<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0245</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Financiële activiteiten van de Europese Investeringsbank Groep – jaarverslag 2025</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0170/2026 - Rapporteur: Joachim Streit)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 7 juli 2026 over de financiële activiteiten van de Europese Investeringsbank Groep – jaarverslag 2025 (2025/2213(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de artikelen 2 en 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de artikelen 15, 126, 174, 175, 177, 208, 209, 271, 308 en 309 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en Protocol nr. 5 bij de Verdragen betreffende de statuten van de Europese Investeringsbank (EIB),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de artikelen 41 tot en met 43 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de statuten van de EIB,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het operationeel plan 2026-2028 van de EIB-groep, dat op 29 januari 2026 is gepubliceerd, en het operationeel plan 2025-2027 van de EIB-groep van 30 januari 2025,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het activiteitenverslag 2025 van de EIB-groep, getiteld “Powering Europe”, dat op 29 januari 2026 is gepubliceerd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de zorgvuldigheidsprocedures van de EIB op milieu-, klimaat- en sociaal gebied, die op 20 oktober 2025 zijn gepubliceerd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de strategische oriëntatie van EIB Global, die op 15 oktober 2025 is gepubliceerd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de investeringsenquête 2025 van de EIB, getiteld “European Union – Overview”, die op 14 oktober 2025 is gepubliceerd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het document van de EIB getiteld “Unlocking innovation: Addressing the funding needs of EU technology infrastructures”, dat op 15 september 2025 is gepubliceerd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het activiteitenverslag 2022 en het werkprogramma 2023-2025 van de evaluatiefunctie van de EIB-groep, gepubliceerd op 3 maart 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de klachtenregeling van de EIB-groep, gepubliceerd op 13 november 2018,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het document van de EIB getiteld “EIB energy lending policy”, dat op 8 mei 2023 is gepubliceerd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de routekaart voor het klimaat 2021-2025 van de EIB-groep, goedgekeurd door de Raad van Bewind van de EIB op 11 november 2020, fase 2 van de routekaart voor het klimaat, gepubliceerd op 3 oktober 2025, en de klimaatstrategie van de EIB, gepubliceerd op 15 november 2020,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de milieu- en sociale normen van de EIB van 2 februari 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het actieplan van de EIB-groep voor betaalbare en duurzame huisvesting,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het document van de EIB getiteld “EIB Global – Partnerships, People, Impact”, dat op 10 februari 2023 is gepubliceerd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de strategie van de EIB-groep inzake gendergelijkheid en economische empowerment van vrouwen, gepubliceerd op 6 januari 2017, en het genderactieplan III (2026-2030) van de EIB-groep, gepubliceerd op 3 maart 2026,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gedragscode voor personeel van de EIB-groep, gepubliceerd op 3 februari 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het solidariteitspakket van de EIB voor Oekraïne, dat op 4 maart 2022 door de Raad van Bewind van de EIB is goedgekeurd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 29 januari 2025 getiteld “Het EU-kompas voor concurrentievermogen” (COM(2025)0030),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 26 februari 2025 getiteld “De Clean Industrial Deal: Een gezamenlijke routekaart voor concurrentievermogen en decarbonisatie” (COM(2025)0085),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 26 februari 2025 getiteld “Actieplan voor betaalbare energie – De werkelijke waarde van onze energie-unie ontsluiten om betaalbare, efficiënte en schone energie voor alle Europeanen te waarborgen (COM(2025)0079),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het rapport van Mario Draghi van 9 september 2024, getiteld “The future of European competitiveness” (De toekomst van het Europese concurrentievermogen),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie van 16 juli 2025 voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van het Europees Fonds voor concurrentievermogen (“EFC”), met inbegrip van het specifieke programma voor onderzoeks- en innovatieactiviteiten op defensiegebied, tot intrekking van de Verordeningen (EU) 2021/522, (EU) 2021/694, (EU) 2021/697 en (EU) 2021/783, tot intrekking van bepalingen van de Verordeningen (EU) 2021/696 en (EU) 2023/588, en tot wijziging van Verordening (EU) [EDIP] (COM(2025)0555),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de tripartiete overeenkomst tussen de Commissie, de Europese Rekenkamer en de Europese Investeringsbank, die in november 2021 in werking is getreden,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 55 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A10-0170/2026),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de EIB aangeeft in 2025 te hebben geïnvesteerd voor een recordbedrag van in totaal 100 miljard EUR, tegenover 89 miljard EUR in 2024; overwegende dat de hefboomratio van de EIB is verhoogd tot 290 %, waardoor de EIB extra ruimte heeft gekregen om te investeren en de gemeenschappelijke prioriteiten van de EU te ondersteunen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de EIB bijdraagt aan het aanpakken van marktfalen en investeringstekorten door privékapitaal aan te trekken, waarbij zij optreedt als een marktgebaseerde financiële instelling die zich baseert op de beginselen van gezond bankieren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de EIB, die volledig eigendom is van de lidstaten, als taak heeft bij te dragen aan de verwezenlijking van de doelstellingen van de Unie, met name de ontwikkeling van de eengemaakte markt en het versterken van het potentieel van de Unie op het gebied van werkgelegenheid, economische groei en concurrentievermogen, alsmede de dubbele transitie; overwegende dat dit mandaat ook de bevordering van het beleid van de Unie in derde landen omvat;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Algemeen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>is ingenomen met de strategische routekaart van de EIB voor 2024-2027, die gericht is op het ondersteunen van de politieke prioriteiten van de EU, waaronder het mobiliseren van investeringen om de economische en industriële basis van Europa te versterken, innovatie, concurrentievermogen, kritieke technologieën, en veiligheid en defensie te ondersteunen en duurzame groei, de groene en de digitale transitie, regionale ontwikkeling, moderne en kritieke infrastructuur, met inbegrip van sociale infrastructuren zoals huisvesting, onderwijs en gezondheid, en een veerkrachtige en innoverende landbouwsector te stimuleren, alsmede zich te richten op Europese kmo’s en start-ups en tegelijkertijd internationale partnerschappen en de voltooiing van de spaar- en investeringsunie te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>onderstreept dat de EIB zich in de loop der jaren nauw heeft aangesloten bij de Europese prioriteiten; is zeer ingenomen met de verhoogde prioriteit voor investeringen ter versterking van het concurrentievermogen, de industriële veerkracht en de veiligheid van Europa en verzoekt om een snelle en doeltreffende uitvoering daarvan; steunt de rol van de EIB als klimaatbank en merkt op dat klimaatactie is aangemerkt als de belangrijkste strategische prioriteit van de EIB-groep voor de periode 2024-2027, waarbij ruim 50 % van de jaarlijkse investeringen wordt toegewezen aan de groene transitie; dringt aan op hogere investeringsniveaus voor concurrentiegerelateerde prioriteiten, met name voor kmo’s en start-ups, en op de opschaling van innoverende Europese bedrijven, gezien hun cruciale rol bij het dichten van de concurrentiekloof van Europa; benadrukt dat de EIB er een evenwichtige portefeuille op na moet houden, die zowel veiligheid en defensie omvat als klimaat, concurrentievermogen, cohesie, innovatie, en samenwerking en ontwikkeling;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>onderstreept dat de EIB een geloofwaardige speler is op de internationale financiële markten, zoals blijkt uit haar AAA-kredietrating; benadrukt dat het van essentieel belang is deze rating te behouden om tegen gunstige voorwaarden middelen te kunnen aantrekken, en dat elke verslechtering van de rating de financieringskosten aanzienlijk zou doen stijgen; verzoekt de EIB nauwlettend toe te zien op het effect van haar uitgebreide defensieactiviteiten op haar AAA-kredietrating;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>benadrukt de centrale rol van de EIB bij het mobiliseren van publieke en particuliere financiering om investeringstekorten aan te pakken en de economische veerkracht van de Unie te versterken in een uitdagende mondiale omgeving; herinnert eraan dat grensoverschrijdende coördinatie, de integratie van de kapitaalmarkten en de goede werking van de eengemaakte markt essentieel zijn; verzoekt de Commissie en de EIB het potentieel van de EIB ten volle te benutten en de financiering te ontsluiten die nodig is voor de groene, de digitale en de sociale transitie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>beklemtoont dat maatregelen op EU-niveau een aanvulling moeten vormen op de investeringen van de lidstaten en deze niet mogen verdringen; pleit daarom voor voldoende flexibiliteit binnen het subsidiabiliteits- en beoordelingskader van de EIB om tegemoet te komen aan nationale en regionale investeringsbehoeften; herinnert eraan dat publieke ontwikkelingsbanken en overheidsinstellingen de risico’s van levensvatbare projecten moeten verminderen in geval van lacunes in de markt, zonder de plaats in te nemen van privékapitaal; benadrukt daarnaast dat de EIB een cruciale rol moet spelen bij het in staat stellen van zowel commerciële als overheidsbanken om te investeren in de Europese defensiesector; merkt op dat het EU-kader voor duurzame financiering niet voorziet in algemene beperkingen op investeringen in defensie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>is ingenomen met het verzoek om de EIB in het volgende meerjarig financieel kader te versterken teneinde de EIB in staat te stellen financiële steun te verlenen voor de gemeenschappelijke prioriteiten van de EU, met name in het kader van het InvestEU-instrument van het EFC en het Europa in de wereld-fonds en ook via financiële instrumenten en begrotingsgaranties die zeer effectief zijn gebleken bij het bevorderen van belangrijke beleidsdoelstellingen van de EU; onderstreept dat de EIB voldoende financiering moet aantrekken, liquiditeit moet injecteren en de ambitie moet verhogen om particuliere en publieke investeringen via InvestEU te ondersteunen; verzoekt overeenkomstig zijn interim-verslag over het meerjarig financieel kader voor de periode 2028-2034 om een versterking van succesvolle Unieprogramma’s, zoals InvestEU, en om een versterkt investeringspartnerschap met de EIB-groep, zodat wordt gewaarborgd dat elke op Unieniveau bestede euro op de meest doeltreffende en impactvolle wijze wordt gebruikt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>wijst erop dat het belangrijk is te zorgen voor verbeterde complementariteit en synergieën tussen de financiering van de EIB en andere EU-instrumenten, om de impact te maximaliseren en samenhangende territoriale investeringsstrategieën te waarborgen; verzoekt de EIB en de Commissie duidelijke coördinatiekaders te ontwikkelen, om het gezamenlijke gebruik van deze instrumenten op projectniveau te vergemakkelijken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>verzoekt de EIB een actieve rol te spelen bij de ondersteuning van de continuïteit en voltooiing van projecten die zijn gestart in het kader van de herstel- en veerkrachtfaciliteit (RRF), en de doelstellingen na de afsluitingsdatum te waarborgen; onderstreept dat met financiering en technische bijstand van de EIB kan worden voorzien in een kritieke overbrugging om ervoor te zorgen dat in het kader van de RRF gefinancierde projecten de beoogde economische en sociale impact hebben;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>moedigt de EIB aan om innoverende financiële instrumenten te blijven ontwikkelen om de aanzienlijke particuliere spaartegoeden in Europa te mobiliseren voor productieve investeringen, met name door een beroep te doen op institutionele beleggers voor de ondersteuning van durfkapitaal, en op die manier bij te dragen tot het bevorderen van de spaar- en investeringsunie; benadrukt dat door de EIB ondersteunde investeringen een beoordeling moeten omvatten van het effect op het concurrentievermogen, om ervoor te zorgen dat fondsen van de Unie daadwerkelijk een hefboomeffect hebben op innovatie, productiviteit en marktopschaling in belangrijke industriële sectoren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>herinnert eraan dat de EIB de eerste emittent van een groene obligatie was en nu de grootste emittent van groene obligaties in meerdere valuta’s is; is ingenomen met het feit dat de EIB op 2 april 2025 haar eerste klimaatobligatie heeft uitgegeven, in overeenstemming met de verordening betreffende Europese groene obligaties<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2023/2631 van het Europees Parlement en de Raad van 22 november 2023 betreffende Europese groene obligaties en optionele openbaarmakingen voor obligaties die als ecologisch duurzame obligaties op de markt worden gebracht en voor aan duurzaamheid gekoppelde obligaties (PB L, 2023/2631, 30.11.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/2631/oj).</FIELD></FOOTNOTE>; wijst erop dat de EIB een sleutelrol speelt bij de ontwikkeling van de markt voor groene obligaties en het bieden van financieringsoplossingen aan duurzame bedrijven;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het stimuleren van innovatie met het oog op technologisch leiderschap </STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>is bezorgd over het feit dat de EU kapitaal, talent en innovatiecapaciteit dreigt te verliezen ten opzichte van sneller reagerende mondiale concurrenten, en dat de EU nog steeds achterloopt in de ontwikkeling van sleuteltechnologieën; is ingenomen met de start van het TechEU-programma, dat voortbouwt op het succesvolle European Tech Champions Initiative en waarmee tot 250 miljard EUR aan investeringen beschikbaar wordt gesteld; dringt erop aan dat in dit programma voorrang wordt verleend aan investeringen die wereldwijd kunnen concurreren en die kunnen bijdragen tot duurzame groei op lange termijn en dat hiermee de Europese toeleveringsketens worden versterkt en de strategische afhankelijkheden worden beperkt; wijst erop dat het noodzakelijk is de investeringen te verhogen in Europese technologieën en sectoren die cruciaal zijn voor de veerkracht op de lange termijn, waaronder halfgeleiders, waardeketens voor batterijen, digitale soevereiniteit en de productie van schone technologie; moedigt de EIB aan om het aandeel aan geraamde middelen voor 2027 te verhogen; verzoekt om een evenwichtige en uitgebreide toewijzing van middelen in het kader van het TechEU-programma aan kmo’s, start-ups en scale-ups, om ervoor te zorgen dat het concurrentievermogen op passende wijze wordt ondersteund, naast andere kerndoelstellingen; benadrukt dat dergelijke programma’s versneld moet worden uitgerold om gelijke tred te houden met het tempo van innovatie en start-ups; dringt aan op een verhoging van de begroting van het Europees Investeringsfonds voor het EU-ecosysteem voor durfkapitaal;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>merkt op dat bijna 60 % van de financiering van de EIB in 2025 bestemd was voor de transitie naar een koolstofarme economie; roept de EIB op het concurrentievermogen en de economische veiligheid te versterken door te zorgen voor een voorspelbare, inclusieve, eerlijke en betaalbare transitie, zonder dat onnodige lasten worden opgelegd aan industrie en gezinnen; onderstreept dat klimaat- en milieu-investeringen kunnen bijdragen tot het versterken van de industriële basis van Europa, haar productiviteit en haar concurrentievermogen wereldwijd; ondersteunt investeringen in alle industriële waardeketens, met inbegrip van koolstofarme technologieën, om economisch duurzame trajecten naar decarbonisatie mogelijk te maken, wanneer dergelijke investeringen worden gedreven door innovatie en een duidelijk potentieel hebben om het concurrentievermogen op de markt en de Europese strategische autonomie te verbeteren; verzoekt de EIB technologieneutrale evaluatiecriteria toe te passen, zoals koolstofintensiteit gedurende de levenscyclus en netstabiliteit, bij de financiering van koolstofarme energieprojecten, met inbegrip van kernenergie, met volledige inachtneming van het soevereine recht van elke lidstaat om zijn eigen energiemix te bepalen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>herinnert eraan dat schone technologie kan bijdragen tot de versterking van de soevereiniteit en het concurrentievermogen van de EU; is ingenomen met het feit dat de EIB zich aansluit bij het EU-kader voor duurzame financiering, met inbegrip van de overname van de criteria van de EU-taxonomie; dringt aan op verdere investeringen met een duidelijk en meetbaar effect op de emissiereductie; benadrukt dat er moet worden geïnvesteerd in klimaatadaptatie en -bestendigheid; moedigt investeringen aan in onderzoek en ontwikkeling, alsmede in innoverende technologieën ter bevordering van klimaatparaatheid; is ingenomen met het akkoord tussen de EIB en het EEA over de verdieping van de samenwerking op het gebied van biodiversiteits- en klimaatactie; verwacht van de EIB dat zij haar technische bijstand en adviesdiensten inzet, met name ter ondersteuning van projecten die betaalbare toegang tot hernieuwbare energie bieden, met bijzondere aandacht voor het verlagen van de energieprijzen en het waarborgen van de continuïteit van de energievoorziening, ook voor kwetsbare gezinnen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>stelt vast dat de EIB in 2025 voor 16 miljard EUR aan financiering heeft verstrekt aan kleine bedrijven en start-ups; onderstreept dat het verbeteren van de toegang tot financiële middelen, met name durfkapitaal, private equity en financiering voor scale-ups, van cruciaal belang is om de groei en internationalisering te ondersteunen van concurrerende Europese bedrijven; roept ertoe op meer inspanningen te leveren om de financieringskloof voor snelgroeiende bedrijven te dichten en een dynamischer en beter geïntegreerde Europese kapitaalmarkt te bevorderen; is van mening dat de inspanningen om aanvullende middelen te mobiliseren voor kmo’s en start-ups moeten worden opgevoerd, om ervoor te zorgen dat zij mondiaal kunnen concurreren; verzoekt de EIB haar financiering voor kmo’s in de hele Unie te verhogen; moedigt het EIF aan meer initiatieven te ontplooien om start-ups en scale-ups te ondersteunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>verzoekt de EIB de aanvraag- en goedkeuringsprocedures verder te vereenvoudigen en te versnellen, de administratieve lasten te verminderen en de steun voor kleine begunstigden, waaronder lokale en regionale autoriteiten, gemeenten, kmo’s en start-ups, te versterken, door ervoor te zorgen dat randvoorwaarden en verslagleggingsvereisten in verhouding staan tot de waarde van de toewijzing en/of de omvang van de begunstigde, zonder afbreuk te doen aan de financiële normen, en financiering toe te wijzen op basis van doeltreffendheid, economische levensvatbaarheid en meetbare impact; vraagt met name om een verbeterde toegang tot financiering voor kmo’s en start-ups, onder meer door middel van vereenvoudigde subsidiabiliteitscriteria en procedures in het kader van InvestEU en het EIF, met name in minder ontwikkelde en plattelandsregio’s, aangevuld met versterkte technische bijstand; dringt er voorts op aan dat financiering wordt toegewezen op basis van efficiëntie, economische levensvatbaarheid en meetbare impact, en dat er evenredige evaluaties achteraf worden uitgevoerd om ervoor te zorgen dat de middelen doeltreffend worden gebruikt en particuliere investeringen worden aangetrokken; uit zijn bezorgdheid over het feit dat onevenredige verslagleggingsvereisten op milieu-, sociaal en governancegebied die aan begunstigden worden opgelegd, economisch levensvatbare projecten ontmoedigen en Europese bedrijven in een nadelige concurrentiepositie plaatsen, en verzoekt de EIB deze vereisten te herzien om evenredigheid te waarborgen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Financiering van de energievoorzieningszekerheid en continue voorziening met kritieke grondstoffen ter wille van het concurrentievermogen van de industrie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>benadrukt dat het concurrentievermogen van de industrie berust op voorspelbare en betaalbare energieprijzen; herinnert eraan dat de volatiliteit van de energieprijzen een structureel risico blijft voor de economie van de EU als gevolg van geopolitieke uitdagingen en beperkingen in de energievoorziening; merkt op dat de EIB in 2026 de nadruk heeft gelegd op het versterken van het concurrentievermogen en de veiligheid; verzoekt de EIB energie-infrastructuurprojecten te ondersteunen, met inbegrip van projecten die worden gefinancierd in het kader van de Connecting Europe Facility, om de energieprijzen voor gezinnen en bedrijven te verlagen en de energievoorziening te verbeteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>stelt met tevredenheid vast dat de EIB in 2025 voor 33 miljard EUR aan financiering heeft verstrekt voor de energiezekerheid van Europa, ter ondersteuning van in totaal 108 miljard EUR aan investeringen, waarvan 11 miljard EUR voor hernieuwbare energiebronnen in 2025; dringt erop aan dat het klimaat- en energiebeleid op pragmatische wijze wordt uitgevoerd, zodat kosteneffectieve oplossingen worden gefinancierd, overeenkomstig de EU-taxonomie en op basis van meetbare economische effecten waarmee betaalbare energie, strategische onafhankelijkheid, de betrouwbaarheid van systemen en de ontwikkeling van infrastructuur worden gegarandeerd; herinnert eraan dat een rechtvaardige transitie een van de pijlers van de klimaatroutekaart van de EIB is, en is ingenomen met de inspanningen van de EIB om ervoor te zorgen dat de overgang naar een koolstofarme economie sociaal rechtvaardig en duurzaam is, waarbij niemand aan zijn lot wordt overgelaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>wijst erop dat een stabiele toevoer van kritieke grondstoffen cruciaal is voor de groene en de digitale transitie, voor de defensiesector en voor de industriële basis van de EU in het algemeen; herinnert aan de rol die de EIB speelt binnen de Europese grondstoffenalliantie en aan de doelstelling van de Unie om autonomer te worden wat betreft de toevoer van kritieke grondstoffen; wijst erop dat het belangrijk is voor kritieke grondstoffen een op de circulaire economie gebaseerde aanpak te volgen, op basis van recycling en hergebruik, om de EU minder afhankelijk te maken van derde landen en haar strategische autonomie te versterken; verzoekt de EIB daarom meer te investeren in de sector kritieke grondstoffen om de veerkracht op het gebied van grondstoffen te vergroten, met bijzondere aandacht voor het verwezenlijken van de doelstellingen van de verordening kritieke grondstoffen<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2024/1252 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 tot vaststelling van een kader om een veilige en duurzame voorziening van kritieke grondstoffen te waarborgen, en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1724 en (EU) 2019/1020 (PB L, 2024/1252, 3.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1252/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, namelijk de winning, recycling en verwerking van secundaire grondstoffen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>verzoekt om een sterkere coördinatie op EU-niveau op het gebied van kritieke grondstoffen, waaronder een nauwere samenwerking tussen de EIB, exportkredietinstellingen en andere publieke financiële instellingen; merkt op dat de EU achterblijft op concurrenten zoals Canada, de Verenigde Staten en Australië, die sterker gecoördineerde overheidsbrede financieringsbenaderingen hanteren; benadrukt dat alle ondersteunde projecten in verband met kritieke grondstoffen moeten voldoen aan strenge milieu- en sociale normen; verzoekt de EIB de transparantie te verbeteren bij de selectie en financiering van projecten die alle fasen van kritieke grondstoffen bestrijken, zoals gedefinieerd in de verordening kritieke grondstoffen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Defensie en extern optreden</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>steunt het actieplan van de EIB van maart 2025 inzake de versterking van de veiligheids- en defensievermogens van Europa; is ingenomen met de extra 4 miljard EUR aan nieuwe financiering, wat neerkomt op bijna 5 % van de totale EIB-investeringen in de EU; herinnert aan de verschuiving in de EU-prioriteiten op de korte en middellange termijn, die heeft geleid tot een aanzienlijke druk op de nationale begrotingen in verband met investeringen in defensie en veiligheid; benadrukt dat de EIB, gezien haar mandaat om de doelstellingen van de Unie te ondersteunen, haar betrokkenheid in deze strategische sectoren verder moet opschalen, met behoud van haar AAA-rating; merkt op dat de financiële steun van de EIB voor militaire mobiliteit, strategische infrastructuur en geavanceerde technologieën een van de belangrijkste factoren is om de marktintegratie te bevorderen en de gemeenschappelijke Europese belangen te versterken; is ingenomen met de herziene subsidiabiliteitscriteria waardoor kleine en middelgrote ondernemingen en start-ups meer steun krijgen door middel van op maat gesneden financiële instrumenten zoals venture debt, investeringen in eigen vermogen en specifieke kredietlijnen; merkt op dat bij defensie-uitgaven moet worden gezorgd voor strategische samenhang en een evenwichtige aanpak, en dat geen afbreuk mag worden gedaan aan sociale en milieu-uitgaven of reeds lang bestaand beleid van de Unie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>herinnert eraan dat bepaalde strategische sectoren binnen de defensie- en veiligheidsindustrie nog steeds te maken hebben met beperkingen van de EIB-financiering; merkt op dat er, ondanks het besluit van de EIB van 21 maart 2025 om de subsidiabiliteit uit te breiden, belemmeringen blijven bestaan, waardoor er geen volledige mobilisering is van privékapitaal om de Europese veiligheid te ondersteunen; verzoekt de Raad van Gouverneurs van de EIB de praktijken van de EIB voor leningen aan de defensie-industrie verder aan te passen, zoals vermeld in de conclusies van de Europese Raad van 6 maart 2025;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>benadrukt de belangrijke rol van de EU en de EIB bij het aangaan van wederzijds voordelige economische partnerschappen met niet-EU-landen, die van cruciaal belang zijn voor de mondiale positie van de EU met betrekking tot het bevorderen van een op regels gebaseerd multilateraal stelsel, duurzame ontwikkeling, democratie, mensenrechten en de rechtsstaat, en bij het versterken van veerkrachtige toeleveringsketens en duurzame infrastructuur; benadrukt dat de EIB het maatschappelijk middenveld en lokale gemeenschappen systematisch moet betrekken bij alle fasen van het ontwerp, de uitvoering en de evaluatie van projecten, zodat de Global Gateway-projecten kunnen inspelen op lokale behoeften en zinvolle ontwikkelingsresultaten opleveren; wijst op de cruciale rol van EIB Global bij het mobiliseren van investeringen in duurzame ontwikkeling in het kader van het Global Gateway-initiatief, en merkt op dat zij in 2025 het streefbedrag van 100 miljard EUR heeft overschreden, waardoor de economische belangen van Europa en de markttoegang in een concurrerende mondiale omgeving worden versterkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>is zeer ingenomen met de aanhoudende steun van de EIB bij het uitvoeren en versterken van acties van de publieke en particuliere sector in Oekraïne en bij het ondersteunen van pan-Afrikaanse handel, infrastructuur en regionale integratie, om de banden met Europa aan te halen; benadrukt dat steun van de EIB en de EU alleen niet volstaat om in de financieringsbehoeften van Oekraïne te voorzien;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>maakt zich zorgen over de snel stijgende schuldniveaus en hogere financieringskosten in opkomende markten en economieën in ontwikkeling op een moment dat zich vaker mondiale schokken voordoen en de overheidsschuld in dergelijke landen is gestegen tot het hoogste niveau in 55 jaar; benadrukt de belangrijke rol van de EIB bij de verstrekking van financiering; is ingenomen met de rol van andere multilaterale instellingen bij het helpen verlichten van onhoudbare schuldenlasten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>herhaalt zijn oproep aan EIB Global om blendingverrichtingen te beperken tot gebieden waar zij waarde kunnen toevoegen aan de lokale economie en de verdringing van privékapitaal te voorkomen, en ervoor te zorgen dat gemengde financiering niet wordt gebruikt voor essentiële publieke diensten, met name gezondheidszorg, onderwijs en sociale bescherming; herinnert eraan dat de doelstellingen van het ontwikkelingsbeleid van de EU, en met name de doelstelling om de universele en betaalbare toegang tot gezondheidszorg te verbeteren, als leidraad moeten dienen voor EIB-investeringen op dit gebied, teneinde voor betere gezondheidsresultaten voor iedereen te zorgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>verzoekt de lidstaten de uitsluitingslijst van de EIB te wijzigen om financiering van wapens en munitie mogelijk te maken die verder gaat dan louter technologieën voor tweeërlei gebruik, en zo bij te dragen tot de ontwikkeling van de Europese defensie industrie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>benadrukt dat de leningen van de EIB aan derde landen de externe prioriteiten van de EU moeten versterken; verzoekt de EIB doeltreffende samenwerking met partnerlanden op het gebied van migratiebeheer, met inbegrip van overname en terugkeer van migranten die geen wettelijk recht van verblijf in de EU hebben, op te nemen als relevant criterium in het kader van haar externe kredietverlening aan niet-EU-landen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Steun voor cohesie, landbouw en huisvesting</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>merkt op dat in 2025 ongeveer de helft van de financiering van de EIB is gebruikt voor investeringen in de minder ontwikkelde regio’s van de EU en dat 3 miljard EUR is toegewezen aan de landbouw en bio-economie; moedigt de EIB aan de samenwerking met nationale stimuleringsbanken en regionale financiële instellingen te intensiveren, teneinde de territoriale impact van de Uniefinanciering te maximaliseren en regionale investeringsverschillen te beperken; dringt aan op het gebruik van gemengde financiering door de cohesiefondsen van de EU te combineren met EIB-instrumenten; benadrukt dat het garanderen van toegang tot directe financiering in alle regio’s van essentieel belang is om economische convergentie en de economische en territoriale samenhang te bevorderen en dat dit, samen met het versterken van de voedselzekerheid, cruciaal is voor de strategische autonomie van de EU; verzoekt de EIB voorspelbare en toereikende financiering voor jonge landbouwers te mobiliseren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>dringt erop aan de steun van de EIB-groep voor het landbouw- en het cohesiebeleid in stand te houden, met inbegrip van een algemener gebruik van financiële instrumenten om voor een hefboomwerking van EU-subsidies te zorgen en particuliere investeringen aan te trekken; wijst op de toegevoegde waarde van passende financiering voor gezamenlijke technische bijstand voor uitvoerende autoriteiten door de EIB en de Commissie om de tijdige uitvoering en additionaliteit van investeringen te helpen waarborgen, met name door de opbouw van administratieve capaciteit en de ontwikkeling van investeringspijplijnen; dringt aan op een ruimer gebruik van gemengde financiering om achtergestelde regio’s en cohesieregio’s aan te pakken, door de structuur- en investeringsfondsen van de EU te combineren met andere instrumenten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>is ingenomen met de inspanningen van de EIB-groep voor het financieren van socialehuisvestingsprojecten in de hele Unie; verzoekt de bank haar activiteiten voor het verbeteren van de toegang tot betaalbare huisvesting op te voeren in het licht van de verergerende huisvestingscrisis in Europa; spoort de EIB ertoe aan samen te werken met andere Europese publieke investeringsbanken, lokale publieke financiële instellingen, lokale overheden, wooncoöperaties en organisaties voor sociale woningbouw, en gemeenten om huisvestingsoplossingen te financieren en langetermijnoplossingen te bieden voor de crisis in verband met de kosten van levensonderhoud;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>is ingenomen met de inspanningen van de EIB ter ondersteuning van projecten die bijdragen aan de uitvoering van de Europese pijler van sociale rechten en de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de VN; verzoekt de EIB bij projectbeoordelingen meer gewicht te geven aan sociale voordelen met het oog op het bieden van betaalbare langetermijnoplossingen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Transparantie en verantwoording</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>herinnert eraan dat EIB-middelen publieke middelen zijn en altijd moeten worden onderworpen aan publieke controle en verantwoording, met name in geval van dekking door EU-garanties of EU-begrotingsmiddelen; herhaalt zijn verzoek om een gestructureerd interinstitutioneel kader dat nauwer parlementair toezicht en een betere toegang tot informatie waarborgt en dat het Parlement de mogelijkheid biedt input te leveren voor de strategische koers van de EIB; neemt kennis van de vooruitgang die is geboekt in de Foreign Direct Investment Transparency Index 2025, maar dringt aan op verdere verbeteringen; beklemtoont dat budgettaire verantwoordelijkheid en een efficiënt gebruik van middelen noodzakelijk zijn om het geld van de belastingbetaler te beschermen; merkt op dat versterkte rapportagemechanismen van essentieel belang zijn voor een doeltreffende parlementaire controle;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>benadrukt dat het belangrijk is dat de EIB zorgt voor de traceerbaarheid van gefinancierde projecten; benadrukt dat de EIB tijdig meer gedetailleerde informatie over haar projecten moet publiceren, met inbegrip van de achterliggende gedachte erbij en de context ervan, uitleg over de manier waarop zij afgestemd zijn op de gemeenschappelijke prioriteiten van de EU en informatie over de feitelijke ontvangende marktdeelnemers, waarbij duidelijk wordt aangegeven welke projecten worden ondersteund uit de begroting van de EU; is ingenomen met het besluit van de EIB, naar aanleiding van een onderzoek van de Ombudsman, om over te gaan tot het proactief publiceren van haar milieu- en sociale beoordelingen van projecten buiten de EU die waarschijnlijk aanzienlijke effecten op de betrokken gebieden zullen hebben;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>benadrukt dat in voorkomend geval gebruikgemaakt moet worden van zorgvuldig ontworpen tijdelijke garanties in plaats van subsidies, om de rechtstreekse gevolgen voor de begroting te beperken en de voorkeur te geven aan het aantrekken van privékapitaal; herinnert eraan dat garanties een reëel begrotingsrisico vormen en aan dezelfde strikte regels moeten worden onderworpen als directe uitgaven; onderstreept dat het gebruik van garanties gepaard moet gaan met een hoge mate van transparantie, democratisch toezicht en behoorlijke mechanismen voor risicobeoordeling; benadrukt dat particuliere investeerders het grootste deel van het commerciële risico moeten blijven dragen, terwijl het optreden van de EIB beperkt, duidelijk omschreven en tijdelijk moet blijven, met de focus op risico’s die niet door particuliere marktdeelnemers kunnen worden gedragen en op het beperken van projectspecifieke risico’s; verzoekt de EIB blendingverrichtingen te beperken tot gebieden waar zij waarde kunnen toevoegen aan de lokale economie en de verdringing van privékapitaal te voorkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>wijst op de over het algemeen hoge operationele kosten van de EIB; verzoekt daarom om de identificering van passende mitigerende maatregelen, met het oog op de verbetering van de kostenefficiëntie, met behoud van de operationele doeltreffendheid van de bank;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>merkt op dat de EIB-groep opereert volgens een tweeledig stelsel, waarbij door de EU-begroting gedekte verrichtingen indirect worden gecontroleerd door de Commissie en de Rekenkamer, en door het Parlement in het kader van zijn besluit over de kwijting voor de EU-begroting, terwijl verrichtingen die worden gefinancierd uit de eigen middelen van de EIB afkomstig van de lidstaten – meer dan driekwart van de EIB-verrichtingen – grotendeels buiten het bereik vallen van systematische externe controles en toezicht door nationale parlementen en het Europees Parlement; merkt op dat de EIB beschikt over een uitgebreide interne verantwoordingsstructuur en dat een extern controleur toezicht houdt op de verrichtingen en het boekhoudsysteem van de EIB; is het ermee eens dat deze structuur in grote lijnen in overeenstemming is met de internationale praktijk; merkt op dat de verslaglegging aan het Europees Parlement incidenteel is, dat de samenwerking met de Europese Ombudsman veranderd is en dat de rol van de Rekenkamer wordt beperkt door de huidige regels en uitvoeringsregelingen; wijst erop dat de EIB concrete maatregelen moet nemen om deze situatie aan te pakken, in overeenstemming met de eerdere oproepen in de resoluties van het Parlement en de bereidheid tot dialoog en samenwerking die de Europese begrotings- en kwijtingsautoriteit heeft getoond; verzoekt de EIB de nationale hoge controle-instanties actief bij dit proces te betrekken, om ervoor te zorgen dat voor activiteiten die momenteel niet onder de bevoegdheid van de Rekenkamer vallen, verantwoording wordt afgelegd, en om een hoog niveau van verantwoording en toezicht te garanderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>wijst op de interne toezichthoudende rol van het Auditcomité van de EIB; wijst erop dat er geen extern prudentieel toezicht wordt uitgeoefend overeenkomstig internationaal aanvaarde toezichtnormen, behalve op het gebied van liquiditeitsbeheer; spoort de Raad van Gouverneurs van de EIB ertoe aan om, gezien de omvang, complexiteit en specifieke kenmerken van het bedrijfsmodel van de EIB, passende regelingen vast te stellen om te voldoen aan de hoogste normen op het gebied van extern prudentieel toezicht, en daarbij rekening te houden met de noodzakelijke aanpassingen die voortvloeien uit het unieke bedrijfsmodel van de EIB;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>uit zijn zorgen over het lopende corruptieonderzoek tegen een voormalig president van de EIB; verwacht dat het Europees Openbaar Ministerie en het Europees Bureau voor fraudebestrijding de zaak grondig zullen onderzoeken en wacht op volledige duidelijkheid hierover; herinnert eraan dat wangedrag en misbruik van overheidsmiddelen ernstig moeten worden bestraft;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>dringt erop aan het mensenrechtenbeleid van de EIB te versterken; benadrukt dat milieu- en sociaaleffectbeoordelingen moeten worden uitgevoerd door onafhankelijke deskundigen en dat er onafhankelijke verificatiemechanismen moeten worden ingevoerd om toezicht te houden op de interne monitoring en interne rapportage door EIB-cliënten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>erkent de inspanningen van de EIB om de beheerpraktijken te verbeteren naar aanleiding van de interne enquête van de EIB van 2023; dringt aan op verdere uitvoering van de beginselen van de EIB inzake diversiteit, gelijkheid en inclusie, waaronder de doelstelling dat tegen eind 2026 ten minste 40 % van de leidinggevende functies wordt bekleed door vrouwen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>herhaalt zijn oproep aan de EIB om de taakverdeling binnen de raad van beheer dringend te herzien en er met name voor te zorgen dat de vicepresidenten van de EIB nooit de leiding op zich nemen van projecten die afkomstig zijn uit hun eigen land – ook al neemt de raad van beheer collectief de verantwoordelijkheid voor zijn besluiten – gezien het duidelijke risico op belangenconflicten; benadrukt dat hierover door de EU-instellingen talrijke aanbevelingen zijn geformuleerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>is ingenomen met het feit dat de EIB zich in 2025, na herhaalde oproepen van het Parlement, bereid heeft verklaard tot onderhandelingen over de sluiting van een “overeenkomst” inzake nauwere samenwerking tussen het Parlement en de EIB; is voorts ingenomen met de gedeelde opvatting dat de onderhandelingen tijdig moeten worden afgerond; onderstreept dat een dergelijke “overeenkomst” de interactie tussen het Parlement en de EIB zal formaliseren en versterken, als uiting van een wederzijds engagement voor nauwere samenwerking; merkt op dat de toegevoegde waarde van dergelijke overeenkomsten blijkt uit de uitvoering van vergelijkbare overeenkomsten die zijn gesloten tussen het Parlement en andere instellingen en organen van de Unie of intergouvernementele organisaties;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>