<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0237</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Verzoek tot opheffing van de immuniteit van Ilhan Kyuchyuk</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0194/2026 - Rapporteur: Dominik Tarczyński)</STRING></HIDDEN><TXTLST><DECISION><TI><STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 7 juli 2026 over het verzoek tot opheffing van de immuniteit van Ilhan Kyuchyuk (2026/2000(IMM))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verzoek tot opheffing van de immuniteit van Ilhan Kyuchyuk, dat op 24 november 2025 door de Europese hoofdaanklager werd ingediend in verband met een lopend onderzoek tegen Ilhan Kyuchyuk, en van de ontvangst waarvan op 15 december 2025 ter plenaire vergadering kennis werd gegeven,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>na Ilhan Kyuchyuk op 3 juni 2026 te hebben gehoord, overeenkomstig artikel 9, lid 6, van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de artikelen 8 en 9 van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie, en artikel 6, lid 2, van de Akte van 20 september 1976 betreffende de verkiezing van de leden van het Europees Parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie<FOOTNOTE><FIELD> PB L 283 van 31.10.2017, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2017/1939/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 29, lid 2,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 21 oktober 2008, 19 maart 2010, 6 september 2011, 17 januari 2013 en 19 december 2019<FOOTNOTE><FIELD> Arrest van het Hof van Justitie van 21 oktober 2008, Marra/De Gregorio en Clemente, C-200/07 en C-201/07, ECLI:EU:C:2008:579; arrest van het Gerecht van 19 maart 2010, Gollnisch/Parlement, T-42/06, ECLI:EU:T:2010:102; arrest van het Hof van Justitie van 6 september 2011, Patriciello, C-163/10, ECLI: EU:C:2011:543; arrest van het Gerecht van 17 januari 2013, Gollnisch/Parlement, T-346/11 en T-347/11, ECLI:EU:T:2013:23; arrest van het Hof van Justitie van 19 december 2019, Junqueras Vies, C-502/19, ECLI:EU:C:2019:1115.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 70, lid 1, van de grondwet van de Republiek Bulgarije,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 5, lid 2, artikel 6, lid 1, en artikel 9 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie juridische zaken (A10-0194/2026),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de Europese hoofdaanklager op 24 november 2025 een verzoek tot opheffing van de immuniteit van Ilhan Kyuchyuk, een in Bulgarije verkozen lid van het Europees Parlement, heeft ingediend in verband met een lopend onderzoek naar verschillende vermeende strafbare feiten met betrekking tot misbruik van middelen van de Unie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat in het verzoek wordt gesteld dat uit een door de gedelegeerd Europees aanklager in Bulgarije uitgevoerd onderzoek zou zijn gebleken dat alle plaatselijke medewerkers van Ilhan Kyuchyuk werkzaam waren in kantoren die door een nationale politieke partij werden beheerd, waarbij de meeste werkgerelateerde uitgaven door die partij werden gedekt, terwijl Ilhan Kyuchyuk alleen hun salarissen zou hebben betaald; overwegende dat ook wordt beweerd dat veel plaatselijke medewerkers openbare functies bekleedden binnen die partij, waarvoor zij een afzonderlijke vergoeding ontvingen; overwegende dat het onderzoek betrekking heeft op een periode van meer dan tien jaar;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de vermeende feiten volgens het verzoek strafbare feiten konden vormen, namelijk “fraude buiten de aanbestedingssfeer – het overleggen van valse/onjuiste/onvolledige verklaringen/documenten” alsook het verduisteren van middelen van de Unie en corruptie, en dat dit strafbare feiten zijn op grond van artikel 248 bis van het Bulgaarse wetboek van strafrecht; overwegende dat in het verzoek ook gewag wordt gemaakt van “betrokkenheid bij handelingen die indruisen tegen de soevereiniteit en veiligheid van de Europese Unie”;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat Ilhan Kyuchyuk bij de Europese verkiezingen van mei 2014 werd verkozen tot lid van het Europees Parlement en in mei 2019 en opnieuw in juni 2024 werd herkozen, en dat hij dus ten tijde van de vermeende strafbare feiten lid was van het Europees Parlement;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat in artikel 8 van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie wordt bepaald dat tegen leden van het Europees Parlement geen opsporing kan plaatsvinden, en dat zij evenmin kunnen worden aangehouden of vervolgd op grond van de mening of de stem die zij in de uitoefening van hun ambt hebben geuit of uitgebracht;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat de vermeende strafbare feiten en het daaropvolgende verzoek tot opheffing van de immuniteit van Ilhan Kyuchyuk niet bestaan uit, respectievelijk geen verband houden met een mening of stem die hij in de uitoefening van zijn ambt heeft geuit of uitgebracht in de zin van artikel 8 van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat in artikel 9, eerste alinea, punt a), van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie is bepaald dat de leden van het Europees Parlement tijdens de zittingsduur van het Europees Parlement op het grondgebied van hun eigen lidstaat de immuniteiten genieten welke aan de leden van de volksvertegenwoordiging in hun lidstaat zijn verleend;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat in artikel 70, lid 1, van de grondwet van de Republiek Bulgarije het volgende is bepaald: “Een lid van de Nationale Vergadering geniet immuniteit tegen arrest of strafvervolging, behalve wanneer het gaat om het plegen van een misdrijf, in welk geval de toestemming van de Nationale Vergadering of, tussen de zittingen, van de voorzitter van de Nationale Vergadering vereist is.”;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat de immuniteit, zoals voorzien in Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie, tot doel heeft het Parlement en zijn leden te beschermen tegen gerechtelijke procedures in verband met activiteiten die in de uitoefening van parlementaire taken zijn verricht en die niet van die taken kunnen worden gescheiden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat volgens artikel 5, lid 2, van het Reglement parlementaire immuniteit geen persoonlijk voorrecht van de leden is, maar een garantie voor de onafhankelijkheid van het Parlement als geheel en van zijn leden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat het Parlement niet de rol van rechter op zich kan nemen en dat een lid in het kader van een procedure tot opheffing van de immuniteit niet als een “verdachte” kan worden aangemerkt<FOOTNOTE><FIELD> Arrest van het Gerecht van 30 april 2019, Briois/Parlement, T-214/18, ECLI:EU:T:2019:266.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat het verzoek om opheffing van de immuniteit is ingediend door de Europees hoofdaanklager na een onderzoek door de gedelegeerd Europees aanklager in Bulgarije; overwegende dat het algemeen bekend is dat de Bulgaarse Europees aanklager in maart 2025 tijdelijk is geschorst in afwachting van een onderzoek naar mogelijk wangedrag, en overwegende dat het college van Europees aanklagers de Bulgaarse Europees aanklager in februari 2026 schuldig heeft bevonden aan ernstig wangedrag; overwegende dat Ilhan Kyuchyuk, zoals opgemerkt in het verzoek om opheffing van de immuniteit, lid is van de Bulgaarse politieke partij “Beweging voor rechten en vrijheden”; overwegende dat Ilhan Kyuchyuk in Bulgarije door een politieke tegenstander binnen die partij is aangevallen in verband met de gang van zaken in die partij waarover Ilhan Kyuchyuk publiekelijk zijn ongenoegen had geuit; overwegende dat Ilhan Kyuchyuk slachtoffer lijkt te zijn geweest van ongegronde beschuldigingen en aanvallen in Bulgarije toen zijn naam werd voorgesteld om voorzitter te worden van de Commissie juridische zaken van het Europees Parlement; overwegende dat hij lijkt te zijn blootgesteld aan buitengewoon strenge controles in verband met corruptiebestrijding in Bulgarije, maar dat daarbij nooit wangedrag is vastgesteld;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat de grote twijfels omtrent het verzoek om opheffing van de immuniteit na de vaststelling van het ernstige wangedrag van de Bulgaarse Europees aanklager — onder wier toezicht het onderzoek werd ingesteld dat aanleiding gaf tot het verzoek —samen met de context waarin het verzoek is ingediend en het opvallende gebrek daarin aan nauwkeurigheid bij de uiteenzetting van de onderzochte feiten en de vermeende strafbare feiten alsook de daarmee gepaard gaande onevenredige reputatieschade, een aantal zwaarwegende en objectieve aanwijzingen vormen dat het onderzoek mogelijk is gestart met de bedoeling om Ilhan Kyuchyuk opzettelijk in diskrediet te brengen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat in dit geval dus kan worden aangenomen dat er sprake is van fumus persecutionis, dat wil zeggen dat de gerechtelijke procedure in kwestie ten doel heeft de politieke activiteiten van Ilhan Kyuchyuk in zijn hoedanigheid als lid van het Europees Parlement, en daarmee de onafhankelijkheid van het Parlement, te schaden;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>besluit de immuniteit van Ilhan Kyuchyuk niet op te heffen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en het verslag van zijn bevoegde commissie onmiddellijk te doen toekomen aan het Europees Openbaar Ministerie en aan Ilhan Kyuchyuk.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST></SDOCTA>