<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0231</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">De onaanvaardbare provocaties en drone-invallen van Rusland in Roemenië, de Baltische staten en Finland</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(B10-0304, 0307, 0308, 0309 en 0311/2026)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 18 juni 2026 over de onaanvaardbare provocaties en drone-invallen van Rusland in Roemenië, de Baltische staten en Finland (2026/2772(RSP))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn eerdere resoluties over Rusland en Oekraïne, met name die van 9 oktober 2025 over een eendrachtig antwoord op recente Russische schendingen van het luchtruim en bedreigingen van kritieke infrastructuur van de EU-lidstaten<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2026/1530, 15.4.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/1530/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het VN-Handvest en de fundamentele beginselen van het internationaal recht,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), en met name artikel 24, lid 3, artikel 42, lid 7, en artikel 222,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Noord-Atlantisch Verdrag van 4 april 1949, en met name de artikelen 4 en 5,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 19 maart 2025 getiteld “Gezamenlijk witboek over de gereedheid van de Europese defensie 2030” (JOIN(2025)0120) en gezien zijn resolutie van 12 maart 2025 daarover<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2025/3151, 20.6.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/3151/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 16 oktober 2025 getiteld “Vrede bewaren — routekaart voor defensiegereedheid 2030” (JOIN(2025)0027),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van de Europese Raad van 19 maart 2026 over de aanhoudende steun van de EU aan Oekraïne,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaringen van Commissievoorzitter Ursula von der Leyen van 20 mei 2026 over de Russische dreigingen tegen de Baltische staten,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid Kaja Kallas van 29 mei 2026, waarin zij de roekeloze schending van het EU-luchtruim door Rusland veroordeelt,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 136, leden 2 en 4, van zijn Reglement,</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat Rusland meer dan vier jaar geleden een illegale, niet-uitgelokte en ongerechtvaardigde grootschalige aanvalsoorlog tegen Oekraïne is begonnen, waarmee het de annexatie van de Krim in 2014 en de bezetting van delen van de Donbas voortzet, volledig in strijd met het internationaal recht en de territoriale soevereiniteit van Oekraïne; overwegende dat er sinds het begin van de grootschalige Russische invasie van Oekraïne schendingen van het EU- en het NATO-luchtruim plaatsvinden, veroorzaakt door Rusland, maar dat de frequentie en intensiteit van deze inbreuken de laatste tijd zijn toegenomen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de militaire opbouw van Rusland langs de oostflank van de EU voortduurt en zich ook uitstrekt tot het grondgebied van Belarus, dat medeplichtig is aan de aanvalsoorlog van Rusland tegen Oekraïne, en dat er hybride aanvallen tegen de EU plaatsvinden, met name door de instrumentalisering van irreguliere migratie, georganiseerde misdaad, desinformatie en het oplaten van weerballonnen, die ernstige veiligheidsrisico’s met zich meebrengen, waaronder de voortdurende verstoring van de burgerluchtvaart, het terroriseren van de landen die aan Belarus grenzen, zoals Letland, Litouwen en Polen, en schade aan de lokale economieën;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat Estland, Finland, Letland, Litouwen en Roemenië, evenals andere EU-lidstaten, het doelwit zijn geweest van Russische pogingen tot destabilisatie, in de vorm van drone-invallen en schendingen van het luchtruim, propaganda en desinformatie, elektronische oorlogsvoering, verstoring van het wereldwijde satellietnavigatiesysteem (GNSS), cyberaanvallen en sabotage;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat een Russische drone op 29 mei 2026 is neergestort op een woongebouw in Galați (Roemenië), met een explosie tot gevolg waarbij twee mensen gewond raakten; overwegende dat dit het eerste incident van deze aard was op het grondgebied van een EU- en NAVO-lidstaat dat heeft geleid tot verwondingen waarvoor medische behandeling nodig was; overwegende dat meer dan 70 personen moesten worden geëvacueerd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat een drone die het Estse luchtruim was binnengedrongen op 19 mei 2026 werd neergeschoten door een Roemeens gevechtsvliegtuig dat deelnam aan de NAVO-luchtbewakingsmissie in de Baltische staten; overwegende dat een onbekende drone op 20 mei 2026 het Litouwse luchtruim is binnengedrongen, waardoor de autoriteiten een ongekend luchtalarm moesten afkondigen en burgers gedwongen werden te schuilen; overwegende dat Franse NAVO-gevechtsvliegtuigen die deelnamen aan een NAVO-missie op 8 juni 2026 drones hebben neergeschoten die boven Letland vlogen; overwegende dat deze drone-incidenten een rechtstreeks gevolg zijn van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne, waarbij het merendeel van de drones het EU-luchtruim binnenkomt als gevolg van Russische elektronische oorlogvoering; overwegende dat in maart 2026 ten minste drie Oekraïense drones, als gevolg van storingen door Russische systeem voor elektronische oorlogvoering, van hun beoogde koers zijn afgeweken en op Fins grondgebied zijn terechtgekomen en daar zijn neergestort;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat een Oekraïense marinedrone op 29 mei 2026 in de Roemeense havenstad Constanța is ontploft als gevolg van de maatregelen van de Russische Federatie op het gebied van elektronische oorlogvoering, waarbij materiële schade werd aangericht maar geen menselijke slachtoffers vielen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat twee Oekraïense drones, die door Russische systemen voor elektronische oorlogvoering waren verstoord, op 7 mei 2026 een brandstofopslagplaats in Rēzekne (Letland) hebben geraakt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat het Oostzeegebied een hoge concentratie aan kritieke infrastructuur herbergt, waaronder onderzeese energie- en telecommunicatienetwerken, vervoersverbindingen en andere strategische activa, wat deze regio bijzonder kwetsbaar maakt voor hybride aanvallen, sabotage en dronegerelateerde bedreigingen; overwegende dat voor de bescherming van kritieke infrastructuur zowel fysieke versterking als meer redundantie en decentralisatie zijn vereist, zoals blijkt uit de lessen die zijn getrokken uit de Russische aanvallen op de Oekraïense infrastructuur;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat de buitengebruikstelling van de kerncentrale van Ignalina in Litouwen aanzienlijke regionale veiligheids- en milieurisico’s met zich meebrengt door de aanwezigheid van grote hoeveelheden verbruikte splijtstof en radioactief afval die zijn opgeslagen in tijdelijke bovengrondse opslagfaciliteiten, en overwegende dat elk ongeval of elke opzettelijke provocatie met betrekking tot deze kritieke infrastructuur ernstige gevolgen zou kunnen hebben voor de gehele Baltische regio en ver daarbuiten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat er andere ernstige incidenten zijn geweest waarbij Rusland het luchtruim van de EU-lidstaten vermoedelijk heeft geschonden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat de veiligheid en bescherming van de lidstaten aan de oostflank van de EU een dringende prioriteit en een gezamenlijke Europese verantwoordelijkheid zijn, met name gezien het feit dat er hybride aanvallen worden uitgevoerd met behulp van moderne drone-oorlogvoering, een domein waarin de capaciteit van de EU-lidstaten nog ontoereikend is;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat incidenten met drones aan de oostflank van de EU aanzienlijke tekortkomingen in zowel de militaire als de civiele paraatheid aan het licht hebben gebracht; overwegende dat bestaande radarsystemen vaak niet in staat blijken te zijn om objecten op lage hoogte te volgen, dat de gekozen methoden voor het onderscheppen van onbemande luchtvaartuigen economisch inefficiënt zijn en dat uit rapporten over incidenten is gebleken dat sommige schuilkelders op slot waren of niet toegankelijk waren voor het publiek; overwegende dat deze tekortkomingen wijzen op dringende structurele kwetsbaarheden in de waarschuwings- en responsprocedures, alsook in de bredere maatschappelijke veerkracht;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat Rusland bij zijn recentste aanvallen op Oekraïne het Petsjersk Lavra in Kyiv, een historisch klooster van het oosterse christendom en een Unesco-werelderfgoedsite, in lichterlaaie heeft gezet, naast andere culturele erfgoedsites van onschatbare waarde;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat uit die recente drone-incidenten is gebleken dat er dringend behoefte is aan meerlagige verdedigingscapaciteit, met kinetische en niet-kinetische systemen ter bestrijding van onbemande luchtvaartuigen; overwegende dat drones een kenmerkend onderdeel zijn geworden van moderne oorlogvoering en hybride conflicten, en dat het gebruik ervan in Oekraïne de defensiebehoeften en operationele doctrines op het hele continent ingrijpend heeft veranderd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat het Noordpoolgebied en het Hoge Noorden steeds belangrijker worden voor de Europese veiligheid, terwijl de beperkte dekking door sensoren en de schaarse permanente aanwezigheid kwetsbaarheden creëren die door vijandige actoren zouden kunnen worden uitgebuit via onbemande systemen en hybride operaties, waardoor het risico toeneemt dat vijandige drones diep in het grondgebied van de EU binnendringen;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>spreekt zich met klem uit tegen de onaanvaardbare provocaties en drone-invallen van Rusland in de EU-lidstaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verklaart zich opnieuw solidair met Estland, Finland, Letland, Litouwen en Roemenië, waarvan het grondgebied, het luchtruim en de kritieke infrastructuur het doelwit zijn geworden van Russische hybride provocaties; bevestigt nogmaals dat de EU zich niet laat intimideren door de destabilisatiecampagne van Rusland en dat zij eensgezind blijft in haar vastberadenheid om de veiligheid, soevereiniteit en territoriale integriteit van alle EU-lidstaten te verdedigen en Oekraïne te blijven steunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>erkent de bijzondere kwetsbaarheid van en betuigt zijn volledige solidariteit met de burgers in de grensgebieden langs de oostflank van de EU, die het meest blootgesteld worden aan ernstige bedreigingen en die daardoor ook aanzienlijke economische en sociale kosten moeten dragen; pleit voor gerichte maatregelen op EU-niveau, waaronder specifieke financiële steun, om de bescherming van getroffen gemeenschappen en kritieke infrastructuur te versterken en te zorgen voor preventie, paraatheid, veerkracht, noodhulp en wederopbouw in deze bijzonder kwetsbare gebieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>veroordeelt ondubbelzinnig de Russische drone-aanval op een woongebouw in Galați (Roemenië), die directe burgerslachtoffers heeft gemaakt en een ernstige escalatie vormt; is van mening dat de herhaalde drone-invallen en schendingen van het luchtruim van EU-landen geen op zichzelf staande incidenten zijn, maar een integraal onderdeel vormen van de bredere intimidatiestrategie van Rusland tegen de EU en haar bondgenoten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>is van mening dat Rusland de volledige en ondubbelzinnige verantwoordelijkheid draagt voor deze roekeloze escalerende aanvallen die levens in gevaar brengen; benadrukt nogmaals dat de handelingen van de Russische Federatie een opzettelijke, systematische en aanhoudende bedreiging vormen voor de veiligheid, veerkracht en soevereiniteit van de EU en haar lidstaten; spreekt nogmaals in de krachtigste bewoordingen zijn veroordeling uit over de illegale, niet-uitgelokte en ongerechtvaardigde aanvalsoorlog van Rusland tegen Oekraïne, evenals over de medeplichtigheid van Belarus hieraan; laat zich zeer veroordelend uit over het besluit van Rusland om zijn aanvalsoorlog voort te zetten, met inbegrip van zijn recentste gerichte aanvallen op culturele erfgoedsites en de Unesco-werelderfgoedsite Petsjersk Lavra in Kyiv, terwijl het weigert rechtstreeks te onderhandelen met Oekraïne, zoals onlangs voorgesteld door de Oekraïense president Volodymyr Zelensky;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>spreekt nogmaals zijn veroordeling uit van het opzettelijk storen van GNSS-signalen door Rusland in de regio’s van de Oostzee en de Zwarte Zee, en van het bewuste oplaten van weerballonnen door Belarus, hetgeen ernstige veiligheidsrisico’s met zich meebrengt voor de burgerluchtvaart en het zeevervoer; veroordeelt Belarus verder voor zijn hybride aanvallen op de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>dringt er opnieuw op aan om de productie en levering van dringende militaire uitrusting aan Oekraïne met spoed te versnellen, met name luchtverdedigingssystemen, munitie, drones en raketten, op een cruciaal moment waarop de Oekraïense bevolking en infrastructuur steeds kwetsbaarder worden door een ernstig tekort aan luchtverdedigingscapaciteit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>benadrukt dat deze vijandige handelingen worden versterkt door een agressieve desinformatiecampagne die tot doel heeft de lokale bevolking te intimideren, angst te zaaien, de lokale economieën te schaden en de weg te effenen voor mogelijke vergeldingsmaatregelen, zoals in het geval van de ongegronde Russische beschuldigingen dat de Baltische staten Oekraïne toestaan hun grondgebied en luchtruim te gebruiken voor drone-aanvallen op doelwitten in Rusland;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>roept opnieuw op tot de spoedige oprichting van een echte Europese defensie-unie, waaronder voorstellen voor snelle besluitvormingsprocessen, die verder gaat dan de bestaande kaders, waaronder het witboek over de gereedheid van de Europese defensie 2030 en de daaropvolgende routekaart voor defensiegereedheid 2030; benadrukt dat verdere integratie, coördinatie en het bundelen van middelen onontbeerlijk zijn voor een doeltreffende respons van de EU op de escalerende dreigingen van Rusland; dringt erop aan de Europese technologische en industriële defensiebasis en de productiecapaciteit ervan in de hele EU te stimuleren door middel van betere coördinatie op EU-niveau, waarbij zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van nationale initiatieven en EU-instrumenten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>dringt erop aan dat de solidariteitsclausule (artikel 222 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie) en de wederzijdse hulp- en bijstandclausule (artikel 42, lid 7, VEU) worden geconcretiseerd, onder meer wanneer een conventionele of hybride aanval ertoe leidt dat een lidstaat zich erop beroept;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>benadrukt de noodzaak van een samenhangende versterking van de oostflank van de EU en de NAVO over de gehele lengte ervan, van het Noordpoolgebied tot de Zwarte Zee, met inbegrip van de land-, zee- en luchtdimensies, door in de lidstaten aan de frontlinie vermogens op te bouwen voor de bestrijding van drones en weerballonnen, en door hiervoor voldoende middelen toe te wijzen; dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan om de vermogens op het gebied van opsporing, storingstechnieken, interceptie en neutralisatie langs de oostflank van de EU onverwijld te versterken; dringt er voorts op aan dat er regelmatig gezamenlijke oefeningen worden gehouden tussen de lidstaten, de EU-instellingen, Oekraïne en de NAVO om de gereedheid van deze mechanismen voor snelle respons te toetsen en te verbeteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>beveelt aan C-UAS te integreren in gezamenlijke opleidingsoefeningen en in de planning op EU-niveau op het gebied van civiele bescherming, met de nadruk op kritieke infrastructuur, zodat politiediensten, luchthavenautoriteiten en exploitanten in de energiesector toegang krijgen tot EU-brede opleiding en gestandaardiseerde C‑UAS-vermogens;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>wijst er met bezorgdheid op dat de huidige Europese systemen voor het detecteren en afweren van drones ontoereikend zijn en wijst erop dat het dringend noodzakelijk is om de detectie en afweer te verbeteren; wijst er in dit verband op dat een holistische aanpak nodig is, waarbij aandacht wordt besteed aan een betere uitrusting van rechtshandhavings- en civiele autoriteiten met middelen om drones te detecteren en af te weren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>moedigt de lidstaten aan prioriteit te geven aan de integratie van commando- en controlesystemen in de eerstehulpverlening, civiele bescherming en de doctrines voor UAS-afweer, om ervoor te zorgen dat civiele paraatheid, schuilplaatsen, vroegtijdige waarschuwing en technologische integratie zoveel mogelijk worden geoptimaliseerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>wijst erop dat de opzettelijke invallen van Rusland aan de oostflank van de EU en de NAVO niet alleen bedoeld zijn om lidstaten te provoceren en te destabiliseren, maar ook om de tekortkomingen in de detectie- en responscapaciteit van de NAVO te testen en uit te buiten; erkent dat Rusland zijn destabiliserende activiteiten in het Zwarte Zeegebied voortzet, zowel via conventionele als hybride acties, waaronder het gebruik van drijvende mijnen, storingsoperaties en bedreigingen voor de vrijheid van scheepvaart, waardoor de versterking van de veiligheid in deze regio een strategische prioriteit is geworden die dringend moet worden aangepakt als een bedreiging voor de Europese veiligheid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>dringt aan op de volledige uitvoering van de strategische aanpak van de EU voor het Zwarte Zeegebied, en dringt aan op de versnelde oprichting van de maritieme veiligheidshub voor de Zwarte Zee;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>is verheugd over de recente goedkeuring van het twintigste EU-sanctiepakket tegen Rusland en de presentatie van het 21e sanctiepakket; verzoekt de Commissie, de EU-gezant voor sancties en de lidstaten nieuwe en bestaande sancties strikt toe te passen en onverwijld prioriteit te geven aan het dichten van mazen in toeleveringsketens; verzoekt de Commissie onverwijld aanvullende sancties te ontwikkelen, met inbegrip van sancties tegen aluminiumoxide en andere strategische grondstoffen en goederen voor tweeërlei gebruik, en dringt er bij alle lidstaten op aan een dergelijke opname niet te blokkeren om redenen van nationaal economisch belang; staat achter aanvullende maatregelen in het kader van het aanstaande sanctiepakket dat gericht is op de energie- en financiële sector van de Russische Federatie, alsmede van een inreisverbod voor de EU voor voormalige Russische strijders die in Oekraïne hebben gevochten, en verzoekt de lidstaten die de Russische Federatie nog steeds steunen dit niet langer te doen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>verzoekt de lidstaten om, in het bijzonder de lidstaten die het merendeel van de visa aan Russische onderdanen afgeven, het uitvoeringsbesluit van de Commissie van 6 november 2025 tot vaststelling van aangepaste regels voor de afgifte van meervoudige visa aan Russische onderdanen die in de Russische Federatie verblijven en in de Russische Federatie een visum voor kort verblijf aanvragen<FOOTNOTE><FIELD> (C(2025)7552).</FIELD></FOOTNOTE> strikt ten uitvoer te leggen en de richtsnoeren van de Commissie uit 2022 inzake verscherpt toezicht volledig toe te passen, in het bijzonder voor toeristische en andere niet-essentiële reizen, terwijl de toegang voor politieke anti-oorlogsactivisten, onafhankelijke journalisten, mensenrechtenverdedigers, vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld en humanitaire gevallen wordt gewaarborgd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>dringt aan op de invoering van een horizontaal EU-sanctiekader dat specifiek is ontworpen voor hybride dreigingen, dat naast de hybride sanctieregeling voor Rusland zou bestaan, om de actieve betrokkenheid van Rusland bij hybride operaties wereldwijd te benadrukken en tegelijkertijd een snellere en systematischere oplegging van sancties mogelijk te maken aan entiteiten die verantwoordelijk zijn voor hybride campagnes; herinnert eraan dat sommige personen, waaronder Ksenia Fedorova in Frankrijk, die hebben gewerkt voor gesanctioneerde Russische propagandakanalen, zoals RT, nog steeds desinformatie verspreiden in Europa; dringt aan op hun opname in de lijst van gesanctioneerde personen in het volgende sanctiepakket;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan te zorgen voor voldoende financiering voor de bouw en renovatie van civiele schuilkelders in lidstaten aan de oostflank en andere lidstaten, en EU-brede voorlichtingscampagnes en civiele oefeningen te organiseren om burgers bewust te maken van hoe zij moeten handelen in geval van een luchtaanval of een soortgelijke crisissituatie; is van mening dat de bescherming van de burgerbevolking in de EU tegen dreigingen vanuit de lucht moet worden beschouwd als een integraal onderdeel van de Europese defensiegereedheid, paraatheid en veerkracht; wijst erop dat er in het volgende meerjarig financieel kader dringend meer middelen moeten worden uitgetrokken voor veiligheids- en defensieprogramma’s en -projecten, met bijzondere aandacht voor de landen aan de oostflank; verzoekt de EU en haar lidstaten een alomvattende, maatschappijbrede benadering te hanteren, in het besef dat voor duurzame veiligheid niet alleen adequate militaire capaciteiten nodig zijn, maar ook sociale cohesie, economische veerkracht, democratische stabiliteit en sterke openbare diensten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>benadrukt dat Oekraïne een ongeëvenaarde operationele en industriële expertise heeft opgebouwd op het gebied van de productie van drones en droneafweersystemen; is dan ook van mening dat een nauwere samenwerking tussen de EU en Oekraïne op het gebied van de defensie-industrie op dit vlak een strategische noodzaak is; roept de EU en haar lidstaten op om de Oekraïense expertise en industriële capaciteit volledig te integreren in de ontwikkeling van Europese vermogens ter bestrijding van onconventionele dreigingen vanuit de lucht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>benadrukt dat bij het aanpakken van de dreiging van drones uit Rusland samenwerking met de Republiek Moldavië — naast de samenwerking met Oekraïne — van essentieel belang is met het oog op operationele efficiëntie, situationeel bewustzijn en informatie-uitwisseling; verzoekt de lidstaten derhalve om de financiering voor Moldavië via de Europese Vredesfaciliteit te verhogen, mede gezien de herhaalde schendingen van het Moldavische luchtruim door Russische drones en raketten; verzoekt de lidstaten voorts Moldavië en Oekraïne te betrekken bij gezamenlijke aanbestedingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>verzoekt de lidstaten de in het witboek over de gereedheid van de Europese defensie 2030 vastgestelde prioritaire vermogens dringend te realiseren, met name lucht- en raketafweer, alsook drones en droneafweersystemen; roept de lidstaten ertoe op snel gezamenlijke, gelaagde, kosteneffectieve droneafweersystemen op te zetten, te beginnen aan de oostelijke flank, die vanuit de lucht en vanaf zee komende dreigingen van buiten de EU kunnen detecteren en onderscheppen, onder meer door middel van verbeterde lucht- en maritieme bewaking, systemen voor vroegtijdige waarschuwing, middelen voor snelle reactie en een verbeterde infrastructuur voor militaire mobiliteit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>dringt aan op de oprichting van een Europees kenniscentrum voor drone-oorlogvoering, waar Oekraïense instructeurs hun expertise delen met de lidstaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>dringt aan op de volledige en snelle uitvoering van het Europees initiatief voor droneafweer en de oostflankwacht; verzoekt de lidstaten om in nauwe samenwerking met de NAVO actief deel te nemen en bij te dragen aan beide initiatieven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de secretaris-generaal van de NAVO, Unesco, de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa, de Europese Raad, de president, de regering en de Verchovna Rada van Oekraïne, de Russische autoriteiten en de feitelijke autoriteiten van het Loekasjenka-regime.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>