<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0269</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">De ontvoering, gedwongen bekering en het kindhuwelijk van Maria Shahbaz en de bescherming van meisjes in Pakistan</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(B10-0346, 0348, 0350 en 0351/2026)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 9 juli 2026 over de ontvoering, gedwongen bekering en het kindhuwelijk van Maria Shahbaz en de bescherming van meisjes in Pakistan (2026/2801(RSP))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 150, lid 5, en artikel 136, lid 4, van zijn Reglement,</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat Maria Shahbaz, een christelijk meisje uit Lahore, 13 was toen zij werd ontvoerd en gedwongen zich tot de islam te bekeren en met haar ontvoerder te trouwen; overwegende dat haar familie beweert dat haar verklaringen onder dwang zijn afgelegd; overwegende dat het federaal grondwettelijk hof van Pakistan, ondanks schriftelijk bewijs dat haar status als minderjarige bevestigt en vervalste huwelijksdocumenten, in maart 2026 haar bekering en huwelijk heeft bevestigd en haar heeft bevolen bij haar ontvoerder te blijven;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat er in Pakistan een hardnekkig en goed gedocumenteerd patroon bestaat van ontvoering, gedwongen bekering en gedwongen huwelijk van minderjarige meisjes uit de hindoeïstische en de christelijke minderheid en andere religieuze minderheden; overwegende dat volgens cijfers van de VN uit 2025 ongeveer 75 % van de vrouwen en meisjes die het slachtoffer zijn geworden van gedwongen bekering door huwelijk hindoe was en 25 % christen; overwegende dat armoede en marginalisering de kwetsbaarheid van meisjes vergroten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de Pakistaanse regering onlangs een nationaal kader heeft voorgesteld om een einde te maken aan kindhuwelijken, met als doel minderjarigen beter te beschermen; overwegende dat in sommige provincies wetgeving tegen kindhuwelijken is aangenomen om de minimumleeftijd voor huwelijken op te trekken tot 18 jaar, maar dat deze wetgeving niet wordt gehandhaafd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat christenen tot de ernstigst vervolgde religieuze gemeenschappen in Pakistan behoren, zoals blijkt uit het geval van Maria Shahbaz, en dat zij wereldwijd de grootste religieuze gemeenschap zijn;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de zaak van Maria Shahbaz symbool staat voor ruimere mensenrechtenschendingen waarmee minderheden in Pakistan te maken hebben, zoals willekeurige detentie, gedwongen verdwijningen, intimidatie van journalisten en het maatschappelijk middenveld, en misbruik van wetgeving tegen godslastering en ter bestrijding van terrorisme en cybercriminaliteit;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>veroordeelt krachtig de ontvoering, de gedwongen bekering tot de islam, het kindhuwelijk en de gerechtelijke uitspraak in de zaak Maria Shahbaz, en soortgelijke misbruiken ten aanzien van minderjarige meisjes uit religieuze minderheden in Pakistan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt de Pakistaanse regering ervoor te zorgen dat alle gevallen waarbij minderjarigen betrokken zijn of waarbij beschuldigingen worden geuit van dwang, op transparante en onafhankelijke wijze worden onderzocht, en te zorgen voor de doeltreffende vervolging van daders en de veilige terugkeer van ontvoerde meisjes;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt de Pakistaanse autoriteiten te zorgen voor de onmiddellijke bescherming van Maria Shahbaz, haar toegang te verlenen tot juridische vertegenwoordiging, onafhankelijke psychologische ondersteuning en haar familie, en een grondige, transparante en onpartijdige beoordeling van haar zaak uit te voeren, waarbij een eerlijke rechtsgang en het belang van het kind worden geëerbiedigd en mensenrechtenorganisaties in staat worden gesteld haar situatie onafhankelijk te volgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>veroordeelt ten stelligste de systematische vervolging van christenen in Pakistan en benadrukt dat de ontvoering, de gedwongen bekering en het kindhuwelijk van Maria Shahbaz moeten worden gezien in de bredere context van discriminatie, geweld en intimidatie waarmee de christelijke gemeenschap van het land wordt geconfronteerd; eist dat Pakistan zijn godslasteringswetten intrekt en een einde maakt aan de vervolging van christenen en andere religieuze minderheden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>dringt er bij de Pakistaanse rechterlijke macht op aan de rechtsstaat te handhaven en ervoor te zorgen dat alle procedures waarbij meisjes uit minderheden betrokken zijn, worden gevoerd zonder druk, intimidatie of dwang van buitenaf; benadrukt in dit verband dat er gestructureerde capaciteitsopbouw nodig is binnen de rechterlijke macht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>is ingenomen met de wetgevingsmaatregelen die in sommige provincies zijn genomen tegen kindhuwelijken en dringt er bij Pakistan op aan het nationale kader om een einde te maken aan kindhuwelijken goed te keuren en volledig ten uitvoer te leggen en de provinciale wetgeving uit te voeren en te handhaven; verzoekt andere provincies gelijkwaardige wetgeving aan te nemen en uit te voeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>moedigt Pakistan aan een nationaal mechanisme op te zetten voor de behandeling van klachten van families van ontvoerde of onder dwang bekeerde meisjes uit minderheden, en dringt aan op uitgebreide steun voor slachtoffers, met onder meer veilige opvanghuizen, rechtsbijstand, psychologische begeleiding en re-integratieprogramma’s; dringt aan op het aanpakken van de onderliggende oorzaken van gedwongen huwelijken en bekeringen, zoals genderongelijkheid, armoede, sociale uitsluiting en discriminatie op grond van kaste, gender en religie, en op gerichte beschermingsmaatregelen voor meisjes uit minderheden die te maken hebben met discriminatie, met bijzondere aandacht voor de toegang tot onderwijs en sociale bescherming;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>verzoekt de EU en de lidstaten de kwestie van gedwongen bekeringen en huwelijken en de bescherming van religieuze en andere minderheden, politieke tegenstanders, journalisten, het maatschappelijk middenveld en mensenrechtenverdedigers en -activisten systematisch aan de orde te stellen in bilaterale dialogen met Pakistan, onder meer in het kader van de monitoring van het stelsel van algemene preferenties plus; herinnert eraan dat het niet daadwerkelijk nakomen van zijn verbintenissen op het gebied van de mensenrechten, met inbegrip van de rechten van vrouwen en kinderen, moet leiden tot de intrekking van de SAP+-status van Pakistan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de VV/HV, alsmede aan de regering en het parlement van Pakistan.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>