<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0239</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Coördinatie van socialezekerheidsstelsels</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A8-0386/2018 - Rapporteur: Gabriele Bischoff)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 7 juli 2026 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels en Verordening (EG) nr. 987/2009 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004 (COM(2016)0815 – C8-0521/2016 – 2016/0397(COD))</STRING></TI><NOTE>(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)</NOTE><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2016)0815),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 294, lid 2, en artikel 48 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0521/2016),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gemotiveerde adviezen die in het kader van protocol nr. 2 betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid zijn uitgebracht door de Franse Senaat, en waarin wordt gesteld dat het ontwerp van wetgevingshandeling niet strookt met het subsidiariteitsbeginsel,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 7 juli 2017<FOOTNOTE><FIELD> 	PB C 345 van 13.10.2017, blz. 85.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van het Comité van de Regio's van 12 juli 2017<FOOTNOTE><FIELD> 	PB C 342 van 12.10.2017, blz. 65.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het overeenkomstig artikel 75, lid 4, van zijn Reglement door de bevoegde commissie goedgekeurde voorlopig akkoord, en de door de vertegenwoordiger van de Raad bij brief van 29 april 2026 gedane toezegging om het standpunt van het Europees Parlement overeenkomstig artikel 294, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie goed te keuren,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 60 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie verzoekschriften,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A8-0386/2018),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>neemt kennis van de verklaringen van de Commissie die als bijlage bij deze resolutie zijn gevoegd en in de C-serie van het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> zullen worden bekendgemaakt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST><TXTLST><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TC1-COD(2016)0397</STRING></IDENT><TCONSOLID><TI><STRING BOLD="on">Standpunt van het Europees Parlement vastgesteld in eerste lezing op 7 juli 2026 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) 2026/… van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels en Verordening (EG) nr. 987/2009 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004</STRING><BRK/></TI><NOTE>(Voor de EER en Zwitserland relevante tekst)</NOTE><TEXT><PREAMBLE><PRINIT>HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,</PRINIT><GRVISA><VISA><P>Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 48,</P></VISA><VISA><P>Gezien het voorstel van de Europese Commissie,</P></VISA><VISA><P>Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,</P></VISA><VISA><P>Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité<FOOTNOTE><FIELD><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">PB C 345 van 13.10.2017, blz. 85.</STRING></STRING></FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Gezien het advies van het Comité van de Regio’s</STRING></STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">PB C 342 van 12.10.2017, blz. 65.</STRING></STRING></FIELD></FOOTNOTE><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING></P></VISA><VISA><P>Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure<FOOTNOTE><FIELD>Standpunt van het Europees Parlement van 7 juli 2026.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA></GRVISA><GRCONS><GRCINIT>Overwegende hetgeen volgt:</GRCINIT><CONS><P><NO.P>(1)</NO.P>Met ingang van 1 mei 2010 is op basis van de Verordeningen (EG) nr. 883/2004<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (PB L 166 van 30.4.2004, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2004/883/oj).</FIELD></FOOTNOTE> en (EG) nr. 987/2009<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EG) nr. 987/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (PB L 284 van 30.10.2009, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2009/987/oj).</FIELD></FOOTNOTE> van het Europees Parlement en de Raad een gemoderniseerd stelsel voor de coördinatie van de sociale zekerheid van toepassing geworden.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(2)</NO.P>De Verordeningen (EG) nr. 883/2004 en (EG) nr. 987/2009 zijn gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 465/2012 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) nr. 465/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels en Verordening (EG) nr. 987/2009 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004 (PB L 149 van 8.6.2012, blz. 4, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2012/465/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, met name op het gebied van de vaststelling van de toepasselijke wetgeving en werkloosheidsuitkeringen, en om technische aanpassingen aan te brengen in de verwijzingen naar nationale wetgeving in de bijlagen bij Verordening (EG) nr. 883/2004.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(3)</NO.P>Uit evaluaties en discussies in de Administratieve Commissie voor de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (de “Administratieve Commissie”) is naar voren gekomen dat het moderniseringsproces op het gebied van prestaties bij langdurige zorg, werkloosheidsuitkeringen en gezinsbijslagen moet worden voortgezet <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">om de regels met betrekking tot die prestaties eerlijker, duidelijker en gemakkelijker toepasbaar te maken door middel van uitwisseling van ervaringen en uitwisseling van goede administratieve praktijken</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Om dergelijke uitwisselingen te vergemakkelijken, moet het gebruik van nieuwe technologieën ook worden bevorderd.</STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(4)</NO.P>Het blijft van essentieel belang dat de coördinatieregels gelijke tred houden met de veranderende juridische en maatschappelijke context waarin zij functioneren, en wel door het burgers gemakkelijker te maken hun rechten uit te oefenen en tegelijk te zorgen voor juridische duidelijkheid, een eerlijke en billijke verdeling van de financiële lasten tussen de organen van de betrokken lidstaten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> administratieve eenvoud en uitvoerbaarheid van de regels.</P></CONS><CONS><P>▌</P></CONS><CONS><P><NO.P>(5)</NO.P>Prestaties bij langdurige zorg zijn tot dusver niet expliciet opgenomen in de materiële werkingssfeer van Verordening (EG) nr. 883/2004, maar <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">worden in beginsel</STRING></STRING> gecoördineerd <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">overeenkomstig de regels die gelden</STRING></STRING> voor prestaties bij ziekte, wat heeft geleid tot rechtsonzekerheid voor zowel de organen als de personen die aanspraak maken op prestaties bij langdurige zorg. Er moet binnen die verordening een stabiel juridisch kader worden ontwikkeld dat passend is voor prestaties bij langdurige zorg, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">waarbij de coördinatie als prestaties bij ziekte als algemene regel behouden blijft,</STRING></STRING> met inbegrip van een duidelijke definitie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en een lijst</STRING></STRING> van dergelijke prestaties.</P></CONS><CONS><P>▌</P></CONS><CONS><P><NO.P>(6)</NO.P>Op het gebied van werkloosheidsuitkeringen moeten de regels voor de samentelling van tijdvakken van verzekering door alle lidstaten op dezelfde wijze worden toegepast. ▌</P></CONS><CONS><P><NO.P>(7)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Om er zeker van te zijn dat er een reële band bestaat tussen de werkloze en de arbeidsmarkt van de lidstaat die de werkloosheidsuitkering toekent, moet voor de regels inzake de samentelling van tijdvakken met het oog op de toekenning van het recht op een werkloosheidsuitkering, met uitzondering van volledig werkloze grensoverschrijdende werknemers als bedoeld in artikel 65, leden 2, 3 en 5, van Verordening (EG) nr. 883/2004, de voorwaarde gelden dat de verzekerde laatstelijk een ononderbroken tijdvak van ten minste één maand verzekerd is geweest, werkzaamheden in loondienst of anders dan in loondienst heeft verricht in die lidstaat, en aldus gedurende een vooraf bepaald tijdvak heeft bijgedragen aan de financiering van de werkloosheidsregeling van die lidstaat. Indien een dergelijk tijdvak niet in de lidstaat van meest recente verzekering, van werkzaamheden in loondienst of van werkzaamheden anders dan in loondienst is vervuld, moet de vorige lidstaat waar die persoon een tijdvak van verzekering, van werkzaamheden in loondienst of van werkzaamheden anders dan in loondienst heeft vervuld, bevoegd worden, mits de persoon een ononderbroken tijdvak van ten minste één maand in die lidstaat heeft vervuld. Inschrijving bij de diensten voor arbeidsvoorziening van de lidstaat van laatste verzekering moet hetzelfde effect hebben als inschrijving bij de diensten voor arbeidsvoorziening van de lidstaat waar de werkloze persoon voorheen verzekerd was. Indien de persoon het vereiste tijdvak in geen van die lidstaten heeft vervuld, moet de lidstaat van meest recente verzekering, van werkzaamheden in loondienst of van werkzaamheden anders dan in loondienst bevoegd worden.</STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(8)</NO.P><FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on"> Teneinde werklozen die naar een andere lidstaat verhuizen meer mogelijkheden te geven om naar werk te zoeken, betere kansen te bieden om te </STRING></FIELD></FOOTNOTE><STRING SUPERSCRIPT="on"> Teneinde werklozen die naar een andere lidstaat verhuizen meer mogelijkheden te geven om naar werk te zoeken, betere kansen te bieden om te </STRING>▌ Teneinde werklozen die naar een andere lidstaat verhuizen meer mogelijkheden te geven om naar werk te zoeken, betere kansen te bieden om te herintegreren op de arbeidsmarkt en om discrepanties tussen gevraagde en aangeboden vaardigheden, over de grenzen heen, aan te pakken, moeten de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">lidstaten kunnen besluiten de periode waarin werkloosheidsuitkeringen kunnen worden meegenomen, te verlengen tot het einde van de periode waarin de persoon recht heeft op een uitkering</STRING></STRING>.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(9)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Werklozen die tijdens hun meest recente werkzaamheden in een andere dan de bevoegde lidstaat woonden en die in die andere lidstaat blijven wonen of daarnaar terugkeren, moeten een uitkering ontvangen overeenkomstig de wetgeving van de bevoegde lidstaat, mits zij in de lidstaat van hun meest recente werkzaamheden ononderbroken tijdvakken van verzekering, van werkzaamheden in loondienst of van werkzaamheden anders dan in loondienst van ten minste 22 weken hebben vervuld (het “tijdvak van aansluiting”, ook wel “affiliatieperiode” genoemd). Voor de berekening van het tijdvak van aansluiting mogen alleen ononderbroken tijdvakken van verzekering, van werkzaamheden in loondienst of van werkzaamheden anders dan in loondienst die uit hoofde van de wetgeving van de bevoegde lidstaat zijn vervuld, in aanmerking worden genomen. Afhankelijk van de voltooiing van het tijdvak van aansluiting is het aan de bevoegde lidstaat om te beoordelen of de persoon voldoet aan de in de nationale wetgeving van die lidstaat vastgelegde voorwaarden voor het recht op een werkloosheidsuitkering, alsof hij of zij in die lidstaat woonde. De persoon moet voldoen aan de verplichtingen die zijn vastgelegd in de toepasselijke wetgeving van de bevoegde lidstaat. Indien de persoon besluit zich ter beschikking te stellen van de diensten voor arbeidsvoorziening van een andere lidstaat om daar werk te zoeken, moet hij of zij voldoen aan de voorwaarden in de wetgeving van die andere lidstaat en zich onderwerpen aan de in die andere lidstaat georganiseerde controleprocedure. Het orgaan van de lidstaat waarheen de werkloze zich heeft begeven, moet de bevoegde lidstaat elke maand relevante informatie over de opvolging van de situatie van de werkloze verstrekken, met name over de vraag of hij of zij nog steeds ingeschreven is bij de diensten voor arbeidsvoorziening en of hij of zij zich houdt aan de georganiseerde controle-, en activerings- of arbeidsbemiddelingsprocedures.</STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(10)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In het kader van de uitvoering van de Verordeningen (EG) nr. 883/2004 en (EG) nr. 987/2009 en overeenkomstig de verplichting tot wederzijdse informatie en samenwerking moeten de organen van de lidstaten onder meer de gegevens uitwisselen die nodig zijn om veranderingen in de omstandigheden op te sporen die relevant zijn voor de rechten en plichten van de betrokken personen uit hoofde van Verordening (EG) nr. 883/2004. De lidstaten zouden kunnen besluiten verder gebruik te maken van elektronische middelen om de verplichting tot wederzijdse informatie en samenwerking beter na te komen. </STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(11)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De arbeidsmarkt in Luxemburg heeft een aantal specifieke kenmerken. Grensarbeiders vormen een aanzienlijk deel van de totale beroepsbevolking in Luxemburg en hun aandeel is vele malen groter dan het aandeel grensarbeiders in de beroepsbevolking van andere lidstaten. De invoering van de nieuwe regels inzake grensarbeiders en grensoverschrijdende werknemers zal naar verwachting leiden tot zeer grote administratieve lasten voor de Luxemburgse openbare dienst voor arbeidsvoorziening als gevolg van een aanzienlijke stijging van het aantal grensarbeiders voor wie die dienst het bevoegde orgaan zou worden. Het is daarom passend Luxemburg een extra periode van geleidelijke invoering toe te kennen waarin de artikelen 65 en 86 van Verordening (EG) nr. 883/2004 en de artikelen 56 en 70 van en bijlage 5 bij Verordening (EG) nr. 987/2009, in de versie die van kracht was vóór ... [datum van inwerkingtreding van de wijzigingsverordening], van toepassing blijven, om Luxemburg de tijd te geven de nodige voorbereidingen te treffen voor een soepele overgang van het huidige regelgevingskader naar de nieuwe regels en voor de aanpassing van het socialezekerheidsstelsel. Tijdens die periode van geleidelijke invoering mag artikel 56 bis van Verordening (EG) nr. 987/2009, dat bij deze verordening wordt ingevoerd, niet van toepassing zijn op Luxemburg.</STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(12)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In het licht van het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie in zaak C-347/12, Wiering</STRING></STRING><FOOTNOTE><FIELD> 	Arrest van het Hof van Justitie van 13 juni 2014, Wiering, C-347/12, ECLI:EU:C:2014:300.</FIELD></FOOTNOTE><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, zijn er voor de berekening van de aanvullende toeslag twee categorieën</STRING></STRING> gezinsbijslagen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van dezelfde aard, namelijk gezinsuitkeringen die in de eerste plaats bedoeld zijn</STRING></STRING> ter vervanging van inkomen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">dat niet wordt verdiend als gevolg van</STRING></STRING> tijdvakken waarin kinderen worden opgevoed<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, en alle</STRING></STRING> andere gezinsbijslagen ▌.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(13)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Gezinsuitkeringen die in de eerste plaats bedoeld zijn ter vervanging van gederfd inkomen, volledig of gedeeltelijk, of van inkomen dat de persoon niet kan verdienen als gevolg van tijdvakken waarin kinderen worden opgevoed, zijn erop gericht te voldoen aan de individuele of persoonlijke behoeften van de ouder die onderworpen is aan de wetgeving van de bevoegde lidstaat, en die zich daardoor onderscheiden van andere gezinsbijslagen, aangezien zij de ouder compenseren voor inkomens- of loonderving gedurende de tijd waarin kinderen worden opgevoed, en dus niet alleen voorzien in de algemene gezinsuitgaven.</STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(14)</NO.P>Teneinde ▌ Verordening <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">(EG) nr. 883/2004 en Verordening (EG) nr. 987/2009</STRING></STRING> tijdig aan de ontwikkelingen op nationaal niveau te kunnen aanpassen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen ten aanzien van wijzigingen van de bijlagen bij ▌ Verordening <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">(EG) nr. 883/2004</STRING></STRING> en bij Verordening (EG) nr. 987/2009. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven<FOOTNOTE><FIELD><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1,</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_interinstit/2016/512/oj.</STRING></STRING></FIELD></FOOTNOTE>. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(15)</NO.P>Om de lidstaten te ondersteunen bij hun inspanningen ter bestrijding van fraude en fouten bij de toepassing van de coördinatieregels, is het noodzakelijk te voorzien in een verdere rechtsgrond voor de verwerking van de persoonsgegevens van personen op wie de Verordeningen (EG) nr. 883/2004 en (EG) nr. 987/2009 van toepassing zijn<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad</STRING></STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1,</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2016/679/oj).</STRING></STRING></FIELD></FOOTNOTE>. Dat zou een lidstaat in staat stellen de gegevens die in het bezit zijn van zijn bevoegde organen ▌te vergelijken met die welke in het bezit van een andere lidstaat om vast te stellen welke fouten of inconsistenties nader onderzoek vereisen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(16)</NO.P>Ter bespoediging van de procedure voor de verificatie en de intrekking van documenten in <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gevallen</STRING></STRING> van fraude of fouten is het noodzakelijk de samenwerking en de uitwisseling van informatie tussen het orgaan dat een document afgeeft en het orgaan dat om de intrekking ervan verzoekt, te versterken. Bij twijfel over de geldigheid van een document of de juistheid van het ondersteunend bewijs ▌is het in het belang van de lidstaten en de betrokken personen dat de betrokken organen binnen een redelijke termijn een akkoord bereiken.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(17)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Er moet een gedetailleerde samenwerkingsprocedure komen in geval van twijfel over de geldigheid van documenten betreffende de socialezekerheidswetgeving die op de houder van die documenten van toepassing is. Tevens dienen nadere voorschriften inzake terugwerkende kracht te worden vastgesteld indien een document wordt ingetrokken of gerectificeerd. Dat betreft onder meer situaties waarin de betrokken lidstaten dienen te overwegen een overeenkomst op basis van artikel 16 van Verordening (EG) nr. 883/2004 te sluiten voor alle tijdvakken, of een deel daarvan, waarop het document betrekking heeft. </STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(18)</NO.P>De coördinatieregels kunnen alleen doeltreffend en efficiënt functioneren als de regels voor het vaststellen van wetgeving die van toepassing is op werknemers die hun economische werkzaamheden in twee of meer lidstaten verrichten, worden verduidelijkt met het oog op meer analogie met de voorwaarden die van toepassing zijn op personen die ▌ uitgezonden worden om in één lidstaat economische werkzaamheden te verrichten. ▌</P></CONS><CONS><P><NO.P>(19)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De band met het socialezekerheidsstelsel van de lidstaat van herkomst van naar een andere lidstaat uitgezonden werknemers moet worden versterkt door een minimumtijdvak van voorafgaande afsluiting te bepalen.</STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(20)</NO.P>Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van de artikelen 12 en 13 van Verordening (EG) nr. 883/2004 <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en van de in Verordening (EG) nr. 987/2009 vastgestelde regels inzake invordering, </STRING></STRING>moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">.</STRING></STRING> Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2011/182/oj).</FIELD></FOOTNOTE>.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(21)</NO.P>Als een lidstaat de gemiddelde jaarlijkse kosten per persoon voor elke leeftijdsklasse in een bepaald referentiejaar niet binnen de vastgestelde termijn kan meedelen, moet de lidstaat aanvragen voor dat jaar kunnen indienen op basis van de in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> bekendgemaakte gemiddelde jaarlijkse kosten in het onmiddellijk voorafgaande jaar. De vergoeding van de kosten van verstrekkingen op basis van vaste bedragen moet de werkelijke kosten zo dicht mogelijk benaderen. Elke afwijking van de kennisgevingsverplichting moet de toestemming van de Administratieve Commissie vergen en een afwijking mag niet in twee opeenvolgende jaren worden verleend.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(22)</NO.P>▌De verrekeningsmethode die van toepassing is wanneer de wetgeving van een lidstaat voorlopig is toegepast overeenkomstig artikel 6 van Verordening (EG) nr. 987/2009, moet worden uitgebreid tot gevallen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">waarin een orgaan niet bevoegd was om uitkeringen toe te kennen of premies of bijdragen te ontvangen</STRING></STRING>. Voorts is het in die context noodzakelijk om afwijkende bepalingen inzake verjaringstermijnen in het nationale recht buiten toepassing te laten, zodat een retroactieve schikking tussen de organen niet wordt gehinderd door onverenigbare termijnen in de nationale wetgeving; tegelijkertijd moet er een uniforme verjaringstermijn van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">drie</STRING></STRING> jaar worden vastgesteld, waarbij wordt teruggerekend vanaf het begin van de in artikel 5, leden 3 en 4, en artikel 6, lid 3, van die verordening bedoelde dialoogprocedure, om ervoor te zorgen dat de procedure voor het beslechten van geschillen niet wordt doorkruist.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(23)</NO.P>Een effectieve invordering is een middel om fraude en misbruik te voorkomen en te bestrijden en om een soepele werking van de socialezekerheidsstelsels te waarborgen. De invorderingsprocedures van titel IV, hoofdstuk III, van Verordening (EG) nr. 987/2009 zijn gebaseerd op de procedures en regels van Richtlijn 2008/55/EG<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> van de Raad</STRING></STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Richtlijn 2008/55/EG van de Raad van 26 mei 2008 betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit bepaalde bijdragen, rechten en belastingen, alsmede uit andere maatregelen (PB L 150 van 10.6.2008, blz. 28, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2008/55/oj).</STRING></STRING></FIELD></FOOTNOTE>. Die richtlijn is vervangen door Richtlijn 2010/24/EU van de Raad<FOOTNOTE><FIELD><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Richtlijn 2010/24/EU van de Raad van 16 maart 2010 betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit belastingen, rechten en andere maatregelen (PB L 84 van 31.3.2010, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2010/24/oj).</STRING></STRING></FIELD></FOOTNOTE>, waarbij een uniforme titel voor executiemaatregelen is geïntroduceerd, evenals een standaardformulier voor de notificatie van akten en maatregelen met betrekking tot schuldvorderingen. Bij een evaluatie door de Administratieve Commissie vonden de meeste lidstaten het nuttig een uniforme titel voor executiemaatregelen te gebruiken die vergelijkbaar is met de titel waarin Richtlijn 2010/24/EU voorziet. Het is daarom noodzakelijk dat de regels inzake wederzijdse bijstand bij de invordering van schuldvorderingen op het gebied van de sociale zekerheid de nieuwe maatregelen van Richtlijn 2010/24/EU weerspiegelen met het oog op een effectievere invordering en een betere werking van de coördinatieregels.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(24)</NO.P>Naar aanleiding van wijzigingen in de wetgeving van bepaalde lidstaten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en het Verenigd Koninkrijk</STRING></STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland is sinds 31 januari 2020 geen lidstaat meer. Op grond van het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie blijven de Verordeningen (EG) nr. 883/2004 en (EG) nr. 987/2009 van toepassing op en in het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland met betrekking tot de in de artikelen 30, 32 en 33 van dat akkoord bedoelde personen.</STRING></STRING></FIELD></FOOTNOTE> en ter waarborging van de rechtszekerheid voor de belanghebbenden moeten de bijlagen bij Verordening (EG) nr. 883/2004 <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en bij Verordening (EG) nr. 987/2009</STRING></STRING> worden aangepast.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(25)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming werd geraadpleegd overeenkomstig artikel 28, lid 2, van Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad</STRING></STRING><FOOTNOTE><FIELD> 	Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlĳke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrĳe verkeer van die gegevens (PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2001/45/oj).</FIELD></FOOTNOTE><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en heeft op 8 mei 2017 een advies uitgebracht. </STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(26)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Hoewel een aantal bepalingen van deze verordening onmiddellijk kunnen worden toegepast omdat zij geen uitvoering behoeven, is het passend voor de toepassing van sommige bepalingen van deze verordening te voorzien in een latere datum van toepassing die de lidstaten voldoende tijd geeft om ze uit te voeren,</STRING></STRING></P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><DINIT>HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:</DINIT><GR.ART><ARTICLE><TI.ART>Artikel 1</TI.ART><PARAG>Verordening (EG) nr. 883/2004 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>1)</NO.P>de volgende overweging wordt ingevoegd:<CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“(2 bis) 	De artikelen 45 en 48 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) garanderen vrij verkeer van werknemers, en dus de afschaffing van elke discriminatie op grond van nationaliteit, en bepalen dat de noodzakelijke maatregelen op het gebied van de sociale zekerheid moeten worden vastgesteld om die vrijheid veilig te stellen. Voorts heeft iedere burger van de Unie uit hoofde van artikel 21 VWEU het recht vrij op het grondgebied van de lidstaten te reizen en te verblijven, onder voorbehoud van de beperkingen en voorwaarden die bij de Verdragen en de bepalingen ter uitvoering daarvan zijn vastgesteld.”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">overweging 5 wordt vervangen door:</STRING></STRING><CITATION><P><LIST LEVEL="1" TYPE="ARAB"><INT.LI LEVEL="0">“<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">(5)</STRING></STRING>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het is noodzakelijk dat in het kader van die coördinatie binnen de Unie wordt gegarandeerd dat de betrokkenen uit hoofde van de verschillende nationale wetgevingen gelijke behandeling genieten.</STRING></STRING></INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>(5 bis)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bij de toepassing van het in deze verordening vastgestelde beginsel van gelijke behandeling dient de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (het “Hof van Justitie”) in acht te worden genomen. Het Hof van Justitie heeft dat beginsel en het verband tussen deze verordening en onder meer Richtlijn 2004/38/EG uitgelegd in zijn arresten over de zaken C-140/12 (Brey*), C-333/13 (Dano**), C-67/14 (Alimanovic***), C-299/14 (García-Nieto****) en C-308/14 (Commissie/Verenigd Koninkrijk*****).</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>(5 ter)</SYMBOL>De lidstaten moeten ervoor zorgen dat economisch niet-actieve mobiele Unieburgers niet worden verhinderd te voldoen aan de voorwaarde over een verzekering te beschikken die de ziektekosten in het gastland volledig dekt, zoals vastgesteld in Richtlijn 2004/38/EG. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het moet hun zijn toegestaan om in overeenstemming met het nationale recht en de nationale praktijken</STRING></STRING> evenredig bij te dragen aan een stelsel voor ziekteverzekering <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">indien zij niet op andere wijze kunnen voldoen aan de relevante criteria voor toegang tot een ziekteverzekering die de ziektekosten volledig dekt</STRING></STRING> in de lidstaat waar zij gewoonlijk wonen.</ITEM></LIST></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">_________</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">*	</STRING></STRING>Arrest van het Hof van Justitie van 19 september 2013, Brey, C-140/12, ECLI:EU:C:2013:565.</P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">**</STRING></STRING> 	Arrest van het Hof van Justitie van 8 november 2014, Dano, C-333/13, ECLI:EU:C:2014:2358.</P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">***</STRING></STRING> 	Arrest van het Hof van Justitie van 15 september 2015, Alimanovic, C-67/14, ECLI:EU:C:2015:597.</P><P>****	Arrest van het Hof van Justitie van 25 februari 2016, García-Nieto, C-299/14, CLI:EU:C:2016:114.</P><P>*****	Arrest van het Hof van Justitie van 14 juni 2016, C-308/14, Commissie/VK, ECLI:EU:C:2016:436.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3)</NO.P>overweging 18 ter wordt vervangen door:<CITATION><P>“<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">(18 ter)	</STRING></STRING>In subdeel FTL van bijlage III bij Verordening (EU) nr. 965/2012 van de Commissie*, wordt het begrip “thuisbasis” voor leden van het cockpit- en het cabinepersoneel gedefinieerd als de locatie die door de exploitant aan het bemanningslid is aangewezen, waar het bemanningslid in de regel een dienstperiode of een reeks dienstperioden aanvangt en beëindigt, en waar, onder normale omstandigheden, de exploitant niet verantwoordelijk is voor de accommodatie van het bemanningslid in kwestie.</P><P>________</P><P>*	Verordening (EU) nr. 965/2012 van de Commissie van 5 oktober 2012 tot vaststelling van technische eisen en administratieve procedures voor vluchtuitvoering, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 296 van 25.10.2012, blz. 1, ELI: <STRING UNDERLINE="on">http://data.europa.eu/eli/reg/2012/965/oj</STRING>).”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4)</NO.P>overweging 24 wordt vervangen door:<CITATION><P><LIST LEVEL="1" TYPE="ARAB"><INT.LI LEVEL="0"><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“(24)	In overeenstemming met de rechtspraak van het Hof van Justitie moeten</STRING></STRING> prestaties bij langdurige zorg voor verzekerden en hun gezinsleden<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> in beginsel verder</STRING></STRING> worden gecoördineerd ▌ volgens de regels voor prestaties bij ziekte<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">. In die regels moet echter rekening worden gehouden met de specifieke kenmerken van prestaties bij langdurige zorg.</STRING></STRING> Er moet ook in specifieke bepalingen worden voorzien in het geval van samenloop van verstrekkingen en uitkeringen bij langdurige zorg.</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>(24 bis)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Prestaties bij langdurige zorg betreffen alleen prestaties die er in de eerste plaats op gericht zijn te voorzien in de zorgbehoeften van een persoon die wegens een beperking als gevolg van bijvoorbeeld leeftijd, handicap of ziekte gedurende langere tijd aanzienlijke hulp van anderen nodig heeft voor het uitvoeren van essentiële activiteiten in het dagelijks leven. Voorts hebben prestaties bij langdurige zorg slechts betrekking op prestaties die kunnen worden beschouwd als socialezekerheidsprestaties in de zin van deze verordening. Overeenkomstig de rechtspraak van het Hof van Justitie, bijvoorbeeld in zaak C-433/13, Commissie/Slowaakse Republiek*, zijn socialezekerheidsprestaties prestaties die worden toegekend zonder individuele en discretionaire beoordeling van de persoonlijke behoeften van de begunstigden, op basis van een wettelijk omschreven situatie. Prestaties bij langdurige zorg moeten daarom dienovereenkomstig worden uitgelegd. Prestaties bij langdurige zorg mogen geen sociale of medische bijstand omvatten. Prestaties die worden toegekend op discretionaire basis na een individuele beoordeling van de persoonlijke behoeften van de aanvrager, worden niet als prestaties bij langdurige zorg in de zin van deze verordening beschouwd.</STRING></STRING></ITEM></LIST></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">_______</STRING></STRING></P><P>*	Arrest van het Hof van 16 september 2015, Commissie/Slowaakse Republiek, C-433/13, ECLI:EU:C:2015:602.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de volgende overwegingen worden ingevoegd:</STRING></STRING><CITATION><P><LIST LEVEL="1" TYPE="ARAB"><INT.LI LEVEL="0">“<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">(32 bis)	Het is aan de lidstaten om te beslissen of zij de periode van zes maanden waarin artikel 64, lid 1, punt c), van deze verordening voorziet, te verlengen overeenkomstig het Unierecht, met inbegrip van het arrest van het Hof van Justitie in zaak C-551/16 Klein Schiphorst*.</STRING></STRING></INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>(32 ter)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 45 VWEU garandeert het vrije verkeer van werknemers binnen de Unie en verbiedt elke discriminatie op grond van de nationaliteit tussen de werknemers van de lidstaten, onder meer wat de werkgelegenheid betreft. Op grond van Verordening (EU) nr. 492/2011 van het Europees Parlement en de Raad** moeten grensarbeiders dergelijke grondrechten ook zonder discriminatie genieten. Artikel 5 van die verordening bepaalt dat een onderdaan van een lidstaat die op het grondgebied van een andere lidstaat werk zoekt, daar dezelfde bijstand ontvangt van hun arbeidsbureaus als hun eigen onderdanen die werk zoeken.</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>(32 quater)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bij Besluit 573/2014/EU van het Europees Parlement en de Raad*** is een Uniebreed netwerk van openbare diensten voor arbeidsvoorziening (ODA’s) opgericht, dat tot doel heeft de samenwerking tussen de lidstaten op het gebied van werkgelegenheid binnen de verantwoordelijkheidsgebieden van de ODA’s aan te moedigen, onder meer door een grotere vrijwillige geografische en beroepsmobiliteit op eerlijke basis te ondersteunen om tegemoet te komen aan specifieke behoeften van de arbeidsmarkt.</STRING></STRING></ITEM></LIST></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">________</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">*	Arrest van het Hof van 21 maart 2018, J. Klein Schiphorst, C-551/16, ECLI:EU:C:2018:200.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">**	Verordening (EU) nr. 492/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2011 betreffende het vrije verkeer van werknemers binnen de Unie (PB L 141 van 27.5.2011, blz. 1, ELI: </STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING UNDERLINE="on">http://data.europa.eu/eli/reg/2011/492/oj</STRING></STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">).</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">***	Besluit nr. 573/2014/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende nauwere samenwerking tussen openbare diensten voor arbeidsvoorziening (ODA’s) (PB L 159 van 28.5.2014, blz. 32, ELI: </STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING UNDERLINE="on">http://data.europa.eu/eli/dec/2014/573(2)/oj</STRING></STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">)”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6)</NO.P>de volgende overwegingen worden ingevoegd:<CITATION><P><LIST LEVEL="1" TYPE="ARAB"><INT.LI LEVEL="0"><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“(35 bis)	Voor de berekening van de aanvullende toeslag neemt deze verordening het arrest van het Hof van Justitie in zaak C-347/12 Wiering* in aanmerking en voorziet zij in de nodige verduidelijkingen en vereenvoudigingen. Gezien de bijzondere aard van de verschillende gezinsbijslagen van de lidstaten, dient er een onderscheid te worden gemaakt tussen twee categorieën gezinsbijslagen op basis van het voornaamste doel, de doelstellingen en de grondslag voor de toekenning ervan.</STRING></STRING></INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>(35 ter)</SYMBOL>	Gezinsuitkeringen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">die in de eerste plaats bedoeld zijn</STRING></STRING> ter vervanging<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> van gederfd inkomen, volledig of gedeeltelijk, of van inkomen dat de persoon niet kan verdienen wegens het opvoeden van kinderen, kunnen worden onderscheiden van andere gezinsbijslagen ter dekking van de gezinsuitgaven. Omdat dergelijke uitkeringen kunnen worden beschouwd als</STRING></STRING> individuele rechten die persoonlijk toekomen aan de ouder die onderworpen is aan de wetgeving van de bevoegde lidstaat, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moet het mogelijk zijn ze exclusief toe te kennen aan de desbetreffende ouder</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Dergelijke individuele</STRING></STRING> uitkeringen zijn opgenomen in deel I van bijlage XIII bij deze verordening. De lidstaat met secundaire bevoegdheid moet de mogelijkheid hebbende prioriteitsregels niet op gezinsbijslagen toe te passen in het geval van samenloop van de rechten op gezinsbijslagen uit hoofde van de wetgeving van de bevoegde lidstaat en uit hoofde van de wetgeving van de lidstaat waar de gezinsleden wonen. Een lidstaat die de prioriteitsregels niet toepast, moet dat consequent doen ten aanzien van alle rechthebbende personen in een analoge situatie en moet in deel II van bijlage XIII worden vermeld.</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>(35 quater)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In deze verordening wordt indien relevant rekening gehouden met Verordening (EG) nr. 4/2009** van de Raad.</STRING></STRING></ITEM></LIST></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">________</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">*	Arrest van het Hof van Justitie van 13 juni 2014, Wiering, C-347/12, ECLI:EU:C:2014:300.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">**	Verordening (EG) nr. 4/2009 van de Raad van 18 december 2008 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen, en de samenwerking op het gebied van onderhoudsverplichtingen (PB L 7 van 10.1.2009, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2009/4(1)/oj).”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7)</NO.P>de volgende overweging wordt ingevoegd:<CITATION><P>“<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">(39 bis)	</STRING></STRING>Het relevante acquis van de Unie inzake gegevensbescherming, en met name Verordening (EU) <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">2016/679</STRING></STRING> van het Europees Parlement en de Raad*, is van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens op grond van deze verordening.</P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">________</STRING></STRING></P><P>*	Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1, ELI: <STRING UNDERLINE="on">http://data.europa.eu/eli/reg/2016/679/oj)</STRING>.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de volgende overwegingen worden ingevoegd:</STRING></STRING><CITATION><P><LIST LEVEL="1" TYPE="ARAB"><INT.LI LEVEL="0"><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“(40 bis)	Overeenkomstig de beginselen van artikel 6 van Verordening (EU) 2018/1724 van het Europees Parlement en de Raad* moeten de lidstaten ervoor zorgen dat de werkgevers of de betrokkenen, onder voorbehoud van de vaststelling van de relevante procedures, een verzoek om vaststelling van de toepasselijke socialezekerheidswetgeving volledig online kunnen raadplegen en invullen. Een volledig online procedure houdt in dat de gebruikers een automatische ontvangstbevestiging krijgen, tenzij het resultaat van de procedure onmiddellijk wordt geleverd. De procedure moet gebruiksvriendelijk zijn. Deze verordening schrijft voor dat de lidstaten geleidelijk beter gebruik gaan maken van nieuwe technologieën voor de uitwisseling van, de toegang tot en de verwerking van de gegevens die nodig zijn voor de toepassing van de coördinatieregels op het gebied van sociale zekerheid. Die regels omvatten de in de artikelen 15, 16 en 19 van Verordening (EG) nr. 987/2009 bedoelde procedures.</STRING></STRING></INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>(40 ter)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In het licht van de doelstelling van de wetgeving inzake de coördinatie van de sociale zekerheid in de Unie moeten de lidstaten weliswaar de verplichtingen nakomen die voortvloeien uit het recht van de Unie op de gebieden die onder deze verordening en onder Verordening (EG) nr. 987/2009 vallen, maar mogen potentiële maatregelen tegen inbreuken op die verplichtingen de uitoefening van het vrije verkeer binnen de Unie niet belemmeren. Met name mogen maatregelen voor de aanpak van niet-naleving van de in artikel 15, lid 1, van Verordening (EG) nr. 987/2009 gespecificeerde verplichtingen, die de kennisgeving aan het bevoegde orgaan van de lidstaat waarvan de wetgeving van toepassing is vóór de aanvang van een werkzaamheid in een andere lidstaat en het verzoek om de in artikel 19, lid 2, van Verordening (EG) nr. 987/2009 bedoelde verklaring vereisen, niet leiden tot ongerechtvaardigde en onevenredige beperkingen van de uitoefening van het vrije verkeer door de desbetreffende personen. Niet-naleving van die verplichtingen leidt niet automatisch tot een wijziging van de toepasselijke nationale wetgeving, die moet worden vastgesteld overeenkomstig titel II van deze verordening. Bovendien moeten die verplichtingen worden uitgelegd en gehandhaafd in overeenstemming met de vaste rechtspraak van het Hof van Justitie met betrekking tot de verklaring over de toepasselijke wetgeving, die gewoonlijk wordt afgegeven door middel van een certificaat dat bekend staat als draagbaar document A1 (PDA1), en de voorganger ervan, de E-101-verklaring.</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>(40 quater)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Om ervoor te zorgen dat de coördinatieregels voor de sociale zekerheid geschikt blijven voor het beoogde doel, is het belangrijk rekening te houden met de technologische vooruitgang en de voordelen van digitalisering, met name bij het stroomlijnen en vereenvoudigen van de uitwisseling van informatie tussen de bevoegde organen. Technologische vooruitgang op het gebied van de coördinatie van de sociale zekerheid, zoals een volledig geïmplementeerd en operationeel Europees systeem voor de elektronische uitwisseling van gegevens betreffende sociale zekerheid, kan bijdragen tot de vereenvoudiging van het proces en de naleving van artikel 15 van Verordening (EG) nr. 987/2009. De digitalisering van het proces van het aanvragen en ontvangen van socialezekerheidsverklaringen, met inbegrip van verklaringen met betrekking tot de toepasselijke wetgeving, zal een volgende belangrijke stap zijn in de richting van een oplossing die de realtime verificatie van die verklaringen over de grenzen heen mogelijk maakt, waardoor de geldigheid ervan snel kan worden bevestigd. De Commissie en de lidstaten werken nauw samen om de digitalisering van dergelijke interacties tussen personen en overheidsinstanties te bevorderen, bijvoorbeeld via het initiatief voor een Europese socialezekerheidspas. Europese portemonnees voor digitale identiteit, die zijn ingesteld bij Verordening (EU) 2024/1183 van het Europees Parlement en de Raad**, kunnen een digitaal systeem worden dat gebruiksvriendelijke en veilige identificatie en verificatie over de grenzen heen vergemakkelijkt.</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>(40 quinquies)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten moeten voor zover passend blijven investeren in de digitalisering van hun socialezekerheidsstelsels, onder meer om voor mobiele burgers en bedrijven een naadloze digitale ervaring te waarborgen. Daartoe zouden zij gebruik kunnen maken van de beschikbare financieringsinstrumenten van de Unie. Indien van toepassing kan dergelijke financiering worden aangewend ter ondersteuning van relevante hervormingen op nationaal niveau die nodig zijn om de correcte handhaving van deze verordening en van Verordening (EG) nr. 987/2009 te bevorderen en fraude en fouten te bestrijden, onder meer door de gegevensverzameling en verslaglegging te verbeteren.</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>(40 sexies)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Europese Arbeidsautoriteit (ELA) heeft onder meer tot doel de lidstaten en de Commissie bij te staan bij de doeltreffende toepassing en handhaving van het Unierecht met betrekking tot arbeidsmobiliteit in de hele Unie en de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels binnen de Unie, en aldus binnen haar mandaat bij te dragen tot het waarborgen van eerlijke arbeidsmobiliteit in de hele Unie. Op grond van Verordening (EU) 2019/1149 van het Europees Parlement en de Raad*** vergemakkelijkt en versterkt de ELA de samenwerking tussen de lidstaten, onder meer door onderling afgestemde en gezamenlijke inspecties te vergemakkelijken, die ook betrekking zouden kunnen hebben op de naleving van de kennisgevingsverplichting en de opsporing van misbruik met betrekking tot vrijstellingen van die verplichting, en om de samenwerking en snellere uitwisseling van informatie tussen de lidstaten te vergemakkelijken. De ELA bevordert het mogelijke gebruik van elektronische uitwisselingsmechanismen en databanken tussen de lidstaten om de toegang tot gegevens in real time te vergemakkelijken en fraude op te sporen, en kan mogelijke verbeteringen in het gebruik van die mechanismen en databanken voorstellen.</STRING></STRING></ITEM></LIST></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">________</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">*	Verordening (EU) 2018/1724 van het Europees Parlement en de Raad van 2 oktober 2018 tot oprichting van één digitale toegangspoort voor informatie, procedures en diensten voor ondersteuning en probleemoplossing en houdende wijziging van Verordening (EU) nr. 1024/2012 (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 1), ELI: </STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING UNDERLINE="on">http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1724/oj</STRING></STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">).</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">**	Verordening (EU) 2024/1183 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 910/2014, wat betreft de vaststelling van het Europees kader voor digitale identiteit (PB L, 2024/1183, 30.4.2024, ELI: </STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING UNDERLINE="on">http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1183/oj</STRING></STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">).</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">***	Verordening (EU) 2019/1149 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 tot oprichting van een Europese Arbeidsautoriteit, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 883/2004, (EU) nr. 492/2011 en (EU) 2016/589, en tot intrekking van Besluit (EU) 2016/344 (PB L 186 van 11.7.2019, blz. 21, ELI: </STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING UNDERLINE="on">http://data.europa.eu/eli/reg/2019/1149/oj</STRING></STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">).”; </STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>9)</NO.P>de volgende overweging wordt toegevoegd:<CITATION><P>“(46)	Deze verordening eerbiedigt de grondrechten, neemt de beginselen in acht die erkend zijn door het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en het <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Europees Verdrag voor de rechten van de mens</STRING></STRING>, en moet overeenkomstig die rechten en beginselen worden uitgevoerd.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>10)</NO.P>artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>▌in punt i), 1), wordt punt ii) <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vervangen door</STRING></STRING>:<CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“ii)	wat betreft verstrekkingen op grond van titel III, hoofdstuk 1, eenieder die als gezinslid wordt beschreven of erkend, of als huisgenoot wordt aangemerkt door de wetgeving van de lidstaat waar hij of zij woont;”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>▌in punt v bis) wordt punt i) <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vervangen door</STRING></STRING>:<CITATION><P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">“<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">i)	voor de toepassing van titel III, hoofdstuk 1, wat betreft prestaties bij ziekte en moederschaps- en daarmee gelijkgestelde vaderschapsuitkeringen en verstrekkingen uit hoofde van de wetgeving van een lidstaat die bedoeld zijn om medische zorg en de daarmee samenhangende producten en diensten te verstrekken, beschikbaar te stellen, of de kosten daarvoor rechtstreeks te betalen of terug te betalen;</STRING></STRING></INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>i bis)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in de zin van titel III, hoofdstuk 1, wat betreft prestaties bij langdurige zorg, verstrekkingen uit hoofde van de wetgeving van een lidstaat die bedoeld zijn om langdurige zorg als bedoeld in punt v ter) van dit artikel te verstrekken, beschikbaar te stellen, of de kosten daarvoor rechtstreeks te betalen of terug te betalen;”;</STRING></STRING></ITEM></LIST></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>het volgende punt wordt ingevoegd:<CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“v ter)	“</STRING></STRING>prestaties bij langdurige zorg<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">”</STRING></STRING>: verstrekkingen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of uitkeringen die bedoeld zijn om te voorzien in de zorgbehoeften van personen die</STRING></STRING> wegens ▌ gebrekkige gezondheid ▌ aanzienlijke bijstand van een of meer andere personen nodig hebben om <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gedurende langere tijd</STRING></STRING> essentiële ▌ activiteiten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in het dagelijkse leven</STRING></STRING> uit te voeren, teneinde hun persoonlijke autonomie te bevorderen, met inbegrip van uitkeringen die <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">met hetzelfde oogmerk</STRING></STRING> toegekend zijn aan ▌ de persoon die dergelijke bijstand verleent;”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>11)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in artikel 3, lid 1, wordt punt a) vervangen door:</STRING></STRING><CITATION><P>“<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">a)	prestaties bij ziekte en langdurige zorg;”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>12)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in artikel 9 wordt lid 1 vervangen door:</STRING></STRING><CITATION><P>“1.	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten stellen de Commissie schriftelijk in kennis van verklaringen overeenkomstig artikel 1, punt l), van wetgeving en regelingen als bedoeld in artikel 3, van verdragen als bedoeld in artikel 8, lid 2, van minimumprestaties als bedoeld in artikel 58 en van alle inhoudelijke wijzigingen die later worden aangebracht. In dergelijke kennisgevingen wordt de datum vermeld waarop deze verordening van toepassing zal zijn op de door de lidstaten genoemde regelingen.”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>13)</NO.P>artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>lid 2 wordt vervangen door:<CITATION><P>“<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">2.	Voor de toepassing van deze titel worden personen die een uitkering ontvangen vanwege of als gevolg van het feit dat zij werkzaamheden, al dan niet in loondienst, verrichten, beschouwd als personen die die werkzaamheden verrichten. Die regel geldt niet voor invaliditeits-, ouderdoms- of nabestaandenpensioenen, uitkeringen bij arbeidsongevallen of beroepsziekten, of uitkeringen bij langdurige zorg die aan de zorgbehoevende worden verstrekt.”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>lid 5 wordt vervangen door:<CITATION><P>“5.	Werkzaamheden van een lid van het cockpit- of het cabinepersoneel dat met betrekking tot luchtpassagiers of luchtvrachtvervoer diensten verricht, worden beschouwd als werkzaamheden die ▌ worden verricht in de lidstaat waar het lid zijn thuisbasis heeft zoals omschreven in subdeel FTL van bijlage III bij Verordening (EU) nr. 965/2012.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>14)</NO.P>artikel 12 wordt vervangen door:<CITATION><P>“Artikel 12</P><P>Bijzondere regels</P><P><NO.P>1.</NO.P>Op een persoon die in een lidstaat werkzaamheden in loondienst verricht voor rekening van een werkgever die daar zijn werkzaamheden normaliter verricht, en die door die werkgever wordt ▌uitgezonden om voor zijn rekening werkzaamheden in een andere lidstaat te verrichten, blijft de wetgeving van de eerstbedoelde lidstaat van toepassing, mits de te verwachten duur van die werkzaamheden niet meer dan 24 maanden bedraagt en de persoon <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">niet</STRING></STRING> een andere eerder <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">op grond van dit lid</STRING></STRING> uitgezonden persoon in loondienst <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of een</STRING></STRING> in lid 2 bedoelde persoon die werkzaamheden anders dan in loondienst verricht, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vervangt</STRING></STRING>.</P><P><NO.P>2.</NO.P>Op een persoon die normaliter in een lidstaat werkzaamheden anders dan in loondienst verricht en werkzaamheden van soortgelijke aard in een andere lidstaat gaat verrichten, blijft de wetgeving van de eerste lidstaat van toepassing, mits de te verwachten duur van die werkzaamheden niet meer dan 24 maanden bedraagt en de persoon geen andere <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">eerder op grond van lid 1 uitgezonden</STRING></STRING> persoon in loondienst <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of een</STRING></STRING> in dit lid bedoelde persoon die werkzaamheden anders dan in loondienst verricht, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vervangt</STRING></STRING>.</P><P><NO.P>3.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien een in lid 1 bedoelde persoon in loondienst of een in lid 2 bedoelde persoon die werkzaamheden anders dan in loondienst verricht, het werk of de werkzaamheden niet afmaakt in de andere lidstaat en vervangen wordt door een andere persoon, blijft de wetgeving van de lidstaat vanwaar de andere persoon is uitgezonden of waarin hij of zij normaliter werkzaamheden anders dan in loondienst verricht, op de andere persoon van toepassing, mits de totale duur van het werk of de werkzaamheden die door alle betrokken personen in de andere lidstaat zijn verricht, niet meer dan 24 maanden bedraagt en er aan de andere in lid 1 of lid 2 vastgestelde voorwaarden is voldaan.”</STRING></STRING>;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>15)</NO.P>in artikel 13 wordt lid 5 vervangen door:<CITATION><P>“<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">4 bis.	</STRING></STRING>Op de persoon die <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">werkzaamheden in loondienst of anders dan in loondienst verricht in de ene lidstaat en tegelijkertijd</STRING></STRING> een werkloosheidsuitkering <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van</STRING></STRING> een andere lidstaat <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ontvangt,</STRING></STRING> is de wetgeving van toepassing van de lidstaat die de werkloosheidsuitkering betaalt.</P><P><NO.P>5.</NO.P>De in de leden 1 tot en met 4 bis bedoelde personen worden voor de toepassing van de overeenkomstig die bepalingen vastgestelde wetgeving beschouwd alsof zij al hun werkzaamheden in loondienst of anders dan in loondienst in de betrokken lidstaat verrichtten en al hun inkomsten aldaar verkregen.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>16)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in titel III wordt de titel van hoofdstuk 1 vervangen door:</STRING></STRING><CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“Prestaties bij ziekte, langdurige zorg, en moederschaps- en daarmee gelijkgestelde vaderschapsuitkeringen”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>17)</NO.P>	in <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">artikel 19 wordt lid 1 vervangen door:</STRING></STRING><CITATION><P>“<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">1.	Tenzij anders bepaald op grond van lid 2, hebben een verzekerde en zijn of haar gezinsleden die verblijven in een andere lidstaat dan de bevoegde lidstaat, recht op de verstrekkingen die tijdens het verblijf noodzakelijk worden op medische gronden of vanwege de noodzaak van langdurige zorg, met inachtneming van de aard van de verstrekkingen en de verwachte duur van het verblijf. In die verstrekkingen wordt namens het bevoegde orgaan door het orgaan van de lidstaat van de verblijfplaats voorzien, overeenkomstig de bepalingen van de wetgeving van die lidstaat, alsof de betrokkene uit hoofde van die wetgeving verzekerd was.”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>18)</NO.P>	in<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> artikel 20 wordt lid 1 vervangen door</STRING></STRING>:<CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“1.	Tenzij in die verordening anders bepaald, moet een verzekerde die naar een andere lidstaat reist met het oogmerk gedurende het verblijf verstrekkingen zoals bedoeld in artikel 1, punt v bis), i), te ontvangen, daarvoor toestemming van het bevoegde orgaan vragen.”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>19)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">artikel 30 wordt vervangen door:</STRING></STRING><CITATION><P>“<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 30</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Premies en bijdragen ten laste van pensioengerechtigden</STRING></STRING></P><P><NO.P>1.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het orgaan van een lidstaat dat uit hoofde van de door dat orgaan toegepaste wetgeving belast is met het inhouden van de premies of bijdragen ter dekking van prestaties bij ziekte en langdurige zorg en van moederschaps- en daarmee gelijkgestelde vaderschapsuitkeringen, kan die premies of bijdragen, die worden berekend overeenkomstig de door dat orgaan toegepaste wetgeving, uitsluitend heffen en innen voor zover de kosten voor de prestaties die moeten worden verstrekt op grond van de artikelen 23 tot en met 26, worden gedragen door een orgaan van die lidstaat.</STRING></STRING></P><P><NO.P>2.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Wanneer een gepensioneerde in de in artikel 25 bedoelde gevallen uit hoofde van de wetgeving van de lidstaat waar hij of zij woont, premies of bijdragen, of soortgelijke inhoudingen verschuldigd is voor het verkrijgen van prestaties bij ziekte en langdurige zorg en van moederschaps- en daarmee gelijkgestelde vaderschapsuitkeringen, zijn die niet invorderbaar krachtens zijn of haar woonplaats aldaar.”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>20)</NO.P>aan artikel 32 wordt het volgende lid toegevoegd:<CITATION><P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">“3.	Wanneer een gezinslid een afgeleid recht op prestaties heeft uit hoofde van de wetgeving van meer dan een lidstaat, zijn de volgende prioriteitsregels van toepassing:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>indien het gaat om rechten die verkregen zijn op verschillende gronden, is de volgorde van prioriteit als volgt:</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>(i)</SYMBOL>rechten die verkregen zijn op basis van werkzaamheden, al dan niet in loondienst, van de verzekerde;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>(ii)</SYMBOL>rechten die verkregen zijn op basis van het feit dat de verzekerde een pensioen ontvangt;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>iii)</SYMBOL>rechten die verkregen zijn op basis van de woonplaats van de verzekerde;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>indien het gaat om afgeleide rechten die verkregen zijn op dezelfde grond, wordt de volgorde van prioriteit vastgesteld op basis van de woonplaats van het gezinslid als subsidiair criterium;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL>wanneer de volgorde van prioriteit niet kan worden vastgesteld op basis van punt a) of punt b) het langste tijdvak van verzekering van de verzekerde uit hoofde van een nationaal pensioenstelsel van toepassing.”;</ITEM></LIST></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>21)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het volgende artikel wordt ingevoegd: </STRING></STRING><CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“Artikel 33 bis</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Prestaties bij langdurige zorg</STRING></STRING></P><P><NO.P>1.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Administratieve Commissie stelt na raadpleging van de sociale partners een gedetailleerde lijst op van prestaties bij langdurige zorg die aan de criteria van artikel 1, punt v ter), voldoen, en specificeert voor elk afzonderlijk geval welke prestaties verstrekkingen en welke uitkeringen zijn en of de prestaties worden verstrekt aan de persoon die zorg ontvangt of aan de persoon die zorg verleent.</STRING></STRING></P><P><NO.P>2.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien onder dit hoofdstuk vallende prestaties bij langdurige zorg ook kenmerken hebben van prestaties die worden gecoördineerd uit hoofde van een ander hoofdstuk van titel III, kan een lidstaat, in afwijking van lid 1 van dit artikel, die prestaties coördineren volgens de regels van dat hoofdstuk, mits het over het geheel genomen resultaat van die coördinatie ten minste even gunstig is voor de ontvangers als de prestaties bij langdurige zorg die wordt gecoördineerd uit hoofde van dit hoofdstuk en mits die in bijlage XII zijn vermeld, waarin wordt gepreciseerd welk hoofdstuk van titel III van toepassing is. </STRING></STRING></P><P><NO.P>3.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 34, leden 1 en 2, van deze verordening is ook van toepassing op de prestaties vermeld in bijlage XII.”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>22)</NO.P>artikel 34 <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">wordt vervangen door:</STRING></STRING><CITATION><P>“<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 34</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Samenloop van prestaties bij langdurige zorg</STRING></STRING></P><P><NO.P>1.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien een persoon die op grond van artikel 21 of 29 uitkeringen bij langdurige zorg van de bevoegde lidstaat ontvangt, op grond van dit hoofdstuk voor hetzelfde doel ook aanspraak kan maken op verstrekkingen van het orgaan van de lidstaat van de woon- of verblijfplaats, en die verstrekkingen op grond van artikel 35 door het orgaan van de bevoegde lidstaat moeten worden vergoed, is artikel 10 van toepassing. Indien de betrokkene die verstrekkingen ontvangt, wordt het bedrag van de door de bevoegde lidstaat toegekende uitkeringen daartoe verminderd met de waarde van die verstrekkingen.</STRING></STRING></P><P><NO.P>2.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Twee of meer lidstaten of de bevoegde autoriteiten van die lidstaten kunnen besluiten tot andere of aanvullende maatregelen die voor de betrokkenen niet minder gunstig mogen zijn dan de beginselen van lid 1. </STRING></STRING></P><P><NO.P>3.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien uitkeringen bij langdurige zorg worden verstrekt uit hoofde van de wetgeving van meer dan één lidstaat gedurende hetzelfde tijdvak en voor dezelfde kinderen, zijn in het geval van samenloop de prioriteitsregels van artikel 68, lid 1, van toepassing.</STRING></STRING>”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>23)</NO.P>in artikel 50 wordt lid 2 vervangen door:<CITATION><P>“2. 	Indien de betrokkene op een bepaald tijdstip niet of niet meer voldoet aan de voorwaarden van alle wetgevingen van de lidstaten die op hem of haar van toepassing zijn geweest, houden de organen die de wetgeving toepassen waarvan wel aan de voorwaarden is voldaan, bij de berekening overeenkomstig artikel 52, lid 1, punt b), geen rekening met de tijdvakken die zijn vervuld uit hoofde van de wetgevingen waarvan niet of niet meer aan de voorwaarden is voldaan, als dat resulteert in een lager bedrag aan uitkering.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>24)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het volgende artikel wordt ingevoegd:</STRING></STRING><CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“Artikel 60 bis</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bijzondere regels voor de samentelling van tijdvakken voor werkloosheidsuitkeringen</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Voor de toepassing van artikel 6 in de context van dit hoofdstuk worden door de bevoegde lidstaat alleen de tijdvakken samengeteld die uit hoofde van de wetgeving van de lidstaat waar zij zijn vervuld, in aanmerking komen voor het verkrijgen en behouden van het recht op een werkloosheidsuitkering.”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>25)</NO.P>de artikelen 61, 62 en 63 worden vervangen door:<CITATION><P>“Artikel 61</P><P>Bijzondere regels voor de samentelling van tijdvakken van verzekering, van werkzaamheden in loondienst of van werkzaamheden anders dan in loondienst en de bevoegdheid voor het uitbetalen van werkloosheidsuitkeringen</P><P><NO.P>1.</NO.P>Met uitzondering van de in artikel 65, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">leden 2, 3 en 5</STRING></STRING>, bedoelde volledig werklozen, wordt de toepassing van<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> de artikelen 6 en 60 bis</STRING></STRING> door de lidstaat van het meest recente tijdvak van verzekering, van werkzaamheden in loondienst of van werkzaamheden anders dan in loondienst, afhankelijk gesteld van de voorwaarde dat de betrokkene laatstelijk <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een ononderbroken</STRING></STRING> tijdvak van verzekering, van werkzaamheden in loondienst of van werkzaamheden anders dan in loondienst van ten minste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">één maand</STRING></STRING> heeft vervuld overeenkomstig de wetgeving van de lidstaat uit hoofde waarvan de uitkeringen worden aangevraagd.</P><P><NO.P>2.</NO.P>Als een werkloze <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">geen ononderbroken</STRING></STRING> tijdvak van verzekering, van werkzaamheden in loondienst of van werkzaamheden anders dan in loondienst <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van ten minste één maand heeft vervuld,</STRING></STRING> overeenkomstig de wetgeving van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de in lid 1 bedoelde</STRING></STRING> lidstaat, heeft die persoon recht op een werkloosheidsuitkering overeenkomstig de wetgeving van de vorige lidstaat waar hij of zij <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een tijdvak van verzekering, van werkzaamheden in loondienst of van werkzaamheden anders dan in loondienst</STRING></STRING> heeft vervuld<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, mits dat een ononderbroken tijdvak van ten minste één maand was. De lidstaat die op grond van dit lid bevoegd wordt, kent de werkloosheidsuitkeringen toe, na voor zover nodig de artikelen 6 en 60 bis te hebben toegepast, en overeenkomstig</STRING></STRING> artikel 64 bis.</P><P><NO.P>3.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien een werkloze in een van de in lid 1 of 2 van dit artikel genoemde lidstaten geen ononderbroken tijdvak van verzekering, van werkzaamheden in loondienst of van werkzaamheden anders dan in loondienst van ten minste één maand heeft vervuld, wordt de lidstaat van laatste verzekering, werkzaamheden in loondienst of werkzaamheden anders dan in loondienst, bevoegd en kent die</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de werkloosheidsuitkering toe</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">overeenkomstig zijn wetgeving, na voor zover nodig de artikelen 6 en 60 bis te hebben toegepast.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 62</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Berekening van de uitkering</STRING></STRING></P><P><NO.P>1.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het bevoegde orgaan van een lidstaat waarvan de wetgeving bepaalt dat voor de berekening van de uitkering wordt uitgegaan van het vroegere loon of beroepsinkomen, houdt uitsluitend rekening met het loon of het beroepsinkomen dat de betrokkene heeft genoten voor de laatste werkzaamheden, al dan niet in loondienst, die hij of zij uit hoofde van die wetgeving heeft verricht.</STRING></STRING></P><P><NO.P>2.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Lid 1 geldt ook indien de door het bevoegde orgaan toegepaste wetgeving voorziet in een specifieke referentieperiode voor de vaststelling van het loon of beroepsinkomen die als basis dient voor de berekening van de uitkering en waarbij de betrokkene gedurende de gehele periode of een gedeelte ervan onder de wetgeving van een andere lidstaat viel.</STRING></STRING></P><P><NO.P>3.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In afwijking van de leden 1 en 2 van dit artikel, houdt het orgaan van de lidstaat van de woonplaats voor de in artikel 65, lid 2, eerste en tweede alinea, bedoelde werklozen onder de voorwaarden en beperkingen van de door dat orgaan toegepaste wetgeving, rekening met het loon of het beroepsinkomen dat de betrokkene heeft genoten in de lidstaat aan de wetgeving waarvan hij of zij tijdens het verrichten van zijn laatste werkzaamheden, al dan niet in loondienst, onderworpen was, overeenkomstig de toepassingsverordening.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 63</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bijzondere bepalingen voor de opheffing van de bepalingen inzake de woonplaats</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Voor de toepassing van dit hoofdstuk geldt artikel 7 slechts in de gevallen bedoeld in de artikelen 64, 64 bis en 65 en binnen de daarin beschreven grenzen.”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>26)</NO.P>artikel 64 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>in lid 1 <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">wordt</STRING></STRING> punt c) vervangen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">door: </STRING></STRING><CITATION><P>“c) 	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de werkloze behoudt het recht op uitkering gedurende een tijdvak van zes maanden vanaf de datum waarop de werkloze niet langer ter beschikking stond van de diensten voor arbeidsvoorziening van de lidstaat die hij of zij heeft verlaten, zonder dat de totale duur waarover de uitkering wordt toegekend, de totale duur mag overschrijden waarin hij of zij uit hoofde van de wetgeving van die lidstaat recht op een uitkering heeft; de bevoegde diensten of organen kunnen de termijn van zes maanden verlengen tot het einde van de periode waarin die persoon recht heeft op een uitkering;”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>lid 3 <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">wordt</STRING></STRING> vervangen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">door:</STRING></STRING><CITATION><P>“3.	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Tenzij de wetgeving van de bevoegde lidstaat gunstiger is, bedraagt het totale tijdvak tussen twee tijdvakken van werkzaamheden in loondienst waarin een werkloze uit hoofde van lid 1 van dit artikel en artikel 64 bis zijn of haar recht op uitkeringen behoudt, zes maanden; die periode kan door de bevoegde diensten of het bevoegde orgaan worden verlengd tot het einde van de periode waarin de persoon recht heeft op een uitkering.”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>27)</NO.P>het volgende artikel wordt ingevoegd:<CITATION><P>“Artikel 64 bis</P><P>Bijzondere regels voor werklozen die naar een andere lidstaat verhuizen zonder te voldoen aan de voorwaarden vastgelegd in artikel 61, lid 1, en in artikel 64</P><P><NO.P>1.</NO.P>In de in artikel 61, lid 2, bedoelde <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">situatie</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kent</STRING></STRING> de lidstaat <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">die bevoegd wordt, overeenkomstig zijn wetgeving</STRING></STRING> de werkloosheidsuitkering toe gedurende de in artikel 64, lid 1, punt c), vastgestelde periode, als de werkloze zich ter beschikking stelt van de diensten voor arbeidsvoorziening van de lidstaat van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het meest recente tijdvak van</STRING></STRING> verzekering<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, van werkzaamheden in loondienst of van werkzaamheden anders dan in loondienst</STRING></STRING> en zich houdt aan de uit hoofde van de wetgeving van die lidstaat vastgestelde voorwaarden. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Inschrijving bij de diensten voor arbeidsvoorziening van de lidstaat van het meest recente tijdvak van verzekering, van werkzaamheden in loondienst of van werkzaamheden anders dan in loondienst heeft hetzelfde rechtsgevolg als de inschrijving bij de diensten voor arbeidsvoorziening van de bevoegde lidstaat. </STRING></STRING>Artikel 64, leden 2 tot en met 4, is van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">overeenkomstige</STRING></STRING> toepassing.</P><P><NO.P>2.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien de in lid 1 bedoelde werkloze werk wenst te zoeken in een andere lidstaat dan de lidstaat die bevoegd is voor de werkloosheidsuitkering of de lidstaat van het meest recente tijdvak van verzekering, van werkzaamheden in loondienst of van werkzaamheden anders dan in loondienst, is artikel 64 van overeenkomstige toepassing. Daartoe wordt artikel 64, lid 1, punt a), gelezen als een verwijzing naar de diensten voor arbeidsvoorziening van de lidstaat van het meest recente tijdvak van verzekering, van werkzaamheden in loondienst of van werkzaamheden anders dan in loondienst.”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>28)</NO.P>artikel 65 wordt vervangen door:<CITATION><P>“Artikel 65</P><P>Werklozen die in een andere lidstaat dan de bevoegde lidstaat woonden</P><P><NO.P>1.</NO.P>Een <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">persoon die volledig, gedeeltelijk of met tussenpozen</STRING></STRING> werkloos is en die tijdens het verrichten van zijn of haar laatste werkzaamheden, al dan niet in loondienst, in een andere dan de bevoegde lidstaat woonde, stelt zich ter beschikking van de ▌diensten voor arbeidsvoorziening van de bevoegde lidstaat<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, of, in het geval van personen die gedeeltelijk of met tussenpozen werkloos zijn, indien van toepassing, van de werkgever voor wie hij of zij beschikbaar blijft.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Die persoon ontvangt een uitkering overeenkomstig de wetgeving van de bevoegde lidstaat, alsof hij of zij in die lidstaat woonde, en is onderworpen aan de rechten en plichten die door die wetgeving zijn vastgelegd. Die uitkering wordt door het orgaan van de bevoegde lidstaat verstrekt.</STRING></STRING></P><P><NO.P>2.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">In afwijking van lid 1 stelt een volledig werkloze ▌zich ter beschikking van ▌de diensten voor arbeidsvoorziening <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in</STRING></STRING> de lidstaat van de woonplaats<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, mits: </STRING></STRING></INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">die persoon tijdens het verrichten van zijn of haar laatste werkzaamheden, al dan niet in loondienst, in een andere lidstaat woonde dan de bevoegde lidstaat; </STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">die persoon blijft wonen in of is teruggekeerd naar de lidstaat van de woonplaats, en</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">die persoon niet een ononderbroken tijdvak van verzekering, van werkzaamheden in loondienst of van werkzaamheden anders dan in loondienst van 22 weken uitsluitend uit hoofde van de wetgeving van de bevoegde lidstaat heeft vervuld.</STRING></STRING></ITEM></LIST></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De in de eerste alinea bedoelde volledig werkloze ontvangt een uitkering overeenkomstig de wetgeving van de lidstaat van de woonplaats, alsof hij of zij alle tijdvakken van verzekering, van werkzaamheden in loondienst of van werkzaamheden anders dan in loondienst uit hoofde van de wetgeving van die lidstaat had vervuld. Die uitkering wordt verstrekt door het orgaan van de lidstaat van de woonplaats.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Een in dit lid bedoelde volledig werkloze die recht zou hebben op een werkloosheidsuitkering uitsluitend uit hoofde van de nationale wetgeving van de bevoegde lidstaat zonder de toepassing van artikel 6 van deze verordening, kan zich, bij wijze van alternatief, ter beschikking stellen van de diensten voor arbeidsvoorziening van die lidstaat en ontvangt een uitkering overeenkomstig de wetgeving van die lidstaat alsof hij of zij daar woonde.</STRING></STRING></P><P><NO.P>3.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Lid 2 van dit artikel is niet van toepassing op een volledig werkloze die tijdens het verrichten van zijn of haar laatste werkzaamheden alvorens werkloos te worden, tijdvakken van verzekering voor werkzaamheden anders dan in loondienst of tijdvakken van anders dan in loondienst verrichte werkzaamheden heeft vervuld die zijn erkend met het oog op het recht op een werkloosheidsuitkering in een andere lidstaat dan de lidstaat waar hij of zij woont, en van wie de lidstaat van de woonplaats op grond van artikel 9 een kennisgeving heeft ingediend waarin wordt verklaard dat geen enkele categorie personen die werkzaamheden anders dan in loondienst verrichten, gedekt is door een stelsel van werkloosheidsuitkeringen van die lidstaat.</STRING></STRING></P><P><NO.P>4.</NO.P>Als een in lid 1<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, in de derde alinea van lid 2, of in lid 3 van dit artikel</STRING></STRING> bedoelde volledig werkloze zich niet of niet langer ter beschikking wenst te stellen van de diensten voor arbeidsvoorziening van de bevoegde lidstaat, na zich daar eerder te hebben ingeschreven, en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">besluit</STRING></STRING> werk te zoeken in de lidstaat van de woonplaats, is artikel 64<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met uitzondering van lid 1, punt a),</STRING></STRING> van overeenkomstige toepassing.</P><P><NO.P>5.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien een in lid 4 bedoelde volledig werkloze besluit werk te zoeken in de lidstaat van de woonplaats en hij of zij eerder tijdvakken van verzekering, van werkzaamheden in loondienst of van werkzaamheden anders dan in loondienst heeft vervuld uit hoofde van de wetgeving van die lidstaat, samengeteld met tijdvakken die vervuld zijn in de lidstaat waar hij of zij het laatst werkzaamheden heeft verricht en in andere lidstaten waar hij of zij eerder werkzaamheden heeft verricht, kan hij of zij na afloop van het tijdvak waarin hij of zij op grond van lid 4 een werkloosheidsuitkering ontvangt van het orgaan van de bevoegde lidstaat, aanspraak maken op een werkloosheidsuitkering uit hoofde van de wetgeving van de lidstaat van de woonplaats alsof hij of zij alle tijdvakken in die lidstaat had vervuld. Het bevoegde orgaan van de lidstaat van de woonplaats verstrekt een werkloosheidsuitkering overeenkomstig de wetgeving van die lidstaat. Het tijdvak waarin de werkloze uit hoofde van de wetgeving van de bevoegde lidstaat een uitkering heeft ontvangen, wordt in mindering gebracht op het overeenkomstige tijdvak waarin uit hoofde van de wetgeving van de lidstaat van de woonplaats recht op een uitkering bestaat.</STRING></STRING></P><P><NO.P>6.</NO.P>Een in dit artikel bedoelde volledig werkloze die zich ter beschikking stelt van de diensten voor arbeidsvoorziening van de lidstaat die de uitkering uit hoofde van lid 1 of lid 2 verstrekt, kan zich ▌ aanvullend ter beschikking stellen van de diensten voor arbeidsvoorziening van de bevoegde lidstaat <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of de lidstaat van de woonplaats.”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>29)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">artikel 65 bis wordt geschrapt;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>30)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">artikel 68 wordt als volgt gewijzigd:</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">lid 2 wordt vervangen door:</STRING></STRING><CITATION><P>“<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">2.	Bij samenloop van rechten worden de gezinsbijslagen toegekend overeenkomstig de wetgeving die volgens lid 1 als prioritair is aangemerkt. De rechten op gezinsbijslagen die verschuldigd zijn krachtens andere betrokken wetgeving, worden geschorst tot aan het bedrag dat bij de wetgeving van de eerste lidstaat is vastgesteld voor soortgelijke uitkeringen, en zo nodig wordt het deel dat dat bedrag overschrijdt, uitbetaald in de vorm van een aanvullende toeslag. Die aanvullende toeslag hoeft echter niet te worden uitgekeerd voor kinderen die in een andere lidstaat wonen, indien het recht op de uitkering in kwestie alleen op woonplaats gebaseerd is.</STRING></STRING></P><P><NO.P>2 bis.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0"><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Voor de berekening van de aanvullende toeslag voor gezinsbijslagen uit hoofde van lid 2 zijn er twee categorieën van soortgelijke uitkeringen: </STRING></STRING></INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gezinsuitkeringen die in de eerste plaats bedoeld zijn ter vervanging van gederfd inkomen, volledig of gedeeltelijk, of van inkomen dat de persoon niet kan verdienen wegens het opvoeden van kinderen; en</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">andere gezinsbijslagen dan die bedoeld in punt a).”;</STRING></STRING></ITEM></LIST></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>31)</NO.P>het volgende artikel wordt ingevoegd:<CITATION><P>“Artikel 68 ter</P><P>Bijzondere <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bepaling</STRING></STRING> voor gezinsuitkeringen die bedoeld zijn ter vervanging van inkomen gedurende <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het tijdvak waarin kinderen worden opgevoed</STRING></STRING></P><P><NO.P>1.</NO.P>	In deel <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">I</STRING></STRING> van bijlage XIII <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bij deze verordening</STRING></STRING> vermelde gezinsbijslagen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, zoals bedoeld in artikel 68, lid 2 bis, punt a) van deze verordening,</STRING></STRING> worden <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">uit hoofde van de wetgeving van de bevoegde lidstaat</STRING></STRING> alleen aan de persoon op wie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">die</STRING></STRING> wetgeving ▌ van toepassing is, toegekend. Er geldt geen afgeleid recht ▌op dergelijke uitkeringen. Artikel 68 bis van deze verordening is niet van toepassing op dergelijke uitkeringen en het bevoegde orgaan is niet verplicht rekening te houden met een op grond van artikel 60, lid 1, van de toepassingsverordening ingediende aanvraag door de andere ouder, een voogd of een orgaan dat de voogdij over het kind of de kinderen uitoefent.</P><P><NO.P>2.</NO.P>	In afwijking van artikel 68, lid 2, kan een lidstaat bij samenloop van rechten uit hoofde van andere betrokken wetgeving een in lid 1 van dit artikel bedoelde gezinsbijslag volledig aan een begunstigde toekennen, ongeacht het bij de eerste wetgeving vastgestelde bedrag. Lidstaten die een dergelijke afwijking toepassen, worden in deel 2 van bijlage XIII vermeld met een verwijzing naar de gezinsbijslag waarop de afwijking van toepassing is.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>32)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in artikel 72 wordt het volgende punt ingevoegd:</STRING></STRING><CITATION><P>“<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">e bis)	indien de Commissie daarom verzoekt, advies uit te brengen in een vroeg stadium van de voorbereiding van de in artikel 88 ter van deze verordening en in artikel 86 bis van de toepassingsverordening bedoelde uitvoeringshandelingen en aan de Commissie ter zake dienende voorstellen te doen met het oog op de herziening van die uitvoeringshandelingen;”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>33)</NO.P>het volgende artikel wordt ingevoegd in “Titel V DIVERSE BEPALINGEN”:<CITATION><P>“Artikel 75 bis</P><P>Verplichting van de bevoegde autoriteiten</P><P><NO.P>1.</NO.P>De bevoegde autoriteiten zorgen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">er in overeenstemming met hun nationale recht en nationale praktijken voor</STRING></STRING> dat <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de betrokken</STRING></STRING> organen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">op de hoogte zijn van</STRING></STRING> alle wettelijke en andere bepalingen, met inbegrip van de besluiten van de Administratieve Commissie, op de gebieden en overeenkomstig de voorwaarden van deze verordening en van de toepassingsverordening, en die toepassen ▌.</P><P><NO.P>2.</NO.P>	Met het oog op de correcte vaststelling van de toepasselijke wetgeving bevorderen de bevoegde autoriteiten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">waar passend</STRING></STRING> de samenwerking tussen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">hun</STRING></STRING> organen en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">andere betrokken diensten, zoals</STRING></STRING> arbeidsinspecties<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> in hun lidstaten.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>34)</NO.P>artikel 86 wordt geschrapt, onverminderd artikel 91, vierde en vijfde alinea;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>35)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in artikel 87 bis wordt lid 2 geschrapt;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>36)</NO.P>het volgende artikel wordt ingevoegd:<CITATION><P>“Artikel 87 ter</P><P>Overgangsbepaling betreffende de bepalingen als bedoeld in artikel 91 van deze verordening en in artikel 97 van de toepassingsverordening</P><P><NO.P>1.</NO.P>	Aan de in artikel 91, derde alinea, van deze verordening of in artikel 97, tweede alinea, van de toepassingsverordening bedoelde bepalingen kunnen geen rechten worden ontleend vóór <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de daarin bedoelde relevante datums</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van toepassing</STRING></STRING>.</P><P><NO.P>2.</NO.P>	Voor de vaststelling van de op grond van artikel 91, derde, vierde en vijfde alinea, van deze verordening en artikel 97, tweede, derde en vierde alinea, van de toepassingsverordening ontleende rechten wordt door de betrokken lidstaat rekening gehouden met alle tijdvakken van verzekering en, indien passend, alle tijdvakken van werkzaamheden in loondienst of van werkzaamheden anders dan in loondienst, of alle tijdvakken van wonen, die uit hoofde van de wetgeving van een lidstaat vóór de relevante in die bepalingen vervatte <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">datums van toepassing </STRING></STRING>zijn vervuld.</P><P><NO.P>3.</NO.P>	Met inachtneming van lid 1 van dit artikel kunnen op grond van de bepalingen als bedoeld in artikel 91, derde alinea, van deze verordening en in artikel 97, tweede alinea, van de toepassingsverordening ook rechten ontstaan zelfs indien zij verband houden met een gebeurtenis die vóór de datum van toepassing van die bepalingen in de betrokken lidstaat heeft plaatsgevonden.</P><P><NO.P>4.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien op een persoon op grond van titel II van deze verordening wetgeving van een andere lidstaat van toepassing is dan de wetgeving die op hem of haar van toepassing was vóór … [datum van toepassing van de wijzigingen die werden ingevoerd bij deze wijzigingsverordening], blijft de wetgeving die van toepassing was vóór die datum van toepassing gedurende een overgangsperiode zolang de situatie onveranderd blijft. Die overgangsperiode eindigt in elk geval op … [tien jaar na de datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening].</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De betrokken persoon kan verzoeken dat de overgangsperiode niet langer op hem of haar van toepassing is. Die aanvraag wordt ingediend bij het door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van de woonplaats aangewezen orgaan. Aanvragen die op of vóór … [27 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening] worden ingediend, worden geacht ingediend te zijn op … [24 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening]. Verzoeken die na ... [27 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening] worden ingediend, worden geacht ingediend te zijn op de eerste dag van de maand volgend op de datum van indiening ervan. </STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Dit lid is niet van toepassing op artikel 12. Artikel 12, in de versie die van kracht was vóór ... [datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening], blijft van toepassing op werknemers die zijn uitgezonden naar of personen die werkzaamheden anders dan in loondienst verrichten en die vergelijkbare werkzaamheden verrichten in een andere lidstaat vóór … [24 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening].</STRING></STRING></P><P><NO.P>5.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Titel III, hoofdstuk 1, in de versie die van kracht was vóór … [datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening], blijft van toepassing op prestaties bij langdurige zorg waarvoor de aanvragen werden ingediend vóór … [24 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening].</STRING></STRING></P><P><NO.P>6.</NO.P>Titel III, hoofdstuk 6, in de versie die van kracht was vóór ... [datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening], blijft van toepassing op werkloosheidsuitkeringen waarvoor aanvragen werden ingediend vóór de relevante datum van toepassing zoals vastgesteld in artikel 91, derde, vierde en vijfde alinea.</P><P><NO.P>7.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Titel III, hoofdstuk 8, in de versie die van kracht was vóór … [datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening], blijft van toepassing op gezinsbijslagen voor kinderen die zijn geboren vóór … [24 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening].”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>37)</NO.P>artikel 88 wordt vervangen door:<CITATION><P>“Artikel 88</P><P>Delegeren van de bevoegdheid om de bijlagen te wijzigen</P><P>De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 88 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de bijlagen bij deze verordening en bij de toepassingsverordening periodiek te wijzigen op verzoek van de Administratieve Commissie.</P><P>Artikel 88 bis</P><P>Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie</P><P><NO.P>1.</NO.P>	De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel vastgestelde voorwaarden.</P><P><NO.P>2.</NO.P>	De in artikel 88 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van … [datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening].</P><P><NO.P>3.</NO.P>	Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 88 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds in werking getreden gedelegeerde handelingen onverlet.</P><P><NO.P>4.</NO.P>	Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven.</P><P><NO.P>5.</NO.P>	Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.</P><P><NO.P>6.</NO.P>	Een op grond van artikel 88 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>38)</NO.P>de volgende artikelen worden ingevoegd:<CITATION><P>“Artikel 88 ter</P><P>Bevoegdheid om uitvoeringshandelingen vast te stellen</P><P><NO.P>1.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast tot nadere bepaling van de procedure, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">waar passend met inbegrip van termijnen,</STRING></STRING> die moet worden gevolgd om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> titel II</STRING></STRING> van deze verordening <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en van de overeenkomstige procedures in de toepassingsverordening</STRING></STRING>. Bij die <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">uitvoeringshandelingen</STRING></STRING> worden <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">standaardprocedures</STRING></STRING> vastgelegd <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voor:</STRING></STRING></INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>de afgifte, vorm en inhoud van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">verklaringen</STRING></STRING> waarin officieel wordt vermeld welke socialezekerheidswetgeving op de houder ervan van toepassing is, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">alsook de automatische ontvangstbevestiging van de aanvraag van dergelijke verklaringen, met vermelding van de datum van afgifte en de informatie in de aanvraag;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>de elementen die gecontroleerd moeten worden voordat de verklaringen kunnen worden afgegeven<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, ingetrokken of gecorrigeerd;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL>de intrekking <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of correctie</STRING></STRING> van de verklaringen door het orgaan <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van afgifte overeenkomstig de procedure die beschreven wordt in de toepassingsverordening</STRING></STRING>.</ITEM></LIST></P><P><NO.P>2.</NO.P>Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">88 quater, lid 2</STRING></STRING>, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.</P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 88 quater</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Comitéprocedure</STRING></STRING></P><P><NO.P>1.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie wordt bijgestaan door een comité. Het comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.</STRING></STRING></P><P><NO.P>2.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Wanneer naar dit artikel wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.</STRING></STRING>”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>39)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">artikel 91 wordt vervangen door:</STRING></STRING><CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“Artikel 91</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Inwerkingtreding en toepassing</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Zij is van toepassing vanaf 1 mei 2010.</STRING></STRING></P><P><LIST LEVEL="1" TYPE="ARAB"><INT.LI LEVEL="0">Niettegenstaande de tweede alinea, gelden de volgende datums van toepassing:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>1)</SYMBOL>de volgende bepalingen, in de versie die in werking treedt op … [datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening] zijn van toepassing vanaf die datum:</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>artikel 11, lid 5;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>artikel 50, lid 2;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL>artikel 72, punt e bis);</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>d)</SYMBOL>de artikelen 75 bis en 86;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>e)</SYMBOL>artikel 87 bis, lid 2;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>f)</SYMBOL>de artikelen 87 ter, 88, 88 bis, 88 ter en 88 quater;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>g)</SYMBOL>de bijlagen I, II, III, IV, VI, VIII, IX, X en XI.</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>2)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de volgende bepalingen, in de versie die in werking treedt op ... [datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening], zijn van toepassing vanaf ... [24 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening]:</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">artikel 1, punt i), 1), ii), punt v bis), i), punt v bis), i bis), en punt v ter); </STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">artikel 3, lid 1, punt a); </STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">artikel 9, lid 1;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>d)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">artikel 11, lid 2;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>e)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">artikel 12;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>f)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">artikel 13, leden 4 bis en 5;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>g)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">artikel 19, lid 1;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>h)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">artikel 20, lid 1;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>i)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">artikel 30;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>j)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">artikel 32, lid 3;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>k)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de artikelen 33 bis, 34, 60 bis, 61, 62 en 63;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>l)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">artikel 64, lid 1, punt c), en artikel 64, lid 3;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>m)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de artikelen 64 bis, 65 en 65 bis;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>n)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">artikel 68, leden 2 en 2 bis;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>o)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">artikel 68 ter;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>p)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de bijlagen XII en XIII.</STRING></STRING></ITEM></LIST></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Niettegenstaande de derde alinea van dit artikel, met betrekking tot personen voor wie gedurende hun laatste werkzaamheden in loondienst of werkzaamheden anders dan in loondienst Luxemburg de bevoegde lidstaat was, zijn de artikelen 65, 65 bis en 86, in de versie die van kracht was vóór ... [datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening] van toepassing tot en met ... [vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening].</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Luxemburg kan de Commissie ervan in kennis stellen dat het noodzakelijk is de in de vierde alinea bedoelde termijn te verlengen tot en met … [zeven jaar na de datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening]. Een dergelijke kennisgeving van verlenging wordt binnen een redelijke termijn vóór het einde van de in de vierde alinea bedoelde termijn gedaan. Die kennisgeving wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>40)</NO.P>de bijlagen bij Verordening (EG) nr. 883/2004 worden gewijzigd overeenkomstig bijlage I bij deze verordening.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 2</TI.ART><PARAG>Verordening (EG) nr. 987/2009 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>1)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de volgende overweging wordt ingevoegd:</STRING></STRING><CITATION><P>“<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">(12 bis)	Indien een persoon in twee of meer lidstaten werkzaamheden verricht, moet met het oog op de vaststelling van de zetel of het domicilie van een onderneming rekening worden gehouden met een reeks factoren om te bepalen waar de essentiële beslissingen van de onderneming worden genomen en waar de centrale bestuurstaken worden uitgeoefend. Voorbeelden van dergelijke factoren zijn de omzet, de plaatsen waar haar algemene vergaderingen worden gehouden en het gewoonlijke karakter van de verrichte werkzaamheden. De lijst van voorbeelden van dergelijke factoren is niet uitputtend en andere factoren kunnen relevant zijn voor het bepalen van de zetel of het domicilie van een onderneming, in het kader van een algemene beoordeling, waarbij naar behoren rekening wordt gehouden met elke relevante factor naargelang de omstandigheden van het geval.”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de volgende overwegingen worden ingevoegd:</STRING></STRING><CITATION><P><LIST LEVEL="1" TYPE="ARAB"><INT.LI LEVEL="0">“<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">(13 bis)	Indien een werknemer of een persoon die werkzaamheden anders dan in loondienst verricht, zijn of haar werkzaamheden verricht in een andere lidstaat dan de op grond van artikel 12 van de basisverordening bevoegde lidstaat, moet het bevoegde orgaan van de lidstaat waarvan de wetgeving van toepassing is, daarvan vooraf in kennis worden gesteld en moet een verklaring zoals bedoeld in artikel 19, lid 2, van deze verordening worden aangevraagd. Het verstrekken van informatie voorafgaand aan de uitoefening van de werkzaamheden stelt de bevoegde organen in staat de situatie van de betrokkenen vooraf te beoordelen en van meet af aan te zorgen voor de correcte vaststelling en toepassing van de socialezekerheidswetgeving die op grond van titel II van de basisverordening van toepassing is, waardoor de uitoefening van het vrije verkeer van werknemers en het vrij verrichten van diensten wordt vergemakkelijkt en de rechtszekerheid met betrekking tot de socialezekerheidsdekking van de betrokkene wordt vergroot. Het maakt ook een betere coördinatie tussen de nationale autoriteiten mogelijk, met inbegrip van de planning van controles. Indien dat gerechtvaardigd is op basis van de aard of de duur van de activiteit, is het passend te bepalen dat het verstrekken van dergelijke voorafgaande informatie, en met name de verplichting om een dergelijke verklaring aan te vragen, niet van toepassing mag zijn op zakenreizen of activiteiten met een totale duur van niet meer dan drie opeenvolgende dagen werk binnen een periode van dertig opeenvolgende dagen.</STRING></STRING></INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>(13 ter)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Activiteiten in de bouwsector vertonen specifieke kenmerken die hen onderscheiden van activiteiten in andere economische sectoren. Het grote aantal gedetacheerde werknemers in de bouwsector vormt een groot deel van de PDA1’s die uit hoofde van artikel 12 van de basisverordening worden afgegeven, en uit de beschikbare analyses blijkt dat fraude, onregelmatigheden of misbruikpraktijken vaak met betrekking tot die activiteiten worden opgespoord. Uit de beschikbare gegevens blijkt ook dat zowel het aantal arbeidsongevallen, met inbegrip van dodelijke ongevallen, als de frequentie van arbeidsongevallen bijzonder hoog is in de bouwsector. De combinatie van die kenmerken betekent dat het vrijstellen van werkzaamheden in de bouwsector van de verplichting om het bevoegde orgaan vooraf in kennis te stellen en de verklaring betreffende de toepasselijke wetgeving aan te vragen in het geval van werkzaamheden die maximaal drie dagen duren, de verwezenlijking van de doelstellingen van de basisverordening en van deze verordening in gevaar kan brengen. Bovendien draagt het behouden van die verplichting voor activiteiten in de bouwsector bij tot de handhavingswerkzaamheden van de nationale arbeidsinspecties of andere bevoegde autoriteiten, die gebruik zullen maken van de gegevens die worden gegenereerd om risicobeoordelingen uit te voeren en frauduleuze of onrechtmatige praktijken doeltreffend op te sporen.</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>(13 quater)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Om de correcte toepassing van deze verordening te waarborgen, is het van het grootste belang ervoor te zorgen dat de verplichting om het bevoegde orgaan vooraf in kennis te stellen en de verklaring betreffende de toepasselijke wetgeving aan te vragen wordt nageleefd. Daartoe kunnen de lidstaten overeenkomstig het nationale recht evenredige maatregelen nemen tegen de werkgever of, in het geval van een persoon die geen werkzaamheden in loondienst verricht, tegen de betrokkene die verzuimt te voldoen aan die verplichtingen. </STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>(13 quinquies)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Om werkzoekenden te helpen bij het vinden van werk moeten de lidstaten, rekening houdend met de omstandigheden in de grensregio’s, leden en partners van het Europees netwerk van diensten voor arbeidsvoorziening (Eures) aanmoedigen om deel te nemen aan specifieke samenwerkings- en dienstenstructuren, en waarborgen dat werkzoekenden die in een andere lidstaat dan de bevoegde lidstaat wonen toegang hebben tot de in grensoverschrijdende regio’s verleende ondersteunende diensten.</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>(13 sexies)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Wanneer een werkloze die een werkloosheidsuitkering ontvangt, besluit naar een andere lidstaat te gaan om daar werk te zoeken, moeten de lidstaat die de uitkering betaalt en de lidstaat waar de betrokkene werk gaat zoeken de betrokkene informeren over de ondersteunende diensten die door Eures worden verleend, onder meer via zijn portaal, en over de mogelijkheid om zich bij Eures in te schrijven om zijn of haar kansen op het vinden van werk in de andere lidstaat te vergroten. De lidstaat die de uitkering betaalt, kan overwegen de betrokkene richtsnoeren te verstrekken om zich bij Eures te registreren.”;</STRING></STRING></ITEM></LIST></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3)</NO.P>de volgende overweging wordt ingevoegd:<CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“(18 bis)	</STRING></STRING>Er zijn bepaalde specifieke regels en procedures nodig voor de vergoeding van de door de lidstaat van de woonplaats gemaakte kosten van prestaties, wanneer de betrokkenen in een andere lidstaat verzekerd zijn. Lidstaten die op basis van vaste bedragen terugbetaling van de kosten van verstrekkingen vorderen, moeten de gemiddelde jaarlijkse kosten per persoon binnen een bepaalde termijn meedelen, zodat de kosten zo snel mogelijk kunnen worden vergoed.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4)</NO.P>overweging 19 wordt vervangen door:<CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“(19)	</STRING></STRING>Met het oog op een effectievere invordering en een vlotter functioneren van de socialezekerheidsstelsels moeten de procedures inzake de wederzijdse hulp tussen organen bij de invordering van schuldvorderingen op het gebied van de sociale zekerheid worden versterkt. Een effectieve invordering is ook een middel om misbruik en fraude te voorkomen en te bestrijden en de duurzaamheid van de socialezekerheidsstelsels te waarborgen. Dat houdt in dat op basis van een aantal bestaande bepalingen van Richtlijn 2010/24/EU van de Raad* nieuwe procedures worden vastgesteld, met name door de vaststelling van een uniforme titel voor executiemaatregelen en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de vaststelling van</STRING></STRING> standaardprocedures voor verzoeken om wederzijdse bijstand en de notificatie van akten en maatregelen met betrekking tot de invordering van schuldvorderingen op het gebied van de sociale zekerheid.</P><P>_______________</P><P>*	Richtlijn 2010/24/EU van de Raad van 16 maart 2010 betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit belastingen, rechten en andere maatregelen (PB L 84 van 31.3.2010, blz. 1, ELI: <STRING UNDERLINE="on">http://data.europa.eu/eli/dir/2010/24/oj</STRING>).”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5)</NO.P>de volgende overwegingen worden toegevoegd:<CITATION><P><LIST LEVEL="1" TYPE="ARAB"><INT.LI LEVEL="0">“(25)<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">	De</STRING></STRING> actie ter bestrijding van fraude en fouten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">maakt deel</STRING></STRING> uit van de correcte uitvoering van Verordening (EG) nr. 883/2004 en deze verordening. Daarom is het in het belang van de rechtszekerheid dat deze verordening een duidelijke rechtsgrond bevat op basis waarvan de bevoegde organen persoonsgegevens met betrekking tot personen van wie de rechten en plichten uit hoofde van Verordening (EG) nr. 883/2004 en deze verordening reeds zijn vastgesteld <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of op wie die verordeningen van toepassing zijn</STRING></STRING>, met de relevante autoriteiten in andere lidstaten kunnen uitwisselen om fraude en fouten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">te voorkomen of</STRING></STRING> op te sporen in het kader van de correcte uitvoering van die verordeningen. Ook moet worden <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gewaarborgd dat dergelijke uitwisselingen geschieden overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad*. Daarnaast moeten Verordening (EG) nr. 883/2004 en deze verordening, met het oog op het bestrijden van fraude en fouten en het bieden van accurate en efficiënte dienstverlening voor mobiele burgers, een duidelijke rechtsgrond bevatten, zodat de lidstaten informatie kunnen uitwisselen met elkaar, hetzij op individueel niveau betreffende individuele gevallen, hetzij op algemeen niveau met koppeling van gegevens.</STRING></STRING></INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>(26)</SYMBOL>Ter bescherming van de rechten van de betrokkenen moeten de lidstaten ervoor zorgen dat alle verzoeken om gegevens en alle antwoorden noodzakelijk en proportioneel zijn voor de correcte uitvoering van Verordening (EG) nr. 883/2004 en deze verordening.</ITEM></LIST></P><P>_____________</P><P>*	Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1, ELI: <STRING UNDERLINE="on">http://data.europa.eu/eli/reg/2016/679/oj</STRING>).”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6)</NO.P>in artikel 1, lid 2, worden de volgende <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">punten</STRING></STRING> ingevoegd:<CITATION><P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">“<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">e bis)	</STRING></STRING>“fraude”: elk opzettelijk handelen of elk opzettelijk nalaten dat tot doel heeft socialezekerheidsprestaties te verwerven of te ontvangen of de betaling van socialezekerheidsbijdragen te <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ontlopen</STRING></STRING>, en dat in strijd is met het recht van<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> de betrokken</STRING></STRING> lidstaat<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met de basisverordening of met de toepassingsverordening</STRING></STRING>;</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>e ter)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“zakenreis”: een tijdelijke activiteit, al dan niet in loondienst verricht, die in de tijd beperkt is en verband houdt met de zakelijke belangen van de werkgever of, in het geval van niet in loondienst verrichte activiteiten, de betrokkene, met uitzondering van de verlening van diensten of de levering van goederen, maar met inbegrip van het bijwonen van zakelijke bijeenkomsten, culturele en wetenschappelijke evenementen, conferenties en seminars, zoals die in verband met academisch onderzoek, of het volgen van opleidingen;</STRING></STRING>”;</ITEM></LIST></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7)</NO.P>artikel 2 <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">wordt als volgt gewijzigd</STRING></STRING>:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het volgende lid wordt ingevoegd:</STRING></STRING><CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“2 bis.	De organen wisselen ook gegevens uit die nodig zijn voor het opsporen van wijzigingen in de omstandigheden die van belang zijn voor de rechten en plichten van degenen op wie de basisverordening van toepassing is, en voor het detecteren van onjuistheden in de gegevens waarop die rechten gebaseerd zijn. Die gegevens kunnen worden geverifieerd door ze te vergelijken met die van het orgaan van de andere betrokken lidstaat, waarbij gebruik kan worden gemaakt van elektronische uitwisseling van gegevens of toegang tot de databank van het andere orgaan. Een dergelijke verificatie kan betrekking hebben op individuele gevallen of kan worden gebruikt om de gegevens over meerdere personen tegelijkertijd te vergelijken. Een verzoek om informatie en het eventuele antwoord op dat verzoek moeten noodzakelijk en proportioneel zijn.”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de volgende leden worden toegevoegd:</STRING></STRING><CITATION><P>“5.	De Administratieve Commissie stelt een <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">indicatieve</STRING></STRING> lijst op van de soorten ▌gegevens die aan de gegevensuitwisseling uit hoofde van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">lid 2 bis onderworpen zijn.</STRING></STRING> De Commissie geeft de nodige bekendheid aan die lijst. ▌</P><P><NO.P>6.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De uitwisseling van gegevens uit hoofde van lid 2 bis</STRING></STRING> moet in overeenstemming zijn met Verordening (EU) 2016/679<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">, overeenkomstig artikel 77 van de basisverordening.▌</STRING></FIELD></FOOTNOTE><STRING SUPERSCRIPT="on">, overeenkomstig artikel 77 van de basisverordening.</STRING>▌, overeenkomstig artikel 77 van de basisverordening. ▌<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Waar nodig bepaalt de Administratieve Commissie welke entiteiten het recht moeten krijgen dergelijke uitwisselingen te verrichten.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Alle besluiten die worden genomen op basis van gegevens die voortvloeien uit dergelijke uitwisselingen van gegevens, moeten gebaseerd zijn op voldoende bewijs en onderworpen zijn aan effectieve rechtsmiddelen.</STRING></STRING>”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8)</NO.P>in artikel 3 wordt lid 3 <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">geschrapt;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>9)</NO.P>in artikel 5 <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">worden de leden 2, 3 en 4</STRING></STRING> vervangen door:<CITATION><P>“<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">2.	Het orgaan van de lidstaat dat het document ontvangt, stelt het orgaan van afgifte onverwijld in kennis wanneer niet alle verplichte informatie is verstrekt. Het orgaan van afgifte corrigeert het document zo spoedig mogelijk of bevestigt dat niet aan de voorwaarden voor afgifte van het document is voldaan. Indien de ontbrekende verplichte informatie niet binnen dertig werkdagen wordt verstrekt, kan het orgaan van de lidstaat dat het document ontvangt, te werk gaan alsof het document nooit was afgegeven. In dat geval stelt dat orgaan het orgaan van afgifte daarvan in kennis.</STRING></STRING></P><P><NO.P>3.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Onverminderd artikel 19 bis,</STRING></STRING> richt het orgaan van de lidstaat dat het document ontvangt, bij twijfel over de geldigheid van een document of de juistheid van de feiten waarop <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het document</STRING></STRING> gebaseerd <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">is</STRING></STRING> een verzoek tot het orgaan van afgifte om opheldering en eventueel om intrekking <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of correctie</STRING></STRING> van het document.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Het orgaan van afgifte heroverweegt de gronden voor de afgifte van het document en, indien noodzakelijk, de intrekking of correctie van het document.</STRING></STRING></P><P><NO.P>4.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bij twijfel over de door de betrokkenen verstrekte informatie, de geldigheid van een document of ondersteunend bewijs of de juistheid van de feiten waarop het document gebaseerd is, verifieert elk betrokken orgaan, voor zover mogelijk, die informatie of dat document op verzoek van het bevoegde orgaan.</STRING></STRING></P><P><NO.P>5.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien de betrokken organen het niet eens worden, kunnen de bevoegde autoriteiten het geval aan de Administratieve Commissie voorleggen, zulks op zijn vroegst één maand na de datum waarop het orgaan dat het document heeft ontvangen, zijn verzoek heeft ingediend. De Administratieve Commissie tracht binnen zes maanden na de datum waarop de zaak aan haar is voorgelegd, de standpunten nader tot elkaar te brengen. </STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Om de verschillende standpunten nader tot elkaar te brengen, kan de Administratieve Commissie op grond van artikel 72, punt a), van de basisverordening een besluit nemen over de uitleg van de desbetreffende bepalingen van de basisverordening of de toepassingsverordening. De betrokken bevoegde autoriteiten en organen treffen de noodzakelijke maatregelen om een dergelijk besluit toe te passen, onverminderd het recht van de autoriteiten, de organen en de betrokkenen om gebruik te maken van de rechtsmiddelen, respectievelijk zich te wenden tot de rechterlijke instanties, zoals bepaald in de wetgeving van de lidstaten, de toepassingsverordening of het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>10)</NO.P>artikel 14 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>lid 1 wordt vervangen door:<CITATION><P>“1. Voor de toepassing van artikel 12, lid 1, van de basisverordening slaat degene “die werkzaamheden in loondienst verricht in een lidstaat voor rekening van een werkgever die daar zijn of haar werkzaamheden normaliter verricht, en die door die werkgever naar een andere lidstaat wordt uitgezonden” ook op een persoon die is aangenomen met het oog op uitzending naar een andere lidstaat, op voorwaarde dat de betrokkene, voor een <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">periode van ten minste drie maanden</STRING></STRING> onmiddellijk vóór het begin van zijn of haar werkzaamheden in loondienst, reeds onderworpen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">was</STRING></STRING> aan de wetgeving van de lidstaat waar <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de werkgever gevestigd is</STRING></STRING>.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>	het volgende <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">lid wordt ingevoegd</STRING></STRING>:<CITATION><P>“<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">1 bis.	Nadat een persoon op grond van artikel 12, lid 1 of 2, van de basisverordening gedurende in totaal 24 maanden werkzaamheden, al dan niet in loondienst, in een andere lidstaat heeft verricht, met onderbrekingen van niet meer dan twee maanden, is artikel 12, lid 1 of 2, van de basisverordening niet van toepassing op die persoon met betrekking tot die lidstaat totdat ten minste twee maanden zijn verstreken na het einde van de vorige periode van werkzaamheden daar. In specifieke omstandigheden mag op grond van artikel 16, lid 1, van de basisverordening een afwijking worden verleend.</STRING></STRING>”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">lid 3 wordt vervangen door:</STRING></STRING><CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“3.	Voor de toepassing van artikel 12, lid 2, van de basisverordening verwijzen de woorden “die werkzaamheden anders dan in loondienst pleegt te verrichten” naar degene die gewoonlijk substantiële werkzaamheden verricht op het grondgebied van de lidstaat waar hij of zij gevestigd is. Met name moet die persoon zijn of haar werkzaamheden reeds voor een periode van ten minste drie maanden hebben uitgeoefend voor de datum waarop hij of zij een beroep wenst te doen op dat artikel en, gedurende iedere periode van tijdelijke werkzaamheden in een andere lidstaat, in de lidstaat waar hij of zij is gevestigd de voorwaarden blijven vervullen voor de uitoefening van zijn of haar werkzaamheden zodat hij of zij die na terugkeer kan voortzetten.</STRING></STRING>”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>lid 5 bis wordt vervangen door:<CITATION><P>“5 bis.	Voor de toepassing van titel II van de basisverordening wordt onder “zetel of domicilie” verstaan de zetel of het domicilie waar de voornaamste beslissingen betreffende de onderneming worden genomen en waar de centrale bestuurstaken worden uitgeoefend<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De vaststelling van de zetel die of het domicilie dat relevant is voor het bepalen van de toepasselijke wetgeving vindt plaats in het kader van een algemene beoordeling op basis van factoren die relevant zijn voor de zaak, waarbij naar behoren rekening wordt gehouden met elke relevante factor, afhankelijk van de omstandigheden van de zaak. De Administratieve Commissie legt de gedetailleerde regelingen voor de vaststelling vast.</STRING></STRING>”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">lid 10 wordt vervangen door:</STRING></STRING><CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“10.</STRING></STRING>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De bepaling van de toepasselijke wetgeving uit hoofde van artikel 13 van de basisverordening geldt voor ten hoogste 24 maanden, rekening houdend met de verwachte situatie in de volgende twaalf kalendermaanden. </STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Na die periode van 24 maanden wordt de toepasselijke wetgeving opnieuw beoordeeld in het licht van de situatie van de betrokkene</STRING></STRING>.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>het volgende lid wordt toegevoegd:<CITATION><P>“<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">12.	Voor de toepassing van artikel 13 van de basisverordening in verband met</STRING></STRING> een persoon die buiten het grondgebied van de Unie woont <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en zijn of haar</STRING></STRING> werkzaamheden al dan niet in loondienst in twee of meer lidstaten verricht, zijn de bepalingen van de basisverordening en van de toepassingsverordening betreffende de vaststelling van de toepasselijke wetgeving van overeenkomstige toepassing, mits zijn of haar woonplaats wordt geacht zich in de lidstaat te bevinden waar <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">hij of zij het grootste deel van zijn of haar</STRING></STRING> werkzaamheden <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in de zin van arbeidstijd binnen het grondgebied van de Unie verricht</STRING></STRING>.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>11)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">artikel</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">15 wordt vervangen door: </STRING></STRING><CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“Artikel 15</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Procedures voor de toepassing van artikel 11, lid 3, punten b) en d), artikel 11, lid 4, en artikel 12 van de basisverordening (betreffende de verstrekking van informatie aan de betrokken organen) </STRING></STRING></P><P><NO.P>1.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien een persoon op grond van artikel 12 van de basisverordening zijn of haar werkzaamheden verricht in een andere lidstaat dan de uit hoofde van titel II van de basisverordening bevoegde lidstaat, stelt de werkgever, of in het geval van iemand die geen werkzaamheden in loondienst verricht, de betrokkene zelf vóór het begin van de werkzaamheden het bevoegde orgaan van de lidstaat waarvan de wetgeving dienovereenkomstig van toepassing is, daarvan in kennis en verzoekt die om de in artikel 19, lid 2, van de toepassingsverordening genoemde verklaring.</STRING></STRING></P><P><NO.P>1 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Na ontvangst van het in lid 1 bedoelde verzoek geeft het bevoegde orgaan een verklaring af betreffende de op de betrokkene toepasselijke wetgeving. Indien die verklaring niet onmiddellijk wordt afgegeven, geeft het een automatische ontvangstbevestiging van het verzoek af, die een bewijs vormt dat het bevoegde orgaan overeenkomstig lid 1 in kennis is gesteld. Het bevoegde orgaan stelt onverwijld aan het orgaan dat is aangewezen door de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de werkzaamheden worden verricht, de relevante informatie ter beschikking betreffende de wetgeving die op betrokkene van toepassing is of, indien die informatie nog niet beschikbaar is, informatie betreffende de ontvangstbevestiging.</STRING></STRING></P><P><NO.P>1 ter.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De leden 1 en 1 bis zijn niet van toepassing op zakenreizen.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bovendien zijn de leden 1 en 1 bis niet van toepassing op werkzaamheden met een totale duur van niet meer dan drie opeenvolgende dagen werk binnen een periode van 30 opeenvolgende dagen, met uitzondering van werkzaamheden in de bouwsector zoals gedefinieerd in bijlage 6.</STRING></STRING></P><P><NO.P>1 quater.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In onder artikel 12 van de basisverordening vallende situaties verstrekt de werkgever of, in het geval van een persoon die werkzaamheden anders dan in loondienst verricht, de betrokkene, indien geen verklaring als bedoeld in artikel 19, lid 2, van de toepassingsverordening is afgegeven, op verzoek van het bevoegde orgaan van de lidstaat waar de werkzaamheid wordt uitgeoefend, hetzij de in lid 1 bis van dit artikel bedoelde ontvangstbevestiging, hetzij een bewijs waaruit blijkt dat de werkzaamheid onder een vrijstelling als bedoeld in lid 1 ter van dit artikel valt.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Werkgevers blijven verantwoordelijk voor het verstrekken van de nodige bewijzen en verstrekken de relevante bewijsstukken daarvoor aan personen die werkzaamheden in loondienst verrichten in een andere lidstaat. Dergelijke bewijzen kunnen op papier of in elektronische vorm worden verstrekt.</STRING></STRING></P><P><NO.P>1 quinquies.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien het bevoegde orgaan van de lidstaat waar de werkzaamheden worden verricht, twijfels heeft over de door de werkgever of de betrokkene verstrekte informatie, de geldigheid van een document of ondersteunend bewijs of de juistheid van de feiten waarop het document is gebaseerd, kan dat orgaan het bevoegde orgaan van de lidstaat waarvan de wetgeving van toepassing is, om nadere informatie verzoeken. Artikel 19 bis en artikel 20, leden 3 en 4, zijn van toepassing.</STRING></STRING></P><P><NO.P>2.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien een onder artikel 11, lid 3, punt b) of d), van de basisverordening vallende persoon zijn of haar werkzaamheden verricht in een andere lidstaat dan de bevoegde lidstaat, stelt de werkgever, of in het geval van iemand die geen werkzaamheden in loondienst verricht, de betrokkene zelf, indien mogelijk vóór het begin van de werkzaamheden, het bevoegde orgaan van de lidstaat waarvan de wetgeving dienovereenkomstig van toepassing is, daarvan in kennis. Dat orgaan stelt onverwijld informatie betreffende de op de betrokkene van toepassing zijnde wetgeving ter beschikking van betrokkene en van het orgaan dat is aangewezen door de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de werkzaamheid wordt uitgeoefend. Lid 1 ter van dit artikel is van overeenkomstige toepassing.</STRING></STRING></P><P><NO.P>3.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Een werkgever als bedoeld in artikel 11, lid 4, van de basisverordening bij wie een persoon in loondienst werkzaam is aan boord van een zeeschip dat onder de vlag van een andere lidstaat vaart, stelt, indien mogelijk van tevoren, het bevoegde orgaan van de lidstaat waarvan op grond van artikel 11, lid 4, tweede zin, de wetgeving dienovereenkomstig van toepassing is, daarvan in kennis. Dat orgaan stelt onverwijld informatie betreffende de wetgeving die op grond van artikel 11, lid 4, van de basisverordening op de betrokkene van toepassing is, ter beschikking van het orgaan dat is aangewezen door de bevoegde autoriteit van de lidstaat onder de vlag waarvan het zeeschip aan boord waarvan de werknemer de werkzaamheden verricht, vaart.”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>12)</NO.P>artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de leden 1, 2 en 3 worden vervangen door:<CITATION><P>“<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">1.	</STRING></STRING>Degene die in twee of meer lidstaten werkzaamheden verricht, stelt het orgaan dat is aangewezen door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van de woonplaats, daar dienovereenkomstig van in kennis.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Die informatie kan ook door de werkgever namens de betrokkene worden verstrekt.</STRING></STRING></P><P><NO.P>2.</NO.P>Het aangewezen orgaan van de woonplaats stelt onverwijld de op de betrokkene toepasselijke wetgeving vast, met inachtneming van artikel 13 van de basisverordening en artikel 14 van de toepassingsverordening. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Wanneer dat</STRING></STRING> orgaan <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vaststelt dat de wetgeving van de lidstaat van de woonplaats van toepassing is,</STRING></STRING> brengt <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het</STRING></STRING> de aangewezen organen van elke lidstaat waar werkzaamheden worden verricht of waar de werkgever is gevestigd, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">daarvan</STRING></STRING> op de hoogte.</P><P><NO.P>3.</NO.P>Als het <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">aangewezen</STRING></STRING> orgaan <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van de woonplaats</STRING></STRING> vaststelt dat de wetgeving van een andere lidstaat van toepassing is, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">is de vaststelling</STRING></STRING> voorlopig en brengt ▌het orgaan <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">onverwijld het aangewezen orgaan van elke</STRING></STRING> lidstaat <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">waar werkzaamheden worden verricht of waar de werkgever is gevestigd, daarvan</STRING></STRING> op de hoogte.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> De voorlopige vaststelling</STRING></STRING> wordt definitief ▌twee maanden nadat het door de bevoegde autoriteiten van de betrokken <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">lidstaten</STRING></STRING> aangewezen orgaan ervan op de hoogte is gebracht, tenzij <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ten minste één van die organen</STRING></STRING> het <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">aangewezen</STRING></STRING> orgaan <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van de woonplaats vóór het eind van de periode van twee maanden</STRING></STRING> meedeelt dat het de voorlopige vaststelling nog niet kan aanvaarden of ▌dat het een ander standpunt ▌inneemt.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">lid 5 wordt vervangen door:</STRING></STRING><CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“5.	</STRING></STRING>Het bevoegde orgaan van de lidstaat waarvan de wetgeving voorlopig of definitief van toepassing is verklaard, brengt de betrokkene en ▌zijn of haar werkgever <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">daarvan</STRING></STRING> onverwijld op de hoogte.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>13)</NO.P>	artikel 19 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">lid 2 wordt vervangen door: </STRING></STRING><CITATION><P>“2.	Op verzoek van de betrokkene of de werkgever verstrekt het bevoegde orgaan van de lidstaat waarvan de wetgeving op grond van titel II van de basisverordening van toepassing is, een verklaring dat die wetgeving van toepassing is en vermeldt het eventueel tot welke datum en onder welke voorwaarden. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De verklaring wordt in gestandaardiseerde vorm afgegeven.</STRING></STRING>”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>het volgende <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">lid</STRING></STRING> wordt toegevoegd:<CITATION><P>“<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">3.	</STRING></STRING>Wanneer een orgaan verzocht wordt om een verklaring op grond van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">lid 2</STRING></STRING> te verstrekken, voert het een gedegen beoordeling <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">uit</STRING></STRING> van de ▌feiten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">die relevant zijn voor de toepassing van de regels van titel II van de basisverordening,</STRING></STRING> en bevestigt het dat de informatie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in</STRING></STRING> de verklaring ▌juist is.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>14)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het volgende artikel wordt ingevoegd: </STRING></STRING><CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“Artikel 19 bis</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Samenwerking in geval van twijfel over de geldigheid van documenten betreffende de toepasselijke wetgeving</STRING></STRING></P><P><NO.P>1.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bij twijfel over de geldigheid van een document waarin met het oog op het bepalen van de toepasselijke wetgeving iemands situatie is vermeld, of over de juistheid van de feiten waarop het document gebaseerd is, verzoekt het orgaan van de lidstaat dat het document ontvangt, niettegenstaande artikel 5, het orgaan van afgifte om de nodige opheldering en, indien passend, om intrekking of correctie van het document. Het verzoekende orgaan motiveert zijn verzoek en verstrekt de relevante bewijsstukken die aanleiding gaven tot het verzoek. </STRING></STRING></P><P><NO.P>2.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het orgaan van afgifte dat een dergelijk verzoek ontvangt, heroverweegt de gronden voor de afgifte van het document en gaat indien een fout wordt vastgesteld binnen 30 werkdagen na ontvangst van het verzoek over tot de intrekking of correctie ervan. De intrekking of correctie heeft terugwerkende kracht. Indien er echter een risico bestaat op buitenproportionele gevolgen, en met name op het verlies van de status van verzekerde voor het geheel of een deel van de desbetreffende periode in alle betrokken lidstaten, overwegen de lidstaten of artikel 16 van de basisverordening zal worden toegepast. Indien het orgaan van afgifte op basis van de beschikbare bewijsstukken van oordeel is dat er geen twijfel over bestaat dat de aanvrager van het document fraude heeft gepleegd, gaat het onverwijld over tot de intrekking of correctie, met terugwerkende kracht, van het document. </STRING></STRING></P><P><NO.P>3.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien het orgaan van afgifte – na de gronden voor de afgifte van het document te hebben heroverwogen – geen enkele fout kan vaststellen, stuurt het alle beschikbare bewijsstukken binnen 30 werkdagen na ontvangst van het verzoek naar het orgaan dat het verzoek heeft ingediend. In dringende gevallen – waarbij de redenen voor de urgentie duidelijk in het verzoek worden vermeld en gemotiveerd – worden de bewijsstukken binnen tien werkdagen na ontvangst van het verzoek toegestuurd, ook wanneer het orgaan van afgifte zijn beraadslagingen op grond van lid 2 nog niet heeft afgerond. </STRING></STRING></P><P><NO.P>4.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien het orgaan dat het verzoek heeft ingediend, na ontvangst van de beschikbare bewijsstukken blijft twijfelen aan de geldigheid van een document, aan de juistheid van de feiten waarop de in een document opgenomen bijzonderheden gebaseerd zijn of aan de juistheid van de gegevens op basis waarvan een document is verstrekt, kan het daarvoor bewijsmateriaal voorleggen, een nader verzoek om opheldering indienen en – indien passend – om de intrekking of correctie van dat document door het orgaan van afgifte verzoeken overeenkomstig de in dit artikel vermelde procedure en termijnen. </STRING></STRING></P><P><NO.P>5.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien er bij het ontvangende orgaan twijfels blijven bestaan en er tussen de betrokken organen geen overeenstemming wordt bereikt, is artikel 5, lid 5, van toepassing.”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>15)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">aan artikel 20 worden de volgende leden toegevoegd:</STRING></STRING><CITATION><P>“<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">3.	Voor de toepassing van titel II van de basisverordening beantwoorden de organen van de lidstaten, onverminderd artikel 19 bis van de toepassingsverordening, vragen van de organen van de andere lidstaten binnen 35 werkdagen na ontvangst van het verzoek.</STRING></STRING></P><P><NO.P>4.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien een persoon — al dan niet in loondienst — in een andere lidstaat werkzaamheden verricht zonder een in artikel 19, lid 2, van de toepassingsverordening bedoelde verklaring, kan het bevoegde orgaan van die andere lidstaat informatie over de op die persoon toepasselijke wetgeving opvragen bij het orgaan van de lidstaat waarvan de wetgeving op het eerste gezicht van toepassing is, tenzij geen verklaring vereist is op grond van artikel 15 van de toepassingsverordening. </STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien het orgaan waaraan het verzoek is gedaan niet binnen 35 werkdagen na ontvangst van het verzoek antwoordt, mag het verzoekende orgaan handelen alsof er geen verklaring was afgegeven, en stelt het het aangezochte orgaan daarvan in kennis. Indien de verklaring vervolgens door het aangezochte orgaan wordt afgegeven, heeft die indien passend terugwerkende kracht.”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>16)</NO.P>in Titel III wordt de titel van hoofdstuk 1 vervangen door:<CITATION><P>“Prestaties bij ziekte <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">langdurige zorg</STRING></STRING> en moederschaps- en daarmee gelijkgestelde vaderschapsuitkeringen”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>17)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">artikel 25 wordt als volgt gewijzigd:</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">lid 1 wordt vervangen door:</STRING></STRING><CITATION><P>“<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">1.	Voor de toepassing van artikel 19 van de basisverordening verstrekt de verzekerde de zorgverlener of de verlener van langdurige zorg in de lidstaat van de verblijfplaats een door het bevoegd orgaan uitgereikt document waaruit blijkt dat hij of zij recht heeft op verstrekkingen. Indien de verzekerde niet in het bezit is van een dergelijk document, vraagt het orgaan van de verblijfplaats het document op verzoek of indien anderszins noodzakelijk bij het bevoegde orgaan op.</STRING></STRING>”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">lid 3 wordt vervangen door:</STRING></STRING><CITATION><P>“<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">3.	Met de in artikel 19, lid 1, van de basisverordening genoemde verstrekkingen worden verstrekkingen bedoeld die in de lidstaat van de verblijfplaats volgens zijn wetgeving worden verleend en die noodzakelijk worden op medische gronden of wegens de behoefte aan langdurige zorg om te voorkomen dat de verzekerde vóór het einde van zijn geplande verblijf naar de bevoegde lidstaat moet terugkeren om er de behandeling of de prestaties bij langdurige zorg te ontvangen die hij nodig heeft.”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>18)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">artikel 26 wordt lid 4 vervangen door:</STRING></STRING><CITATION><P>“<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">4.	Gedurende de hele procedure voor het verlenen van de toestemming behoudt het bevoegde orgaan het recht om de verzekerde door een arts of gekwalificeerde persoon die het zelf kiest overeenkomstig het nationale recht of de nationale praktijk te laten onderzoeken in de lidstaat van de woon- of verblijfplaats.</STRING></STRING>”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>19)</NO.P>in artikel 31 wordt lid 2 vervangen door:<CITATION><P>“2.	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het bevoegde orgaan stelt voorts het orgaan van de woon- of verblijfplaats in kennis van de betaling van uitkeringen bij langdurige zorg, indien de door laatstbedoeld orgaan toegepaste wetgeving voorziet in de verstrekkingen voor langdurige zorg die zijn vermeld op de in artikel 33 bis, lid 1, van de basisverordening bedoelde lijst.</STRING></STRING>”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>20)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">artikel 32 wordt lid 1 vervangen door:</STRING></STRING><CITATION><P>“<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">1.	Wanneer een persoon of een groep personen op verzoek is vrijgesteld van verplichte ziekteverzekering of de verzekering voor langdurige zorg en die personen dus niet zijn gedekt door een stelsel van ziekteverzekering of de verzekering voor langdurige zorg waarop de basisverordening van toepassing is, moet het orgaan van een andere lidstaat niet, op grond van het enkele feit van die vrijstelling, de kosten dragen van de verstrekkingen of uitkeringen die uit hoofde van titel III, hoofdstuk I, van de basisverordening aan die personen of hun gezinsleden worden verleend of toegekend.</STRING></STRING>”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>21)</NO.P>in artikel 43 <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">wordt</STRING></STRING> lid 3 <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vervangen door:</STRING></STRING><CITATION><P>“<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">3.	Het orgaan van elke lidstaat berekent, volgens de eigen toepasselijke wetgeving, de voor de tijdvakken van vrijwillige of vrijwillig voortgezette verzekering verschuldigde bedragen die uit hoofde van artikel 53, lid 3, punt c), van de basisverordening niet aan de voorschriften inzake vermindering, schorsing of intrekking van een andere lidstaat zijn onderworpen.</STRING></STRING>”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>22)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in artikel 54 wordt lid 1 vervangen door:</STRING></STRING><CITATION><P>“1.	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 12, lid 1, van de toepassingsverordening is van overeenkomstige toepassing op artikel 60 bis van de basisverordening. Onverminderd de onderliggende verplichtingen van de betrokken organen, kan de betrokkene aan het bevoegde orgaan een document overleggen dat is afgegeven door het orgaan van de lidstaat aan de wetgeving waarvan de betrokkene tijdens zijn of haar laatste al dan niet in loondienst verrichte werkzaamheden onderworpen was, en waarin de uit hoofde van die wetgeving vervulde tijdvakken zijn vermeld.</STRING></STRING>”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>23)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het volgende artikel wordt ingevoegd:</STRING></STRING><CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“Artikel 54 bis</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Procedures voor de toepassing van artikel 61, lid 2, van de basisverordening</STRING></STRING></P><P><NO.P>1.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In de situatie als bedoeld in artikel 61, lid 2, van de basisverordening schrijft de werkloze zich als werkzoekende in bij de diensten voor arbeidsvoorziening van de lidstaat van het meest recente tijdvak van verzekering, van werkzaamheden in loondienst of van werkzaamheden anders dan in loondienst, en vraagt hij of zij een uitkering aan bij het orgaan van die lidstaat. Indien de aanvraag wordt ingediend bij het orgaan van de lidstaat als bedoeld in artikel 61, lid 2, van de basisverordening, zendt dat orgaan de aanvraag onmiddellijk door naar het orgaan van de lidstaat met het meest recente tijdvak van verzekering, van werkzaamheden in loondienst of van werkzaamheden anders dan in loondienst. De datum waarop de eerste aanvraag is ingediend, geldt voor alle betrokken organen. </STRING></STRING></P><P><NO.P>2.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien na behandeling van de aanvraag door het orgaan van de lidstaat van het meest recente tijdvak van verzekering, van werkzaamheden in loondienst of van werkzaamheden anders dan in loondienst, wordt vastgesteld dat de werkloze niet voldoet aan de in artikel 61, lid 1, van de basisverordening bedoelde voorwaarden voor samentelling en indien uit de informatie waarover het orgaan beschikt, blijkt dat de werkloze het tijdvak dat nodig is om op grond van artikel 61, lid 2, van de basisverordening in aanmerking te komen voor uitkeringen, heeft vervuld, zendt het onmiddellijk een document toe aan het in die bepaling bedoelde orgaan van de lidstaat. Indien niet duidelijk blijkt dat de werkloze het op grond van artikel 61, lid 2, van de basisverordening vereiste tijdvak voor het verkrijgen van uitkeringen heeft vervuld, neemt het orgaan van de lidstaat waar het meest recente tijdvak van verzekering, van werkzaamheden in loondienst of van werkzaamheden anders dan in loondienst is vervuld, vóór de verzending van het document contact op met het in die bepaling bedoelde orgaan van de lidstaat, om vast te stellen of het daarin bedoelde tijdvak in die lidstaat is vervuld.</STRING></STRING></P><P><NO.P>3.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het in lid 2 bedoelde document bevat de benodigde informatie over de situatie van de werkloze. De Administratieve Commissie bepaalt de vorm en de inhoud van het document.</STRING></STRING>”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>24)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">artikel 55 wordt als volgt gewijzigd:</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">lid 1 wordt vervangen door:</STRING></STRING><CITATION><P>“1.	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Om in aanmerking te komen voor toepassing van artikel 64, artikel 64 bis, lid 2, of artikel 65, lid 4, van de basisverordening stelt de werkloze die zich naar een andere lidstaat begeeft, het bevoegde orgaan daarvan vóór zijn of haar vertrek in kennis en verzoekt hij of zij dat orgaan om een document waaruit blijkt dat hij of zij recht blijft houden op de uitkering onder de in artikel 64, lid 1, punt b), van de basisverordening vastgestelde voorwaarden.</STRING></STRING>”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de leden 4 en 5 worden vervangen door:</STRING></STRING><CITATION><P>“4.	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het orgaan van de lidstaat waarheen de werkloze zich heeft begeven, zendt het bevoegde orgaan onmiddellijk een document met de datum van inschrijving van de werkloze bij de diensten voor arbeidsvoorziening en zijn of haar nieuwe adres.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien zich in het tijdvak waarin de werkloze recht heeft op behoud van zijn uitkering, een omstandigheid voordoet die het recht op uitkering kan beïnvloeden, zendt het orgaan van de lidstaat waarheen de werkloze zich heeft begeven, aan het bevoegde orgaan en aan de betrokkene onmiddellijk een document met de desbetreffende informatie.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het orgaan van de lidstaat waarheen de werkloze zich heeft begeven, verstrekt elke maand relevante informatie over de opvolging van de situatie van de werkloze, met name of hij of zij nog steeds ingeschreven is bij de diensten voor arbeidsvoorziening en of hij of zij zich houdt aan de georganiseerde controleprocedures en activerings- of arbeidsbemiddelingsprocedures.</STRING></STRING></P><P><NO.P>5.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het orgaan van de lidstaat waarheen de werkloze zich heeft begeven, voert de controles uit of laat die uitvoeren alsof het een werkloze betrof die uitkeringen ontvangt uit hoofde van de door dat orgaan toegepaste wetgeving. Indien nodig stelt dat orgaan het bevoegde orgaan onmiddellijk in kennis van omstandigheden die van invloed kunnen zijn op het recht van de werkloze op uitkering, zoals de hervatting van werk.</STRING></STRING>”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>lid 7 <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">wordt</STRING></STRING> vervangen door<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">:</STRING></STRING><CITATION><P>“7.	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De leden 2 tot en met 6 van dit artikel zijn van overeenkomstige toepassing op de onder artikel 64 bis, lid 1, van de basisverordening vallende situaties.</STRING></STRING>”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>25)</NO.P>artikel 56 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>het volgende lid wordt ingevoegd:<CITATION><P>“<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">-1. 	Het bevoegde orgaan informeert de in artikel 65, lid 1, artikel 65, lid 2, derde alinea, en artikel 65, lid 3, van de basisverordening bedoelde volledig werklozen over hun rechten en verplichtingen en verstrekt hun documenten met alle nodige informatie over het ontvangen van werkloosheidsuitkeringen overeenkomstig de betrokken wetgeving. De betrokken organen verstrekken elkaar de nodige informatie om werklozen die in een andere dan de bevoegde lidstaat wonen, te ondersteunen bij het zoeken naar werk en informeren elkaar over de toepasselijke controleprocedures en voorwaarden en over de diensten voor arbeidsvoorziening waarvan die personen zich ter beschikking moeten stellen. Het orgaan van de lidstaat van de woonplaats stelt, op verzoek van het bevoegde orgaan, dat orgaan onmiddellijk in kennis van iedere omstandigheid waarvan het kennis heeft en die van invloed kan zijn op het recht op uitkering, met name indien de volledig werkloze in de lidstaat van de woonplaats in loondienst of anders dan in loondienst is gaan werken.</STRING></STRING>”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>lid 1 <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">wordt</STRING></STRING> vervangen door<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">:</STRING></STRING><CITATION><P>“<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">1.	Indien een werkloze op grond van artikel 65, lid 6, van de basisverordening besluit zich behalve aan de diensten voor arbeidsvoorziening van de lidstaat die de uitkering verstrekt, aanvullend ter beschikking te stellen van de diensten voor arbeidsvoorziening van de lidstaat die de uitkering niet verstrekt, door zich daar als werkloze in te schrijven, stelt hij of zij het orgaan en de diensten voor arbeidsvoorziening van de lidstaat die de uitkering verstrekt daarvan in kennis.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Op verzoek van de diensten voor arbeidsvoorziening van de lidstaat die niet de uitkering verstrekt, geven de diensten voor arbeidsvoorziening van de lidstaat die de uitkering verstrekt, de relevante informatie door over de inschrijving van de werkloze en zijn of haar pogingen om werk te vinden.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Op verzoek van het bevoegde orgaan stellen de diensten voor arbeidsvoorziening van de lidstaat die de uitkering niet verstrekt, het bevoegde orgaan ook onmiddellijk in kennis van iedere omstandigheid waarvan zij kennis hebben en die van invloed kan zijn op het recht op uitkering, met name indien de volledig werkloze in de lidstaat van de woonplaats in loondienst of anders dan in loondienst is gaan werken.</STRING></STRING>”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>lid 3 wordt geschrapt;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>26)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het volgende artikel wordt ingevoegd:</STRING></STRING><CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“Artikel 56 bis</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Versterkte steun- en samenwerkingsmaatregelen voor werklozen die in een andere dan de bevoegde lidstaat woonden</STRING></STRING></P><P><NO.P>1.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De bevoegde autoriteiten of de bevoegde organen van twee of meer lidstaten werken samen en kunnen specifieke procedures en termijnen voor de opvolging van de situatie van een werkloze overeenkomen, alsook andere maatregelen om het zoeken naar werk door werklozen die in een andere dan de bevoegde lidstaat wonen, te stimuleren.</STRING></STRING></P><P><NO.P>2.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De betrokken lidstaten zorgen ervoor dat de in artikel 65 van de basisverordening bedoelde werklozen op elk van hun grondgebieden toegang hebben tot het Europees netwerk van diensten voor arbeidsvoorziening (Eures) en, indien beschikbaar, tot de ondersteunende diensten in grensoverschrijdende regio’s, overeenkomstig Verordening (EU) 2016/589 van het Europees Parlement en de Raad*.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">________________________</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">*	Verordening (EU) 2016/589 van het Europees Parlement en de Raad van 13 april 2016 inzake een Europees netwerk van diensten voor arbeidsvoorziening (EURES), de toegang van werknemers tot mobiliteitsdiensten en de verdere integratie van de arbeidsmarkten en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 492/2011 en (EU) nr. 1296/2013 (PB L 107 van 22.4.2016, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2016/589/oj).</STRING></STRING>”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>27)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in artikel 57 wordt de titel vervangen door:</STRING></STRING><CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“Voorschriften voor de toepassing van de artikelen 60 bis, 61, 62, 64 en 65 van de basisverordening met betrekking tot onder een bijzonder stelsel voor ambtenaren vallende personen”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>28)</NO.P>in artikel 64, lid 1, wordt het eerste streepje vervangen door:<CITATION><P>“- de index (i = 1, 2, 3 en 4) staat voor de vier leeftijdsklassen die voor de berekening van de vaste bedragen worden gebruikt:</P><P>i = 1: personen jonger dan 65 jaar,</P><P>i = 2: personen tussen 65 en 74 jaar,</P><P>i = 3: personen tussen 75 en 84 jaar,</P><P>i = 4: personen van 85 jaar en ouder,”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>29)</NO.P>artikel 65 wordt vervangen door:<CITATION><P>“Artikel 65</P><P>Kennisgeving van de gemiddelde jaarlijkse kosten</P><P><NO.P>1.</NO.P>De gemiddelde jaarlijkse kosten per persoon voor elke leeftijdsklasse in een bepaald jaar worden uiterlijk aan het eind van het tweede jaar na het jaar in kwestie aan de Rekencommissie meegedeeld.</P><P><NO.P>2.</NO.P>De op grond van lid 1 meegedeelde gemiddelde jaarlijkse kosten worden elk jaar – na door de Administratieve Commissie te zijn goedgekeurd – in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> bekendgemaakt.</P><P><NO.P>3.</NO.P>Als een lidstaat de gemiddelde jaarlijkse kosten in een bepaald jaar niet binnen de in lid 1 bedoelde termijn kan meedelen, vraagt die lidstaat binnen dezelfde termijn de toestemming van de Administratieve Commissie en van de Rekencommissie om gebruik te maken van de in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad </STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van de Europese Unie</STRING></STRING> bekendgemaakte gemiddelde jaarlijkse kosten voor die lidstaat in het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarvoor nog geen gegevens kunnen worden meegedeeld. De lidstaat die om een dergelijke toestemming verzoekt, licht toe waarom de gemiddelde jaarlijkse kosten voor het jaar in kwestie niet kunnen worden meegedeeld. Als de Administratieve Commissie — na het advies van de Rekencommissie in overweging te hebben genomen — met het verzoek van de lidstaat instemt, worden de gemiddelde jaarlijkse kosten in het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarvoor nog geen gegevens kunnen worden meegedeeld, opnieuw in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> bekendgemaakt.</P><P><NO.P>4.</NO.P>Toestemming op grond van lid 3 wordt niet in twee opeenvolgende jaren verleend.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>30)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in artikel 66 wordt lid 2 vervangen door:</STRING></STRING><CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“2.	De in de artikelen 35 en 41 van de basisverordening bedoelde vergoedingen tussen de organen van de lidstaten lopen via het verbindingsorgaan. Er kan worden voorzien in een afzonderlijk verbindingsorgaan voor de vergoedingen uit hoofde van de artikelen 35 en 41 van de basisverordening. Wederzijdse schuldvorderingen kunnen worden verrekend tussen de verbindingsorganen.”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>31)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">artikel 67 wordt als volgt gewijzigd:</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">lid 3 wordt vervangen door:</STRING></STRING><CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“3.	Wat artikel 6, lid 5, tweede alinea, en artikel 73, lid 2, van de toepassingsverordening betreft, neemt het in de leden 1 en 2 van dit artikel vastgelegde tijdvak geen aanvang voordat is vastgesteld welk orgaan bevoegd is.”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">lid 7 wordt vervangen door:</STRING></STRING><CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“7.	De Rekencommissie faciliteert de definitieve afsluiting van de rekeningen in gevallen waarin er geen regeling binnen de in lid 6 vastgelegde termijn kan worden getroffen, en zij geeft op gemotiveerd verzoek van een van de partijen haar advies over een betwisting binnen negen maanden na de maand waarin de zaak aan haar is voorgelegd.”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>32)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in artikel 68 wordt lid 2 vervangen door:</STRING></STRING><CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“2.	De interest wordt berekend op basis van de referentievoet die door de Europese Centrale Bank wordt toegepast op haar belangrijkste herfinancieringsverrichtingen plus twee procentpunten. De toegepaste referentievoet is die welke geldt op de eerste dag van de maand waarin de betaling verschuldigd is.”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>33)</NO.P>artikel 70 wordt geschrapt;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>34)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in artikel 72 wordt lid 1 vervangen door:</STRING></STRING><CITATION><P>“1.	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Tenzij in artikel 73 van de toepassingsverordening anders is bepaald, geldt dat, indien het orgaan van een lidstaat aan een persoon onverschuldigd uitkeringen heeft verstrekt, dat orgaan, op de wijze en binnen de grenzen als bepaald in de door dat orgaan toegepaste wetgeving, aan het orgaan van een andere lidstaat dat verantwoordelijk is voor het betalen van uitkeringen aan de betrokkene, kan verzoeken om, ongeacht binnen welke tak van de sociale zekerheid de uitkeringen worden betaald, het onverschuldigde bedrag in te houden op eventuele achterstallige of lopende betalingen aan de betrokkene. Het orgaan van de laatstgenoemde lidstaat houdt het bedrag in op de wijze, onder de voorwaarden en binnen de grenzen die voor een dergelijke verrekeningsprocedure zijn bepaald overeenkomstig de wetgeving die door dat orgaan wordt toegepast alsof het door dat orgaan zelf te veel betaalde bedragen betrof, en maakt het ingehouden bedrag over aan het orgaan dat de onverschuldigde bedragen heeft uitbetaald.”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>35)</NO.P>artikel 73 wordt vervangen door:<CITATION><P>“Artikel 73</P><P>Afwikkeling van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">onverschuldigde </STRING></STRING>uitkeringen en verstrekkingen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, alsook</STRING></STRING> premies of bijdragen bij <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een</STRING></STRING> wijziging van de toepasselijke wetgeving met terugwerkende kracht <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of andere situaties waarin een orgaan niet bevoegd was</STRING></STRING></P><P><NO.P>1.</NO.P>Bij een wijziging van de toepasselijke wetgeving met terugwerkende kracht<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> met inbegrip van situaties als bedoeld in artikel 6, leden 4 en 5, van de toepassingsverordening<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, alsook in andere gevallen waarin een</STRING></STRING> orgaan dat <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">niet bevoegd was onverschuldigd</STRING></STRING> uitkeringen heeft betaald <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of toegekend of onverschuldigd premies of bijdragen heeft ontvangen, stelt dat orgaan</STRING></STRING> een overzicht op van het betaalde <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of ontvangen</STRING></STRING> bedrag en zendt het dat <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">binnen zes maanden vanaf de vaststelling van de wijziging van de toepasselijke wetgeving of vanaf de identificatie van het orgaan dat verantwoordelijk is voor de toekenning van de uitkeringen of de ontvangst van de premies</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of bijdragen,</STRING></STRING> aan het met het oog op de terugbetaling daarvan als bevoegd aangemerkte orgaan.</P><P><NO.P>2.</NO.P>	Verstrekkingen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">worden vergoed</STRING></STRING> door het op grond van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de artikelen 66 tot en met 68</STRING></STRING> van de toepassingsverordening als bevoegd aangemerkte orgaan.</P><P><NO.P>3.</NO.P>Het orgaan dat als bevoegd voor de betaling van de uitkeringen is aangemerkt, brengt het bedrag dat het aan het niet-bevoegde of slechts voorlopig bevoegde orgaan moet vergoeden, in mindering op de achterstallige betalingen van de overeenkomstige uitkeringen die het aan de betrokkene verschuldigd is, en maakt het in mindering gebrachte bedrag onverwijld over aan het laatstgenoemde orgaan.</P><P>Als de onverschuldigd betaalde uitkeringen meer bedragen dan de achterstallige betalingen die door het als bevoegd aangemerkte orgaan moeten worden betaald, of als er geen achterstallige betalingen zijn, brengt het als bevoegd aangemerkte orgaan dat bedrag in mindering op de lopende betalingen, onder de voorwaarden en binnen de grenzen ▌van de wetgeving die het toepast, en betaalt het bevoegde orgaan het in mindering gebrachte bedrag onverwijld terug aan het orgaan dat de uitkeringen onverschuldigd heeft betaald.</P><P><NO.P>4.</NO.P>Het orgaan dat onverschuldigd premies of bijdragen heeft ontvangen van een natuurlijke persoon of een rechtspersoon, gaat pas over tot vergoeding van de bedragen in kwestie aan de persoon die die bedragen heeft betaald, nadat het zich bij het als bevoegd aangemerkte orgaan vergewist heeft van de betrokken bedragen.</P><P>Op verzoek van het als bevoegd aangemerkte orgaan — een verzoek dat uiterlijk drie maanden na <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ontvangst van het overzicht van het betaalde of ontvangen bedrag</STRING></STRING> wordt ingediend — maakt het orgaan dat onverschuldigd premies of bijdragen heeft ontvangen, die premies of bijdragen aan het als bevoegd aangemerkte orgaan over, opdat die worden verrekend met de premies of bijdragen die over dezelfde periode door de betrokken natuurlijke persoon of rechtspersoon verschuldigd zijn aan het voor de betrokken periode als bevoegd aangemerkte orgaan. De overgemaakte premies of bijdragen worden geacht met terugwerkende kracht betaald te zijn aan het als bevoegd aangemerkte orgaan.</P><P>Als de onverschuldigd ontvangen premies of bijdragen meer bedragen dan de betrokken natuurlijke persoon of rechtspersoon aan het als bevoegd aangemerkte orgaan verschuldigd is, betaalt het orgaan dat de premies of bijdragen onverschuldigd heeft ontvangen, het te veel betaalde bedrag<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, zoals berekend overeenkomstig het nationaal recht,</STRING></STRING> terug aan de betrokken natuurlijke persoon of rechtspersoon.</P><P><NO.P>5.</NO.P>Het bestaan van termijnen uit hoofde van nationale wetgeving vormt geen geldige reden om de vereffening van schuldvorderingen tussen organen uit hoofde van dit artikel te weigeren.</P><P><NO.P>6.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In het geval van een procedure uit hoofde van artikel 5, lid 5, of artikel 6, lid 3, van de toepassingsverordening is</STRING></STRING> dit artikel ▌niet van toepassing op schuldvorderingen ▌die op de datum waarop <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de</STRING></STRING> procedure ▌werd ingeleid ouder zijn dan <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">36</STRING></STRING> maanden.</P><P><NO.P>7.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Twee of meer lidstaten kunnen specifieke bepalingen en procedures overeenkomen die afwijken van die in de leden 1 tot en met 6 van dit artikel, en kunnen met betrekking tot verstrekkingen artikel 35, lid 3, van de basisverordening toepassen, mits die bepalingen en procedures niet in het nadeel van de betrokkenen zijn.</STRING></STRING></P><P><NO.P>8.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Administratieve Commissie legt de gedetailleerde regelingen voor de toepassing van dit artikel vast.”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>36)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">artikel 75 wordt als volgt gewijzigd:</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">aan lid 1 wordt het volgende streepje toegevoegd:</STRING></STRING><CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“- 	de datum waarop de schuldvordering opeisbaar is geworden”, de datum waarop de schuld op grond van de wetgeving van de lidstaat van de verzoekende partij had moeten zijn voldaan.”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">lid 3 wordt geschrapt;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>	het volgende lid wordt toegevoegd:<CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“4.	</STRING></STRING>Wanneer de terugbetaling van socialezekerheidspremies betrekking heeft op een persoon die in een andere lidstaat woont of verblijft, kan de lidstaat vanwaar de premies moeten worden terugbetaald, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">overeenkomstig artikel 2, lid 2, van de toepassingsverordening,</STRING></STRING> de lidstaat van woon- of verblijfplaats zonder voorafgaand verzoek in kennis stellen van de aanstaande terugbetaling.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>37)</NO.P>artikel 77 wordt <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vervangen door</STRING></STRING>:<CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“Artikel 77</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Notificatie</STRING></STRING></P><P><NO.P>1.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Op verzoek van de verzoekende partij gaat de aangezochte partij volgens de in de eigen lidstaat voor de notificatie van overeenkomstige akten en beslissingen geldende regels over tot notificatie aan de geadresseerde van alle akten en beslissingen, met inbegrip van de gerechtelijke, met betrekking tot een schuldvordering of de invordering daarvan, die uit de lidstaat van de verzoekende partij afkomstig zijn.</STRING></STRING></P><P><NO.P>2.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0"><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het verzoek tot notificatie gaat vergezeld van een standaardformulier dat ten minste de volgende gegevens en de te notificeren akte of beslissing bevat:</STRING></STRING></INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de naam, het adres en andere gegevens die relevant zijn voor de identificatie van de geadresseerde;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het doel van de notificatie en de termijn waarbinnen de notificatie moet gebeuren; </STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een beschrijving van de te notificeren akte of beslissing en de aard en het bedrag van de betrokken schuldvordering; </STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>d)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de naam, adres en andere contactgegevens van:</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>i)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de instantie die verantwoordelijk is voor de te notificeren akte of beslissing, en;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>ii)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">als dat een andere instantie is dan de in punt i) bedoelde instantie, de instantie waar nadere inlichtingen kunnen worden verkregen over de notificatie of de procedure om de betalingsverplichting te betwisten.</STRING></STRING></ITEM></LIST></P><P><NO.P>3.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De aangezochte partij stelt de verzoekende partij onverwijld op de hoogte van het gevolg dat aan het verzoek tot notificatie is gegeven en in het bijzonder van de datum waarop de akte of de beslissing aan de geadresseerde is toegezonden.</STRING></STRING></P><P><NO.P>4.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De verzoekende partij dient alleen een verzoek tot notificatie op grond van dit artikel in wanneer zij niet kan notificeren volgens de regels voor de notificatie van het betrokken document in haar lidstaat of wanneer een dergelijke notificatie onevenredige moeilijkheden zou veroorzaken.</STRING></STRING></P><P><NO.P>5.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De aangezochte partij zorgt ervoor dat de notificatie in de lidstaat van de aangezochte partij gebeurt volgens de in de lidstaat van de aangezochte partij geldende nationale wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen en administratieve praktijken.</STRING></STRING></P><P><NO.P>6.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Lid 5 doet geen afbreuk aan enige andere vorm van notificatie door een autoriteit in de lidstaat van de verzoekende partij volgens de in die lidstaat geldende regels. Een autoriteit in de lidstaat van de verzoekende partij kan een document rechtstreeks, per aangetekende brief of langs elektronische weg, notificeren aan een persoon op het grondgebied van een andere lidstaat.”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>38)</NO.P>artikel 78 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>lid 1 wordt vervangen door:<CITATION><P>“1.	Op verzoek van de verzoekende partij vordert de aangezochte partij de schuldvorderingen in waarvoor een executoriale titel in de lidstaat van de verzoekende partij bestaat. Elk verzoek tot invordering gaat vergezeld van een uniforme titel voor het nemen van executiemaatregelen door de lidstaat van de aangezochte partij.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>in lid 2 wordt punt b) geschrapt;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>de leden 3 en 4 worden vervangen door<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">:</STRING></STRING><CITATION><P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0"><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“3.	</STRING></STRING>Voordat de verzoekende partij een verzoek tot invordering indient, worden de in de lidstaat van de verzoekende partij beschikbare passende invorderingsprocedures toegepast, behalve wanneer:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>	duidelijk is dat er in de lidstaat van de verzoekende partij geen voor invordering vatbare vermogensbestanddelen zijn of dat die procedures niet tot een volledige betaling van de schuldvordering zullen leiden, en de verzoekende partij over specifieke inlichtingen beschikt dat de betrokkene in de lidstaat van de aangezochte partij over vermogensbestanddelen beschikt;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>	de toepassing van die procedures in de lidstaat van de verzoekende partij onevenredige moeilijkheden zou veroorzaken.</ITEM></LIST></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Wanneer een aangezochte partij een verzoek tot invordering van een verzoekende partij ontvangt, verstrekt de verzoekende partij op verzoek van de aangezochte partij aanvullende inlichtingen die voor de invordering van de schuldvordering noodzakelijk zijn. De verzoekende partij is niet verplicht de in artikel 76, lid 3, van de toepassingsverordening bedoelde inlichtingen te verstrekken.</STRING></STRING></P><P><NO.P>4.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het verzoek tot invordering bevat ook een verklaring waarin de verzoekende partij bevestigt dat aan de voorwaarden van de leden 2 en 3 is voldaan.”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>het volgende lid wordt toegevoegd:<CITATION><P>“<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">6.	</STRING></STRING>Het verzoek tot invordering van een schuldvordering kan vergezeld gaan van andere documenten met betrekking tot de schuldvordering, die in de lidstaat van de verzoekende partij zijn afgegeven.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>39)</NO.P>de artikelen 79 tot en met 82 worden vervangen door:<CITATION><P>“Artikel 79</P><P>Executoriale titel van de schuldvordering</P><P><NO.P>1.</NO.P>De uniforme titel die het nemen van executiemaatregelen in de lidstaat van de aangezochte partij mogelijk maakt, weerspiegelt de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">materiële</STRING></STRING> inhoud van de initiële executoriale titel en vormt de enige basis voor de invorderingsmaatregelen en conservatoire maatregelen die in de lidstaat van de aangezochte partij worden genomen. In die lidstaat wordt geen erkenning, aanvulling of vervanging van de uniforme titel vereist.</P><P><NO.P>2.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">De uniforme executoriale titel bevat:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>de naam, het adres en alle andere gegevens die relevant zijn voor de identificatie van de betrokken natuurlijke persoon of rechtspersoon of de derde partij die houder is van zijn of haar vermogensbestanddelen;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>de naam, het adres en alle andere relevante gegevens met betrekking tot de voor de beoordeling van de schuldvordering verantwoordelijke instantie en, als dat een andere instantie is, de instantie waar nadere inlichtingen kunnen worden verkregen over de schuldvordering of over de mogelijkheden om de betalingsverplichtingen te betwisten;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL>gegevens die relevant zijn voor de identificatie van de executoriale titel die in de lidstaat van de verzoekende partij is afgegeven;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>d)</SYMBOL>een beschrijving van de schuldvordering, met inbegrip van de aard van de schuldvordering, het tijdvak waarop de schuldvordering betrekking heeft, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de datum waarop de schuldvordering opeisbaar is geworden,</STRING></STRING> eventuele andere relevante datums met betrekking tot de executie en het bedrag van de schuldvordering, inclusief hoofdsom, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">eventuele</STRING></STRING> interesten, boetes, administratieve sancties en alle overige lasten en kosten, uitgedrukt in de valuta van de lidstaat van de verzoekende en van de aangezochte partij;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>e)</SYMBOL>de datum waarop de titel aan de geadresseerde is genotificeerd door de verzoekende partij of de aangezochte partij;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>f)</SYMBOL>de datum met ingang waarvan en de periode gedurende welke de executie mogelijk is volgens het geldende recht van de lidstaat van de verzoekende partij;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>g)</SYMBOL>eventuele andere relevante gegevens.</ITEM></LIST></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 80</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Wijze en termijnen van betaling</STRING></STRING></P><P><NO.P>1.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De invordering geschiedt in de valuta van de lidstaat van de aangezochte partij. Met inachtneming van artikel 85, lid 1 bis, maakt de aangezochte partij het volledige door haar ingevorderde bedrag van de schuldvordering aan de verzoekende partij over.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bij de overmaking van het bedrag van de schuldvordering aan de verzoekende partij verstrekt de aangezochte partij tevens relevante informatie over de identiteit van de betrokken natuurlijke persoon of rechtspersoon als bedoeld in artikel 79, lid 2, van de toepassingsverordening. </STRING></STRING></P><P><NO.P>2.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De aangezochte partij kan, indien de in haar lidstaat geldende wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen dat toelaten, aan de debiteur uitstel van betaling verlenen of een betaling in termijnen toestaan. De interesten die door de aangezochte partij voor dat uitstel van betaling in rekening worden gebracht, worden eveneens overgemaakt aan de verzoekende partij. De aangezochte partij stelt de verzoekende partij vervolgens in kennis van een dergelijk besluit.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Vanaf de datum van ontvangst van het verzoek tot invordering brengt de aangezochte partij interesten wegens laattijdige betaling in rekening overeenkomstig de in de lidstaat van de aangezochte partij geldende wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 81</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Betwisting met betrekking tot de schuldvordering of de executoriale titel van de schuldvorderingen en betwisting met betrekking tot de uitvoeringsmaatregelen</STRING></STRING></P><P><NO.P>1.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Als tijdens de invorderingsprocedure de schuldvordering, de initiële titel voor het nemen van executiemaatregelen in de lidstaat van de verzoekende partij, de uniforme titel voor het nemen van executiemaatregelen in de lidstaat van de aangezochte partij of de geldigheid van een notificatie door een autoriteit in de lidstaat van de verzoekende partij wordt betwist door een belanghebbende partij, wordt de rechtsvordering door die partij voor de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van de verzoekende partij gebracht overeenkomstig de in die lidstaat geldende wettelijke bepalingen. De verzoekende partij stelt de aangezochte partij onverwijld in kennis van die rechtsvordering. Ook de belanghebbende partij kan de aangezochte partij over die rechtsvordering inlichten.</STRING></STRING></P><P><NO.P>2.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Zodra de aangezochte partij de in lid 1 bedoelde notificatie of informatie heeft ontvangen, van de verzoekende partij of van de belanghebbende partij, schorst zij de executieprocedure in afwachting van de beslissing van de ter zake bevoegde autoriteit, tenzij de verzoekende partij overeenkomstig de tweede alinea van dit lid om invordering van de schuldvordering verzoekt. Onverminderd artikel 84 van de toepassingsverordening kan de aangezochte partij overgaan tot het nemen van conservatoire maatregelen om de invordering van de schuldvordering te waarborgen, voor zover de in haar lidstaat geldende wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen dergelijke conservatoire maatregelen toestaan voor soortgelijke schuldvorderingen.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Niettegenstaande de eerste alinea kan de verzoekende partij, overeenkomstig de in haar lidstaat geldende wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen en administratieve praktijken, bij de aangezochte partij een met redenen omkleed verzoek tot invordering van een betwiste schuldvordering indienen, voor zover de in de lidstaat van de aangezochte partij geldende wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen en administratieve praktijken dat toelaten. Indien de uitkomst van die betwisting vervolgens voor de schuldenaar gunstig uitvalt, is de verzoekende partij gehouden tot terugbetaling van elk ingevorderd bedrag, vermeerderd met de vergoedingen die overeenkomstig de in de lidstaat van de aangezochte partij geldende wetgeving verschuldigd kunnen zijn.</STRING></STRING></P><P><NO.P>3.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Wanneer de betwisting betrekking heeft op uitvoeringsmaatregelen die in de lidstaat van de aangezochte partij zijn genomen, of op de geldigheid van de notificatie door een autoriteit in de lidstaat van de aangezochte partij, wordt de rechtsvordering voor de bevoegde autoriteit van die lidstaat gebracht overeenkomstig de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van die lidstaat.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 81 bis</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Intrekkingen en wijzigingen</STRING></STRING></P><P><NO.P>1.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De verzoekende partij licht de aangezochte partij onmiddellijk in over een eventuele latere wijziging van het verzoek tot invordering of over de intrekking van het verzoek, met opgave van de redenen voor een dergelijke wijziging of intrekking.</STRING></STRING></P><P><NO.P>2.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Als de wijziging van het verzoek berust op een beslissing van de in artikel 81, lid 1, bedoelde bevoegde autoriteit, deelt de verzoekende partij de aangezochte partij de beslissing mee samen met een herziene uniforme titel voor het nemen van executiemaatregelen in de lidstaat van de aangezochte partij. De aangezochte partij zet door met verdere invorderingsmaatregelen op basis van de herziene titel.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De invorderingsmaatregelen of conservatoire maatregelen die reeds zijn genomen op basis van de oorspronkelijke uniforme titel voor het nemen van executiemaatregelen in de lidstaat van de aangezochte partij, kunnen op basis van de herziene titel worden voortgezet, tenzij een wijziging van het verzoek te wijten is aan de ongeldigheid van de initiële titel voor het nemen van executiemaatregelen in de lidstaat van de verzoekende lidstaat of van de oorspronkelijke uniforme titel voor het nemen van executiemaatregelen in de lidstaat van de aangezochte partij.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De artikelen 79 en 81 zijn van toepassing op de herziene titel.</STRING></STRING></P><P><NO.P>3.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien het verzoek om een andere reden wordt gewijzigd dan bedoeld in lid 2 en een dergelijke wijziging een verlaging van het bedrag van de schuldvordering inhoudt, zet de aangezochte partij de invordering of reeds genomen conservatoire maatregelen voort, maar beperkt zij zich daarbij tot het bedrag van de nog uitstaande schuldvordering.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 82</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Beperkingen van de bijstand </STRING></STRING></P><P><NO.P>1.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0"><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Onverminderd de bevoegdheid om bijstand te verlenen, is de aangezochte partij niet gehouden:</STRING></STRING></INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de in de artikelen 78 tot en met 81 van de toepassingsverordening genoemde bijstand te verlenen, indien de invordering van de schuldvordering, wegens de situatie van de debiteur, in de lidstaat van de aangezochte partij ernstige moeilijkheden van economische of sociale aard zou opleveren, voor zover de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen en de administratieve praktijken die gelden in de lidstaat van de aangezochte partij dat toelaten voor soortgelijke binnenlandse schuldvorderingen;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de in de artikelen 76 tot en met 81 van de toepassingsverordening bedoelde bijstand te verlenen, als het initiële verzoek uit hoofde van artikel 76, 77 of 78 van de toepassingsverordening betrekking heeft op schuldvorderingen die meer dan vijf jaar oud zijn, te rekenen vanaf de datum waarop de schuldvordering in de lidstaat van de verzoekende partij opeisbaar is geworden tot de datum van het initiële verzoek om bijstand. </STRING></STRING></ITEM></LIST></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Als met betrekking tot punt b) de schuldvordering of de initiële titel voor het nemen van executiemaatregelen in de lidstaat van de verzoekende partij wordt betwist, begint de periode van vijf jaar op de datum waarop het niet langer mogelijk is de schuldvordering of de executoriale titel van de schuldvordering te betwisten.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Voorts begint – wanneer de autoriteiten in de lidstaat van de verzoekende partij uitstel van betaling of betaling in termijnen hebben aanvaard – de periode van vijf jaar op de datum waarop de volledige betalingsperiode is verstreken.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In die gevallen is de aangezochte partij echter niet verplicht bijstand te verlenen met betrekking tot schuldvorderingen die meer dan tien jaar oud zijn, te rekenen vanaf de datum waarop de schuldvordering in de lidstaat van de verzoekende partij opeisbaar is geworden.</STRING></STRING></P><P><NO.P>2.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De aangezochte partij stelt de verzoekende partij op de hoogte van de redenen voor afwijzing van het verzoek om bijstand.”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>40)</NO.P>artikel 84 wordt vervangen door:<CITATION><P>“Artikel 84</P><P>Conservatoire maatregelen</P><P><NO.P>1.</NO.P>Op een met redenen omkleed verzoek van de verzoekende partij neemt de aangezochte partij, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">overeenkomstig het</STRING></STRING> in haar lidstaat geldende nationale recht <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en de in haar lidstaat geldende nationale</STRING></STRING> administratieve praktijken, conservatoire maatregelen om de invordering te waarborgen wanneer een schuldvordering of de titel voor het nemen van executiemaatregelen in de lidstaat van de verzoekende partij bij de indiening van het verzoek wordt betwist, of wanneer de schuldvordering nog niet het voorwerp vormt van een titel voor het nemen van executiemaatregelen in de lidstaat van de verzoekende lidstaat, voor zover conservatoire maatregelen in een soortgelijke situatie ook uit hoofde van het nationale recht en de administratieve praktijken van de lidstaat van de verzoekende partij mogelijk <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zouden</STRING></STRING> zijn.</P><P>Het document dat in voorkomend geval is opgesteld om conservatoire maatregelen in de lidstaat van de verzoekende partij mogelijk te maken en dat betrekking heeft op de schuldvordering waarvoor om wederzijdse bijstand is verzocht, wordt aan het verzoek om conservatoire maatregelen in de lidstaat van de aangezochte partij gehecht. In de lidstaat van de aangezochte partij wordt geen erkenning, aanvulling of vervanging van dat document vereist.</P><P><NO.P>2.</NO.P>Het verzoek om conservatoire maatregelen kan vergezeld gaan van andere documenten met betrekking tot de schuldvordering, die in de lidstaat van de verzoekende partij zijn afgegeven.</P><P><NO.P>3.</NO.P>Voor de uitvoering van lid 1 van dit artikel zijn de bepalingen en de procedures van de artikelen 78, 79, 81 en 82 van de toepassingsverordening van overeenkomstige toepassing.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>41)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in</STRING></STRING> artikel 85 wordt ▌lid 1 <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vervangen door:</STRING></STRING><CITATION><P>“<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">1.	De aangezochte partij verricht de invordering bij de betrokken natuurlijke persoon of rechtspersoon en houdt daarbij alle kosten in die zij voor de invordering heeft gemaakt, overeenkomstig de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die in de lidstaat van de aangezochte partij gelden voor soortgelijke schuldvorderingen.</STRING></STRING></P><P><NO.P>1 bis.</NO.P>Wanneer de kosten met betrekking tot de invordering niet op de debiteur kunnen worden verhaald boven op het bedrag van de schuldvordering, worden <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">die kosten</STRING></STRING> in mindering gebracht op het bedrag dat <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">werkelijk werd</STRING></STRING> ingevorderd, of, indien dat niet mogelijk is, worden ze door de verzoekende partij vergoed. De verzoekende partij en de aangezochte partij kunnen een specifieke vergoedingsregeling overeenkomen of afzien van de vergoeding van die kosten.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>42)</NO.P>het volgende artikel wordt ingevoegd:<CITATION><P>“Artikel 85 bis</P><P>Aanwezigheid in administratieve instanties en deelname aan administratief onderzoek</P><P><NO.P>1.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">In onderlinge overeenstemming tussen de verzoekende partij en de aangezochte partij en overeenkomstig de door de aangezochte partij vastgestelde regeling kunnen door de verzoekende partij gemachtigde ambtenaren, met het oog op de bevordering van de in deze afdeling bedoelde wederzijdse bijstand:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>aanwezig zijn in de instanties waar de administratieve autoriteiten van de lidstaat van de aangezochte partij hun taken uitvoeren;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>aanwezig zijn bij administratief onderzoek op het grondgebied van de lidstaat van de aangezochte partij;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL>de bevoegde ambtenaren van de lidstaat van de aangezochte lidstaat bijstaan bij rechtszaken in die lidstaat.</ITEM></LIST></P><P><NO.P>2.</NO.P>Als de in de lidstaat van de aangezochte partij geldende wetgeving zulks toestaat, kan in de in lid 1 ▌bedoelde overeenkomst worden bepaald dat ambtenaren van de lidstaat van de verzoekende partij personen mogen ondervragen en dossiers mogen onderzoeken.</P><P><NO.P>3.</NO.P>Door de verzoekende partij gemachtigde ambtenaren leggen, wanneer zij handelen op grond van lid 1 of 2, een schriftelijke machtiging voor waarin hun identiteit en hun officiële hoedanigheid zijn vermeld.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>43)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">artikel 86 wordt geschrapt;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>44)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het volgende artikel wordt ingevoegd:</STRING></STRING><CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“Artikel 86 bis</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bevoegdheid om uitvoeringshandelingen vast te stellen</STRING></STRING></P><P><NO.P>1.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0"><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie bepaalt door middel van uitvoeringshandelingen de nadere bijzonderheden van de invorderingsprocedure. Die uitvoeringshandelingen betreffen:</STRING></STRING></INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">praktische regelingen die nodig zijn voor de toepassing van deze afdeling wat betreft het langs elektronische weg toezenden van informatie, documenten of beslissingen aan de betrokkene, overeenkomstig artikel 4; </STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het model van de uniforme titel als bedoeld in artikel 79; </STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de informatie die door de aangezochte partij aan de verzoekende partij moet worden verstrekt over de stand van zaken of het resultaat van het verzoek en het daarvoor geldende tijdschema;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>d)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de maatregelen die door de betrokken organen moeten worden genomen bij een wijziging of intrekking van de schuldvordering die het voorwerp vormt van een verzoek tot invordering; </STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>e)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">nadere uitvoeringsbepalingen voor artikel 75, lid 2, de artikelen 76, 77, 78, 79, 80 en 81, artikel 82, lid 1, artikel 83, lid 1, tweede alinea, en de artikelen 84, 85 en 85 bis; en</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>f)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de vaststelling van een minimumdrempel voor de bedragen waarvoor een verzoek tot invordering kan worden ingediend. </STRING></STRING></ITEM></LIST></P><P><NO.P>2.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 88 quater, lid 2, van de basisverordening bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>45)</NO.P>artikel 87 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>lid 4 wordt vervangen door:<CITATION><P>“4.	De leden 2 en 3 zijn tevens van toepassing wanneer de mate van afhankelijkheid van een rechthebbende op of aanvrager van prestaties bij langdurige zorg in de zin van artikel 1, punt v ter), van de basisverordening wordt bepaald of gecontroleerd.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>lid 6 wordt vervangen door:<CITATION><P>“6.	In afwijking van het in artikel 76, lid 2, van de basisverordening neergelegde beginsel van kosteloze administratieve samenwerking, worden de daadwerkelijke uitgaven voor de in de leden 1 tot en met 5 van dit artikel genoemde controles, door het debiteurorgaan dat om de controles had verzocht, terugbetaald aan het orgaan dat werd verzocht de controles uit te voeren. Als het orgaan dat verzocht is de controle uit te voeren, echter ook gebruikmaakt van de bevindingen voor de toekenning van prestaties aan de betrokkene <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voor eigen rekening</STRING></STRING> volgens de wetgeving die het toepast, vordert het de in de vorige zin bedoelde uitgaven niet terug. ▌”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>46)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het volgende artikel wordt ingevoegd:</STRING></STRING><CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“Artikel 87 bis</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Evaluatie</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uiterlijk op ... [vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening] voert de Commissie een evaluatie uit van de naleving van de in titel II van de toepassingsverordening bedoelde termijnen en van de uitvoering van de regels van artikel 14, lid 5 bis, van die verordening. </STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In haar evaluatie beoordeelt de Commissie ook of het passend is het toepassingsgebied van prestaties bij langdurige zorg op grond van de basisverordening uit te breiden tot werkgerelateerde prestaties.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie dient bij het Europees Parlement, de Raad en het Economisch en Sociaal Comité een verslag in met de resultaten van haar evaluatie. De lidstaten verstrekken de Commissie de informatie die nodig is voor het opstellen van dat verslag.”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>47)</NO.P>in artikel 89 wordt lid 3 geschrapt;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>48)</NO.P>artikel 92 wordt geschrapt;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>49)</NO.P>artikel 93 wordt vervangen door:<CITATION><P>“Artikel 93</P><P>Overgangsbepalingen</P><P>De artikelen 87, 87 bis en 87 ter van de basisverordening zijn van toepassing op de onder de toepassingsverordening vallende situaties.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>50)</NO.P>het volgende artikel wordt ingevoegd:<CITATION><P>“Artikel 94 bis</P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Overgangsbepalingen betreffende</STRING></STRING> werkloosheidsuitkeringen</P><P><NO.P>1.</NO.P>De artikelen 56 en 70 en bijlage 5, in de versie die van kracht was vóór … [datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening], blijven van toepassing op werkloosheidsuitkeringen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">waarvoor aanvragen</STRING></STRING> zijn <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ingediend</STRING></STRING> vóór de relevante datums van toepassing zoals vastgesteld in artikel 97, tweede alinea, punt 2), en derde en vierde alinea.</P><P><NO.P>2.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 73, in de versie die van kracht was vóór ... [datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening], blijft van toepassing op de vereffening van schuldvorderingen die is gestart vóór ... [24 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening].</STRING></STRING></P><P><NO.P>3.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Titel IV, hoofdstuk III, afdeling 3, in de versie die van kracht was vóór ... [datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening], blijft van toepassing op verzoeken en betwistingen die zijn ingediend vóór ... [24 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening].”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>51)</NO.P>artikel 96 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>in lid 1, tweede alinea, wordt de aanhef vervangen door:<CITATION><P>“Met uitzondering van artikel 107 blijft Verordening (EEG) nr. 574/72 evenwel van kracht en behoudt zij haar rechtsgevolgen voor de toepassing van: ▌”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>het volgende lid wordt ingevoegd:<CITATION><P>“<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">1 bis	</STRING></STRING>Voor de toepassing van de in lid 1 van dit artikel bedoelde wetgeving zijn de regels inzake de omrekening van valuta onderworpen aan artikel 90. ▌”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>52)</NO.P>artikel 97 wordt vervangen door:<CITATION><P>“Artikel 97</P><P>Datum van inwerkingtreding en toepassing</P><P>Deze verordening wordt bekendgemaakt in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING>. Ze treedt in werking op 1 mei 2010.</P><P><LIST LEVEL="1" TYPE="ARAB"><INT.LI LEVEL="0">Niettegenstaande de eerste alinea, gelden de volgende datums van toepassing:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>1)</SYMBOL>de volgende bepalingen, in de versie die in werking treedt op … [datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening], zijn van toepassing vanaf die datum:</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>artikel 1, lid 2;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>artikel 2, leden 2 bis, 5 en 6;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL>artikel 3, lid 3;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>d)</SYMBOL>artikel 19, leden 2 en 3;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>e)</SYMBOL>artikel 26, lid 4;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>f)</SYMBOL>artikel 43, lid 3;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>g)</SYMBOL>artikel 65;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>h)</SYMBOL>artikel 66, lid 2;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>i)</SYMBOL>artikel 68, lid 2;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>j)</SYMBOL>artikel 75 leden 1, 3 en 4;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>k)</SYMBOL>artikelen 85 bis, 86 en 86 bis;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>l)</SYMBOL>artikel 87, leden 4 en 6;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>m)</SYMBOL>artikel 87 quater;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>n)</SYMBOL>artikel 89, lid 3;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>o)</SYMBOL>artikelen 92, 93 en 94 bis;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>p)</SYMBOL>artikel 96, leden 1 en 1 bis;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>q)</SYMBOL>bijlage 1;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>2)</SYMBOL>de volgende bepalingen, in de versie die in werking treedt op … [datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening], zijn van toepassing vanaf … [24 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening]:</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>artikel 5, leden 2 tot en met 5;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>artikel 14, leden 1, 1 bis, 3, 5 bis, 10 en 12;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL>artikel 15;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>d)</SYMBOL>artikel 16, leden 1, 2, 3 en 5;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>e)</SYMBOL>artikel 19 bis;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>f)</SYMBOL>artikel 20, leden 3 en 4;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>g)</SYMBOL>artikel 25, leden 1 en 3;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>h)</SYMBOL>artikel 31, lid 2;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>i)</SYMBOL>artikel 32, lid 1;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>j)</SYMBOL>artikel 54, lid 1;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>k)</SYMBOL>artikel 54 bis;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>l)</SYMBOL>artikel 55, leden 1, 4, 5 en 7;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>m)</SYMBOL>artikel 56, leden -1, 1 en 3;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>n)</SYMBOL>artikel 56 bis;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>o)</SYMBOL>artikel 67, leden 3 en 7;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>p)</SYMBOL>artikel 70;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>q)</SYMBOL>artikel 72, lid 1;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>r)</SYMBOL>artikelen 73 en 77;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>s)</SYMBOL>artikel 78, leden 1 tot en met 4, en lid 6;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>t)</SYMBOL>artikelen 79 tot en met 82 en artikel 84;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>u)</SYMBOL>artikel 85, leden 1 en 1 bis;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>v)</SYMBOL>bijlagen 5 en 6;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>3)</SYMBOL>artikel 64 in de versie die in werking treedt op … [datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening], is van toepassing vanaf 1 januari … [het kalenderjaar volgend op het jaar waarin deze wijzigingsverordening in werking treedt].</ITEM></LIST></P><P>Niettegenstaande de punten 1) en 2) van de tweede alinea van dit artikel met betrekking tot personen voor wie, gedurende hun laatste werkzaamheden in loondienst of werkzaamheden anders dan in loondienst, Luxemburg de bevoegde lidstaat was, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zijn de artikelen 56 en 70 en bijlage 5, in de versie die van kracht was vóór … [de datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening], van toepassing tot en met … [vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening]. Gedurende die periode is artikel 56 bis niet van toepassing op Luxemburg.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Luxemburg kan de Commissie ervan in kennis stellen dat het noodzakelijk is de in de derde alinea bedoelde termijn te verlengen tot en met … [7 jaar na de datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening]. Een dergelijke kennisgeving van verlenging wordt binnen een redelijke termijn vóór het einde van de in de derde alinea bedoelde termijn gedaan. De kennisgeving wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>53)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de bijlagen bij Verordening (EG) nr. 987/2009 worden gewijzigd overeenkomstig bijlage II bij deze verordening.</STRING></STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 3</TI.ART><STI.ART><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Inwerkingtreding en datum van toepassing</STRING></STRING></STI.ART><PARAG>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van de maand</STRING></STRING> na <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de datum</STRING></STRING> van bekendmaking ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING>.</PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.</STRING></STRING></PARAG></ARTICLE></GR.ART><SIGNATURE><P>Gedaan te …,</P><P><STRING ITALIC="on">Voor het Europees Parlement	Voor de Raad</STRING></P><P><STRING ITALIC="on">De voorzitter	De voorzitter</STRING></P></SIGNATURE><ANNEX><TI><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">BIJLAGE I </STRING></STRING></TI><P>Wijzigingen van de bijlagen bij Verordening (EG) nr. 883/2004</P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De bijlagen bij Verordening (EG) nr. 883/2004 worden als volgt gewijzigd:</STRING></STRING></P><P><NO.P>1)</NO.P>bijlage I wordt als volgt gewijzigd:</P><P><NO.P>a)</NO.P>deel I wordt als volgt gewijzigd:</P><P><NO.P>i)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de volgende rubriek wordt ingevoegd na de rubriek “BULGARIJE”:</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“TSJECHIË</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Voorschotten op onderhoudsverplichtingen volgens de Wet inzake voorschotten op onderhoudsverplichtingen (nr. 588/2020 Coll.)”;</STRING></STRING></P><P><NO.P>ii)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de rubriek “ESTLAND” wordt vervangen door:</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“ESTLAND</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Onderhoudsverplichtingen uit hoofde van de Wet gezinsbijslagen van 1 januari 2017”;</STRING></STRING></P><P><NO.P>iii)</NO.P>de rubriek “SLOWAKIJE” wordt vervangen door:</P><P>“SLOWAKIJE</P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Vervangende alimentatie-uitkering als bepaald in Wet nr. 201/2008 Coll. zoals gewijzigd</STRING></STRING>”;</P><P><NO.P>iv)</NO.P>de rubriek “ZWEDEN” wordt vervangen door:</P><P>“ZWEDEN</P><P>Onderhoudssteun (hoofdstuk 17 tot en met 19 van het Wetboek voor sociale verzekeringen) <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">(2010:110)</STRING></STRING>”<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">;</STRING></STRING></P><P><NO.P>b)</NO.P>deel II wordt als volgt gewijzigd:</P><P><NO.P>i)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de rubriek “LITOUWEN” wordt vervangen door:</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“LITOUWEN </STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Onderhoudsverplichtingen voor kinderen uit hoofde van de Wet inzake onderhoudsverplichtingen voor kinderen”;</STRING></STRING></P><P><NO.P>ii)</NO.P>de rubriek “HONGARIJE” wordt geschrapt;</P><P><NO.P>iii)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de rubriek “POLEN” wordt vervangen door:</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“POLEN</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Eenmalige geboortetoelage (Wet inzake gezinsbijslagen).</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Eenmalige toelage voor de geboorte van een kind bij wie een ernstige en onomkeerbare handicap of een onbehandelbare levensbedreigende ziekte werd vastgesteld, die tijdens de prenatale ontwikkeling van het kind of tijdens de bevalling is ontstaan”;</STRING></STRING></P><P><NO.P>iv)</NO.P>de rubriek “ROEMENIË” wordt geschrapt;</P><P><NO.P>v)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de rubriek “SLOWAKIJE” wordt vervangen door:</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“SLOWAKIJE</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uitkering bij geboorte.”;</STRING></STRING></P><P><NO.P>vi)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de rubriek “FINLAND” wordt vervangen door:</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Moederschapspakket, de uitkering ineens bij bevalling en de uitkering ineens ter vergoeding van de kosten van internationale adoptie op grond van de Wet inzake de uitkering bij bevalling (477/1993)”;</STRING></STRING></P><P><NO.P>vii)</NO.P>het volgende punt wordt toegevoegd:</P><P>“ZWEDEN</P><P>Uitkering bij adoptie (hoofdstuk 21 van het Wetboek sociale verzekeringen (<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">2010</STRING></STRING>:110)).”;</P><P><NO.P>2)</NO.P>▌ bijlage II wordt <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">als volgt gewijzigd:</STRING></STRING></P><P><NO.P>a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de rubrieken “DENEMARKEN — FINLAND” en “DENEMARKEN — ZWEDEN” worden geschrapt;</STRING></STRING></P><P><NO.P>b)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de rubriek “DUITSLAND — OOSTENRIJK” wordt vervangen door:</STRING></STRING></P><P>“<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">DUITSLAND — OOSTENRIJK</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 14, lid 2, punten g), h), i) en j), van het Verdrag betreffende sociale zekerheid van 4 oktober 1995, over de verdeling van bevoegdheden tussen deze twee landen betreffende oude verzekeringsgevallen en opgebouwde tijdvakken van verzekering; de toepassing daarvan blijft beperkt tot de personen die binnen de werkingssfeer van dit verdrag vallen.”;</STRING></STRING></P><P><NO.P>c)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de rubrieken “SPANJE — PORTUGAL” en “FINLAND — ZWEDEN” worden geschrapt;</STRING></STRING></P><P><NO.P>3)</NO.P>in bijlage III worden de rubrieken “ESTLAND”, “SPANJE”, “KROATIË”, “ITALIË”, “LITOUWEN”, “HONGARIJE”, “NEDERLAND”, “FINLAND” en “ZWEDEN” geschrapt;</P><P><NO.P>4)</NO.P>bijlage IV wordt als volgt gewijzigd:</P><P><NO.P>a)</NO.P>de rubriek “ESTLAND” wordt ingevoegd na “DUITSLAND”;</P><P><NO.P>b)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de rubriek “LETLAND” wordt ingevoegd na “CYPRUS”;</STRING></STRING></P><P><NO.P>c)</NO.P>de rubriek “LITOUWEN” wordt ingevoegd na “<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">LETLAND</STRING></STRING>”;</P><P><NO.P>d)</NO.P>de rubriek “MALTA” wordt ingevoegd na “HONGARIJE”;</P><P><NO.P>e)</NO.P>de rubriek “PORTUGAL” wordt ingevoegd na “POLEN”;</P><P><NO.P>f)</NO.P>de rubriek “ROEMENIË” wordt ingevoegd na “PORTUGAL”;</P><P><NO.P>g)</NO.P>de rubriek “SLOWAKIJE” wordt ingevoegd na “SLOVENIË”;</P><P><NO.P>h)</NO.P>de rubriek “FINLAND” wordt ingevoegd na “SLOWAKIJE”;</P><P><NO.P>i)</NO.P>de rubriek “VERENIGD KONINKRIJK” wordt toegevoegd na “ZWEDEN”;</P><P><NO.P>5)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in bijlage VI wordt de rubriek “FINLAND” geschrapt;</STRING></STRING></P><P><NO.P>6)</NO.P>	in <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bijlage VIII wordt deel I als volgt gewijzigd:</STRING></STRING></P><P><NO.P>a)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de rubriek “LITOUWEN” wordt vervangen door:</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“LITOUWEN</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Alle aanvragen om weduwe-/weduwnaarspensioenen op grond van de sociale verzekering, berekend op basis van het basisbedrag van het weduwe-/weduwnaarspensioen (Wet socialeverzekeringspensioenen).”;</STRING></STRING></P><P><NO.P>b)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in de rubriek “OOSTENRIJK” wordt punt g) vervangen door: </STRING></STRING></P><P>“g)	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Alle aanvragen om uitkeringen uit hoofde van de federale wet van 22 december 2018 betreffende de pensioenvoorziening voor Oostenrijkse notarissen — NVG 2020;</STRING></STRING></P><P><NO.P>h)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Premie voor jonge starters uit hoofde van de artikelen 262a en 286a Allgemeines Sozialversicherungsgesetz (ASVG) (algemene wet sociale verzekering) van 9 september 1955, artikel 144a Gewerbliches Sozialversicherungsgesetz (GSVG) (wet sociale verzekering bedrijfsleven) van 11 oktober 1978 en artikel 135a Bauern-Sozialversicherungsgesetz (BSVG) (wet sociale verzekering landbouwers) van 11 oktober 1978.”;</STRING></STRING></P><P><NO.P>7)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bijlage IX wordt als volgt gewijzigd:</STRING></STRING></P><P><NO.P>a)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">deel I wordt als volgt gewijzigd:</STRING></STRING></P><P><NO.P>i)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de volgende rubriek wordt toegevoegd na de rubriek “DENEMARKEN”:</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“ESTLAND</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Arbeidsgeschiktheidstoelage toegekend uit hoofde van de wet op arbeidsgeschiktheidstoelagen.”;</STRING></STRING></P><P><NO.P>ii)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de rubriek “FINLAND” wordt vervangen door:</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“FINLAND</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Weduwe- en weduwnaarspensioenen bepaald in overeenstemming met de overgangsregelingen en toegekend vóór 1 januari 1994 (Wet inzake de uitvoering van de Nationale pensioenwet, 569/2007).</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het aanvullende bedrag van het pensioen voor kinderen bij het berekenen van de autonome uitkering in overeenstemming met de nationale pensioenwet (Nationale pensioenwet, 568/2007).”;</STRING></STRING></P><P><NO.P>b)</NO.P>	in <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">deel II wordt de rubriek “LITOUWEN” vervangen door:</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“LITOUWEN</STRING></STRING></P><P><NO.P>a)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Socialeverzekeringspensioenen wegens arbeidsongeschiktheid, uitgekeerd uit hoofde van de Wet socialeverzekeringspensioenen. </STRING></STRING></P><P><NO.P>b)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Socialeverzekeringspensioenen voor weduwen, weduwnaars en wezen, berekend op basis van het pensioen wegens arbeidsongeschiktheid van de overledene uit hoofde van de Wet socialeverzekeringspensioenen.”;</STRING></STRING></P><P><NO.P>c)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in deel III wordt de derde alinea vervangen door:</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“Het Noordse Verdrag van 12 juni 2012 betreffende de sociale zekerheid.”;</STRING></STRING></P><P><NO.P>8)</NO.P>bijlage X wordt als volgt gewijzigd:</P><P><NO.P>a)</NO.P>de rubriek “TSJECHIË” wordt geschrapt;</P><P><NO.P>b)</NO.P>in de rubriek “DUITSLAND” wordt punt b) vervangen door:</P><P>“b)	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bürgergeld,</STRING></STRING> basisvoorziening voor werkzoekenden overeenkomstig deel II van het Sociaal Wetboek ▌.”;</P><P><NO.P>c)</NO.P>de rubriek “ESTLAND” wordt als volgt gewijzigd:</P><P><NO.P>i)</NO.P>punt a) wordt geschrapt;</P><P><NO.P>ii)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het volgende</STRING></STRING> punt wordt toegevoegd:</P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“c)	Uitkering voor alleenwonende gepensioneerden (Wet op de sociale bijstand van 6 september 2016)”;</STRING></STRING></P><P><NO.P>d)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de rubriek “LITOUWEN” wordt vervangen door:</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“LITOUWEN</STRING></STRING></P><P><NO.P>a)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Socialebijstandspensioen voor invaliditeit en ouderdom (Wet van 2005 op de socialebijstandspensioenen, artikelen 5 en 6). </STRING></STRING></P><P><NO.P>b)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Steunvergoeding (Wet op de socialebijstandspensioenen van 2005, artikel 12). </STRING></STRING></P><P><NO.P>c)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Vervoersvergoeding voor gehandicapten met mobiliteitsproblemen, toegekend vóór 2019 op grond van de Wet op de vervoersvergoeding.”;</STRING></STRING></P><P><NO.P>e)</NO.P>in de rubriek “HONGARIJE” wordt punt c) geschrapt;</P><P><NO.P>f)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de rubriek “OOSTENRIJK” wordt vervangen door:</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“OOSTENRIJK</STRING></STRING></P><P><NO.P>a)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Compenserende aanvulling (Federale wet van 9 september 1955 betreffende de algemene sociale verzekering — ASVG, Federale wet van 11 oktober 1978 betreffende de sociale verzekering voor personen werkzaam in de handel — GSVG, en Federale wet van 11 oktober 1978 betreffende de sociale verzekering voor landbouwers — BSVG);</STRING></STRING></P><P><NO.P>b)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Aanvullende uitkering (Federale wet van 18 november 1965 betreffende de pensioenrechten van federale ambtenaren, hun nabestaanden en de personen te hunnen laste — Pensionsgesetz 1965 (PG 1965); Federale wet betreffende de pensioenuitkeringen voor ambtenaren van de Oostenrijkse federale spoorwegen — Bundesbahn-Pensionsgesetz (BB-PG); Federale wet van 9 juli 1958 betreffende de pensioenuitkeringen voor federale theatermedewerkers (Bundestheaterpensionsgesetz (BThPG)).”;</STRING></STRING></P><P><NO.P>g)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de rubriek “POLEN” wordt vervangen door:</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“POLEN</STRING></STRING></P><P><NO.P>a)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Sociaal pensioen (Wet op de sociale pensioenen van 27 juni 2003).</STRING></STRING></P><P><NO.P>b)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Aanvullende ouderschapsuitkering (Wet van 31 januari 2019 betreffende de aanvullende ouderschapsuitkering).</STRING></STRING></P><P><NO.P>c)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Aanvullende uitkering voor personen die niet zelfstandig kunnen wonen (Wet van 31 juli 2019 betreffende de aanvullende uitkering voor personen die niet zelfstandig kunnen wonen).”;</STRING></STRING></P><P><NO.P>h)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de rubriek “PORTUGAL” wordt als volgt gewijzigd:</STRING></STRING></P><P><NO.P>i)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">punt a) wordt vervangen door:</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“a)	Niet op bijdrage- of premiebetaling berustend algemeen ouderdomspensioen van de staat (Wetsbesluit nr. 464/80 van 13 oktober 1980).”;</STRING></STRING></P><P><NO.P>ii)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het volgende punt wordt toegevoegd:</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“d)	De basiscomponent en het supplement van de sociale uitkering voor inclusie (Wetsbesluit nr. 126-A/2017 van 6 oktober 2017, zoals gewijzigd).”;</STRING></STRING></P><P><NO.P>i)</NO.P>de volgende rubriek wordt ingevoegd na de rubriek “<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">PORTUGAL</STRING></STRING>”:</P><P>“ROEMENIË</P><P>Sociale toelage voor gepensioneerden (Noodverordening nr. 6/2009 van de regering tot vaststelling van een gegarandeerd sociaal minimumpensioen, bekrachtigd bij Wet nr. 196/2009).”;</P><P><NO.P>j)</NO.P>de rubriek “SLOVENIË” wordt geschrapt;</P><P><NO.P>k)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in de rubriek “FINLAND” wordt punt c) geschrapt;</STRING></STRING></P><P><NO.P>l)</NO.P>de rubriek “ZWEDEN” wordt vervangen door:</P><P>“ZWEDEN</P><P><NO.P>a)</NO.P>Huisvestingstoeslag voor gepensioneerden (hoofdstukken 99 tot en met 103 van het Wetboek voor sociale verzekeringen) <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">(2010:110)</STRING></STRING>;</P><P><NO.P>b)</NO.P>Onderhoudssteun voor ouderen (hoofdstuk 74 van het Wetboek voor sociale verzekeringen) <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">(2010:110)</STRING></STRING>.”;</P><P><NO.P>m)</NO.P>aan de rubriek “VERENIGD KONINKRIJK” <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">worden de</STRING></STRING> volgende <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">punten</STRING></STRING> toegevoegd:</P><P>“f)	Persoonlijke onafhankelijkheidsuitkering (personal independence payment), mobiliteitscomponent (in Britse wetgeving, deel 4 van de Bijstandsherzieningswet (Welfare Reform Act) 2012 en in de Noord-Ierse wetgeving, deel 5 van de Bijstandsherzieningswet (Welfare Reform (Northern Ireland) Order) 2015 (S.I. 2015/2006 (N.I. 1).”<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">;</STRING></STRING></P><P><NO.P>g)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“Best Start”-voedingsbijstand (Welfare Foods (Best Start Foods) (Scotland) Regulations (regeling voedingsbijstand (voeding voor jonge kinderen) (Schotland) 2019 (SSI 2019/193));</STRING></STRING></P><P><NO.P>h)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“Best Start”-toelagen (zwangerschaps- en babytoelage, kinderopvangtoelage, schooltoelage) (The Early Years Assistance (Best Start Grants) (Scotland) Regulations 2018 (regeling bijstand voor jonge kinderen (“Best Start”-toelagen) (Schotland) 2018) (SSI 2018/370));</STRING></STRING></P><P><NO.P>i)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uitvaartuitkering (Funeral Expense Assistance (Scotland) Regulations 2019 (regeling inzake bijstand voor uitvaartkosten (Schotland) 2019) (SSI 2019/292));</STRING></STRING></P><P><NO.P>j)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Scottish Child Payment (Scottish Child Payment Regulations 2020 (Schotse regeling voor kinderbijslag 2020) (SSI 2020/XX));</STRING></STRING></P><P><NO.P>k)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uitkering voor kinderen met een handicap, mobiliteitscomponent (The Disability Assistance for Children and Young People (Scotland) Regulations 2021 (regeling bijstand voor kinderen en jongeren met een handicap (Schotland) 2021) (SSI 2021/174));</STRING></STRING></P><P><NO.P>l)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uitkering voor volwassenen met een handicap, mobiliteitscomponent (Social Security (Scotland) Act 2018 (Socialezekerheidswet (Schotland) 2018) (“SS(S)A”) en The Disability Assistance for Working Age People (Scotland) Regulations 2022 (regeling bijstand voor personen in de werkende leeftijd met een handicap (Schotland) 2022));</STRING></STRING></P><P><NO.P>m)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Verwarmingstoelage voor gepensioneerden tijdens de winter (The Winter Heating Assistance (Pension Age) (Scotland) Amendment Regulations 2025 (wijziging van de regeling voor bijstand voor verwarming tijdens de winter voor gepensioneerden (Schotland) 2025));</STRING></STRING></P><P><NO.P>n)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Toelage voor stookkosten in de winter (The Social Fund Winter Fuel Payment Regulations 2025 (regeling betreffende het sociaal fonds voor toelagen voor stookkosten in de winter 2025)).”;</STRING></STRING></P><P><NO.P>9)</NO.P>bijlage XI wordt als volgt gewijzigd:</P><P><NO.P>a)</NO.P>de rubriek “TSJECHIË” wordt vervangen door:</P><P>“TSJECHIË</P><P><NO.P>1.</NO.P>Met het oog op het aanmerken als gezinslid in de zin van artikel 1, punt i), wordt onder “echtgeno(o)t(e)” mede verstaan een geregistreerde partner in de zin van de Tsjechische Wet nr. 115/2006 Coll. inzake geregistreerd partnerschap.</P><P><NO.P>2.</NO.P>Niettegenstaande de artikelen 5 en 6 van deze verordening kunnen voor de toekenning van de aanvullende uitkering voor de tijdvakken van verzekering die zijn vervuld uit hoofde van de wetgeving van de voormalige Tsjechische en Slowaakse Federale Republiek, uitsluitend de uit hoofde van de Tsjechische wetgeving vervulde verzekeringstijdvakken in aanmerking worden genomen om te voldoen aan de voorwaarde van minstens één jaar Tsjechische pensioenverzekering binnen de vastgestelde termijn na de datum van ontbinding van de Federatie (artikel 106a, lid 1, punt b), van Wet nr. 155/1995 Verz. inzake pensioenverzekering). ”;</P><P><NO.P>b)</NO.P>in de rubriek “DUITSLAND” wordt punt 3 vervangen door:</P><P>“3.	Voor de toekenning van uitkeringen uit hoofde van artikel 47, lid 1, van Sozialgesetzbuch V, artikel 47, lid 1, van het Sozialgesetzbuch VII en artikel 24i van het Sozialgesetzbuch V aan in een andere lidstaat wonende verzekerden wordt het netto-inkomen dat de grondslag vormt voor de uitkering, door de Duitse verzekeringsstelsels berekend alsof de verzekerde in Duitsland woonde, tenzij de verzekerde verzoekt om een berekening op basis van het werkelijk ontvangen nettoloon. Voor de toekenning van een uitkering bij ouderschapsverlof uit hoofde van de federale wet op de ouderschapstoelage en het ouderschapsverlof (BEEG) aan in een andere lidstaat wonende personen berekent het bevoegde orgaan voor de Duitse uitkering bij ouderschapsverlof het gemiddelde maandelijkse inkomen uit hoofde van artikel 2c tot en met 2f van de wet, dat wordt gebruikt om uitkeringen te beoordelen, alsof de betrokkene in Duitsland woonde. Daarbij kan de betrokkene, indien belastingschijf IV van toepassing is uit hoofde van de tweede zin van artikel 2e, lid 3, van de BEEG omdat de begunstigde tijdens de berekeningsperiode niet in een Duitse belastingschijf was ingedeeld, erom verzoeken dat de uitkering bij ouderschapsverlof wordt bepaald op basis van zijn of haar werkelijke netto-inkomsten als belast in de lidstaat waar hij of zij woont. ”;</P><P><NO.P>c)</NO.P>de rubriek “ESTLAND” wordt vervangen door:</P><P>“ESTLAND</P><P><NO.P>1.</NO.P>Voor de berekening van ouderschapsuitkeringen wordt voor tijdvakken van werkzaamheden in loondienst in andere lidstaten dan Estland uitgegaan van hetzelfde gemiddelde bedrag van sociale belasting als de betrokkene betaald heeft gedurende de tijdvakken van werkzaamheden in loondienst in Estland, waarmee de eerstgenoemde tijdvakken worden samengeteld. Indien de betrokkene in het referentiejaar uitsluitend in andere lidstaten gewerkt heeft, wordt bij de berekening van de uitkering uitgegaan van het gemiddelde bedrag van sociale belasting in Estland tussen het referentiejaar en het moederschapsverlof.</P><P><NO.P>2.</NO.P>Voor de berekening van de arbeidsgeschiktheidstoelage pro rata overeenkomstig artikel 52, lid 1, punt b), van deze verordening worden in Estland vervulde tijdvakken van wonen in aanmerking genomen vanaf de leeftijd van 16 jaar tot aan het tijdstip waarop de gebeurtenis plaatsvond.”;</P><P><NO.P>d)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de rubriek “CYPRUS” wordt vervangen door: </STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“CΥΡRUS</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Voor de toepassing van het bepaalde in de artikelen 6, 51 en 60 bis van deze verordening wordt voor tijdvakken die op of na 6 oktober 1980 aanvingen, een week van verzekering uit hoofde van de wetgeving van de Republiek Cyprus bepaald door het totale verzekerbare inkomen in de desbetreffende periode te delen door het wekelijkse bedrag van het verzekerbare basisinkomen waarover in het desbetreffende bijdragejaar bijdragen moesten worden betaald, mits het aldus berekende aantal weken niet hoger uitvalt dan het aantal kalenderweken in de desbetreffende periode.”;</STRING></STRING></P><P><NO.P>e)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in de rubriek “MALTA” wordt punt a) vervangen door: </STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“a)</STRING></STRING>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uitsluitend met het oog op de toepassing van de artikelen 49 en 60 van deze verordening worden personen met een dienstbetrekking uit hoofde van de Maltese Wet op de strijdkrachten (hoofdstuk 220 van de Maltese Wet), de Politiewet (hoofdstuk 164 van de Maltese Wet), de Wet op het gevangeniswezen (hoofdstuk 260 van de Maltese wet) en de Wet civiele bescherming (hoofdstuk 411 van de Maltese Wet) met ambtenaren gelijkgesteld;</STRING></STRING></P><P><NO.P>f)</NO.P>in de rubriek “NEDERLAND” wordt ▌punt 1 <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vervangen door</STRING></STRING>:</P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“1.</STRING></STRING>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Zorgverzekering </STRING></STRING></P><P><NO.P>a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Wat betreft het recht op verstrekkingen uit hoofde van de Nederlandse wetgeving worden voor de toepassing van de hoofdstukken 1 en 2 van titel III van deze verordening onder “rechthebbenden op verstrekkingen” verstaan:</STRING></STRING></P><P><NO.P>i)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">personen die uit hoofde van de Zorgverzekeringswet verplicht zijn zich te verzekeren bij een zorgverzekeraar; en </STRING></STRING></P><P><NO.P>ii)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voor zover niet reeds begrepen onder punt i), personen die in een andere lidstaat wonen en uit hoofde van deze verordening ten laste van Nederland recht hebben op geneeskundige zorg in hun woonland. </STRING></STRING></P><P><NO.P>b)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Personen als bedoeld in punt a), i), moeten zich overeenkomstig de Zorgverzekeringswet verzekeren bij een zorgverzekeraar; personen als bedoeld in punt a), ii), moeten zich registreren bij het CAK.</STRING></STRING></P><P><NO.P>c)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De bepalingen van de Zorgverzekeringswet en de Wet Langdurige Zorg betreffende de verplichting tot het betalen van premies en bijdragen zijn van toepassing op de in punt a) bedoelde personen en hun gezinsleden. Wat gezinsleden betreft, worden de premies of bijdragen geheven bij degene van wie het recht op zorg is afgeleid.</STRING></STRING></P><P><NO.P>d)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Personen die recht hebben op verstrekkingen krachtens de wetgeving van een andere lidstaat dan Nederland en die in Nederland wonen of tijdelijk in Nederland verblijven, hebben recht op verstrekkingen overeenkomstig de aan verzekerden in Nederland aangeboden polis van het orgaan van de woon- of verblijfplaats, met inachtneming van artikel 11, leden 1, 2 en 3, van de Zorgverzekeringswet, en op de in de Wet Langdurige Zorg bepaalde verstrekkingen. </STRING></STRING></P><P><NO.P>e)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Punt f), in de versie die van kracht was vóór … [datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening], blijft van toepassing op personen die op die datum een in die bepaling bedoelde uitkering ontvingen en die zich bij het CAK hebben geregistreerd.”;</STRING></STRING></P><P><NO.P>g)</NO.P>de volgende rubriek wordt ingevoegd na de rubriek “OOSTENRIJK”:</P><P>“SLOWAKIJE</P><P>Niettegenstaande de artikelen 5 en 6 van deze verordening kunnen voor de toekenning van de aanvullende uitkering voor de tijdvakken van verzekering die zijn vervuld uit hoofde van de wetgeving van de voormalige Tsjechische en Slowaakse Federale Republiek, uitsluitend de uit hoofde van de Slowaakse wetgeving vervulde verzekeringstijdvakken in aanmerking worden genomen om te voldoen aan de voorwaarde van minstens één jaar Slowaakse pensioenverzekering binnen de vastgestelde termijn na de datum van ontbinding van de Federatie (artikel 66a, lid 1, punt b), van Wet nr. 461/2003 Verz. inzake sociale verzekering). ▌”;</P><P><NO.P>h)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in de rubriek “FINLAND” wordt punt 1 geschrapt;</STRING></STRING></P><P><NO.P>i)</NO.P>de rubriek “ZWEDEN” wordt als volgt gewijzigd:</P><P><NO.P>i)</NO.P>de punten 1 en 2 worden geschrapt;</P><P><NO.P>ii)</NO.P>punt 3 wordt vervangen door:</P><P>“3.	De bepalingen van deze verordening betreffende de samentelling van tijdvakken van verzekering en wonen zijn niet van toepassing op de overgangsregeling van de Zweedse wetgeving voor het recht op een gegarandeerd pensioen voor personen die in of vóór 1937 zijn geboren en gedurende een bepaalde periode in Zweden hebben gewoond alvorens zij een pensioen aanvragen (hoofdstuk 6 van de Wet <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">(2010:110)</STRING></STRING> betreffende de toepassing van het Wetboek voor sociale verzekeringen betreffende hoofdstukken 53 tot en met 74).”;</P><P><NO.P>iii)</NO.P>punt 4 wordt als volgt gewijzigd:</P><P><NO.P>—</NO.P>de inleidende zin wordt vervangen door:</P><P>“4.	Voor de berekening van het nominale inkomen voor inkomensgerelateerde uitkeringen bij ziekte en de inkomensgerelateerde activiteitstoelage overeenkomstig hoofdstuk 34 van het Wetboek voor sociale verzekeringen (2010:110) geldt het volgende:”;</P><P><NO.P>—</NO.P>punt b) wordt vervangen door:</P><P>“b)	indien de uitkering wordt berekend op grond van artikel 46 van deze verordening en de betrokkene niet verzekerd is in Zweden, wordt de referentieperiode bepaald overeenkomstig hoofdstuk 34, secties 3, 10 en 11, van bovengenoemde wet alsof de betrokkene in Zweden verzekerd was. Indien de betrokkene tijdens die periode geen inkomen had dat uit hoofde van hoofdstuk 59 van het Wetboek voor sociale verzekeringen (2010:110) recht geeft op een pensioen, mag de referentieperiode ingaan op een eerder tijdstip waarop de betrokkene een inkomen uit betaalde werkzaamheden in Zweden had.”;</P><P><NO.P>iv)</NO.P>in punt 5 wordt punt a) vervangen door:</P><P>“a)	Voor de berekening van de fictieve grondslag voor het inkomensgerelateerde nabestaandenpensioen (hoofdstuk 82 van het Wetboek voor sociale verzekeringen (2010:110)) geldt het volgende: indien niet overeenkomstig de Zweedse wetgeving wordt voldaan aan de vereiste van pensioengerechtigdheid gedurende ten minste drie van de vijf kalenderjaren die onmiddellijk aan de dood van de verzekerde voorafgaan (de referentieperiode), worden ook tijdvakken van verzekering die in andere lidstaten zijn vervuld, in aanmerking genomen alsof die in Zweden waren vervuld. Tijdvakken van verzekering in andere lidstaten worden geacht gebaseerd te zijn op de gemiddelde Zweedse pensioenberekeningsgrondslag. Indien de betrokkene slechts één jaar met een pensioenberekeningsgrondslag in Zweden heeft vervuld, wordt elk tijdvak van verzekering in een andere lidstaat geacht hetzelfde bedrag te vertegenwoordigen.”;</P><P><NO.P>j)</NO.P>in de rubriek “VERENIGD KONINKRIJK”:</P><P><NO.P>i)</NO.P>worden de punten 1 en 2 vervangen door:</P><P>“1.	Wanneer een persoon die vóór 6 april 2016 de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, overeenkomstig de wetgeving van het Verenigd Koninkrijk recht op ouderdomspensioen heeft:</P><P><NO.P>a)</NO.P>indien de premies van een voormalige echtgenoot of voormalige geregistreerde partner als eigen premies van de betrokkene worden aangemerkt, of</P><P><NO.P>b)</NO.P>indien de relevante premievoorwaarden door de echtgenoot, geregistreerde partner, voormalige echtgenoot of voormalige geregistreerde partner van de betrokkene vervuld zijn,</P><P>dan zijn voor de vaststelling van rechten uit hoofde van de wetgeving van het Verenigd Koninkrijk de bepalingen van titel III, hoofdstuk 5, van deze verordening van toepassing, mits de echtgenoot, geregistreerde partner, voormalige echtgenoot of voormalige geregistreerde partner in beide gevallen werkzaamheden, al dan niet in loondienst, uitoefent of uitgeoefend heeft, en onderworpen is of was aan de wetgeving van twee of meer lidstaten. In dat geval worden verwijzingen in hoofdstuk 5 naar “tijdvakken van verzekering” opgevat als tijdvakken van verzekering vervuld door:</P><P><NO.P>i)</NO.P>een echtgenoot, geregistreerde partner, voormalige echtgenoot of voormalige geregistreerde partner, indien de aanvraag wordt ingediend door:</P><P><NO.P>—</NO.P>een gehuwde persoon of geregistreerde partner, of</P><P><NO.P>—</NO.P>een persoon van wie het huwelijk of het geregistreerde partnerschap op andere wijze is beëindigd dan door het overlijden van de echtgenoot of de geregistreerde partner, of</P><P><NO.P>ii)</NO.P>een voormalige echtgenoot of voormalige geregistreerde partner, indien de aanvraag wordt ingediend door:</P><P><NO.P>—</NO.P>een weduwe, weduwnaar of geregistreerde partner die onmiddellijk vóór het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd geen recht had op een uitkering voor een ouder die weduwe/weduwnaar is (widowed parent’s allowance), of</P><P><NO.P>—</NO.P>een weduwe wier echtgenoot vóór 9 april 2001 overleden is, die onmiddellijk vóór het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd geen recht had op een uitkering voor een moeder-weduwe (widowed mother’s allowance), een uitkering voor een ouder die weduwe/weduwnaar is (widowed parent’s allowance) of een weduwepensioen, of die alleen recht heeft op een leeftijdsgebonden weduwepensioen berekend op grond van artikel 52, lid 1, punt b), van deze verordening, waarbij “leeftijdsgebonden weduwepensioen” betekent dat voor het weduwepensioen overeenkomstig Section 39(4), Social Security Contributions and Benefits Act 1992, een verminderd tarief geldt.</P><P>Dit punt is niet van toepassing op de personen die op of na 6 april 2016 de pensioengerechtigde leeftijd bereiken.</P><P><NO.P>2.</NO.P>Voor de toepassing van artikel 6 van deze verordening op de bepalingen inzake het recht op de verzorgingstoelage (attendance allowance), de toelage voor de verzorging van invaliden (carer’s allowance)<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> de uitkering voor levensonderhoud bij arbeidsongeschiktheid (disability living allowance) en de persoonlijke onafhankelijkheidsuitkering (personal independence payment) wordt een tijdvak van al dan niet in loondienst verrichte werkzaamheden of van wonen op het grondgebied van een andere lidstaat dan het Verenigd Koninkrijk in aanmerking genomen voor zover dat noodzakelijk is om te voldoen aan de voorwaarden met betrekking tot de vereiste tijdvakken van aanwezigheid in het Verenigd Koninkrijk voorafgaand aan de datum waarop het recht op de desbetreffende toelage of uitkering ontstaat.”;</P><P><NO.P>ii)</NO.P>in punt 4 wordt de eerste alinea vervangen door:</P><P>“4.	Wanneer artikel 46 van deze verordening van toepassing is, neemt het Verenigd Koninkrijk, indien de betrokkene arbeidsongeschikt en vervolgens invalide wordt terwijl hij onder de wetgeving van een andere lidstaat valt, voor de toepassing van Section 30A(5) van de Social Security Contributions and Benefits Act 1992, deel 1 van de Bijstandsherzieningswet (Welfare Reform Act) 2007 of de overeenkomstige bepalingen voor Noord-Ierland elk tijdvak in aanmerking waarin de betrokkene wegens die arbeidsongeschiktheid overeenkomstig de wetgeving van die andere lidstaat:</P><P><NO.P>a)</NO.P>uitkeringen wegens ziekte of loon of salaris in plaats daarvan, of</P><P><NO.P>b)</NO.P>uitkeringen in de zin van hoofdstuk 4 en 5 van titel III van deze verordening die zijn toegekend wegens de invaliditeit die op die arbeidsongeschiktheid gevolgd is, heeft ontvangen uit hoofde van de wetgeving van die andere lidstaat, alsof het, naar gelang van het geval, uitkeringen bij tijdvakken van arbeidsongeschiktheid van korte duur betrof overeenkomstig Sections 30A(1)-(4) van de Social Security Contributions and Benefits Act 1992, werk- en inkomensgerelateerde steun (evaluatiefase) betaald in overeenstemming met deel 1 van de Bijstandsherzieningswet (Welfare Reform Act) 2007 of de overeenkomstige bepalingen voor Noord-Ierland.</P><P>▌”;</P><P><NO.P>10)</NO.P>de volgende bijlagen worden toegevoegd:</P><P>“BIJLAGE XII</P><P>PRESTATIES BIJ LANGDURIGE ZORG VERSTREKT IN AFWIJKING VAN ARTIKEL <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">33 BIS</STRING></STRING>, LID <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">2</STRING></STRING></P><P>(Artikel <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">33 bis</STRING></STRING>, lid <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">2</STRING></STRING>) ▌</P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">OOSTENRIJK</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uitkeringen bij langdurige zorg (Wet langdurige zorg, BGBI. I Nr. 110/1993, zoals gewijzigd) toegekend bij arbeidsongevallen en beroepsziekten worden gecoördineerd uit hoofde van titel III, hoofdstuk 2 – Prestaties bij arbeidsongevallen en beroepsziekten.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">FRANKRĲK</STRING></STRING></P><P><NO.P>a)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Toeslag voor constante zorg (Wetboek sociale zekerheid, artikel L. 355-1) wordt gecoördineerd uit hoofde van titel III, hoofdstuk 4 – uitkeringen bij invaliditeit of uit hoofde van titel III, hoofdstuk 5 – ouderdomspensioen, afhankelijk van de uitkering waarop de zorgtoeslag wordt geacht een aanvulling te vormen. </STRING></STRING></P><P><NO.P>b)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Aanvullende prestatie voor constante zorg door een derde (Wetboek sociale zekerheid, artikel L. 434-2) wordt gecoördineerd uit hoofde van titel III, hoofdstuk 2 – prestaties bij arbeidsongevallen en beroepsziekten.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">DUITSLAND</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Prestaties bij langdurige zorg in verband met arbeidsongevallen en beroepsziekten (boek VII, punt 44, van het Duitse Sociaal Wetboek) wordt gecoördineerd uit hoofde van titel III, hoofdstuk 2 – prestaties bij arbeidsongevallen en beroepsziekten. </STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">POLEN</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De zorgtoeslag (Wet van 17 december 1998 op de ouderdoms- en invaliditeitsuitkeringen van het Sociaal Fonds voor de ziekteverzekering) wordt gecoördineerd uit hoofde van titel III, hoofdstuk 4 – uitkeringen bij invaliditeit of uit hoofde van titel III, hoofdstuk 5 – ouderdomspensioen, afhankelijk van de uitkering waarop de zorgtoeslag een aanvulling moet vormen.</STRING></STRING></P><P>BIJLAGE XIII</P><P>GEZINSUITKERINGEN DIE BEDOELD ZIJN TER VERVANGING VAN INKOMEN GEDURENDE TIJDVAKKEN VAN KINDEROPVOEDING</P><P>(Artikel 68 ter)</P><P>Deel I Gezinsuitkeringen die bedoeld zijn ter vervanging van inkomen gedurende tijdvakken van kinderopvoeding</P><P>(artikel 68 ter, lid 1)</P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">OOSTENRIJK</STRING></STRING></P><P><NO.P>a)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Vaste kinderopvangtoeslag (Wet kinderopvangtoeslag 2001/103);</STRING></STRING></P><P><NO.P>b)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Kinderopvang toeslag ter vervanging van een inkomen uit betaald werk (Wet kinderopvangtoeslag 2001/103);</STRING></STRING></P><P><NO.P>c)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Partnerbonus (Wet kinderopvangtoeslag 2001/103).</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">BELGIË </STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Recht op ouderschapsverlof bij loopbaanonderbreking (koninklijk besluit van 29/10/1997 tot invoering van een ouderschapsverlof in het kader van de onderbreking van de beroepsloopbaan).</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">BULGARIJE</STRING></STRING></P><P><NO.P>a)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Zwangerschaps- en bevallingsuitkering (wetboek sociale zekerheid, afgekondigd SG nr. 110 van 17.12.1999, in werking sinds 1 januari 2000), met ingang van de zesde maand van de leeftijd van het kind;</STRING></STRING></P><P><NO.P>b)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uitkering bij adoptie van een kind in de leeftijd tussen 2 en 5 jaar (wetboek sociale zekerheid, afgekondigd SG nr. 110 van 17.12.1999, in werking sinds 1 januari 2000);</STRING></STRING></P><P><NO.P>c)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uitkering voor de opvoeding van een jong kind (wetboek sociale zekerheid, afgekondigd SG nr. 110 van 17.12.1999, in werking sinds 1 januari 2000).</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">TSJECHIË</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Ouderschapstoeslag (Wet op de openbare sociale bijstand nr. 117/1995 Coll., zoals gewijzigd).</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">DENEMARKEN</STRING></STRING></P><P><NO.P>a)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Loonvergoeding vanaf de 15e week na de geboorte (Wet op de gelijkschakeling van de moederschapsregeling voor de particuliere sector);</STRING></STRING></P><P><NO.P>b)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Moederschaps- en vaderschapsuitkeringen (geconsolideerde wet inzake het recht op verlof en uitkeringen bij de geboorte van een kind) vanaf de 15e week naar de geboorte.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ESTLAND</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Ouderschapsuitkering (Wet gezinsbijslagen van 15 juni 2016).</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">FINLAND</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Ouderschapstoeslag (Wet ziekteverzekering, 1224/2004).</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">FRANKRĲK</STRING></STRING></P><P><NO.P>a)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Vrije keuze tussen gezin en beroep (kinderen geboren/geadopteerd vóór 1 januari 2015) (artikel 60-II van de Wet financiering sociale zekerheid voor 2004);</STRING></STRING></P><P><NO.P>b)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De gedeelde uitkering voor de opvoeding van kinderen (PREPARE) (kinderen geboren op 1 januari 2015 of later) (artikel 8-I-7° - Wet nr. 2014-873 van 4 augustus 2014 voor daadwerkelijke gelijkheid van vrouwen en mannen).</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">DUITSLAND</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Ouderschapstoeslag (Wet op de ouderschapstoeslag en het ouderschapsverlof).</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">HONGARIJE</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Kinderopvangvergoeding (wet LXXXIII van 1997 betreffende de diensten van het verplichte stelsel van gezondheidszorg).</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ITALIË</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Toeslag voor ouderschapsverlof (wetgevingsdecreet van 26 maart 2001, nr. 151).</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">LETLAND</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Ouderschapsuitkering (Wet op de moederschaps- en de ziektekostenverzekering van 6.11.1995).</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">LITOUWEN</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Kinderopvangtoeslag (Wet nr. IX-110 van 21 december 2000 van de Republiek Litouwen op de sociale zekerheid bij ziekte en moederschap, zoals gewijzigd).</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">LUXEMBURG</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Vervangingsinkomen bij ouderschapsverlof (Wet van 3 november 2016 tot hervorming van het ouderschapsverlof).</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">POLEN</STRING></STRING></P><P><NO.P>a)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Een aanvulling op de gezinstoeslag voor kinderopvang in de periode van het ouderschapsverlof (Wet van 28 november 2003 betreffende gezinsbijslagen);</STRING></STRING></P><P><NO.P>b)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Ouderschapsuitkering (Wet van 28 november 2003 betreffende gezinsbijslagen).</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">PORTUGAL</STRING></STRING></P><P><NO.P>a)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Ouderschapstoeslag (wetsdecreten nr. 89/2009 van 9 april 2009 en nr. 91/2009 van 9 april 2009), met ingang van de 7e week na de geboorte van het kind;</STRING></STRING></P><P><NO.P>b)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Verlengde ouderschapstoeslag (wetsdecreten nr. 89/2009 van 9 april 2009 en nr. 91/2009 van 9 april 2009);</STRING></STRING></P><P><NO.P>c)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Adoptietoeslag (wetsdecreten nr. 89/2009 van 9 april 2009 en nr. 91/2009 van 9 april 2009).</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ROEMENIË</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Maandelijkse vergoeding voor kinderopvoeding (noodverordening van de regering nr. 111 van 8 december 2010 betreffende het ouderschapsverlof en de maandelijkse vergoeding voor kinderopvoeding, met de latere wijzigingen en toevoegingen).</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">SLOWAKIJE</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Ouderschapstoeslag (Wet ouderschapstoeslag nr. 571/2009, als gewijzigd).</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">SLOVENIË</STRING></STRING></P><P><NO.P>a)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Ouderschapscompensatie (Wet ouderbescherming en gezinsbijslagen, Publicatieblad nr. 26/14 en 15/90, ZSDP-1);</STRING></STRING></P><P><NO.P>b)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Ouderschapstoeslag (Wet ouderbescherming en gezinsbijslagen, Publicatieblad nr. 26/14 en 15/90, ZSDP-1).</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ZWEDEN</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Ouderschapsuitkering (hoofdstuk 12 van het Wetboek voor sociale verzekeringen (2010:110)).</STRING></STRING></P><P>Deel II Lidstaten die de in artikel <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">68</STRING></STRING> ter bedoelde gezinsbijslagen volledig toekennen</P><P>(Artikel 68 ter, lid 2).</P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ESTLAND</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">FINLAND</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">LITOUWEN</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">LUXEMBURG</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ZWEDEN”.</STRING></STRING></P></ANNEX><ANNEX><TI><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">BIJLAGE II</STRING></STRING></TI><P>Wijzigingen van de bijlagen bij Verordening (EG) nr. 987/2009</P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De bijlagen bij Verordening (EG) nr. 987/2009 worden als volgt gewijzigd:</STRING></STRING></P><P><NO.P>1)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bijlage 1 wordt gewijzigd als volgt:</STRING></STRING></P><P><NO.P>a)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de rubriek “BELGIË — DUITSLAND” wordt geschrapt; </STRING></STRING></P><P><NO.P>b)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in de rubriek “BELGIË — FRANKRIJK” wordt punt f) vervangen door: </STRING></STRING></P><P>“<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">f)	Briefwisseling van 21 november 1994 en van 8 februari 1995 betreffende de modaliteiten van de vereffening van wederzijdse vorderingen uit hoofde van de artikelen 93, 94, 95 en 96 van Verordening (EEG) nr. 574/72, in de versie zoals gewijzigd bij briefwisseling van 2 april 2021 en 21 november 2022.”;</STRING></STRING></P><P><NO.P>c)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in de rubrieken “DENEMARKEN — FINLAND” en “DENEMARKEN — ZWEDEN” wordt de tekst telkens vervangen door:</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“De administratieve overeenkomst voor de uitvoering van het Noordse Verdrag van 12 juni 2012 betreffende de sociale zekerheid.”;</STRING></STRING></P><P><NO.P>d)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de rubriek “DUITSLAND — FRANKRIJK” wordt geschrapt;</STRING></STRING></P><P><NO.P>e)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in de rubriek “DUITSLAND — LUXEMBURG” worden de punten a) en b) geschrapt;</STRING></STRING></P><P><NO.P>f)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in de rubriek “FINLAND — ZWEDEN” wordt de tekst vervangen door:</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“De administratieve overeenkomst voor de uitvoering van het Noordse Verdrag van 12 juni 2012 betreffende de sociale zekerheid.”;</STRING></STRING></P><P><NO.P>2)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bijlage 5 wordt geschrapt;</STRING></STRING></P><P><NO.P>3)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de volgende bijlage wordt toegevoegd:</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“BIJLAGE 6</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">(Artikel 15, lid 1 ter) </STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bouwsector</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De bouwsector in de zin van artikel 15 omvat alle activiteiten in de bouwsector die betrekking hebben op het oprichten, het herstellen, het onderhouden, het verbouwen of het slopen van bouwwerken, en met name de volgende activiteiten:</STRING></STRING></P><P><NO.P>1)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">graafwerkzaamheden;</STRING></STRING></P><P><NO.P>2)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">andere grondwerkzaamheden;</STRING></STRING></P><P><NO.P>3)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bouw;</STRING></STRING></P><P><NO.P>4)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> monteren en demonteren van prefab-elementen;</STRING></STRING></P><P><NO.P>5)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">inrichting of uitrusting;</STRING></STRING></P><P><NO.P>6)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">verbouwing;</STRING></STRING></P><P><NO.P>7)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">restauratie;</STRING></STRING></P><P><NO.P>8)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">herstelwerkzaamheden;</STRING></STRING></P><P><NO.P>9)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ontmanteling;</STRING></STRING></P><P><NO.P>10)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">sloop;</STRING></STRING></P><P><NO.P>11)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">groot onderhoud;</STRING></STRING></P><P><NO.P>12)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">klein onderhoud — schilderwerk en schoonmaak;</STRING></STRING></P><P><NO.P>13)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">sanering.”.</STRING></STRING></P><P>De Commissie heeft een verklaring over controle, activering en arbeidsbemiddeling in verband met deze verordening afgelegd, die te vinden is op … [PB: gelieve de PB-referentie van de verklaring van de Commissie en de ELI-link in te voegen].</P><P>De Commissie heeft een verklaring over seizoenarbeiders in verband met deze verordening afgelegd, die te vinden is op … [PB: gelieve de PB-referentie van de verklaring van de Commissie en de ELI-link in te voegen].</P></ANNEX><ANNEX><TI>BIJLAGE BIJ DE WETGEVINGSRESOLUTIE</TI><STI><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Verklaring van de Commissie over controle, activering en arbeidsbemiddeling</STRING></STRING></STI><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">(Verordening … [PB: gelieve het nummer en de PB-referentie in te voegen van de verordening tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 883/2004 en (EG) nr. 987/2009 op basis van COD 2016/0397])</STRING></STRING></P><P>Tijdens de onderhandelingen over de herziening van de Verordeningen (EG) nr. 883/2004 en (EG) nr. 987/2009 hebben een aantal lidstaten gewezen op het belang van controle-, activerings- en arbeidsbemiddelingsmaatregelen voor werklozen die zich naar een andere lidstaat dan de bevoegde lidstaat begeven om daar werk te zoeken. In die gevallen maakt een volledig werkloze gebruik van de mogelijkheid om het recht op een werkloosheidsuitkering van de bevoegde lidstaat gedurende een beperkte periode te behouden, onder de voorwaarden van de artikelen 64 en 65 van Verordening (EG) nr. 883/2004. Tijdens die periode moet de betrokkene zich als werkzoekende inschrijven bij de diensten voor arbeidsvoorziening van de andere lidstaat, zich onderwerpen aan de daar georganiseerde controle en zich aan de voorwaarden krachtens de wetgeving van die lidstaat houden, alsof hij of zij aldaar een werkloosheidsuitkering ontving. Het orgaan van de ontvangende lidstaat (waarheen de werkloze zich heeft begeven) moet tijdens die periode elke maand relevante informatie over het verdere verloop van diens situatie aan het bevoegde orgaan verstrekken, met name of de werkloze nog steeds is ingeschreven bij de diensten voor arbeidsvoorziening en zich houdt aan de daar geldende activerings- of arbeidsbemiddelingsprocedures.</P><P>De Commissie erkent dat het belangrijk is dat personen die hun werkloosheidsuitkering exporteren, volledig voldoen aan alle controle-, activerings- en arbeidsbemiddelingsmaatregelen die in de ontvangende lidstaat gelden, onder dezelfde voorwaarden als werklozen die een uitkering van die lidstaat ontvangen. De Commissie erkent tevens het belang van wederzijdse samenwerking om het toezicht en de controle op de naleving van de procedures en maatregelen in de andere lidstaat door werklozen te ondersteunen teneinde hun kansen op herintegratie op de arbeidsmarkt te verbeteren, alsook de noodzaak van verdere verbetering van het toezicht en de controle door structurele automatische uitwisseling van gegevens over, ten minste, werkhervatting en andere inkomsten of uitkeringen. Om dat doel te bereiken zal de Commissie de wederzijdse samenwerking bevorderen, de lidstaten zo nodig ondersteunen bij de uitvoering van de bepalingen over uitwisseling van informatie tussen de organen, binnen het herziene rechtskader, en de uitvoering van die bepalingen door de lidstaten nauwgezet volgen.</P><P>Bij haar werkzaamheden voor het pakket voor eerlijke arbeidsmobiliteit zal de Commissie nagaan hoe de regels voor de coördinatie van de sociale zekerheid verder kunnen worden gemoderniseerd en vereenvoudigd. Er zal onder meer een voorstel worden gedaan voor oplossingen waarmee de samenwerking en gegevensuitwisseling tussen de lidstaten in verband met controle-, activerings- en arbeidsbemiddelingsmaatregelen kunnen worden versterkt in het kader van de rapportageverplichting van de ontvangende lidstaten. Daarbij zou het ook kunnen gaan om uitwisseling van gegevens over werkhervatting of de ontvangst van inkomsten uit andere bronnen of andere uitkeringen. In het algemeen zal worden gestreefd naar verbetering van de verantwoordelijkheid en waarborging dat personen die hun uitkeringen exporteren volledig voldoen aan de controle-, activerings- en arbeidsbemiddelingsmaatregelen in de ontvangende lidstaat alsof zij aldaar een werkloosheidsuitkering ontvingen. Daarmee zou niet alleen de kans toenemen dat een werkloze weer op de arbeidsmarkt wordt geïntegreerd, maar zou ook het wederzijdse vertrouwen van de lidstaten in het coördinatiesysteem toenemen. Op korte termijn zal de Commissie al nagaan welke mogelijkheden het herziene rechtskader biedt om de gedigitaliseerde en gestandaardiseerde gegevensuitwisseling tussen de lidstaten te verbeteren met het oog op betere controle en beter toezicht op de activiteiten van werklozen die hun uitkeringen exporteren. Daartoe zal de Commissie verbeteringen voorstellen voor de gegevensuitwisseling tussen de organen via het systeem voor de elektronische uitwisseling van socialezekerheidsinformatie (EESSI) in het kader van het regelmatige proces van wijzigingsbeheer. De Commissie wil de gestandaardiseerde gegevensvelden voor de bevestiging van de status van actief werkzoekende of werkhervatting van een persoon volledig operationeel laten zijn op de datum waarop de desbetreffende bepalingen van toepassing worden.</P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Verklaring van de Commissie over seizoenarbeiders</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">(Verordening … [PB: gelieve het nummer en de PB-referentie in te voegen van de verordening tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 883/2004 en (EG) nr. 987/2009 op basis van COD 2016/0397])”</STRING></STRING></P><P>In de mededeling van de Commissie “Richtsnoeren betreffende seizoenarbeiders in de EU in het kader van de uitbraak van COVID-19” van 17 juli 2020, in de conclusies van de Raad van 9 oktober 2020 over het verbeteren van de werk- en leefomstandigheden van seizoenarbeiders en andere mobiele werknemers en in de resolutie van het Europees Parlement van 19 juni 2020 over Europese bescherming van grens- en seizoensarbeiders in het kader van de COVID-19-crisis, alsook in andere initiatieven, is erkend dat seizoenarbeiders vaak kwetsbaarder zijn voor onzekere arbeids- en levensomstandigheden dan andere mobiele werknemers. Verordening (EG) nr. 883/2004 en de bijhorende Uitvoeringsverordening (EG) nr. 987/2009 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels dragen ertoe bij dat mobiele seizoenarbeiders hun socialezekerheidsrechten gemakkelijker kunnen uitoefenen, terwijl zij geen afbreuk doen aan eventuele specifieke nationale inkomenssteunregelingen voor seizoenarbeiders. Het is echter belangrijk dat op andere beleidsterreinen aanvullende inspanningen worden gedaan in verband met de arbeids- en levensomstandigheden, met inbegrip van de veiligheid en gezondheid op het werk, toereikende minimumlonen, gelijke behandeling en toegang tot sociale bescherming. Om de bescherming van de socialezekerheidsrechten van seizoenarbeiders naar behoren te ondersteunen, is het met name belangrijk dat zij in heldere en begrijpelijke taal worden geïnformeerd over hun rechten en verplichtingen op grond van deze verordeningen.</P></ANNEX></DISPOSITIF></TEXT></TCONSOLID></TXTLST></SDOCTA>