<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0240</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Tijdelijke steun en de betaling van voorschotten in verband met de gestegen meststoffenprijzen als gevolg van de Midden-Oostencrisis </STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(C10-0139/2026)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 7 juli 2026 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) 2021/2115 wat betreft een specifiek interventietype om uitzonderlijke tijdelijke steun te verlenen in het kader van het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) en de mogelijkheid om de toewijzingen voor rechtstreekse betalingen voor het kalenderjaar 2027 aan te passen, en van Verordening (EU) 2021/2116 wat betreft flexibelere regels voor de betaling van voorschotten in reactie op de gestegen meststoffenprijzen als gevolg van de Midden-Oostencrisis (COM(2026)0282 – C10-0139/2026 – 2026/0150(COD))</STRING></TI><NOTE>(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)</NOTE><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2026)0282),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 294, lid 2, en artikel 43, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C10-0139/2026),</P></VISA><VISA><P><NO.P>—</NO.P>gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>na raadpleging van het Europees Economisch en Sociaal Comité,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de door de vertegenwoordiger van de Raad bij brief van 17 juni 2026 gedane toezegging om het standpunt van het Europees Parlement overeenkomstig artikel 294, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie goed te keuren,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de artikelen 60 en 170 van zijn Reglement,</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsook aan de nationale parlementen.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST><TXTLST><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TC1-COD(2026)0150</STRING></IDENT><TCONSOLID><TI><STRING BOLD="on">Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 7 juli 2026 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) 2026/... van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) 2021/2115 wat betreft een specifiek interventietype om uitzonderlijke tijdelijke steun te verlenen in het kader van het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) en de mogelijkheid om de toewijzingen voor rechtstreekse betalingen voor het kalenderjaar 2027 aan te passen, en van Verordening (EU) 2021/2116 wat betreft flexibelere regels voor de betaling van voorschotten in reactie op de gestegen meststoffenprijzen als gevolg van de Midden-Oostencrisis</STRING><BRK/></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT>HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,</PRINIT><GRVISA><VISA><P>Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 43, lid 2,</P></VISA><VISA><P>Gezien het voorstel van de Europese Commissie,</P></VISA><VISA><P>Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,</P></VISA><VISA><P>Na raadpleging van het Europees Economisch en Sociaal Comité,</P></VISA><VISA><P>Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure<FOOTNOTE><FIELD> Standpunt van het Europees Parlement van 7 juli 2026.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA></GRVISA><GRCONS><GRCINIT>Overwegende hetgeen volgt:</GRCINIT><CONS><P><NO.P>(1)</NO.P>De recente Midden-Oostencrisis en de de-factosluiting van de Straat van Hormuz hebben geleid tot aanzienlijke stijgingen van de mondiale prijzen voor olie, gas en meststoffen. Gezien het mondiale karakter van de getroffen markten heeft dit aanzienlijke prijseffecten voor verschillende sectoren van de economie van de Unie in alle lidstaten.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(2)</NO.P>De landbouwsector wordt rechtstreeks getroffen door de sterke stijging van de meststoffenprijzen, aangezien meststoffen essentieel zijn voor de productiviteit van de landbouw, de levensvatbaarheid van landbouwbedrijven en de voedselzekerheid. De aankoop van meststoffen is een van de hoogste inputkosten voor landbouwers. Naast het prijsniveau leidt marktvolatiliteit ertoe dat landbouwers in de Unie bijzonder worden blootgesteld. Door de stijgende kosten van meststoffen zouden landbouwers gedwongen kunnen worden het gebruik ervan te beperken, met als gevolg een duidelijk risico voor de kwaliteit en de opbrengsten. Landbouwers zouden ook de oppervlakte die zij verbouwen kleiner kunnen maken, wat gevolgen zou hebben voor de landbouwproductie van de Unie.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(3)</NO.P>Om de kwetsbaarheden van het voedselsysteem van de Unie als gevolg van deze crisis snel aan te pakken en landbouwers die met liquiditeitsproblemen worden geconfronteerd, bij te staan, is het passend uitzonderlijke en tijdelijke steun toe te staan door in Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 tot vaststelling van voorschriften inzake steun voor de strategische plannen die de lidstaten in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid opstellen (strategische GLB-plannen) en die uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) worden gefinancierd, en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1305/2013 en (EU) nr. 1307/2013 (PB L 435 van 6.12.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/2115/oj).</FIELD></FOOTNOTE> een nieuw interventietype voor crisissteun in te voeren waarin wordt voorzien door het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo), en door de lidstaten meer flexibiliteit te bieden met betrekking tot de betaling van voorschotten voor rechtstreekse betalingen in Verordening (EU) 2021/2116 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2021/2116 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1306/2013 (PB L 435 van 6.12.2021, blz. 187, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/2116/oj).</FIELD></FOOTNOTE>. De invoering van dit nieuwe interventietype mag niet leiden tot een stijging van de grenswaarden voor het op of in de bodem brengen van meststoffen zoals vastgesteld in de actieprogramma’s uit hoofde van Richtlijn 91/676/EEG van de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 91/676/EEG van de Raad van 12 december 1991 inzake de bescherming van water tegen verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen (PB L 375 van 31.12.1991, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/1991/676/oj).</FIELD></FOOTNOTE>.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(4)</NO.P>De beschikbare steun in het kader van het nieuwe interventietype moet worden geconcentreerd op actieve landbouwers die het zwaarst zijn getroffen door de hoge meststoffenprijzen en moet worden verleend voor de extra kosten voor meststoffen die landbouwers maken als gevolg van met ingang van 1 maart 2026 optredende prijsstijgingen. Die datum dient enkel als referentiedatum voor de vaststelling van de hogere meststoffenprijs en mag niet worden gekoppeld aan de subsidiabiliteit van de betalingen aan de begunstigden. Het moet mogelijk zijn landbouwers die al areaalgebonden verbintenissen zijn aangegaan om hun gebruik van meststoffen te verminderen te belonen met hogere steunpercentages. Voorts moet de begunstigden van steun in het kader van dat interventietype toegang worden geboden tot relevante kennis alsook informatie krijgen over hoe het gebruik van meststoffen kan worden verminderd. Met het oog op het efficiënte gebruik van de overheidssteun en een eerlijkere verdeling van die steun over de in aanmerking komende landbouwers, moeten de lidstaten de maximale steun per begunstigde of het maximale aantal hectaren waarvoor steun wordt verleend, beperken. Gezien het dringende, tijdelijke en uitzonderlijke karakter van die steun en de noodzaak om de desbetreffende betalingen snel uit te betalen, moet een einddatum voor de betalingen aan de begunstigden worden vastgesteld.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(5)</NO.P>Met het oog op een goed financieel beheer van de fondsen van de Unie moeten de lidstaten ervoor zorgen dat de totale steun die de landbouwer ontvangt in het kader van het nieuwe interventietype, in combinatie met andere nationale of Uniesteuninstrumenten om het effect van de hoge meststoffenprijzen op te vangen, niet leidt tot overcompensatie of dubbele financiering.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(6)</NO.P>Om het gebruik van financieringsinstrumenten voor de steun die is voorzien in het kader van het nieuwe interventietype te stimuleren, mogen de maximale steunpercentages niet van toepassing zijn wanneer steun wordt verleend in de vorm van een autonoom netto werkkapitaal.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(7)</NO.P>Om vertragingen bij betalingen aan landbouwers met liquiditeitsproblemen te voorkomen, moet worden bepaald dat uit het Elfpo gefinancierde uitgaven voor het nieuwe interventietype subsidiabel zijn vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening, en voordat de lidstaten bij de Commissie een verzoek indienen tot strategische wijziging van het strategisch GLB-plan waarbij die interventie wordt ingevoerd.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(8)</NO.P>De financiering van de steun in het kader van het nieuwe interventietype moet worden geprogrammeerd met een Elfpo-bijdragepercentage van maximaal 65 % van de subsidiabele overheidsuitgaven.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(9)</NO.P>Om te zorgen voor adequate financiering voor het nieuwe interventietype waarin deze verordening voorziet zonder andere doelstellingen van de strategische GLB-plannen en de gereserveerde bedragen voor crisisbetalingen in gevaar te brengen, moet een maximumaandeel van de bijdrage van de Unie aan het nieuwe interventietype worden vastgesteld.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(10)</NO.P>Vanwege de bijzondere aard van het nieuwe interventietype mag de verplichting om bij te dragen aan de in bijlage I bij Verordening (EU) 2021/2115 vermelde resultaatindicatoren niet van toepassing zijn op het nieuwe interventietype.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(11)</NO.P>Bij de invoering van dit nieuwe interventietype in de strategische GLB-plannen mag een dergelijk verzoek tot strategische wijziging niet meetellen voor het maximale aantal mogelijke verzoeken tot strategische wijzigingen per jaar.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(12)</NO.P>Om een gelijk speelveld te waarborgen, moet de maximale aanvullende nationale financiering voor de interventies in het kader van het nieuwe interventietype worden beperkt tot 200 % van de Elfpo-financiering voor dit interventietype.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(13)</NO.P>In bijlage I bij Verordening (EU) 2021/2115 moet een aanvullende outputindicator voor het nieuwe interventietype worden toegevoegd.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(14)</NO.P>De titel van bijlage XV bij Verordening (EU) 2021/2115 moet worden gewijzigd om het feit te weerspiegelen dat de financiële grenzen van de steun de financiering omvatten van het nieuwe interventietype.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(15)</NO.P>Artikel 103, lid 1, van Verordening (EU) 2021/2115 biedt de lidstaten de flexibiliteit om hun toewijzingen voor rechtstreekse betalingen aan te passen door middelen over te hevelen naar en van hun toewijzingen voor het Elfpo voor de kalenderjaren 2023 tot en met 2026. Om ervoor te zorgen dat de lidstaten de respectieve nationale strategieën die aan hun strategische GLB-plannen ten grondslag liggen, met inbegrip van strategieën om het hoofd te bieden aan onverwachte crises, zoals de gevolgen van hoge meststoffenprijzen, met succes kunnen blijven uitvoeren, moet het de lidstaten ook worden toegestaan de toewijzingen voor rechtstreekse betalingen voor het kalenderjaar 2027 tot een bepaald maximum aan te passen op basis van de overhevelingslimieten die voor de kalenderjaren 2023 tot en met 2026 gelden, alsook hun strategische GLB-plannen dienovereenkomstig te wijzigen. Daarom is het passend om te zorgen voor die mogelijkheid door te voorzien in een nieuwe bepaling in titel IV van Verordening (EU) 2021/2115 en in een overeenkomstige nieuwe bijlage die de maximumbedragen voor verhoging en de maximumbedragen voor verlaging per lidstaat vaststelt. Ook artikel 87, lid 2, van Verordening (EU) 2021/2115 moet worden gewijzigd om de Commissie te machtigen een gedelegeerde handeling vast te stellen om de in de bijlagen V en IX van die verordening vastgestelde toewijzingen van de lidstaten te wijzigen om rekening te houden met de aanpassingen van de toewijzingen voor rechtstreekse betalingen. Artikel 112, lid 2, punt b), van verordening (EU) 2021/2115 moet worden gewijzigd om de aanpassingen in de overzichtstabel van het in artikel 107, lid 1, punt e), van die verordening bedoelde financiële plan op te nemen, en om artikel 119, lid 2, punt c), van die verordening te wijzigen om de aanpassingen in de lijst van strategische wijzigingen van de strategische GLB-plannen op te nemen. Voorts moet artikel 119, lid 7, tweede alinea, van verordening (EU) 2021/2115 worden gewijzigd om te bepalen dat het verzoek tot een strategische wijziging die voortvloeit uit de aanpassingen niet meetelt voor het maximale aantal mogelijke verzoeken voor strategische wijzigingen per jaar. Bovendien moet artikel 121, tweede alinea, punt b), van Verordening (EU) 2021/2115 worden gewijzigd om die aanpassingen in de lijst met specifieke bepalingen op te nemen waarvoor de termijn voor de vaststelling van de in artikel 87, lid 2, van die verordening bedoelde gedelegeerde handeling wijzigt, niet meetelt voor de termijnen voor de Commissie om te handelen als bedoeld in artikel 121, eerste alinea, van die verordening.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(16)</NO.P>Gezien de Midden-Oostencrisis en de daaruit voortvloeiende stijging van de meststoffenprijzen en de blootstelling van landbouwers aan financiële risico’s, is het huidige niveau van de voorschotten niet langer toereikend. Ter ondersteuning van landbouwers die liquiditeitsproblemen ondervinden en aangezien de gevolgen van deze crisis hoogstwaarschijnlijk het hele jaar 2026 zullen aanhouden, is het passend de maximumpercentages voor voorschotten voor rechtstreekse betalingen in Verordening (EU) 2021/2116 te wijzigen, zodat voor dat kalenderjaar een hoger percentage kan worden betaald. Het is passend het maximumpercentage van voorschotten voor rechtstreekse betalingen te verhogen van 70 % naar 75 %, binnen de in artikel 11 van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj).</FIELD></FOOTNOTE> vastgestelde limiet.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(17)</NO.P>Momenteel mogen de lidstaten in de periode van 16 oktober tot en met 30 november van het kalenderjaar voorschotten aan landbouwers betalen. Ter ondersteuning van landbouwers die liquiditeitsproblemen ondervinden als gevolg van de hoge meststoffenprijzen, is het passend de lidstaten meer flexibiliteit te bieden met betrekking tot de timing van voorschotten voor rechtstreekse betalingen en toe te staan dat dergelijke betalingen eerder in het jaar worden verricht, onmiddellijk na de steunaanvraag. Rekening houdend met het feit dat voorschotten voor rechtstreekse betalingen die de lidstaten in een bepaald kalenderjaar aan landbouwers betalen, door de Commissie pas uit de begroting van het volgende jaar aan de lidstaten worden terugbetaald, moeten voorschotten voor rechtstreekse betalingen die vóór 16 oktober 2026 aan begunstigden zijn betaald, echter worden geacht in november 2026 te zijn betaald en moeten door de lidstaten ter vergoeding worden gedeclareerd samen met de declaratie voor die maand, zodat ze door de Commissie aan het begin van 2027 worden terugbetaald.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(18)</NO.P>Artikel 59 van Verordening (EU) 2021/2116 biedt de lidstaten flexibiliteit bij het opzetten van hun beheers- en controlesystemen. De lidstaten worden aangemoedigd hun beheers- en controlesystemen aan te passen om ervoor te zorgen dat de extra flexibiliteit inzake timing en de omvang van voorschotten waarin deze verordening voorziet, tijdige en doeltreffende steun aan landbouwers mogelijk maakt. De lidstaten moeten met name beslissen welke verificaties zij moeten voltooien alvorens voorschotten uit te keren om in dringende liquiditeitsbehoeften te voorzien. In dit verband moeten de lidstaten ook rekening houden met de mogelijkheid om ten onrechte betaalde voorschotten terug te vorderen en de financiële belangen van de Unie te beschermen voordat de eindbetaling wordt verricht. Op het moment van de eindbetalingen moet de lidstaat het risico van niet-naleving beoordelen, aan de hand van opties zoals controles op subsidiabiliteit en mogelijke gevallen van niet-naleving en de terugvordering van ten onrechte betaalde bedragen. Wanneer er een efficiënt beheers- en controlesysteem is, ook op het gebied van schuldbeheer, is het onwaarschijnlijk dat zich ernstige tekortkomingen voordoen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(19)</NO.P>De Verordeningen (EU) 2021/2115 en (EU) 2021/2116 moeten daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(20)</NO.P>Daar de doelstellingen van deze verordening, namelijk om de kwetsbaarheden van het voedselsysteem van de Unie als gevolg van de recente Midden-Oostencrisis snel aan te pakken en landbouwers die met liquiditeitsproblemen worden geconfronteerd, bij te staan, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, maar vanwege de samenhang tussen deze verordening en de andere instrumenten van het GLB en de manier waarop deze verordening onlosmakelijk is verbonden met verwezenlijking van de belangrijkste prioriteiten van de Unie, beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om die doelstellingen te verwezenlijken.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(21)</NO.P>Gezien de urgentie van de noodzaak om landbouwers in staat te stellen om tijdige investeringsbeslissingen te nemen en aldus het risico op een daling van de voedselproductie tot een minimum te beperken, wordt het passend geacht gebruik te maken van de uitzondering op de periode van acht weken waarin is voorzien door artikel 4 van Protocol nr. 1 betreffende de rol van de nationale parlementen in de Europese Unie, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie, aan het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(22)</NO.P>Gezien de noodzaak om onmiddellijke actie te ondernemen, moet deze verordening in werking treden op de dag na die van de bekendmaking ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING>,</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><DINIT>HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:</DINIT><GR.ART><ARTICLE><TI.ART><STRING ITALIC="on">Artikel 1</STRING></TI.ART><STI.ART><STRING BOLD="on">Wijzigingen van Verordening (EU) 2021/2115</STRING></STI.ART><PARAG>Verordening (EU) 2021/2115 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>1)</NO.P>aan artikel 69 wordt het volgende punt toegevoegd:<CITATION><P>“j)	steun aan landbouwers die zijn getroffen door de sterke stijging van de meststoffenprijzen als gevolg van de Midden-Oostencrisis.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2)</NO.P>in titel III, hoofdstuk IV, afdeling 1, wordt het volgende artikel toegevoegd:<CITATION><P><STRING ITALIC="on">“Artikel 78 ter </STRING></P><P><STRING BOLD="on">Steun aan landbouwers die zijn getroffen door de sterke stijging van de meststoffenprijzen als gevolg van de Midden-Oostencrisis</STRING></P><P><NO.P>1.</NO.P>De lidstaten kunnen uitzonderlijke tijdelijke steun verlenen aan actieve landbouwers die zijn getroffen door de sterke stijging van de meststoffenprijzen. Dergelijke verleende steun is onderworpen aan de voorwaarden die in dit artikel zijn vastgesteld en nader gespecificeerd door de lidstaten in hun strategische GLB-plannen.</P><P><NO.P>2.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat de steun op grond van dit artikel gericht is op de landbouwers die het zwaarst zijn getroffen door de sterke stijging van de meststoffenprijzen. Zij doen dit door de subsidiabiliteitsvoorwaarden vast te stellen op basis van het beschikbare bewijs.</P><P><NO.P>3.</NO.P>De steun uit hoofde van dit artikel dekt een deel van de extra kosten van meststoffen als gevolg van marktontwikkelingen die resulteren uit de Midden-Oostencrisis in de periode vanaf 1 maart 2026. De extra kosten worden berekend als het verschil tussen een representatieve prijs voor meststoffen en een benchmarkprijs voor meststoffen. Op basis van redelijke aannamen stellen de lidstaten de benchmarkprijs vast gebaseerd op de gemiddelde prijs voor meststoffen van ten minste drie opeenvolgende maanden in de periode tussen 1 januari 2025 en 28 februari 2026, en de representatieve prijs gebaseerd op de prijs voor meststoffen gedurende een door de lidstaat vastgestelde periode, die niet vóór 1 maart 2026 begint. De in dit artikel bedoelde steun wordt verleend in de vorm van eenheidskosten per hectare, berekend op basis van het gemiddelde jaarlijkse verbruik van meststoffen per oppervlakte, gedifferentieerd naar sectoren of productiesystemen. Bij wijze van alternatief kunnen de lidstaten de steun uit hoofde van dit artikel baseren op de door elke begunstigde werkelijk gemaakte kosten, met gebruikmaking van dezelfde benchmarkprijs als beschreven in dit lid.</P><P><NO.P>4.</NO.P>De lidstaten stellen de toepasselijke steunpercentages vast die tot 50 % van de extra kosten voor meststoffen dekken. Die percentages kunnen worden verhoogd tot een maximum van 80 % voor landbouwers die onderworpen zijn aan in de artikelen 31 en 70 bedoelde verbintenissen, of in artikel 72 bedoelde vereisten, om het gebruik van meststoffen te verminderen. Voor financiële instrumenten in de vorm van een autonoom netto werkkapitaal is artikel 80, lid 4, van toepassing.</P><P><NO.P>5.</NO.P>De lidstaten stellen een maximumbedrag aan steun per begunstigde of een maximaal aantal hectaren vast waarvoor steun kan worden ontvangen per begunstigde.</P><P><NO.P>6.</NO.P>De steun uit hoofde van dit artikel wordt uiterlijk op 30 juni 2027 aan de landbouwer betaald.</P><P><NO.P>7.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat landbouwers die op grond van dit artikel steun ontvangen, toegang hebben tot de relevante kennis en informatie om hen in staat te stellen het duurzame gebruik van meststoffen te optimaliseren.</P><P><NO.P>8.</NO.P>Bij het verlenen van steun uit hoofde van dit artikel zorgen de lidstaten ervoor dat overcompensatie als gevolg van het combineren van interventies uit hoofde van dit artikel met andere nationale of Uniesteuninstrumenten wordt vermeden.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3)</NO.P>artikel 80 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>lid 1 wordt vervangen door:<CITATION><P>“1.	Steun in de vorm van financieringsinstrumenten bedoeld in artikel 58 van Verordening (EU) 2021/1060 kan worden verstrekt in het kader van de interventietypen bedoeld in de artikelen 73 tot en met 78 en 78 ter van deze verordening.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>in lid 3 wordt de eerste alinea vervangen door:<CITATION><P>“3.	Overeenkomstig artikel 58, lid 2, van Verordening (EU) 2021/1060 kan werkkapitaal, met inbegrip van autonoom netto werkkapitaal, op grond van de artikelen 73, 74, 76, 77, 78 en 78 ter van deze verordening als een subsidiabele uitgave worden aangemerkt indien het bijdraagt tot het bereiken van ten minste één specifieke voor de betrokken interventie relevante doelstelling. Steun voor de financiering van autonoom netto werkkapitaal uit hoofde van een van deze artikelen kan worden verleend zonder toepassing van het vereiste dat de eindontvanger uit hoofde van hetzelfde artikel steun voor andere uitgaven ontvangt.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>lid 4 wordt vervangen door:<CITATION><P>“4.	In afwijking van de artikelen 73, 74, 76, 77, 78 en 78 ter zijn de in die artikelen vastgestelde steunpercentages niet van toepassing op de financiering van autonoom netto werkkapitaal.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4)</NO.P>aan artikel 86, lid 3, wordt de volgende alinea toegevoegd:<CITATION><P>“In afwijking van de eerste alinea van dit lid kan in het strategisch GLB-plan worden bepaald dat in het geval van een interventietype op grond van artikel 78 ter de uit het Elfpo gefinancierde uitgaven in verband met wijzigingen van het strategisch GLB-plan subsidiabel kunnen zijn vóór de datum van indiening bij de Commissie van het verzoek tot wijziging, maar niet vóór … [datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening].”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5)</NO.P>in artikel 87, lid 2, wordt de eerste alinea vervangen door:<CITATION><P>“2.	De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 152 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de in de bijlagen V en IX vastgestelde toewijzingen van de lidstaten te wijzigen in verband met het totale maximumbedrag aan rechtstreekse betalingen dat mag worden toegekend, met inbegrip van de overhevelingen bedoeld in de artikelen 17 en 103, de aanpassing van de toewijzingen voor rechtstreekse betalingen bedoeld in artikel 103 bis, de overhevelingen van financiële toewijzingen bedoeld in artikel 88, lid 5, en de verlagingen die nodig zijn voor de financiering van interventietypen in andere sectoren bedoeld in artikel 88, lid 6.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6)</NO.P>in artikel 91, lid 3, wordt punt a) vervangen door:<CITATION><P>“a)	65 % van de subsidiabele overheidsuitgaven, voor betalingen in verband met natuurlijke of andere gebiedsspecifieke beperkingen op grond van artikel 71 en voor steun op grond van artikel 78 ter”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7)</NO.P>artikel 96 bis wordt vervangen door:<CITATION><P><STRING ITALIC="on">“Artikel 96 bis</STRING></P><P><STRING BOLD="on">Maximale financiële toewijzingen voor crisisbetalingen aan landbouwers als bedoeld in artikel 78 bis en steun aan landbouwers als bedoeld in artikel 78 ter </STRING></P><P><NO.P>1.</NO.P>Het maximumbedrag voor elke lidstaat dat kan worden gereserveerd voor in artikel 78 bis bedoelde crisisbetalingen aan landbouwers naar aanleiding van natuurrampen, ongunstige weersomstandigheden of rampzalige gebeurtenissen en voor in artikel 78 ter bedoelde steun aan landbouwers die zijn getroffen door de sterke stijging van de meststoffenprijzen als gevolg van de Midden-Oostencrisis, wordt beperkt tot de in bijlage XV vermelde jaarlijkse bedragen.</P><P><NO.P>2.</NO.P>Maximaal 25 % van de in bijlage XV vastgestelde jaarlijkse bedragen kan worden gereserveerd ter financiering van de steun aan landbouwers bedoeld in artikel 78 ter.</P><P><NO.P>3.</NO.P>De totale Elfpo-uitgaven voor de in artikel 78 bis bedoelde crisisbetalingen en voor de in artikel 78 ter bedoelde steun bedragen voor de begrotingsjaren 2026 en 2027 niet meer dan de som van de indicatieve financiële toewijzingen voor deze interventietypen, zoals vastgesteld door de lidstaten in hun financiële plannen overeenkomstig artikel 112, lid 2, punt a), en goedgekeurd door de Commissie overeenkomstig artikel 119. Dat financiële maximum vormt een bij Unierecht vastgelegd financieel maximum.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8)</NO.P>aan titel IV wordt het volgende artikel toegevoegd:<CITATION><P>“<STRING ITALIC="on">Artikel 103 bis</STRING></P><P><STRING BOLD="on">Toewijzingen voor rechtstreekse betalingen voor het kalenderjaar 2027</STRING></P><P>Uiterlijk op 31 augustus 2026 kunnen de lidstaten besluiten hun in de bijlagen V en IX vastgestelde toewijzingen voor rechtstreekse betalingen voor het kalenderjaar 2027 per lidstaat te verhogen of te verlagen met een bedrag dat de in bijlage XVI vastgestelde maximale verhoging of verlaging niet overschrijdt, als onderdeel van een verzoek tot een strategische wijziging van hun respectieve strategische GLB-plannen als bedoeld in artikel 119.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>9)</NO.P>in artikel 111 wordt de tweede alinea vervangen door:<CITATION><P>“Punt e) van de eerste alinea is niet van toepassing op het in artikel 55, lid 1, punt a), en punten c) tot en met g), bedoelde interventietype in de bijenteeltsector, op interventies in het kader van het in artikel 58, lid 1, punten h) tot en met k), bedoelde interventietype in de wijnsector, op voorlichtings- en promotieactiviteiten voor kwaliteitsregelingen in het kader van het in artikel 77 bedoelde interventietype voor samenwerking, op interventies in het kader van het in artikel 78 bis bedoelde interventietype voor crisisbetalingen aan landbouwers naar aanleiding van natuurrampen, ongunstige klimaatgebeurtenissen of rampzalige gebeurtenissen en op interventies in het kader van het in artikel 78 ter bedoelde interventietype voor steun aan landbouwers die zijn getroffen door de sterke stijging van de meststoffenprijzen.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>10)</NO.P>in artikel 112, lid 2, wordt punt b) vervangen door:<CITATION><P>“b)	de overhevelingen van de in punt a) vermelde bedragen tussen interventietypen in de vorm van rechtstreekse betalingen en interventietypen voor plattelandsontwikkeling overeenkomstig artikel 103 en de verlagingen van de toewijzingen van de lidstaat voor de interventietypen in de vorm van rechtstreekse betalingen met het oog op het beschikbaar maken van bedragen voor de interventietypen in andere sectoren bedoeld in titel III, hoofdstuk III, afdeling 7, overeenkomstig artikel 88, lid 6, en de aanpassingen van de toewijzingen voor rechtstreekse betalingen overeenkomstig artikel 103 bis;”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>11)</NO.P>artikel 119 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>in lid 2, eerste alinea, wordt punt c) vervangen door:<CITATION><P>“c)	wijzigingen die betrekking hebben op artikel 17, lid 5, artikel 88, lid 7, de artikelen 92 tot en met 98, artikel 103, leden 1, 5 en 6, of artikel 103 bis;”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>in lid 7 wordt de tweede alinea vervangen door:<CITATION><P>“Een verzoek tot strategische wijziging in verband met artikel 17, lid 5, artikel 78 ter, artikel 88, lid 7, artikel 103, lid 5 of 6, of artikel 103 bis, telt niet mee voor de in de eerste alinea van dit lid vastgestelde beperking.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>12)</NO.P>in artikel 121, tweede alinea, wordt punt b) vervangen door:<CITATION><P>“b)	voor wijzigingen met betrekking tot artikel 17, lid 5, artikel 88, lid 7, artikel 103, lid 5, en artikel 103 bis, de termijn voor de vaststelling van de gedelegeerde handeling voor de wijziging van de toewijzingen overeenkomstig artikel 87, lid 2.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>13)</NO.P>aan artikel 146 wordt de volgende alinea toegevoegd:<CITATION><P>“De lidstaten kunnen aanvullende nationale financiering verstrekken ten belope van maximaal 200 % van de Elfpo-financiering die in het strategisch GLB-plan is toegewezen voor steun op grond van artikel 78 ter.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>14)</NO.P>de bijlagen I en XV worden gewijzigd overeenkomstig bijlage I bij deze verordening;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>15)</NO.P>de tekst die is opgenomen in bijlage II bij deze verordening wordt toegevoegd als bijlage XVI.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART><STRING ITALIC="on">Artikel 2</STRING></TI.ART><STI.ART><STRING BOLD="on">Wijzigingen van Verordening (EU) 2021/2116</STRING></STI.ART><PARAG>Verordening (EU) 2021/2116 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>1)</NO.P>in artikel 21, lid 2, wordt de eerste alinea vervangen door:<CITATION><P>“2.	De maandelijkse betalingen worden aan elke lidstaat gedaan op of vóór de derde werkdag van de tweede maand na de maand waarin de uitgaven zijn verricht, waarbij rekening wordt gehouden met de in het kader van de artikelen 39 tot en met 42 toegepaste verlagingen en opschortingen en met alle andere correcties. Uitgaven die door de lidstaten zijn gedaan in de periode van 1 tot en met 15 oktober, worden beschouwd als uitgaven over de maand oktober. De uitgaven die in de periode van 16 tot en met 31 oktober zijn gedaan, worden beschouwd als uitgaven over de maand november. De uitgaven die door de lidstaten zijn gedaan om voorschotten te betalen vóór 16 oktober van het kalenderjaar 2026 op grond van artikel 44, lid 2, tweede alinea, punt a), worden beschouwd als uitgaven over de maand november en worden gedeclareerd in de declaratie voor die maand;”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2)</NO.P>artikel 35 wordt vervangen door:<CITATION><P>“<STRING ITALIC="on">Artikel 35 </STRING></P><P><STRING BOLD="on">Landbouwbegrotingsjaar</STRING></P><P>Onverminderd de bijzondere bepalingen inzake de declaraties van uitgaven en ontvangsten in verband met de openbare interventie die de Commissie krachtens artikel 47, lid 2, eerste alinea, punt a), heeft vastgesteld en inzake de declaraties van uitgaven in verband met voorschotten die krachtens artikel 44, lid 2, tweede alinea, punt a), zijn betaald vóór 16 oktober in kalenderjaar 2026, omvat het landbouwbegrotingsjaar de gedane uitgaven en de geïnde ontvangsten die door de betaalorganen zijn opgenomen in de rekeningen van de begroting van het ELGF en het Elfpo voor landbouwbegrotingsjaar N, dat begint op 16 oktober van jaar N-1 en eindigt op 15 oktober van jaar N.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3)</NO.P>in artikel 44, lid 2, tweede alinea, wordt punt a) vervangen door:<CITATION><P>“a)	vóór 1 december, maar niet vóór 16 oktober, voorschotten betalen van ten hoogste 70 % voor interventies in de vorm van rechtstreekse betalingen en voor steun bestaande uit rechtstreekse betalingen in het kader van de maatregelen als bedoeld in hoofdstuk IV van Verordening (EU) nr. 228/2013 en in hoofdstuk IV van Verordening (EU) nr. 229/2013, en voor het aanvraagjaar 2026 voorschotten betalen van ten hoogste 75 % voor de in dit punt bedoelde interventies en steun, ook vóór 16 oktober 2026.”.</P></CITATION></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART><STRING ITALIC="on">Artikel 3</STRING></TI.ART><STI.ART><STRING BOLD="on">Inwerkingtreding</STRING></STI.ART><PARAG>Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING>.</PARAG><PARAG>Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.</PARAG></ARTICLE></GR.ART><SIGNATURE><P>Gedaan te …,…</P><P><STRING ITALIC="on">Voor het Europees Parlement	Voor de Raad</STRING></P><P><STRING ITALIC="on">De voorzitter	De voorzitter</STRING></P></SIGNATURE><ANNEX><TI><STRING ITALIC="on">BIJLAGE I</STRING></TI><P>De bijlagen I en XV bij Verordening (EU) 2021/2115 worden als volgt gewijzigd:</P><P><NO.P>1)</NO.P>in bijlage I wordt in de tabel “Monitoring — OUTPUT Interventietypes en bijbehorende outputindicatoren” de volgende vermelding ingevoegd na de rij “Crisisbetalingen voor landbouwers naar aanleiding van natuurrampen, ongunstige klimaatgebeurtenissen of rampzalige gebeurtenissen (artikel 78 bis)”:</P><P>“</P><P><TABLE><TGROUP COLS="2"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="50.27*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="49.73*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P>Steun aan landbouwers die getroffen zijn door de sterke stijging van de meststoffenprijzen als gevolg van de Midden-Oostencrisis (artikel 78 ter)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P>O.9 ter Aantal landbouwers die steun ontvangen na de sterke stijging van de meststoffenprijzen</P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P><P>”;</P><P><NO.P>2)</NO.P>de titel van bijlage XV wordt vervangen door:</P><P><STRING ITALIC="on">“Bijlage XV</STRING></P><P>Maximumbedrag per lidstaat dat kan worden gereserveerd voor crisisbetalingen aan landbouwers als bedoeld in artikel 78 bis en voor steun aan landbouwers als bedoeld in artikel 78 ter”.</P></ANNEX><ANNEX><TI><STRING ITALIC="on">BIJLAGE II </STRING></TI><STI><STRING ITALIC="on">“Bijlage XVI </STRING></STI><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">MAXIMUMBEDRAGEN ALS BEDOELD IN ARTIKEL 103 BIS </STRING></STRING></P><P><STRING ITALIC="on">Maximumbedrag van de verhoging van de toewijzingen voor rechtstreekse betalingen voor het kalenderjaar 2027 per lidstaat </STRING></P><P><TABLE><TGROUP COLS="2"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="50.44*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="49.56*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P>EUR (lopende prijzen)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>België</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P>20 700 224</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Bulgarije</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P>84 648 793</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Tsjechië</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P>64 796 927</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Denemarken</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P>18 983 515</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Duitsland</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P>273 089 935</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Estland</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P>26 404 994</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Ierland</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P>77 910 157</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Griekenland</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P>139 238 400</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Spanje</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P>324 114 848</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Frankrijk</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P>364 860 018</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Kroatië</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P>74 326 850</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Italië</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P>337 480 344</P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P><P><TABLE><TGROUP COLS="2"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="50.44*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="49.56*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Cyprus</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P>5 942 629</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Letland</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P>35 248 552</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Litouwen</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P>58 648 549</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Luxemburg</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P>3 077 661</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Hongarije</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P>104 217 287</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Malta</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P>4 996 124</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Nederland</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P>18 317 092</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Oostenrijk</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P>130 006 188</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Polen</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P>396 000 462</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Portugal</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P>162 165 186</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Roemenië</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P>290 114 968</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Slovenië</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P>27 542 548</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Slowakije</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P>77 723 373</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Finland</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P>106 364 987</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Zweden</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P>63 566 922</P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P><P><STRING ITALIC="on">Maximumbedrag van de verlaging van de toewijzingen voor rechtstreekse betalingen voor het kalenderjaar 2027 per lidstaat </STRING></P><P><TABLE><TGROUP COLS="2"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="50.44*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="49.56*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P>EUR (lopende prijzen)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P>België</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P>123 731 481</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P>Bulgarije</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P>207 943 425</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P>Tsjechië</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P>213 736 824</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P>Denemarken</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P>215 591 819</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P>Duitsland</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P>1 228 923 865</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P>Estland</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P>51 254 687</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P>Ierland</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P>296 570 499</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P>Griekenland</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P>472 915 011</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P>Spanje</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P>1 209 271 990</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P>Frankrijk</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P>1 821 250 134</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P>Kroatië</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P>93 692 559</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P>Italië</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P>907 132 289</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P>Cyprus</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P>11 911 885</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P>Letland</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P>91 120 936</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P>Litouwen</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P>153 178 204</P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P><P><TABLE><TGROUP COLS="2"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="50.44*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="49.56*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P>Luxemburg</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P>8 186 957</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P>Hongarije</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P>310 796 291</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P>Malta</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P>1 148 505</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P>Nederland</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P>179 345 582</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P>Oostenrijk</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P>169 395 462</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P>Polen</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P>796 492 035</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P>Portugal</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P>159 948 413</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P>Roemenië</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P>507 398 799</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P>Slovenië</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P>32 882 513</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P>Slowakije</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P>103 868 686</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P>Finland</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P>131 201 466</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P>Zweden</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P>171 704 104</P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P><P>”</P></ANNEX></DISPOSITIF></TEXT></TCONSOLID></TXTLST></SDOCTA>