<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0230</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Werving van kinderen door de georganiseerde misdaad</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(B10-0275/2026)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 18 juni 2026 over de werving van kinderen door de georganiseerde misdaad (2026/2725(RSP))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Resolutie 79/188 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties over het voorkomen en bestrijden van geweld tegen kinderen door georganiseerde criminele groepen en terroristische organisaties in het kader van misdaadpreventie en strafrecht,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Resolutie 2024/12 van de Economische en Sociale Raad van de Verenigde Naties over de behandeling van kinderen die banden hebben met terroristische groepen, met inbegrip van kinderen die door deze groepen worden geronseld en uitgebuit,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 1 april 2025 getiteld “ProtectEU 2025‑2030: een Europese strategie voor interne veiligheid” (COM(2025)0148),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van Europol getiteld “EU Serious and Organised Crime Threat Assessment (EU-SOCTA) 2025” (EU-dreigingsevaluatie voor zware en georganiseerde criminaliteit 2025),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het komende EU-actieplan inzake de bescherming van kinderen tegen criminaliteit,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het project “STRIVE Juvenile” dat door de EU en het Bureau van de Verenigde Naties voor drugs- en misdaadbestrijding (UNODC) werd gelanceerd, en de bevindingen van de bijbehorende evaluatie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2022/2065 van het Europees Parlement en de Raad van 19 oktober 2022 betreffende een eengemaakte markt voor digitale diensten en tot wijziging van Richtlijn 2000/31/EG (digitaledienstenverordening)<FOOTNOTE><FIELD> PB L 277 van 27.10.2022, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2022/2065/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name de bepalingen inzake de bescherming van minderjarigen online, de beoordeling en beperking van systeemrisico’s in verband met illegale inhoud en schadelijk onlinegedrag, aanbevelingssystemen en de verantwoordelijkheden van zeer grote onlineplatforms en zoekmachines,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de richtsnoeren inzake de bescherming van minderjarigen die de Commissie op 14 juli 2025 in het kader van de digitaledienstenverordening heeft gepubliceerd<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2025/5519, 10.10.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/5519/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het inlichtingenbericht van Europol van 12 november 2024 getiteld “The recruitment of young perpetrators for criminal networks” (De werving van jonge daders voor criminele netwerken),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het werkdocument van Unicef Innocenti — Global Office of Research and Foresight van september 2024 getiteld “Children’s Involvement in Organized Violence: Emerging trends and knowledge gaps” (De betrokkenheid van kinderen bij de georganiseerde misdaad: opkomende trends en kennishiaten),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de EU-strategie voor de rechten van het kind en de EU-drugsstrategie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de hoorzitting van zijn Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken van 4 juni 2025 over onlineradicalisering, met bijzondere aandacht voor de werving van kinderen voor de georganiseerde misdaad en terrorisme,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 20 januari 2026 over de moord op Mehdi Kessaci: Europa moet dringend ambitieuze maatregelen tegen drugshandel nemen<FOOTNOTE><FIELD> Aangenomen teksten, P10_TA(2026)0007.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn (EU) 2016/800 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende procedurele waarborgen voor kinderen die verdachte of beklaagde zijn in een strafprocedure<FOOTNOTE><FIELD> PB L 132 van 21.5.2016, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2016/800/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 136, lid 2, van zijn Reglement,</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat het werven en uitbuiten van kinderen steeds vaker deel uitmaakt van de modus operandi van georganiseerde criminele groepen en terroristische organisaties, onder meer om volwassen daders te onttrekken aan opsporing en vervolging en om illegale activiteiten uit te breiden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat uit het inlichtingenbericht van Europol van november 2024 blijkt dat minderjarigen die door criminele netwerken worden geronseld, doorgaans geen rechtstreeks contact hebben met de hogere echelons van die organisaties en worden ingezet via criminele dienstverleners; overwegende dat deze minderjarigen, vanwege hun beperkte kennis van de structuur van de netwerken en hun vaak blanco strafblad, weinig risico lopen en bij arrestatie dus minder geneigd zijn nuttige informatie te verstrekken aan rechtshandhavingsinstanties;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de werving en uitbuiting van kinderen door georganiseerde criminele groepen en terroristische organisaties een schending vormt van de grondrechten van kinderen, met inbegrip van hun waardigheid, met ernstige gevolgen voor hun veiligheid en toekomst; overwegende dat kinderen kwetsbaar zijn voor de werving door georganiseerde criminele netwerken als gevolg van meerdere en elkaar overlappende risicofactoren, waaronder een gebrek aan saamhorigheidsgevoel, negatieve ervaringen in de kindertijd en psychische problemen, die doelbewust worden uitgebuit; overwegende dat doeltreffende preventie een geïntegreerde aanpak vereist die op deze factoren is gericht;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat de werving van kinderen niet langer een strikt humanitair probleem is, maar is uitgegroeid tot een structurele aanjager van de georganiseerde misdaad, die in de modus operandi van criminele netwerken is verankerd en een belemmering vormt voor vrede, veiligheid en ontwikkeling; overwegende dat criminele groepen die kinderen ronselen de veiligheid van de EU ondermijnen, de criminaliteit aanwakkeren en de vicieuze cirkel van geweld en onveiligheid van generatie op generatie in stand houden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat deze praktijken in de hand worden gewerkt door bepaalde technologische ontwikkelingen waarbij crimineel gedrag bij kinderen als normaal kan worden beschouwd en zelfs wordt aangemoedigd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat uit de inventarisatie van Europol uit 2024 is gebleken dat er 821 criminele netwerken met een hoog risico actief zijn in de EU en dat die naar schatting 92 tot 188 miljard EUR aan jaarlijkse inkomsten genereren, wat neerkomt op ongeveer 0,7 tot 1,4 % van het bbp van de EU<FOOTNOTE><FIELD> Verslag van Europol van 4 april 2024, “Decoding the EU’s most threatening criminal networks” (Inzicht in de meest bedreigende criminele netwerken), bijgewerkt in mei 2026.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat minderjarigen betrokken zijn bij meer dan 70 % van de illegale marktactiviteiten, waaronder drugshandel, afpersing, onlinefraude, witwassen van geld, illegale handel in vuurwapens en “violence-as-a-service”-regelingen, waarbij criminele netwerken kinderen al vanaf de leeftijd van twaalf jaar uitbuiten voor activiteiten zoals het dealen op straat, het transport van contant geld en het ophalen van drugs uit vrachtcontainers;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat criminele organisaties zich stelselmatig richten op kinderen in zeer kwetsbare situaties, met name als gevolg van sociaal-economische uitsluiting, schooluitval en het uiteenvallen van het gezin, of op migrerende kinderen, waarbij misbruik wordt gemaakt van hun economische onzekerheid, sociale marginalisering en een gebrek aan risicobewustzijn;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat meisjes en jonge vrouwen in toenemende mate betrokken raken bij de georganiseerde misdaad, hoewel zij in de strafrechtstelsels zelden in beeld komen, en dat 22 % van de geïdentificeerde slachtoffers van mensenhandel in West- en Zuid-Europa wordt gedwongen om deel te nemen aan criminele activiteiten, waaronder voornamelijk drugshandel;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat de illegale handel in vuurwapens en het illegale gebruik van pyrotechnische artikelen heeft geleid tot een verschuiving van lichte strafbare feiten naar ernstigere en gewelddadigere delicten waarbij minderjarigen betrokken zijn, waaronder afpersing en moord; overwegende dat criminele ronselaars minderjarigen hoge geldsommen kunnen aanbieden als beloning, variërend van enkele duizenden euro’s tot wel 20 000 EUR voor het plegen van een moord;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat drugsgerelateerde intimidatie en dwang een van de belangrijkste manieren zijn waarop kinderen door georganiseerde criminele netwerken worden geronseld en uitgebuit door gebruik te maken van schulden, grooming en geweld; overwegende dat, gezien het grensoverschrijdende karakter van dergelijke netwerken, nationale maatregelen alleen niet volstaan om deze verschijnselen een halt toe te roepen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat door de groei van de drugsmarkten de betrokkenheid van minderjarigen een alarmerend niveau heeft bereikt, zoals blijkt uit de sterke toename van het gebruik van belangrijke logistieke knooppunten, waaronder havens; overwegende dat, aangezien de huidige definitie van georganiseerde misdaad in de verschillende EU-lidstaten niet op elkaar is afgestemd, het verzamelen en vergelijken van gegevens bemoeilijkt wordt, en overwegende dat gegevens met betrekking tot minderjarigen in de georganiseerde misdaad schaars, vaak onbetrouwbaar en nauwelijks vergelijkbaar zijn als gevolg van onderrapportage en verschillende minimumleeftijden voor strafrechtelijke aansprakelijkheid;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat onderinvestering in openbare diensten, waaronder preventie, onderwijs en gezondheidszorg, de onderliggende oorzaken zijn van de werving van kinderen door georganiseerde criminele groepen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat versnipperde institutionele reacties en onvoldoende coördinatie tussen systemen voor kinderbescherming, justitiële autoriteiten, veiligheidsinstanties en digitale regelgevers leiden tot hiaten, waarvan criminele groepen misbruik maken; overwegende dat het Parlement in zijn resolutie over de moord op Mehdi Kessaci in Marseille de systematische werving van jongeren door criminele bendes heeft veroordeeld en heeft opgeroepen tot betere preventie, bescherming en vervolging, onder meer door middel van gespecialiseerde hulp aan minderjarigen zodat zij kunnen ontsnappen aan uitbuiting en zich weer in de samenleving kunnen integreren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat Europol in april 2025 een operationele taskforce onder de naam “GRIMM” heeft opgericht, onder leiding van Zweden en bestaande uit Belgische, Deense, Duitse, Finse, Franse, Nederlandse en Noorse politiediensten, om samen te werken met technologiebedrijven bij het opsporen van activiteiten waarbij kinderen via sociale media en berichtenplatforms worden geronseld;</P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat empirisch onderbouwde benaderingen, waaronder deze die zijn ontwikkeld in het kader van het door de EU en het UNODC gelanceerde project “STRIVE Juvenile”, aantonen dat op preventie toegespitste, sectoroverschrijdende, traumagerichte, genderresponsieve en kindgerichte maatregelen doeltreffend zijn;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>veroordeelt ten stelligste de werving en uitbuiting van kinderen door georganiseerde criminele groepen en terroristische organisaties, op welke wijze dat ook gebeurt, zowel online als offline;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>erkent dat de werving van kinderen een ernstig strafbaar feit tegen kinderen en een ernstige schending van de mensenrechten is; benadrukt dat dit fenomeen een steeds veranderende bedreiging vormt voor de interne en externe veiligheid van de Europese Unie en een alomvattende aanpak vereist die gericht is op bescherming, vroegtijdige preventie, toegang tot rechten en onderwijscontinuïteit, en waarbij interne veiligheid, justitie, sociale en onderwijsstelsels worden geïntegreerd, evenals strategieën en maatregelen ter versterking van het kader met het oog op een beschermende omgeving voor kinderen, zowel offline als online;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>herinnert eraan dat een kind in de eerste plaats een kind is en zodanig moet worden behandeld, en roept de lidstaten op ervoor te zorgen dat het belang van het kind altijd voorop staat;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten de preventie in verband met de werving van kinderen door georganiseerde criminele groepen en terroristische organisaties, alsook de respons daarop uitdrukkelijk als prioriteit op te nemen in het komende EU-actieplan inzake de bescherming van kinderen tegen criminaliteit; dringt erop aan dat dit actieplan een pijler omvat die gewijd is aan preventie, met mechanismen voor vroegtijdige waarschuwing waarbij scholen, sociale diensten en gezinnen worden betrokken, en een op jongeren gerichte aanpak die de ontwikkeling van levensvaardigheden door middel van directe betrokkenheid van de gemeenschap centraal stelt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>roept de Commissie op om in het komende wetgevingsvoorstel over gemoderniseerde regels inzake georganiseerde misdaad ook aandacht te besteden aan de werving van kinderen door georganiseerde criminele groepen; verzoekt de Commissie te overwegen om in dit voorstel specifieke bepalingen op te nemen, zoals verzwarende omstandigheden voor de werving van kinderen; dringt er in dit verband nogmaals op aan een nieuwe gemeenschappelijke definitie van “criminele organisatie” vast te stellen, waarin ook rekening wordt gehouden met het gebruik van geweld, corruptie of intimidatie door criminele groepen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>verzoekt de Commissie zo spoedig mogelijk een wetgevingsvoorstel tot herziening van de EU-richtlijn inzake pyrotechnische artikelen<FOOTNOTE><FIELD> Richtlijn 2013/29/EU van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van pyrotechnische artikelen (PB L 178 van 28.6.2013, blz. 27, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2013/29/oj).</FIELD></FOOTNOTE> in te dienen, teneinde het gebruik van pyrotechnische artikelen als wapen tegen te gaan, waarbij ook de uitbuiting van kwetsbare jongeren een rol speelt; moedigt de lidstaten aan de samenwerking met Europol en Eurojust te intensiveren, met name in havens, logistieke knooppunten en stedelijke gebieden met kwetsbare gemeenschappen, door beste praktijken uit te wisselen en opleidingen aan te bieden om verdachte activiteiten waarbij kinderen betrokken zijn, te herkennen en te melden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>roept de Commissie en de lidstaten op drugsgerelateerde intimidatie te erkennen als een veelgebruikte methode om personen te werven voor de georganiseerde misdaad; verzoekt de lidstaten ervoor te zorgen dat hun nationale strategieën ter bestrijding van de werving van kinderen een expliciete verwijzing bevatten naar institutionele reacties op drugsgerelateerde intimidatie, op basis van opkomende modellen voor optimale praktijken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>dringt aan op de invoering van een op preventie toegespitste benadering en geïntegreerde beschermingssystemen die kindgericht, genderresponsief, traumagericht en sectoroverschrijdend zijn, waarbij de nadruk ligt op de vroegtijdige identificatie van risicokinderen, gemeenschapsgebaseerde interventies en de versterking van gezinnen en sociale diensten; benadrukt de positieve rol die sport, educatieve verenigingen en gemeenschapsorganisaties spelen bij het scheppen van veilige, gezonde en inclusieve omgevingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>is van mening dat het grensoverschrijdende karakter van de georganiseerde misdaad ertoe leidt dat strikt nationale maatregelen ter bescherming van slachtoffers ontoereikend zijn voor kinderen en jongeren; pleit voor nauwere samenwerking op het gebied van veiligheid, justitie, kinderbescherming, onderwijs en gezondheidszorg, alsook voor publiek-private partnerschappen, om te zorgen voor geïntegreerde en sectoroverschrijdende kaders met het oog op een beschermende omgeving voor kinderen, zowel offline als online;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>benadrukt dat de onlinedimensie van de werving van kinderen inmiddels een centraal onderdeel vormt van de modus operandi van georganiseerde criminele groepen en terroristische organisaties, die systematisch gebruikmaken van digitale diensten om kinderen op te sporen, te benaderen, te groomen, te manipuleren en te dwingen; benadrukt dat het online ronselen van kinderen door georganiseerde criminele netwerken een aanzienlijke lacune op het gebied van de handhaving veroorzaakt omdat de samenwerking tussen de platforms beperkt is; verzoekt de Commissie en de lidstaten erop toe te zien dat de verplichtingen die momenteel voor platforms gelden, worden nageleefd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>roept de Commissie en de lidstaten op te zorgen voor een robuuste en consistente handhaving van de digitaledienstenverordening, in overeenstemming met de rechten van het kind en de richtsnoeren van de Commissie inzake de bescherming van minderjarigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>verzoekt de Commissie toe te zien op de volledige handhaving van de digitale wetgeving van de EU en, waar nodig, de verplichtingen voor platforms om op te treden tegen de uitbuiting en werving van kinderen aan te scherpen, en de bescherming van minderjarigen online te versterken door middel van de komende wetgevingshandeling inzake digitale rechtvaardigheid, door lacunes in de regelgeving te dichten op gebieden als veiligheid door ontwerp, op de leeftijd afgestemde standaardinstellingen en gerichte handelspraktijken ten aanzien van kinderen, en er tegelijkertijd voor te zorgen dat nieuwe maatregelen evenredig, empirisch onderbouwd en in overeenstemming met het bredere digitale regelgevingskader blijven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>wijst met klem op de toenemende dreiging die uitgaat van “crime-as-a-service”, waaronder “violence-as-a-service”, waarbij jongeren online worden geronseld om gewelddadige opdrachten uit te voeren; is ingenomen met de door Europol opgerichte operationele taskforce GRIMM en verzoekt de lidstaten, Europol en Eurojust de gezamenlijke onderzoeken naar ronselaars, aanstichters en hooggeplaatste actoren te versterken in plaats van de handhavingsmaatregelen te beperken tot de minderjarigen die de strafbare feiten plegen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>benadrukt dat kinderen die betrokken raken bij criminele activiteiten doordat ze geronseld worden, moeten behandeld, in overeenstemming met de internationale normen; wijst er nogmaals op dat de betrokkenheid bij gewelddadige groepen vaak eerder het gevolg is van geleidelijke dwang en van groepsdynamiek, en niet zozeer van een ideologische overtuiging;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>	benadrukt dat altijd naar behoren rekening moet worden gehouden met de individuele omstandigheden van elk geval, zoals dwang of uitbuiting, alsook met de ernst van het gepleegde strafbare feit, de mate waarin de dader een gevaar vormt voor de openbare veiligheid en het toepasselijke EU- en nationale recht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>pleit voor kindvriendelijke, genderresponsieve en traumagerichte rechtsstelsels, alsook voor op maat gesneden, sectoroverschrijdende en traumagerichte re-integratieprogramma’s, met inbegrip van toegang tot onderwijs, geestelijke gezondheidszorg en psychosociale ondersteuning en herstel- en rehabilitatiediensten, bescherming tegen vergelding, ook voor gezinnen, toegang tot waardig werk en maatregelen om stigmatisering en herhaalde werving te voorkomen; herinnert eraan dat op grond van Richtlijn (EU) 2016/800 vrijheidsbeneming ten aanzien van kinderen, en met name detentie, uitsluitend als uiterste maatregel mag worden opgelegd en dat de bevoegde autoriteiten van de lidstaten waar mogelijk moeten gebruikmaken van alternatieve maatregelen; stelt vast dat het herstelrecht in sommige lidstaten een doeltreffend instrument is gebleken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>dringt er bij de lidstaten op aan de interoperabele, sectoroverschrijdende gegevensverzameling in verband met de werving van kinderen door georganiseerde criminele groepen en terroristische organisaties te verbeteren en de uitwisseling van deze gegevens te bevorderen, met inbegrip van uitgesplitste en geharmoniseerde EU-brede gegevens, om een beter inzicht te krijgen in trends en risicofactoren; benadrukt dat bij het verzamelen, verwerken of delen van gegevens in verband met kinderen de regels inzake gegevensbescherming en het beginsel van non-discriminatie volledig moeten worden nageleefd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>steunt de opschaling van succesvolle, empirisch onderbouwde initiatieven zoals het door de EU en het UNODC gelanceerde project “STRIVE Juvenile” en de strategische voortzetting daarvan, het initiatief “Protecting Futures” van de EU en het UNODC, ook in kwetsbare en door conflicten getroffen gebieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>dringt aan op nauwere internationale samenwerking met partnerlanden om grensoverschrijdende wervingsnetwerken aan te pakken en te voorkomen dat de criminele uitbuiting wordt uitbesteed;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>benadrukt dat in het kader van deze samenwerking bijzondere aandacht moet worden besteed aan kinderen die zich in een bijzonder kwetsbare positie bevinden, onder wie niet-begeleide en migrantenkinderen, en dat ervoor moet worden gezorgd dat er veilige meldingskanalen, voogdij, rechtsbijstand en op rechten gebaseerde, grensoverschrijdende mechanismen voor kinderbescherming beschikbaar zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>beklemtoont dat het belangrijk is de onderliggende oorzaken aan te pakken, waaronder armoede, ongelijkheid, uitsluiting, gebrek aan onderwijs, blootstelling aan geweld en onderinvestering in openbare diensten; dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan meer financiële steun te verlenen aan maatschappelijke organisaties, gemeenschapsgebaseerde initiatieven, sportverenigingen en educatieve programma’s in gebieden die het meest kwetsbaar zijn voor de werving door criminele organisaties, en geloofwaardige alternatieven te bieden voor criminaliteit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>is met name bezorgd over het feit dat georganiseerde criminele netwerken zich buitensporig vaak richten op meisjes en jonge vrouwen, onder meer door middel van grooming, mensenhandel en seksuele uitbuiting; onderstreept dat het voor meisjes bijzonder moeilijk is om aan criminele dwang te ontsnappen, toegang te krijgen tot de rechter, en de kans te krijgen op herstel en re-integratie, en roept de lidstaten op ervoor te zorgen dat alle preventie-, beschermings- en ondersteuningsmaatregelen genderresponsief zijn en specifiek gericht zijn op de kwetsbaarheden en behoeften van meisjes; herinnert in dit verband aan de verplichtingen die zijn vastgelegd in de richtlijn ter bestrijding van mensenhandel<FOOTNOTE><FIELD> Richtlijn (EU) 2024/1712 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 tot wijziging van Richtlijn 2011/36/EU inzake de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en de bescherming van slachtoffers daarvan (PB L, 2024/1712, 24.6.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2024/1712/oj).</FIELD></FOOTNOTE>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten voldoende middelen toe te wijzen in het kader van de relevante EU-programma’s om de werving van kinderen door georganiseerde criminele groepen en terroristische organisaties te voorkomen en er doeltreffend op te reageren, en in het bijzonder steun te verlenen aan het noodnummer 116 000 van het meldpunt voor vermiste kinderen aangezien dit een essentiële partner is voor verschillende instanties bij het opsporen van kinderen die risico lopen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten, Europol en het Bureau van de Verenigde Naties voor drugs- en misdaadbestrijding.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>