<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0261</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Commissieverslag 2025 over Servië</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0163/2026 - Rapporteur: Tonino Picula)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 8 juli 2026 over het Commissieverslag 2025 over Servië (2025/2255(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Servië, anderzijds<FOOTNOTE><FIELD> PB L 278 van 18.10.2013, blz. 16, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_internation/2013/490/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, die op 1 september 2013 in werking is getreden,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verzoek van Servië om toetreding tot de EU van 19 december 2009,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie van 12 oktober 2011 betreffende het verzoek van Servië om toetreding tot de Europese Unie (COM(2011)0668), het besluit van de Europese Raad van 1 maart 2012 om Servië de status van kandidaat-lidstaat te verlenen en het besluit van de Europese Raad van 28 juni 2013 om EU‑toetredingsonderhandelingen met Servië te openen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Overeenkomst van Brussel van 27 februari 2023 en de Overeenkomst van Ohrid van 18 maart 2023 en de bijbehorende uitvoeringsbijlage,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/1529 van het Europees Parlement en de Raad van 15 september 2021 tot vaststelling van het instrument voor pretoetredingssteun (IPA III)<FOOTNOTE><FIELD> PB L 330 van 20.9.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/1529/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2024/1449 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 tot oprichting van de hervormings- en groeifaciliteit voor de Westelijke Balkan<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2024/1449, 24.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1449/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van het voorzitterschap van de Europese Raad naar aanleiding van de bijeenkomst in Thessaloniki op 19 en 20 juni 2003,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaringen van de top EU-Westelijke Balkan van 17 mei 2018 in Sofia en de top EU-Westelijke Balkan van 6 mei 2020 in Zagreb,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Kaderverdrag inzake de bescherming van nationale minderheden van de Raad van Europa, dat in 2001 door Servië is geratificeerd, en het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden van de Raad van Europa, dat in 2006 door Servië is geratificeerd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de op 27 maart 2025 gepubliceerde technische briefing van Amnesty International getiteld “Serbia: journalists targeted with Pegasus spyware” (EUR 70/9186/2025), waarin het gebruik van Pegasus-spyware tegen onderzoeksjournalisten is gedocumenteerd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag “Freedom in the World 2026” over Servië van Freedom House, gepubliceerd op 19 maart 2026,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de wereldindex voor persvrijheid 2025 van Verslaggevers zonder Grenzen, gepubliceerd op 2 mei 2025,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de bijeenkomst van leiders van de Westelijke Balkan van 1 juli 2025 in Skopje, Noord-Macedonië, over het groeiplan voor de Westelijke Balkan,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de top EU-Westelijke Balkan van 17 december 2025,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van het voorzitterschap van de Raad van 16 december 2025 over uitbreiding,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het proces van Berlijn, dat op 28 augustus 2014 is gestart,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van de voorzitter naar aanleiding van de op 22 oktober 2025 gehouden top van 2025 in het kader van het proces van Berlijn,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 6 oktober 2020 getiteld “Een economisch en investeringsplan voor de Westelijke Balkan” (COM(2020)0641),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 8 november 2023 getiteld “Nieuw groeiplan voor de Westelijke Balkan” (COM(2023)0691),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 8 juli 2025 getiteld “Verslag over de rechtsstaat 2025 – Situatie op het gebied van de rechtsstaat in de Europese Unie” (COM(2025)0900) en het bijbehorend werkdocument van de diensten van de Commissie getiteld “2025 Rule of Law Report – Country Chapter on the rule of law situation in Serbia” (SWD(2025)0931),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 4 november 2025 getiteld “Mededeling inzake het uitbreidingsbeleid van de EU voor 2025” (COM(2025)0690) en het bijbehorend werkdocument van de diensten van de Commissie getiteld “Serbia 2025 Report” (SWD(2025)0755),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het eerste akkoord inzake beginselen betreffende de normalisering van de betrekkingen tussen de regeringen van Servië en Kosovo van 19 april 2013, de akkoorden van 25 augustus 2015 en de lopende, door de EU gefaciliteerde dialoog over de normalisering van de betrekkingen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het eindverslag van de verkiezingswaarnemingsmissie van het Bureau voor Democratische Instellingen en Mensenrechten van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE/ODIHR) over de vervroegde parlements- en presidentsverkiezingen van 3 april 2022 in Servië, dat op 19 augustus 2022 werd gepubliceerd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het eindverslag van de verkiezingswaarnemingsmissie van het OVSE/ODIHR over de vervroegde parlementsverkiezingen van 17 december 2023 in Servië, dat op 28 februari 2024 werd gepubliceerd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van de Europese Raad van december 2006, de conclusies van de Raad van maart 2020 en de conclusies van het voorzitterschap van de Europese Raad van Kopenhagen van 21 en 22 juni 1993, die ook wel bekendstaan als de criteria van Kopenhagen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaringen van speciale VN-rapporteurs van 4 augustus 2025 over het gewelddadige optreden van de Servische regering tegen de studentenbeweging,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 14 van de Servische grondwet inzake de bescherming van nationale minderheden,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn eerdere resoluties over Servië, met name die van 22 oktober 2025 over de polarisatie en toenemende repressie in Servië, een jaar na de tragedie in Novi Sad<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2026/2098, 29.4.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/2098/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 11 maart 2026 over de EU-uitbreidingsstrategie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het werkbezoek van zijn Commissie buitenlandse zaken aan Servië van 22 tot en met 24 januari 2026,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 55 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie buitenlandse zaken (A10-0163/2026),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat uitbreiding een belangrijk instrument is van het buitenlands beleid van de EU alsook een strategische geopolitieke investering in duurzame vrede, stabiliteit, veiligheid en welvaart op het continent;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat elke kandidaat-lidstaat in het kader van het uitbreidingsproces op zijn eigen merites wordt beoordeeld wat betreft de vervulling van de criteria van Kopenhagen, alsook wat betreft de eerbiediging van en de vastbesloten inzet voor gemeenschappelijke Europese waarden en rechten, de bescherming van minderheden en de afstemming op het buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU; overwegende dat er geen snelle weg naar het EU-lidmaatschap bestaat;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat Servië extra inspanningen moet leveren om zijn buitenlands beleid verder af te stemmen op het buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU, aangezien bepaalde acties, verklaringen en contacten op hoog niveau, waaronder de deelname van de Servische president aan de militaire parade van 9 mei 2025 in Moskou, haaks staan op belangrijke standpunten van de EU inzake buitenlands beleid, met name ten aanzien van Rusland;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat het tempo van de EU-gerelateerde hervormingen in Servië aanzienlijk is vertraagd en dat er sprake is van achteruitgang op verschillende belangrijke gebieden, met name wat betreft de fundamentele aspecten van het toetredingsproces, zoals de rechtsstaat, grondrechten en mediavrijheid; overwegende dat de Commissie heeft vastgesteld dat er nog steeds tekortkomingen zijn in de werking van democratische instellingen; overwegende dat tot nu toe slechts 2 van de 35 onderhandelingshoofdstukken voorlopig zijn afgesloten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat in de afgelopen jaren politieke rechten en burgerlijke vrijheden in Servië gestaag zijn uitgehold door de regerende coalitie, waardoor onafhankelijke media, academici, etnische minderheden, de politieke oppositie en maatschappelijke organisaties onder druk zijn komen te staan, en tegelijkertijd instellingen systematisch zijn verzwakt en de grenzen tussen politieke actoren, staat en media zijn vervaagd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat Servië een cruciaal strijdtoneel blijft voor buitenlandse desinformatiecampagnes, met name van Rusland en China, die erop gericht zijn antiwesterse narratieven aan te wakkeren, waarvan vele ook door binnenlandse actoren worden gegenereerd en verspreid; overwegende dat Russische propagandakanalen als RT Balkan (voorheen Russia Today) en Sputnik onbelemmerd actief zijn in Servië en een aanzienlijke rol spelen in het vormgeven van anti-EU- en antidemocratische narratieven en in de verspreiding ervan in de regio; overwegende dat deze narratieven worden versterkt door aan de staat gelinkte nationale media;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat volgens onafhankelijke mediamonitoringgegevens van 2024 de Servische media in democratisch opzicht alsmaar verder achteruit zijn gegaan, aangezien de regeringsmeerderheid meer dan 90 % van de zendtijd in de belangrijkste nieuwsuitzendingen op nationale tv-zenders innam en daarbij overwegend neutraal of positief werd gebracht, terwijl de oppositie minder dan 10 % van de zendtijd kreeg en grotendeels negatief werd weergegeven;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat Servië in overeenstemming met hoofdstuk 23 moet aantonen echte vooruitgang te hebben geboekt op het vlak van de daadwerkelijke uitoefening van de rechten van personen die tot een nationale minderheid behoren; overwegende dat vrijheid van godsdienst een Europese kernwaarde en een fundamenteel mensenrecht is; overwegende dat Servië derhalve verplicht is om deze vrijheid te eerbiedigen en voor alle ingezetenen binnen zijn grondgebied te waarborgen overeenkomstig zijn internationale toezeggingen en zijn verplichtingen inzake de mensenrechten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat de sociale situatie in Servië nog steeds moeilijk is; overwegende dat Servië volgens gegevens van Unicef een van de landen in Europa is waar de ongelijkheid het grootst is; overwegende dat 13,6 % van de bevolking in 2024 te maken had met ernstige materiële en sociale deprivatie, dat het percentage mensen dat het risico liep op armoede of sociale uitsluiting 27,2 % bedroeg in 2023 en dat de jeugdwerkloosheid 24,5 % bedroeg; overwegende dat de plattelandsbevolking bijzonder kwetsbaar blijft;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat de EU met een aandeel van 58,3 % in het totale Servische handelsverkeer in 2024 de belangrijkste handelspartner van Servië blijft en tevens de belangrijkste bron van investeringen en de grootste verstrekker van financiële steun is; overwegende dat het overgrote deel van geldovermakingen die worden gedaan door Serviërs die in de EU werken, nog steeds afkomstig is uit de EU en dat deze voor veel Servische huishoudens een cruciale en stabiele inkomstenbron vormen en daarmee een belangrijke rol spelen in de economie van het land;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Inzet voor toetreding tot de EU</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>benadrukt dat vooruitgang op weg naar toetreding tot de EU — een echt op merites gebaseerd proces — afhankelijk is van de volledige eerbiediging van de EU-waarden en de naleving van de democratie, de rechtsstaat en de grondrechten, die allemaal zijn verankerd in de criteria van Kopenhagen; benadrukt dat dit niet alleen betekent dat er hervormingen moeten worden vastgesteld, maar dat deze ook grondig en volledig worden doorgevoerd, aangezien de aanhoudende kloof tussen afstemming van de wetgeving en daadwerkelijke uitvoering de vooruitgang van Servië blijft ondermijnen; benadrukt dat elk land op zijn eigen merites moet worden beoordeeld wat betreft zijn traject naar EU-integratie en dat landen niet aan elkaar mogen worden gekoppeld of als onderdeel van een pakket mogen worden behandeld; onderstreept dat er geen snelle trajecten mogelijk zijn met betrekking tot EU-waarden en fundamentele beginselen, aangezien toetreding tot de EU zowel een technisch als een politiek proces is;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>merkt op dat uit het verslag van de Commissie van 2025 blijkt dat er in zekere mate voorbereidingen zijn getroffen en dat de aanbevelingen van de Commissie gedeeltelijk zijn uitgevoerd; betreurt echter dat de kerntoezeggingen van Servië, zoals uiteengezet in zijn non-paper van november 2024, die bedoeld waren om de nog bestaande belemmeringen voor de opening van cluster 3 weg te nemen, grotendeels nog steeds niet zijn nagekomen; betreurt in dit verband de recente opruiende retoriek van de regering aan het adres van de landen die het openen van cluster 3 niet steunden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>benadrukt dat de geloofwaardigheid van het uitbreidingsproces moet worden hooggehouden door strenge en eerlijke voorwaarden toe te passen en er tegelijkertijd voor te zorgen dat hervormingsinspanningen in voorkomend geval naar behoren worden erkend;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>herinnert eraan dat Servië heeft aangegeven dat het EU-lidmaatschap een strategisch doel van het land is, maar merkt op dat deze toezeggingen in de praktijk vaak niet zijn nagekomen, wat bijvoorbeeld duidelijk werd toen de hoogste vertegenwoordigers van Servië de top EU-Westelijke Balkan in december 2025 niet bijwoonden; wijst erop dat deze aanhoudende discrepantie om verduidelijking vraagt van het Europese traject van Servië; roept Servië ertoe op om zijn blijvende inzet voor de waarden en normen van de EU op concrete wijze aan te tonen en om zijn toezegging inzake het EU-lidmaatschap consequent na te komen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>wijst nogmaals op het strategische belang van de Westelijke Balkan in de huidige geopolitieke context voor de veiligheid en stabiliteit van de EU als geheel; wijst erop dat Servië vanwege zijn omvang en geopolitieke positie een directe invloed heeft op de algehele stabiliteit van de regio; veroordeelt derhalve de poging van Servië om een invloedssfeer tot stand te brengen en de activiteiten van het land die de soevereiniteit van buurlanden ondermijnen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>herhaalt dat het van groot belang is dat Servië duidelijk en consequent blijk geeft van zijn geopolitieke oriëntatie op de EU, onder meer door volledige afstemming op het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) van de EU, met name de beperkende maatregelen die de EU heeft genomen in het kader van Ruslands aanvalsoorlog tegen Oekraïne, en spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over het feit dat Servië blijft nalaten zich volledig aan te sluiten bij het GBVB van de EU; betreurt het feit dat het afstemmingsniveau van Servië een van de laagste is onder alle kandidaat-lidstaten; merkt op dat het feit dat Servië zich niet aansluit bij het buitenlands beleid van de EU, waaronder het uitblijven van beperkende maatregelen, niet in overeenstemming is met een van de specifieke doelstellingen zoals vastgelegd in artikel 3 van de verordening inzake de hervormings- en groeifaciliteit<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2024/1449 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 tot oprichting van de hervormings- en groeifaciliteit voor de Westelijke Balkan, (PB L, 2024/1449, 24.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1449/oj).</FIELD></FOOTNOTE>; herhaalt zijn standpunt dat volledige afstemming een niet-onderhandelbare voorwaarde voor toetreding blijft; is ingenomen met het feit dat Servië zich onlangs heeft aangesloten bij Besluit (GBVB) 2026/438 van de Raad<FOOTNOTE><FIELD> Besluit (GBVB) 2026/438 van de Raad van 23 februari 2026 tot wijziging van Besluit (GBVB) 2022/266 betreffende beperkende maatregelen in antwoord op de illegale erkenning, bezetting of annexatie door de Russische Federatie van bepaalde niet onder regeringsgezag vallende gebieden van Oekraïne (PB L, 2026/438, 23.2.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2026/438/oj).</FIELD></FOOTNOTE> en Besluit (EU) 2025/490 van de Raad<FOOTNOTE><FIELD> Besluit (EU) 2025/490 van de Raad van 18 februari 2025 betreffende de sluiting, namens de Europese Unie, van een Overeenkomst betreffende de deelname van de Republiek Kroatië aan de Europese Economische Ruimte, en drie daarmee verband houdende overeenkomsten (PB L, 2025/490, 18.3.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2025/490/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, maar wijst er nogmaals op dat selectieve afstemming onvoldoende is;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>betreurt dat Servië nauwe banden met Rusland blijft onderhouden en zijn partnerschap met dat land verder verdiept, wat aanleiding geeft tot bezorgdheid over de strategische oriëntatie van Servië en een geloofwaardig traject naar EU-lidmaatschap ondermijnt; benadrukt dat het Europese traject van Servië een duidelijke strategische keus vereist; wijst erop dat een beleid waarbij een evenwicht wordt gezocht tussen de EU en andere geopolitieke actoren onverenigbaar is met het politieke vertrouwen dat van een kandidaat-lidstaat wordt verwacht; roept de Servische autoriteiten ertoe op af te zien van publieke verklaringen en acties die indruisen tegen de belangrijkste standpunten van de EU op het gebied van buitenlands en veiligheidsbeleid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>is uiterst bezorgd over de investeringen van Rusland en China in Servië en de toenemende invloed die deze landen uitoefenen op de politieke en economische processen in de regio; veroordeelt het bezoek op hoog niveau aan Belgrado in maart 2026 van de minister van Economische Ontwikkeling van de Russische Federatie, die op de sanctielijst van de EU staat; dringt aan op de onmiddellijke sluiting van het zogenoemde Russisch-Servisch Humanitair Centrum in Niš, dat fungeert als basis voor de Russische militaire inlichtingendienst GRU om vanuit een kandidaat-lidstaat te opereren, en dringt er bij Servië op aan alle militaire samenwerkingsverbanden met Rusland te beëindigen, aangezien dit legitieme vragen oproept over de strategische oriëntatie van Servië en de afstemming op de veiligheidsbelangen van de EU; veroordeelt de Russische activiteiten op het gebied van buitenlandse inmenging in Servië; herinnert eraan dat Servië actief wordt aangewend als regionaal platform voor het voeren van desinformatie- en misinformatiecampagnes in de Westelijke Balkan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>uit zijn bezorgdheid over de aanhoudende militaire opbouw van Servië, in combinatie met de steeds vijandiger wordende retoriek aan het adres van buurlanden en de verdieping van de veiligheids- en defensiesamenwerking van Servië met China, met inbegrip van oefeningen van speciale eenheden en de uitbreiding van strategische overeenkomsten, alsook de toenemende aanwezigheid van Chinese beveiligings- en bewakingstechnologie; veroordeelt ten stelligste de recente aankoop door Servië van Chinese ballistische lucht-grondraketten (CM-400AKG); waarschuwt ervoor dat deze militaire opbouw het regionale veiligheidsevenwicht verandert en de regionale stabiliteit en de goede nabuurschapsbetrekkingen met omliggende NAVO-lidstaten ondermijnt; benadrukt dat een dergelijke aankoop niet in overeenstemming is met het GBVB van de EU en ernstige vragen oproept over de geopolitieke oriëntatie van Servië; onderstreept dat grote defensieaankopen bij autoritaire strategische concurrenten van de EU volledige transparantie vereisen, alsmede een zorgvuldige beoordeling van de implicaties daarvan voor de regionale stabiliteit, de interoperabiliteit en de verkondigde Europese oriëntatie van Servië; neemt met bezorgdheid kennis van het recente memorandum van samenwerking tussen de Servische regeringspartij en de Chinese Communistische Partij, hetgeen verdere vragen doet rijzen over de strategische motivatie van Servië om het pad op weg naar toetreding tot de EU voort te zetten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>veroordeelt het feit dat Servië voor Russische inlichtingendiensten een uitvalsbasis is geworden voor sabotageactiviteiten in Europa; spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over geloofwaardige berichten die erop wijzen dat Servië dienstdoet als een belangrijke operationele uitvalsbasis voor hybride en destabilisatieactiviteiten van Rusland in Europa; wijst in het bijzonder op gedocumenteerde gevallen waarin personen die door aan de Russische inlichtingendienst gelieerde actoren waren gerekruteerd en gefinancierd, gecoördineerde provocaties en daden hebben uitgevoerd die tot doel hadden etnische en religieuze spanningen in de EU-lidstaten op te wekken; wijst voorts op meldingen over georganiseerde netwerken die vanaf Servisch grondgebied opereren, onder meer om personen te trainen in en in te zetten voor het uitvoeren van destabiliserende acties in andere Europese landen en in buurlanden van de EU; verzoekt de Servische autoriteiten onmiddellijke en doeltreffende maatregelen te nemen om dergelijke activiteiten te onderzoeken, te voorkomen en te vervolgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>betreurt het dat Servië zich bij de stemming over de resolutie van de Algemene Vergadering van de VN van februari 2026 ter ondersteuning van rechtvaardige en duurzame vrede in Oekraïne van stemming heeft onthouden; is van mening dat dergelijk stemgedrag het vertrouwen in de strategische inzet van Servië voor het Europese traject verder ondermijnt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>uit zijn bezorgdheid over het feit dat Servië in de Parlementaire Vergadering van de Organisatie van het Verdrag inzake collectieve veiligheid, een veiligheidsstructuur onder leiding van de Russische Federatie, de status van waarnemer behoudt en een vrijhandelsovereenkomst met de Euraziatische Economische Unie blijft uitvoeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>betreurt het feit dat Servië in veel andere onderhandelingshoofdstukken beperkte of geen vooruitgang heeft geboekt bij het voldoen aan de benchmarks voor EU‑lidmaatschap; neemt kennis van de oprichting van het operationele team dat tot doel heeft vaart te zetten achter de uitvoering van EU-gerelateerde hervormingen; verzoekt Servië om met concrete en alomvattende maatregelen aan te tonen dat het land zich inzet voor de uitvoering van de hervormingen die nodig zijn op weg naar het EU‑lidmaatschap; herhaalt dat de toetredingsonderhandelingen van de EU met Servië alleen mogen worden voortgezet wanneer Servië zich aansluit bij de EU-sancties tegen Rusland, en op basis van meetbare en duurzame vooruitgang op het gebied van het cluster fundamentele kwesties, met name wat betreft de rechtsstaat, vrije en eerlijke verkiezingen, de bestrijding van corruptie en georganiseerde misdaad, de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, de vrijheid van de media, de hervorming van het openbaar bestuur en de werking van democratische instellingen; verzoekt de Commissie het beginsel “eerst de basis” strikt toe te passen en elke belangrijke terugval te laten weerspiegelen in het tempo en de omvang van de financiële steun die in het kader van de pretoetredingsinstrumenten wordt verleend;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>herhaalt dat toetreding tot de EU een proces is dat de hele samenleving betreft en verzoekt de Servische regering om het belang, de voordelen en de verplichtingen van toetreding tot de EU, de financiële steun van de EU en de toetredingsgerelateerde hervormingen onder de aandacht van de Servische bevolking te brengen; verzoekt de EU en haar instellingen om de communicatie- en voorlichtingsinspanningen in Servië op te voeren teneinde de impact en voordelen van EU-steun beter zichtbaar te maken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>wijst er nogmaals op dat Servië geloofwaardige vooruitgang moet boeken en zich meer moet inspannen om buitenlandse en binnenlandse informatiemanipulatie en inmenging, met inbegrip van desinformatie en anti-EU- en antiwesterse retoriek, aan te pakken, die ook buiten Servië negatieve gevolgen hebben op de hele regio;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>betreurt de geringe steun voor het EU-lidmaatschap in Servië, die het gevolg is van een aloud manipulatief anti-EU-narratief dat door de regering gecontroleerde media en door sommige hooggeplaatste Servische functionarissen en leden van de regerende partij, ook op het hoogste niveau, wordt verspreid; roept Servië ertoe op desinformatie, onder meer over de Russische agressie tegen Oekraïne, te bestrijden en met name een einde te maken aan zijn eigen, door de staat gesteunde desinformatiecampagnes, en tegelijkertijd een consistente en constructieve EU-oriëntatie te bevorderen; verzoekt de EU om de samenwerking met Servische non-gouvernementele organisaties te verbeteren teneinde de democratische veerkracht te versterken en hybride dreigingen tegen te gaan; betreurt ten zeerste de aanhoudende, consistente en systematische antiwesterse narratieven in de Servische media, waarbij de EU overwegend in een negatief daglicht wordt gesteld, terwijl Rusland, China en — in toenemende mate — de Verenigde Staten positief worden afgeschilderd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>neemt met bijzondere bezorgdheid kennis van de vaststelling van de Commissie dat Servië geen maatregelen heeft genomen om buitenlandse informatiemanipulatie en inmenging tegen te gaan; verzoekt Servië om onverwijld een alomvattend nationaal kader voor democratische veerkracht vast te stellen en uit te voeren, met inbegrip van duidelijke institutionele verantwoordelijkheden, regelmatige openbare verslaglegging en bescherming van onafhankelijke toezichthoudende instanties; moedigt de EU aan om haar strategische communicatie en aanwezigheid in Servië te versterken teneinde anti-EU-narratieven tegen te gaan; verzoekt de Servische autoriteiten om onderzoek te doen naar alle netwerken die zich bezighouden met desinformatie en vanaf het Servisch grondgebied opereren, en deze te ontmantelen, en om de samenwerking met de EU‑lidstaten en partnerlanden in de strijd tegen hybride dreigingen en buitenlandse inmenging te versterken; verzoekt de Commissie met klem bij de desbetreffende onlineplatforms opheldering te vragen over de opschorting van een aantal profielen van mediakanalen die erom bekendstaan zich kritisch uit te laten over de Servische regering;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>verwerpt stellig alle aantijgingen van Servische functionarissen dat de EU en enkele van haar lidstaten sinds november 2024 betrokken waren bij het organiseren van de studentenprotesten, met het oog op het ontketenen van een “kleurenrevolutie”; betreurt het feit dat de hoogste overheidsfunctionarissen actief complottheorieën verspreiden waarin wordt beweerd dat de instorting van het afdak een sabotagedaad of een terroristische aanval was die door EU-lidstaten is gepleegd en gesteund; herhaalt zijn krachtige veroordeling van de onwettige arrestatie en uitzetting van EU-burgers die verklaringen hebben afgelegd waarin ze steun betuigden aan de protesterende studenten; verwerpt eveneens de ongegronde aantijgingen van de Servische autoriteiten dat Kroatië zich heeft gemengd in en heeft deelgenomen aan het verloop van de lokale verkiezingen van maart 2026; veroordeelt al deze valse beschuldigingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>veroordeelt het onaanvaardbare gedrag, de beledigingen, laster en haatzaaiende retoriek aan het adres van leden van het Europees Parlement en andere politieke actoren, waaronder leden van de delegatie van de Commissie buitenlandse zaken die in januari 2026 op werkbezoek in Servië was; betreurt in dit verband de uitspraken van de president van Servië in september 2025, waarbij hij zich in denigrerende bewoordingen over leden van het Europees Parlement uitliet;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>herhaalt zijn bezorgdheid over de verzoenende houding van de Commissie tegenover Servië, tegen de achtergrond van jarenlange achteruitgang van de rechtsstaat, de democratie en de grondrechten in het land, alsook de destabiliserende invloed van het land op de hele regio; dringt er bij de Commissie op aan de fundamentele waarden van de EU hoog te houden door duidelijker taal te spreken ten aanzien van Servië en er consequent op te wijzen dat het land aanzienlijk tekortschiet en te weinig vooruitgang boekt, of zelfs achteruitgang vertoont; is ingenomen met de eerste vooruitgang die de commissaris voor Uitbreiding heeft geboekt bij het aanpakken van de tekortkomingen van Servië, alsook met de aangekondigde opschorting van financiering die voor Servië was bestemd in verband met wetgevingshervormingen; waarschuwt voor mogelijke systematische pogingen van Servië om de versnelde vooruitgang van buurlanden op weg naar het EU-lidmaatschap te belemmeren, met name in het licht van de stagnatie van zijn eigen toetredingsproces; verzoekt Servië zijn visumbeleid beter af te stemmen op de EU-lijst van derde landen waarvan de onderdanen een visum nodig hebben;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Democratie en de rechtsstaat</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>uit zijn bezorgdheid over de toenemende politieke crisis in Servië tegen de achtergrond van de massaprotesten die sinds november 2024 in heel het land plaatsvinden en die de reactie van het Servische volk op de systematische corruptie en het gebrek aan verantwoordingsplicht en transparantie in het land weerspiegelen; merkt op dat leden van het Parlement die hebben deelgenomen aan de onderzoeksmissie van januari 2026 toenemende polarisatie, een beperkte parlementaire dialoog en verzwakt institutioneel vertrouwen hebben benoemd als de belangrijkste factoren die hiertoe hebben bijgedragen; uit zijn bezorgdheid over het feit dat corruptie op veel gebieden nog steeds wijdverbreid is en dat vooruitgang een sterke politieke wil vereist om corruptie doeltreffend aan te pakken, evenals een robuust strafrechtelijk antwoord op corruptie op hoog niveau;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>stelt met bezorgdheid vast dat Servië in de corruptieperceptie-index 2025 van Transparency International zijn slechtste score in twintig jaar behaalde; beschouwt dit als een zoveelste signaal van zwakke instellingen en onvoldoende verantwoordingsplicht; is ingenomen met de goedkeuring van de nationale strategie voor corruptiebestrijding voor de periode 2024-2026; verzoekt de Servische autoriteiten te zorgen voor volledige naleving van de aanbevelingen van de Servische raad voor de bestrijding van corruptie; spreekt zijn bezorgdheid uit over de onafhankelijkheid van het Servische agentschap voor preventie van corruptie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>merkt op dat onderzoek in verband met de instorting van het afdak van het treinstation van Novi Sad in 2024 nog steeds loopt, en betreurt het dat er nog geen significante vooruitgang is geboekt; betreurt het eveneens dat er weinig duidelijkheid is over het onderzoek, onder meer vanwege tegenstrijdige uitspraken van functionarissen en mogelijke manipulatie of nalatigheid bij de behandeling van bewijsmateriaal; veroordeelt ten stelligste alle vormen van ongepaste beïnvloeding waarmee het openbaar ministerie dat de zaak behandelt, te maken heeft; dringt nogmaals aan op volledige transparantie, verantwoordingsplicht en onafhankelijkheid van de rechterlijke macht in de procedures;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>herhaalt dat door de tragedie van Novi Sad verdere structurele tekortkomingen aan het licht zijn gekomen met betrekking tot de overheidsdiensten, transparantie, verantwoordingsplicht en de rechtsstaat in Servië, en dat dit voor elke kandidaat-lidstaat die tot de EU wil toetreden essentiële hervormingsgebieden blijven; waarschuwt voor een terugkerend patroon waarbij overheidsopdrachten worden gegund aan en uitgevoerd door Chinese bedrijven die onvoldoende transparantie, publieke controle en verantwoordingsplicht bieden, en benadrukt dat de normen en beginselen van de EU inzake overheidsopdrachten volledig moeten worden nageleefd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>is van mening dat het houden van echt vrije en eerlijke verkiezingen de beste manier is om de politieke crisis in Servië op te lossen; dringt erop aan alle aanbevelingen van het ODIHR volledig en op transparante en inclusieve wijze uit te voeren, en wijst erop dat dit onder meer vereist dat er geen druk meer op kiezers wordt uitgeoefend, zoals in de vorm van intimidatie en het kopen van stemmen, dat het misbruik van openbare en bestuurlijke middelen doeltreffend wordt voorkomen, dat voor alle politieke actoren een gelijk speelveld wordt gewaarborgd, dat er maatregelen worden genomen om vooringenomenheid in de media aan te pakken en dat er een einde komt aan de straffeloosheid voor onregelmatigheden bij verkiezingen en daaraan gerelateerde misdaden, zoals het ODIHR en de Commissie herhaaldelijk naar voren hebben gebracht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>veroordeelt ten stelligste het vijandige klimaat bij de lokale verkiezingen die op 29 maart 2026 in tien gemeenten zijn gehouden, waarbij waarnemingsmissies melding hebben gemaakt van tal van gewelddadige incidenten, bedreigingen en onregelmatigheden bij de stemming, waaronder intimidatie van en druk op kiezers, aanvallen op journalisten, studenten, activisten en waarnemers, geweld in de buurt van stemlokalen, parallelle kieslijsten en kiezersregisters, het kopen van stemmen, het per bus vervoeren van kiezers uit andere steden naar stemlokalen, invallen in kantoren van oppositiepartijen, misbruik van bestuurlijke middelen en het ontbreken van een gelijk speelveld; dringt er bij de nationale autoriteiten op aan om de schuldigen door middel van een daadkrachtig, grondig en transparant onderzoek ter verantwoording te roepen; wijst op de hoge opkomst als een positief teken van maatschappelijke betrokkenheid; benadrukt dat voor vrije en eerlijke verkiezingen een doeltreffende bescherming van de omgeving met verkiezingsinformatie tegen heimelijke beïnvloeding, gecoördineerde desinformatie en misbruik van de structurele voordelen door functionarissen vereist is; veroordeelt het klimaat van wijdverbreid geweld en intimidatie dat regelmatig tijdens verkiezingsperiodes in Servië wordt waargenomen, waarbij zowel journalisten als burgers worden geconfronteerd met systematische belemmeringen, fysieke bedreigingen en directe aanvallen, wat een ernstige verslechtering van het democratisch klimaat inhoudt, zonder dat de wetshandhavingsinstanties in veel gevallen ingrijpen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>herhaalt zijn oproep tot een grondige en volledige uitvoering van de wet inzake het centrale kiezersregister, onder meer wat betreft de naleving van de wettelijke termijnen en het waarborgen van de volledige en doeltreffende medewerking van alle relevante overheidsinstellingen bij de controle van het register; herinnert eraan dat het verbeteren van het kiezersregister een belangrijke aanbeveling van het ODIHR is en een randvoorwaarde voor geloofwaardige verkiezingen; wijst erop dat het van essentieel belang is dat deze maatregelen correct worden uitgevoerd om het vertrouwen van het publiek in de nauwkeurigheid en integriteit van het kiezersregister en daarmee ook het vertrouwen van het publiek in het verkiezingsproces te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>betreurt het toegenomen geweld, de fysieke aanvallen, illegale surveillance en intimidatie waaraan journalisten worden blootgesteld, die tijdens de lokale verkiezingen van maart 2026 tot een hoogtepunt kwamen en door gemaskerde aanvallers werden uitgevoerd; dringt aan op een grotere verantwoordingsplicht en een strengere vervolging van de aanvallers; herhaalt het belang van persvrijheid voor de kandidaat-lidstaten van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>maakt zich zorgen over de toenemende rol van buitenlandse informatiemanipulatie en inmenging (FIMI) en buitenlandse cyberoperaties en -inmenging in de democratische verkiezingsprocessen in Servië;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>stelt met bezorgdheid vast dat er redactionele veranderingen in de media plaatsvinden en veroordeelt de toegenomen druk op de nog resterende onafhankelijke media, in het kader van een breder proces van toe-eigening van de media; veroordeelt de voortzetting van de activiteiten van RT Balkan en Sputnik Srbija, die worden gebruikt om pro-Russische narratieven en desinformatie in de regio van de Westelijke Balkan te verspreiden; herinnert eraan dat deze netwerken worden gebruikt om de Europese sancties tegen Rusland te omzeilen; verzoekt de Servische autoriteiten met klem hybride dreigingen tegen te gaan en zich volledig aan te sluiten bij het besluit van de Raad inzake de opschorting van de omroepactiviteiten van Sputnik en RT;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over de wijzigingen die de Nationale Vergadering op 28 januari 2026 heeft aangenomen, met als doel belangrijke wetten inzake de rechterlijke macht te wijzigen volgens een urgente procedure, zonder openbare raadpleging, betrokkenheid van rechterlijke instanties of afdoende motivering; benadrukt dat dit opnieuw een ernstige stap terug betekent op de weg van Servië naar toetreding tot de EU, aangezien het de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en de autonomie van het openbaar ministerie verder verzwakt; betreurt het feit dat de “wetten van Mrdić” al zijn uitgevoerd door de openbaar aanklagers voor georganiseerde misdaad uit hun functie te ontheffen, waardoor de vooruitgang die sinds de grondwetshervorming van 2022 op het gebied van justitiële hervormingen was geboekt, in feite teniet is gedaan en de oproep tot latere intrekking van die wetten daarmee overbodig wordt; neemt er nota van dat de uitvoering van deze wijzigingen is opgeschort; roept op tot een dringende herziening ervan, volledig in overeenstemming met de aanbevelingen in het advies van de Commissie van Venetië, en dringt er bij de Servische autoriteiten op aan een duidelijk tijdschema voor te leggen voor het herstel van de waarborgen voor de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht; verzoekt de Commissie met klem om, tegen de achtergrond van de aangenomen wijzigingen, verdere uitbetalingen van middelen aan Servië in het kader van de hervormings- en groeifaciliteit voor de Westelijke Balkan op te schorten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>uit zijn ernstige bezorgdheid over het gebrek aan continuïteit in de doeltreffende samenwerking van Servië met het Agentschap van de Europese Unie voor justitiële samenwerking in strafzaken (Eurojust) doordat het land niet tijdig een verbindingsmagistraat heeft benoemd, wat heeft geleid tot de tijdelijke sluiting van zijn liaisonbureau en negatieve gevolgen heeft voor de lopende samenwerking, met naar verluidt meer dan tweehonderd vastgelopen of betrokken zaken tot gevolg; neemt kennis van de herbenoeming van de verbindingsmagistraat bij Eurojust en dringt er bij Servië op aan de justitiële samenwerking naar behoren voort te zetten en samenwerking op dit gebied met EU-agentschappen te behandelen als een essentiële verplichting in het kader van het toetredingsproces; roept de Servische autoriteiten ertoe op om volledige en consistente medewerking te waarborgen als voorwaarde voor verdere uitbetaling van middelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>uit voorts zijn bezorgdheid over het toenemende aantal gevallen van ongepaste beïnvloeding van de rechterlijke macht in Servië, zoals publieke aanvallen op rechters en aanklagers, politieke uitspraken die hun onafhankelijkheid ondermijnen en pogingen om via institutionele en wettelijke middelen druk op hen uit te oefenen; waarschuwt voor het risico dat dergelijke praktijken een remmend effect hebben op de onafhankelijke besluitvorming en het publieke vertrouwen in het rechtsstelsel verder ondermijnen; onderstreept dat de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht doeltreffend moet worden beschermd, zowel in de wet- en regelgeving als in de praktijk; verzoekt de Servische autoriteiten om zich te weerhouden van alle handelingen of uitspraken die de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht in gevaar zouden kunnen brengen, en om een veilig klimaat te waarborgen waarin rechters en openbaar aanklagers hun taken zonder druk kunnen uitoefenen; veroordeelt het gebruik door Servische functionarissen van taal die aanzet tot geweld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>spreekt zijn bezorgdheid uit over aanhoudende aanwijzingen van staatskaping, waaronder ongepaste politieke beïnvloeding van belangrijke instellingen, regelgevingsinstanties en openbare bestuurslichamen; benadrukt dat meer institutionele onafhankelijkheid en verantwoordingsplicht van essentieel belang zijn om het vertrouwen van het publiek te herstellen en vooruitgang te boeken op het gebied van het Europese traject;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>stelt met bezorgdheid vast dat de vastgelegde constitutionele rol en onpartijdigheid van het ambt van de president verder worden ondermijnd door voortdurende campagnevoering en partijactivisme, onder meer via kandidatenlijsten voor lokale verkiezingen waarop de naam van de president staat vermeld; hekelt het misbruik van openbare ambten en overheidsmiddelen voor partijpolitieke doeleinden ten gunste van de regerende partij, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, het voeren van verkiezingscampagnes en het mobiliseren van kiezers, hetgeen er uiteindelijk toe leidt dat de grenzen tussen staat en regerende partij vervagen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>betreurt het feit dat het stilvallen van de parlementaire werkzaamheden in combinatie met een permanente campagnemodus en sterke polarisatie, ertoe bijdragen dat de Nationale Vergadering niet naar behoren functioneert; wijst er nogmaals op bereid te zijn de Nationale Vergadering en de leden daarvan te ondersteunen bij de democratische processen die verband houden met het Europese traject van Servië, met inbegrip van de goede werking van het parlement in overeenstemming met zijn reglement van orde, door gebruik te maken van de bestaande instrumenten en initiatieven van het Europees Parlement ter ondersteuning van de democratie; moedigt aan tot verdere versterking van de parlementaire dialoog tussen de EU en Servië en tot constructieve betrokkenheid binnen het Parlementair Stabilisatie- en associatiecomité van het Europees Parlement;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over de problemen van systemische aard die door de studentenprotesten en verschillende andere protesten in Servië onder de aandacht zijn gebracht, zoals kwesties met betrekking tot burgerlijke vrijheden, de scheiding der machten, corruptie, milieubescherming en institutionele en financiële transparantie, in het bijzonder in verband met infrastructuurprojecten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>uit zijn diepe bezorgdheid over de goedkeuring van de lex specialis en de daaropvolgende “authentieke interpretatie” van de wet met betrekking tot het modernistische Generalštab-complex in Belgrado, waardoor het rechtskader voor de bescherming van cultureel erfgoed in feite terzijde wordt geschoven en de rechtszekerheid wordt ondermijnd; benadrukt dat dergelijke ad-hocwetgevingsmaatregelen de rechtsstaat, de juridische voorspelbaarheid en de algehele integriteit van het rechtsstelsel verzwakken; verzoekt de Servische autoriteiten om deze maatregelen in te trekken en te zorgen voor volledige naleving van de grondwet en de wetgeving inzake de bescherming van erfgoed en ruimtelijke ordening;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>herinnert eraan dat de wet inzake de financiering van de autonome provincie Vojvodina volgens de bepalingen van de grondwet eind 2008 had moeten worden aangenomen; moedigt de regering derhalve aan om de kwestie onverwijld aan het parlement voor te leggen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Fundamentele vrijheden en mensenrechten</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>spreekt nogmaals zijn steun uit voor het grondrecht van alle Servische burgers, met inbegrip van studenten, om hun mening vrijelijk te uiten en vreedzaam te protesteren, onder meer met als doel aan te dringen op verantwoordingsplicht en democratische hervormingen die rechtstreeks verband houden met de rechtsstaat, alsook op de afstemming van het land op de beginselen en waarden van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>hekelt het feit dat vreedzame demonstranten, studenten, activisten en journalisten het afgelopen jaar slachtoffer zijn geworden van een breed scala aan repressieve maatregelen, waaronder buitensporig gebruik van geweld en politiegeweld, willekeurige opsluitingen en arrestaties, politiek ballingschap, illegale surveillance, gendergerelateerde online-pesterijen en -intimidatie, waaronder de verspreiding van intiem materiaal zonder toestemming, het misbruik van persoonsgegevens uit openbare registers met het oog op represailles tegen vreedzame demonstranten en andere vormen van intimidatie en onrechtmatige verwijderingen; dringt aan op gerichte sancties tegen personen die verantwoordelijk zijn voor ernstige en stelselmatige schendingen van de wet en van de mensenrechten in Servië;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>veroordeelt de vele gewelddadigheden die worden gepleegd door informele bendes die nauwe banden hebben met de regerende partij en die straffeloos te werk gaan en demonstranten aanvallen; verzoekt de Servische autoriteiten ervoor te zorgen dat de deelnemers aan de vreedzame protesten worden beschermd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>roept op tot dringende, onpartijdige en transparante onderzoeken naar alle beschuldigingen van onnodig en onevenredig gebruik van geweld en de onrechtmatige surveillance van demonstranten; verzoekt de autoriteiten niet langer achter personen aan te gaan vanwege hun rechtmatige activiteiten en te waarborgen dat politieke rechten volledig worden geëerbiedigd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>is nog steeds ernstig verontrust over meldingen van onder meer Amnesty International en SHARE Foundation dat de Servische autoriteiten illegale spyware zoals Pegasus hebben gebruikt om activisten, journalisten, leden van het maatschappelijk middenveld en burgers te bespioneren, en maakt zich ernstig zorgen over het gebrek aan toereikende institutionele of onafhankelijke toezichtmaatregelen in gevallen van spywaregebruik; dringt er bij de Servische regering op aan onmiddellijk een einde te maken aan dergelijke praktijken, alle gevallen grondig te onderzoeken en de verantwoordelijken ter verantwoording te roepen; verzoekt de Commissie met klem deze incidenten te volgen en bij de Servische autoriteiten aan te dringen op een volledig en onafhankelijk onderzoek; veroordeelt in krachtige bewoordingen de onaanvaardbare uitspraken die de Servische minister van Informatie en Telecommunicatie op 4 april 2026 heeft gedaan over politiegeweld tegen burgers; spreekt zijn diepe bezorgdheid uit over het gebruik van strategische rechtszaken tegen publieke participatie (SLAPP’s) tegen onderzoeksjournalisten en activisten uit het maatschappelijk middenveld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>uit zijn diepe bezorgdheid over geloofwaardige aantijgingen met betrekking tot het gebruik van een akoestisch wapen tegen vreedzame demonstranten; wijst op het uitblijven van een snel en transparant onderzoek naar het incident; herinnert aan de voorlopige maatregel van de Raad van Europa van april 2025 betreffende de bescherming van demonstranten en benadrukt dat het uitblijven van een onderzoek naar dergelijke aantijgingen kan neerkomen op een schending van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens; verzoekt de Servische autoriteiten om onmiddellijk een onpartijdig onderzoek in te stellen en te garanderen dat de verantwoordelijken ter verantwoording worden geroepen; merkt op dat Servië Chinese hardware en software tegen verlaagde prijzen aanschaft om de surveillance van zijn burgers op te voeren, met name door in openbare ruimten uitgebreide videobewakingssystemen en geavanceerde gezichtsherkenning uit te rollen, in het kader van een samenwerkingsproject met Huawei genaamd “Safe City” in Belgrado; spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over meldingen dat Servische autoriteiten EU-pretoetredingssteun hebben gebruikt voor de aankoop van biometrische en forensische software bij Papilon, een Russisch bedrijf waarvoor EU-sancties gelden; verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat de beperkende maatregelen van de EU in alle door de EU gefinancierde programma’s volledig worden nageleefd; betreurt de intimidatiecampagne van de Servische autoriteiten tegen vreedzame studenten, journalisten en activisten naar aanleiding van een omstreden verslag van de Russische federale veiligheidsdienst (FSB) om demonstranten ten onrechte te beschuldigen van het gebruik van een geluidskanon tijdens het protest op het Slavija-plein in Belgrado op 15 maart 2025; benadrukt dat het inzetten van angst als wapen om afwijkende meningen van burgers te onderdrukken volstrekt onaanvaardbaar is en onverenigbaar is met de fundamentele waarden van de EU; is sterk gekant tegen de meest recente aanvallen van hooggeplaatste Servische functionarissen, die gericht zijn tegen leden van het Europees Parlement, waaronder valse beschuldigingen dat ze leugens en onjuiste informatie over de protesten hebben verspreid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>spreekt zijn diepe bezorgdheid uit over de intensivering van verbale aanvallen, lastercampagnes en druk op maatschappelijke organisaties die zich inzetten voor de rechtsstaat; is verder bezorgd over het feit dat maatschappelijke organisaties in Servië met steeds meer problemen worden geconfronteerd, waaronder beperkende voorwaarden, financieringsbeperkingen, invallen door de politie en andere vormen van intimidatie door overheidsinstanties; wijst op het belang van een kader dat lokale, bruisende maatschappelijke organisaties in staat stelt op inclusieve en zinvolle wijze deel te nemen aan de beleidsvorming, met inbegrip van EU-integratieprocessen; verzoekt de autoriteiten om een veilig klimaat te waarborgen waarin maatschappelijke organisaties hun activiteiten ongehinderd kunnen uitvoeren, en om af te zien van acties die hun onafhankelijkheid en werkzaamheden ondermijnen; veroordeelt de verslechtering van de arbeidsomstandigheden van journalisten en de media; dringt er bij Servië op aan de achteruitgang op het gebied van de vrijheid van meningsuiting om te keren; merkt met bezorgdheid op dat in 2025 Servië het laagste resultaat ooit behaalde op de wereldindex voor persvrijheid, waarbij het land op de 96e plaats eindigde op een totaal van 180 landen en daarmee de op één na laatste plaats in Europa inneemt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over het feit dat onafhankelijke media en individuele journalisten worden geconfronteerd met een vijandig klimaat als gevolg van verbale aanvallen door politieke kopstukken; maakt zich ernstig zorgen over de toename van het aantal aanvallen op journalisten in het afgelopen jaar, in combinatie met een afname van het aantal vervolgingen, wat straffeloosheid in de hand werkt; wijst op de aanhoudende structurele problemen op het gebied van media-eigendom, ontoereikend regelgevend toezicht en het ontbreken van echte pluriformiteit van de media; neemt met bezorgdheid kennis van de concentratie van eigendom in de mediasector en de onevenredige invloed van regeringsgezinde kanalen, hetgeen het pluralisme beperkt en bijdraagt tot de verspreiding van desinformatie; verzoekt de Servische autoriteiten te zorgen voor een echt onafhankelijk en divers mediaklimaat dat in overeenstemming is met de Europese normen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>wijst met ernstige bezorgdheid op het uitblijven van de doeltreffende werking van de regelgevende autoriteit voor elektronische media (REM) van Servië omdat deze niet over een legitieme en operationele raad beschikt die onafhankelijk is van politieke inmenging; herinnert eraan dat de Nationale Vergadering er voor het tweede achtereenvolgende jaar niet in is geslaagd de leden van de REM-Raad te kiezen; benadrukt dat de aanhoudende verlamming van de REM het regelgevend toezicht ondermijnt in een tijd van verhoogde politieke polarisatie; herinnert eraan dat de Commissie herhaaldelijk heeft gewezen op de noodzaak van een volledig functionerende en onafhankelijke REM als belangrijke waarborg voor mediapluriformiteit; benadrukt dat het van cruciaal belang is de onafhankelijkheid en doeltreffende werking van de REM te waarborgen; is ingenomen met de deelname van maatschappelijke organisaties, beroepsverenigingen en andere bevoegde voordragers aan een inclusief selectieproces — onregelmatigheden en procedurele inbreuken daargelaten — en is van mening dat dergelijke deelname de behoefte aan erkenning van de uitkomst van het proces onderstreept teneinde de redenen voor de terugtrekking van naar behoren geselecteerde kandidaten weg te nemen; is van mening dat de geloofwaardigheid van zowel het proces als de toekomstige REM-raad alleen kan worden hersteld door naar de rechtmatige fase van de procedure terug te keren en de uitkomst van het recentste inclusieve selectieproces te erkennen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>uit zijn bezorgdheid over de onafhankelijkheid, betrouwbaarheid en integriteit van het Servische medialandschap; wijst in het bijzonder op de verspreiding van desinformatie en pro-Russische propaganda door aan de staat gelieerde mediakanalen; verzoekt de Servische regering passende maatregelen te nemen om de transparantie van media, de nauwkeurigheid van informatie en de naleving van journalistieke normen te waarborgen; dringt er bij Servië op aan de achteruitgang op het gebied van de vrijheid van de media om te keren en aansluiting te zoeken bij de Europese verordening mediavrijheid<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2024/1083 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 tot vaststelling van een gemeenschappelijk kader voor mediadiensten op de interne markt en tot wijziging van Richtlijn 2010/13/EU (Europese verordening mediavrijheid) (PB L, 2024/1083, 17.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1083/oj).</FIELD></FOOTNOTE>; onderstreept dat het versterken van de media en digitale geletterdheid essentieel is om desinformatie, buitenlandse informatiemanipulatie en inmenging en anti-EU-narratieven tegen te gaan en om de democratische veerkracht te vergroten; verzoekt Servië alomvattende en inclusieve initiatieven op het gebied van mediageletterdheid in het hele onderwijsstelsel verder te ontwikkelen en uit te voeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>neemt met bezorgdheid nota van de verstrekkende controle van politieke partijen over benoemingen in de overheidssector, overheidsinstanties, overheidsbedrijven, raden van toezicht en belangrijke regelgevende instanties, aangezien politiek nepotisme het professionalisme en de verantwoordingsplicht van het bestuur ondermijnt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>benadrukt hoe belangrijk het is de academische vrijheid en de institutionele autonomie te beschermen, in overeenstemming met de beginselen van de Europese ruimte voor hoger onderwijs; uit zijn diepe bezorgdheid over meldingen van financiële, administratieve en fysieke druk op academisch personeel en van inmenging in de institutionele autonomie van universiteiten via overheidsmaatregelen, met inbegrip van politieke bedreigingen aan het adres van de rector van de Universiteit van Belgrado en decanen van universiteiten in heel Servië, ontslagen van academische medewerkers en gemelde politie-interventies in universiteitsgebouwen; verzoekt de Servische autoriteiten om deze praktijken onmiddellijk een halt toe te roepen en de autonomie van universiteiten volledig te eerbiedigen overeenkomstig het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens; veroordeelt de politieke druk die op universiteiten en andere onderzoeksinstellingen wordt uitgeoefend; hekelt de lasterpraatjes over professoren, onderzoekers en ander academisch personeel in regeringsgezinde media; veroordeelt de politie-inval in de gebouwen van de Universiteit van Belgrado, die via regeringsgezinde sensatiemedia werd verspreid, als opnieuw een vorm van druk en intimidatie ten aanzien van de academische wereld en academische vrijheden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>stelt met bezorgdheid vast dat het optreden van de Servische regering op het gebied van onderwijs en academische vrijheid de normen in de hoofdstukken 25 en 26, de enige twee hoofdstukken die Servië voorlopig heeft afgesloten, ondermijnt; verzoekt de Commissie te beoordelen of nog steeds is voldaan aan de voorwaarden voor de voorlopige sluiting van de hoofdstukken 25 en 26;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over toenemende politieke inmenging in culturele instellingen in Servië, onder meer in de vorm van druk op de artistieke programmering, bestuursstructuren en financieringsbeslissingen, alsook op instellingen en professionals die zich met de bescherming van erfgoed bezighouden; wijst op meldingen van beperkingen van de toegang tot culturele inhoud die het recht van burgers op deelname aan het culturele leven ondermijnen, annuleringen van culturele programma’s, ontslagen van professionals uit de culturele sector en druk op deskundigen die betrokken zijn bij de bescherming van erfgoed; benadrukt dat vrijheid van artistieke expressie, institutionele autonomie en professionele onafhankelijkheid integrale onderdelen van het leven in een democratie zijn; verzoekt de Servische autoriteiten om deze beginselen overeenkomstig de Europese normen en het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens volledig in acht te nemen en een transparant, op merites gestoeld en gedepolitiseerd cultureel bestuur in te stellen, waarbij een eerlijke en onafhankelijke toewijzing van overheidsmiddelen en een gunstig klimaat voor de cultuur- en creatieve sector, vrij van politieke inmenging, worden gewaarborgd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>herhaalt dat Servië de consistente en doeltreffende uitvoering van het rechtskader en van het institutionele kader voor de bescherming van de grondrechten moet waarborgen, in het bijzonder wat betreft beleidsmaatregelen voor het aanpakken van geweld tegen vrouwen, de-institutionalisering en geweld tegen kinderen; uit zijn bezorgdheid over het aanhoudend hoge aantal gevallen van gendergerelateerd geweld in Servië, met inbegrip van de digitale dimensie, en verzoekt de Servische autoriteiten hierop te reageren met adequate actieplannen, financiering en uitvoeringsmechanismen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>roept Servië ertoe op om de eerbiediging van de rechten van alle nationale minderheden in de praktijk te waarborgen en zich oprecht in te zetten om nog bestaande problemen op te lossen, met inbegrip van toegang tot onderwijs, informatie, specifieke mediaruimten, financiering, voorzieningen en religieuze diensten in minderheidstalen, alsook volledige vertegenwoordiging op alle bestuursniveaus, in overeenstemming met het wederkerigheidsbeginsel, waar mogelijk, en met alle relevante Europese normen; betreurt het feit dat er sinds 2025 geen vertegenwoordiging van nationale minderheden op ministerieel niveau is, met name met betrekking tot de portefeuille voor mensenrechten en rechten van minderheden; merkt op dat, hoewel het rechts- en beleidskader betreffende de bescherming van nationale minderheden in Servië in grote lijnen is vastgesteld, er nog steeds aanzienlijke tekortkomingen bestaan wat betreft de doeltreffende en consistente uitvoering ervan; wijst op de aanzienlijke vertraging bij het opstellen van een nieuw actieplan voor de rechten van nationale minderheden, dat eindelijk werd aangenomen op 28 mei 2026, en benadrukt dat Servië dit plan zo spoedig mogelijk moet uitvoeren; roept op tot verdere concrete maatregelen, waaronder duidelijke tijdschema’s, toereikende middelen en robuuste monitoringmechanismen; verzoekt om volledige uitvoering van de antidiscriminatiewetgeving en om intensivering van de inspanningen teneinde een niet-discriminerende behandeling van alle nationale en andere minderheden te waarborgen; dringt erop aan dat er doeltreffend onderzoek wordt gedaan naar door haat ingegeven misdrijven en dat de daders ervan worden bestraft; veroordeelt ten stelligste de aanvallen, pesterijen en intimidatie gericht op minderheidsgemeenschappen, waaronder Slowaken, Roemenen, Bulgaren en Kroaten, en het gebruik van etnische scheldwoorden door regeringsgezinde media; benadrukt dat meetbare en verifieerbare vooruitgang op het gebied van de bescherming van minderheden moet worden beschouwd als onderdeel van de cluster fundamentele kwesties, met duidelijke benchmarks en monitoring;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>56.</NO.P>onderstreept dat de toegang tot onderwijs in minderheidstalen in de praktijk nog steeds beperkt is, en onverwijld en zonder administratieve belemmeringen op alle niveaus moet worden gewaarborgd, in overeenstemming met de fundamentele rechten van minderheden; verzoekt Servië het cultureel erfgoed en de tradities van zijn nationale minderheden te beschermen en te bevorderen en in het bijzonder een positief klimaat voor onderwijs in minderheidstalen te creëren, en betreurt de schending van minderheidsrechten in dit verband; benadrukt dat er voldoende leerkrachten, schoolboeken en lesmateriaal beschikbaar moeten zijn; verzoekt Servië op te houden met het uitbuiten van nationale identiteiten en veroordeelt met klem de gemelde gevallen van haatzaaiende uitlatingen tegen sommige van die groepen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>57.</NO.P>	erkent weliswaar het belang van raden voor nationale minderheden, maar maakt zich zorgen over de beperkte capaciteiten van dergelijke raden en dringt aan op voldoende financiële en institutionele steun om de onafhankelijkheid ervan te garanderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>58.</NO.P>veroordeelt met klem de pogingen van de Servische autoriteiten om de nationale identiteit van gemeenschappen binnen het land te ondermijnen; uit in dit verband zijn bezorgdheid over de verspreiding van narratieven zoals dat van de zogenoemde “Shopi-natie”, waarmee wordt geprobeerd het bestaan van de Bulgaarse gemeenschap uit te wissen en haar geschiedenis, cultureel erfgoed en recht op zelfidentificatie — dat door het internationaal recht wordt beschermd — te ontkennen; verzoekt Servië om het recht op het gebruik van namen en talen die specifiek zijn voor minderheidsgroepen, met inbegrip van vrouwen binnen de Bulgaarse gemeenschap, te waarborgen; uit zijn bezorgdheid over de demografische achteruitgang van bepaalde minderheidsgroepen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>59.</NO.P>verzoekt de Servische regering te zorgen voor gelijke rechten voor de Kroatische minderheid in Servië, net zoals de Servische minderheid gelijke rechten geniet in Kroatië, en zich oprecht in te zetten voor het oplossen van openstaande kwesties met betrekking tot de Kroatische minderheid; betreurt het dat Servië acties onderneemt om zich het cultureel erfgoed en de oorsprong van de literaire traditie van Kroatië toe te eigenen, en de status van de Kroatische taal ter discussie stelt; is tegelijkertijd ingenomen met de goedkeuring van voorschoolse educatie in het Kroatisch in Tavankut; verwacht dat de volledige uitvoering onmiddellijk van start zal gaan en moedigt de nationale en lokale autoriteiten aan om hun dialoog met de Nationale Raad van Kroatië voort te zetten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>60.</NO.P>wijst op de situatie van de Roemeense minderheid in Servië en verzoekt de autoriteiten alle maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat deze minderheid haar taalkundige, religieuze, onderwijsgerelateerde en culturele rechten ten volle kan uitoefenen, onder meer door toegang tot onderwijs, religieuze diensten en media in het Roemeens te faciliteren, en een inclusief beleid te bevorderen dat de identiteit van de leden van deze minderheid en hun deelname aan het openbare leven waarborgt; verzoekt de Servische autoriteiten geen onderscheid te maken tussen Vlachen en Roemenen; betreurt de situatie van de Roemeens-Orthodoxe Kerk in Servië, die door de staat niet officieel als een traditionele kerk wordt erkend, waardoor Roemeense kerken en geestelijken voor aanzienlijke uitdagingen komen te staan bij het houden van erediensten voor de Roemeense gemeenschap;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>61.</NO.P>herhaalt zijn bezorgdheid over het feit dat het adres van duizenden Albanezen in het zuiden van Servië is geschrapt als gevolg van restrictieve en willekeurige toepassing van de wet inzake permanent en tijdelijk verblijf; verzoekt het ministerie van Binnenlandse Zaken om zo snel mogelijk uitgebreide statistieken te publiceren over het aantal burgers van wie het adres tussen 2011 en 2024 in Medveđa, Bujanovac en Preševo is geschrapt, uitgesplitst naar nationaliteit/etnische afkomst; onderstreept dat het ministerie van Openbaar Bestuur en Lokaal Zelfbestuur het proces waarbij burgers met een geschrapt adres uit de kiezerslijst worden verwijderd een halt moet toeroepen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>62.</NO.P>verzoekt Servië te zorgen voor de volledige uitvoering van de strategie voor de integratie van de Roma, waaronder toereikende financiering, coördinatie en toezicht, waarbij de Roma-gemeenschappen worden betrokken; roept op tot maatregelen om gelijke toegang tot onderwijs te waarborgen en segregatie te voorkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>63.</NO.P>uit zijn bezorgdheid over de toenemende politieke invloed van religieuze instellingen en verzoekt de autoriteiten te zorgen voor eerbiediging van het secularisme, gelijke behandeling en volledige erkenning van alle religieuze gemeenschappen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>64.</NO.P>hekelt het feit dat er in Servië nog steeds sprake is van een klimaat van vijandigheid, discriminatie en haatzaaiende uitlatingen ten aanzien van lhbtiq+-personen; verzoekt Servië de uitvoering van de wetten inzake haatmisdrijven, haatzaaiende uitlatingen en antidiscriminatie te verbeteren; moedigt de Servische autoriteiten aan het wetgevingsproces met betrekking tot de wet inzake gendergelijkheid en de wet inzake partnerschappen tussen personen van hetzelfde geslacht onverwijld te hervatten, teneinde een betere bescherming van de grondrechten te waarborgen, en ervoor te zorgen dat deze wetten zijn afgestemd op de Europese normen inzake gelijkheid en non-discriminatie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>65.</NO.P>merkt op dat in het verslag over mensenhandel wordt benadrukt dat de bevoegde Servische autoriteiten niet volledig voldoen aan de minimumnormen voor de uitbanning van mensenhandel, ondanks het feit dat zij in vergelijking met de vorige verslagperiode meer inspanningen hebben geleverd; verzoekt de autoriteiten deze tekortkomingen te verhelpen door de op slachtoffers gerichte aanpak te versterken, te zorgen voor doeltreffende en afschrikkende rechtsvervolging, de interinstitutionele coördinatie te verbeteren en de samenwerking met het maatschappelijk middenveld te versterken, in overeenstemming met internationale normen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Verzoening en goede nabuurschapsbetrekkingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>66.</NO.P>verwacht van Servië dat het zijn volledige medewerking verleent aan Kosovo om de daders van de terroristische aanslag van 2023 in Banjska eindelijk voor de rechter te brengen; hekelt het feit dat Servië nog steeds geen vervolging heeft ingesteld tegen de schuldigen, met name Milan Radoičić, de voormalige vicevoorzitter van Srpska Lista; herhaalt dat alle personen die verantwoordelijk zijn voor gewelddaden ter verantwoording moeten worden geroepen en onverwijld voor de rechter moeten worden gebracht, in overeenstemming met de rechtsstaat en een eerlijke rechtsgang; veroordeelt ten stelligste de aanval op het Ibër-Lepenc/Ibar-Lepenac-kanaal in het noorden van Kosovo in november 2024, en dringt erop aan dat de daders snel worden aangehouden en voor de rechter worden gebracht; verzoekt Servië onverwijld te reageren op het verzoek om wederzijdse rechtshulp dat Kosovo in januari 2025 heeft ingediend in verband met deze aanslag, en zijn volledige medewerking te verlenen aan het onderzoek;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>67.</NO.P>erkent de belangrijke rol van Servië in de Westelijke Balkan, maar veroordeelt met klem alle acties of pogingen die erop gericht zijn een invloedssfeer te handhaven die de soevereiniteit en territoriale integriteit van buurlanden zou ondermijnen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>68.</NO.P>herinnert eraan dat de normalisering van de betrekkingen met Kosovo en de uitvoering van alle overeenkomsten die in het kader van de dialoog tussen Belgrado en Pristina zijn gesloten, een integraal onderdeel en een fundamenteel en essentieel element blijven vormen van het Europese perspectief van Servië; wijst erop dat concrete, duurzame en verifieerbare vooruitgang op dit gebied onontbeerlijk is teneinde de regionale stabiliteit te vergroten en het Europese perspectief van het land te bevorderen; benadrukt dat normalisering niet als een bijzaak kan worden beschouwd, maar een absolute politieke prioriteit moet blijven; benadrukt hoe belangrijk het is dat de EU haar bemiddelingsinspanningen tussen de partijen verder opvoert teneinde de huidige impasse te doorbreken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>69.</NO.P>herhaalt dat goede nabuurschapsbetrekkingen en regionale samenwerking essentiële elementen van het uitbreidingsproces zijn; benadrukt hoe belangrijk het is dat Servië goede nabuurschapsbetrekkingen ontwikkelt, met name door overeenkomsten met EU-lidstaten uit te voeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>70.</NO.P>onderstreept dat Europese integratie niet hand in hand kan gaan met het concept van de Servische wereld, dat tot doel heeft de vrede en stabiliteit in de regio te ondermijnen; benadrukt dat dergelijke narratieven in strijd zijn met de beginselen van goede nabuurschapsbetrekkingen en regionale samenwerking, die kernelementen van het EU-toetredingsproces zijn; onderstreept dat dergelijke narratieven een bedreiging vormen voor het proces van normalisering van de betrekkingen met de Republiek Kosovo; verzoekt de Servische autoriteiten zich te onthouden van retoriek en acties die de regionale spanningen kunnen aanwakkeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>71.</NO.P>veroordeelt ten stelligste de herhaaldelijke gevallen van haatzaaiende, vijandige en opruiende taal gericht tegen zijn buurlanden, met name Bulgarije, Kroatië, Kosovo en Albanië, onder meer door overheidsfunctionarissen en mediakanalen; onderstreept dat een dergelijk discours onverenigbaar is met de Europese waarden en het vertrouwen, de verzoening en de regionale stabiliteit ondermijnt; verzoekt de Servische autoriteiten haatzaaiende uitlatingen actief tegen te gaan, verantwoordingsplicht te waarborgen en een klimaat van respect en constructieve dialoog in de regio te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>72.</NO.P>herhaalt zijn oproep om de kwaliteit van het dialoogproces te verbeteren door middel van de deelname van vrouwen, meer transparantie ten aanzien van het publiek, en de zinvolle betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>73.</NO.P>geeft nogmaals aan de door de EU gefaciliteerde dialoog volledig te steunen en is ingenomen met de verlenging van het mandaat van Peter Sørensen als de speciale vertegenwoordiger van de EU voor de dialoog tussen Belgrado en Pristina tot 29 februari 2028;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>74.</NO.P>benadrukt nogmaals hoe belangrijk het is dat de autoriteiten van Kosovo en Servië zich constructief inzetten om vooruitgang te boeken bij de uitvoering van de Overeenkomst over het pad naar normalisering en de bijbehorende uitvoeringsbijlage, die voor beide partijen nog steeds geldig en juridisch bindend is; roept zowel Kosovo als Servië ertoe op om de Overeenkomst van Brussel en de Overeenkomst van Ohrid volledig uit te voeren, onder meer door de vereniging/gemeenschap van gemeenten met een Servische meerderheid op te richten en een einde te maken aan het verzet van Servië tegen het lidmaatschap van Kosovo van regionale en internationale organisaties, alsook om af te zien van unilaterale acties die de dialoog zouden kunnen verstoren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>75.</NO.P>veroordeelt de herhaalde negatieve, agressieve en chauvinistische retoriek van Servische politieke leiders ten aanzien van buurlanden en de inwoners ervan, wat de inspanningen voor de totstandbrenging van goede nabuurschapsbetrekkingen ondermijnt, waaronder met betrekking tot de ongrondwettelijke viering van de Dag van de Republika Srpska, die de stabiliteit en territoriale integriteit van Bosnië en Herzegovina in gevaar brengt; verzoekt Servië af te zien van een escalerende retoriek en ervoor te zorgen dat zijn veiligheids- en defensiebeleid in overeenstemming is met de Europese waarden alsook goede nabuurschapsbetrekkingen in acht neemt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>76.</NO.P>spreekt zijn afschuw uit over de agressieve en opruiende retoriek die de president van Servië tegen buurlanden gebruikt door zonder bewijs te beweren dat Kroatië, Albanië en Kosovo voorbereidingen treffen om Servië aan te vallen, en dit als voorwendsel te gebruiken om Chinese supersonische raketten aan te schaffen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>77.</NO.P>betreurt het feit dat Servië blijft proberen zijn buurland Kosovo van het internationale toneel te isoleren door campagne te voeren tegen zijn erkenning of door het land van internationale organisaties uit te sluiten; roept Servië ertoe op om niet langer weerstand te bieden tegen het verzoek van Kosovo om lid te worden van de Raad van Europa, aangezien dat in strijd is met de overeenkomst tussen Kosovo en Servië van 2013 over de normalisering van de betrekkingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>78.</NO.P>verzoekt Servië de ontkenning van oorlogsmisdaden en historisch revisionisme actiever aan te pakken, met name ten aanzien van de oorlogen in Kroatië, Bosnië en Herzegovina, en Kosovo; roept de Servische autoriteiten ertoe op om gerechtigheid voor de slachtoffers te verwezenlijken door de gerechtelijke uitspraken inzake oorlogsmisdaden te erkennen en te eerbiedigen, tegen de straffeloosheid met betrekking tot oorlogsmisdaden te strijden en nationale openbaar aanklagers te steunen bij hun inspanningen om daders voor de rechter te brengen; spreekt zich met klem uit tegen de wijdverbreide publieke ontkenning van internationale vonnissen inzake oorlogsmisdaden, waaronder de ontkenning van de genocide in Srebrenica; pleit ervoor om ontkenning van oorlogsmisdaden en verheerlijking van oorlogsmisdadigers op te nemen in het wetboek van strafrecht zodat voor elke vorm van ontkenning van oorlogsmisdaden, zoals bepaald door de vonnissen van het Internationaal Straftribunaal voor het voormalige Joegoslavië en het Internationaal Gerechtshof, vervolging kan worden ingesteld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>79.</NO.P>betreurt het feit dat Servië geen oprechte bereidheid heeft getoond om zijn verleden onder ogen te zien en doeltreffende onderzoeken en vervolgingen in te stellen met betrekking tot oorlogsmisdaden, zoals blijkt uit het feit dat verdachten die een hoge positie bekleden niet in staat van beschuldiging worden gesteld, er al sinds 2023 geen hoofdaanklager voor oorlogsmisdaden is en internationale vonnissen inzake oorlogsmisdaden vaak publiekelijk worden ontkend, waarbij ook de genocide van Srebrenica wordt ontkend; betreurt het dat de regerende partij en regeringsgezinde mediakanalen veroordeelde oorlogsmisdadigers blijven ophemelen, waardoor zij een platform voor historisch revisionisme en haatzaaiende uitlatingen worden geboden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>80.</NO.P>herhaalt zijn standpunt over het belang van het openstellen en publiceren van oorlogsarchieven en herhaalt zijn oproep om de archieven van het voormalige Joegoslavië open te stellen en met name toegang te waarborgen tot de dossiers van de voormalige Joegoslavische geheime dienst (UDBA) en de contra-inlichtingendienst van het Joegoslavische volksleger (KOS), en om de dossiers terug te geven aan de respectieve opvolgerstaten als zij daarom vragen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>81.</NO.P>onderstreept de noodzaak van zinvolle regionale samenwerking bij de behandeling van oorlogsmisdaden door jurisdictiegeschillen te voorkomen en ervoor te zorgen dat voor oorlogsmisdaden, zonder enige vorm van discriminatie, vervolging wordt ingesteld, en benadrukt dat alle openstaande kwesties in dit verband volledig moeten worden opgelost;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>82.</NO.P>merkt op dat onopgeloste gevallen van vermiste personen nog steeds een ernstig probleem vormen en een aanzienlijke belemmering vormen voor de normalisering van de betrekkingen; dringt er bij Servië op aan zijn verzoeningsinspanningen op te voeren en een actievere aanpak te hanteren; verzoekt Servië om volledige medewerking met de gerechtelijke autoriteiten van de EU-lidstaten bij hun onderzoeken naar oorlogsmisdaden, met inbegrip van misdaden tegen vermiste personen, en om alle relevante informatie te verstrekken aan de hand waarvan deze personen kunnen worden geïdentificeerd; roept op tot zinvolle bilaterale samenwerking met de andere betrokken staten door middel van snelle informatie-uitwisseling, onder meer via toegang tot documenten en archieven en de oplossing van gevallen van vermiste personen, de regeling van erfeniszaken, de vervolging van oorlogsmisdadigers en de teruggave van cultuurgoederen; dringt er bij Servië op aan de reeds lang aangekondigde wet inzake vermiste personen eindelijk aan te nemen, in een geest van echte inclusiviteit en transparantie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>83.</NO.P>roept zijn afkeuring uit tegen het feit dat de Servisch-Orthodoxe Kerk wordt gebruikt als verlengstuk van de Servische invloed in de hele regio en roept de religieuze leiders van het land ertoe op om boodschappen uit te dragen die de goede nabuurschapsbetrekkingen en het begrip tussen de verschillende landen en religies in de regio bevorderen, en om zich actief in te zetten om een cultuur van confrontatie te voorkomen; dringt erop aan dat religieuze minderheden in Servië en Kosovo worden beschermd en dat de toegang tot plaatsen voor de eredienst wordt gewaarborgd;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Sociaal-economische hervormingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>84.</NO.P>herinnert eraan dat steun uit het hervormings- en groeiplan afhankelijk is van de eerbiediging van doeltreffende democratische mechanismen, waaronder een parlementair meerpartijenstelsel, vrije en eerlijke verkiezingen, pluralistische media, een onafhankelijke rechterlijke macht, de rechtsstaat, de nakoming van alle verplichtingen op het gebied van de mensenrechten en constructieve betrokkenheid bij de normalisering van de betrekkingen met Kosovo; stelt met bezorgdheid vast dat de Commissie in januari 2026 desondanks haar goedkeuring heeft gehecht aan de eerste vrijgave van middelen aan Servië in het kader van de hervormings- en groeifaciliteit voor de Westelijke Balkan; verzoekt de Commissie toe te lichten hoe aan de voorwaarden is voldaan; merkt op dat het verstrekken van middelen aan Servië een verkeerd signaal afgeeft aan andere landen die het EU-lidmaatschap nastreven, aangezien dit de indruk wekt dat EU-middelen kunnen worden verkregen zonder dat er echte vooruitgang wordt geboekt bij de toetredingsgerelateerde hervormingen; is van mening dat Europese financiering de democratische hervormingen van het land beter moet ondersteunen; dringt aan op de herprogrammering van de desbetreffende bestaande en toekomstige EU-financiering om meer middelen te herbestemmen voor de ondersteuning van justitiële hervormingen, corruptiebestrijdingsmaatregelen, onafhankelijke media en maatschappelijke organisaties en de onafhankelijke culturele sector, teneinde hun cruciale werk te ondersteunen; benadrukt dat de via de Servische regering verstrekte steun onmiddellijk moet worden opgeschort omdat er geen duidelijke en geloofwaardige vooruitgang is geboekt op het gebied van de rechtsstaat, mediavrijheid en verkiezingsvoorwaarden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>85.</NO.P>merkt op dat het EU-toetredingsproces gebaseerd is op de afstemming van nationale wetgeving op het EU-acquis; benadrukt dat er verdere inspanningen nodig zijn om hervormingen op het gebied van het beheer van overheidsfinanciën en openbaar bestuur door te voeren en iets te doen aan de nog steeds beperkte administratieve capaciteit door middel van constante EU-investeringen in hoogwaardige kaders voor capaciteitsopbouw en kennisuitwisseling; roept Servië op om zijn inspanningen op te voeren en meer te investeren in de sociaal-economische ontwikkeling van zijn grensregio’s om het vraagstuk van de ontvolking aan te pakken en ervoor te zorgen dat de inwoners toegang hebben tot essentiële diensten, met inbegrip van arbeidskansen, gezondheidszorg en onderwijs;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>86.</NO.P>roept de EU en de landen van de Westelijke Balkan ertoe op een kader in te stellen voor samenwerking tussen het Europees Openbaar Ministerie (EOM) en zijn tegenhangers in de Westelijke Balkan, en snel bilaterale werkafspraken met het EOM vast te leggen om ervoor te zorgen dat het zijn bevoegdheden op het gebied van middelen in het kader van IPA III en de faciliteit voor de Westelijke Balkan in de begunstigde landen op doeltreffende wijze kan uitoefenen; dringt erop aan dat financiering in het kader van het toekomstige instrument “Europa in de wereld” wordt uitbetaald onder strikte randvoorwaarden met betrekking tot de rechtsstaat;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>87.</NO.P>spreekt zijn bezorgdheid uit over de omvang en reikwijdte van de opdrachten die buiten het bestaande rechtskader voor overheidsopdrachten om worden gegund;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>88.</NO.P>is ingenomen met het voorstel van de Commissie om onderhandelingen met Servië en andere landen van de Westelijke Balkan te openen met het oog op hun integratie in de “roaming tegen thuistarief”-regeling van de EU; benadrukt dat de uitbreiding van het “roaming tegen thuistarief”-gebied tot de Westelijke Balkan tastbare voordelen zou opleveren voor zowel burgers als bedrijven, door contacten tussen mensen te bevorderen, economische banden te stimuleren, uitwisselingen op onderwijsgebied te ondersteunen en toerisme te vergemakkelijken; dringt aan op snelle goedkeuring van de onderhandelingsmandaten en tijdige sluiting van bilaterale overeenkomsten met de partners van de Westelijke Balkan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>89.</NO.P>is ingenomen met het feit dat banken in Servië officieel zijn begonnen met het uitvoeren van grensoverschrijdende transacties in euro via het systeem van de gemeenschappelijke eurobetalingsruimte (SEPA);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>90.</NO.P>betreurt de demografische uitdagingen waarmee Servië wordt geconfronteerd als gevolg van een vergrijzende bevolking en lage geboortecijfers, die nog worden verergerd door de uittocht van jongeren vanwege politieke onzekerheden en sociaal-economische problemen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>91.</NO.P>roept Servië op tot een betere bescherming van de gezondheid en veiligheid op het werk door specifiek nationaal beleid inzake psychosociale en opkomende risico’s vast te stellen, onder meer in de klus- en platformeconomie, en door ervoor te zorgen dat werknemers daadwerkelijk het recht hebben om offline te zijn; verzoekt Servië ervoor te zorgen dat huishoudelijk personeel volledig onder de wetgeving inzake gezondheid en veiligheid op het werk valt en in de praktijk doeltreffend wordt beschermd, onder meer door middel van adequate arbeidsinspectie en handhavingsmechanismen; verzoekt Servië te zorgen voor gelijke beloning van vrouwen en mannen door doeltreffende maatregelen te nemen waarmee meetbare vooruitgang kan worden geboekt bij het verkleinen van de genderloonkloof;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>92.</NO.P>verzoekt Servië zijn wetgeving inzake het stakingsrecht in overeenstemming te brengen met de IAO-normen; verzoekt Servië meer inspanningen te leveren om de arbeidsparticipatiekloof tussen mannen en vrouwen te verkleinen en meetbare vooruitgang te bevorderen bij de vertegenwoordiging van vrouwen in leidinggevende functies;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>93.</NO.P>merkt op dat de sociale dialoog en de raadpleging van de sociale partners nog steeds ontoereikend zijn en verzoekt de autoriteiten collectieve onderhandelingen zowel juridisch als in de praktijk te versterken en gebruik te maken van de hervormings- en groeifaciliteit voor de Westelijke Balkan om de capaciteitsopbouw van de sociale partners te ondersteunen; wijst erop dat de uitbetaling van middelen in het kader van de hervormings- en groeifaciliteit voor de Westelijke Balkan afhankelijk moet blijven van de betrokkenheid van de sociale partners bij het opstellen van de hervormingsagenda;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>94.</NO.P>herhaalt dat Servië de transparantie met betrekking tot het onderzoek van buitenlandse directe investeringen moet vergroten;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Energie, milieu, duurzame ontwikkeling en connectiviteit</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>95.</NO.P>wijst op de politiek gevoelige ontwikkelingen met betrekking tot het olie- en gasbedrijf Naftna Industrija Srbije (NIS) en de transformatie van de eigendomsstructuur ervan, in verband met de sancties die zijn opgelegd door de Verenigde Staten en het feit dat NIS in meerderheid eigendom is van de Russische bedrijven Gazprom en Gazprom Neft; neemt kennis van de inzet en steun van de EU en Kroatië om een duurzame oplossing voor deze crisis te vinden; beschouwt het als een essentiële doelstelling van het veiligheidsbeleid dat Servië zich losmaakt van de Russische energievoorziening;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>96.</NO.P>verzoekt de Servische autoriteiten dringend meer inspanningen te leveren om de gasvoorzieningsbronnen te diversifiëren, onder meer door middel van verbeterde regionale interconnectiviteit, investeringen in hernieuwbare energie en afstemming op de energiediversificatiestrategie van de EU; betreurt het feit dat, ondanks de inspanningen van Servië om zijn energievoorziening onafhankelijker te maken van Rusland, recente onderhandelingen hebben geleid tot een nieuwe overeenkomst met Rusland voor de invoer van gas, waardoor de vooruitgang die het land heeft geboekt bij de afstemming op het energiebeleid van de EU teniet wordt gedaan en er ernstige vragen rijzen over de toezegging van Servië om zijn strategische afhankelijkheid van Russische energiebronnen te verminderen; merkt op dat energiediversificatie kan worden beschouwd als onderdeel van de strategische oriëntatie van het land;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>97.</NO.P>wijst er nogmaals op dat het belangrijk is milieunormen in Servië te beschermen, in het bijzonder met betrekking tot mijnbouwprojecten, met volledige eerbiediging van de rechten van lokale gemeenschappen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>98.</NO.P>verzoekt Servië om inkomende buitenlandse directe investeringen naar behoren en op transparante wijze te onderzoeken en te evalueren, met name op het gebied van milieunormen en duurzaamheid; uit zijn bezorgdheid over de gemelde aantasting van het milieu door en de sociale gevolgen van grootschalige winningsprojecten, alsook over de ernstige gevolgen voor het milieu en de volksgezondheid van mijnbouw- en industriële activiteiten waarbij Chinese investeerders betrokken zijn, wat heeft geleid tot een intensievere exploitatie van koper, goud en andere zeldzame materialen in de gemeenten Bor en Majdanpek; benadrukt dat Servië bij de goedkeuring en uitvoering van dergelijke projecten zijn grondwettelijke orde volledig moet veiligstellen, de strikte naleving van milieunormen moet waarborgen en de rechten van lokale en nationale minderheidsgemeenschappen moet beschermen; verzoekt de Servische autoriteiten volledige transparantie, verantwoordingsplicht en passende zorgvuldigheid te waarborgen bij overheidsopdrachten, privatiseringen en concessieprocedures waarbij buitenlandse staatsbedrijven, waaronder Chinese contractanten, betrokken zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>99.</NO.P>is bezorgd over de recente blokkades bij grensovergangen naar het Schengengebied door beroepschauffeurs uit de landen van de Westelijke Balkan in verband met de invoering van het inreis-uitreissysteem (EES) van de EU, waardoor het levensonderhoud van mensen in de kandidaat-lidstaten in gevaar komt en de toeleveringsketens in de EU mogelijk worden verstoord; verzoekt de Commissie in nauwe samenwerking met de lidstaten een beoordeling te maken van mogelijke pragmatische en juridisch solide oplossingen die een evenwicht bieden tussen de operationele realiteit van de vervoerssector en de noodzaak om de integriteit van het Schengenacquis te garanderen, waarbij wordt gezorgd voor passende waarborgen en eventueel misbruik wordt voorkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>100.</NO.P>verzoekt Servië zich meer in te zetten voor de omzetting van het relevante milieu- en klimaatacquis en zorg te dragen voor de juiste toepassing van milieubeschermingsnormen; dringt er bij de Servische autoriteiten op aan de transparantie en de milieueffectbeoordelingen met betrekking tot alle investeringen, ook die uit China en Rusland, te verbeteren; is ingenomen met de goedkeuring van de wet inzake milieueffectbeoordeling en de wet inzake strategische milieueffectbeoordeling; benadrukt echter dat een doeltreffende uitvoering van essentieel belang blijft, met name om te waarborgen dat alle projecten worden onderworpen aan volledige en transparante beoordelingsprocedures, dat de inspraak van het publiek zinvol en tijdig is en dat geen enkele administratieve praktijk het mogelijk maakt dat projecten uitgebreide milieucontroles omzeilen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>101.</NO.P>verzoekt Servië vaart te zetten achter de afstemming op de vogelrichtlijn en de habitatrichtlijn en aanzienlijk meer inspanningen te leveren om gebieden voor het Natura 2000-netwerk in kaart te brengen en vooraf aan te wijzen, teneinde te voldoen aan de kernverplichtingen uit hoofde van hoofdstuk 27, en beschermde gebieden uit te breiden en doeltreffend te beheren, onder meer door de handhaving ten aanzien van criminaliteit in verband met in het wild levende dieren en planten te versterken; is bezorgd over de toenemende druk die de winningsindustrieën uitoefenen op gebieden met een grote biodiversiteit, waaronder beschermde gebieden en oerbosecosystemen; spreekt opnieuw zijn teleurstelling uit over het gebrek aan maatregelen in verband met vervuiling, onder meer van de rivier Dragovishtitsa, die wordt veroorzaakt door de exploitatie van mijnen in de regio, en over de schadelijke effecten op de gezondheid van de plaatselijke bevolking en het milieu;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>102.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de voorzitter van de Europese Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, en de president, regering en Nationale Vergadering van Servië, alsook deze resolutie te laten vertalen in het Servisch.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>