<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0250</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Tenuitvoerlegging en verwezenlijking van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen met het oog op het politiek forum op hoog niveau in 2026</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0187/2026 - Rapporteurs: Lukas Mandl, Pierfrancesco Maran)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 7 juli 2026 inzake de tenuitvoerlegging en verwezenlijking van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen met het oog op het politiek forum op hoog niveau 2026 (2025/2248(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 3, lid 5, van het Verdrag betreffende de Europese Unie en artikel 208, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gemeenschappelijke verklaring van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, het Europees Parlement en de Commissie van 7 juni 2017, getiteld “De nieuwe Europese consensus inzake ontwikkeling – Onze wereld, onze waardigheid, onze toekomst”<FOOTNOTE><FIELD> PB C 210 van 30.6.2017, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Besluit (EU) 2022/591 van het Europees Parlement en de Raad van 6 april 2022 betreffende een algemeen milieuactieprogramma voor de Europese Unie voor de periode tot en met 2030<FOOTNOTE><FIELD> PB L 114 van 12.4.2022, blz. 22, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2022/591/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de eerste vrijwillige evaluatie van de EU van de tenuitvoerlegging van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s), die op 19 juli 2023 aan de VN is gepresenteerd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het op 4 juni 2025 gepubliceerde verslag van Eurostat getiteld “Sustainable development in the European Union – Monitoring report on progress towards the SDGs in an EU context – 2025 edition”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien VN-resolutie 70/1 getiteld “Transforming our world: the 2030 Agenda for Sustainable Development” (de Agenda 2030), die op 25 september 2015 op de VN-top inzake duurzame ontwikkeling in New York werd aangenomen en waarin de SDG’s werden vastgesteld,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het VN-Verdrag inzake biologische diversiteit en het mondiaal biodiversiteitskader van Kunming-Montreal dat in december 2022 tijdens de 15e vergadering van de Conferentie van de Partijen bij het Verdrag inzake biologische diversiteit is overeengekomen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het kader van Sendai voor rampenrisicovermindering 2015‑2030, dat tijdens de derde Wereldconferentie van de VN over rampenrisicovermindering op 18 maart 2015 door de lidstaten van de VN werd aangenomen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 12 mei 2021 getiteld “Route naar een gezonde planeet voor iedereen – EU-actieplan: Verontreiniging van lucht, water en bodem naar nul” (COM(2021)0400) en de bijlagen daarbij,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Raamverdrag van de VN inzake klimaatverandering (UNFCCC) en de Overeenkomst van Parijs die op 12 december 2015 op de 21e Conferentie van de Partijen bij het UNFCCC (COP21) in Parijs werd aangenomen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Sustainable Development Goals Report 2025 van de VN,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de SDG-top 2023, die plaatsvond in september 2023 tijdens de week op hoog niveau in het kader van de Algemene Vergadering van de VN,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Top van de Toekomst die op 22 en 23 september 2024 plaatsvond in New York en het resultaat daarvan, het Pact voor de Toekomst, dat de verbintenis inhoudt om 56 acties uit te voeren om duurzame ontwikkeling te versnellen en te financieren, en de twee bijlagen bij het Pact voor de Toekomst, namelijk het mondiaal digitaal pact en de verklaring over toekomstige generaties,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de vierde Internationale Conferentie inzake ontwikkelingsfinanciering, die van 30 juni tot en met 3 juli 2025 plaatsvond in Sevilla (Spanje),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de COP29-verklaring over water voor klimaatactie, die op 20 november 2024 tijdens de 29e Conferentie van de Partijen bij het UNFCCC in Bakoe (Azerbeidzjan) is aangenomen en door de EU is onderschreven,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het One Health Initiative van de Wereldgezondheidsorganisatie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het in januari 2026 gepubliceerde verslag van het Universitair Instituut voor water, milieu en gezondheid van de VN getiteld “Global Water Bankruptcy: Living Beyond Our Hydrological Means in the Post-Crisis Era”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 4 juni 2025 getiteld “Europese strategie voor waterweerbaarheid” (COM(2025)0280),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resoluties van 5 oktober 2022 over toegang tot water als mensenrecht – de externe dimensie<FOOTNOTE><FIELD> PB C 132 van 14.4.2023, blz. 54.</FIELD></FOOTNOTE> en van 7 mei 2025 over de Europese strategie voor waterweerbaarheid<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2026/576, 24.2.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/576/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resoluties van 15 juni 2023 over de tenuitvoerlegging en verwezenlijking van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2024/493, 23.1.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/493/oj</FIELD></FOOTNOTE> en van 9 juli 2025 over de tenuitvoerlegging en verwezenlijking van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen met het oog op het politiek forum op hoog niveau 2025<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2026/1441, 31.3.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/1441/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Resolutie 64/292 van de Algemene Vergadering van de VN van 28 juli 2010 over het mensenrecht op water en sanitaire voorzieningen, Resolutie 68/157 van de Algemene Vergadering van de VN van 18 december 2013 over het mensenrecht op veilig drinkwater en sanitaire voorzieningen en Resolutie 45/8 van de Mensenrechtenraad van de VN van 6 oktober 2020 over het mensenrecht op veilig drinkwater en sanitaire voorzieningen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 55 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gezamenlijke beraadslagingen van de Commissie ontwikkelingssamenwerking en de Commissie milieubeheer, klimaat en voedselveiligheid overeenkomstig artikel 59 van het Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie ontwikkelingssamenwerking en de Commissie milieubeheer, klimaat en voedselveiligheid (A10‑0187/2026),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de Agenda 2030 en de daarin opgenomen 17 SDG’s het enige wereldwijd gedeelde en politiek overeengekomen kader vormen voor empirisch onderbouwde beleidsvorming om gemeenschappelijke uitdagingen aan te pakken, de wereld op een andere koers te zetten, namelijk in de richting van sociale, economische en ecologische duurzaamheid, en vrede en welvaart voor alle mensen te waarborgen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de SDG’s de afgelopen tien jaar de levens van vele miljoenen hebben verbeterd, dat meer dan 100 miljoen kinderen en jongeren toegang tot onderwijs hebben gekregen, dat honderden miljoenen mensen toegang tot veilig drinkwater, sanitaire voorzieningen en elektriciteit hebben gekregen en dat 92 % van de wereldbevolking thans toegang tot elektriciteit heeft;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat er op bepaalde gebieden weliswaar aanzienlijke vooruitgang is geboekt, maar dat de verwezenlijking bij slechts 35 % van de SDG’s op schema ligt of matige vooruitgang vertoont, terwijl bij bijna de helft van de SDG’s sprake is van te trage of slechts marginale vooruitgang en bij bijna 18 % van achteruitgang;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat het huidige geopolitieke klimaat en tal van crises, waaronder gewapende conflicten, economische druk en internationale instabiliteit, de energiecrisis, toenemende waterschaarste en vaker voorkomende droogten, de drievoudige planetaire crisis van klimaatverandering, biodiversiteitsverlies en verontreiniging, toenemende ongelijkheid, achteruitgang van de democratie, groeiende antigender- en antirechtenbewegingen en de krimpende ruimte voor het maatschappelijk middenveld de vooruitgang bij het verwezenlijken van de SDG’s ernstig belemmeren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat, afgezien van het tekort aan financiering voor de SDG’s, de toenemende ongelijkheid binnen en tussen landen de belangrijkste structurele belemmering vormt voor de verwezenlijking van de SDG’s; overwegende dat de huidige wereldwijde consumptieniveaus overeenkomen met de hulpbronnen van 1,8 planeten per jaar, en de huidige consumptieniveaus in de EU met die van drie planeten per jaar;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat de EU en haar lidstaten een belangrijke rol moeten blijven spelen bij het bevorderen van duurzame ontwikkeling en op de VN gebaseerd multilateralisme;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat het politiek forum op hoog niveau 2026 de SDG’s 6, 7, 9, 11 en 17 grondig zal evalueren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat toegang tot veilig en schoon drinkwater en veilige en schone sanitaire voorzieningen een mensenrecht is, zoals is erkend in resolutie 64/292 van de Algemene Vergadering van de VN; overwegende dat ongeveer 2,2 miljard mensen, waaronder 600 miljoen kinderen, nog steeds geen toegang hebben tot veilig beheerd drinkwater, dat 3,5 miljoen mensen, waaronder 1,1 miljard kinderen, niet over veilig beheerde sanitaire voorzieningen beschikken en dat ongeveer 4 miljard mensen gedurende minstens één maand per jaar te maken hebben met ernstige waterschaarste; overwegende dat bijna driekwart van de wereldbevolking woont in landen die geboekstaafd staan als wateronzeker of ernstig wateronzeker; overwegende dat de economische verliezen als gevolg van waterschaarste in de EU jaarlijks oplopen tot 9 miljard EUR per jaar en jaarlijks 30 % van de Europeanen en 20 % van het landoppervlak treffen<FOOTNOTE><FIELD> Verslag 07/2024 van het Europees Milieuagentschap van 15 oktober 2024, getiteld “Europe’s state of water 2024: the need for improved water resilience”.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat de klimaatverandering een grote bedreiging vormt voor watervoorraden en aquatische ecosystemen; overwegende dat de wereldwijde vraag naar water in 2030 de beschikbare hulpbronnen met 40 % zal overstijgen en dat de wereld bij het huidige tempo van de vraag en volgens recente ramingen pas in 2049 een duurzaam waterbeheer zal realiseren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat vrouwen en meisjes de hoofdverantwoordelijkheid dragen voor diensten op het gebied van water, sanitaire voorzieningen en hygiëne (WASH) en voor energiebeheer in het huishouden; overwegende dat vrouwen en meisjes onevenredig zwaar worden getroffen door waterschaarste als gevolg van genderspecifieke gezondheidsbehoeften, sociale factoren en het feit dat zij de hoofdverantwoordelijkheid dragen voor het halen en beheren van water; overwegende dat vrouwen en meisjes te maken hebben met grotere gezondheidsrisico’s, verlies van onderwijskansen en hogere blootstelling aan gendergerelateerd geweld, vooral in conflictgebieden en tijdens humanitaire crises;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat investeringen in genderbewust WASH- en energiebeleid het risico op gendergerelateerd geweld verminderen, de kinder- en moedersterfte verlagen, de toegang van meisjes tot onderwijs vergroten en de kwaliteit van het onderwijs dat zij krijgen verbeteren, de economische participatie en het levensonderhoud van vrouwen verbeteren, de transitie naar duurzame energie versnellen en veerkrachtige gemeenschappen tot stand helpen brengen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat dagelijks ruim duizend kinderen jonger dan vijf jaar overlijden aan de gevolgen van ziekten die verband houden met onveilige WASH-voorzieningen, zoals diarree; overwegende dat het ontbreken van passende WASH-voorzieningen voor miljoenen mensen met een handicap aanzienlijke belemmeringen vormt omdat ontoegankelijke infrastructuur en stigmatisering hun gezondheid, veiligheid en waardigheid schaden; overwegende dat het huidige tempo van de vooruitgang moet worden verdubbeld om de doelstellingen inzake universele toegang tot WASH-voorzieningen op scholen uiterlijk in 2030 te halen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat water- en energie-infrastructuur wordt beschermd op grond van het internationaal humanitair recht; overwegende dat toegang tot water essentieel is voor doeleinden als ecosysteembeheer, landbouw en energie; overwegende dat er een toenemende tendens is om water in te zetten als oorlogsmiddel, waarbij de conflictpartijen per ongeluk of opzettelijk watersystemen vernielen, watervoorraden verontreinigen en de stroomvoorziening uitschakelen, met ernstige gevolgen voor de burgerbevolking; overwegende dat het herstel van WASH-voorzieningen in conflictsituaties van essentieel belang blijft en als brug naar vrede kan fungeren; overwegende dat de mijnbouw en de industriële landbouw zorgvuldig moeten worden beheerd om zowel de beschikbaarheid als de kwaliteit van de watervoorraden te beschermen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat Europa wereldwijd toonaangevend is op het gebied van watertechnologie en dat EU-lidstaten 40 % van alle internationale octrooien op het gebied van watergerelateerde technologieën voor hun rekening nemen; overwegende dat gezonde ecosystemen het mogelijk maken de waterkwaliteit te verbeteren en tegelijk de klimaatbestendigheid te vergroten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat artikel 208 van het VWEU bepaalt dat het hoofddoel van het beleid van de Unie op het gebied van ontwikkelingssamenwerking erin bestaat de armoede terug te dringen en uiteindelijk uit te bannen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>P.</NO.P>overwegende dat personen met een handicap een groter risico op armoede lopen als gevolg van beperkte kansen op de arbeidsmarkt en in het onderwijs, lagere lonen en hogere kosten van levensonderhoud; overwegende dat in het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap het belang wordt benadrukt van internationale ontwikkelingssamenwerking bij het wegnemen van bouwkundige en communicatiebarrières, ook in steden, als essentieel element ter bevordering van hun professionele en sociale inclusie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Q.</NO.P>overwegende dat investeren in kinderen en jongeren van groot belang is voor sociaal-economische ontwikkeling, stabiliteit en armoedebestrijding op de lange termijn; overwegende dat kinderen een aanzienlijk deel van de bevolking in ontwikkelingslanden uitmaken en bijzonder kwetsbaar zijn voor de gevolgen van armoede, conflicten en beperkte toegang tot basisinfrastructuur en ‑voorzieningen; overwegende dat bij maatregelen in verband met de SDG’s, onder meer op gebieden als toegang tot water, energie en infrastructuur, meer rekening moet worden gehouden met de werkelijke behoeften van kinderen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>R.</NO.P>overwegende dat wereldwijd ongeveer 1,18 miljard mensen als energiearm worden beschouwd, van wie 685 miljoen mensen geen toegang hebben tot elektriciteit; overwegende dat energiearmoede dienstverlening, economisch herstel en vredesopbouw belemmert; overwegende dat duurzame energie een kans biedt om de veerkracht te vergroten, conflicten te verminderen, ontheemde bevolkingsgroepen te ondersteunen en de afhankelijkheid van volatiele energievoorziening te verminderen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>S.</NO.P>overwegende dat ongeveer 55 % van de wereldbevolking in stedelijke gebieden woont; overwegende dat stedelijke bossen en bomen, mits ze goed worden beheerd, de temperatuur van de lucht met wel 8 °C kunnen verlagen, de kosten van klimaatregeling met wel 40 % kunnen verminderen, overtollig regenwater kunnen helpen afvoeren en de luchtkwaliteit kunnen verbeteren door stof en verontreinigende stoffen te filteren; overwegende dat steden wereldwijd maar liefst ongeveer 70 % van het afval produceren; overwegende dat slechte afvalinzameling en slecht afvalbeheer tot lucht- en waterverontreiniging leiden, zwerfvuil in zee veroorzaken en bijdragen aan klimaatverandering;</P></CONS><CONS><P><NO.P>T.</NO.P>overwegende dat ontoereikende financiering het belangrijkste obstakel vormt voor de verwezenlijking van de SDG’s; overwegende dat er jaarlijks nog steeds 4 biljoen USD aan investeringen in de SDG’s ontbreekt; overwegende dat de hoge schulden van lage- en middeninkomenslanden een belemmering vormen voor de investeringen die nodig zijn om de SDG’s te verwezenlijken; overwegende dat ruim 50 % van de lage-inkomenslanden momenteel in een schuldencrisis verkeert of een hoog risico loopt om in een schuldencrisis terecht te komen; overwegende dat de Global Gateway als strategie voor duurzame investeringen het potentieel heeft om een sleutelrol te spelen bij het boeken van vooruitgang op het gebied van de SDG’s; overwegende dat er ook nadruk moet worden gelegd op efficiënte uitgaven en begrotingsdiscipline;</P></CONS><CONS><P><NO.P>U.</NO.P>overwegende dat de EU andermaal heeft bevestigd zich ondubbelzinnig te zullen inzetten voor de Agenda 2030 en de daarin opgenomen SDG’s; overwegende dat de EU erkent dat zij met veel SDG’s verdere vooruitgang moet boeken; overwegende dat samenwerking tussen de EU en de VN, ook op het niveau van de landen, een essentiële rol speelt als het erom gaat de tenuitvoerlegging van de SDG’s vooruit te helpen, met name in fragiele en complexe situaties; overwegende dat wordt geraamd dat de verwezenlijking van ongeveer 65 % van de streefdoelen afhangt van de inbreng van lokale en regionale overheden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>V.</NO.P>overwegende dat de EU en haar lidstaten wereldwijd de grootste verstrekkers van officiële ontwikkelingshulp (ODA) zijn; overwegende dat de EU en haar lidstaten zich er collectief toe hebben verbonden 0,7 % van het bruto nationaal inkomen (bni) uit te trekken voor ODA, maar hun ODA-toezeggingen hebben verminderd van 0,53 % in 2023 tot 0,47 % in 2024; overwegende dat de EU zich collectief ten doel heeft gesteld 0,2 % van het bni aan ODA aan de minst ontwikkelde landen te verstrekken, maar dat die ODA in 2023 slechts 0,12 % van het bni bedroeg; overwegende dat de minst ontwikkelde landen onevenredig hard worden getroffen door deze historische vermindering van de financiering;</P></CONS><CONS><P><NO.P>W.</NO.P>overwegende dat de regering van de VS op het gebied van internationale ontwikkeling en humanitaire hulp een reeks zeer zorgwekkende en schadelijke beslissingen heeft genomen, in het bijzonder de opschorting van het grootste deel van de financiering voor programma’s in het kader van USAID; overwegende dat deze bezuinigingen inmiddels de toegang tot essentiële diensten op het gebied van gezondheid, voeding en bescherming verstoren en naar verwachting miljoenen mensen in extreme armoede zullen storten en humanitaire crises zullen verergeren; overwegende dat de bezuinigingen volgens recente analyses zouden kunnen bijdragen aan miljoenen vermijdbare sterfgevallen en tot wel 14 miljoen sterfgevallen in 2030, met bijzonder ernstige gevolgen voor vrouwen, kinderen en andere kwetsbare groepen;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Stand van zaken</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>bevestigt nogmaals zijn sterke en onwrikbare engagement om te zorgen voor de volledige en snelle tenuitvoerlegging en verwezenlijking van alle SDG’s; is van mening dat de EU zich ten volle moet blijven inzetten voor de integratie van de SDG’s in alle beleidsmaatregelen en wetgevingsinitiatieven van de EU en voor het waarborgen van beleidscoherentie voor duurzame ontwikkeling, maar erkent tegelijk dat de lidstaten een sleutelrol spelen bij het stimuleren van duurzame ontwikkeling op nationaal, regionaal en lokaal niveau; vraagt de EU het voortouw te blijven nemen bij de tenuitvoerlegging van de SDG’s in de EU en wereldwijd door politieke en financiële steun te verlenen; bevestigt nogmaals dat het volledig achter het Pact voor de Toekomst staat; wenst dat multilaterale instellingen een grotere rol en meer armslag krijgen om de verwezenlijking van de SDG’s te verbeteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>erkent dat er sinds 2015 op EU-niveau en wereldwijd maatregelen zijn genomen om de SDG’s uit te voeren; betreurt dat de wereldgemeenschap, hoewel zij de afgelopen tien jaar veel heeft bereikt, geenszins op schema ligt met de uitvoering van de Agenda 2030; erkent dat de 17 SDG’s onderling verweven zijn en dat voor de verwezenlijking van de Agenda 2030 snellere actie nodig is met betrekking tot alle SDG’s; onderstreept dat de littekeneffecten van escalerende conflicten, geopolitieke spanningen, gezondheids- en humanitaire noodsituaties en de drievoudige planetaire crisis van klimaatverandering, biodiversiteitsverlies en verontreiniging aanzienlijke belemmeringen vormen voor de verwezenlijking van de SDG’s; benadrukt daarom dat er dringend behoefte is aan internationale samenwerking en een systemische transformatie van het uitvoeringskader om de SDG’s te verwezenlijken, rekening houdend met economische beperkingen en de verschillen in ontwikkeling tussen landen; betreurt dat de meeste lidstaten niet de gelegenheid zullen hebben om hun vrijwillige nationale evaluaties van de tenuitvoerlegging van de SDG’s te presenteren tijdens het politiek forum op hoog niveau 2026; moedigt alle lidstaten niettemin aan om vrijwillige nationale evaluaties te verrichten om hun tenuitvoerlegging van de SDG’s te onderbouwen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>vindt het zorgwekkend dat de huidige geopolitieke en veiligheidssituatie, in combinatie met de dringende uitdaging om klimaatneutraliteit te bereiken, verdere moeilijkheden creëert voor de samenleving en voor de verwezenlijking van de SDG’s; is van mening dat stabiliteit, veiligheid, conflictpreventie en economische veerkracht en klimaatbestendigheid, met name in kwetsbare contexten, nodig zullen zijn voor de verwezenlijking van de SDG’s, onder meer met betrekking tot menselijke ontwikkeling en gelijkheid, en niet los van geopolitiek, energiezekerheid en voedsel- en waterzekerheid kunnen worden bewerkstelligd; benadrukt dat alle actoren dringend meer inspanningen moeten leveren en wijst op de onmisbare rol van multilateralisme, de verdediging en versterking van een democratisch en op regels gebaseerd multilateraal systeem onder auspiciën van de VN, en aanhoudende investeringen in het aanpakken van de problemen die ten grondslag liggen aan de SDG’s;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>onderstreept dat de inzet van de EU voor de wereldwijde en Europese tenuitvoerlegging van de SDG’s en de Agenda 2030 doorslaggevend blijft en een duidelijk signaal moet afgeven aan partners overal ter wereld; herinnert aan de toezegging van de EU om de grenzen van onze planeet te respecteren en uiterlijk in 2050 klimaatneutraliteit te bereiken, en dringt in dit verband aan op een efficiënter gebruik van hulpbronnen; verzoekt de EU en haar lidstaten hun leidende rol te versterken door wereldwijde allianties aan te gaan en hun samenwerking met partnerlanden op constructieve wijze te versterken teneinde de SDG’s te verwezenlijken en te zorgen voor toereikende en duurzame financiering voor de verwezenlijking van de SDG’s door de enorme financieringskloof, ook die als gevolg van de opschorting van het grootste deel van de USAID-financiering, te dichten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>wijst erop dat de huidige wereldwijde trend van achteruitgang van de democratie, die wordt gekenmerkt door uitholling van de rechtsstaat, verzwakte instellingen, een krimpende ruimte voor het maatschappelijk middenveld en groeiende antigender- en antirechtenbewegingen, met name wat vrouwenrechten en lhbtqi+-rechten betreft, de vooruitgang van de SDG’s dreigt te vertragen of teniet te doen en de verwezenlijking van de Agenda 2030 op losse schroeven zet;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>benadrukt dat een snellere tenuitvoerlegging van de SDG’s een pragmatische en resultaatgerichte aanpak vereist, waarbij prioriteit wordt gegeven aan wetenschappelijk en empirisch onderbouwde, transformatieve, innovatieve en gecoördineerde oplossingen die meetbare resultaten opleveren, en dat daartoe meer samenhang nodig is op het raakvlak tussen humanitaire hulp, ontwikkeling en vrede; benadrukt dat een doeltreffende tenuitvoerlegging van de SDG’s staat of valt met goed bestuur, de rechtsstaat, maatregelen tegen corruptie en goed beheer van de overheidsfinanciën; wijst nogmaals op het belang van een op mensenrechten gebaseerde aanpak; dringt aan op efficiëntere monitoring, verantwoording en verslaglegging op basis van resultaten over de tenuitvoerlegging van de SDG’s op EU- en mondiaal niveau;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>wijst op de belangrijke rol die de particuliere sector, innovatie en duurzame financiering spelen bij het dichten van de financieringskloof met betrekking tot de SDG’s, en dringt aan op sterkere publiek-private partnerschappen, sterker overheidsbestuur en een beter ondernemingsklimaat in de partnerlanden; benadrukt dat het belangrijk is om lokaal ondernemerschap, kleine en middelgrote ondernemingen, de ontwikkeling van vaardigheden en passende regelgevingskaders te ondersteunen en tegelijk milieu- en sociale normen te handhaven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>benadrukt dat kwetsbare groepen, in het bijzonder kinderen, prioriteit moeten krijgen, vooral in kwetsbare en door conflicten getroffen contexten, en dringt aan op meer en gecoördineerde langetermijninvesteringen in hoogwaardige stelsels voor onderwijs, gezondheidszorg en kinderbescherming, in overeenstemming met de Agenda 2030 en het beginsel dat niemand aan zijn lot mag worden overgelaten, en vraagt dat dergelijke investeringen worden erkend als essentieel voor menselijke ontwikkeling, veerkracht en duurzame stabiliteit op lange termijn;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">SDG 6: Duurzaam beheerd water en sanitatie voor iedereen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>merkt op dat SDG 6 een van de SDG’s met de slechtste resultaten is, dat geen van de streefdoelen ervan is bereikt of op koers ligt om te worden bereikt en dat bij de helft van de streefdoelen sprake is van stagnatie of achteruitgang; herinnert eraan dat toegang tot veilig en schoon drinkwater en sanitaire voorzieningen grondrechten zijn die verband houden met het algemeen belang en openbare en mondiale goederen, en een belangrijke rol spelen bij het verbeteren van de wereldwijde dekking van de gezondheidszorg en de toegang tot onderwijs, het terugdringen van armoede, het bewerkstelligen van voedselzekerheid en het beschermen van ecosystemen; benadrukt voorts dat het van cruciaal belang is om de waterweerbaarheid te versterken gezien de toenemende druk als gevolg van klimaatverandering, droogten, overstromingen en verontreiniging, in een context van toegenomen vraag naar water en concurrerende gebruiksdoeleinden; benadrukt dat toegang tot water en waterweerbaarheid van groot belang zijn voor de verwezenlijking van verscheidene andere SDG’s; herinnert aan het Europees burgerinitiatief “Right2Water” en de resolutie van het Parlement daarover<FOOTNOTE><FIELD> Resolutie van het Europees Parlement van 8 september 2015 over de follow-up van het Europees burgerinitiatief “Right2Water” (PB C 316 van 22.9.2017, blz. 99).</FIELD></FOOTNOTE>, en dringt er dan ook op aan dat de daarin voorgestelde maatregelen worden vastgesteld teneinde SDG 6 te verwezenlijken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>wijst erop dat de Intergouvernementele Werkgroep inzake klimaatverandering WASH-voorzieningen heeft aangemerkt als een van de meest doeltreffende adaptatiemaatregelen voor klimaatschokken op korte termijn en een “low regrets”-adaptatiemaatregel, en onderstreept dat vooruitgang op het gebied van SDG 6 nauw verband houdt met het versterken van efficiënte en veerkrachtige WASH-systemen en ‑sectoren; erkent dat WASH-voorzieningen van essentieel belang zijn voor de waardigheid, de gezondheid – met inbegrip van seksuele en reproductieve gezondheid en rechten – en de gelijkheid van vrouwen en meisjes, en verzoekt de Commissie en de lidstaten genderbewuste WASH-maatregelen te ondersteunen, prioriteit te geven aan maatregelen om de toegang van vrouwen tot seksuele en reproductieve gezondheidsdiensten te waarborgen, en de volledige, gelijke en zinvolle participatie van vrouwen in besluitvorming over WASH-kwesties ondersteunen; benadrukt dat er bij de programmering van WASH moet worden gezorgd voor een aanpak die rekening houdt met mensen met een handicap;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>erkent dat gezonde ecosystemen een centrale rol spelen bij het bewerkstelligen van waterzekerheid; benadrukt dat het herstellen en beschermen van de waterkringloop van groot belang is om weerbaarder te worden tegen overstromingen, droogte en waterschaarste; benadrukt dat het belangrijk is om zoetwaterecosystemen te beschermen en te herstellen, omdat ze essentieel zijn voor waterzekerheid, biodiversiteit, klimaatbestendigheid, de gezondheid van de oceanen en het leveren van ecosysteemdiensten; verzoekt de lidstaten in dit verband alle EU-waterwetgeving volledig ten uitvoer te leggen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>is verontrust over het onomkeerbare verlies van het natuurlijk kapitaal water en over het feit dat veel kritieke watersystemen al arm aan water zijn, wat gevolgen heeft voor de betrouwbare levering van waterdiensten; herinnert eraan dat toegang tot water aan de basis ligt van mondiale stabiliteit en verzoekt de internationale gemeenschap de komende waterconferentie van de VN te benutten om watergerelateerde kwesties hoger op de internationale agenda te plaatsen; onderstreept dat het waterbeleid het duurzame beheer van waterlichamen moet ondersteunen en dat waterefficiëntiemaatregelen, waaronder waterbesparende oplossingen en innovatieve digitale oplossingen, in alle sectoren moeten worden toegepast; dringt aan op krachtiger internationaal optreden om waterstress en overexploitatie van watervoorraden te voorkomen en te beperken, aangetaste ecosystemen te herstellen en het waterbeheer te verbeteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over het feit dat volgens de VN ongeveer 3,5 miljard mensen nog steeds niet beschikken over veilig beheerde sanitaire voorzieningen en 1,7 miljard mensen niet eens over basisvoorzieningen beschikken; wijst erop dat waterzekerheid en met name toegang tot schoon water en sanitaire voorzieningen een grote invloed kunnen hebben op de economische stabiliteit, klimaatbestendigheid en vrede; stelt in dit verband vast dat waterzekerheid een integraal onderdeel uitmaakt van processen voor vredesopbouw; verzoekt de EU haar externe investeringen in toegang tot water en sanitaire voorzieningen op te voeren en haar leidende rol in op samenwerking gebaseerd waterbeheer in kwetsbare en door conflicten getroffen gebieden te vergroten als middel om stabiliteit, vredesopbouw, veerkracht en klimaataanpassing te ondersteunen; vraagt voorts conflictpartijen om water- en energie-infrastructuur te sparen, in overeenstemming verplichtingen uit hoofde van het internationaal recht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>vraagt om betere gegevens en monitoring, met name in informele nederzettingen en waterarme gebieden en om gerichte, klimaatbestendige investeringen om duurzaamheid en veerkracht op lange termijn te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>benadrukt dat waterverontreiniging zowel aan de bron als door toegang tot efficiënte afvalwaterbehandeling moet worden aangepakt; benadrukt dat de verzameling van gegevens over de kwaliteit en kwantiteit van zoet water moet worden verbeterd en dat deze gegevens nauwlettender moeten worden gemonitord; moedigt publiek-private partnerschappen aan om de zoetwater- en afvalwaterinfrastructuur, inclusief projecten op het gebied van water en sanitaire voorzieningen; uit te breiden; pleit voor de invoering van systemen voor vroegtijdige waarschuwing en planning van waterrisico’s om onomkeerbare verliezen te voorkomen; wijst op het belang van afvalwaterbehandeling voor de gezondheid van bevolkingsgroepen en gemeenschappen; onderstreept voorts dat afvalwater als belangrijke bron van gegevens dient en belangrijke indicatoren biedt om de verspreiding van pandemieën te volgen; benadrukt de cruciale rol van monitoring en gegevensverzameling, die op een haalbare en realistische manier moeten worden opgezet;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>herinnert eraan dat oplossingen die samen met lokale gemeenschappen worden ontworpen en waarbij hun inbreng en kennis worden meegenomen, het doeltreffendst zijn om de samenleving en gemeenschappen weerbaar te maken tegen watergerelateerde schokken; benadrukt dat het belangrijk is om capaciteitsopbouw bij lokale gemeenschappen, overheden en nutsbedrijven te ondersteunen, vooral in kwetsbare contexten en in de context van ontwikkeling, onder meer door oplossingen te bevorderen die zijn aangepast aan de lokale context, daar op ook lange termijn standhouden en ervoor zorgen dat niemand aan zijn lot wordt overgelaten; vraagt dat er gerichte steun wordt verleend voor vrouwen, kinderen en de meest kwetsbare gemeenschappen wat betreft de toegang tot water en sanitaire voorzieningen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>vraagt dat eeuwige chemicaliën (PFAS) worden uitgefaseerd – te beginnen met consumptiegoederen – omdat ze op grond van wetenschappelijk bewijs in verband worden gebracht met schadelijke gevolgen voor de menselijke gezondheid en het milieu, maar dat het gebruik ervan wordt toegestaan als er geen veilige alternatieven zijn; onderstreept dat er meer moet worden geïnvesteerd en dat het onderzoek naar en de ontwikkeling van gelijkwaardige en veilige alternatieven moet worden versneld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>verzoekt de EU het voortouw te nemen bij waterdiplomatie en bij de ondersteuning van grensoverschrijdende samenwerking op het gebied van water, met name via geïntegreerd waterbeheer, om zo het wereldwijde potentieel daarvan voor duurzame ontwikkeling, mensenrechten, klimaatbestendigheid, voedselzekerheid, bescherming van de biodiversiteit, conflictpreventie, het opbouwen van duurzame vrede en gendergelijkheid, te benutten, onder meer door klimaatbestendige instrumenten en infrastructuur voor water en sanitaire voorzieningen volledig te integreren in de klimaatagenda van de EU; verzoekt de EU grensoverschrijdend waterbeheer en waterzekerheid te integreren in de ontwikkelingssamenwerking en het humanitaire optreden van de EU; verzoekt de EU voorts erop toe te zien dat door de EU ondersteunde grensoverschrijdende waterinitiatieven, waaronder via de Global Gateway gefinancierde infrastructuurprojecten, tegemoetkomen aan de behoeften van mensen, ook die van mensen die in armoede leven en kwetsbare en gemarginaliseerde groepen; vraagt dat vrouwen, jongeren en inheemse gemeenschappen bij het waterbeheer worden betrokken; beveelt aan om de multilaterale samenwerking op het gebied van water te versterken, onder meer door de ratificatie van het VN-Verdrag inzake de bescherming en het gebruik van grensoverschrijdende waterlopen en internationale meren en het VN-Verdrag inzake het recht betreffende het gebruik van internationale waterlopen anders dan voor scheepvaart;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>verzoekt de EU en haar lidstaten de uitvoering van doelstellingen van waterbeleid te integreren in andere relevante beleidsterreinen, om zo te zorgen voor beleidscoherentie op een hele reeks gebieden, waaronder landbouw-, handels- en milieubeleid, en ook in haar externe beleid, in overeenstemming met het beginsel van beleidscoherentie op het gebied van internationale ontwikkeling;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>is verheugd dat de Commissie voor het eerst een strategie inzake waterweerbaarheid heeft, waarin zij zich ertoe verbindt de toegang tot schoon drinkwater en sanitaire voorzieningen voor ten minste 70 miljoen mensen te ondersteunen; verzoekt de EU en haar lidstaten hun inspanningen in dit verband op te voeren en de achterstand bij de verwezenlijking van de SDG 6-streefdoelen weg te werken door deze strategie doeltreffend en volledig uit te voeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>verzoekt de lidstaten te zorgen voor een betere coördinatie van hun programma’s voor waterweerbaarheid, met de nadruk op klimaatbestendige water- en sanitaire voorzieningen en infrastructuur; verzoek de EU door middel van Team Europa-initiatieven capaciteitsopbouw, institutionele versterking en benaderingen voor geïntegreerd waterbeheer in partnerlanden te ondersteunen, teneinde de planning, het bestuur en het onderhoud van water- en sanitaire voorzieningen te verbeteren, onder meer door middel van partnerschappen met lokale overheden, openbare dienstverleners en het maatschappelijk middenveld; dringt in dit verband aan op een zeer ambitieuze aanpak om het mondiale waterbeheer te versterken en intensiever overleg te plegen in het kader van multilaterale fora, zoals de G7-toppen, de G20-toppen, de dialoog van Bakoe over water voor klimaatactie en de VN-waterconferentie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>is verontrust over het gebrek aan vooruitgang met betrekking tot het duurzame gebruik van de oceanen, zeeën en mariene hulpbronnen; verzoekt de EU en de lidstaten voort te bouwen op de toezeggingen van de VN-oceaanconferentie van 2025 om de oceaan dringend te beschermen en hun financiële bijdrage aan de bescherming en het herstel van mariene ecosystemen op te voeren; maakt zich grote zorgen over de toenemende mariene verontreiniging; vraagt om strengere maatregelen en een snellere uitvoering, met spoed, om een einde te maken aan mariene verontreiniging, op zowel EU- als internationaal niveau; betreurt dat de mondiale onderhandelingen over een eerste intergouvernementeel verdrag inzake kunststoffen zijn mislukt; vraagt dat er wanneer de intergouvernementele onderhandelingen in 2026 worden hervat, een ambitieus en bindend mondiaal verdrag inzake verontreiniging door kunststoffen wordt goedgekeurd;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">SDG 7: betaalbare, betrouwbare, duurzame en moderne energie voor iedereen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>beklemtoont dat de totstandbrenging van universele toegang tot schone en betaalbare energie een horizontale randvoorwaarde is voor de hele Agenda 2030; benadrukt dat de verwezenlijking van SDG 7 zal bijdragen tot de verwezenlijking van tal van andere SDG’s, waaronder die met betrekking tot de uitbanning van armoede, de levensstandaard en sociaal-economische ontwikkelingen, inclusieve en duurzame economische groei, gendergelijkheid, klimaatverandering, voedselzekerheid, gezondheid, duurzame steden en gemeenschappen, schoon water en sanitaire voorzieningen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>dringt er bij de EU op aan de wereldwijde transitie naar een op hernieuwbare energiebronnen gebaseerd energiesysteem te blijven ondersteunen, aangezien dit een belangrijke stuwende kracht achter economische ontwikkeling, veerkracht en energiezekerheid op lange termijn is; herinnert eraan dat hernieuwbare energie een centrale rol speelt bij de verwezenlijking van SDG 7;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>benadrukt dat voor de verwezenlijking van SDG 7 een gemoderniseerd, onderling verbonden Europees net vereist is; erkent het potentieel van het pakket Europese netten om de grensoverschrijdende aanvoer van betaalbare energie mogelijk te maken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>wijst erop dat betaalbare, duurzame en veilige energie een sleutelrol speelt bij de ondersteuning van duurzame economische groei, de versterking van de industriële basis van de EU en het behoud van hoogwaardige werkgelegenheid; benadrukt hoe belangrijk het is de veerkracht op lange termijn van het Europese energiesysteem te versterken door te zorgen voor stabiele toeleveringsketens, innovatie te stimuleren en concurrerende, betaalbare en eerlijke energiekosten in stand te houden, om zo een betrouwbaar en toekomstbestendig energiesysteem mogelijk te maken voor zowel de burgers als de industrie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>benadrukt de noodzaak om de energiebronnen te diversifiëren, met name door de productie van hernieuwbare energie te stimuleren, en om energie-efficiëntie te bevorderen, broeikasgasemissies te verminderen en vaart te zetten achter duurzame en verantwoorde investeringen in schone technologie, aangezien dit essentiële onderdelen zijn voor de verwezenlijking van SDG 7; roept de Commissie en de lidstaten er bovendien toe op voorop te blijven lopen bij de uitrol van hernieuwbare energie en de afhankelijkheid van niet-EU-landen te verminderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>is ingenomen met het feit dat SDG 7 een van de doelstellingen is waarbij tot dusver de meeste vooruitgang is geboekt, voornamelijk vanwege de snelle uitbreiding van de productie van hernieuwbare energie; moedigt de Commissie aan om samen met partnerlanden prioriteit te geven aan de uitrol van kosteneffectieve oplossingen op het gebied van hernieuwbare energie voor huishoudens en de industrie door in dit verband de nodige financiering veilig te stellen, en met name door te helpen bij het aantrekken van particuliere financiering; dringt in het bijzonder aan op het opschalen van hernieuwbare en onafhankelijke energiesystemen in kwetsbare en door conflicten getroffen gebieden, waarbij een conflictgevoelige aanpak wordt gehanteerd, wat zowel ontheemde bevolkingsgroepen als gastgemeenschappen ten goede komt en de veerkracht en de lokale economische en menselijke ontwikkeling versterkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>benadrukt het belang van een zo spoedig mogelijke uitfasering van fossiele brandstoffen, in overeenstemming met de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs en de VAE-consensus, en van de geleidelijke afschaffing van alle milieuschadelijke subsidies en subsidies voor fossiele brandstoffen, in overeenstemming met het achtste milieuactieprogramma van de EU; is in dit verband ingenomen met de eerste conferentie over de uitfasering van fossiele brandstoffen, die van 24 tot en met 29 april 2026 plaatsvond in Santa Marta, Colombia;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>benadrukt dat het belangrijk is om EU-investeringen in gedecentraliseerde, duurzame en hernieuwbare energiesystemen te bevorderen, met inbegrip van zonne-energiesystemen voor huishoudens, mininetten, niet aan het net gekoppelde systemen en initiatieven in handen van de gemeenschap, teneinde de inspanningen op te voeren om de kloof op het gebied van toegang tot energie te dichten, met name in partnerlanden en in kwetsbare omgevingen, en erkent de kritieke gevolgen ervan voor onderwijs, gezondheidszorg en bescherming, met name voor vrouwen en kinderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>benadrukt dat de uitbreiding van de toegang tot energie kan worden versneld door middel van partnerschappen tussen overheidsinstellingen en de particuliere sector; onderstreept dat energie-interventies en -projecten gebaseerd moeten zijn op een analyse die rekening houdt met conflicten en moeten inspelen op de plaatselijke realiteit en behoeften, teneinde het transformerende effect ervan zo groot mogelijk te maken, vooral in achtergestelde en kwetsbare omgevingen; wijst erop dat maatschappelijke organisaties in dit verband een vitale rol spelen en dat lokale belanghebbenden op een zinvolle manier moeten worden betrokken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>verzoekt de Commissie de EU-investeringen op te voeren, zowel in het kader van het Global Gateway-initiatief als het voorgestelde instrument “Europa in de wereld”, en daarbij te waarborgen dat deze investeringen gelijke voordelen opleveren voor de partnerlanden, met name wat betreft de uitwisseling van kennis en de overdracht van technologie, de opleiding en omscholing van de lokale bevolking, het scheppen van banen, de decarbonisatie van industriële activiteiten die moeilijk koolstofvrij te maken zijn en de toegang tot schonere mobiliteit en energie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>benadrukt dat de wereldwijde samenwerkingsverbanden en duurzame waardeketens verder moeten worden ontwikkeld om ervoor te zorgen dat kritieke grondstoffen, die nodig zijn voor de mondiale energiezekerheid en de digitale en de groene transitie, worden gewonnen volgens een op rechten gebaseerde aanpak; benadrukt dat bij deze aanpak rekening moet worden gehouden met de behoeften van zowel de vraag- als aanbodzijde, op een wijze die negatieve sociale, ecologische en economische gevolgen beperkt, evenals gevolgen voor de mensenrechten — zoals kinderarbeid — en voor lokale gemeenschappen, en die bijdraagt tot de industriële en sociaal-economische ontwikkeling van landen van herkomst, met inbegrip van hun rol in de hele kritiekegrondstoffenwaardeketen, en waarbij wordt gezorgd voor een zinvolle betrokkenheid van lokale gemeenschappen en het maatschappelijk middenveld bij het proces; onderstreept in dit verband dat er moet worden voortgebouwd op de doelstellingen en beginselen van het panel van de secretaris-generaal van de VN inzake mineralen die van essentieel belang zijn voor de energietransitie, onder het medevoorzitterschap van de EU, teneinde de duurzame productie van mineralen en de totstandkoming van lokale waardeketens te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>benadrukt het belang van de volledige en doeltreffende betrokkenheid van inheemse volkeren en lokale gemeenschappen bij de gehele waardeketen van kritieke grondstoffen, in overeenstemming met de VN-Verklaring over de rechten van inheemse volken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>erkent dat, zonder adequaat beheer, de toenemende vraag naar kritieke grondstoffen het risico met zich meebrengt dat strategische afhankelijkheden worden vergroot, geopolitieke kwetsbaarheden en spanningen en mensenrechtenschendingen toenemen, en dat dit bijdraagt tot milieu- en sociale uitdagingen; benadrukt derhalve hoe belangrijk het is om een concurrerende en veerkrachtige circulaire economie te bevorderen, met name door de hulpbronnenefficiëntie te verbeteren, de recyclingcapaciteit te vergroten en innovatie op het gebied van secundaire grondstoffen te stimuleren, met als doel het gebruik van natuurlijke hulpbronnen en de afhankelijkheid van kritieke grondstoffen te verminderen; dringt er in dit verband op aan dat er maatregelen worden genomen om de wereldwijde samenwerking op het gebied van duurzaam beheer van hulpbronnen te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>wijst erop dat de maatregelen ter bestrijding van energiearmoede moeten worden opgevoerd, met name in kwetsbare situaties waarbij sprake is van ontheemding; benadrukt dat energiearmoede de levensstandaard aantast en de bestaansmiddelen en de gezondheid van mensen ondermijnt, alsook gevolgen heeft voor de verlening van essentiële diensten, en dat er specifieke maatregelen nodig zijn voor kwetsbare groepen, met name vrouwen en kinderen, waaronder sociale minimumtarieven en subsidies;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>benadrukt dat energiearmoede in situaties die gekenmerkt worden door kwetsbaarheid en ontheemding de bestaanszekerheid, verlening van essentiële diensten, menselijke ontwikkeling en sociale stabiliteit ondermijnen, en met name kwetsbare groepen hard treft;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">SDG 9: veerkrachtige infrastructuur bouwen, inclusieve en duurzame industrialisering bevorderen en innovatie stimuleren</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>spreekt zijn waardering uit voor de algehele vooruitgang die is geboekt met betrekking tot SDG 9, met name de aanzienlijke vooruitgang op het gebied van infrastructuurontwikkeling, inclusieve en duurzame industriële groei en innovatie; merkt echter op dat niet alle landen en regio’s in gelijke mate vooruitgang hebben geboekt; is van mening dat er gerichte maatregelen moeten worden getroffen om deze verschillen weg te werken en gelijke vooruitgang te boeken bij de uitvoering van SDG 9;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>wijst op het strategische belang van veilige, duurzame en veerkrachtige infrastructuur, met inbegrip van digitale, vervoers-, energie- en waterinfrastructuur, om de economische ontwikkeling te ondersteunen, de connectiviteit te verbeteren, klimaatmitigatie en -adaptatie te bevorderen, en de menselijke ontwikkeling te verbeteren, met name in plattelands- en perifere gebieden; pleit voor een holistische aanpak om klimaatbestendigheid in elke fase van de levenscyclus van infrastructuur te integreren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>wijst op de noodzaak om de ongelijkheden op het gebied van infrastructuur en sociaal-economische aspecten weg te werken, met name met betrekking tot digitale toegankelijkheid en energiearmoede; benadrukt dat infrastructuur- en connectiviteitsprojecten moeten bijdragen aan lokale waardecreatie en de beginselen van universele toegankelijkheid moeten eerbiedigen om te voorkomen dat infrastructuurprojecten nieuwe belemmeringen opwerpen en om volledige inclusie van de meest kwetsbare groepen aan te moedigen; benadrukt dat er bij digitale investeringen moet worden gezorgd voor een genderbewuste aanpak om de digitale genderkloof te dichten, aangezien aanhoudende belemmeringen de mogelijkheden van vrouwen en meisjes om voordeel te halen uit opkomende technologieën beperken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>benadrukt dat duurzame oplossingen moeten worden gestimuleerd om de ecologische voetafdruk van bedrijven in alle sectoren te verkleinen, waaronder verantwoord verbruik van hulpbronnen, efficiënt gebruik van hulpbronnen en meer acties om een circulaire economie tot stand te brengen; herhaalt het belang van het beginsel “de vervuiler betaalt”;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>wijst erop dat, hoewel concurrentievermogen, innovatie en investeringen worden gestimuleerd, een inclusieve en duurzame industrialisering met het oog op de Agenda 2030 en daarna moet worden afgestemd op de doelstellingen van klimaatneutraliteit, bescherming van het milieu en de biodiversiteit en een rechtvaardige transitie waarbij niemand aan zijn lot wordt overgelaten; benadrukt in dit verband dat er meer investeringen nodig zijn om SDG 9 te verwezenlijken, met name door middel van publiek-private partnerschappen en andere instrumenten voor risicobeperking, onder meer via de Global Gateway-strategie en andere Europese instellingen voor ontwikkelingsfinanciering; pleit voor meer overheidsinvesteringen in groene, digitale en sociale infrastructuur, met inbegrip van openbaar vervoer, energienetten en digitale connectiviteit, om de vooruitgang in alle regio’s, voornamelijk in de minst ontwikkelde landen, te benutten; verzoekt de EU bovendien meer particulier kapitaal te mobiliseren om investeringen aantrekkelijk te maken voor particuliere investeerders; benadrukt dat dergelijke investeringen, om wederzijds voordelig te zijn, moeten bijdragen tot lokale waardecreatie, goed bestuur, belastingvoordelen en hoge milieunormen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>benadrukt de rol van innovatie, onderzoek en technologische ontwikkeling bij het verhogen van de productiviteit, het concurrentievermogen en de duurzaamheid, onder meer met het oog op het onderzoek naar en de ontwikkeling en uitrol van duurzame technologieën; dringt aan op meer ondersteuning voor ondernemerschap, beroepsonderwijs en -opleiding en de ontwikkeling van vaardigheden, als essentiële factoren voor innovatie, productiviteit en inclusieve industriële groei, met name in lage-inkomenslanden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>roept op tot nauwere samenwerking op het gebied van technologieoverdracht, onderzoekspartnerschappen en innovatie-ecosystemen tussen de EU en partnerlanden, om samenwerking op het gebied van onderzoek te bevorderen en de minst ontwikkelde landen en lage-inkomenslanden in staat te stellen hogerop te komen in mondiale waardeketens;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">SDG 11: inclusieve, veilige, robuuste en duurzame steden en dorpen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>neemt nota van de risico’s die gepaard gaan met snelle verstedelijking in combinatie met klimaatverandering, vervuiling en biodiversiteitsverlies; benadrukt in dit verband dat aanpassing aan klimaatverandering en biodiversiteit moet worden geïntegreerd in stedelijke planning en dat maatregelen op het gebied van stedelijke veerkracht moeten worden versterkt, onder meer door energie-efficiënte en klimaatbestendige huisvesting te bevorderen, groene gebieden voor het herstel van ecosystemen uit te breiden, de paraatheid, preventie en respons bij rampen en het waterbeheer en de bescherming tegen overstromingen te verbeteren; wijst er bovendien op dat het belangrijk is te zorgen voor doeltreffend landgebruik en de negatieve effecten van stedelijke wildgroei te beperken, teneinde ecosystemen te beschermen en duurzame stedelijke ontwikkeling tot stand te brengen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>onderstreept dat om SDG 11 te verwezenlijken er specifieke aandacht moet worden besteed aan het aanpakken van ongelijkheden in stedelijke gebieden; benadrukt voorts dat de klimaatverandering, ook in stedelijke omgevingen, vrouwen en meisjes onevenredig hard treft, met name vrouwen en meisjes in fragiele of kwetsbare contexten; verzoekt regeringen en lokale overheden erop toe te zien dat investeringen op billijke wijze worden verdeeld, zodat marginalisering wordt aangepakt, met name in gebieden die momenteel kampen met een stelselmatig tekort aan toegankelijk en betaalbaar vervoer, openbare diensten, lokale en duurzame voedselketens, en huisvesting, waarbij bijzondere aandacht moet worden besteed aan kwetsbare en sociaal-economisch achtergestelde groepen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>betreurt het feit dat een groot deel van de stedelijke bevolking nog steeds geen toegang heeft tot betaalbare, efficiënte en duurzame vervoerssystemen; merkt op dat het verbeteren van de beschikbaarheid, de toegankelijkheid en het gebruik van het openbaar vervoer, naast infrastructuur voor zachte mobiliteit en andere innovatieve en schone mobiliteitsoplossingen, een cruciaal instrument is om de luchtverontreiniging terug te dringen; benadrukt dat het belangrijk is te zorgen voor adequate infrastructuur en diensten voor mensen met beperkte mobiliteit, waaronder personen met een handicap;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>herinnert eraan dat de systemen voor afvalinzameling en -beheer dringend verder moeten worden verbeterd en uitgevoerd, in overeenstemming met de beginselen van de afvalhiërarchie, onder meer, indien van toepassing, door middel van het gebruik van digitale technologie en AI, alsook door investeringen in hergebruik- en recyclingsystemen en afvalvermindering; benadrukt de rol van de komende wetgeving op het gebied van circulaire economie bij het ontsluiten van het potentieel van de circulaire economie; dringt aan op maatregelen om een echte EU-markt voor secundaire grondstoffen te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>herinnert eraan dat er dringend energie- en klimaatoplossingen op lokaal en gemeentelijk niveau moeten worden toegepast, onder meer door middel van op de natuur gebaseerde oplossingen, om de gevolgen van klimaatverandering, waaronder blootstelling aan extreme hitte, aan te pakken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>wijst er nogmaals op dat er actie moet worden ondernomen op het gebied van de modernisering, betaalbaarheid en duurzaamheid van huisvesting door energie-efficiënte en klimaatbestendige huisvestingsmodellen en bouwstrategieën op grotere schaal toe te passen; benadrukt in dit verband het belang van meer investeringen, die particuliere investeringen en publiek-private partnerschappen kunnen omvatten, en verzoekt de EU steden te ondersteunen bij het aantrekken van kapitaal via innovatieve financieringsinstrumenten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>erkent het recht op een plek om in vrede, veiligheid en waardigheid te leven als een fundamenteel mensenrecht en merkt op dat de crisis rond de betaalbaarheid van woonruimte wereldwijd tot wel drie miljard mensen treft; benadrukt dat uiterlijk in 2030 iedereen toegang moet hebben tot fatsoenlijke, geschikte, veilige, toegankelijke, duurzame, energie-efficiënte en betaalbare huisvesting en basisvoorzieningen, onder meer door beleidsmaatregelen inzake publieke huisvesting te bevorderen; verzoekt de EU om partnerlanden te ondersteunen bij de ontwikkeling van beleid inzake sociale huisvesting;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>moedigt nauwere samenwerking aan tussen steden, bedrijven, onderzoeksinstellingen en het maatschappelijk middenveld om innovatie te stimuleren, beste praktijken uit te wisselen en succesvolle stedelijke oplossingen op grotere schaal toe te passen, onder meer via partnerschappen tussen steden in de EU en in partnerlanden, EU-platforms en initiatieven voor kennisuitwisseling;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">SDG 17: de implementatiemiddelen versterken en het wereldwijd partnerschap voor duurzame ontwikkeling revitaliseren</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>verzoekt de EU zich te blijven inzetten voor multilateralisme, een internationale op regels gebaseerde orde en ondersteuning van het VN-systeem, teneinde op mondiaal niveau een leidende rol te vervullen bij de uitvoering van de Agenda 2030 en lacunes van anderen op te vullen door nieuwe allianties aan te gaan en bestaande allianties te versterken, en door samen te werken met mondiale partners om financiering te mobiliseren; benadrukt dat internationale verdragen en overeenkomsten, zoals de Overeenkomst van Parijs, het Verdrag inzake biologische diversiteit en regionale instandhoudingsinitiatieven, moeten worden versterkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>herhaalt zijn volledige inzet voor het multilateralisme, dat van blijvende waarde is, en onderstreept dat een gemoderniseerd multilateraal stelsel voor het regelen van de handel van essentieel belang is; herinnert aan de steun van de EU voor het mandaat van de WTO en de lopende onderhandelingen met betrekking tot het VN-verdrag inzake ondernemingen en mensenrechten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>is verontrust over het jaarlijkse investeringstekort van ongeveer vier biljoen USD aan middelen die nodig om de SDG’s te verwezenlijken, wat verder wordt verergerd door de dalende niveaus van officiële ontwikkelingshulp (ODA); verzoekt de EU en de lidstaten met klem ernaar te streven dat er voldoende middelen worden uitgetrokken voor het nakomen van de toezegging om 0,7 % van het bni aan ODA te besteden en 0,2 % van het bni als ODA te verstrekken aan de minst ontwikkelde landen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>56.</NO.P>moedigt ten zeerste aan om mogelijkheden te onderzoeken om particuliere financiering aan te trekken, onder meer via de kapitaalmarktenunie; is in dit verband ingenomen met het SDG-investeerdersplatform van het Ontwikkelingsprogramma van de VN, dat particuliere bedrijven in staat stelt “gebieden met investeringspotentieel” te identificeren om bij te dragen tot duurzame ontwikkeling, en moedigt verdere investeringen aan, onder meer via publiek-private partnerschappen, om de financieringskloof bij de SDG’s te helpen dichten, met inachtneming van de criteria van de Commissie voor ontwikkelingsbijstand van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO); moedigt voorts de bestrijding van illegale geldstromen, belastingontwijking en belastingontduiking aan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>57.</NO.P>is ernstig bezorgd over het perspectief van een schuldencrisis voor ontwikkelingslanden, met name voor lage-inkomenslanden en de minst ontwikkelde landen, en dringt aan op schuldverlichting en schuldherstructurering voor de getroffen landen, waarbij in eerste instantie rekening wordt gehouden met de beginselen van de Conferentie van de VN voor handel en ontwikkeling inzake het verantwoord verstrekken en opnemen van overheidskrediet, alsook met de OESO-beginselen inzake schuldhoudbaarheid en de grondstoffensoevereiniteit; benadrukt dat de beschikbare middelen op een doeltreffende en verantwoorde wijze moeten worden gebruikt; erkent het belang van op subsidies gebaseerde of zeer concessionele financiering alsook instrumenten die geen schulden creëren voor de getroffen landen; wijst in dit verband op de beperkingen van de mondiale financiële architectuur en de ontoereikende internationale steun; benadrukt dat deze landen dringend meer financiële middelen en budgettaire ruimte nodig hebben om veel meer investeringen in de SDG’s mogelijk te maken; neemt in dit verband kennis van de lopende onderhandelingen over de totstandbrenging en uitvoering van een VN-raamverdrag inzake internationale samenwerking op belastinggebied;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>58.</NO.P>benadrukt dat doeltreffende mondiale partnerschappen gebaseerd moeten zijn op wederzijdse samenwerking en moeten bijdragen tot de verwezenlijking van de gemeenschappelijke doelstellingen van de partners; wijst erop hoe belangrijk transparantie, goed bestuur en meetbare impact zijn bij alle inspanningen op het gebied van ontwikkelingssamenwerking;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>59.</NO.P>onderstreept het strategische belang en het potentieel van de Global Gateway van de EU als vlaggenschipinstrument om duurzame partnerschappen te versterken en hoogwaardige infrastructuur tot stand te brengen, en tegelijkertijd internationale normen en economische en sociale ontwikkeling op lange termijn in partnerlanden te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>60.</NO.P>pleit voor nauwere samenwerking met partnerlanden, internationale financiële instellingen, regionale ontwikkelingsbanken en lokale belanghebbenden om de ontwikkelingsinspanningen te coördineren, dubbel werk te voorkomen en het effect ter ondersteuning van de Agenda 2030 te maximaliseren, met name in kwetsbare, door conflicten en ontheemding getroffen gebieden; benadrukt dat programma’s voor ontwikkelingssamenwerking duidelijke effectbeoordelingsmechanismen en participatief toezicht moeten omvatten waarbij lokale belanghebbenden worden betrokken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De vooruitzichten</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>61.</NO.P>herhaalt dat de SDG’s de enige wereldwijd overeengekomen en alomvattende reeks doelstellingen zijn met betrekking tot de belangrijkste uitdagingen waarmee zowel ontwikkelde als ontwikkelingslanden worden geconfronteerd, en momenteel het beste beschikbare instrument zijn om de onderliggende oorzaken ervan aan te pakken; herhaalt dat de minst ontwikkelde landen en lage-inkomenslanden, als de meest kwetsbare groepen landen, meer mondiale steun nodig hebben om de SDG’s te verwezenlijken; verzoekt de EU haar rol bij de beraadslagingen tijdens het politiek forum op hoog niveau 2026 van de VN voort te zetten en te versterken, teneinde het pad te effenen voor versnelde maatregelen met het oog op de deadline van de Agenda 2030 en een toekomstgerichte agenda voor wereldwijde duurzame ontwikkeling te bevorderen die verder gaat dan 2030;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>62.</NO.P>roept de EU en de lidstaten ertoe op uitvoeringsplannen op te stellen met concrete tijdschema’s voor de verwezenlijking van de SDG’s, waarin ambitieuze doelstellingen worden vastgelegd voor de periode na 2030; verzoekt de Commissie in dit verband een voorbeeldfunctie te vervullen en een alomvattende strategie te ontwikkelen, in combinatie met een gestructureerd SDG-uitvoeringsplan; is verheugd over de eerste vrijwillige evaluatie door de EU van de uitvoering van de SDG’s in 2023 en is van mening dat dergelijke evaluaties regelmatig moeten worden uitgevoerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>63.</NO.P>wijst erop dat de SDG’s ook een economische kans bieden om echt welzijn op te bouwen en een duurzame en inclusieve economie tot stand te brengen waarin het concurrentievermogen, de innovatie en de veerkracht worden bevorderd en mensen met volledige inachtneming van de grenzen van de planeet, waaronder de biodiversiteit en het milieu, een fatsoenlijk leven kunnen leiden, waarbij gebruik wordt gemaakt van nieuwe technologieën, en nieuwe economische sectoren en banen worden gecreëerd; benadrukt dat de transitie naar een duurzame en veerkrachtige economie wereldwijd moet bijdragen tot fatsoenlijk werk, sociale bescherming en sterke arbeidsrechten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>64.</NO.P>benadrukt dat het noodzakelijk is te zorgen voor beleidscoherentie voor ontwikkeling overeenkomstig artikel 208 VWEU, met als doel de economische, sociale en ecologische aspecten van duurzame ontwikkeling te integreren in alle stadia van de beleidsvormingscyclus en zo synergieën tussen beleidsgebieden te bevorderen, mogelijke compromissen in kaart te brengen en op elkaar af te stemmen, en de internationale overloopeffecten van het EU-beleid aan te pakken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>65.</NO.P>benadrukt dat een onafhankelijk en adequaat gefinancierd maatschappelijk middenveld alsook lokale overheden en gemeenschappen, essentiële partners zijn bij de bevordering van de Agenda 2030; wijst op de noodzaak om ruimte voor het maatschappelijk middenveld te creëren en deze te ondersteunen en te beschermen, en ervoor te zorgen dat maatschappelijke organisaties, met inbegrip van lokale niet-gouvernementele organisaties, op zinvolle wijze deelnemen aan de verwezenlijking van de SDG’s en adequate en flexibele langetermijnfinanciering ontvangen, met name in landen waar de ruimte voor het maatschappelijk middenveld krimpt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>66.</NO.P>herinnert eraan dat vrouwen en kinderen, met name meisjes, onevenredig zwaar worden getroffen door economische crises, beperkte gezondheidszorg, klimaatverandering, gendergerelateerd geweld en conflicten, en dat aanhoudende ongelijkheden hun volledige deelname aan de samenleving blijven beperken; wijst op de noodzaak van adequate en flexibele financiering, ook voor lokale en vrouwenrechtenorganisaties, waarvan er vele met ernstige financiële beperkingen te kampen hebben;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>67.</NO.P>benadrukt dat duurzame en inclusieve economische groei binnen de grenzen van onze planeet, concurrentievermogen en innovatie, en een sterke particuliere sector onmisbare factoren zijn voor duurzame ontwikkeling en het collectieve welzijn van samenlevingen, en benadrukt dat digitalisering, AI en schone technologieën het potentieel hebben om bij te dragen tot de verwezenlijking van mondiale duurzaamheidsdoelstellingen en dan ook een rol moeten spelen in de ontwikkelingsvisie van de EU; moedigt de EU aan haar invloed aan te wenden om vooruitgang te boeken met de Agenda 2030, teneinde tastbare verbeteringen tot stand te brengen op het gebied van levensstandaard, armoedebestrijding en het vergroten van kansen voor toekomstige generaties, onder meer door middel van meer veerkracht en innovatie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>68.</NO.P>dringt erop aan dat de toezeggingen die zijn gedaan tijdens de Top van de Toekomst van 2024, in het Pact voor de Toekomst en tijdens de vierde Internationale Conferentie inzake ontwikkelingsfinanciering van 2025 in Sevilla worden omgezet in concrete acties, en dat de investeringen worden opgeschaald om de financieringskloof voor duurzame ontwikkeling te dichten; benadrukt dat elk mondiaal ontwikkelingskader voor de periode na 2030 ambitieus en meetbaar moet zijn en gericht moet zijn op het behalen van resultaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>69.</NO.P>wijst op het belang van multilaterale overeenkomsten, met name milieuovereenkomsten, als doeltreffende kaders voor het bevorderen van internationale samenwerking en het verwezenlijken van de SDG’s, en moedigt de EU aan om deze verder te versterken, zowel wat betreft de uitvoering als de impact ervan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>70.</NO.P>dringt erop aan dat het meerjarig financieel kader van de EU voor de periode 2028-2034 volledig in overeenstemming is met de Agenda 2030 en bijdraagt tot de verwezenlijking van de SDG’s; wijst erop dat de inzet van de EU voor de SDG’s moet worden ondersteund door ambitieuze financiële toezeggingen in het meerjarig financieel kader voor de periode 2028-2034; verzoekt de EU en haar lidstaten aanvullende financiering te verstrekken voor de beperking van en aanpassing aan klimaatverandering, alsook voor verlies en schade, in overeenstemming met de routekaart van Bakoe-Belém, die is overeengekomen tijdens de 29e Conferentie van de Partijen bij het Raamverdrag van de VN inzake klimaatverandering (COP29);</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>71.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>