kopstukken van Georgische Droom in ruimere zin; verzoekt de Raad te onderzoeken of er collectieve mechanismen beschikbaar zijn wanneer eenparigheid van stemmen niet mogelijk is, teneinde een doeltreffende en uniforme respons van de EU te waarborgen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De aanhoudende afbrokkeling van de democratie en de rechtsstaat, en de autocratische machtsconsolidatie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>betreurt dat Georgische Droom geen enkele stap heeft gezet om zijn antidemocratische en anti-Europese koers om te buigen; is van oordeel dat samenwerking met de Georgische autoriteiten strikt afhankelijk moet worden gesteld van tastbare en verifieerbare stappen om de huidige koers van democratische achteruitgang, repressie, beperkingen en felle anti-EU-desinformatie naar Russisch model om te buigen; blijft daarom bij zijn eerdere standpunten met betrekking tot de niet-erkenning van de legitimiteit van het parlement en de door het parlement benoemde president; betreurt dat het parlement van Georgië de facto een eenpartijparlement is dat automatisch zijn goedkeuring hecht aan wetgevingsinitiatieven die erop gericht zijn de fundamenten van een pluralistische parlementaire democratie te vernietigen; stelt met bezorgdheid vast dat het de-factoparlement van Georgië heeft verklaard dat het zich tijdelijk zou terugtrekken uit de Parlementaire Vergadering Euronest;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>herhaalt zijn oproep aan de vertegenwoordigers en parlementsleden van de EU en de lidstaten om geen bijeenkomsten te houden met vertegenwoordigers van het regime, te beginnen met de huidige de-factopresident, zolang de Georgische autoriteiten de democratische achteruitgang en repressie voortzetten; verzoekt de lidstaten een eensgezinde en gecoördineerde aanpak te consolideren waarbij de politieke contacten met de autoriteiten van Georgische Droom tot het strikt noodzakelijke worden beperkt, en tegelijkertijd de samenwerking met het maatschappelijk middenveld, de onafhankelijke media en de academische instellingen van Georgië voort te zetten en te versterken; veroordeelt de voortdurende agressieve retoriek ten aanzien van diplomaten, politici en functionarissen van de EU en de lidstaten; acht het van groot belang om bij de Georgische bevolking en politieke krachten die zich inzetten voor democratische beginselen te blijven pleiten voor Europese normen, democratische waarden en de Europese koers;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>neemt met bezorgdheid kennis van de agressieve retoriek ten aanzien van de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en andere bondgenoten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>verzoekt de Georgische autoriteiten opnieuw waarborgen in te voeren voor een op verdiensten gebaseerd overheidsapparaat, doeltreffende rechtsbescherming te bieden tegen ontslag om politieke redenen en te garanderen dat het recht op toegang tot openbare informatie daadwerkelijk wordt toegepast;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>wijst erop dat de gemeenteraadsverkiezingen van 4 oktober 2025 door de meeste oppositiepartijen zijn geboycot, waaruit blijkt hoe diep het wantrouwen van de meerderheid van de samenleving is ten aanzien van de onafhankelijkheid van het verkiezingsproces; betreurt het dat de wijzigingen van de Georgische kieswet die in december 2024 en maart en april 2025 zijn doorgevoerd de dominante positie van de regerende partij verder hebben versterkt en nieuwe beperkingen hebben geïntroduceerd voor de registratie van plaatselijke waarnemers, media en entiteiten en personen die aan de verkiezingen willen deelnemen; wijst er andermaal op dat de Georgische autoriteiten de oproepen van de Commissie van Venetië om de in 2024 doorgevoerde wijzigingen in te trekken naast zich neer hebben gelegd; benadrukt dat het gebrek aan waarnemingsmissies van de OVSE/ODIHR als gevolg van een te laat ontvangen uitnodiging en van plaatselijke waarnemersorganisaties vanwege beperkingen, van grote invloed is geweest op de transparantie van het verkiezingsproces en de geloofwaardigheid van de uitslag; dringt nogmaals aan op een verbeterd verkiezingsklimaat dat tot stand wordt gebracht door een onafhankelijke en onpartijdige verkiezingsadministratie en op toekomstige verkiezingen die nauwlettend worden gevolgd door internationale en nationale niet-gouvernementele organisaties (ngo’s); spreekt zijn diepe bezorgdheid uit over de wijziging van de kieswet van december 2025 waardoor Georgische burgers niet meer vanuit het buitenland mogen stemmen; benadrukt dat deelname aan verkiezingen een fundamenteel grondwettelijk recht van elke burger is en mogelijk moet worden gemaakt ongeacht iemands woonplaats;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>veroordeelt de vaststelling van ongekende en steeds restrictievere wetgeving die erop gericht is het praktisch onmogelijk te maken dat internationale steun, waaronder financiële middelen, het maatschappelijk middenveld en de media bereikt en hen af te snijden van elke vorm van onafhankelijke financiering; wijst op de meest recente wijzigingen van de subsidiewet, die op 5 maart 2026 van kracht zijn geworden en waardoor de definitie van “subsidie” aanzienlijk is verruimd en het ontvangen van subsidies of financiering uit het buitenland zonder voorafgaande toestemming van de regering tot strafbaar feit is verklaard waarvoor een gevangenisstraf van maximaal zes jaar kan worden gevorderd; merkt op dat dit een rechtstreekse schending vormt van de associatieovereenkomst tussen de EU en Georgië; dringt erop aan dat politieke stichtingen, internationale ngo’s en ontwikkelingsagentschappen worden beschermd; herinnert de Georgische autoriteiten eraan dat elke vorm van intimidatie van organisaties uit EU-lidstaten rechtstreekse gevolgen zal hebben;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>merkt op dat deze wijzigingen van de subsidiewet volgen op de wijzigingen die in april 2025 waren goedgekeurd, waarmee de mogelijkheden voor internationale financiële steun reeds aanzienlijk waren beperkt, internationale donoren werden verplicht om vooraf bij de overheidsautoriteiten goedkeuring te vragen voor subsidies, en ontvangers werden onderworpen aan restrictief toezicht en bestraffende bestuursrechtelijke aansprakelijkheid, met als doel organisaties ervan te weerhouden internationale bijstand, waaronder financiering van de EU, te aanvaarden; benadrukt dat de ruime definitie van “subsidie” een breed scala aan transacties kan omvatten die vooraf moeten worden goedgekeurd en elke burger tot een potentieel doelwit van vervolging door de regering kan maken; neemt met bezorgdheid kennis van het verbod op partijlidmaatschap voor een periode van acht jaar voor iedereen die ooit in dienst is geweest bij een organisatie die gebruik heeft gemaakt van buitenlandse financiering, waardoor een groot aantal maatschappelijk actieve personen wordt uitgesloten van partijpolitiek; dringt er bij de EU en haar lidstaten met klem op aan onmiddellijk actie te ondernemen met het oog op de bescherming en het behoud van de nog resterende onafhankelijke media en maatschappelijke organisaties in Georgië;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>betreurt de voortdurende pogingen van de regerende partij Georgische Droom om politieke tegenstanders te vervolgen, onder meer door middel van onwettige arrestaties en opsluitingen, bedreigingen en fysieke aanvallen; veroordeelt de praktijk waarbij politieke tegenstanders gevangen worden gezet vanwege hun weigering om voor de tijdelijke onderzoekscommissie van het de-factoparlement van Georgië te verschijnen, hetgeen door Georgische Droom is aangegrepen als een vorm van politiek schijnproces met als doel de weg vrij te maken voor verdere vervolging van politieke tegenstanders en het verbieden van oppositiepartijen; benadrukt dat het bestaan van politieke gevangenen in Georgië onverenigbaar is met de verplichtingen van het land uit hoofde van de associatieovereenkomst tussen de EU en Georgië; dringt erop aan iedereen die op politieke gronden gevangen is gezet onmiddellijk en onvoorwaardelijk vrij te laten, met inbegrip van politici van de oppositie en voormalige functionarissen; merkt op dat twee politici van de oppositie in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van de de-factopresident gratie hebben gekregen om de schijn te wekken van een eerlijke verkiezingsstrijd; herhaalt met klem zijn verzoek om voormalig president Micheil Saakasjvili onmiddellijk vrij te laten om humanitaire redenen, zodat hij in het buitenland een noodzakelijke medische behandeling kan ondergaan; verzoekt de autoriteiten van Georgische Droom voorts ervoor te zorgen dat de leden van het Europees Parlement ongehinderd toegang krijgen tot Micheil Saakasjvili en andere politieke gevangenen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>merkt op dat de gevangenneming van voormalig premier Irakli Garibasjvili, hoewel hij een schuldbekentenis heeft afgelegd en er geloofwaardig openbaar bewijs van corruptie voorligt, aanleiding geeft tot ernstige bezorgdheid over de vraag of de procedures voldeden aan de normen voor een eerlijk proces; wijst erop dat de zaak aansluit bij bredere bezorgdheid over de politieke beïnvloeding van justitie, informele machtsstructuren en interne verdeeldheid binnen de regerende partij Georgische Droom, onder meer over de rol van Bidzina Ivanisjvili;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>verzoekt de Georgische autoriteiten onafhankelijke verantwoordingsmechanismen in te voeren, de onpartijdigheid van de rechterlijke macht te waarborgen en daders van politiek gemotiveerd geweld ter verantwoording te roepen in overeenstemming met de internationale mensenrechtennormen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>dringt aan op een alomvattende hervorming van de Hoge Raad voor Justitie in overeenstemming met de aanbevelingen van de Commissie van Venetië, waarbij onder meer wordt voorzien in vaste, niet-hernieuwbare termijnen, transparante benoemingsprocedures en buitengewone integriteitscontroles voor personen met hoge functies binnen de rechterlijke macht en zinvolle betrokkenheid van internationale deskundigen, teneinde de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en het vertrouwen van het publiek in justitie te versterken; neemt met teleurstelling kennis van de ontbinding van het bureau voor corruptiebestrijding, dat in 2022 was opgericht en een van de belangrijkste vereisten was van de EU om Georgië de status van kandidaat-lidstaat toe te kennen; verzoekt de Georgische autoriteiten om de benoemingsprocedure voor de functie van procureur-generaal zodanig te wijzigen dat daarvoor een gekwalificeerde parlementaire meerderheid vereist is, en om de wet inzake het openbaar ministerie in overeenstemming te brengen met de Europese normen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>dringt er bij de ombudsman van Georgië op aan zijn mandaat krachtiger uit te voeren, de mensenrechten met alle beschikbare middelen te beschermen en een constructieve dialoog en samenwerking aan te gaan met mensenrechtenverdedigers en het maatschappelijk middenveld in Georgië; benadrukt dat een selectieve invulling van zijn mandaat moet worden voorkomen, zoals ook wordt vermeld in het Commissieverslag 2025 over Georgië; wijst op de specifieke bevoegdheid van de ombudsman om de OVSE/ODIHR om wetgevingsadviezen te verzoeken met betrekking tot autoritaire of niet-democratische wetgeving;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>betreurt het gebrek aan vooruitgang op het gebied van de-oligarchisatie en verzoekt de Georgische autoriteiten een systemische aanpak te hanteren in overeenstemming met de desbetreffende aanbevelingen van de Commissie van Venetië, onder meer door middel van aangescherpte transparantievereisten, doeltreffende voorschriften inzake belangenconflicten en waarborgen tegen ongepaste beïnvloeding van de politieke en economische besluitvorming;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>veroordeelt de pogingen van de Georgische autoriteiten om oppositiepartijen te verbieden met klem; vraagt de autoriteiten om deze pogingen onmiddellijk te stoppen en verzoekt om intrekking van de rechtszaak die 88 leden van het Georgische de-factoparlement bij het grondwettelijk hof van Georgië hebben aangespannen met het verzoek om de activiteiten van drie grote oppositiepartijen — de Verenigde Nationale Beweging, de Coalitie voor Verandering, en de coalitie Sterk Georgië-Lelo — ongrondwettelijk te verklaren en hun registratie in te trekken; benadrukt dat dit soort acties een ernstige bedreiging vormen voor de fundamentele beginselen van de democratie en politiek pluralisme; benadrukt dat een gezonde democratie een eerlijke en vrije concurrentiestrijd tussen diverse politieke partijen vereist;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>uit zijn diepe afkeuring over de recente invoering van een nieuw artikel in het wetboek van strafrecht dat “openbare en stelselmatige” kritiek op de autoriteiten of het in twijfel trekken van de legitimiteit van die autoriteiten verbiedt, evenals “elk ander openbaar en stelselmatig optreden van diezelfde persoon”, hetgeen voor meerderlei uitleg vatbaar is, maar wel kan worden bestraft met een gevangenisstraf van maximaal drie jaar; wijst erop dat daarmee de facto de strafbaarstelling van de vrijheid van meningsuiting mogelijk wordt maakt, en verzoekt de regering deze wet te verwerpen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Onderdrukking van burgerlijke vrijheden en grondrechten</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>vindt het uiterst zorgwekkend dat Georgische Droom reeds een aantal wetten heeft aangenomen die erop gericht zijn het maatschappelijk middenveld en onafhankelijke media het zwijgen op te leggen en het pluralisme aan banden te leggen, zoals de wet inzake de registratie van buitenlandse agenten, beperkende wijzigingen van de omroepwet, de wet inzake overheidsdiensten, de wet inzake vergaderingen en manifestaties en strengere bepalingen in het wetboek van strafrecht en het wetboek van administratieve overtredingen; veroordeelt met name de wetgevingsmaatregelen tot verhoging van bestuursrechtelijke boetes, die er steeds vaker toe leiden dat demonstranten gevangen worden gezet omdat ze die boetes niet kunnen betalen; roept er nogmaals toe op alle politieke gevangenen en andere illegaal vastgehouden personen onmiddellijk vrij te laten; waarschuwt dat de inspanningen van de Georgische autoriteiten om het florerende maatschappelijk middenveld van Georgië tot een streng gecontroleerde omgeving van regeringsgezinde organisaties om te vormen een zoveelste stap vormen in de richting van een autoritair regime; wijst erop dat de meeste van deze wetten doen denken aan de beginfase van het totalitaire regime in Rusland onder Poetin; verzoekt de Georgische autoriteiten de wetten in kwestie in te trekken en daarmee een concrete stap te zetten om opnieuw de EU-koers te volgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>veroordeelt de vernederende en onmenselijke behandeling die Elene Chosjtaria naar verluidt tijdens haar detentie ondergaat; eist haar onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating en de onmiddellijke intrekking van de politiek gemotiveerde aanklachten tegen haar;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>acht het zeer verontrustend dat administratieve detentie voortdurend oneigenlijk wordt gebruikt tegen demonstranten en activisten; neemt kennis van de uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in de zaak Mekvabisjvili tegen Georgië, waarin wordt geconcludeerd dat er afbreuk is gedaan aan de waarborgen voor een eerlijk proces door uitsluitend te vertrouwen op getuigenissen van de politie zonder dat er onafhankelijk bewijs is geleverd, en dat dit ertoe heeft bijgedragen dat er onevenredige straffen zijn opgelegd aan vreedzame demonstranten; verzoekt de Georgische autoriteiten hun procedures voor bestuursrechtelijke overtredingen te hervormen en in overeenstemming te brengen met het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>veroordeelt de geloofwaardige berichten over buitensporig gebruik van geweld, foltering en mishandeling ten aanzien van demonstranten en gedetineerden, waaronder de recente bevindingen van het Europees Comité inzake de voorkoming van folteringen en onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen waarbij bewijzen worden aangeleverd voor beschuldigingen van politiegeweld en systematische tekortkomingen op het gebied van waarborgen en verantwoordingsplicht; verzoekt de Georgische autoriteiten te zorgen voor een snel, onafhankelijk en doeltreffend onderzoek, de verantwoordelijken te vervolgen en de aanbevelingen van dit comité volledig uit te voeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>veroordeelt de toenemende trend bij Georgische rechtshandhavingsfunctionarissen om verbaal en fysiek geweld te gebruiken tegen demonstranten, te dreigen met verkrachting en andere vormen van gendergerelateerd geweld en personen onrechtmatig te fouilleren als onderdeel van een campagne om dissidenten, met name vrouwelijke demonstranten, te intimideren en het mensenrecht van Georgische burgers op vrijheid van meningsuiting en vreedzame vergadering te beknotten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>veroordeelt de goedkeuring van wetgeving die voorziet in de automatische detentie en het vervolgens opleggen van strafrechtelijke sancties, waaronder gevangenisstraffen van maximaal één jaar, voor personen die vreedzaam protesteren op voetpaden en in voetgangerszones; wijst erop dat dergelijke maatregelen repressieve instrumenten zijn om afwijkende meningen uit politieke overwegingen te onderdrukken; betreurt dat mensen vaak worden vastgezet voor het delen van hun mening op sociale media;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>toont zich bijzonder verontrust over de beschuldigingen dat in Georgië mogelijk een verboden chemisch middel tegen demonstranten is ingezet; benadrukt dat het gebruik van chemische middelen tegen burgers, indien dit wordt bevestigd, een ernstige schending zou vormen van de fundamentele mensenrechten, de internationale humanitaire normen en de verplichtingen van Georgië uit hoofde van het internationaal recht, waaronder het verbod op chemische wapens; betreurt het ontoereikende onderzoek van de Georgische autoriteiten naar deze kwestie; dringt aan op een onmiddellijk, onafhankelijk en transparant internationaal onderzoek naar deze beschuldigingen; dringt aan op een onderzoek door de Organisatie voor het verbod van chemische wapens van de Verenigde Naties en roept de lidstaten op deze zaak te verwijzen voor verder onderzoek;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>uit zijn diepe bezorgdheid over de systematische mensenrechtenschendingen in Georgië en de discriminatie van kwetsbare groepen, zoals lhbtiq+-personen; benadrukt dat deze schendingen onverenigbaar zijn met de verplichtingen van Georgië uit hoofde van de associatieovereenkomst tussen de EU en Georgië en de internationale mensenrechtennormen; verzoekt de Georgische autoriteiten het recht op vrijheid van meningsuiting, vergadering, vereniging en politieke participatie te eerbiedigen, de veiligheid en bescherming van alle mensenrechtenverdedigers en activisten te verzekeren en ervoor te zorgen dat zij over doeltreffende rechtsmiddelen beschikken; dringt er bij de EU en de lidstaten met klem op aan deze schendingen te monitoren, steun en bescherming te bieden aan personen die gevaar lopen, en verdere stappen op het gebied van EU-bijstand, -samenwerking en -toetreding te koppelen aan zichtbare verbeteringen wat de bescherming van de mensenrechten betreft;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>dringt er bij het Georgische de-factoparlement op aan de wet inzake gezinswaarden en de bescherming van minderjarigen in te trekken, aangezien de hierin opgenomen bepalingen een regelrechte schending van de mensenrechten vormen, waaronder het recht op gelijkheid, non-discriminatie, onderwijs, gezondheid, vrijheid van meningsuiting, vreedzame vergadering en vereniging, en het recht op privacy, vrijheid en veiligheid; verklaart zich solidair met de lhbtiq+-gemeenschap in Georgië en spreekt zijn diepe afschuw uit over de onterechte gelijkstelling in de wet van consensuele relaties tussen personen van hetzelfde geslacht en incest; herinnert eraan dat soortgelijke wetten in Rusland onder het bewind van Poetin de weg hebben geëffend voor een wijdverbreide onderdrukking van minderheden die in Rusland is uitgemond in een klimaat van intimidatie en discriminatie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over de situatie in de Georgische regio rond de stad Tsjiatoera als gevolg van de winning van mangaan voor de EU-markt, en dringt aan op de uitvoering van de richtlijn inzake passende zorgvuldigheid in het bedrijfsleven op het gebied van duurzaamheid, aangezien de EU mee de verantwoordelijkheid draagt voor het welzijn van de lokale inwoners en voor de bescherming van het milieu dat door de veroorzaakte schade is aangetast;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>spreekt zich nogmaals uit tegen de achteruitgang van de arbeidswetgeving en arbeidsrechten in Georgië, die onder meer blijkt uit de in 2024 doorgevoerde wijzigingen in de wet inzake overheidsdiensten; verzoekt de Georgische autoriteiten de normen van het arbeidsrecht na te leven en de arbeidsrechten niet in te perken; herinnert eraan dat het EU-acquis aanpassing aan de verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie, het Europees Sociaal Handvest en de EU-wetgeving inzake arbeidsomstandigheden omvat;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>stelt tevreden vast dat de OVSE op verzoek van 24 deelnemende staten het zogeheten Moskou-Mechanisme heeft geactiveerd, waardoor het mogelijk werd een onderzoeksmissie van deskundigen naar Georgië te sturen om te beoordelen of het land zich aan zijn OVSE-verbintenissen houdt, met name met betrekking tot de situatie van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden sinds het voorjaar van 2024; verzoekt de Georgische autoriteiten om de hieruit voortvloeiende bevindingen ter harte te nemen en de bijbehorende aanbevelingen binnen een duidelijk omschreven termijn uit te voeren, onder meer wat betreft de vrijlating van personen die om politieke redenen worden vastgehouden, de intrekking van wetgeving die onverenigbaar is met internationale verplichtingen en verantwoordingsplicht in verband met mishandeling; benadrukt dat als de autoriteiten geen concrete en verifieerbare stappen ondernemen om uitvoering te geven aan deze aanbevelingen, de deelnemende staten en relevante internationale instellingen passende follow-upmaatregelen moeten overwegen om de verantwoordingsplicht te waarborgen, waaronder gerichte sancties en de toepassing van relevante internationale juridische mechanismen; verzoekt de EU-lidstaten die zijn aangesloten bij de OVSE om een uitbreiding van het mandaat van de onderzoeksmissie actief te steunen, aangezien de systematische en goed gedocumenteerde schendingen een grondige onafhankelijke beoordeling vergen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>is ingenomen met de resolutie van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa van oktober 2025, waarin er bij de organen van de Raad van Europa op wordt aangedrongen “alle beschikbare middelen aan te wenden”, waaronder artikel 52 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en interstatelijke verzoekschriften bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens op grond van artikel 33 van dat verdrag, om ervoor te zorgen dat Georgië zijn verplichtingen als lidstaat van de Raad van Europa nakomt; verzoekt de EU-lidstaten en de lidstaten van de Raad van Europa te overwegen deze aanbeveling uit te voeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>spreekt nadrukkelijk zijn veroordeling uit over de rol van mediakanalen die zich achter Georgische Droom scharen, waaronder Imedi TV, Pos TV en Rustavi 2 TV, bij de verspreiding van systematische desinformatie, lastercampagnes en vijandige propaganda tegen de EU en haar instellingen en vertegenwoordigers, met name het hoofd van de EU-delegatie in Georgië en diplomaten van de EU-lidstaten; neemt kennis van het recente besluit van het Verenigd Koninkrijk om sancties op te leggen aan Imedi TV en Pos TV; verzoekt de EU-instellingen de accreditatie van dergelijke mediakanalen binnen de EU-instellingen te herzien en spoort de EU-lidstaten ertoe aan het voorbeeld van het Verenigd Koninkrijk te volgen door passende en evenredige beperkende maatregelen te nemen tegen personen en entiteiten die verantwoordelijk zijn voor het orkestreren en financieren van deze desinformatiecampagnes, onder meer in het kader van de wereldwijde EU-sanctieregeling voor de mensenrechten; dringt erop aan dat leden van het bestuur van de Georgische nationale communicatiecommissie en de Georgische publieke omroep op de EU-sanctielijst worden geplaatst;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>spreekt zijn bezorgdheid uit over de druk op onafhankelijke media en de gerechtelijke procedures waar zij mee te maken krijgen; benadrukt dat mediapluriformiteit en de veiligheid van journalisten essentiële voorwaarden zijn voor een democratische samenleving;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>neemt met bezorgdheid kennis van recente hervormingen in de onderwijssector in Georgië die erop gericht lijken te zijn de controle op academische instellingen te centraliseren, de academische vrijheid en de autonomie van universiteiten te verzwakken en de integratie van Georgië in het Europese hogeronderwijsstelsel te belemmeren; waarschuwt voor maatregelen die tot doel hebben de structuur en duur van academische programma’s te wijzigen, en voor de invoering van het beginsel “één stad, één faculteit”, waardoor het aanbod aan studierichtingen per universiteit wordt beperkt; is bezorgd over de regelgevingsdruk die instellingen zoals de Ilia State University ondervinden nadat ze hun publieke steun hebben uitgesproken voor studentenprotesten, terwijl de steun wordt uitgebreid voor particuliere instellingen die banden hebben met personen die dicht bij de heersende elite staan; benadrukt dat onafhankelijke onderwijsdeskundigen ervoor waarschuwen dat het cumulatieve effect van deze maatregelen het gevaar met zich meebrengt dat het academisch pluralisme wordt aangetast en het hogeronderwijsstelsel steeds meer wordt gepolitiseerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>uit zijn bezorgdheid over de georganiseerde netwerken van frauduleuze callcenters die vanuit Georgië opereren, met name de netwerken die zich op EU-burgers richten; beklemtoont dat in internationaal journalistiek onderzoek wordt gesuggereerd dat hooggeplaatste functionarissen van Georgische Droom deze netwerken van oplichters bescherming zouden bieden in ruil voor financiële vergoedingen, en dat dit hen helpt immuun te blijven voor de economische sancties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>is ingenomen met het besluit van de Commissie om de regeling voor visumvrij reizen op te schorten voor houders van Georgische diplomatieke, officiële en dienstpaspoorten, hetgeen sinds 6 maart 2026 in alle EU-lidstaten van toepassing is in het kader van het herziene en flexibelere opschortingsmechanisme dat op 30 december 2025 in werking is getreden, als een directe reactie op de maatregelen van het regime van Georgische Droom die een schending van fundamentele waarden vormen; spoort de lidstaten ertoe aan een grondige screening van visumaanvragers uit te voeren door hen uit te nodigen voor een persoonlijk onderhoud en bewijsstukken op te vragen, en het visum te weigeren in geval van twijfel over de betrouwbaarheid van de informatie die zij verstrekken; betreurt dat een EU-breed visumverbod voor Georgische functionarissen die verantwoordelijk zijn voor ernstige mensenrechtenschendingen, aantasting van democratische waarden en repressie niet mogelijk is gebleken door het verzet van de Hongaarse en de Slowaakse regering; merkt op dat in het achtste verslag in het kader van het opschortingsmechanisme wordt gewezen op het gebrek aan naleving door Georgië van belangrijke benchmarks en eerdere aanbevelingen; waarschuwt dat indien een reactie van de Georgische autoriteiten uitblijft dit ertoe zou kunnen leiden dat de regeling voor visumvrij reizen voor de hele bevolking wordt opgeschort, hetgeen volledig voor rekening van Georgische Droom zou komen; verzoekt de Commissie een mechanisme in te stellen waardoor activisten uit het maatschappelijk middenveld, journalisten en studenten visumvrije toegang tot de EU kunnen blijven krijgen, en te zorgen voor meer rechtstreekse steun voor interpersoonlijke uitwisselingsprogramma’s zoals Erasmus+, Horizon Europa, het Europees Solidariteitskorps en Creatief Europa;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>wijst erop dat het gebrek aan gedegen academisch onderzoek, historisch onderwijs en bewustzijn onder de bevolking met betrekking tot de bezetting door de Sovjet-Unie en de langetermijngevolgen daarvan, de verspreiding van campagnes gericht op manipulatie van de geschiedenis en desinformatie in de hand werkt, hetgeen door de Russische Federatie wordt uitgebuit om de Euro-Atlantische aspiraties van de Georgische samenleving te ondermijnen; benadrukt daarom het belang van academisch onderzoek, documentatie en de verspreiding van kennis over de geschiedenis van Georgië onder Sovjetbezetting, met inbegrip van de politieke onderdrukking, de massa-executies en de geschiedenis van verzet tegen de Sovjet-Russische bezetting, en beklemtoont dat deze gebeurtenissen terug deel moeten uitmaken van het collectieve geheugen; betreurt dat in de afgelopen jaren pogingen zijn waargenomen, waarbij in elk geval sprake was van passieve instemming van de autoriteiten, om communistische misdaden te relativeren en het proces van de-Stalinisatie terug te draaien; benadrukt in dit verband de belangrijke rol van onafhankelijke historici, onderzoekers en maatschappelijke organisaties, zoals SovLab, voor het bestuderen van de Sovjetbezetting en de politieke, juridische en morele gevolgen daarvan, en voor het identificeren van begraafplaatsen van slachtoffers van communistische terreur en het waarborgen van de identificatie en waardige herdenking van die slachtoffers; spoort de relevante instellingen in de lidstaten die zich bezighouden met het documenteren van de gevolgen van de bezetting door de Sovjet-Unie, communistische misdaden en andere totalitaire regimes ertoe aan om de samenwerking met hun Georgische tegenhangers te verdiepen, gezamenlijke onderzoeksprojecten te ondersteunen en deel te nemen aan onderwijsprogramma’s en -initiatieven die gericht zijn op het onthullen, documenteren en verspreiden van kennis over dit hoofdstuk van de Georgische geschiedenis; uit zijn bezorgdheid over de systematische belemmering van de toegang tot archieven in verband met repressie en misdaden die tijdens de Sovjetbezetting zijn gepleegd; verzoekt de Georgische autoriteiten te zorgen voor volledige, transparante en niet-discriminerende toegang tot archieven met betrekking tot de Sovjetperiode voor wetenschappers, onderzoekers en maatschappelijke organisaties<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">;</STRING></STRING></P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Afstemming op het gebied van buitenlands en veiligheidsbeleid</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>betreurt dat de mate waarin Georgië zijn beleid afstemt op verklaringen van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en besluiten van de Raad over sancties verder is afgenomen van 53 % in 2024 tot 40 %, hetgeen wijst op een gebrek aan inzet voor Europese integratie; vindt het met name teleurstellend dat Georgië zich niet stelselmatig aansluit bij initiatieven van de internationale gemeenschap en de EU ter ondersteuning van Oekraïne, met inbegrip van resoluties van de Algemene Vergadering van de VN, de VN-Mensenrechtenraad en de Raad van Europa, en in plaats daarvan de betrekkingen met Rusland heeft aangehaald en Russische narratieven heeft gesteund die erop gericht zijn de verantwoordelijkheid voor de aanvalsoorlog en de door Rusland gepleegde misdrijven af te schuiven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>is de Georgische bevolking zeer dankbaar voor de sterke solidariteit met Oekraïne die zij tijdens de Russische aanvalsoorlog heeft getoond, hetgeen een uiting is van het brede maatschappelijke verzet tegen het imperialistische beleid van Rusland, van de eigen ervaringen van het land met Russische militaire agressie en van de sterke wil van de bevolking om onafhankelijkheid te behouden en buiten de invloedssfeer van Moskou te blijven; wijst erop dat veel Georgische vrijwilligers hebben meegevochten met de Oekraïense strijdkrachten, vooral in het Georgische Legioen, en dat het Georgische maatschappelijk middenveld heeft meegewerkt aan humanitaire hulpacties om Oekraïne te steunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>merkt op dat Georgië zich nog altijd niet heeft aangesloten bij de overgrote meerderheid van de sancties tegen Rusland, Belarus en Iran; verzoekt de Georgische autoriteiten verifieerbare maatregelen te nemen en de samenwerking en het douanetoezicht te versterken om te voorkomen dat het grondgebied van Georgië en/of juridische entiteiten die in Georgië zijn ingeschreven, worden gebruikt om beperkende maatregelen van de EU te omzeilen; is van mening dat het huidige niveau van aanpassing en handhaving duidelijk ontoereikend is en niet strookt met de verantwoordelijkheden van een kandidaat-lidstaat van de EU; benadrukt dat er dringend meer doortastend optreden nodig is, waaronder een volledige afstemming op de beperkende maatregelen van de EU, doeltreffende toezichts- en handhavingsmechanismen, en transparante samenwerking met de EU-instellingen om het omzeilen van sancties tegen te gaan, onder meer met betrekking tot goederen voor tweeërlei gebruik, olie-uitvoer en financiële stromen die verband houden met Russische en Iraanse entiteiten; waarschuwt ervoor dat het verder uitblijven van afstemming op het buitenlands beleid en de sanctieregeling van de EU rechtstreekse gevolgen zal hebben voor het EU-toetredingsproces van Georgië; verzoekt de EU en haar lidstaten nauwlettend te blijven toezien op de naleving van de EU-sanctieregeling door Georgië, waaronder het risico op het omzeilen van sancties via Georgisch grondgebied of in Georgië geregistreerde entiteiten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>roept de EU en haar lidstaten ertoe op snelle en doortastende maatregelen te nemen om een einde te maken aan de systematische omzeiling van EU-sancties door Rusland die door de Georgische autoriteiten mogelijk wordt gemaakt, onder meer door een speciaal EU-monitoringmechanisme op te zetten voor het volgen van handelsstromen van goederen voor tweeërlei gebruik met hoge prioriteit en luchtvaartcomponenten die via Georgië worden doorgevoerd; verzoekt de Georgische autoriteiten bovendien volledige medewerking te verlenen aan deze inspanningen en geregeld transparante verslagen uit te brengen over dergelijke handelsstromen, teneinde de douanehandhaving te versterken en verdere omzeiling van sancties te voorkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>stelt bezorgd vast dat via havens, raffinaderij-infrastructuur en olieverwerkingsinstallaties in Georgië mogelijk wederuitvoer of vermenging van aardolieproducten uit Rusland plaatsvindt om internationale sanctieregelingen te omzeilen; uit zijn ernstige bezorgdheid over berichten dat er ruwe olie uit Rusland zou worden verscheept naar de pas gebouwde en gedeeltelijk door de staat gefinancierde Koelevi-raffinaderij van Georgië aan de Zwarte Zee; verzoekt de Georgische autoriteiten deze activiteiten onmiddellijk stop te zetten en te beletten, en ervoor te zorgen dat Georgische infrastructuur niet wordt gebruikt om het omzeilen van EU-sancties tegen Rusland mogelijk te maken; merkt op dat de olieterminal van Koelevi niet was opgenomen in het 20e EU-sanctiepakket tegen Rusland vanwege toezeggingen van de Georgische autoriteiten en de exploitant van de terminal dat zij de EU-sancties strikt zouden naleven; dringt erop aan dat de terminal in toekomstige sancties wordt opgenomen indien de Georgische autoriteiten en de exploitanten van de terminal de EU-sancties niet strikt naleven; dringt aan op nauwere samenwerking tussen de EU en internationale partners om de volledige handhaving van beperkende maatregelen te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>verzoekt de Commissie om zich samen met de antiwitwasautoriteit te buigen over het wet- en regelgevingskader van Georgië, waaronder de bepalingen in het Georgische belastingwetboek die het gebruik van offshorebedrijven mogelijk maken en kunnen verhullen wie de uiteindelijk begunstigden zijn, waardoor sancties kunnen worden omzeild en geld kan worden witgewassen; dringt aan op meer toezicht en controle op in Georgië geregistreerde bedrijven die eigendom zijn of onder zeggenschap staan van Russische burgers of entiteiten, met name bedrijven die sinds februari 2022 zijn opgericht; verzoekt de Georgische autoriteiten een bureau voor de ontneming van vermogensbestanddelen, een bureau voor vermogensbeheer en een register van uiteindelijk begunstigden tot stand te brengen om de waarborgen in de strijd tegen witwassen te versterken en het risico op het omzeilen van sancties te verminderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>stelt vast dat Georgische Droom zich van het pad naar Euro-Atlantische integratie heeft afgekeerd en een strategische bocht maakt in de richting van samenwerking met China, Rusland en Iran, zoals diverse rapporten hebben uitgewezen; benadrukt dat met deze heroriëntatie voorbij wordt gegaan aan de grondwettelijke verbintenis van Georgië tot Euro-Atlantische integratie en de duidelijke en consistent geuite wens van de Georgische samenleving; stelt ontzet vast dat er in plaats van te reageren op de geloofwaardige bevindingen over de toenemende invloed van autoritaire mogendheden, onderzoeken zijn ingesteld tegen de opstellers van deze rapporten, onder wie Giorgi Kandelaki, onderzoeker aan het Hudson Institute, en Tinatin Chidasjeli;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>uit zijn bezorgdheid over de betrokkenheid van Chinese staatsbedrijven bij strategische projecten als de diepzeehaven van Anaklia, een project dat oorspronkelijk werd ontwikkeld met westerse partners en bedoeld was om een sterkere oost-westconnectiviteit zonder Russische en Chinese invloed tot stand te brengen; herinnert de Georgische autoriteiten eraan dat het welslagen van de Middle Corridor afhangt van de eerbiediging van de rechtsstaat door Georgië en dat het voor de Global Gateway-investeringen noodzakelijk is dat Georgië zich als een stabiele en transparante partner opstelt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>wijst op initiatieven voor strategische connectiviteitsprojecten in het Zwarte Zeegebied, waaronder de onderzeese digitale kabelverbinding in de Zwarte Zee en de onderzeese stroomkabel in de Zwarte Zee, die de energie- en digitale verbindingen tussen de EU en de zuidelijke Kaukasus kunnen verbeteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>merkt op dat de Georgisch-orthodoxe kerk nog altijd een invloedrijke instelling is in de Georgische samenleving en een belangrijke rol speelt bij het vormgeven van het publieke debat; uit zijn bezorgdheid over het gebruik door Rusland van religieuze netwerken als kanalen voor desinformatie- en beïnvloedingsoperaties in heel Georgië, met als doel de pro-Europese oriëntatie en democratische veerkracht te ondermijnen; herinnert eraan dat sommige geestelijken in Georgië zich tegen deze instrumentalisering hebben verzet en zich zowel tegen de Russische beïnvloeding als tegen het door Georgische Droom gevoerde beleid hebben uitgesproken; beklemtoont dat er ook een Georgisch-orthodox bisdom en Georgisch-orthodoxe gemeenschappen in de EU zijn en dat waakzaamheid en weerbaarheid tegen transnationale pogingen om desinformatie te verspreiden dus noodzakelijk zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>neemt met bijzondere bezorgdheid kennis van de toenemende invloed van Iran in het land, met name via religieuze en onderwijsinstellingen en de mobilisatie van jongeren en via economische structuren die Iran in feite in staat stellen om sancties te omzeilen; is bovendien bezorgd over de toenemende invloed van economische actoren die banden hebben met het Iraanse regime en actief zijn in Georgië; beklemtoont dat dergelijke actoren kunnen worden gebruikt voor het omzeilen van financiële sancties, voor het witwassen van geld en voor de illegale uitvoer van Iraanse goederen, hetgeen ten goede komt aan actoren die banden hebben met zowel het Iraanse regime als het regime van Georgische Droom door middel van corruptie en vertekende openbare aanbestedingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>is van mening dat Georgië een constructieve rol moet spelen door de toegang van Armenië tot internationale maritieme handelsroutes te vergemakkelijken, en daarmee moet bijdragen tot regionale connectiviteit, economische veerkracht en stabiliteit in de zuidelijke Kaukasus;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>betuigt nogmaals zijn niet-aflatende steun voor de soevereiniteit en territoriale integriteit van Georgië; spreekt zijn scherpe veroordeling uit over de aanhoudende bezetting door Rusland van de Georgische regio’s Abchazië en Tschinvali/Zuid-Ossetië en de voortzetting van het proces van “borderisation” waarbij grenzen worden afgebakend, hetgeen een schending van de soevereiniteit en territoriale integriteit van Georgië vormt; dringt er bij de Georgische regering op aan een duidelijk en consistent standpunt in te nemen ten aanzien van de Russische agressie; spreekt zonder meer zijn veroordeling uit over de pogingen van Rusland om de bezette gebieden politiek, militair en economisch in de Russische Federatie te integreren; neemt met grote bezorgdheid kennis van de aanhoudende illegale opsluitingen en aanvallen waar etnische Georgiërs in Abchazië en de regio Tschinvali mee te maken krijgen, met inbegrip van vrouwen en jongeren, en die gebaseerd zijn op valse beschuldigingen zoals spionage of het bezit van een Georgisch paspoort; veroordeelt deze praktijken als ernstige mensenrechtenschendingen die bijdragen tot intimidatie, discriminatie en gedwongen ontheemding van de Georgische bevolking; spreekt nadrukkelijk zijn veroordeling uit over de Russische marinebasis die wordt aangelegd in Otsjamtsjire, die niet alleen een schending van de territoriale integriteit vormt, maar ook een rechtstreekse bedreiging vertegenwoordigt voor de veiligheid van het hele Zwarte Zeebekken en de eigen ambities van Georgië op het gebied van maritieme handel; herhaalt zijn oproep om de Russische troepen onmiddellijk en onvoorwaardelijk terug te trekken uit de Georgische regio’s Abchazië en Tschinvali/Zuid-Ossetië;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>dringt aan op gerichte beperkende maatregelen tegen personen die verantwoordelijk zijn voor ernstige mensenrechtenschendingen in de bezette gebieden, voortbouwend op precedenten zoals de “Otchozoria-Tatoenasjvili-lijst” van 2018;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>wijst nogmaals op het belang van de werkzaamheden van de waarnemingsmissie van de Europese Unie in Georgië (EUMM Georgia) voor het oplossen van conflicten, het toezicht op de mensenrechtensituatie en hulp aan getroffen gemeenschappen; spreekt zich nadrukkelijk uit tegen de aanhoudende pogingen van de Russische Federatie om de toegang van de missie tot de bezette regio’s van Georgië te belemmeren, alsook tegen eerdere vormen van intimidatie van EUMM-waarnemers, waaronder onrechtmatige opsluitingen en andere incidenten die gepaard gingen met dreigementen en inmenging in de werkzaamheden van de missie; is van mening dat de zichtbare en openbare uitvoering van het mandaat van de missie verder moet worden versterkt door te voorzien in meer steun en extra personeel en duidelijker onder de aandacht moet worden gebracht, aangezien de missie een belangrijke bijdrage levert aan de betrokkenheid van de EU in de regio en Ruslands agressieve tactieken onthult, die sinds de oorlog tegen Georgië in 2008 nog altijd dood, lijden en instabiliteit in de regio veroorzaken;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>56.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de Raad van Europa, de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa, de president van Georgië, Salome Zoerabisjvili, en de de-factoautoriteiten van Georgië.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>