<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0248</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Een samenhangend belastingkader voor de financiële sector van de EU</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0169/2026 - Rapporteur: Matthias Ecke)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 7 juli 2026 over een samenhangend belastingkader voor de financiële sector van de EU (2024/2117(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name de artikelen 113, 114 en 115,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie van 28 september 2011 voor een richtlijn van de Raad betreffende een gemeenschappelijk stelsel van belasting op financiële transacties en tot wijziging van Richtlijn 2008/7/EG (COM(2011)0594),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie van 14 februari 2013 voor een richtlijn van de Raad tot uitvoering van de nauwere samenwerking op het gebied van belasting op financiële transacties (COM(2013)0071) (BFT-voorstel),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie van 28 november 2007 voor een verordening van de Raad tot vaststelling van maatregelen ter uitvoering van richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde wat betreft de behandeling van verzekerings- en financiële diensten (COM(2007)0746),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie van 28 november 2007 voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde wat betreft de behandeling van verzekerings- en financiële diensten (COM(2007)0747),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2023/1114 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende cryptoactivamarkten en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 1095/2010 en Richtlijnen 2013/36/EU en (EU) 2019/1937<FOOTNOTE><FIELD> PB L 150 van 9.6.2023, blz. 40, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/1114/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanvangseffectbeoordeling van de Commissie van 22 oktober 2020 over een herziening van de btw-regels voor financiële en verzekeringsdiensten,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie van 12 september 2023 inzake de vaststelling van een belastingstelsel voor micro-, kleine en middelgrote ondernemingen volgens de regels van de lidstaat van het hoofdkantoor en tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Besluit (EU, Euratom) 2020/2053 van de Raad van 14 december 2020 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Unie en tot intrekking van Besluit 2014/335/EU, Euratom<FOOTNOTE><FIELD> PB L 424 van 15.12.2020, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2020/2053/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 22 december 2021 getiteld “De volgende generatie eigen middelen voor de EU-begroting” (COM(2021)0566),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de studie in opdracht van de Subcommissie belastingaangelegenheden van het Parlement getiteld “The taxation of the EU’s financial sector”, die in juni 2025 werd gepubliceerd door het directoraat-generaal Economie, Transformatie en Industrie van het Parlement<FOOTNOTE><FIELD> Studie “The taxation of the EU’s financial sector”, Europees Parlement, directoraat-generaal Economie, Transformation and Industry, beleidsondersteunende afdeling Economie en Groei, juni 2025.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie inzake de btw-vrijstelling voor financiële en verzekeringsdiensten,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 16 december 2020 tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie betreffende begrotingsdiscipline, samenwerking in begrotingszaken en goed financieel beheer, alsmede betreffende nieuwe eigen middelen, met inbegrip van een routekaart voor de invoering van nieuwe eigen middelen<FOOTNOTE><FIELD> PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 28, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_interinstit/2020/1222/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 10 mei 2023 getiteld “Eigen middelen: een nieuwe start voor de financiën van de EU, een nieuwe start voor Europa”<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2023/1067, 15.12.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2023/1067/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het rapport van Enrico Letta van april 2024 getiteld “Much more than a market – Speed, Security, Solidarity: Empowering the Single Market to deliver a sustainable future and prosperity for all EU Citizens” (rapport-Letta),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het rapport van Mario Draghi van 9 september 2024 getiteld “The future of European competitiveness” (rapport-Draghi),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie getiteld “Spaar- en investeringsunie – Een strategie om in de EU de welvaart van burgers en het economische concurrentievermogen te stimuleren” (COM(2025)0124),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Aanbeveling (EU) 2025/2029 van de Commissie van 30 september 2025 betreffende het verruimen van de beschikbaarheid van spaar- en beleggingsrekeningen met een vereenvoudigde en gunstige fiscale behandeling<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2025/2029, 8.10.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reco/2025/2029/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het werkdocument van de Wereldbank van mei 2025 “VAT Exemptions, Embedded Tax, and Unintended Consequences”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 55 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken (A10-0169/2026),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de Commissie, volgens de in 2024 opgestelde opdrachtbrief van de Commissievoorzitter aan de commissaris die verantwoordelijk is voor belastingen, tot taakstelling heeft om innovatieve oplossingen te vinden voor het belasten van de financiële sector van de EU teneinde verdere integratie van de sector, grensoverschrijdende activiteit, digitalisering en innovatie te ondersteunen; overwegende dat de Commissie een studie uitvoert over het belasten van de financiële sector van de EU;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat financiële diensten in de EU over het algemeen zijn vrijgesteld van belasting over de toegevoegde waarde (btw); overwegende dat financiële instellingen vanwege die vrijstelling de over hun verrichtingen betaalde btw niet kunnen aftrekken, hetgeen leidt tot het zogeheten “probleem van de niet-terugvorderbare btw”; overwegende dat deze vrijstelling tot onvoldoende transparantie kan leiden, de kosten voor de consument kan verhogen en extra kosten voor financiële instellingen teweeg kan brengen, van invloed kan zijn op organisatie- en uitbestedingsbesluiten en kan leiden tot concurrentienadelen voor kleinere, digitale en grensoverschrijdende dienstverleners;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de mogelijkheid voor financiële instellingen om vrijwillig te kiezen voor de toepassing van btw op hun diensten niet consistent in alle lidstaten wordt geboden, met verdere administratieve complexiteit tot gevolg;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat de btw-vrijstelling dateert uit 1977, toen het belasten van die financiële diensten aanzienlijke technische en administratieve moeilijkheden met zich meebracht; overwegende dat voor de oorspronkelijke technische moeilijkheden die een rechtvaardiging vormden voor de btw-vrijstelling tegenwoordig een oplossing kan worden gevonden dankzij vooruitgang op het vlak van technologie, digitalisering en toezicht, zoals realtimegegevensverwerking en verbeterde rapportagevereisten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat in verschillende rechtsgebieden wereldwijd waar vergelijkbare vrijstellingen golden, alternatieve vormen van belasting op financiële diensten zijn ingevoerd teneinde de onbedoelde fiscale en concurrentie-effecten van niet-terugvorderbare btw aan te pakken en te blijven zorgen voor een billijke en correcte bijdrage van de financiële sector aan de inkomsten van de overheid;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat zowel volgens het rapport-Letta als volgens het rapport-Draghi belastingversnippering binnen de eengemaakte markt, met inbegrip van administratieve en fiscale belemmeringen, een belemmering vormt voor economische groei, handel en grensoverschrijdend zakendoen; overwegende dat er door interne belemmeringen in de EU in feite een tarief van bijna 100 % op financiële diensten wordt geheven; overwegende dat die belemmeringen en regelgevingsbarrières volgens Draghi veel schadelijker zijn voor de economische groei dan eventuele door de Verenigde Staten opgelegde tarieven;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat de financiële sector volgens gegevens van Eurostat een aanzienlijk onderdeel van de economie van de EU uitmaakt, en in 2022 een toegevoegde waarde van circa 0,9 biljoen EUR, werkgelegenheid voor bijna 5 miljoen personen en een netto-omzet van circa 2,4 biljoen EUR genereerde; overwegende dat de sector een bijdrage levert aan de overheidsfinanciën via de vennootschapsbelasting, de loonbelasting en sectorspecifieke heffingen; overwegende dat de financiële sector van de EU een centrale rol speelt bij de financiering van de reële economie, het ondersteunen van innovatie en het faciliteren van investeringen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat met recente initiatieven zoals Richtlijn 2025/50 van de Raad van 10 december 2024 betreffende een snellere en veiligere vermindering van te veel ingehouden bronbelasting<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2025/50, 10.1.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2025/50/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (FASTER), aanzienlijke vooruitgang is geboekt met het verminderen van de administratieve lasten en het faciliteren van grensoverschrijdende economische activiteiten in de EU, en dat soortgelijke initiatieven moeten worden genomen om de integratie en de efficiëntie van de eengemaakte markt verder te vergroten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat de Raad zijn besluit over het Commissievoorstel voor een richtlijn tot vaststelling van een belastingstelsel voor micro-, kleine en middelgrote ondernemingen volgens de regels van de lidstaat van het hoofdkantoor en tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU heeft uitgesteld, terwijl het Parlement reeds op 10 april 2024 een wetgevingsresolutie<FOOTNOTE><FIELD> Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 10 april 2024 over het voorstel voor een richtlijn van de Raad tot vaststelling van een belastingstelsel voor micro-, kleine en middelgrote ondernemingen volgens de regels van de lidstaat van het hoofdkantoor en tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU (PB C, C/2025/1326, 13.3.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/1326/oj).</FIELD></FOOTNOTE> goedkeurde;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat toekomstige initiatieven de versnippering van de eengemaakte markt moeten verminderen en het concurrentievermogen moeten versterken door een samenhangend, voorspelbaar en neutraal belastingkader voor financiële diensten te waarborgen, waarbij rekening moet worden gehouden met diverse bedrijfsmodellen en fiscale interacties in de financiële sector van de EU;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat de belastingheffing op financiële diensten in de EU nog steeds sterk versnipperd is en dat er uiteenlopende nationale benaderingen worden gehanteerd op het gebied van belastingen op verzekeringspremies, belastingen op financiële transacties, bankenheffingen, belastingen op financiële activiteiten en andere op winst gebaseerde belastingen; overwegende dat deze versnippering voor rechtsonzekerheid en juridische complexiteit zorgt, marktverstoringen in de hand werkt, belastingontwijking aanmoedigt en het concurrentievermogen van de EU aantast;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat de spaar- en investeringsunie (SIU) sterkere stimulansen vereist voor mensen om te sparen en te investeren in de Europese kapitaalmarkten; overwegende dat de voltooiing van de SIU een integrale benadering van financiële stabiliteit, marktintegratie en beleggersbescherming vereist; overwegende dat het voor een geslaagde en geloofwaardige SIU cruciaal is om te waarborgen dat de financiële sector een betekenisvolle bijdrage levert aan de overheidsfinanciën, de door de sector gegenereerde risico’s internaliseert en duurzame investeringen op lange termijn ondersteunt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat er na de financiële crisis van 2008 en 2009 werd gesproken over belastingen op financiële transacties en bankenheffingen; overwegende dat met deze maatregelen werd beoogd de kosten van de crisis te compenseren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat ten minste zeven lidstaten momenteel belasting op financiële transacties heffen; overwegende dat deze lidstaten de werkingssfeer, het tarief of de toepassing van hun belasting op financiële transacties niet onderling hebben afgestemd; overwegende dat er geen overeenstemming is bereikt over een EU-brede belasting op financiële transacties, hoewel de Commissie sinds 2011 verschillende wetgevingsvoorstellen heeft gedaan;</P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat het Parlement de invoering van een EU-brede belasting op financiële transacties, ook als mogelijke bron van eigen middelen, consistent heeft gesteund, meest recentelijk in zijn resolutie van mei 2023; overwegende dat de Commissie in haar werkprogramma voor 2026 heeft voorgesteld haar eerdere voorstel voor een belasting op financiële transacties in te trekken, gezien het gebrek aan consensus onder de lidstaten en het feit dat er geen overeenstemming is bereikt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>P.</NO.P>overwegende dat de lidstaten de invoering van tijdelijke uitzonderlijke winstbelastingen of solidariteitsheffingen op bankenwinsten blijven voortzetten in antwoord op buitengewone stijgingen van de winstgevendheid als gevolg van monetair beleid;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De fiscale versnippering van de financiële sector aanpakken en het concurrentievermogen van de sector verbeteren</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>merkt op dat de lidstaten na de grote financiële crisis 91 sectorspecifieke belastingen hebben ingevoerd om de financiële sector te belasten, wat heeft geleid tot een zeer gefragmenteerd belastinglandschap; merkt op dat dit versnipperde belastinglandschap extra operationele en administratieve kosten met zich meebrengt en voor meer structurele belemmeringen zorgt voor financiële dienstverleners die over landsgrenzen heen willen uitbreiden, hetgeen de positie van de financiële sector van de EU verzwakt, zijn investeringscapaciteit aantast en de doelstellingen van de SIU en de bankenunie ondermijnt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>merkt op dat verschillen in nationale belastingstelsels voortkomen uit binnenlandse beleidskeuzes; neemt nota van de lopende werkzaamheden op internationaal niveau inzake winstverschuiving; dringt aan op meer onderlinge afstemming op EU-niveau, onder meer wat betreft de uitvoering van de pijler 2-richtlijn, en op robuuste regelgeving ter bestrijding van belastingontwijking en stevige transparantievereisten, met name wat betreft openbare verslaglegging per land (“country-by-country reporting”);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>wijst erop dat versnippering van nationale belastingstelsels het risico op grensoverschrijdende dubbele belastingheffing vergroot en, vanwege de administratieve en juridische complexiteit, de groei van de financiële sector in de EU kan belemmeren en een belemmering kan vormen voor een diepere integratie van financiële markten in de EU; benadrukt dat het voorkomen van dubbele belastingheffing en het verminderen van de administratieve lasten van cruciaal belang moeten blijven; benadrukt echter dat vereenvoudiging niet mag leiden tot deregulering of een “race to the bottom” op het gebied van belastingnormen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>beklemtoont dat verschillen in nationale procedures voor bronbelasting resulteren in administratieve lasten en belemmeringen voor grensoverschrijdend investeren, zoals werd erkend in de strategie van de Commissie voor een SIU; is verheugd over de goedkeuring van de FASTER-richtlijn; dringt aan op verdere stappen in de richting van een ambitieus kader op basis van meer onderlinge coördinatie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>verzoekt de Raad een besluit te nemen over het Commissievoorstel voor een richtlijn van de Raad tot vaststelling van een belastingstelsel voor micro-, kleine en middelgrote ondernemingen volgens de regels van de lidstaat van het hoofdkantoor en tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU, en hierbij naar behoren rekening te houden met de wetgevingsresolutie van het Parlement van 10 april 2024;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>constateert bovendien dat bestaande belastingregels geen gelijke tred hebben gehouden met de opkomst van nieuwe financiële producten en marktinfrastructuren; onderstreept dat fragmentatie in hoog tempo steeds zorgwekkender wordt in het licht van het succes van neobanken, zoals puur digitale banken, challengerbanken en fintechbanken; wijst op de aanzienlijke toename in de afgelopen zes jaar van het aandeel grensoverschrijdende deposito’s dat bij deze banken wordt aangehouden; onderstreept dat verschillen in belastingregels tussen banken en niet-bancaire entiteiten een verstorend effect kunnen hebben;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>benadrukt dat het gebrek aan voldoende gegevens over de effectieve belastingdruk in de financiële sector van de EU een belemmering vormt voor empirisch onderbouwde beleidsvorming en voor de beoordeling van de effecten van beleid op het marktgedrag, het concurrentievermogen en de financiële stabiliteit; onderstreept de noodzaak van meer transparantie en een beter gebruik van bestaande gegevens als voorwaarde voor een coherente hervorming van de belastingheffing in de financiële sector;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>benadrukt dat het wegnemen van fiscale belemmeringen voor grensoverschrijdende investeringen door middel van coherente regels op EU-niveau de nalevingskosten zou verlagen, de marktefficiëntie zou verbeteren, de juridische duidelijkheid voor grensoverschrijdende kapitaalstromen zou vergroten en het concurrentievermogen van de financiëledienstensector in de EU zou vergroten, en tegelijkertijd belastingontduiking en agressieve fiscale planning zou tegengaan; benadrukt de noodzaak van een samenhangend geheel van regels voor de financiële sector van de EU, met inachtneming van de fiscale soevereiniteit van de lidstaten en het subsidiariteitsbeginsel; benadrukt dat belastingheffing op financiële diensten moet bijdragen tot het behoud van het concurrentievermogen van de financiële sector;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>merkt op dat volgens het Europees macro-economisch verslag 2026 van de Commissie<FOOTNOTE><FIELD> Europese Commissie, “2026 European Macroeconomic Report”, november 2025.</FIELD></FOOTNOTE> de spaarquote van huishoudens in de EU nog altijd ruim boven het gemiddelde van de landen van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling ligt; betreurt dat ongeveer een derde van deze spaargelden buiten de EU wordt geïnvesteerd, hetgeen laat zien dat het financiële kader in de EU tekortschiet als het gaat om het behoud van investeringen; verzoekt de Commissie te beoordelen hoe fiscale maatregelen kunnen worden aangewend om investeringsstromen richting de EU aan te moedigen; onderstreept het belang van ontmoediging van kapitaaluitstroom naar landen op de EU-lijst van jurisdicties die niet-coöperatief zijn op belastinggebied;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>onderstreept het belang van het bevorderen van de SIU om spaargeld te mobiliseren voor productieve investeringen; is van mening dat een vermindering van de fiscale versnippering en een verbetering van grensoverschrijdende investeringskanalen cruciaal zijn om Europees spaargeld te kunnen mobiliseren voor investeringen binnen de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>benadrukt dat parallel aan de doelstellingen van de SIU een belastingkader voor financiële diensten moet worden ontworpen, waarbij de nadruk moet liggen op het vergroten van de efficiëntie, het aanpakken van marktverstoringen en het bevorderen van investeringen en lange-termijngroei, met behulp van een evenwichtige aanpak die ook rekening houdt met bredere economische en sociale overwegingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>merkt op dat bij het belasten van de financiële sector de beginselen van eenvoud, neutraliteit, billijkheid, economische, ecologische en sociale duurzaamheid en rechtszekerheid leidend moeten zijn; merkt op dat daarnaast ook de cyclische dynamiek van de winstgevendheid van banken, die verband houdt met monetair beleid en economische omstandigheden, moet worden meegewogen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>verzoekt de Commissie haar toezegging gestand te doen om innovatieve oplossingen voor belastingheffing in de sector aan te dragen die de versnippering tegengaan, verdere integratie op EU-niveau ondersteunen en bijdragen aan de verwezenlijking van de SIU;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Een aanpak voor de btw-regeling voor financiële diensten</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>stelt vast dat de btw-vrijstelling voor financiële diensten dateert uit 1977 en diende om technische moeilijkheden omtrent het toepassen van btw-heffing op complexe financiële diensten – hetgeen administratief onhaalbaar werd geacht – uit de weg te gaan; erkent dat de oorspronkelijke rechtvaardiging voor de btw-vrijstelling berustte op technische gronden die in de realiteit van vandaag de dag middels technologische vooruitgang en digitalisering geadresseerd kunnen worden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>merkt op dat de vrijstelling niet noodzakelijkerwijs voordelig is voor financiële instellingen, aangezien deze tot gevolg heeft dat zij geen btw kunnen terugvorderen; is van mening dat de status quo marktverstoringen in stand houdt, een gebrek aan transparantie en hogere kosten voor consumenten in de hand kan werken, de voorkeur van de financiële sector voor “in-house”-diensten versterkt en voor concurrentienadelen zorgt ten opzichte van instellingen uit niet-EU-landen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>benadrukt dat btw-vrijstellingen vaak worden verleend aan activiteiten van algemeen belang als erkenning van hun essentiële maatschappelijke functie; benadrukt dat bepaalde basis-financiële diensten – met name betaaldiensten, het aanbieden van bankrekeningen en eenvoudige kredietverlening – een vergelijkbare quasi-openbare nutsfunctie kunnen vervullen door spaargelden te beschermen, economische transacties mogelijk te maken en te waarborgen dat individuen en bedrijven veilig aan de economie kunnen deelnemen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>merkt op dat herhaalde initiatieven van de Commissie, waaronder haar voorstellen uit 2007 en de aanvangseffectbeoordeling uit 2020, niet hebben geleid tot een hervorming van de btw-vrijstelling voor de financiële sector omdat de lidstaten geen unanieme overeenstemming bereikten; merkt op dat het meeste recente plan van de Commissie de publicatie van wijzigingen van de btw-richtlijn<FOOTNOTE><FIELD> Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 347 van 11.12.2006, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2006/112/oj).</FIELD></FOOTNOTE> begin 2023 behelsde; constateert dat deze plannen in de ijskast zijn gezet, waardoor deze essentiële hervorming nog altijd niet is doorgevoerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>merkt op dat fiscale eenheid btw op grond van artikel 11 van de btw-richtlijn voor de lidstaten optioneel blijft en territoriale beperkingen kent, hetgeen juridische en praktische belemmeringen opwerpt voor groepen die in meerdere landen actief zijn in de financiële dienstverlening;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>wijst erop dat, ondanks het gebruik van fiscale eenheid btw en kostendelingsregelingen in sommige lidstaten, de btw-vrijstelling, in combinatie met uiteenlopende nationale regels inzake belastingcompensatie zoals belastingen op verzekeringspremies, voor een complex en gefragmenteerd belastinglandschap zorgt en dat als gevolg daarvan de naleving van de belastingwetgeving in een grensoverschrijdende context duur is en ondernemingen te kampen hebben met hoge bedrijfskosten; benadrukt dat er behoefte is aan duidelijker definities van btw en vereenvoudigde regels om deze lasten te verminderen, te zorgen voor een consistente toepassing van de regels in de hele EU, grensoverschrijdende activiteit te faciliteren en innovatie te ondersteunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>merkt op dat fiscale eenheid btw, dat de administratieve lasten voor financiële instellingen kan verlichten en hun efficiëntie kan verbeteren, momenteel door de lidstaten op uiteenlopende wijze wordt toegepast en over het algemeen beperkt blijft tot entiteiten die zijn gevestigd in één enkele lidstaat; benadrukt dat meer convergentie op het vlak van fiscale eenheid btw versnippering en rechtsonzekerheid op de interne markt kan verminderen en grensoverschrijdende activiteit in de financiële dienstverlening kan faciliteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>verzoekt de Commissie de lidstaten aan te moedigen fiscale eenheid btw op consistente wijze in te voeren en opties te onderzoeken voor een duidelijker rechtskader, met inbegrip van de mogelijkheid van grensoverschrijdende fiscale eenheid btw; benadrukt dat een breder gebruik van fiscale eenheid btw voor financiële en verzekeringsdiensten in overeenstemming moet zijn met de vennootschapsbelastingregels, met name de regels inzake verrekenprijzen (“transfer pricing”), en vergezeld moet gaan van bindende waarborgen tegen misbruik om fraude en belastingontwijking, het weglekken van btw binnen de groep en misbruik van kostendeling te voorkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>merkt op dat de btw-richtlijn geen specifieke bepalingen bevat voor nieuwe financiële instrumenten, zoals cryptoactiva, gedecentraliseerde financiën en fintech; benadrukt dat de richtlijn bovendien geen bepalingen bevat inzake de btw-behandeling van derivatives en dat de btw-behandeling van beleggingsfondsen nog steeds per lidstaat verschilt; stelt vast dat dit heeft geleid tot uiteenlopende nationale interpretaties van de btw-regels, rechtsonzekerheid voor dienstverleners en een ongelijke behandeling van traditionele en nieuwe financiële diensten, en dat dit innovatie en het concurrentievermogen in de weg dreigt te staan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>benadrukt dat een modern belastingkader in dienst moet staan van innovatie op het gebied van fintech en digitale financiën, en dat regelgeving die een ontmoedigend effect heeft op nieuwe marktdeelnemers voorkomen moet worden; verzoekt de Commissie duidelijkheid te verschaffen omtrent de btw-behandeling van opkomende financiële diensten, teneinde technologische neutraliteit en een gelijk speelveld in de hele EU te garanderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>is van mening dat een brede en ongedifferentieerde btw-vrijstelling voor de gehele financiële sector vragen doet rijzen over de algehele consistentie en het evenwicht in het belastingstelsel; onderstreept dat met een hervorming van de btw-vrijstelling verstoringen alsook het bedrag aan niet-terugvorderbare btw verminderd zouden kunnen worden, zonder onevenredige administratieve complexiteit te creëren; merkt op dat mogelijkheden voor het afschaffen van de btw-vrijstelling feitelijk de opheffing van niet-terugvorderbare btw zouden kunnen inhouden, door financiële ondernemingen toe te staan de btw die zij betalen op goederen en diensten die zij gebruiken in hun operationele activiteiten, volledig terug te vorderen; onderstreept dat dit een einde zou maken aan de huidige voorkeur voor het in-house houden van diensten in plaats van deze uit te besteden, wat het vermogen van bedrijven beperkt om zich te specialiseren, toegang te krijgen tot externe expertise en te innoveren; erkent dat deze hervorming ook kan zorgen voor een gelijk speelveld ten opzichte van andere rechtsgebieden en het internationale concurrentievermogen van financiële instellingen in de EU kan versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>herinnert eraan dat btw een geharmoniseerd belastingkader op EU-niveau is, hoewel de lidstaten enige ruimte behouden wat betreft de uitvoering; erkent daarom dat een hervorming van het btw-stelsel voor financiële diensten op EU-niveau moet worden aangepakt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>verzoekt de Commissie de effecten van het huidige btw-stelsel op de financiële sector te evalueren en deze analyse openbaar te maken; verzoekt de Commissie na te denken over beleidsopties voor het aanpakken van vastgestelde verstorende effecten; benadrukt dat die hervorming moet zorgen voor een vermindering van niet-terugvorderbare btw en van de versnipperde toepassing van regels, en de rechtszekerheid en fiscale rechtvaardigheid moet verbeteren en het concurrentievermogen van de financiële markten van de EU moet versterken, en tevens de financiële stabiliteit moet waarborgen en regelgevingsarbitrage tussen de lidstaten zoveel mogelijk moet terugdringen; benadrukt dat die hervorming ook de consument moet beschermen en ervoor moet blijven zorgen dat de financiële sector een billijke bijdrage levert aan de overheidsinkomsten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>merkt op dat elk voorstel tot herziening van het btw-kader gestoeld moet zijn op een diepgaande analyse op macro-economisch niveau en een volledige inventarisatie van nationale bankbelastingen en heffingen; benadrukt dat bij een dergelijke analyse rekening moet worden gehouden met de administratieve implicaties voor financiële dienstverleners, de wisselwerking tussen bestaande nationale bankbelastingen, heffingen op de financiële sector en het btw-stelsel, en de gevolgen voor de interne markt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>onderstreept dat bij wijzigingen in de btw-behandeling van financiële diensten zorgvuldig moet worden beoordeeld wat de gevolgen zijn voor diensten die worden verleend aan retailconsumenten, met name huishoudens met een laag en middeninkomen, en dat het ontstaan van extra totaalkosten moet worden vermeden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>verzoekt de Commissie om als onderdeel van een mogelijke hervorming van de btw-vrijstelling te analyseren of het haalbaar is nationale belastingen op verzekeringspremies te vervangen door een volledige opname van verzekeringsdiensten in het btw-stelsel;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Naar een samenhangender belastingkader voor de financiële sector</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>herinnert eraan dat de EU te maken heeft met een aanzienlijke investeringskloof van 750 tot 800 miljard EUR per jaar als het gaat om de verwezenlijking van haar doelstellingen op het gebied van klimaat, de digitale transitie en strategische autonomie; herinnert aan de toezegging van de lidstaten en de EU om de Europese defensie-investeringen aanzienlijk te verhogen; benadrukt dat in antwoord op deze uitdagingen de invoering van een billijke en coherentere belastingheffing op de financiële sector kan bijdragen tot het mobiliseren van particulier kapitaal en het stimuleren van retailinvesteringen, alsook het versterken van de Europese kapitaalmarkten; benadrukt voorts dat op deze manier de inkomsten voor overheidsinvesteringen in strategische prioriteiten en onze sociale, klimaat- en investeringsbehoeften zullen stijgen, waardoor het concurrentievermogen van de EU wordt versterkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>herinnert in dit verband aan het akkoord dat het Parlement, de Raad en de Commissie in 2020 hebben gesloten over een routekaart voor de invoering van nieuwe eigen middelen, waaronder een belasting op financiële transacties, op basis van de resultaten van een effectbeoordeling;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>erkent dat in de Raad met betrekking tot het voorstel voor een belasting op financiële transacties – ondanks uitgebreide besprekingen – noch met eenparigheid van stemmen noch in het kader van nauwere samenwerking vooruitgang is geboekt, en neemt nota van de aankondiging van de Commissie over de intrekking van het betreffende voorstel in haar werkprogramma voor 2026;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>is van mening dat het van cruciaal belang is de economische effecten en de voortdurende relevantie van het belastingbeleid in de financiële sector met regelmaat te beoordelen, om onbedoelde of blijvende verstoringen van de financiële markten te vermijden; is ingenomen met het feit dat de Commissie een uitgebreide analyse uitvoert van de mogelijke impact van de belastingheffing in zijn geheel in de financiële sector op het marktfunctioneren, grensoverschrijdende investeringen en het concurrentievermogen van de financiële markten van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>benadrukt dat de belastingregels voor de financiële sector moeten worden vereenvoudigd en ervoor moeten zorgen dat de sector een billijke en correcte financiële bijdrage levert, en dat de regels duidelijk, transparant en voorspelbaar moeten zijn teneinde fragmentatie tegen te gaan, investeringen en grensoverschrijdende activiteiten te faciliteren en tegelijkertijd een hoog niveau van consumentenbescherming te waarborgen; benadrukt dat deze regels de efficiëntie en de toewijzing van kapitaal moeten verbeteren, de stabiliteit en het concurrentievermogen van de markt moeten waarborgen en de nalevingskosten moeten beperken, met name voor retailconsumenten en kleine en middelgrote ondernemingen;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>