<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0270</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Haalbaarheid van een 28e belastingregime en het potentieel ervan ter ondersteuning van het concurrentievermogen van de EU</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0167/2026 - Rapporteur: Ľudovít Ódor)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 9 juli 2026 over de haalbaarheid van een 28e belastingregime en het potentieel ervan ter ondersteuning van het concurrentievermogen van de EU (2025/2211(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de artikelen 4, lid 2, punt a), 5, 6, punt g), 50, 113, 114, lid 1, 115, 116 en 225 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie van 18 maart 2026 voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het vennootschapsrechtelijk kader van de 28e regeling - “EU Inc.”, (COM(2026) 321),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 20 januari 2026 met aanbevelingen aan de Commissie betreffende de 28e regeling: een nieuw rechtskader voor innovatieve bedrijven<FOOTNOTE><FIELD> Aangenomen teksten, P10_TA(2026)0002.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 21 oktober 2025 getiteld “Het werkprogramma van de Commissie voor 2026 – Het onafhankelijkheidsmoment van Europa” (COM(2025) 870),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 19 maart 2025 getiteld “Spaar- en investeringsunie – Een strategie om in de EU de welvaart van burgers en het economische concurrentievermogen te stimuleren” (COM(2025) 124),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 29 januari 2025 getiteld “Het EU-kompas voor concurrentievermogen” (COM(2025) 30),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 28 mei 2025 getiteld “De EU-strategie voor start-ups en scale-ups – Kies Europa voor het opstarten en opschalen van uw bedrijf” (COM(2025) 270),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het rapport van Mario Draghi van 9 september 2024 getiteld “The future of European competitiveness” (De toekomst van het Europese concurrentievermogen) (rapport-Draghi),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het rapport van 17 april 2024 van Enrico Letta getiteld “Much more than a market” (Veel meer dan een markt),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie van 12 september 2023 voor een richtlijn van de Raad inzake bedrijven in Europa: Kader voor de belastingheffing van de inkomsten van bedrijven in Europa (Befit) (COM(2023) 532),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn standpunt van 13 november 2025 over het voorstel voor een richtlijn van de Raad inzake bedrijven in Europa: kader voor de belastingheffing van de inkomsten van bedrijven in Europa (Befit)<FOOTNOTE><FIELD> Aangenomen teksten, P10_TA(2025)0268.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie van 12 september 2023 voor een richtlijn van de Raad tot vaststelling van een belastingstelsel voor micro-, kleine en middelgrote ondernemingen volgens de regels van de lidstaat van het hoofdkantoor en tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU (COM(2023) 528),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn standpunt van 10 april 2024 over het voorstel voor een richtlijn van de Raad tot vaststelling van een belastingstelsel voor micro-, kleine en middelgrote ondernemingen volgens de regels van de lidstaat van het hoofdkantoor en tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2025/1326, 13.3.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/1326/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie voor een richtlijn van de Raad van 25 oktober 2016 betreffende een gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting (CCCTB) (COM(2016) 683),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie van 25 oktober 2016 voor een richtlijn van de Raad betreffende een gemeenschappelijke heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting (COM(2016) 685),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie van 11 mei 2022 voor een richtlijn van de Raad tot vaststelling van regels voor een tegemoetkoming ter vermindering van de ongelijkheid tussen vreemd en eigen vermogen en tot beperking van de aftrekbaarheid van rente voor de vennootschapsbelasting (COM(2022) 216),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Commissie van 18 maart 2026 betreffende de definitie van innovatieve ondernemingen, innovatieve start-ups en innovatieve scale-ups,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Flash Eurobarometer 559-enquête, uitgevoerd tussen februari en april 2025, over start-ups, scale-ups en ondernemerschap,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van de Europese Raad van 19 maart 2026,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 55 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken (A10‑0167/2026),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de EU, als grootste geïntegreerde markt ter wereld met meer dan 450 miljoen consumenten, haar economische concurrentievoordeel verliest<FOOTNOTE><FIELD> Draghi, M., ‘The future of European competitiveness’, 2024.</FIELD></FOOTNOTE> als gevolg van de combinatie van structurele zwakheden, de steeds heviger wordende wereldwijde concurrentie om kapitaal, bedrijven en talent aan te trekken, en een complex en gefragmenteerd regelgevingskader;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat het economisch concurrentievermogen, dat de kern vormt van de meeste relevante EU-beleidsmaatregelen en een dringende politieke prioriteit is, zoals blijkt uit de integratie van de interne markt, de productiviteitsgroei, aanzienlijke openbare en particuliere investeringen en de digitale en groene transitie, de welvaart van de EU kan versterken door hoogwaardige banen te scheppen, ons economisch en sociaal model kan ondersteunen en zodoende het welzijn van onze mensen en samenlevingen kan vergroten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de interne handelsbelemmeringen op de eengemaakte markt van de EU naar schatting overeenkomen met een tarief van 44 % voor goederen en 110 % voor diensten<FOOTNOTE><FIELD> Toespraak van 16 december 2024 van Alfred Kammer, directeur van de Europese afdeling van het Internationaal Monetair Fonds, getiteld “Europe’s Choice: Policies for Growth and Resilience”.</FIELD></FOOTNOTE>, wat nog steeds een aanzienlijke belemmering vormt voor de groei van het bedrijfsleven en investeringen in de EU en de kosten van fragmentatie op regelgevingsgebied onderstreept, evenals de noodzaak om te streven naar een meer geïntegreerd, vereenvoudigd en ambitieus kader;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat de mogelijkheden om een verdergaande harmonisatie van de belastingstelsels en van het regelgevingskader tot stand te brengen, nog steeds worden beperkt door het unanimiteitsvereiste dat op dit beleidsterrein van toepassing is; overwegende dat verdere harmonisatie en verdieping van de interne markt van cruciaal belang zijn voor het versterken van het concurrentievermogen van de EU en het terugdringen van de administratieve lasten en de kosten van grensoverschrijdende economische activiteiten; overwegende dat het dichten van mazen in de wetgeving die ruimte bieden voor agressieve fiscale planning en andere vormen van belastingontwijking van essentieel belang is voor het versterken van het concurrentievermogen van de EU, zoals beoogd in de “één Europa, één markt”-agenda;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat het concurrentievermogen van de EU gebaat is bij een grotere strategische autonomie en bij het verminderen van externe economische afhankelijkheden in strategische en kritieke sectoren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat ondernemingen in de hele EU, met name kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s), start-ups en scale-ups, en hun innovatiepotentieel structureel worden belemmerd door de aanhoudende versnippering van de regelgevingskaders in verschillende lidstaten; overwegende dat de uiteenlopende regelgeving en belastingheffing en de kosten die gepaard gaan met het opereren in niet vertrouwde, uiteenlopende en vaak onverenigbare nationale omgevingen de pan-Europese financiering en schaalvergroting van bedrijven belemmeren, en overwegende dat er dringend iets moet worden gedaan aan deze concurrentiekloof<FOOTNOTE><FIELD> Resolutie van het Europees Parlement van 20 januari 2026 met aanbevelingen aan de Commissie betreffende de 28e regeling: een nieuw rechtskader voor innovatieve bedrijven.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat een gunstig, voorspelbaar en evenredig regelgevend kader essentieel is om bedrijven in staat te stellen te investeren, te groeien en op wereldschaal te concurreren; overwegende dat de EU zich sterker moet inzetten voor de vrijheid van ondernemerschap en het wegnemen van belemmeringen; overwegende dat het 28e regime door het verschaffen van een geharmoniseerd kader de toegang van kmo’s in de EU tot kapitaal zou vergemakkelijken, zou bijdragen tot het verminderen van economische en territoriale ongelijkheden in de EU, zou zorgen voor evenwichtige toegangs- en ontwikkelingsvoorwaarden in de verschillende regio’s, en het voor investeerders gemakkelijker zou maken financiering te verstrekken aan ondernemingen die in een andere lidstaat zijn gevestigd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat de algehele vermindering van de administratieve lasten als gevolg van voorgestelde verordening tot vaststelling van het 28e regime over een periode van tien jaar wordt geraamd op 328 miljoen tot 440 miljoen EUR<FOOTNOTE><FIELD> Voorstel van de Commissie voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het vennootschapsrechtelijk kader van de 28e regeling - “EU Inc.”.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat voor kmo’s, kleine midcap-ondernemingen, start-ups en scale-ups de moeilijkheden om de verschillende zakelijke omgevingen in de EU te begrijpen, onder meer als gevolg van taalbarrières, de toegang tot informatie of regels en vereisten, belastingkwesties en bedrijfsvergunningen, de belangrijkste belemmeringen vormen voor hun grensoverschrijdende activiteiten en voor hun groei binnen de EU; overwegende dat belastingheffing, met name kwesties in verband met belasting over de toegevoegde waarde (btw), vergunningen en autorisaties de belangrijkste belemmeringen vormen voor hun groei in andere EU-landen<FOOTNOTE><FIELD> Verslag van de Europese Commissie getiteld “Flash Eurobarometer 559 — Startups, scaleups and entrepreneurship”, 2025.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat Europa in 2025 slechts 331 eenhoorns telde, vergeleken met 1 963 in de VS, en dat tussen 2008 en 2021 bijna 30 % van deze eenhoorns hun hoofdkantoor naar buiten de EU heeft verplaatst; overwegende dat een groot deel van de bedrijven de EU verlaat om in andere rechtsgebieden het benodigde kapitaal te vinden; overwegende dat dit komt omdat ze daar betere toegang hebben tot grote markten, een gunstig ondernemingsklimaat, betere toegang tot durfkapitaal, een grotere beschikbaarheid en mobiliteit van getalenteerde en geschoolde werknemers, een eenduidig regelgevingskader en een minder complex belastingklimaat, alsmede de ruimere beschikbaarheid van werknemersparticipatieregelingen, en overwegende dat de aanwezigheid van deze omstandigheden bevorderlijk zou zijn voor grensoverschrijdende investeringen en voor het aantrekken en behouden van economische en industriële activiteit binnen hun economieën<FOOTNOTE><FIELD> Draghi, M., ‘The future of European competitiveness’, 2024.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat, zoals vermeld in het rapport-Draghi, voor innovatieve bedrijven een vrijwillig 28e rulebook voor bedrijven, dat de wetgeving inzake vennootschapsrecht en insolventie harmoniseert, evenals enkele belangrijke aspecten van de belastingheffing, en dat geleidelijk ambitieuzer moet worden gemaakt, zou kunnen worden onderzocht in het kader van nauwere samenwerking tussen bereidwillige lidstaten<FOOTNOTE><FIELD> Draghi, M., ‘The future of European competitiveness’, 2024.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat, zoals vermeld in het rapport-Letta, belastingen ook een gebied zijn waar complexiteit een grote belemmering vormt voor grensoverschrijdende handel en investeringen en dat versnippering van de regelgeving de eengemaakte markt tot een obstakel voor kmo’s kan maken; overwegende dat het 28e regime in het rapport wordt aangemerkt als een belangrijk instrument om kmo’s in staat te stellen ten volle te profiteren van de eengemaakte markt<FOOTNOTE><FIELD> Letta, E., ‘Much more than a market’, 2024.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat de fiscale aspecten van de 28e regeling in overeenstemming moeten zijn met de in de Verdragen vastgelegde bevoegdheden en zodanig moeten zijn opgezet dat zij de volledige levenscyclus van ondernemingen ondersteunen; overwegende dat in het rapport-Draghi wordt aangegeven dat de EU een gebrek heeft aan durfkapitaalinvesteringen in elke ontwikkelingsfase van start-ups (start, beginfase en latere fase) vanwege een gebrek aan opschalingsmogelijkheden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat de potentiële voordelen van een facultatief pan-Europees bedrijfskader, waardoor het hele proces van toekomstige uitbreiding naar nieuwe markten, zowel binnen als buiten de EU, aanzienlijk zou worden vereenvoudigd, liggen in meer rechtszekerheid, lagere nalevingskosten, vereenvoudigde regelgevings- en belastingprocedures en een gelijk speelveld met concurrerende rechtsgebieden buiten de EU; overwegende dat Europese en buitenlandse investeerders duidelijkheid en rechtszekerheid moeten krijgen door te zorgen voor eenvoudigere en beter geharmoniseerde regels, ook op het gebied van belastingen, die hen in staat stellen met vertrouwen grensoverschrijdend te investeren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat de EU en haar lidstaten een gecoördineerde, ambitieuze en resultaatgerichte aanpak moeten hanteren om dit beleid en deze politieke doelstellingen te verwezenlijken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat het voltooien van de spaar- en investeringsunie essentieel is om particulier kapitaal in de Unie te mobiliseren en het efficiënt naar de economie te laten stromen, met name naar kmo’s, start-ups en scale-ups; overwegende dat middels een diepere, geïntegreerde en toegankelijke kapitaalmarkt de toegang tot financiering kan worden verbeterd en langetermijninvesteringen kunnen worden bevorderd; overwegende dat het bevorderen van de integratie van de Europese financiële markten van cruciaal belang is om het concurrentievermogen van de Unie te versterken, te voorkomen dat bedrijven naar andere rechtsgebieden vertrekken en te waarborgen dat met de Europese spaargelden de groei en innovatie binnen de eengemaakte markt worden gefinancierd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>P.</NO.P>overwegende dat de aanvullende modules, die voortvloeien uit het 28e regime, een rol kunnen spelen bij het ondersteunen van de grensoverschrijdende ontwikkeling van langetermijnspaar- en pensioenproducten; overwegende dat dergelijke regelingen, in belastingtechnisch opzicht, op samenhangende wijze moeten aansluiten bij de nationale belastingstelsels;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Algemene beginselen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>verwelkomt het wetgevingsvoorstel van de Commissie voor een 28e regime (“EU Inc.”) voor bedrijven; onderkent het potentiële systemische effect ervan op de werking van de eengemaakte markt en op het algehele concurrentievermogen van de Europese economie; benadrukt echter dat het voorstel voor het 28e regime niet in de plaats mag komen van verdere wetgevingsinspanningen om de versnippering en verschillen tussen de regelgevingskaders van de lidstaten te verminderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>wijst op de goedkeuring van zijn resolutie met aanbevelingen aan de Commissie betreffende de 28e regeling: een nieuw rechtskader voor innovatieve bedrijven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verwelkomt de aanneming van de agenda “één Europa, één markt” om het potentieel van de eengemaakte markt te ontsluiten; neemt kennis van de oproep van de Europese Raad om een 28e regime voor het vennootschapsrecht in te voeren; wijst er echter op dat de Europese Raad daarbij geen melding heeft gemaakt van een gerichte harmonisatie van het belastingbeleid in het kader van deze agenda, wat opmerkelijk is gezien het feit dat kmo’s de versnippering op het gebied van belastingen en btw als de meest voorkomende belemmering voor hun groei aanwijzen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>benadrukt dat belastingheffing grotendeels een exclusieve bevoegdheid van de lidstaten is, maar dat er, in het bijzonder wat de procedures betreft, ruimte is voor verdere vereenvoudiging of gerichte harmonisatie om de verschillende nalevingsregelingen, de complexe en versnipperde behandeling van vennootschapsbelasting, rapportageverplichtingen en administratieve belemmeringen bij de behandeling van grensoverschrijdende investeringen aan te pakken; benadrukt dat eerdere wetgevingsinitiatieven van de EU op belastinggebied, met name bij de bestrijding van belastingontduiking, belastingontwijking en belastingfraude, een positieve bijdrage hebben geleverd en een aanvulling vormen op de nationale wetgevingskaders;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>pleit ervoor dat het 28e regime-initiatief inhoudelijk ambitieus moet zijn, ook op het gebied van belastingzaken, met volledige inachtneming van de Verdragen, zodat kmo’s, kleine midcaps en innovatieve bedrijven kunnen opschalen en naadloos zonder transnationale belemmeringen kunnen opereren binnen de interne markt van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>onderstreept dat het 28e regime in geen geval de mogelijkheid mag bieden om verplichte binnenlandse bescherming van werknemers, hun sociale rechten, hun vertegenwoordigers en vakbonden te omzeilen, noch een middel mag worden om bestaande beschermingsniveaus op het niveau van de EU of op nationaal niveau te ondermijnen, te verlagen of af te zwakken; benadrukt dat het 28e regime innovatie, transparantie in het bedrijfsbeleid en de groei en opschaalbaarheid van bedrijven moet ondersteunen door het wegnemen van juridische en fiscale belemmeringen die grensoverschrijdende ontwikkeling en uitbreiding in de weg staan, en door fiscale rechtvaardigheid te bevorderen, waarbij fiscale, sociale en regelgevende ongelijkheden effectief worden voorkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>benadrukt dat de voordelen van digitalisering en de vereenvoudiging van de nalevingsvereisten die in het kader van de belastingmodule van het 28e stelsel (hierna de “belastingmodule” genoemd) zullen worden ingevoerd, voor alle bedrijven in het kader van “EU Inc.” beschikbaar moeten worden gemaakt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>is van mening dat het 28e regime een strategische stap is in de richting van een verdere verdieping van de eengemaakte markt die de Europese integratie bevordert en de werking van de eengemaakte markt en het concurrentievermogen van die markt versterkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>benadrukt dat het 28e regime tot stand moet worden gebracht via een modulaire benadering; begrijpt dat de voorgestelde verordening tot vaststelling van een juridisch kader voor ondernemingen (“EU Inc.”) een eerste stap is waarop andere modules kunnen worden toegevoegd, onder meer op het gebied van belastingheffing (belastingmodule); is van mening dat deze toekomstige modules alle relevante aspecten van de volledige levenscyclus van ondernemingen moeten bestrijken en voortdurend moeten worden getoetst aan internationale maatstaven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>is van mening dat de belastingmodule zou kunnen worden toegevoegd aan het wetsvoorstel voor een verordening tot vaststelling van een juridisch kader voor ondernemingen (“EU Inc.”), dat op gerichte, ambitieuze en evenredige wijze moet worden uitgebreid tot belastingen; is van mening dat de potentiële voordelen van de belastingmodule onder meer inhouden dat het kan zorgen voor lagere nalevingskosten, vereenvoudigde regelgevingsprocedures, meer rechtszekerheid, voorspelbaarheid en een vlottere toegang tot grensoverschrijdende markten, alsmede de versterking en verdieping van de Europese eengemaakte markt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>merkt op dat, om een belastingmodule binnen het bestaande Verdragskader haalbaar te maken, en wanneer de geldende wetgevingsprocedure geen resultaten oplevert, ofwel een “opt-in”-regeling in de betreffende wetgeving, ofwel nauwere samenwerking als laatste middel moet worden overwogen om tekortkomingen in het belastingbeleid aan te pakken; merkt op dat voor het belastingbeleid nog steeds de regel van eenparigheid van stemmen in de Raad van de EU geldt; is van mening dat de overgang naar besluitvorming met gekwalificeerde meerderheid nodig is bij bepaalde aspecten van het belastingbeleid, zoals bij de uitvoering van internationale overeenkomsten die door alle lidstaten zijn ondertekend, bepaalde administratieve procedures of juridische definities, om te voorkomen dat unanimiteit de harmonisatie van de regelgeving in de weg staat, en burgers en bedrijven belet ten volle te profiteren van de eengemaakte markt; wijst erop dat een dergelijke module moet worden opgezet als een optioneel, duidelijk en rechtszeker systeem, waartoe andere lidstaten op elk moment kunnen toetreden, waarbij verdere versnippering wordt vermeden en de samenhang van de eengemaakte markt wordt gewaarborgd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>benadrukt dat het 28e regime de nalevingscomplexiteit voor deelnemende bedrijven daadwerkelijk moet verminderen en geen parallel regelwerk mag creëren bovenop de nationale rechtsstelsels, met als gevolg een toename van juridische verstoringen, overlappingen of inconsistenties, of extra administratieve lasten; wijst erop dat de voornaamste doelstellingen van de nieuwe regeling vereenvoudiging en concurrentievermogen zijn, en dat deze te allen tijde gewaarborgd moeten blijven, waarbij tegelijkertijd moet worden gestreefd naar opwaartse sociale convergentie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>benadrukt dat het doel van zowel het 28e regime als van de bijbehorende belastingmodule niet is om een oneerlijk belastingvoordeel te creëren voor bedrijven of hun werknemers, maar om de complexiteit en administratieve lasten die voortvloeien uit verschillende verplichtingen aanzienlijk te verminderen, met inachtneming van de specifieke kenmerken van dergelijke bedrijven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>benadrukt dat, om verdere complexiteit te voorkomen, de bepalingen van het 28e regime in lijn moeten zijn met alle andere belangrijke voorstellen van de Commissie en de relevante richtsnoeren van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) met betrekking tot een grotere integratie binnen de eengemaakte markt, met name op het gebied van belastingen en de geldende belastingwetgeving, en dan vooral binnen de EU-kaders ter bestrijding van belastingontwijking en -ontduiking, waaronder de richtlijn bestrijding belastingontwijking<FOOTNOTE><FIELD> Richtlijn (EU) 2016/1164 van de Raad van 12 juli 2016 tot vaststelling van regels ter bestrijding van belastingontwijkingspraktijken welke rechtstreeks van invloed zijn op de werking van de interne markt (PB L 193 van 19.7.2016, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2016/1164/oj).</FIELD></FOOTNOTE> (ATAD);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>pleit voor een modulaire en op proefprojecten gebaseerde aanpak voor het 28e regime, waarbij het vennootschapsrecht centraal staat; benadrukt dat die modules de complexiteit van de naleving voor deelnemende bedrijven daadwerkelijk moeten verminderen, maar dringt er tegelijkertijd op aan dat er een routekaart wordt opgesteld waarin staat wat er wanneer moet worden toegevoegd, die van meet af aan beschikbaar is en voortdurend wordt aangepast via een periodiek democratisch evaluatieproces;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>benadrukt in dit verband dat, om de (politieke) haalbaarheid te waarborgen en om de lidstaten de zeggenschap te laten behouden over een aanzienlijk deel van hun belastingbeleid, zoals voorzien in de huidige wettelijke kaders, het toepassingsgebied van de belastingmodule in eerste instantie beperkt moet blijven tot een subgroep van bedrijven, zoals grensoverschrijdende, op groei gerichte start-ups en scale-ups, die doorgaans slechts beperkte inkomsten uit vennootschapsbelasting voor de lidstaten genereren; neemt kennis van de aanbeveling van de Commissie van 18 maart 2026 bij het voorstel “EU Inc.”, waarin een definitie van dergelijke bedrijven wordt vastgesteld aan de hand van criteria zoals hun uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling (O&amp;O) en hun omvang;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>benadrukt dat alle fiscale stimuleringsmaatregelen in het kader van het 28e regime volledig in overeenstemming moeten zijn met de staatssteunregels en zodanig moeten zijn opgezet dat schadelijke belastingconcurrentie wordt voorkomen, terwijl tegelijkertijd een gelijk speelveld binnen de eengemaakte markt wordt gewaarborgd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>benadrukt dat bedrijven die vrijwillig kiezen voor het 28e regime en de belastingmodule van dat regime, zich aan de regels daarvan moeten houden en dat hun keuze voor dit regime automatisch moet worden erkend door de wettelijke kaders van alle lidstaten om hen in staat te stellen te opereren als elk ander nationaal geregistreerd bedrijf op de markt van elke lidstaat; herinnert eraan dat toetreding tot het 28e regime vrijwillig moet zijn, maar dat uittreding daaruit verplicht moet zijn zodra aan duidelijk omschreven criteria is voldaan, waaronder een beursgang; benadrukt in dit verband dat het non-discriminatiebeginsel ten aanzien van nationale rechtsvormen voor bedrijven moet worden toegepast;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>merkt op dat er voorwaarden voor uittreding moeten worden vastgesteld voor bedrijven die uit eigen beweging besluiten zich terug te trekken, waaronder opzegtermijnen, eventuele minimale deelnameperiodes en het moment waarop de uittreding van kracht wordt, en dat, zodra aan de relevante criteria voor uittreding is voldaan, er voldoende tijd moet worden gegeven om de nodige aanpassingen binnen de bedrijven door te voeren, zodat een voorspelbare en geleidelijke overgang wordt gewaarborgd en de mogelijkheden voor regelgevingsarbitrage tot een minimum worden beperkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>wijst erop dat neutraliteit van de rechtsvorm en fiscale non-discriminatie van essentieel belang zijn om een voldoende vraag naar het regime te waarborgen; verzoekt de Commissie het EU-acquis op belastinggebied zo nodig, rechtstreeks of indirect, te wijzigen om ervoor te zorgen dat bedrijven die onder het 28e regime vallen, onder hun eigen werkingssfeer kunnen vallen, en om de procedures voor toegang tot de voordelen van deze richtlijnen te vereenvoudigen en verder te harmoniseren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>is van mening dat in de beginfase van de levenscyclus van een bedrijf snelheid en eenvoud, zonder dat er in elke lidstaat aparte rechtsvormen hoeven te worden opgericht, cruciaal zijn om een innovatief concept om te zetten in een levensvatbare onderneming; benadrukt dat voor het 28e regime een enkele, volledig digitale registratie bij het éénloketsysteem de standaard moet zijn, gepaard met de toekenning van één fiscaal nummer, inclusief volledig gestandaardiseerde documentatie, formulieren en één interface voor belastingaangifte, waarbij het principe van “English first” voor communicatie wordt aangehouden, zonder dat dit ten koste gaat van de andere officiële talen van de EU; herinnert eraan dat het 28e regime een combinatie moet zijn van een duidelijke juridische structuur, zinvolle en vooraf kwantificeerbare voordelen voor bedrijven en solide institutionele ondersteuning; wijst op de synergieën met het voorstel tot instelling van Europese portemonnees voor ondernemingen (COM(2025) 838 final), dat bedoeld is om een naadloze en veilige omgeving voor digitale interactie tussen marktdeelnemers en overheidsinstanties tot stand te brengen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>merkt op dat het éénloketsysteem, of anders een ander centraal knooppunt, ook moet fungeren als een digitaal platform dat bedrijven gedurende hun hele levenscyclus binnen het 28e regime en de diverse modules van dat regime ondersteunt; benadrukt dat het gestroomlijnde toegang moet bieden tot relevante regelgevende, fiscale en administratieve informatie in alle lidstaten, waarbij transparantie en rechtszekerheid worden gewaarborgd, en dat het ook de mogelijkheid moet bieden om activiteiten op te zetten, te beheren en te beëindigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>benadrukt dat, onverminderd verdere beschermende maatregelen, de maatregelen tegen belastingontwijking die in de huidige EU-wetgeving zijn vastgelegd, volledig moeten worden toegepast; benadrukt dat alleen ondernemingen met werkelijke economische activiteiten binnen de EU toegang moeten hebben tot de belastingmodule en dat deze module niet mag leiden tot de oprichting van lege vennootschappen of brievenbusmaatschappijen, aangezien dergelijke praktijken de integriteit van de regelgeving ondermijnen, eerlijke concurrentie verstoren en echte economische activiteit binnen de EU uithollen; benadrukt dat de belastingmodule geen middel mag worden voor “belastingshopping” en in geen geval een vehikel mag worden om de huidige belastingniveaus op EU- of nationaal niveau onrechtmatig te verlagen of te omzeilen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>is van mening dat een bedrijf waarvoor officieel is vastgesteld dat het de bindende regels inzake fraude, belasting, ontduiking van sociale zekerheid of werknemersparticipatie heeft overtreden, niet in aanmerking mag komen voor deelname aan de belastingmodule;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>benadrukt dat een transparant, controleerbaar en efficiënt kader voor financiële verslaglegging een noodzaak is, en dat de uniforme boekhoudnormen standaard moeten worden toegepast voor alle bedrijven die onder het 28e regime opereren in alle deelnemende lidstaten, waarbij zo nodig wordt voortgebouwd op internationaal erkende normen zoals de International Financial Reporting Standards;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Belasting van bedrijfsinkomsten</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>is van mening dat het ontbreken van harmonisatie van het vennootschapsbelastingbeleid een aanzienlijke belemmering vormt voor grensoverschrijdende economische activiteiten binnen de EU en tegelijk het risico van agressieve belastingplanning doet toenemen; stelt daarom voor dat de toekomstige belastingmodule, om een duidelijk, doeltreffend en transparant belastingregime tot stand te brengen, gericht moet zijn op één geconsolideerde heffingsgrondslag voor vennootschapsbelasting voor deelnemende bedrijven in de hele EU; wijst op eerdere initiatieven, zoals de gemeenschappelijke heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting (CCCTB), Befit en het belastingstelsel voor kleine en middelgrote ondernemingen volgens de regels van de lidstaat van het hoofdkantoor, en stelt voor dat de belastingmodule een uniforme methode biedt voor het bepalen van het belastbaar inkomen overeenkomstig de OESO-richtlijnen, waardoor de versnippering bij de berekening van de heffingsgrondslag wordt weggenomen en de grensoverschrijdende onzekerheid wordt verminderd; benadrukt dat de belastingmodule de discretionaire bevoegdheid van de lidstaten om vennootschapsbelastingtarieven vast te stellen niet verder mag beperken; benadrukt dat het 28e regime voorrang moet geven aan daadwerkelijke consolidatie om te zorgen voor de doeltreffende grensoverschrijdende verrekening van verliezen, wat grensoverschrijdende investeringen stimuleert;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>merkt op dat de module, onder verwijzing naar het voorstel tot vaststelling van regels voor een tegemoetkoming ter vermindering van de ongelijkheid tussen vreemd en eigen vermogen, de neutraliteit tussen financiering met vreemd vermogen en financiering met eigen vermogen moet bevorderen, om structurele belastingvoordelen op te heffen en investeringen met eigen vermogen te versterken, wat met name belangrijk is voor start-ups en scale-ups die in de eerste fasen van hun ontwikkeling hoofdzakelijk afhankelijk zijn van financiering met eigen vermogen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>stelt voor dat het 28e regime gericht moet zijn op de vereenvoudiging van de belastingadministratie en de vermindering van grensoverschrijdende onzekerheid, onder meer, waar mogelijk, door middel van het standaardiseren van belastingaangiften, het vermijden van dubbele aangiften, het verbeteren van de communicatie tussen belastingautoriteiten en het toepassen van het beginsel “digitaal eerst”;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>stelt voor om de geconsolideerde belastinggrondslag over de lidstaten te verdelen aan de hand van een vooraf overeengekomen formule die de werkelijke economische activiteit weerspiegelt, zoals omzet, arbeid, materiële activa en digitale aanwezigheid, en zo de ingewikkelde geschillen over verrekenprijzen bij intragroeptransacties binnen het regime te vervangen door een transparante verdeelmethode, in overeenstemming met de OESO-richtlijnen; benadrukt dat dit zowel een vereenvoudiging als een instrument ter bestrijding van belastingontwijking zou zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>herinnert eraan dat belastingtarieven onder de bevoegdheid van de lidstaten moeten blijven vallen; merkt evenwel op dat de aangiften niettemin via één enkele indieningsinterface zouden kunnen worden ingediend;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>benadrukt dat dubbele belasting effectief moet worden voorkomen door bijvoorbeeld een uniforme definitie en classificatie van vermogenswinsten, betalingen binnen het regime of de automatische wederzijdse erkenning van de fiscale status;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>stelt voor dat de lidstaten moeten overwegen om binnen hun nationale rechtbanken speciale kamers in te stellen die zich bezighouden met geschillen over de belastingmodule, en dat het voor die kamers mogelijk moet zijn om geschillen in het Engels te behandelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>wijst erop dat grensoverschrijdende schaalvergroting frequente bedrijfsreorganisaties en bedrijfsmobiliteit met zich mee kan brengen, en met de bedoeling om te profiteren van het bestaande kader voor belastingneutrale transacties, moet de belastingmodule een uitbreiding van het huidige EU-recht omvatten, en moet het mobiliteitsgerelateerde fiscale fricties aanpakken door middel van verbeterde administratieve coördinatie en grotere materiële zekerheid, terwijl er tegelijkertijd voor wordt gezorgd dat alle vereenvoudigingsmaatregelen onderworpen blijven aan passende waarborgen tegen misbruik<FOOTNOTE><FIELD> Europees Parlement, beleidsondersteunende afdeling economie en groei; studie van Filip Debelva, Joris Luts, Anne Mieke Vandekerkhove, Niels Bammens getiteld “Feasibility of a 28th Tax Regime and Its Potential to Support EU Competitiveness”, 2026.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Belasting over de toegevoegde waarde</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>benadrukt dat, om de administratieve lasten te verminderen, deelnemers aan het regime moeten opereren binnen een gecentraliseerd btw-kader, waarbij één enkel EU-btw-nummer en een digitaal éénloketsysteem<FOOTNOTE><FIELD> Het pakket btw in het digitale tijdperk (ViDA).</FIELD></FOOTNOTE> de aangiften en restituties in alle lidstaten moeten dekken, onder meer door middel van tijdige en efficiënte restitutieprocedures en een verminderde behoefte aan meerdere registraties; benadrukt dat het belangrijk is het gebruik van interoperabele digitale oplossingen, waaronder e-facturering, te bevorderen om de naleving te vereenvoudigen, de transparantie te vergroten en de administratieve kosten te verlagen; wijst erop dat procedurele vereenvoudiging het doel moet zijn in het kader van een belastingmodule en niet de harmonisatie van btw-tarieven, zodat bedrijven kunnen groeien zonder dat ze te maken krijgen met steeds meer administratieve rompslomp;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bronbelasting</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>benadrukt dat grensoverschrijdende kapitaalstromen binnen de module op een beter gecoördineerde en efficiëntere manier moeten worden behandeld, waarbij dividenden, rente en royalty’s tussen deelnemende entiteiten en hun gelieerde investeringsvehikels gebruik moeten maken van en moeten worden onderworpen aan een gemeenschappelijke vereenvoudigde procedure voor bronbelasting en minimale effectieve belastingheffing; stelt voor dat de onmiddellijke erkenning van fiscale woonplaats moet worden gerealiseerd via een gecentraliseerd digitaal EU-register, waardoor gestroomlijnde digitale afhandelingsprocedures mogelijk worden en vertragingen door handmatige terugbetalingen, die zijn aangemerkt als een belangrijke belemmering voor schaalvergroting in de EU<FOOTNOTE><FIELD> Richtlijn (EU) 2025/50 van de Raad van 10 december 2024 betreffende een snellere en veiligere vermindering van te veel ingehouden bronbelasting (PB L, 2025/50, 10.1.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2025/50/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, worden voorkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>pleit voor het opstellen van een duidelijke en transparante definitie van “uiteindelijk begunstigde” voor belastingdoeleinden, waarmee de werkelijke eigenaren van bedrijven kunnen worden geïdentificeerd, of op zijn minst een begrijpelijke en algemeen aanvaarde reeks criteria kan worden vastgesteld op basis waarvan vermindering aan de bron moet worden verleend en langdurige terugbetalingsprocedures moeten worden vermeden, maar die toch van kracht blijven in situaties waarin aan geen van de criteria wordt voldaan;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Belasting van werknemers</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>verwelkomt het voorstel van de Commissie voor het facultatieve gebruik van EU-aandelenopties voor werknemers binnen het bredere “EU Inc.”-voorstel, en met name het principe dat belastingheffing pas bij de vervreemding plaatsvindt en dat deze opties dezelfde fiscale behandeling krijgen als andere aandelenopties voor werknemers of soortgelijke instrumenten volgens de nationale wetgeving; is echter van mening dat de invoering van een EU-aandelenoptieregeling voor werknemers verplicht moet worden gesteld in het kader van de belastingmodule; merkt op dat winsten als kapitaalinkomsten moeten worden behandeld in plaats van als inkomen uit arbeid, zodat de prikkels voor werknemers worden afgestemd op de langetermijngroei van het bedrijf en het verstorende effect van belastingheffing vooraf wordt weggenomen; is er voorstander van om de kwestie van convertibiliteit in verband met aandelenoptieregelingen in heel Europa aan te pakken om de omschakeling van bestaande bedrijven naar het 28e regime te vergemakkelijken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>benadrukt de rol van regelingen voor werknemersparticipatie en soortgelijke mechanismen bij het creëren van stimulansen voor het aantrekken van talent en personeel met sleutelposities binnen dergelijke bedrijven; benadrukt dat personeel met sleutelposities, waaronder oprichters en andere essentiële werknemers, over vaardigheden en deskundigheid beschikken die van cruciaal belang zijn voor de ontwikkeling van het bedrijf; benadrukt dat een transparant, economisch gezond en voorspelbaar belastingstelsel voor dergelijke instrumenten van essentieel belang is om deze bedrijven binnen de EU te houden en om talent aan te trekken en te behouden tegen voorwaarden die vergelijkbaar zijn met die in andere concurrerende rechtsgebieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>roept op tot de invoering van een gestandaardiseerde EU-waarderingsmethode met veiligehavenregels voor het bepalen van de waarde van aandelen en aandelenopties in niet-beursgenoteerde ondernemingen, om herwaarderingen met terugwerkende kracht te voorkomen en de rechtsonzekerheid te verminderen; is van mening dat een dergelijke waardering door de deelnemende belastingdiensten moet worden erkend, tenzij wordt aangetoond dat misbruik, fraude of een kennelijke fout heeft plaatsgevonden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>wijst erop dat de socialezekerheidsbijdragen en de inkomstenbelasting op pensioenen voor werknemers die in meer dan één lidstaat werken, worden vastgesteld volgens de regeling voor werknemers die in meerdere lidstaten werken, zoals bepaald in artikel 13 van Verordening (EG) nr. 883/2004<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (PB L 166 van 30.4.2004, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2004/883/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, waarin de toepasselijke wetgeving wordt bepaald op basis van een aantal factoren, waardoor de rechtszekerheid wordt vergroot en de grensoverschrijdende administratieve lasten worden verminderd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>dringt aan op gerichte regels om fiscale zekerheid te waarborgen voor werknemers die van de ene naar de andere lidstaat verhuizen gedurende de periode tussen de toekenning van werknemersaandelen en de verkoop van de onderliggende aandelen, onder meer door middel van gestroomlijnde one-stop digitale rapportage voor de werkgever, evenals het vermijden van dubbele of meervoudige belasting op het verkooppunt van werknemersaandelen; benadrukt dat elke toewijzing van heffingsbevoegdheid evenredig, eenvoudig en voorspelbaar moet blijven;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Verrekenprijzen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>betreurt dat, hoewel alle lidstaten nationale wetgeving hebben die in overeenstemming is met de OESO-richtlijnen voor verrekenprijzen, deze richtsnoeren nog steeds verschillend worden toegepast omdat er geen EU-richtlijn voor verrekenprijzen is; benadrukt dat om te voorkomen dat de nalevingskosten een structurele belemmering voor uitbreiding worden, de complexiteit van verrekenprijzen aanzienlijk moet worden verminderd; is van mening dat er gebruik moet worden gemaakt van elementen van de CCCTB om een samenhangende basis te leggen voor een uniform Europees belastingkader; stelt voor dat de Commissie binnen de belastingmodule duidelijk aangeeft welke regels voor verrekenprijzen gelden voor bedrijven die kiezen voor het 28e regime, en dat er gecoördineerde “veilige havens” komen voor routinematige diensten binnen de groep en transacties met een laag risico, plus geharmoniseerde benaderingen voor licenties op intellectueel eigendom en kostenverdeling om geschillen te beperken, terwijl de documentatievereisten in verhouding moeten staan tot de grootte en de groeifase van het bedrijf;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Toegang tot kapitaal</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>pleit voor de harmonisatie van de definities en behandeling van vermogenswinst en voor doeltreffende mechanismen ter voorkoming van dubbele belasting, om grensoverschrijdende onzekerheid te verminderen; stelt voor om te onderzoeken of het mogelijk is om één enkele, digitaal geverifieerde status voor beleggers in te voeren op basis van een reeks gemeenschappelijke normen, zodat hun geschiktheid automatisch in alle lidstaten wordt erkend en grensoverschrijdende investeringen gemakkelijker worden; is van mening dat er gestandaardiseerde beleggingsinstrumenten moeten worden ingevoerd, waaronder geharmoniseerde, converteerbare financieringsmodellen en model-aandeelhoudersovereenkomsten, om de transactiekosten en rechtsonzekerheid te verminderen en tegelijkertijd de bescherming van investeerders en de transparantie van de markt te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>benadrukt dat een van de doelstellingen van het nieuwe regime is bij te dragen aan de ontwikkeling van een echte EU-kapitaalmarkt, die bedrijven die binnen het bereik vallen in staat stelt de nodige financiering te verkrijgen en tegelijkertijd hun positie in de EU te behouden; benadrukt daarom dat het nodig is om de enorme hoeveelheid spaargeld in de EU in te zetten voor de bovengenoemde investeringen, met name door aantrekkelijke en toegankelijke beleggingsproducten voor particuliere beleggers te ontwikkelen, en tegelijkertijd te voorkomen dat dit spaargeld naar landen buiten de EU vloeit; benadrukt dat de belastingmodule moet bijdragen tot het dichten van de huidige financieringskloof in de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>benadrukt dat het 28e regime rechtstreeks de structurele belemmeringen moet aanpakken die een belemmering vormen voor het mobiliseren van kapitaal in Europa; wijst erop dat vanuit het oogpunt van investeerders moet worden gezorgd voor afstemming van de regelgeving en voor prudentieel toezicht; is van mening dat het 28e regime geharmoniseerde regels moet bevatten voor met aandelen vergelijkbare schuldinstrumenten, met inbegrip van regels met betrekking tot insolventie in verband met deze instrumenten, zodat investeerders in een bedrijf kunnen investeren zonder zeggenschapsrechten over dat bedrijf te verwerven;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Fiscale stimuleringsmaatregelen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>benadrukt dat met de belastingmodule passende gecoördineerde en aan strikte voorwaarden gebonden fiscale stimuleringsmaatregelen moeten worden ingevoerd die gericht zijn op onderzoek, ontwikkeling en herinvestering; merkt op dat met een geharmoniseerde basis voor O&amp;O-stimulansen gemeenschappelijke definities van subsidiabiliteit en minimumnormen voor alle lidstaten moeten worden vastgesteld, met inbegrip van maar niet beperkt tot sociale conditionaliteit en instrumenten voor regelmatige monitoring en evaluatie van belastinguitgaven om ervoor te zorgen dat ze: i) geschikt zijn voor het beoogde doel; ii) een kosteneffectieve manier zijn om innovatie te bevorderen; en iii) geen onverwachte of negatieve gevolgen hebben; benadrukt dat bedrijven die voor de nieuwe belastingmodule kiezen niet mogen worden benadeeld bij de toegang tot programma’s of stimuleringsmaatregelen van de lidstaten op grond van hun rechtsvorm;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>benadrukt verder dat de opzet van O&amp;O-stimulansen in het kader van de belastingmodule uitdrukkelijk moet worden gekalibreerd om verenigbaar te zijn met het mondiale minimumbelastingkader van pijler 2 van de OESO, en in het bijzonder dat de interactie met de regels inzake gekwalificeerd terugbetaalbaar belastingtegoed moet worden aangepakt om ervoor te zorgen dat bedrijven die binnen het bereik van de belastingmodule vallen, die mogelijk nog geen winst maken, niettemin ten volle kunnen profiteren van de stimulansen zonder onevenredige administratieve lasten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>is van mening dat opschalingsactiviteiten krachtig moeten worden gestimuleerd; is van mening dat herbelegde winsten die worden gebruikt voor onderzoek en ontwikkeling, digitalisering of groene innovatie in aanmerking moeten komen voor tijdelijke extra aftrekposten of belastinguitstel, zodat er een stimulans ontstaat om ingehouden winsten te gebruiken voor productiviteitsverhogende investeringen in plaats van voor uitkering op korte termijn, met als doel de technologische capaciteit en het concurrentievermogen te versterken; benadrukt dat alle stimulansen zo moeten worden ontworpen dat ze transparant en eenvoudig blijven en in overeenstemming met de staatssteunregels;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Effectbeoordeling, toetsing en evaluatie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>verzoekt de Commissie om de fiscale aspecten van het 28e regime op gezette tijden grondig te evalueren en waar nodig aan te passen, met inbegrip van de mogelijkheid om nieuwe modulewetgeving aan de regeling toe te voegen, een beoordeling van de mate waarin de regeling wordt aangenomen door bedrijven, met name kmo’s, start-ups en scale-ups, en van hun ontwikkeling en economische groei, de afstemming ervan op de zich ontwikkelende behoeften van het bedrijfsleven en de samenleving, de algehele geschiktheid ervan voor het beoogde doel en het effect ervan op het concurrentievermogen van de EU (internationale benchmarking); is van mening dat de toetsingscyclus om de vier jaar moet plaatsvinden om aanpassing aan nieuwe uitdagingen te waarborgen;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>