<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0249</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Een nieuwe strategie voor mediawijsheid en digitaal leren</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0173/2026 - Rapporteur: Marcos Ros Sempere)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 7 juli 2026 over een nieuwe strategie voor mediawijsheid en digitaal leren (2025/2181(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn (EU) 2018/1808 van het Europees Parlement en de Raad van 14 november 2018 tot wijziging van Richtlijn 2010/13/EU betreffende de coördinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten inzake het aanbieden van audiovisuele mediadiensten (richtlijn audiovisuele mediadiensten) in het licht van een veranderende marktsituatie<FOOTNOTE><FIELD> PB L 303 van 28.11.2018, blz. 69, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2018/1808/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2024/1083 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 tot vaststelling van een gemeenschappelijk kader voor mediadiensten op de interne markt en tot wijziging van Richtlijn 2010/13/EU (Europese verordening mediavrijheid)<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2024/1083, 17.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1083/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2022/2065 van het Europees Parlement en de Raad van 19 oktober 2022 betreffende een eengemaakte markt voor digitale diensten en tot wijziging van Richtlijn 2000/31/EG (digitaledienstenverordening)<FOOTNOTE><FIELD> PB L 277 van 27.10.2022, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2022/2065/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>	gezien Verordening (EU) 2024/1689 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 tot vaststelling van geharmoniseerde regels betreffende artificiële intelligentie en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 300/2008, (EU) nr. 167/2013, (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1139 en (EU) 2019/2144, en de Richtlijnen 2014/90/EU, (EU) 2016/797 en (EU) 2020/1828 (verordening artificiële intelligentie)<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2024/1689, 12.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 25 maart 2021 over de vormgeving van beleid inzake digitaal onderwijs<FOOTNOTE><FIELD> PB C 494 van 8.12.2021, blz. 2.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 11 mei 2022 getiteld “Een digitaal decennium voor kinderen en jongeren: de nieuwe Europese strategie voor een beter internet voor kinderen (BIK+)” (COM(2022)0212),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 12 november 2025 getiteld “Europees schild voor de democratie: zorgen voor sterke en veerkrachtige democratieën” (JOIN(2025)0791),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 5 maart 2025 over het actieplan voor basisvaardigheden (COM(2025)0088),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 3 december 2020 getiteld “Europese media in het digitale decennium: een actieplan ter ondersteuning van het herstel en de transformatie (COM(2020)0784),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 10 februari 2026 getiteld “Actieplan tegen cyberpesten — Veiliger online, samen sterker” (COM(2026)0071),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 5 maart 2026 getiteld “Strategie voor intergenerationele rechtvaardigheid” (COM(2026)0110),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 26 november 2025 inzake de bescherming van minderjarigen online<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2026/1708, 24.4.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/1708/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>	gezien het VN-Pact voor de Toekomst van 22 september 2024,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de resolutie van de Raad van de Europese Unie en de regeringsvertegenwoordigers van de lidstaten over een kader voor Europese samenwerking in jeugdzaken, getiteld “De EU-strategie voor jongeren 2019-2027”<FOOTNOTE><FIELD> PB C 456 van 18.12.2018, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het in 2026 door de Commissie gepubliceerde document getiteld “Richtsnoeren voor onderwijsactoren voor het ethisch gebruik van artificiële intelligentie (AI) en data bij het lesgeven en leren”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>	gezien het in 2026 door de Commissie gepubliceerde document getiteld “Aanbevelingen voor het onderwijzen van informatica en digitale geletterdheid: Praktische strategieën voor Europese scholen”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de in 2024 door de Commissie gepubliceerde richtsnoeren voor beleidsmakers in het onderwijs getiteld “Wellbeing and mental health at school – Guidelines for education policymakers”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het in 2025 door het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek (JRC) gepubliceerde rapport over het gebruik van sociale media en de geestelijke gezondheid van adolescenten in de EU,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Unesco-rapporten, met name het in 2025 gepubliceerde rapport getiteld “Media and information literacy for all: closing the gaps: global analysis of the current state of play of media and information literacy”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het in 2023 gepubliceerde rapport van de OESO met de Pisa-resultaten voor 2022 (deel II), getiteld “Learning During – and From – Disruption”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 10 oktober 2025 getiteld “Richtsnoeren inzake maatregelen om een hoog niveau van privacy, veiligheid en beveiliging voor minderjarigen online te waarborgen, overeenkomstig artikel 28, lid 4, van Verordening (EU) 2022/2065”<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2025/5519, 10.10.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/5519/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>	gezien het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind van 20 november 1989 en algemene opmerking nr. 25 van 2021 over de rechten van het kind met betrekking tot de digitale omgeving,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de in 2025 gepubliceerde aanbeveling van de OESO getiteld “Recommendation of the Council on Children in the Digital Environment”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de in 2018 gepubliceerde richtsnoeren van de Raad van Europa voor het waarborgen, beschermen en eerbiedigen van de rechten van het kind in de digitale omgeving,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het in 2020 gepubliceerde rapport van de Raad van Europa getiteld “Media literacy for all: Supporting marginalised groups through community media”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het beleidsdocument van de stuurgroep voor media en informatiemaatschappij (CDMSI) van de Raad van Europa van december 2025 getiteld “National Media and Information Literacy (MIL) Strategies: Practical Steps and Indicators”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 55 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie cultuur en onderwijs (A10-0173/2026),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>	overwegende dat mediawijsheid en digitaal leren van essentieel belang zijn omdat zij burgers de kritieke vaardigheden geven die nodig zijn om informatie en media-inhoud zelfstandig en verantwoordelijk te beoordelen, te verifiëren, te creëren en te delen op zowel traditionele als onlineplatforms, en geïnformeerde keuzes te maken in een voortdurend veranderende informatieomgeving; overwegende dat deze vaardigheden een stimulans geven aan burgerparticipatie, sociale inclusie en democratische veerkracht;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat mediawijsheid en digitaal leren voorzien in basisvaardigheden die essentieel zijn in de moderne samenleving en van cruciaal belang zijn voor een geslaagde benadering ten aanzien van de verspreiding van desinformatie, het afnemende vertrouwen in media en de impact van onlineplatforms, nieuwe media-actoren zoals influencers en contentcreators, en artificiële intelligentie; overwegende dat mediawijsheid en digitaal leren noodzakelijk zijn in de context van veranderde informatieconsumptiepatronen, die berusten op een “scrollcultuur”;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat mediawijsheid en digitaal leren onmisbaar zijn om het digitale welzijn van gebruikers te kunnen waarborgen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat de wijze waarop gebruikers toegang krijgen tot media en digitale inhoud sterk is veranderd, in die zin dat met name minderjarigen en jongeren steeds vaker kiezen voor op hen toegesneden inhoud op socialemediaplatforms, de activiteiten van influencers op de voet volgen, in hoge mate gebruikmaken van algoritmische aanbevelingen en vaak een kortere aandachtsspanne hebben vergeleken met toen zij traditionele media gebruikten; overwegende dat sociale media de feeds van gebruikers snel op de persoon kunnen afstemmen, waardoor met name minderjarigen, ouderen en andere kwetsbare gebruikers blootstaan aan het risico dat schadelijke inhoud wordt uitvergroot of dat ze in informatiebubbels terechtkomen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat bepaalde ontwerpfeatures van digitale platforms, waaronder algoritmische aanbevelingssystemen, van invloed kunnen zijn op de selectie en zichtbaarheid van inhoud en kunnen bijdragen tot risico’s in verband met het welzijn van gebruikers en de blootstelling aan schadelijke inhoud;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat het in de huidige geopolitieke situatie noodzakelijk is dat EU-burgers over brede cognitieve, technische en sociale vaardigheden beschikken om media-inhoud goed te kunnen vinden en analyseren en daardoor weerbaar te zijn tegen mogelijke manipulatieve acties of hybride aanvallen die tot doel hebben om het maatschappelijk debat en democratische processen te destabiliseren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>	overwegende dat hoogwaardige, onafhankelijke en pluriforme journalistiek de hoeksteen vormt van democratische samenlevingen en een sleutelrol speelt bij het vergroten van de mediawijsheid, de bestrijding van desinformatie en het vergroten van het vertrouwen van burgers in het informatie-ecosysteem, hetgeen een positief effect heeft op de economische duurzaamheid van de mediasector; overwegende dat publieke omroepen een sleutelrol spelen bij het nastreven van deze doelstellingen en voldoende en duurzame financiering nodig hebben;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat mediawijsheid en digitaal onderwijs moeten worden beschouwd als integrale onderdelen van een alomvattende strategie voor een leven lang leren, die moet voorzien in de specifieke behoeften van gebruikers en van de belanghebbenden in het onderwijs- en informatie-ecosysteem, waaronder ouders, verzorgers, onderwijsactoren, media, journalisten, bibliotheken, maatschappelijke organisaties en actoren uit de nieuwe media, zoals influencers en contentcreators; overwegende dat in de strategie voor intergenerationele rechtvaardigheid een leven lang leren, digitale vaardigheden, mediawijsheid en actieve participatie van alle leeftijdsgroepen zijn aangemerkt als essentiële voorwaarden voor intergenerationele rechtvaardigheid en veerkrachtige democratische samenlevingen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat mediawijsheid en digitaal leren alleen doeltreffend kunnen zijn in een pluralistische informatieomgeving waarbij de toegang tot onderwijs op gelijke kansen berust;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat kinderen op steeds jongere leeftijd toegang tot sociale media krijgen, dat 97 % van de jongeren in de EU dagelijks internet gebruikt en dat socialemediaplatforms de belangrijkste informatiebron vormen voor jongeren van 15 tot 24 jaar<FOOTNOTE><FIELD> Maza, M.T. et al., “Association of habitual checking behaviors on social media with longitudinal functional brain development”, <STRING ITALIC="on">JAMA Pediatrics</STRING>, vol. 177, nr. 2, 2023, blz. 160-167.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat benaderingen ten aanzien van mediawijsheid en digitaal leren binnen de EU uiteenlopen, en dat de verschillen betrekking hebben op de mate waarin deze zaken in het schoolcurriculum zijn opgenomen, het niveau van financiële of administratieve ondersteuning dat beschikbaar is voor activiteiten of programma’s in dit verband, en de bevoegde autoriteiten of organen en hun onderlinge samenwerking;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat in algemene opmerking nr. 25 over de rechten van het kind met betrekking tot de digitale omgeving, die in 2021 door het VN-Comité voor de rechten van het kind werd aangenomen, wordt gesteld dat de rechten van het kind in de digitale omgeving moeten worden geëerbiedigd, beschermd en met de werkelijkheid overeenkomen, en dat aanbieders van digitale diensten die hun producten en diensten beschikbaar stellen aan kinderen de hoogste normen op het gebied van ethiek, privacy en veiligheid alsook leeftijdsgeschiktheid in acht moeten nemen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat vaardigheden op het gebied van mediawijsheid en digitaal leren al vanaf jonge leeftijd moeten worden ontwikkeld, en dat kinderen worden voorbereid op de uitdagingen van de digitale omgeving wanneer deze vaardigheden al in het basisonderwijs worden aangeleerd, op een manier die past bij de leeftijd en het ontwikkelingsniveau van het kind; overwegende dat deze vaardigheden evengoed gedurende het hele leven van een individu essentieel blijven, in het kader van een leven lang leren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat wanneer minderjarigen prematuur in aanraking komen met digitale tools of technologieën, voordat via analoge weg de basisvaardigheden op het vlak van mediawijsheid en kritisch denken zijn ontwikkeld, zij worden blootgesteld aan een groot aantal digitale risico’s en schadelijke effecten van het internet die zij mogelijk nog niet bij machte zijn te herkennen of ermee om te gaan;</P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat alle bevolkingsgroepen, maar met name minderjarigen, jongeren, ouderen, personen met een handicap en mensen in landelijke of afgelegen gebieden met een beperktere digitale infrastructuur een groter risico lopen om in de digitale omgeving te worden uitgebuit; overwegende dat burgers van alle leeftijden, maar met name minderjarigen wier cognitieve vermogens nog in ontwikkeling zijn, kwetsbaar zijn voor risico’s in verband met door AI gegenereerde inhoud en chatbots;</P></CONS><CONS><P><NO.P>P.</NO.P>overwegende dat door beleidsmakers op zowel nationaal als EU-niveau is gesproken over het invoeren van een minimumleeftijd ter bescherming van minderjarigen die gebruikmaken van onlineplatforms, met inbegrip van discussies over een minimumleeftijd, leeftijdsverificatie en ouderlijk toezicht;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Q.</NO.P>overwegende dat de Commissie in maart 2026 een speciaal panel van deskundigen inzake de onlineveiligheid van kinderen heeft opgericht, dat de opdracht heeft aanbevelingen te ontwikkelen voor de bescherming en weerbaarheid van kinderen in de digitale omgeving; overwegende dat het panel ook aandacht besteedt aan het belang van mediawijsheid en digitaal leren voor kinderen, ouders en onderwijsactoren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>R.</NO.P>overwegende dat de audiovisuele en mediawetgeving van de EU een definitie bevat en het belang van mediageletterdheid erkent, met name in artikel 2, punt 21), van de Europese verordening mediavrijheid en de verplichtingen inzake mediageletterdheid uit hoofde van de richtlijn audiovisuele mediadiensten; overwegende dat uit hoofde van artikel 13 van de verordening mediavrijheid de Europese Raad voor mediadiensten is belast met de uitwisseling van beste praktijken op het gebied van mediageletterdheid;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Kernelementen van de nieuwe aanpak voor mediawijsheid en digitaal leren</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>benadrukt dat een toekomstgerichte benadering van mediawijsheid en digitaal leren tot doel moet hebben om mensen van alle leeftijden basisvaardigheden bij te brengen die hen in staat stellen om optimaal de vruchten te plukken van de digitale omgeving, hun creatieve vaardigheden te stimuleren, te profiteren van informatie uit verschillende bronnen en de risico’s te vermijden die gepaard gaan met het gebruik van onlineplatforms en hoe deze zijn ontworpen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>benadrukt dat mediawijsheid ertoe bijdraagt dat mensen kritisch leren denken, hetgeen geïnformeerde en autonome besluitvorming in democratische processen bevordert en ertoe kan leiden dat er vanuit de maatschappij meer verantwoordelijkheid wordt genomen om desinformatie, polarisatie en buitenlandse informatiemanipulatie en inmenging tegen te gaan, met name in de context van verkiezingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>benadrukt dat mediawijsheid en digitaal leren aan bod moeten komen in bredere EU-initiatieven die de bescherming van democratische processen als doelstelling hebben, onder meer in het kader van het Europees schild voor de democratie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>erkent dat educatieve benaderingen van mediawijsheid en digitaal leren innovatief moeten zijn, gericht moeten zijn op alle bevolkingsgroepen en afgestemd moeten worden op de behoeften van gebruikers, met name kwetsbare gebruikers die zich als gevolg van geografische, sociale, culturele en economische factoren in een nadelige positie bevinden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>erkent de waarde van peer-to-peeronderwijs onder leiding van de centra voor een veiliger internet en maatschappelijke organisaties, als een effectief instrument om kinderen en adolescenten te bereiken met informatie over veilig internetgebruik, in aanvulling op het formele onderwijs;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>wijst op de cruciale rol van mediawijsheid en digitaal leren om gebruikers de vaardigheden te geven waarmee zij zich veilig in de digitale omgeving kunnen begeven, onder meer waar het gaat om het bestrijden van cyberpesten en andere vormen van online onrecht; wijst er met name op dat het aanbieden van vaardighedentraining op het gebied van mediawijsheid en digitaal leren gedurende de hele onderwijscarrière, alsook in de vorm van activiteiten in het kader van een leven lang leren, essentieel is voor het ontwikkelen en verbeteren van kritisch denken, het zelfbewustzijn en verantwoordelijk gedrag online;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>benadrukt dat beleid inzake mediawijsheid onder de aandacht moet brengen hoe digitale omgevingen en platformontwerp van invloed zijn op de manier waarop informatie wordt geraadpleegd, onder meer door mensen te helpen begrijpen hoe algoritmen werken en verslavend ontwerp en emotionele manipulatie te herkennen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>wijst op de toenemende invloed van digitale omgevingen op de geestelijke gezondheid en het welzijn van gebruikers; verzoekt de Commissie en de lidstaten om de ontwikkeling van digitale empathie, verantwoord onlinegedrag en inzicht in de impact van de digitale omgeving op de geestelijke gezondheid en het welzijn op te nemen in programma’s voor mediawijsheid en digitaal leren, aangezien dit belangrijke aspecten zijn met het oog op de preventie van cyberpesten en de bevordering van digitaal welzijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>benadrukt dat het belangrijk is om alle beschikbare relevante regelgevingsinstrumenten te gebruiken en de samenwerking tussen alle betrokken actoren te bevorderen waar dat nodig is om tot een EU-aanpak van mediawijsheid en digitaal leren te komen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>benadrukt hoe belangrijk het is dat publieke en private belanghebbenden meer gaan samenwerken om mediawijsheid in de hele EU te bevorderen; benadrukt de belangrijke rol van maatschappelijke organisaties, gemeenschapsinitiatieven, vrijwilligers en culturele actoren bij het opbouwen van vertrouwen, waardoor de dialoog in het publieke debat wordt bevorderd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>is ingenomen met het werk van de deskundigengroep mediawijsheid en het Europees Waarnemingscentrum voor digitale media (EDMO), en met het belangrijke werk dat zij doen om beleidsmakers, onderzoekers en praktijkmensen samen te brengen om een multidisciplinaire gemeenschap van deskundigen op te bouwen, beste praktijken uit te wisselen en zaken onder de aandacht te brengen; pleit ervoor hun activiteiten op het gebied van mediawijsheid uit te breiden om de samenwerking tussen de lidstaten te ondersteunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>acht het van groot belang dat mediawijsheid en digitaal leren in het hele proces van formeel onderwijs als onderdeel van schoolcurricula worden ingevoerd, en dat er een empirisch onderbouwde, holistische aanpak voor het gebruik van digitale technologieën op scholen wordt ontwikkeld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>benadrukt dat het belangrijk is mediawijsheid en digitaal leren ook buiten het formele onderwijs en op de werkplek te bevorderen en in het kader van een maatschappijbrede aanpak te zorgen voor een leven lang leren, en daarbij regeringen, onderwijsinstellingen, het maatschappelijk middenveld, mediaorganisaties, technologieplatforms en gezinnen te betrekken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>verzoekt de Commissie om in samenwerking met de lidstaten een gestructureerd monitoring- en evaluatiekader vast te stellen voor nationale initiatieven op het gebied van mediawijsheid, inclusief meetbare indicatoren voor het in kaart brengen van kennis, gedragsresultaten, de ontwikkeling van kritisch denken en weerbaarheid tegen desinformatie, ook door middel van longitudinale studies en de evaluatie van leeftijdsgeschikte benaderingen en programma’s ter ondersteuning van ouders;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Mediawijsheid en digitaal leren: de pijlers van het moderne media-ecosysteem versterken</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>roept de EU-instellingen en de lidstaten op om samen te werken aan het opstellen van een gecoördineerde EU-aanpak voor mediawijsheid en digitaal leren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>verzoekt de Commissie een heldere, gemeenschappelijke EU-aanpak te overwegen en hiertoe in voorkomend geval een voorstel te doen, gericht op het beperken van de toegang tot onlineplatforms voor bepaalde leeftijden, en met name socialemediaplatforms, en die aanpak te baseren op de bescherming van het welzijn van kinderen, een onderkenning van de cognitieve en emotionele ontwikkelingsbehoeften van minderjarigen en de noodzaak om een veilige en bij de leeftijd passende digitale omgeving te waarborgen, met volledige eerbiediging van de grondrechten en van verschillen tussen nationale benaderingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>verzoekt de Commissie de relevante bepalingen van de richtlijn audiovisuele mediadiensten te evalueren, de handhaving ervan te waarborgen en gerichte wijzigingen voor te stellen om de beschermingsniveaus voor gebruikers op videoplatforms, met name minderjarigen, verder te verhogen, de regels inzake media-inhoud uit te breiden tot influencers en contentcreators, en ervoor te zorgen dat door AI gegenereerde, door AI gemanipuleerde en commercieel gesponsorde inhoud als zodanig wordt gemarkeerd, zonder uitsluitend te vertrouwen op labels of geautomatiseerde indicatoren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>pleit voor de ontwikkeling en bevordering van gedragscodes en duidelijke richtsnoeren voor influencers en contentcreators zodat zij de beginselen van mediawijsheid en digitaal leren in hun content kunnen meenemen, gezien de belangrijke rol die zij hebben in het beïnvloeden van informatieconsumptiepatronen, vooral onder jongeren; moedigt onlineplatforms aan om content die mediawijsheid, kritisch denken en onlineveiligheid actief bevordert, zichtbaarder te maken, onder meer via aanbevelingssystemen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>verzoekt de lidstaten om doeltreffend toezicht te houden en ervoor te zorgen dat videoplatforms voldoen aan hun verplichting om effectieve maatregelen en tools inzake mediawijsheid aan te bieden en gebruikers attent te maken op die maatregelen en tools, zoals vereist door artikel 28 ter, lid 3, van de richtlijn audiovisuele mediadiensten; verzoekt de nationale regelgevende instanties en organen om het samenwerkingsmechanisme dat is ingesteld bij artikel 15 van de Europese verordening mediavrijheid te gebruiken om ervoor te zorgen dat deze verplichting overal in de EU doeltreffend wordt gehandhaafd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>herinnert eraan dat de lidstaten krachtens artikel 33 bis van de richtlijn audiovisuele mediadiensten verplicht zijn maatregelen te nemen met het oog op de ontwikkeling van vaardigheden omtrent mediageletterdheid, en bij de Commissie verslag moeten uitbrengen over de uitvoering van die maatregelen; moedigt de nationale regulerende instanties voor de media aan om bij de ontwikkeling van die maatregelen vertegenwoordigers van alle bevolkingsgroepen te raadplegen, en om bij de toepassing van die maatregelen te kiezen voor een aanpak op maat zodat tegemoet wordt gekomen aan de behoeften van alle leeftijdsgroepen; verzoekt de lidstaten ervoor te zorgen dat die instanties beschikken over stabiele en specifieke financiering om maatregelen inzake mediawijsheid te bevorderen en uit te voeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>dringt er bij zeer grote onlineplatforms op aan om redelijke, evenredige en doeltreffende maatregelen te nemen ter beperking van systemische risico’s die voortvloeien uit de uitbuiting van gebruikers met onvoldoende mediawijsheid en digitale vaardigheden, met name minderjarigen, zoals vereist door de digitaledienstenverordening; verzoekt zeer grote onlineplatforms effectbeoordelingen omtrent mediawijsheid en digitaal leren uit te voeren, om proactief vast te stellen welke effecten het ontwerp van hun diensten kan hebben op het vermogen van gebruikers om inhoud te raadplegen, te creëren en ermee te interageren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>benadrukt dat bij dergelijke effectbeoordelingen ook rekening moet worden gehouden met de gevolgen voor het welzijn en de cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling en de geestelijke gezondheid van gebruikers, alsook met de risico’s die verbonden zijn aan ontwerpfeatures waarbij de gebruikersinteractie centraal staat of die mogelijk verslavend kunnen zijn; dringt erop aan dat dergelijke beoordelingen transparant en onafhankelijk zijn en openbaar worden gemaakt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat de toezeggingen op het gebied van mediawijsheid daadwerkelijk worden uitgevoerd volgens de gedragscode inzake desinformatie van de digitaledienstenverordening;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>verzoekt de Commissie om mediawijsheid en digitaal leren op te nemen in haar herziening van de bij de digitaledienstenverordening horende richtsnoeren inzake maatregelen om een hoog niveau van onlineprivacy en -veiligheid voor minderjarigen te waarborgen, met name waar het gaat om maatregelen ter bevordering van mediawijsheid en digitaal leren die onlineplatforms zouden kunnen nemen om minderjarigen een bij hun leeftijd passende online-ervaring te bieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>verzoekt de Europese Raad voor mediadiensten om de gestructureerde dialoog zoals uiteengezet in artikel 19 van de Europese verordening mediavrijheid te gebruiken om de acties van zeer grote onlineplatforms met betrekking tot mediawijsheid te monitoren en de dialoog tussen aanbieders van mediadiensten over het bevorderen van mediawijsheid en digitaal leren en de zichtbaarheid online van serieuze media te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>benadrukt dat beleid inzake mediawijsheid de vrijheid van meningsuiting en de mediapluriformiteit volledig moet eerbiedigen, en de positie van gebruikers moet versterken zonder de toegang tot een verscheidenheid aan informatiebronnen te beperken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>benadrukt dat mediawijsheid niet alleen afhangt van het vermogen van gebruikers om informatie kritisch te beoordelen, maar ook van het bestaan van sterke, onafhankelijke en kwalitatief hoogstaande journalistiek die burgers voorziet van betrouwbare, geverifieerde en pluriforme informatie; verzoekt de Commissie meer steun te verlenen aan traditionele media op Europees, nationaal, regionaal en lokaal niveau, gezien hun essentiële rol bij het informeren van burgers, onder meer door te bevorderen dat journalisten een eerlijke vergoeding ontvangen voor de inhoud die zij produceren en door te zorgen voor duurzame financiering, met name via programma’s zoals het toekomstige AgoraEU-programma;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>verzoekt de Commissie om binnen het programma voor mediaveerkracht prioriteit te geven aan acties op het gebied van mediawijsheid, en ervoor te zorgen dat met deze acties alle leeftijdscategorieën (jongeren, volwassenen, ouderen) worden bereikt in steden, op het platteland en in afgelegen gebieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>verzoekt de lidstaten in hun nationale maatregelen omtrent mediawijsheid specifieke strategieën op te nemen voor het bereiken van sociaal-economisch achtergestelde groepen, personen met een handicap, mensen die in afgelegen gebieden wonen en mensen die digitaal minder vaardig zijn, om te voorkomen dat een achterstand op het gebied van mediawijsheid en digitaal leren bredere ongelijkheden verergert;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>benadrukt dat het noodzakelijk is stabiele EU-financiering op lange termijn voor mediawijsheid en digitaal leren te waarborgen; verzoekt de Commissie in het kader van relevante EU-programma’s zoals het toekomstige AgoraEU prioriteit te geven aan initiatieven op het gebied van mediawijsheid, met bijzondere aandacht voor kritisch denken, weerbaarheid tegen desinformatie en mediapluralisme;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>verzoekt de deskundigengroep mediawijsheid van de Commissie, de Europese Raad voor mediadiensten en de Europese Raad voor digitale diensten om nauw samen te werken op het gebied van mediawijsheid en digitaal leren, en om verdere richtsnoeren uit te vaardigen met praktische maatregelen die op nationaal niveau kunnen worden genomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>verzoekt de Commissie om de Europese week van de mediawijsheid aan te grijpen als een jaarlijks terugkerend evenement om voorbeelden van beste praktijken onder de aandacht te brengen en een inclusief forum te bieden voor debat en capaciteitsopbouw, en om een breed scala aan belanghebbenden en instellingen, waaronder de Europese liaisonbureaus in de lidstaten (EPLO’s) en internationale organisaties, aan te sporen om actief deel te nemen aan het bevorderen van mediawijsheid en digitaal leren en ervoor te zorgen dat dergelijke evenementen een diversiteit aan zienswijzen vertegenwoordigen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Mediawijsheid en digitaal leren: een holistisch en toekomstgericht onderwijsstelsel bevorderen </STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>verzoekt de Commissie mediawijsheid en digitaal onderwijs te erkennen als basiscompetenties voor alle burgers; verzoekt de lidstaten om mediawijsheid en digitaal leren op te nemen in hun onderwijscurricula en daarbij rekening te houden met de verschillende leeftijdsgroepen; benadrukt dat analoge tools kunnen worden gebruikt om mediawijsheid te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>verzoekt de Commissie bijzondere aandacht te besteden aan mediawijsheid in de routekaart 2030 voor de toekomst van digitaal onderwijs en digitale vaardigheden, alsook aan het verbeteren van digitale competenties, het voorkomen van cyberpesten en het bevorderen van digitaal welzijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>verzoekt de Commissie om in samenwerking met de lidstaten een Europese gids en ander educatief materiaal over mediawijsheid te verstrekken dat is afgestemd op alle leeftijdsgroepen en onderwijsniveaus, en regelmatig workshops te organiseren over kritisch denken, het verifiëren van informatiebronnen, mediapluriformiteit, verantwoorde mediaparticipatie en de rol van factcheckorganisaties, journalistieke zelfregulerende organen en gemeenschapsmedia, alsook richtsnoeren voor ouders en verzorgers over leeftijdsgeschikt mediagebruik, onlinerisico’s en AI-tools;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>moedigt de lidstaten aan om bij de ontwikkeling en evaluatie van initiatieven op het gebied van mediageletterdheid en digitaal leren onderwijsactoren, onderzoekers, academici, maatschappelijke organisaties, ouders, verzorgers en jongerenorganisaties te raadplegen en met hen samen te werken, om ervoor te zorgen dat die initiatieven aansluiten bij de behoeften van de doelgroep en onderwijsactoren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>verzoekt de lidstaten en de Commissie te waarborgen dat bij de inzet van digitale leermiddelen in het onderwijs geen sprake is van ongepaste commerciële beïnvloeding; benadrukt dat samenwerking met actoren uit de particuliere sector transparant, onderwijsgestuurd en in het algemeen belang moet zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>verzoekt de lidstaten programma’s voor mediawijsheid en digitaal leren te versterken die gebruikers helpen onderscheid te maken tussen redactionele, commerciële en synthetische inhoud en overtuigingstechnieken te herkennen; benadrukt dat AI-geletterdheid onderdeel moet zijn van deze programma’s om gebruikers te helpen door AI gegenereerde inhoud en de daarmee samenhangende risico’s van manipulatie en misinformatie te herkennen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>verzoekt de Commissie dringend om, in nauwe samenwerking met de lidstaten, uitgebreid onderzoek te doen naar de effecten van digitale apparaten en diensten zoals AI-tools in onderwijsomgevingen op de leerresultaten, de cognitieve ontwikkeling, het welzijn, de geestelijke gezondheid en de aandachtsspanne, met het oog op een verantwoord gebruik ervan in scholen; dringt er bij de Commissie op aan om waar nodig beleid voor te stellen dat gerichte beperkingen of verboden eventueel mogelijk maakt, met name in voor- en vroegschoolse educatie, om ervoor te zorgen dat digitale technologieën in het onderwijs op strikt pedagogisch verantwoorde wijze worden gebruikt, op de leeftijd zijn afgestemd, evenredig zijn en op onafhankelijk wetenschappelijk bewijs gestoeld zijn, zodat dergelijke tools het leerproces ondersteunen en niet vervangen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>moedigt de lidstaten aan te zorgen voor voortdurende training op het vlak van media en digitaal onderwijs voor zowel onderwijsactoren — zij het in een formele, niet-formele of informele onderwijscontext — als bibliothecarissen, en ervoor te zorgen dat daar toereikende financiering voor is; verzoekt de Commissie mediawijsheidstrainingen te bevorderen via de centra voor een veiliger internet, het platform “Better Internet for Kids” en relevante EU-platforms;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>verzoekt de Commissie en de relevante nationale regelgevende instanties of organen om educatieve en voorlichtingscampagnes inzake mediawijsheid en digitaal leren op te zetten om mensen bewust te maken van het effect van digitale omgevingen op onlinegedrag, en inzake de tools voor ouderlijk toezicht die beschikbaar zijn, de bestaande wettelijke verplichtingen van onlineplatforms en de beschikbare ondersteuningsmechanismen, waaronder organisaties voor toegankelijke geestelijke gezondheidszorg;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten om voor alle burgers een leven lang leren op het vlak van mediawijsheid en digitaal leren te bevorderen, met volwassenen, ouderen en kwetsbare bevolkingsgroepen als doelgroep;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>erkent de rol van openbare bibliotheken, buurthuizen en maatschappelijke organisaties als vertrouwde, toegankelijke en inclusieve knooppunten voor mediawijsheid en digitaal leren die bijdragen aan sociale inclusie, democratische participatie en gelijke toegang tot kennis, cultuur en informatie; verzoekt de lidstaten partnerschappen en investeringen in deze essentiële lokale infrastructuren te versterken aan de hand van toereikende financiering, training voor het personeel en toegang tot moderne digitale tools en hulpbronnen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten om, in samenwerking met actoren die voor het algemeen belang opkomen en relevante belanghebbenden, steun te geven aan de ontwikkeling van veerkrachtige en betrouwbare digitale ecosystemen die de digitale weerbaarheid van Europa, de pluriformiteit van de media en de toegang van burgers tot nauwkeurige en betrouwbare informatie versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>verzoekt de lidstaten en regionale en lokale overheden om mediawijsheid en digitaal onderwijs in stedelijke omgevingen op innovatieve en creatieve wijze te bevorderen, zowel fysiek als digitaal, teneinde democratische participatie en maatschappelijke betrokkenheid te stimuleren; benadrukt dat steden een cruciale rol spelen bij het waarborgen van de veiligheid en beveiliging van openbare ruimten, die steeds sterker worden beïnvloed door de informatieomgeving;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>