<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0242</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Ontwerp van gewijzigde begroting nr. 1/2026: opname van het overschot van het begrotingsjaar 2025</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0180/2026 - Rapporteur: Andrzej Halicki)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 7 juli 2026 over het standpunt van de Raad inzake het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 1/2026 van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2026 tot opname van het overschot van het begrotingsjaar 2025 (09919/2026 – C10-0145/2026 – 2026/0090(BUD))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 314 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 106 bis van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 44,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2026, die definitief is vastgesteld op 26 november 2025<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2026/72, 26.2.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/budget/2026/72/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 van de Raad van 17 december 2020 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021‑2027<FOOTNOTE><FIELD> PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 11, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2020/2093/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2024/765 van de Raad tot wijziging van Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2024/765, 29.2.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/765/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 16 december 2020 tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie betreffende begrotingsdiscipline, samenwerking in begrotingszaken en goed financieel beheer, alsmede betreffende nieuwe eigen middelen, met inbegrip van een routekaart voor de invoering van nieuwe eigen middelen<FOOTNOTE><FIELD> PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 28, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_interinstit/2020/1222/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Besluit (EU, Euratom) 2020/2053 van de Raad van 14 december 2020 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Unie en tot intrekking van Besluit 2014/335/EU, Euratom<FOOTNOTE><FIELD> PB L 424 van 15.12.2020, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2020/2053/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 28 april 2026 over het voorstel voor een verordening van de Raad tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2028-2034<FOOTNOTE><FIELD> Aangenomen teksten, P10_TA(2026)0111.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 1/2026, goedgekeurd door de Commissie op 10 april 2026 (COM(2026)0450),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het standpunt inzake het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 1/2026, vastgesteld door de Raad op 16 juni 2026 en toegezonden aan het Europees Parlement op 18 juni 2026 (09919/2026),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de artikelen 96 en 98 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A10-0180/2026),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 1/2026 tot doel heeft het overschot na de uitvoering van het begrotingsjaar 2025, dat 2 095 miljoen EUR bedraagt, op te nemen in de begroting van 2026;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de hoofdonderdelen van dat overschot bestaan uit een positief resultaat bij de ontvangsten ter hoogte van 1 994 miljoen EUR en een onderbesteding ter hoogte van 101 miljoen EUR;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat het overschot aan de ontvangstenzijde voornamelijk het gevolg is van een hoger dan verwacht bedrag aan douanerechten ter hoogte van 860 miljoen EUR; overwegende dat de tweede belangrijkste factor voor de hoogte van het overschot een bedrag van 840 miljoen EUR aan financiële ontvangsten, achterstandsrente en boeten is;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat aan de uitgavenzijde de achterblijvende uitvoering van de betalingen door alle instellingen, met inbegrip van annuleringen van overgedragen kredieten, in totaal 111 miljoen EUR bedroeg (d.w.z. 0,04 % van de toegestane betalingskredieten);</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>neemt kennis van het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 1/2026 zoals ingediend door de Commissie, dat tot doel heeft het overschot van 2025, ter hoogte van 2 095 miljoen EUR, in de begroting op te nemen, overeenkomstig artikel 18, lid 3, van het Financieel Reglement;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>is ingenomen met het feit dat het overschot van 2025 voornamelijk het gevolg is van meer variatie onder titel 1 (Eigen middelen, met name douanerechten) en titel 4 (Financiële ontvangsten, achterstandsrente en boeten), terwijl het overschot bij de uitgaven met 101 miljoen EUR zeer bescheiden blijft;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>betreurt het dat vanwege de opname in de begroting van het overschot de totale bijdrage van de lidstaten aan de financiering van de begroting 2026 op basis van het bni met een evenredig bedrag vermindert; onderstreept dat de begroting, in een tijd waarin de financieringsbehoeften hoog blijven, met name voor de schuldaflossingskosten van EURI, en de manoeuvreerruimte binnen de begroting van de Unie uiterst beperkt blijft, over voldoende flexibiliteit moet blijven beschikken in de laatste jaren van het huidig MFK om de Unie in staat te stellen het hoofd te bieden aan onvoorziene gebeurtenissen; onderstreept dat de flexibiliteit van de begroting van de Unie een van de belangrijkste kwesties is die aan bod moeten komen tijdens de onderhandelingen over het meerjarig financieel kader voor de periode 2028-2034;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>wijst op zijn vaste standpunt dat meevallers die voortvloeien uit boeten en heffingen, of soortgelijke bedragen, moeten worden gebruikt als aanvullende ontvangsten voor de Uniebegroting en niet moeten leiden tot een overeenkomstige vermindering van op het bni gebaseerde bijdragen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>neemt kennis van de berekening van de aangepaste jaarlijkse vaste bni-verlagingen voor de vijf begunstigde lidstaten, die netto ongeveer 5,8 miljard EUR bedragen; benadrukt dat deze kortingen geïndexeerd zijn en daarom sneller zijn gestegen dan de MFK-maxima, die jaarlijks worden aangepast op basis van de deflator van 2 %; benadrukt dat deze afwijking de lasten voor andere lidstaten vergroot;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>neemt kennis van de negatieve inkomstenpost in het kader van artikel 425, ten belope van 54 miljoen EUR, en is ingenomen met deze methode om kosten voor de begroting op te nemen die voortvloeien uit betalingen in het kader van de schikkingsovereenkomst met compenserende rente en achterstandsrente in verband met de terugbetaling van nietig verklaarde of verlaagde mededingingsboeten in overeenstemming met de desbetreffende arresten van het Hof van Justitie; herinnert eraan dat het Parlement bij de onderhandelingen over de herschikking van het Financieel Reglement in 2024 had aangedrongen op deze aanpak om het creëren van extra kredieten voor uitgaven in de nu al te zwaar belaste rubriek 7 te vermijden; herinnert eraan dat deze oplossing op 31 december 2027 ten einde loopt; verzoekt de Commissie een definitieve oplossing voor te stellen voor het volgende MFK waarmee dezelfde doelstelling van het vermijden van gevolgen voor de uitgavenzijde van de begroting wordt bereikt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>herhaalt zijn aloude pleidooi voor duurzame, voorspelbare en veerkrachtige inkomsten voor de Uniebegroting overeenkomstig artikel 310 VWEU die in overeenstemming moeten zijn met de uitgavenzijde en met de strategische prioriteiten en vastgestelde financieringsbehoeften van de Unie; bevestigt nogmaals dat het sterk hecht aan de invoering van nieuwe eigen middelen, niet alleen voor de terugbetaling van de NGEU-schuld, maar ook om de versterkte beleidsambities van de Unie te financieren; herinnert eraan dat de financiële lasten zonder nieuwe echte eigen middelen onvermijdelijk op de lidstaten zullen wegen door de verhoging van de bni-bijdragen; is daarom van mening dat de invoering van echte nieuwe inkomstenstromen van ten minste 60 miljard EUR per jaar een essentiële voorwaarde is voor een ambitieus meerjarig financieel kader voor de jaren 2028-2034;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>keurt het standpunt van de Raad inzake het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 1/2026 goed;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter te constateren dat de gewijzigde begroting nr. 1/2026 definitief is vastgesteld en te zorgen voor bekendmaking ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de overige instellingen en de betrokken organen, alsook aan de nationale parlementen.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>