<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0247</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Mededingingsbeleid – jaarverslag 2025</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0171/2026 - Rapporteur: Stéphanie Yon-Courtin)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 7 juli 2026 over het mededingingsbeleid – jaarverslag 2025 (2025/2134(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), en met name de artikelen 101 tot en met 109,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2022/1925 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2022 over betwistbare en eerlijke markten in de digitale sector, en tot wijziging van Richtlijnen (EU) 2019/1937 en (EU) 2020/1828 (digitalemarktenverordening)<FOOTNOTE><FIELD> PB L 265 van 12.10.2022, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2022/1925/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie van 28 april 2026 getiteld “Evaluatie van Verordening (EU) 2022/1925 van het Europees Parlement en de Raad over betwistbare en eerlijke markten in de digitale sector en tot wijziging van Richtlijnen (EU) 2019/1937 en (EU) 2020/1828 (digitalemarktenverordening), overeenkomstig artikel 53 van deze verordening” (COM(2026)0178),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2022/2065 van het Europees Parlement en de Raad van 19 oktober 2022 betreffende een eengemaakte markt voor digitale diensten en tot wijziging van Richtlijn 2000/31/EG (digitaledienstenverordening)<FOOTNOTE><FIELD> PB L 277 van 27.10.2022, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2022/2065/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (de “EG-concentratieverordening”)<FOOTNOTE><FIELD> PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2004/139/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de richtsnoeren voor de beoordeling van horizontale fusies op grond van de Verordening van de Raad inzake de controle op concentraties van ondernemingen<FOOTNOTE><FIELD> PB C 31 van 5.2.2004, blz. 5.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de richtsnoeren voor de beoordeling van niet-horizontale fusies op grond van de Verordening van de Raad inzake de controle op concentraties van ondernemingen<FOOTNOTE><FIELD> PB C 265 van 18.10.2008, blz. 6.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het rapport van Mario Draghi van 9 september 2024 getiteld “The future of European competitiveness” (De toekomst van het Europese concurrentievermogen) (rapport-Draghi),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de resolutie van het Europees Parlement van 10 september 2025 over de vergemakkelijking van de financiering van investeringen en hervormingen om het concurrentievermogen van de EU te stimuleren en een kapitaalmarktenunie tot stand te brengen (rapport-Draghi)<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2026/1472, 9.4.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/1472/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het rapport van Enrico Letta van 17 april 2024 getiteld “Much more than a market – Speed, Security, Solidarity: Empowering the Single Market to deliver a sustainable future and prosperity for all EU Citizens” (Meer dan een markt – Snelheid, veiligheid en solidariteit: versterking van de eengemaakte markt om een duurzame toekomst en welvaart voor alle EU-burgers tot stand te brengen) (rapport-Letta),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het rapport van Jörg Kukies en Christian Noyer van 19 januari 2026 getiteld “Financing Innovative Ventures in Europe” (Financiering van innovatieve ondernemingen in Europa),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 29 januari 2025 getiteld “Het EU-kompas voor concurrentievermogen” (COM(2025)0030),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie van 21 januari 2026 voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende digitale netwerken, tot wijziging van Verordening (EU) 2015/2120, Richtlijn 2002/58/EG en Besluit 676/2002/EG, en tot intrekking van Verordening (EU) 2018/1971, Richtlijn (EU) 2018/1972 en Besluit 243/2012/EU (digitalenetwerkenverordening) (COM(2026)0016),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van 29 oktober 2025 getiteld “Factual summary of the contributions received in the context of the public consultation on the review of the horizontal and the non-horizontal merger guidelines” (samenvattend verslag van de bijdragen die werden ontvangen in het kader van de openbare raadpleging over de herziening van de richtsnoeren voor de beoordeling van horizontale fusies en de richtsnoeren voor de beoordeling van niet-horizontale fusies),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het werkdocument van de diensten van de Commissie van 13 oktober 2025 getiteld “Evaluation of the Commission Notice on the application of Articles 87 and 88 on the EC Treaty to State aid in the form of guarantees” (SWD(2025)0330),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het werkdocument van de diensten van de Commissie van 13 oktober 2025 getiteld “Executive summary of the evaluation of the Commission Notice on the application of Articles 87 and 88 of the EC Treaty to State aid in the form of guarantees” (SWD(2025)0331),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de studie van de Commissie getiteld “Ex post evaluation of the implementation and effectiveness of EU antitrust remedies”<FOOTNOTE><FIELD> Europese Commissie, directoraat-generaal Concurrentie, Ex post evaluation of the implementation and effectiveness of EU antitrust remedies, 2025.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2022/2560 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende buitenlandse subsidies die de interne markt verstoren<FOOTNOTE><FIELD> PB L 330 van 23.12.2022, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2022/2560/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (verordening buitenlandse subsidies),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 9 januari 2026 getiteld “Richtsnoeren inzake de toepassing van bepaalde bepalingen van Verordening (EU) 2022/2560 van het Europees Parlement en de Raad betreffende buitenlandse subsidies die de interne markt verstoren”<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2026/224, 13.1.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/224/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 26 februari 2025 getiteld “De Clean Industrial Deal: Een gezamenlijke routekaart voor concurrentievermogen en decarbonisatie” (COM(2025)0085),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 4 juli 2025 getiteld “Kader voor staatssteunmaatregelen ter ondersteuning van de Clean Industrial Deal” (Staatssteunkader Clean Industrial Deal)<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2025/3602, 4.7.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/3602/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het werkdocument van de diensten van de Commissie van 4 november 2025 bij de mededeling van de Commissie over het Staatssteunkader Clean Industrial Deal (SWD(2025)0850),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Besluit (EU) 2025/2630 van de Commissie van 16 december 2025 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen en tot intrekking van Besluit 2012/21/EU<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2025/2630, 19.12.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2025/2630/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (DAEB-besluit), en de bijlage daarbij,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie van 5 mei 2026 getiteld “Report on Competition Policy 2025” (COM(2026)0180),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Europese Autoriteit voor effecten en markten getiteld “CRA Market Share Report: 2025 edition” van 18 december 2025,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 55 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken (A10-0171/2026),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat eerlijke en open mededinging essentieel is voor de goede werking van de interne markt, het scheppen van werkgelegenheid, consumentenbescherming en bedrijfsontwikkeling, en dan met name de ontwikkeling van kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s); overwegende dat het mededingingsbeleid in de eerste plaats gericht moet zijn op het waarborgen van daadwerkelijke concurrentie en consumentenwelzijn, en dat het mededingingsbeleid in lijn moet zijn met ander EU-beleid;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat het EU-mededingingsbeleid toekomstgericht moet zijn, EU-oplossingen en innovatie moet bevorderen en consumenten moet beschermen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat kmo’s de ruggengraat vormen van de Europese economie en dat in het mededingingsbeleid rekening moet worden gehouden met hun specifieke behoeften en moet worden gewaarborgd dat nalevingsverplichtingen en handhavingsprocedures niet leiden tot onevenredige lasten voor kmo’s;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat krachtige, robuuste, voorspelbare en niet-discriminerende mededingingsregels noodzakelijk zijn om de interne markt te beschermen en dat deze regels op gelijke wijze moeten worden toegepast op alle marktdeelnemers, waarbij elke vorm van ongepaste politieke inmenging voorkomen moet worden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat toenemende marktconcentratie gevolgen heeft voor de inkomensverdeling en dat concurrerende markten ertoe bijdragen dat productiviteitswinsten beter over de economie worden verdeeld en een duurzaam concurrentievermogen ondersteunen door de koopkracht, de binnenlandse vraag en de vorming van menselijk kapitaal te stimuleren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat de institutionele en operationele onafhankelijkheid van nationale mededingingsautoriteiten in combinatie met handhaving door de EU een voorwaarde is voor een geloofwaardig en doeltreffend mededingingsbeleid; overwegende dat het uiterst belangrijk is dat de besluitvormingsprocessen van nationale mededingingsautoriteiten worden beschermd tegen politieke inmenging en druk vanuit de particuliere sector, omdat alleen op die manier de rechtszekerheid kan worden gewaarborgd, de rechtsstaat kan worden beschermd en een gelijk speelveld binnen de interne markt kan worden gegarandeerd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat in het rapport-Draghi drie belangrijke actiegebieden worden genoemd: ten eerste het dichten van de innovatiekloof, ten tweede het vaststellen van een gezamenlijk plan ter bevordering van decarbonisatie en concurrentievermogen dat de sterke industriële en innovatiebasis van de EU en het comparatieve voordeel van de EU op het gebied van groene technologieën weerspiegelt, en ten slotte het vergroten van de veiligheid en het terugdringen van afhankelijkheden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat de versnipperde energiemarkt in deze context de prijzen opdrijft en de mededinging verzwakt en dat de huidige geopolitieke spanningen kunnen leiden tot nog grotere kwetsbaarheden; overwegende dat een diepere integratie van de interne energiemarkt, sterkere interconnecties en een doeltreffende handhaving van het mededingingsrecht kunnen bijdragen tot een grotere efficiëntie, weerbaarheid en grensoverschrijdende deelname en tot lagere prijzen voor consumenten, en bovendien de afhankelijkheid van leveranciers van buiten de EU kunnen verminderen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat daarnaast de snelle ontwikkeling van artificiële intelligentie (AI), waaronder generatieve AI, leidt tot grote veranderingen in concurrentiedynamiek, marktstructuren, waardeketens en toegang van gebruikers tot digitale diensten in de hele EU, en dat dit ook gevolgen kan hebben voor de concurrentie op digitale markten;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Strategische autonomie van de EU realiseren door middel van mededingingsbeleid, innovatie en digitale soevereiniteit</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>wijst erop dat het sterke mededingingskader van de EU ingezet moet worden als instrument om het concurrentievermogen in alle sectoren te vergroten en dat een gedegen handhaving van dit kader essentieel is; wijst erop dat de uiteenlopende EU-beleidsterreinen niet los van elkaar kunnen worden gezien en dat het bestaan van uitdagingen met betrekking tot het concurrentievermogen niet betekent dat er sprake is van tekortkomingen in het mededingingsbeleid; wijst erop dat de EU-mededingingsregels in overeenstemming moeten zijn met de beginselen die verankerd zijn in de Verdragen en dat zij de uitvoering van het EU-beleid, zoals het industrie-, handels-, consumenten- en defensiebeleid en het beleid inzake financiële diensten, moeten ondersteunen, en dat zij tevens een stabiel kader moeten waarborgen dat investeringen, groei en het vermogen om onder eerlijke voorwaarden op te schalen, bevordert; benadrukt dat het mededingingsbeleid moet bijdragen aan de integratie en verdieping van de Europese kapitaalmarkten en aan de verwezenlijking van de doelstellingen van de spaar- en investeringsunie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>benadrukt dat gezonde mededinging een belangrijke motor is voor productiviteitsgroei en het waarborgen van concurrentievermogen op lange termijn in de EU; wijst erop dat strengere handhaving van het mededingingsbeleid leidt tot een hogere totale factorproductiviteit en een efficiëntere inzet van arbeid en kapitaal; benadrukt daarom dat een doeltreffend mededingingsbeleid en een doeltreffende handhaving van dat beleid leiden tot betere arbeidsomstandigheden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>stelt zich nadrukkelijk op het standpunt dat het rapport-Draghi en het rapport-Letta als basis moeten dienen voor het bepalen van prioriteiten op het gebied van mededinging, en dringt erop aan dat er met spoed een follow-up wordt gegeven aan deze rapporten; neemt kennis van de raming van Mario Draghi dat er, om het concurrentievermogen van de EU te beschermen, nog eens 800 miljard EUR per jaar nodig is; benadrukt dat de belangen van de consument centraal moeten blijven staan en dat moet worden gewaarborgd dat het mededingingsbeleid een bijdrage levert aan de verwezenlijking van kerndoelstellingen, zoals concurrentievermogen, weerbaarheid, veiligheid, strategische autonomie en duurzaamheid; is ingenomen met het voorstel in het rapport-Draghi om een flexibel instrument voor marktonderzoek (het “nieuwe mededingingsinstrument”) in te voeren dat erop gericht is marktfalen aan te pakken dat niet op doeltreffende wijze op grond van de huidige artikelen 101 en 102 VWEU kan worden aangepakt; merkt op dat er op lidstaatniveau reeds met succes soortgelijke instrumenten zijn ingevoerd, en verwacht dat een nieuw mededingingsinstrument op EU-niveau structurele mededingingsproblemen in de hele EU kan helpen aanpakken; verzoekt de Commissie het bestaande kader aan te vullen met een dergelijk instrument;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>is van mening dat de Europese industriële defensiebasis moet worden versterkt; benadrukt dat het mededingingsbeleid billijke toegang voor kmo’s moet waarborgen en overmatige concentratie in defensietoeleveringsketens moet voorkomen, aangezien dit de weerbaarheid kan aantasten en de afhankelijkheid kan vergroten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>wijst nogmaals op de fundamentele rol die kmo’s spelen bij het versterken van het Europese concurrentievermogen, het bevorderen van innovatie en het scheppen van werkgelegenheid; verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat bij de handhaving van mededingingsregels en digitaal beleid rekening wordt gehouden met de gevolgen daarvan voor kmo’s;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>wijst erop dat de energiekosten moeten worden verlaagd om het concurrentievermogen van de EU te waarborgen en dat nettonulenergiebronnen moeten worden bevorderd, in lijn met de gedelegeerde EU-taxonomieverordening klimaat<FOOTNOTE><FIELD> Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2139 van de Commissie van 4 juni 2021 tot aanvulling van Verordening (EU) 2020/852 van het Europees Parlement en de Raad door technische screeningcriteria vast te stellen om de voorwaarden te bepalen waaronder een specifieke economische activiteit kan worden aangemerkt als substantieel bijdragend aan de mitigatie van klimaatverandering of de adaptatie aan klimaatverandering, en om uit te maken of die economische activiteit niet ernstig afbreuk doet aan een van de andere milieudoelstellingen (PB L 442 van 9.12.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2021/2139/oj).</FIELD></FOOTNOTE> en de aanvullende gedelegeerde EU-taxonomieverordening klimaat<FOOTNOTE><FIELD> Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/1214 van de Commissie van 9 maart 2022 tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2139 wat betreft economische activiteiten in bepaalde energiesectoren en Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2178 wat betreft specifieke openbaarmakingen voor die economische activiteiten (PB L 188 van 15.7.2022, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2022/1214/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, waarbij enerzijds gestreefd wordt naar een open, concurrerende en duurzame interne markt en anderzijds naar voorzieningszekerheid en een grotere energieonafhankelijkheid van de EU; benadrukt dat eerlijke, goed functionerende, concurrerende, geïntegreerde en onderling verbonden elektriciteitsmarkten essentieel zijn voor het versterken van het industriële concurrentievermogen van de EU en het bevorderen van stabielere en betaalbaardere energieprijzen; benadrukt dat een doeltreffende handhaving van de mededingingsregels op het gebied van energie-infrastructuur en netwerktoegang belangrijk is om de goede werking van de interne markt te waarborgen, eerlijke prijzen te garanderen en consumenten beter te beschermen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>wijst op de strategische rol van kritieke grondstoffen voor de energietransitie en de doelstellingen van de verordening kritieke grondstoffen<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2024/1252 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 tot vaststelling van een kader om een veilige en duurzame voorziening van kritieke grondstoffen te waarborgen, en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1724 en (EU) 2019/1020 (PB L, 2024/1252, 3.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1252/oj).</FIELD></FOOTNOTE> voor het verminderen van geopolitieke afhankelijkheden en het vergroten van de veerkracht van toeleveringsketens, en pleit ervoor met het mededingingsbeleid concurrerende markten in de gehele waardeketen en pan-Europese investeringen te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>wijst erop dat concurrentie een belangrijke motor is voor de totstandkoming van alternatieven op de digitale markt en het verminderen van de afhankelijkheid van aanbieders van buiten de EU en het beperken van hun dominante positie; dringt erop aan dat er wordt gewerkt aan de ontwikkeling van essentiële infrastructuren om de autonomie van en innovatie in Europa te stimuleren, waaronder clouddiensten, AI-infrastructuren (datacentra en connectiviteit), financiëlemarktinfrastructuur en veerkrachtige, interoperabele en concurrerende Europese betaalsystemen, om open en betwistbare markten te waarborgen en strategische afhankelijkheden te verminderen; constateert veranderende bedrijfspraktijken en marktstructuren en mogelijke nieuwe vormen van schadelijk gedrag, zoals stilzwijgende afspraken en algoritmische prijsafspraken, en benadrukt dat het belangrijk is om de handhavingsprioriteiten af te stemmen op dit veranderende landschap, ondersteund door datagestuurde analyses en bewijsmateriaal;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>wijst op het belang van een gelijk speelveld in strategische sectoren en verzoekt de EU alle beschikbare instrumenten in te zetten, waaronder de verordening buitenlandse subsidies (Foreign Subsidies Regulation, FSR), de regels voor overheidsopdrachten en een robuust kader voor de toetsing van fusies, om ervoor te zorgen dat EU-bedrijven op basis van verdienste kunnen concurreren en dat marktdeelnemers van buiten de EU niet worden bevoordeeld door buitenlandse staatssubsidies; benadrukt dat het belangrijk is de veerkracht, diversificatie en veiligheid van Europese toeleveringsketens in strategische sectoren te vergroten, en in dit kader waar nodig Europese capaciteiten en oplossingen te bevorderen, zonder dat dit ten koste gaat van open markten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>benadrukt dat mededingingsautoriteiten betere toegang tot gegevens nodig hebben om een doeltreffende handhaving van de mededingingsregels te waarborgen; is van mening dat de gegevensverzameling moet worden verbeterd, dat de toegang voor nationale mededingingsautoriteiten tot gegevens over overheidsopdrachten moet worden vergemakkelijkt en dat de mechanismen voor het opsporen van fraude bij de handhaving van het mededingingsbeleid moeten worden versterkt; roept de mededingingsautoriteiten bovendien op om de procedures te vereenvoudigen, de transparantie te vergroten en de markttoegang voor opkomende kmo’s te verbeteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>wijst op het belang van belangrijke projecten van gemeenschappelijk Europees belang (IPCEI’s) voor de financiering van grote strategische EU-projecten; verzoekt de Commissie om de IPCEI-notificatieprocedures te stroomlijnen en te vereenvoudigen omdat deze belastend zijn, met name voor kmo’s, en verzoekt haar om evenredigheid te waarborgen, duidelijke en voorspelbare toelatingscriteria vast te stellen en de transparantie en rechtszekerheid gedurende het volledige beoordelingsproces te vergroten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>is ingenomen met de handhaving van de FSR, omdat dit een noodzakelijk instrument is om een gelijk speelveld tot stand te brengen en marktverstoringen als gevolg van buitenlandse subsidies aan te pakken; is ingenomen met de FSR-richtsnoeren; is van mening dat staatssteun die op grond van de EU-Verdragen niet is toegestaan, ook niet mag worden getolereerd uit niet-EU-landen; pleit ervoor dat verstoringen van de mededinging uiterst zorgvuldig worden beoordeeld via de FSR en door middel van een passende screening van buitenlandse directe investeringen, in aanvulling op de traditionele handelsbeschermingsinstrumenten; dringt bij de Commissie aan op versterking van de handhaving van de FSR met betrekking tot onlineplatforms en marktplaatsen die gevestigd zijn in niet-EU-landen; verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat de nalevingsverplichtingen uit hoofde van de FSR geen onevenredige lasten opleveren voor kmo’s en bij kleinere transacties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>onderstreept dat Europeanen volgens de meest recente Eurobarometer en volgens de Eurobarometer-enquête na de verkiezingen van 2024 van de EU verwachten dat zij prioriteit toekent aan de aanpak van de inflatie en de stijgende prijzen en kosten van levensonderhoud; beklemtoont dat het waarborgen van eerlijke en daadwerkelijke mededinging een belangrijke component is van de aanpak van deze uitdagingen en dus een prioriteit moet blijven in het mededingingsbeleid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>benadrukt dat een strikte en consistente handhaving van het mededingingsbeleid bijdraagt tot de economische, sociale en territoriale cohesie in de hele EU en in haar ultraperifere gebieden; stelt vast dat er sprake is van hardnekkige economische en infrastructuurverschillen tussen interne, plattelands-, perifere, ultraperifere en eilandgebieden, en roept de Commissie op om rekening te houden met de territoriale gevolgen van mededingingsbesluiten, om te waarborgen dat de ontwikkeling van de interne markt gepaard gaat met een passend cohesiebeleid en te garanderen dat de mededingingsregels op uniforme wijze worden toegepast;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>is ingenomen met de ondertekening van de samenwerkingsovereenkomst inzake mededinging tussen de EU en het VK<FOOTNOTE><FIELD> Besluit (EU) 2025/2376 van de Raad van 4 november 2025 betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland betreffende samenwerking inzake de toepassing van hun respectieve mededingingswetgevingen (PB L, 2025/2376, 24.11.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2025/2376/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, omdat dit een belangrijke stap is om de coördinatie tussen de mededingingsautoriteiten van de Unie en haar lidstaten en het VK te versterken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Onafhankelijker en doeltreffender handhaving van de EU-mededingingsregels</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>verzoekt de Commissie om na te denken over manieren om de onafhankelijkheid van de handhaving van de EU-mededingingsregels te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>wijst erop dat het belangrijk is dat de bestaande handhavingscapaciteit op korte termijn wordt versterkt; verzoekt de Commissie er zo snel mogelijk voor te zorgen dat haar DG Concurrentie over voldoende personele en financiële middelen en technische expertise beschikt om de antitrustwetgeving, de digitalemarktenverordening (Digital Markets Act, DMA) en de fusieregels op doeltreffende wijze te handhaven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>benadrukt dat de handhaving van de mededingingsregels op onpartijdige en politiek onafhankelijke wijze moet plaatsvinden; verzoekt de Commissie om door middel van een effectbeoordeling onderzoek te doen naar de voordelen van de oprichting van een specifieke mededingingsautoriteit op EU-niveau en daarin aandacht te besteden aan subsidiariteit, een correcte afbakening tussen mededingings- en regelgevende taken, democratisch toezicht door het Parlement en mogelijke implicaties voor het Europees Mededingingsnetwerk; wijst erop dat een dergelijke autoriteit moet kunnen beschikken over voldoende personeel, deskundigheid en bevoegdheden;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Concurrentie in het digitale tijdperk en handhaving van de DMA tegen de achtergrond van mondiale uitdagingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>dringt er bij de Commissie op aan het EU-recht inzake mededinging, waaronder de DMA, ten volle en op consistente, onpartijdige en juridisch solide wijze te handhaven, om het autonome regelgevingskader van Europa te beschermen tegen politieke druk; neemt met bezorgdheid kennis van de externe druk rond de DMA en waarschuwt voor buitenlandse inmenging;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>benadrukt dat een doeltreffende handhaving alleen kan worden gerealiseerd als zowel de regels inzake het verbod op misbruik van een machtspositie (artikel 102 VWEU) als de bepalingen van de DMA worden gehandhaafd, waarbij een ex-ante- en een ex-post-benadering worden gecombineerd; dringt er bij de Commissie op aan om de wet- en regelgeving inzake mededinging en digitale markten te stroomlijnen en helderder te formuleren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>is ingenomen met de publicatie van het verslag van de Commissie van 28 april 2026 over de evaluatie van de DMA; stelt vast dat de Commissie in dit eerste evaluatieverslag aangeeft van mening te zijn dat de DMA geschikt is voor het beoogde doel en in dit stadium niet hoeft te worden herzien, maar daarbij wel enkele specifieke aandachtsgebieden voor de toekomst noemt, zoals AI en cloudcomputingdiensten, en dat zij tevens benadrukt dat de DMA niet los mag worden gezien van andere regelgevingsinstrumenten die betrekking hebben op de AI- of cloudwaardeketen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>vindt het belangrijk dat de evaluatie van de DMA, die ten minste om de drie jaar moet plaatsvinden, transparant, empirisch onderbouwd, evenredig, gericht en ambitieus is, en dat gezorgd wordt voor regelgevingsstabiliteit en dat de verplichtingen voor marktdeelnemers niet onnodig worden uitgebreid; benadrukt dat bij de driejaarlijkse evaluatie van de DMA systematisch moet worden gekeken naar de doeltreffendheid en de praktische impact van bestaande verplichtingen, de rechtszekerheid voor marktdeelnemers, de wisselwerking tussen de DMA en sectorspecifieke regelgeving en de noodzaak van eventuele aanpassingen van de drempels voor de aanwijzing van poortwachters in het licht van de marktontwikkelingen; dringt er bij de Commissie op aan om in het kader van de evaluatie van de DMA systematisch kmo’s te raadplegen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>benadrukt dat de toenemende concentratie op het gebied van clouddiensten een belemmering kan vormen voor de mededinging en innovatie in de EU en de strategische autonomie van de EU; benadrukt dat praktijken zoals bundeling, cloudmarktplaatsen en contractuele mechanismen zoals credits en bestedingsverplichtingen kunnen leiden tot afhankelijkheid van één aanbieder, waardoor overstappen naar een andere aanbieder evenals diversificatie door middel van multicloudstrategieën moeilijker wordt; is van mening dat de verplichtingen met betrekking tot clouddiensten moeten worden geactualiseerd; stelt vast dat, naar aanleiding van de marktonderzoeken naar cloudcomputingdiensten die in november 2025 zijn geopend, de Commissie op 25 juni 2026 haar voorlopige standpunt heeft bekendgemaakt, waarin zij stelt dat Microsoft Azure en Amazon Web Services moeten worden aangewezen als poortwachters voor cloudcomputingdiensten<FOOTNOTE><FIELD> https://digital-strategy.ec.europa.eu/en/news/commission-reaches-preliminary-position-amazons-and-microsofts-market-leading-cloud-services-should.</FIELD></FOOTNOTE> en dat haar onderzoek naar de vraag of de DMA doeltreffend is als het gaat om het aanpakken van praktijken die het concurrentievermogen en de billijkheid op het gebied van cloudcomputingdiensten kunnen aantasten, nog steeds loopt<FOOTNOTE><FIELD> Europese Commissie, “Commission launches market investigations on cloud computing services under the Digital Markets Act”, website van de Europese Commissie, 18 november 2025.</FIELD></FOOTNOTE>; verzoekt de Commissie om het marktonderzoek naar clouddiensten te gebruiken om de verplichtingen uit hoofde van de DMA zodanig aan te passen dat ervoor gezorgd wordt dat gebruikers niet meer belemmerd worden om van aanbieder te veranderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>wijst erop dat de handhaving van de digitalemarktenverordening nog altijd tekortschiet; pleit voor een strengere handhaving van de DMA ten aanzien van alle marktdeelnemers die onder het toepassingsgebied van de verordening vallen, ongeacht hun nationaliteit, en spoort de Commissie aan om lopende onderzoeken af te ronden binnen de in de DMA vastgestelde termijnen; wijst erop dat een doeltreffende handhaving van de DMA onmogelijk is zonder toereikende en duurzame financiële middelen; dringt er bij de Commissie en de begrotingsautoriteiten op aan ervoor te zorgen dat via de EU-begroting voldoende en stabiele middelen worden toegewezen voor de handhaving van de DMA; dringt er daarom op aan dat er wordt nagedacht over duurzame financieringsoplossingen, met inachtneming van het institutionele evenwicht, en dat met name de mogelijkheid wordt bestudeerd om een “DMA-vergoeding” in te voeren, naar het voorbeeld van de vergoeding in het kader van de digitaledienstenverordening;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>roept de Commissie op om volledig en proactief gebruik te maken van alle handhavingsinstrumenten waarin de DMA voorziet, waaronder procedures wegens niet-naleving, inspecties, voorlopige maatregelen, boeten en dwangsommen, om omzeiling van de wetgeving te voorkomen en effectieve naleving te waarborgen, en verdere marktonderzoeken uit te voeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>wijst erop dat er een rechtsgrondslag is voor structurele maatregelen tegen misbruik van marktdominantie; is zich ervan bewust dat de mededingingsregels van de EU bepalen dat structurele maatregelen alleen als laatste redmiddel mogen worden gebruikt als gedragscorrigerende maatregelen ondoeltreffend zijn gebleken, maar betreurt niettemin de terughoudendheid van de Commissie om marktdominantie via structurele maatregelen aan te pakken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>is ingenomen met het feit dat de Commissie in haar eerste evaluatie van de DMA erkent dat de door de medewetgevers opgenomen instrumenten om het kader toekomstbestendig te maken van cruciaal belang zijn om het kader in staat te stellen in te spelen op ontwikkelingen op de markten en op technologisch gebied; roept de Commissie daarom op om de DMA op consistente en toekomstbestendige wijze te handhaven in het licht van de technologische ontwikkelingen, door tijdig aandacht te besteden aan AI-gestuurde diensten en cloudgebaseerde infrastructuur, om nieuwe vormen van lock-in en praktijken die de markttoegang beperken of controleren te voorkomen, onder meer praktijken waarbij poortwachters hun controle over gegevens, rekenkracht of geïntegreerde diensten aanwenden om opkomende AI-ontwikkelaars en innovatieve nieuwkomers op de markt te benadelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>is ingenomen met het feit dat de Commissie reeds bezig is met het monitoren van het gebruik van AI-instrumenten binnen de in het kader van de DMA aangewezen kernplatformdiensten; merkt op dat de Commissie in haar eerste evaluatie van de DMA meldt dat zij wat AI-diensten betreft is begonnen met het aanpakken van diverse kwesties op het gebied van eerlijkheid en betwistbaarheid die een prominent thema vormden tijdens de openbare raadpleging, en dat zij in dat kader onder meer de regelgevingsdialoog met poortwachters heeft toegespitst op het gemak waarmee gebruikers de standaardinstellingen moeten kunnen wijzigen en op maatregelen die ervoor zorgen dat aanbieders van AI-diensten gelijke toegang hebben tot besturingssystemen; stelt vast dat in januari 2026 twee specificatieprocedures zijn geopend met betrekking tot Alphabet, die ook een AI-dimensie hebben (interoperabiliteit en toegang tot zoekgegevens); verzoekt de Commissie nieuwe schadetheorieën te ontwikkelen en toe te passen om te voorkomen dat de gevestigde ondernemingen hun positie nog verder versterken, en bij de eerstvolgende evaluatie van de digitalemarktenverordening te beoordelen of de huidige lijst van kernplatformdiensten de marktrealiteit adequaat weerspiegelt, onder meer op gebieden zoals AI-modellen, AI-chatbots en clouddiensten, de belangrijkste virtuele assistentiediensten en besturingssystemen voor smart tv’s; verzoekt de Commissie kmo’s, startups, brancheorganisaties, deskundigen uit de academische wereld en consumentenorganisaties uit alle lidstaten te betrekken bij de raadplegingen in verband met de evaluatie van de DMA;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>wijst erop dat de handhaving van de DMA betrekking moet hebben op alle aangewezen poortwachters, ongeacht hun nationaliteit of herkomst, en verzoekt de Commissie de verplichtingen uit hoofde van de DMA consistent toe te passen; is ingenomen met de coördinatie tussen de Commissie en de nationale mededingingsautoriteiten inzake DMA-gerelateerd gedrag; dringt er bij de Commissie op aan in dit kader doortastend op te treden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>roept de Commissie op om in het kader van de uitvoering van de richtlijn digitale eengemaakte markt<FOOTNOTE><FIELD> Richtlijn (EU) 2019/790 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 inzake auteursrechten en naburige rechten in de digitale eengemaakte markt en tot wijziging van Richtlijnen 96/9/EG en 2001/29/EG (PB L 130 van 17.5.2019, blz. 92, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2019/790/oj).</FIELD></FOOTNOTE> na te gaan of poortwachters zich bij hun onderhandelingen met persuitgevers houden aan de geldende voorschriften, en met name na te gaan of bij deze onderhandelingen rekening wordt gehouden met de Frand-criteria (billijk, redelijk en niet-discriminerend), die erop gericht zijn een billijke vergoeding, transparante voorwaarden en niet-discriminerende toegang voor het onlinepubliek te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>verzoekt de Commissie ten volle gebruik te maken van artikel 13 van de DMA om elke omzeiling door poortwachters van hun verplichtingen uit hoofde van de artikelen 5 en 6 van de DMA aan te pakken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Antitrustbeleid</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>dringt er bij de Commissie op aan op passende wijze gebruik te maken van voorlopige maatregelen om een einde te maken aan praktijken die de mededinging schaden, met name op snel veranderende digitale markten; dringt er bij de Commissie op aan om Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag (PB L 1 van 4.1.2003, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2003/1/oj).</FIELD></FOOTNOTE> en Verordening (EG) nr. 773/2004 van de Commissie<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EG) nr. 773/2004 van de Commissie van 7 april 2004 betreffende procedures van de Commissie op grond van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag (PB L 123 van 27.4.2004, blz. 18, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2004/773/oj).</FIELD></FOOTNOTE> te actualiseren om de efficiëntie, rechtszekerheid en evenredigheid van de handhaving van EU-antitrustregels te verbeteren; is voorstander van een helderder kader voor voorlopige maatregelen in geval van ernstige en onherstelbare verstoring van de mededinging, met passende waarborgen voor een eerlijk proces;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>roept de Commissie op om iets te doen aan buitensporig lange antitrustonderzoeken; dringt aan op bindende procedurele termijnen voor antitrustonderzoeken, om onnodige vertragingen te voorkomen die een aantasting vormen van de rechtszekerheid en de rechten van de verdediging;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>dringt er bij de Commissie op aan een uitgebreide studie uit te voeren naar het afschrikkende effect van de boetes die zij oplegt; vindt het belangrijk dat de sancties hoger zijn dan het onrechtmatige voordeel dat met de inbreuk wordt behaald;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>wijst op het belang van doeltreffende procedures voor het vorderen van schadevergoeding als aanvulling op de handhaving van de antitrustregels door de overheid, om ervoor te zorgen dat slachtoffers van inbreuken op de artikelen 101 en 102 VWEU volledige schadevergoeding kunnen krijgen; verzoekt de Commissie en de lidstaten te zorgen voor een doeltreffende uitvoering van de richtlijn schadevorderingen bij inbreuken op het mededingingsrecht<FOOTNOTE><FIELD> Richtlijn 2014/104/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 november 2014 betreffende bepaalde regels voor schadevorderingen volgens nationaal recht wegens inbreuken op de bepalingen van het mededingingsrecht van de lidstaten en van de Europese Unie (PB L 349 van 5.12.2014, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2014/104/oj).</FIELD></FOOTNOTE> en de nog bestaande belemmeringen voor private handhaving weg te nemen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>wijst nogmaals op de noodzaak van een sterke en doeltreffende samenwerking tussen de Commissie en de nationale mededingingsautoriteiten binnen het ECN, en met relevante belanghebbenden uit de particuliere en publieke sector en consumentenorganisaties; onderstreept dat de nationale mededingingsautoriteiten politiek onafhankelijk moeten blijven en over toereikende middelen moeten beschikken, en dat de ECN+-richtlijn<FOOTNOTE><FIELD> Richtlijn (EU) 2019/1 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 tot toekenning van bevoegdheden aan de mededingingsautoriteiten van de lidstaten voor een doeltreffendere handhaving en ter waarborging van de goede werking van de interne markt (PB L 11 van 14.1.2019, blz. 3, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2019/1/oj).</FIELD></FOOTNOTE> in alle lidstaten volledig en consistent moet worden omgezet en uitgevoerd; pleit voor een grotere convergentie van handhavingsnormen, tijdige uitwisseling van informatie en een duidelijke bevoegdheidsverdeling om dubbele procedures te voorkomen; is van mening dat het ECN verder zou moeten worden uitgebouwd tot een volledig geïntegreerde vorm van samenwerking, waarbij onder meer gezamenlijke onderzoeken zouden moeten worden uitgevoerd en de besluitvorming gezamenlijk zou moeten geschieden, omdat dit de kostenefficiëntie zou vergroten en de aanpak van grensoverschrijdende aspecten zou verbeteren; dringt erop aan dat het ECN bedrijven, met name kmo’s, verder begeleidt bij de toepassing van de wet- en regelgeving op het gebied van mededinging;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>verzoekt de Commissie en de nationale mededingingsautoriteiten om eenvoudig toegankelijke en kmo-vriendelijke klachtenmechanismen voor concurrentieverstorende praktijken in te voeren, waarbij een snelle en doeltreffende afhandeling van zaken wordt gewaarborgd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>neemt kennis van de lopende onderzoeken naar ondernemingen van buiten de EU, zoals het vooronderzoek van de Commissie naar de transactiekosten die in rekening worden gebracht door Visa en Mastercard; dringt er bij de Commissie op aan te waarborgen dat de markt voor betalingen concurrerend, transparant en toegankelijk blijft voor consumenten en bedrijven; is van mening dat de verordening afwikkelingsvergoedingen<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2015/751 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 betreffende afwikkelingsvergoedingen voor op kaarten gebaseerde betalingstransacties (PB L 123 van 19.5.2015, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2015/751/oj).</FIELD></FOOTNOTE> moet worden geëvalueerd, waarbij moet worden nagegaan of deze doeltreffend is om stijgende transactiekosten te voorkomen; dringt er bij de Commissie op aan de lopende onderzoeken met betrekking tot de betalingssector zo snel mogelijk af te ronden; benadrukt dat de digitale euro een cruciale kans biedt om de overmatige afhankelijkheid van kaartsystemen van buiten de EU te verminderen en om de mededinging in en de strategische autonomie van de EU in de betalingssector te versterken, en dat de digitale euro onder meer kan bijdragen tot concurrerender prijsvoorwaarden voor bedrijven, met name kmo’s;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>onderstreept het belang van mededinging in de banksector en de voltooiing van de bankenunie; roept de Commissie op om alle beschikbare instrumenten in te zetten om eerlijke concurrentie te waarborgen en trends in de banksector tijdens perioden van hoge inflatie te monitoren; wijst op het belang en de urgentie van het komende verslag van de Commissie over het concurrentievermogen van de EU-banksector en verwacht dat de Commissie het verslag uiterlijk in juli 2026 goedkeurt; is voorts ingenomen met de aanstaande evaluatie van de werking van Richtlijn 2002/87/EG<FOOTNOTE><FIELD> Richtlijn 2002/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2002 betreffende het aanvullende toezicht op kredietinstellingen, verzekeringsondernemingen en beleggingsondernemingen in een financieel conglomeraat en tot wijziging van de Richtlijnen 73/239/EEG, 79/267/EEG, 92/49/EEG, 92/96/EEG, 93/6/EEG en 93/22/EEG van de Raad en van de Richtlijnen 98/78/EG en 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 35 van 11.2.2003, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2002/87/oj).</FIELD></FOOTNOTE> en de Solvabiliteit II-richtlijn<FOOTNOTE><FIELD> Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (PB L 335 van 17.12.2009, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2009/138/oj).</FIELD></FOOTNOTE> met betrekking tot aspecten die verband houden met het gelijke speelveld voor actoren op de verzekerings- en bankmarkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>wijst op het bestaan van oligopolies op het gebied van de levering van bepaalde diensten die cruciaal zijn voor spelers op de financiële markten van de EU, zoals marktaggregators en connectiviteitsaanbieders, waarbij die diensten door een beperkt aantal aanbieders worden aangeboden waardoor het erg moeilijk is om van aanbieder te veranderen, en waarbij sprake is van een asymmetrisch prijszettingsvermogen in het voordeel van de aanbieder, waardoor de kosten voor beleggers uiteindelijk veel hoger worden; merkt voorts op dat de drie grootste ratingbureaus en de vier grootste ondernemingen op de auditmarkt nog steeds marktaandelen van meer dan 90 % hebben; dringt er bij de Commissie op aan bestaande oligopolies te onderzoeken en passende maatregelen te nemen om de mededinging in de EU te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>herinnert eraan dat de Europese Centrale Bank heeft vastgesteld dat de voedselprijzen nog steeds hoog zijn, wat met name kwetsbare consumenten treft; uit zijn bezorgdheid over de hoge marktconcentratie op bepaalde niveaus van de landbouw- en voedselvoorzieningsketen; dringt er bij de Commissie op aan om de omvang en de impact van inkoopallianties te beoordelen en de effecten ervan, niet alleen op de prijzen maar ook op het vermogen van landbouwers en levensmiddelenproducenten om gezonde, veilige en duurzame producten aan consumenten te leveren, nader te analyseren; verzoekt de Commissie om te beoordelen of er aanvullende richtsnoeren nodig zijn inzake de toepassing van artikel 102 VWEU met betrekking tot misbruik van machtspositie, waaronder het opleggen van zeer hoge of onbillijke prijzen, om de rechtszekerheid te vergroten en de handhaving op sterk geconcentreerde consumentenmarkten doeltreffender te maken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Concentratiecontrole</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>wijst erop dat er op diverse belangrijke strategische gebieden slechts weinig grootschalige bedrijven zijn in Europa die in staat zijn om wereldwijd te kunnen concurreren; beschouwt schaalvergroting binnen de interne markt als een strategische noodzaak voor de EU om investeringen aan te trekken, het concurrentievermogen te stimuleren, in innovatie te investeren en EU-ondernemingen in staat te stellen doeltreffend te concurreren op de wereldmarkten, zoals benadrukt in het rapport-Letta; benadrukt dat de voltooiing van de interne markt en het wegnemen van interne belemmeringen in dit verband belangrijke prioriteiten blijven; merkt op dat structurele belemmeringen voor schaalvergroting binnen de EU tot gevolg kunnen hebben dat innovatieve EU-ondernemingen worden overgenomen door spelers van buiten de EU, mogelijk met negatieve gevolgen voor de mededinging en voor het innovatievermogen op de lange termijn in de EU; is daarom van mening dat bij concentratiecontrole volledig rekening moet worden gehouden met het vermogen van EU-ondernemingen om te investeren in innovatie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>is van mening dat het mededingingsbeleid geen onnodige belemmeringen mag opwerpen voor ondernemingen die moeten opschalen om wereldwijd te kunnen concurreren, maar merkt op dat het niet voor alle EU-ondernemingen noodzakelijk is om op te schalen; onderstreept dat de EU gedijt dankzij de essentiële band tussen grote en kleine ondernemingen; is van mening dat concurrentiekracht in de eerste plaats het resultaat moet zijn van eerlijke mededinging, een krachtige handhaving van de antitrustregels en verdieping van de interne markt, factoren die de basis vormen van de sociale markteconomie van de EU en nog steeds de echte motor zijn achter innovatie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>verzoekt de Commissie het beleid inzake concentraties dynamisch toe te passen op basis van een economische en juridische beoordeling, waarbij in het kader van de beoordeling van de mededinging het concept consumentenwelzijn uitvoerig wordt geanalyseerd, en rekening te houden met de bredere economische gevolgen van fusies, het beleid aan te passen aan de veranderende marktrealiteiten, waaronder digitale ecosystemen, AI, energie en defensie, en de effecten van concentraties op de lange termijn te analyseren aan de hand van een toekomstgerichte benadering; spoort de Commissie aan om de ontwikkeling van marktmacht in Europa te blijven monitoren, met inbegrip van de gevolgen van fusies voor duurzaamheid, innovatie en veerkracht op de lange termijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>pleit voor een ambitieuze en empirisch onderbouwde herziening van de EU-fusierichtsnoeren, om ervoor te zorgen dat deze beter aansluiten bij de nieuwe omstandigheden op de markt en de prioriteiten van de EU om een veerkrachtiger en concurrerender Europa te bevorderen, en tegelijkertijd een hoog niveau van consumentenwelzijn te waarborgen; benadrukt dat concentratiecontrole gebaseerd moet blijven op een analyse van de mededinging en dat een doeltreffende mededinging op nationale markten en binnen de interne markt moet worden gewaarborgd, en dat pan-Europese fusies op een toekomstgerichte manier moeten worden beoordeeld en ervoor moet worden gezorgd dat elke fusie die “EU-kampioenen” voortbrengt, het welzijn van de consument, de mededinging op de markt en de veerkracht op lange termijn bevordert, met name in sleutelsectoren zoals telecommunicatie, het bankwezen, betalingsverkeer, defensie en energie; dringt erop aan dat de nieuwe fusierichtsnoeren ondernemingen rechtszekerheid bieden bij het creëren van pan-Europese spelers die een schaalvergroting bevorderen die de mededinging ten goede komt, waarbij tegelijkertijd wordt gewaarborgd dat de bevoegdheden van de regeringen van de EU-lidstaten om in te grijpen, waaronder vetorechten, slechts worden ingezet in naar behoren gemotiveerde en evenredige gevallen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>roept de Commissie op om een toekomstgerichte en dynamische benadering ten aanzien van fusies te hanteren, waarbij rekening wordt gehouden met efficiëntiewinsten, waaronder bijvoorbeeld schaalvoordelen en duurzaamheidswinsten, zo vroeg mogelijk in de procedure, en waarbij transparantie en voorspelbaarheid worden gewaarborgd en ondernemingen de mogelijkheid krijgen allianties te vormen wanneer deze bijdragen aan innovatie, klimaatbestendigheid en veiligheid, en waarbij bij de beoordeling van marktmacht en sectorspecifieke realiteiten verder wordt gekeken dan alleen naar prijzen en marktaandelen en ook rekening wordt gehouden met effecten op lonen en arbeidsomstandigheden en -voorwaarden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>wijst erop dat concurrentie op de markt leidt tot meer keuzemogelijkheden voor consumenten, een grotere marktdiversiteit en betaalbare prijzen; neemt kennis van het besluit van de aandeelhouders van Warner Bros. Discovery van 23 april 2026 om de fusie met Paramount Skydance goed te keuren; verzoekt de Commissie strenge concentratiecontrole toe te passen in de audiovisuele en mediasector, de impact van marktconsolidatie op de interne markt te monitoren en EU-spelers in staat te stellen op te schalen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>merkt op dat onlineplatforms die onder het toepassingsgebied van de DMA vallen, sinds 2000 bijna 700 kleinere bedrijven hebben overgenomen, terwijl slechts 19 van deze transacties bij de Commissie werden aangemeld, aangezien de meeste onder de op omzet gebaseerde aanmeldingsdrempels bleven; dringt er bij de Commissie op aan “killer acquisitions” (d.w.z. overname door een bedrijf van een innovatief bedrijf met als doel dit innovatieve bedrijf als mogelijke toekomstige concurrent uit te schakelen) op te sporen en de regelgeving aan te passen om dergelijke overnames te voorkomen, met name in de digitale, AI- en farmaceutische sector en andere strategische sectoren; is van mening dat bij een herziening van de EG-concentratieverordening in deze verordening een rechtsgrondslag met betrekking tot de interne markt moet worden opgenomen met het oog op volledige betrokkenheid van de medewetgevers, naar analogie met de DMA; dringt er bij de lidstaten op aan om, voor zover dit nog niet het geval is, de nationale mededingingsautoriteiten inroepbevoegdheden te verlenen, zodat zij fusies en overnames kunnen beoordelen, waarbij rechtszekerheid moet worden gewaarborgd en onnodige lasten voor kmo’s en startups moeten worden vermeden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>stelt vast dat er sprake is van steeds meer buitenlandse investeringen en buitenlands eigendom in de Europese sport, dat het steeds vaker voorkomt dat een actor eigenaar is van meerdere clubs, en dat er steeds vaker sprake is van dynamische ticketprijzen, en verzoekt de Commissie rekening te houden met de consequenties van deze ontwikkelingen wanneer zij inspanningen ondersteunt om de financiële integriteit en het competitieve evenwicht van de Europese sport te waarborgen; dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan om alle regelgevingsopties in overweging te nemen, met inbegrip van een verbod op dynamische prijsstelling bij live sport- en culturele evenementen in de wetgevingshandeling inzake digitale rechtvaardigheid, om consumenten te beschermen en de sociale en publieke waarde van sport en cultuur in stand te houden;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Staatssteun</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>wijst op de noodzaak van een grondige analyse van de regels inzake staatssteun, met name voor bedrijven die actief zijn in strategische sectoren zoals energie, technologie en innovatie; benadrukt dat het belangrijk is de doeltreffendheid van staatssteun in landbouw, logistiek en vervoer te waarborgen; merkt op dat de lidstaten een verschillende begrotingscapaciteit hebben, waarschuwt dat versnipperde staatssteun leidt tot een ongelijk speelveld en verzoekt de Commissie deze effecten te monitoren; is van mening dat alle staatssteun die wordt toegekend, in overeenstemming moet zijn met het EU-recht en met de beginselen van de EU, waaronder de doelstellingen van het milieu- en sociaal beleid van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>is ingenomen met het Staatssteunkader Clean Industrial Deal (Cisaf); dringt erop aan dat het Cisaf op een gerichte en evenredige wijze wordt uitgevoerd, op zo’n manier dat de lasten voor de lidstaten tot een minimum worden beperkt, een “subsidiewedloop” wordt voorkomen en de integriteit van de interne markt wordt gewaarborgd, waarbij tegelijkertijd krachtige waarborgen worden ingebouwd inzake transparantie, evenredigheid en milieueffectiviteit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>wijst erop dat tijdelijke, gerichte staatssteun passend kan zijn in tijden van crisis; wijst nogmaals op het belang van het Cisaf voor de ondersteuning van kwetsbare sectoren, in de context van de snel stijgende brandstofprijzen als gevolg van de huidige geopolitieke situatie; neemt niettemin kennis van de bevindingen van de Europese Rekenkamer (Speciaal verslag nr. 21/2024) waarin tekortkomingen worden gesignaleerd met betrekking tot het toezicht van de Commissie op staatssteun in tijden van crisis, en dringt aan op strenger toezicht door de Commissie op de aanmelding van staatssteun en op een betere rapportage en transparantie inzake staatssteun, in overeenstemming met de aanbevelingen van de Europese Rekenkamer;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>merkt op dat meer dan driekwart van de staatssteun geconcentreerd is in slechts twee lidstaten, hetgeen duidt op risico’s van versnippering en ongelijke concurrentievoorwaarden op de interne markt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>wijst op de rol van staatssteun als instrument voor het verkleinen van de economische ongelijkheden tussen de meest ontwikkelde EU-regio’s en de eilanden, het binnenland, de ultraperifere regio’s, economisch achtergestelde gebieden en alle delen van de EU die kampen met natuurlijke belemmeringen; pleit voor meer flexibiliteit en minder beperkingen op staatssteun voor de eilandregio’s en kwetsbaardere regio’s van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>verwacht dat bij de herziening van de algemene groepsvrijstellingsverordening<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PB L 187 van 26.6.2014, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2014/651/oj).</FIELD></FOOTNOTE> de huidige problemen in verband met de definitie van “onderneming in moeilijkheden” zullen worden verholpen en dat de staatssteunregels zullen worden gemoderniseerd en vereenvoudigd, met als doel de administratieve rompslomp te verminderen en het concurrentievermogen van de EU te vergroten; is ingenomen met de start van de openbare raadpleging om input te verzamelen over de reikwijdte en inhoud van de herziening;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>56.</NO.P>is ingenomen met het feit dat er een herzien DAEB-besluit is vastgesteld waarmee de lidstaten in staat worden gesteld projecten voor fatsoenlijke, duurzame, energie-efficiënte, sociaal-inclusieve en betaalbare huisvesting, ook voor huishoudens met een gemiddeld inkomen, te ondersteunen; verzoekt de Commissie de uitvoering van het herziene DAEB-besluit te monitoren en te beoordelen of de drempels en voorwaarden voldoende flexibel zijn om te voorzien in de behoeften van de lidstaten; pleit voor vereenvoudigde aanmeldingsprocedures voor DAEB-gerelateerde staatssteunmaatregelen die geen significante mededingingsrisico’s met zich meebrengen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>57.</NO.P>verzoekt de Commissie de gevolgen van marktconcentratie in de vastgoedsector en aanverwante markten, zoals de bouw en vastgoedbeheer, te beoordelen, om te waarborgen dat daadwerkelijke mededinging bijdraagt aan het in toom houden van de prijzen en verbeterde toegang tot huisvesting;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>58.</NO.P>wijst op de verstorende effecten van agressieve fiscale planning en belastingstelsels, waaronder preferentiële regelingen, op eerlijke concurrentie, waardoor innovatie kan worden belemmerd en de betwistbaarheid van markten, met name voor kmo’s, in gevaar kan worden gebracht; is ingenomen met de aanbeveling van de Commissie van 14 juli 2020<FOOTNOTE><FIELD> Aanbeveling (EU) 2020/1039 van de Commissie van 14 juli 2020 betreffende het ontbreken van banden met niet-coöperatieve jurisdicties als conditionaliteit voor financiële steun van de staat aan ondernemingen in de Unie (PB L 227 van 16.7.2020, blz. 76, ELI: http://data.europa.eu/eli/reco/2020/1039/oj).</FIELD></FOOTNOTE> om geen financiële steun te verlenen aan ondernemingen die banden hebben met belastingparadijzen, om eerlijke belastingbetalers te beschermen; dringt erop aan dat ondernemingen die gevestigd zijn in landen die zijn opgenomen in de door de Raad vastgestelde EU-lijst van jurisdicties die niet-coöperatief zijn op belastinggebied, worden uitgesloten van staatssteun, en verzoekt de Commissie na te gaan of het huidige kader een bijdrage levert aan de algemene inspanningen om agressieve fiscale planning en de praktijken van belastingparadijzen te bestrijden;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Rol van het Parlement </STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>59.</NO.P>betreurt dat het Parlement slecht wordt geïnformeerd over de herziening en uitvoering van de mededingingsregels, en benadrukt dat het Parlement naar behoren betrokken moet worden bij de vormgeving van het mededingingsbeleid; benadrukt daarnaast dat het Parlement ook naar behoren moet worden geïnformeerd over alle besprekingen met derde landen met mogelijke gevolgen voor de handhaving van de DMA;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>60.</NO.P>pleit in dit kader voor een gestructureerde en regelmatige dialoog tussen de Commissie en het Parlement over het mededingingsbeleid, met inbegrip van de herziening en uitvoering van de mededingingsregels; verzoekt de Commissie de bevoegde commissie van het Parlement tijdig en volledig te informeren over belangrijke handhavingsbesluiten, wetgevingsvoorstellen en belangrijke “soft law”-instrumenten; dringt aan op het sluiten van een interinstitutioneel akkoord om de rol van het Parlement bij het toezicht op het mededingingsbeleid te formaliseren, waaronder het recht om te worden geraadpleegd over de formulering van prioriteiten voor richtsnoeren en kaders;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>61.</NO.P>is van mening dat er niet te veel gebruik moet worden gemaakt van zachte wetgeving, zoals richtsnoeren en tijdelijke kaders, waarbij het Parlement slechts een beperkte rol speelt; verzoekt de Europese Raad overeenkomstig artikel 48, lid 7, tweede alinea, VEU een besluit vast te stellen op grond waarvan wetgevingshandelingen op het gebied van het mededingingsbeleid volgens de gewone wetgevingsprocedure kunnen worden vastgesteld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>62.</NO.P>is voorstander van uitwisseling van beste praktijken binnen internationale fora, zoals het International Competition Network en het Competition Committee van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling; verzoekt de Commissie te streven naar een permanente dialoog en samenwerking op internationaal niveau, onder meer via samenwerkingsovereenkomsten van de tweede generatie die mededingingsautoriteiten in staat stellen om gemakkelijker informatie uit te wisselen, en betreurt dat hier in het verleden onvoldoende naar is gestreefd; verzoekt de Commissie een strategie te ontwikkelen waarmee de EU op internationaal niveau een leidende rol kan spelen bij het bevorderen van daadwerkelijke mededinging;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>63.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>