<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0012</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Bankenunie - jaarverslag 2023</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0431/2023 - Rapporteur: Ivars Ijabs)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 16 januari 2024 over de Bankenunie – jaarverslag 2023 (2023/2078(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 11 juli 2023 over de bankenunie – jaarverslag 2022<FOOTNOTE><FIELD> Aangenomen teksten, P9_TA(2023)0270.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de follow-up die de Commissie heeft gegeven aan de resolutie van het Parlement van 11 juli 2023 over de bankenunie – jaarverslag 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de publicatie van 20 oktober 2023 van de Europese Centrale Bank (ECB) getiteld “Feedback on the input provided by the European Parliament as part of its Resolution on Banking Union – Annual Report 2022”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag 2022 van de Europese Centrale Bank (ECB) over haar toezichtswerkzaamheden van 21 maart 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag 2022 van de Gemeenschappelijke Afwikkelingsraad (GAR) van 30 juni 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie van 24 november 2015 voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr 806/2014 met het oog op de instelling van een Europees depositoverzekeringsstelsel (COM(2015)0586),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie van 14 maart 2018 voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake kredietservicers, kredietkopers en de uitwinning van zekerheden (COM(2018)0135),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het persbericht van de Raad van 7 december 2022 getiteld “Witwasbestrijding: Raad bepaalt standpunt over versterkt rulebook”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het persbericht van de Raad van 27 juni 2023 getiteld “Banking sector: Provisional agreement reached on the implementation of Basel III reforms”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie van 18 april 2023 voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 806/2014 wat betreft vroegtijdige-interventiemaatregelen, afwikkelingsvoorwaarden en financiering van afwikkelingsmaatregelen (COM(2023)0226),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie van 18 april 2023 voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2014/59/EU betreffende vroegtijdige-interventiemaatregelen, afwikkelingsvoorwaarden en financiering van afwikkelingsmaatregelen (COM(2023)0227),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie van 18 april 2023 voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2014/49/EU betreffende de omvang van depositobescherming, het gebruik van de middelen van depositogarantiestelsels, grensoverschrijdende samenwerking en transparantie (COM(2023)0228),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de vijf voorzitters van 22 juni 2015, getiteld “De voltooiing van Europa’s Economische en Monetaire Unie”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Eurogroep van 16 juni 2022 over de toekomst van de bankenunie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de normen van het Bazels Comité voor bankentoezicht inzake de prudentiële behandeling van blootstellingen aan crypto-activa, gepubliceerd op 16 december 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 16 december 2020 over de aanpak van niet-renderende leningen in de nasleep van de COVID-19-pandemie (COM(2020)0822),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de ECB van 15 december 2020 over dividenduitkeringen tijdens de COVID-19-pandemie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Occasional Paper Series van de ECB “The Road to Paris: stress testing the transition towards a net-zero economy”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de resultaten van de EU-brede transparantie-exercitie 2023 van de Europese Bankautoriteit (EBA), gepubliceerd op 28 juli 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de EBA over de rol van milieu- en sociale risico’s in het prudentiële kader,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het document van de ECB van mei 2023 getiteld “Financial Stability Review”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de ECB van 12 december 2022 over haar toezichtsprioriteiten voor 2023-25,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Europese Rekenkamer van 12 mei 2023 getiteld “Speciaal verslag 12/2023: “EU-toezicht op het kredietrisico van banken — De ECB heeft haar inspanningen opgevoerd, maar er is meer nodig om beter te verzekeren dat het kredietrisico naar behoren wordt beheerd en gedekt”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaringen van de voorzitter van de raad van toezicht van de ECB, Andrea Enria, bij de hoorzittingen van de Commissie economische en monetaire zaken van het Parlement van 21 maart 2023 en 28 juni 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaringen tijdens de openbare hoorzittingen van de Commissie economische en monetaire zaken met de kandidaat die is voorgedragen voor de functie van voorzitter van de raad van toezicht van de ECB van 20 september 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaringen van de voorzitter van de GAR, Dominique Laboureix, tijdens de hoorzittingen van de Commissie economische en monetaire zaken van het Parlement van 1 maart 2023 en 18 juli 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de halfjaarlijkse rapportage van de GAR aan de Eurogroep van 15 mei 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gezamenlijke verklaring van het bankentoezicht van de ECB, de EBA en de GAR van 20 maart 2023 over de aankondiging van de Zwitserse autoriteiten op 19 maart 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Memorandum of Understanding van 27 juni 2023 houdende de vaststelling van een kader voor regelgevingssamenwerking op het gebied van financiële diensten tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van 7 december 2022 over het Europees depositoverzekeringsstelsel ondertekend door de voorzitter van de Commissie economische en monetaire zaken van het Parlement en goedgekeurd door de coördinatoren voor zes fracties in het Parlement (Europese Volkspartij, Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten, Renew Europe, Groenen/Vrije Europese Alliantie, Europese Conservatieven en Hervormers, en The Left),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 25 maart 2021 over het versterken van de internationale rol van de euro<FOOTNOTE><FIELD> PB C 494 van 8.12.2021, blz. 118.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 14 maart 2019 over genderevenwicht bij benoemingen in de EU op het gebied van economische en monetaire zaken<FOOTNOTE><FIELD> PB C 23 van 21.1.2021, blz. 105.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 54 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken (A9-0431/2023),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de bankenunie, die momenteel het gemeenschappelijk toezichtmechanisme, het gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en één “rulebook” als basis heeft, een integraal onderdeel van de financiële stabiliteit van de Unie vormt en een hoge minimumnorm op het gebied van depositobescherming waarborgt bij afwezigheid van een Europees depositoverzekeringsstelsel (EDIS);</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat het aanpakken van de risico’s die voortvloeien uit het probleem van de te sterk geconcentreerde verwevenheid tussen staten en banken cruciale extra stabiliteit en veiligheid zou bieden voor het Europese banksysteem en de klanten die er gebruik van maken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat een volledig ontwikkelde bankenunie een positieve ontwikkeling zou zijn voor de burgers en de economie van de EU, die de basis zou leggen voor een stabieler bankwezen, vermindering van het systeemrisico, meer concurrentie, een betere keuze voor en bescherming van de consument, meer mogelijkheden voor grensoverschrijdend bankieren en toegang tot financiële retaildiensten, grotere economische investeringen, betere toegang tot financiering voor huishoudens en bedrijven en lagere kosten voor bankklanten, en tegelijkertijd ervoor zou zorgen dat overheidsmiddelen niet worden gebruikt om de banksector te redden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat de banken in de EU de gevolgen van de Russische agressie hebben weerstaan; overwegende dat zij een centrale rol spelen bij het waarborgen van de lopende uitvoering en naleving van de sancties tegen Rusland die de EU naar aanleiding van de invasie heeft opgelegd; overwegende dat nadere coördinatie nodig is om te vermijden dat de sancties worden omzeild;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat klimaatverandering, aantasting van het milieu en de overgang naar een koolstofarme economie factoren zijn waarmee rekening moet worden gehouden bij de beoordeling van de duurzaamheid van de balansen van banken, aangezien deze factoren mogelijk in verschillende regio’s en sectoren invloed kunnen hebben op investeringen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat nog geen overeenstemming is bereikt over een EDIS; overwegende dat de Commissie op verzoek van het Parlement een voorstel heeft gepresenteerd voor een hervorming van het kader voor crisisbeheer en depositoverzekering (CMDI), waarbij zij heeft erkend dat dit kader niet mag worden beschouwd als vervanging voor een EDIS;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat hoewel er in 2020 een politiek akkoord is bereikt over de totstandkoming van een achtervangmechanisme voor het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds (GAF), dat mechanisme nog steeds ontbreekt; overwegende dat volgens de meest recente beschikbare gegevens 16 van de 36 depositogarantiestelsels in de EU onder het vereiste (minimale) financieringsniveau zaten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat het gebrek aan grensoverschrijdende consolidatie van de EU-banksector zijn mondiale concurrentievermogen aantast en dat consumentenbankieren in sommige lidstaten nog steeds wordt gedomineerd door een klein aantal banken; overwegende dat het verschil in winstgevendheid tussen banken in de EU en de VS de afgelopen tien jaar groter is geworden en dat het rendement op eigen vermogen van banken in de EU vijf punten lager is dan dat van banken in de VS<FOOTNOTE><FIELD> De Vito, L. e.a., <STRING ITALIC="on">Understanding the profitability gap between euro area and US global systemically important banks</STRING>, ECB Occasional Paper Series 327, 2023.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat de winstgevendheid van de banksector in de EU is gestegen, deels door hogere rentetarieven en als gevolg van toegenomen ECB-deposito’s; overwegende dat de stijging van de rentetarieven ook heeft geleid tot een verslechtering van de balans van bepaalde banken als gevolg van niet-gerealiseerde kapitaalverliezen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat een sterke, stabiele, veerkrachtige, dynamische en concurrerende banksector van cruciaal belang is voor het realiseren van economische groei, het financieren van kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) en start-ups, en voor de dringende transitie naar een groene en digitale economie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat de banksector als gevolg van de pandemie en de invasie met risico’s wordt geconfronteerd, met name in verband met de verslechtering van de kwaliteit van de activa; overwegende dat hoewel het percentage niet-renderende leningen (NPL’s) in het eerste kwartaal van 2023 is gedaald tot 2,24 %, en sinds het einde van de Grote Recessie gestaag is afgenomen, verdere daling nodig is;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat de wetgevers van de EU via onderhandelingen regels voor de tenuitvoerlegging van de normen van Bazel III hebben uitgewerkt die het concurrentievermogen van de banksector waarborgen en rekening houden met de specifieke kenmerken van het bankwezen in de EU;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat de digitalisering van het geldwezen belangrijke kansen biedt voor de banksector en tot belangrijke technologische vooruitgang in de banksector in de EU heeft geleid door een grotere efficiëntie bij de verlening van bankdiensten en een grotere bereidheid tot innovatie; overwegende dat dit ook uitdagingen met zich meebrengt, onder meer met betrekking tot gegevensbescherming, reputatierisico’s, bestrijding van witwassen en consumentenbescherming;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat financiële instellingen in toenemende mate gebruikmaken van informatie- en communicatietechnologie (ICT); overwegende dat de EU-banksector zijn veerkracht op het gebied van cyberveiligheid moet vergroten om ervoor te zorgen dat ICT-systemen bestand zijn tegen verschillende soorten bedreigingen van de cyberveiligheid;</P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat het niveau van de blootstelling aan staatsschulden in een aantal banken is toegenomen; overwegende dat de risico’s die voortvloeien uit het probleem van de al te nauwe verwevenheid tussen staten en banken moeten worden aangepakt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>P.</NO.P>overwegende dat de bankenunie moet helpen de nog steeds bestaande verwevenheid tussen banken en staten of “doom loop” aan te pakken; overwegende dat het niveau van de blootstelling aan staatsschulden in een aantal banken is toegenomen; overwegende dat de prudentiële behandeling van staatsschulden in overeenstemming moet zijn met de internationale normen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Q.</NO.P>overwegende dat grote rentestijgingen een negatief effect hebben gehad op de leencapaciteit van huishoudens en op het vermogen van kredietnemers om schulden terug te betalen en de banken in de EU kwetsbaar maken voor potentiële verliezen in de toekomst; overwegende dat tot dusverre passende waarborgen ingebouwd zijn ter bescherming tegen de risico’s van grote rentestijgingen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>R.</NO.P>overwegende dat voor de voltooiing van de kapitaalmarktenunie (CMU) gemeenschappelijke regels en doeltreffende instrumenten moeten worden vastgesteld om de versnippering van de interne markt te verminderen en de toegang tot alternatieve financiering te vergemakkelijken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>S.</NO.P>overwegende dat de EU en het VK een memorandum van overeenstemming over regelgevingssamenwerking op het gebied financiële diensten hebben ondertekend, en dat deze coöperatieve aanpak de betrekkingen tussen de EU en het VK op de lange termijn zou moeten schragen, met name op het gebied van bankzaken; overwegende dat de Commissie haar tijdelijke vergunning op grond waarvan banken en fondsbeheerders in de EU gebruik kunnen maken van Britse clearinginstellingen, opnieuw heeft verlengd;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Algemene overwegingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>veroordeelt de agressie van Rusland tegen Oekraïne en de gevolgen daarvan voor de Oekraïense bevolking, voor de EU, en de rest van de wereld; verzoekt de banken hun strategische beslissingen te blijven aanpassen aan de nieuwe Europese en internationale context als gevolg van deze omstandigheid, systeemrisico’s aan te pakken en de financiële sancties die naar aanleiding van de Russische invasie van Oekraïne zijn vastgesteld, te blijven uitvoeren en naleven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>herinnert eraan dat terwijl de lidstaten belast zijn met de vaststelling van schendingen van de EU-sancties, de banksector een sleutelrol vervult bij de tenuitvoerlegging van de sancties en bij de monitoring van de naleving daarvan; verzoekt de Commissie een databank op EU-niveau op te richten ter bevordering van de coördinatie tussen banken, om mazen in het net bij de tenuitvoerlegging van de sancties te dichten, en in kaart te brengen hoe de banken in de EU de sancties implementeren; neemt kennis van het standpunt van het Parlement over het voorstel voor een verordening inzake de antiwitwasautoriteit (AMLA), waarin de nieuwe autoriteit wordt belast met het ondersteunen van een consistente toepassing van de gerichte financiële sancties van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>merkt op dat de totale directe blootstellingen van de bankensector aan Rusland en Oekraïne beperkt zijn, aangezien banken hun blootstellingen momenteel verminderen, en verzoekt de toezichthoudende instellingen en het bankentoezicht van de ECB de resterende EU-banken die in Rusland actief zijn, te helpen de Russische markt op ordelijke wijze te verlaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>benadrukt dat de bankenunie een essentiële aanvulling blijft op de Economische en Monetaire Unie (EMU) en daarmee op de interne markt; herinnert eraan dat tot de belangrijkste doelen van de bankenunie de veiligheid van het banksysteem, de bescherming van deposanten en het voorkomen van door belastingbetalers gefinancierde reddingsoperaties van banken behoren; erkent de vooruitgang die de afgelopen vijftien jaar is geboekt door de oprichting van het gemeenschappelijk toezichtsmechanisme (GTM) en het gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme (GAM), en dat de banken in de EU nu beter bestand zijn tegen financiële schokken; dringt aan op de voltooiing van de bankenunie en merkt op dat de derde pijler ervan, het Europees depositoverzekeringsstelsel, nog niet is ingevoerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="DASH"><INT.LI LEVEL="0">verzoekt de Commissie de voltooiing van de bankenunie en de kapitaalmarktenunie als hoofdprioriteiten te handhaven voor de rest van haar huidige mandaat en voor haar volgende mandaat; wijst erop dat beide projecten:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>huishoudens en kmo’s, die nog steeds grotendeels afhankelijk zijn van bankkrediet, een bredere toegang tot financiering bieden,</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>investeringen en werkgelegenheid stimuleren,</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>de Europese economie ondersteunen,</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>de financiële stabiliteit vergroten,</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>de impact van economische recessies verminderen,</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>de digitale transitie en de transitie naar een duurzame economie financieren, en</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>het groeipotentieel van de EU ontsluiten;</ITEM></LIST></P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>neemt kennis van de verklaring van de EBA van 13 juli 2023 waarin staat dat de winstgevendheid van de banksector in de EU/EER toeneemt, maar dat er risico’s dreigen voor de kwaliteit van de activa en de winstgevendheid; neemt nota van de recente kortetermijnstijgingen in de winstgevendheid van EU-banken (het rendement op eigen vermogen steeg op jaarbasis tot 10,04 % in het tweede kwartaal van 2023, terwijl het in dezelfde periode van 2022 7,59 % bedroeg, het hoogste niveau in 14 jaar<FOOTNOTE><FIELD> ECB, <STRING ITALIC="on">Supervisory Banking Statistics for significant institutions. Tweede kwartaal 2023</STRING>. Oktober 2023.</FIELD></FOOTNOTE>), maar waarschuwt dat deze duurzaam moeten zijn om het concurrentievermogen op lange termijn te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>moedigt het gebruik van winsten aan om buffers op te bouwen, en daarmee de stabiliteit van het financiële stelsel te waarborgen, en om de Europese economie te financieren; merkt op dat de tijdelijke opschorting van de dividenduitkering en de terugkoop van aandelen doeltreffend was om de veerkracht van banken tijdens de COVID-19-crisis te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>merkt op dat uit de ECB-enquête over bankleningen in de eurozone voor het tweede kwartaal van 2023 blijkt dat banken hun kredietnormen voor leningen aan bedrijven en aan huishoudens voor de aankoop van een huis verder hebben aangescherpt als gevolg van een hogere risicoperceptie, een lagere risicotolerantie en hogere financieringskosten, en dat banken ook hun kredietvoorwaarden hebben aangescherpt omdat er meer zorgen zijn over niet-renderende leningen<FOOTNOTE><FIELD> ECB, <STRING ITALIC="on">Euro area bank lending survey</STRING>.</FIELD></FOOTNOTE>; herinnert eraan dat bij de financiering van het herstel van de economie van de EU een sleutelrol voor de bankensector van de EU is weggelegd, en is van mening dat het herstel ook zal afhangen van de vraag of banken over voldoende kapitaal beschikken om krediet te verlenen, vooral nu de publieke steunmaatregelen in de lidstaten geleidelijk worden afgebouwd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>verzoekt de Commissie de belemmeringen voor grensoverschrijdende fusies en mogelijke prikkels voor afscherming te beoordelen; neemt kennis van het feit dat volgens een publieke verklaring van Andrea Enria, voorzitter van de raad van toezicht van de ECB, de banksector over het algemeen nog steeds in grote lijnen een verzameling van nationale bankensectoren is; merkt op dat een meer geïntegreerde bankensector in de EU de banken beter in staat zou kunnen stellen strategische investeringen te doen en de ontwikkeling van de kapitaalmarkten van de EU zou kunnen bevorderen, maar erkent dat de diversiteit van bancaire bedrijfsmodellen in de eurozone de veerkracht van het financiële stelsel vergroot; wijst op de risico’s die instellingen die “te groot zijn om failliet te gaan” met zich mee kunnen brengen, en merkt op dat de financiële stabiliteit kan worden vergroot door een hervorming van de systeembanken van de EU waarmee de moral hazard-risico’s worden aangepakt; benadrukt dat grensoverschrijdende consolidatie zonder buitensporige concentratie de winstgevendheid van de bankensector in de EU zou kunnen vergroten en de huidige situatie van verminderde dienstverlening en hogere kosten voor burgers in veel lidstaten mogelijk zou kunnen verbeteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>merkt evenwel op dat de retailbankdiensten in bepaalde lidstaten nog steeds door een klein aantal banken worden gedomineerd en dat de keuze voor de consument van retailbankdiensten bijgevolg beperkt is; is van mening dat een geïntegreerde bankenunie moet zijn gestoeld op een goed functionerende interne markt voor financiële retaildiensten; betreurt de resterende belemmeringen voor grensoverschrijdende retailbankdiensten en verzoekt de Commissie de obstakels en belemmeringen te beoordelen die consumenten ondervinden wanneer zij willen gebruikmaken van retailbankproducten; benadrukt het potentieel van een geïntegreerde bankenunie om de concurrentie en de keuze van de consument op het gebied van retailbankdiensten te verbeteren, onder meer door betere mogelijkheden voor het verlenen van grensoverschrijdende retailbankdiensten; benadrukt de voordelen van een gediversifieerde en concurrerende banksector in de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>benadrukt dat de rentetarieven die aan huishoudens en kmo’s worden aangeboden, sterk verschillen van lidstaat tot lidstaat; dringt er bij de EU-instellingen en organen op aan maatregelen te overwegen om de consument meer keuzemogelijkheden te bieden en het concurrentievermogen te verbeteren, en om de lasten voor hypotheekhouders en kmo’s in lidstaten met hogere rentetarieven te verlichten zodat alle burgers en bedrijven tegen billijke en concurrerende tarieven toegang kunnen krijgen tot het broodnodige kapitaal;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>benadrukt de rol van de banksector bij het ondersteunen van de transitie naar een gedigitaliseerde en koolstofneutrale economie, bij het kanaliseren van middelen naar hernieuwbare energiebronnen en bij het ondersteunen van de verwezenlijking van de doelstellingen van de Green Deal en de klimaatwet van de EU<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2021/1119 van 30 juni 2021 tot vaststelling van een kader voor de verwezenlijking van klimaatneutraliteit, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 401/2009 en Verordening (EU) 2018/1999 (PB L 243 van 9.7.2021, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE>; neemt kennis van het feit dat EU-banken hun blootstelling aan energie-intensieve en fossielebrandstofbedrijven blijven verminderen, en neemt kennis van de verschillende factoren die van invloed zijn op de financiële stabiliteit, waaronder de waarde van fossiele activa; kijkt uit naar de publicatie van de EBA-verslagen over de cruciale kwesties van de risicograad van de blootstellingen van instellingen aan ESG-activa en de potentiële effecten van een aangepaste prudentiële behandeling van deze blootstellingen, die eind 2024 en 2025 moeten worden gepubliceerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>betreurt het dat financiële instellingen er niet in zijn geslaagd het genderevenwicht te waarborgen, met name in hun leidinggevende organen; benadrukt dat genderevenwicht in raden van bestuur en onder het personeel zowel maatschappelijke als economische voordelen oplevert; verzoekt financiële instellingen hun diversiteits- en integratiebeleid regelmatig te actualiseren en een gezonde arbeidscultuur te helpen bevorderen waarin inclusiviteit voorop staat; verzoekt de toezichthoudende autoriteiten gebruik te maken van hun toezichthoudende bevoegdheden om het gebrek aan diversiteit en genderevenwicht in de bestuursorganen van financiële instellingen aan te pakken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>betreurt het dat noch bij de raad van bestuur van de ECB, noch bij de raad van toezicht van de ECB, noch bij de raad van bestuur van de GAR sprake is van genderevenwicht; verzoekt actoren ervoor te zorgen dat benoemingen in de toekomst de kloof dichten; herinnert aan de resolutie van het Parlement van 14 maart 2019, die erop is gericht een genderevenwicht te waarborgen in de toekomstige lijst van kandidaten voor economische en monetaire aangelegenheden in de EU en herhaalt zijn voornemen om de lijsten van kandidaten waarbij het beginsel van genderevenwicht niet is nageleefd, niet in aanmerking te nemen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>betreurt het dat de ECB in het kader van de selectieprocedure voor de voorzitter van de raad van toezicht van de ECB geen rekening heeft gehouden met de feedback van het Parlement; dringt er bij de ECB op aan bij de komende selectieprocedures terdege rekening te houden met het advies van het Parlement;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>stelt vast dat in de bankenunie de blootstelling van banken aan binnenlandse overheidsschulden nog steeds hoog is; wijst erop dat een van de voornaamste doelstellingen van de bankenunie erin bestaat de koppeling tussen banken en staten, en de risico’s die deze koppeling met zich meebrengt, te verbreken; benadrukt dat de kwestie van de regelgevende behandeling van blootstellingen aan staatsschulden een diepgaand onderzoek binnen internationale fora vereist en in overeenstemming moet zijn met de internationale normen, en verzoekt de Commissie hiermee rekening te houden wanneer zij deze kwestie in toekomstige voorstellen behandelt; deelt de bezorgdheid van de EBA dat blootstellingen aan staatsschulden van wezenlijk belang zijn voor banken in de EU en een bron van potentiële kwetsbaarheid kunnen worden<FOOTNOTE><FIELD> EBA, <STRING ITALIC="on">Risk Assessment of the European Banking System</STRING>, december 2022.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>benadrukt dat het creëren van een veilig EU-actief de vicieuze cirkel tussen staten en de binnenlandse banksector zou kunnen helpen beperken; is van mening dat NextGenerationEU voorziet in hoogwaardige Europese activa met een laag risico, waardoor staatsobligaties op de balansen van banken opnieuw in evenwicht kunnen worden gebracht;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Toezicht</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>constateert dat de ratio van het tier 1-kernkapitaal in het tweede kwartaal van 2023 is gestegen tot 15,72 % (tegenover 14,96 % in het tweede kwartaal van 2022); betreurt het dat de liquiditeitsdekkingsratio in het tweede kwartaal van 2023 is gedaald tot 158,00 % (ten opzichte van 164,36 % in het tweede kwartaal van 2022)<FOOTNOTE><FIELD> ECB, <STRING ITALIC="on">Supervisory Banking Statistics for significant institutions. Second quarter 2023</STRING>, oktober 2023.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>stelt vast dat het percentage niet-renderende leningen verder is gedaald, en verzoekt om een verdere daling; herinnert eraan dat risicovermindering in de banksector zou bijdragen aan een stabielere, sterkere en meer op economische groei gerichte bankenunie; roept toezichthouders op om ook de ontwikkeling van fase 2-leningen te volgen; neemt kennis van het gebrek aan vooruitgang wat betreft het voorstel voor een richtlijn inzake kredietservicers, kredietkopers en de uitwinning van zekerheden, die bedoeld is om banken onder bepaalde voorwaarden een mechanisme te bieden om de waarde van gedekte leningen sneller te recupereren via buitengerechtelijke procedures, om secundaire markten voor niet-renderende leningen verder te ontwikkelen; benadrukt dat de richtlijn inzake kredietservicers en kredietkopers<FOOTNOTE><FIELD> Richtlijn (EU) 2021/2167 van 24 november 2021 inzake kredietservicers en kredietkopers en tot wijziging van de Richtlijnen 2008/48/EG en 2014/17/EU (PB L 438 van 8.12.2021, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE> de secundaire markt voor niet-renderende leningen efficiënter heeft gemaakt en tegelijkertijd hoge waarborgen heeft ingebouwd voor debiteuren; benadrukt dat de verkoop van een niet-renderende lening een minder goede oplossing is dan het herstel van de inbaarheid van een lening;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>neemt kennis van een verslechterende macro-economische situatie; wijst erop dat EU-banken zich moeten voorbereiden op een mogelijke verslechtering van de kwaliteit van activa; wijst daarom op het belang van prudent risicobeheer en gepaste voorzieningen; verzoekt de Commissie en de nationale en de EU-toezichthouders zich op een mogelijke verslechtering van de kwaliteit van activa voor te bereiden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>beklemtoont dat de laatste reeks bankfaillissementen in de VS en Zwitserland de kwetsbaarheden van het financiële systeem heeft aangetoond, met name in die landen; beklemtoont dat tegen deze achtergrond de kapitaal- en liquiditeitssituatie van EU-banken solide is gebleven, wat de veerkracht van de banksector van de EU aantoont; onderstreept dat de nationale en de EU-toezichthouders deze risico’s hebben aangepakt en is ingenomen met de resultaten van de EU-brede stresstest van 2023 en met het feit dat de banken in de EU bestand zijn tegen een economische neergang;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>verzoekt de toezichthouders de blootstellingen van banken aan rentevoetrisico’s als gevolg van verdere veranderingen in de renteniveaus in de gaten te blijven houden; merkt op dat de blootstelling van banken aan rentevoetrisico’s afhangt van hun activastructuur en bedrijfsmodel, en kijkt uit naar de beoordeling van de Commissie van het regelgevende kader voor banken; is bezorgd over de aanzienlijke hoeveelheid staatsschulden op de balansen van banken in de bankenunie; benadrukt dat de kwestie van toezicht met betrekking tot blootstelling aan staatsschulden een grondig onderzoek binnen het kader van internationale fora vereist, en in overeenstemming moet zijn met internationale normen; wijst erop dat een van de voornaamste doelstellingen van de bankenunie erin bestaat de koppeling tussen banken en staten, en de risico’s die deze koppeling met zich meebrengt, te verbreken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>herinnert eraan dat in de “Financial Stability Review 2023” van de ECB wordt benadrukt dat rekening moet worden gehouden met de verslechtering van de bankbalansen als gevolg van de stijging van de rentetarieven en dat macroprudentiële autoriteiten de kapitaal- en/of leningsgerelateerde maatregelen geleidelijk zullen moeten versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>dringt, voor zover dit nodig is, aan op een verdere harmonisatie van het regelgevingskader van de EU, waarbij ingezet wordt op het bevorderen van convergentie tussen nationale autoriteiten en het gebruik van het instrument voor dialoog over toezichtspraktijken om de ontwikkeling van dreigingen voor de banksector te beoordelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>verwelkomt het akkoord dat op interinstitutioneel niveau overeen is gekomen om in de EU uitvoering te geven aan de normen van Bazel III; benadrukt dat het kader de prudentiële vereisten in verschillende mate zal verhogen, afhankelijk van de mate waarin banken interne modellen gebruiken om hun risicogewichten te berekenen; benadrukt dat de nieuwe regels de proportionaliteit in het bankentoezicht hebben versterkt en beter hebben gespecificeerd en de financiële stabiliteit in de EU zullen blijven vergroten; beklemtoont het belang van een gelijk speelveld tussen jurisdicties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>neemt kennis van de standpunten van de EBA en de ECB over de in de verordening kapitaalvereisten opgenomen afwijkingen van de internationale overeenkomst<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) nr. 575/2013 van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>benadrukt dat crypto-activa nieuwe kansen en uitdagingen creëren voor banken; betreurt het dat de toepassing van de normen van Bazel op crypto-activa nog steeds op zich laat wachten; is ingenomen met de overgangsregeling die reeds is opgenomen in de huidige herziening van de richtlijn kapitaalvereisten<FOOTNOTE><FIELD> Richtlijn 2013/36/EU van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 338).</FIELD></FOOTNOTE> en de verordening kapitaalvereisten; wacht op het wetgevingsvoorstel van de Commissie voor 30 juni 2025 om een specifieke prudentiële behandeling voor blootstellingen aan crypto-activa in te voeren, waarbij rekening wordt gehouden met de normen van Bazel;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>stelt vast dat de niet-bancaire sector van financiële intermediairs blijft groeien; benadrukt dat de veerkracht van niet-bancaire financiële intermediairs moet worden vergroot en een gelijk speelveld met de banksector moet worden verwezenlijkt, onder meer door specifieke regelgevings- en toezichtsinstrumenten uit te werken om een liquiditeitscrisis te voorkomen; herinnert aan het in april 2023 gepubliceerde World Financial Stability Report van het IMF, waarin mogelijke risicobronnen voor de financiële sector worden geïdentificeerd: waarschuwt dat de koppeling van niet-bancaire financiële instellingen met banken het risico vergroot dat moeilijkheden van de ene naar de andere worden overgedragen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>benadrukt dat het belangrijk is een verdere integratie te combineren met adequate waarborgen om de “home-host”-kwestie op evenredige en geloofwaardige wijze aan te pakken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>neemt kennis van de opname van klimaat- en natuurgerelateerde financiële risico’s in de toezichtsprioriteiten van de ECB voor de komende jaren; is onder meer ingenomen met de tweede klimaatstresstest voor de hele economie, die de ECB heeft uitgevoerd in september 2023; neemt kennis van de conclusies van de Occasional Paper Series nr. 328 van de ECB over “The Road to Paris: stress testing the transition towards a net-zero economy”, waarin wordt gesteld dat de beste manier om een nettonuleconomie tot stand te brengen voor bedrijven, huishoudens en banken in de eurozone erin bestaat de groene transitie in een hoger tempo te versnellen dan het geval is in het kader van het huidige beleid; merkt op dat de ECB in haar toezichtpraktijken rekening houdt met klimaat- en natuurgerelateerde financiële risico’s en de toenemende fysieke risico’s en transitierisico’s nauwlettend in het oog houdt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>neemt kennis van het voorstel van de Commissie inzake transparantie, vergelijkbaarheid en kwaliteit van ESG-ratings; merkt op dat de EBA aanbeveelt dat externe kredietbeoordelingen ecologische en/of sociale factoren als katalysatoren van kredietrisico’s integreren wanneer dit relevant is;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Afwikkeling</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>verwelkomt de benadering van de GAR van het verdiepen van afwikkelingsbeoordelingen door middel van het ontwikkelen van kwaliteitscontrolemaatregelen voor afwikkelingsplannen, en van het beoordelen van de vraag of deze plannen op korte termijn ten uitvoer kunnen worden gelegd; wijst erop dat de afwikkelingsplannen, om volledig aan de wettelijke vereisten te voldoen, een uitvoerige beoordeling moeten bevatten van de afwikkelbaarheid van elke bank, met inbegrip van de vraag of er wezenlijke belemmeringen voor de afwikkelbaarheid bestaan en hoe die belemmeringen kunnen worden weggenomen, indien nodig met inbegrip van wijzigingen in de structuur en organisatie van een bank;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>is ingenomen met het feit dat de banken die onder de bevoegdheid van de GAR vallen over het algemeen goede voortgang hebben geboekt wat betreft hun afwikkelbaarheid en het opbouwen van verliesabsorberend vermogen; verwacht dat deze positieve trend zal aanhouden; herinnert eraan dat het bereiken van afwikkelbaarheid voor alle instellingen niet vrijblijvend is en dat alle banken tegen eind 2023 volledig afwikkelbaar moeten zijn; merkt op dat alle banken meer vooruitgang moeten boeken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>is ingenomen met het besluit van de nieuwe voorzitter van de GAR om een alomvattende strategische toetsing uit te voeren en een nieuw actieplan te ontwikkelen; verzoekt de GAR zijn besluiten transparanter te maken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>benadrukt dat het belangrijk is de schuldeisershiërarchie bij bankafwikkelings- en insolventieprocedures te beschermen; verwelkomt de verklaring van het bankentoezicht van de ECB, de GAR en de EBA waarin wordt onderstreept dat kernkapitaalinstrumenten in de EU verliezen moeten absorberen en dat aanvullend kapitaal van tier-1 alleen mag worden afgeschreven als de eerstgenoemde instrumenten volledig zijn benut; herinnert aan de noodzaak, zoals uitgesproken door de voorzitter van de GAR, om de afschrijvingshiërarchie in geval van een bankfaillissement volledig te respecteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>herinnert eraan dat fossiele brandstoffen de grootste bijdrage leveren aan de versnelling van de klimaatverandering en dat veel fossielebrandstoffenactiva voor het einde van hun economische levensduur moeten worden opgegeven, waardoor ze al hun waarde verliezen en gestrande activa worden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>neemt nota van het voorstel om het CMDI-kader te hervormen naar aanleiding van oproepen van het Parlement; dringt erop aan dat het toepassingsgebied van afwikkeling wordt uitgebreid, dat de beoordeling van het algemeen belang wordt verduidelijkt, dat belastingbetalers worden beschermd tegen de kosten van bankfaillissementen en dat de mogelijkheden voor staatssteun wordt beperkt, alsook dat maatregelen die buitensporige moral hazard kunnen creëren, worden afgezwakt; dringt aan op een snelle en doeltreffende goedkeuring van de herziening van het CMDI;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>merkt op dat een noodlijdende bank alleen afgewikkeld kan worden wanneer zij geen normale insolventieprocedures kan doorlopen zonder het openbaar belang te schaden of financiële instabiliteit te veroorzaken; merkt tevens op dat voorstellen voor toekomstige hervormingen onder meer inhouden dat kleine en middelgrote banken met een positieve beoordeling van het algemeen belang toegang krijgen tot het afwikkelingskader op EU-niveau, mits zij voldoen aan de voorwaarden voor toegang tot het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>onderstreept de rol van de GAR en door de sector gefinancierde vangnetten bij het beschermen van belastingbetalers tegen het betalen voor “bailouts”; is van mening dat bijdragen aan door de sector gefinancierde vangnetten altijd moeten worden berekend in verhouding tot het risico dat de instelling vertegenwoordigt; betreurt het dat ondanks het politieke akkoord van november 2020 over een vroegtijdige invoering, het achtervangmechanisme voor het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds (GAF), bestaande uit een kredietlijn van het Europees stabiliteitsmechanisme (ESM), nog niet in werking is getreden als gevolg van de vertragingen in het ratificatieproces van het ESM-verdrag; benadrukt het belang van het GAF voor het waarborgen van een robuust en geloofwaardig kader voor crisisbeheer; dringt erop aan dat alle lidstaten de overeenkomst tot wijziging van het ESM-verdrag volledig ratificeren, met inbegrip van de invoering van een gemeenschappelijk achtervangmechanisme voor het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>herinnert eraan dat banken na de uitvoering van een afwikkelingsbesluit aan hun verplichtingen moeten blijven voldoen en hun sleutelfuncties moeten blijven vervullen; vreest dat banken bij afwikkeling onmiddellijk na het terugkrijgen van markttoegang met liquiditeitsstress te maken krijgen; verzoekt de EU-instellingen tot overeenstemming te komen over een oplossing die vertrouwen biedt en de voorspelbaarheid vergroot;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Depositoverzekering</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>steunt de oproep van het EDIS-onderhandelingsteam van het Europees Parlement, samen met de coördinatoren en de voorzitter van de commissie ECON in de verklaring van 7 december 2022, tot een ambitieuze herziening van het CMDI-kader, die kan helpen de hindernissen voor de invoering van EDIS uit de weg te ruimen, en tot hervatting van de onderhandelingen over EDIS; sluit zich aan bij de oproep van de ECB om de werkzaamheden voor de oprichting van EDIS te hervatten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>is ingenomen met de wetgevingswerkzaamheden op parlementair niveau met betrekking tot het EDIS-voorstel sinds de verklaring van december 2022 van het EDIS-onderhandelingsteam van het Parlement; wijst er nogmaals op dat het Parlement vastbesloten is toe te werken naar een akkoord over een EDIS; verzoekt de medewetgevers te werken aan de oprichting van een realistisch, geloofwaardig en solide EDIS;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>is ingenomen dat de Commissie zich inspant om het toepassingsgebied van depositobescherming te verduidelijken en voor meer convergentie te zorgen middels hervorming van de Richtlijn 2014/49/EU inzake de depositogarantiestelsels<FOOTNOTE><FIELD> PB L 173 van 12.6.2014, blz. 149.</FIELD></FOOTNOTE> in het kader van de CMDI-herziening; onderstreept dat, hoewel de herziening van het CMDI niet kan worden beschouwd als een vervanging voor EDIS, een meer geharmoniseerd kader kan helpen om belemmeringen voor de invoering van EDIS weg te nemen; benadrukt dat het belangrijk is dat de bijdragen aan depositogarantiestelsels in verhouding staan tot het risico;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>wijst op de noodzaak van een volwaardig EDIS met op risico gebaseerde bijdragen die het delen van verliezen mogelijk maken; dringt aan op een gerichte beoordeling van de kwaliteit van bankactiva; pleit ervoor een begin te maken met liquiditeitspooling en met een geleidelijke opbouw van een EU-fonds;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>dringt erop aan dat in het kader van een EDIS rekening wordt gehouden met institutionele beschermingsregelingen, in het bijzonder met hun risicobeperkende effect, zonder dat dit ten koste gaat van het gelijke speelveld binnen de eengemaakte markt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>wijst erop dat een van de voornaamste doelstellingen van de bankenunie erin bestaat de koppeling tussen banken en staten, en de risico’s die deze koppeling met zich meebrengt, te verbreken; merkt op dat de blootstelling van banken aan binnenlandse overheidsschulden hoog blijft in de bankenunie; deelt de bezorgdheid van de EBA dat blootstellingen aan staatsschulden van wezenlijk belang zijn voor banken in de EU en een bron van potentiële kwetsbaarheid kunnen worden; benadrukt dat de kwestie van de regelgevende behandeling van blootstellingen aan staatsschulden in overeenstemming moet zijn met internationale normen, en verzoekt de Commissie hiermee rekening te houden bij de behandeling van toekomstige voorstellen met betrekking tot deze kwestie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>is ingenomen met de aanzienlijke vooruitgang die sinds 2015 is geboekt op het gebied van risicovermindering; stelt anderzijds vast dat de vooruitgang op het gebied van risicodeling beperkt is; merkt echter op dat passende en doeltreffende risicovermindering noodzakelijk is voor het welslagen van de bankenunie;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de Europese Centrale Bank, de Gemeenschappelijke Afwikkelingsraad, en de Europese Bankautoriteit.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>